‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Archives (HIA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Het is mijn indruk dat ruim 400 versierde meelzakken van WO I onderdeel waren van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken in de archieven van de CRB rond 1962 zal zijn opgesplitst in twee delen: een kwart bleef bij HIA in Californië en driekwart kwam in beheer van HHPL in Iowa. Daarmee is in West Branch de grootste collectie versierde meelzakken ter wereld gevestigd. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er nog niet geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus.

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Ook andere ontwerpers gebruikten de haan in hun werk in de periode ’14-18, bijvoorbeeld dit ontwerp in naaldkant.

Het ontwerp van een haan in naaldkant. Foto: E. McMillan

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking A.B.C.

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking ‘A.B.C.’ Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette

De originele bedrukking, de letters ‘A.B.C.’ in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, 31 januari 1915

Een tweede optie is daarom de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Belgian relief Committee’. Het dagblad The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, gaf deze vermelding op 31 januari 1915: de Oregon Belgian relief committee en haar adviesraad waren klaar met hun werk, zij hadden verslag uitgebracht van hun werkzaamheden aan de gouverneur van de staat Oregon. Nadien ontvingen ze toch nog giften en zouden die doorsturen aan wat zij noemden de ‘American Belgian relief committee’ (‘A.B.C’?) in New York.

Advertentie van de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri, in hun logo voeren zij de letters A.B.C. Bron: Northwestern Miller, 13 januari 1915; foto E. McMillan

Optie drie is mij aangereikt door Evelyn McMillan: de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri voerdde ‘A.B.C.’ in hun logo, de afkorting van de bedrijfsnaam in advertenties in de Northwestern Miller tussen 1910 en 1915. Dit logo kan echter niet voldoende verklaring zijn voor de prints ‘A.B.C.’ op meelzakken van andere maalderijen, die niet in St. Louis, MO. waren gevestigd.

Aanvulling 6 juni 2021: ‘Effen katoenen zakken met de letters A B C’
Het raadsel van de letters ‘ABC’ is gedeeltelijk opgelost. Het is een instructie geweest van het CRB-kantoor in New York. Dit blijkt uit het volgende krantenbericht van Ohio, waar de locale Belgian Relief commissie in Greenville het meel moest overpakken in effen katoenen zakken bedrukt met de letters A B C:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Maar, helaas, de betekenis van de drie letters is onbekend!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Familie Van Engelen

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van meelzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met de hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Josephine Bates-White hijst de vlag in top. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.
Josephine Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de Commission for Relief in Belgium (CRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the CRB. Foto: The History of the Woman’s Section , 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met CRB vertegenwoordiger Tracey Kittredge.  Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ meelzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898 – Embourg 31.10.1975) was 17 jaar in 1915 en woonde in Hasselt. Zij werkte aan een meelzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De meelzak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een meelzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de meelzak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.
Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een meelzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

– Een meelzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door een onbekende borduurster (Madame Jean Noots?). Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

De bewerkster van de meelzak heeft de randen afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.

 

 

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde meelzakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-meelzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-meelzakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven meelzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde meelzak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de drie Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp en Gabriëlle Tournier.
Bijzondere dank aan
Michaël Closquet uit Rocourt; hij bezorgde de overlijdensdata van Angèle Veltkamp en haar echtgenoot Maurice Schuermans.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’*)

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Vervolg
Voor het vervolg zie het blog:
Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)
*) Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

Voetnoten:
[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993

Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een ‘detour’ via West-Branch, Iowa. Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.

‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’. Tegen de muur hangen enkele geleegde meelzakken. Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.
Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.

Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.

Whitlock-collectie
Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me de foto’s toe.[1]

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner

The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whtilock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”

 

 

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase.

There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. 
The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).

Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM

The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”

 

Op de meelzakken is geen bedrukking van origine met verwijzing naar maalderijen of hulporganisaties  te zien. De presentatie, afmetingen en dubbele stof van de objecten lijken te bevestigen dat dit geborduurde meelzakken zijn. ‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een meelzak op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.

‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche.
Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.

 

Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM

Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.

Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM

Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente Overijssche op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

 

‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’,  1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).

Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM

Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant.
Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Marie Brankaer (geboren in Maleizen 22.01.1898) was de dochter van beenhouwer Jan Baptiste Brankaer en Maria Lamal. Zij woonden Steenweg Terhulpen 35. Maria was 17 jaar toen zij de meelzak borduurde. Zij borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee meelzakken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht  aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselcomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.

Het lokale Hulp- en Voedingscomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met twee versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
Comiteit Overijssche, 1915. Twee versierde meelzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Coll. onbekend. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux

De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale comiteit met twee versierde meelzakken. Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad is gelijk aan het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.

Door wie en waar de meelzakken in Overijse zijn geborduurd is tot heden niet bekend. Misschien kan de naam van de borduurster ‘Mlle. Marie Brankaer uit Malaise-sous-Overijssche’ (Maleizen-Overijssche) leiden naar verdere informatie.

Foto’s van Louis Rigaux [3]

Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Voedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Wachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Leden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit opgesteld voor een wand vol geleegde meelzakken met merknamen van Amerikaanse maalderijen en hulporganisaties. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux

Piet Van San maakte me attent op nog twee versierde meelzakken: “We kennen in Overijse nog twee kunstig bewerkte meelzakken (1915) – van uitzonderlijke kwaliteit. Eentje wordt bewaard in de familie van mijn echtgenote, een ander exemplaar in het archief van de heemkundekring waar ik bestuurder van ben.” Zodra ik scans van foto’s van deze meelzakken heb, zal ik ze bij dit blog plaatsen.

Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg een avontuurlijke zakkenreis van Urbana naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen.

Toevoeging 8 november 2020:
Op zakkenreis maakte ik een kleine detour via West-Branch, Iowa. Het Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) blijkt een ‘Overijssche-Maleizen’ (‘Malaise-sous-Overijssche’) meelzak in de collectie te hebben. Een versierde meelzak van het dorp waar borduurster Marie Brankaer woonde!

Versierde meelzak ‘Overijssche-Maleizen’, geborduurd en beschilderd, 1915. Coll. HHPLM nr. 62.4.385

‘Der Belgen Dank’, ‘Liefderijk Amerika‘ staat als tekst geschilderd op de zak. De ranken bloemen en graanhalmen zijn vergelijkbaar met de andere Overijssche zakken. Ook hier is de bovenrand afgewerkt met open naaiwerk.

 

Mijn grote dank gaat uit naar
– Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum;
– Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse;
– Hubert Bovens voor de opzoeking van biografische gegevens van borduurster Marie Brankaer

[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. In ieder geval zeven stuks. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s van deze zeven meelzakken gemaakt en toegestuurd. Zie ook het blog: Ohio: Helping the Belgians

[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.

[3] In het boek van Diane De Keyzer ‘Nieuwe meesters, magere tijden. Eten en drinken tijdens de Eerste Wereldoorlog‘ staan 14 foto’s afgedrukt, gemaakt door Louis Rigaux. Zij citeert op p. 244 uit de verslagen van de vergaderingen van het komiteit van Overijssche, geschreven door de secretaris, notaris Goedhuys: ‘Comité d’alimentation – Procès-verbaux des séances 11.01.1915 – 10.01.1916.’

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Brussel 18.07. 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerdt, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken. Douhaerdt woonde en werkte in Ukkel van 1908 tot 1919.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet. Douhaerdt had een uitmuntend vakmanschap in de lithografie; hij werkte twintig jaar als directeur voor de ‘Cercle d’Etudes lithographiques’ en de ‘Ecole de lithographie’, onderdeel van de Institut des Arts et des Métiers in Brussel. *)

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over
* de biografische gegevens van de kunstenaars;
* de licentiaatsverhandeling van Vincent Gabriëls over Arthur Douhaerdt.

*) Gabriëls, Vincent, Arthur Douhaerdt (1871 – 1954) en de lithografie in België. Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, licentiaatsverhandeling, 1990

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

Belgische collecties in cijfers

Twee jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.
In het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontdekte ik het bestaan van de zakken. TRC heeft één in België geborduurde, Canadese meelzak in de collectie, hen geschonken door de verzamelaar Pepin van Roojen. Waarschijnlijk kocht hij het borduurwerk eens op een antiekmarkt of vintagekledingwinkel in Colorado of Texas in de VS.

“Waar zou ik in België geborduurde meelzakken kunnen bekijken?”, was mijn vraag. “Zouden musea en openbare collecties de zakken bewaren en tentoonstellen?”
Met deze vraag stuurde ik e-mails rond op basis van gegevens van internet en ontving enkele positieve reacties. De informatie groeide en groeide. Uiteindelijk leidde het tot het samenstellen van een lijst met musea en cultuur-historische instanties met collecties versierde meelzakken, die ik publiceerde onder ‘Musea’.
Ook ontving ik gegevens van particuliere verzamelaars.

Bij het schrijven van het blog ‘Vlaamse Topstukken, cultureel erfgoed’ viel me op dat de samenstellers van de Topstukkenlijst in 2016 enkele versierde meelzakken toevoegden aan de lijst met de motivering: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’ Het woord ‘weinig’ intrigeerde me.
Wat me vervolgens intrigeerde was het opnemen in de Vlaamse Topstukkenlijst van meelzakken, enerzijds in publiek bezit (in 2014), anderzijds in privébezit (in 2016).
Nieuwe vragen doemden op: ”Hoeveel zakken zijn er dan? Zou het relevant zijn om het onderscheid te maken in publieke en particuliere collecties?”
De stimulans tot verder onderzoek was geboren.

Dankzij de medewerking van velen die mij informatie verstrekten, heb ik gegevens over de huidige Belgische collecties versierde meelzakken in WO I kunnen samenbrengen. Inmiddels heb ik negen publieke collecties en twee privécollecties persoonlijk en ter plaatse kunnen bestuderen. Zo zijn ruim 170 meelzakken door mijn handen gegaan.
In dit blog presenteer ik de kerncijfers van mijn huidige onderzoeksresultaten.

Register van Meelzakken WO I
De verwerking van de gegevens van de meelzakken vroeg om een methodiek. Om tot optelling en vergelijking van meelzakken en collecties te komen was een spreadsheet nodig. De zakken waren in oorsprong transportverpakkingen, daarom heb ik de indeling van het spreadsheet logistiek bepaald: plaats van origine, vervoer per schip, plaats van ontvangst en leging, plaats van bewerking en plaats van huidige bewaring.

Zo heb ik een ‘Register van Meelzakken WO I’ gevuld met de gegevens van de meelzakken die mij tot nu toe bekend zijn.[1]
Het Register biedt de mogelijkheid om te filteren. De cijfers van de Belgische collecties kan ik eruit lichten: ik tel op dit moment 14 publieke en 13 privécollecties. Het aantal meelzakken in deze collecties is 235.

Belgische publieke en privécollecties
De veertien publieke en dertien privécollecties bevatten gezamenlijk 235 meelzakken, waarvan 65% (152 zakken) in de publieke en 35% (83 zakken) in de privécollecties.

Enkele particuliere verzamelaars staan ervoor open om hun bezit in bruikleen te geven voor tentoonstellingen, waardoor er de afgelopen jaren heel wat meelzakken voor het publiek te zien zijn geweest. De meelzakken in Bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem en het Erfgoedhuis Nazareth zijn in langdurige bruikleen gegeven uit de collectie van Frankie van Rossem.

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Het onderscheid tussen onbewerkte en bewerkte meelzakken voor verzamelingen meelzakken in WO I is een essentieel kenmerk. In mijn blog ‘Rosabel in het War Heritage Institute’ heb ik dit uitgewerkt.

Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren, katoenen zakken met originele bedrukking van letters, logo’s, beeldmerken en stempels.
Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

Van de 235 meelzakken in Belgische collecties zijn er 102 onbewerkt en 133 bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 90% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 10% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Van de onbewerkte meelzakken in de publieke collecties bevindt zich 90% in musea in het Jubelpark in Brussel. KMKG/MRAH bewaart een collectie van voornamelijk onbewerkte meelzakken, misschien al tijdens de bezettingsjaren 1914-18 samengesteld door mevrouw Isabella Errera.
Het Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie, waarvan sommige door de tand des tijds zijn aangetast, maar evengoed interessante informatie opleveren.

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 45% in publiek bezit en 55% in privébezit.
Volgens mijn huidige gegevens bevatten de particuliere verzamelingen dus méér bewerkte meelzakken dan de museale collecties. Vanuit dit oogpunt is het betekenisvol dat de Vlaamse lijst van Topstukken meelzakken, zowel uit een publieke als een privécollectie, vermeldt.

Hardop denkend over deze cijfers lijkt een verklaring voor de hand te liggen. Een aantal particulieren heeft door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaart deze als familie-erfgoed. Andere verzamelaars zijn al jaren actief met het bezoeken van markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze een verzameling opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan publieke instellingen vindt druppelsgewijs plaats.

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.
In absolute aantallen is de verdeling:

In publieke collecties is 20% van de meelzakken beschilderd en 90% geborduurd.
In privécollecties is 40% van de meelzakken beschilderd en 60% geborduurd.
De 21 beschilderde meelzakken in de verzameling van Gerard Hollaert vormen hiervan de hoofdmoot.

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. is weggeknipt. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die in publieke collecties abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. Zie het blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent’. De zakken zijn lokaal gemaakt tijdens WO I, als verpakking van hulpgoederen voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.
In absolute aantallen is de verdeling:

80% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, ruim 10% is afkomstig uit Canada en van 5% is de herkomst onbekend.

De top van de stapel is zichtbaar
De presentatie van kerncijfers toont aan dat het onderzoek geleid heeft tot antwoorden op mijn vragen. Met elkaar werkend zijn honderden meelzakken tevoorschijn gekomen in België. De duiding ‘weinig’ van de Topstukkenlijst heeft cijfermatige invulling gekregen. Mede dankzij de bescherming van versierde bloemzakken als Vlaams Topstuk is extra aandacht gevestigd op het unieke cultureel erfgoed.
Toch lijkt mij toe dat het karwei nog zeker niet is geklaard. In een aantal Belgische steden en provincies zijn geen collecties versierde meelzakken geregistreerd waar ik ze wel zou verwachten. Op plaatsen waar ze wel zijn geregistreerd duiken nieuwe vondsten in collecties op.

Ik trek als conclusie dat de top van de stapels meelzakken van WO I in Belgische collecties zichtbaar is gemaakt.

[1] Met deskundig advies en werk van een jong team van dataverwerkers is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen. Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats.

“Fröbelen” with a Mons’ diptych

In Mons in the Belgian province of Hainaut, the Mons Memorial Museum (MMM) has a collection of nine decorated WWI flour sacks. The curator, Corentin Rousman, sent me the photo of a special diptych of decorated flour sacks in the museum’s depot.

Diptych of decorated flour sacks: “Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon” and “Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho” at the Mons Memorial Museum. Collection MMM

The decorated flour sacks in the Mons’ diptych are:
Left: “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”;
Right: “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.

The diptych was due for restoration and according to information from the museum (autumn 2019) it would be restored in the restoration studio of TAMAT in Tournai.

View of St. Johns across the Willamette River. The Jobes Milling Co. is the lighter building on the left front of the river. Photo: Pdx.History.com website

The left panel of the Mons’ diptych: “Portland, The Jobes Milling Co.” 

Diptych, left panel. Decorated flour sack “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”, embroidered. Coll. MMM

The flour sack from St. Johns, a place located next to the port city of Portland, Oregon, bears a powerful image of a steamship surrounded by knotted ship rope. The printing is carefully embroidered. The patriotic element in the embroidery is the color combination red, yellow, black.

Grain Vessels from all parts of the world in Portland Harbor, circa 1910. Photo: City of Portland Archives Image 002.2042 from George Kramer’s report, p. 15

Portland was known as an important port in the western US, from where grain was shipped to destinations around the world. The Panama Canal, which opened in August 1914, shortened the distance to Europe by 8,000 nautical miles. The history of the significance of grain for this port city is described in the report ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ by George Kramer,  April 2019.

The “The Jobes Milling Co.” mill in St. Johns, Portland, Ore. Photo: Pdx.History.com website

The Jobes Milling Co. was founded in 1904 by William Van Zant Jobes, he died in 1907, after which two sons continued the company. Allan R. Jobes was the owner in the period 1914-1918, he must have been the one to have contributed to food aid for Belgium. The mill’s building was demolished in 1930.

Jersey Street in St. Johns, early 1900. Photo: website Pdx.History.com

The right panel of the Mons’ diptych: “Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County”

Diptych panel on the right. Decorated flour sack “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.”, embroidered. Coll. MMM

Shoshone County, located in Wallace, was the governing body of the mining district “Coeur d” Alene” in the state of Idaho. The area had a modest start as a goldmining district in the early 1880s. However, it was not long before the enormous potential of silver mines was discovered; the district quickly developed into “Silver Valley”.

Miners of the silver mine in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Photo: Idaho Mines, website miningartifacts.org

In 1914, a collection effort for Belgian Relief took place, after which flour in sacks with this printing was sent to Belgium.

Crowned Belgian lion in cross stitches embroidered on the flour sack “Coeur d’Alene Mining District”. Coll. MMM

The crowned Belgian lion in cross stitches
The flour sack “Coeur d’Alene” has its lettered print emphasized by decorative embroidery. The embroiderer has added two designs of her own: the year 1917 decorated with ribbon and the patriotic addition of the Belgian lion.

The Belgian lion wears a golden yellow crown, the embroidery is executed in cross stitches. This is remarkable and refers to a young embroiderer who made the embroidery at school.

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered: “Thanks Anderlecht Brussels”. Coll. HHPLM

Similar crowned Belgian lions in cross stitches are found on embroidered flour sacks in other collections with reference to embroiderers and schools. Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, drew my attention to this phenomenon.

Three fine examples of embroidered flour sacks in their collection are:

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered: “Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15”. Coll. HHPLM. Photo: A. Bollaert

American Commission” with the embroidery “Thanks Anderlecht Brussel“;

“American Commission” with the embroidery “Hommage et remerciements d’Anderlecht” with a coat of arms bearing the years 14-15, flanked by two Belgian lions [1];

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered with Belgian coat of arms. Signature S. Dufour. Coll. HHPLM

American Commission” with the embroidery of the Belgian coat of arms, black with yellow, crowned Belgian lion, signed “S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Brussels”.

 

 

“Froebel”
A private collection in Belgium contains the cardboard embroidery book of “Maria Louis”, she was a student at the Ecole Normale de la Ville de Liège in the ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.

Cross stitched embroidery on cardboard in the album of Maria Louis, “Cours normal Fröbel”, second year, teacher training for pre-school education in Liège, 1920

Apparently one of the exercises in the book was a cross stitched pattern of the Belgian lion. Thanks to Frieda Sorber, former curator of MoMu-Fashion Museum Antwerp, who sent me the photo. She saw this educational embroidery on cardboard in an album, created during the teacher training for pre-school education in Liège, 1920.

Cours normal Fröbel” was a title that required further investigation. Until now, I only knew the Dutch expression “fröbelen” or “froebelen” as a verb in the sense of “non-committal work, taking part in silliness“. I have considered my interest and working on “sacks”, especially in the early days, as a passion in “froebelen“, in this somewhat derogatory meaning.

Friedrich Froebel. Photo: Friedrich-Froebel-Museum website

But here’s what the Liège embroidery in the cardboard book has taught me: Friedrich Froebel (1782-1853) was a German pedagogue of Romanticism, famous as a nursery teacher, theoretician behind “playful learning” [2]. Parents and educators were extremely enthusiastic about the braiding, folding, modeling, cutting, singing and weaving. In 1925, for example, the city of Amsterdam already had fifteen Froebel schools!

Playful learning. “Fröbelen” with a Mons diptych. Again, this blog was created in the spirit of Friedrich Froebel!

 

[1] The decorated flour sacks from Anderlecht, Brussels, come from the ‘Ecole Libre des Sœurs de Notre Dame Anderlecht’, still an educational institute.

[2] According to Bakker, Noordman et al., “Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000. (Five centuries of parenting in the Netherlands. Idea and practice 1500-2000)“. Assen, Van Gorcum, 2010.
See also “Fröbelen“, meaning and definition (in Dutch) by Ewoud Sanders, language historian and journalist.

The Friedrich-Froebel-Museum is located in Bad Blankenburg, Germany.

 

“Sacks are full of memories. Every sack cherishes a precious and fragile story.”

 

Fröbelen met een Bergen’s tweeluik

In Bergen (Mons) heeft het Mons Memorial Museum (MMM) een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator, Corentin Rousman, zond me de foto van een bijzonder tweeluik van een versierde meelzak in het depot van het museum.

Tweeluik van versierde meelzak: ‘Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon’ (‘recto’) en ‘Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho’ (‘verso’) in het Mons Memorial Museum. Collectie MMM

De oorspronkelijke meelzak*) is op de naden losgetornd en opengevouwen, zodat het bewerkt kon worden tot een tweeluik:
Links:  ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’ (‘recto’)
Rechts: ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’. (‘verso’)

Het tweeluik was aan restauratie toe en volgens informatie van het museum (najaar 2019) zou het hersteld worden in het restauratie-atelier van TAMAT in Doornik (Tournai).

Zicht op St. Johns over de Willamette River. The Jobes Milling Co. is het lichte gebouw linksvoor aan de rivier. Foto: website Pdx.History.com

Het linkerpaneel van het Bergen’s tweeluik: ‘Portland’, The Jobes Milling Co.

Tweeluik, linker paneel. Versierde meelzak ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co.,/Coeur d’ Alene, Shoshoune County; geborduurd. Coll. MMM

Op de meelzak uit St. Johns, een plaats gelegen naast de havenstad Portland in de staat Oregon staat een krachtig beeldmerk van een stoomschip omringd met geknoopt scheepstouw. De bedrukking is nauwkeurig overgeborduurd. In het borduurwerk is het patriottisch element, de kleurencombinatie rood, geel, zwart.

Graanschepen van alle delen van de wereld in de haven van Portland, rond 1910. Foto: City of Portland Archives Image 002.2042 uit rapport George Kramer, p.15

Portland stond bekend als een belangrijke haven in het westen van de VS, waaruit graan werd vervoerd naar bestemmingen over de hele wereld. Het Panamakanaal, dat in augustus 1914 was geopend, bekortte de afstand naar Europa met 8000 zeemijlen. De historie van de betekenis van graan voor deze havenstad staat beschreven in het rapport ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ van George Kramer, april 2019.

De maalderij ‘The Jobes Milling Co.’ in St.Johns, Portland, Ore. Foto: website Pdx.History.com

The Jobes Milling Co. was in 1904 door William Van Zant Jobes opgericht, hij overleed in 1907, waarna twee zoons het bedrijf voortzetten. In de periode 1914-1918 was Allan R. Jobes de eigenaar, hij zal hebben bijgedragen aan de voedselhulp voor België. In 1930 is het gebouw van de maalderij gesloopt.

Jersey Street in St. Johns, begin 1900. Foto: website Pdx.History.com

Het rechterpaneel van het Bergen’s tweeluik: Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County

Tweeluik paneel rechts. Versierde meelzak ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co.,/Coeur d’ Alene, Shoshoune County’; geborduurd. Coll. MMM

Shoshone County, gevestigd in de plaats Wallace, was het bestuursorgaan van het mijndistrict ‘Coeur d’ Alene’, in de staat Idaho. Het gebied kende begin 1880 een bescheiden start als gouddistrict. Het duurde echter niet lang of het enorme potentieel van zilvermijnen werd ontdekt en het district ontwikkelde zich snel tot ‘Silver Valley’.

Mijnwerkers van de zilvermijn in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Foto: Idaho Mines, website miningartifacts.org

In 1914 zal een geldinzameling hebben plaatsgevonden voor Belgian Relief, met welk geld in Portland bij St. Job’s Milling Co. meel is gekocht, die het heeft verpakt in zakken met een extra bedrukking, waarna de lading naar België is verscheept.

Gekroonde Belgische leeuw in kruissteken geborduurd op de meelzak ‘Coeur d’Alene Mining District’. Collectie MMM

De gekroonde Belgische leeuw
Op de zijde ‘Coeur d’Alene’ is de print van de letters met sierborduurwerk benadrukt. De borduurster heeft twee eigen ontwerpen toegevoegd: het jaartal 1917 in kader met lint versierd én de patriottische toevoeging van de Belgische leeuw.

De Belgische leeuw draagt een goudgele kroon, het geheel is in kruissteek uitgevoerd. Dat is opmerkelijk en verwijst naar een jonge borduurster die op school het borduurwerk zal hebben gemaakt.

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Thanks Anderlecht Brussel’. Coll. HHPLM

Gelijksoortige gekroonde Belgische leeuwen in kruissteken komen namelijk voor op geborduurde meelzakken in andere collecties met verwijzing naar borduursters en scholen.

Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, maakte me hierop attent.
Drie fraaie voorbeelden van geborduurde meelzakken in hun collectie zijn:

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15′. Coll. HHPLM. Foto: A. Bollaert

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Thanks Anderlecht Brussel’;

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Hommage et remerciements d’Anderlecht’ met een wapenschild voorzien van de jaartallen 14-15, geflankeerd door twee Belgische leeuwen[1];

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd met Belgisch wapen. Signering S. Dufour. Coll. HHPLM

‘American Commission’ met het borduurwerk van het wapen van België, zwart met gele, gekroonde, Belgische leeuw, gesigneerd S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Bruxelles.

 

 

Fröbelen
In een particuliere collectie in België bevindt zich het kartonnen borduurboek van ‘Maria Louis’, zij volgde onderwijs op de Ecole Normale de la Ville de Liège in de ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.

Borduurwerk op karton in het album van Maria Louis, ‘Cours normal Fröbel’, tweede jaar, lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920

Een van de oefeningen in het boek was klaarblijkelijk een in kruissteken geborduurde, Belgische leeuw. Dank aan Frieda Sorber, oud-conservator van MoMu Antwerpen, die me de foto toestuurde. Zij zag dit leerzame borduurwerk op karton in een album, gemaakt in de lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920.

‘Cours normal Fröbel’ was een benaming die om nader onderzoek vroeg. Ik kende het begrip  ‘fröbelen’ of ‘froebelen’ tot op heden alleen als werkwoord in de betekenis van ‘vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden‘. Mijn interesse en werken aan ‘zakken’ heb ik, zeker in de begintijd, beschouwd als passie in ‘fröbelen’, in deze wat besmuikte betekenis.

Friedrich Fröbel. Foto: website Friedrich-Froebel-Museum

Maar ziehier wat het Luikse borduurwerk in het boek van karton mij leert: Friedrich Fröbel (1782-1853) was een Duits pedagoog van de Romantiek, beroemd geworden als kleuterpedagoog, theoreticus achter het spelend leren. [2] Ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. In 1925 telde de stad Amsterdam bijvoorbeeld al vijftien Fröbelinrichtingen!

Spelend leren. Fröbelen met een Bergen’s tweeluik. Ook dit blog kwam wederom tot stand in de geest van Friedrich Fröbel!

 

*) Een identieke, onbewerkte meelzak bevindt zich in de collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik

[1] De versierde meelzakken uit Anderlecht, Brussel, zijn afkomstig van de ‘Ecole Libre des Sœurs de Notre Dame Anderlecht’, een instituut dat nog altijd onderwijs verzorgt.

[2] Volgens Bakker, Noordman e.a., ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000’. Assen, Van Gorcum, 2010.
Zie ook ‘Fröbelen’, betekenis en definitie door Ewoud Sanders, taalhistoricus en journalist.
Het Friedrich-Fröbel-Museum is gevestigd in Bad Blankenburg, Duitsland.

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

Belgische borduursters in Bergen

Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.

Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.

Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.

Dit boek bevat de foto op p. 109

De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!

‘Mallette du Prisonnier’
In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.

De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940

Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]

Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.

De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’

Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’
(Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).

Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)

Borduurwerk

Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.

Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’

De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.

De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.

Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken
Begin 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.

Le Quotidien, 8 januari 1916

‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]

Geborduurde meelzakken The Gwinn Milling Company Columbus Ohio, 1916 en Mohns-Frese Milling Co., San Francisco, Ca. Coll. Mons Memorial Museum; foto: D. Dendooven

Mons Memorial Museum
In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.

Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum

Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!

 

Mijn grote dank aan Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s van de borduursters; Dominiek Dendooven stuurde mij enkele foto’s van de meelzakken in de collectie van Mons Memorial Museum.

[1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916

[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
– Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
– Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM
– American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG
– Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
– Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM
– Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG
– Contributed by the People of Indiana: WHI

[3] Le Quotidien, 8 januari 1916