‘America Feeding Belgian Children’: Allegorie van Joseph Dierickx

Kranten en tijdschriften waren de social media van 1916. Het werk op meelzak van de Belgische kunstenaar Joseph (ook: José) Dierickx is door hen opgepakt.
Dierickx tekende de allegorie ‘Amerika voedt Belgische kinderen’ en deze stond in januari 1916 vol in de schijnwerpers in de Verenigde Staten, dankzij de Amerikaanse persagent Curtis Brown in Londen.

Briefhoofd Curtis Brown, Londen, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

Curtis Brown International Publishing Bureau

Curtis Brown; foto: online

Curtis Brown Ltd. is heden ten dage een van ‘s werelds toonaangevende literaire agentschappen en vertegenwoordigt sinds 1914 een breed scala aan gevestigde en opkomende auteurs van alle genres.
Het gerenommeerde bureau heeft een link met de versierde meelzakken gekregen door het artikel van haar oprichter Curtis Brown. De journalist Albert Curtis Brown (1866-1945) werd geboren in de staat New York. Hij verhuisde in 1888 naar Engeland om het International Publishing Bureau te leiden en begon in 1905 zijn eigen literaire bureau in Londen.

Caroline Curtis Brown, née Lord. Foto: Lean Connell, Londen; coll. Library of Congress

Brown was getrouwd met Caroline Curtis Brown, née Lord (1871-1950). Zij is vice-voorzitter geweest van de London Chapter, Foreign and Insular Division van het Amerikaanse Rode Kruis. Terwijl de oorlogswolken zich in Europa verzamelden, begeleidde Curtis Brown twee leden van het Londense personeel naar New York City en richtte de Amerikaanse tak van Curtis Brown Ltd. op in juli 1914. De dag na Brown’s terugkeer naar Engeland begon de Eerste Wereldoorlog. Het echtpaar Brown-Lord had drie kinderen, waarvan de oudste zoon in WO I in het leger diende. In correspondentie van 1915 schreef Brown dat hij Engeland niet zou verlaten tijdens de oorlog, omdat hij in Europa dicht bij zijn zoon wilde blijven.

Brief van Curtis Brown, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

De zoon, Marshall Lord Curtis Brown ( 1896-1928) , kapitein in het Britse leger, is tien jaar na de oorlog overleden in Londen; hij stierf, 32 jaar oud, aan de gevolgen van ziekte, opgelopen in de Slag aan de Somme in 1916. *)

Curtis Brown leidde zijn persagentschap naast het literaire agentschap. Als persagent schreef hij op 13 januari 1916 over de stapels versierde meelzakken, aangekomen in het kantoor van de CRB in Londen. Dit bericht mét foto’s verspreidde hij in de VS; het werd door de Amerikaanse media opgepikt en gepubliceerd.

De kranten over Dierickx’ meelzak in 1916

Sunday Star Washington D.C., 23 januari 1916

Het artikel van Curtis Brown is op diverse wijzen overgenomen.
In Washington verscheen het volledige artikel met vermelding van het copyright van Curtis Brown[1]:

Belgian People Show Appreciation of America’s Aid
Painting done on an empty flour sack and returned to Commission for Relief in Belgium. The skilled artist shows “America Feeding Belgian Children”. The children are being passed up by a figure depicting broken Belgium, and the man is also raising the American flag to his lips.”

(‘Belgen tonen waardering voor Amerika’s hulp’
Schildering gedaan op een lege meelzak en teruggestuurd naar de Commission for Relief in Belgium. De bekwame kunstenaar toont ‘Amerika voedt Belgische kinderen’. De kinderen worden haar aangereikt door een figuur die het gebroken België uitbeeldt, de oude man brengt ook de Amerikaanse vlag naar zijn lippen’)

San Francisco Chronicle, 23 januari 1916

Een krant van San Francisco kopte: ‘Belgians’ Method of Showing Gratitude to America’.

Literary Digest, 12 februari 1916

Het tijdschrift Literary Digest vermeldde onder de titel ‘Tokens of Belgian Gratitude’: ‘America Feeding Belgian Children: An empty flour-sack, painted by the Belgian artist, Joseph Diericks showing the bruised figure of Belgium offering the young for America to feed, while kissing the flag of our country’.[2]

Joseph Dierickx: Allegorie ‘à la sanguine’

Voormalige atelierwoning Joseph Dierickx in Ukkel, Auguste Dansestraat 56; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Inventaris van het bouwkundig erfgoed; foto: online

Joseph Henri Dierickx (Brussel 14.10.1865 – Ukkel 28.10.1959) was een Belgische schilder van historische scènes, genretaferelen, landschappen, portretten en maakte tal van muurschilderingen; ook was hij actief als architect. Dierickx studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, daarna vestigde hij zich in Ukkel. Tijdens WO I leidde hij de tekenschool van Ukkel en was lid van de ‘Uccle Centre d’Art’. Later gaf hij 38 jaar les aan de School voor Sierkunsten van Elsene. Zijn broer Omer Dierickx was ook een bekende schilder.

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Joseph Dierickx was vijftig jaar toen hij op meelzak een allegorie ‘à la sanguine’, in rood krijt, schetste. Op de voorstelling ligt het voetstuk van een kapotgeslagen monument met ionische zuilen en een beeld van de godin Pallas Athene dat ter aarde is gestort. Een vrouw, de personificatie van ‘Amerika’ (of ‘Columbia’) voedt een kind aan haar borst. Een tweede kind wordt haar aangereikt door een uitgeputte, oude man, de personificatie van België, terwijl hij de Amerikaanse vlag kust. Aan hun voeten ligt een terneergeslagen jonge man, hij bedekt zijn naaktheid met de Belgische vlag.

Joseph Dierickx, detail palmtak , krans, 1914-1915; foto: HHPL

De figuren op de voorgrond zijn nagenoeg naakt afgebeeld, op de achtergrond zit de gebogen gestalte van een in kleding verscholen vrouw.
Dierickx vermeldde de jaartallen 1914-1915 links en rechts van een palmtak waarin een gevlochten krans; hij schreef in de linkeronderhoek ‘ESQUISSE’ (schets); in de rechteronderhoek signeerde hij met ‘Joseph Dierickx’.

De meelzak is afgewerkt met een eenvoudige goudbruine, stoffen band, vastgenaaid langs de randen van het doek als kader van de allegorie. Het doek is aangebracht op dik papier; de afmeting totaal is 61×91 cm.

Borstvoeding op meelzak

Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP
Henri Logelain, Moeder zoogt kind, meelzak beschilderd, 1915, detail; coll. en foto: HIA

Met de schets van Dierickx op meelzak voegde hij zich bij een andere kunstenaar die op meelzak de voedselhulp tijdens de bezetting associeerde met de borstvoeding van de vrouw. Henri Logelain borstelde het portret van Moeder zoogt kind, 1915; de meelzak is bewaard in de Hoover Institution Archives, George I. Gay Papers.

De kunstenaar herhaalde zich
Bij de bestudering van de meelzakken is me opgevallen dat de professionele kunstenaars zichzelf op organische wijze herhalen in hun kunstwerken. Meestens hergebruikten kunstenaars op de meelzakken voorstellingen van werk dat zij vroeger gemaakt hadden. Zie voorbeelden bij Armand Rassenfosse, Antoine Springael, Roméo Dumoulin en Godefroid Devreese.

Joseph Dierickx herhaalde zich enkele jaren later. Of beter gezegd, hij werkte zijn trieste allegorie van 1915 uit tot een gelukkig tafereel in 1919, na de Armistice. Hij tekende het in opdracht van het gemeentebestuur van zijn woonplaats Ukkel. Het diende als getuigschrift voor de mensen die zich tijdens de oorlog hadden ingezet ten behoeve van de gemeenschap.
‘Diplôme de reconnaissance délivré par l’Administration communale pour services rendus aux oeuvres ou services communaux durant la guerre. Dessin original de José Dierickx’.[3]

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919; afm. 35×43 cm; foto in ‘Uccle 14-18’, Ucclensia

Wat we onder meer zien op de tekening: Een vrouw, de ‘Gemeente’ stapt van haar troon waarop het wapen met St. Pieter, beschermheilige van Ukkel; zij houdt een palmtak boven de hoofden van de oude man, ‘gebroken België’ op wiens schouder een jonge man (een vitale kerel, teruggekomen van het slagveld?) zijn hand legt, zijn plunjezak ligt op de grond.

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919, detail; foto: ‘Uccle 14-18’

Een tweede vrouw, de ‘Liefdadigheid’ heeft een kind in de linkerarm met de rechter voedt zij een meisje. Alle figuren zijn gekleed. Op de achtergrond twee figuren, zij rooien aardappelen in het veld. Boven het hoofd van de oude man, centraal in het beeld, torent de kerk van Ukkel, de Sint-Pieter. Waar in 1915 de figuren op de voorgrond naakt waren, zijn het nu de figuren op de achtergrond. De kunstenaar signeerde met ‘José Dierickx’.
Het gemeentebestuur besloot tot de opdracht aan Dierckx op 23 januari 1919; in juli 1919 ontving Dierickx 750 francs voor het ontwerp van het diploma.

Ukkel op oude ansichtkaart; foto: online

Roodkrijt in Ukkel: Dierickx en Devreese
Omdat het getuigschrift in 1919 een ontwerp is geweest in opdracht van het gemeentebestuur van Ukkel, vraag ik me af of Dierckx’ allegorie in roodkrijt op meelzak die hij eerder maakte, eveneens in opdracht van de gemeente of wellicht via een inwoner zal zijn uitgevoerd. Burgemeester Paul Errera van Ukkel en zijn vrouw Isabella Errera, née Goldschmidt, waren actieve bevorderaars van de kunsten, zouden zij betrokken zijn geweest? Eerder schreef ik een blog over de monochrome tekening in roodkrijt van de beeldhouwer Godefroid Devreese op de meelzak ‘Perfect’, afkomstig uit de collectie van Isabella Errera (KMKG-MRAH Tx 2626). In mijn onderzoek ben ik nog geen andere roodkrijt tekening op meelzak tegengekomen.

Bulletin KMKG-MRAH, 2013, blz. 121

Zou er verband kunnen zijn geweest tussen de schetsen op meelzak van Dierckx en Devreese? In het artikel van professor Guy Delmarcel in het Bulletin van het Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, zijn beide op één pagina (blz. 121) afgedrukt.[4] Ik heb dat tot nu toe toegeschreven aan de opmaak van het tijdschrift en de kleurovereenkomst van de roodkrijttekeningen op de meelzakken. Maar misschien is het een onbewust samenbrengen geweest van twee ontwerpen die in de kiem al met elkaar verband hielden.

Beide oorspronkelijke meelzakken zijn losgetornd en opengewerkt; de tekeningen zijn beide voorzien van de jaartallen 1914-1915. De meelzak van Dierckx ging op reis; de meelzak van Devreese bleef bij Isabella Errera in Brussel.

Wellicht dat de allegorie van Dierickx geschenk is gegeven aan de CRB met toelichting op de voorstelling. Bij aankomst in Londen van meelzak en toelichting heeft Curtis Brown daar kennis van kunnen nemen en zijn artikel geschreven.

Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.

Ann Arbor Milling Company at Argo and Broadway Bridge, ca. 1900/1919; foto Ann Arbor, Michigan photograph collection

Dierickx gebruikte voor zijn kunstwerk een meelzak Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.; hij stemde zijn compositie af op de oorspronkelijk bedrukking in blauwe letters.

Miller’s Belgian Relief Movement, Northwestern Miller, 1914-1915

De meelzak kwam naar België met de hulpactie van de Millers’ Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller in Minneapolis. ‘Ann Arbor-Michigan Milling Co. and citizens 231 barrels. Also 1 bag beans’ staat vermeld op de lijst van schenkers.[5] Het schip South Point vervoerde de lading van Philadelphia naar Rotterdam, het vertrok op 11 februari 1915 en kwam aan op 27 februari 1915.

Central Flouring Mill, 1902. Pictorial History of Ann Arbor; foto: Ann Arbor District Library

In Ann Arbor aan de rivier de Huron in de staat Michigan was een conglomeraat van maalderijen actief onder de naam Michigan Milling Co., het was de belangrijkste industriële bedrijvigheid in de plaats. Ook Ann Arbor Milling Co. maakte deel uit van het conglomeraat, dat in 1913 een geschatte output had van één miljoen dollar per jaar. De meelzak is geproduceerd door de zakkenfabrikant M.J. Neahr and Company in Chicago.

 Een soort museum in het CRB-hoofkantoor in Londen
Curtis Brown beschreef de aankomst van de versierde meelzakken bij het CRB-hoofdkantoor in Londen, waar een soort ‘museum’ werd ingericht:
Belgium is a nation of artistry, painters, embroiderers and workers in lace. These have now taken these flour sacks and made use of them in set forth appreciations of their gratitude. Scores are pouring into the head offices of the relief Commission in London …
Often a genuine artist sets to work, making the poor texture of the sacking his canvas, and there with his brush interprets the feeling of his people.

A sort of museum has been started for all these things at the commission headquarters here.”

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Dierickx’ meelzak naar Amerika
Dankzij het artikel van Curtis Brown komen we twee dingen te weten. Ten eerste was de meelzak van Dierickx in januari 1916 in Londen. Ten tweede was het een geschenk aan ‘de Amerikanen’ via de Commission for Relief in Belgium.

Tegenwoordig beschouwen de meeste schrijvers de versierde meelzakken in de archieven van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium als geschenken aan Herbert Hoover persoonlijk in dank voor zijn werk.
Curtis Brown’s artikel nuanceert dit beeld: de meelzakken, waaronder de allegorie ‘America Feeding Belgian Children’ van Joseph Dierickx, was een blijk van waardering voor de Amerikaanse hulp.

Vroegere tentoonstelling van versierde meelzakken, collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum. foto: Pinterest, geupload door Judy Francesconi

Dierickx meelzak is nu in Amerika. De meelzak zal óf in 1916 verscheept zijn naar het CRB-kantoor in New York en daar bewaard, óf zijn gebleven in het ‘CRB-museum’ in Londen en op enige tijd als memorabilia vanuit Engeland verstuurd zijn naar de Hoover Institute Archives op Stanford University in Palo Alto, Californië. In 1962 is Dierckx’ meelzak als onderdeel van een grote collectie meelzakken verhuisd naar de huidige bewaarplaats: de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West-Branch, Iowa (HHPL inv. nr. 62.4.435).

 

Dank aan
– Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar;
– Eric de Crayencour uit Ukkel voor toezending van ‘’14-18. Uccle et la Grande Guerre’, Ucclensia;
– Liesbeth Lievens uit Geel voor toezending van het artikel van Curtis Brown in The Sunday Star, Washington D.C.
– Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum, Ieper, voor informatie over Marshall Curtis Brown

De graven van Albert Curtis Brown, Caroline Lord Curtis Brown en hun zoon Marshall in Lisle, Broom County, NY; foto: findagrave.com

*) Marshall Lord Curtis Brown diende in het Britse leger. Hij kwam op 25 juli 1915 aan in Frankrijk als luitenant in het Machine Gun Corps, Motor Batteries; later werd hij Captain; zijn brieven aan zijn familie vanaf het slagveld in WO I zijn bewaard gebleven in de archieven van Princeton University Library: de Marshall Curtis Brown Collection.
De graven van hem en zijn ouders bevinden zich in Lisle, Broome County, NY

[1] Curtis Brown, ‘Belgian People Show Appreciation of America’s Aid’. The Sunday Star, Washington, D.C., January 23, 1916; geschreven in Londen op 13 januari 1916.

[2] San Francisco Chronicle, 23 januari 1916; Literary Digest, 12 februari 1916, ‘Tokens of Belgian Gratitude’

[3] Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et environs, ’14-18. Uccle et la Grande Guerre’. Ukkel, 2018, p. 54, 106, 144

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013

[5] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

Kunstenaars @hooverlibrarymuseum

Recent maakte ik een Instagram account aan @floursacksww1. Ik was benieuwd of er via sociale media nieuwe versierde meelzakken tevoorschijn zouden komen.

Conservator Marcus Eckhardt toont meelzakken in HHPL, 2019, foto Instagram @lundberg_tom

Jazeker, ik ontdekte foto’s van enkele fraai beschilderde meelzakken, onderdeel van de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL).

Meelzakken op Instagram
Twee beschilderde meelzakken trokken direct mijn aandacht. De foto’s waren geplaatst @lundberg_tom. Tom Lundberg, professor op rust in het Department of Art & Art History, Colorado State University, Fort Collins, Colorado, deed in augustus 2019 onderzoek naar versierde meelzakken in HHPL.

Tom Lundberg, ‘Flame Tab’, katoen, zijde, wol & viscose garens op wollen stof, 25 cm br., 2019; foto Instagram @lundberg_tom

 

Als kunstenaar borduurt Tom Lundberg kleine verhalende motieven, geïnspireerd of beïnvloed door emblemen, insignes, identiteitsbadges en tradities in textiel. Hij zocht inspiratie voor nieuw borduurwerk via de studie van de meelzakken.

 

 

Rose Houyoux: ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL 62.4.215; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose Houyoux beschilderde de meelzak, inv. nr. HHPL 62.4.215, met een vrouw in blauwgroene japon met een bundel korenhalmen in haar armen op een schip waarop de Amerikaanse vlag wappert. Een (Belgische) vrouw in oranjerode japon zit geknield aan land en strekt haar armen uit om de bundel koren in ontvangst te nemen. ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’ (Aan degenen die ons de vreugde schonken om dankbaar te zijn‘) luidt de handgeschreven tekst. De vrouwen zouden een representatie kunnen zijn van Columbia (blauwgroene japon) en Dame Belgica (oranjerode japon).

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915; Courtesy HHPL

De kunstenares Rose Hélène Jeanne Houyoux (Brussel 30.07.1895 – Elsene 02.09.1970) was de dochter van de bekende kunstschilder Léon Houyoux (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940). Haar vader had met zijn gezin in 1908 het Portiershuisje van het Roodklooster in Oudergem (Auderghem) betrokken, waar vele vrienden van de kunstkring Le Sillon zich in de buurt vestigden.

Rose Houyoux, detail meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose was twintig jaar in 1915; ze zal samen met haar vader hebben deelgenomen aan de tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Auderghem in augustus 1915. Gelukkig is de meelzak van Rose Houyoux bewaard gebleven; waar de beschilderde meelzak(ken) van Léon Houyoux zijn, is niet bekend.
Rose Houyoux is in haar latere leven conservatrice geweest in Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel; zij was weerstandster in Wereldoorlog II.

Meelzak, recto, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario, Canada
De oorspronkelijke bedrukking op de meelzak was de merknaam ‘CASTLE’ met het logo van de Maple Leaf Milling Co., Ontario, Canada (recto); de achterzijde van de oorspronkelijke zak was bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). *) Beide bedrukkingen schemeren licht door het schilderwerk van Rose Houyoux heen.

Het War Heritage Institute (WHI) bezit een onbewerkte meelzak met originele bedrukking.

Maple Leaf Flour Mill, Port Colborne, Ont. Canada, ca. 1920. Niagara Falls (Ont.) Public Library website

Maple Leaf Milling Company was een onderneming die diverse maalderijen exploiteerde. Maple Leaf Mills in Port Colbourne, Ontario, Canada, was in 1911 geopend en de grootste maalderij binnen de firma, het kon 363.000 ton meel per dag produceren. Nadien groeiden de bedrijfsactiviteiten uit met nog een maalderij, een zakkenfabriek, voederfabriek, roggemolen, maismolen en opslag. De maalderijen in Ontario tezamen waren de grootste graanverwerker in het Britse rijk, tot in oktober 1961 een brand de fabrieken grotendeels verwoestten. De onderneming kon een tegenslag verwerken: heden ten dage is Maple Leaf Foods Inc. de grootste voedselverwerker in Canada: @mapleleaffoods

Tas van meelzakken, onder meer ‘Maple Leaf Milling Co.’, (recto),  geborduurd Anderlecht, 1915; HHPL 62.4.6. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, tas met borduurwerk, 1915. Coll. HHPL 62.4.339; detail foto: Instagram @lundberg_tom

De meelzakken van Maple Leaf Milling Co./Gift from Ontario (Canada) zijn zeer veel geselecteerd om te versieren door de Belgische borduursters en kunstenaars; ook zijn ze bewaard gebleven. In de collectie van HHPL zijn een tiental versierde meelzakken met deze oorspronkelijke bedrukking. Twee voorbeelden staan op foto’s @lundberg_tom: een bedrukte meelzak met appliqué en borduurwerk (HHPL inv.nr. 62.4.71); een geborduurde tas (HHPL 62.4.339).

Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, geverfd, appliqué, borduurwerk, 1915/16. Coll. HHPL 62.4.71; foto: Instagram @lundberg_tom

De eigen website van het museum toont een kloeke, rechthoekige tas, gemaakt van diverse meelzakken, waaronder Maple Leaf Milling Co; borduurwerk ‘Anderlecht’ (HHPL inv.nr. 62.4.6).

Aimé Stevens: Babyportret

Aimé Stevens, detail meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL 2017.3.1; foto: Instagram @lundberg_tom

Aimé Stevens schilderde het portret in zijaanzicht van een baby met bruin haar en bolle wangen tegen een groene achtergrond, HHPL inv.nr. 2017.3.1.

Aimé Stevens, meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De signering op de beschilderde meelzak bestaat slechts uit de initialen ‘A.S.’. Speurwerk van Hubert Bovens, specialist in biografische opzoekingen van kunstenaars, leidde door vergelijking van handtekeningen en initialen tot de ontdekking dat Aimé Stevens de schilder van het babyportret is geweest.
Oscar Aimé Jean Stevens (Schaarbeek 28.12.1879 – Brussel/Elsene 23.08.1951) was kunstenaar-schilder en heeft lesgegeven aan de Académie Royale de Beaux-Arts in Elsene/Brussel. Aimé Stevens huwde op 5 februari 1902 te Brussel met Aimée Uyttebroek (Doornik 29.10.1875). Zeven jaar later werd hun eerste en enige kind geboren en die kreeg Spaanse namen: José Santiago Rogelio Stevens (Elsene 13.04.1909 – Algerije 10.01.1967).**)

Aimé Stevens, ‘Moeder en kind’, lithografie, ca 1910. foto: William P. Carl Fine Prints, Durham, NC (online)

Het jongetje met deze bijzondere namen[1] heeft model gestaan voor het kinderportret op de meelzak. Eerder, in 1910, maakte Aimé Stevens de lithografie ‘Moeder en kind’ (Aimée en José is mijn toeschrijving). Vermoedelijk heeft Stevens het babyportret in 1915 op de meelzak geborsteld naar deze lithografie en/of een ander schilderij of tekening van zijn zoon, toen deze een baby was.

De kunstenaar voorzag de meelzak van het jaartal ‘1914’, dit zal de tijdsaanduiding van het begin van de oorlog zijn; immers, de zakken met meel zijn niet eerder dan december 1914/vroeg in 1915 in Brussel gearriveerd; het babyportret moet geschilderd zijn in 1915.

Meelzak ‘American Commission’, originele bedrukking, 1914. Coll. G. Hollaert; foto: auteur

De meelzak is voorzien van de originele bedrukking ‘American Commission’.
De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ was in Londen in oktober 1914 geformeerd en stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding. Later is de aanduiding ‘American’ vervallen omdat ook diplomaten van andere neutrale landen waaronder Spanje en Nederland beschermheren werden van de hulpverlening. Sindsdien was de naam: ‘Commission for Relief in Belgium (CRB)’. [2]

Ik heb de indruk dat lege meelzakken met de print in blauwe letters ‘American Commission’ specifiek zijn geselecteerd door de Belgische kunstenaars om daarop te schilderen; er zijn vele voorbeelden van dergelijke beschilderde meelzakken.

Marthe Pander, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De Commission was de representant van alle mensen die hulp hadden geboden, tot hen richtte het huldebetoon van de kunstenaars zich. Het voordeel van de bescheiden oorspronkelijke bedrukking was dat erboven en eronder blanco doek was om op te schilderen. Ook de Belgische borduursters hebben de meelzak ‘American Commission’ graag bewerkt. @lundberg_tom toont de foto van het borduurwerk op meelzak (HHPL inv.nr. 62.4.128) van Marthe Pander. Marthe borduurde de meelzak op school: de Ecole Moyenne de Saint-Gilles-lez-Bruxelles, Section préparatoire, 6e année d’études; zij was toen 13 jaar.***)

Verrassingen
Op zijn online-zoektocht naar biografische gegevens van de kunstenaar Aimé Stevens kwam Hubert Bovens tot zijn verrassing twee opmerkelijke verhalen tegen.

Dr. Maurits Van Vollenhoven

Aimé Stevens, Maurits Van Vollenhoven; foto: website simonis-buunk.nl

Allereerst kwam een scabreus portret tevoorschijn van de hand van Aimé Stevens, gemaakt van de Nederlandse diplomaat dr. Maurits Van Vollenhoven. Van Vollenhoven was een jonge diplomaat; hij vertegenwoordigde het Nederlandse gezantschap in Brussel tijdens de Groote Oorlog.

Dr. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Statige officiële portretten en sculpturen zijn gemaakt en worden bewaard van de drie heren.

Vanwaar dit gewaagde, dubbelzinnige portret door Stevens? Ik opteer voor twee mogelijkheden.
– Toen de Verenigde Staten in april 1917 toetraden tot de oorlog moesten de Amerikaanse consul Brand Whitlock en de CRB-gedelegeerden vertrekken uit België. Van Vollenhoven en Markies de Villalobar zetten het werk voort om bescherming te bieden voor de hulpverlening binnen het Comité Hispano-Néerlandais (CHN). De samenwerking tussen Nederlanders en Spanjaarden boterde helaas niet; de relatie tussen Van Vollenhoven en Markies de Villalobar was ronduit onaangenaam. De Spaanse connecties van Stevens zullen hem solidariteit met de Spanjaarden hebben gegeven.
– De hoofdreden van deze ‘spotprent’ moet de slechte reputatie van Nederland in België zijn geweest. Aimé Stevens gooide in zijn portret alle Belgische haat en ergernissen tegenover Nederland, haar koningin en de rol van de Nederlanders in ’14-’18 eruit:
‘’t Koninginnetje’s Minister-Resident Van Vollenhoven’

Aimé Stevens, dr. Maurits Van Vollenhoven, satirisch portret, olieverf op schildersboard, 33×24 cm; foto: website simonis-buunk.nl

Van Vollenhoven kijkt met arrogante blik voor zich uit, een dikke sigaar hangt in zijn linker mondhoek. Zijn gespierde linkerarm is getatoeëerd met een hart en naar beneden gerichte pijl, waaromheen de woorden ‘Les Dames Bruxelloises’. Van Vollenhoven is gekleed als worstelaar: polsen met zwarte beschermbanden, een broekje met tijgerprint, een sjerp met Nederlandse kleuren; zijn hemd heeft de initialen ‘C.H.N’; vier medailles tooien zijn borst. De diplomaat-worstelaar bewaakt een toog waarop een dikke klont ‘Boter’ en drie vette kazen, twee rond voor Gouda, een plat met ‘Edam’.
In de rechterbovenhoek de rood, wit, blauwe Nederlandse vlag daaronder de tekst: ‘Wie Nederlandsch bloed in d’aderen vloeit …’
De opdrachtgever van het portret zal buitengewoon in zijn nopjes zijn geweest! Op dit moment staat het portret te koop bij Kunsthandel Simonis & Buunk.

“Jose Santiago Rogelio Stevens arrested in Trinidad”
José Santiago Rogelio Stevens, de jongen die model stond voor het aandoenlijke babyportret, huwde als 21-jarige op 7 maart 1931 in Brussel met de 18-jarige Anne-Marie Ramona Janssen, geboren in Montevideo, Uruguay (03.09.1912 – 27.10.1979). Zij was de dochter van de honorair consul in Montevideo.

In de Tweede Wereldoorlog ging José Stevens in de fout, hij werd spion voor de Duitsers. Op weg naar Montevideo werd hij gearresteerd: ‘Jose Santiago Rogelio Stevens, of Uruguayan birth, was arrested July 31, 1942, aboard the “CABO DE HORNOS” en route to Montevideo as an espionage and propaganda agent for the Germans. He had spent some time in Brussels, Belgium, and aboard ships sailing to the Congo. He was contacted in Brussels by the Germans’.[3]

José Stevens ‘Esteves’ werd gearresteerd en berecht voor spionage in WO II. Dossier The National Archives VK, website

The National Archives van het Verenigd Koninkrijk bevatten het dossier KV 2/1153 van ruim 200 bladzijden over José Stevens’, alias Esteves, spionageactiviteiten. De samenvatting van het dossier vermeldt: ‘Jose Santiago Rogelio STEVENS, alias ESTEVES: Belgian. STEVENS was arrested in Trinidad on his way to South America in August 1942. He claimed to be a Uruguayan citizen returning to Uruguay in an exchange scheme with German nationals. At Camp 020 he admitted to his recruitment by the Abwehr, whom he claimed had commissioned him to engage in pro-German propaganda in Uruguay and to report on South American industries working for Great Britain. It emerged that in fact he was a Belgian citizen, and there was a suspicion that his agent role was much more important than he ever admitted. He was retained for the duration of the Second World War.’

Le Conseil de guerre de Bruxelles veroordeelde José Stevens voor spionage activiteiten. Belgisch Staatsblad 1946

Na de oorlog is José Stevens berecht voor zijn gedrag. In het Belgisch Staatsblad is het vonnis gepubliceerd van Le Conseil de guerre de Bruxelles van 15 juni 1946 waarin José Stevens veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 7000 francs.
Drie jaar later stond Aimé Stevens ‘artiste-peintre, prof. à l’Académie Royale des Beaux Arts’ vermeld als ‘Consul d’Uruguay’ op het adres waar hij woonde:  Rue Van Eyck, 51, Elsene (Almanachs de Bruxelles 1949).

Conclusie
Anno 2021 brachten de Instagram foto’s @lundberg_tom een variëteit aan verhalen, voortgebracht door textiele dragers #narrativetextiles. De versierde meelzakken van kunstenaars @hooverlibrarymuseum vullen zakken vol herinneringen: @floursacksww1.

 

Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars, alsmede borduurster Marthe Pander en de vele vondsten die hij online deed en met mij deelde.

*) Wat de betekenis is van de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ , vertaald: ‘Schenking van Ontario (Canada) aan het Moederland’, is me een raadsel. Met het ‘Moederland’ bedoelden de Canadezen Groot-Brittannië, maar deze meelzakken kwamen als voedselhulp in België terecht; merkwaardig. Zie ook mijn blog ‘Eén miljoen zakken meel uit Canada’.

**) De genealogie van Oscar Aimé Jean Stevens is bijeengebracht door Joël Cuche op de website Geneanet.

***) Familiegegevens van Marthe Pander:
In het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902). Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, Ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe. In 1965 woonden ze er niet meer.

Aimé Stevens, Spaanse danseres, olieverf op doek, 45×30 cm; foto artnet.de

[1] Welke Spaanse connecties van Aimé en Aimée Stevens-Uyttebroek hebben geleid tot de Spaanse namen van José zal interessant zijn om nog eens te onderzoeken. Tussen de schilderijen van Aimé Stevens ontdekte ik online wel een portret van een Spaanse.

[2] Kittredge, Tracy Barrett, A History of the C.R.B. The History of the Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited Printers, 1918, p. 49 en 50

[3] History of the Secret Intelligence Service (S.I.S.) Division. Volume 3, Accomplishment Mexico and Venezuela, p. 570

Blauwe rozen en Boer op akker van Jean Brusselmans in West Branch

Een goed bewaard, kunsthistorisch interessant, geheim bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) in West Branch, Iowa, VS.

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Het zijn twee werken, schilderingen op meelzak, van de Belgische kunstenaar Jean Brusselmans. Ze kwamen tot stand in het eerste jaar van WO I.
Als fervent liefhebber van de versierde meelzakken ben ik altijd weer blij wanneer ik nieuwe parels ontdek. Maar ja: wie was Jean Brusselmans? Welnu, Brusselmans blijkt nog altijd een gewaardeerd schilder te zijn. Er waren recent tentoonstellingen van zijn werk. Bovendien zie ik op Artprice, de Franse online kunstprijzen database, dat zijn werk op veilingen voor tienduizenden euro’s is verkocht.

Mijn onderzoek
Mijn onderzoek naar de meelzakken van Brusselmans vraagt kennis van de context en het jaar waarin ze zijn geschilderd: 1915. Er woedde sinds acht maanden een Europese oorlog: de ‘centralen’ Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk, tegenover de ‘geallieerden’, Frankrijk, België, Groot-Brittannië en Rusland. Het leven in Brussel en omgeving werd beheerst door de Duitse bezetting. Een internationale hulpactie, geleid door neutrale Amerikanen, kwam op gang om de nood van de Belgische bevolking te lenigen door hulp met voedsel en kleding. De overtuiging was dat de situatie tijdelijk was, de oorlog zou binnen afzienbare tijd eindigen.

Petit Bleu du Matin, 11 maart 1911

Jean Brusselmans was 30 jaar oud, had een vrouw en zoon om te onderhouden, hij was een autonoom man; een autodidact die leerde van de studie van het werk van grote meesters en collega-schilders. Hij voegde zich niet in heersende kunststromingen en ging zijn eigen weg. Zijn werk werd wel getoond, maar verkocht niet.

Het gezin Brusselmans
Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953) groeide op in een kunstzinnige en politiek geëngageerde omgeving.

Moeder en vader
Zijn moeder, Elisabeth Henssens (Brussel 16.01.1863 – Brussel 13.06.1905) en vader, Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 23.03.1861 – 07.10.1921) waren getrouwd op 17.10.1882 in Parijs. Ze hadden een klein kleermakersatelier in de Brusselse volksbuurt Marollen. Het gezin woonde een aantal jaren in Parijs; het zou in 1894 terug zijn gekomen naar Brussel.
Vader en grootvader Brusselmans waren militante anarchisten.
De ouders hebben hun vier kinderen een Vlaamse opvoeding gegeven.
Moeder is gestorven op de 21ste verjaardag van Jean Brusselmans; vader pleegde vele jaren later zelfmoord.[1]

Zussen en broer

Jean Van Cleemput, Le fléau (de gesel), 1907 foto: artnet.com

Jeanne: Oudste zus Jeanne Joséphine werd geboren op 15.01.1883 in Brussel. Zij trouwde op 31 oktober 1904 in Brussel met de ‘ouvrier-peintre’ Jean Baptiste Van Cleemput (Brussel 06.05.1881 – Sint-Agatha-Berchem 27.06.1948); twee getuigen bij het huwelijk waren Adrien Segers, 26 jaar, kunstschilder; Pierre Forgeur, 30 jaar, museumsecretaris in Elsene. Het stel ging wonen in Oudergem. Jean Van Cleemput en Adrien Segers zijn nog altijd bekende Belgische kunstschilders.

Jean Brusselmans, ‘Homme assis près de la fenêtre’, 1911, waterverf op papier, 45×35 cm; foto: artnet.de (portret van Michel Brusselmans, toeschrijving AvK)

Michel: Jongere broer Michel Louis werd geboren op 12.02.1886 in Parijs. Hij ontwikkelde zich tot musicus, hij speelde viool, was componist. Zijn oeuvre is ook nu bekend: Michel Brusselmans componeerde orkestmuziek, kamermuziek, liederen, koormuziek, toneelmuziek, radiowerk en filmmuziek.

Luister hier naar zijn ‘Scènes Breugheliennes’, symfonische schetsen 1911-1912 *) door het Vlaams Radio Orkest (nu: Brussels Philharmonic) olv Bjarte Engeset.

Gabriel Ysaÿe met zijn vader Eugène Ysaÿe (midden) en een broer in De Panne aan het front in 1916. Foto gemaakt door Koningin Elisabeth, coll. KBR

Blanche: Jongste zus Blanche Catherine werd geboren in Brussel op 16.11.1889. Zij trouwde op 21 april 1909 met Gabriël Ysaÿe (Sint-Gilles 17.06.1887 – 1961), de oudste zoon van de beroemde Belgische violist, componist en dirigent Eugène Ysaÿe (Luik 16.07.1858 – Brussel 12.05.1931). Ook Gabriël was violist en vergezelde zijn vader op een concertreis naar Amerika aan het einde van WO I.

Jean/Jan
Jean Brusselmans is dus opgegroeid in de steden Parijs en Brussel en zijn opvoeding was Vlaams. Hij ging op zijn 14e werken als leerling-steendrukker en volgde avondlessen aan de Academie van Brussel. Vanaf zijn 18e jaar wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst. Hij was een habitué van de Muntschouwburg. Hij ontmoette zijn vrouw Justine Marie Léonie Frisch (Brussel 25.04.1889 – Dilbeek 20.03.1943) en trouwde met haar op 30.09.1911 in Brussel toen hun zoon Armand was geboren op 19.02.1911.

Het gezin Brusselmans in 1912: Justine, Armand en Jean. Foto: ‘Jean Brusselmans, Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum, Brugge, 1980’.**)

Brusselmans en zijn vrouw woonden in Oudergem tijdens WO I, ze verbleven in het huis van Jeanne en Jean Van Cleemput, die waren uitgeweken naar Engeland.[2] Kennelijk waren er redenen waarom Brusselmans niet als soldaat naar het front ging, noch vluchtte naar Nederland, Frankrijk of Groot-Brittannië, zoals mensen in zijn naaste omgeving deden.

Jean Brusselmans, Moeder en kind in de tuin, 1915, olieverf op doek 130×102 cm; foto artnet.de

De kunst van Brusselmans tot 1915
Online bronnen gaan vooral in op twee recente tentoonstellingen van de kunst van Brusselmans in museum Mu.Zee in Oostende, België in 2011 en in Kunstmuseum Den Haag, Nederland in 2018. De focus ligt op schilderijen gemaakt in de jaren ’30 en ’40, waardoor ik over zijn werk gemaakt tot 1915 selectieve of geen informatie vond. Over de periode van WO I is er één zin: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum richtte hij zijn aandacht vooral op het boerenleven, als een reactie op de gruwel van de oorlogsjaren; hij bracht het platteland en de hardwerkende boeren in beeld.”[3] 

Jean Brusselmans: portret van Justine en Armand op ‘In de Tuin’, 1916, coll. KMKG-MRAH. Fragment foto in ‘De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’, E. Van de Putte

Met medewerking van de bibliothecaris van Mu.Zee kwam ik in bezit van fragmenten van geschreven bronnen, waar ik dankbaar uit kan putten.

Een eerdere bron over de meelzakken is het artikel van professor Guy Delmarcel uit 2013. Hij schrijft: ‘Het Herbert Hoover Presidential Library and Museum bezit eveneens een aantal zakken die door professionele Belgische kunstenaars werden versierd. Ze zijn zo goed als onbekend, en deze bijdrage is een gelegenheid om hen te ontsluiten.  … de twee werken getekend door Jean Brusselmans (1884-1953) geven ons zeldzame getuigen van diens fauvistische periode, die nadien veranderde in zijn bekende meer geometrische stijl (inv. 62-4-119 en 231; fig. 19 & 20).’ [4]

Jean Brusselmans, Tarweschoven, 1903; foto: artnet.de

Waarom meelzakken? De achtergrond van voedselhulp voor België
Van 1914 tot 1919 leidden de internationale Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Belgische Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) een succesvolle internationale hulpactie voor voedselsteun aan de bevolking van bezet België. Vooral de broodvoorziening was nijpend. Van arm tot rijk, iedereen was afhankelijk van de importen van granen, in het bijzonder tarwe en tarwemeel. In de beginmaanden arriveerde het tarwemeel uit de VS en Canada in katoenen zakken; het was de hulpverlening bijeengebracht door liefdadigheidsacties van de Amerikaanse en Canadese bevolking. De dankbare Belgische bevolking wilde er iets tegenoverstellen en gebruikte de meelzakken om geschenken van te maken. Zo riep de burgemeester in de plaats Auderghem (Oudergem) bij Brussel in april 1915 de kunstenaars in zijn gemeente op meelzakken te beschilderen als bijzonder bewijs van dankbaarheid. De meesterwerken zouden eerst ter plaatse tentoongesteld worden, waarbij de opbrengst was voor hulpbehoevende kunstenaars; daarna zouden ze cadeau worden gedaan aan de Amerikaanse weldoeners.

Jean Brusselmans was een van de vele kunstenaars die gehoor gaf aan de oproep van de burgemeester. De tentoonstelling in Auderghem werd gehouden van 25 juli tot 1 augustus 1915 in het gemeentehuis. Daarna zijn de meesterwerken getoond in Brussel in Galerie Georges Giroux van 14 tot 30 augustus 1915. Het publiek was enthousiast en kwam in groten getale de tentoonstellingen bekijken, waarmee ze de kas spekten voor de hulp aan kunstenaars. Nadien zullen een verzameling beschilderde meelzakken geschonken zijn aan de Commission for Relief in Belgium en vervoerd naar de VS. Lees mijn blog De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915.

Aldus blijken twee vroege kunstwerken van Jean Brusselmans terecht te zijn gekomen in de Verenigde Staten.

Twee meelzakken van Brusselmans
Brusselmans lijkt geen enkele aarzeling te hebben gehad om de meelzakken te beschilderen; alsof zijn ervaring als schilder van reclameborden hier goede diensten heeft bewezen.
Ik heb de indruk dat hij een bewuste selectie heeft gemaakt toen hij twee zakken uitzocht in de stapel lege meelzakken die de kunstenaarsvereniging van Auderghem ter beschikking waren gesteld. Op één zak stond geprint ‘American Commission’ om welke tekst hij heeft heengeschilderd; op de andere zak stond een print met een lap tekst van boven tot onder, zodat hij besloot aan de blanco achterkant te schilderen.
Hij heeft beide zakken intact gelaten, niet opengeknipt of een stuk doek eruit genomen; hij gebruikte voor zijn schildering de volledige omtrek van de zak: 75 bij 39 cm (blauwe rozen) en 68 bij 43 cm (boer op akker).

Meelzak American Commission/Blauwe rozen

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De eerste aanblik van de rozen op de meelzak, HHPL inv.nr.62.4.231, maakte me enthousiast. Het deed me direct denken aan een geslaagd eerbetoon: een boeket rozen, een krans als bloemenhulde, letterlijk gelegd rondom de American Commission, de naam van de alom bewonderde, neutrale, Commission for Relief in Belgium.
In tweede instantie vroeg ik me af: maar waarom zijn de rozen volledig blauw? Zie ik de doornen akelig uitsteken? Waarom zit onderaan een plechtstatig, als banier gestrikt lint om de twee takken?

Rozen

Jean Brusselmans – Les Roses (De Rozen) – Olieverf op doek, 1948; foto: lost-painters.nl

Jean Brusselmans tekende en schilderde vele rozen, in zijn werk zijn ze door alle jaren heen te herkennen; de kleuren zijn roze en rood met wit en geel. Van de drie primaire kleuren rood, geel en blauw, vormen rood en geel de kleur die de natuur aan rozen geeft. Blauw kent de natuur niet voor rozen.

Schildering of borduurpatroon
Borduurpatronen werden in blauw op doek gezet, zijn vrouw verdiende geld met borduurwerk, zijn moeder en vader hadden een kleermakersatelier. Zou Brusselmans zijn ontwerp misschien bedoeld hebben als borduurpatroon? Ik heb deze gedachte verworpen, hij leverde een schildering af.
Het werk van Jean Brusselmans is expliciet genoemd in de kranten van 1915, die over de tentoonstelling van ‘beschilderde Amerikaansche zakken’ in Auderghem schreven: … we trokken naar het Gemeentehuis, … waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. …    Brusselmans, M. Oleffe, M. Logelain en anderen werkten met evenveel ijver mede; zij zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken. Deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk! ….
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’ (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Blauw
Ik heb elementen samengebracht die mogelijk raken aan de context van Brusselmans’ blauwe rozen, elementen van symboliek en de kunst van zijn tijd.

  1. Russisch sprookje van de blauwe rozenstruik
    Le Rosier bleu (in het Russisch: Синій розанъ) is de titel van een populair Russisch sprookje, gepubliceerd in 1862: een blauwe rozenstruik, die op de bodem van een meer ligt, verbergt een gestorven tovenares; de held van het verhaal slaagt erin haar uit de struik te trekken en de slechterik die het onheil veroorzaakte te verjagen (Wikipedia (frans) ‘Rose bleue’).
  1. Russisch Symbolisme: De Blauwe Roos
    Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos’ was een tentoonstelling in het Museum van Elsene met een terugblik op een stroming in de Russische kunst honderd jaar eerder.[5]
    In 1907 organiseerden kunstenaars rond Victor Borisov een tentoonstelling vanuit het Russische symbolisme en die heette ‘De blauwe roos’. Daaruit ontstond de stroming De blauwe roos, die mede beïnvloed werd door het werk van de Franse schilders Gauguin en Matisse.

    Cayley Robinson Poster for “The Blue Bird” van Maeterlinck. foto: bunthorne.blogspot.co

    “Zestien artiesten uit verschillende steden groeperen zich in de kunstkring De Blauwe Roos, … Kunstenaars als Koeznetov, Oetkin, Matvejev zetten het goud en azuurblauw op de voorgrond, omdat het aansluit bij de uitbeelding van visioenen en dromen. De Blauwe Roos liep hoog op met de Belgische auteur Maeterlinck. In hun kunstkringnaam stond de roos voor de smart, de doornen van het leven en de mooie geur. Het blauw kwam van Maeterlincks Loisea bleu (L’Oiseau bleu, de blauwe vogel), dat in wereldpremière ging in Moskou. Onvatbare ‘blauwe’ kunst die de mens gelukkig maakt.”[6]

    Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Le Vingtième Siècle, 13 december 1912
  1. Les Bleus de la G.G.G

    Jean Brusselmans’ werken in Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Jean Brusselmans nam deel aan de Salon des Bleus in Brussel, de eerste groepstentoonstelling van jonge kunstenaars, gehouden in de Galerie Georges Giroux van 14 december 1912 tot 5 januari 1913.[7]

    Drie elementen die raken aan ‘blauw’ en ‘blauwe rozen’. Weinig kon Brusselmans bevroeden dat een door hem beschilderde meelzak American Commission met Blauwe Rozen twee jaar later bij Galerie Georges Giroux zou worden geëxposeerd vóór verzending naar de VS.

Meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De meelzak met inv.nr. HHPL 62.4.119 is afkomstig uit de Amerikaanse stad Chicago, Illinois. Op een zijde staat een lap tekst, op de zak gedrukt voordat deze met meel gevuld is:

Gelijksoortige meelzak ‘Chicago’s Flour Gift, agency Chicago Board of Trade, B.A. Eckhart Milling Co’, 1915, geborduurd. Coll. Hoover Institution Archives; foto: coll. auteur

American Consul

Chicago’s Flour Gift
To the
Noncombatants in Belgium
Funds Secured through
The Agency of the
Chicago Board of Trade

B.A. Eckhart
Milling Company
Chicago, U.S.A.
War Relief Donation
M.J. Neahr & Company, Chicago.

De tekst is verplicht aangebracht om in beslagneming door de Duitsers in België te voorkomen, zo staat te lezen in de Chicago Tribune.

Chicago Tribune, 6 december 1914

De zak is geleverd door de firma M.J. Neahr & Company; de meelzak is afgevuld door de maalderij B.A. Eckhart Co; de organisatie van de hulpactie voor de ‘niet-strijdenden in België’ was de Chicago Board of Trade; de geadresseerde van de zak meel was de Amerikaanse Consul in België.

De firma M.J. Neahr and Company in Chicago was de zakkenfabrikant. De maalderij Eckhart ontstond eind 19e eeuw en kreeg in 1909 de naam B.A. Eckhart Milling Company, vernoemd naar de eigenaar Bernard Albert Eckhart (Alsace, Frankrijk, 04.09.1848 – Lake Forest, Ill, 11.05.1931). Eckhart emigreerde als 6-jarig jongetje met zijn ouders uit Frankrijk naar de VS en ontwikkelde zich van boer, tot molenaar, tot zakenman met vele nevenfuncties, ook als politicus.

Chicago Board of Trade 1900 beursvloer; foto website chicagology.com

Hij zat in de Senaat van de staat Illinois en was directeur van de Chicago Board of Trade. Dezelfde Chicago Board of Trade die de hulpactie voor België coördineerde.

Boer op zijn akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy HHPL

De schildering van Jean Brusselmans op de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ toont een boer aan het werk op zijn akker, een schort voorgebonden, zijn schoeisel zijn houten klompen, hij trapt met zijn linkervoet de spade diep de grond in. Het beeld doet me denken aan een boer die in het voorjaar zijn akker omspit, klaar om te gaan planten. Op de achtergrond een huis, akkers en enkele fabrieksschoorstenen die hun rookpluimen de lucht ingooien.

Citaten uit de catalogus van Mu. Zee zijn woorden van Jean Brusselmans zelf over de werkende boeren die altijd deel hebben uitgemaakt van zijn oeuvre:
– “Door zijn gebaren en door het ritme van zijn bewegingen maakt de werkende boer deel uit van de algemene harmonie van het landschap.”

Jean Brusselmans, Schets van boer op akker; foto online

“Het moge onwaarschijnlijk klinken, maar toch moet gezegd worden dat het Brabants landschap zijn onvergelijkbare schoonheid niet zou bezitten zonder de arbeid en de volharding van deze onbehouwen mensen. … alles is hun werk, alles is de vrucht van hun lange en geduldige arbeid.”

Politieke onrust in Chicago
Voor Jean Brusselmans zal de stad Chicago bekend zijn geweest uit nieuwsberichten over heftige politieke gebeurtenissen. Drie voorbeelden:

  1. Het gebouw van de Chicago Board of Trade 1904-1913; foto: Barnes-Crosby, website chicagology.com

    Toen in 1885 het nieuwe gebouw van de Chicago Board of Trade werd geopend, demonstreerden honderden activisten, waaronder hun leiders Lucy Parsons (Virginia 1851-Chicago 07.03.1942), née Carter[8], en haar man Albert Parsons, onder de vlag van de International Working People’s Association (IWPA, internationale anarchistische politieke organisatie), toegejuicht door duizenden toeschouwers, tegen het geldverslindende project: het gebouw had twee miljoen dollar gekost, dat was uitgegeven in een tijd van economische depressie. Voor anarchisten was dit the crowning symbol of all that was hateful in the private property system’. Een cordon van politiemensen voorkwam dat de demonstranten het gebouw bereikten.

  2. Lucy Parsons in 1920; fotocoll.: Labadie Photograph Collection, University of Michigan

    Een ingrijpende gebeurtenis was de Haymarket Affair in 1886, waarbij na grote demonstraties, geweld uitbarstte waarvan radicale leiders waaronder anarchisten, leden van de IWPA, ten onrechte de schuld kregen; ze werden ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Albert Parsons was een van hen. Lucy Parsons bleef tot haar dood een strijdbaar activiste in Chicago; de politie maakte haar het leven onmogelijk en ontruimde na haar overlijden haar huis en vernietigde haar bibliotheek en archieven.[9]

  3. De Industrial Workers of the World (IWW), bijgenaamd Wobblies, een internationale vakbond, werd opgericht in 1905 in Chicago tijdens een conferentie van socialisten, anarchisten en radicale vakbondsactivisten. De IWW richtte zich op politieke acties en strijd in plaats van onderhandelingen; de acties, veelal demonstraties en stakingen, brachten duizenden mensen op de been; ze leidden niet zelden tot gewelddadig neerslaan van de acties, waarbij doden en gewonden vielen.

    Industrial Workers of the World: Oliver Steel stakingsdemonstraties 1911-1912; foto: libcom.org

Anarchisme
Op Wikipedia lees ik dat anarchisme als historische massabeweging in België begin 20e eeuw te typeren valt als ‘Handwerkersanarchismus: van ambachtslieden of arbeiders in ambachtelijke beroepen’. Of Brusselmans zelf, net als zijn vader en grootvader een anarchist was (de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of ván iets of iemand erkent), weet ik niet. Affiniteit met het gedachtengoed moet hij beslist hebben gehad.

‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’

Jean Brusselmans, Chicago’s Flour Gift/Boer op akker. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Jean Brusselmans heeft zijn eerbetoon van de Belgische werkers met grote letters op beide zakken geschilderd:
‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’
(vertaald: Dankbaar Eerbetoon van de Belgische Werkers 1915)

Het lijken wel protestdoeken, zoals protestborden in zijn tijd tijdens demonstraties werden meegedragen. Met ‘Belgische Werkers’, zal hij zowel de arbeiders én de boeren hebben bedoeld.
Jean Brusselmans zal de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ doelbewust uit de stapel hebben gevist, om op de achterzijde van de zak zijn beeld van de hardwerkende Belgische boer op zijn akker te borstelen in solidariteit met de werkers in de VS.

Konklusie
‘Blauwe rozen’ en ‘Boer op akker’ zijn unieke kunstwerken. De eigenheid van Brusselmans toont zich ook op de versierde meelzakken van WO I. Je kan je geen betere plek wensen om deze meelzakken te bewaren, dan de presidentiële bibliotheek en museum van oud-president van de Verenigde Staten, Herbert Hoover in West Branch, Iowa.

 

-Dank aan Hubert Bovens uit Wilsele voor zijn grote bijdrage door de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar en zijn familie.
Eerst na het schrijven en publiceren van dit blog vond ik de nieuwsbrief jrg. 15, nr 7/8, juli/aug 2020 van FV regio Dilbeek vzw met kwartierstaten van Jean Brusselmans en Justine Marie Frisch.
– Dank aan Heleen Claes, bibliothecaris Mu.Zee voor selectie en toezending van scans van geschreven bronnen.

Michel Brusselmans, foto: svm.be

*) Toelichting bij de partituur: ‘Als broer van kunstschilder Jan Brusselmans en vriend van James Ensor was Michel Brusselmans sterk geïnteresseerd in schilderkunst. In zijn Scènes Bruegheliennes liet hij zich eerder inspireren door die typische ‘Bruegeliaanse sfeer’ dan door concrete schilderijen van de oude meester. Hij componeerde hier een gevarieerde suite van vijf typische taferelen uit het bonte dorpsleven die uit schilderijen van Bruegel weggeplukt lijken.’ Jan de Wilde, 2006

**) Jean Brusselmans: Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum Brugge, 20 september-30 november 1980. Brugge: Het Museum, 1980

[1] Het Nieuws van den Dag, 11 oktober 1921

[2] Patrick Auwelaert, 04.04.2018, geraadpleegd 6 maart 2021

[3] Publiekscatalogus bij de tentoonstelling ‘Jean Brusselmans’ in Mu. Zee, Oostende, België in 2011 .

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126.

[5] Ida Hoffmann, e.a., Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos. Brussel: Europalia International, 2005 (nog niet kunnen raadplegen)

[6] Jean-Marie Binst, Symbolisme bijzonder eigenzinnig in Rusland, 20 november 2005, geraadpleegd 28 februari 2021

[7] Les Bleus de la G.G.G.: exposition annuelle, tentoonstellings- catalogus. Bruxelles: Galerie Georges Giroux, 1912. Collectie MSK Gent; met dank aan Veerle Verhasselt, bibliothecaris

[8] Jacqueline Jones, Goddess of Anarchy. Basic Books, 2017

[9] Keith Rosenthal, Lucy Parsons: ‘More dangerous than a thousand rioters’. Links, International journal of socialist renewal, 6 september 2011

“Rooster on an oak branch at dawn”: Piet Van Engelen in the Herbert Hoover Presidential Library and Museum

A decorated WWI flour sack designed by Belgian artist Piet Van Engelen is part of the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, United States.
The work by Van Engelen – a powerful symbol of a rooster on an oak branch, claiming its territory, guarding the crowned shield of Belgium, while behind him the sun rises accompanied by a bald eagle – served as a pattern for embroidery.
This resulted in a decorated flour sack of a special nature: the flagship of the decorated flour sacks.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

The Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) opened in 1962 and is dedicated to Herbert Hoover’s presidency (West Branch, Iowa, 08/10/1874 – New York, NY, 10/20/1964). He was the 31st President of the United States, his term of office ran from March 4, 1929 to March 4, 1933.

Herbert Hoover’s Birthplace in Herbert Hoover National Historic Site, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

The library is the building where archival material of the former president is stored. The museum tells the story of the president’s life and the time in which he governed. The library is located on the Herbert Hoover National Historic Site in his hometown of West Branch, Iowa, which houses his birthplace and burials of both Herbert Hoover and his wife Lou Henry Hoover. The HHPL was established under the Presidential Libraries Act of 1955 and is administered by the National Archives and Records Administration.
Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium (CRB) archives and memorabilia (souvenir gifts, including the decorated flour sacks) were originally kept at the Hoover Institution Archives (HIA) at Stanford University, Palo Alto, California. With the opening of HHPL, Herbert Hoover had taken the opportunity to transfer some of his memorabilia to West Branch.

Iowa City Press Citizen, August 5, 1974: “Museum: a pleasant history lesson”

It is my understanding that over 400 decorated flour sacks from WWI were part of that move. This meant that the collection of flour sacks in the CRB’s archives would have been split into two parts by 1962: one quarter remained with HIA in California and three quarters came under the management of HHPL in Iowa. This means that the largest collection of decorated flour sacks in the world is located in West Branch. Thanks to HHPL’s presidential status and museum function, the decorated flour sacks have regularly attracted attention since 1962.

The Gazette, August 16, 2008
The Spokesman Review, November 15, 2008

Decorated flour sacks can always be viewed in the museum, with the exhibited collection changing every six months.
Researchers and enthusiasts of decorated flour sacks enjoy visiting the library and museum. The current curator, Marcus Eckhardt, has welcomed many researchers and, where possible, providing them an individual showing of decorated flour sacks.

I myself have not been there yet. My visit, made possible in part by a Travel Grant awarded by the Hoover Presidential Foundation, was scheduled for April 2020, but had to be postponed due to travel restrictions and library and museum closures since March 14, 2020 due to the coronavirus.

Piet Van Engelen

Belgian artist Piet Van Engelen. Photo: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerp 17.10.1924) is educated in Wallonia and in Flanders; he studied at the Académie Royale des Beaux-Arts in Liège with P. Drion and the Academy of Fine Arts of Antwerp with Charles Verlat. During the Great War he lived in Antwerp. From 1897 he became a teacher at the Academy in Antwerp.
Piet Van Engelen mainly focused on animal painting.

Piet Van Engelen, Rooster and hen “Lune de miel” (“moon of honey“), painting. Photo: online

Initially the images were purely decorative and conceived as still life. His works gradually became more lively by depicting folk proverbs, symbols, etc.” (Piron 2016)

 

Decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn”, design Piet Van Engelen, 1916; embroidery Ouvroir d’Anvers, Antwerp. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Decorated flour sack HHPL inv. no. 62.4.447
The representation on the flour sack is a powerful symbol of the dawn. A rooster in colorful plumage towers high on the branch of an oak tree, a symbol of strength, and crows its morning greeting with its beak spread open. The crowned shield of Belgium is central between its legs. A ribbon flows between the oak leaves bearing the words “To Brave Belgium”.

The original print on the sack, the three letters “A.B.C.” in a rectangular frame, are interlaced with ripe stalks of grain.

Detail of the decorated flour sack: the sun and American eagle with spread wings and shield rise behind the rooster and lion. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The sun rises in golden yellow behind the composition. On close inspection, the viewer sees the bald eagle, a stalk of grain in its beak, with spread wings and American shield, rising up in the rising sun.

Detail of the decorated flour sack: tribute to Herbert C. Hoover, executed in the Ouvroir d’Anvers, Antwerp, 1916. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

At the top right of the canvas a “scroll” with text can be seen. The text is a tribute to Herbert C. Hoover, director of the CRB, from the Ouvroir d’Anvers, Antwerp:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’
.
This part could have been added later, because it gives the impression that it is not an essential part of the composition of Van Engelen’s design.

Detail of the decorated flour sack: signature “Piet van Engelen, A. 1916”. The light blue pattern drawing of the grain stalks is visible on the canvas. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

At the bottom left is the signature “Piet van Engelen, A. 1916” in black ink.
I presume the capital letter “A” stands for Antwerp.

The surprise of the decorated flour sack
From a distance, such as in this photo, Van Engelen’s flour sack looks like a painting, having been brushed on canvas. The surprise is that the image was actually embroidered, threaded through the cloth with needle and thread, executed by one or a few experienced and professional embroiderers!

Usually, professional embroiderers worked on embroidery with religious subjects, on banners, on furniture and clothing for the highest classes.

Guy Delmarcel described the flour sack in 2013 as follows: “... a beautifully embroidered allegory, a “Belgian” rooster with the inscription “To brave Belgium“, which according to a French text at the top right was commissioned by the Antwerp department of the CSA. The work is signed in pen by Piet Van Engelen (1863-1924), a meritorious animal painter from Lier, who provided the design (inv. 62-4-447; fig. 21).” [1]

How did Van Engelen find embroiderers to execute his design? We can learn more from an American primary source.

Charlotte Kellogg in Antwerp

Ouvroir d’Anvers, Antwerp, iconic overview photo from the gallery, 1915. Photo: E.E. Hunt, “War Bread”

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, May 21, 1874 – Monterey, California, May 8, 1960), CRB delegate – unique as the only woman – stayed in Belgium between July and November 1916. She was an eyewitness to the creation of Piet van Engelen’s artwork. She described her visit to the Ouvroir d’Anvers in Antwerp in her book “Women of Belgium”. [2]
“In one whole section the girls do nothing but embroider our American flour sacks. Artists draw designs to represent the gratitude of Belgium to the United States. The one on the easel as we passed through, represented the lion and the cock of Belgium guarding the crown of the king, while the sun—-the great American eagle rises in the East.

Piet van Engelen did not have to look for embroiderers as performers of his work; on the contrary, he was commissioned to make designs for embroidery, to be executed by embroiderers from the Ouvroir d’Anvers. His design was on the easel during Kellogg’s visit in the summer of 1916.
The pattern of the design has been drawn on the flour sack, the drawing lines are still visible in some places. The yarns were selected, the colors of the yarns were chosen according to the colors of the design. The embroiderer went to work with precise instructions on which embroidery stitches to use. During the creation process there would have been regular consultation about the colors and the direction of the stitches.

Detail of the decorated flour sack: the rooster and the crowned shield of Belgium. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Rooster
Since the first encounter with images of Piet van Engelen’s decorated flour sack, I have wondered which interpretation he wanted to provide with his use of the “Belgian rooster”. Was the rooster in its scene an allegory or a national symbol?

My impression is that Van Engelen painted an allegory of a “rooster on an oak branch at dawn”. He was an avid painter of the animals that surrounded people, present in the house and garden, chickens and roosters in particular.

Piet van Engelen, “Rooster and chickens”, photo: online

Roosters have a strong natural territorial drive. They puff up their chests and defend the chickens against much bigger enemies. The rooster claims its territory by crowing. The artist knew the great power of the symbol of the rooster better than anyone else. Moreover, in the image of the rooster, Van Engelen must have felt free in his expression, he knew the animal, it was his own, he could put a range of colors and shine in the plumage. He placed the rooster proudly on the thick branch of an oak, the oak leaves colorfully executed. The oak added meaning to the allegory as a symbol of protection, fortitude, courage and strength.
Van Engelen sealed his allegory with the dedication written on the ribbon: “To brave Belgium”.

It does not seem plausible that Van Engelen depicted the rooster as a national symbol for Belgium. He was a Flemish artist who made designs for the Ouvroir in Antwerp, which was under the protection of the Antwerp provincial relief committee, the Comité provincial de Secours et d’Alimentation.
Flanders has a flag with a black lion, on the shield of Belgium is a climbing lion in gold. Wallonia indeed has a flag with a rooster. As a skilled painter of animal figures, Van Engelen would have depicted a lion rather than a rooster, if it were national symbolism.

Other designers also used the rooster in their work in the period ’14-18, for example this design in needlepoint lace.

The design of a rooster in needlepoint lace. Photo: E. McMillan

Milling company
Which mill has filled the sack with flour and had it shipped from the U.S. to Belgium?
Unfortunately, this is not (yet) known. There is no clearly printed name of the mill; in one photo I think I see a glimpse of large capital letters flashing on the underside of the canvas. Hopefully they can be used to clarify the origins of the sack in the future.

The original print A.B.C.

Detail of the decorated flour sack: original print “A.B.C.” Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The original print, the letters “A.B.C.” in a rectangle of thick edges, was painted over on Van Engelen’s flour sack, but it was not embroidered. Originally the letters were blue, the print was painted over with violet.

“A.B.C.” on flour sack “Gold Medal”. Coll. IFFM inv.nr. 001646; photo: author

That abbreviation “A.B.C.” has a meaning that continues to puzzle me. Numerous flour sacks are printed with “A.B.C.”. Even more flour sacks have been stamped before leaving the U.S. with the letters “A.B.C.”.

“A.B.C.” stamp on flour sack “Perfect”/G. Devreese. Coll. KMKG-MRAH Tx 262; photo: author

I suspected the acronym “American Belgian Commission” or “American Belgian Consul”. I have not been able to find evidence for it.
The first option I did find was the abbreviation “A.B.C.” for “American Bakers Council”, an American quality certificate for flour supplied to bakeries by the mills.
However, this seems unlikely as boxes containing other types of U.S. relief supplies have also been stamped “A.B.C.”.

Children’s shoes in New York, destined for Belgium. Mrs. Price Post *) adjusted the shoes on American children before shipment. The box bears the stamp “A.B.C.” on the side. Photo: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, January 31, 1915

A second option is therefore the abbreviation “A.B.C.” for “American Belgian relief Committee“. The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, made this statement on January 31, 1915: The Oregon Belgian Relief Committee and its Advisory Board had finished their work, reporting their work to the Governor of the State of Oregon. Afterwards, they still received gifts and would forward them to what they called the “American Belgian relief committee” (“A.B.C.”?!) in New York.

Advertisement of Annan, Burg & Company mill in St. Louis, Missouri, in their logo they use the letters A.B.C. Source: Northwestern Miller, January 13, 1915; photo: E. McMillan

Option three was suggested to me by Evelyn McMillan: the Annan, Burg & Company mill in St. Louis, Missouri ran “A.B.C.” in their logo, the abbreviation of the company name in advertisements in the Northwestern Miller between 1910 and 1915. However, this logo cannot sufficiently explain the prints “A.B.C.” on flour sacks from other mills or those on other relief products.

Addition June 6, 2021: ‘Plain cotton sacks with the letters A B C’
The puzzle of the letters ‘ABC’ has been partially solved. It has been an instruction from the CRB office in New York. This is apparent from the following newspaper report from Ohio, where the local Belgian relief committee in Greenville had to repack the flour in plain cotton sacks printed with the letters A B C on them:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

But, alas, the meaning of the three letters is unknown!?!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Family Van Engelen

Louis Van Engelen, “Sunday afternoon at Sint-Anneke”, 1887. Belgian private collection; photo: website Museum Vleeshuis, Antwerp

Besides Piet Van Engelen, other members of the Van Engelen family were also at the forefront of Antwerp cultural life. Elder brother Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerp 14.10.1941) was a painter, he completed landscapes, animals, portraits and genre scenes and often worked in large format.
Museum Vleeshuis in Antwerp is currently showing his painting “Sunday Afternoon on Sint-Anneke“, 1887. He has depicted his brother Piet in the middle of the company in the painting.

Grandfather François Joseph Van Engelen (1785-1853) had founded a workshop for brass instruments in Lier in 1813. The studio grew into perhaps the largest Belgian producer of these musical instruments. Part of the contents of the old workshops are part of a permanent installation in the basement of Museum Vleeshuis.

Conclusion

Decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn”, design Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; photo: E. McMillan

Piet Van Engelen’s decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn” in the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum is a unique work of art in both design and execution, created in the Ouvroir of Antwerp, by experienced and professional embroiderers. It is a powerful allegory. It has been dedicated to Herbert C. Hoover, director of the Commission for Relief in Belgium.

We can speak of “the flagship of the decorated flour sacks”.

 

 

*) Addition courtesy of Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) was a prominent New York society woman in the early 1900s. In 1922, at the age of 50, she published the book ‘Etiquette’ about manners and etiquette under het author’s name Emily Post, making it famous to this day! See the ‘Emily Post Institute‘. To my Dutch readers: she was the American Amy Groskamp-ten Have from ‘Hoe hoort het eigenlijk’, but her book did not appear until 1939.

Thanks to:
– Marcus Eckhardt, Curator of Herbert Hoover Presidential Library and Museum;
– Evelyn McMillan; Mauro Callens and Audrey Magniette; they provided me with photos they took during a visit to HHPL;
– Hubert Bovens for the biographical research of the artists.

 [1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I (American Flour Sacks as textile witnesses of World War I). Brussels, Parc Cinquantenaire: Bulletin of the Museum Art and History, volume 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Archives (HIA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Het is mijn indruk dat ruim 400 versierde meelzakken van WO I onderdeel waren van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken in de archieven van de CRB rond 1962 zal zijn opgesplitst in twee delen: een kwart bleef bij HIA in Californië en driekwart kwam in beheer van HHPL in Iowa. Daarmee is in West Branch de grootste collectie versierde meelzakken ter wereld gevestigd. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er nog niet geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus.

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Ook andere ontwerpers gebruikten de haan in hun werk in de periode ’14-18, bijvoorbeeld dit ontwerp in naaldkant.

Het ontwerp van een haan in naaldkant. Foto: E. McMillan

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking A.B.C.

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking ‘A.B.C.’ Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette

De originele bedrukking, de letters ‘A.B.C.’ in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, 31 januari 1915

Een tweede optie is daarom de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Belgian relief Committee’. Het dagblad The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, gaf deze vermelding op 31 januari 1915: de Oregon Belgian relief committee en haar adviesraad waren klaar met hun werk, zij hadden verslag uitgebracht van hun werkzaamheden aan de gouverneur van de staat Oregon. Nadien ontvingen ze toch nog giften en zouden die doorsturen aan wat zij noemden de ‘American Belgian relief committee’ (‘A.B.C’?) in New York.

Advertentie van de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri, in hun logo voeren zij de letters A.B.C. Bron: Northwestern Miller, 13 januari 1915; foto E. McMillan

Optie drie is mij aangereikt door Evelyn McMillan: de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri voerdde ‘A.B.C.’ in hun logo, de afkorting van de bedrijfsnaam in advertenties in de Northwestern Miller tussen 1910 en 1915. Dit logo kan echter niet voldoende verklaring zijn voor de prints ‘A.B.C.’ op meelzakken van andere maalderijen, die niet in St. Louis, MO. waren gevestigd.

Aanvulling 6 juni 2021: ‘Effen katoenen zakken met de letters A B C’
Het raadsel van de letters ‘ABC’ is gedeeltelijk opgelost. Het is een instructie geweest van het CRB-kantoor in New York. Dit blijkt uit het volgende krantenbericht van Ohio, waar de locale Belgian Relief commissie in Greenville het meel moest overpakken in effen katoenen zakken bedrukt met de letters A B C:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Maar, helaas, de betekenis van de drie letters is onbekend!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Familie Van Engelen

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution

Een ‘hiercheuse’ van de Belgische kunstenaar Armand Rassenfosse bevindt zich in de Verenigde Staten in de Hoover Institution Library & Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca.
Het unieke van de prent van Rassenfosse’s mijnwerkster is dat hij deze in 1915 heeft afgedrukt op een lege meelzak afkomstig van de westkust van de VS.

Vancouver Daily World, Vancouver, B.C., Canada, 26 januari 1915

De zak was, gevuld met meel, tezamen met duizenden andere zakken meel, in het voorjaar van 1915 uit Portland, Oregon, verscheept als voedselhulp naar België en kwam terecht in Luik.

Stoomschip Cranley wordt geladen. The Oregon Daily Journal, Portland, Oregon, 24 januari 1915

Eenmaal geleegd bij een bakker is de zak ter beschikking gesteld van Rassenfosse, die zich als kunstenaar bereid had verklaard er een kunstwerk op te maken.
Rassenfosse maakte deel uit van een groep Luikse kunstenaars die voor het goede doel 67 meelzakken beschilderden en bedrukten voor de grote liefdadigheidstentoonstelling, gehouden in Luik in juli 1915. De kranten stonden vol over de tentoonstelling en prezen Rassenfosse voor prenten van mijnwerksters op enkele meelzakken.
De Amerikaan Frederick H. Chatfield, gedelegeerde in Luik van de Commission for Relief in Belgium in 1916, heeft een ‘hiercheuse’ meelzak in eigendom gekregen en mee teruggenomen naar zijn woonplaats Cincinnati, Ohio. Omdat het CRB-archief van Chatfield gedeponeerd is in de Hoover Institution Archives (HIA) is de ‘hiercheuse’ van Rassenfosse daar terecht gekomen en recent, dankzij foto’s gemaakt door de HIA-staf, geopenbaard.

Armand Rassenfosse: ‘Hiercheuse’ (mijnwerkster)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, verso. Coll. HIA Fred. H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

Armand Rassenfosse drukte op een deel van een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Het doek is gespannen om een stuk karton. Hoogstwaarschijnlijk is het een lithografie, mogelijk geretoucheerd. De hoogte van het werk is 44 cm.
In zijn handschrift vermeldde Rassenfosse ‘Etude pour un tableau’ op het doek. Mogelijk is de hiercheuse in de collectie van de Hoover Institution een proef geweest en heeft Rassenfosse deze prent later als geschenk weggegeven aan de jonge CRB-gedelegeerde Chatfield.

‘Etude pour un tableau’ en signering van Armand Rassenfosse, meelzak ‘hiercheuse’. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

De hiercheuse op de meelzak heeft een zittende houding en is gekleed in een blouse met opgerolde mouwen en lange rok; zij kijkt ons vorsend aan, terwijl ze met bijna kinderlijke handen naar haar enkels grijpt, alsof zij zedig haar rokken om haar enkels wil klemmen. Een grote bolle hoofddoek bedekt haar haren, schijnbaar elegant gehakte klompen sieren haar voeten. Zij is een aantrekkelijke verschijning.

Armand (de) Rassenfosse[1] (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934), autodidact, was tekenaar, graveur en schilder. Door zijn onuitputtelijke werkkracht werd hij een van de belangrijkste Waalse kunstenaars van de vorige eeuw.
Pol de Mont schrijft in 1902/1903: ‘Hij heeft zijn sporen verdiend als lithograaf en als akwafortist, en is er evengoed in geslaagd, degelik werk te voltooien met de droge als met de natte naald’;..…’aarzel ik toch niet te zeggen, dat geen van mijn landgenoten in dit vak uitmunt boven hem.’[2]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, olieverf op karton (35×26 cm). Verkocht via veiling, artnet.com; foto: online

Zijn achterkleindochter Nadine de Rassenfosse, kunsthistorica, schreef over Rassenfosse: ‘Hij was klassiek modernist; erfgenaam van het symbolisme en de art nouveau’:
‘Centraal thema in het oeuvre van Rassenfosse is de Vrouw. Zijn universum wordt helemaal ingenomen door vrouwelijke figuren, uit alle sociale lagen en in al hun dagelijkse activiteiten: arbeidsters, hiercheuses uit de Luikse mijnstreek, opgeklede vrouwen met hoeden of naakte meisjes van plezier, danseressen in actie of zogende moeders.’[3]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, kleuren lithografie, 1913. De hiercheuse vertoont -gespiegeld- grote gelijkenis met de prent op de meelzak. Verkocht via veiling auction.fr, september 2013; foto: online

Door talloze afbeeldingen te bekijken van mijnwerksters op websites met online veilingen is mij gebleken dat Rassenfosse eerder, in 1913, een ingekleurde lithografie geproduceerd heeft, die op enkele details na exacte gelijkenis toont met de ‘hiercheuse’ op de meelzak, zij het dat de afbeelding is gespiegeld. Ik vraag me af of Rassenfosse succesvol was met de eerdere litho en daarom de meelzak wenste te bedrukken met een voor het publiek herkenbaar werk, de ‘verheerlijking van een lokaal personage’.
De trieste gebeurtenissen van het overlijden van zijn 23-jarige zoon Jean ( Luik 14.02.1890 – Luik 23.06.1913) en het uitbreken van de oorlog in 1914 met de gevechten rondom Luik en de Duitse bezetting hadden een grote invloed op de kunstenaar.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse; detail originele bedrukking van de meelzak. Coll. Fred. H. Chatfield Papers, HIA, foto HIA staff

De meelzak gebruikt door Rassenfosse voor zijn prent, is afkomstig van de Amerikaanse westkust, de verkoopkantoren van de maalderij waren in de steden Seattle en Tacoma in de staat Washington, Portland, Oregon en San Francisco, Californië [4]. De staten Washington en Oregon waren grote tarwe-producerende gebieden. Ze exporteerden graan naar Azië, en ook naar Europa, via de havenstad Portland in Oregon.
Voor de Commission for Relief in Belgium vertrokken tussen eind januari en eind maart 1915 meerdere schepen met voedselhulp vanuit de Amerikaanse westkust naar België. De meelzak zal aan boord zijn geweest van een van deze schepen.

Liefdadigheid

Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Luik, particuliere verzameling

Rassenfosse droeg bij aan liefdadigheid, lees het blog Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Academie des Beaux Arts’.

Kranten noemden en complimenteerden zijn werk:
Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. ‘(Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)

‘De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’ …’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1917; conté-potlood en waterverf op papier, 34×24 cm, verkocht in 2017; foto mutualart.com
Signatuur Rassenfosse en door hem handgeschreven tekst: ‘Pour la Soirée d’art et de charité donné chez Mme Emile Fraigneux le 29 Septembre 1917’

In 1917 maakte Rassenfosse een tekening van een hiercheuse waarop hij de tekst schreef: ‘Getekend programma. Voor de Kunst- en liefdadigheidsavond, gehouden bij Mme Emile Fraigneux op 29 september 1917′.

Het fenomeen ‘Mijnwerksters in de kunst’
Onbekend met het fenomeen ‘mijnwerksters in de kunst’ heb ik gepoogd me in te lezen in het onderwerp om te begrijpen welke symboliek de meelzak ‘hiercheuse’ van Rassenfosse in zich draagt. Wat bezielde de kunstenaar om een jonge vrouw met een loodzwaar en gevaarvol beroep te verheerlijken als was zij een nimf?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit opmerkelijke onderwerp vol paradoxen een aparte studie vergt.  In dit blog stip ik slechts aan wat mij bij mijn poging tot inlezen heeft verwonderd.

Armand Rassenfosse, ‘Young Seated Girl’, (herkenbaar door hoofddoek en klompen als hiercheuse), potlood en waterverf op papier, 35×26 cm; verkocht 2017, foto: mutualart.com

Hiercheuse

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Hiercheuses aan het werk. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Het woord ‘hiercheuse’ is afgeleid van de term ‘hierchage’, het slepen van de steenkool, de voornaamste bezigheid van de vrouwelijke mijnwerkers: het duwen van de volle kolenwagens naar de schachten en het bovengronds selecteren van de kolen.

Leen Roels: De realiteit van de arbeid van de mijnwerkster

Dr. Leen Roels deed onderzoek naar vrouwenarbeid in de Luikse mijnen, 2014; foto: website DeMijnen.nl

De Belgische wetenschapper Leen Roels promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Maastricht op haar onderzoek naar de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1974. In haar boek ‘Het tekort’ belicht zij in hoofdstuk 2 de vrouwenarbeid in de mijnen. [5]

Circa 2.500 vrouwen (ruim 6% van de personeelsbezetting) werkten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de Luikse mijnen. Pas in 1892 werd vrouwenarbeid in de mijnen in België beperkt, later dan elders in Europa.

Kaart van het Luikse kolenbekken, zoals afgedrukt in het boek ‘Het tekort’ van Leen Roels, 2014
Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1906, lithografie op papier (36×25 cm). Verkocht op the-saleroom.com in 2016, foto: online

Citaat uit het boek van Roels:
‘Dat vrouwen tot aan het begin van de twintigste eeuw in België als mijnwerkster ondergronds werkten, en bovengronds nog veel langer, is een weinig onderzocht gegeven. Dit is verwonderlijk, gezien het feit dat de mijnwerkster voor vele kunstenaars een populair motief vormde. Een groep kunstenaars met socialistische sympathieën vond hierin een dankbaar onderwerp en bovendien werd deze kunst actief ondersteund door de groeiende Belgische Werkliedenpartij-Parti Ouvrier Belge (opgericht in 1885). Vanaf de jaren 1880 werd de ‘hiercheuse’ één van de meest geschilderde, gebeeldhouwde en later gefotografeerde arbeidsters in België.’

Leen Roels geeft met inzichtelijke tabellen informatie over de realiteit van de arbeid van de mijnwerksters.

Leen Roels, Het aantal vrouwelijke arbeidskrachten naar leeftijd in het Luikse bekken, tabel in ‘Het tekort’, 2014

Enkele conclusies van haar onderzoek:
– De functies van de vrouwen in de Luikse mijnen waren samen te brengen onder de noemer: laaggeschoold en aanvullend. Het is aannemelijk dat dit zijn oorsprong vond in de arbeidsverdeling in familieverband.
– Het algemene patroon was dat de hiercheuse gemiddeld op haar twaalfde jaar in het mijnbedrijf begon en dat ze dit zware werk volhield totdat ze in het huwelijk trad en haar eerste kind kreeg. In de 19e eeuw gebeurde dit gemiddeld tussen 26 en 29 jaar.

Leen Roels, Het gemiddeld netto-dagloon ondergronds in de Belgische steenkoolnijverheid, 1895-1900 (in BEF), tabel in ‘Het tekort’, 2014

– In het algemeen bedroeg het dagloon van een mijnwerkster nauwelijks de helft van dat van haar mannelijke collega. Roels kon geen verband ontdekken tussen verloning en een bepaalde functie, het leek haar toe dat de mijnwerksters net omwille van hun vrouwzijn zo laag betaald werden.
– Het lage loon vormde in België een belangrijke reden om de arbeid van vrouwen ondergronds pas laat te verbieden. De beperking van vrouwenarbeid in de Belgische mijnen kreeg zijn beslag met de wetgeving van 1889 die ondergrondse arbeid voor vrouwen onder 21 jaar vanaf 1892 verbood. Vrouwen bleven werkzaam in het mijnbedrijf tot in de jaren 1920, zij werkten in die laatste jaren veelal bovengronds.

Patricia Penn Hilden: De mijnwerkster in de kunst

Cécile Douard, Hiercheuse des mines, 1897; foto: omslag van het boek van Patricia Penn Hilden

De Amerikaanse wetenschapper Patricia Penn Hilden bestudeerde vrouwen, werk en politiek in België van 1830-1914 [6].
Zij ging nader in op de verschillende motieven van een aantal kunstenaars om de mijnwerksters af te beelden:
– Constantin Meunier schilderde, tekende en beeldhouwde vele tientallen mijnwerksters -jong en mooi- als representeerden zij voor hem een nationaal, Belgisch icoon.
– Cécile Douard tekende de mijnwerksters realistisch, in beweging, vuil; oude mijnwerksters toonde ze uitgeput, ze had compassie met de vrouwen in dit loodzware beroep.
– François Maréchal en Armand Rassenfosse daarentegen idealiseerden de mijnwerkster. Zij beeldden haar seksueel aantrekkelijk af; mijnwerksters waren jong, het werken in de mijnen gaf hen erotische aantrekkingskracht.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse aux seins nues; potlood en pastel op papier, (32×23 cm). Voormalige collectie Graaf de Launoit, Luik; verkocht op pba-auctions.com in 2019 voor €1.563; foto: online

Het Brugse Prentenkabinet: Rassenfosse verheerlijkt de zinnelijkheid
Het Brugse Prentenkabinet bewaart een prent uit 1905 waarover het museumbulletin schrijft: ‘Rassenfosse beeldt de wagenduwster met ontbloot bovenlichaam uit in een moment van rust terwijl ze een uitdagende blik naar de toeschouwer werpt. In alle sereniteit observeert de kunstenaar het vrouwelijk lichaam waarvan hij de zinnelijkheid verheerlijkt. Het is een passie die hij zijn hele artistieke loopbaan zal blijven koesteren.’[7]

Fotografie: in opdracht van mijnbedrijven
Fotografen hebben talloze beelden van het werk in de mijnen vastgelegd. De kanttekening bij de foto’s moet zijn dat de foto’s veelal gemaakt zijn in opdracht van de mijnbedrijven om hun moderne bedrijfsvoering te tonen, de kracht van vooruitgang in beeld te laten spreken. Onderdeel van de moderniteit was dat ook vrouwen het werk konden doen, ze waren goedkope arbeidskrachten.

‘Esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’

Gustave Marissiaux, Hiercheuses, 1904-1905. Foto uit artikel van Marc-Emmanuel Mélon in Art&Fact, no. 30, Luik 2011. Foto: Coll. Musée de la Vie wallonne

Marc-Emmanuel Mélon, hoogleraar aan de Universiteit van Luik, benoemde de ‘esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’ in zijn artikel over het fotografie-project ‘La Houillère’ van de fotograaf Gustave Marissiaux (Marles, Pas-de-Calais, 1872 – Cagnes, Frankrijk, 1929).[8]
In opdracht van de gezamenlijke Luikse mijnbedrijven maakte Marissiaux een fotoreportage om de innovatieve industriële bedrijvigheid aan de wereld te tonen.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen sorteren, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Marissiaux moest een realiteit weergeven in zekere objectiviteit. Maar hij zag zich geconfronteerd met de werkelijkheid van kinderen die 12 uur per dag met hun blote handen kolen moesten sorteren; met vrouwen die met schoppen karren volladen en zware wagens op rails moesten voortduwen; met mannen die de dood in de ogen keken door de stoflongen die ze kregen en het voortdurende gevaar van overstromingen in de mijnschachten. In die bedrijven was er al decennialang sociale onrust, daar waren de sociale verschillen het grootst en meest zichtbaar.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen laden op wagons, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

En toch voerde Marissiaux zijn opdracht uit: hij hield afstand tot de mijnwerkers, hij toonde hun werk, niet de mannen en vrouwen die het uitvoerden onder extreem zware omstandigheden.

Waar Marissiaux wordt vergeleken met de kunstenaar Constantin Meunier merkt Mélon op dat ‘de vergelijking volledig mank gaat omdat Marissiaux in tegenstelling tot Meunier minder geïnteresseerd is in de mens dan in de organisatie van het mijnbedrijf en hij heeft ook nooit de arbeider tot de moderne god Prometheus verheven, zoals Meunier wel deed’

De fotografie van Marissiaux was een daverend succes: ‘Het immense succes van de serie foto’s getuigt van de aantrekkingskracht die de mijnbouwwereld uitoefende op zowel de gegoede burgerij die een industrieel universum ontdekte dat ze niet kende, als op de arbeidersklasse die de beelden van een wereld die de hunne was, bijzonder wist te waarderen.

Foto van een ‘botteresse’, een jonge vrouw -ze heeft een breiwerk in haar handen- die te voet goederen vervoerde in een grote mand. Loodzware manden met kolen behoorden daar ook toe. 1914-Illustré, 20 maart 1915

Chatfield papers in HIA

Frederick Huntington Chatfield, gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium in Luik van januari tot augustus 1916

Frederick Huntington Chatfield (Cincinnati, 02.04.1890 – Cincinnati 16.11.1930) heeft het voorrecht gehad bezitter te zijn van de meelzak met prent van Rassenfosse.
Chatfield was 25 jaar toen hij medewerker van de CRB werd in de provincie Luik van januari tot augustus 1916. In het kader van zijn werkzaamheden zal hij in het bezit zijn gekomen van de ‘hiercheuse’ meelzak. Welke beweegredenen er zijn geweest om te kiezen voor het portret van de jonge mijnwerkster zal ons wel nooit bekend worden.
Chatfield is op jonge leeftijd overleden, hij bleef vrijgezel, had geen kinderen; hij was 40 jaar toen hij stierf. Zijn archiefstukken met betrekking tot de Commission for Relief in Belgium zijn uiteindelijk terecht gekomen in de Hoover Institution Archives.

Ik dank Evelyn McMillan voor het nemen van het initiatief de meelzak te laten fotograferen. Aan Hubert Bovens dank voor zijn opzoekwerk van biografische gegevens van de kunstenaar en zijn klankbordfunctie bij het samenstellen van dit blog.
Een ‘zak vol herinneringen’ is erdoor tevoorschijn gekomen.

Aanvulling 26 mei 2021: Zakkennieuws uit Luik!

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster), ‘Imprimé sur toile de sac américain’. Lithografie, 1915. Collectie en foto: Musée de la Vie wallonne

Nadine de Rassenfosse en Aurélie Lemaire, medewerksters van Musée de la Vie wallonne in Luik, hebben naar aanleiding van de informatie uit HIA en dit blog nader onderzoek uitgevoerd naar de meelzakken in hun collectie. Tot ieders verrassing is onder meer de bovengetoonde lithografie van Armand Rassenfosse op meelzak tevoorschijn gekomen! Bovendien zijn de 36 meelzakken in deze bijzondere collectie van Musée de la Vie wallonne nu volledig gedocumenteerd en online raadpleegbaar! ‘Focus: Avoir plus d’un tour dans son sac’.

 

Geboorteakte Armand (de) Rassenfosse, Luik, 6 augustus 1862 met aantekening naamswijziging 30 november 1926

[1] Bij zijn geboorte is Armand Rassenfosse ingeschreven als André Louis Armand Rassenfosse. Later is in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeldt dat arrest is gewezen door het burgerlijk tribunaal van Luik op 30 november 1926 dat ‘Rassenfosse’ vervangen moet worden door ‘de Rassenfosse’. Hubert Bovens maakte mij hierop attent en stuurde een foto toe van de geboorteakte. Na rijp beraad en in overleg met Hubert Bovens, heb ik besloten in mijn blog de kunstenaar ‘Rassenfosse’ te noemen, omdat alle boeken en catalogi die over hem zijn verschenen de kunstenaar benoemen als ‘Rassenfosse’, zonder het tussenvoegsel ‘de’. Zelfs zijn achterkleindochter en kunsthistorica Nadine de Rassenfosse, die zelf wel het tussenvoegsel ‘de’ in haar naam voert, benoemt haar overgrootvader zonder ‘de’ als ‘Rassenfosse’.

[2] De Mont, Pol, Kunst & Leven. Jaargang 1. Ad. Hoste, Gent/P.J. van Melle, Antwerpen/H. Lamertin, Brussel/Valkhoff & Co, Amersfoort 1902-1903, p.49-60

[3] De Rassenfosse, Nadine, Gilissen, Pierre, Rassenfosse of de schoonheid van het boek. Brussel: Koning Boudewijnstichting, 2015

[4] Suggestie van Evelyn McMillan is, dat de meelzak afkomstig zou kunnen zijn van Balfour, Guthrie and Company, merknaam op hun meelzakken was ‘Crown Mills’.

[5] Roels, Leen, Het tekort. Studies over de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1974. Stichting Maaslandse Monografieën. Hilversum: Verloren, 2014

[6] Hilden, Patricia Penn, Women, Work and Politics. Belgium 1830-1914. Oxford: Larendon Press, 1993

[7]De herleving van de etskunst in Luik’ in: Indrukwekkend. Nieuwe topstukken uit het Brugse Prentenkabinet. Museumbulletin 1, Musea Brugge jan-maart 2017

[8] Mélon, Marc-Emmanuel, Paradoxe esthétique et ambiguïtés sociales d’un documentaire photographique: La Houillère de Gustave Marissiaux (1904-1905). In: Art&Fact, no. 30, Luik 2011, p.146-156

Musée de la Vie wallonne in Luik bewaart de originele foto-serie van Gustave Marissiaux, raadpleegbaar via de website van de provincie Luik: ‘Objets, Documents audiovisuels, Marissiaux, Gustave, 440 enregistrements’. Marc-Emmanuel Mélon maakte in 1985 een documentaire over het werk van Marissiaux en zijn foto-serie van de mijnbedrijven.

Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution

Recente fotografie heeft interessante versierde meelzakken in de Hoover Institution aan het licht gebracht! Wat blijkt: Hoover Institution Library & Archives bewaart vijf beschilderde meelzakken van de hand van de Belgische kunstenaars Paul Jean Martel, Roméo Dumoulin, de broers Henri en Alphonse Logelain en Armand Rassenfosse.

Stanford University, Main Quad met uitzicht op de Hoover Tower waar de Hoover Institution is gevestigd; foto: E. McMillan, 2019

Hoover Institution
Stanford University in Palo Alto, Californië, huisvest de Hoover Institution. Het echtpaar Leland en Jane Stanford stichtten de universiteit in 1891.
Herbert Clark Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964) was een van de eerste studenten; hij kwam aan in 1891 en studeerde af als mijnbouw ingenieur in 1895.

Lou Henry studeerde geologie (afgestudeerd in 1898) op Stanford University; foto: HIA

Hij ontmoette er zijn partner, Lou Henry (Waterloo, Iowa, 29.03.1874 – New York, NY, 07.01.1944), die op Stanford in 1898 als eerste vrouwelijke studente afstudeerde in de geologie. Herbert en Lou Hoover zouden gedurende hun hele leven betrokken blijven bij Stanford University.

‘Founded by Herbert Hoover in 1919, the Hoover Institution Library & Archives are dedicated to documenting war, revolution, and peace in the twentieth and twenty-first centuries. With nearly one million volumes and more than six thousand archival collections from 171 countries, Hoover supports a vibrant community of scholars and a broad public interested in the meaning and role of history.
Between 1919 and 1964 Herbert Hoover routinely deposited his papers in the Hoover Institution Library & Archives.’

Herbert Hoover, 1895, jaar van afstuderen in geologie aan Stanford University; foto: HIA

(‘De Hoover Institution Library & Archives, opgericht door Herbert Hoover in 1919, legt zich toe op het documenteren van oorlog, revolutie en vrede in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Met bijna een miljoen boeken en meer dan zesduizend archiefcollecties uit 171 landen biedt Hoover Institution ondersteuning aan een levendige gemeenschap van wetenschappers en een breed publiek dat geïnteresseerd is in de betekenis en rol van geschiedenis op dit gebied. Herbert Hoover maakte er tussen 1919 en 1964 een routine van om zijn documenten in de Hoover Institution Library & Archives te deponeren.’)

Archieven CRB en Herbert Hoover
De Hoover Institution Library and Archives (HIA) bewaart de archieven van de Commission for Relief in Belgium (CRB); persoonlijke archieven van CRB-medewerkers bevinden zich er ook. Herbert Hoover was directeur van de CRB, hij zorgde ervoor dat de archieven van alle vestigingen van de CRB in New York, Londen, Rotterdam en Brussel naar het Hoover Institution werden gestuurd.
Later is Herbert Hoover verkozen tot president van de VS, van 1929-1932. Alle documenten die zijn werk als Amerikaans president aangaan, zijn bewaard in het Herbert Hoover Presidential Library-Museum in West-Branch, Iowa (HHPLM).

Onderzoek in de HIA
Op zoek naar sporen van versierde meelzakken in de archieven van Hoover Institution heb ik online de vijf beschilderde meelzakken gevonden in het ‘Register of the Commission for Relief in Belgium Records, 1914-1930’ en wel in de persoonlijke archieven van drie CRB-medewerkers:
– Chatfield (Frederick H.) papers 1914-1919: 1 exemplaar
– Gay (George I.) papers 1915-1929: 3 exemplaren
– Kirby (Gustavus T.) papers 1914-1941: 1 exemplaar.

Toegang krijgen tot de archieven van HIA is gemakkelijk als je je ter plekke bevindt. Woon je, zoals ik, in Europa dan stuit je op problemen.
Bij de start van mijn onderzoek in 2018 had ik aan HIA via het online contactformulier informatie gevraagd over versierde meelzakken. Een van de archivarissen was zo vriendelijk mij enkele foto’s van geborduurde meelzakken in hun collectie toe te sturen. Ze nodigde me uit zelf verder onderzoek te komen doen in de archieven, dan wel een onderzoeksassistent in te huren om dit voor mij te doen.
Mijn conclusie was vanwege de grote afstand deze research voorlopig te moeten ‘parkeren’.

Evelyn McMillan
In januari 2020, een jaar geleden, kwam het onderzoek toch in een stroomversnelling. Ik had het grote voorrecht in contact te komen met Evelyn McMillan, bibliothecaris van de Tanner Philosophy Library van Stanford University.

Evelyn McMillan op de tentoonstelling ‘Warlace@kantieper’, College van Ieper, 2018; foto coll. E. McMillan

Evelyn McMillan is auteur van enkele instructieve artikelen over ‘war lace’, Belgisch oorlogskant gemaakt in WO I.[1] Zij is ook gepassioneerd verzamelaar van kennis over de versierde meelzakken. Dit alles vanuit persoonlijke interesse.
Evelyn is geboren en getogen in Palo Alto en ging al als klein meisje met haar ouders naar Stanford University om te kijken naar de versierde meelzakken die daar tentoongesteld waren. Zij vertelde me over een aantal van ongeveer 160 meelzakken in de collectie van de HIA; tot enkele jaren geleden waren enkele tientallen fraaie zakken permanent tentoongesteld in de Hoover Tower op Stanford.[2] Door verbouwingswerkzaamheden zijn ze tegenwoordig allemaal in de archieven opgeborgen.
Evelyn verzamelde zelf een kleine collectie meelzakken. Ze bezit uitgebreide documentatie over het werk van de CRB en de meelzakken. In de loop van de jaren heeft zij in samenwerking met de medewerkers van de archieven ook een waardevolle foto-verzameling weten aan te leggen van versierde meelzakken die bewaard zijn in de HIA. Op deze wijze zijn recent de vijf beschilderde meelzakken gefotografeerd.

Vijf beschilderde meelzakken in HIA

1 Henri Logelain: ‘Moeder zoogt kind’

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Recto. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Henri Logelain beschilderde in 1915 een meelzak met het portret van een moeder die haar kind de borst geeft. (Ook Joseph Dierickx beeldde een zogende vrouw af.)
Hij creëerde daarmee een universele afbeelding van troost en dankbaarheid; een iconisch beeld op een zak die meel had aangevoerd om vele broden te bakken voor hongerige mensen.
Het schilderij is ingelijst, maar de achterzijde niet afgedekt, zodat de origine van de meelzak bekend is: Belgian Relief Flour uit de plaats Kinsley in Kansas.

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Verso. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Op het etiket staat: ‘George I. Gay Collection. Painting of woman nursing baby. Artist Henri Logelain. 16” x 21”. (Schilderij van vrouw die kind zoogt. Kunstenaar Henri Logelain, br 40 x h 53 cm).

Henri Logelain (Elsene, 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968) volgde kunstonderwijs aan de Academie in Brussel. Hij was leraar Toegepaste Kunst en Decoratie aan de Academie van Leuven in 1925-1926; hij is docent geweest aan de School voor Kunsten en Ambachten in Vilvoorde (Piron 2016).

De inwoners van Kinsley schonken 251 barrels meel als voedselhulp voor België. Report Miller’s Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

De inwoners van Kinsley gaven geld voor 251 barrels meel, gelijk aan ruim 1000 zakken van 49 Lbs (22 ton) meel. De voedselhulp kwam naar België met de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller onder leiding van William C. Edgar in Minneapolis.

2 Alphonse Logelain: ‘Vaas bloemen’

Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, recto. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff
Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff

Alphonse Logelain schilderde in juni 1915 een vaas bloemen op een meelzak van de American Commission.

Pierre en Alphonse Logelain, Album met werkbeschrijvingen, Ecole Supérieure de Peinture Logelain, Brussel, 1912

Alphonse Logelain (Elsene 26.04.1881 – Elsene 05.01.1963) was de oudere halfbroer van Henri Logelain. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie te Elsene en realiseerde landschappen, stadsgezichten, interieurs, portretten en bloemen (Piron 2016).

Alphonse Logelain heeft een school voor schilderkunst geleid: l’Institut Supérieur de Peinture de Bruxelles. Omdat hij geen opvolger had, nam hij in zijn 70ste levensjaar het initiatief zijn instituut te laten fuseren met zijn belangrijkste concurrent, de school van Clément Van Der Kelen; dat was in 1951. Het Institut Supérieur de Peinture Van Der Kelen-Logelain is tot op de dag van vandaag een Belgische school met internationale reputatie voor decoratief schilderen: het onderwijst de kunst van faux-bois, faux-marbre en trompe l’oeil.

3 Paul Jean Martel: ‘Vrouw met handwerk’

Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De beschilderde meelzak van Paul Jean Martel toont een sfeervol portret van een zittende vrouw in blauwe japon, zij buigt haar hoofd over een witgekleurd handwerk.
Het schilderij is ingelijst, de achterzijde afgedekt, waardoor we moeten raden naar de origine van de meelzak. Het etiket vermeldt: ‘George I. Gay Collection. Oil painting of woman sewing. 17” x 23” (schilderij in olieverf van vrouw die naait, br. 43 x h 58 cm).

Detail Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Paul Jean Martel (Laken, België, 04.08.1879 – Philadelphia, Penn. VS, 26.09.1944) werd als jongste van een tweeling geboren in België en emigreerde met zijn ouders in 1889 naar de VS. Hij keerde terug om een kunstopleiding te volgen aan de Koninklijke Kunstacademie in Brussel. Vervolgens studeerde en werkte hij weer in de VS, maar keerde na zijn huwelijk in 1911 terug naar Europa. Na het uitbreken van de Groote Oorlog vestigde Martel zich in Auderghem en nam er deel aan tentoonstellingen van de Cercle Artistique, zo ook aan die van de beschilderde meelzakken, blijkens het volgende krantenbericht:
…we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Maclovia en Carmen Martel met zelfportret van Paul Jean Martel, 2015. Foto: Bondo Wyszpolski, website: easyreadernews.com

Na de oorlog verhuisde Martel definitief naar de VS, hij schilderde er portretten van vooraanstaande families en werd docent. Zijn actuele website biedt uitgebreide informatie over zijn werk als post-impressionistisch schilder; contactpersoon is zijn kleindochter, de singer/songwriter Maclovia Martel.
Citaat uit de online biografie: “Viewing this is an emotional experience, once again as in Martel’s other works, one ‘feels’ that emotion through the tremendous vigor of his closely set brush strokes.  Truly a ‘tour de force’ all the more remarkable as his materials were a flour sack, with the stamp of an American charity on the reverse, for a canvas, and house paint for oils!” (‘Hiernaar kijken is een emotionele ervaring, omdat je net zoals in Martel’s andere werken, de emotie voelt die door de enorme kracht van zijn dicht bij elkaar geplaatste penseelstreken wordt opgeroepen. Echt een ‘tour de force’, die des te opmerkelijker is, omdat zijn schildersdoek een meelzak was, aan de achterkant voorzien van de stempel van een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling en zijn ‘olieverf’ een gewone huis-tuin-en keukenverf!’)[3]

4 Roméo Dumoulin: ‘Knaap met boterham’

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak recto. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Dumoulin schilderde in 1915 het portret van een vrolijke knaap die met zijn rechterhand een grote boterham naar zijn mond brengt. HIA vermeldt de titel ‘Painting of boy eating half of a long roll by Romeo’ (‘schilderij door Roméo van een jongen die de helft van een stokbrood eet’). Het schilderij is ingelijst, de afmeting van het portret schat ik in op br. 30 x h 20 cm.

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De achterzijde van het HIA-schilderij is open, waardoor de origine van de meelzak zichtbaar is. De zak kwam uit Buffalo, New York: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’ staat herkenbaar gedrukt op het doek. In een serie van drie eerdere blogs over Madame Lalla Vandervelde schreef ik over haar omvangrijke lezingentour in Noord-Amerika.

Detail Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Roméo Dumoulin (Doornik, 18.03.1883 – Brussel, 20/22.07.1944) was een bekend schilder, tekenaar, aquarellist, graficus en illustrator. Hij was autodidact, woonde vanaf 1909 in Stockel bij Brussel en ‘vond de inspiratie voor zijn vaak schalkse genretafereeltjes en figuren zowel in de stad als het platteland. …hij mag gerust tronen naast andere humoristische meesters als Léandre, Daumier, Poulbot en Abel Faivre’. (Piron 2016).

Roméo Dumoulin, ‘Kind met boterham’, detail van ‘Eau forte, les commères’; foto 2dehands.be

Op internet vond ik prenten van hem uit de oorlogsjaren, op een ervan tekende hij ook een boterham etend kind.

Een humoristisch schilderij is het tafereel van wat lijkt op een kanon, voortgetrokken in de sneeuw, wellicht de illusie van de ‘soixante-quinze’, een ‘canon de 75 modèle 1897’, pronkstuk van de Franse artillerie.

In werkelijkheid trekt een paard een kar met grote wielen voort, waarop een lange boomstam, bereden door de voerman en twee kinderen. Dumoulin schilderde het doek in 1917 en gaf het de titel ‘Halte!’

Roméo Dumoulin, ‘Halte!’, 1917, olieverf op doek (66×178 cm); foto: artnet.com

5 Armand Rassenfosse: Mijnwerkster
Armand Rassenfosse drukte op een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Deze bespreek ik in het blog: Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution.

Het HIA-archief van CRB-medewerkers

George I. Gay, CRB-medewerker. Foto: website commissionforreliefinbelgium.com, auteur Jeffrey Miller

– Drie beschilderde meelzakken, die van H. Logelain, Martel en Dumoulin, zijn het bezit geweest van George Inness Gay (Mount Vernon, NY, 1886 – Palo Alto, Ca., 23.10.1964). Gay was CRB-medewerker vanaf juli 1916. Van zijn hand, samen met H.H. Fisher, zijn de twee standaardwerken over het werk van de CRB ‘Public Relations of the Commission of Relief in Belgium. Documents. Volume I and II. Stanford University, 1929’.

– De beschilderde meelzak van A. Logelain, de vaas met bloemen, was het bezit van Gustavus T. Kirby. Kirby werkte mee in de Belgian American Educational Foundation (BAEF) die voortkwam uit de CRB ná de beëindiging van de activiteiten. Kirby was atleet geweest en had een leidende rol bij de Olympische Spelen van 1920, gehouden in Antwerpen. Hoe Kirby in bezit kwam van de beschilderde meelzak is niet bekend.

– Het archief van Frederick H. Chatfield bevat de meelzak met de prent van Rassenfosse, zie volgend blog.

Identificatie Belgische kunstenaars
Dankzij het verzoek van Evelyn McMillan heeft de HIA-staf foto’s gemaakt van de vijf beschilderde meelzakken. Daarna moesten de Belgische kunstenaars geïdentificeerd worden. Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, leverde in korte tijd de gegevens aan.

Ik ben allen die hebben bijgedragen aan dit onderzoek zeer erkentelijk. Deze co-productie maakte het mogelijk, ondanks de grote afstand, studie te doen naar de interessante collectie beschilderde meelzakken in de Hoover Institution Library & Archives.

 

[1] Evelyn McMillan:
-War, Lace, and Survival In Belgium During World War I. PieceWork, Spring 2020
-Gratitude in Lace: World War I, Famine Relief and Belgian Lacemakers. PieceWork May/June 2017, 10

[2] Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[3] www.pauljeanmartel.com, geraadpleegd januari 2021.
Lees ook het online-artikel A Second Chance’ van Bondo Wyszpolski, 22 januari 2015

Iconische meelzak van Godefroid Devreese

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Vooraanstaand Belgisch kunstenaar Godefroid Devreese (Kortrijk 19.08.1861 – Elsene 31.08.1941), beeldhouwer en medailleur, heeft zijn bijdrage geleverd aan het decoreren van de meelzakken. Van hem is een tekening op de meelzak ‘Perfect’ van de maalderij Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho (Tx. 2626), bewaard gebleven in de collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH).

Een kind met krullende haardos, blote armen en benen, gekleed in een schortje, zit op de grond en lepelt eten uit een steelpan; de onderbenen klemmen de pan vast, de linkerhand grijpt de steel van de pan, de rechterhand is hooggeheven en zet een lepel eten -is het pap, is het soep- aan de mond.

Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation 1914 1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

De tekst ‘AU BÉNÉFICE D’ALIMENTATION’ (‘ten voordele van de voeding’) staat in een boog om het kind heen, beginnend en eindigend in een tarwehalm. Een krans van zonnestralen benadrukt de letters. Boven de blote voeten van het kind staan de jaartallen 1914 en 1915. Rechtsonder tekende de kunstenaar met ‘G. Devreese’.
Het kind is in profiel naar links getekend. De tekening is gemaakt met rood krijt, als ware het een schets.

G. Devreese, ‘A mes Amis’, zelfportret, 1921. Plaquette, brons. Collectie MSK Gent. Foto: website MSK

Godefroid Devreese
Godefroid Devreese was een productieve, succesvolle kunstenaar; het atelier Devreese had enkele gekwalificeerde medewerkers in dienst. Ook in de oorlogsjaren ’14-‘18 kreeg hij talloze opdrachten voor het maken van plaketten en medailles.

Alle personen en instanties die een rol speelden in de hulp- en voedselvoorziening aan België zijn door Devreese geportretteerd op plakette of medaille: Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding, Commission for Relief in Belgium, Brand Whitlock, Markies de Villalobar, Maurits van Vollenhoven, Ernest Solvay, Emile Francqui, Herbert Hoover, enz. De voorkeur van de kunstenaar was om de bezoekers aan zijn atelier, die voor hem poseerden, steeds in profiel naar links vast te leggen. In die richting was de lichtinval geschikter. De foto’s van de modellen werden in die richting genomen.

Godefroid Devreese werkt in zijn atelier. Kenmerkende foto met het profiel naar links tbv de lichtinval. Foto uit artikel Jacqueline Van Driessche, In Monte Artium, 10, 2017.

Er bestaat een foto van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Devreese zit in diezelfde houding met zijn profiel naar links te beeldhouwen; je kan je iets voorstellen bij de lichtinval. De foto is gepubliceerd in een bijzonder lezenswaardig artikel van Jacqueline Van Driessche over de nalatenschap van de medaillecollectie van Devreese.[1]

Detail Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur
Mimine Schellecat, dochtertje van de kleermaakster van mw. Devreese, 1906, brons. Medaille door G. Devreese en P. Fisch aangeboden aan Société de la Medaille. Coll. MSK Gent. Foto: website MSK

Mogelijk is het kind dat model heeft gestaan voor de tekening op de meelzak ook op deze wijze vereeuwigd.

De tekening is monochroom en het onderwerp is geschetst alsof het bestemd is voor een plaquette of medaille. Zou Devreese het ontwerp van de tekening van het kind later inderdaad als zodanig hebben gebruikt? Ik heb zijn honderden penningen er niet op onderzocht.
Wel zag ik in de collectie van MSK Gent de medaille ‘Mimine’, die Devreese eerder, in 1906, ontwierp. Het hoofdje van het kind vertoont enige gelijkenis met het kind in de roodkrijttekening.

Aanvulling 9 oktober 2020: Inmiddels is de penning met identieke afbeelding gevonden! Zie hieronder.

Ontwerpen van Godefroid Devreese
Devreese was door zijn werk goed ingevoerd in de hoogste kringen. Ik zal hierna ingaan op de contacten die hij had en het werk dat hij uitvoerde van de Amerikaan Brand Whitlock en de Nederlander Maurits Van Vollenhoven, gezichtsbepalende diplomaten in bezet Brussel, en Isabella en Paul Errera, bewoners van Ukkel.

Brand Whitlock

Brand Whitlock. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1915. Part. coll. Foto: E. McMillan

Brand Whitlock, Amerikaans gevolmachtigd minister in België, zie ook mijn vorige blog, beschreef dat hij onder meer met Devreese ging lunchen: ‘M. Cardon is a gentleman of taste and culture and a charming companion. We used to go now and then to the little restaurant “Le Vieux-Sabot” on the quai near his house, he and Devreese, the sculptor and I, and later Alfred Madoux, the editor of L’Etoile Belge, who found his distraction in painting.’ [2]

 

Maurits Van Vollenhoven

Maurits van Vollenhoven. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1917. In ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Dr ‘Maurits’ Willem Raedinck van Vollenhoven (Haarlem 25.11.1882 – Madrid 29.03.1944), Heer van Kleverskerke[3], was gezantschapsraad in Brussel toen de Groote Oorlog begon. Hij was een jonge Nederlandse diplomaat, 31 jaar, die samen met een secretaris in de periode ’14-’18 het Nederlandse gezantschap vertegenwoordigde vanaf het moment in 1914 dat de Nederlandse gezant de Belgische koning en zijn regering naar Le Havre in Frankrijk volgde.
Door op dat moment op die plaats te zijn heeft de loopbaan van Van Vollenhoven een wending genomen in importantie, waarvan in de Nederlandse geschiedschrijving maar weinig is terug te vinden.

De titels van Dr Maurits van Vollenhoven. ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.

Godefroid Devreese: Maurits van Vollenhoven, 1920, borstbeeld in wit marmer voor de Belgische Senaat. Coll. en foto: Belgische Senaat.

Uit dien hoofde viel hen de eer te beurt door Devreese te worden vereeuwigd op medailles. Na de Armistice verleende de Belgische Senaat aan de drie diplomaten het voorrecht vereeuwigd te worden in een levensgroot borstbeeld. ‘Op 11 februari 1919 bestelden Kamer en Senaat bij beeldhouwer Godefroid Devreese borstbeelden van de Markies de Villalobar en van minister-resident Maurits van Vollenhoven. Deze beeldhouwer werd door hen gekozen. De buste van Brand Whitlock werd op zijn vraag door Egide Rombaux gehouwen’. De drie beelden hebben een vaste plaats gekregen binnen het gebouw van de Senaat.[4]
De herinnering aan Maurits van Vollenhoven wordt behalve in België, ook in de Nederlandse provincie Zeeland in het dorp Kleverskerke en in Museum Arnemuiden, in hoge ere gehouden.

Isabella en Paul Errera in Ukkel

Paul Errera, burgemeester van Ukkel van 1912-1921. Plaquette ontwerp Godefroid Devreese, brons. Foto: Ucclensia: ‘Uccle ’14-’18’

Zowel Isabella als Paul Errera hebben Devreese opdrachten verstrekt.[5]
Hij portretteerde Paul Errera als burgemeester van Ukkel voor een plaquette. Isabella Errera gaf opdracht een medaille te slaan om de medewerkers te eren, die meewerkten aan de verstrekking van ‘la soupe populaire’ in Ukkel. De medailles zijn in brons gegoten, waarna verzilverd of verguld, de afmeting is 70×75 mm.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan een zijde van de medaille zien we een edelmoedige, rechtopstaande en goed gekapte vrouw in een enkellange japon, de contour van haar rechterbeen is zichtbaar onder de rok, haar rechtervoet is gehuld in een modische schoen met hak. Zij reikt een dampend bord soep aan, aan een man die wat ineengedoken op een bank achter een tafel zit. Hij richt zijn hoofd op, zijn ellenbogen liggen op tafel, hij strekt zijn rechterhand uit naar de soep. Het raam achter de vrouw staat wijd open met zicht op een boom en een huis, het raam achter de man is gesloten, in de vensterbank staan twee planten in pot. Het onderschrift luidt: ‘Servir les Pauvres ennoblit.’ (‘Het dienen van de Armen veredelt’). Linksonder staat in kleine letters de handtekening G. Devreese.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Keerzijde ‘Uccle’. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan de andere kant van de medaille zien we een man samen met twee honden een kar trekken waarop ketels soep staan. Ze lopen in een veld op weg naar een dorp. Kenners herkennen de boerderij ‘Hof ten Hecke’ en de kerktoren van Ukkel.[6] Achter hen een boom in blad. Het onderschrift luidt links ‘Uccle’ (Ukkel), rechts opnieuw de handtekening in kleine letters G. Devreese. 1917.

Detail foto Isabella Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Op een foto van Isabella Errera, waar zij in haar werkkamer aan haar bureau zit te schrijven, is achter haar een wand vol schilderijen te zien.[7] Opvallend detail is het ‘schilderij’ direct achter haar. Ongetwijfeld een werk van Godefroid Devreese: het is een grote gipsen plaquette, ingelijst, van de man die samen met zijn twee honden de kar met ketels soep trekt. De foto bevestigt de verbondenheid van Isabella Errera met het werk van Godefroid Devreese.

‘Au bénéfice d’alimentation’ op de meelzak ‘Perfect’
De origine van de Amerikaanse, katoenen meelzak is een klein dorp Ucon, in de staat Idaho. Ik vraag me af waarom Devreese specifiek deze meelzak heeft uitgekozen.

Detail beeldmerk ‘Perfect’ in penningvorm. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Is het vanwege het merk ‘Perfect’?!
Het beeldmerk met bloemen in penningvorm?
De kleuren blauw en geel van de originele bedrukking, waartegen zijn roodkrijttekening (‘dessin à la sanguine’) mooi zou afsteken?
Een combinatie van dit alles lijkt me waarschijnlijk.

Andere kunstenaars die meelzakken versierden hebben zichtbaar geworsteld met de dubbele stof van de katoenen zakken, de originele bedrukking waar ze omheen werkten en de oorspronkelijk verticale/staande richting van de meelzakken. Zo niet Devreese.
Hij heeft pragmatisch de zij- en bodemnaden van de meelzak laten lostornen en de zak een halve slag gedraaid. Daardoor had hij een enkelvoudig doek in horizontale richting waarop hij een liggende afbeelding kon maken op het niet bedrukte deel van de zak. Hij koos ervoor te werken op de kant waarop ook de originele bedrukking zichtbaar was.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempels ‘CNSA Brabant’ en ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Op de meelzak staan drie verschillende stempels:

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘A.B.C.’ (American Bakers Council). Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

1 Het stempel ‘A.B.C.’; dit zal in de VS vóór verzending op de zak meel zijn gestempeld. De afkorting is waarschijnlijk van ‘American Bakers Council’ en diende als ‘kwaliteitscertificaat’.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘CNSA Brabant’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

2 Twee stempels van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant’; deze stempels heeft het provinciale komiteit van Brabant gezet als certificaat van echtheid, na leging van de zak en voordat deze werd overgedragen voor hergebruik in België.

3 Het stempel ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles & ………(?)’; dit is een ongebruikelijk stempel. Ik had het niet eerder op een versierde meelzak gezien. Maar de KMKG-collectie meelzakken van Isabella Errera-Goldschmidt bevat een tweede exemplaar met dit stempel, de geborduurde meelzak ‘Vigor Flour’ (Tx 2605).

Het zou kunnen betekenen dat versierde meelzakken vanuit het Belgische liefdadigheidswerk op het CRB-kantoor in Brussel zijn afgeleverd, daar dit stempel kregen en gereed gemaakt voor verzending naar Amerika. Het is echter bekend dat het kantoor van de CRB overladen is geweest met versierde meelzakken en andere geschenken en moeite had om de blijk van Belgische liefdadigheid naar Amerika te verschepen. Bovendien zijn uit deze voorraad objecten ook bedankjes uitgereikt aan medewerkers en relaties van de CRB. Mogelijk is Isabella Errera op enigerlei wijze betrokken geweest in dit proces en was bekend waarmee men haar een groot plezier zou doen.

Iconische meelzak

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Meer aannemelijk vind ik mijn volgende hypothese. Omdat zij verzamelaar van stoffen was, had Isabella Errera waarschijnlijk reeds een collectie originele meelzakken in bezit met de bedoeling deze te bewaren als textiel erfgoed, te catalogiseren en te zijner tijd te tonen binnen haar stoffenverzamelingen. Daarom verwacht ik dat Isabella bewust de gelegenheid zal hebben gecreëerd haar keuze te maken uit de versierde meelzakken, bijvoorbeeld in samenspraak met Mrs. Ella Brand Whitlock, echtgenote van de Amerikaanse diplomaat.
Met kennis van kwaliteit zal zij resoluut de meelzak ‘Perfect’/‘Au bénéfice d’alimentation’ hebben uitgekozen om toe te voegen aan haar collectie. Haar fingerspitzengefühl vertelde haar dat de combinatie van het oorspronkelijke, Amerikaanse beeldmerk met de tekening van de internationaal erkende kunstenaar Godefroid Devreese in Brussel voor België bewaard zou moeten blijven. Zie ook het blog America Feeding Belgian Children’. Allegorie van Joseph Dierickx.

Devreese memoreerde aan het einde van zijn leven over het doel waar hij in zijn werk naar streefde: “Je les ai toujours tous fait avec la même conscience et toujours avec la préoccupation: qu’en dira-t-on plus tard?” (Ik heb ze altijd allemaal vanuit hetzelfde besef gemaakt en altijd met het uitgangspunt: wat zal men er later over zeggen?”)[8]

Zijn reflectie sluit aan bij de verzamelgedachte van Isabella Errera.
Ik zeg erover: tezamen lieten zij een iconische meelzak van WO I na.

AANVULLING 9 OKTOBER 2020: PENNING GEVONDEN!

Voor en achterzijde van penning nr. 371 door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée, 1923. Foto: screenshot boek

Evelyn McMillan heeft de penning van Devreese gevonden met dezelfde afbeelding als op de meelzak! Een foto van de penning is afgedrukt in het boek van Charles Lefébure, La Frappe en Belgique Occupée. [9]

Het is een hanger met draagoog, driehoekig van vorm, 36 mm hoog, 23 mm breed en 2,6 mm dik. Aan de ene zijde is de afbeelding van het kind en de naam G. Devreese.

G. Devreese, ‘Meisje brengt lepel naar haar mond’, penning (recto), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De achterzijde draagt een afbeelding van een boeket graanhalmen met strik, waaromheen de tekst: Exposition d’Art et de Travaux Manuel, 1914-Bruxelles-1915.

G. Devreese, ‘Exposition d’Art et de Travaux Manuels. 1914-Bruxelles-1915’, penning (verso), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De penning is geslagen door Fonson in Brussel.

Omschrijving van de penning van Devreese door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek

Volgens Lefébure kwam de hanger tot stand in april 1915 om cadeau te doen aan de medewerkers van de ‘Fêtes’ (feesten), bekroonde exposanten en aan donateurs van de tentoonstelling.
Kennelijk een dankbaar sieraad voor vrouwen, die de hanger met het meisje aan een kettinkje konden dragen.

Het Penningenkabinet KBR bezit een exemplaar van de penning in brons geslagen, afkomstig uit de nalatenschap van Devreese, verkregen in 2013. Plaatskenmerk 3E278/1. De beschrijving van de voorzijde luidt: Een meisje zit op de grond, een kom tussen haar knieën, en brengt een lepel naar haar mond.

 

– Dank aan Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel die mij de gelegenheid hebben geboden de collectie  meelzakken van WO I  te onderzoeken.
– Dank aan Ucclensia, de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving, in het bijzonder de heer Eric de Crayencour, voor de vele en uitvoerige informatie, die zij mij hebben verstrekt over Ukkel in de jaren ’14-’18 en de toenmalige bewoners, Paul en Isabella Errera-Goldschmidt.
– Bijzondere dank aan Evelyn McMillan voor het geslaagde speurwerk in het werk van Godefroid Devreese naar de penning, gelijk aan de afbeelding op de meelzak. De penning is inmiddels in haar collectie, ze stuurde me de in dit blog afgebeelde foto’s.

[1]

Godefroid Devreese 1861-1941. Limburgse Commissie voor Numismatiek

Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, Journal of the Royal Library of Belgium, 10, 2017, p. 171-183. (open access). De archieven van Devreese zijn gelegateerd aan de KBR in 2013 schrijft zij in dit artikel.

Voor een volledig overzicht van het werk van Godefroid Devreese:
Poels, André, Vandamme, Luc, Van Driessche, Jacqueline, Godefroid Devreese 1861-1941. Alken: Limburgse Commissie voor Numismatiek vzw, 2018

[2] Brand Whitlock, Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I. London: William Heinemann, 1919, p. 336

[3] Museum Arnemuiden, Zeeland, heeft de persoon Van Vollenhoven nader onderzocht. Hun website biedt een informatiefilm over Maurits van Vollenhoven (2007)

[4] Website Belgische Senaat, Geschiedenis en Erfgoed, Sporen uit het verleden ‘Diplomaten lenigen hongersnood in bezet België’, 19/04/2017

[5] 14-18. Uccle et La Grande Guerre. Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et Environs a.s.b.l., 2018

[6] Mededeling M. Eric de Crayencour, Vice-président du Cercle d’Histoire d’Uccle.

[7] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[8] Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, 10, 2017, p. 181

[9] Lefébure, Charles, La Frappe en Belgique Occupée. Contribution à la Documentation du Temps de Guerre. Bruxelles et Paris, Librairie Nationale d’Art et d’Histoire. G. van Oest & Cie, Editeurs, 1923, p. 33, PL. XII

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Strombeek-Bever 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerd, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet.

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over de biografische gegevens van de kunstenaars.

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco

Na twee blogs met krantenberichten en veel tekst over kunstenaars in Auderghem en Luik laat ik in dit blog het werk zien van vijf kunstenaars, van wie het werk op zak in 1987 tentoongesteld is geweest in San Francisco, Californië.

Het ‘San Francisco Craft and Folk Art Museum’

Carole Austin publiceerde in A Report, Fall 1986, The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Collectie en foto: auteur

‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, is de titel waaronder het San Francisco Craft and Folk Museum een tentoonstelling van versierde meelzakken in WO I organiseerde van 7 januari tot 1 maart 1987. Gastconservator Carole Austin schreef een uitgebreid essay, dat gepubliceerd werd in ‘A Report, Fall 1986’, een uitgave van het museum.[1] In de tentoonstelling zijn beschilderde meelzakken uit de collectie van Capt. and Mrs. Albert Moulckers [2] getoond, naast vele geborduurde en met kant versierde meelzakken uit de collectie van de Hoover Institution van Stanford University.
In haar essay vermeldde Austin dat Julienne Moulckers haar vertelde dat St. Edward’s University in Austin, Texas, nu de meeste meelzakken met schilderijen van haar vader’s kunstkring in bezit heeft. Wat Austin verzuimde te vermelden, was dat de zes beschilderde meelzakken in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ nog altijd in het bezit waren van het echtpaar Moulckers.
Over deze zes kunstwerken gaat dit blog.
Carole Austin had een uitgebreide documentatie van de tentoonstelling in haar archief. Deze heeft zij mij geschonken, daarom bezit ik foto’s van de schilderingen.

Louis Crombin (Elsene 21.04.1872 – Bosvoorde …04.1946)

Louis Crombin, ‘Témoignage de Reconnaissance’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. Formaat 19×27 inches.
Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Een huiselijk tafereel van moeder die de baby wiegt, grootmoeder handwerkt of schilt de aardappelen, het kind aan tafel leest. Moeder heeft een zak ‘Belgian Relief Flour’ in ontvangst genomen. Door de deuropening kijken we naar buiten en zien de leverancier van de zak meel weglopen naar zijn paard en wagen. Twee Amerikaanse vlaggetjes sieren de keuken.

‘Belgian Relief Flour’ Russell-Miller Milling Co. Collectie: HHPLM

Het doek waarop Crombin geschilderd heeft, is een halve meelzak.
Restanten van de bedrukking zijn in de bovenzijde van de schildering te zien. Kennelijk is het een meelzak geweest van de Miller’s Belgian Relief Movement met de standaard bedrukking ‘Belgian Relief Flour’ en de naam van de maalderij. In dit geval zou het kunnen gaan om de Russell-Miller Milling Co. uit Minneapolis, Minn. De typografie komt overeen met een soortgelijke zak in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum.
Crombin schilderde met korte streken de verf op het doek, want schilderen op een katoenen zak viel niet mee, de verf smeerde slecht uit. Hij speelt met het licht dat binnen valt door de deur en het raam. Het geeft de schildering een impressionistische sfeer. Het lijkt alsof een grauwe zwart-wit foto uit 1915 van het behoeftige Belgische gezinsleven, dankbaar tot leven wordt gewekt in de kleurenrijkdom van de verf.

Ignace Pley (Brussel 26.07.1879 – 1952)

Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Everett-Aughenbauch & Co, Waseca, Minn., 30×16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.
Detail: Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915.

De schilder gebruikte de kant van de meelzak, die bedrukt was en benutte de lege bovenzijde. Daar schilderde hij een landschap en omlijstte het in een ovaal dat gedecoreerd is met art-deco motief. De blauwzwemen in het linkerdeel van de schildering roepen een mystieke sfeer op, in combinatie met het roze licht dat de horizon kleurt. Alsof we kijken naar een zonsopgang, in verf gevangen door een schilder die daarmee uitdrukking geeft aan zijn hoop op betere tijden.

Amédée Lynen (St-Joost-ten-Node 30.06.1852 – Brussel 28.12.1938)
Twee beschilderde meelzakken als een klein stripverhaal. De kunstenaar Amédée Lynen was schilder, illustrator en schrijver. Nog in 1914 maakte hij onder meer illustraties voor De Legende van Uilenspiegel van Charles De Coster. Lynen was een vooraanstaand aquarellist. Zijn tekeningen op de zakken zijn uitgevoerd in Oostindische inkt met pen, ingekleurd met aquarel.

Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 30×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Een bakker kneedt het deeg en rolt het op, een versje zingt in zijn hoofd:
‘Pat a cake, pat a cake
Baker’s man, for the Belgian children
Master, as fast as I can’.
(‘Klop een cake, klop een cake
Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen
Meester, zo snel als ik kan’).
De schaduw van de bakkersknecht vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenaar het belang van zijn taak onderstreept.

Amédée Lynen, ‘Malines’ (Mechelen), 1915. Versierde meelzak met originele bedrukking op achterzijde, 29×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie onbekend. Foto: coll. auteur.
De gevel op de meelzak van Amédée Lynen is Huis De Kat, Grote Markt 13, Mechelen. Foto: Coll. Stadsarchief Mechelen

Een huis in ‘Malines’, Mechelen. De gevel is historisch en klassiek. De typische gevel van het Mechelse huis doet verlangen naar thuis zijn in huiselijke kring en eigen omgeving. Wim Tiri, vorser naar alles wat Mechels is, herkende de gevel: het staat er nog steeds. Hij schreef me: “Dat een Mechelse gevel wordt afgebeeld op een meelzak in San-Francisco is toch wel bijzonder. De gevel die hier weergegeven wordt, is van ‘De Kat’ op de Grote Markt in 1661 gebouwd in opdracht van apotheker Augustijn van Orsagen. De apothekerswoning is verbouwd naar café/herberg. Voor Mechelen is deze zak ook bijzonder interessant aangezien er weinig of geen afbeeldingen zijn van voor de transformatie naar café.”

Jean-Francois Taelemans (Brussel 08.08.1851 – Sint-Gillis 31.03.1931)

Jean-Francois Taelemans, ‘Watermolen’, 1915. Versierde meelzak Portland Roller Mills, Portland, Oregon, 29×19 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Taelemans was werkzaam in Brussels. Misschien zal hij hebben deelgenomen aan de tentoonstelling in Auderghem. De watermolen is sfeervol getekend, kenners van de historie van het Zoniënwoud zullen wellicht de molen herkennen. In het waterrijke gebied waren vele watermolens in die tijd.
De schildering lijkt een tekening. Misschien is deze op het doek van de meelzak aangebracht via het procedé van de lichtdruk. Het stelde de kunstenaar in staat enkele dezelfde afdrukken te maken op diverse zakken.

Ernest Godfrinon (Elsene 10.09.1878 – Schaarbeek 1927)

Ernest Godfrinon, ‘Vrouwenportret’, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission, 27,5 x 16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Godfrinon beschilderde de meelzak met het stemmige portret van een vrouw vol zorgen. Ze houdt drie vingers bij haar mond, alsof de kunstenaar ons haar honger wil laten voelen. Haar ogen lijken ter neergeslagen, de geplooide muts krult sierlijk om haar hoofd. Daaronder een bloemenboeket van weelderige margrieten, als symbolische dank aan de American Commission.
Godfrinon tekende rond 1905 een affiche voor de Antwerpse jeneverstokerij De Kempenaar waarop twee dames met dezelfde muts getooid als op dit portret.

Conclusie

Detail: Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915.

Conservator Carole Austin bracht in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ in het San Francisco Craft and Folk Art Museum in 1987 versierde meelzakken van WO I bij elkaar die een diversiteit aan onderwerpen laat zien, welke de Belgische schilders inspireerden in het eerste oorlogsjaar 1915. De schilders hadden gemeen dat ze hun bezette land niet waren ontvlucht, zoals andere kunstenaars, maar in België zijn gebleven. Ze werden niet opgeroepen om te strijden aan het front. Ze maakten mee dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, hun voedsel schaars werd. Ze gaven hun medewerking aan de oproep om de meelzakken te beschilderen en decoreren ten behoeve van liefdadigheidstentoonstellingen. De opbrengst van het entreegeld tot de tentoonstellingen diende om kunstenaars in benarde omstandigheden financiële steun te geven.
De zes werken zijn enkele tientallen jaren na de oorlog meegenomen naar de Verenigde Staten door de heer en mevrouw Moulckers-Feuillien. Inmiddels is hun plaats van bewaring onbekend. Gelukkig hebben we dankzij Carole Austin’s goed bewaarde archief wel sfeervolle beelden.

 

Mijn dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de biografische gegevens van de vijf kunstenaars opgespoord. De lang onbekende signering ‘J. Ploy’ wist hij op verrassende wijze te verhelderen tot de schilder Ignace Pley. 

Dank aan Wim Tiri voor toezenden van de informatie over ‘Huis De Kat’ op de meelzak van Amédée Lynen. Wim Tiri beheert de Facebookpagina “Sporen van Mechelen in de wereld”.

[1] Austin, Carole, From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I. San Francisco, A Report from the San Francisco Craft and Folk Art Museum. Fall 1986

[2] Twee blogs, die ik eerder heb geschreven over de Capt. and Mrs. Albert Moulckers Collection zijn: Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1 en ‘The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection’ 2.