The “Ouvroir” of Antwerp (2)

In the Facebook group “Lizerne Trench Art” (LTA), a lively theme night on “WWI flour sacks” was created as a result of the blog “The Ouvroir of Antwerp (1)“.

The Facebook group LTA resides in West Flanders, Belgium; they are a study group, a forum of friends, intended to exchange information/research about all forms of trench art, engraved shell casings, painted military equipment, embroidery, prisoner of war art, woodcarving, etc. from WWI until now.

On Friday evening, October 30th, 2020, I asked the members of the group if they knew about decorated WWI flour sacks that read “Ouvroir d’Anvers”. I immediately received a positive response from Ingo Luypaert.

Tray flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”, embroidered. Coll. and photo: Ingo Luypaert

Tray ‘Ouvroir d’Anvers’

Bottom of tray with flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”. Coll. and photo: Ingo Luypaert

As it turns out, Ingo Luypaert owns a beautiful embroidered flour sack “American Commission”.
The flour sack is inlaid in a wooden tray covered with glass.
The embroidery shows the Belgian coat of arms with the standing lion, above it a golden crown.

The crowned coat of arms of Belgium, arabesques and text “Ouvroir d’Anvers”. Coll. and photo: Ingo Luypaert
Detail embroidered arabesque in red, yellow, black. Coll. and photo: Ingo Luypaert

The heraldry is surrounded by “arabesques”: rhythmic patterns, repetitive movement lines, executed in the embroidery as an elegant pleated ribbon in the colors red, yellow, black with the text “Ouvroir d’Anvers 1914-1917” underneath. The silk threads make the embroidery shine.

 

<< Exhibition of flour sacks >>

The tray may have been exhibited and purchased in March 1916 to contribute to charity. Two newspapers published outside Belgium reported on an exhibition in Antwerp in the halls of the Harmonie Maatschappij, the building where the Ouvroir was located.

Summer Hall of the Société Royale d’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

“ANTWERP
<<Exhibition of “flour sacks” >>.

De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916

In Antwerp and Brussels, exhibitions were set up for “flour sacks” for a few days.
These original exhibitions are the result of the intention of the Belgian women who for some time now have embellished with embroidery some of the sacks in which the flour, delivered by the American relief organizations, arrives in occupied Belgium.
Among the most successful and most admired decorations were noted: the Belgian and American banners surrounded by ornate arabesques; …

 

“De Harmonie”, Antwerp, postcard. Photo: internet

The Germans inspected the rooms of the Harmonie Maatschappij, obviously uncomfortable with the fact that the starvation of Belgium under German rule and the protective actions of a neutral country should become a matter of public disclosure. They apply “censorship” to the sacks and ordered several ones they deemed too patriotic to be removed.”
(De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916; De Belgische standaard (The Belgian standard), April 8, 1916)
 

Detail embroidered arabesque in red, yellow, black; 1917. Coll. and photo: Ingo Luypaert

My thanks go to the Lizerne Trench Art-Facebook group, in particular to Ingo Luypaert.
Through his beautiful embroidered flour sack “American Commission”, the work of the girls and women in the Ouvroir of Antwerp during the occupation of 14-18 came back to life.

I look forward to the discovery of more decorated flour sacks with the text ‘Ouvroir d’Anvers’!

 

Recommended reading:
* My article De weldaad van de meelzak/Flour sacks. The art of charity” has been published in the 2020 Yearbook of the In Flanders Fields Museum, Ypres.
You’ll find the article in Dutch: p. 4-25; in English: p. 123-131.

* Marc Dejonckheere interviewed me for VIFF Magazine, magazine of The Friends of the In Flanders Fields Museum; The emotions of the flour sack” was published in September 2019.
You can read the article here.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

The “Ouvroir” of Antwerp (1) – English

The “Ouvroir” of Antwerp employed thousands of girls and women during the occupation of Belgium. Clothing was made and altered, shoes were repaired and flour sacks were embroidered there.

The Ouvroir of Antwerp, iconic overview photo from the gallery, 1915. Photo: “War Bread”

The meaning of an “ouvroir” is: “Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté”; translated: “Place for sewing, embroidery …, in a community”. In a historical context, I would call it a “communal sewing workshop”.

The history of the Ouvroir of Antwerp has become familiar to me through three primary sources: one Belgian and two American.

– “Heures de Détresse” by Edmond Picard, the Belgian primary source shows some photos of the Ouvroir.[2]
– “War Bread” by Edward Eyre Hunt commemorates the Ouvroir of this American delegate of the Commission for Relief in Belgium (CRB) in the province of Antwerp. He was a young journalist and writer; he worked in Antwerp from December 1914 to October 1915.[3]
– “Women of Belgium” by Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – California 08.05.1960). She was also a CRB delegate – unique as the only woman – and stayed in Belgium between July and November 1916. As a writer and activist, she committed herself to the good cause of Belgian women.[4]

Edward Hunt, War Bread
In the autumn of 1914, three women took the initiative to set up a clothing workshop to provide assistance to residents of the city of Antwerp.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerp 29.11.1869 – Ixelles, Brussels 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Ghent 01.11.1877 – Brussels 14.09.1957)
  • Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Ghent 17.12.1857 – Antwerp 21.04.1938)

They headed a committee of ladies who, I assume, had experience in the organization of charities and workhouses. Even before the war, there were numerous private initiatives offering employment and education to young women and assistance to needy people. The committee is said to have bought up all the piece goods it could find in the city and commissioned the Folies Bergères theater to employ hundreds of young women to make and repair clothes.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation and the CRB worked together on the relief efforts. Belgian Relief Bulletin, December 5, 1914. Coll. Brussels City Archives. Photo: author

The American Rockefeller Foundation collected clothing in the US and shipped it via the port of Rotterdam to Belgium. Canada also provided clothing transports.
Citation from ‘War Bread’: ‘Before January first, 1915, the Rockefeller Foundation contributed almost a million dollars to the work of Belgian relief, and established a station in Rotterdam called the Rockefeller Foundation War Relief Commission, to assist the Commission for Relief in Belgium. This station had charge of the sorting and shipping of clothes sent from America for Belgium.
We never had enough to supply them. It was only when the generous gifts of clothing began to come from America through the Rockefeller Foundation War Relief Commission, that the situation improved at all.”

The Ouvroir was under the protection of the CRB and received a monthly subsidy of 50,000 francs from the city of Antwerp until the Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) took over financing.

International exhibition “d’Art Culinaire & d’Alimentation” in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerp. Photo: internet

The Ouvroir moved to larger premises: the “Summer Hall” or “Banquet Hall”  of the Société Royale d’Harmonie on Mechelsesteenweg.[5]
The architect Pieter Dens designed the building, completed in 1846. The location had housed concerts, exhibitions and fairs.

The Banquet Hall, Société Royale d’Harmonie, Antwerp, 1906, postcard. Photo: internet

The Ouvroir in Banquet Hall “Harmonie”

Edward Eyre Hunt, photo: “WWI Crusaders”, Jeffrey Miller

Hunt paints this picture of the organization of the Ouvroir: ‘The stage of the Antwerp Harmonie was piled with boxes of goods. Galleries and pit were spread with rows of sewing machines and work tables, and the cloak room was transformed into a steam and sulphur disinfecting bath, where all materials, new and old, were taken apart and thoroughly cleansed. Nine hundred girls and young women worked under supervision in the warm, well-lighted hall, while about three thousand older women were given sewing to do at home.

A group of cobblers in the hall made and repaired shoes. All these workers were paid. From the central workshop, made goods and unmade materials were sent throughout the Province; the latter to sewing circles in the villages and towns.”

Ouvroir of Antwerp, ground floor, 1915. Photo: “Heures de Détresse”
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Photo: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg went to visit the workroom.
“We looked on a sea of golden and brown heads bending over sewing tables. Noble women had rescued them from the wreckage of war—within the shelter of this music-hall they were working for their lives… 1200 girls were preparing the sewing and embroidery materials for 3,300 others working at home. In other words, this was one of the blessed ouvroirs or workrooms of Belgium.
Here the whole attitude toward the clothing is from the point of view, not of the protection it gives, but of the employment it offers. Without this employment, without the daily devotion of the wonderful women who have built up this astonishing organization…. Of course, there is always dire need for the finished garments. They are turned over as fast as they can be to the various other committees that care for the destitute. Between February 1915, and May 1916, articles valued at over 2,000,000 francs were given out in this way through this ouvroir alone.”

Festive photo of full flour sacks from mills in the US and Canada. Photo: “Heures de Détresse”

Transformation of flour sacks
Kellogg did not mention whether flour sacks were transformed into clothing in the Ouvroir, probably not. However, some of the women were involved in embroidery!

The embroidery of the flour sacks in the Ouvroir caught Kellogg’s attention:

Flour sack “ABC”, scenic embroidery, design Piet van Engelen. Dedicated to Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. and photo: HHPLM nr. 62.4.447

“In one whole section the girls do nothing but embroider our American flour sacks. Artists draw designs to represent the gratitude of Belgium to the United States. The one on the easel as we passed through, represented the lion and the cock of Belgium guarding the crown of the king, while the sun—-the great American eagle rises in the East. The sacks that are not sent to America as gifts are sold in Belgium as souvenirs”

The workers’ reward was training in sewing and pattern design; lessons in history, geography, literature, writing and special attention to hygiene, plus a payment of 3 francs per week. Kellogg exulted: “These things are splendid, and with the three francs a week wages, spell self-respect, courage, progress all along the line. The committee has always been able to secure the money for the wages

Ouvroir of Antwerp, gallery, 1915. Photo: “Heures de Détresse”

Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Last week I received a message from one of the great-grandsons of Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, a committee member of the Ouvroir. I had previously come into contact with Mr. van de Werve de Vorsselaer in my research into the maiden name of “Comtesse van de Werve de Vorsselaer” and her involvement in charitable committees. His great-grandmother turned out to have been very active in charity works during the war.

Countess Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Photo: coll. van de Werve de Vorsselaer

“The Countess van de Werve de Vorsselaer in question was born Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. She married Count Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) on April 23, 1877 in Mariakerke. They had two sons.
She was a member of the Congregation of the Immaculate Heart of Mary, of the Association des Mères Chrétiennes and of L’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. She was also a Knight of the Order of Leopold II with a silver star and was awarded the Commemorative Medal of the 1914-1918 War (France) and the Victory Medal. She was presented these awards due to her boundless dedication to the war wounded: she had comforted them, eased their pain and cared for them in the halls of the Antwerp Zoo, which for the occasion had been transformed into an improvised military hospital.” [6]

The message I just received from Mr. van de Werve de Vorsselaer contained a surprise. He had talked to his wife about our conversations and she remembered that his mother had given her some decorated flour sacks. To his surprise, three embroidered flour sacks had emerged, the existence of which had been unfamiliar to him.
He was so kind as to send sent me photos of the embroideries.

Embroidered flour sack ‘Ouvroir d’Anvers’

‘“Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Flour sack detail in white embroidery techniques. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

Examination of the photos made me jump for joy: one of them was embroidered in white on white: “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916 “. The original printing of the flour sack is missing, but in size it is the canvas of half a flour sack. Undisputedly a craft that originated at the Ouvroir of Antwerp!

“Flour sack”, tablecloth in white embroidery technique, English embroidery, “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

It is a small tablecloth with floral motifs, decorated with scalloped edges throughout, executed in white embroidery techniques, the style resembles English embroidery.

Seeing as one flour sack had originated at the Ouvroir, I assume that the other two embroideries were also created there. These flour sacks have been transformed into cushion covers.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Flour sack “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, embroidered; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

The origin of one flour sack is the “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, from the state Pennsylvania. The characters of the original print are embroidered in the colors red, yellow, black and red, white, blue. Some small flags have been added as patriotic decoration, as well as the years 1914-1915-1916-1917. The result is a colorful cushion cover.

American Commission

Detail flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer
Original printing “American Commission”. Coll. Hollaert. Photo: author

One flour sack originates from the “American Commission”. The original print was blue, but that color has faded. This decorated sack also features the white embroidery techniques; it looks like Italian embroidery. The contours of the characters are embroidered with white yarns. Furthermore, the flour sack has been artfully decorated with leaves and flowers.

Finally

Mr. van de Werve de Vorsselaer stated in his explanation accompanying the photos of the flour sacks that he knew of neither the existence nor the background of their collection of decorated flour sacks. He thanked me with: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Thanks to you, my children and grandchildren will know their origins.”)

Flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery. Ouvroir of Antwerp; cushion cover. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

In turn, I would like to thank Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer. My research questions: who embroidered the flour sacks, where did they embroider them, what was their motivation, have received meaningful answers. Thanks to the collection of three embroidered flour sacks, the work of great-grandmother van de Werve de Vorsselaer and of thousands of other girls and women in the Ouvroir of Antwerp came back to life.

For the sequel see the next blog: The “Ouvroir” of Antwerp (2)

 

[1] My thanks go to
– Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer for their information and the photos of the decorated flour sacks;
– Hubert Bovens in Wilsele for providing biographical data;
Majo van der Woude of Tree of Needlework in Utrecht for her advice on the various embroidery techniques.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War Bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Banquet Hall of the Société Royale de l’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

5] Hunt confused two locations of the Société Royale de l’Harmonie in “War Bread”: the Summer or Banquet Hall on Mechelsesteenweg in the Harmonie Park, next to the current King Albert Park, and the theater / concert hall in the city center on the Arenbergstraat / Rue d’Arenberg. The Ouvroir was located on Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Count Léon van de Werve de Vorsselaer. Photo: The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history

[6] The rooms of the ZOO were made available to the Red Cross in 1914.
Count Léon van de Werve de Vorsselaer had been involved in the management of the Royal Zoological Society of Antwerp since 1902 as administrator. In 1919 he became chairman of the board, but died unexpectedly in 1920. It appears both spouses, like many prominent and noble families, had a close relationship with the famous Antwerp Zoo. Baetens, Roland, The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history. Tielt: Lannoo, 1993

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Meelzak ABC, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Voor het vervolg zie het volgende blog: Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993

Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een ‘detour’ via West-Branch, Iowa. Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.

‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’. Tegen de muur hangen enkele geleegde meelzakken. Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.
Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.

Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.

Whitlock-collectie
Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me de foto’s toe.[1]

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner

The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whtilock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”

 

 

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase.

There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. 
The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).

Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM

The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”

 

Op de meelzakken is geen bedrukking van origine met verwijzing naar maalderijen of hulporganisaties  te zien. De presentatie, afmetingen en dubbele stof van de objecten lijken te bevestigen dat dit geborduurde meelzakken zijn. ‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een meelzak op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.

‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche.
Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.

 

Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM

Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.

Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM

Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente Overijssche op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

 

‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’,  1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).

Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM

Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant.
Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Marie Brankaer borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee meelzakken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht  aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselcomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.

Het lokale Hulp- en Voedingscomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met twee versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
Comiteit Overijssche, 1915. Twee versierde meelzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Coll. onbekend. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux

De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale comiteit met twee versierde meelzakken. Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad is gelijk aan het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.

Door wie en waar de meelzakken in Overijse zijn geborduurd is tot heden niet bekend. Misschien kan de naam van de borduurster ‘Mlle. Marie Brankaer uit Malaise-sous-Overijssche’ (Maleizen-Overijssche) leiden naar verdere informatie.

Foto’s van Louis Rigaux

Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Voedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Wachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Leden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit opgesteld voor een wand vol geleegde meelzakken met merknamen van Amerikaanse maalderijen en hulporganisaties. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux

Piet Van San maakte me attent op nog twee versierde meelzakken: “We kennen in Overijse nog twee kunstig bewerkte meelzakken (1915) – van uitzonderlijke kwaliteit. Eentje wordt bewaard in de familie van mijn echtgenote, een ander exemplaar in het archief van de heemkundekring waar ik bestuurder van ben.” Zodra ik scans van foto’s van deze meelzakken heb, zal ik ze bij dit blog plaatsen.

Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg een avontuurlijke zakkenreis van Urbana naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen.

Toevoeging 8 november 2020:
Op zakkenreis maakte ik een kleine detour via West-Branch, Iowa. Het Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) blijkt een ‘Overijssche-Maleizen’ (‘Malaise-sous-Overijssche’) meelzak in de collectie te hebben. Een versierde meelzak van het dorp waar borduurster Marie Brankaer woonde!

Versierde meelzak ‘Overijssche-Maleizen’, geborduurd en beschilderd, 1915. Coll. HHPLM nr. 62.4.385

‘Der Belgen Dank’, ‘Liefderijk Amerika‘ staat als tekst geschilderd op de zak. De ranken bloemen en graanhalmen zijn vergelijkbaar met de andere Overijssche zakken. Ook hier is de bovenrand afgewerkt met open naaiwerk.

 

Mijn grote dank gaat uit naar Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum; Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse.

[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. In ieder geval zeven stuks. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s van deze zeven meelzakken gemaakt en toegestuurd.

[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.

 

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Strombeek-Bever 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerd, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet.

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over de biografische gegevens van de kunstenaars.

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

“Fröbelen” with a Mons’ diptych

In Mons in the Belgian province of Hainaut, the Mons Memorial Museum (MMM) has a collection of nine decorated WWI flour sacks. The curator, Corentin Rousman, sent me the photo of a special diptych of decorated flour sacks in the museum’s depot.

Diptych of decorated flour sacks: “Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon” and “Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho” at the Mons Memorial Museum. Collection MMM

The decorated flour sacks in the Mons’ diptych are:
Left: “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”;
Right: “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.

The diptych was due for restoration and according to information from the museum (autumn 2019) it would be restored in the restoration studio of TAMAT in Tournai.

View of St. Johns across the Willamette River. The Jobes Milling Co. is the lighter building on the left front of the river. Photo: Pdx.History.com website

The left panel of the Mons’ diptych: “Portland, The Jobes Milling Co.” 

Diptych, left panel. Decorated flour sack “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”, embroidered. Coll. MMM

The flour sack from St. Johns, a place located next to the port city of Portland, Oregon, bears a powerful image of a steamship surrounded by knotted ship rope. The printing is carefully embroidered. The patriotic element in the embroidery is the color combination red, yellow, black.

Grain Vessels from all parts of the world in Portland Harbor, circa 1910. Photo: City of Portland Archives Image 002.2042 from George Kramer’s report, p. 15

Portland was known as an important port in the western US, from where grain was shipped to destinations around the world. The Panama Canal, which opened in August 1914, shortened the distance to Europe by 8,000 nautical miles. The history of the significance of grain for this port city is described in the report ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ by George Kramer,  April 2019.

The “The Jobes Milling Co.” mill in St. Johns, Portland, Ore. Photo: Pdx.History.com website

The Jobes Milling Co. was founded in 1904 by William Van Zant Jobes, he died in 1907, after which two sons continued the company. Allan R. Jobes was the owner in the period 1914-1918, he must have been the one to have contributed to food aid for Belgium. The mill’s building was demolished in 1930.

Jersey Street in St. Johns, early 1900. Photo: website Pdx.History.com

The right panel of the Mons’ diptych: “Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County”

Diptych panel on the right. Decorated flour sack “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.”, embroidered. Coll. MMM

Shoshone County, located in Wallace, was the governing body of the mining district “Coeur d” Alene” in the state of Idaho. The area had a modest start as a goldmining district in the early 1880s. However, it was not long before the enormous potential of silver mines was discovered; the district quickly developed into “Silver Valley”.

Miners of the silver mine in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Photo: Idaho Mines, website miningartifacts.org

In 1914, a collection effort for Belgian Relief took place, after which flour in sacks with this printing was sent to Belgium.

Crowned Belgian lion in cross stitches embroidered on the flour sack “Coeur d’Alene Mining District”. Coll. MMM

The crowned Belgian lion in cross stitches
The flour sack “Coeur d’Alene” has its lettered print emphasized by decorative embroidery. The embroiderer has added two designs of her own: the year 1917 decorated with ribbon and the patriotic addition of the Belgian lion.

The Belgian lion wears a golden yellow crown, the embroidery is executed in cross stitches. This is remarkable and refers to a young embroiderer who made the embroidery at school.

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered: “Thanks Anderlecht Brussels”. Coll. HHPLM

Similar crowned Belgian lions in cross stitches are found on embroidered flour sacks in other collections with reference to embroiderers and schools. Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, drew my attention to this phenomenon.

Three fine examples of embroidered flour sacks in their collection are:

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered: “Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15”. Coll. HHPLM. Photo: A. Bollaert

American Commission” with the embroidery “Thanks Anderlecht Brussel“;

“American Commission” with the embroidery “Hommage et remerciements d’Anderlecht” with a coat of arms bearing the years 14-15, flanked by two Belgian lions [1];

Decorated flour sack “American Commission”, embroidered with Belgian coat of arms. Signature S. Dufour. Coll. HHPLM

American Commission” with the embroidery of the Belgian coat of arms, black with yellow, crowned Belgian lion, signed “S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Brussels”.

 

 

“Froebel”
A private collection in Belgium contains the cardboard embroidery book of “Maria Louis”, she was a student at the Ecole Normale de la Ville de Liège in the ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.

Cross stitched embroidery on cardboard in the album of Maria Louis, “Cours normal Fröbel”, second year, teacher training for pre-school education in Liège, 1920

Apparently one of the exercises in the book was a cross stitched pattern of the Belgian lion. Thanks to Frieda Sorber, former curator of MoMu-Fashion Museum Antwerp, who sent me the photo. She saw this educational embroidery on cardboard in an album, created during the teacher training for pre-school education in Liège, 1920.

Cours normal Fröbel” was a title that required further investigation. Until now, I only knew the Dutch expression “fröbelen” or “froebelen” as a verb in the sense of “non-committal work, taking part in silliness“. I have considered my interest and working on “sacks”, especially in the early days, as a passion in “froebelen“, in this somewhat derogatory meaning.

Friedrich Froebel. Photo: Friedrich-Froebel-Museum website

But here’s what the Liège embroidery in the cardboard book has taught me: Friedrich Froebel (1782-1853) was a German pedagogue of Romanticism, famous as a nursery teacher, theoretician behind “playful learning” [2]. Parents and educators were extremely enthusiastic about the braiding, folding, modeling, cutting, singing and weaving. In 1925, for example, the city of Amsterdam already had fifteen Froebel schools!

Playful learning. “Fröbelen” with a Mons diptych. Again, this blog was created in the spirit of Friedrich Froebel!

 

[1] The decorated flour sacks from Anderlecht, Brussels, come from the ‘Ecole Libre des Sœurs de Notre Dame Anderlecht’, still an educational institute.

[2] According to Bakker, Noordman et al., “Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000. (Five centuries of parenting in the Netherlands. Idea and practice 1500-2000)“. Assen, Van Gorcum, 2010.
See also “Fröbelen“, meaning and definition (in Dutch) by Ewoud Sanders, language historian and journalist.

The Friedrich-Froebel-Museum is located in Bad Blankenburg, Germany.

 

“Sacks are full of memories. Every sack cherishes a precious and fragile story.”

 

Fröbelen met een Bergen’s tweeluik

In Bergen (Mons) heeft het Mons Memorial Museum (MMM) een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator, Corentin Rousman, zond me de foto van een bijzonder tweeluik van versierde meelzakken in het depot van het museum.

Tweeluik van versierde meelzakken: ‘Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon’ en ‘Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho’ in het Mons Memorial Museum. Collectie MMM

De versierde meelzakken in het Bergen’s tweeluik zijn:
Links:  ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’ 
Rechts: ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’.

Het tweeluik was aan restauratie toe en volgens informatie van het museum (najaar 2019) zou het hersteld worden in het restauratie-atelier van TAMAT in Doornik (Tournai).

Zicht op St. Johns over de Willamette River. The Jobes Milling Co. is het lichte gebouw linksvoor aan de rivier. Foto: website Pdx.History.com

Het linkerpaneel van het Bergen’s tweeluik: ‘Portland’, The Jobes Milling Co.

Tweeluik, linker paneel. Versierde meelzak ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’, geborduurd. Coll. MMM

Op de meelzak uit St. Johns, een plaats gelegen naast de havenstad Portland in de staat Oregon staat een krachtig beeldmerk van een stoomschip omringd met geknoopt scheepstouw. De bedrukking is nauwkeurig overgeborduurd. In het borduurwerk is het patriottisch element, de kleurencombinatie rood, geel, zwart.

Graanschepen van alle delen van de wereld in de haven van Portland, rond 1910. Foto: City of Portland Archives Image 002.2042 uit rapport George Kramer, p.15

Portland stond bekend als een belangrijke haven in het westen van de VS, waaruit graan werd vervoerd naar bestemmingen over de hele wereld. Het Panamakanaal, dat in augustus 1914 was geopend, bekortte de afstand naar Europa met 8000 zeemijlen. De historie van de betekenis van graan voor deze havenstad staat beschreven in het rapport ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ van George Kramer, april 2019.

De maalderij ‘The Jobes Milling Co.’ in St.Johns, Portland, Ore. Foto: website Pdx.History.com

The Jobes Milling Co. was in 1904 door William Van Zant Jobes opgericht, hij overleed in 1907, waarna twee zoons het bedrijf voortzetten. In de periode 1914-1918 was Allan R. Jobes de eigenaar, hij zal hebben bijgedragen aan de voedselhulp voor België. In 1930 is het gebouw van de maalderij gesloopt.

Jersey Street in St. Johns, begin 1900. Foto: website Pdx.History.com

Het rechterpaneel van het Bergen’s tweeluik: Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County

Tweeluik paneel rechts. Versierde meelzak ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’, geborduurd. Coll. MMM

Shoshone County, gevestigd in de plaats Wallace, was het bestuursorgaan van het mijndistrict ‘Coeur d’ Alene’, in de staat Idaho. Het gebied kende begin 1880 een bescheiden start als gouddistrict. Het duurde echter niet lang of het enorme potentieel van zilvermijnen werd ontdekt en het district ontwikkelde zich snel tot ‘Silver Valley’.

Mijnwerkers van de zilvermijn in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Foto: Idaho Mines, website miningartifacts.org

In 1914 zal een geldinzameling hebben plaatsgevonden voor Belgian Relief, waarna meel in zakken met deze bedrukking naar België zijn verstuurd.

Gekroonde Belgische leeuw in kruissteken geborduurd op de meelzak ‘Coeur d’Alene Mining District’. Collectie MMM

De gekroonde Belgische leeuw
Op de meelzak ‘Coeur d’Alene’ is de print van de letters met sierborduurwerk benadrukt. De borduurster heeft twee eigen ontwerpen toegevoegd: het jaartal 1917 in kader met lint versierd én de patriottische toevoeging van de Belgische leeuw.

De Belgische leeuw draagt een goudgele kroon, het geheel is in kruissteek uitgevoerd. Dat is opmerkelijk en verwijst naar een jonge borduurster die op school het borduurwerk zal hebben gemaakt.

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Thanks Anderlecht Brussel’. Coll. HHPLM

Gelijksoortige gekroonde Belgische leeuwen in kruissteken komen namelijk voor op geborduurde meelzakken in andere collecties met verwijzing naar borduursters en scholen.

Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, maakte me hierop attent.
Drie fraaie voorbeelden van geborduurde meelzakken in hun collectie zijn:

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15′. Coll. HHPLM. Foto: A. Bollaert

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Thanks Anderlecht Brussel’;

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Hommage et remerciements d’Anderlecht’ met een wapenschild voorzien van de jaartallen 14-15, geflankeerd door twee Belgische leeuwen[1];

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd met Belgisch wapen. Signering S. Dufour. Coll. HHPLM

‘American Commission’ met het borduurwerk van het wapen van België, zwart met gele, gekroonde, Belgische leeuw, gesigneerd S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Bruxelles.

 

 

Fröbelen
In een particuliere collectie in België bevindt zich het kartonnen borduurboek van ‘Maria Louis’, zij volgde onderwijs op de Ecole Normale de la Ville de Liège in de ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.

Borduurwerk op karton in het album van Maria Louis, ‘Cours normal Fröbel’, tweede jaar, lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920

Een van de oefeningen in het boek was klaarblijkelijk een in kruissteken geborduurde, Belgische leeuw. Dank aan Frieda Sorber, oud-conservator van MoMu Antwerpen, die me de foto toestuurde. Zij zag dit leerzame borduurwerk op karton in een album, gemaakt in de lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920.

‘Cours normal Fröbel’ was een benaming die om nader onderzoek vroeg. Ik kende het begrip  ‘fröbelen’ of ‘froebelen’ tot op heden alleen als werkwoord in de betekenis van ‘vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden‘. Mijn interesse en werken aan ‘zakken’ heb ik, zeker in de begintijd, beschouwd als passie in ‘fröbelen’, in deze wat besmuikte betekenis.

Friedrich Fröbel. Foto: website Friedrich-Froebel-Museum

Maar ziehier wat het Luikse borduurwerk in het boek van karton mij leert: Friedrich Fröbel (1782-1853) was een Duits pedagoog van de Romantiek, beroemd geworden als kleuterpedagoog, theoreticus achter het spelend leren. [2] Ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. In 1925 telde de stad Amsterdam bijvoorbeeld al vijftien Fröbelinrichtingen!

Spelend leren. Fröbelen met een Bergen’s tweeluik. Ook dit blog kwam wederom tot stand in de geest van Friedrich Fröbel!

 

[1] De versierde meelzakken uit Anderlecht, Brussel, zijn afkomstig van de ‘Ecole Libre des Sœurs de Notre Dame Anderlecht’, een instituut dat nog altijd onderwijs verzorgt.

[2] Volgens Bakker, Noordman e.a., ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000’. Assen, Van Gorcum, 2010.
Zie ook ‘Fröbelen’, betekenis en definitie door Ewoud Sanders, taalhistoricus en journalist.
Het Friedrich-Fröbel-Museum is gevestigd in Bad Blankenburg, Duitsland.

 

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

Belgian embroiderers in Mons

My search for one specific image: women who are actually embroidering flour sacks has been successful! This is the photo: two Belgian embroiderers holding embroidery needles and the flour sacks they were working on.

Decorated flour sacks from WWI: Belgian embroiderers in Mons

The ladies were posing for the photographer with a series of original printed, unprocessed flour sacks in the background, probably in 1915. The location was Mons, the capital of the province of Hainaut. The women were committed to the charity work for prisoners of war, the “Mallette du Prisonnier”.

May 4, 2020, Monday afternoon, the long-sought photo ended up in my mailbox, sent spontaneously by Rob Troubleyn. What a gift! Rob Troubleyn is a specialist in the history of the Belgian Army during WWI at the In Flanders Fields’ Knowledge Center in Ypres. Rob is one of the leaders of the “100 years of the First World War” project of VRT NWS, the news service of the Flemish Radio and Television broadcaster. During my research in the Knowledge Center, June 2019, we had met and exchanged contact details. It resulted in this great surprise.

This book contains the photo on p. 109

The photo is printed in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918” by Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), published in the series “Ville en Guerre” at Renaissance du Livre in 2016.
The photo itself is solidly archived in the Musée de la Vie Wallonne in Liège, so it was not hidden in a dusty archive or stored in a box in the attic!

“Mallette du Prisonnier”
In Mons, the prisoners of war relief had been organized by the “Committee de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne“, abbreviated <mallette du prisonnier> (literally translated “prisoner’s suitcase”). Several local newspaper reports referred to this in the fall of 1915.

The atmosphere of a game of bounce (jeu de balle) in Charleroi. Photo: Catawiki, Postcards 1900-1940

Sports competitions were organized, such as football, cycling, athletics and bounce (“jeu de balle”), the proceeds of which were for this good cause. [1]

Selling unprocessed and decorated flour sacks would also have been part of the money collection as is shown in the photo.

The photo with caption on p. 109 in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18”

The caption to the photo reads: “Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’ Agence belge de renseignement.
(Young women employed in the work <La mallette du prisonnier> assemble crates of food intended for prisoners of war, Mons, 1915. “La mallette du prisonnier” is part of the Belgian “Information Agency”).

The “Work of the Prisoners of War” was organized locally throughout Belgium. The aim was to raise money and donations in kind to help Belgian prisoners of war in Germany. It took care of shipments of clothing and food. The organization consisted of a group of dedicated (young) ladies and gentlemen who came together to compile and send packages. Thousands of packages of clothing and foodstuffs were shipped to Germany every year. All towns and villages took care of the prisoners from their own community. (See my blog “Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen“)

Embroidery

Belgian embroiderers in Mons. Photo: La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18

The caption of the photo doesn’t properly describe what is actually visible in the photo, namely four young women, two of whom have flour sack embroidery in hand, decorated with empty, unprocessed flour sacks. On the table is a box, “the suitcase”, which the standing woman is filling. The seated woman, on the right, is holding a book, probably the notebook in which orders were written. At the “Caisse de Vivres” the benefactors could buy or donate their packages weighing two kilograms for three francs and five kilos for six francs, it says on the “Mallette du Prisonnier” placard.

Four small flags, of which I recognize the Belgian and American, confirm the patriotic background of the activity.

Photo collage of flour sacks identical to the ones on the photo of “Belgian embroiderers in Mons”

The flour sack prints are very recognizable. Processed and unprocessed flour sacks with these prints can be found in public and private collections, both in Belgium and the US. [2]

On the left, the lady on the chair has a backrest, a “Sperry Mills American Indian” flour sack, very popular amongst collectors, as much in 1915 as now in 2020. A sack “Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS” is hanging from the table. On the left wall are two flour sacks “CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon” and “American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net“. In the center above the table we see the flour sack “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald“. To the right of that I distinguish the flour sack “Contributed by the People of Indiana USA“, collected by the Indianapolis Star newspaper for the Belgian Relief Fund. On the top right wall a flour sack “Hanford Roller Mills, HG Lacey Company, Hanford, California” has been hung. Underneath is a flour sack “Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.” Finally, I see behind the standing young woman a “Chicago’s Flour Gift” sack, collected by the “Chicago Evening Post“.

The two flour sacks in the hands of the embroiderers are currently not identifiable to me.

Exhibition “Sacs américains brodés”: decorated flour sacks
In early 1916, embroidered flour sacks were exhibited in Mons in a shop window.

Le Quotidien, January 8, 1916

In Mons. The “prisoner exhibition”. – Since a few days we can admire a shiny decor of fine woodwork and scarlet fabrics in the Mali windows in the Rue de la Chaussée in Mons, in which artworks are presented, paintings, watercolors, photography, pyrography, tin, brass and relief leather, embroidered flour sacks, various kinds of lace, embroidery, etc. All this together is the ‘Exhibition of the Mons prisoner’; everyone contributed to the constitution. Men and women, children and old people, rich and poor, they all turned out to be artists!” [3]

Mons Memorial Museum
The Mons Memorial Museum has a collection of nine decorated WWI flour sacks. Curator Corentin Rousman previously sent me an overview photo of the museum’s permanent exhibition, which contains some WWI flour sacks.

Permanent display in Mons Memorial Museum. On the right side of the wall some decorated flour sacks in WWI. Mons Memorial Museum collection

Now that I take a closer look at this photo, I am delighted to see two flour sacks that are the same as the ones in the photo of the embroiderers: “Sperry Mills” and “Rockefeller Foundation“!

Coincidence or not, the decorated flour sacks in WWI continue to fascinate me!

My sincere thanks to Rob Troubleyn for sending the pictures!

 

[1] Le Bruxellois: August 13 and December 6, 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: September 9 and 16; October 14 and 20; November 5; December 5, 1915; January 25, 1916

[2] The photo collage contains eight flour sacks from the following collections:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, California: HHPLM
American Consul The Rockefeller Foundation: MRAH, Brussels
Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
Sperry Mills American Indian, California: IFFM, Ypres
Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: MRAH, Brussels
Contributed by the People of Indiana: WHI, Brussels

[3] Le Quotidien, January 8, 1916

Belgische borduursters in Bergen

Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.

Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen

De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.

Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.

Dit boek bevat de foto op p. 109

De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!

 

‘Mallette du Prisonnier’
In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.

De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940

Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]

Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.

De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’

Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’
(Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).

Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)

Borduurwerk

Belgische borduursters in Bergen. Foto: La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18

Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.

Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’

De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.

De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.

Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken
Begin 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.

Le Quotidien, 8 januari 1916

‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]

Mons Memorial Museum
In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.

Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum

Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!

 

Mijn grote dank aan Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s!

[1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916

[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
– Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
– Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM
– American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG
– Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
– Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM
– Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG
– Contributed by the People of Indiana: WHI

[3] Le Quotidien, 8 januari 1916