Illustraties van bekende kinderboeken op meelzak

Versierde meelzakken met prenten voor kinderen is een categorie zakken die me voor een raadsel stelde. In collecties in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten heb ik de zakken met prenten aangetroffen; in Belgische collecties ontbreken ze. De illustraties zijn in zwarte lijnen getekende voorstellingen, ingekleurd met aquarelverf. Er werden schrijfmappen mee gemaakt.

Anoniem, ‘To market, to market! To be sent to Belgium!’. Bloemzak, beschilderd en geborduurd, 1916. Belgian Relief Flour, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minnesota, Coll. Kraska, VS.

De prenten zijn anoniem, ongesigneerd. Ze zijn voorzien van teksten in één, onderscheidend, lettertype. Soortgelijke illustraties op papier en in een Amerikaanse krant zijn ook bewaard: in deze tekenstijl, voorzien van teksten met hetzelfde lettertype.
Waarom deze prenten en wie heeft ze gemaakt?

Kopieën van illustraties in bekende kinderboeken
Uren zoekwerk heb ik besteed aan de vraag ‘waarom deze prenten?’. Nu ik het  antwoord weet, lijkt het vanzelfsprekend: een deel is één-op-één gekopieerd van illustraties in bekende kinderboeken van de hand van de Fransman Louis-Maurice Boutet de Monvel en de Nederlandse Henriëtte Willebeek le Mair!

Ik bied een kennismaking met de oorspronkelijke illustraties en de prenten op de meelzakken.


Anatole France, Nos Enfants – Scènes de la Ville et des Champs, klassiek Frans kinderboek met op houtsneden gebaseerde illustraties van Maurice Boutet de Monvel. Uitgeverij Hachette, 1887.

Louis-Maurice Boutet de Monvel
De bovenstaande prent is een illustratie gemaakt door Louis-Maurice Boutet de Monvel (ºOrléans 18-10-1850 +Parijs 16-03-1913) voor het Franse kinderboek ‘Nos Enfants’ (later getiteld ‘Filles et garçons) van Anatole France, verschenen in 1887 bij uitgeverij Hachette. In 1896 publiceerde Maurice Boutet de Monvel het kinderboek ‘Jeanne d’Arc’, zijn beroemdste boek waarmee hij ook grote waardering oogstte in de VS.
Het heeft ertoe geleid dat in België, land van voedseltekorten door de Duitse bezetting en Britse handelsblokkade, een meelzak is geïllustreerd met een kopie van De Monvel’s illustratie: “de kinderen, Catherine en haar kleine broer Jean, nemen elkaar bij de hand en stappen flink door op weg naar huis, waar moeder soep voor hen maakt.” De tekst op de meelzak verwijst naar oorlogsmisère: “... et la misère était grande avant que l’Amérique intervint…“.

Anoniem,” … et la misère était grande avant que l’Amérique intervint …”, 1916. Meelzak met prent, kopie van illustratie van Maurice Boutet de Monvel. Foto online.

Henriëtte Willebeek le Mair, illustraties in ‘Little songs of long ago – more old nursery rhymes’ (1912)

Henriëtte Willebeek le Mair
De Nederlandse kunstenares Henriëtte Willebeek le Mair (ºRotterdam 23-04-1889 +Den Haag 15-03-1966) was een vooraanstaand illustrator van kinderboeken, vooral actief tussen 1911 en 1917.  Maurice Boutet de Monvel was een van haar leermeesters.
Henriëtte Willebeek le Mair staat bekend om haar delicate aquareltekeningen met zachte kleuren en een focus op de onschuld van de kindertijd. Ze maakte hoofdzakelijk illustraties in versjesboeken bij diverse verzamelingen traditionele Engelse kinderliedjes. Enkele van deze illustraties zijn gekopieerd op de meelzakken.

Anoniem, ‘Have some’, dienblad met prent op bloemzak, kopie van illustratie van Henriëtte Willebeek le Mair. Particuliere collectie UK.

Henriëtte Willebeek le Mair, illustratie bij het liedje ‘Twinkle, twinkle, little star’ in ‘Our Old Nursery Rhymes’, melodiën van Alfred Moffat (1911).

Het gedicht ‘Twinkle, twinkle little star’ is geschreven door de Britse zussen Jane en Ann Taylor en gepubliceerd in 1806 onder de titel ‘The Star’ in hun gedichtenbundel ‘Rhymes for the Nursery’. Henriëtte Willebeek le Maire maakte haar illustratie in 1911 in de bundel met melodiën van Alfred Moffat (p.46). De melodie van ‘Twinkle Twinkle little star’ is hier te beluisteren (p. 47).

Anoniem, ‘God bless America’, kopie van illustratie ‘Twinkle, twinkle little star’ van Henriëtte Willebeek le Mair. Schrijfmap, 1916, van bloemzak Wm. Lindeke Roller Mills, St. Paul, Minn., VS. Coll. EMcM, foto auteur.
Anoniem, ‘Bénie soit l’Amérique! Bruxelles 1916’, kopie van illustratie ‘Twinkle, twinkle little star’ van Henriëtte Willebeek le Mair. Bloemzak Belgian Relief Flour, Russell – Miller Milling Co., Minneapolis, Minn., VS. Coll. HHPLM 2015.3.1, foto auteur.

Henriëtte Willebeek le Mair, illustratie van de omslag van ‘Grannie’s Little Rhyme Book’, 1913.
Anoniem, “Never Forget What America Has Done For Us”, kopie van illustratie van Henriëtte Willebeek le Mair. Bloemzak beschilderd, geborduurd, 1916. Belgian Relief Flour, Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn.  Coll. Kraska, VS.

‘Pat-a-cake’ 

Anoniem, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915/16. Meelzak ‘Belgian Relief Flour’, aquarel, geborduurde tekst. Coll. HILA 62008 box 17.2 Foto:  auteur.

Ook het gedicht ‘Pat-a-cake’ is een traditioneel, oud, Engels rijm.
Een bakker kneedt het deeg, rolt het uit en zingt het versje:
‘Pat a cake, pat a cake
Baker’s man, for the Belgian children
Master, as fast as I can’.
(‘Klop een cake, klop een cake
Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen
Meester, zo snel als ik kan’).
De schaduw van de bakker vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenares het belang van zijn taak onderstreept.

De inspiratie voor de aquarel is een prent van de Nederlandse illustratrice Henriëtte Willebeek le Maire bij ‘Pat-a-cake’ in 1911 in de bundel ‘Our Old Nursery Rhymes’ met melodiën van Alfred Moffat. De melodie is hier te beluisteren (p. 21).

Henriëtte Willebeek le Mair, ‘Pat-a-cake’, illustratie in ‘Our Old Nursery Rhymes’, melodiën van Alfred Moffat (1911).

Meer prenten op meelzakken
Er zijn door de Belgische kunstenares(sen) meer prenten voor kinderen op meelzak gemaakt. Of het kopiëen zijn weet ik niet, de voorbeelden in kinderboeken heb ik nog niet gevonden!
Het vleestekort in bezet België wordt op humoristische wijze aan de kaak gesteld. Andere illustraties bieden een stadsgezicht op Brussel en Brugge.

Anoniem, ‘To market, to market! To be sent to Belgium!’. Bloemzak, beschilderd en geborduurd, 1916. Belgian Relief Flour, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minnesota, Coll. Kraska, VS.
Schrijfmap “When I’m grown up, I shall go to Belgium”. Met signatuur ‘JH’. Coll. HHPLM 2006.6.1 (Frederick Exton papers), foto auteur.

Anoniem, ‘American ships come over the sea. Ye Flemish bells ring out with glee, Bruxelles, 1916’. Bloemzak Wadena, Canada. Private collection UK.
Anoniem, ‘American ships come over the sea. Ye Flemish bells ring out with glee, Bruges, 1916’. Bloemzak Pillsbury Mills, Minneapolis, Minn., VS. Coll. General Mills, bron: blog Suzy Goodsell.

Anoniem, ‘Have You Fed the Hungry?’ Belgische illustraties -geïnspireerd door kinderboekillustraties van Maurice Boutet de Monvel en Henriëtte Willebeek le Mair- in Amerikaanse krant. Cincinnati Times-Star, april 1917. F. Chatfield Papers, HILA. Foto’s auteur.

Bewerking van meelzakken met prenten tot schrijfmap
Hoe zijn de prenten met illustraties voor kinderen op de meelzakken aangebracht? De prenten beslaan een kwart van de stof van een open getornde meelzak.

Anoniem, ‘Bénie soit l’Amérique! Bruxelles 1916’, recto. Bloemzak Belgian Relief Flour, Russell – Miller Milling Co., Minneapolis, Minn., VS. Coll. HHPLM 2015.3.1, foto auteur.

Aan de binnenzijde is de helft van de lengte van de zak gebruikt – tegenover het origineel bedrukte gedeelte – om de prent aan te brengen op de meelzak.
Dit kwart gedeelte was de afmeting benodigd om het voorblad van een schrijfmap (A4-formaat) te maken. De overige drie kwartdelen functioneerden als achterzijde en binnenzijde van de schrijfmap.
De kunstenares accentueerde haar prent met geborduurde lijnen.
Aan de prenten zijn zorgvuldig handgeschreven teksten in Frans of Engels, meestal geborduurd, in krullerige letters toegevoegd. Als ik het lettertype aan Google/AI voorleg krijg ik als reactie: ‘Het lettertype is een decoratieve, handgeschreven stijl die vaak voorkomt in oudere kinderboeken of prenten’.

De kunstenares lokaliseerde de afbeeldingen in België (‘Tourne mon moulin’, ‘la misère était grande, Bénie soit l’Amérique’) dan wel in de VS (‘To market’, ‘When I’m grown up’) – hoewel de boerderij en het dorp in de achtergrond volgens  Belgische traditie getekend zijn-.

Opmerkelijk is dat de originele zakken bijna allemaal afkomstig zijn uit Minneapolis/St. Paul in de staat Minnesota, VS. De meelfabrieken waren: Russell-Miller Milling Co., Pillsbury Flour Mills Co., Wm. Lindeke Roller Mills.


Iconografie: zoete prenten ‘over’ of illustraties ‘voor’ kinderen?
Huidig kunsthistorisch commentaar op de illustraties van begin 1900 luidt in het algemeen ‘het zijn zoete prenten’: ‘kinderlijke scènes van het dagelijks leven’ of ‘de zwarte omlijning zorgt voor een kinderlijk effect.’ Als waren het prenten ‘over’ kinderen. Je zou zelfs kunnen denken dat het kindertekeningen zijn.
Toch deden de prenten op de meelzakken mee aan vernieuwing en pasten binnen internationale ontwikkelingen. De belevingswereld van het kind stond centraal, het waren illustraties ‘voor’ kinderen.

Jonge vrouwen maakten hun beroep van het schrijven en illustreren van kinderboeken. Zoals de Oostenrijkse kunstenares Pauli Ebner (ºWenen, 26-08-1873 +Wenen 09-11-1949): ‘bekend om haar portretten van kinderleven en haar illustraties voor kinderboeken’.

Rie Cramer, ‘Middagmaaltje’. Rijmpjes en tekeningen in ‘Mijn liefste versjes’, 1932. Met dit boek in derde uitgave ben ik opgegroeid eind vijftiger jaren van de vorige eeuw.

De Nederlandse illustratrice en schrijfster Rie Cramer (ºSoekaboemi, Ned.-Indië 10-10-1887 +Laren 16-09-1977) maakte carrière met illustraties voor kinderen en stelde deze in een modern daglicht: ‘(…) haar boeken gingen over het huiselijk leven en de belevingswereld van het kind, in plaats van over opvoedkundige thema’s. De prenten waren toegankelijk voor kinderen en niet alleen maar informatief. (…) Voor de contouren van haar figuren gebruikte zij een vettige, zwarte inkt, de rest aquarelleerde ze in zachte kleuren.’ [2]

De illustraties van de Britse kunstenares Mary Ethel Parkinson (ºHull 1868 +1957) vond ik ook op internet. Zij tekende in 1915 een meisje op hobbelpaard in een tuin met op de achtergrond graanschoven.

Ethel Parkinson, in ‘A Painting Book of Little Dutch Folk’, 1915. Foto’s online.

De iconografie in oorlogstijd
Kopiëen maken van vóóroorlogse illustraties betekende dat de omstandigheden van oorlog en bezetting, het tekort aan voedsel én de levensmiddelenbevoorrading vanuit Noord-Amerika, op eigen wijze moesten worden ingevuld in de prenten op de meelzak. Dat is gebeurd in kleuren: de Belgische nationale driekleur in zwart, geel, rood, en het Amerikaanse rood-wit-blauw, zowel in verf als in borduurgarens. De teksten refereren aan voedselschaarste en -bevoorrading.
Een detail op het dienblad met het Belgisch-Amerikaanse liefdeskoppel is saillant: zij delen brood in plaats van vruchten!

De paradox van de meelzak

Anoniem, ‘Tourne, tourne, mon moulin! Mouds le blé américain!’ Belgische illustratie op bloemzak Cavalier Milling Co. Drayton, ND. Coll. General Mills, Minnesota, VS. Bron: blog Suzy Goodsell.

Het kind dat voor de Belgische windmolen staat in wapperende kledij roept: “Draai molen, draai! Maal het Amerikaanse graan!“. De illustratie staat symbool voor de aanvoer via de haven van Rotterdam van ‘Amerikaans’ ongemalen graan dat in België gemalen zou worden, conform de wens van CNSA en CRB.
De Amerikaanse maalderijen speelden na het prille begin van de levensmiddelenbevoorrading geen rol meer van betekenis. De illustratie is echter wel gemaakt op een zak waarin -in datzelfde prille begin- meel, gemalen in Minnesota, is aangevoerd en wordt anno 2026  bewaard door General Mills in Minneapolis, een van de grootste meelleveranciers ter wereld.

Zo leidt deze meelzak met illustratie, samen met alle bewaarde WO I- meelzakken, tóch tot de misvatting dat tijdens de bezetting alle graan in gemalen toestand België en Noord-Frankrijk binnenkwam. Dit was echter in 1914-1915 slechts 23% van de import en daarna nog minder. 77% van het graan en later meer,  is gemalen in België.


Wie maakte de prenten op de meelzakken?
De vraag blijft wie in bezet België de prenten op de meelzakken heeft gemaakt.
Een mogelijk spoor leidt naar de zussen Suzanne en Madeleine Cocq.
Suzanne Cocq, 22 jaar in 1916, en haar oudere zus Madeleine, 27 jaar in 1916, waren jonge kunstenaressen, actief binnen de vereniging Les Arts de la Femme. Zij namen deel aan wedstrijden en tentoonstellingen. In meerdere krantenberichten zijn hun namen genoemd.

Op het spoor van Suzanne Cocq

Suzanne Cocq, postkaarten 1916. Met p. 103 van de masterproef van Loes Hubrechts. Foto’s online.

Dankzij de masterproef van Loes Hubrechts over de vereniging voor en door vrouwen Les Arts de la Femme kwam ik de zussen op het spoor.[1]
Bij verder online zoeken naar hun kunstwerken stuitte ik op een serie postkaarten met illustraties van Suzanne Cocq die in tekenstijl doen denken aan de prenten op de meelzakken. Net als op de zakken zijn de contouren van de figuren met zwarte inkt getekend, de inkleuring is gedaan met aquarelverf. De postkaarten van Suzanne Cocq zijn in 1916 verkocht ten bate van Le Foyer des Orphelins in Brussel.

Oorlog en bezetting

Suzanne Cocq, Meisje in rood-wit-blauw met kranten kepie op hobbelpaard met soldaten en grommende buldog. Le Foyer des Orphelins, postkaart 1916, foto online

Ook dit zijn op het eerste gezicht ‘zoete prenten’. Maar schijn bedriegt. Bij nadere beschouwing springt er één prent uit met zo duidelijk conflict gerelateerde expressie dat alleen de goed geïnformeerde kijker de details zal begrijpen. Oorlog en bezetting weerklinken in Suzanne’s illustratie.
Een schrander meisje op een bruin gevlekt hobbelpaard schommelt zelfbewust in (Amerikaans) rood-wit-blauwe kleuren, op haar hoofd een van een krant (gecensureerd of La Libre Belgique?) gevouwen kepie. Naast haar staan vijf soldaten strak in het gelid. Een (Britse) buldog met ontblote tanden (‘a scrap of paper’) houdt de kijker grommend op afstand. De Belgische driekleur zwart-geel-rood is herkenbaar in het popje (met gasmasker?), links in de kast.

Suzanne Cocq
Suzanne Cocq (ºElsene 12-06-1894 +Etterbeek 12-07-1979) is leerlinge geweest van L’École Professionnelle d’Ixelles, waar ze van 1907 tot 1910 les kreeg in decoratieve kunsten, vervolgd door een opleiding in toegepaste kunst, illustratie, boekbinden en ‘verluchtiging’ (boekillustraties). In 1913 stuurde ze werk in getoond op de wereldtentoonstelling in Gent.

Signatuur van Suzanne Cocq in 1916 op de postkaarten.

Ze vervolgde haar studie aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel (1916-1917) met lessen van Constand Montald. In die tijd creëerde ze de postkaarten.
Suzanne Cocq schilderde landschappen, interieur, stillevens en portretten, voornamelijk in gouache en aquarel. Ze tekende, maakte houtsnijwerk en etswerk.
Haar zuster Madeleine Cocq (1889-1952) maakte vooral tekeningen in combinatie met aquarel. De iconografie bestaat voornamelijk uit landschapsschilderkunst. Ze was ook vaardig in de toegepaste kunst: ze ontwierp een bibliotheekgordijn op de wereldtentoonstelling in Luik in 1911 en verluchtingen in Gent in 1913.

Suzanne Cocq, Portret van twee zusjes. Foto online.

De familie Cocq was welgesteld en woonde in Elsene. De moeder van de meisjes was Marguerite Lartigue, zuster van de militair Emile Lartigue, kapitein in het Belgische leger 1914-1918, daarna opgeklommen tot generaal.
Hun vader was Fernand Cocq (1861- 1940), leerkracht, schepen van de stad en van onderwijs in Elsene, lid van de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers en burgemeester van Elsene en voorzitter van de onderrichtbond. In december 1915 werd de gemeenteschool L’École Professionnelle d’Ixelles vernoemd naar Fernand Cocq.
In 1919 trouwde Suzanne met de kunstenaargraveur Maurice de Brocas de Lanauze.
Madeleine Cocq was getrouwd met de kunstenaar Albert Droesbeke.


Wie maakte de prenten op de meelzakken?
De vraag wie de prenten op de meelzakken maakte heb ik niet kunnen beantwoorden. Mogelijk waren Suzanne en Madeleine Cocq erbij betrokken.

 

 

Dank aan
– Hubert Bovens in Wilsele voor de opzoekingen van biografische gegevens.
– Evelyn McMillan, Menlo Park, Ca, VS, voor haar aanvullingen op dit artikel.

Voetnoten:
[1] Loes Hubrechts, Les Arts de la Femme (1908-1918). Een Brusselse Vereniging voor en door Vrouwen. Masterproef Universiteit Gent, Academiejaar 2016-2017, p. 103.

[2] Bettina J. Mulder, ‘Cramer, Marie (1887-1977)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn6/cramerm [12-11-2013] (Huygens ING – Amsterdam. )

NB. De illustraties van Rie Cramer en Ethel Parkinson hebben zoveel verwantschap dat het leidt tot verwarring. Op internet zijn meerdere afbeeldingen van Parkinson toegeschreven aan Rie Cramer.

 

Translate »