Kunstenaars @hooverlibrarymuseum

Recent maakte ik een Instagram account aan @floursacksww1. Ik was benieuwd of er via sociale media nieuwe versierde meelzakken tevoorschijn zouden komen.

Conservator Marcus Eckhardt toont meelzakken in HHPL, 2019, foto Instagram @lundberg_tom

Jazeker, ik ontdekte foto’s van enkele fraai beschilderde meelzakken, onderdeel van de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL).

Meelzakken op Instagram
Twee beschilderde meelzakken trokken direct mijn aandacht. De foto’s waren geplaatst @lundberg_tom. Tom Lundberg, professor op rust in het Department of Art & Art History, Colorado State University, Fort Collins, Colorado, deed in augustus 2019 onderzoek naar versierde meelzakken in HHPL.

Tom Lundberg, ‘Flame Tab’, katoen, zijde, wol & viscose garens op wollen stof, 25 cm br., 2019; foto Instagram @lundberg_tom

 

Als kunstenaar borduurt Tom Lundberg kleine verhalende motieven, geïnspireerd of beïnvloed door emblemen, insignes, identiteitsbadges en tradities in textiel. Hij zocht inspiratie voor nieuw borduurwerk via de studie van de meelzakken.

 

 

Rose Houyoux: ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL 62.4.215; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose Houyoux beschilderde de meelzak, inv. nr. HHPL 62.4.215, met een vrouw in blauwgroene japon met een bundel korenhalmen in haar armen op een schip waarop de Amerikaanse vlag wappert. Een (Belgische) vrouw in oranjerode japon zit geknield aan land en strekt haar armen uit om de bundel koren in ontvangst te nemen. ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’ (Aan degenen die ons de vreugde schonken om dankbaar te zijn‘) luidt de handgeschreven tekst. De vrouwen zouden een representatie kunnen zijn van Columbia (blauwgroene japon) en Dame Belgica (oranjerode japon).

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915; Courtesy HHPL

De kunstenares Rose Hélène Jeanne Houyoux (Brussel 30.07.1895 – Elsene 02.09.1970) was de dochter van de bekende kunstschilder Léon Houyoux (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940). Haar vader had met zijn gezin in 1908 het Portiershuisje van het Roodklooster in Oudergem (Auderghem) betrokken, waar vele vrienden van de kunstkring Le Sillon zich in de buurt vestigden.

Rose Houyoux, detail meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose was twintig jaar in 1915; ze zal samen met haar vader hebben deelgenomen aan de tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Auderghem in augustus 1915. Gelukkig is de meelzak van Rose Houyoux bewaard gebleven; waar de beschilderde meelzak(ken) van Léon Houyoux zijn, is niet bekend.
Rose Houyoux is in haar latere leven conservatrice geweest in Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel; zij was weerstandster in Wereldoorlog II.

Meelzak, recto, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario, Canada
De oorspronkelijke bedrukking op de meelzak was de merknaam ‘CASTLE’ met het logo van de Maple Leaf Milling Co., Ontario, Canada (recto); de achterzijde van de oorspronkelijke zak was bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). *) Beide bedrukkingen schemeren licht door het schilderwerk van Rose Houyoux heen.

Het War Heritage Institute (WHI) bezit een onbewerkte meelzak met originele bedrukking.

Maple Leaf Flour Mill, Port Colborne, Ont. Canada, ca. 1920. Niagara Falls (Ont.) Public Library website

Maple Leaf Milling Company was een onderneming die diverse maalderijen exploiteerde. Maple Leaf Mills in Port Colbourne, Ontario, Canada, was in 1911 geopend en de grootste maalderij binnen de firma, het kon 363.000 ton meel per dag produceren. Nadien groeiden de bedrijfsactiviteiten uit met nog een maalderij, een zakkenfabriek, voederfabriek, roggemolen, maismolen en opslag. De maalderijen in Ontario tezamen waren de grootste graanverwerker in het Britse rijk, tot in oktober 1961 een brand de fabrieken grotendeels verwoestten. De onderneming kon een tegenslag verwerken: heden ten dage is Maple Leaf Foods Inc. de grootste voedselverwerker in Canada: @mapleleaffoods

Tas van meelzakken, onder meer ‘Maple Leaf Milling Co.’, (recto),  geborduurd Anderlecht, 1915; HHPL 62.4.6. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, tas met borduurwerk, 1915. Coll. HHPL 62.4.339; detail foto: Instagram @lundberg_tom

De meelzakken van Maple Leaf Milling Co./Gift from Ontario (Canada) zijn zeer veel geselecteerd om te versieren door de Belgische borduursters en kunstenaars; ook zijn ze bewaard gebleven. In de collectie van HHPL zijn een tiental versierde meelzakken met deze oorspronkelijke bedrukking. Twee voorbeelden staan op foto’s @lundberg_tom: een bedrukte meelzak met appliqué en borduurwerk (HHPL inv.nr. 62.4.71); een geborduurde tas (HHPL 62.4.339).

Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, geverfd, appliqué, borduurwerk, 1915/16. Coll. HHPL 62.4.71; foto: Instagram @lundberg_tom

De eigen website van het museum toont een kloeke, rechthoekige tas, gemaakt van diverse meelzakken, waaronder Maple Leaf Milling Co; borduurwerk ‘Anderlecht’ (HHPL inv.nr. 62.4.6).

Aimé Stevens: Babyportret

Aimé Stevens, detail meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL 2017.3.1; foto: Instagram @lundberg_tom

Aimé Stevens schilderde het portret in zijaanzicht van een baby met bruin haar en bolle wangen tegen een groene achtergrond, HHPL inv.nr. 2017.3.1.

Aimé Stevens, meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De signering op de beschilderde meelzak bestaat slechts uit de initialen ‘A.S.’. Speurwerk van Hubert Bovens, specialist in biografische opzoekingen van kunstenaars, leidde door vergelijking van handtekeningen en initialen tot de ontdekking dat Aimé Stevens de schilder van het babyportret is geweest.
Oscar Aimé Jean Stevens (Schaarbeek 28.12.1879 – Brussel/Elsene 23.08.1951) was kunstenaar-schilder en heeft lesgegeven aan de Académie Royale de Beaux-Arts in Elsene/Brussel. Aimé Stevens huwde op 5 februari 1902 te Brussel met Aimée Uyttebroek (Doornik 29.10.1875). Zeven jaar later werd hun eerste en enige kind geboren en die kreeg Spaanse namen: José Santiago Rogelio Stevens (Elsene 13.04.1909 – Algerije 10.01.1967).**)

Aimé Stevens, ‘Moeder en kind’, lithografie, ca 1910. foto: William P. Carl Fine Prints, Durham, NC (online)

Het jongetje met deze bijzondere namen[1] heeft model gestaan voor het kinderportret op de meelzak. Eerder, in 1910, maakte Aimé Stevens de lithografie ‘Moeder en kind’ (Aimée en José is mijn toeschrijving). Vermoedelijk heeft Stevens het babyportret in 1915 op de meelzak geborsteld naar deze lithografie en/of een ander schilderij of tekening van zijn zoon, toen deze een baby was.

De kunstenaar voorzag de meelzak van het jaartal ‘1914’, dit zal de tijdsaanduiding van het begin van de oorlog zijn; immers, de zakken met meel zijn niet eerder dan december 1914/vroeg in 1915 in Brussel gearriveerd; het babyportret moet geschilderd zijn in 1915.

Meelzak ‘American Commission’, originele bedrukking, 1914. Coll. G. Hollaert; foto: auteur

De meelzak is voorzien van de originele bedrukking ‘American Commission’.
De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ was in Londen in oktober 1914 geformeerd en stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding. Later is de aanduiding ‘American’ vervallen omdat ook diplomaten van andere neutrale landen waaronder Spanje en Nederland beschermheren werden van de hulpverlening. Sindsdien was de naam: ‘Commission for Relief in Belgium (CRB)’. [2]

Ik heb de indruk dat lege meelzakken met de print in blauwe letters ‘American Commission’ specifiek zijn geselecteerd door de Belgische kunstenaars om daarop te schilderen; er zijn vele voorbeelden van dergelijke beschilderde meelzakken.

Marthe Pander, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De Commission was de representant van alle mensen die hulp hadden geboden, tot hen richtte het huldebetoon van de kunstenaars zich. Het voordeel van de bescheiden oorspronkelijke bedrukking was dat erboven en eronder blanco doek was om op te schilderen. Ook de Belgische borduursters hebben de meelzak ‘American Commission’ graag bewerkt. @lundberg_tom toont de foto van het borduurwerk op meelzak (HHPL inv.nr. 62.4.128) van Marthe Pander. Marthe borduurde de meelzak op school: de Ecole Moyenne de Saint-Gilles-lez-Bruxelles, Section préparatoire, 6e année d’études; zij was toen 13 jaar.***)

Verrassingen
Op zijn online-zoektocht naar biografische gegevens van de kunstenaar Aimé Stevens kwam Hubert Bovens tot zijn verrassing twee opmerkelijke verhalen tegen.

Dr. Maurits Van Vollenhoven

Aimé Stevens, Maurits Van Vollenhoven; foto: website simonis-buunk.nl

Allereerst kwam een scabreus portret tevoorschijn van de hand van Aimé Stevens, gemaakt van de Nederlandse diplomaat dr. Maurits Van Vollenhoven. Van Vollenhoven was een jonge diplomaat; hij vertegenwoordigde het Nederlandse gezantschap in Brussel tijdens de Groote Oorlog.

Dr. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Statige officiële portretten en sculpturen zijn gemaakt en worden bewaard van de drie heren.

Vanwaar dit gewaagde, dubbelzinnige portret door Stevens? Ik opteer voor twee mogelijkheden.
– Toen de Verenigde Staten in april 1917 toetraden tot de oorlog moesten de Amerikaanse consul Brand Whitlock en de CRB-gedelegeerden vertrekken uit België. Van Vollenhoven en Markies de Villalobar zetten het werk voort om bescherming te bieden voor de hulpverlening binnen het Comité Hispano-Néerlandais (CHN). De samenwerking tussen Nederlanders en Spanjaarden boterde helaas niet; de relatie tussen Van Vollenhoven en Markies de Villalobar was ronduit onaangenaam. De Spaanse connecties van Stevens zullen hem solidariteit met de Spanjaarden hebben gegeven.
– De hoofdreden van deze ‘spotprent’ moet de slechte reputatie van Nederland in België zijn geweest. Aimé Stevens gooide in zijn portret alle Belgische haat en ergernissen tegenover Nederland, haar koningin en de rol van de Nederlanders in ’14-’18 eruit:
‘’t Koninginnetje’s Minister-Resident Van Vollenhoven’

Aimé Stevens, dr. Maurits Van Vollenhoven, satirisch portret, olieverf op schildersboard, 33×24 cm; foto: website simonis-buunk.nl

Van Vollenhoven kijkt met arrogante blik voor zich uit, een dikke sigaar hangt in zijn linker mondhoek. Zijn gespierde linkerarm is getatoeëerd met een hart en naar beneden gerichte pijl, waaromheen de woorden ‘Les Dames Bruxelloises’. Van Vollenhoven is gekleed als worstelaar: polsen met zwarte beschermbanden, een broekje met tijgerprint, een sjerp met Nederlandse kleuren; zijn hemd heeft de initialen ‘C.H.N’; vier medailles tooien zijn borst. De diplomaat-worstelaar bewaakt een toog waarop een dikke klont ‘Boter’ en drie vette kazen, twee rond voor Gouda, een plat met ‘Edam’.
In de rechterbovenhoek de rood, wit, blauwe Nederlandse vlag daaronder de tekst: ‘Wie Nederlandsch bloed in d’aderen vloeit …’
De opdrachtgever van het portret zal buitengewoon in zijn nopjes zijn geweest! Op dit moment staat het portret te koop bij Kunsthandel Simonis & Buunk.

“Jose Santiago Rogelio Stevens arrested in Trinidad”
José Santiago Rogelio Stevens, de jongen die model stond voor het aandoenlijke babyportret, huwde als 21-jarige op 7 maart 1931 in Brussel met de 18-jarige Anne-Marie Ramona Janssen, geboren in Montevideo, Uruguay (03.09.1912 – 27.10.1979). Zij was de dochter van de honorair consul in Montevideo.

In de Tweede Wereldoorlog ging José Stevens in de fout, hij werd spion voor de Duitsers. Op weg naar Montevideo werd hij gearresteerd: ‘Jose Santiago Rogelio Stevens, of Uruguayan birth, was arrested July 31, 1942, aboard the “CABO DE HORNOS” en route to Montevideo as an espionage and propaganda agent for the Germans. He had spent some time in Brussels, Belgium, and aboard ships sailing to the Congo. He was contacted in Brussels by the Germans’.[3]

José Stevens ‘Esteves’ werd gearresteerd en berecht voor spionage in WO II. Dossier The National Archives VK, website

The National Archives van het Verenigd Koninkrijk bevatten het dossier KV 2/1153 van ruim 200 bladzijden over José Stevens’, alias Esteves, spionageactiviteiten. De samenvatting van het dossier vermeldt: ‘Jose Santiago Rogelio STEVENS, alias ESTEVES: Belgian. STEVENS was arrested in Trinidad on his way to South America in August 1942. He claimed to be a Uruguayan citizen returning to Uruguay in an exchange scheme with German nationals. At Camp 020 he admitted to his recruitment by the Abwehr, whom he claimed had commissioned him to engage in pro-German propaganda in Uruguay and to report on South American industries working for Great Britain. It emerged that in fact he was a Belgian citizen, and there was a suspicion that his agent role was much more important than he ever admitted. He was retained for the duration of the Second World War.’

Le Conseil de guerre de Bruxelles veroordeelde José Stevens voor spionage activiteiten. Belgisch Staatsblad 1946

Na de oorlog is José Stevens berecht voor zijn gedrag. In het Belgisch Staatsblad is het vonnis gepubliceerd van Le Conseil de guerre de Bruxelles van 15 juni 1946 waarin José Stevens veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 7000 francs.
Drie jaar later stond Aimé Stevens ‘artiste-peintre, prof. à l’Académie Royale des Beaux Arts’ vermeld als ‘Consul d’Uruguay’ op het adres waar hij woonde:  Rue Van Eyck, 51, Elsene (Almanachs de Bruxelles 1949).

Conclusie
Anno 2021 brachten de Instagram foto’s @lundberg_tom een variëteit aan verhalen, voortgebracht door textiele dragers #narrativetextiles. De versierde meelzakken van kunstenaars @hooverlibrarymuseum vullen zakken vol herinneringen: @floursacksww1.

 

Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars, alsmede borduurster Marthe Pander en de vele vondsten die hij online deed en met mij deelde.

*) Wat de betekenis is van de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ , vertaald: ‘Schenking van Ontario (Canada) aan het Moederland’, is me een raadsel. Met het ‘Moederland’ bedoelden de Canadezen Groot-Brittannië, maar deze meelzakken kwamen als voedselhulp in België terecht; merkwaardig. Zie ook mijn blog ‘Eén miljoen zakken meel uit Canada’.

**) De genealogie van Oscar Aimé Jean Stevens is bijeengebracht door Joël Cuche op de website Geneanet.

***) Familiegegevens van Marthe Pander:
In het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902). Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, Ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe. In 1965 woonden ze er niet meer.

Aimé Stevens, Spaanse danseres, olieverf op doek, 45×30 cm; foto artnet.de

[1] Welke Spaanse connecties van Aimé en Aimée Stevens-Uyttebroek hebben geleid tot de Spaanse namen van José zal interessant zijn om nog eens te onderzoeken. Tussen de schilderijen van Aimé Stevens ontdekte ik online wel een portret van een Spaanse.

[2] Kittredge, Tracy Barrett, A History of the C.R.B. The History of the Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited Printers, 1918, p. 49 en 50

[3] History of the Secret Intelligence Service (S.I.S.) Division. Volume 3, Accomplishment Mexico and Venezuela, p. 570

Thanksgiving Ship ORN sailed from Philadelphia

On Thanksgiving Day 2020, as a thank you to all who inspire, encourage and inform me in my research on the decorated flour sacks, I share the story of the Thanksgiving Ship ORN that sailed from the Philadelphia harbor 106 years ago on November 25, 1914, loaded with sacks of flour on the way to Belgium, as it was waved goodbye by thousands of people, including a special guest: Madame Lalla Vandervelde.

Collecting relief supplies
Immediately after the outbreak of the “European” war in August 1914, spontaneous campaigns arose among the people of Canada and the United States to raise money and goods to help victims of the violence.

Loading the Thelma in the Philadelphia harbor, children also participated in the relief efforts. The Philadelphia Inquirer, November 10, 1914

The relief efforts for the Belgian refugees and the population in occupied Belgium were led by Belgians, living in Canada and the US: the Belgian Consul Pierre Mali, the Consul Generals, businesspeople, prominent private individuals and emigrants, supported in a special way by Madame Lalla Vandervelde, the wife of a Belgian Minister of State, who traveled across the US to draw attention to the Belgian cause and to call for American aid.
Their call was heard by local newspapers and magazines, who with great zeal made urgent appeals to their readers to help out by depositing money in funds specially created for the purpose.

The Thelma’s cargohold full of flour sacks in Philadelphia harbor, The Philadelphia Inquirer, November 11, 1914

The transport of the relief supplies from America to Europe across the Atlantic Ocean had to be done by ship, but that caused a financial headache. This was not the case in Canada, where the government paid for the transportation. But in the US, who would pay for the transportation?

Department store magnate and philanthropist John Wanamaker, Philadelphia. Photo: internet

In the city of Philadelphia, Pennsylvania, the immediate response came from department store magnate and philanthropist John Wanamaker (Philadelphia, July 11, 1838 – December 12, 1922). He took initiative and chartered two ships himself to bring relief supplies to Belgium.

Thelma
The first ship chartered by Wanamaker was the steamer Thelma. Loading the ship attracted a lot of interest, the “Philadelphia Inquirer” published about it daily. *)

 

Left the loading of the Thelma in the harbor of Philadelphia, center Captain Hendrickson, right Petrus Verhoeven and his family, Belgian refugees in London. Evening Ledger, November 11, 1914

On Thursday, November 12, 1914, the ship departed after a brief official ceremony at which Mayor Blankenburg of Philadelphia spoke:
My fellow-citizens, twenty-two years ago Philadelphia sent a relief ship-the Indiana-to give aid to the suffering Russian peasants, far away from their own homes. Today Philadelphia is sending another relief ship, the Thelma, this time to the suffering people, the unfortunate people of Belgium. It shows the greatness of the heart of the Philadelphia people. It shows the power of the press, for had it not been for the Philadelphia newspapers I do not believe that this ship would today be ready to sail. The newspapers of Philadelphia did everything in fact to make it possible to send this ship.”
The Girard College Band was on the pier playing the “Star Spangled Banner”.

Food Ship Thelma Off For Belgium, Philadelphia Inquirer, November 13, 1914

The mayor asked the crowds of hundreds of men, women and children to pay tribute to Captain Wolff Hendrickson and his crew with a three-yard “Hooray”. Mr. Francis B. Reeves, Treasurer of the American Red Cross, on behalf of the Red Cross, officially received the relief supplies on the Thelma and Bishop Garland of Philadelphia blessed the ship.

Decorated flour sack Rosabel, embroidered in Roulers / Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Photo: E. McMillan

Then Mr. Wanamaker handed a letter to Captain Hendrickson, addressed to Dr. Henry Van Dyke, Minister of the United States in The Hague, Holland: “The steamship Thelma is to carry this to you today … the gifts of the people of Philadelphia and vicinity… The usual papers of the ship will manifest the cargo as of the value of $ 104.000 and it consists wholly of flour, corn meal, beans, canned goods, potatoes in sacks, etc. …  articles of food, because of the statement made by the Honorable Brand Whitlock, Minister at Brussels, a few days ago, regarding the destitution among the women and children and old and sick people in Belgium. …

 

Flour sack ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. RAHM, no. 2657, photo: Author

This great old city, that you know so well, the first of the American cities and the first seat of the government of the United States, without neglecting its duties of the poor and suffering in Philadelphia, has risen as it with one heart, to show sympathy and affection, just as the City of Brotherly Love always does, to the world’s sufferers. I may add for your own pleasure that almost enough additional contributions are flowing in to load another ship.”

Advertisement in the Philadelphia Inquirer, November 11, 1914

The Thelma crossed the ocean in three weeks and moored safely on December 3, 1914 with her precious cargo in the Maashaven of Rotterdam. Transhipment started immediately, barges brought the foodstuffs to the intended places via the inland waterways of Holland and Belgium.

Le XXe siècle, December 17, 1914

“Le XXe siècle” reported in mid-December 1914 about the foodstuffs supplied by the Thelma:
“The steamship “Thelma” has arrived in Rotterdam with 1,740 tons of supplies, destined for the Belgians who stayed in Belgium. The load consists of 94,600 sacks and 100 barrels of flour, 1,600 bags of corn flour, 2,000 bags of beans, 1,600 sacks of rice, 1,200 bags of salt, 500 boxes of corn, 5,000 boxes of potatoes, 1,200 bags of barley, 2,500 bags of peas, 600 boxes of condensed milk, 600 boxes preserved peaches, 1,000 boxes of soda salt, 1,200 boxes of plums, 1,000 bags of sugar and 1,250 bags of oatmeal.”[1]

Meanwhile, the second ship chartered by Wanamaker did indeed cross the ocean with the next cargo of relief supplies: the ORN had departed as the Thanksgiving Ship.

Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

‘Thanksgiving’ Ship ORN

Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

The day before Thanksgiving Day, November 25th, 1914, the steamer ORN left the port of Philadelphia on its way to Rotterdam, as thousands of spectators waved goodbye. The cargo value was $ 173,430, consisting mostly of sacks of flour plus other food items.
The official ceremony to wish the ORN God Speed was attended by many dignitaries. The musical accompaniment was again in hands of The Girard College Band.

 

Lalla Vandervelde. Photo: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress,

Present were Mayor Blankenberg and his Cabinet with the responsible officials; Mr. Wanamaker and company; M. Paul Hagemans, the Belgian Consul General. Special guest was Madame Lalla Vandervelde.
Also present were the committee of publishers and editors of Philadelphia newspapers, the representatives of the Belgian Government, official and unofficial, the ministers who sanctified the undertaking, and the crew of the ship itself.
The clergymen blessing the Thanksgiving Ship were of three different denominations: Dr. Russell H. Conwell of the Baptist Temple; Very Rev. Henry T. Drumgoole, rector of St. Charles’ Seminary, Overbrook; Rev. Joseph Krauskopf, of Temple Keneseth Israel.
The company of dignitaries first had their picture taken upon arrival on the ship. Madame Vandervelde took an active part in photography: she insisted upon being photographed with a hand camera of her own, placing herself between Mr. Wanamaker and Mayor Blankenburg.

“Thanksgiving Ship Orn Sails”, Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

Thanksgiving Day
Mayor Blankenburg presided at the exercises: “I do not believe that Philadelphia could celebrate a greater or better Thanksgiving than by sending this steamer to Belgium, laden to the very limit with all kinds of provisions for its starving people.”

Flour sack ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, Photo: Author

Dr. Krauskopf spoke in part as follows: “… We are assembled on this eve of our National Thanksgiving Day with our hearts both joyful and sorrowful. We are joyful because we are able to share our bounty with those who are in need of it on the other side of the sea, and we are sorrowful because the need has arisen for them, not because of any Divine dispensation, but because of the sinfulness or the error of man.”

Decorated flour sack Rosabel, 1916, 12 Lbs, embroidered, wooden tray with glass. Photo and coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell formally presented the vessel and her cargo to the Red Cross Society. He said in part: “… it is beautiful that we have an opportunity to send out to the suffering Belgians a division of what we have, and if I understand, the spirit of America aright, we would, if we understand their needs, be willing to divide to the last loaf of bread with the Belgians who so bravely defended their homes and showed to the world a most magnificent example of their bravery and patriotism that has ever been known to the history of man.”

Mr. Paul Hagemans accepted the shipment of relief supplies on behalf of Belgium: “For the second time within two weeks, Philadelphia and her charitable people are sending to the Belgian sufferers a shipload of merchandise. In doing so Philadelphia and her people are setting a magnificent example of human solidarity to thousands of my people who will be saved from famine, for we note by the recent reports that conditions are appalling now…. You cannot imagine, therefore, what a ship like this, with its cargo, means to my countrymen…. I thank you, gentlemen of the press, for your efforts on our behalf; and I thank you citizens of Philadelphia for your generous response to our appeal. God speed the Thanksgiving ship.” [2]

In the middle from left to right John Wanamaker, Lalla Vandervelde with the Belgian and American flags, Mayor Blankenburg on board the ORN. Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

Madame Vandervelde
Mme. Vandervelde herself brought two small flags, one Belgian and one American, which she carried in her hand. Handing the Belgian red, yellow, black to Mr. Wanamaker, Mme. Vandervelde said:

Flour sack Rosabel, embroidered. Coll. Frankie van Rossem, photo: Author

I want to present this flag of Belgium to Mr. Wanamaker in thanks for his most beautiful gift to Belgium. I want to present to him first this Belgian flag. It is a symbol of the heroism and the courage of a small country fighting against most awful odds. It is a symbol also of the distress of millions of her people”.
Turning again to Mr. Wanamaker Mme. Vandervelde concluded: “I want to present you with this American flag, which is always the symbol of what we love in the life of freedom, and liberty and independence. This flag is also at the present moment a symbol of the generosity and the goodwill of thousands of men, women and children, and I have the greatest pleasure in thanking Mr. Wanamaker for all he has done and in presenting him with these two flags.”

As Mr. Wanamaker, taking the two flags, held them high in the air, the band leader made a signal to his men, and the full brasses sounded the opening strains of the American National Anthem. When this had been sung by the thousands of spectators, present on the quay, Father Drumgoole pronounced the benediction.
The guests left the ORN and the vessel pulled out from the dock.

Flour sack ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, photo: Author

John Wanamaker left the ship as soon as he had cast off her headline – an operation which he insisted on performing himself; he had gone back to his offices in his private automobile. On learning there that the ship had been delayed- her papers at the Custom House not being quite ready – he returned in a delivery automobile from the Wanamaker stores for a last look at the vessel whose departure he had made possible.

On December 18th, 1914, the ORN arrived safely with its valuable cargo in the Maashaven in Rotterdam. The relief supplies were directly transferred to inland vessels and further distributed in Belgium.

Flour sack “Hed-Ov-All”, Buffalo Flour Milling Co.; 1914-1915, Anderlecht, embroidered by Hélène Coumans, age 16, Auderghem; through the intervention of Mme Buelens. Coll. HIA, photo: coll. Author

Decorated flour sacks from Pennsylvania 

Flour sack Rosabel, cushion cover, embroidered, “La Belgique Reconnaissante”, ribbon, diam. 25 cm. Coll. HIA, photo: coll. Author

Flour sacks transported on the THELMA and ORN would have come from mills in the state of Pennsylvania. My research shows that several dozen of these unprocessed and decorated flour sacks have been preserved in Belgium and the US. It is remarkable that all bags have a small size, the stated content measure is 12¼ LBS (5.5 kg flour) to 24½ LBS (11 kg flour). The usual size of flour sacks was 49 or 98 LBS.

 

There are flour sacks of:

Flour Sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. RAHM, no. 2658, photo: Author

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, brand name Hed-Ov-All in the collections of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, Western Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, California (HIA); War Heritage Institute, Brussels (WHI); Royal Art & History Museum, Brussels (RAHM);
– An unknown mill delivered a sack with brand name Jack Rabbit, shown in the WHI;
Millbourne Mills in Philadelphia, brand names Rosabel, A-flour, Southern Star in the collections of HHPLM, HIA, WHI, RAHM and several Belgian private collections;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, brand name M-H 1795 in the collections of WHI and the MoMu Antwerp.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Flour sack “M-H 1795”, Miner-Hillard Milling Co. Apron, embroidered. Coll. MoMu, photo: Europeana

Knowing that these decorated flour sacks left Philadelphia around Thanksgiving Day 1914 adds extra color to my day!

Flour Sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. in a display case in the exhibit hall. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Special thanks to Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, who made me aware of Thanksgiving Day, the national holiday in the US, celebrated on the fourth Thursday in November, this year on November 26th. He called it a time to reflect on the past year and all one is thankful for; our long-distance friendship is one of them. We both look forward to meeting in person, when the circumstances allow. 

 

Flour sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., embroidery, lace. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363. Photo: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, editions November 10,11,12,13,17, 21, 24, 26, 1914

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, December 17, 1914

[2] Hagemans, Paul, unpublished biography, Philadelphia, Penn, undated. Mentioned in Carole Austin’s bibliography, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987

‘Thanksgiving’-schip ORN vertrok uit Philadelphia

Op deze Thanksgiving Day 2020 vertel ik als dank aan allen die mij inspireren, aanmoedigen en van informatie voorzien bij mijn onderzoek naar de versierde meelzakken het verhaal van het ‘Thanksgiving’-schip ORN dat 106 jaar geleden op 25 november 1914  de havenstad Philadelphia uitvoer, volgeladen met zakken meel op weg naar België, uitgezwaaid door duizenden mensen waaronder een speciale gaste: Madame Lalla Vandervelde.

Inzameling van hulpgoederen
Direct na het uitbreken van de ‘Europese’ oorlog in augustus 1914 ontstonden spontane acties onder de bevolking van Canada en de Verenigde Staten om geld en goederen in te zamelen voor de hulp aan slachtoffers van het geweld.

Het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, ook de kinderen deden mee aan de hulpacties. The Philadelphia Inquirer, 10 november 1914

De acties voor hulp aan de Belgische vluchtelingen en de bevolking in het bezet België stonden onder leiding van Belgen, woonachtig in Canada en de VS: de Belgische Consul Pierre Mali, de Consul-Generaals, zakenmensen, vooraanstaande particulieren en emigranten, op bijzondere wijze ondersteund door Madame Lalla Vandervelde, de vrouw van de Belgische minister van Staat, die door de VS reisde om aandacht te vragen voor de Belgische goede zaak en op te roepen tot Amerikaanse hulpverlening.

Zij vonden gehoor bij lokale dagbladen en tijdschriften, die met grote ijver dringende oproepen aan hun lezers deden om hulp te bieden door geld te storten in speciaal voor het doel opgerichte fondsen.

Het laadruim vol meelzakken van de Thelma in de haven van Philadelphia, The Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

Het transport van de hulpgoederen van Amerika naar Europa over de Atlantische Oceaan moest per schip gebeuren, maar dat leverde qua kosten hoofdbrekens op. Niet in Canada, waar de overheid de betaling van het transport voor haar rekening nam. Wel in de VS, want wie wilde dat betalen?

Warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker, Philadelphia. Foto: internet

In de stad Philadelphia, Pennsylvanië, kwam het onmiddellijke antwoord van warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker (Philadelphia 11.07.1838-12.12.1922). Hij nam het initiatief en charterde zelf twee schepen om hulpgoederen naar België te brengen.

Thelma
Het eerste schip gecharterd door Wanamaker was het stoomschip Thelma. Het laden van het schip trok veel belangstelling, de ‘Philadelphia Inquierer’ publiceerde er dagelijks over. *)

Links het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, midden kapitein Hendrickson, rechts Petrus Verhoeven en zijn gezin, Belgische vluchtelingen in Londen. Evening Ledger, 11 november 1914

Op donderdag 12 november 1914 vertrok het schip na een korte officiële plechtigheid waar burgemeester Blankenburg van Philadelphia het woord voerde:
“Medeburgers, tweeëntwintig jaar geleden stuurde Philadelphia een hulpschip, de Indiana, om hulp te bieden aan de lijdende Russische boeren, ver weg van eigen haard en huis. Vandaag stuurt Philadelphia opnieuw een hulpschip, de Thelma, dit keer naar de lijdende mensen, de ongelukkige mensen van België. Het toont de grootsheid van hart van de bewoners van Philadelphia. Het toont de kracht van de dagbladpers, want als de kranten in Philadelphia er niet waren geweest, geloof ik niet dat dit schip vandaag klaar zou zijn om te vertrekken. De dagbladen van Philadelphia hebben er alles aan gedaan om dit schip met hulpgoederen te kunnen laten vertrekken.”
De Girard College band stond op de pier en speelde de ‘Star Spangled Banner’.

Voedsel schip Thelma vertrekt naar België, Philadelphia Inquirer, 13 november 1914

De burgemeester vroeg aan het toegestroomde publiek van honderden mannen, vrouwen en kinderen hulde te brengen aan kapitein Wolff Hendrickson en bemanning middels een driewerf ‘Hoera’. De heer Francis B. Reeves, penningmeester van het Amerikaanse Rode Kruis, nam namens het Rode Kruis de hulpgoederen op de Thelma in ontvangst en bisschop Garland van Philadelphia zegende het schip.

Versierde meelzak Rosabel, geborduurd in Roulers/Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Foto: E. McMillan

Daarna overhandigde de heer Wanamaker aan kapitein Hendrickson een brief, gericht aan Dr. Henry Van Dyke, gezant van de Verenigde Staten in Den Haag, Holland: ‘Het stoomschip Thelma vervoert vandaag naar u … de geschenken van de inwoners van Philadelphia en omgeving … De officiële documenten van het schip zullen aantonen dat de lading met een waarde van $ 104.000 volledig bestaat uit meel, maïsmeel, bonen, ingeblikte voedingsmiddelen, zakken aardappelen, enz … allemaal levensmiddelen zoals gevraagd in de verklaring van enkele dagen geleden van de heer Brand Whitlock, gezant in Brussel, die sprak over de grote behoefte aan hulp voor vrouwen en kinderen en oude en zieke mensen in België. …

Meelzak ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. KMKG, nr. 2657, foto: auteur

Deze voorname oude stad, die u zo goed kent, de eerste van de Amerikaanse steden en de eerste zetel van de regering van de Verenigde Staten, is – zonder haar plichten ten aanzien van de armen en behoeftigen in Philadelphia te verwaarlozen- als één man opgestaan om medeleven en genegenheid te tonen aan behoeftigen in de wereld, zoals ‘de Stad van Broeder Liefde’ altijd doet.
Ik voeg er voor uw eigen genoegdoening aan toe dat er al bijna voldoende giften zijn binnengestroomd om een volgend schip te laden.’

Advertentie in the Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

De Thelma stak de oceaan over in drie weken tijd en meerde op 3 december 1914 met haar kostbare lading veilig aan in de Maashaven van Rotterdam. Het overladen begon direct, aken brachten via de binnenwateren van Holland en België de voedingsmiddelen naar de bestemde plekken.

Le XXe siecle, 17 december 1914

‘Le XXe siècle’ berichtte half december 1914 over de voedingsmiddelen die de Thelma aanvoerdde:
Het stoomschip “Thelma” is in Rotterdam aangekomen met 1.740 ton aan voorraden, bestemd voor de Belgen die in België bleven. De lading bestaat uit 94.600 zakken en 100 vaten meel, 1.600 zakken maïsmeel, 2.000 zakken bonen, 1.600 zakken rijst, 1.200 zakken zout, 500 dozen maïs, 5.000 dozen aardappelen, 1.200 zakken gerst, 2.500 zakken erwten, 600 dozen gecondenseerde melk, 600 dozen geconserveerde perziken, 1.000 kisten sodazout, 1.200 kisten pruimen, 1.000 zakken suiker en 1.250 zakken havermout.’[1]

Inmiddels voer het tweede door Wanamaker gecharterde schip inderdaad met de volgende lading hulpgoederen de oceaan over: de ORN was vertrokken als ‘Thanksgiving’-schip.

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

‘Thanksgiving’-schip ORN

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

De dag voor Thanksgiving Day, 25 november 1914, vertrok het stoomschip ORN uit de haven van Philadelphia op weg naar Rotterdam, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers. De waarde van de lading was $ 173.430 en bestond vooral uit zakken meel plus andere voedingsmiddelen.

De officiële plechtigheid om de ORN behouden vaart te wensen werd bijgewoond door vele hoogwaardigheidsbekleders. Ook nu was de muzikale begeleiding van The Girard College Band.

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Aanwezig waren burgemeester Blankenberg en zijn wethouders met de verantwoordelijke ambtenaren; de heer Wanamaker met collega’s; de Belgische consul-generaal Paul Hagemans. Speciale gaste was Madame Lalla Vandervelde.
Ook aanwezig waren de directies en redacties van de kranten en hun uitgeverijen. De voorgangers in de plechtigheid waren van drie verschillende gezindten: Dr. Russell H. Conwell van de Doopsgezinde kerk; Eerwaarde Henry T. Drumgoole, rector van het St. Charles’ Seminarie, Overbrook; Eerwaarde Joseph Krauskopf, rabbijn van de synagoge ‘Keneseth Israel’.
Het gezelschap hoogwaardigheidsbekleders ging bij aankomst op het schip allereerst op de foto. Ook Madame Vandervelde nam actief deel aan de fotografie: ze stond erop dat ze met haar eigen camera gefotografeerd zou worden, staande tussen de heer Wanamaker en burgemeester Blankenburg.

‘Thanksgiving Ship Orn Sails’, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Thanksgiving Day
De burgemeester sprak de menigte toe: “Ik geloof niet dat Philadelphia een mooiere of betere Thanksgiving zou kunnen vieren dan door dit stoomschip naar België te sturen, tot het uiterste beladen met voedingsmiddelen voor de uitgehongerde bevolking.

Meelzak ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, foto: auteur

Rabbijn Krauskopf kreeg het woord: “… We zijn op de vooravond van onze nationale Thanksgiving-dag bijeengekomen met zowel een vreugdevol als bedroefd hart. We zijn verheugd omdat we in staat zijn onze overvloed te delen met degenen die het nodig hebben aan de andere kant van de oceaan. We zijn bedroefd omdat de behoeften van hen zijn ontstaan door de zondigheid en de dwalingen van de mens.”

Versierde meelzak Rosabel, 1916, 12 Lbs, geborduurd, houten theeblad met glas. Foto en coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell sprak: “… het is prachtig dat we de kans hebben om naar de noodlijdende Belgen een deel te sturen van datgene wat wij hebben, en als ik de geest van Amerika goed begrijp, zouden we, als we hun behoeften kennen, bereid zijn om ons laatste brood te delen met de Belgen, zij die zo dapper hun huizen verdedigden en de wereld een prachtig voorbeeld toonden van hun moed en patriottisme …”
Consul-Generaal Paul Hagemans aanvaardde de scheepslading hulpgoederen namens België: “Voor de tweede keer binnen twee weken sturen Philadelphia en haar goedgeefse bevolking een scheepslading voedingsmiddelen naar de Belgische slachtoffers. Hiermee geven Philadelphia en haar bevolking een prachtig voorbeeld van menselijke solidariteit met de duizenden van mijn mensen die van de hongersnood zullen worden gered; want we maken uit de recente berichten op dat de omstandigheden er verschrikkelijk zijn…. Behouden vaart aan het Thanksgiving-schip![2]

In het midden vlnr. John Wanamaker, Lalla Vandervelde met de Belgische en Amerikaanse vlaggetjes, burgemeester Blankenburg aan boord van de ORN, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Madame Vandervelde
Toen was de beurt aan Madame Vandervelde. Zij nam twee kleine vlaggen, een Belgische en een Amerikaanse, in haar handen. Ze overhandigde het stokje van de Belgische vlag aan John Wanamaker met de woorden:

Meelzak ‘Rosabel’, geborduurd. Coll. Frankie van Rossem, foto: auteur

“Ik bied deze vlag van België aan de heer Wanamaker aan, als dank voor zijn prachtige geschenk aan België. Ik overhandig eerst deze Belgische vlag als symbool van heldhaftigheid en moed van een klein land dat tegen een verschrikkelijke overmacht vecht. Het staat ook symbool voor de noden van miljoenen van haar mensen.” Vervolgens overhandigde ze hem de kleine Amerikaanse vlag: “Deze Amerikaanse vlag bied ik u aan als het symbool van vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid. Deze vlag staat op dit moment ook symbool voor de vrijgevigheid en de sympathie van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Ik heb het grote genoegen de heer Wanamaker dank te zeggen voor alles wat hij heeft gedaan door hem deze twee vlaggen te overhandigen.”

De heer Wanamaker nam de vlaggetjes aan, strekte zijn armen en hield ze hoog in de lucht. Op dit teken zette de band de tonen in van het Amerikaanse volkslied, dat door de duizenden aanwezigen op schip en kade uit volle borst werd meegezongen.
Pater Drumgoole sprak vervolgens de zegen uit over schip en lading, waarna de gasten de ORN verlieten en het schip zich losmaakte van de kade.

Meelzak ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, foto: auteur

John Wanamaker keerde terug naar kantoor, maar kwam direct teruggereden in een van de bestelauto’s van zijn Wanamaker’s warenhuizen; hij volgde op de pier tot het laatste moment het tweede schip met hulpgoederen waarvan hij de reis had mogelijk gemaakt.

Op 18 december 1914 arriveerde ook de ORN met haar kostbare lading veilig in de Maashaven in Rotterdam. De hulpgoederen werden direct overgeladen in binnenvaartschepen en verder gedistribueerd in België.

 

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., 1914-1915, Anderlecht, geborduurd door Hélène Coumans, 16 jaar, Auderghem; door tussenkomst van Mme Buelens. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Versierde meelzakken uit Pennsylvanië

Meelzak Rosabel, kussenhoes, geborduurd, ‘La Belgique Reconnaissante’, lint, diam. 25 cm. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Meelzakken, vervoerd op de THELMA en ORN, zullen afkomstig zijn geweest van maalderijen in de staat Pennsylvanië. Mijn onderzoek laat zien dat enkele tientallen van deze onbewerkte en versierde meelzakken bewaard zijn gebleven in België en de VS. Opmerkelijk is dat alle zakken een klein formaat hebben, de vermelde inhoudsmaat is 12¼ LBS (5,5 kg meel) tot 24½ LBS (11 kg meel). De gebruikelijke maat van meelzakken is 49 of 98 LBS.

Er zijn meelzakken van:

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. KMKG, nr. 2658, foto: auteur

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, merknaam Hed-Ov-All in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, Californië (HIA); Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI); Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel (KMKG).
– Een mij onbekende maalderij leverde een zak met merknaam Jack Rabbit, getoond in het WHI.
Millbourne Mills in Philadelphia, merknamen Rosabel, A-flour, Southern Star in de collecties van HHPLM, HIA, WHI, KMKG en meerdere Belgische particuliere collecties;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, merknaam M-H 1795 in de collecties van WHI en het ModeMuseum Antwerpen.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co. Schortje, geborduurd. Coll. MoMu, foto: Europeana

Te weten dat deze versierde meelzakken uit Philadelphia vertrokken zijn rondom Thanksgiving Day 1914 geeft vandaag extra kleur aan mijn dag!

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., in de museumopstelling. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Speciale dank aan Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, hij maakte me attent op Thanksgiving Day, de nationale feestdag in de VS, gevierd op de vierde donderdag in november, dit jaar op 26 november. Hij noemde het een tijd van reflectie over het afgelopen jaar en alles waar je dankbaar voor bent, onze lange afstand vriendschap is er een van. We zien er beiden naar uit elkaar in het echt te ontmoeten, wanneer de omstandigheden dit zullen toelaten.

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., geborduurd, kant. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363, foto: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, edities 10, 11, 12, 13, 17, 21, 24, 26 november 1914

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, 17 december 1914

[2] Hagemans, Paul, niet gepubliceerde biografie, Philadelphia, Penn, ongedateerd. Vermeld in de bibliografie van Carole Austin, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987

Versierde Meelzakken in het Koninklijk Legermuseum, Brussel 1

Inleiding
Onderzoek doen in Brussel stond al maanden op mijn verlanglijstje. Van 19-22 december 2018 was ik in de Belgische hoofdstad. In vier dagen tijd deed ik onderzoek in twee archieven, een documentatiecentrum en bezocht drie musea. Hoogtepunt vormde mijn bezoek aan het War Heritage Institute en diens Documentatiecentrum. Tot mijn grote verrassing kreeg ik er tientallen meelzakken te zien!

Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Het Museum is een van de locaties van het War Heritage Institute (WHI) en bevindt zich in het Jubelpark in het hart van Brussel.

In het Koninklijk Legermuseum, Brussel

Het bewaart talloze unieke voorwerpen: harnassen, uniformen, kanonnen, maar ook kunstwerken, muziekinstrumenten en er is een reusachtige hal met vliegtuigen. Tien eeuwen geschiedenis zijn bijeen gebracht, van de middeleeuwen tot en met de twee wereldoorlogen.[1]

Het Documentatiecentrum beheert meerdere collecties: archieven, bibliotheek, kaarten en plannen, tekeningen, grafische kunst en foto’s.

Waarom zijn er Meelzakken in de collectie?
Er was geen enkele bemoeienis van het Belgische leger met de voedselhulp aan de Belgische bevolking. Sterker nog, de Duitse bezetter verbood ten enenmale dat er hulp verstrekt zou worden aan militairen of het leger, en zagen daar streng op toe.
Waarom maken meelzakken dan toch deel uit van de collectie van WHI?
Omdat de humanitaire hulp onderdeel uitmaakt van de geschiedenis van de bezetting. Bovendien zijn er mensen die overtuigd zijn dat de dringende en voortdurende roep om humanitaire hulpverlening voor België de bevolking en regering van de Verenigde Staten rijp gemaakt heeft voor diens uiteindelijke militaire toetreden tot de oorlog in april 1917.

Mijn blijdschap: drie meelzakken in één vitrine!

De collectie meelzakken
Het WHI heeft een omvangrijke collectie meelzakken met een interessante verscheidenheid.
Allereerst bekeek ik in het Legermuseum de vitrines van de zaal gewijd aan de Eerste Wereldoorlog en spotte opgetogen drie meelzakken: één bewerkt en twee onbewerkt. Daarna bezocht ik de speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’. Het geeft een indringend beeld van het einde van de oorlog en de wederopbouw van België. Er zijn twee meelzakken geëxposeerd, één bewerkt en één onbewerkt.

Op vrijdagmorgen 21 december nodigde mevrouw Ilse Bogaerts mij uit voor onderzoek in het depot. Mevrouw Bogaerts is in het Legermuseum diensthoofd Collecties en Restauratie-ateliers: Uniformen & Uitrusting, Vlaggen, Kunst, Iconografie, Faleristiek, Muziek.

De computeruitdraai van de inventarislijst was in eerste instantie verrassend: een aantal van 107 items kwam tevoorschijn. Mevrouw Bogaerts zette echter met kennis van zaken resoluut grote strepen door 65 items en verklaarde dat deze items misschien wel op de lijst stonden, maar in werkelijkheid niet in het depot of het museum waren, omdat deze geen vindplaats hadden.
Aan de hand van de inventarislijst kwamen op die vrijdag in het depot 19 meelzakken uit de dozen, 7 bewerkt, geborduurd en verfraaid met kant en franje, en 12 onbewerkt.

Volgens de inventarislijst zijn er nóg 16 meelzakken in depot, waarvan 3 bewerkt en 13 onbewerkt, die studie hebben we bewaard voor mijn volgende bezoek. De collectie meelzakken van WOI in het WHI komt daarmee op een totaal van 40:  12 bewerkt en 28 onbewerkt.

Informatie in de exposities
De informatie over de meelzakken in de exposities is vrij summier, de beschrijving bij de tentoongestelde meelzakken luidt:
‘Amerikaanse zakken bloem/Sacs de farine américain/Bags of American flour’.
Verdere context die gegeven wordt is:
‘Sacs de farine, distribués par la “Commission for Relief in Belgium” en Belgique occupée 1914-18’.

Na-oorlogse affiches met aankondiging van de verkoop van meelzakken

 

 

 

 

 

 

 

Er hangen twee na-oorlogse affiches met de toelichting:
‘Affiche Amerikaansche zakken. Oorlogsgedenkenis verkocht ten voordeele van de oorlogsweezen./Affiche Sacs américains, souvenirs de la guerre, vendus au profit des orphelins de la guerre./Poster American bags, war souvenirs, sold in support of the war orphans.’

Programma omslag getekend door de kunstenaar Amédée Lynen, 1923

In een volgende vitrine is er meer over te lezen:
De Belgische oorlogswezen zijn vanaf 1914 ondersteunt met aparte programma’s. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) startte in 1915 het Nationaal Werk voor Oorlogswezen (NWOW). Na de oorlog kwam er een wet die het NWOW opdracht gaf voogdijschap en plaatsingen te organiseren, hulp te verschaffen in materiële en morele zin en toe te zien op de gezondheid en de opvoeding van de kinderen. Om geld in te zamelen voor de oorlogswezen zijn verkooptentoonstellingen gehouden, waarbij (versierde) meelzakken een trekker waren voor het publiek en de opbrengst van de verkoop ten goede kwam aan dit goede doel.

In dit blog zoom ik in op drie bewerkte meelzakken in de collectie van WHI.

 1) ‘Amerika redde ons van hongersnood’ (in depot)

Zakken meel met de merknaam ‘Pride of Sylvan’ in de maalderij Sylvan Grove Roller Mills van Wunderlich, Sylvan Grove, Kansas, begin 1900. Foto: “Sylvan Grove Roller Mill,” Recollections Kansas, accessed July 18, 2020
Meelzak ‘Pride of Sylvan’. De oceaanstomer in kleurrijk borduurwerk. Coll. WHI, foto: coll. auteur
Meelzak ‘Pride of Sylvan’, andere zijde geborduurd met hulp schip. Coll. WHI,  nr. 201200473, foto: coll. auteur

Een spectaculair borduurwerk is de oceaanstomer op de achterzijde van een meelzak met het merk ‘Pride of Sylvan’ uit Sylvan Grove, Kansas.

Drie lage stof: meelzak ‘Pride of Sylvan’, geborduurd met schip. Coll. WHI, foto: coll. auteur

Het borduurwerk is op een aparte doek geborduurd en daarna aan de zak vastgenaaid. Het oranje-gele schip is nauwkeurig weergegeven.

 

Foto van het schip de ‘Southpoint’ , het transporteerde hulpgoederen over de Atlantische Oceaan. (Afb. Report ‘The Millers’ Belgian Relief Movement’, 1915)

Het patroon is waarschijnlijk nagetekend van een foto, vier grijze roeiboten varen langszij, de goudgele zon gaat onder, de Amerikaanse vlag wappert in de mast. Voor de borduurster zal het makkelijker zijn geweest om op een eigen borduurdoek, waarvan zij de kwaliteit kende en het borduurpatroon goed zichtbaar was, aan haar borduurwerk te werken.
Het geheel lijkt op een kussenovertrek, waarbij rondom gekleurd koord als verfraaiing diende, het koord ontbreekt, er resten slechts kleine rode en zwarte lussen.

Meelzak ‘Pride of Sylvan’. De tekst geborduurd naast de oceaanstomer. Coll. WHI

De tekst ‘Amerika redde ons van hongersnood’ en ‘1914-1918’ is professioneel geborduurd, zoals een vaandel of banier geborduurd zou zijn.
De tekst geeft aanleiding tot een paar veronderstellingen:
– Het borduurwerk zal gemaakt zijn in Vlaanderen, misschien in Antwerpen, waar kennis van oceaanschepen bij de haven hoorde;
– Dit zal ná de oorlog zijn geborduurd, want het werkwoord ‘redde’ staat in de verleden tijd en bovendien kan de markering 1914-1918 als looptijd van de oorlog pas achteraf zijn gemaakt.

2) The Rockefeller Foundation (in depot)

Versierde meelzak ‘Rockefeller Foundation’. Coll. WHI, inv nr 802731. Foto: coll. auteur

De hulpactie voor bezet België van de Rockefeller Foundation, gevestigd in de staat New York, kende zijn weerga niet. Als eerste hulporganisatie stuurde zij schepen met voedsel- en kledinghulp. In de maanden november en december 1914 zijn vijf oceaanstomers vertrokken uit de VS, ze brachten bijna 23.000 ton hulpgoederen voor een waarde van ruim anderhalf miljoen dollar naar Rotterdam.

Bedankbrief van het Comité National de Secours et d’Alimentation aan de Rockefeller Foundation. Coll. Rijksarchief België, foto: coll. auteur

In het ‘Rijksarchief in België’ te Brussel heb ik een doorslag gevonden van de bedankbrief die het Comité National de Secours et d’Alimentation op 12 december 1914 heeft geschreven, in reactie op de ontvangst van de hulpgoederen, schenking van de Rockefeller Foundation, aan boord van het schip de ‘Massapequa’.

Interessant om een versierde meelzak te aanschouwen die met een van deze eerste zendingen in België zal zijn aangekomen.
De bedrukte tekst op de meelzak van de Rockefeller Foundation luidt:

“American Consul
The Rockefeller Foundation
Belgium Relief
War Relief Donation
Flour
49 Lbs. Net”

Hoewel grauw van kleur is de versiering een sterk staaltje van textielvaardigheid. Het doek is in negen stukken verdeeld, die met fraai kant aan elkaar zijn gezet. Het middenstuk draagt de tekst, in blauw gedrukte letters, daaromheen acht stroken, voorzien van geborduurde vlaggen en de jaartallen 1914 en 1915.

Amerikaanse vlag met restlijnen van het borduurpatroon

Bijzonderheid is de resttekening van het patroon van het borduurwerk van de vlaggen. De borduurster heeft in afwijking van het getekende patroon, de vlag in een andere richting geborduurd. Zo zien we, zowel aan voor -als achterzijde, blauwe restlijnen op het doek.

Vlaamse vlaggen met restlijntjes van borduurpatroon (voorzijde en achterzijde)

 

 

 

 

 

 

 

3) WADENA, Canada (in tentoonstelling)

Ook Canada verleende op grote schaal hulp aan België. Canada maakte onderdeel uit van het Britse Rijk, zodat de oorlogsverklaring aan Duitsland door Engeland in 1914 ook Canada in oorlog bracht met de Duitsers. Toch is de Canadese hulpverlening geen onderwerp van discussie geweest. Na de eerste maanden van de oorlog zijn de hulpacties van lieverlee ingekaderd binnen de organisatie van de door Amerikanen geleide Commission for Relief in Belgium. De Belgische bevolking maakte het onderscheid niet tussen Canada en de Verenigde Staten, de mensen vereerden ‘de Amerikanen’ als hun redders in nood.

Versierde meelzak ‘Wadena’, Saskatchewan, Canada. Coll. WHI, inv nr 4510209, foto: coll. auteur

De speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’ toont een Canadese meelzak uit de plaats Wadena in de provincie Saskatchewan.

In vele kleuren geborduurde tekst, coll. WHI

De Franse tekst luidt:
‘Au Peuple Belge l’Offrande des Citoyens et des Cultivateurs
de la Ville de Wadena Saskatchewan Canada’
(Vertaling: ‘Aan het Belgische volk het geschenk van burgers en graantelers van de stad Wadena Saskatchewan Canada’).

De naam van de meelfabriek en een logo of merknaam van het meel ontbreken op de zak. De bedrukking is een boodschap van burgers en graantelers.

Wadena, toen een gehucht, is tegenwoordig een plaats in de provincie Saskatchewan met 1300 inwoners, even groot -of klein- om een referentie te geven, als het dorp Stad aan ‘t Haringvliet op Goeree-Overflakkee, mijn geboorte-eiland.

Wadena vormde zich in de prairie, een agrarisch gebied, in de begin jaren 1900 en dankt zijn bestaan aan de ligging op een kruising van twee wegen en de aanleg van een spoorlijn. Het woord ‘stad’ is voor deze plaats, zeker in 1914, een eufemisme, maar ook ‘Stad aan ‘t Haringvliet’ voert al jaren trots deze naam…

De geschiedenis van Wadena verhaalt niet over het bestaan van een meelfabriek en de voertaal in dit gebied zal Engels zijn geweest, dus lijkt het aannemelijk dat de bevolking van Wadena in het najaar van 1914 geld heeft ingezameld, verstuurd naar het centrale hulpcomité van de provincie of naar het centrale comité in Montréal en dat door deze de meelzak is bedrukt met de pakkende, Franse tekst. Eenmaal in België en geleegd zal de meelzak vele uren borduurwerk hebben opgeleverd voor wellicht Waalse borduursters, nadat de werkvoorbereider met kennis van (Canadese!) zaken een nauwkeurige lay-out van het patroon en de kleurkeuze van de garens had gemaakt.

Het Canadese Rode Vaandel

Om iets te noemen: De vlag van Canada was officieel de Britse, maar om zich als Canada te onderscheiden was in gebruik het ‘Canadese Rode Vaandel’. Het was een vaandel met in de linkerbovenhoek de Britse vlag op een rode ondergrond, waarin het Canadese wapen stond afgebeeld.

Letters ‘WADENA’ , geborduurd in rood met Britse vlag, coll. WHI

Het borduurwerk volgt de opmaak van het Rode Vaandel mét de Britse vlag in de linkerbovenhoek in ieder van de zes letters ‘Wadena’.

De meelzak, op de keper beschouwd:

‘Au Peuple Belge’ Geborduurd in de kleuren van de Belgische vlag, zwart, geel, rood
‘L’Offrande’ ‘Kleuren van de Amerikaanse vlag’: van boven blauw, daaronder gemengd rood wit
‘Des Citoyens et’ Van boven naar beneden blauw wit rood
‘Des Cultivateurs’ Lichtgroen wit rood, met het groen als hommage aan de graantelers
‘De la Ville’  in rood blauw wit
De letters ‘WADENA’ Geborduurd conform het Canadese Rode Vaandel
‘Saskatchewan’ Van boven naar beneden wit blauw rood
Het streepje Rood-groen
‘Canada’ In de kleur wit met rode dot midden in ieder van de zes letters (een voorbode van de kleuren van de huidige Canadese vlag).

De ‘Wadena meelzak’ is geen toevalstreffer, er is nog een voorbeeld van in een andere (Belgische) collectie, die getoond is tijdens een tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum in Ieper.[2] 

We zien hier dat de tekst gedrukt is in blauwe letters.

‘Wadena’ Meelzak met originele bedrukking, getoond in Ieper, 2013. Particuliere coll. UK. Foto: IFFM

Ook deze meelzak is versierd, namelijk beschilderd en geborduurd.
De zak is opengewerkt en heeft aan de binnenzijde een versiering, een zicht op Brussel getekend in een rond frame. De tekening is gesigneerd met ‘Bruxelles 1916’.

Beschilderde meelzak met geborduurde tekst, getoond in Ieper, 2013. Particuliere coll. UK. Foto: IFFM

Grappig genoeg hebben de Vlaamse kunstenaar en borduurster op deze Frans-Canadese meelzak een versiering aangebracht in Engelse tekst met verwijzing naar Amerika:
‘America’s ships come over the sea, Ye Flemish bells ring out with glee’ (‘Amerika’s schepen komen over de zee, Yoho Vlaamse bellen rinkelen met blijdschap‘)

Tot zover mijn indrukken uit Brussel. Later verder!

 

[1]De officiële opdracht luidt:
“Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis is een federale wetenschappelijke instelling (FWI) van tweede categorie en een staatsdienst met afzonderlijk beheer (SAB). Het bevordert de kennis van de militaire geschiedenis en de geschiedenis van de conflicten, in vredestijd én in oorlogstijd, aan de hand van het unieke en rijke militaire patrimonium dat het met zijn verschillende sites beheert.
Dat erfgoed is roerend, onroerend en immaterieel. Met het oog op een langdurige conservatie worden de verzamelingen op professionele en wetenschappelijke wijze beheerd, gevrijwaard, bestudeerd, geïnterpreteerd en uitgebreid.”

[2]‘Remembering Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium’, In Flanders Fields Museum, Ieper, 16 maart – 20 mei 2013.