De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917. Foto: Frederick H. Chatfield papers, HILA

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Comiteit van Rummen 1917. Foto: Limes Gatia, Geetbets

Reconnaissance
Citaat uit een brief vanuit Rummen in 1915: ‘In ieder dorp is een comiteit opgericht door Amerika, en ieder die geen meel heeft kan een gedeelte kilos krijgen. Er komt maïs voor de hennen, lijnmeel, haring, soep, boonen, rijst, erwten, bloem (maar niet veel), geen spek, dat is duur!’ ****)

Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

Dank aan Canada

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

 

Melk voor de kinderen in Geetbets: ‘Gazette de lait …des enfants, Geet-Betz 1917’. Foto: Limes Gatia, Geetbets

 

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek ook het door de CRB ingevoerde (tarwe)graan.
De buitenlandse tarwe arriveerde in bulk in de maalderij, die het tot meel maalde. Vandaar ging het meel naar de bakkerijen in lokale zakken.
Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de bloemzakken. [1]
Usines De Stordeur in Leuven was het centrale magazijn van de lege zakken, die terugkwamen van de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retour-zakken was een tijdrovende, maar voorname taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Mogelijk zijn de zakken gevuld met korrels graan in België geraakt via de buitenlandse voedselhulp, waarna het graan in de maalderij van De Stordeur tot meel is gemalen, dan wel zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor tarwemeel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een bloemzak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.
– Guy Leus, Limes Gatia, de genealogische geschiedkundige kring van Geetbets, voor zijn informatie en foto’s van de voedselhulp in Geetbets, Grazen en Rummen.

*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938 (Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com)).
Guy Leus, Limes Gatia, gaf commentaar op de geborduurde wapenschilden van Geet-Betz en Graesen: “Merkwaardig, het wapenschild van Geetbets is niet juist en Grazen had zelfs geen wapenschild.“(!)

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

****) Leus, Guy, Geetbets 1914-1918, een vlam in de grote wereldbrand, Limes Gatia, 2015

[1] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

Een opmerkelijke serie van 30 versierde bloemzakken, bewerkt door leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel, is bewaard gebleven in Amerika. De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart 29 exemplaren en de Hoover Institution Library-Archives, Stanford University, Californië, bewaart een exemplaar.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Briefhoofd van ‘The Commission for Relief in Belgium’ in december 1914. Coll. Rijksarchief, Brussel; foto: auteur

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie in Londen gewijzigd in ‘The Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’. Het CRB-kantoor te New York bleef echter de naam ‘American Commission for Relief in Belgium ‘ voeren.  De naam ‘American Commission’ is in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van een grote partij meel door een opdrachtgever  bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund (bedoeld is de CRB, AvK) kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Aanvulling 16 juli 2022: AMERICAN COMMISSION op bloemzakken
Tijdens mijn onderzoek op 26 mei 2022 in de Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., heb ik vastgesteld dat Lindon W. Bates, als Vice-Chairman van de CRB in New York, namens de CRB een order van 50.000 barrels bloem plaatste voor de prijs van vijf dollar en 5 cent per barrel via William C. Edgar, hoofdredacteur van de Northwestern Miller. De instructie voor de markering op de bloemzakken was: ’twee woorden, eenvoudigweg American Commission‘. De opdracht is gegeven per telegram op 24 november 1914.

Order van 50.000 barrels meel met markeringsinstructie AMERICAN COMMISSION. 24 november 1914. Archief: CRB records, box 256, HILA

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.

Zakken bloem met bedrukking ‘American Commission’ worden uitgeladen uit SS Hannah in de Maashaven op het Furness terrein in Rotterdam, 27 januari 1915. Collectie HILA CRB Records 22003 box 624, foto van foto: auteur

In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken. Leerlinge Jeanne Van De Kerckhof schreef in haar dagboek op 26 april 1915, dat zij iedere dag aan een bloemzak borduurde.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Negenentwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 29 bloemzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 18 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 6470128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 266 – 381 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436 – 441 – 443.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van Sint-Gillis

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens  een slinger bloemen en bladeren in een rechthoek. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

Bijdrage van Sint-Gillis’ studentes aan studie-mogelijkheden van nú
Het Consulate General of Belgium in New York deelde dit blog op social media. Het consulaat legt het verband tussen de op school voor liefdadigheid versierde meelzakken en de Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF). De BAEF verschaft beurzen aan Belgische studenten om in de VS, en aan Amerikaanse studenten om in België te studeren. Het fonds is in 1920 ontstaan uit de financiële liefdadigheidsoverschotten van de Commission for Relief in Belgium.

‘𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US’. (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Crowdfunding ‘avant la lettre’: de studenten van 1915 leverden met hun werk een bijdrage aan de studie-mogelijkheden van nú.

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

 

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

Het stripverhaal op de Idaho-meelzak in Luik

Nelly Sasserath, leerlinge van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik, beschilderde en borduurde een Idaho-meelzak en transformeerde de zak tot tafelkleedje. In dit blog vertel ik het indrukwekkende levensverhaal van Nelly en haar familie.

Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW
Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, 1915. Coll. MVW nr. 5058638

Ik zag het tafelkleedje in de collectie van Musée de la Vie Wallonne in Luik (MVW); het maakte deel uit van de schenking van de familie Welsch. Zie mijn blog ‘De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik’.
Samen met Nadine de Rassenfosse, verantwoordelijke voor het museumdepot, bewonderde ik de fijne aquareltekeningen, die in een carrousel op het katoenen doek zijn gezet.

Onbewerkte meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, 1915. Coll. MVW

De meelzak ‘Record Flour’ vindt zijn oorsprong in Rexburg, Idaho bij de maalderij Farmers Elev. & Milling Co.; vermoedelijk is deze eind april, begin mei, 1915 met de Amerikaanse voedselhulp in Luik aangekomen. Nadat de zakken met meel geleegd waren bij de bakkers, is een reeks zakken overgebracht naar de Ecole Moyenne Professionnelle.

Nelly heeft ervoor gekozen om uit de zak een vierkant te knippen met de bedrukking als centrum. In de vier hoeken schilderde ze een aquarel.
In een stripverhaal van vier schilderijtjes vertelt ze over de voedselhulp:

– In het veld: twee boeren ploegen hun akker, een boer drijft het paard op, de ander leidt de ploeg; ze zullen de akker inzaaien met graan, na de oogst gaat de tarwe naar de maalderij.

 

 

– In het veld: een vrouw staat gereed met haar ezel, de molenaar buigt zich diep voorover om een zak meel op de rug van het dier te laden;

 

 

– In de bakkerij: de ovens branden, de bakkersvrouw kneedt het deeg in een trog, de bakker -met ontbloot bovenlijf- jaagt met zijn plank drie geschrokken, zwarte muizen weg;

 

– Voor het huis: een meisje hapt in haar boterham, een ander kind krijgt een boterham door moeder aangereikt, terwijl de kat des huizes vol verwachting toekijkt!

 

 

Toen de aquarellen klaar waren, voegde Nelly het borduursel toe: ze borduurde de merknaam Record en de cirkel van het logo in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.

 

 

 

Tenslotte zette ze een kanten sierrand rondom het kleedje. Het totale formaat is 52 bij 50 cm.

 

 

 

Schilder- en tekenklas Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, februari 1915. Op deze school is met veel studenten en klassen gewerkt aan het decoreren van lege meelzakken. Foto: coll. HHPLM

Alfred Sasserath
Alfred Sasserath (ºLuik 19.05.1869 – +Wilrijk 11.04.1945) was de vader van Nelly. Hij werd geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen (Salomon (º1860), Rosalie (º1861), Charles (º1864†), Maurice (º1866) en Alfred).

La Meuse, 11 oktober 1890

Als piepjonge, hardwerkende tandarts in Luik adverteerde Alfred met regelmaat voor zijn praktijk in de krant La Meuse. Reeds op twintigjarige leeftijd begon hij daarmee, gevestigd als ‘M. Alfred Sasserath, chirurgien-dentiste, Quai d’Université 7 in Luik’. Op 11 oktober 1890 liet hij ‘zijn eerwaarde cliënten weten dat hij van vakantie is teruggekeerd en zijn praktijk heeft hervat!

La Meuse, 25 april 1891

Een paar maanden later waarschuwde hij het publiek voor misbruik van zijn naam, door mensen die zich, zonder diploma,  voordeden  als tandarts.

Les Degrés de St.-Pierre, Luik, waar Alfred Sasserath zijn tandheelkundepraktijk uitoefende. Postkaart, circa 1911; website: liege-belle-epoque.wifeo.com
La Meuse, 2 mei 1892

Op 2 mei 1892 had hij zijn praktijk gevestigd op Place Saint-Pierre no. 2 in Luik, vlak bij het Paleis.

 

‘Tandheelkunde’, La Meuse, 8 oktober 1902

In 1902 was zijn praktijk gevestigd op no. 6 en roemde La Meuse zijn tandheelkunde.

 

 

 

 

 


Betty Dürhenheimer
Betty Dührenheimer (ºNeidenstein, Duitsland 20.06.1869 – +Luik 21.11.1910) was de moeder van Nelly. Waarschijnlijk trouwden Betty en Alfred in Duitsland. Ze kregen twee dochters: ‘Nelly’ Henriette (ºLuik 08.10.1897) en ‘Lucienne’ Berthe (ºLuik 01.04.1902).

Groot was het verdriet toen moeder Betty overleed op 41-jarige leeftijd; Nelly was pas dertien jaar, Lucienne acht jaar.

La Meuse, 23 november 1910

Mevrouw Sasserath was een charmante jonge vrouw, zij was begaafd, met de beste kwaliteiten van hart en geest. Ze zal enorm worden gemist door iedereen die haar kende’. (La Meuse, 23 november 1910)

La Meuse, 16 april 1912

In april 1912 overleed Opa Dührenheimer (+Luik 14.04.1912), de vader van Betty.

 

 


Louise Van Hamberg
Alfred Sasserath hertrouwde een jaar later met Louise Van Hamberg in Antwerpen. Banden met Antwerpen waren er via Alfred’s broer ‘Maurice’ Moritz (ºLuik 25.10.1866 –  +Antwerpen 08.06.1913), hij had zich gevestigd in Antwerpen, hij was tandmeester; zijn kinderen waren dochters Yvonne (ºAntwerpen 06.02.1901 – +Auschwitz 04.09.1942) en Reine (ºAntwerpen 18.07.1903) en zoon Ernest (ºAntwerpen 10.09.1904),  dus leeftijdgenoten van Nelly en Lucienne.
Alfred’s tweede vrouw was ‘Louise’ Ludovica Charlotta Van Hamberg (ºAntwerpen 05.07.1874 – +Luik 13.07.1925). Louise was de oudste uit een gezin van zes kinderen; ze had drie zussen Charlotta (º1876), Rosalia (º1877), Marianne (º1880) en twee broers Maurice (º1879) en de nakomer, Louis (º1889). De familie Van Hamberg kwam oorspronkelijk uit Amsterdam, grootvader Mozes Van Hamberg was daar gevestigd als koopman in leer.
Het huwelijk vond plaats op 24.06.1913 in Berchem.
Verdriet was er ook: Alfred’s broer Maurice was enkele dagen eerder op 46-jarige leeftijd overleden.

Nelly was 15 jaar en zal reeds leerlinge zijn geweest op de Ecole Moyenne in Luik. Een jaar later brak de oorlog uit; op 4 augustus 1914 lag Luik midden in de vuurlinie.

‘De voedselhulp’, stripverhaal van Nelly Sasserath op Idaho-meelzak, 1915. Coll. MVW

Nelly Sasserath
De komst van Louise, haar stiefmoeder, naar Luik en de contacten met de familie Van Hamberg in Antwerpen zullen veel voor Nelly en haar zus Lucienne hebben betekend. Dit maak ik op uit de keuze van Nelly’s huwelijkspartner.

Liefdadigheidsgift van 110 francs voor oorlogsinvaliden bij het huwelijk van Nelly Sasserath en Louis Van Hamberg. La Meuse, 21 januari 1920

Ze trouwde met ‘Louis’ Benjamin Van Hamberg (ºAntwerpen 26.09.1889 – +Antwerpen 27.01.1931), de jongste broer van Louise, ruim een jaar na de Wapenstilstand; hij was oorlogsvrijwilliger geweest. Het huwelijk vond plaats op 15 januari 1920 in Luik.

Markgravelei 140, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Samen kregen ze drie kinderen: de dochters ‘Betty’ Hélène Louise (ºBerchem 20.08.1921), ‘Claudine’ Claire Nelly (ºBerchem 26.06.1923) en zoon ‘Lucien’ Alfred Isidor (ºAntwerpen 04.04.1925).
Nelly’s gezin Van Hamberg woonde op het adres Markgravelei 140, Antwerpen.

Enkele maanden na de geboorte van Lucien was er opnieuw groot verdriet in de familie: Louise, stiefmoeder van Nelly, zus van Louis en tweede vrouw van Alfred Sasserath, overleed, een week na haar 51ste verjaardag.

Lucienne Sasserath
Lucienne Sasserath volgde haar zus naar Antwerpen. Ze trouwde in 1924 in Luik met de ingenieur Alexander Stein (ºBogopole, Rusland 01.10.1892). Zij kregen twee kinderen: dochter Jeanine-Betty-Tatiana (ºAntwerpen 05.07.1925) en zoon Robert-Joseph-Alfred (ºAntwerpen 31.03.1929).
Jeanine werd dus in Antwerpen geboren op de verjaardag van haar stief-oma Louise, een week voor deze zou sterven in Luik.
Robert werd geboren een dag voordat zijn moeder jarig was en 27 werd.
Lucienne’s gezin Stein woonde in de Lange Leemstraat 297 te Antwerpen.

Nelly Van Hamberg-Sasserath

De Nieuwe Gazet, 30 januari 1931

Het noodlot sloeg wederom toe. Na een kort ziekbed overleed Nelly’s echtgenoot Louis Van Hamberg. Hij was 41 jaar en werd begraven in het familiegraf op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof. Nelly bleef achter met haar dochters van negen en zeven en haar zoon van vijf jaar oud.

Charlottalei 34, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Ze hertrouwde in Antwerpen in mei 1936 met Edouard Frenkel (ºTilburg, NL, 31.05.1894; hij was handelsvertegenwoordiger. (Betty’s Zwitserse penvriendin (zie hieronder) beschreef hem: ‘Ihr Vater war ein angesehener Geschäftsmann im Schiffsbau auf den Werften der Hafenstadt ‘)
Nelly’s gezin Frenkel-Van Hamberg woonde in de Charlottalei 34 te Antwerpen.

Dochter Claudine zat als tiener op de school Athenée Communale pour Jeunes Filles. In 1939 maakte zij een schoolreis naar Luik en het net geopende Albertkanaal. In het fotoboek van Henny Moëd, een oud-klasgenote, zit ze op de groepsfoto rechts onderaan.

Claudine Van Hamberg op schoolreis, 1939; fotoboek ‘Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium’ van Henny Moëd, p. 24. (collections.ushmm.org)

Familie Sas-Frenel
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de dreiging van deportatie voor de Joodse families steeds groter. Het gezin van Nelly dook onder; misschien ging vader Alfred met hen mee.

Zij huisvestten zich in de nazomer van 1942 in Château de Bassines bij Méan. Op het landgoed was de ‘Ecole Nouvelle des Ardennes’ gevestigd, een kostschool waar Lucien Van Hamberg onderwijs kon volgen.

Betty en Claudine waren 21 resp. 19 jaar en zullen misschien hebben geholpen op school bij de lessen aan de kleinsten.

Château de Bassines bij Méan (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme, een Hollandse joodse jongen, heeft ook een jaar, van september 1942 tot 15 oktober 1943, op de kostschool gezeten:
“Op onze kostschool zaten jongens en meisjes, van 5 tot 18 jaar, op een lagere en een soort middelbare school. In totaal waren er ongeveer 60 mensen; leerlingen, leraren en verder personeel. De school was gevestigd in een soort paleisje in renaissance-stijl “Château de Bassines” geheten. Het lag te midden van uitgestrekte bossen, bij het dorpje Méan, in de landstreek “Condroz”.
De directeur van de school was Eugène Cougnet. Château de Bassines bood sinds het begin van de oorlog een gastvrij tehuis aan de vervolgden. Er verbleven 40 Joodse onderduikers. Van de overige 20 personen moest ook een aantal zich schuilhouden; of zij zaten in het verzet, of ze moesten naar Duitsland om te werken, etc.

Mensen die geld hadden betaalden, anderen niet. De volwassenen maakten zich nuttig door te werken. Ze werden leraar, kok, bakker of bewerkten de moestuin. De bakker b.v. was een econoom uit Oostenrijk. [1] Hij bakte trouwens heerlijk brood. Eten was er volop; de school lag in een agrarisch gebied vlak bij een grote boerderij. De sfeer was er prettig, het onderwijs prima en de omgeving prachtig. Met plezier denk ik terug aan die tijd.” (dossier-bassines.nl)

Familie Cougnet
De school werd geleid door oprichter en directeur Eugène Cougnet (ºLedeberg 16.01.1891 – +Nordhausen/Bergen-Belsen, maart 1945). Cougnet trouwde in 1915 met Joséphine Fouarge (ºRocourt 22.08.1890 – +Kalmthout 10.02.1935). Zij kregen drie zoons, Pierre (ºRocourt 18.12.1917 – +Libramont 22.09.2009), André (ºLuik, 1921 – 1997) en Jean-Pierre (ºGent 07.01.1927 – +Luik 18.01.2007) [2].

“Eugène Cougnet was een pedagoog en een leraar die zijn hele leven heeft gewijd, niet alleen aan jongeren maar aan iedereen in moeilijkheden die op hem een beroep deed. Dit was vooral het geval tijdens de bezetting” [3]
(dossier-bassines.nl)

Stad Antwerpen informeert naar registratie in het Jodenregister van Lucien Van Hamberg. Brief 16 november 1942; foto uit: André Dessaint, Glanages a Méan

Dreiging van ontdekking was er voortdurend. De burgerlijke stand van Stad Antwerpen deed op 16 november 1942 navraag naar Lucien Van Hamberg bij de burgemeester van Méan inzake zijn registratiekaart van het Joods register. De gemeente Méan werkte echter niet mee aan zulke aanvragen.

De tekenleraar op de school was Klaus Grünewald[4] (schuilnaam Maurice Torfs). Hij maakte schetsen van het dagelijks leven in het kasteel.

Luisteren naar Radio Londen in Château de Bassines;  (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme noteerde bij een tekening:
“Een geanimeerd gesprek in de grote salon. Men ziet de stoelen in antieke stijl, de schilderijen en de hoge vensters. De personen zijn goed te herkennen, op de bank v.l.n.r. meneer Cougnet, mevrouw van Liefferinge, meneer Sas (echte naam Sasserath?). Op de stoelen v.l.n.r. meneer Brancard (correcte naam Brancart), leraar klassieke talen, meneer Frenel (echte naam Frenkel) uit Rotterdam en meneer Pappy (correcte naam Georges Papy), leraar wiskunde. Mevrouw Frenel, (niet op deze foto) heette Von Hamburg  (echte naam Van Hamberg) en was weduwe maar meneer Frenel was nu haar man of partner. Ze had een zoon, Lucien, en twee dochters. De hele familie Frenel is gedeporteerd naar Auschwitz.” (dossier-bassines.nl)

Gesprek in de salon in Château de Bassines (dossier-bassines.nl)

Deportatie
De onderduikers op Château de Bassines werden verraden.
Maandag 25 oktober 1943 omsingelden de ‘gardes wallonnes’ het kasteel. Duitse militairen vielen binnen en ondervroegen alle aanwezigen. Ieder persoon die zij als Joods konden identificeren werd gevangengenomen en afgevoerd in vrachtwagens.
Het gezin van Nelly verdween.

In het Belgisch Staatsblad/Moniteur belge verscheen onder n. 16735 op 15 juli 1949 de gerechtelijke verklaring van overlijden van zeven personen, vermoedelijk overleden te Auschwitz op 17 januari 1944, resp. vermoedelijk overleden te Monowitz in begin januari 1945:

Stein, Alexander, 51 jaar
Sasserath, Lucienne-Berthe, 41 jaar
Stein, Jeanine, 18 jaar
Stein, Robert, 14 jaar
Frenkel, Edouard, 49 jaar
Sasserath Nelly-Henriette, 46 jaar
Van Hamberg, Lucien, 19 jaar.

Belgisch Staatsblad, 15 juli 1949

 De archiviste van Kazerne Dossin in Mechelen licht toe wat er is gebeurd:
“Nelly werd samen met haar tweede echtgenoot Edouard Frenkel en haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk – Betti Van Hamberg (°20/08/1921, Antwerpen), Claudine Van Hamberg (°26/06/1926, Antwerpen) en Lucien Van Hamberg (°04/04/1925) – in de Dossinkazerne geregistreerd op 17 november 1943. Zij leefden al enige tijd ondergedoken onder de naam Freney op het kasteel van Bassines in Méan. Tijdens een razzia in het kasteel op 25 oktober 1943 werden de daar ondergedoken Joden opgepakt. Ze werden vastgehouden in de citadel van Huy en de gevangenis van Luik voordat ze naar Kazerne Dossin in Mechelen werden gebracht. De echte namen van Nelly en de kinderen werden hier onder de nummers 504 tot 507 toegevoegd aan de deportatielijst van Transport XXIII. Er werd een aanvraag ingediend bij het secretariaat van Koningin Elisabeth om een vrijlating van het gezin te bekomen, maar zonder resultaat. De trein verliet de Dossinkazerne op 15 januari 1944 en kwam op 17 januari 1944 in Auschwitz-Birkenau aan. Wat er precies met Nelly en Edouard gebeurde, is ons niet bekend. Zoon Lucien werd als arbeider geselecteerd. Het nummer 172335 werd op zijn arm getatoeëerd. Hij overleefde echter niet. Dochters Betti en Claudine werden als arbeiders gekozen. Ze overleefden Auschwitz; zij keerden naar België terug.” (mailbericht Dorien Styven, Kazerne Dossin, oktober 2021)

Nelly Henriette Frenkel, geb. Sasserath. Vermelding in virtueel monument ‘Gerechte der Pflege’

Nelly Henriette Frenkel, geboren Sasserath, staat opgenomen in het virtuele monument ‘Gerechte der Pflege’ (‘Rechtvaardigen van de Zorg’).  Ik maak hieruit op dat zij verpleegster is geweest.

Het gezin van Lucienne Stein, née Sasserath
Kazerne Dossin vertelt ook het verhaal van de deportatie van Lucienne Stein-Sasserath, haar man Alexander Stein en hun kinderen. Een nieuwe eigenaar van het huis in Lange Leemstraat 297 in Antwerpen, ontdekte in 2013 onder de vloer een verborgen koker met 26 documenten.

Portret Lucienne Berthe Stein-Sasserath, zus van Nelly. De Beeldbank van Kazerne Dossin bevat meer dan 20.000 portretten van gedeporteerden; foto’s van Nelly Sasserath en haar gezin zijn er niet, hun namen staan vermeld op de transportlijsten. (kazernedossin.eu)

“Alexandre Stein was born in Elizabethgrad (suburb Bogopol, Russia) in 1892. He migrated to Belgium in 1910 to study at the university of Liège (Lüttich) to become an engineer. In 1914, Alexandre, as a Russian citizen, served as a paramedic with a Belgian ambulance. He then joined a German ambulance crew, supposedly to spy for the allies, and was subsequently arrested by the German military. Alexandre Stein was sent to Chartreuse and was later on deported to the internment camp in Munster (Germany). In 1920 he was able to return to Belgium from Wolfenbüttel. Belgian immigration authorities distrusted him due to his reputation as a Bolshevik adept in Liège (Lüttich) before the First World War. When presenting himself at the immigration authorities in April 1920, Alexandre Stein was arrested for illegally crossing the Belgian border. In May 1920 he was allowed to settle in Belgium again, where he finished his engineering studies.

Lange Leemstraat 297, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

He married the Belgian national Lucienne Berthe Sasserath in Liège (Lüttich) in 1924. The couple moved to Antwerp where their first child, Jeannine Betty Tatiana Stein, was born in 1925. In 1927, Alexandre Stein himself became a Belgian citizen. A son, Robert Joseph Albert Stein, was born in Antwerp in 1929. From 1930, the Stein family lived at Lange Leemstraat 297 in Antwerp. Alexandre Stein, his wife and both children were arrested there in the night of 3 on 4 September 1943 when the Nazis organized Aktion Iltis, arresting hundreds of Jews whose Belgian nationality had protected them until then. The complete family was deported via transport XXII B from the Dossin barracks on 20 September 1943. None of the family members survived.

Archival: 26 documents were discovered in 2013 in a tube hidden beneath a double floor in the attic of the former Stein family home at Lange Leemstraat 297, Antwerp, by the current owner Ann Verhaert.” (beeldbank.kazernedossin.eu)

Betty en Claudine Van Hamberg
Wat Betty en Claudine hebben moeten doormaken in gevangenschap is opgeschreven door de Zwitserse penvriendin van Betty, Ellen Keckeis-Tobler uit Küsnacht, ZH. Betty en Ellen schreven elkaar Franse brieven sinds 1937. In 1938 kwam Betty op vakantie naar Küsnacht, het was een onbezorgde tijd. Met het uitbreken van de oorlog werd de correspondentie verstoord en kreeg Ellen geen antwoord meer op haar brieven.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 86. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Tot in 1945 Betty een brief schreef dat zij met haar gehele familie naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen gedeporteerd was. De ouders en grootouders werden van de kinderen gescheiden en in de gaskamers vermoord. Betty, Claudine en Lucien werden als jonge arbeidskrachten ingezet. Betty en Claudine werkten meer dan 12 uur per dag in een Duitse wapenfabriek, maar wisten het vol te houden. Lucien moest werken in Monowitz tot hij aan een longontsteking en ondervoeding overleed.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 87. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Betty en Claudine zijn kort na de oorlog op bezoek geweest in Küsnacht. Zij vertelden hun verhalen; ze toonden het nummer dat gebrandmerkt stond in hun onderarm. Betty was mager en bleek geworden.
Betty sprak het meest over de horror van de terugtocht te voet van Auschwitz naar Antwerpen.“Wederom moesten de zussen ervaren dat het beest in de mens zit. Want ook het zegevierende Russische leger, dat het gebied van Polen tot ver in Oost-Duitsland had ingenomen, gedroeg zich schaamteloos! De Sovjet soldaten “plukten” jonge en oude vrouwen van de straat, waar ze maar te vinden waren. Ondanks hun uitgemergelde lichamen en vuile kleren, namen ze Betty en Claudine met geweld mee en verkrachtten hen in de open lucht. . . Godzijdank, zonder gevolgen, zei Betty. Want met zoveel honger en inspanning was de menstruatie van de meisjes allang ontregeld of opgehouden. Hun zwakke lichamen waren onvruchtbaar geworden.
Dus besloten de meisjes zich overdag in hooibergen te verstoppen en te slapen om ’s nachts verder naar het westen te lopen. Ver van de bewoonde wereld vonden ze boerinnen, die zonder mannen of zonen, voor de akkers en het hen resterende vee zorgden. Ze waren vriendelijk voor de twee meisjes en gaven hen, wanneer er voedsel was, de nodige maaltijden om te overleven. Godzijdank was het zomer na het einde van de oorlog in mei 1945; daarom hoefden ze niet dood te vriezen.” (
ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Ellen besluit met de huwelijken van haar vriendinnen:
Betty hat in Belgien ihren christlichen Jugendfreund wieder gefunden. Die beiden haben geheiratet und wurden Eltern von zwei gesunden Kindern. Auch Claudine hat eine Familie. Sie haben gelernt, vorwärts zu schauen.
Ihre Lagernummern an den Armen haben sie nach einiger Zeit wegoperieren lassen. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Foto van André Cougnet op het kasteel van Bassines, rond 1942. (dossier-bassines.nl)

Het was tijdens het onderduikjaar op het kasteel van Bassines dat de zussen hun toekomstige levenspartners hebben ontmoet.

Claudine trouwde met ‘André’ Auguste Paul Jozef (Pous) Cougnet (ºLuik 23.02.1921- +27.02.1997), de tweede zoon van Eugène Cougnet.

 

 

 

Raoul Brancart, leraar klassieke talen op de Ecole Nouvelle d’Ardennes in Château de Bassines, werd na de oorlog de echtgenoot van Betty. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Het erfgoed van Nelly Sasserath
Betty trouwde met ‘Raoul’ Eugène Aurélien Ghislain Brancart (ºBraine-le-Comte 15.01.1921). Hij was de leraar klassieke talen in Bassines en leeftijdsgenoot van Betty. Zij kregen twee dochters.

Ook deze dochters huwden en kregen dochters.
“We hadden geen idee dat onze (over)grootmoeder een kunstenares was! Moeder sprak over haar als een geweldige vrouw en een zeer getalenteerde zangeres, maar ze wist waarschijnlijk niets van deze meelzakken. Het was een schok bewust te worden van zoveel aspecten van Nelly”.

De handtekening van Nelly Sasserath bij haar stripverhaal, 1915. Coll. MVW; foto: auteur

Zo staat Nelly Sasserath in de lijn van generaties vrouwen.
Haar versierde meelzak nodigde uit haar levensverhaal uit te zoeken en te documenteren. Zodat onze dochters, kleindochters en achterkleindochters de oorsprong weten van de versierde meelzakken én het indrukwekkende levensverhaal kennen van de Luikse studente Nelly Sasserath, die als zeventienjarige het stripverhaal aquarelleerde op de Idaho- meelzak.

Nelly Sasserath, achterzijde tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW, foto: auteur

 

Hartelijk dank:
Hubert Bovens in Wilsele voor de opzoekingen van biografische gegevens, de speurtocht naar de vele bronnen en het delen van het trieste verhaal dat ons beiden diep trof.
Let wel, er blijven vragen opkomen: we hebben bijvoorbeeld geen foto van Nelly Sasserath gevonden, noch foto’s van haar gezin(nen); als we meer informatie vinden, zal dit aan het blog worden toegevoegd.
– Dorien Styven, Kazerne Dossin, Mechelen, voor haar inlichtingen over de familie Sasserath/Van Hamberg/Stein;
– André Dessaint in Méan voor zijn inlichtingen over Château de Bassines;
– Nadine de Rassenfosse, Musée de la Vie Wallonne in Luik, voor het tonen van de meelzakken-collectie.

Voetnoten:
[1] De econoom uit Oostenrijk was Kurt Pick. Het verhaal van zijn leven in WO II staat beschreven in het boek van Jennifer Henderson, Against All Odds: the Story of Kurt Pick, Londen, Radcliffe Press, 1998.

[2] We hebben geen afstammelingen van de zonen van Eugene Cougnet gevonden.

[3] Citaat uit: George Van Liefferinge in brief 7 januari 1982 aan Yad Vashem, voor een erkenning als Rechtvaardige onder de Volkeren voor Eugène Cougnet.

[4] Tekeningen en schilderijen van de kunstenaar Klaus Grünewald (pseudoniem Maurice Torfs) zijn bewaard in de collectie van het Joods Museum van België, Brussel. Zijn zus Margot Grünewald, later getrouwd met Massey, verbleef ook op Château de Bassines.; zij publiceerde over haar leven in WO II het boek Spring into Winter: a Novel, Ann Arbor, MI: Wyman House Publications, 1994.

Bronnen:
Dessaint, André, Glanages a Méan. Histoire(s) d’un village condrusien. Troisième partie. Special 1940-1945. Méan: 2019.

Hamme, Nico, website: Een Hollander, ondergedoken in België, 1995/2008 (www.dossier-bassines.nl.), geraadpleegd december 2021. De website is in maart 2022 niet meer actief.
Met afbeeldingen van tekeningen van Klaus Grünewald (pseudoniem Maurice Torfs). George Van Liefferinge leverde de afbeeldingen aan; hij stuurde foto’s aan Nico Hamme. Er zou een klein boekje bestaan van alle ‘Bassines’-schetsen van Klaus Grünewald wat zich zou bevinden in het Joods Museum van België te Brussel. Desgevraagd deelde de conservator van het museum mij op 16.12.2021 mee, dat hij helaas geen spoor van het boekje tekeningen kan terugvinden. Hopelijk zal het worden teruggevonden.

Pauwels, Ivo, Huts, Karine, Wat mijn kleinzoon weten moet. Hoe een joodse jongen onderdook in België (1939-1945). Tielt, Lannoo, 2017. Deze geromantiseerde kroniek vertelt het ingekleurde levensverhaal van de joodse jongen Georges Kluger uit Oostenrijk waarin zijn belevenissen op Château de Bassines.

Brouwers, Fred, De Koninginnewedstrijd. Gesprekken met 18 Elisabethlaureaten. BRT, 1987.

Keckeis-Tobler, Ellen, Meine Freundin Betty aus Antwerpen in: Küesnachter-Jahrheft, 1996 (website: www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch, geraadpleegd december 2021)

Moëd, Henny, Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium. Los Angeles, California: Jans Custom Photobooks, 2011. (website: collections.ushmm.org, geraadpleegd december 2021)

De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik

Begin september 2021 ben ik eindelijk weer op Zakkenreis geweest!
De stad Luik was een van mijn pleisterplaatsen waar ik in Musée de la Vie wallonne een collectie van meer dan dertig versierde meelzakken bestudeerde. Feestelijk om live te kunnen spreken met de medewerkers van het museum, het dépot te bezoeken, de rijk versierde meelzakken in detail te fotograferen. Musée de la Vie wallonne (MVW) bewaart een interessante collectie versierde meelzakken. Een belangrijke donateur, reeds in 1919, was de familie Welsch.

Familie Welsch
Ernest Welsch, getrouwd met Marie Anne Dupont, was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). Ook hun zoon Paul, getrouwd met Elise Sauvage, werkte in het onderwijs. (zie voetnoot 1)

Schilderles op de Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, febr. 1915. Foto: coll. HHPLM

Ernest en Marie Anne Welsch-Dupont en/of hun zoon en schoondochter verzamelden 24 meelzakken van grote educatieve waarde: twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken bewerkt.

Ecole Moyenne Professionnelle

Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898) was 17 jaar toen zij haar meelzak beschilderde en bewerkte. Coll. MVW; foto: auteur

De bewerking zal gedaan zijn in 1915 door leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne Professionnelle’ in Luik. Enkele van de versierde meelzakken zijn gesigneerd met eigen naam: Nelly Sasserath, Lucy Jossa, Thérèse Foidart, én naam van de school: Ecole Moyenne de Liège. De meisjes waren gevorderde studenten, ze waren zestien en zeventien jaar oud.

Studentes van de Ecole Moyenne krijgen les in een lokaal vol patriottische versieringen, februari 1915. Foto: coll. HHPLM


De origine van de twaalf meelzakken

Twaalf plaatsen in de VS waar de meelzakken in de verzameling Welsch hun oorsprong hebben eind 1914/begin 1915. Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Waar kwamen de twaalf meelzakken oorspronkelijk vandaan?

  Staat in VS plaats maalderij merk
1 Idaho Preston Preston Milling Co Cream of the Valley
2 Rexburg Farmers Elev. & Milling Co. Record
3 St. Anthony St. Anthony Milling & Elevator Co. Yellowstone
4 Kansas Pawnee County Keystone Milling Co. Keystone
5 Peabody Moffet &Co. Pride of Peabody
6 Wichita Kansas Milling Co. Silk Floss
7 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
8 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
9 North Dakota Valley City Russell-Miller Milling Co. Producer
10 Ohio Columbus The Gwinn Milling Co. Square Deal
11 Oregon Portland St. Jobes Milling Co. Portland
12 Washington Tacoma Tacoma Grain Co. Millers Balloon

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar de havens aan de oost- of de westkust van de Verenigde Staten. Vanuit de havens vervoerden stoomschepen de lading meelzakken naar Rotterdam.

The Oregon Daily Journal, 10 januari 1915

Oostkust:
SS Hannah: de meelzakken uit Kansas (New York v. 5 jan – Rotterdam a. 27 jan 1915)
SS South Point: de meelzakken uit North Dakota (Philadelphia v. 11 febr – Rotterdam a. 27 febr. 1915)
SS Naneric: de meelzakken uit Ohio (New York v. 27 maart – Rotterdam a. 20 april 1915)
Westkust:
SS Washington: de meelzakken uit Idaho, Oregon en Washington (Seattle v. 29 jan – Rotterdam a. 30 maart 1915)

© Annelien van Kempen, 2021

In Rotterdam zijn de meelzakken overgeladen in binnenvaartschepen en via de Maas naar Luik vervoerd (periode januari-april 1915).

De donatie Welsch in 1919
De collectie van Musée de la Vie wallonne bevat dus twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken in 1915 bewerkt door studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik. Hier volgen mijn foto’s per set met onbewerkte en bewerkte meelzak.

1 Cream of the Valley, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, afgebiesd met band en franje.

2 Record, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, rand met open naaiwerk en franje.

Nelly Sasserath, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Nelly Sasserath (Luik 08.10.1897-Auschwitz, Polen 17.01.1944; is getrouwd geweest met Louis van Hamberg, heeft drie kinderen gekregen waarvan twee dochters WO II overleefden: Betty Helène Brancart, née Van Hamberg (Antwerpen 20.08.1921) en Claudine Cougnet, née Van Hamberg (Antwerpen 26.06.1923)). Mijn blog ‘Het stripverhaal op de Idaho-meelzak in Luik’ geeft details van het tafelkleedje en vertelt het indrukwekkende levensverhaal van Nelly Sasserath.

3 Yellowstone, waszak; geborduurd, ringen voor koord

4 Keystone, ‘sous-main’, map, bureaulegger met affiches van de verkooptentoonstelling ‘Sacs Américains’ in Luik van 20 november tot 26 december 1915.

Achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst ‘1000 sacks Flour donated to Belgium Sufferers from Pawnee County, Kansas, USA’. Dit is ook de achterzijde van de map/bureaulegger.

5 Pride of Peabody, tafelkleedje; geborduurd met diverse siersteken, rand met picots.

6 Silk Floss, tijdschriften of krantenhanger; geborduurd, genaaid met blauwe stof aan zijkanten en achterzijde.

7 White Lily, tasje; geborduurd, naaiwerk, met sluitkoord en kwast aan onderzijde.

8 White Lily, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje.

9 Producer, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje;

Lucy Jossa, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Lucy Jossa (Luik, 07.08.1898-17.10.1993, is getrouwd geweest met George Bartholomé; haar ouders waren Philomène en Jean Paul Jossa-Genicot; haar vader was bediende).

10 Square Deal, krantenhanger; beschilderd en afgebiesd met blauwe rand en zes kwastjes, genaaid op naaimachine.
Gesigneerd met de naam: Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898, woonde in Spa, Boulevard des Anglais, in 1930; dochter van Anne Marie en Laurent Foidart-De Radoux; haar vader was musicus).

11 Portland, tafelkleedje; geborduurd, sierrand open naaiwerk, franje; achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst: ‘For Belgium Relief donated by Coeur d’Alène Mining District, Shoshone County, Idaho, USA’.

 

12 Balloon, tafelkleedje; beschilderd op achterzijde met zonnebloemen, sierrand en franje.

Tentoonstellingen in Luik

Affiche van de Luikse verkooptentoonstelling eind 1915, ontwerp D. Poissinger. Coll. MVW, foto: auteur

De versierde meelzak ‘Keystone’ is een ‘sous-main’, een map of bureaulegger, waarin twee affiches zijn opgeborgen van de verkooptentoonstelling van ‘Amerikaansche bloemzakken’ eind december in Luik in de ‘Continental, Salle Mauresque’. Zouden de Welschen daar de aankoop hebben gedaan?

Of heeft (een van de leden van) de familie Welsch meegewerkt op de Ecole de Moyenne Professionelle de Liege aan de voorbereiding van de tentoonstelling?
Misschien was de verzameling al eerder aangelegd. In de krant werd ook melding gemaakt van verkoop van versierde meelzakken via etalages van winkels.

Le Quotidien, 11 oktober 1915
Fotoboek van CRB gedelegeerde David Nelson, 22 februari 1915. Coll. HHPLM

En de klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne Professionnelle kan ook voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden voor de provincie Luik van de Commission for Relief in Belgium direct naar de VS te gaan. De CRB-gedelegeerden hebben in februari 1915 een bezoek gebracht aan de school. Daarvan getuigt het foto-album van David Nelson gedateerd 22 februari 1915.

Goed bekeken lijkt de collectie van twee keer twaalf meelzakken op dat wat tegenwoordig een ‘lespakket’ zou heten.
Dankzij de donatie van de familie Welsch beschikken we nu over een praktisch ‘patronen- en inspiratieboek‘ van versierde meelzakken.

Dank aan:
– De medewerkers van Musée de la Vie wallonne voor hun ontvangst en voorbereiding van mijn bezoek. In het bijzonder wil ik bedanken Nadine de Rassenfosse, Aurélie Lemaire en Anne Stiernet.
– Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van de familie Welsch en de drie studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle van Luik, in het bijzonder de navorsing van het indrukwekkende levensverhaal van Nelly Sasserath en haar familie. Haar geschiedenis zal ik later in een speciaal blog vertellen.

Voetnoot
1) Familie Welsch: Marie Anne Dupont (Sint-Joost-ten-Noode 08.05.1857) trouwde op 17 april 1879 met Ernest Eugène Welsch (geboren Tourcoing (F) 26.09.1852). Ernest Welsch was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). In 1926 werd hij benoemd als professor aan l’Ecole industrielle de Grivegnée. Hij schreef tien jaar na de oorlog een toneelstuk over de oorlog, de Waalse eenakter “Li Dièrinne lète”.
In de collectie van MVW bevindt zich ‘une palette de peintre miniature décorée et signée par un certain “E. Welsch” et qui date du début du 20ème siècle. Elle fait partie d’un ensemble de plus de 300 palettes miniatures décorées par des artistes amateurs ou professionnels à l’initiative d’un marchand de tabac-cigares Félix Schroeder.’
De zoon Paul Welsch (Luik 30.08.1886 – Luik 20.09.1941) trouwde op 14 april 1914 met Elise Sauvage (Luik 28.07.1887 – Luik 23.03.1965). Paul Welsch werkte als onderwijzer (instituteur communal), daarna als hotelier.

 

‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Library & Archives (HILA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Ongeveer 450 versierde meelzakken van WO I waren onderdeel van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken uit de archieven van de CRB rond 1962 verstuurd werd naar Iowa. De complete verzameling kwam in beheer van HHPL, enkele tientallen bleven bij HILA in Californië.  Al snel echter realiseerde de HILA staf het gemis van de versierde meelzakken waarmee ze graag tentoonstellingen maakte. Na krachtig aandringen kregen ze het voor elkaar dat een honderdtal versierde meelzakken in 1964 terug keerden naar Californië.

In West Branch is ’s werelds grootste collectie versierde meelzakken van WO I gevestigd; het zijn er meer dan 350. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er inmiddels ook geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus. Eind maart 2022 heropende het museum. daardoor kon ik mijn zakkenonderzoek doen van 13 tot 24 juni 2022!

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking [A.B.C.]

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking [A.B.C.] Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette
De originele bedrukking, de letters [A.B.C.] in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library

Aanvulling 6 juni 2021: ‘Effen katoenen zakken met de letters A B C’
Het raadsel van de letters ‘ABC’ is gedeeltelijk opgelost. Het is een instructie geweest van het CRB-kantoor in New York. Dit blijkt uit het volgende krantenbericht van Ohio, waar de locale Belgian Relief commissie in Greenville de bloem moest overpakken in effen katoenen zakken bedrukt met de letters A B C:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Maar, helaas, de betekenis van de drie letters is onbekend!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Aanvulling 15 juli 2022: ‘Shipping Instruction’ [A.B.C.]
Het raadsel van de bloemzak bedrukking met de letters ‘A.B.C.’ is opgelost. Mijn onderzoek in de Hoover Institution Library & Archives (HILA) in Palo Alto, Ca. op 23 mei 2022 bracht de oplossing.
De bedrukking van de bloemzakken met [A.B.C.] is een verzendinstructie geweest van de American Commission for Relief in Belgium, 71 Broadway, New York.
Op 1 december 1914 deed zij een officiële, gedrukte circulaire no. 1 uitgaan met ‘Organisatie en verzendinstructies’: ‘Markeer iedere doos, baal, vat, zak of wagon label met [ABC]‘ was de eerste verzendinstructie. ‘Sta geen markeringen of berichten toe waarin enige functionaris van een oorlogvoerend land wordt genoemd, aangezien dit de distributie kan belemmeren.’ De circulaire werd verzonden aan alle organisaties in de VS die hulpgoederen voor de Belgische bevolking aan het inzamelen waren.

‘Shipping Instructions’ in de ‘Circular No.1′ van de American Commission for Relief in Belgium, New York, 1 december 1914. Archief: CRB records, box 352, Woman’s Section, HILA

Familie Van Engelen

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van bloemzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met de hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Mrs. Lindon W.  Bates hijst de vlag in top op de Hannah. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.

Citaat uit brief van Mrs. Lindon Bates, voorzitter van de CRB Woman’s Section, 9 januari 1915. HILA 22003, box 352

Josephine White Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de Commission for Relief in Belgium (CRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the CRB. Foto: The History of the Woman’s Section , 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met CRB vertegenwoordiger Tracey Kittredge.  Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ bloemzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898 – Embourg 31.10.1975) was 17 jaar in 1915 en woonde in Hasselt. Zij werkte aan een bloemzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De zak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een bloemzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de zak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.

Gabriëlle Tournier opende met haar man een Stoffenmagazijn, 1938; HBvL 25.12.1937

Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

 

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een bloemzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

– Een bloemzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door Madame Jean Noots.  Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

De randen van de bloemzak zijn afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.
De meisjesnaam van Madame Jean Noots was Maria Elisabeth Slegten (Sint-Huibrechts-Lille 12.12.1854 – Haasdonk 21.04.1935). Haar vader was koopman, haar moeder landbouwster. Zij was getrouwd met de zaakwaarnemer Jean Noots in Neerpelt op 15.08.1880. Zij kregen drie kinderen. Jean Noots overleed twintig jaar na hun huwelijk in 1900.

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde zakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-bloemzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-zakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven versierde bloemzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde zak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de vier Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp, Gabriëlle Tournier en Madame Jean Noots.
Bijzondere dank aan
Michaël Closquet uit Rocourt; hij bezorgde de overlijdensdata van Angèle Veltkamp en haar echtgenoot Maurice Schuermans.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2) – Nederlands

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’*)

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Vervolg
Voor het vervolg zie het blog:
Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)
*) Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

Voetnoten:
[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993

Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een werkelijke zakkenreis naar Iowa en Californië.
Ik zet de schijnwerper in dit blog op acht objecten, in 1915 beschilderd en geborduurd, voorzien van kant en open naaiwerk in Overijse.
Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.

Twee klassenfoto’s
Twee klassenfoto’s in het decor van landkaarten, vlaggen en geleegde Amerikaanse bloemzakken onder het opschrift ‘1915, De dankbare kinderen van Overijssche (België) aan hunne weldoeners van Amerika‘. De kinderen houden bordjes in hun handen waarop de namen van de ontvangen voedingsmiddelen: spek, rijst, appelen, suiker, bloem, erwten, bonen, enz. Op de tweede foto zijn het Engelse teksten: bacon, rice, dried apples, sugar, flour, peas, beans, enz.
Ook de leden van het Overijse Hulp- en Voedingskomiteit zijn gefotografeerd in hetzelfde decor als de twee klassenfoto’s zijn genomen, zie hieronder. De fotograaf was de Overijse postmeester Louis Rigaux. Hij zal waarschijnlijk ook de klassenfoto’s hebben genomen.

‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’ met Vlaamse teksten. Archief HHPLM: BAEF: CRB London Office News Cuttings, 1915 May-August (Box 24, p. 95, 12 juni 1915)
‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’ met Engelse teksten. Practisch alle namen van deze kinderen zijn achterhaald door de historische kring. [3] Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.
Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.

Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.

Whitlock-collectie
Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me foto’s toe van twee kussenhoezen.[1]

Geborduurde kussenhoes ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner

The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whitlock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”

 

 

Geborduurde kussenhoes ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase.

There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. 
The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).

Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM

The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”

 

Zijn het gebruikte, Amerikaanse bloemzakken?
Door presentatie, afmetingen, dubbele stof en stempels van het Overijse voedingskomiteit lijkt het erop dat de lappen stof van gebruikte, Amerikaanse bloemzakken afkomstig zijn. Maar ik zet er vraagtekens bij. Op de kussenhoezen is geen bedrukking van origine met verwijzing naar Amerikaanse maalderijen of Belgian Relief hulporganisaties  te zien. Zouden er gaatjes in het doek zitten, ten bewijze van oude stiksels? Het zou kunnen dat is gewerkt op nieuwe, Belgische lappen stof om een optimaal borduurresultaat te verkrijgen. Zie ook hieronder in de paragraaf ‘Les Réligeuses du Sacré-Coeur de Marie’.

‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een werk op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.

‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche.
Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.

 

Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM

Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.

Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM

Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente ‘Overijssche’ op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

 

‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’,  1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).

Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM

Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant.
Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Marie Brankaer (ºMaleizen (Overijse) 22.01.1898 – +1960) was de dochter van beenhouwer Jan Baptiste Brankaer (ºMaleizen 06.01.1863 – +Maleizen 23.11.1949) en Maria Lamal (ºMaleizen 31.08.1860 – +Maleizen 12.04.1941). Zij woonden Steenweg Terhulpen 35. Later is Marie Brankaer getrouwd met Edouard Vankeerbergen (ºWaver 17.12.1896 – +1953).
Marie was 17 jaar toen zij de bloemzak borduurde. Zij borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee borduurwerken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht  aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselkomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.

Tweeluik in Overijse

Het lokale Hulp- en Voedingskomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met tweeluik van versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux

De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale komiteit met handwerk, gemaakt van een tweeluik van versierde bloemzakken. De zakken zijn afkomstig van
– enerzijds (rechts) de maalderij Thompson Milling Co. in Lockport, New York, met de merknaam ‘Pride of Niagara‘,
– anderzijds (links) de ‘War Relief Donation’ –  Chicago’s Flour Gift – Chicago Evening Post, B. A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois. De krant voerde actie voor inzameling van voedsel voor België van half november tot begin december 1914.

‘Voorbeeld van de zakken bloem die de krant stuurt, bestemd voor hongerige vrouwen en kinderen in de getroffen natie.’ Rechts de zak van B.A. Eckhart Milling Co. Chicago Evening Post, 2 december 1914. Harold Washington Library, Chicago.
Brief Chicago Evening Post aan het Belgian Relief Committee in New York City: “wij sturen 3620 barrels (= 14.480 zakken) bloem voor de hongerigen in België”. 11 december 1914. HILA CRB Records box 275

Het is moeilijk te zien op onderstaande foto, maar het lijkt alsof de bedrukte voorzijde van beide zakken is losgeknipt en aan elkaar gezet.
Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad heeft affiniteit met het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.

Comiteit Overijssche, 1915. Tweeluik bloemzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
Tweeluik versierde bloemzakken Chicago’s Flour Gift/Pride of Niagara, Thompson Milling Co. Particuliere collectie. Foto: Zoniën 2021-02

Piet Van San [3] plaatste een foto in Zoniën van een tweeluik versierde bloemzakken. Vergelijking van de bovenstaande twee foto’s uit 1915, resp. 2021  toont aan dat dit hetzelfde object is!
Verrassende conclusie: het tweeluik bloemzakken afgebeeld op Rigaux’s foto is bewaard gebleven. Het bevindt zich in het familie archief Raussens-De Broyer.

Foto’s van Louis Rigaux [4]

Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Voedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Wachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Leden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit gefotografeerd in hetzelfde decor als de twee klassenfoto’s zijn genomen, met landkaarten, vlaggen en geleegde Amerikaanse bloemzakken. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux

Toevoeging 14 november 2022:

Resultaten van mijn Zakkenreis naar Amerika
In mei/juni 2022 was ik op werkelijke zakkenreis in Amerika. De Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, blijkt vier in ‘Overijssche’ en ‘Malaise-La Hulpe’ versierde kussenhoezen/zakken in de collectie te hebben. De Hoover Institution Library Archives (HILA) op Stanford University, Californië, heeft ook zo een versierde bloemzak in de collectie.

Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche [5]

Institut du Sacré-Coeur, Overijse, omstreeks 1900. Foto uit ‘Pronklappen uit Belgische en Nederlandse meisjesscholen’, p.123
Detail bloemzak (verso) van ‘Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche (Bruxelles). Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteur

Dochters van begoede families volgden onderwijs in het Pensionnat du Sacré-Coeur in Overijse [6]. Leerlingen hebben in 1915 bloemzakken beschilderd en geborduurd, waarvan de ‘Belgian Relief Flour from Pelican River Mill Co., Elizabeth, Minnesota’  in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum wordt bewaard (inv. nr. HHPLM 62.4.380).

Belgian Relief Flour from Pelican River Mill Co., Elizabeth, Minnesota; beschilderd, geborduurd, open naaiwerk (recto). Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche. Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteur
Getekend met rood krijt ‘Reconnaissance aux Etats-Unis si généreux. Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche (Bruxelles) Belgique.’ Achterzijde bloemzak. Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteur
Detail kloskant. Coll. HILA

De bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, N.Y. heeft dezelfde Amerikaanse herkomst als het rechterdeel van het tweeluik, bewaard in Overijse. ‘Vive l’Amérique’ is geborduurd in rood, wit, blauw met sterretjes onder een imposante kroon. Klaprozen, margrieten en korenbloemen symboliseren de geallieerde landen. Het heeft een omranding van kloskant en koord in rood, geel, zwart, in de Belgische kleuren ook band in een strik rechtsboven geplaatst. Deze bloemzak wordt bewaard in de Hoover Institution Library Archives.

Bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, N.Y. / ‘Vive l’Amérique’, beschilderd, geborduurd, kloskant. In rood krijt op achterzijde: ‘1914-1915 Pensionnat du Sacré-Coeur Overijssche (Bruxelles) Province de Brabant Belgique’. Coll. HILA HHSC 62008 Box 20 item 7. Foto’s: auteur

Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe

‘Noble Amérique, Merci! 1914-15’; beschilderd, geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteur
Detail Belgische provincies met hun vlaggen. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteur

De zusters van de congregatie ‘les Soeurs du Sacré-Coeur de Marie’ hebben hun dankbaarheid voor de voedselhulp tot uiting gebracht in drie fraaie handwerken, wellicht bedoeld als kussenhoes. Zij schilderden en borduurden symbolen als de hoorn des overvloeds, een anker, de negen Belgische provincies, een Belgische wimpel, een zwaluw, vlinders, gecombineerd met veldboeketten en graanhalmen, met lovende teksten aan Amerika: ‘Der Belgen Dank, Liefderijk Amerika’,  ‘Noble Amérique, Merci! 1914-15’, ‘Nos neuf provinces remercient la noble et généreuse Amérique! 1914-1915’. Twee bovenranden zijn afgewerkt met open naaiwerk.

‘Nos neuf provinces remercient la noble et généreuse Amérique! 1914-1915’; geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteur
Het naamkaartje van ‘Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe’. Coll. HHPLM. Foto: auteur

Kanttekening bij deze drie handwerken van de zusters is, dat -hoewel deze een zak-vorm hebben (dubbele stof, afmetingen 75×45 cm, drie zijden gesloten, een zijde open) -, de stof waarop is geschilderd en geborduurd geen karakteristieken draagt van een Amerikaanse bloemzak. Er is geen bedrukking van een Amerikaanse maalderij, er zijn geen gaatjes van een gestikte en opengetornde zak, noch staat het stempel van het Overijse komiteit erop.
Mijn konklusie is dat de zusters de voorkeur hebben gegeven om eigen materialen te gebruiken, omdat hun handwerken, waarschijnlijk bedoeld als kussenhoes, daardoor beter tot hun recht zouden komen.

‘Der Belgen dank. Liefderijk Amerika! 1914-1915, Overijssche-Maleizen’, beschilderd, geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.385. Foto: auteur

Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg en in werkelijkheid avontuurlijke zakkenreizen van Urbana (Ohio), West Branch (Iowa) en Palo Alto (Ca.) naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen. Ik beschreef in dit blog acht objecten, in 1915 beschilderd en geborduurd in Overijse, nu bewaard in drie Amerikaanse, publieke collecties en een in een Belgische, particuliere collectie. Vijf van de handwerken zijn mogelijk niet gemaakt van gebruikte Amerikaanse bloemzakken, drie items zijn dat zeker wel.

Mijn grote dank gaat uit naar:
– Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio;
– Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse.

Graf van Marie Brankaer en Edouard Vankeerbergen.

– Hubert Bovens en Filip Brankaer voor de opzoeking van biografische gegevens van borduurster Marie Brankaer.

Hubert Bovens bracht een bezoek aan het kerkhof in Maleizen (Overijse) voor onderzoek naar haar overlijdensdatum. Hij vond haar graf en ook de naam van de man waarmee zij huwde. Bijgaand de foto die hij maakte.

 

[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s gemaakt. Zie ook het blog: Van hulp tot borduurwerk in Ohio, VS

[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.

[3] Van San, Piet, ‘Tijdloze schoonheid, versierde linnen zakken uit Overijse 1914-1918’ in: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2021-02, p. 47-50.

[4] In het boek van Diane De Keyzer ‘Nieuwe meesters, magere tijden. Eten en drinken tijdens de Eerste Wereldoorlog‘ staan 14 foto’s afgedrukt, gemaakt door Louis Rigaux. Zij citeert op p. 244 uit de verslagen van de vergaderingen van het komiteit van Overijssche, geschreven door de secretaris, notaris Goedhuys: ‘Comité d’alimentation – Procès-verbaux des séances 11.01.1915 – 10.01.1916.’

Handwerkrol (detail) van M. Jonckheere, 1928, Institut du Sacré-Coeur, Overijse. Foto uit ‘Pronklappen uit Belgische en Nederlandse meisjesscholen’, p.125

[5] Stevan-Bathoorn, Hennie, Stevan, Sjoerd, Pronklappen uit Nederlandse en Belgische meisjesscholen. Geschiedenis van de Souvenir de ma jeunesse 1875 – 1935. Museum voor Naaldkunst, Winschoten, 2009, p. 123-125: ‘Institut du Sacré-Coeur, Overijssche’.

[6] Timmermans, Djamila, Het pensionaat ‘des Soeurs du Sacré Coeur de Marie’ in Maleizen en de naburige Heilig Hart school. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2021-03, p. 93-110.

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Brussel 18.07. 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerdt, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken. Douhaerdt woonde en werkte in Ukkel van 1908 tot 1919.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet. Douhaerdt had een uitmuntend vakmanschap in de lithografie; hij werkte twintig jaar als directeur voor de ‘Cercle d’Etudes lithographiques’ en de ‘Ecole de lithographie’, onderdeel van de Institut des Arts et des Métiers in Brussel. *)

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over
* de biografische gegevens van de kunstenaars;
* de licentiaatsverhandeling van Vincent Gabriëls over Arthur Douhaerdt.

*) Gabriëls, Vincent, Arthur Douhaerdt (1871 – 1954) en de lithografie in België. Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, licentiaatsverhandeling, 1990

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

Translate »