‘Thanksgiving’-schip ORN vertrok uit Philadelphia

Op deze Thanksgiving Day 2020 vertel ik als dank aan allen die mij inspireren, aanmoedigen en van informatie voorzien bij mijn onderzoek naar de versierde meelzakken het verhaal van het ‘Thanksgiving’-schip ORN dat 106 jaar geleden op 25 november 1914  de havenstad Philadelphia uitvoer, volgeladen met zakken meel op weg naar België, uitgezwaaid door duizenden mensen waaronder een speciale gaste: Madame Lalla Vandervelde.

Inzameling van hulpgoederen
Direct na het uitbreken van de ‘Europese’ oorlog in augustus 1914 ontstonden spontane acties onder de bevolking van Canada en de Verenigde Staten om geld en goederen in te zamelen voor de hulp aan slachtoffers van het geweld.

Het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, ook de kinderen deden mee aan de hulpacties. The Philadelphia Inquirer, 10 november 1914

De acties voor hulp aan de Belgische vluchtelingen en de bevolking in het bezet België stonden onder leiding van Belgen, woonachtig in Canada en de VS: de Belgische Consul Pierre Mali, de Consul-Generaals, zakenmensen, vooraanstaande particulieren en emigranten, op bijzondere wijze ondersteund door Madame Lalla Vandervelde, de vrouw van de Belgische minister van Staat, die door de VS reisde om aandacht te vragen voor de Belgische goede zaak en op te roepen tot Amerikaanse hulpverlening.
Zij vonden gehoor bij lokale dagbladen en tijdschriften, die met grote ijver dringende oproepen aan hun lezers deden om hulp te bieden door geld te storten in speciaal voor het doel opgerichte fondsen.

Het laadruim vol meelzakken van de Thelma in de haven van Philadelphia, The Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

Het transport van de hulpgoederen van Amerika naar Europa over de Atlantische Oceaan moest per schip gebeuren, maar dat leverde qua kosten hoofdbrekens op. Niet in Canada, waar de overheid de betaling van het transport voor haar rekening nam. Wel in de VS, want wie wilde dat betalen?

Warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker, Philadelphia. Foto: internet

In de stad Philadelphia, Pennsylvanië, kwam het onmiddellijke antwoord van warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker (Philadelphia 11.07.1838-12.12.1922). Hij nam het initiatief en charterde zelf twee schepen om hulpgoederen naar België te brengen.

Thelma
Het eerste schip gecharterd door Wanamaker was het stoomschip Thelma. Het laden van het schip trok veel belangstelling, de ‘Philadelphia Inquierer’ publiceerde er dagelijks over.

Links het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, midden kapitein Hendrickson, rechts Petrus Verhoeven en zijn gezin, Belgische vluchtelingen in Londen. Evening Ledger, 11 november 1914

Op donderdag 12 november 1914 vertrok het schip na een korte officiële plechtigheid waar burgemeester Blankenburg van Philadelphia het woord voerde:
“Medeburgers, tweeëntwintig jaar geleden stuurde Philadelphia een hulpschip, de Indiana, om hulp te bieden aan de lijdende Russische boeren, ver weg van eigen haard en huis. Vandaag stuurt Philadelphia opnieuw een hulpschip, de Thelma, dit keer naar de lijdende mensen, de ongelukkige mensen van België. Het toont de grootsheid van hart van de bewoners van Philadelphia. Het toont de kracht van de dagbladpers, want als de kranten in Philadelphia er niet waren geweest, geloof ik niet dat dit schip vandaag klaar zou zijn om te vertrekken. De dagbladen van Philadelphia hebben er alles aan gedaan om dit schip met hulpgoederen te kunnen laten vertrekken.”
De Girard College band stond op de pier en speelde de ‘Star Spangled Banner’.

Voedsel schip Thelma vertrekt naar België, Philadelphia Inquirer, 13 november 1914

De burgemeester vroeg aan het toegestroomde publiek van honderden mannen, vrouwen en kinderen hulde te brengen aan kapitein Wolff Hendrickson en bemanning middels een driewerf ‘Hoera’. De heer Francis B. Reeves, penningmeester van het Amerikaanse Rode Kruis, nam namens het Rode Kruis de hulpgoederen op de Thelma in ontvangst en bisschop Garland van Philadelphia zegende het schip.

Versierde meelzak Rosabel, geborduurd in Roulers/Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Foto: E. McMillan

Daarna overhandigde de heer Wanamaker aan kapitein Hendrickson een brief, gericht aan Dr. Henry Van Dyke, gezant van de Verenigde Staten in Den Haag, Holland: ‘Het stoomschip Thelma vervoert vandaag naar u … de geschenken van de inwoners van Philadelphia en omgeving … De officiële documenten van het schip zullen aantonen dat de lading met een waarde van $ 104.000 volledig bestaat uit meel, maïsmeel, bonen, ingeblikte voedingsmiddelen, zakken aardappelen, enz … allemaal levensmiddelen zoals gevraagd in de verklaring van enkele dagen geleden van de heer Brand Whitlock, gezant in Brussel, die sprak over de grote behoefte aan hulp voor vrouwen en kinderen en oude en zieke mensen in België. …

Meelzak ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. KMKG, nr. 2657, foto: auteur

Deze voorname oude stad, die u zo goed kent, de eerste van de Amerikaanse steden en de eerste zetel van de regering van de Verenigde Staten, is – zonder haar plichten ten aanzien van de armen en behoeftigen in Philadelphia te verwaarlozen- als één man opgestaan om medeleven en genegenheid te tonen aan behoeftigen in de wereld, zoals ‘de Stad van Broeder Liefde’ altijd doet.
Ik voeg er voor uw eigen genoegdoening aan toe dat er al bijna voldoende giften zijn binnengestroomd om een volgend schip te laden.’

Advertentie in the Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

De Thelma stak de oceaan over in drie weken tijd en meerde op 3 december 1914 met haar kostbare lading veilig aan in de Maashaven van Rotterdam. Het overladen begon direct, aken brachten via de binnenwateren van Holland en België de voedingsmiddelen naar de bestemde plekken.

Le XXe siecle, 17 december 1914

‘Le XXe siècle’ berichtte half december 1914 over de voedingsmiddelen die de Thelma aanvoerdde:
Het stoomschip “Thelma” is in Rotterdam aangekomen met 1.740 ton aan voorraden, bestemd voor de Belgen die in België bleven. De lading bestaat uit 94.600 zakken en 100 vaten meel, 1.600 zakken maïsmeel, 2.000 zakken bonen, 1.600 zakken rijst, 1.200 zakken zout, 500 dozen maïs, 5.000 dozen aardappelen, 1.200 zakken gerst, 2.500 zakken erwten, 600 dozen gecondenseerde melk, 600 dozen geconserveerde perziken, 1.000 kisten sodazout, 1.200 kisten pruimen, 1.000 zakken suiker en 1.250 zakken havermout.’[1]

Inmiddels voer het tweede door Wanamaker gecharterde schip inderdaad met de volgende lading hulpgoederen de oceaan over: de ORN was vertrokken als ‘Thanksgiving’-schip.

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

‘Thanksgiving’-schip ORN

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

De dag voor Thanksgiving Day, 25 november 1914, vertrok het stoomschip ORN uit de haven van Philadelphia op weg naar Rotterdam, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers. De waarde van de lading was $ 173.430 en bestond vooral uit zakken meel plus andere voedingsmiddelen.

De officiële plechtigheid om de ORN behouden vaart te wensen werd bijgewoond door vele hoogwaardigheidsbekleders. Ook nu was de muzikale begeleiding van The Girard College Band.

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Aanwezig waren burgemeester Blankenberg en zijn wethouders met de verantwoordelijke ambtenaren; de heer Wanamaker met collega’s; de Belgische consul-generaal Paul Hagemans. Speciale gaste was Madame Lalla Vandervelde.
Ook aanwezig waren de directies en redacties van de kranten en hun uitgeverijen. De voorgangers in de plechtigheid waren van drie verschillende gezindten: Dr. Russell H. Conwell van de Doopsgezinde kerk; Eerwaarde Henry T. Drumgoole, rector van het St. Charles’ Seminarie, Overbrook; Eerwaarde Joseph Krauskopf, rabbijn van de synagoge ‘Keneseth Israel’.
Het gezelschap hoogwaardigheidsbekleders ging bij aankomst op het schip allereerst op de foto. Ook Madame Vandervelde nam actief deel aan de fotografie: ze stond erop dat ze met haar eigen camera gefotografeerd zou worden, staande tussen de heer Wanamaker en burgemeester Blankenburg.

‘Thanksgiving Ship Orn Sails’, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Thanksgiving Day
De burgemeester sprak de menigte toe: “Ik geloof niet dat Philadelphia een mooiere of betere Thanksgiving zou kunnen vieren dan door dit stoomschip naar België te sturen, tot het uiterste beladen met voedingsmiddelen voor de uitgehongerde bevolking.

Meelzak ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, foto: auteur

Rabbijn Krauskopf kreeg het woord: “… We zijn op de vooravond van onze nationale Thanksgiving-dag bijeengekomen met zowel een vreugdevol als bedroefd hart. We zijn verheugd omdat we in staat zijn onze overvloed te delen met degenen die het nodig hebben aan de andere kant van de oceaan. We zijn bedroefd omdat de behoeften van hen zijn ontstaan door de zondigheid en de dwalingen van de mens.”

Versierde meelzak Rosabel, 1916, 12 Lbs, geborduurd, houten theeblad met glas. Foto en coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell sprak: “… het is prachtig dat we de kans hebben om naar de noodlijdende Belgen een deel te sturen van datgene wat wij hebben, en als ik de geest van Amerika goed begrijp, zouden we, als we hun behoeften kennen, bereid zijn om ons laatste brood te delen met de Belgen, zij die zo dapper hun huizen verdedigden en de wereld een prachtig voorbeeld toonden van hun moed en patriottisme …”
Consul-Generaal Paul Hagemans aanvaardde de scheepslading hulpgoederen namens België: “Voor de tweede keer binnen twee weken sturen Philadelphia en haar goedgeefse bevolking een scheepslading voedingsmiddelen naar de Belgische slachtoffers. Hiermee geven Philadelphia en haar bevolking een prachtig voorbeeld van menselijke solidariteit met de duizenden van mijn mensen die van de hongersnood zullen worden gered; want we maken uit de recente berichten op dat de omstandigheden er verschrikkelijk zijn…. Behouden vaart aan het Thanksgiving-schip![2]

Vlnr. John Wanamaker, Lalla Vandervelde met de Belgische en Amerikaanse vlaggetjes, burgemeester Blankenburg aan boord van de ORN, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Madame Vandervelde
Toen was de beurt aan Madame Vandervelde. Zij nam twee kleine vlaggen, een Belgische en een Amerikaanse, in haar handen. Ze overhandigde het stokje van de Belgische vlag aan John Wanamaker met de woorden:

Meelzak ‘Rosabel’, geborduurd. Coll. Frankie van Rossem, foto: auteur

“Ik bied deze vlag van België aan de heer Wanamaker aan, als dank voor zijn prachtige geschenk aan België. Ik overhandig eerst deze Belgische vlag als symbool van heldhaftigheid en moed van een klein land dat tegen een verschrikkelijke overmacht vecht. Het staat ook symbool voor de noden van miljoenen van haar mensen.” Vervolgens overhandigde ze hem de kleine Amerikaanse vlag: “Deze Amerikaanse vlag bied ik u aan als het symbool van vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid. Deze vlag staat op dit moment ook symbool voor de vrijgevigheid en de sympathie van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Ik heb het grote genoegen de heer Wanamaker dank te zeggen voor alles wat hij heeft gedaan door hem deze twee vlaggen te overhandigen.”

De heer Wanamaker nam de vlaggetjes aan, strekte zijn armen en hield ze hoog in de lucht. Op dit teken zette de band de tonen in van het Amerikaanse volkslied, dat door de duizenden aanwezigen op schip en kade uit volle borst werd meegezongen.
Pater Drumgoole sprak vervolgens de zegen uit over schip en lading, waarna de gasten de ORN verlieten en het schip zich losmaakte van de kade.

Meelzak ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, foto: auteur

John Wanamaker keerde terug naar kantoor, maar kwam direct teruggereden in een van de bestelauto’s van zijn Wanamaker’s warenhuizen; hij volgde op de pier tot het laatste moment het tweede schip met hulpgoederen waarvan hij de reis had mogelijk gemaakt.

Op 18 december 1914 arriveerde ook de ORN met haar kostbare lading veilig in de Maashaven in Rotterdam. De hulpgoederen werden direct overgeladen in binnenvaartschepen en verder gedistribueerd in België.

 

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., 1914-1915, Anderlecht, geborduurd door Hélène Coumans, 16 jaar, Auderghem; door tussenkomst van Mme Buelens. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Versierde meelzakken uit Pennsylvanië

Meelzak Rosabel, kussenhoes, geborduurd, ‘La Belgique Reconaissante’, lint, diam. 25 cm. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Meelzakken, vervoerd op de THELMA en ORN, zullen afkomstig zijn geweest van maalderijen in de staat Pennsylvanië. Mijn onderzoek laat zien dat enkele tientallen van deze onbewerkte en versierde meelzakken bewaard zijn gebleven in België en de VS. Opmerkelijk is dat alle zakken een klein formaat hebben, de vermelde inhoudsmaat is 12¼ LBS (5,5 kg meel) tot 24½ LBS (11 kg meel). De gebruikelijke maat van meelzakken is 49 of 98 LBS.

Er zijn meelzakken van:

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. KMKG, nr. 2658, foto: auteur

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, merknaam Hed-Ov-All in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, Californië (HIA); Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI); Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel (KMKG).
– Een mij onbekende maalderij leverde een zak met merknaam Jack Rabbit, getoond in het WHI.
Millbourne Mills in Philadelphia, merknamen Rosabel, A-flour, Southern Star in de collecties van HHPLM, HIA, WHI, KMKG en meerdere Belgische particuliere collecties;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, merknaam M-H 1795 in de collecties van WHI en het ModeMuseum Antwerpen.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co. Schortje, geborduurd. Coll. MoMu, foto: Europeana

Te weten dat deze versierde meelzakken uit Philadelphia vertrokken zijn rondom Thanksgiving Day 1914 geeft vandaag extra kleur aan mijn dag!

 

Speciale dank aan Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, hij maakte me attent op Thanksgiving Day, de nationale feestdag in de VS, gevierd op de vierde donderdag in november, dit jaar op 26 november. Hij noemde het een tijd van reflectie over het afgelopen jaar en alles waar je dankbaar voor bent, onze lange afstand vriendschap is er een van. We zien er beiden naar uit elkaar in het echt te ontmoeten, wanneer de omstandigheden dit zullen toelaten.

 

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, 17 december 1914

[2] Hagemans, Paul, niet gepubliceerde biografie, Philadelphia, Penn, ongedateerd. Vermeld in de bibliografie van Carole Austin, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Meelzak ABC, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Voor het vervolg zie het volgende blog: Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993

Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een ‘detour’ via West-Branch, Iowa. Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.

‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’. Tegen de muur hangen enkele geleegde meelzakken. Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.
Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.

Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.

Whitlock-collectie
Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me de foto’s toe.[1]

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner

The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whtilock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”

 

 

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase.

There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. 
The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).

Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM

The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”

 

Op de meelzakken is geen bedrukking van origine met verwijzing naar maalderijen of hulporganisaties  te zien. De presentatie, afmetingen en dubbele stof van de objecten lijken te bevestigen dat dit geborduurde meelzakken zijn. ‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een meelzak op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.

‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche.
Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.

 

Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM

Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.

Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM

Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente Overijssche op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

 

‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’,  1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).

Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM

Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant.
Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Marie Brankaer borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee meelzakken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht  aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselcomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.

Het lokale Hulp- en Voedingscomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met twee versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
Comiteit Overijssche, 1915. Twee versierde meelzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Coll. onbekend. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux

De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale comiteit met twee versierde meelzakken. Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad is gelijk aan het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.

Door wie en waar de meelzakken in Overijse zijn geborduurd is tot heden niet bekend. Misschien kan de naam van de borduurster ‘Mlle. Marie Brankaer uit Malaise-sous-Overijssche’ (Maleizen-Overijssche) leiden naar verdere informatie.

Foto’s van Louis Rigaux

Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Voedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Wachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Leden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit opgesteld voor een wand vol geleegde meelzakken met merknamen van Amerikaanse maalderijen en hulporganisaties. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux

Piet Van San maakte me attent op nog twee versierde meelzakken: “We kennen in Overijse nog twee kunstig bewerkte meelzakken (1915) – van uitzonderlijke kwaliteit. Eentje wordt bewaard in de familie van mijn echtgenote, een ander exemplaar in het archief van de heemkundekring waar ik bestuurder van ben.” Zodra ik scans van foto’s van deze meelzakken heb, zal ik ze bij dit blog plaatsen.

Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg een avontuurlijke zakkenreis van Urbana naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen.

Toevoeging 8 november 2020:
Op zakkenreis maakte ik een kleine detour via West-Branch, Iowa. Het Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) blijkt een ‘Overijssche-Maleizen’ (‘Malaise-sous-Overijssche’) meelzak in de collectie te hebben. Een versierde meelzak van het dorp waar borduurster Marie Brankaer woonde!

Versierde meelzak ‘Overijssche-Maleizen’, geborduurd en beschilderd, 1915. Coll. HHPLM nr. 62.4.385

‘Der Belgen Dank’, ‘Liefderijk Amerika‘ staat als tekst geschilderd op de zak. De ranken bloemen en graanhalmen zijn vergelijkbaar met de andere Overijssche zakken. Ook hier is de bovenrand afgewerkt met open naaiwerk.

 

Mijn grote dank gaat uit naar Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum; Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse.

[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. In ieder geval zeven stuks. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s van deze zeven meelzakken gemaakt en toegestuurd.

[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.

 

Iconische meelzak van Godefroid Devreese

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Vooraanstaand Belgisch kunstenaar Godefroid Devreese (Kortrijk 19.08.1861 – Elsene 31.08.1941), beeldhouwer en medailleur, heeft zijn bijdrage geleverd aan het decoreren van de meelzakken. Van hem is een tekening op de meelzak ‘Perfect’ van de maalderij Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho (Tx. 2626), bewaard gebleven in de collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH).

Een kind met krullende haardos, blote armen en benen, gekleed in een schortje, zit op de grond en lepelt eten uit een steelpan; de onderbenen klemmen de pan vast, de linkerhand grijpt de steel van de pan, de rechterhand is hooggeheven en zet een lepel eten -is het pap, is het soep- aan de mond.

Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation 1914 1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

De tekst ‘AU BÉNÉFICE D’ALIMENTATION’ (‘ten voordele van de voeding’) staat in een boog om het kind heen, beginnend en eindigend in een tarwehalm. Een krans van zonnestralen benadrukt de letters. Boven de blote voeten van het kind staan de jaartallen 1914 en 1915. Rechtsonder tekende de kunstenaar met ‘G. Devreese’.
Het kind is in profiel naar links getekend. De tekening is gemaakt met rood krijt, als ware het een schets.

G. Devreese, ‘A mes Amis’, zelfportret, 1921. Plaquette, brons. Collectie MSK Gent. Foto: website MSK

Godefroid Devreese
Godefroid Devreese was een productieve, succesvolle kunstenaar; het atelier Devreese had enkele gekwalificeerde medewerkers in dienst. Ook in de oorlogsjaren ’14-‘18 kreeg hij talloze opdrachten voor het maken van plaketten en medailles.

Alle personen en instanties die een rol speelden in de hulp- en voedselvoorziening aan België zijn door Devreese geportretteerd op plakette of medaille: Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding, Commission for Relief in Belgium, Brand Whitlock, Markies de Villalobar, Jkh. Maurits van Vollenhoven, Ernest Solvay, Emile Francqui, Herbert Hoover, enz. De voorkeur van de kunstenaar was om de bezoekers aan zijn atelier, die voor hem poseerden, steeds in profiel naar links vast te leggen. In die richting was de lichtinval geschikter. De foto’s van de modellen werden in die richting genomen.

Godefroid Devreese werkt in zijn atelier. Kenmerkende foto met het profiel naar links tbv de lichtinval. Foto uit artikel Jacqueline Van Driessche, In Monte Artium, 10, 2017.

Er bestaat een foto van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Devreese zit in diezelfde houding met zijn profiel naar links te beeldhouwen; je kan je iets voorstellen bij de lichtinval. De foto is gepubliceerd in een bijzonder lezenswaardig artikel van Jacqueline Van Driessche over de nalatenschap van de medaillecollectie van Devreese.[1]

Detail Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur
Mimine Schellecat, dochtertje van de kleermaakster van mw. Devreese, 1906, brons. Medaille door G. Devreese en P. Fisch aangeboden aan Société de la Medaille. Coll. MSK Gent. Foto: website MSK

Mogelijk is het kind dat model heeft gestaan voor de tekening op de meelzak ook op deze wijze vereeuwigd.

De tekening is monochroom en het onderwerp is geschetst alsof het bestemd is voor een plaquette of medaille. Zou Devreese het ontwerp van de tekening van het kind later inderdaad als zodanig hebben gebruikt? Ik heb zijn honderden penningen er niet op onderzocht.
Wel zag ik in de collectie van MSK Gent de medaille ‘Mimine’, die Devreese eerder, in 1906, ontwierp. Het hoofdje van het kind vertoont enige gelijkenis met het kind in de roodkrijttekening.

Aanvulling 9 oktober 2020: Inmiddels is de penning met identieke afbeelding gevonden! Zie hieronder.

Ontwerpen van Godefroid Devreese
Devreese was door zijn werk goed ingevoerd in de hoogste kringen. Ik zal hierna ingaan op de contacten die hij had en het werk dat hij uitvoerde van de Amerikaan Brand Whitlock en de Nederlander Jkh. Maurits Van Vollenhoven, gezichtsbepalende diplomaten in bezet Brussel, en Isabella en Paul Errera, bewoners van Ukkel.

Brand Whitlock

Brand Whitlock. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1915. Part. coll. Foto: E. McMillan

Brand Whitlock, Amerikaans gevolmachtigd minister in België, zie ook mijn vorige blog, beschreef dat hij onder meer met Devreese ging lunchen: ‘M. Cardon is a gentleman of taste and culture and a charming companion. We used to go now and then to the little restaurant “Le Vieux-Sabot” on the quai near his house, he and Devreese, the sculptor and I, and later Alfred Madoux, the editor of L’Etoile Belge, who found his distraction in painting.’ [2]

 

Jonkheer Maurits Van Vollenhoven

Jkh. Maurits van Vollenhoven. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1917. In ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Jonkheer ‘Maurits’ Willem Raedinck van Vollenhoven (Haarlem 25.11.1882 – Madrid 29.03.1944), Heer van Kleverskerke[3], was gezantschapsraad in Brussel toen de Groote Oorlog begon. Hij was een jonge Nederlandse diplomaat, 31 jaar, die samen met een secretaris in de periode ’14-’18 het Nederlandse gezantschap vertegenwoordigde vanaf het moment in 1914 dat de Nederlandse gezant de Belgische koning en zijn regering naar Le Havre in Frankrijk volgde.
Door op dat moment op die plaats te zijn heeft de loopbaan van Van Vollenhoven een wending genomen in importantie, waarvan in de Nederlandse geschiedschrijving maar weinig is terug te vinden.

De titels van Jkh. Maurits van Vollenhoven. ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Jkh. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.

Godefroid Devreese: Jkh. Maurits van Vollenhoven, 1920, borstbeeld in wit marmer voor de Belgische Senaat. Coll. en foto: Belgische Senaat.

Uit dien hoofde viel hen de eer te beurt door Devreese te worden vereeuwigd op medailles. Na de Armistice verleende de Belgische Senaat aan de drie diplomaten het voorrecht vereeuwigd te worden in een levensgroot borstbeeld. ‘Op 11 februari 1919 bestelden Kamer en Senaat bij beeldhouwer Godefroid Devreese borstbeelden van de Markies de Villalobar en van minister-resident Maurits van Vollenhoven. Deze beeldhouwer werd door hen gekozen. De buste van Brand Whitlock werd op zijn vraag door Egide Rombaux gehouwen’. De drie beelden hebben een vaste plaats gekregen binnen het gebouw van de Senaat.[4]
De herinnering aan Jonkheer Maurits van Vollenhoven wordt behalve in België, ook in de Nederlandse provincie Zeeland in het dorp Kleverskerke en in Museum Arnemuiden, in hoge ere gehouden.

Isabella en Paul Errera in Ukkel

Paul Errera, burgemeester van Ukkel van 1912-1921. Plaquette ontwerp Godefroid Devreese, brons. Foto: Ucclensia: ‘Uccle ’14-’18’

Zowel Isabella als Paul Errera hebben Devreese opdrachten verstrekt.[5]
Hij portretteerde Paul Errera als burgemeester van Ukkel voor een plaquette. Isabella Errera gaf opdracht een medaille te slaan om de medewerkers te eren, die meewerkten aan de verstrekking van ‘la soupe populaire’ in Ukkel. De medailles zijn in brons gegoten, waarna verzilverd of verguld, de afmeting is 70×75 mm.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan een zijde van de medaille zien we een edelmoedige, rechtopstaande en goed gekapte vrouw in een enkellange japon, de contour van haar rechterbeen is zichtbaar onder de rok, haar rechtervoet is gehuld in een modische schoen met hak. Zij reikt een dampend bord soep aan, aan een man die wat ineengedoken op een bank achter een tafel zit. Hij richt zijn hoofd op, zijn ellenbogen liggen op tafel, hij strekt zijn rechterhand uit naar de soep. Het raam achter de vrouw staat wijd open met zicht op een boom en een huis, het raam achter de man is gesloten, in de vensterbank staan twee planten in pot. Het onderschrift luidt: ‘Servir les Pauvres ennoblit.’ (‘Het dienen van de Armen veredelt’). Linksonder staat in kleine letters de handtekening G. Devreese.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Keerzijde ‘Uccle’. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan de andere kant van de medaille zien we een man samen met twee honden een kar trekken waarop ketels soep staan. Ze lopen in een veld op weg naar een dorp. Kenners herkennen de boerderij ‘Hof ten Hecke’ en de kerktoren van Ukkel.[6] Achter hen een boom in blad. Het onderschrift luidt links ‘Uccle’ (Ukkel), rechts opnieuw de handtekening in kleine letters G. Devreese. 1917.

Detail foto Isabella Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Op een foto van Isabella Errera, waar zij in haar werkkamer aan haar bureau zit te schrijven, is achter haar een wand vol schilderijen te zien.[7] Opvallend detail is het ‘schilderij’ direct achter haar. Ongetwijfeld een werk van Godefroid Devreese: het is een grote gipsen plaquette, ingelijst, van de man die samen met zijn twee honden de kar met ketels soep trekt. De foto bevestigt de verbondenheid van Isabella Errera met het werk van Godefroid Devreese.

‘Au bénéfice d’alimentation’ op de meelzak ‘Perfect’
De origine van de Amerikaanse, katoenen meelzak is een klein dorp Ucon, in de staat Idaho. Ik vraag me af waarom Devreese specifiek deze meelzak heeft uitgekozen.

Detail beeldmerk ‘Perfect’ in penningvorm. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Is het vanwege het merk ‘Perfect’?!
Het beeldmerk met bloemen in penningvorm?
De kleuren blauw en geel van de originele bedrukking, waartegen zijn roodkrijttekening (‘dessin à la sanguine’) mooi zou afsteken?
Een combinatie van dit alles lijkt me waarschijnlijk.

Andere kunstenaars die meelzakken versierden hebben zichtbaar geworsteld met de dubbele stof van de katoenen zakken, de originele bedrukking waar ze omheen werkten en de oorspronkelijk verticale/staande richting van de meelzakken. Zo niet Devreese.
Hij heeft pragmatisch de zij- en bodemnaden van de meelzak laten lostornen en de zak een halve slag gedraaid. Daardoor had hij een enkelvoudig doek in horizontale richting waarop hij een liggende afbeelding kon maken op het niet bedrukte deel van de zak. Hij koos ervoor te werken op de kant waarop ook de originele bedrukking zichtbaar was.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempels ‘CNSA Brabant’ en ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Op de meelzak staan drie verschillende stempels:

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘A.B.C.’ (American Bakers Council). Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

1 Het stempel ‘A.B.C.’; dit zal in de VS vóór verzending op de zak meel zijn gestempeld. De afkorting is waarschijnlijk van ‘American Bakers Council’ en diende als ‘kwaliteitscertificaat’.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘CNSA Brabant’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

2 Twee stempels van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant’; deze stempels heeft het provinciale komiteit van Brabant gezet als certificaat van echtheid, na leging van de zak en voordat deze werd overgedragen voor hergebruik in België.

3 Het stempel ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles & ………(?)’; dit is een ongebruikelijk stempel. Ik had het niet eerder op een versierde meelzak gezien. Maar de KMKG-collectie meelzakken van Isabella Errera-Goldschmidt bevat een tweede exemplaar met dit stempel, de geborduurde meelzak ‘Vigor Flour’ (Tx 2605).

Het zou kunnen betekenen dat versierde meelzakken vanuit het Belgische liefdadigheidswerk op het CRB-kantoor in Brussel zijn afgeleverd, daar dit stempel kregen en gereed gemaakt voor verzending naar Amerika. Het is echter bekend dat het kantoor van de CRB overladen is geweest met versierde meelzakken en andere geschenken en moeite had om de blijk van Belgische liefdadigheid naar Amerika te verschepen. Bovendien zijn uit deze voorraad objecten ook bedankjes uitgereikt aan medewerkers en relaties van de CRB. Mogelijk is Isabella Errera op enigerlei wijze betrokken geweest in dit proces en was bekend waarmee men haar een groot plezier zou doen.

Iconische meelzak

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Meer aannemelijk vind ik mijn volgende hypothese. Omdat zij verzamelaar van stoffen was, had Isabella Errera waarschijnlijk reeds een collectie originele meelzakken in bezit met de bedoeling deze te bewaren als textiel erfgoed, te catalogiseren en te zijner tijd te tonen binnen haar stoffenverzamelingen. Daarom verwacht ik dat Isabella bewust de gelegenheid zal hebben gecreëerd haar keuze te maken uit de versierde meelzakken, bijvoorbeeld in samenspraak met Mrs. Ella Brand Whitlock, echtgenote van de Amerikaanse diplomaat.
Met kennis van kwaliteit zal zij resoluut de meelzak ‘Perfect’/‘Au bénéfice d’alimentation’ hebben uitgekozen om toe te voegen aan haar collectie. Haar fingerspitzengefühl vertelde haar dat de combinatie van het oorspronkelijke, Amerikaanse beeldmerk met de tekening van de internationaal erkende kunstenaar Godefroid Devreese in Brussel voor België bewaard zou moeten blijven.

Devreese memoreerde aan het einde van zijn leven over het doel waar hij in zijn werk naar streefde: “Je les ai toujours tous fait avec la même conscience et toujours avec la préoccupation: qu’en dira-t-on plus tard?” (Ik heb ze altijd allemaal vanuit hetzelfde besef gemaakt en altijd met het uitgangspunt: wat zal men er later over zeggen?”)[8]

Zijn reflectie sluit aan bij de verzamelgedachte van Isabella Errera.
Ik zeg erover: tezamen lieten zij een iconische meelzak van WO I na.

AANVULLING 9 OKTOBER 2020: PENNING GEVONDEN!

Voor en achterzijde van penning nr. 371 door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée, 1923. Foto: screenshot boek

Evelyn McMillan heeft de penning van Devreese gevonden met dezelfde afbeelding als op de meelzak! Een foto van de penning is afgedrukt in het boek van Charles Lefébure, La Frappe en Belgique Occupée. [9]

Het is een hanger met draagoog, driehoekig van vorm, 36 mm hoog, 23 mm breed en 2,6 mm dik. Aan de ene zijde is de afbeelding van het kind en de naam G. Devreese.

G. Devreese, ‘Meisje brengt lepel naar haar mond’, penning (recto), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De achterzijde draagt een afbeelding van een boeket graanhalmen met strik, waaromheen de tekst: Exposition d’Art et de Travaux Manuel, 1914-Bruxelles-1915.

G. Devreese, ‘Exposition d’Art et de Travaux Manuels. 1914-Bruxelles-1915’, penning (verso), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De penning is geslagen door Fonson in Brussel.

Omschrijving van de penning van Devreese door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek

Volgens Lefébure kwam de hanger tot stand in april 1915 om cadeau te doen aan de medewerkers van de ‘Fêtes’ (feesten), bekroonde exposanten en aan donateurs van de tentoonstelling.
Kennelijk een dankbaar sieraad voor vrouwen, die de hanger met het meisje aan een kettinkje konden dragen.

Het Penningenkabinet KBR bezit een exemplaar van de penning in brons geslagen, afkomstig uit de nalatenschap van Devreese, verkregen in 2013. Plaatskenmerk 3E278/1. De beschrijving van de voorzijde luidt: Een meisje zit op de grond, een kom tussen haar knieën, en brengt een lepel naar haar mond.

 

– Dank aan Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel die mij de gelegenheid hebben geboden de collectie  meelzakken van WO I  te onderzoeken.
– Dank aan Ucclensia, de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving, in het bijzonder de heer Eric de Crayencour, voor de vele en uitvoerige informatie, die zij mij hebben verstrekt over Ukkel in de jaren ’14-’18 en de toenmalige bewoners, Paul en Isabella Errera-Goldschmidt.
– Bijzondere dank aan Evelyn McMillan voor het geslaagde speurwerk in het werk van Godefroid Devreese naar de penning, gelijk aan de afbeelding op de meelzak. De penning is inmiddels in haar collectie, ze stuurde me de in dit blog afgebeelde foto’s.

[1]

Godefroid Devreese 1861-1941. Limburgse Commissie voor Numismatiek

Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, Journal of the Royal Library of Belgium, 10, 2017, p. 171-183. (open access). De archieven van Devreese zijn gelegateerd aan de KBR in 2013 schrijft zij in dit artikel.

Voor een volledig overzicht van het werk van Godefroid Devreese:
Poels, André, Vandamme, Luc, Van Driessche, Jacqueline, Godefroid Devreese 1861-1941. Alken: Limburgse Commissie voor Numismatiek vzw, 2018

[2] Brand Whitlock, Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I. London: William Heinemann, 1919, p. 336

[3] Museum Arnemuiden, Zeeland, heeft de persoon Van Vollenhoven nader onderzocht. Hun website biedt een informatiefilm over Maurits van Vollenhoven (2007)

[4] Website Belgische Senaat, Geschiedenis en Erfgoed, Sporen uit het verleden ‘Diplomaten lenigen hongersnood in bezet België’, 19/04/2017

[5] 14-18. Uccle et La Grande Guerre. Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et Environs a.s.b.l., 2018

[6] Mededeling M. Eric de Crayencour, Vice-président du Cercle d’Histoire d’Uccle.

[7] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[8] Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, 10, 2017, p. 181

[9] Lefébure, Charles, La Frappe en Belgique Occupée. Contribution à la Documentation du Temps de Guerre. Bruxelles et Paris, Librairie Nationale d’Art et d’Histoire. G. van Oest & Cie, Editeurs, 1923, p. 33, PL. XII

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Strombeek-Bever 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerd, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet.

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over de biografische gegevens van de kunstenaars.

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco

Na twee blogs met krantenberichten en veel tekst over kunstenaars in Auderghem en Luik laat ik in dit blog het werk zien van vijf kunstenaars, van wie het werk op zak in 1987 tentoongesteld is geweest in San Francisco, Californië.

Het ‘San Francisco Craft and Folk Art Museum’

Carole Austin publiceerde in A Report, Fall 1986, The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Collectie en foto: auteur

‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, is de titel waaronder het San Francisco Craft and Folk Museum een tentoonstelling van versierde meelzakken in WO I organiseerde van 7 januari tot 1 maart 1987. Gastconservator Carole Austin schreef een uitgebreid essay, dat gepubliceerd werd in ‘A Report, Fall 1986’, een uitgave van het museum.[1] In de tentoonstelling zijn beschilderde meelzakken uit de collectie van Capt. and Mrs. Albert Moulckers [2] getoond, naast vele geborduurde en met kant versierde meelzakken uit de collectie van de Hoover Institution van Stanford University.
In haar essay vermeldde Austin dat Julienne Moulckers haar vertelde dat St. Edward’s University in Austin, Texas, nu de meeste meelzakken met schilderijen van haar vader’s kunstkring in bezit heeft. Wat Austin verzuimde te vermelden, was dat de zes beschilderde meelzakken in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ nog altijd in het bezit waren van het echtpaar Moulckers.
Over deze zes kunstwerken gaat dit blog.
Carole Austin had een uitgebreide documentatie van de tentoonstelling in haar archief. Deze heeft zij mij geschonken, daarom bezit ik foto’s van de schilderingen.

Louis Crombin (Elsene 21.04.1872 – Bosvoorde …04.1946)

Louis Crombin, ‘Témoignage de Reconnaissance’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. Formaat 19×27 inches.
Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Een huiselijk tafereel van moeder die de baby wiegt, grootmoeder handwerkt of schilt de aardappelen, het kind aan tafel leest. Moeder heeft een zak ‘Belgian Relief Flour’ in ontvangst genomen. Door de deuropening kijken we naar buiten en zien de leverancier van de zak meel weglopen naar zijn paard en wagen. Twee Amerikaanse vlaggetjes sieren de keuken.

‘Belgian Relief Flour’ Russell-Miller Milling Co. Collectie: HHPLM

Het doek waarop Crombin geschilderd heeft, is een halve meelzak.
Restanten van de bedrukking zijn in de bovenzijde van de schildering te zien. Kennelijk is het een meelzak geweest van de Miller’s Belgian Relief Movement met de standaard bedrukking ‘Belgian Relief Flour’ en de naam van de maalderij. In dit geval zou het kunnen gaan om de Russell-Miller Milling Co. uit Minneapolis, Minn. De typografie komt overeen met een soortgelijke zak in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum.
Crombin schilderde met korte streken de verf op het doek, want schilderen op een katoenen zak viel niet mee, de verf smeerde slecht uit. Hij speelt met het licht dat binnen valt door de deur en het raam. Het geeft de schildering een impressionistische sfeer. Het lijkt alsof een grauwe zwart-wit foto uit 1915 van het behoeftige Belgische gezinsleven, dankbaar tot leven wordt gewekt in de kleurenrijkdom van de verf.

Ignace Pley (Brussel 26.07.1879 – 1952)

Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Everett-Aughenbauch & Co, Waseca, Minn., 30×16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.
Detail: Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915.

De schilder gebruikte de kant van de meelzak, die bedrukt was en benutte de lege bovenzijde. Daar schilderde hij een landschap en omlijstte het in een ovaal dat gedecoreerd is met art-deco motief. De blauwzwemen in het linkerdeel van de schildering roepen een mystieke sfeer op, in combinatie met het roze licht dat de horizon kleurt. Alsof we kijken naar een zonsopgang, in verf gevangen door een schilder die daarmee uitdrukking geeft aan zijn hoop op betere tijden.

Amédée Lynen (St-Joost-ten-Node 30.06.1852 – Brussel 28.12.1938)
Twee beschilderde meelzakken als een klein stripverhaal. De kunstenaar Amédée Lynen was schilder, illustrator en schrijver. Nog in 1914 maakte hij onder meer illustraties voor De Legende van Uilenspiegel van Charles De Coster. Lynen was een vooraanstaand aquarellist. Zijn tekeningen op de zakken zijn uitgevoerd in Oostindische inkt met pen, ingekleurd met aquarel.

Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 30×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Een bakker kneedt het deeg en rolt het op, een versje zingt in zijn hoofd:
‘Pat a cake, pat a cake
Baker’s man, for the Belgian children
Master, as fast as I can’.
(‘Klop een cake, klop een cake
Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen
Meester, zo snel als ik kan’).
De schaduw van de bakkersknecht vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenaar het belang van zijn taak onderstreept.

Amédée Lynen, ‘Malines’ (Mechelen), 1915. Versierde meelzak met originele bedrukking op achterzijde, 29×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie onbekend. Foto: coll. auteur.
De gevel op de meelzak van Amédée Lynen is Huis De Kat, Grote Markt 13, Mechelen. Foto: Coll. Stadsarchief Mechelen

Een huis in ‘Malines’, Mechelen. De gevel is historisch en klassiek. De typische gevel van het Mechelse huis doet verlangen naar thuis zijn in huiselijke kring en eigen omgeving. Wim Tiri, vorser naar alles wat Mechels is, herkende de gevel: het staat er nog steeds. Hij schreef me: “Dat een Mechelse gevel wordt afgebeeld op een meelzak in San-Francisco is toch wel bijzonder. De gevel die hier weergegeven wordt, is van ‘De Kat’ op de Grote Markt in 1661 gebouwd in opdracht van apotheker Augustijn van Orsagen. De apothekerswoning is verbouwd naar café/herberg. Voor Mechelen is deze zak ook bijzonder interessant aangezien er weinig of geen afbeeldingen zijn van voor de transformatie naar café.”

Jean-Francois Taelemans (Brussel 08.08.1851 – Sint-Gillis 31.03.1931)

Jean-Francois Taelemans, ‘Watermolen’, 1915. Versierde meelzak Portland Roller Mills, Portland, Oregon, 29×19 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Taelemans was werkzaam in Brussels. Misschien zal hij hebben deelgenomen aan de tentoonstelling in Auderghem. De watermolen is sfeervol getekend, kenners van de historie van het Zoniënwoud zullen wellicht de molen herkennen. In het waterrijke gebied waren vele watermolens in die tijd.
De schildering lijkt een tekening. Misschien is deze op het doek van de meelzak aangebracht via het procedé van de lichtdruk. Het stelde de kunstenaar in staat enkele dezelfde afdrukken te maken op diverse zakken.

Ernest Godfrinon (Elsene 10.09.1878 – Schaarbeek 1927)

Ernest Godfrinon, ‘Vrouwenportret’, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission, 27,5 x 16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.

Godfrinon beschilderde de meelzak met het stemmige portret van een vrouw vol zorgen. Ze houdt drie vingers bij haar mond, alsof de kunstenaar ons haar honger wil laten voelen. Haar ogen lijken ter neergeslagen, de geplooide muts krult sierlijk om haar hoofd. Daaronder een bloemenboeket van weelderige margrieten, als symbolische dank aan de American Commission.
Godfrinon tekende rond 1905 een affiche voor de Antwerpse jeneverstokerij De Kempenaar waarop twee dames met dezelfde muts getooid als op dit portret.

Conclusie

Detail: Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915.

Conservator Carole Austin bracht in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ in het San Francisco Craft and Folk Art Museum in 1987 versierde meelzakken van WO I bij elkaar die een diversiteit aan onderwerpen laat zien, welke de Belgische schilders inspireerden in het eerste oorlogsjaar 1915. De schilders hadden gemeen dat ze hun bezette land niet waren ontvlucht, zoals andere kunstenaars, maar in België zijn gebleven. Ze werden niet opgeroepen om te strijden aan het front. Ze maakten mee dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, hun voedsel schaars werd. Ze gaven hun medewerking aan de oproep om de meelzakken te beschilderen en decoreren ten behoeve van liefdadigheidstentoonstellingen. De opbrengst van het entreegeld tot de tentoonstellingen diende om kunstenaars in benarde omstandigheden financiële steun te geven.
De zes werken zijn enkele tientallen jaren na de oorlog meegenomen naar de Verenigde Staten door de heer en mevrouw Moulckers-Feuillien. Inmiddels is hun plaats van bewaring onbekend. Gelukkig hebben we dankzij Carole Austin’s goed bewaarde archief wel sfeervolle beelden.

 

Mijn dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de biografische gegevens van de vijf kunstenaars opgespoord. De lang onbekende signering ‘J. Ploy’ wist hij op verrassende wijze te verhelderen tot de schilder Ignace Pley. 

Dank aan Wim Tiri voor toezenden van de informatie over ‘Huis De Kat’ op de meelzak van Amédée Lynen. Wim Tiri beheert de Facebookpagina “Sporen van Mechelen in de wereld”.

[1] Austin, Carole, From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I. San Francisco, A Report from the San Francisco Craft and Folk Art Museum. Fall 1986

[2] Twee blogs, die ik eerder heb geschreven over de Capt. and Mrs. Albert Moulckers Collection zijn: Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1 en ‘The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection’ 2.

 

Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Académie des Beaux-Arts’

De kunstenaars in Luik waren minstens zo voortvarend als hun collega’s in Auderghem en omgeving. Zij exposeerden zelfs drie weken éérder met fraaie schilderingen op de meelzakken.

Dit blog is het vervolg op mijn blog van 9 september 2020 over de transformatie tot beschilderde meelzakken. Mijn reden om de Luikse kunstenaars niet de primeur te geven, maar hen in een vervolg-blog te behandelen, ligt in een frustratie mijnerzijds: ik heb tot heden geen enkele beschilderde meelzak van een van de Luikse kunstenaars kunnen terugvinden. Niet op foto, niet in een collectie.
De krantenberichten zijn echter talrijk en informatief, vandaar uit komt dit blog tot stand. Ik heb geprobeerd de Franse teksten zo goed mogelijk te vertalen.

Tekening van Armand Rassenfosse, 1915. Collectie Musée de la Vie wallonne. Foto: collectie auteur

De Academie voor Schone Kunsten in Luik
De eerste tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Luik vond plaats van 4 tot 11 juli 1915 in de Academie voor Schone Kunsten. De schilders wisten een enorm publiek te trekken, meer dan 5000 mensen stroomden de Academie binnen om het werk van de schilders te zien. Het was nieuw. De kunstenaars hadden moeten werken op katoenen doek, wat problemen gaf bij het aanbrengen van hun verf. De maatvoering en de dubbele laag stof van de zak stelden limieten. Bovendien waren de zakken voorzien van bedrukkingen met logo’s en teksten van de Amerikaanse en Canadese maalderijen.
Uit het commentaar op de schilderwerken blijkt dat meerdere kunstenaars uitstekende oplossingen hadden gevonden.

1 ‘Liège: Exposition’ (Le Messager de Bruxelles, 4 juli 1915)
‘Du 4 au 11 juillet prochain se tiendra dans les salons de l’Académie des Beaux-Arts une Exposition de sacs américains décorés par des artistes liégeois. A part quelques petits travaux de broderie effectués sur les sacs et affichés sans grande publicité, c’est la première fois que notre ville verra une Exposition de ce genre.
Un droit d’entrée sera perçu au profit des familles d’artistes éprouvées par la guerre; fr. 0,50 le premier jour, et 10 centimes les jours suivants. Si tous les Liégeois veulent faire une visite à cette Exposition, ils verront des œuvres dignes d’intérêt, aideront les auteurs des peintures à supporter les misères actuelles et paieront aussi en quelque sorte par leur démarche le grand tribut de reconnaissance que nous devons à l’Amérique.’

(‘Luik, Tentoonstelling – Van 4 tot 11 juli wordt in de salons van de Academie voor Schone Kunsten een tentoonstelling gehouden van Amerikaanse meelzakken versierd door kunstenaars uit Luik. Het is de eerste keer dat in onze stad een dergelijke tentoonstelling te zien zal zijn. Eerder waren alleen wat meelzakken met borduurwerk te zien, dat zonder veel publiciteit werd getoond.
Er zal een toegangsprijs worden gevraagd ten behoeve van families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen: 0,50 franc op de openingsdag en 10 centimes op de volgende dagen.
Alle inwoners van Luik die bezoek willen brengen aan deze tentoonstelling zullen interessante werken zien; zullen de kunstenaars van de schilderijen helpen de huidige ellende te doorstaan; ​​en zullen in zekere zin ook bijdragen aan het eerbetoon vol dankbaarheid dat Amerika toekomt.’)

‘La Fontaine des trois grâces’ draagt het perroen van Luik. Het perroen is een een hardstenen zuil met daarop een rijksappel in de vorm van een kruis. Symbool van vrijheid, autonomie en gerechtigheid. Collectie Bibliothèque Ulysse Capitaine

2 ‘Exposition des sacs d’Amérique’ (Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)
‘C’est le dimanche 4 juillet qu’eut lieu l’ouverture de l’exposition des sacs américains. La foule est nombreuse, les visiteurs abondent. Le droit d’entrée – 50 centimes le jour d’ouverture et 10 centimes le restant de la semaine – est destiné à soulager les artistes liégeois et leurs familles dans la necessité. Soixante-sept sacs sont exposés dans la petite salle carrée qui fait suite à la salle des Plâtres. On y voit de tout, de l’aquarelle, de la peinture à l’huile, du pastel, des croquis de genre et jusque des eaux-forte. Toutes ces petites merveilles sont l’œuvre d’artistes liégeois de bonne volonté et seront revendues au pays des dollars au profit d’institutions que la guerre a créées. Signalons en passant les compositions originales d’ Emile Bertrand, ‘L’Andalouse’, de Marneffe, la ‘Tête de Mineur’, de Baues, les croquis de genre de François Maréchal et plusieurs eaux-fortes et sanguines de Rassenfosse. Pour louer comme elles le méritent toutes ces œuvres, il nous faudrait les citer toutes. Ce qu’il y a d’intéressant à constater, c’est que soit d’ailleurs leur genre, ont necessité l’emploi de procédés spéciaux, la toile à sacs qu’il s’agissait de décorer étendant la couleur, l’huile fut remplacée par l’essence ou le pétrole. M. Emile Berchmans nous parait mériter une mention spéciale pour l’habilité avec laquelle il sut garder et employer à son œuvre les cachets et mentions préexistants sur les sacs qu’il eut à décorer. Tous les Liégeois se doivent à eux-mêmes d’aller visiter cette intéressante exposition. Il est question que cette exhibition ne soit pas la dernière, et que la ville organise elle-même une seconde manifestation artistique de ce genre, dont les produits seronts vendus sur place au profit des œuvres qu’elle patronne. Mais ce n’est jusqu’ici qu’un projet.’

Evariste Carpentier, oud-directeur van de Académie des Beaux-Arts in Luik beschilderde een meelzak van ‘Preston Milling Co.’, Idaho. Van de schildering werd een ansichtkaart gemaakt, verkocht ten bate van het ‘Œuvre de la Soupe’. Kerstmis 1915. Waar de meelzak is gebleven is onbekend. Foto: internet

(‘Tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’- ‘De opening van de Amerikaanse zakkenexpositie heeft plaatsgevonden op zondag 4 juli; de menigte is talrijk, bezoekers zijn er in overvloed. Het inschrijfgeld – 50 cent op de openingsdag en 10 cent de rest van de week – is bedoeld om Luikse kunstenaars en hun behoeftige families te ondersteunen. Zevenenzestig zakken zijn te zien in de kleine vierkante zaal die volgt op de Zaal met gipsen beelden. Er is van alles te zien, van aquarellen tot olieverf, pastelkrijt, genreschetsen en zelfs etsen. Al deze geweldige kunstwerkjes zijn de geste van Luikse kunstenaars en bedoeld om in het land van de dollars verkocht te worden ten bate van de liefdadigheidsinstellingen die vanwege de oorlog zijn opgericht. Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. We zouden alle werken moeten noemen om ze allemaal volledig tot hun recht te laten komen. Wat interessant is om op te merken, is dat afhankelijk van de gebruikte techniek een speciaal proces nodig was om de kleuren op het doek van de katoenen meelzak te krijgen en uit te smeren. Soms is de olie vervangen door benzine of petroleum. De heer Emile Berchmans verdient speciale vermelding vanwege de bekwaamheid waarmee hij in zijn werk de reeds bestaande bedrukkingen op de meelzakken heeft gebruikt. Alle Luikenaars zijn het aan zichzelf verplicht om deze interessante tentoonstelling te bezoeken. Er is sprake van, dat deze tentoonstelling niet de laatste zal zijn en dat de stad zelf een tweede artistiek evenement van deze aard zal organiseren. De objecten zullen dan ter plekke worden verkocht en de opbrengst zal het eigen liefdadigheidswerk ten goede komen. Maar dit is tot nu toe alleen een plan.’)

‘Rivierlandschap’, op de achtergrond het wapen van Luik en Amerikaanse vlag: pastelkrijt, ongesigneerd, ws toe te schrijven aan een schilder van het Zoniënwoud. Versierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
Versierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. Achterzijde ‘Rivierlandschap’, pastelkrijt, ongesigneerd. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University

3 ‘Echo Artistiques’ (L’Echo de Liège, 13 juli 1915)
‘L’exposition des sacs américains s’est terminée dimanche dernier, après avoir recueilli un très gros succès. On a été unanime à reconnaître le talent ingénieux de nos artistes à décorer une matière qui ne semblait guère se prêter aux jeux de la brosse et du crayon.
Mesdames du Monceau et Pirenne-Kepenne; MM. Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff et Würth ont exécuté une série d’œuvres pleines d’originalité qui vont être expédiées aux Etats-Unis et que les Américains se disputeront sans doute, pour le plus grand bien des Belges nécessiteux.
Les entrées ont dépassée le chiffre de 5.000 et les recettes permettront de soulager plusieurs familles d’artistes éprouvées par la guerre.’

(‘De tentoonstelling van Amerikaansche zakken die afgelopen zondag eindigde, is zeer succesvol geweest. Unaniem was er erkenning voor het ingenieuze talent van onze kunstenaars bij het decoreren van een materiaal dat zich nauwelijks leek te lenen voor het spel van penseel en potlood.
De dames Du Monceau en Pirenne-Kepenne; de heren Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff en Würth hebben een serie zeer originele werken uitgevoerd, die naar de Verenigde Staten zullen worden verscheept. De Amerikanen zullen er ongetwijfeld ruzie over maken, wie de mooiste mag kopen, dit alles voor het goede doel: de hulp aan behoeftige Belgen. Meer dan 5.000 Luikse bezoekers kochten een entreebewijs en de opbrengst zal gelegenheid bieden hulp te verstrekken aan families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen.’)

Affiche van de bloemententoonstelling, ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Collectie: Musée de la Vie wallonne. Foto: collectie auteur

4 ‘Assaut d’originalité’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)
‘L’exposition des sacs américains a obtenu à Liège le plus franc succès. Plus de cinq mille visiteurs sont venus admirer les œuvres d’inspiration si variée de nos artistes wallons. D’aucuns, comme MM. Berchmans, Baues, Wolff, Mataive ont dit à nos bienfaiteurs leurs reconnaissance en des pages symboliques. La plus belle est sans conteste la magistrale conception de M. Em. Berchmans ou l’Amérique personnifiée en une figure de bonté reçoit les remerciements des villes belges. L’œuvre de M. Baues, ‘Panem Nostrum’, locale et touchante, est parmi les plus réussies. D’autres artistes, et c’est le plus grand nombre, ont exalté les types ou les décors de chez nous. De MM. A. Rassenfosse et F. Maréchal, des ‘Hiercheuses’ fort réussies; de M. Mataive, un ‘Fumeur’ plein de fine bonhomie; de MM. Wolff et Burnet, de gracieux profils de ‘Petites Liégeoises’; de M. Baues, une noble ‘Tête de mineur’. Parmi les paysagistes, M. Würth envoie une riante évocation de ‘L’Ourthe à Esneux’; M. A. Martin, de délicates notes liégeoises, on tune large panorama vespéral, ‘Cité ardente’, peinture traduite du pastel; M. O. Duchâteau, des évocations à l’eau-forte de nos vieilles rues.
Cet assaut d’originalité dans l’expression de la reconnaissance honore les artistes wallons et ne manquera pas de toucher ceux pour qui leur talent s’est ingénieusement déployé.’

Straatbeeld van Luik op oude ansichtkaart. Foto: internet

(‘De tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’ in Luik was een daverend succes. Meer dan vijfduizend bezoekers kwamen het bevlogen en gevariëerde werk van onze Waalse kunstenaars bewonderen. Sommigen, zoals de heren Berchmans, Baues, Wolff, Mataive, drukten hun dank aan onze weldoeners uit in symbolische beelden. Het mooiste werk is ongetwijfeld het meesterlijke ontwerp van de heer Em. Berchmans waarin Amerika, gepersonifieerd door een allegorisch figuur van goedheid, de dank ontvangt van Belgische steden. Het werk van meneer Baues, ‘Panem Nostrum’ (‘Ons Brood’), plaatselijk en ontroerend, is een van de meest succesvolle. De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’; van de heer Mataive een ‘Roker’ met fijne gelaatstrekken; van de heren Wolff en Burnet sierlijke portretten van ‘Kleine Luiksen’; van de heer Baues een edele ‘Kop van een mijnwerker’. Van de landschapsschilders stuurde meneer Würth een stralende verbeelding van de ‘Ourthe bij Esneux’; A. Martin stuurde enkele tere beelden van Luik, waaronder een vergezicht bij avond, ‘Cité ardente’, schildering uitgedrukt in pastel; enkele etsen van O. Duchâteau verbeelden oude straten in onze stad.
De explosieve verbeeldingkracht in de uiting van hun dankbaarheid siert de Waalse kunstenaars en zal beslist de mensen ontroeren voor wie zij hun talent op vakkundige wijze hebben ingezet.’)

Rectificatie (L’Echo de Liège, 19 juli 1915)
De volgende dag stond er een rectificatie in de krant: een paar namen van kunstenaars en titels van hun werk op de ‘sacs américains’ behoefde correctie.

Toegevoegd moesten worden:
– Désiré Poissinger: Chemin de table, Hiercheuse, Pays de Liege, Fillette (Tafelloper, Mijnwerkster, Luiks landschap)
– Alfred Martin: Intérieur d’église, Cité Ardente (Kerkinterieur, ‘Vurige Stad’)
– Modeste Lhomme: Paysage, Imitation de Gobelin (Landschap, Reproductie van een gobelin)

Werk van Désiré Poissinger: ontwerp affiche op papier, november 1915. Zwart-wit foto: collectie auteur

De Europese editie van de New York Herald nam eind juli het bericht op, dat beschilderde meelzakken uit Luik naar de VS gezonden waren.

5 ‘Belgian Artists Thank U.S.’ (The New York Herald, European Ed., 28 juli 1915)
‘A touching tribute of gratitude has been sent by the inhabitants of Liege to their American benefactors. The American Relief Committee packed foodstuffs for the city in canvas sacks, which were preserved by the recipients. The idea occurred to artists of Liege to ornament these sacks with decorative work and paintings and then to send them back to the United States. Among the artists taking part were MM. Pirenne, Duchâteau, Rossenfosse, Marneffe and Neutier.’

(‘Belgische artiesten bedanken VS – Een ontroerend eerbetoon van dankbaarheid is door de inwoners van Luik naar hun Amerikaanse weldoeners gestuurd. De American Relief Committee verpakte voedingsmiddelen voor de stad in katoenen zakken, die door de ontvangers zijn bewaard. Kunstenaars in Luik kwamen op het idee om deze zakken te versieren met decoratief werk en schilderingen en ze vervolgens terug te sturen naar de Verenigde Staten. Deelnemende kunstenaars waren onder meer de heren Pirenne, Duchâteau, Rossenfosse, Marneffe en Neutier.’)

Beeldmerk van de Luikse ‘Secours Discret’. Collectie Musée de la Vie Wallonne. Foto: collectie auteur

6 Kunstenaars
Uit voorgaande krantenberichten is een indrukwekkende lijst van Luikse kunstenaars samen te stellen*). Zij allen hebben met groot enthousiasme  ‘Amerikaansche zakken’ beschilderd. Maar ik moet vaststellen dat deze kennelijk zijn verdwenen. Ik heb in ruim twee jaar onderzoek nooit een foto of fysiek exemplaar in enige collectie aangetroffen. De kunstenaars zijn:

1  Baues, Ludovic ( Maastricht 22.07.1864 – Luik  27.04.1937)
2  Berchmans, Emile (Luik 08.11.1867 – Brussel 05.11.1947)
3  Bertrand, Emile ?
4  Burnet, Simon Joseph (Luik 10.01.1884 – Bressoux.. .04.1945)
5a  Caron, Marcel, zoon
(Enghien-les-Bains (F) 13.05.1890 – Luik 06.08.1961)
5b  Caron, Alphonse, vader
(Luik 02.12.1866 – Vieuxville 25.07.1917)
6  Collette?
7  Comhaire ?
8  Dumonceau de Bergendal, Mathilde, Gravin
(Schaarbeek 23.02.1877 – Luik 26.12.1952)
9  Duchâteau, Olivier (Luik 14.03.1876 – Luik 16.12.1939)
10 Dupagne, Adrien (Luik 12.02.1889 – Luik 1980)
11 Henryon/Henrion, Armand
(Luik 30.05.1875 – Parijs? Begraven in Le Portal, Pas de Calais (F) 1958)
12 Houbiers, Luc(ien) (Luik 01.02.1876 – Luik 1943)
13 Jaspar, Marcel (Luik 07.05.1886 – Luik 14.12.1952)
14 Lhomme, Modeste (Luik 20.02.1883 – La Gleize 20/25?.11.1946)
15 Maréchal, François (Housse 07.01.1861 – Luik 08-07-1945)
16 Marneffe, Ernest ( Luik 15.04.1866 – Luik 14.09.1920)
17 Martin, Alfred (Luik 03.10.1888 – Luik 06.10.1950)
18 Mataive, Alphonse (Seraing 26.08.1856 – Luik 28.08.1946)
19 Meyers ?
20 Neutier (?), mogelijk is bedoeld Houbiers
21 Pirenne-Kepenne; Victoire (Luik 19.11.1883 – Spa 21.08.1932)
22 Poissinger, Désiré (Luik 14.05.1887 – Luik 1967)
23 Rassenfosse, Armand (de) (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934)
24 Sacré, Jacques (Luik 07.06.1870 – 20/21/22.09.1941)
25 Salme, Maurice (Luik 09.01.1880 – Chênee 25.11.1943)
26 Wolff, José (Luik 18.02.1885 – Luik 23.02.1964)
27 Wurth, Xavier (Luik 04.10.1869 – Luik 06.12.1933)

Conclusie
Ik vraag me verbaasd af wat er van de zending van hun kunstwerken is geworden. Waar zijn de 67 beschilderde meelzakken van de tentoonstelling in de ‘Académie des Beaux-Arts’ in Luik, gehouden van 4-11 juli 1915, gebleven?!?

 

*)Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en werkt aan aanvullingen, zodat deze zo volledig als mogelijk zal zijn samengesteld.

De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915

Dit derde blog in de reeks ‘Hergebruik van meelzakken in WO I’ bespreekt de transformatie tot beschilderde meelzakken door de schilders van het Zoniënwoud in Auderghem (Oudergem), bij Brussel, volgens Belgische primaire bronnen.
De kranten berichtten over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken in 1915 en roemden de vernieuwing en de verrassende resultaten van de kunstenaars.

Tentoonstelling en distributie in Auderghem van kinderkleding en speelgoed, ontvangen van Amerikaanse en Canadese kinderen via de Commission for Relief in Belgium. Foto: L’actualité illustré, 20 februari 1915

In mijn eerdere twee blogs in de reeks ben ik ingegaan op hergebruik van meelzakken tot kleding (blog van 24 mei 2019) en transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk (blog van 26 mei 2019).

De schilders van het Zoniënwoud

‘A Auderghem’, oproep aan de schilders van het Zoniënwoud. Foto: La Belgique, 11 april 1915

Het eerste artikel berichtte over de oproep aan de ‘peintres de la Forêt de Soigne’ om vijftig schoongewassen meelzakken te beschilderen.

Burgemeester Herrmann-Debroux van Auderghem. Foto: website gemeente Oudergem

‘Auderghem – De heer Herrmann, burgemeester, *) had afgelopen donderdag voor de gemeenteraad de schilders van het Zoniënwoud bijeengeroepen, waarvan de tentoonstelling net is geopend in het Roodklooster. Velen hadden op deze uitnodiging gereageerd; de afwezigen hadden zich verontschuldigd en bij voorbaat ingestemd met de voorstellen van de geachte burgemeester. Het betrof het sturen van een bijzonder bewijs van dankbaarheid naar Amerika. Ongeveer vijftig meelzakken waren grondig gewassen! De heer Herrmann stelde voor dat onze kunstenaars op deze zakken hun favoriete plekken van het Zoniënbos zullen schilderen. De resulterende meesterwerken zullen cadeau gedaan worden aan onze weldoeners. Dit uitstekende voorstel werd onder enthousiast gejuich door de betrokkenen aanvaard.’
(La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie, 11 april 1915)

De beschilderde zakken waren enkele maanden later gereed voor een tentoonstelling in het gemeentehuis, gehouden van 25 juli tot 1 augustus. Een Vlaamse journalist deed uitgebreid verslag in het Antwerpse familieblad ‘Geïllustreerde Zondagsgazet’. Hij bezocht eerst de tentoonstelling van geborduurde zakken in de Anspachlaan in Brussel, waar hij de tip kreeg om het werk van schilders van naam te gaan zien in Auderghem.

De vitrine van de Red Star Line met het ‘Brusselsch stedehuis’ en het Vrijheidsbeeld van New-York. Detail ansichtkaart Marcovici Editeur, Brussel. Collectie KBR

‘De Amerikaansche zakken – We stonden over een paar dagen aan de vitrien der bureelen van de Red Star Line, waar het Komiteit der Nationale Voeding de zakken verkoopt waarin de Amerikaansche bloem ons met zooveel menschlievendheid gezonden wordt. We bewonderden de schoone figuren door behendige vrouwenhanden er kwistig op geborduurd, en vooral een zak uit Ontario afkomstig, waarop langs de eene zijne het Brusselsch stedehuis is afgebeeld, en langs den anderen kant het Vrijheidsbeeld van New-York; we bewonderden …ja, we bewonderden eigenlijk alles, toen we eensklaps eene dame nevens ons hoorden zeggen: “Het schijnt dat in Auderghem veel schoonere zakken te zien zijn, beschilderd door meesters van naam.”
Wij binnen. Wij vroegen wat daar van waar was, en de beminnelijke juffer die ons te woord stond – ze kende, och arme! geen Vlaamsch – bevestigde dat er inderdaad te Auderghem een tentoonstelling zal plaats grijpen van beschilderde Amerikaansche zakken. ….

Het gemeentehuis van Auderghem, eind 1918. Foto: internet

We geraakten, opgeruimd door de lieve wandeling, in het dorpje Auderghem.
Rein en netjes zijn de straten onderhouden; groote en breede banen, onlangs aangelegd, leidden naar Boschvoorde en Tervueren, terwijl achter het dorp, juist boven het oude, eigenaardige kerkje, het donkere, geheimzinnige Zoniënbosch zich eindeloos ver uitstrekt en als het ware een achtergrond vormt aan deze meesterlijk uitgevoerde, kleurenrijke natuurlijke schilderij.
… we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk.

Jos Albert, ‘Vrouw, aardappelen schillend’, 1915. Versierde meelzak ‘Morden Roller Mills’, Manitoba, Canada. Collectie HHPLM no. 62.4.103

J. Albert schilderde een ‘Binnenhuis’ en eene ‘Vrouw, aardappelen schillend’, die beiden zeer talentvol op … zak gebracht werden; heelemaal ‘de circonstance’ zijn de werkjes van M. Cockx; ‘Nieuwpoort’ en ‘Een Vlaams dorpje’ dit laatste een ware droom van dichterlijkheid. Het Zoniënbosch zelf diende als onderwerp voor de drie tafereelen van den heer Jozef François, flink geborstelde landschappen.
Is dit alles? Och, kom, lezer, ge weet toch wel dat in dergelijke zaken M. R. Stevens, sekretaris der ‘Vrienden van het Woud’ nooit ten achtere wil blijven; een prachtig ‘Houtgewas’ zond hij van uit het diepste van ‘zijn’ Zoniënbosch. M. Van de Leene deed zijn best om twee zakken te beschilderen met eene ‘Vrouw met bloemen’ en een ‘Meisjes, kushandjes werpend’ aan de Amerikanen, natuurlijk!

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’, B.S. Eckhart Milling Company. Collectie HHPLM no. 62.4.119

M. Brusselmans, M. Oleffe, M. Lagelai en anderen werkte met evenveel ijver mede; de ‘Booten op den IJzer’ van M. Drumé; M. Houyoux met zijn ‘Vernieling van Leuven’; M. Lagarde die een ‘IJzer te Nieuwpoort’ borstelde; M. Barth met een “Molen te Middelkerke’ zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken.
En toch spannen de heer Navez en G. Creten de kroon in deze tentoonstelling; zij hebben uitgedrukt, op deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk!

Arthur Navez, ‘Blozende knaap met grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem: Many thanks for this delicious bread’. Versierde meelzak ‘Castle’, Maple Leaf Milling Co., Toronto. Foto: collectie auteur

Midden de kring letters met de firma die den zak opzond, heeft heer Navez een blozende knaap geschilderd, bijtend met witte tanden en lachende oogen in een grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem, natuurlijk; terwijl M. G. Creten op dergelijke wijze een Belgische knaap schilderde, met dankbaar glimlachende wezen. Ziedaar twee tafereelen die bijzonder in den smaak zullen vallen en zeer zeker bij de Amerikanen zelfvoldoening verwekken over de edele daad die zij jegens ons volk pleegden.
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Het Vlaamsche Nieuws berichtte vervolgens tweemaal over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken. Het eerste bericht: ‘In de groote zaal van het gemeentehuis wordt er, gedurende eenige weken, eene eigenaardige tentoonstelling van geschilderde en geborduurde meelzakken gehouden. Men betaalt 10 centiemen ingang en de opbrengst zal gestort worden in de kas van het Voedingskomiteit der gemeente. Deze tentoonstelling verdient waarlijk bijval, want echte prachtwerken zijn er te zien. ……
Deze kunstwerken zullen naar Amerika gezonden worden, om ze aldaar te verkoopen ten voordeele van het Voedingswerk van België.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 8 augustus 1915)

Bezoek aan de expositie van Pierre Humbert Jr., CRB-gedelegeerde in de Agglomeratie Brussel, samen met zijn vrouw. Le Quotidien 13 aug. 1915

Galerie Giroux, Koninklijke straat 26, Brussel
In het tweede artikel komen zowel de tentoonstelling in Auderghem als een volgende tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Galerie Georges Giroux, Koninklijke straat 26 in Brussel van 14 tot 30 augustus aan de orde. De entreeprijs op de openingsdag in Brussel was 1 franc, de volgende dagen 25 centimes. Ook andere kranten maakten dit bekend.

Expositie meelzakken met ‘schetsen en studies’ van Belgische kunstenaars in Galerie Georges Giroux. Le Quotidien, 15 aug 1915

De opzet was helder: de beschilderde zakken waren kunstwerken, bestemd om te worden verstuurd naar Amerika. Daar zouden ze verkocht worden en met de opbrengst kon nieuwe hulp aan oorlogsgetroffenen gegeven. De entreegelden van de Belgische tentoonstellingen kwamen ten goede aan de hulpverlening voor de eigen kunstenaars.
Het Vlaamsche Nieuws:

Het Roodklooster in Auderghem op een oude ansichtkaart. Foto: internet
Tentoonstelling van de schilders van het Zoniënwoud in het Roodklooster, juni 1915. Foto: 1914 Illustré no. 39

‘Een bezoek aan het Rood Klooster te Auderghem, bij den ingang van het woud gelegen, bewees ons dat de schilders-bewonderaars dezer streek zoo talrijk waren als vroeger; in de twee herbergen der aloude abdij zijn standvastige tentoonstellingen gehouden hunner werken. Men bewondert er doeken van A. Bastien, Drumé, L. Clesse, Th. Clesse, R, Stevens, L. Houyoux, A. Renson, P. Dillens, P. Stobbaerts, L. Huygens, C. Jacquet, Martel, enz.
Maar onze schilders bewezen vooral dat zij liefdadig zijn, en dat zij tot voorbeeld aller burgers mogen aangewezen worden. Naar alle weldadigheidstentoonstellingen en tombolas der hoofdstad – en deze waren zeer talrijk – stuurden zij eenige hunner werken, terwijl zij in het gemeentehuis van Auderghem eene prachtige verzameling hielden, met hun geschilderde Amerikaansche meelzakken, ten voordeel van het Voedingskomiteit.

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission’. Collectie HHPLM no. 62.4.231

Nu wordt weeral (van 14 tot 30 Oogst) zulke tentoonstelling gehouden in de Koninklijke straat 26. De opbrengst zal gestort worden in de Ondersteunings-kas der Beroeps-federatie van Schoone Kunsten. Deze vereeniging, die alle kunstkringen groepeert, heeft zich reeds van verleden jaar bezig gehouden met den benarden toestand, waarin vele kunstenaars zich bevinden; de Ondersteunings-kas werd gevuld door de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, door den burgemeester en bijzonderen, de kunstkringen, het Nationaal Voedingskomiteit en door de opbrengst van sommige tentoonstellingen en tombolas. …

‘De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen…’; foto: 1914 Illustrée no. 51, 1 september 1915

De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen in de zaal der kleine Karmelietenstraat, n. 2. (Het Vlaamsche Nieuws, 17 augustus 1915)

 

 

 

Schilders
Hieronder volgen de deelnemende schilders, genoemd in de krantenartikelen, alfabetisch gerangschikt**):

1   Albert, Jos (Brussel 22.05.1886 – Ukkel 08.10.1981)
2   Barth, Albert
(Sint-Joost-ten-Node 03.03.1873 – Schaarbeek 04.05.1940)
3   Brusselmans, Jean (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953)
4   Cockx, Philibert (Elsene 29.04.1879 – Ukkel 02.09.1949)
5   Creten, Georges (Sint-Gillis 14.03. 1887 – Ukkel 08.04.1966)
6   Drumé, Auguste
(Brussel 25.06.1866 – Sint-Agatha-Berchem …02.1938)
7   François, Jozef
(Sint-Joost-ten-Node 06.11.1851 – Brussel 19.09.1940)
8   Houyoux, Léon (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940)
9   Lagarde
10 ‘Lagelai’, ***) bedoeld is Logelain, Henri
(Elsene 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968)
11  Martel, Paul-Jean (Laken 04.08.1879 – Philadelphia, VS, 26.09.1944)
12 Navez, Arthur (Antwerpen 17.03.1881 – Brussel/Elsene? 20.05.1931)
13 Oleffe, Auguste
(Sint-Joost-ten-Node 17.04.1867 – Oudergem 13.11.1931)
14 Stevens, René (Elsene 25.04.1858 – Elsene 03.10.1937)
15 Vandeleene, Jules (Elsene 09.05.1887 – Oudergem 26.05.1962)

Advertentie ‘Couleurs Rembrandt’  van Talens & Zoon roept op tot bezoek aan de tentoonstelling in Auderghem. Echo de la Presse, 1 aug. 1915

Zijn er beschilderde meelzakken van hen bewaard gebleven?
Jazeker, ik heb exemplaren in collecties in de VS gevonden. Van Jos Albert is de meelzak ‘Vrouw, aardappelen schillend’ opgenomen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM), West Branch, Iowa. Daar bevinden zich ook twee schilderingen van Jean Brusselmans. Van de meelzak van Arthur Navez bestaat een foto, waar de zak is, is niet bekend.

Philibert Cockx, ‘Oogstende boer in graanveld’, 1915. Versierde meelzak ‘Cascadia’, Portland Roller Mills. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Een meelzak beschilderd door Philibert Cockx bevindt zich in de ‘Moulckers Collection’ in de archieven van de Munday Library van St. Edward’s University, Austin, Texas. Ook een tweede werk van Jos Albert, ‘Venster’ bevindt zich in de Moulckers Collection.

Jos Albert, ‘Venster’, 1915. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Van de andere schilders heb ik geen meelzakken of afbeeldingen tot heden kunnen ontdekken. Wel zijn er enkele landschappen zonder signering in de Moulckers Collection, die mogelijk het Zoniënwoud verbeelden en toe te schrijven zijn aan de genoemde kunstenaars.

‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University

Na de Armistice: ‘uitverkoop’
Het initiatief om alle beschilderde zakken naar de VS te sturen, had problemen opgeleverd, bleek na de Wapenstilstand.

L’Indépendance Belge van 21 april 1919

‘Men zal zich herinneren, dat onze kunstenaars tijdens de bezetting Amerikaanse zakken hebben beschilderd, die graan en bloem hadden bevat. Dit als dankbetuiging aan de Verenigde Staten voor hun hulpverlening. De zakken beschilderd met allegorische voorstellingen en landschappen van onze regio zouden naar Amerika worden gestuurd. Maar de Duitse autoriteiten verzetten zich tegen de verzending. Daarom vroegen we ons af wat er met de zakken was gebeurd. Ze blijken zorgvuldig bewaard en begin mei zullen ze tentoongesteld worden in de ‘Cercle Artistique’.
Strikt genomen zal het geen kunsttentoonstelling zijn: het doek van de zakken was niet erg geschikt om te beschilderen en dit zijn dan ook geen meesterwerken van onze schilders. Maar het zal een cultureel evenement zijn.’ (L’Indépendance Belge, 21 april 1919)

Het evenement was bedoeld voor de (uit)verkoop van de beschilderde zakken, die voor eenheidsprijzen weggingen.
‘Cercle Artistique et Littéraire’: een originele tentoonstelling
Tot 8 mei, in de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, een tentoonstelling van Amerikaanse zakken, versierd door de beste en meest fantasievolle van onze schilders. Deze zakken worden verkocht ten voordele van de ‘Caisse d’assistance des Artistes’ tegen een uniforme prijs van: 100 frank voor schilderijen met bieding van 10 franc: 20 frank voor gravures met bieding van 5 franc. De biedingen worden ingewacht bij de beheerder van de ‘Cercle’.
(La Libre Belgique, 3 mei 1919 / La Nation Belge, 5 mei 1919)

En zo kwam een verrassend einde aan het initiatief van de schilders van het Zoniënwoud, die in 1915 bijzonder succesvol waren en in een euforie van patriottisme en dankbaarheid aan de VS ‘wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’

Meer over de beschilderde meelzakken lees je in mijn blogs: Meelzakken in Dendermonde; Beschilderde meelzakken in de Moulckers Collection en The Captain Albert and Mrs. Moulckers Collection 2.

 

‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’

Voor geïnteresseerden:
Museum Van Elsene/Musée d’Ixelles organiseerde in 2009 een tentoonstelling met werk van de schilders van het Zoniënwoud in de jaren 1850-1950. Bij de expositie verscheen een rijk geïllustreerde catalogus van de hand van Emmanuel Van de Putte ‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’.

 

 

*) Burgemeester Herrmann (Carl Henry Herrmann (St. Joost-ten-Node 05.12.1877Sint-Lambrechts-Woluwe 27.02.1965), noemde zich vanaf 1915 ‘Herrmann-Debroux’; Hij was burgemeester van 1912-1921. Tegenwoordig is hij vooral bekend als naamgever aan een viaduct en metrostation in Brussel.

**) Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en aangevuld, zodat deze zo volledig als mogelijk is samengesteld.

***) Evelyn McMillan maakte ons attent op de beschilderde meelzak ‘Woman nursing her baby’ van Henri Logelain (dus niet ‘Lagelai’) in de collectie van de Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca.

De weldaad van de meelzak

Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ is verschenen! Het is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.

In de zomer van 2019 deed ik onderzoek naar de versierde meelzakken van WO I in de collectie van het museum*). Het museum bezit 23 originele meelzakken, waarvan acht exemplaren op de Topstukkenlijst zijn geplaatst als beschermd Vlaams erfgoed.

In mijn artikel doe ik -in woord en beeld- verslag van mijn ontdekkingen en geef historische context aan de Ieperse collectie meelzakken. Aan de orde komen: de bevoorrading van België; de Amerikaanse liefdadigheid met een grafiek van de bijdragen per staat; Madame Lalla Vandervelde, haar reis door Amerika en succesvolle oproep tot hulp voor de Belgische bevolking; voorbeelden van de Belgische liefdadigheid met een infographic waarin tientallen verkooptentoonstellingen zijn genoemd gehouden tussen 1915-1925; het meisjesonderwijs op beroepsscholen met unieke foto’s van hun lessen; Duitse censuur op versierde meelzakken.

Ik kom tot de conclusie dat versierde meelzakken naast het symbool van voedselhulp en dankbaarheid ook het symbool zijn van de veelvoudige weldaden van Belgische vrouwen en meisjes tijdens de bezetting.

Het IFFM Jaarboek 2020 is prachtig vormgegeven door Manu Veracx. Mijn artikel beslaat 22 bladzijden en bevat 17 kleuren en 7 z/w illustraties; de Engelse vertaling is van de hand van Marc Hutsebaut, het beslaat 9 bladzijden.

U kunt het IFFM Jaarboek 2020 hier bestellen.

Collage van foto’s van de collectie meelzakken van het In Flanders Fields Museum; artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Jaarboek 2020

*) Marc Dejonckheere interviewde mij voor het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF. Het interview ‘De emotie van de meelzak’ verscheen in september 2019.