The “Ouvroir” of Antwerp (2)

In the Facebook group “Lizerne Trench Art” (LTA), a lively theme night on “WWI flour sacks” was created as a result of the blog “The Ouvroir of Antwerp (1)“.

The Facebook group LTA resides in West Flanders, Belgium; they are a study group, a forum of friends, intended to exchange information/research about all forms of trench art, engraved shell casings, painted military equipment, embroidery, prisoner of war art, woodcarving, etc. from WWI until now.

On Friday evening, October 30th, 2020, I asked the members of the group if they knew about decorated WWI flour sacks that read “Ouvroir d’Anvers”. I immediately received a positive response from Ingo Luypaert.

Tray flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”, embroidered. Coll. and photo: Ingo Luypaert

Tray ‘Ouvroir d’Anvers’

Bottom of tray with flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”. Coll. and photo: Ingo Luypaert

As it turns out, Ingo Luypaert owns a beautiful embroidered flour sack “American Commission”.
The flour sack is inlaid in a wooden tray covered with glass.
The embroidery shows the Belgian coat of arms with the standing lion, above it a golden crown.

The crowned coat of arms of Belgium, arabesques and text “Ouvroir d’Anvers”. Coll. and photo: Ingo Luypaert
Detail embroidered arabesque in red, yellow, black. Coll. and photo: Ingo Luypaert

The heraldry is surrounded by “arabesques”: rhythmic patterns, repetitive movement lines, executed in the embroidery as an elegant pleated ribbon in the colors red, yellow, black with the text “Ouvroir d’Anvers 1914-1917” underneath. The silk threads make the embroidery shine.

 

<< Exhibition of flour sacks >>

The tray may have been exhibited and purchased in March 1916 to contribute to charity. Two newspapers published outside Belgium reported on an exhibition in Antwerp in the halls of the Harmonie Maatschappij, the building where the Ouvroir was located.

Summer Hall of the Société Royale d’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

“ANTWERP
<<Exhibition of “flour sacks” >>.

De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916

In Antwerp and Brussels, exhibitions were set up for “flour sacks” for a few days.
These original exhibitions are the result of the intention of the Belgian women who for some time now have embellished with embroidery some of the sacks in which the flour, delivered by the American relief organizations, arrives in occupied Belgium.
Among the most successful and most admired decorations were noted: the Belgian and American banners surrounded by ornate arabesques; …

 

“De Harmonie”, Antwerp, postcard. Photo: internet

The Germans inspected the rooms of the Harmonie Maatschappij, obviously uncomfortable with the fact that the starvation of Belgium under German rule and the protective actions of a neutral country should become a matter of public disclosure. They apply “censorship” to the sacks and ordered several ones they deemed too patriotic to be removed.”
(De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916; De Belgische standaard (The Belgian standard), April 8, 1916)
 

Detail embroidered arabesque in red, yellow, black; 1917. Coll. and photo: Ingo Luypaert

My thanks go to the Lizerne Trench Art-Facebook group, in particular to Ingo Luypaert.
Through his beautiful embroidered flour sack “American Commission”, the work of the girls and women in the Ouvroir of Antwerp during the occupation of 14-18 came back to life.

I look forward to the discovery of more decorated flour sacks with the text ‘Ouvroir d’Anvers’!

 

Recommended reading:
* My article De weldaad van de meelzak/Flour sacks. The art of charity” has been published in the 2020 Yearbook of the In Flanders Fields Museum, Ypres.
You’ll find the article in Dutch: p. 4-25; in English: p. 123-131.

* Marc Dejonckheere interviewed me for VIFF Magazine, magazine of The Friends of the In Flanders Fields Museum; The emotions of the flour sack” was published in September 2019.
You can read the article here.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

The “Ouvroir” of Antwerp (1) – English

The “Ouvroir” of Antwerp employed thousands of girls and women during the occupation of Belgium. Clothing was made and altered, shoes were repaired and flour sacks were embroidered there.

The Ouvroir of Antwerp, iconic overview photo from the gallery, 1915. Photo: “War Bread”

The meaning of an “ouvroir” is: “Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté”; translated: “Place for sewing, embroidery …, in a community”. In a historical context, I would call it a “communal sewing workshop”.

The history of the Ouvroir of Antwerp has become familiar to me through three primary sources: one Belgian and two American.

– “Heures de Détresse” by Edmond Picard, the Belgian primary source shows some photos of the Ouvroir.[2]
– “War Bread” by Edward Eyre Hunt commemorates the Ouvroir of this American delegate of the Commission for Relief in Belgium (CRB) in the province of Antwerp. He was a young journalist and writer; he worked in Antwerp from December 1914 to October 1915.[3]
– “Women of Belgium” by Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – California 08.05.1960). She was also a CRB delegate – unique as the only woman – and stayed in Belgium between July and November 1916. As a writer and activist, she committed herself to the good cause of Belgian women.[4]

Edward Hunt, War Bread
In the autumn of 1914, three women took the initiative to set up a clothing workshop to provide assistance to residents of the city of Antwerp.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerp 29.11.1869 – Ixelles, Brussels 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Ghent 01.11.1877 – Brussels 14.09.1957)
  • Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Ghent 17.12.1857 – Antwerp 21.04.1938)

They headed a committee of ladies who, I assume, had experience in the organization of charities and workhouses. Even before the war, there were numerous private initiatives offering employment and education to young women and assistance to needy people. The committee is said to have bought up all the piece goods it could find in the city and commissioned the Folies Bergères theater to employ hundreds of young women to make and repair clothes.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation and the CRB worked together on the relief efforts. Belgian Relief Bulletin, December 5, 1914. Coll. Brussels City Archives. Photo: author

The American Rockefeller Foundation collected clothing in the US and shipped it via the port of Rotterdam to Belgium. Canada also provided clothing transports.
Citation from ‘War Bread’: ‘Before January first, 1915, the Rockefeller Foundation contributed almost a million dollars to the work of Belgian relief, and established a station in Rotterdam called the Rockefeller Foundation War Relief Commission, to assist the Commission for Relief in Belgium. This station had charge of the sorting and shipping of clothes sent from America for Belgium.
We never had enough to supply them. It was only when the generous gifts of clothing began to come from America through the Rockefeller Foundation War Relief Commission, that the situation improved at all.”

The Ouvroir was under the protection of the CRB and received a monthly subsidy of 50,000 francs from the city of Antwerp until the Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) took over financing.

International exhibition “d’Art Culinaire & d’Alimentation” in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerp. Photo: internet

The Ouvroir moved to larger premises: the “Summer Hall” or “Banquet Hall”  of the Société Royale d’Harmonie on Mechelsesteenweg.[5]
The architect Pieter Dens designed the building, completed in 1846. The location had housed concerts, exhibitions and fairs.

The Banquet Hall, Société Royale d’Harmonie, Antwerp, 1906, postcard. Photo: internet

The Ouvroir in Banquet Hall “Harmonie”

Edward Eyre Hunt, photo: “WWI Crusaders”, Jeffrey Miller

Hunt paints this picture of the organization of the Ouvroir: ‘The stage of the Antwerp Harmonie was piled with boxes of goods. Galleries and pit were spread with rows of sewing machines and work tables, and the cloak room was transformed into a steam and sulphur disinfecting bath, where all materials, new and old, were taken apart and thoroughly cleansed. Nine hundred girls and young women worked under supervision in the warm, well-lighted hall, while about three thousand older women were given sewing to do at home.

A group of cobblers in the hall made and repaired shoes. All these workers were paid. From the central workshop, made goods and unmade materials were sent throughout the Province; the latter to sewing circles in the villages and towns.”

Ouvroir of Antwerp, ground floor, 1915. Photo: “Heures de Détresse”
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Photo: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg went to visit the workroom.
“We looked on a sea of golden and brown heads bending over sewing tables. Noble women had rescued them from the wreckage of war—within the shelter of this music-hall they were working for their lives… 1200 girls were preparing the sewing and embroidery materials for 3,300 others working at home. In other words, this was one of the blessed ouvroirs or workrooms of Belgium.
Here the whole attitude toward the clothing is from the point of view, not of the protection it gives, but of the employment it offers. Without this employment, without the daily devotion of the wonderful women who have built up this astonishing organization…. Of course, there is always dire need for the finished garments. They are turned over as fast as they can be to the various other committees that care for the destitute. Between February 1915, and May 1916, articles valued at over 2,000,000 francs were given out in this way through this ouvroir alone.”

Festive photo of full flour sacks from mills in the US and Canada. Photo: “Heures de Détresse”

Transformation of flour sacks
Kellogg did not mention whether flour sacks were transformed into clothing in the Ouvroir, probably not. However, some of the women were involved in embroidery!

The embroidery of the flour sacks in the Ouvroir caught Kellogg’s attention:

Flour sack “ABC”, scenic embroidery, design Piet van Engelen. Dedicated to Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. and photo: HHPLM nr. 62.4.447

“In one whole section the girls do nothing but embroider our American flour sacks. Artists draw designs to represent the gratitude of Belgium to the United States. The one on the easel as we passed through, represented the lion and the cock of Belgium guarding the crown of the king, while the sun—-the great American eagle rises in the East. The sacks that are not sent to America as gifts are sold in Belgium as souvenirs”

The workers’ reward was training in sewing and pattern design; lessons in history, geography, literature, writing and special attention to hygiene, plus a payment of 3 francs per week. Kellogg exulted: “These things are splendid, and with the three francs a week wages, spell self-respect, courage, progress all along the line. The committee has always been able to secure the money for the wages

Ouvroir of Antwerp, gallery, 1915. Photo: “Heures de Détresse”

Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Last week I received a message from one of the great-grandsons of Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, a committee member of the Ouvroir. I had previously come into contact with Mr. van de Werve de Vorsselaer in my research into the maiden name of “Comtesse van de Werve de Vorsselaer” and her involvement in charitable committees. His great-grandmother turned out to have been very active in charity works during the war.

Countess Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Photo: coll. van de Werve de Vorsselaer

“The Countess van de Werve de Vorsselaer in question was born Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. She married Count Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) on April 23, 1877 in Mariakerke. They had two sons.
She was a member of the Congregation of the Immaculate Heart of Mary, of the Association des Mères Chrétiennes and of L’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. She was also a Knight of the Order of Leopold II with a silver star and was awarded the Commemorative Medal of the 1914-1918 War (France) and the Victory Medal. She was presented these awards due to her boundless dedication to the war wounded: she had comforted them, eased their pain and cared for them in the halls of the Antwerp Zoo, which for the occasion had been transformed into an improvised military hospital.” [6]

The message I just received from Mr. van de Werve de Vorsselaer contained a surprise. He had talked to his wife about our conversations and she remembered that his mother had given her some decorated flour sacks. To his surprise, three embroidered flour sacks had emerged, the existence of which had been unfamiliar to him.
He was so kind as to send sent me photos of the embroideries.

Embroidered flour sack ‘Ouvroir d’Anvers’

‘“Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Flour sack detail in white embroidery techniques. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

Examination of the photos made me jump for joy: one of them was embroidered in white on white: “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916 “. The original printing of the flour sack is missing, but in size it is the canvas of half a flour sack. Undisputedly a craft that originated at the Ouvroir of Antwerp!

“Flour sack”, tablecloth in white embroidery technique, English embroidery, “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

It is a small tablecloth with floral motifs, decorated with scalloped edges throughout, executed in white embroidery techniques, the style resembles English embroidery.

Seeing as one flour sack had originated at the Ouvroir, I assume that the other two embroideries were also created there. These flour sacks have been transformed into cushion covers.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Flour sack “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, embroidered; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

The origin of one flour sack is the “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, from the state Pennsylvania. The characters of the original print are embroidered in the colors red, yellow, black and red, white, blue. Some small flags have been added as patriotic decoration, as well as the years 1914-1915-1916-1917. The result is a colorful cushion cover.

American Commission

Detail flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer
Original printing “American Commission”. Coll. Hollaert. Photo: author

One flour sack originates from the “American Commission”. The original print was blue, but that color has faded. This decorated sack also features the white embroidery techniques; it looks like Italian embroidery. The contours of the characters are embroidered with white yarns. Furthermore, the flour sack has been artfully decorated with leaves and flowers.

Finally

Mr. van de Werve de Vorsselaer stated in his explanation accompanying the photos of the flour sacks that he knew of neither the existence nor the background of their collection of decorated flour sacks. He thanked me with: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Thanks to you, my children and grandchildren will know their origins.”)

Flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery. Ouvroir of Antwerp; cushion cover. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

In turn, I would like to thank Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer. My research questions: who embroidered the flour sacks, where did they embroider them, what was their motivation, have received meaningful answers. Thanks to the collection of three embroidered flour sacks, the work of great-grandmother van de Werve de Vorsselaer and of thousands of other girls and women in the Ouvroir of Antwerp came back to life.

For the sequel see the next blog: The “Ouvroir” of Antwerp (2)

 

[1] My thanks go to
– Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer for their information and the photos of the decorated flour sacks;
– Hubert Bovens in Wilsele for providing biographical data;
Majo van der Woude of Tree of Needlework in Utrecht for her advice on the various embroidery techniques.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War Bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Banquet Hall of the Société Royale de l’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

5] Hunt confused two locations of the Société Royale de l’Harmonie in “War Bread”: the Summer or Banquet Hall on Mechelsesteenweg in the Harmonie Park, next to the current King Albert Park, and the theater / concert hall in the city center on the Arenbergstraat / Rue d’Arenberg. The Ouvroir was located on Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Count Léon van de Werve de Vorsselaer. Photo: The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history

[6] The rooms of the ZOO were made available to the Red Cross in 1914.
Count Léon van de Werve de Vorsselaer had been involved in the management of the Royal Zoological Society of Antwerp since 1902 as administrator. In 1919 he became chairman of the board, but died unexpectedly in 1920. It appears both spouses, like many prominent and noble families, had a close relationship with the famous Antwerp Zoo. Baetens, Roland, The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history. Tielt: Lannoo, 1993

L’Ouvroir d’Anvers (1) – Français

L’Ouvroir d’Anvers employait des milliers de filles et de femmes pendant l’occupation ’14-’18 de la Belgique. Des vêtements y ont été confectionnés et modifiés, des chaussures y ont été réparées et des sacs à farine y ont été brodés.

L’Ouvroir d’Anvers, photo emblématique depuis la galerie, 1915. Photo: «War bread»

La signification d’un «ouvroir» est: «Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté». Dans un contexte historique, j’appellerais cela un “atelier de couture communautaire”.

L’histoire de l’Ouvroir d’Anvers m’est devenue familière grâce à trois sources principales: une belge et deux américaines.
– «Heures de Détresse» d’Edmond Picard, la principale source belge montre quelques photos de l’Ouvroir. [2]
«War bread» (Pain de guerre) d’Edward Eyre Hunt, commémore l’Ouvroir de ce délégué américain de la Commission for Relief in Belgium (CRB) dans la province d’Anvers. C’était un jeune journaliste et écrivain; il a travaillé à Anvers de décembre 1914 jusqu’à octobre 1915. [3]
«Women of Belgium» (Femmes de la Belgique) de Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californie 08.05.1960). Elle était également une déléguée CRB – ​​unique en tant que la seule déléguée féminine – et est restée en Belgique entre juillet et novembre 1916. En tant qu’écrivain et militante, elle s’est engagée pour la bonne cause des femmes belges. [4]

Edward Hunt, War bread
En automne 1914, trois femmes prennent l’initiative de créer un atelier de confection pour venir en aide aux habitants de la ville d’Anvers, soient Mesdames:
– Laure de Montigny-de Wael (Anvers 29.11.1869 – Ixelles, Bruxelles 09.07.1926)
– Anna Osterrieth-Lippens (Gand 01.11.1877 – Bruxelles 14.09.1957)
– La comtesse Irène van de Werve de Vorsselaer née Kervyn d’Oud Mooreghem (Gand 17.12.1857 – Anvers 21.04.1938)

Elles ont dirigé un comité de femmes qui, je suppose, étaient expérimentées dans l’organisation d’organismes de bienfaisance et de maisons de travail. Même avant la guerre, il y avait de nombreuses initiatives privées offrant des emplois et de l’éducation aux jeunes femmes et une assistance aux personnes dans le besoin. Le comité aurait acheté toutes les marchandises à la pièce qu’on pouvait trouver dans la ville et avait mis en service le théâtre des Folies Bergères pour fournir du travail à des centaines de jeunes femmes pour fabriquer et réparer des vêtements.

La Fondation Rockefeller

La Fondation Rockefeller et le CRB ont collaboré aux efforts de secours. Belgian Relief Bulletin, 5 décembre 1914. Coll. Archives de la Ville de Bruxelles. Photo: auteur

La fondation américaine «Rockefeller Foundation» a collectionné des vêtements aux États-Unis et les a expédiés par le port de Rotterdam vers la Belgique. Le Canada a également assuré le transport des vêtements.

Citation de «War bread»: «Avant le premier janvier 1915, la Fondation Rockefeller a contribué près d’un million de dollars au travail de secours belge et a créé une station à Rotterdam appelée la «Rockefeller Foundation War Relief Commission», pour aider la Commission for Relief in Belgium. Cette station était chargée du tri et de l’expédition des vêtements envoyés de l’Amérique à la Belgique.
La CRB n’avait jamais eu assez pour les fournir. Ce n’est que lorsque les généreux dons de vêtements ont commencé à venir d’Amérique par le biais de la Rockefeller Foundation War Relief Commission, que la situation s’est améliorée.»

L’Ouvroir d’Anvers était sous la protection de la CRB et recevait une subvention mensuelle de 50 000 francs de la ville d’Anvers jusqu’à ce que le Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) prenne en charge le financement.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation en 1899, Société Royale d’Harmonie, Anvers. Photo: internet

L’Ouvroir a déménagé dans des locaux plus grands: la Salle des Fêtes de la Société Royale d’Harmonie sur la Mechelsesteenweg.[5]
L’architecte Pieter Dens a conçu le bâtiment, achevé en 1846. L’endroit avait abrité des concerts, des expositions et des foires.

La Salle des Fêtes, Société Royale d’Harmonie, Anvers, 1906, carte postale. Photo: internet


L’Ouvroir à la Salle des Fêtes «Harmonie»

Edward Eyre Hunt, photo: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt dresse ce tableau de l’organisation de l’ouvroir: «La scène de l’Harmonie anversoise était remplie de caisses de marchandises. Les galeries et le rez-de-chaussée ont été étalées avec des rangées de machines à coudre et de tables de travail, et le vestiaire a été transformé en un bain désinfectant à la vapeur et au soufre, où tous les matériaux, nouveaux et anciens, ont été démontés et soigneusement nettoyés. Neuf cents filles et jeunes femmes travaillaient sous surveillance dans la salle chaude et bien éclairée, tandis qu’environ trois mille femmes plus âgées se voyaient confier la couture à domicile.
Un groupe de cordonniers fabriquait et réparait des chaussures dans le couloir. Tous ces ouvriers étaient payés. De l’atelier central, les produits fabriqués et les matériaux non fabriqués ont été expédiés dans toute la province; le second aux cercles de couture dans les villages et les villes.»

L’Ouvroir d’Anvers, rez-de-chaussée, 1915. Photo: «Heures de Détresse»
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Photo: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium

Charlotte Kellogg est allée visiter l’atelier. «Nous avons vu une mer de têtes blondes dorées et brunes courbées sur leurs tables de couture. Des femmes nobles les ont sauvées des décombres de la guerre — dans l’abri de ce music-hall elles travaillaient pour leur vie … 1200 filles préparaient la couture et le matériel de broderie pour 3 300 autres personnes travaillant à domicile, c’est-à-dire c’était un des ouvroirs ou ateliers bénis de la Belgique.
Ici, toute l’attitude envers les vêtements est du point de vue, non pas de la protection qu’ils offrent, mais de l’emploi qu’ils offrent. Sans cet emploi, sans le dévouement quotidien des femmes merveilleuses qui ont fondé cette organisation étonnante…. Bien sûr, il y a toujours un besoin urgent pour les vêtements achevés. Ceux-ci sont remis aussi vite que possible aux divers autres comités qui s’occupent des démunis. Entre février 1915 et mai 1916, des articles d’une valeur de plus de 2 000 000 de francs furent ainsi distribués par ce seul ouvroir.»

Photo festive de sacs de farine provenant de moulins aux États-Unis et au Canada. Photo: «Heures de Détresse»

Transformation des sacs à farine
Kellogg n’a pas mentionné si les sacs à farine ont été transformés en vêtements dans l’Ouvroir; probablement pas. Cependant, certaines femmes étaient impliquées dans la broderie!
La broderie des sacs à farine dans l’Ouvroir a attiré l’attention de Kellogg:

Sac à farine «ABC», broderie scénique, dessin Piet van Engelen. Dédié à M. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. et photo: HHPLM nr. 62.4.447

«Dans une seule section les filles ne font que broder nos sacs à farine américains. Les artistes dessinent des dessins pour représenter la gratitude de la Belgique envers les États-Unis. Celui-ci sur le chevalet en passant, représentait le lion et le coq de la Belgique gardant la couronne du roi, tandis que le soleil – le grand aigle américain se lève à l’Est. Les sacs qui ne sont pas envoyés en Amérique comme cadeaux sont vendus en Belgique comme des souvenirs »

Les ouvrières étaient récompensées par une formation en couture et en dessin de patron; des cours d’histoire, de géographie, de littérature, d’écriture et une attention particulière à l’hygiène, plus un paiement de 3 francs par semaine.
Kellogg a exulté: «Ces choses sont splendides, et avec les trois francs de salaire par semaine, c’est le respect de soi, le courage, le progrès sur toute la ligne. Le comité a toujours été en mesure d’obtenir l’argent pour les salaires. »

Ouvroir d’Anvers, galerie, 1915. Photo: «Heures de Détresse»

La Comtesse Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
La semaine dernière, j’ai reçu un message de l’un des arrière-petits-fils de la Comtesse Irène van de Werve de Vorsselaer née Kervyn d’Oud Mooreghem, membre du comité de l’Ouvroir. Auparavant j’étais entrée en contact avec M. van de Werve de Vorsselaer pendant mes recherches sur le nom de jeune fille de la comtesse van de Werve de Vorsselaer et son implication dans des comités caritatifs. Son arrière-grand-mère s’est avérée très active dans les œuvres caritatives pendant la guerre.

Comtesse Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Photo: coll. van de Werve de Vorsselaer

«La comtesse van de Werve de Vorsselaer en question est née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem (1857-1938). Elle a épousé le comte Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) le 23 avril 1877 à Mariakerke. Ils ont eu deux fils.
Elle était membre de la Congrégation du Cœur Immaculé de Marie, de l’Association des Mères Chrétiennes et de l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Elle était aussi Chevalier de l’Ordre de Léopold II avec étoile d’argent et avait été décorée de la Médaille Commémorative de la Guerre 1914-1918 et de la Médaille de la Victoire. Elle devait ces distinctions honorifiques à son dévouement sans bornes aux blessés de guerre qu’elle avait réconfortés, soulagés et qu’elle soignait dans les salles du Jardin Zoologique transformées pour la circonstance en hôpital militaire.» [6]

Le message que je viens de recevoir de M. van de Werve de Vorsselaer contenait une surprise. Il avait parlé à sa femme de nos conversations et elle se souvenait que sa mère lui avait donné des sacs à farine décorés. À sa grande surprise, trois sacs à farine brodés avaient émergé, dont l’existence ne lui était pas familière.
Il a eu la gentillesse de m’envoyer des photos des broderies.

Sac à farine brodé «Ouvroir d’Anvers»

«Ouvroir d’Anvers. Années de guerre 1914-1916 ». Détail de sac à farine dans les techniques de broderie blanche. Coll. et photo: van de Werve de Vorsselaer

L’examen des photos m’a fait sursauter de joie: sur un des sacs a été brodé en blanc sur blanc: «Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916». L’impression originale du sac à farine est manquante, mais en taille c’est la toile d’un demi-sac à farine. Incontestablement un artisanat d’origine de l’Ouvroir d’Anvers!

«Sac à farine », napperon en technique de broderie blanche, broderie anglaise, «Ouvroir d’Anvers. Années de guerre 1914-1916 ». Coll. et photo: van de Werve de Vorsselaer

C’est une napperon avec des motifs floraux, décorée de bords festonnés partout, exécutée dans des techniques de broderie blanche, dont le style ressemble à la broderie anglaise.

Étant donné qu’un sac à farine était originaire de l’Ouvroir, je suppose que les deux autres broderies y ont également été créées. Ces sacs à farine ont été transformés en housses de coussin.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphie

Sac à farine «Quaker City Flour Mills Co., Philadelphie», brodé; Ouvroir d’Anvers; coussin. Coll. et photo: van de Werve de Vorsselaer

L’origine d’un sac à farine est le «Quaker City Flour Mills Co., Philadelphie», de l’état de Pennsylvanie. Les caractères de l’impression originale sont brodés dans les couleurs rouge, jaune, noir et rouge, blanc, bleu. Quelques petits drapeaux ont été ajoutés comme décoration patriotique, ainsi que les années 1914-1915-1916-1917. Le résultat est une housse de coussin colorée.

American Commission

Détail sac à farine «American Commission», technique de broderie blanche, broderie italienne; Ouvroir d’Anvers. Coll. et photo: van de Werve de Vorsselaer
Impression originale «American Commission». Coll. Hollaert. Photo: auteur

Un sac à farine provient de l’ «American Commission». L’impression d’origine était bleue, mais cette couleur s’est estompée. Ce sac décoré est devenu un coussin, il présente également les techniques de broderie blanche; cela ressemble à de la broderie italienne. Les contours des lettres majuscules sont brodés de fils blancs. De plus, le sac à farine a été habilement décoré de feuilles et de fleurs.

 

Conclusion
M. van de Werve de Vorsselaer a déclaré dans son explication accompagnant les photos des sacs à farine qu’il ne connaissait ni l’existence ni l’origine de leur collection de sacs à farine décorés. Il m’a remercié avec: «Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.»

Sac à farine «American Commission», technique de broderie blanche, broderie italienne. Ouvroir d’Anvers; coussin. Coll. et photo: van de Werve de Vorsselaer

A mon tour je tiens à remercier M. et Mme van de Werve de Vorsselaer. Mes questions de recherche: «qui ont brodé les sacs à farine, où les ont-elles brodés, quelle était leur motivation?» ont reçu des réponses significatives. Grâce à la collection de trois sacs à farine brodés, le travail de l’arrière-grand-mère van de Werve de Vorsselaer et de milliers d’autres filles et femmes de l’Ouvroir d’Anvers a repris vie.

Pour la suite, voir le blog: Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

[1] Mes remerciements vont à
– M. et Mme van de Werve de Vorsselaer pour leur information et les photos des sacs à farine décorés;
– M. Hubert Bovens à Wilsele pour avoir fourni des données biographiques;
– Mme Majo van der Woude de Tree of Needlework à Utrecht pour ses conseils sur les différentes techniques de broderie;
– Mme Karina van Erven Dorens née van Ditzhuyzen pour avoir lu et corrigé la traduction de ce blog en français.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Salle des Fêtes Société Royale de l’Harmonie, Anvers, carte postale. Photo: internet

[5] Hunt a confondu deux lieux de la Société Royale de l’Harmonie dans «War bread»: la salle des Fêtes dans le parc de l’Harmonie sur la Mechelsesteenweg, à côté de l’actuel parc Roi Albert, et la salle de théâtre / concert au centre-ville Rue d’Arenberg. L’Ouvroir a été situé sur Mechelsesteenweg. (Annexe XXIX, The Clothing Workshop, p. 357)..

Comte Léon van de Werve de Vorsselaer. Photo: «Le chant du paradis. Le Zoo d’Anvers a 150 ans»

[6] Les salles du ZOO d’Anvers ont été mises à la disposition de la Croix-Rouge en 1914.
Le comte Léon van de Werve de Vorsselaer était impliqué dans la direction de la Société Royale de Zoologie d’Anvers depuis 1902 en tant qu’administrateur. En 1919, il devint président du conseil d’administration, mais mourut inopinément en 1920. Il semble que les deux époux, comme de nombreuses familles nobles et éminentes, avaient une relation étroite avec le célèbre Zoo d’Anvers. Baetens, Roland, Le chant du paradis. Le Zoo d’Anvers a 150 ans. Tielt: Lannoo, 1993.

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Meelzak ABC, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Voor het vervolg zie het volgende blog: Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993