De Bevoorrading van België

Mijn blog ‘Humanitaire hulp voor België’ van 11 maart 2020 eindigde met de conclusie dat de Amerikaanse inzameling van voedingsmiddelen voor de Belgische bevolking, zo enthousiast begonnen in najaar 1914, in de zomer van 1915 voorbij was.
De Commission for Relief in Belgium (CRB) groeide in de eerste helft van 1915 uit tot een naar omstandigheden geoliede inkoop- en logistieke organisatie die wereldwijd tarwe, bloem en andere voedingsmiddelen inkocht. Ze importeerden de produkten in België via Rotterdam. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) was er in geslaagd de distributie van voedingsmiddelen zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien. De nieuwe CRB-publiekscampagne in de VS richtte zich op geldinzameling en kleding. Het geld was nodig om de nood te ledigen van de ‘destitute’, de hulpbehoevenden.

Lossen van zakken meel in de haven van Brussel. L’Evénement Illustré, 1 april 1915

De Belgische bevolking met voldoende geld om eten te kopen, betaalden voor hun voeding, armlastigen zonder geld ontvingen onderstand, ze konden met een voedselkaart terecht bij de soep- en broodbedeling.
NKHV en CRB verkregen gelden voor zorg aan de armlastigen, doordat ze een kleine opslag rekenden op de prijs van de voedingsmiddelen die ze verkochten. Alle goederen gingen in België in de verkoop, ook die door liefdadigheidsorganisaties vanuit de VS en Canada waren ingezameld. De opbrengst van deze goederen kwam ten goede aan de armlastigen via het fonds ‘Hulp’ van de NKHV.
Het Vlaamsche Nieuws van 7 februari 1915 gaf toelichting op de organisatie van de Komiteit in de provincie Antwerpen in het artikel ‘De Bevoorrading van België’.

Welke relatie is te leggen met de versierde meelzakken?

In het boek ‘Figthing Starvation in Belgium’ van Vernon Kellogg staan drie foto’s die mij zeer aan het denken hebben gezet.

Foto 1 is een ‘relief ship’, een oceaanstomer uit Canada of de VS met hulpgoederen voor België.

Foto 2 geeft inkijk in het vrachtruim van een schip, gevuld met zakken bloem, ze zijn bedrukt met logo’s van meelfabrieken, het zijn handzame zakken met inhoud van 49 lbs, gelijk aan 22,5 kg. De zakken staren me aan als kleine hoeveelheden, stukwerk dat tijd kost, lading die om intensieve handling vraagt. Maar wel kleurrijke, exotische zakken bloem die geschonken zijn vanuit het hart door verre weldoeners en gulle gevers.

Foto 3 is het beeld van de Maashaven in Rotterdam, waar een oceaanstomer zijn lading graan lost. Dit is bulkvervoer, twee graanelevatoren zuigen het ruim van het schip leeg, met motoren op maximaal vermogen. In recordtempo vullen ze de binnenvaartschepen voor hun reis naar België.

The New York Times, 29 december 1914

Lijst van ‘State Ships’. Ze vervoerden de voedselhulp, bijeengebracht door donaties van het Amerikaanse volk [5]
Van lieverlee drong het tot me door dat de meelzakken waarnaar ik onderzoek doe, naar België zullen zijn vervoerd als onderdeel van Amerikaanse en Canadese liefdadigheid: ze waren donaties in natura, in najaar 1914 en begin 1915 ingezameld door de duizenden Belgian Relief comité’s met acties door vrouwen op scholen, in kerken, winkels, met verslaglegging in de kranten, getransporteerd door de ‘State ships’, de Miller’s Belgian Relief Movement, enkele schepen van de Rockefeller Foundation, de Canadese schepen die als eerste hulpgoederen brachten.
In de loop van 1915 was dit over, de CRB was goed op dreef, ze vroegen niet meer om voedsel, maar om kleding en geld, bovendien was de urgentie verdwenen en de Amerikaanse comité’s verlegden hun interesse.

 

De conclusies die ik trek zijn:

 

  1. De stroom meelzakken met kleurrijke bedrukkingen is medio 1915 opgedroogd;
  2. De meelzakken die ik bestudeer zijn de verpakkingen van donaties geweest, dus maakten deel uit van de 10% CRB-budget, dat door internationale liefdadigheid bijeen is gebracht;
  3. Het enthousiasme van de Belgische bevolking voor de meelzakken had als extra facet, dat zij bekend waren met de donaties. Toch betaalde iedere Belg -behalve de armlastigen- voor de hulp, waardoor de buitenlandse liefdadigheid een interessant binnenlands accent kreeg;
  4. Juist deze meelzakken zijn door Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars uitgekozen voor hun eigen liefdadigheidswerk middels transformatie tot kleding en door versieringen met borduur- en naaldwerk en beschilderingen.
Jeanne Castadot houdt haar toespraak tot  CRB-gedelegeerde Robert Arrowsmith; Herstal, 13 januari 1916; foto eigen collectie

Ik kan nu ook beter de uitspraak plaatsen van Jeanne Castadot, voorzitster van l’Œuvre des Prisonniers in Herstal, provincie Luik, ter gelegenheid van de verkooptentoonstelling van versierde meelzakken in januari 1916.

Zij hield een toespraak in aanwezigheid van Robert Arrowsmith, Amerikaans CRB-gedelegeerde in de provincie Luik. Ze richtte zich tot Arrowsmith en zijn collega’s toen ze zei: “We thank you, you who have been so kind and so generous to send us, so many bushels of flour.
We have had the pleasure to embroider and beautify the empty bags and to employ them a second time as a matter of charity.
Be welcome, American benefactors, who have prevented our unhappy little country from starving. We shall be eternally grateful to you.”[1]

‘Bénis soit l’Amerique!’ Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour’ from Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn.; door Marthe Boël verkocht aan een Amerikaanse militair na WOII; collectie HHPLM

Mme Pol Boël, Marthe de Kerchove de Denterghem, leidde als erevoorzitster het liefdadigheidswerk in La Louvière.[2]
Zij maakte een toelichting bij de meelzak ‘Bénis soit l’Amerique!’ over het decoreren van de meelzakken “a game of ingenuity. Those that bore inscriptions naturally were the most prized”. Ze vervolgde “American flour sacks have twice nourished our people, once thanks to the American flour and a second time in allowing artists and work girls to be kept alive by the salaries the work brought them.”[3]

 

 

 

Symbool van kleinschalige humanitaire hulp en liefdadigheid
Versierde Meelzakken staan bekend als symbool voor de internationale voedselsteun aan België tijdens WOI. Die voedselsteun was een toonbeeld van humanitaire hulp, door de Amerikanen efficiënt uitgevoerd als ‘economic machine’; in België onder aanvoering van Emile Francqui streng geleid door ondernemers, bestuurders en de heersende klasse, gestuurd door maatschappelijke normen en waarden.[4]

Versierde Meelzak ‘Zephyr’ van Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas; eigen collectie

De uitstraling van de versierde meelzakken levert een scherp contrast op.
Versierde Meelzakken zijn zowel voor Noord-Amerika als voor België het bewijs van lokale, kleinschalige, menselijke hulp en liefdadigheid, spontaan ontstaan in de crisissituatie van de Groote Oorlog. Daardoor werden ze een rage.
De meelzakken kwamen uit de harten van de Noord-Amerikanen, die klopten voor België.
De versieringen kwamen uit de harten van Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars, ze hielden moed, opgewarmd door de liefdadigheid van de internationale gemeenschap. Gedreven door de eigen cultuur verleenden ze via de versierde meelzakken kleinschalige, humanitaire hulp aan gezinnen van werklozen, aan krijgsgevangenen in Duitsland, aan weduwen en wezen van omgekomen soldaten.
Daarom zijn versierde meelzakken zakken vol herinneringen.

 

 

[1] Castadot, Jeanne, Discours prononcé par Madame Castadot, Présidente de l’œuvre des prisonniers de guerre, le 13 janvier 1916, à l’Hotel de ville de Herstal. Eigen collectie

[2] Le Quotidien, ‘L’Exposition des Arts et Travaux de la Femme, à la Louvière’, 4 september 1915

[3] Boël, Marthe, Story of the American Flour Sacks. Brief, ongedateerd, (circa 1945); behoord bij versierde meelzak ‘Bénis soit l’Amérique’ in collectie HHPLM, West-Branch, Iowa; informatie uit de Hoover Heads blog van HHPLM: ‘Subversive Flour Sacks of Thanks’ van Thomas Schwartz, 6 januari 2016

[4] Nath, Giselle, Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België. Antwerpen: Manteau, 2013

[5] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 548