Belgische collecties in cijfers

Twee jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.
In het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontdekte ik het bestaan van de zakken. TRC heeft één in België geborduurde, Canadese meelzak in de collectie, hen geschonken door de verzamelaar Pepin van Roojen. Waarschijnlijk kocht hij het borduurwerk eens op een antiekmarkt of vintagekledingwinkel in Colorado of Texas in de VS.

“Waar zou ik in België geborduurde meelzakken kunnen bekijken?”, was mijn vraag. “Zouden musea en openbare collecties de zakken bewaren en tentoonstellen?”
Met deze vraag stuurde ik e-mails rond op basis van gegevens van internet en ontving enkele positieve reacties. De informatie groeide en groeide. Uiteindelijk leidde het tot het samenstellen van een lijst met musea en cultuur-historische instanties met collecties versierde meelzakken, die ik publiceerde onder ‘Musea’.
Ook ontving ik gegevens van particuliere verzamelaars.

Bij het schrijven van het blog ‘Vlaamse Topstukken, cultureel erfgoed’ viel me op dat de samenstellers van de Topstukkenlijst in 2016 enkele versierde meelzakken toevoegden aan de lijst met de motivering: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’ Het woord ‘weinig’ intrigeerde me.
Wat me vervolgens intrigeerde was het opnemen in de Vlaamse Topstukkenlijst van meelzakken, enerzijds in publiek bezit (in 2014), anderzijds in privébezit (in 2016).
Nieuwe vragen doemden op: ”Hoeveel zakken zijn er dan? Zou het relevant zijn om het onderscheid te maken in publieke en particuliere collecties?”
De stimulans tot verder onderzoek was geboren.

Dankzij de medewerking van velen die mij informatie verstrekten, heb ik gegevens over de huidige Belgische collecties versierde meelzakken in WO I kunnen samenbrengen. Inmiddels heb ik negen publieke collecties en twee privécollecties persoonlijk en ter plaatse kunnen bestuderen. Zo zijn ruim 170 meelzakken door mijn handen gegaan.
In dit blog presenteer ik de kerncijfers van mijn huidige onderzoeksresultaten.

Register van Meelzakken WO I
De verwerking van de gegevens van de meelzakken vroeg om een methodiek. Om tot optelling en vergelijking van meelzakken en collecties te komen was een spreadsheet nodig. De zakken waren in oorsprong transportverpakkingen, daarom heb ik de indeling van het spreadsheet logistiek bepaald: plaats van origine, vervoer per schip, plaats van ontvangst en leging, plaats van bewerking en plaats van huidige bewaring.

Zo heb ik een ‘Register van Meelzakken WO I’ gevuld met de gegevens van de meelzakken die mij tot nu toe bekend zijn.[1]
Het Register biedt de mogelijkheid om te filteren. De cijfers van de Belgische collecties kan ik eruit lichten: ik tel op dit moment 14 publieke en 13 privécollecties. Het aantal meelzakken in deze collecties is 235.

Belgische publieke en privécollecties
De veertien publieke en dertien privécollecties bevatten gezamenlijk 235 meelzakken, waarvan 65% (152 zakken) in de publieke en 35% (83 zakken) in de privécollecties.

Enkele particuliere verzamelaars staan ervoor open om hun bezit in bruikleen te geven voor tentoonstellingen, waardoor er de afgelopen jaren heel wat meelzakken voor het publiek te zien zijn geweest. De meelzakken in Bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem en het Erfgoedhuis Nazareth zijn in langdurige bruikleen gegeven uit de collectie van Frankie van Rossem.

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Het onderscheid tussen onbewerkte en bewerkte meelzakken voor verzamelingen meelzakken in WO I is een essentieel kenmerk. In mijn blog ‘Rosabel in het War Heritage Institute’ heb ik dit uitgewerkt.

Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren, katoenen zakken met originele bedrukking van letters, logo’s, beeldmerken en stempels.
Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

Van de 235 meelzakken in Belgische collecties zijn er 102 onbewerkt en 133 bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 90% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 10% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Van de onbewerkte meelzakken in de publieke collecties bevindt zich 90% in musea in het Jubelpark in Brussel. KMKG/MRAH bewaart een collectie van voornamelijk onbewerkte meelzakken, misschien al tijdens de bezettingsjaren 1914-18 samengesteld door mevrouw Isabella Errera.
Het Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie, waarvan sommige door de tand des tijds zijn aangetast, maar evengoed interessante informatie opleveren.

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 45% in publiek bezit en 55% in privébezit.
Volgens mijn huidige gegevens bevatten de particuliere verzamelingen dus méér bewerkte meelzakken dan de museale collecties. Vanuit dit oogpunt is het betekenisvol dat de Vlaamse lijst van Topstukken meelzakken, zowel uit een publieke als een privécollectie, vermeldt.

Hardop denkend over deze cijfers lijkt een verklaring voor de hand te liggen. Een aantal particulieren heeft door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaart deze als familie-erfgoed. Andere verzamelaars zijn al jaren actief met het bezoeken van markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze een verzameling opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan publieke instellingen vindt druppelsgewijs plaats.

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.
In absolute aantallen is de verdeling:

In publieke collecties is 20% van de meelzakken beschilderd en 90% geborduurd.
In privécollecties is 40% van de meelzakken beschilderd en 60% geborduurd.
De 21 beschilderde meelzakken in de verzameling van Gerard Hollaert vormen hiervan de hoofdmoot.

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. is weggeknipt. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die in publieke collecties abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. Zie het blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent’. De zakken zijn lokaal gemaakt tijdens WO I, als verpakking van hulpgoederen voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.
In absolute aantallen is de verdeling:

80% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, ruim 10% is afkomstig uit Canada en van 5% is de herkomst onbekend.

De top van de stapel is zichtbaar
De presentatie van kerncijfers toont aan dat het onderzoek geleid heeft tot antwoorden op mijn vragen. Met elkaar werkend zijn honderden meelzakken tevoorschijn gekomen in België. De duiding ‘weinig’ van de Topstukkenlijst heeft cijfermatige invulling gekregen. Mede dankzij de bescherming van versierde bloemzakken als Vlaams Topstuk is extra aandacht gevestigd op het unieke cultureel erfgoed.
Toch lijkt mij toe dat het karwei nog zeker niet is geklaard. In een aantal Belgische steden en provincies zijn geen collecties versierde meelzakken geregistreerd waar ik ze wel zou verwachten. Op plaatsen waar ze wel zijn geregistreerd duiken nieuwe vondsten in collecties op.

Ik trek als conclusie dat de top van de stapels meelzakken van WO I in Belgische collecties zichtbaar is gemaakt.

[1] Met deskundig advies en werk van een jong team van dataverwerkers is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen. Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats.