Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Strombeek-Bever 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerd, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet.

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over de biografische gegevens van de kunstenaars.

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt

Dit blog vertelt het verhaal van de kanten bloemzak van Tielt.*)

Maria Impe-Gauquie, links op de foto, Hector Impe, rechts op de foto, circa 1915. Foto (detail) uit boek: ‘Het Nationaal Hulp-en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Het kantwerk legt de relatie met het leven van het echtpaar H. Impe-Gauquie in Tielt, provincie West-Vlaanderen. Maria Gauquie en Hector Impe trouwden vandaag precies 130 jaar geleden.

Versierde meelzak ‘Stad Thielt’, collectie HIA. Foto: collectie auteur

De versierde bloemzak in Palo Alto, Californië
Deze met kanten versierde bloemzak bevindt zich in de collectie van de Hoover Institution Archives (HIA) in Palo Alto, Californië op de Stanford University. De meelzak is daar zorgvuldig opgeborgen.
Gelukkig zijn er prima foto’s van het kantwerk beschikbaar dankzij de tentoonstelling ‘From Aid to Art. Decorated Flour Sacks from World War I’, gehouden van 7 januari tot 1 maart 1987 in The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Gastconservator Carole Austin legde een uitgebreid dossier aan, dat ik van haar kreeg toegestuurd. Enkele fraaie kleurendia’s zijn daardoor in mijn bezit.

A Report, Fall 1986, catalogus bij de tentoonstelling “From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I” door Carole Austin. San Francisco Craft and Folk Art Museum.

Carole stuurde me ook ‘A Report’, Fall 1986, de begeleidende krant in zwart-wit, die diende als catalogus bij de tentoonstelling. Centraal op de voorpagina staat de foto van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’: ‘Fine Belgian lace sewn over a flour sack’.

Het kanten object bestaat uit twee delen, een Belgisch met rode ondergrond (links) en een Amerikaans paneel met blauwe ondergrond (rechts).

Het linker, ‘Belgische’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op rode ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* De voorstelling op het Belgische deel is divers. Een dubbele hoorn van overvloed bijeengehouden door een blauw ‘lint’, is gevuld met rijk dragende graanhalmen en omringt een gekroond wapen met drie sleutels. Het schild hangt aan een lint dat zich strikt in de twee bovenhoeken en versierd is met bloemen. Het middenstuk is een medallion met Griekse rand waarbinnen een cherubijntje een vlinder toezwaait die met een brood komt aan fladderen. De tekst luidt: ‘Stad Thielt – België – Hulde aan America – 1914/1915’. Onder het medallion twee gekruiste lauwertakken waarin een gekroond wapen met staande leeuw en de tekst ‘Eendracht maakt macht’.

Het rechter ‘Amerikaanse’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op blauwe ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* Het Amerikaanse deel toont het Vrijheidsbeeld, omringd met hangende takken, waaraan bloemen in de vorm van vijfpuntige sterren. Het beeld staat op een sokkel voorzien van een medallion met dertien sterren. De sokkel wordt gedragen door de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels, op de borst een rood-wit-blauw gestreept wapenschild en in de klauwen een lauwertak, resp. een bundel pijlen. In zijn bek houdt de adelaar een krullende banier vast met de tekst ‘E Pluribus Unum’.

* De afmeting van het geheel is h. 76 cm, br. 85 cm (30 x 33,5 inches).
De randen zijn omzoomd en voorzien van sierband, het Belgische deel in de kleuren rood, geel, zwart; het Amerikaanse deel in de kleuren rood, wit, blauw.

Onbewerkte meelzak ‘Zephyr’, coll. KMKG-MRAH. Tx 2632. Foto: auteur

Bloemzak ‘Zephyr’
“Is de drager van de kanten voorstelling een meelzak?” vroeg ik me af.
Het medallion op het linker, Belgische, deel legt inderdaad de relatie met de meelzakken van WO I.

De collectie van het Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH) in Brussel bevat een onbewerkte meelzak ‘Zephyr’ van de maalderij Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas.
Professor Delmarcel beschrijft in 2013 de meelzak:
‘De Bowersock Mills Company in Lawrence, Kansas, koos voor een meer intellectuele logo. Hun merknaam ‘Zephyr’ wordt in beeld gebracht door een kleine gevleugelde genius die een brood toevertrouwt aan een vlinder, een wat ver gezochte allegorie van de antieke godheid Zephyrus als wind van de lente.’ [1]

Een allegorie op de Griekse god ‘Zephyrus’, de god van de Westenwind!

‘De Geboorte van Venus’, Sandro Botticelli, ca 1483, Galleria degli Uffizi, Florence. Foto: website Art Salon Holland

De Italiaanse Renaissance schiet in mijn herinnering: Sandro Botticelli schilderde ‘De Geboorte van Venus waarbij de godin Venus staande in haar schelp aan land wordt geblazen door de god Zephyr.

Onbewerkte meelzak Zephyr, detail. Coll. KMKG-MRAH. Foto: coll. auteur
Het medallion van de kanten meelzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

Het medallion met cherubijn, vlinder en brood omringd door zonnestralen binnen de Griekse rand komt exact overeen met de afbeelding van het kant. Waar de merknaam ‘Zephyr’ stond afgedrukt op de originele meelzak zijn de woorden ‘STAD THIELT’ in de plaats gekomen. Op de plaats van de naam van de maalderij werd de tekst ‘Hulde aan America’ aangebracht.

Belgisch kant
Mijn kennis over Belgisch kant is basaal, verwacht van mij daarom geen beschrijving van de kanttechnieken. Carole Austin prijst in haar catalogus van 1986 het kant op de meelzak als een van de mooiste versieringen: ‘Perhaps the finest piece in all of the collections is a double panel entirely covered with fine Belgian lace’.

Dit kant is na de creatie gefotografeerd voordat het op de meelzak bevestigd werd, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Foto gemaakt voordat de kanten bloemzak geschonken is aan de Amerikaanse weldoeners, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Dat de creatie tijdens de Groote Oorlog ook in Tielt, provincie West-Vlaanderen, indruk heeft gemaakt blijkt uit de archieven van de Heemkundige Kring de Roede van Tielt. Onderzoeker en auteur Paul Callens vond in de bibliotheek historische foto’s van beide panelen. De foto’s zijn vermoedelijk genomen voordat de kantwerken naar Amerika zijn verzonden. Het kant van het linkerpaneel heeft op de foto nog geen rand. De foto zal dus genomen zijn voordat het kant aan de meelzak is bevestigd.

Paul Callens zocht enkele passages in het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse[2] over kant en kantwerksters voor me op.
‘Kantwerksters: In het begin van Juni 1915 werd door eenige edelmoedige en bereidwillige Juffers onzer gemeente onder de leiding van de E. Heer Cortij, het werk der kantwerksters ingericht. Eene aanvraag tot aanvaarding aan het Nationaal Komiteit van Brussel gedaan werd goedgekeurd en het werk nam zijnen aanvang met 18 kantwerksters. Sinds is dit getal geklommen tot 51, waarvoor een totaal hulpgeld tot op 1 mei is ontvangen van fr. 3200.
Het daarop ingezonden kantwerk bedraagt fr. 2857,15. Onnoodig te zeggen dat deze nuttige inrichting het zijne heeft bijgebracht tot leniging van den nood onzer werkersbevolking en kleine burgerij.’

Borduur/kantwerk ‘De Stad Iseghem aan Amerika. Hulde van Dankbaarheid, 1914-1915’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
Kantwerk ‘Dankbare Hulde Beveren bij Roeselare’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens

Het Werk der kantwerksters
In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library – Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa bevinden zich meerdere kant- en borduurwerken uit Tielt en omgeving.
Recente foto’s uit de collectie kreeg ik toegestuurd en zijn gemaakt door Mauro Callens, de zoon van Paul, die samen met zijn moeder en zijn vrouw, in oktober 2019 een bezoek bracht aan het museum. Zij werden ontvangen door conservator Marcus Eckhardt, die hen meer stukken in de collectie liet zien, dan een gewone bezoeker te zien zal krijgen.

De adelaar met schild en banier in de bek. Detail borduurwerk ‘Stad Iseghem’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
De adelaar met schild en banier in de bek. Detail kanten bloemzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

En dat leverde voor het onderzoek van de kanten bloemzak van Tielt interessante informatie op.

Een fijn wit borduurwerk met kanten rand uit de stad Izegem bevat het beeld van de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels en baniertekst ‘E Pluribus Unum’, zoals ook op het ‘Amerikaanse paneel’ is afgebeeld. Dit geeft er blijk van dat er binnen  de kringen van borduursters en kantwerksters uitwisseling zal zijn geweest van patronen.

Twee geschenken uit Tielt
Nog een passage uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’:
‘Onze kantwerksters hebben twee prachtige geschenken afgemaakt voor onze Amerikaansche weldoeners en een voor onze Spaansche weldoeners. Die geschenken wierden bekostigd door vrijwillige giften op de gemeente.’
Het lijkt erop dat de kantwerken op de meelzakken de twee geschenken voor de Amerikaanse weldoeners zijn geweest!

Signering ‘H Impe Gauquie Thielt’. Foto: Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Maria en Hector Impe-Gauquie
Beide delen van het kantwerk zijn gesigneerd in de linkerbenedenhoek met dezelfde naam.
Als men de naam niet weet is het wel wat raden voor de naam.
H IMPE GAUQUIE THIELT’.
Paul Callens ontcijferde de kanten tekst. Tegelijkertijd vond hij een foto van de voedselbedeling in Tielt waarop de heer en mevrouw Hector Impe-Gauquie beiden staan afgebeeld! De foto is bij hen thuis gemaakt, Tramstraat 36 in Tielt. Hector Impe blijkt de voorzitter van het Voedselcomiteit.

Foto met bijschrift uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Genealogische gegevens die ik van het echtpaar heb gevonden, zijn:
– MARIA JOSEPHA GAUQUIE, geboren op 28 augustus 1867 in Izegem, West-Vlaanderen.
Haar ouders waren Charles Gauquie (geb. 1822) en Henrica Meersseman (geb. 1823).
– HECTOR JOSEPH MARIE IMPE, geboren op 11 november 1862 in Izegem. Zijn ouders waren Franciscus Impe (overl. 1864) en Theresia Coleta Hoornaert (overl. 1868).
Uit het bijschrift van de groepsfoto blijkt dat het in ieder geval twee dochters had: Martha en Marguerite.

Het echtpaar Maria Gauquie en Hector Impe trouwde op 15 juli 1890 in Izegem. Vandaag 130 jaar geleden.
Opmerkelijk in het bijschrift van de foto is de vermelding van de naam van Hector Impe als ‘Hector Impe-Gauquie’, terwijl zijn vrouw staat vermeld als ‘Mevr. Hector Impe’. Dat brengt me bij de duiding van de naam in het kantwerk. Het geeft twee mogelijkheden:
* Hector Impe-Gauquie heeft geld geschonken aan de gemeente waardoor kantwerksters de panelen hebben kunnen maken, waarna ze cadeau zijn gedaan aan de Amerikaanse weldoeners, of
* Maria Impe-Gauquie is de kantwerkster geweest.

Nieuwe vragen
– Kenners van kantwerk en de historie van Tielt zullen hopelijk meer licht kunnen schijnen op mijn vraag: is Maria Impe-Gauquie inderdaad de kantwerkster geweest van de prachtige kanten van de ‘Stad Thielt’?!
– De specialisatie ‘Oorlogskant/War Lace’ is het kennisveld van velen. Ik ben benieuwd of de kanten bloemzak van Tielt te beschouwen is als ‘oorlogskant’. Zo ja, dan zijn via deze speciale versierde meelzak draden getrokken tussen het werk van de kantwerksters en het werk aan de versierde meelzakken in WO I.

Dank
Mijn hartelijke dank gaat uit naar Carole Austin, Paul en Mauro Callens, André Bollaert, Marcus E. Eckhardt en Evelyn McMillan voor het verschaffen van informatie, toesturen van foto’s en teksten!

*) In oktober 2020 verscheen mijn artikel ‘De kanten bloemzak van Thielt’ in het tijdschrift Onze Voorouders, tijdschrift voor familiegeschiedenis. Tielt: Familiekunde Vlaanderen regio Tielt vzw.

Voetnoten:
[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 99. Afbeelding Fig. 9, p. 115

[2] Paul Callens heeft samen met Luc Neyt het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’ van Fons Das afgewerkt. Familiekunde Vlaanderen, Regio Tielt, 2018