Iconische meelzak van Godefroid Devreese

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Vooraanstaand Belgisch kunstenaar Godefroid Devreese (Kortrijk 19.08.1861 – Elsene 31.08.1941), beeldhouwer en medailleur, heeft zijn bijdrage geleverd aan het decoreren van de meelzakken. Van hem is een tekening op de meelzak ‘Perfect’ van de maalderij Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho (Tx. 2626), bewaard gebleven in de collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH).

Een kind met krullende haardos, blote armen en benen, gekleed in een schortje, zit op de grond en lepelt eten uit een steelpan; de onderbenen klemmen de pan vast, de linkerhand grijpt de steel van de pan, de rechterhand is hooggeheven en zet een lepel eten -is het pap, is het soep- aan de mond.

Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation 1914 1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

De tekst ‘AU BÉNÉFICE D’ALIMENTATION’ (‘ten voordele van de voeding’) staat in een boog om het kind heen, beginnend en eindigend in een tarwehalm. Een krans van zonnestralen benadrukt de letters. Boven de blote voeten van het kind staan de jaartallen 1914 en 1915. Rechtsonder tekende de kunstenaar met ‘G. Devreese’.
Het kind is in profiel naar links getekend. De tekening is gemaakt met rood krijt, als ware het een schets.

G. Devreese, ‘A mes Amis’, zelfportret, 1921. Plaquette, brons. Collectie MSK Gent. Foto: website MSK

Godefroid Devreese
Godefroid Devreese was een productieve, succesvolle kunstenaar; het atelier Devreese had enkele gekwalificeerde medewerkers in dienst. Ook in de oorlogsjaren ’14-‘18 kreeg hij talloze opdrachten voor het maken van plaketten en medailles.

Alle personen en instanties die een rol speelden in de hulp- en voedselvoorziening aan België zijn door Devreese geportretteerd op plakette of medaille: Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding, Commission for Relief in Belgium, Brand Whitlock, Markies de Villalobar, Jkh. Maurits van Vollenhoven, Ernest Solvay, Emile Francqui, Herbert Hoover, enz. De voorkeur van de kunstenaar was om de bezoekers aan zijn atelier, die voor hem poseerden, steeds in profiel naar links vast te leggen. In die richting was de lichtinval geschikter. De foto’s van de modellen werden in die richting genomen.

Godefroid Devreese werkt in zijn atelier. Kenmerkende foto met het profiel naar links tbv de lichtinval. Foto uit artikel Jacqueline Van Driessche, In Monte Artium, 10, 2017.

Er bestaat een foto van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Devreese zit in diezelfde houding met zijn profiel naar links te beeldhouwen; je kan je iets voorstellen bij de lichtinval. De foto is gepubliceerd in een bijzonder lezenswaardig artikel van Jacqueline Van Driessche over de nalatenschap van de medaillecollectie van Devreese.[1]

Detail Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur
Mimine Schellecat, dochtertje van de kleermaakster van mw. Devreese, 1906, brons. Medaille door G. Devreese en P. Fisch aangeboden aan Société de la Medaille. Coll. MSK Gent. Foto: website MSK

Mogelijk is het kind dat model heeft gestaan voor de tekening op de meelzak ook op deze wijze vereeuwigd.

De tekening is monochroom en het onderwerp is geschetst alsof het bestemd is voor een plaquette of medaille. Zou Devreese het ontwerp van de tekening van het kind later inderdaad als zodanig hebben gebruikt? Ik heb zijn honderden penningen er niet op onderzocht.
Wel zag ik in de collectie van MSK Gent de medaille ‘Mimine’, die Devreese eerder, in 1906, ontwierp. Het hoofdje van het kind vertoont enige gelijkenis met het kind in de roodkrijttekening.

Aanvulling 9 oktober 2020: Inmiddels is de penning met identieke afbeelding gevonden! Zie hieronder.

Ontwerpen van Godefroid Devreese
Devreese was door zijn werk goed ingevoerd in de hoogste kringen. Ik zal hierna ingaan op de contacten die hij had en het werk dat hij uitvoerde van de Amerikaan Brand Whitlock en de Nederlander Jkh. Maurits Van Vollenhoven, gezichtsbepalende diplomaten in bezet Brussel, en Isabella en Paul Errera, bewoners van Ukkel.

Brand Whitlock

Brand Whitlock. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1915. Part. coll. Foto: E. McMillan

Brand Whitlock, Amerikaans gevolmachtigd minister in België, zie ook mijn vorige blog, beschreef dat hij onder meer met Devreese ging lunchen: ‘M. Cardon is a gentleman of taste and culture and a charming companion. We used to go now and then to the little restaurant “Le Vieux-Sabot” on the quai near his house, he and Devreese, the sculptor and I, and later Alfred Madoux, the editor of L’Etoile Belge, who found his distraction in painting.’ [2]

 

Jonkheer Maurits Van Vollenhoven

Jkh. Maurits van Vollenhoven. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1917. In ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Jonkheer ‘Maurits’ Willem Raedinck van Vollenhoven (Haarlem 25.11.1882 – Madrid 29.03.1944), Heer van Kleverskerke[3], was gezantschapsraad in Brussel toen de Groote Oorlog begon. Hij was een jonge Nederlandse diplomaat, 31 jaar, die samen met een secretaris in de periode ’14-’18 het Nederlandse gezantschap vertegenwoordigde vanaf het moment in 1914 dat de Nederlandse gezant de Belgische koning en zijn regering naar Le Havre in Frankrijk volgde.
Door op dat moment op die plaats te zijn heeft de loopbaan van Van Vollenhoven een wending genomen in importantie, waarvan in de Nederlandse geschiedschrijving maar weinig is terug te vinden.

De titels van Jkh. Maurits van Vollenhoven. ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Jkh. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.

Godefroid Devreese: Jkh. Maurits van Vollenhoven, 1920, borstbeeld in wit marmer voor de Belgische Senaat. Coll. en foto: Belgische Senaat.

Uit dien hoofde viel hen de eer te beurt door Devreese te worden vereeuwigd op medailles. Na de Armistice verleende de Belgische Senaat aan de drie diplomaten het voorrecht vereeuwigd te worden in een levensgroot borstbeeld. ‘Op 11 februari 1919 bestelden Kamer en Senaat bij beeldhouwer Godefroid Devreese borstbeelden van de Markies de Villalobar en van minister-resident Maurits van Vollenhoven. Deze beeldhouwer werd door hen gekozen. De buste van Brand Whitlock werd op zijn vraag door Egide Rombaux gehouwen’. De drie beelden hebben een vaste plaats gekregen binnen het gebouw van de Senaat.[4]
De herinnering aan Jonkheer Maurits van Vollenhoven wordt behalve in België, ook in de Nederlandse provincie Zeeland in het dorp Kleverskerke en in Museum Arnemuiden, in hoge ere gehouden.

Isabella en Paul Errera in Ukkel

Paul Errera, burgemeester van Ukkel van 1912-1921. Plaquette ontwerp Godefroid Devreese, brons. Foto: Ucclensia: ‘Uccle ’14-’18’

Zowel Isabella als Paul Errera hebben Devreese opdrachten verstrekt.[5]
Hij portretteerde Paul Errera als burgemeester van Ukkel voor een plaquette. Isabella Errera gaf opdracht een medaille te slaan om de medewerkers te eren, die meewerkten aan de verstrekking van ‘la soupe populaire’ in Ukkel. De medailles zijn in brons gegoten, waarna verzilverd of verguld, de afmeting is 70×75 mm.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan een zijde van de medaille zien we een edelmoedige, rechtopstaande en goed gekapte vrouw in een enkellange japon, de contour van haar rechterbeen is zichtbaar onder de rok, haar rechtervoet is gehuld in een modische schoen met hak. Zij reikt een dampend bord soep aan, aan een man die wat ineengedoken op een bank achter een tafel zit. Hij richt zijn hoofd op, zijn ellenbogen liggen op tafel, hij strekt zijn rechterhand uit naar de soep. Het raam achter de vrouw staat wijd open met zicht op een boom en een huis, het raam achter de man is gesloten, in de vensterbank staan twee planten in pot. Het onderschrift luidt: ‘Servir les Pauvres ennoblit.’ (‘Het dienen van de Armen veredelt’). Linksonder staat in kleine letters de handtekening G. Devreese.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Keerzijde ‘Uccle’. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan de andere kant van de medaille zien we een man samen met twee honden een kar trekken waarop ketels soep staan. Ze lopen in een veld op weg naar een dorp. Kenners herkennen de boerderij ‘Hof ten Hecke’ en de kerktoren van Ukkel.[6] Achter hen een boom in blad. Het onderschrift luidt links ‘Uccle’ (Ukkel), rechts opnieuw de handtekening in kleine letters G. Devreese. 1917.

Detail foto Isabella Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Op een foto van Isabella Errera, waar zij in haar werkkamer aan haar bureau zit te schrijven, is achter haar een wand vol schilderijen te zien.[7] Opvallend detail is het ‘schilderij’ direct achter haar. Ongetwijfeld een werk van Godefroid Devreese: het is een grote gipsen plaquette, ingelijst, van de man die samen met zijn twee honden de kar met ketels soep trekt. De foto bevestigt de verbondenheid van Isabella Errera met het werk van Godefroid Devreese.

‘Au bénéfice d’alimentation’ op de meelzak ‘Perfect’
De origine van de Amerikaanse, katoenen meelzak is een klein dorp Ucon, in de staat Idaho. Ik vraag me af waarom Devreese specifiek deze meelzak heeft uitgekozen.

Detail beeldmerk ‘Perfect’ in penningvorm. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Is het vanwege het merk ‘Perfect’?!
Het beeldmerk met bloemen in penningvorm?
De kleuren blauw en geel van de originele bedrukking, waartegen zijn roodkrijttekening (‘dessin à la sanguine’) mooi zou afsteken?
Een combinatie van dit alles lijkt me waarschijnlijk.

Andere kunstenaars die meelzakken versierden hebben zichtbaar geworsteld met de dubbele stof van de katoenen zakken, de originele bedrukking waar ze omheen werkten en de oorspronkelijk verticale/staande richting van de meelzakken. Zo niet Devreese.
Hij heeft pragmatisch de zij- en bodemnaden van de meelzak laten lostornen en de zak een halve slag gedraaid. Daardoor had hij een enkelvoudig doek in horizontale richting waarop hij een liggende afbeelding kon maken op het niet bedrukte deel van de zak. Hij koos ervoor te werken op de kant waarop ook de originele bedrukking zichtbaar was.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempels ‘CNSA Brabant’ en ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Op de meelzak staan drie verschillende stempels:

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘A.B.C.’ (American Bakers Council). Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

1 Het stempel ‘A.B.C.’; dit zal in de VS vóór verzending op de zak meel zijn gestempeld. De afkorting is waarschijnlijk van ‘American Bakers Council’ en diende als ‘kwaliteitscertificaat’.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘CNSA Brabant’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

2 Twee stempels van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant’; deze stempels heeft het provinciale komiteit van Brabant gezet als certificaat van echtheid, na leging van de zak en voordat deze werd overgedragen voor hergebruik in België.

3 Het stempel ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles & ………(?)’; dit is een ongebruikelijk stempel. Ik had het niet eerder op een versierde meelzak gezien. Maar de KMKG-collectie meelzakken van Isabella Errera-Goldschmidt bevat een tweede exemplaar met dit stempel, de geborduurde meelzak ‘Vigor Flour’ (Tx 2605).

Het zou kunnen betekenen dat versierde meelzakken vanuit het Belgische liefdadigheidswerk op het CRB-kantoor in Brussel zijn afgeleverd, daar dit stempel kregen en gereed gemaakt voor verzending naar Amerika. Het is echter bekend dat het kantoor van de CRB overladen is geweest met versierde meelzakken en andere geschenken en moeite had om de blijk van Belgische liefdadigheid naar Amerika te verschepen. Bovendien zijn uit deze voorraad objecten ook bedankjes uitgereikt aan medewerkers en relaties van de CRB. Mogelijk is Isabella Errera op enigerlei wijze betrokken geweest in dit proces en was bekend waarmee men haar een groot plezier zou doen.

Iconische meelzak

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Meer aannemelijk vind ik mijn volgende hypothese. Omdat zij verzamelaar van stoffen was, had Isabella Errera waarschijnlijk reeds een collectie originele meelzakken in bezit met de bedoeling deze te bewaren als textiel erfgoed, te catalogiseren en te zijner tijd te tonen binnen haar stoffenverzamelingen. Daarom verwacht ik dat Isabella bewust de gelegenheid zal hebben gecreëerd haar keuze te maken uit de versierde meelzakken, bijvoorbeeld in samenspraak met Mrs. Ella Brand Whitlock, echtgenote van de Amerikaanse diplomaat.
Met kennis van kwaliteit zal zij resoluut de meelzak ‘Perfect’/‘Au bénéfice d’alimentation’ hebben uitgekozen om toe te voegen aan haar collectie. Haar fingerspitzengefühl vertelde haar dat de combinatie van het oorspronkelijke, Amerikaanse beeldmerk met de tekening van de internationaal erkende kunstenaar Godefroid Devreese in Brussel voor België bewaard zou moeten blijven.

Devreese memoreerde aan het einde van zijn leven over het doel waar hij in zijn werk naar streefde: “Je les ai toujours tous fait avec la même conscience et toujours avec la préoccupation: qu’en dira-t-on plus tard?” (Ik heb ze altijd allemaal vanuit hetzelfde besef gemaakt en altijd met het uitgangspunt: wat zal men er later over zeggen?”)[8]

Zijn reflectie sluit aan bij de verzamelgedachte van Isabella Errera.
Ik zeg erover: tezamen lieten zij een iconische meelzak van WO I na.

AANVULLING 9 OKTOBER 2020: PENNING GEVONDEN!
Evelyn McMillan heeft de penning van Devreese gevonden met dezelfde afbeelding als op de meelzak! Een foto van de penning is afgedrukt in het boek van Charles Lefébure, La Frappe en Belgique Occupée. [9]

Voor en achterzijde van de penning van Godefroid Devreese, nr. 371 in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek

Het is een hanger met draagoog, driehoekig van vorm, 36 mm hoog, 23 mm breed en 2,6 mm dik. Aan de ene zijde is de afbeelding van het kind en de naam G. Devreese. De achterzijde draagt een afbeelding van wuivende graanhalmen, waaromheen de tekst: Exposition d’Art et de Travaux Manuel, Bruxelles 1914 1915. De penning is geslagen door Fonson in Brussel.

Omschrijving van de penning van Devreese door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek

Volgens Lefébure kwam de hanger tot stand in april 1915 om cadeau te doen aan de medewerkers van de ‘Fêtes’ (feesten), bekroonde exposanten en aan donateurs van de tentoonstelling.
Kennelijk een dankbaar sieraad voor vrouwen, die de hanger met het meisje aan een kettinkje konden dragen.

Het Penningenkabinet KBR bezit een exemplaar van de penning in brons geslagen, afkomstig uit de nalatenschap van Devreese, verkregen in 2013. Plaatskenmerk 3E278/1. De beschrijving van de voorzijde luidt: Een meisje zit op de grond, een kom tussen haar knieën, en brengt een lepel naar haar mond.

 

– Dank aan Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel die mij de gelegenheid hebben geboden de collectie  meelzakken van WO I  te onderzoeken.
– Dank aan Ucclensia, de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving, in het bijzonder de heer Eric de Crayencour, voor de vele en uitvoerige informatie, die zij mij hebben verstrekt over Ukkel in de jaren ’14-’18 en de toenmalige bewoners, Paul en Isabella Errera-Goldschmidt.
– Bijzondere dank aan Evelyn McMillan voor het geslaagde speurwerk in het werk van Godefroid Devreese naar de penning, gelijk aan de afbeelding op de meelzak.

[1]

Godefroid Devreese 1861-1941. Limburgse Commissie voor Numismatiek

Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, Journal of the Royal Library of Belgium, 10, 2017, p. 171-183. (open access). De archieven van Devreese zijn gelegateerd aan de KBR in 2013 schrijft zij in dit artikel.

Voor een volledig overzicht van het werk van Godefroid Devreese:
Poels, André, Vandamme, Luc, Van Driessche, Jacqueline, Godefroid Devreese 1861-1941. Alken: Limburgse Commissie voor Numismatiek vzw, 2018

[2] Brand Whitlock, Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I. London: William Heinemann, 1919, p. 336

[3] Museum Arnemuiden, Zeeland, heeft de persoon Van Vollenhoven nader onderzocht. Hun website biedt een informatiefilm over Maurits van Vollenhoven (2007)

[4] Website Belgische Senaat, Geschiedenis en Erfgoed, Sporen uit het verleden ‘Diplomaten lenigen hongersnood in bezet België’, 19/04/2017

[5] 14-18. Uccle et La Grande Guerre. Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et Environs a.s.b.l., 2018

[6] Mededeling M. Eric de Crayencour, Vice-président du Cercle d’Histoire d’Uccle.

[7] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[8] Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, 10, 2017, p. 181

[9] Lefébure, Charles, La Frappe en Belgique Occupée. Contribution à la Documentation du Temps de Guerre. Bruxelles et Paris, Librairie Nationale d’Art et d’Histoire. G. van Oest & Cie, Editeurs, 1923, p. 33, PL. XII

De collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis

Isabella Errera, borstbeeld door Thomas Vinçotte, ong. 1920. kopie in gips. Collectie KMKG-MRAH. Foto: auteur

Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel (KMKG-MRAH) bezit een omvangrijke collectie versierde meelzakken van WO I, ook wel bekend als de ‘Collectie Errera’. In februari 2020 heb ik het voorrecht gehad onderzoek te doen in het museum. Eén dag heb ik geheel kunnen wijden aan het onderzoek van de meelzakken. Een dagdeel was ik in één van de bibliotheken en een extra dagdeel ben ik ontvangen in het archief om dossiers met originele documenten van de verkrijging van de versierde meelzakken te bestuderen.[1]

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

 

 

 

Isabella Alice Goldschmidt Franchetti werd geboren op 4 april 1869 in Florence, Italië en is overleden op 23 juni 1929 in Brussel.
De Italiaanse trouwde met de Belg Paul Errera (Laeken, 23 juli 1860 – Brussel, 12 juli 1922) op 4 november 1890 en verhuisde naar Brussel. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Gabriëlle (Brussel, 2 juni 1892 – Princeton, VS, 25 augustus 1997) en Jacques (Ukkel, 25 september 1896 – Brussel, 30 maart 1977).[2] [3]

Foto van Jacques en Gabriëlle Errera met hun grootmoeder Marie Errera-Oppenheim (detail) in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Isabella Errera-Goldschmidt verzamelde textiel. Zij had een enorme expertise op het gebied van antieke stoffen, bouwde er een collectie van op en breidde deze uit met moderne stoffen. Ze reisde in Europa en naar het Midden-Oosten om haar verzameling te kunnen uitbreiden.

Catalogue d’Étoffes
In 1901 publiceerde Isabella Errera haar eerste catalogus over de verzameling oude stoffen, waarvan zij een aantal reeds geschonken had aan het Musée du Cinquantenaire de Bruxelles (nu KMKG-MRAH). In 1905 verscheen de catalogus over oude borduurwerken, in 1907 de tweede (museum)editie van de catalogus over de verzameling oude stoffen en in 1916 de publicatie over de antieke, Egyptische, stoffen. Haar schenkingen aan het museum gingen intussen door.

Het titelblad van de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

In 1927 verscheen de derde editie van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes’[4] van het museum. Voor het onderzoek naar versierde meelzakken in WO I een interessante catalogus, omdat twee items -mét foto’s- meelzakken tonen. Het gaat om de nummers 481 en 482 in het hoofdstuk ‘XVIIIe-XXe siecle’.

Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijving van objectnummer 481 (inv. nr. Tx 1028(?)):
Sac en grosse toile grise imprimée de rouge et de blue.
Les inscriptions sont: Hard Wheat Flour. De la part de leurs amis Vancouver, Canada. British Columbia Patent 98 LBS. Aux héroïques Belges.
Travail américain du XXe siècle.
Hauteur du dessin: 0m34; largeur: 0m34.
Preté par I. Errera.

Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Nr. 482 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijving van objectnummer 482 (inv. nr. Tx 1027):
Sac en toile blanche, imprimé de rouge, de vert et de noir.
Les inscriptions sont: Mission Bells. Best patent Flour Port Costa Milling Co California. Packed: 49 LBS. Mission Bells.
Travail américain de XXe siècle.
Hauteur du tissue: 0m29; largeur: 0m30.
Preté par I. Errera.

De catalogus van 1927 beschreef 785 textiliën, waarvan 693 uit de verzameling van Isabella Errera afkomstig waren. Ze had er 243 in bruikleen gegeven, de overige geschonken.[5]

De omslag van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition’ door Isabelle Errera, 1927. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijvingen bij de meelzakken kwalificeren deze als bruikleen: een eerste en vroege blijk van collectievorming van de meelzakken door een gerenommeerde stoffenverzamelaar én gepubliceerd in de catalogus van een vooraanstaand kunst- en geschiedenismuseum:
Elle n’hésite pas à inscrire dans les collections des Musées les cotons imprimés des sacs de farine américains distribués par l’aide alimentaire pendant la Première Guerre mondiale!
(Ze aarzelt niet om in de collecties van het museum de bedrukte katoen op te nemen van Amerikaanse zakken meel, gedistribueerd vanuit voedselhulp tijdens de Eerste Wereldoorlog.) [6]

Drie dingen zijn intrigerend in de beschrijvingen:

  • De objecten 481 en 482 zijn wel als ‘zak’ maar niet als ‘meelzak van de periode van 1914-18’ beschreven;
  • De wijze en plaats van verkrijging staat niet vermeld. Er ontbreekt ‘Acheté chez…’ of ‘Acheté à …’ zodat de verkrijging door Isabella Errera blijkbaar geen ‘aankopen’ zijn geweest;
  • De Canadese zak heeft als kwalificatie ‘travail américain’, de catalogus maakte nog geen onderscheid tussen de landen Canada en VSA.
Foto Isabelle Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Legaat Isabella Errera

Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1028(?). Foto: auteur

Isabella Errera is overleden op 60-jarige leeftijd en liet in haar testament haar bruiklenen na aan het museum. Dit blijkt uit de brief van notaris Ed. Van Halteren op 13 juli 1929 aan de Belgische ‘Ministre des Sciences et des Arts’ met als bijlage het testament waarin het volgende legaat was opgenomen: ‘Je lègue en pleine propriété à l’État belge tous les objets que j’ai prêtés au Musée du Cinquantenaire …, etc. (Ik legateer in volle eigendom aan de Belgische Staat alle voorwerpen die ik in bruikleen heb gegeven aan het Musée du Cinquantenaire …, enz.)

De Minister communiceerde het bericht van het legaat via een ‘dépêche’ van 26 juli aan het Musée Cinquantenaire en vroeg om inzicht in de reikwijdte van het legaat.
Het museum zag zich plots geconfronteerd met een probleem. Welke stukken waren in bruikleen gegeven door mevrouw Errera en kwamen hen nu door het legaat toe? Hoe kon zij onderscheid maken met de voorwerpen, die reeds in bezit waren door eerdere schenkingen?

Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Detail bedrukking. Nr. 482 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1026. Foto: auteur

Monsieur le Conservateur en Chef benoemde het dilemma in een brief aan de Minister op 6 augustus: ‘Quant aux étoffes, Mme Errera n’avait jamais pris soin de nous remettre une liste de ses dépôts et comme elle avait été chargée par le Gouvernement de la gestion du Départment des textiles, il nous aurait été difficile de constater l’introduction dans les séries de pièces nouvelles.’

(Wat de stoffen betreft had mevrouw Errera nooit de moeite genomen ons een lijst van haar bruiklenen te geven en aangezien zij door de Regering was belast met het beheer van de Afdeling Textiel, zou het moeilijk voor ons zijn geweest om tot vaststelling te komen van door haar nieuw ingebrachte stukken.)

Gelukkig had Isabella Errera met de catalogus van 1927 ervoor gezorgd dat er gemakkelijk helderheid kon komen. De Minister kreeg de lijst van het legaat toegestuurd. De brief van de Conservateur en Chef vervolgde: ‘Il a donc fallu nous borner à relever dans le Catalogue d’étoffes anciennes; 3e édition 1927, les numéros désignés comme prêtés par Mme Errera. Je vous prie d’en trouver la liste ci-jointe, complétée par la désignation des broderies.

Meelzak ‘Pride of Niagara, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y.’ Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1384. Foto: auteur

Mme Crick, à qui j’ai demandé d’établir ce relevé m’écrit “la collection des étoffes léguées est particulièrement importante: elle constitue plus du quart de la collection totale des tissus du Musée et comporte des exemplaires de toutes les époques depuis le VIe jusqu’au XXe siècle; …”.’
(‘We moesten ons dus baseren op de Catalogue d’étoffes anciennes; 3e editie 1927, de nummers aangeduid als in bruikleen gegeven door mevrouw Errera. Bijgaand vindt U de opgestelde lijst, aangevuld met de lijst van borduurwerken. Mevrouw Crick, aan wie ik vroeg om deze opstelling te maken, schrijft mij “de collectie van de nagelaten stoffen is bijzonder belangrijk: deze vormt meer dan een kwart van de totale collectie stoffen van het museum en omvat exemplaren van alle tijden sinds de VIe tot de XXe eeuw;” ‘)

Meelzak ‘White Rose, The Hadley Milling Co. Olathe, Kansas’. Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1341. Foto: auteur

De lijst van mevrouw Marthe Crick-Kuntziger (Luik, 2 april 1891 – Brussel, 30 mei 1963), kunsthistorica, sinds 1921 werkzaam bij het museum, bevatte de twee gecatalogiseerde meelzakken, want zij vermeldde onder
I. ÉTOFFES. Voir Is. Errera: Catalogue d’étoffes anciennes et modernes.; Bruxelles 1927. (3e-édition).
Nos ……481, 482, ……

Bovendien blijkt uit de lijst dat twee geborduurde meelzakken ook tot het legaat behoorden. Onder II volgde ‘la désignation des broderies’, waarin twee nummers met een ‘sac américain brodé’. De lijst vermeldde:
II. BRODERIES…
94 – Sac américain brodé. (guerre 1914-18.)
95 – Tablier formé d’un sac américain brodé (id.)
…..

Analyse van de indexnummers van de versierde meelzakken in de museumcollectie leidden me naar de twee geborduurde meelzakken welke tot het legaat hebben behoord:
* Nummer 94: De meelzak ‘Pride of Niagara’ van de maalderij Thompson Milling Co., Lockport, New York (inv. nr. Tx 1384);
*Nummer 95: Het schortje gemaakt uit de meelzak ‘White Rose Flour’ van de maalderij The Hadley Milling Co., Olathe, Kansas (inv. nr. Tx 1341).[7]

Omslag van het Bulletin Musées Royaux d’Art et d’Histoire, maart 1933. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

Jacqueline Errera-Baumann
Het museum kwam vier jaar na het overlijden van Isabella Errera in het bezit van een aanzienlijk aantal meelzakken door de schenking van Mme Jacques Errera, de schoondochter van Isabella Errera.
Jacqueline Julie Errera-Baumann, geboren op 13 januari 1901 in Illkirch, Alsace, Frankrijk, overleden op 20 februari 1960 in Brussel. Zij trouwde met Jacques Errera rond 1920/22. Het echtpaar kreeg een dochter, Muriel (Parijs, 17 juni 1924 – Brussel, 21 juni 2008) en een zoon, Paul (Laeken, 9 mei 1928 – Woodbridge, VS, 14 april 2010).

Jacqueline was een beeldhouwster en schilderes, opgeleid in Parijs, zij was in de leer bij Emile-Antoine Bourdelle.
Jacqueline deed de schenking van een serie meelzakken in februari 1933.
De Conservateur en Chef van het museum schrijft op 18 februari 1933 aan Madame Errera, 14 Rue Royale, Bruxelles:
“J’ai l’honneur de vous accuser réception du lot de sacs américains que vous m’avez fait remettre. Je vous remercie de cette nouvelle marque de l’interêt que vous portez à nos collections et qui vient enrichir de maniere intéressante nos séries documentaires de l’histoire de la période de guerre 1914-1918.”
(‘Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van de partij ‘Amerikaanse zakken’ die u mij hebt aangeboden. Ik dank u hartelijk voor deze nieuwe blijk van interesse in onze collecties die op interessante wijze de geschiedenis van de oorlogsperiode 1914-1918 aanvult en documenteert.’)

Verzoek aan Mlle Calberg te rapporteren over de schenking van Jacqueline Errera-Baumann, 22 februari 1933. Archief KMKG-MRAH. Foto: auteur

Op 22 februari 1933 vroeg Jean Capart, Le Conservateur en Chef, via een intern memo aan Mademoiselle Calberg om rapport uit te brengen over het aanbod van de schenking van Madame Errera.

Op 1 maart rapporteerde Mlle Calberg: ‘Madame Errera offre en don à nos Musées un lot de 56 sacs américains en toile imprimée de la periode de guerre 1914-18. Le genre est déjà représenté dans nos collections par quelques spécimens faisant partie du legs Isabelle Errera. La série serait donc heureusement complèté par le lot important qui nous est présenté. J’estime qu’il y a donc lieu d’en accepter le don.’

(Madame Errera biedt aan onze musea een schenking aan van een partij van 56 Amerikaanse meelzakken van bedrukte stof uit de oorlogsperiode 1914-18. Het genre wordt in onze collecties al vertegenwoordigd door enkele exemplaren die deel uitmaken van het legaat Isabelle Errera. Deze exemplaren zullen dus hopelijk aangevuld worden met de belangrijke partij die ons nu wordt aangeboden. Ik ben van mening dat er voldoende reden is om de schenking aan te nemen.)

Rijstzak ‘Riso Brillato. La Bandiera Italiana. Carolina’. Collectie KMKG-MRAH. Foto: auteur

Het museum publiceerde in haar Bulletin van maart 1933 onder ‘Nouveaux Dons’ (nieuwe schenkingen) het bericht ‘Nos collections de broderies modernes se sont accrue d’un lot de sacs américains (1914-1918) offert par Mme Jacques Errera’.

En zo kwamen de 56 meelzakken van WO I, geschonken door Jacqueline Errera-Baumann, terecht in de sectie (moderne) borduurwerken van het museum.

Ik geef een overzicht van deze 56 meelzakken.
Allereerst: een zak bleek een rijstzak met rood, wit, groene bedrukking, dus zal ik die niet meerekenen in de aantallen van de collectie.

De twee bewerkte meelzakken “Russel’s Best’ en ‘Vigor’ zijn op gelijksoortige wijze geborduurd, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2604 en Tx 2605. Foto: auteur.

Daarmee komt de serie meelzakken die door Jacqueline Errera-Baumann geschonken zijn op 55:
– Onbewerkt: 52;
– Bewerkt: 3.

Meelzak ‘Perfect, Gem State Roller Mill & Ele. Co. Ucon, Idaho’ met tekening van Godefroid Devreese, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur.

Bewerking:
Één zak ‘beschilderd’, dat wil zeggen met een tekening in rood contékrijt of potlood door G. Devreese;
– Twee zakken op gelijksoortige wijze geborduurd en afgewerkt met franje aan boven- en onderzijde als kleine tafellopers.

Herkomst van de meelzakken: Canada: 2 en Verenigde Staten 53.

 

 

Samenvatting
De museumcollectie is verkregen door:
1) Legaat Isabella Errera-Goldschmidt in 1929: 4 stuks
2) Schenking Jacqueline Errera-Baumann in 1933: 55 stuks

Totaal 59 meelzakken, waarvan 54 onbewerkt en 5 bewerkt (vier geborduurd, één met tekening). De herkomst van de meelzakken is drie uit Canada, 56 uit de VS.

De interessante vragen die volgen zijn: hoe en wanneer hebben Isabella en Jacqueline Errera hun respectievelijke collecties meelzakken destijds verkregen? Welke verzamelcriteria zullen zijn gehanteerd? Genoeg reden voor verder onderzoek en nieuwe blogs.

Onderzoek van de collectie meelzakken in Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, februari 2020. Foto: auteur

[1] Mijn hartelijke dank aan de medewerkers van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. De dames De Meûter, Cooremans, De Ruette en Hanssens hebben mij gastvrijheid geboden voor mijn onderzoek. In de aanloop naar mijn bezoek verschaften zij steeds opnieuw informatie. Dankzij hun voorbereidingen heb ik mij ter plaatse volledig aan de studie van de meelzakken, documenten en boeken kunnen wijden. Ik ben hen bijzonder erkentelijk!

[2] Mijn hartelijke dank aan Eric de Crayencour, Ondervoorzitter van de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving voor het bijeenbrengen en toezenden van de uitgebreide informatie en data over de familie Errera, hun verblijf in Ukkel en de nalatenschap van Isabella Errera; juli 2020

[3] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[4] Errera, Isabelle, Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bruxelles, Vromant & Co; Lamertin, Musées Royaux du Cinquantenaire, 1927

[5] Delmarcel, Guy, Isabella Errera (1869-1929) in Liber Memorialis 1835-1985. Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst & Geschiedenis, 1985

[6] Coppens, Marguerite, Goldschmidt Isabelle (1869-1929), épouse Errera. In: Dictionnaire des femmes belges XIXe-XXe siècles, Gubin, Eliane, e.a., dir., Bruxelles, éditions Racine, 2006

[7] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126; Bijlage 1 Lijst van de Amerikaanse Meelzakken in de KMKG

De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt

Dit blog vertelt het verhaal van de kanten bloemzak van Tielt.*)

Maria Impe-Gauquie, links op de foto, Hector Impe, rechts op de foto, circa 1915. Foto (detail) uit boek: ‘Het Nationaal Hulp-en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Het kantwerk legt de relatie met het leven van het echtpaar H. Impe-Gauquie in Tielt, provincie West-Vlaanderen. Maria Gauquie en Hector Impe trouwden vandaag precies 130 jaar geleden.

Versierde meelzak ‘Stad Thielt’, collectie HIA. Foto: collectie auteur

De versierde bloemzak in Palo Alto, Californië
Deze met kanten versierde bloemzak bevindt zich in de collectie van de Hoover Institution Archives (HIA) in Palo Alto, Californië op de Stanford University. De meelzak is daar zorgvuldig opgeborgen.
Gelukkig zijn er prima foto’s van het kantwerk beschikbaar dankzij de tentoonstelling ‘From Aid to Art. Decorated Flour Sacks from World War I’, gehouden van 7 januari tot 1 maart 1987 in The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Gastconservator Carole Austin legde een uitgebreid dossier aan, dat ik van haar kreeg toegestuurd. Enkele fraaie kleurendia’s zijn daardoor in mijn bezit.

A Report, Fall 1986, catalogus bij de tentoonstelling “From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I” door Carole Austin. San Francisco Craft and Folk Art Museum.

Carole stuurde me ook ‘A Report’, Fall 1986, de begeleidende krant in zwart-wit, die diende als catalogus bij de tentoonstelling. Centraal op de voorpagina staat de foto van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’: ‘Fine Belgian lace sewn over a flour sack’.

Het kanten object bestaat uit twee delen, een Belgisch met rode ondergrond (links) en een Amerikaans paneel met blauwe ondergrond (rechts).

Het linker, ‘Belgische’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op rode ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* De voorstelling op het Belgische deel is divers. Een dubbele hoorn van overvloed bijeengehouden door een blauw ‘lint’, is gevuld met rijk dragende graanhalmen en omringt een gekroond wapen met drie sleutels. Het schild hangt aan een lint dat zich strikt in de twee bovenhoeken en versierd is met bloemen. Het middenstuk is een medallion met Griekse rand waarbinnen een cherubijntje een vlinder toezwaait die met een brood komt aan fladderen. De tekst luidt: ‘Stad Thielt – België – Hulde aan America – 1914/1915’. Onder het medallion twee gekruiste lauwertakken waarin een gekroond wapen met staande leeuw en de tekst ‘Eendracht maakt macht’.

Het rechter ‘Amerikaanse’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op blauwe ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* Het Amerikaanse deel toont het Vrijheidsbeeld, omringd met hangende takken, waaraan bloemen in de vorm van vijfpuntige sterren. Het beeld staat op een sokkel voorzien van een medallion met dertien sterren. De sokkel wordt gedragen door de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels, op de borst een rood-wit-blauw gestreept wapenschild en in de klauwen een lauwertak, resp. een bundel pijlen. In zijn bek houdt de adelaar een krullende banier vast met de tekst ‘E Pluribus Unum’.

* De afmeting van het geheel is h. 76 cm, br. 85 cm (30 x 33,5 inches).
De randen zijn omzoomd en voorzien van sierband, het Belgische deel in de kleuren rood, geel, zwart; het Amerikaanse deel in de kleuren rood, wit, blauw.

Onbewerkte meelzak ‘Zephyr’, coll. KMKG-MRAH. Tx 2632. Foto: auteur

Bloemzak ‘Zephyr’
“Is de drager van de kanten voorstelling een meelzak?” vroeg ik me af.
Het medallion op het linker, Belgische, deel legt inderdaad de relatie met de meelzakken van WO I.

De collectie van het Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH) in Brussel bevat een onbewerkte meelzak ‘Zephyr’ van de maalderij Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas.
Professor Delmarcel beschrijft in 2013 de meelzak:
‘De Bowersock Mills Company in Lawrence, Kansas, koos voor een meer intellectuele logo. Hun merknaam ‘Zephyr’ wordt in beeld gebracht door een kleine gevleugelde genius die een brood toevertrouwt aan een vlinder, een wat ver gezochte allegorie van de antieke godheid Zephyrus als wind van de lente.’ [1]

Een allegorie op de Griekse god ‘Zephyrus’, de god van de Westenwind!

‘De Geboorte van Venus’, Sandro Botticelli, ca 1483, Galleria degli Uffizi, Florence. Foto: website Art Salon Holland

De Italiaanse Renaissance schiet in mijn herinnering: Sandro Botticelli schilderde ‘De Geboorte van Venus waarbij de godin Venus staande in haar schelp aan land wordt geblazen door de god Zephyr.

Onbewerkte meelzak Zephyr, detail. Coll. KMKG-MRAH. Foto: coll. auteur
Het medallion van de kanten meelzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

Het medallion met cherubijn, vlinder en brood omringd door zonnestralen binnen de Griekse rand komt exact overeen met de afbeelding van het kant. Waar de merknaam ‘Zephyr’ stond afgedrukt op de originele meelzak zijn de woorden ‘STAD THIELT’ in de plaats gekomen. Op de plaats van de naam van de maalderij werd de tekst ‘Hulde aan America’ aangebracht.

Belgisch kant
Mijn kennis over Belgisch kant is basaal, verwacht van mij daarom geen beschrijving van de kanttechnieken. Carole Austin prijst in haar catalogus van 1986 het kant op de meelzak als een van de mooiste versieringen: ‘Perhaps the finest piece in all of the collections is a double panel entirely covered with fine Belgian lace’.

Dit kant is na de creatie gefotografeerd voordat het op de meelzak bevestigd werd, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Foto gemaakt voordat de kanten bloemzak geschonken is aan de Amerikaanse weldoeners, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Dat de creatie tijdens de Groote Oorlog ook in Tielt, provincie West-Vlaanderen, indruk heeft gemaakt blijkt uit de archieven van de Heemkundige Kring de Roede van Tielt. Onderzoeker en auteur Paul Callens vond in de bibliotheek historische foto’s van beide panelen. De foto’s zijn vermoedelijk genomen voordat de kantwerken naar Amerika zijn verzonden. Het kant van het linkerpaneel heeft op de foto nog geen rand. De foto zal dus genomen zijn voordat het kant aan de meelzak is bevestigd.

Paul Callens zocht enkele passages in het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse[2] over kant en kantwerksters voor me op.
‘Kantwerksters: In het begin van Juni 1915 werd door eenige edelmoedige en bereidwillige Juffers onzer gemeente onder de leiding van de E. Heer Cortij, het werk der kantwerksters ingericht. Eene aanvraag tot aanvaarding aan het Nationaal Komiteit van Brussel gedaan werd goedgekeurd en het werk nam zijnen aanvang met 18 kantwerksters. Sinds is dit getal geklommen tot 51, waarvoor een totaal hulpgeld tot op 1 mei is ontvangen van fr. 3200.
Het daarop ingezonden kantwerk bedraagt fr. 2857,15. Onnoodig te zeggen dat deze nuttige inrichting het zijne heeft bijgebracht tot leniging van den nood onzer werkersbevolking en kleine burgerij.’

Borduur/kantwerk ‘De Stad Iseghem aan Amerika. Hulde van Dankbaarheid, 1914-1915’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
Kantwerk ‘Dankbare Hulde Beveren bij Roeselare’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens

Het Werk der kantwerksters
In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library – Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa bevinden zich meerdere kant- en borduurwerken uit Tielt en omgeving.
Recente foto’s uit de collectie kreeg ik toegestuurd en zijn gemaakt door Mauro Callens, de zoon van Paul, die samen met zijn moeder en zijn vrouw, in oktober 2019 een bezoek bracht aan het museum. Zij werden ontvangen door conservator Marcus Eckhardt, die hen meer stukken in de collectie liet zien, dan een gewone bezoeker te zien zal krijgen.

De adelaar met schild en banier in de bek. Detail borduurwerk ‘Stad Iseghem’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
De adelaar met schild en banier in de bek. Detail kanten bloemzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

En dat leverde voor het onderzoek van de kanten bloemzak van Tielt interessante informatie op.

Een fijn wit borduurwerk met kanten rand uit de stad Izegem bevat het beeld van de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels en baniertekst ‘E Pluribus Unum’, zoals ook op het ‘Amerikaanse paneel’ is afgebeeld. Dit geeft er blijk van dat er binnen  de kringen van borduursters en kantwerksters uitwisseling zal zijn geweest van patronen.

Twee geschenken uit Tielt
Nog een passage uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’:
‘Onze kantwerksters hebben twee prachtige geschenken afgemaakt voor onze Amerikaansche weldoeners en een voor onze Spaansche weldoeners. Die geschenken wierden bekostigd door vrijwillige giften op de gemeente.’
Het lijkt erop dat de kantwerken op de meelzakken de twee geschenken voor de Amerikaanse weldoeners zijn geweest!

Signering ‘H Impe Gauquie Thielt’. Foto: Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Maria en Hector Impe-Gauquie
Beide delen van het kantwerk zijn gesigneerd in de linkerbenedenhoek met dezelfde naam.
Als men de naam niet weet is het wel wat raden voor de naam.
H IMPE GAUQUIE THIELT’.
Paul Callens ontcijferde de kanten tekst. Tegelijkertijd vond hij een foto van de voedselbedeling in Tielt waarop de heer en mevrouw Hector Impe-Gauquie beiden staan afgebeeld! De foto is bij hen thuis gemaakt, Tramstraat 36 in Tielt. Hector Impe blijkt de voorzitter van het Voedselcomiteit.

Foto met bijschrift uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Genealogische gegevens die ik van het echtpaar heb gevonden, zijn:
– MARIA JOSEPHA GAUQUIE, geboren op 28 augustus 1867 in Izegem, West-Vlaanderen.
Haar ouders waren Charles Gauquie (geb. 1822) en Henrica Meersseman (geb. 1823).
– HECTOR JOSEPH MARIE IMPE, geboren op 11 november 1862 in Izegem. Zijn ouders waren Franciscus Impe (overl. 1864) en Theresia Coleta Hoornaert (overl. 1868).
Uit het bijschrift van de groepsfoto blijkt dat het in ieder geval twee dochters had: Martha en Marguerite.

Het echtpaar Maria Gauquie en Hector Impe trouwde op 15 juli 1890 in Izegem. Vandaag 130 jaar geleden.
Opmerkelijk in het bijschrift van de foto is de vermelding van de naam van Hector Impe als ‘Hector Impe-Gauquie’, terwijl zijn vrouw staat vermeld als ‘Mevr. Hector Impe’. Dat brengt me bij de duiding van de naam in het kantwerk. Het geeft twee mogelijkheden:
* Hector Impe-Gauquie heeft geld geschonken aan de gemeente waardoor kantwerksters de panelen hebben kunnen maken, waarna ze cadeau zijn gedaan aan de Amerikaanse weldoeners, of
* Maria Impe-Gauquie is de kantwerkster geweest.

Nieuwe vragen
– Kenners van kantwerk en de historie van Tielt zullen hopelijk meer licht kunnen schijnen op mijn vraag: is Maria Impe-Gauquie inderdaad de kantwerkster geweest van de prachtige kanten van de ‘Stad Thielt’?!
– De specialisatie ‘Oorlogskant/War Lace’ is het kennisveld van velen. Ik ben benieuwd of de kanten bloemzak van Tielt te beschouwen is als ‘oorlogskant’. Zo ja, dan zijn via deze speciale versierde meelzak draden getrokken tussen het werk van de kantwerksters en het werk aan de versierde meelzakken in WO I.

Dank
Mijn hartelijke dank gaat uit naar Carole Austin, Paul en Mauro Callens, André Bollaert, Marcus E. Eckhardt en Evelyn McMillan voor het verschaffen van informatie, toesturen van foto’s en teksten!

*) In oktober 2020 verscheen mijn artikel ‘De kanten bloemzak van Thielt’ in het tijdschrift Onze Voorouders, tijdschrift voor familiegeschiedenis. Tielt: Familiekunde Vlaanderen regio Tielt vzw.

Voetnoten:
[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 99. Afbeelding Fig. 9, p. 115

[2] Paul Callens heeft samen met Luc Neyt het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’ van Fons Das afgewerkt. Familiekunde Vlaanderen, Regio Tielt, 2018

Trotting on a flour sack

Ball games have always been around in history. How nice would it be if balls were to appear on decorated flour sacks from WWI: printed on the original flour sack in North America or embroidered/painted in Belgium?
I would like to write a blog about it.
The thought came to my mind because of Matthew Schaefer’s blog, “Opening Day, Baseball and Tough Times,” about Herbert Hoover’s involvement in baseball. It recently appeared on the blog of the Herbert Hoover Presidential Library in West Branch, Iowa, USA. Archivist Matthew Schaefer regularly publishes on “Hoover Heads”, blogs covering a wide variety of topics related to the life and work of the man who was director of the Commission for Relief in Belgium and later became the 31st President of the United States of America, Herbert Hoover, and his wife Lou Henry Hoover.
But since I have not yet found a ball on any flour sack, I would like to present another sport on a flour sack, namely the equestrian sport.

“Roller Mills IXL”, one of eight panels with decorated flour sacks in the folding screen. Coll. IFFM inv.no. IFF 002733

 

Trotter and driver on a sulky, detail folding screen. Coll. IFFM
‘Roller Mills’ in backstitch. Coll. IFFM

Trotting on a flour sack
The first “equestrian sack” I got to know was in the collection of the In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ypres. It is part of a folding screen which consists of 8 panels with decorated flour sacks. One of the panels is the flour sack “Roller Mills IXL” with the image of harness racing: a fast trotting horse in front of a sulky with large wheels and a concentrated driver on it.
During my flour sack research at IFFM in June 2019, I was able to study the horse and driver on the folding screen in the Depotyze depot at Zonnebeekseweg.

The driver on the sulky in green tunic with double row of golden buttons. Coll. IFFM

The flour sack was first painted and colored. Then the embroidery was done: the contours of the horse along the neckline and some accents on the green uniform of the driver. The jacket has a double row of golden buttons, the crease of the pants and the headgear are accentuated. The details of his face are entertaining: black stitches form the eyes and a proud mustache!

Kepi of the Belgian ‘chasseurs à pied 1837, 1845, 1850

The headgear most resembles the kepi of the Belgian ‘chasseur à pied’ or the ‘karabanier’.[1] Even a regimental number has been added with some black stitches.

 

The X of “IXL” in backstitch with French buttons

The contours of the letters “Roller Mills” are embroidered in backstitch. The letters IXL are filled with stitches and “French buttons”. Underneath that is the word “FANCY”, also embroidered, but the letters have been cut in half because the panel’s nails are punched into the fabric at that location.

A beautiful flour sack, unfortunately without an indication of the origin of the mill, which has donated the sack filled with flour to Belgium.
Which mill sent this sack, where did the flour come from? After hours of unsuccessful online research and days thinking about a way to find out the name of the mill, I got an idea. Equestrian sport.

The unprocessed flour sack IXL, Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. RMAH Tx 2650

Horse racing
I remembered the Bulletin of the Art & History Museum (RMAH) in Brussels. In it, Professor Guy Delmarcel of UCLouvain published an interesting article about the museum’s collection of decorated flour sacks in 2013. [2] He described a flour sack depicting “horse racing” with inventory number Tx 2650. Appendix 1 to the article, the “List of American Flour Sacks in the RMAH” listed the state of Utah, brand name IXL, miller Central Milling Co. in the town of Logan.
Even without seeing a picture of the RMAH flour sack, I thought: “IXL in combination with horse racing: YES! that may well be the right combination, also for the flour sack in the IFFM folding screen!”

In February 2020 I was able to study the RMAH collection in Brussels for a day. I have indeed found the second equestrian sack, my assumption was correct.

Trotter and driver on sulky. Unprocessed flour sack IXL, Central Milling Co. Coll. RMAH Tx 2650
Trotter at full speed. Coll. RMAH

Comparison
It is intriguing to compare the two harness racing sacks with my photos from Brussels and Ypres: the American print of the unprocessed flour sack next to the processed flour sack with Belgian painting and embroidery.
The horse races just as intense, the driver is just as concentrated. But there are differences: the large wheels of the sulky have gossamer spokes, the driver wears a jacket with a single row of ordinary buttons, the pants are without fold, on the head there is a cap with visor. The eyes look straight ahead and the mustache is a little less pleasing on the upper lip.
All in all, the Belgian adaptation has made a colorful spectacle of the trotting.

Logan, Utah
I have tried to study the history of Central Milling Co. in Logan, Utah, starting from the question: why is harness racing depicted on the flour sack of this mill?

The old mill of Central Mills in Logan. On the right the Deseret Mills. Left the Logan Utah Temple. Photo: Central Milling Co. website

The city of Logan is the largest city in Utah after the capital Salt Lake City. Utah is known for half the population being Mormons affiliated with the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. The large Logan Utah Temple defines Logan’s cityscape. “A History of Cache County” [3] gives an impression of the arrival of the settlers in this part of the US, life in Logan and the County Cache in the early 20th century.

Photo: ‘A History of Cache County’

Founded in 1867, Central Milling is one of the oldest companies in Utah still operating today. Central Milling will have emerged as a cooperative of farmers who had their grain milled together. The society of Mormon settlers tackled many businesses together, leading to successful businesses. Railways were also constructed, accelerating transportation of goods to other states and accelerating the economic development of the Cache County agricultural area. Central Milling became a leading producer of flour using the industrial roller mill system for grinding grain. The mill was located on the Logan River, which supplied hydropower to power the machines. During WWI, the company was owned by 50 shareholders, the founders of the company. In 1917, Herbert R. Weston of Idaho bought out all 50 shareholders and the Weston family then ran the company for 80 years. The current mill has merged with Gilt Edge Mills and focuses on the production of organic flour products based on the philosophy of cooperation between farmers, millers and bakeries.

Photo: ‘A History of Cache County’

Harness racing
Baseball and horse racing were the primary outdoor sports for the people who settled in Utah.[4] They paid a lot of attention to the breeding and training of racehorses. A good half mile racetrack was laid out in Logan at the “Church Farm” in 1881, the public came from many areas around Logan and had a great time during horseraces and harness races, especially on Sundays and public holidays. The MendonUtah.net website mentions by name the successful stallions, geldings and mares and their owners from that era.
Through this information the link between harness racing and the flour sacks of Central Milling Co. is clearly established. But we will have to stay in the dark with regards to the names of the horse and the owner.

Lou Henry Hoover on horseback, circa 1931. Photo: Herbert Hoover Presidential Library

Lou Henry Hoover
Matthew Schaefer informed me that Herbert Hoover was not a fan of horses, he rode infrequently. On the other hand, his wife Lou Henry Hoover loved horses and was a good rider.

Matthew added that he had recently attended the opening of the exhibit “The Pull of Horses” at the University of Iowa Library in Iowa City.

Trotter in Logan, Utah. Detail flour sack folding screen. Coll. IFFM

To him it was enlightening to be reminded of the ubiquity of horses 100 years ago.
I myself received this feeling of enlightenment through the study of trotting horses on the decorated flour sacks of WWI in the collections of IFFM in Ypres and RMAH in Brussels.

 

Featured image:
Part of a digital photo collage of the collection of decorated flour sacks from WWI in the In Flanders Fields Museum, Ypres. Photo collage: Tamara Raats, 2020.

 

Many thanks to:
– Els de Roo of the In Flanders Fields Museum, Ypres. She received me as the first visiting researcher in Depotyze to research the folding screen with eight panels of decorated flour sacks, including panel ‘IXL’;
– Dr. Ingrid De Meûter and Ria Cooreman of the Royal Art & History Museum in Brussels. They gave me the opportunity to study the museum’s collection of flour sacks from WWI, the so-called ‘Errera Collection’, which includes the unprocessed flour sack ‘IXL, Central Milling Co.’.

[1] My sincere thanks to Rob Troubleyn for the information about the kepi of the Belgian “chasseurs à pied” and the “karabaniers”.

Kepi of the Belgian “karabaniers”

He corrected my earlier interpretation, the kepi of the French “chasseur forestier”, 1884 model, see the Dossiers/Files In Flanders Fields Museum 9, From Tradition to Protection. French military headgear in the First World War. Exhibition prepared by Philippe Oosterlinck i.c.w. Dominiek Dendooven

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I (American Flour Sacks as textile witnesses of World War I). Brussels, Parc Cinquantenaire: Bulletin of the Art and History Museum, volume 84, 2013, p. 97-126.

[3] F. Ross Peterson, A History of Cache County. Salt Lake City: Utah State Historical Society, Cache County Council, 1997

[4] An Early History of Cache County… compiled by M.R. Hovey, Logan Chamber of Commerce, 1923. At website MendonUtah.Net

 

In draf op een meelzak

Balspelen zijn er in de geschiedenis altijd geweest. Hoe leuk zou het zijn als er ballen zouden opduiken op versierde meelzakken van WO I: bedrukt op de originele meelzak in Noord-Amerika of geborduurd of beschilderd in België?
Ik zou er graag een blog over schrijven.
De gedachte kwam bij me op door het blog van Matthew Schaefer:  ‘Opening Day, Baseball and Tough Times’ over de betrokkenheid van Herbert Hoover bij de baseball sport. Het verscheen recent op de blogwebsite  van de Herbert Hoover Presidential Library in West-Branch, Iowa, VS. Matthew Schaefer is er archivaris en publiceert met regelmaat op ‘Hoover Heads’,  blogs met een grote variëteit aan onderwerpen rondom het leven en werken van de man die directeur was van de Commission for Relief in Belgium en later de 31ste President van de Verenigde Staten van Amerika werd, Herbert Hoover, en zijn vrouw Lou Henry Hoover.

Maar omdat ik tot heden geen bal op enige meelzak heb aangetroffen presenteer ik graag een andere sport op een meelzak en wel de paardensport.

‘Roller Mills IXL’, een van de acht panelen met versierde meelzakken in het kamerscherm. Coll. IFFM inv.nr. IFF 002733

 

Draver en pikeur op sulky, detail kamerscherm. Coll. IFFM
‘Roller Mills’ in stiksteken. Coll. IFFM

In draf op een meelzak
De eerste ‘paardensport-zak’ waar ik kennis mee maakte, bevond zich in de collectie van het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper. In de collectie is een kamerscherm, bestaande uit 8 panelen met versierde meelzakken. Eén paneel is de meelzak ‘Roller Mills IXL’ met de afbeelding van een fel dravend paard voor een sulky met grote wielen en daarop een geconcentreerd mennende pikeur.
Tijdens mijn meelzakkenonderzoek in IFFM in juni 2019 heb ik de draver en pikeur op het kamerscherm van nabij mogen bestuderen in het depot Depotyze aan de Zonnebeekseweg.

De pikeur op de sulky in groene uniformjas met dubbele rij gouden knopen. Coll. IFFM

De meelzak is eerst beschilderd en van kleuren voorzien. Dan is het borduurwerk aangebracht: de contouren van het paard langs de halslijn en enkele accenten op het groene uniform van de pikeur. Het jasje heeft een dubbele rij gouden knopen, de vouw van de broek en het hoofddeksel zijn geaccentueerd. De details van het gezicht zijn vermakelijk: zwarte steekjes maken de ogen en zetten een trotse snor!

Kepi van de Belgische ‘chasseurs à pied’ 1837, 1845 en 1850

Het hoofddeksel lijkt het meest op de kepi van een Belgische ‘chasseur à pied’ òf een karabanier. Zelfs een regimentsnummer is met enkele zwarte steekjes aangebracht. [1]

 

De X van ‘IXL’ in stiksteken met Franse knoopjes

De contouren van de letters ‘Roller Mills’ zijn in stiksteken geborduurd. De letters IXL zijn opgevuld met stiksteken en ‘Franse knoopjes’. Daaronder staat het woord ‘FANCY’, ook geborduurd, maar de letters zijn gehalveerd omdat de nagels van het paneel op die plaats in de stof zijn geslagen.

Een fraaie meelzak, jammer genoeg zonder herkomst aanduiding van de maalderij, die de zak met meel gevuld geschonken heeft aan België.
Welke maalderij heeft deze zak verstuurd, waar kwam het meel vandaan? Na uren tevergeefs online speurwerk en dagen nadenken over een manier om achter de naam van de maalderij te komen, kreeg ik een ingeving. De paardensport.

De onbewerkte meelzak IXL van Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. KMKG Tx 2650

Paardenrennen
Ik herinnerde me het Bulletin van de Koninklijk Musea Kunst & Geschiedenis (KMKG) in Brussel. Daarin heeft professor Guy Delmarcel van KULeuven in 2013 een interessant artikel gepubliceerd over de collectie versierde meelzakken van het museum.[2] Hij beschreef een meelzak met een beeld van ‘paardenrennen’ met inventarisnummer Tx 2650. Bijlage 1 bij het artikel, de ‘Lijst van de Amerikaanse meelzakken in de KMKG’ vermeldde bij dit nummer de staat Utah, merknaam IXL, maalderij Central Milling Co. in de plaats Logan.
Ook zonder foto van de KMKG-meelzak te hebben gezien, dacht ik: “IXL in combinatie met paardenrennen: YES! dat zal best eens de goede combinatie kunnen zijn, ook voor de meelzak in het IFFM kamerscherm!”

In februari 2020 heb ik de collectie van het KMKG in Brussel een dag mogen bestuderen. En heb inderdaad de tweede paardensport-zak gevonden, mijn vermoeden was juist.

Draver en pikeur op sulky. Onbewerkte meelzak IXL, Central Milling Co. Coll. KMKG Tx 2650
Draver op volle snelheid. Coll. KMKG

Vergelijking
Het is intrigerend om aan de hand van mijn foto’s uit Brussel en Ieper de twee paardensport-zakken met elkaar te vergelijken: de Amerikaanse bedrukking van de onbewerkte meelzak naast de bewerkte meelzak met Belgische beschildering en borduurwerk.
Het paard draaft even fel, de pikeur is net zo geconcentreerd. Verschillen zijn er ook: de grote wielen van de sulky hebben ragfijne spaken, de pikeur draagt een jas met enkele rij knopen, de broek heeft geen vouw, op het hoofd staat een pet met klep. Ogen kijken recht vooruit en de snor staat iets minder genoegzaam op de bovenlip.
Al met al heeft de Belgische bewerking een kleurrijk schouwspel gemaakt van de draverij.

Logan, Utah
De geschiedenis van de maalderij Central Milling Co. in Logan, Utah heb ik geprobeerd te bestuderen vanuit de vraagstelling: waarom staat de drafsport afgebeeld op de meelzak van deze maalderij?

De oude maalderij van Central Mills in Logan. Rechts de Deseret Mills. Links de Logan Utah Temple. Foto: website Central Milling Co.

De stad Logan is na de hoofdstad Salt Lake City de grootste stad van Utah. Utah staat erom bekend dat de helft van de bevolking Mormonen zijn, aangesloten bij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste Dagen. Een grote tempel bepaalt het stadsbeeld van Logan. In ‘A History of Cache County’[3] is een indruk gegeven van de komst van de ‘settlers’ in dit deel van de VS, het leven in Logan en de ‘County Cache’, begin 20ste eeuw.

Interieur Central Mill, circa 1907. Foto: ‘A History of Cache County’

Central Milling is opgericht in 1867 en een van de oudste ondernemingen in Utah die nog altijd in bedrijf is. Central Milling zal als coöperatie zijn ontstaan van boeren die gezamenlijk hun graan lieten malen. De samenleving van Mormoonse settlers pakten velerlei ondernemingen tesamen aan, wat leidde tot succesvolle bedrijven. Ook spoorlijnen werden aangelegd, waardoor transport van goederen naar andere staten werd versneld en de economische ontwikkeling van het agrarische gebied in Cache County in hoog tempo verliep. Central Milling werd een vooraanstaand producent van meel door gebruik te maken van het industriële ‘roller mill’ systeem om graan te malen. De maalderij was gevestigd aan de Logan River die waterkracht leverde om de machines aan te drijven. Tijdens WO I was het bedrijf eigendom van 50 aandeelhouders, de oprichters van de onderneming. In 1917 kocht Herbert R. Weston uit Idaho alle 50 aandeelhouders uit en de Weston familie runde het bedrijf vervolgens 80 jaar. De huidige maalderij is samengegaan met Gilt Edge Mills en richt zich op het voortbrengen van biologische meelproducten vanuit de filosofie van samenwerking tussen boeren, molenaars en bakkers.

Dorsmachine die werkt op paardenkracht. Foto: ‘A History of Cache County’

De drafsport
Baseball en paardenraces waren de voornaamste buitensporten voor de mensen die zich kwamen settelen in Utah.[4] Ze besteedden veel aandacht aan het fokken en trainen van racepaarden. Een goede renbaan van een halve mijl was in Logan aangelegd op de ‘Church Farm’ in 1881, het publiek kwam uit vele streken rondom Logan en vermaakte zich uitstekend tijdens de races en draverijen, vooral op zon- en feestdagen. De website MendonUtah.net noemt succesvolle hengsten, ruinen en merries en hun eigenaars uit die tijd bij naam. De link met de draver op de meelzakken van Central Milling Co. is hiermee duidelijk gelegd. De naam van het paard en de eigenaar zullen we echter moeten blijven gissen.

Lou Henry Hoover te paard, circa 1931. Foto: Herbert Hoover Presidential Library

Lou Henry Hoover
Desgevraagd berichtte Matthew Schaefer me dat Herbert Hoover geen paarden-fan was, hij reed af en toe, maar zijn vrouw Lou Henry Hoover reed des te meer paard. Zij was een uitstekende amazone.

Matthew voegde eraan toe dat hij recent aanwezig was geweest bij de opening van een tentoonstelling ‘The Pull of Horses’ in de bibliotheek van de Universiteit van Iowa in Iowa City.

Draver in Logan, Utah. Detail meelzak kamerscherm. Coll. IFFM

Hij noemde het verhelderend om herinnerd te worden aan de alomtegenwoordigheid van paarden 100 jaar geleden.
Die verheldering kwam tot mij door het paard in draf op de versierde meelzakken van WO I in de collecties van IFFM in Ieper en KMKG in Brussel.

 

 

 

 

Uitgelichte afbeelding:
Gedeelte van een digitale fotocollage van de collectie versierde meelzakken van WO I in het In Flanders Fields Museum Ieper. Foto-collage: Tamara Raats, 2020.

Mijn dank gaat uit naar:
– Els de Roo van het In Flanders Fields Museum, Ieper. Ze ontving me als eerste bezoekende onderzoeker in Depotyze voor research van het kamerscherm met acht panelen van versierde meelzakken, waaronder paneel ‘IXL’ ;
– Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I  van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen de onbewerkte meelzak ‘IXL, Central Milling Co.’, te bestuderen.

[1] Met dank aan Rob Troubleyn voor de informatie over de kepi van de

Kepi van de Belgische karabaniers

Belgische ‘chasseurs à pied’ en de karabaniers.
Hij corrigeerde mijn eerdere interpretatie, de kepi van een Franse ‘chasseur forestier’ (jager-boswachter), model 1884, zie Dossiers/Files In Flanders Fields Museum, Van Traditie naar Bescherming. Franse militaire hoofddeksels uit de Eerste Wereldoorlog. Samenstelling Philippe Oosterlinck mmv Dominiek Dendooven

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[3] F. Ross Peterson, A History of Cache County. Salt Lake City: Utah State Historical Society, Cache County Council, 1997

[4] An Early History of Cache County… compiled by M.R. Hovey, Logan Chamber of Commerce, 1923. Op website MendonUtah.Net