Veiling ‘Sperry Mills – American Indian – California’: “Maar da’s meer waard!”

EenMaal AnderMaal
In het tv-programma EenMaal AnderMaal[1] van presentatoren Jacques Vermeire en Axel Daeseleire is een versierde meelzak van WO I geveild.
Jacques Vermeire ging op pad met Celine Van Ouytsel, Miss België 2020, en liep op een brocante markt tegen iets bijzonders aan.

Jacques Vermeire en Celine Van Ouytsel op de brocante markt

– American Indian… Wauw, ja, Wat is hier de achtergrond van?
– Dat zijn Amerikaanse zakken…
– Hier hebt u het karakteristieke profiel van een Sioux.
– En wat is uw prijs?
– Ik vraag 100 euro.

Wat is uw ultieme prijs?

– En wat is uw ultieme prijs? Omdat…
– Omdat ik u ken?
– Normaal 90 euro. Voor u 80.
80 ja, ja.
– Verkocht

Restaurator Noortje Cools

Restaurator Noortje Cools neemt de meelzak onderhanden. Ze haalt het doek uit de lijst en werkt aan het weghalen van de vouwen door de stof te vlakken met gewichten.

De bloemzak onder handen nemen!

Ze legt uit dat strijken beslist niet moet, warmte en vocht zijn slecht voor dit textiel, de kleuren van het borduurwerk zouden kunnen gaan afgeven, de borduurgarens kunnen gaan ‘bloeden’.

Proper en in een ruime, nieuwe lijst waarin de complete meelzak tot haar recht komt, staat het borduurwerk opgesteld voor taxatie bij het veilinghuis in Gent.

Bloemzak Sperry Mills – American Indian – California, 1914-1915, curieus stuk voor de veiling

– Dit is curieus. Jacques, wat is het verhaal hierachter?
– Dat zijn meelzakken
– ‘Flour’, ik zie het, ja.
– In de Eerste Wereldoorlog
– Het is niet makkelijk te prijzen.
– Nee?
– Er is onlangs in Amerika eentje geveild en die zat rond 150 dollar.

In het veilinghuis: “Het gaat om het verhaal. Dus wij gaan uit van een schatting van 300 à 500 euro”.

-Het gaat om het verhaal. De meeste verzamelaars zitten in België.
-Dus wij gaan uit van een schatting, we geven jou wat winst, van 300 à 500 euro.

Op de avond van de veiling is de geborduurde bloemzak een blikvanger. Axel Daeseleire geeft toelichting aan zijn maat Andy Peelman.
– Weet je wat dat is?
Een vlag van de indianen of zoiets? California…
– Dat is een meelzak die opgestuurd is naar hier.
– En uit dank naaiden mensen dat als een soort broderie helemaal vol en stuurden ze dat terug uit dank.
Och? Mooi verhaal.
– Prachtig verhaal
Dat verhaal gaat de prijs maken.

De veilingmeester: “Het volgende lot is een collector’s item. Ook in de States zou daar interesse voor zijn”.

Veilingmeester Loeckx start de veiling.
– Het volgende lot is een collector’s item.
‘De Amerikaanse bloemzak uit de Eerste Wereldoorlog’
– Voor deze lijst zou ik graag aan 200 euro starten.
Axel: – Oeps.
– 200 euro zou moeten gehoord zijn. Volledig handwerk.
– Voor de collectioneurs.
– Ook in de States zou daar interesse voor zijn.
– Wie zegt er 200 euro? Zijn er amateurs aan 200?
 – We zakken wat lager, naar 150 dan.
– Zijn er geïnteresseerden aan 150 euro?
– Op zich een uniek werkje. 150 euro, voor wie?
– 150.
Celine:-  Niemand wil dat.

De prijs zakt. Celine Van Ouytsel en Jacques Vermeire zijn teleurgesteld.

Geen interesse aan 150?
– We zakken naar 100 euro. 100 euro.
– Wordt verkocht. Niemand meer dan 100?
– 110 voor meneer. 110 heb ik hier voor mij.
– 100. Iedereen voldaan op 110? Goed nagedacht op 110? Niemand meer?

Celine: – Die gaat daar veel op pakken.

De veilingmeester: “Dan verkopen we dat aan meneer. Eenmaal, andermaal. Verkocht op de tweede rij”.

Dan verkopen we dat aan meneer.
– Eenmaal, andermaal. Verkocht op de tweede rij.

Jacques Vermeire en Celine Van Ouytsel zijn teleurgesteld.
Celine: – Ik snap het niet meer, hoor.
Andy: – Je hebt toch winst gemaakt?
Celine: Ja.
Andy: – Da’s toch goed?
Celine verzucht: “Maar da’s meer waard!”

De waarde en emotie van een meelzak
In de volksmond heet het dat de Amerikaanse zakken versierd zijn met handwerk en beschilderd zijn om terug te worden gestuurd uit dank.
De werkelijke geschiedenis is anders.

Kleding gemaakt van meelzakken, 1915-1916. Collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa. Foto-collage, Annelien van Kempen, 2022

* De bedoeling van de Amerikanen was dat de katoenen zakken waarin zij het meel verpakten, zouden worden hergebruikt voor (onder)kleding en huishoudtextiel. Er is dan ook veel kleding in België gemaakt, en ter beschikking gesteld van armlastige gezinnen. Zoals dat gaat bij kleren, zijn er na honderd jaar slechts enkele stuks van bewaard gebleven.
* De versierde meelzakken, getransformeerd tot huiselijke sierobjecten, zoals kussenhoezen, tafelkleedjes, theemutsen, schorten, etuis, tassen, enz. zijn meestens in België gebleven en hier verkocht. Voor het goede doel: ‘de weldaad van de meelzak’![2]
* Ja, ook de versierde zakken die teruggestuurd zijn naar Amerika, zijn daar verkocht voor het goede doel: nieuwe hulpverlening aan België.

De waarde in 1915
Succesvolle verkooptentoonstellingen zijn doorheen België georganiseerd, voornamelijk in 1915 en begin 1916. Prijzen varieerden van 4 francs voor een originele, onbewerkte zak, tot 20 – 50 francs voor een versierd exemplaar, afhankelijk van de naam en ervaring van de handwerkster en de door haar gebruikte technieken. Er werden duizenden francs opgehaald door de verkoop.

Verkoop van WO I versierde meelzakken doorheen België vooral in 1915 en begin 1916. Kaart: Jaarboek 2020 In Flanders Fields Museum

De opbrengst van de meelzakkenverkoop was toen – net als bij EenMaal AnderMaal – ook voor jongeren: duizenden kinderen verloren hun vader in de oorlog, duizenden jongens, opgeroepen als soldaat, werden krijgsgevangen gezet in Duitsland; gevlucht naar Nederland zaten ze opgesloten in interneringskampen; ook werden ze verplicht tewerkgesteld in Duitsland.

Voor wezen en weduwen, krijgsgevangenen en kinderen en volwassenen berooid door de oorlogsomstandigheden, voor het eigen Belgische volk hebben de borduursters en de kunstenaars de bloemzakken versierd.
Gegoede Belgische burgers waren geïnteresseerd en gemotiveerd om te bieden op de textiele herinneringen aan de Amerikaanse voedselhulp en financierden door hun aankopen op hun beurt de hulp aan hun eigen landgenoten.

De waarde nu
In hedendaags geld uitgedrukt waren de verkoopprijzen van toen naar schatting 25 euro voor een originele, onbewerkte zak en tussen de 125 en 300 euro voor een versierde meelzak met borduursels, kant en naaiwerk.
Met de marktprijs van 80 euro en de veilingprijs van 110 euro voor de Sperry Mills American Indian meelzak bij EenMaal AnderMaal blijkt er weinig prijsontwikkeling te zijn geweest tussen toen en nu.

Wat is dan de eigenlijke waarde van de meelzakken?
Dat is toch niet in geld uit te drukken? De echte waarde zit in ‘de emotie van de meelzak’![3].
Versierde meelzakken van WO I zijn zakken vol herinneringen!
Herinneringen aan de inspanningen van duizenden mensen in binnen- en buitenland die werkten aan hulp voor medemensen in nood. De grootouders en overgrootouders van de tv-programmamakers zullen er ook herinneringen aan hebben.

Jacques, Celine, Axel en Andy, bedankt voor jullie verhalen. Da’s veel meer waard!

De bewerking van de meelzak
Graag geef ik wat achtergrond over de bewerking van deze meelzak, gezien op de beelden van het tv-programma.
Omdat er onbewerkte meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ bewaard zijn gebleven, is vast te stellen welke transformatie de originele meelzak heeft ondergaan. Zie mijn blog: Sperry Mills – American Indian – California.

Gaatjes in het doek, borduurwerk in rood, wit, blauw, jaartal 1915, stempel ‘Sacs Américains, Bruxelles, Rue de l’Hôpital 11’, in het midden ‘…au profit de…’

De maker van de decoratie tornde eerst de zak open, dit is zichtbaar door de verticale lijn van gaatjes in het doek. Vervolgens beschilderde zij de originele print op de zak, waarna ze aan het borduurwerk begon. Zij gebruikte voornamelijk garens in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, respectievelijk de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw – een daad van patriottisme. Aan de verentooi voegde ze glazen kralen toe.
De jaartallen 1914-1915 zijn toegevoegd door de borduurster – dit toont aan dat de versierde meelzak is gemaakt in 1915.
Er is geen signering door de maakster. Waarschijnlijk heeft ze haar naamkaartje vastgenaaid aan het doek, maar is dit in de loop van de tijd los- en kwijtgeraakt.

De zak draagt geen stempel van een voedingskomiteit of het Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) of de Commission for Relief in Belgium (CRB). Wel is er een rood stempel met tekst in de buitencirkel ‘Sacs Américains, Bruxelles, Rue de l’Hôpital 11’. Het midden is slecht leesbaar ‘…au profit de…’.
Zou dit een particulier initiatief zijn geweest in Brussel om Amerikaanse zakken te bewerken en te verkopen voor het goede doel?!

Het Belang van Limburg, 23 maart 2023

[1] EenMaal AnderMaal is een programma van de Belgische commerciële televisiezender VTM. Jacques Vermeire en Axel Daeseleire vormen ieder een duo met een bekende gast en schuimen rommelmarkten, antiek- en brocantewinkels af op zoek naar bijzondere stukken. Met de op de kop getikte goederen trekken ze naar het atelier van Noortje en Ans Cools voor onderhoud en restauratie van de items. Daarna worden de objecten voor het goede doel – het Jongerenproject JEZ! (www.jezofficial.be) – geveild bij veilinghuis Loeckx Antiques te Gent.
De versierde meelzak is geveild in aflevering 2, seizoen 2, uitgezonden op donderdag 9 februari 2023. Jacques Vermeire vormde een duo met Celine Van Ouytsel, Axel Daeseleire met Andy Peelman.

Bloemzak Sperry Mills American Indian – paneel in kamerscherm. Coll. IFFM. Foto auteur.

[2] Ik schreef het artikel De weldaad van de meelzak’ voor het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum in Ieper. Het museum heeft twee bloemzakken ‘Sperry Mills American Indian’ in de collectie, een onbewerkt exemplaar en een beschilderd, geborduurd paneel in een uniek kamerscherm.

[3] Titel met dank aan Marc Dejonckheere te Zonnebeke. Wij schreven als duo het artikel ‘De emotie van de meelzak. Nederlandse Annelien van Kempen voert onderzoek naar versierde meelzakken uit WO I’ voor het tijdschrift van Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF Magazine no. 70, 2019

Sperry Mills – American Indian – California

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat (verso). Stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ waren en zijn nog altijd gezochte zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Ze zijn kleurrijk beschilderd, of geborduurd, voorzien van kraaltjes en pailletten, of onbewerkt, in originele staat van bedrukking.
Hoe en wanneer zijn de bloemzakken in België geraakt?

Sperry Flour Co., Californië

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat (recto). Coll. IFFM

‘Sperry Mills – American Indian’ was een speciale merknaam door Sperry Flour Company gegeven aan de Belgian relief bloem. Op de andere zijde van de zak stond in opdracht van de Kamer van Koophandel in San Francisco in rood gestempeld ‘California’, zodat er geen misverstand kon bestaan waar het meel vandaan kwam (The San Francisco Examiner, 19 november 1914).

Rond 1850 begon Austin Sperry een maalderij in Stockton, Californië. In 1892 fuseerden een aantal maalderijen in Stockton, de nieuwe bedrijfsnaam werd Sperry Flour Company.

The San Francisco Examiner, 19 november 1914

In 1914 bezat Ethel Sperry Crocker (1861-1934), een telg uit de omvangrijke Sperry familie, aandelen in de maalderij. Zij was getrouwd met William H. Crocker (1861-1937) bankier, president-directeur van de Crocker National Bank in San Francisco en ook directeur van Sperry Flour Co.

Maalderij Sperry Mills in Stockton, Ca.. Foto: online Haggin Museum, Stockton, Ca., VS

Lou Henry Hoover start Belgian Relief in Californië, oktober 1914

‘Mrs. H.C. Hoover ontvangt internationale erkenning voor hulp aan België’. Oakland Tribune, 8 november 1914

Mrs. Lou Henry Hoover verbleef in Californië, toen haar echtgenoot Herbert Hoover vanuit Londen een telegram stuurde met de oproep om eten en geld in te zamelen voor de miljoen Belgen die dreigden te verhongeren. Hoover vroeg zijn vrouw om hulp uit de staat Californië.[1]

Lou Hoover ging daadkrachtig aan het werk en initieerde de oprichting van Belgian Relief Funds. Onvermoeibaar gaf ze lezingen, zowel voor selecte gezelschappen als op ‘mass meetings’ voor een groot publiek van San Francisco tot Los Angeles. Ook had ze persontmoetingen.

I came here on a quiet mission. I sailed for this country to take my children to my own home at Monterey. I was astonished at the response of California to the appeal of the Belgians. I came with no propaganda of my own, but I want to say that the generosity of the people of my native state has amazed me. I am not a speaker, but I have consented to talk and to help and do whatever I could to aid this cause.”[2]

Het initiatief van Lou Henry Hoover bereikte ook de federale hoofdstad Washington. The Washington Post, 19 november 1914

(“Ik kwam hier op een persoonlijke missie. Ik reisde naar dit land om mijn kinderen naar ons huis in Monterey te brengen. Ik ben blij verwonderd over de reactie van Californië op de oproep van de Belgen. Ik had geen specifieke informatie meegenomen, maar ik wil zeggen dat de vrijgevigheid van de mensen in mijn geboortestaat me heeft verrast. Hoewel ik van nature geen redenaar ben, heb ik graag het verzoek ingewilligd om hier te spreken en te helpen. Ik wil alles doen wat in mijn vermogen ligt om bij te dragen aan de goede zaak”).

Ethel Sperry Crocker, jeugdfoto. Foto: online Find a Grave

Ethel Sperry Crocker was actief als penningmeester in het Woman’s Belgian Relief Fund in San Francisco, waarvan Lou Henry Hoover erevoorzitter was.[3] Ook was Ethel Crocker State Chairman van The Woman’s Section van de CRB.
William H. Crocker werd vanuit de San Francisco Chamber of Commerce voorzitter van het mannencomité van het Belgian Relief Fund.

De Belgian Relief Funds in Californië organiseerden zich snel en effectief. Zij charterden het stoomschip Camino om hulpgoederen naar België te brengen. De Sperry Flour Co. won de order om 17.000 barrels bloem te leveren aan de California Belgian Relief Committee.  Ze ontwierpen een speciaal merk en logo om op de katoenen zakken te drukken; “We are putting out an especial brand. Our factory is working on the sacks which bear an Indian head imprint with the word ” California” across the front.” (Stockton Evening and Sunday Record, 19 november 1914, p.2).

‘Camino vaart uit met schenking uit Californië voor de Belgen’. The San Francisco Examiner, 6 december 1914

Op 5 december 1914 vertrok de SS Camino als eerste Amerikaanse ‘State Ship’ uit de haven van San Francisco. De staat Californië krijgt er tot op de dag van vandaag lof voor toegezwaaid.[4].

SS Camino voer drie weken na vertrek uit San Francisco door het Panamakanaal, San Francisco Examiner, 29 december 1914

Helaas, averij voor de Camino
Hoewel het enthousiasme voor de missie van de Camino nooit is verminderd, is de waarheid over de vlotte hulpverlening door de staat California dat deze strandde in averij van het schip. De Camino vertrok weliswaar als eerste ‘State Ship’, maar het kwam als een van de laatste schepen aan in Rotterdam.
Slecht weer, kapotte onderdelen, verlies van lading, niets bleef het schip en zijn bemanning gespaard. Eindelijk, na een reis van ruim vier maanden, op 12 april 1915, arriveerde het in Rotterdam.[5]

Camino komt aan in Rotterdam. The Los Angeles Times, 13 april 1915

Herbert Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium (CRB), was al die maanden op de hoogte van de tegenslagen die de Camino te verduren had [6]. Hij bedankte William Crocker hartelijk voor de hulpgoederen: de grote inzet van de staat Californië in november 1914 was een voorbeeld voor de hele wereld geweest. [7] Hoover zette daarmee indirect ook zijn vrouw Lou Hoover, die de aanzet gaf tot de hulpverlening, in het zonnetje.

Half april 1915 waren de ‘Sperry Mills – American Indian’ bloemzakken gearriveerd in België en Noord-Frankrijk!

Bloemzak Sperry Mills-American Indian, stempel Tourcoing, Frankrijk, beschilderd met tien wapenschilden door Albert Lotthé (Bailleul, F., 10 03 1862 – Tourcoing, F., 17 03 1918). Part. coll. VS

Distributie in België

Bloemzak Sperry Mills met stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Dankzij stempels op de bewaarde bloemzakken is vast te stellen waar de ‘Sperry Mills-American Indian’-bloem is gedistribueerd.
Ik heb stempels gevonden van Brabant en Hainaut (Henegouwen) in België en van Lille (Rijsel) en Tourcoing in Frankrijk.

Musée de la Vie wallonne, Luik, bewaart een onbewerkte bloemzak van 98 lbs met twee hoofdletters ‘P’, zonder ‘California’ op de achterzijde van de zak.

Bloemzak ‘Baker’s Mills-American Indian’. Coll. MoMu Antwerpen, foto online

Het MoMu in Antwerpen heeft een ‘American Indian’ bloemzak in de collectie met bedrukking ‘Farine Fermentante Baker’s Mills – Baker’s Flour Co. Pure Wheat’.

CRB-gedelegeerde William H. Sperry
William Hatfield Sperry (Californië 28 juni 1885 – Briny Breezes, Florida, 26 oktober 1963) was, net als Ethel Sperry Crocker, een telg uit de omvangrijke Sperry familie van de maalderij. Hij was journalist, bekend door tijdschriftartikelen. Zijn vader George Barker Sperry (New York, 6 nov 1851 – La Mesa, San Diego County, 2 juni 1935), was directeur van de maalderij in Stockton, zijn moeder Georgea Mary Staples Sperry (Oregon, 1861 – San José, Ca., 17 juni 1918) zette zich vol overgave in voor de Belgian relief.

Oktober 1914 trok hij naar Europa en raakte via Herbert Hoover betrokken bij het werk van de CRB. Hij telegrafeerde aan zijn moeder: “Volunteered for services in commission for relief in Belgium. Commission has most efficient organization. All food is reaching civil population in Belgium without molestation of any kind, notwithstanding reports to contrary.” [8a]
Van december 1914 tot april 1917 werkte hij als CRB-gedelegeerde in België, onder meer in Leuven, daarna in Lille, Noord-Frankrijk.

William H. Sperry, 1917. Fotograaf Boute, Ch. du Roi, Brussel: Album Members of the CRB. Coll. HILA

September 1915 was Sperry een paar weken op vakantie, weg uit bezet België. Daar was hij vrij om brieven te schrijven naar huis. Hij schreef aan een vriend: “I came out last Saturday for a three weeks’ vacation for my health. The trouble is mostly mental depression, the result of seeing so much misery, oppression and suffering. However, I am going to cut my vacation short and return to the north of France Monday, after a nine day vacation. Can’t help it.

(“Ik kwam afgelopen zaterdag uit België voor een drie-weekse vakantie, noodzakelijk, gelet op mijn gezondheid. Het lastige is vooral de mentale druk, het resultaat van het zien van zoveel ellende, onderdrukking en lijden is deprimerend. Ik ga mijn vakantie echter verkorten en keer maandag terug naar het noorden van Frankrijk, na negen dagen vrij. Ik moet terug, kan er niets aan doen.”)

Bloemzak Sperry Mills – California (verso), geborduurd door Mary-Jane Durieux (°Brussel 11-04-1893; haar vader was meubelmaker). Part. coll. VS

Hij gaf een sarcastische impressie van de duizenden Duitse soldaten in Lille en hun inspanningen om loopgraven te maken: “And the trench works these chaps have been putting in is simply marvelous. The same amount of energy expended in the right direction would have built half a dozen Panama canals.”

(‘Het werk aan de loopgraven dat deze kerels hebben uitgevoerd is gewoonweg wonderbaarlijk. Met dezelfde hoeveelheid energie, besteed aan de juiste zaak, zou een half dozijn Panamakanalen [8b] zijn gegraven.’)

De Belgische bevolking leed honger, maar voor de Duitse bezetters in België en Noord-Frankrijk waren er geen tekorten, of het moest goede Schotse whisky of Franse champagne zijn. Cynisch schrijft Sperry: “Also the Germans have plenty of food.   It is true that it is hard to find good Scotch whiskey and certain brands of liquors, and at the present rate of consumption I think there will be a champagne shortage in the next year, but as for the necessities, the Germans are well fixed.” [9]

(Bovendien hebben de Duitsers genoeg te eten…Inderdaad, het is moeilijk om goede Schotse whisky en bepaalde merken likeuren te vinden, en gelet op de huidige champagne consumptie, denk ik dat er volgend jaar een tekort zal zijn, maar wat de eerste levensbehoeften betreft, hebben de Duitsers het goed voor elkaar.)

Kantoor van CNSA en CRB-gedelegeerden. Op de muur lege bloemzakken Sperry Mills-American Indian. Links William H. Sperry, naast hem Vernon L. Kellogg, rechts John L. Glenn. Foto: HILA 22003 box 625

Op een van zijn standplaatsen is William Sperry gefotografeerd met CRB-collega’s in hun kantoor. Op de muren zijn meerdere lege bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ gehangen als teken dat William Sperry daar zijn werkplek had.

Het ultieme bewijs dat de bloem, toegestuurd uit Californië, uiteindelijk ter plaatse is geraakt.

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian-California’ zijn nog altijd felbegeerde zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Foto-collage Annelien van Kempen, 2019

Mijn dank aan:
– Evelyn McMillan uit Californië voor de uitgebreide informatie die zij mij beschikbaar stelde over de Sperry Mills Flour Co en de van hen afkomstige bloemzakken;
– Hubert Bovens, Wilsele, voor het onderzoek naar de biografische gegevens van schilders en borduursters.

 

 

[1] Cablegram Mr. Herbert Hoover vanuit Londen aan Mrs. Herbert Hoover,  San Francisco, 26 oktober 1914

[2] Oakland Tribune, 8 november 1914, p.4

[3] The San Francisco Examiner, 11 november 1914, p. 4

[4] The San Francisco Examiner, 6 december 1914, p. 53

[5] The Los Angeles Times, 13 april 1915, p. 1

[6] Correspondentie tussen Lindon W. Bates en Herbert C. Hoover, HILA 22003 file 324-1

[7] The San Francisco Examiner, 22 april 1915, p.3

[8a] The Evening Mail (Stockton, California), 23 december 1914.

Arno Dosch Fleurot en Elsie Sperry Dosch Fleurot
Het bericht in de Evening Mail vermeldt ook: “Will Sperry’s sister, Mrs. Arno Dosch (formerly Miss Elsie Sperry) is also at the front in Europe, having accompanied her husband, who is a war correspondent to Louvain, Lille, Liege, and other Belgian battle scenes.”
Elsie Sperry (Stockton, Ca., 21.11.1881 – Marin, Ca., 29.07.1970) was getrouwd op 9 januari 1908 met Arno Dosch Fleurot (1879-1951), Amerikaans (oorlogs)correspondent in Europa van 1914-1951. Zie
Slepchenkova, Angelina, ‘The Life and Times of the American Journalist Arno Dosch Fleurot (1879-1951): Defining American Liberalism in World War One Era Through the Lense of Foreign Reporting.’Fullerton: California State University, thesis, 2017 (online, geraadpleegd 3 januari 2023)

[8b] Het Panamakanaal, de scheepvaartverbinding tussen de Grote en Atlantische Oceaan, was op 15 augustus 1914 in gebruik genomen, nadat al in 1881 door de Fransen was begonnen met de aanleg. De VS hebben de bouw van het kanaal daadwerkelijk gerealiseerd tussen 1904 en 1914.

[9] San Francisco Call, 1 oktober 1915 ‘Nephew of Crocker gives War Picture. S.F. Writer at Front’. HHPLM BAEF CRB London Office box 25 News Cuttings

De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917. Foto: Frederick H. Chatfield papers, HILA

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Comiteit van Rummen 1917. Foto: Limes Gatia, Geetbets

Reconnaissance
Citaat uit een brief vanuit Rummen in 1915: ‘In ieder dorp is een comiteit opgericht door Amerika, en ieder die geen meel heeft kan een gedeelte kilos krijgen. Er komt maïs voor de hennen, lijnmeel, haring, soep, boonen, rijst, erwten, bloem (maar niet veel), geen spek, dat is duur!’ ****)

Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

Dank aan Canada

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

 

Melk voor de kinderen in Geetbets: ‘Gazette de lait …des enfants, Geet-Betz 1917’. Foto: Limes Gatia, Geetbets

 

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek ook het door de CRB ingevoerde (tarwe)graan.
De buitenlandse tarwe arriveerde in bulk in de maalderij, die het tot meel maalde. Vandaar ging het meel naar de bakkerijen in lokale zakken.
Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de bloemzakken. [1]
Usines De Stordeur in Leuven was het centrale magazijn van de lege zakken, die terugkwamen van de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retour-zakken was een tijdrovende, maar voorname taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Mogelijk zijn de zakken gevuld met korrels graan in België geraakt via de buitenlandse voedselhulp, waarna het graan in de maalderij van De Stordeur tot meel is gemalen, dan wel zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor tarwemeel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een bloemzak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.
– Guy Leus, Limes Gatia, de genealogische geschiedkundige kring van Geetbets, voor zijn informatie en foto’s van de voedselhulp in Geetbets, Grazen en Rummen.

*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938 (Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com)).
Guy Leus, Limes Gatia, gaf commentaar op de geborduurde wapenschilden van Geet-Betz en Graesen: “Merkwaardig, het wapenschild van Geetbets is niet juist en Grazen had zelfs geen wapenschild.“(!)

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

****) Leus, Guy, Geetbets 1914-1918, een vlam in de grote wereldbrand, Limes Gatia, 2015

[1] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

Belgian Collections in Figures 2022

Four years ago, I began researching the origin of decorated flour sacks in WWI.

In the Textile Research Centre (TRC) in Leiden, the Netherlands, my fascination originated as it allowed me to discover the existence of these sacks. It led to research questions, “Where in Belgium could I view embroidered flour sacks; which museums and public collections preserve WWI flour sacks?”

The Flanders’ List of Masterpieces includes nine flour sacks, eight in public ownership (In Flanders Fields Museum collection) and one in private ownership. In 2016, the motivation for safeguarding this cultural heritage was, “This is one of the few material witnesses of food aid during World War I as there are few such embroidered flour sacks in public collections in our country.”

Many flour sacks passed through my hands: In Flanders Fields Museum, 2019. Photos: Marc Dejonckheere

By now I have tracked down hundreds of decorated flour sacks. I have held many in my hands, I photographed them and processed their details in my “Register of WWI Flour Sacks”. A year and a half ago, in the blog “Belgian Collections in Figures 2020”, I reported on 235 registered flour sacks. Now I count 310 flour sacks in the register, an increase of over 30%.

Time for an update: this blog presents the key figures of the Belgian collections as of January 2022.
Are you interested in a particular section? Then please use the links to my dozens of previous stories on decorated flour sacks for more information.

Belgian public and private collections


17 public and 25 private collections collectively contain 310 WWI flour sacks, with 196 sacks (63%) in the public collections [1] and 114 sacks (37%) in the private collections.

Bag of flour sack “Belgian Relief Flour”, 1915. Belgian private collection

Original and decorated flour sacks
Original/unprocessed flour sacks are emptied flour sacks, which remained as they were, cotton sacks with original printing of colored letters, logos, pictorial marks and stamps.

Decorated flour sacks are the emptied flour sacks that have been transformed in Belgium into cushion covers, wall ornaments, runners, pouches, bags, tea hats, aprons, dresses, jackets, or pants.


In the Belgian collections, 130 (42%) flour sacks are original/unprocessed and 180 (58%) are decorated.

The distribution of original and decorated flour sacks in the public and private collections, respectively, shows considerable differences.
In absolute numbers the distribution is as follows:


Original flour sacks
The public collections contain the largest part (87%) of the original/unprocessed flour sacks, while 13% of the original flour sacks are in private hands.

Isabella and Paul Errera. Photo: internet

A 100 original flour sacks are kept in three museums: the Royal Art & History Museum (RAHM) in Brussels preserves 54 of these flour sacks, collected during the Great War by textile expert and collector Mrs. Isabella Errera.
The WHI/Royal Army Museum has several dozen original flour sacks in its collection.
Musée de la Vie wallonne (MVW) in Liège preserves the educational series of the Welsch collection: 12 original/unprocessed and 12 decorated flour sacks with the same print in each pair.
Both RAHM and MVW seem to have consciously collected original flour sacks. Material and original printing were the reasons for preservation. Monsieur Welsch defined the printings as embroidery patterns. Madame Errera captured used materials of cotton and jute, printing techniques, colors and logo designs from overseas.

Flour sack “Yellowstone”, worked (embroidered) and original, 1915, donation Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Decorated flour sacks
46% of the decorated flour sacks are in public ownership and 54% in private ownership.
Throughout Belgium, many households have acquired and preserved one or more flour sacks as family heirlooms through grandparents or other family members. Knowledge and awareness of the history of the Belgian WWI flour sacks allows continued and increasing recognition of the country’s national heritage.

Flour sack “Sperry Mills, American Indian”, embroidered. Coll. and photo: Belgian private collection

Active private collectors visit flee markets, garage sales, thrift and brocante stores, local and online auctions through which several collectors have built up wonderful flour sack collections.
The transfer of decorated flour sacks from private owners to public collections takes place in small steps.

Young Belgian embroiderers of flour sacks in Mons. Photo collection of the Musée de la Vie wallonne

The crafts
Painting and embroidery were the main techniques used to decorate the flour sacks: 60 sacks were painted, 145 sacks were embroidered. Several sacks underwent both, they were first painted, then embroidered.

In public collections, 24% of the flour sacks are painted (by artists such as Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse and Henri Thomas) and 76% are embroidered.

Armand Rassenfosse, Nu (Nude), 1915. Photo: Belgian private collection

In private collections, 32% of the flour sacks are painted (e.g., the painted flour sacks in Dendermonde) and 62% are embroidered.

The origin of the flour sacks

Pictorial trademark of the decorated flour sack “Portland”, Oregon, USA. Coll. and photo: Mons Memorial Museum

The countries of origin of the flour sacks are the United States and Canada. The original printing on the flour sacks provides this information.

Several decorated flour sacks lack the indication of origin because the original print was cut away in Belgium when flour sacks were transformed into wall hangings, tablecloths and table runners, bags, etc. They are included in the category “Unknown”.

Some (decorated) sacks are mistakenly labeled as “Belgian relief flour sacks”, they are not original “American” flour sacks. This is also the case for some embroideries made by Belgian prisoners of war. This is the category “Belgium”.


83% of the flour sacks have as their origin the USA, 11% are from Canada and of 3% the origin is unknown.

Conclusion
Thanks to the cooperation and help of many people, I was able to collect the data of 310 American/ Belgian Relief flour sacks preserved in Belgium.
I expect that hundreds more sacks will have been preserved by Belgian families. They are well hidden in cupboards, attics, cellars, sometimes forgotten…

Sacks are full of memories. Every sack houses a fragile and precious story.

Many thanks to Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen and Tamara Raats. With their expert advice and work I have created my “Register of WWI Flour Sacks”.
Thanks to Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

[1] On my website under “Museums” the numbers of decorated flour sacks in Belgian collections are different for two reasons:
– a few publicly accessible institutions display flour sacks from private collections;
– I discovered the collection of 62 flour sacks of MAS Museum aan de Stroom in Antwerp after writing this blog.

Belgische collecties in cijfers 2022

Vier jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.

Het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontvouwde voor mij het bestaan van de zakken. Het leidde tot research vragen: “Waar in België zou ik geborduurde meelzakken kunnen bekijken; welke musea en openbare collecties bewaren meelzakken?”
De Vlaamse Topstukkenlijst bevat negen meelzakken, acht in publiek bezit (in collectie In Flanders Fields Museum) en een in privébezit. In 2016 was de motivatie voor het veiligstellen van dit cultureel erfgoed: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’

Vele meelzakken gingen door mijn handen: In Flanders Fields Museum, 2019. Foto’s: Marc Dejonckheere

Inmiddels heb ik honderden versierde meelzakken opgespoord. Vele heb ik in handen gehad en gefotografeerd, hun gegevens verwerkt in mijn ‘Register van Meelzakken WO I’. Anderhalf jaar geleden rapporteerde ik in het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2020’, over 235 geregistreerde meelzakken. Nu tel ik in het register 310 meelzakken, een toename van ruim 30%.
Tijd voor een update: dit blog presenteert de kerncijfers van de Belgische collecties in januari 2022.
Ben je geïnteresseerd in een bepaald onderdeel? Laat je dan leiden via de links naar mijn tientallen eerdere verhalen over de versierde meelzakken.

Belgische publieke en privécollecties versierde meelzakken WO I

17 publieke en 25 privécollecties bevatten gezamenlijk 310 meelzakken, waarvan 196 zakken (63%) in de publieke collecties [1] en 114 zakken (37%) in de privécollecties.

Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 1915. Belgische particuliere collectie

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren,katoenen zakken met originele bedrukking van gekleurde letters, logo’s, beeldmerken en stempels.

Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

In de Belgische collecties zijn 130 (42%) meelzakken onbewerkt en 180 (58%) bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 87% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 13% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

100 onbewerkte meelzakken bevinden zich in drie musea: KMKG/MRAH in Brussel bewaart 54 onbewerkte meelzakken, verzameld tijdens de Groote Oorlog door textielkenner en verzamelaar Isabella Errera.
Het WHI/Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie.
Musée de la Vie wallonne in Luik kent de educatieve serie meelzakken van Welsch: 12 originele/onbewerkte en 12 bewerkte meelzakken met per tweetal dezelfde bedrukking.

In KMKG/MRAH en Musée de la Vie wallonne is dus sprake van bewuste collectie-vorming van onbewerkte meelzakken. Materiaal en originele bedrukking zijn de redenen geweest voor bewaring. Madame Errera legde gebruikte materialen van katoen en jute, druktechnieken, kleuren en logo ontwerpen van overzee vast. Monsieur Welsch definieerde de bedrukkingen als borduurpatronen.

Meelzak ‘Yellowstone’, bewerkt (geborduurd) en onbewerkt, 1915, schenking Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 46% in publiek bezit en 54% in privébezit.
Doorheen België zijn in vele huishoudens door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaard gebleven als familie-erfgoed. Kennis van versierde meelzakken in WO I maakt herkenning van het erfgoed mogelijk.

Meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, geborduurd. Foto: Belgische particuliere collectie

Actieve verzamelaars bezoeken markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze prachtige verzamelingen opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan een museum of historische kring vindt druppelsgewijze plaats.

Belgische borduursters van meelzakken in Bergen. Fotocollectie Musée de la Vie wallonne

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd: 60 zakken zijn beschilderd, 145 zakken zijn geborduurd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.

In publieke collecties is 24% van de meelzakken beschilderd (door kunstenaars als Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse en Henri Thomas) en 76% geborduurd.

Armand Rassenfosse, Nu (Naakt), 1915. Foto: Belgische particuliere collectie

In privécollecties is 32% van de meelzakken beschilderd (bijvoorbeeld de beschilderde meelzakken in Dendermonde) en 62% geborduurd.

De herkomst van de meelzakken

Beeldmerk van de versierde meelzak ‘Portland’, Oregon, VS. Coll.: Mons Memorial Museum

De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.

83% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 11% is afkomstig uit Canada en van 3% is de herkomst onbekend.

Conclusie
Dankzij de bewustwording en medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van 310 versierde meelzakken in WO I in België bij elkaar gebracht.

Ik verwacht dat er nóg honderden zakken door Belgische families bewaard zullen zijn. Ze liggen goed opgeborgen in de kast, op zolder, in de kelder, soms misschien vergeten…

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

 

Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

[1] De pagina ‘Musea’  toont iets andere cijfers van versierde meelzakken in Belgische collecties dan beschreven in dit blog.  Het verschil is te verklaren doordat:
– een aantal voor publiek toegankelijke instanties meelzakken tonen uit privé-collecties;
– ik een collectie van 62 meelzakken ontdekte in MAS Museum aan de Stroom in Antwerpen na het samenstellen van dit blog.

From Aid to Embroidery in Ohio, USA

High demand for wheat. The Lima Morning Star and Republican Gazette, Lima, Ohio, October 24, 1914

American wheat sales rose to unprecedented levels in the fall of 1914 due to the European war. The wheat exchange in Chicago made record sales through purchases from agents of the German and English governments.

Northwestern Elevator and Mill Company, Mount Vernon, Ohio

An Ohion newspaper headlined “Flour Mills busy” in October 1914. Northwestern Elevator & Mill Co.’s two largest mills, in Mount Vernon and Toledo, and National Milling Co. in Toledo, coped well with the large orders. They exported their entire production to Liverpool, Glasgow and Paris[1]. 

Northwestern Elevator and Mill Co, American School painting, oil on canvas, 46×61 cm; photo: artnet.com

At the end of November, the mills made the newspapers again because of a humanitarian relief movement intended to help the population of occupied Belgium. The mills contributed to the relief effort of the Miller’s Belgian Relief Movement, organized by the Minneapolitan trade journal Northwestern Miller.

The Fulton County Tribune, Fulton, November 27, 1914

Northwestern Elevator & Mill Co. immediately pledged 50 barrels of flour and invited the citizens of Mt. Vernon to contribute to the relief campaign by purchasing at least one sack of flour at cost price:

 

The Democratic Banner, Mount Vernon, December 22, 1914

“The flour is to be shipped in heavy cotton bags containing forty-nine pounds. Anyone wishing to donate, can purchase flour from us at the cost price of $5.00 per barrel. No donations will be accepted for less than one forty-nine pound sack. … We will donate 50 barrels, and trust that enough more will be donated by our generous citizens to make the shipment from Mt. Vernon at least a car load of two hundred barrels.” (The Democratic Banner, 1 december 1914)

The call for aid made by Northwestern Elevator & Mill Co. was a success: a full train car with 820 sacks of flour (205 barrels) left for Philadelphia at the end of December to be delivered to SS South Point. The local organizing committee of Mt. Vernon thanked all donors through a newspaper article:

The Democratic Banner, Mt. Vernon, December 25, 1914
Flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en photo: HHLP 62.4.120

The Miller’s Belgian Relief Movement’s relief effort was successful throughout Ohio. Dozens of mills contributed for a total of 4,861 barrels of flour (equivalent to over 20 carloads, 19,444 sacks of 49 Lbs, 430 tons of flour). The Relief Report[2] stated the following regarding Ohio’s mills:

Ohio millers and residents donated 4,861 barrels of flour. Report Miller’s Belgian Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

Re-use of Ohio flour sacks in Belgium

Instructions from the Miller’s Belgian Relief Movement; Beatrice Daily Sun, Beatrice, Nebraska, January 2, 1915

Using cotton sacks was a necessary stimulus to the American cotton industry. The cotton sacks in which the flour was packed were intended for reuse in Belgium. The Belgian women and girls have gratefully made use of the cotton. After the sacks were emptied at the bakeries, they proceeded to make the sacks into clothes.

Flour sack “Belgian Relief Flour”, The Northwestern Elevator & Mill Co., Toledo, Ohio. Back of a jacket, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Decorated flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. col. and photo: HIA

An example of a jacket made from a Northwestern Elevator & Mill flour sack is part of the collection of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPL).

Most flour sacks are embroidered and embellished.

Belgian author Gilles wrote about a flour sack from Springfield, Ohio[3]:
Saturday 17 July 1915
The American sacks that contained the wheat flour for the Belgian National Relief and Nutrition Committee (CNSA) are particularly popular among collectors of war memories. The sacks are printed and the more characteristic the printing, the higher the sales price. A sack of 30 francs is printed with blue and red letters, the text reads in English:

                                               From the city of Springfield, Ohio
                                               As a testimony of affection
                                               Our friends the Belgians
                                               To this heroic nation
                                               God bless it!

Decorated flour sack The Moody & Thomas Milling Co, Peninsula, Ohio. Coll. and photo HHPL 62.4.391

Besides the jacket, I have located four more copies of the flour sacks delivered in Belgium by the Miller’s Belgian Relief Movement.
Two embroidered flour sacks have been preserved:

One flour sack of the Moody & Thomas Milling Co., Peninsula (collection HHPL); the second of The National Milling Co., Toledo (Hoover Institution Archives collection, Stanford University, HIA).

 

Flour sack “DEWEY’S”, The Dewey BROS. Co., Blanchester, Ohio. Coll. WHI; photo: author

Also, two original flour sacks have been preserved: one from Dewey Bros. Co., Blanchester (collection War Heritage Institute, Brussels (WHI)); the second of The National Milling Co., Toledo (collection HHPL 62.4.120).

 

OHIO Commission for Relief of European War Sufferers
Six weeks later, another appeal was made to Ohioans. The Ohio Commission for Relief of European War Sufferers was founded on January 4, 1915 in Columbus. During a luncheon those present decided to raise supplies and money to help victims of the European war, with the support of State Board of Commerce staff.

The Fulton County Tribune, Fulton, January 15, 1915
Mr. Edward Drummond Libbey (1854-1925) and Mrs. Florence Scott Libbey (1863-1938), ca. 1901; photo Wikipedia

President of the committee was E.D. Libbey from Toledo, treasurer E.R. Sharp from Columbus, Secretary O.K. Shimansky from Columbus.
The state of Ohio was home to European emigrants and their descendants from many countries; that is why the Commission made a broad effort to provide assistance to “European War Sufferers”. Priority was given to assistance to the Belgian population; the commission intended to secure a shipload of provisions for the Belgians to be moved early in February 1915.

The Ohio Woman’s Auxiliary: Mrs. Estelle Thompson, née Clark
Although men were appointed to the committee, women carried out the work. The existing and well-managed women’s organizations started working centrally and locally. Communication proceeded through letters, calls and advertisements in the newspapers; orally at regular meetings of clubs, churches and schools.

History of the Woman’s Section of the CRB, 1915

The Ohio Woman’s Auxiliary was headed by Mrs. Estelle Godfrey Thompson, née Clark (Massillon, Stark County 13.02.1862 – Columbus 29.06.1945), wife of President William Oxley Thompson of Ohio State University in Columbus. Mrs. Wm. O. Thompson was a member of The Woman’s Section of The Commission for Relief in Belgium, serving both on the “Executive Co-operating Committee” as chair of  the National Federation of College Women as the “State Chairmen” as chair of Ohio.

Estelle Clark Tompson in “Woman’s Who is Who in America, 1914/15”

Estelle Clark Thompson descended from a well-to-do Cleveland family; she worked as a teacher of dramatics at Western College for Women in Oxford, Ohio. At the age of 32 she married William Thompson; she was his third wife; he was twice widowed and had two daughters from his first and two sons from his second marriage. Estelle Clark Thompson took care of the four young children; she remained childless herself. She played an active role in Ohio women’s organizations and campaigned for women’s rights: “Favors women suffrage”.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. and photo CCHSM no. 4003

Mr. Brand Whitlock and Mrs. Ella Whitlock, née Brainerd
During World War I, the diplomat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, USA 04.03.1869 – Cannes, France 24.05.1934) was American minister plenipotentiary in Belgium seating in Brussels. He acted as patron of the international “Commission for Relief in Belgium” (CRB) and the Belgian National Relief Committee “Comité National de Secours et d’Alimentation” (CNSA), the organizations that coordinated and implemented food relief for the population in occupied Belgium.

Mrs. Ella Brainerd Whitlock; photo: Library of Congress

He lived in Brussels with his wife, Ella Whitlock, née Brainerd (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). Ella Brainerd Whitlock worked energetically to help the Belgian population and closely collaborated with the Belgian women’s organizations.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003

Brand Whitlock felt connected to the state of Ohio. Before becoming a diplomat in 1914, he had been elected mayor of Toledo four times (1906-1914); he had worked there as a lawyer from 1897. Due to his connection with Ohio, he became member of the honorary advisory commission of the Ohio Commission for Relief of European War Sufferers. He successfully appealed to the American people to aid the Belgians with food.

As a result of their work, the Whitlocks received many gifts for their efforts, including decorated flour sacks.

After her husband passed away, Ella Brainerd Whitlock returned to the US. She donated many objects, including their interesting collection of flour sacks to the Champaign County Historical Society in Urbana and Toledo. The Champaign County Historical Society Museum in Urbana (CCHSM) preserves this collection. See also the blog: Flour sack trip from Urbana to Overijse

Flour sacks with portrait of Brand Whitlock
Two flour sacks with Brand Whitlock’s portrait stand out.

Embroidered flour sack “American Commission”/ Brand Whitlock; 1915. Coll. and photo CCHSM, no. 4001

The origin of flour sack no. 4001 is “American Commission”; the Belgian embroiderer added as texts: “A.S.E.M. Brand Whitlock, M. P. des Etats-Unis à Bruxelles; E Pluribus Unum; La Belgique Reconnaissante 1914-1915”. The portrait looks like a lithography, surrounded by an embroidered green laurel wreath; to the left and right of the portrait are embroideries of the Belgian and American flags; on the lower part of the flour sack the “Great Shield of the United States” is embroidered, along with the eagle with spread wings and the stars representing the thirteen original colonies of the US plus the text: “E Pluribus Unum”.

Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003, recto
Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. col. and photo CCHSM, no. 4003, verso

The other flour sack, no. 4003, bears the original print “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana” via The Louisville Herald, produced by Louisville Milling Co, Louisville, KY. In Belgium, the sack had been printed with red letters: “A Son Excellence Monsieur Brand Whitlock, Ministre des Etats-Unis à Bruxelles. La Belgique entière acclame les Etats-Unis.” The flags of Belgium and the US are embroidered, as are the letters of the original print. The photo portrait of Brand Whitlock is colorized, signed “L. van Loo”. The photographer may presumably have been Leo Petrus Julius (Leon) van Loo (Sint-Joris-ten Distel 19.08.1841 – Cincinnati 10.01.1907) He was an art photographer born in Belgium, who emigrated to Ohio at the age of 15, following his Ghent teacher Charles Waldack. Waldack was able to emigrate to Cincinnati, because Leon van Loo’s father paid him in exchange for his son’s training as a photographer. Van Loo lived in Cincinnati for the rest of his life. It seems likely that he made a photo portrait of (a younger) Brand Whitlock in the US and that a print of the portrait ended up in his old hometown Ghent, Belgium, where it has been used for the flour sack(s).

SS Naneric; photo: Allen C. Green series (online)

State Ship SS Naneric
CRB’s New York office contracted the British steamship Naneric as State Ship of Ohio. SS Naneric had made an earlier trip to Calcutta, India, and had to voyage from there to New York to take the cargo on board. On that 65-day voyage from Calcutta to New York, SS Naneric passed through the Suez Canal and was caught up in war. The battle it found itself in was between the Allied army, supported by fire from French and British cruisers, and a Turkish land force, commanded by German officers.
Captain Tulloch of the Naneric reported that his steamer entered the Suez Canal on February 1, 1915 but had not been allowed to proceed because of the battle. After days delay, the vessel was permitted to proceed to Port Said, protected with sandbags. On March 8, SS Naneric docked in Philadelphia.[4]

The Ohio women’s fundraising campaigns were successful; trains brought carloads of flour to New York Harbor.

The Democratic Banner, Mt. Vernon, February 19, 1915
The Democratic Banner, March 9, 1915

On March 27, SS Naneric departed from New York as the Ohio State Ship with the relief supplies on board and arrived in Rotterdam around April 20. The relief supplies were transferred to barges for transit to the Belgian villages and towns. By the end of April, the Belgian bakers were able to bake bread from the flour and the local population could taste the good gifts that the people of the state of Ohio had given for a second time.

Original flour sack Bakoto Flour, Canton Feed & M’L’G Co., Canton, Ohio, 1915. Photo: US Embassy in Belgium

With the emptied flour sacks, the Belgian women and girls could continue with their charitable work, transforming them into souvenirs.

Nine embroidered sacks, presumably from the State Ship Ohio, have been preserved.

  • A sack of “Bakoto Flour” from Bako Mills, Canton Feed and M’L’G Co., Canton, is in the Embassy of the United States of America in Belgium in Brussels[5];
  • Three preserved “Square Deal” sacks from The Gwinn Milling Co., Columbus are in the Musée de la Vie wallonne in Liège (one embroidered, one original), respectively in Mons Memorial Museum in Mons (one embroidered);
  • Decorated flour sack “Square Deal”, The Gwinn Milling Co., Columbus, Ohio, 1915/16. Coll. Musée de la Vie wallonne
  • Detail original flour sack “The Famous White Loaf”, Sunbury Mills. Coll. RAHM Tx 2648 ; photo: author

    Five flour sacks “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, are preserved in both a private collection in Belgium (98 Lbs) and in the United Kingdom (49 Lbs) (both embroidered): at the In Flanders Fields Museum (IFFM), Ypres (98 Lbs, embroidered, panel in folding screen); at the Royal Art & History Museum (RAHM), Brussels (49 Lbs, original sack, Tx 2648); at Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca. (24 1/2 Lbs embroidered).

Burrer Mills, Sunbury, 1929; photo: BigWalnutHistory.com

Sunbury Mills, G. J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio
The history of the Sunbury Mills mill is detailed on the website of the Big Walnut Historical Society located at the Myers Inn Museum in Sunbury.
Gottleib Jacob (Jakie) Burrer (Germany, 03.01.1848 – Sunbury 18.02.1926) owned Sunbury Mills since 1875. It was a family business. He was married to Amy Ann Gammill; their sons Karl (age in 1914: 35), Paul (28), Rudolph (26) and Gordon (20) worked in the expanding business (including electricity generation and supply), which meant a lot to Sunbury. Sunbury Mills has been the longest operating mill in Sunbury. In 1945 the mill, which had meanwhile merged with the Condit Elevators, was sold to the Farm Bureau.

Charlotte Burrer, née Pagels: American Flour Sack Embroiderer in Ohio
The youngest Burrer son, Gordon Jacob (Sunbury 02.02.1894 – Pleasant Ridge, Ohio, 04.07.1960) is a war veteran. He served in World War I, in 1917/18, as a captain in the US Army Infantry.
At the age of 35 he married Charlotte Grace Pagels (1895 – Hamilton, Ohio, July 2, 1991); they married on October 3,1929 at Pleasant Ridge, near Cincinnati. They had three children: Charlotte Amy, Gordon Jacob and Frederick Pagels. Charlotte Pagels Burrer’s grandparents had been German emigrants.

Hoover Tower, 1941; photo: HIA

Charlotte deserves eternal glory for embroidering a Sunbury Mills flour sack! Yes, a flour sack “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury.
In which year she embroidered the flour sack I do not know, but it seems she produced the embroidery after a visit to the Hoover Tower at Stanford University in Palo Alto, California[6]. She became acquainted with the collection of decorated flour sacks in the archives of the Commission for Relief in Belgium, kept in the Hoover Institution Archives and was surprised to see an embroidered flour sack “White Loaf” from Sunbury Mills.

Decorated flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio. Embroidered in Belgium in 1915/16. Was a model for a replica of Ch. Pagel’s Burrer. Coll. Hoover Institution Archives

It inspired Charlotte to embroider exactly such a flour sack.

Embroidered Flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, Sunbury, Ohio. Replica of flour sack in Hoover Institution Archives. Embroiderer Charlotte Burrer, née Pagels, Cincinnati, Ohio. Coll. and photo: Community Library, Sunbury

Back home in Ohio, she looked for a flour sack printed with the “White Loaf” brand at Sunbury Mills and got to work. A so-called ‘Replica’ of the flour sacks decorated in Belgium during WW I was born; it is proudly preserved in Sunbury’s Community Library.
Former Sunbury librarian, Mrs. Polly Horn, is now curator of the Myers Inn Museum in Sunbury. She published a photo of Charlotte’s embroidered flour sack in her “Burrer Mills” blog. Thanks to her I came into possession of a photo of this embroidery by an American flour sack embroiderer: Charlotte Pagels Burrer.

Embroidery of flour sacks in WW I: getting started

American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” with embroidery patterns and detailed descriptions. Photo: Giftshop HHPLM

The embroidery of flour sacks in times of war and occupation has been a remarkable undertaking by Belgian women and girls in 1915/16. The recognition for their special work is recorded in the American booklet “Out of War. A Legacy of Art”.[7]

The publication came about as a group project from the Red Cedar Questers, Iowa. Belle Walton Hinkhouse took the initiative and Joanne Evans Hemmingway led the project to bring about the release.

Central to the book is the collection of decorated flour sacks from the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa. Former curator Phyllis Foster Danks of the museum (circa 1977-1986) contributed with her expertise on the “Embroidered Belgian Flour Sacks”.

Embroidery pattern “Viking ship” with description in the American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” (HHPL 62.4.401)

Two experienced embroidery teachers, Catherine Robinder and Angeline Hoover Shuh, analyzed the embroidery on the flour sacks.

Embroidery pattern “Bluebird” with description in the American booklet about the ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’. (HHPL 62.4.432)

They concentrated on decorations added by the Belgian women themselves and chose six copies for a reconstruction. The result are six embroidery patterns with detailed descriptions of threads used and embroidery stitches. Embroiderers receive instructions on which cloth to use for the pattern: you could use a sack, but that’s not necessary.
The embroidery patterns are:

  • Woman and sheep
  • Flemish scene
  • Viking ship
  • Bluebirds
  • Violets
  • Poppies

 

Anyone who wants to, can get started! Just like Charlotte Grace Pagel’s Burrer did embroidering her Sunbury flour sack.

Decorated flour sacks can inspire even more creative crafts!

Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915. Private coll. United Kingdom
Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Private coll. Belgium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Embroidered flour sack ”White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Panel in folding screen. Coll. IFFM

Thanks to:
– Mrs. Polly Horn, curator of the Myers Inn Museum in Sunbury, Ohio, for the wealth of information she sent me about the Sunbury Mill and the Burrer family. She is the author of dozens of blogs on the Big Walnut Area Historical Society.
Watch my program at YouTube:  “Decorated Flour Sacks in WWI. From Aid to Embroidery in Ohio”.
Program of the Big Walnut Area Historical Society, Ohio. Mrs. Polly Horn, director of the Myers Inn Museum in Sunbury invited me to develop this presentation. Enjoy!
– Mrs. Cheryl Ogden, director, and Megan, intern, of the Champaign County Historical Society Museum;
– Hubert Bovens from Wilsele, Belgium, for his research into the biographical data of photographer Leon van Loo.

– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

[1] The Tribune, Coshocton, Ohio, October 22, 1914

[2] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

[3] Gille, Louis, Ooms, Alphonse, Delandsheere, Paul, Cinquante Mois d’Occupation Allemande. Volume I 1914-1915. Brussels: Librairie Albert Dewit, 1919

[4] Los Angeles Times, Los Angeles, 9 maart 1915

[5] The US Ambassador, Mr. Gidwitz, showed the flour sack during a recorded message at the online opening of the exhibition ‘When Minnesota Fed the European Children’ on October 12, 2020. Here the link to the YouTube recording of the opening, the American ambassador speaks 4 minutes: you can find it between 3.30 and 7.50 min. https://www.globalminnesota.org/events/past-events/exhibit-opening-of-when-minnesota-fed-the-children-of-europe/

[6] The two black and white photographs of Hoover Tower and the embroidered Sunbury Mills flour sack in HIA are from the book: Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[7] Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West Branch, Iowa: Iowa State Questors, 1995.

“Out of War. A Legacy of Art” is available for purchase for $9.95 in the Gift Shop of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, USA.

 

 

 

Flour sacks. The art of charity. 2020 Yearbook In Flanders Fields Museum

Annelien van Kempen conducted research into the decorated WWI flour sacks of the In Flanders Fields Museum. Photo: Marc Dejonckheere

My article “Flour sacks. The art of charity” has been published in the 2020 Yearbook of the In Flanders Fields Museum, Ypres!

In the summer of 2019, I conducted research into the decorated WWI flour sacks in the museum’s collection*). One of my ‘sack trips’ took me to Ypres, where I examined the American and Canadian flour sacks for a week thanks to a grant from the Koen Koch Foundation. The museum possesses 23 original flour sacks, eight of those have been included in Flanders’ List of Masterpieces as unique heritage items.

In my article, I report in word and image on my discoveries and give historical context to the Ypres collection of flour sacks. The following topics are discussed: the supply of food to Belgium; the US charities with a graph of contributions by state; Madame Lalla Vandervelde, her journey through America and successful appeal for aid to the Belgians; examples of the Belgian charities with an infographic showing dozens of sales exhibitions of flour sacks held between 1915-1925; girls’ education in vocational schools with unique photos of their lessons; German censorship on decorated flour sacks.

Flour sacks. The art of charity. In Flanders Fields Museum, room divider details; photos: author

My conclusion is: decorated WWI flour sacks are the symbol of the many charities run and supported by Belgian women and girls during the German occupation, besides the symbol of international food aid and Belgian gratitude.

Here is the link to the article: “Flour sacks. The art of charity.

The IFFM Yearbook 2020 is beautifully designed by Manu Veracx. The original Dutch article with 17 color and 7 black and white illustrations, is fully translated in English by Marc Hutsebaut; it covers 9 pages. You can order the IFFM Yearbook 2020 through the webshop of the museum.

Collection WWI flour sacks, In Flanders Fields Museum. Artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. 2020 Yearbook IFFM

*) Marc Dejonckheere interviewed me for VIFF Magazine, magazine of The Friends of the In Flanders Fields Museum; “The emotions of the flour sack” was published in September 2019.

De weldaad van de meelzak. Jaarboek 2020 In Flanders Fields Museum

Annelien van Kempen onderzocht de versierde meelzakken in WO I, In Flanders Fields Museum. Foto: Marc Dejonckheere

Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ is verschenen! Het is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.

In de zomer van 2019 deed ik onderzoek naar de versierde meelzakken van WO I in de collectie van het museum*). Een van mijn ‘zakkenreizen’ bracht mij naar Ieper, waar ik dankzij een toelage van het Koen Koch Fonds gedurende een week de Amerikaanse en Canadese bloemzakken uit de collectie onder de loep nam. Het museum bezit 23 originele meelzakken, waarvan acht exemplaren op de Topstukkenlijst zijn geplaatst als beschermd Vlaams erfgoed.

In mijn artikel doe ik -in woord en beeld- verslag van mijn ontdekkingen en geef historische context aan de Ieperse collectie meelzakken. Aan de orde komen: de bevoorrading van België; de Amerikaanse liefdadigheid met een grafiek van de bijdragen per staat; Madame Lalla Vandervelde, haar reis door Amerika en succesvolle oproep tot hulp voor de Belgische bevolking; voorbeelden van de Belgische liefdadigheid met een infographic waarin tientallen verkooptentoonstellingen zijn genoemd, gehouden tussen 1915-1925; het meisjesonderwijs op beroepsscholen met unieke foto’s van hun lessen; Duitse censuur op versierde meelzakken.

‘De weldaad van de meelzak’;  In Flanders Fields Museum, details van kamerscherm; foto’s: auteur

Ik kom tot de conclusie dat versierde meelzakken van WO I symbool staan voor de veelvoudige weldaden, de liefdadige werken, van Belgische vrouwen en meisjes tijdens de Duitse bezetting, naast het symbool van internationale voedselhulp en Belgische dankbaarheid.

U kunt het artikel hier lezen: ‘De weldaad van de meelzak’

Het IFFM Jaarboek 2020 is prachtig vormgegeven door Manu Veracx. Mijn artikel beslaat 22 bladzijden en bevat 17 kleuren en 7 z/w illustraties; de Engelse vertaling is van de hand van Marc Hutsebaut, het beslaat 9 bladzijden. U kunt het IFFM Jaarboek 2020 bestellen in de webshop van het museum.

Collage van foto’s van de collectie versierde meelzakken in WO I, In Flanders Fields Museum; artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Jaarboek 2020

*) Marc Dejonckheere interviewde mij voor het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF. Het interview ‘De emotie van de meelzak’ verscheen in september 2019.

Trotting on a flour sack

Ball games have always been around in history. How nice would it be if balls were to appear on decorated flour sacks from WWI: printed on the original flour sack in North America or embroidered/painted in Belgium?
I would like to write a blog about it.
The thought came to my mind because of Matthew Schaefer’s blog, “Opening Day, Baseball and Tough Times,” about Herbert Hoover’s involvement in baseball. It recently appeared on the blog of the Herbert Hoover Presidential Library in West Branch, Iowa, USA. Archivist Matthew Schaefer regularly publishes on “Hoover Heads”, blogs covering a wide variety of topics related to the life and work of the man who was director of the Commission for Relief in Belgium and later became the 31st President of the United States of America, Herbert Hoover, and his wife Lou Henry Hoover.
But since I have not yet found a ball on any flour sack, I would like to present another sport on a flour sack, namely the equestrian sport.

“Roller Mills IXL”, one of eight panels with decorated flour sacks in the folding screen. Coll. IFFM inv.no. IFF 002733

 

Trotter and driver on a sulky, detail folding screen. Coll. IFFM
‘Roller Mills’ in backstitch. Coll. IFFM

Trotting on a flour sack
The first “equestrian sack” I got to know was in the collection of the In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ypres. It is part of a folding screen which consists of 8 panels with decorated flour sacks. One of the panels is the flour sack “Roller Mills IXL” with the image of harness racing: a fast trotting horse in front of a sulky with large wheels and a concentrated driver on it.
During my flour sack research at IFFM in June 2019, I was able to study the horse and driver on the folding screen in the Depotyze depot at Zonnebeekseweg.

The driver on the sulky in green tunic with double row of golden buttons. Coll. IFFM

The flour sack was first painted and colored. Then the embroidery was done: the contours of the horse along the neckline and some accents on the green uniform of the driver. The jacket has a double row of golden buttons, the crease of the pants and the headgear are accentuated. The details of his face are entertaining: black stitches form the eyes and a proud mustache!

Kepi of the Belgian ‘chasseurs à pied 1837, 1845, 1850

The headgear most resembles the kepi of the Belgian ‘chasseur à pied’ or the ‘karabanier’.[1] Even a regimental number has been added with some black stitches.

 

The X of “IXL” in backstitch with French buttons

The contours of the letters “Roller Mills” are embroidered in backstitch. The letters IXL are filled with stitches and “French buttons”. Underneath that is the word “FANCY”, also embroidered, but the letters have been cut in half because the panel’s nails are punched into the fabric at that location.

A beautiful flour sack, unfortunately without an indication of the origin of the mill, which has donated the sack filled with flour to Belgium.
Which mill sent this sack, where did the flour come from? After hours of unsuccessful online research and days thinking about a way to find out the name of the mill, I got an idea. Equestrian sport.

The unprocessed flour sack IXL, Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. RMAH Tx 2650

Horse racing
I remembered the Bulletin of the Art & History Museum (RMAH) in Brussels. In it, Professor Guy Delmarcel of UCLouvain published an interesting article about the museum’s collection of decorated flour sacks in 2013. [2] He described a flour sack depicting “horse racing” with inventory number Tx 2650. Appendix 1 to the article, the “List of American Flour Sacks in the RMAH” listed the state of Utah, brand name IXL, miller Central Milling Co. in the town of Logan.
Even without seeing a picture of the RMAH flour sack, I thought: “IXL in combination with horse racing: YES! that may well be the right combination, also for the flour sack in the IFFM folding screen!”

In February 2020 I was able to study the RMAH collection in Brussels for a day. I have indeed found the second equestrian sack, my assumption was correct.

Trotter and driver on sulky. Unprocessed flour sack IXL, Central Milling Co. Coll. RMAH Tx 2650
Trotter at full speed. Coll. RMAH

Comparison
It is intriguing to compare the two harness racing sacks with my photos from Brussels and Ypres: the American print of the unprocessed flour sack next to the processed flour sack with Belgian painting and embroidery.
The horse races just as intense, the driver is just as concentrated. But there are differences: the large wheels of the sulky have gossamer spokes, the driver wears a jacket with a single row of ordinary buttons, the pants are without fold, on the head there is a cap with visor. The eyes look straight ahead and the mustache is a little less pleasing on the upper lip.
All in all, the Belgian adaptation has made a colorful spectacle of the trotting.

Logan, Utah
I have tried to study the history of Central Milling Co. in Logan, Utah, starting from the question: why is harness racing depicted on the flour sack of this mill?

The old mill of Central Mills in Logan. On the right the Deseret Mills. Left the Logan Utah Temple. Photo: Central Milling Co. website

The city of Logan is the largest city in Utah after the capital Salt Lake City. Utah is known for half the population being Mormons affiliated with the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. The large Logan Utah Temple defines Logan’s cityscape. “A History of Cache County” [3] gives an impression of the arrival of the settlers in this part of the US, life in Logan and the County Cache in the early 20th century.

Photo: ‘A History of Cache County’

Founded in 1867, Central Milling is one of the oldest companies in Utah still operating today. Central Milling will have emerged as a cooperative of farmers who had their grain milled together. The society of Mormon settlers tackled many businesses together, leading to successful businesses. Railways were also constructed, accelerating transportation of goods to other states and accelerating the economic development of the Cache County agricultural area. Central Milling became a leading producer of flour using the industrial roller mill system for grinding grain. The mill was located on the Logan River, which supplied hydropower to power the machines. During WWI, the company was owned by 50 shareholders, the founders of the company. In 1917, Herbert R. Weston of Idaho bought out all 50 shareholders and the Weston family then ran the company for 80 years. The current mill has merged with Gilt Edge Mills and focuses on the production of organic flour products based on the philosophy of cooperation between farmers, millers and bakeries.

Photo: ‘A History of Cache County’

Harness racing
Baseball and horse racing were the primary outdoor sports for the people who settled in Utah.[4] They paid a lot of attention to the breeding and training of racehorses. A good half mile racetrack was laid out in Logan at the “Church Farm” in 1881, the public came from many areas around Logan and had a great time during horseraces and harness races, especially on Sundays and public holidays. The MendonUtah.net website mentions by name the successful stallions, geldings and mares and their owners from that era.
Through this information the link between harness racing and the flour sacks of Central Milling Co. is clearly established. But we will have to stay in the dark with regards to the names of the horse and the owner.

Lou Henry Hoover on horseback, circa 1931. Photo: Herbert Hoover Presidential Library

Lou Henry Hoover
Matthew Schaefer informed me that Herbert Hoover was not a fan of horses, he rode infrequently. On the other hand, his wife Lou Henry Hoover loved horses and was a good rider.

Matthew added that he had recently attended the opening of the exhibit “The Pull of Horses” at the University of Iowa Library in Iowa City.

Trotter in Logan, Utah. Detail flour sack folding screen. Coll. IFFM

To him it was enlightening to be reminded of the ubiquity of horses 100 years ago.
I myself received this feeling of enlightenment through the study of trotting horses on the decorated flour sacks of WWI in the collections of IFFM in Ypres and RMAH in Brussels.

 

Featured image:
Part of a digital photo collage of the collection of decorated flour sacks from WWI in the In Flanders Fields Museum, Ypres. Photo collage: Tamara Raats, 2020.

 

Many thanks to:
– Els de Roo of the In Flanders Fields Museum, Ypres. She received me as the first visiting researcher in Depotyze to research the folding screen with eight panels of decorated flour sacks, including panel ‘IXL’;
– Dr. Ingrid De Meûter and Ria Cooreman of the Royal Art & History Museum in Brussels. They gave me the opportunity to study the museum’s collection of flour sacks from WWI, the so-called ‘Errera Collection’, which includes the unprocessed flour sack ‘IXL, Central Milling Co.’.

[1] My sincere thanks to Rob Troubleyn for the information about the kepi of the Belgian “chasseurs à pied” and the “karabaniers”.

Kepi of the Belgian “karabaniers”

He corrected my earlier interpretation, the kepi of the French “chasseur forestier”, 1884 model, see the Dossiers/Files In Flanders Fields Museum 9, From Tradition to Protection. French military headgear in the First World War. Exhibition prepared by Philippe Oosterlinck i.c.w. Dominiek Dendooven

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I (American Flour Sacks as textile witnesses of World War I). Brussels, Parc Cinquantenaire: Bulletin of the Art and History Museum, volume 84, 2013, p. 97-126.

[3] F. Ross Peterson, A History of Cache County. Salt Lake City: Utah State Historical Society, Cache County Council, 1997

[4] An Early History of Cache County… compiled by M.R. Hovey, Logan Chamber of Commerce, 1923. At website MendonUtah.Net

 

In draf op een meelzak

Balspelen zijn er in de geschiedenis altijd geweest. Hoe leuk zou het zijn als er ballen zouden opduiken op versierde meelzakken van WO I: bedrukt op de originele meelzak in Noord-Amerika of geborduurd of beschilderd in België?
Ik zou er graag een blog over schrijven.
De gedachte kwam bij me op door het blog van Matthew Schaefer:  ‘Opening Day, Baseball and Tough Times’ over de betrokkenheid van Herbert Hoover bij de baseball sport. Het verscheen recent op de blogwebsite  van de Herbert Hoover Presidential Library in West-Branch, Iowa, VS. Matthew Schaefer is er archivaris en publiceert met regelmaat op ‘Hoover Heads’,  blogs met een grote variëteit aan onderwerpen rondom het leven en werken van de man die directeur was van de Commission for Relief in Belgium en later de 31ste President van de Verenigde Staten van Amerika werd, Herbert Hoover, en zijn vrouw Lou Henry Hoover.

Maar omdat ik tot heden geen bal op enige meelzak heb aangetroffen presenteer ik graag een andere sport op een meelzak en wel de paardensport.

‘Roller Mills IXL’, een van de acht panelen met versierde meelzakken in het kamerscherm. Coll. IFFM inv.nr. IFF 002733

 

Draver en pikeur op sulky, detail kamerscherm. Coll. IFFM
‘Roller Mills’ in stiksteken. Coll. IFFM

In draf op een meelzak
De eerste ‘paardensport-zak’ waar ik kennis mee maakte, bevond zich in de collectie van het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper. In de collectie is een kamerscherm, bestaande uit 8 panelen met versierde meelzakken. Eén paneel is de meelzak ‘Roller Mills IXL’ met de afbeelding van een fel dravend paard voor een sulky met grote wielen en daarop een geconcentreerd mennende pikeur.
Tijdens mijn meelzakkenonderzoek in IFFM in juni 2019 heb ik de draver en pikeur op het kamerscherm van nabij mogen bestuderen in het depot Depotyze aan de Zonnebeekseweg.

De pikeur op de sulky in groene uniformjas met dubbele rij gouden knopen. Coll. IFFM

De meelzak is eerst beschilderd en van kleuren voorzien. Dan is het borduurwerk aangebracht: de contouren van het paard langs de halslijn en enkele accenten op het groene uniform van de pikeur. Het jasje heeft een dubbele rij gouden knopen, de vouw van de broek en het hoofddeksel zijn geaccentueerd. De details van het gezicht zijn vermakelijk: zwarte steekjes maken de ogen en zetten een trotse snor!

Kepi van de Belgische ‘chasseurs à pied’ 1837, 1845 en 1850

Het hoofddeksel lijkt het meest op de kepi van een Belgische ‘chasseur à pied’ òf een karabanier. Zelfs een regimentsnummer is met enkele zwarte steekjes aangebracht. [1]

 

De X van ‘IXL’ in stiksteken met Franse knoopjes

De contouren van de letters ‘Roller Mills’ zijn in stiksteken geborduurd. De letters IXL zijn opgevuld met stiksteken en ‘Franse knoopjes’. Daaronder staat het woord ‘FANCY’, ook geborduurd, maar de letters zijn gehalveerd omdat de nagels van het paneel op die plaats in de stof zijn geslagen.

Een fraaie meelzak, jammer genoeg zonder herkomst aanduiding van de maalderij, die de zak met meel gevuld geschonken heeft aan België.
Welke maalderij heeft deze zak verstuurd, waar kwam het meel vandaan? Na uren tevergeefs online speurwerk en dagen nadenken over een manier om achter de naam van de maalderij te komen, kreeg ik een ingeving. De paardensport.

De onbewerkte meelzak IXL van Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. KMKG Tx 2650

Paardenrennen
Ik herinnerde me het Bulletin van de Koninklijk Musea Kunst & Geschiedenis (KMKG) in Brussel. Daarin heeft professor Guy Delmarcel van KULeuven in 2013 een interessant artikel gepubliceerd over de collectie versierde meelzakken van het museum.[2] Hij beschreef een meelzak met een beeld van ‘paardenrennen’ met inventarisnummer Tx 2650. Bijlage 1 bij het artikel, de ‘Lijst van de Amerikaanse meelzakken in de KMKG’ vermeldde bij dit nummer de staat Utah, merknaam IXL, maalderij Central Milling Co. in de plaats Logan.
Ook zonder foto van de KMKG-meelzak te hebben gezien, dacht ik: “IXL in combinatie met paardenrennen: YES! dat zal best eens de goede combinatie kunnen zijn, ook voor de meelzak in het IFFM kamerscherm!”

In februari 2020 heb ik de collectie van het KMKG in Brussel een dag mogen bestuderen. En heb inderdaad de tweede paardensport-zak gevonden, mijn vermoeden was juist.

Draver en pikeur op sulky. Onbewerkte meelzak IXL, Central Milling Co. Coll. KMKG Tx 2650
Draver op volle snelheid. Coll. KMKG

Vergelijking
Het is intrigerend om aan de hand van mijn foto’s uit Brussel en Ieper de twee paardensport-zakken met elkaar te vergelijken: de Amerikaanse bedrukking van de onbewerkte meelzak naast de bewerkte meelzak met Belgische beschildering en borduurwerk.
Het paard draaft even fel, de pikeur is net zo geconcentreerd. Verschillen zijn er ook: de grote wielen van de sulky hebben ragfijne spaken, de pikeur draagt een jas met enkele rij knopen, de broek heeft geen vouw, op het hoofd staat een pet met klep. Ogen kijken recht vooruit en de snor staat iets minder genoegzaam op de bovenlip.
Al met al heeft de Belgische bewerking een kleurrijk schouwspel gemaakt van de draverij.

Logan, Utah
De geschiedenis van de maalderij Central Milling Co. in Logan, Utah heb ik geprobeerd te bestuderen vanuit de vraagstelling: waarom staat de drafsport afgebeeld op de meelzak van deze maalderij?

De oude maalderij van Central Mills in Logan. Rechts de Deseret Mills. Links de Logan Utah Temple. Foto: website Central Milling Co.

De stad Logan is na de hoofdstad Salt Lake City de grootste stad van Utah. Utah staat erom bekend dat de helft van de bevolking Mormonen zijn, aangesloten bij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste Dagen. Een grote tempel bepaalt het stadsbeeld van Logan. In ‘A History of Cache County’[3] is een indruk gegeven van de komst van de ‘settlers’ in dit deel van de VS, het leven in Logan en de ‘County Cache’, begin 20ste eeuw.

Interieur Central Mill, circa 1907. Foto: ‘A History of Cache County’

Central Milling is opgericht in 1867 en een van de oudste ondernemingen in Utah die nog altijd in bedrijf is. Central Milling zal als coöperatie zijn ontstaan van boeren die gezamenlijk hun graan lieten malen. De samenleving van Mormoonse settlers pakten velerlei ondernemingen tesamen aan, wat leidde tot succesvolle bedrijven. Ook spoorlijnen werden aangelegd, waardoor transport van goederen naar andere staten werd versneld en de economische ontwikkeling van het agrarische gebied in Cache County in hoog tempo verliep. Central Milling werd een vooraanstaand producent van meel door gebruik te maken van het industriële ‘roller mill’ systeem om graan te malen. De maalderij was gevestigd aan de Logan River die waterkracht leverde om de machines aan te drijven. Tijdens WO I was het bedrijf eigendom van 50 aandeelhouders, de oprichters van de onderneming. In 1917 kocht Herbert R. Weston uit Idaho alle 50 aandeelhouders uit en de Weston familie runde het bedrijf vervolgens 80 jaar. De huidige maalderij is samengegaan met Gilt Edge Mills en richt zich op het voortbrengen van biologische meelproducten vanuit de filosofie van samenwerking tussen boeren, molenaars en bakkers.

Dorsmachine die werkt op paardenkracht. Foto: ‘A History of Cache County’

De drafsport
Baseball en paardenraces waren de voornaamste buitensporten voor de mensen die zich kwamen settelen in Utah.[4] Ze besteedden veel aandacht aan het fokken en trainen van racepaarden. Een goede renbaan van een halve mijl was in Logan aangelegd op de ‘Church Farm’ in 1881, het publiek kwam uit vele streken rondom Logan en vermaakte zich uitstekend tijdens de races en draverijen, vooral op zon- en feestdagen. De website MendonUtah.net noemt succesvolle hengsten, ruinen en merries en hun eigenaars uit die tijd bij naam. De link met de draver op de meelzakken van Central Milling Co. is hiermee duidelijk gelegd. De naam van het paard en de eigenaar zullen we echter moeten blijven gissen.

Lou Henry Hoover te paard, circa 1931. Foto: Herbert Hoover Presidential Library

Lou Henry Hoover
Desgevraagd berichtte Matthew Schaefer me dat Herbert Hoover geen paarden-fan was, hij reed af en toe, maar zijn vrouw Lou Henry Hoover reed des te meer paard. Zij was een uitstekende amazone.

Matthew voegde eraan toe dat hij recent aanwezig was geweest bij de opening van een tentoonstelling ‘The Pull of Horses’ in de bibliotheek van de Universiteit van Iowa in Iowa City.

Draver in Logan, Utah. Detail meelzak kamerscherm. Coll. IFFM

Hij noemde het verhelderend om herinnerd te worden aan de alomtegenwoordigheid van paarden 100 jaar geleden.
Die verheldering kwam tot mij door het paard in draf op de versierde meelzakken van WO I in de collecties van IFFM in Ieper en KMKG in Brussel.

 

 

 

 

Uitgelichte afbeelding:
Gedeelte van een digitale fotocollage van de collectie versierde meelzakken van WO I in het In Flanders Fields Museum Ieper. Foto-collage: Tamara Raats, 2020.

Mijn dank gaat uit naar:
– Els de Roo van het In Flanders Fields Museum, Ieper. Ze ontving me als eerste bezoekende onderzoeker in Depotyze voor research van het kamerscherm met acht panelen van versierde meelzakken, waaronder paneel ‘IXL’ ;
– Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I  van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen de onbewerkte meelzak ‘IXL, Central Milling Co.’, te bestuderen.

[1] Met dank aan Rob Troubleyn voor de informatie over de kepi van de

Kepi van de Belgische karabaniers

Belgische ‘chasseurs à pied’ en de karabaniers.
Hij corrigeerde mijn eerdere interpretatie, de kepi van een Franse ‘chasseur forestier’ (jager-boswachter), model 1884, zie Dossiers/Files In Flanders Fields Museum, Van Traditie naar Bescherming. Franse militaire hoofddeksels uit de Eerste Wereldoorlog. Samenstelling Philippe Oosterlinck mmv Dominiek Dendooven

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[3] F. Ross Peterson, A History of Cache County. Salt Lake City: Utah State Historical Society, Cache County Council, 1997

[4] An Early History of Cache County… compiled by M.R. Hovey, Logan Chamber of Commerce, 1923. Op website MendonUtah.Net

Translate »