‘America Feeding Belgian Children’: Allegorie van Joseph Dierickx

Kranten en tijdschriften waren de social media van 1916. Het werk op meelzak van de Belgische kunstenaar Joseph (ook: José) Dierickx is door hen opgepakt.
Dierickx tekende de allegorie ‘Amerika voedt Belgische kinderen’ en deze stond in januari 1916 vol in de schijnwerpers in de Verenigde Staten, dankzij de Amerikaanse persagent Curtis Brown in Londen.

Briefhoofd Curtis Brown, Londen, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

Curtis Brown International Publishing Bureau

Curtis Brown; foto: online

Curtis Brown Ltd. is heden ten dage een van ‘s werelds toonaangevende literaire agentschappen en vertegenwoordigt sinds 1914 een breed scala aan gevestigde en opkomende auteurs van alle genres.
Het gerenommeerde bureau heeft een link met de versierde meelzakken gekregen door het artikel van haar oprichter Curtis Brown. De journalist Albert Curtis Brown (1866-1945) werd geboren in de staat New York. Hij verhuisde in 1888 naar Engeland om het International Publishing Bureau te leiden en begon in 1905 zijn eigen literaire bureau in Londen.

Caroline Curtis Brown, née Lord. Foto: Lean Connell, Londen; coll. Library of Congress

Brown was getrouwd met Caroline Curtis Brown, née Lord (1871-1950). Zij is vice-voorzitter geweest van de London Chapter, Foreign and Insular Division van het Amerikaanse Rode Kruis. Terwijl de oorlogswolken zich in Europa verzamelden, begeleidde Curtis Brown twee leden van het Londense personeel naar New York City en richtte de Amerikaanse tak van Curtis Brown Ltd. op in juli 1914. De dag na Brown’s terugkeer naar Engeland begon de Eerste Wereldoorlog. Het echtpaar Brown-Lord had drie kinderen, waarvan de oudste zoon in WO I in het leger diende. In correspondentie van 1915 schreef Brown dat hij Engeland niet zou verlaten tijdens de oorlog, omdat hij in Europa dicht bij zijn zoon wilde blijven.

Brief van Curtis Brown, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

De zoon, Marshall Lord Curtis Brown ( 1896-1928) , kapitein in het Britse leger, is tien jaar na de oorlog overleden in Londen; hij stierf, 32 jaar oud, aan de gevolgen van ziekte, opgelopen in de Slag aan de Somme in 1916. *)

Curtis Brown leidde zijn persagentschap naast het literaire agentschap. Als persagent schreef hij op 13 januari 1916 over de stapels versierde meelzakken, aangekomen in het kantoor van de CRB in Londen. Dit bericht mét foto’s verspreidde hij in de VS; het werd door de Amerikaanse media opgepikt en gepubliceerd.

De kranten over Dierickx’ meelzak in 1916

Sunday Star Washington D.C., 23 januari 1916

Het artikel van Curtis Brown is op diverse wijzen overgenomen.
In Washington verscheen het volledige artikel met vermelding van het copyright van Curtis Brown[1]:

Belgian People Show Appreciation of America’s Aid
Painting done on an empty flour sack and returned to Commission for Relief in Belgium. The skilled artist shows “America Feeding Belgian Children”. The children are being passed up by a figure depicting broken Belgium, and the man is also raising the American flag to his lips.”

(‘Belgen tonen waardering voor Amerika’s hulp’
Schildering gedaan op een lege meelzak en teruggestuurd naar de Commission for Relief in Belgium. De bekwame kunstenaar toont ‘Amerika voedt Belgische kinderen’. De kinderen worden haar aangereikt door een figuur die het gebroken België uitbeeldt, de oude man brengt ook de Amerikaanse vlag naar zijn lippen’)

San Francisco Chronicle, 23 januari 1916

Een krant van San Francisco kopte: ‘Belgians’ Method of Showing Gratitude to America’.

Literary Digest, 12 februari 1916

Het tijdschrift Literary Digest vermeldde onder de titel ‘Tokens of Belgian Gratitude’: ‘America Feeding Belgian Children: An empty flour-sack, painted by the Belgian artist, Joseph Diericks showing the bruised figure of Belgium offering the young for America to feed, while kissing the flag of our country’.[2]

Joseph Dierickx: Allegorie ‘à la sanguine’

Voormalige atelierwoning Joseph Dierickx in Ukkel, Auguste Dansestraat 56; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Inventaris van het bouwkundig erfgoed; foto: online

Joseph Henri Dierickx (Brussel 14.10.1865 – Ukkel 28.10.1959) was een Belgische schilder van historische scènes, genretaferelen, landschappen, portretten en maakte tal van muurschilderingen; ook was hij actief als architect. Dierickx studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, daarna vestigde hij zich in Ukkel. Tijdens WO I leidde hij de tekenschool van Ukkel en was lid van de ‘Uccle Centre d’Art’. Later gaf hij 38 jaar les aan de School voor Sierkunsten van Elsene. Zijn broer Omer Dierickx was ook een bekende schilder.

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Joseph Dierickx was vijftig jaar toen hij op meelzak een allegorie ‘à la sanguine’, in rood krijt, schetste. Op de voorstelling ligt het voetstuk van een kapotgeslagen monument met ionische zuilen en een beeld van de godin Pallas Athene dat ter aarde is gestort. Een vrouw, de personificatie van ‘Amerika’ (of ‘Columbia’) voedt een kind aan haar borst. Een tweede kind wordt haar aangereikt door een uitgeputte, oude man, de personificatie van België, terwijl hij de Amerikaanse vlag kust. Aan hun voeten ligt een terneergeslagen jonge man, hij bedekt zijn naaktheid met de Belgische vlag.

Joseph Dierickx, detail palmtak , krans, 1914-1915; foto: HHPL

De figuren op de voorgrond zijn nagenoeg naakt afgebeeld, op de achtergrond zit de gebogen gestalte van een in kleding verscholen vrouw.
Dierickx vermeldde de jaartallen 1914-1915 links en rechts van een palmtak waarin een gevlochten krans; hij schreef in de linkeronderhoek ‘ESQUISSE’ (schets); in de rechteronderhoek signeerde hij met ‘Joseph Dierickx’.

De meelzak is afgewerkt met een eenvoudige goudbruine, stoffen band, vastgenaaid langs de randen van het doek als kader van de allegorie. Het doek is aangebracht op dik papier; de afmeting totaal is 61×91 cm.

Borstvoeding op meelzak

Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP
Henri Logelain, Moeder zoogt kind, meelzak beschilderd, 1915, detail; coll. en foto: HIA

Met de schets van Dierickx op meelzak voegde hij zich bij een andere kunstenaar die op meelzak de voedselhulp tijdens de bezetting associeerde met de borstvoeding van de vrouw. Henri Logelain borstelde het portret van Moeder zoogt kind, 1915; de meelzak is bewaard in de Hoover Institution Archives, George I. Gay Papers.

De kunstenaar herhaalde zich
Bij de bestudering van de meelzakken is me opgevallen dat de professionele kunstenaars zichzelf op organische wijze herhalen in hun kunstwerken. Meestens hergebruikten kunstenaars op de meelzakken voorstellingen van werk dat zij vroeger gemaakt hadden. Zie voorbeelden bij Armand Rassenfosse, Antoine Springael, Roméo Dumoulin en Godefroid Devreese.

Joseph Dierickx herhaalde zich enkele jaren later. Of beter gezegd, hij werkte zijn trieste allegorie van 1915 uit tot een gelukkig tafereel in 1919, na de Armistice. Hij tekende het in opdracht van het gemeentebestuur van zijn woonplaats Ukkel. Het diende als getuigschrift voor de mensen die zich tijdens de oorlog hadden ingezet ten behoeve van de gemeenschap.
‘Diplôme de reconnaissance délivré par l’Administration communale pour services rendus aux oeuvres ou services communaux durant la guerre. Dessin original de José Dierickx’.[3]

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919; afm. 35×43 cm; foto in ‘Uccle 14-18’, Ucclensia

Wat we onder meer zien op de tekening: Een vrouw, de ‘Gemeente’ stapt van haar troon waarop het wapen met St. Pieter, beschermheilige van Ukkel; zij houdt een palmtak boven de hoofden van de oude man, ‘gebroken België’ op wiens schouder een jonge man (een vitale kerel, teruggekomen van het slagveld?) zijn hand legt, zijn plunjezak ligt op de grond.

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919, detail; foto: ‘Uccle 14-18’

Een tweede vrouw, de ‘Liefdadigheid’ heeft een kind in de linkerarm met de rechter voedt zij een meisje. Alle figuren zijn gekleed. Op de achtergrond twee figuren, zij rooien aardappelen in het veld. Boven het hoofd van de oude man, centraal in het beeld, torent de kerk van Ukkel, de Sint-Pieter. Waar in 1915 de figuren op de voorgrond naakt waren, zijn het nu de figuren op de achtergrond. De kunstenaar signeerde met ‘José Dierickx’.
Het gemeentebestuur besloot tot de opdracht aan Dierckx op 23 januari 1919; in juli 1919 ontving Dierickx 750 francs voor het ontwerp van het diploma.

Ukkel op oude ansichtkaart; foto: online

Roodkrijt in Ukkel: Dierickx en Devreese
Omdat het getuigschrift in 1919 een ontwerp is geweest in opdracht van het gemeentebestuur van Ukkel, vraag ik me af of Dierckx’ allegorie in roodkrijt op meelzak die hij eerder maakte, eveneens in opdracht van de gemeente of wellicht via een inwoner zal zijn uitgevoerd. Burgemeester Paul Errera van Ukkel en zijn vrouw Isabella Errera, née Goldschmidt, waren actieve bevorderaars van de kunsten, zouden zij betrokken zijn geweest? Eerder schreef ik een blog over de monochrome tekening in roodkrijt van de beeldhouwer Godefroid Devreese op de meelzak ‘Perfect’, afkomstig uit de collectie van Isabella Errera (KMKG-MRAH Tx 2626). In mijn onderzoek ben ik nog geen andere roodkrijt tekening op meelzak tegengekomen.

Bulletin KMKG-MRAH, 2013, blz. 121

Zou er verband kunnen zijn geweest tussen de schetsen op meelzak van Dierckx en Devreese? In het artikel van professor Guy Delmarcel in het Bulletin van het Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, zijn beide op één pagina (blz. 121) afgedrukt.[4] Ik heb dat tot nu toe toegeschreven aan de opmaak van het tijdschrift en de kleurovereenkomst van de roodkrijttekeningen op de meelzakken. Maar misschien is het een onbewust samenbrengen geweest van twee ontwerpen die in de kiem al met elkaar verband hielden.

Beide oorspronkelijke meelzakken zijn losgetornd en opengewerkt; de tekeningen zijn beide voorzien van de jaartallen 1914-1915. De meelzak van Dierckx ging op reis; de meelzak van Devreese bleef bij Isabella Errera in Brussel.

Wellicht dat de allegorie van Dierickx geschenk is gegeven aan de CRB met toelichting op de voorstelling. Bij aankomst in Londen van meelzak en toelichting heeft Curtis Brown daar kennis van kunnen nemen en zijn artikel geschreven.

Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.

Ann Arbor Milling Company at Argo and Broadway Bridge, ca. 1900/1919; foto Ann Arbor, Michigan photograph collection

Dierickx gebruikte voor zijn kunstwerk een meelzak Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.; hij stemde zijn compositie af op de oorspronkelijk bedrukking in blauwe letters.

Miller’s Belgian Relief Movement, Northwestern Miller, 1914-1915

De meelzak kwam naar België met de hulpactie van de Millers’ Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller in Minneapolis. ‘Ann Arbor-Michigan Milling Co. and citizens 231 barrels. Also 1 bag beans’ staat vermeld op de lijst van schenkers.[5] Het schip South Point vervoerde de lading van Philadelphia naar Rotterdam, het vertrok op 11 februari 1915 en kwam aan op 27 februari 1915.

Central Flouring Mill, 1902. Pictorial History of Ann Arbor; foto: Ann Arbor District Library

In Ann Arbor aan de rivier de Huron in de staat Michigan was een conglomeraat van maalderijen actief onder de naam Michigan Milling Co., het was de belangrijkste industriële bedrijvigheid in de plaats. Ook Ann Arbor Milling Co. maakte deel uit van het conglomeraat, dat in 1913 een geschatte output had van één miljoen dollar per jaar. De meelzak is geproduceerd door de zakkenfabrikant M.J. Neahr and Company in Chicago.

 Een soort museum in het CRB-hoofkantoor in Londen
Curtis Brown beschreef de aankomst van de versierde meelzakken bij het CRB-hoofdkantoor in Londen, waar een soort ‘museum’ werd ingericht:
Belgium is a nation of artistry, painters, embroiderers and workers in lace. These have now taken these flour sacks and made use of them in set forth appreciations of their gratitude. Scores are pouring into the head offices of the relief Commission in London …
Often a genuine artist sets to work, making the poor texture of the sacking his canvas, and there with his brush interprets the feeling of his people.

A sort of museum has been started for all these things at the commission headquarters here.”

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Dierickx’ meelzak naar Amerika
Dankzij het artikel van Curtis Brown komen we twee dingen te weten. Ten eerste was de meelzak van Dierickx in januari 1916 in Londen. Ten tweede was het een geschenk aan ‘de Amerikanen’ via de Commission for Relief in Belgium.

Tegenwoordig beschouwen de meeste schrijvers de versierde meelzakken in de archieven van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium als geschenken aan Herbert Hoover persoonlijk in dank voor zijn werk.
Curtis Brown’s artikel nuanceert dit beeld: de meelzakken, waaronder de allegorie ‘America Feeding Belgian Children’ van Joseph Dierickx, was een blijk van waardering voor de Amerikaanse hulp.

Vroegere tentoonstelling van versierde meelzakken, collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum. foto: Pinterest, geupload door Judy Francesconi

Dierickx meelzak is nu in Amerika. De meelzak zal óf in 1916 verscheept zijn naar het CRB-kantoor in New York en daar bewaard, óf zijn gebleven in het ‘CRB-museum’ in Londen en op enige tijd als memorabilia vanuit Engeland verstuurd zijn naar de Hoover Institute Archives op Stanford University in Palo Alto, Californië. In 1962 is Dierckx’ meelzak als onderdeel van een grote collectie meelzakken verhuisd naar de huidige bewaarplaats: de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West-Branch, Iowa (HHPL inv. nr. 62.4.435).

 

Dank aan
– Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar;
– Eric de Crayencour uit Ukkel voor toezending van ‘’14-18. Uccle et la Grande Guerre’, Ucclensia;
– Liesbeth Lievens uit Geel voor toezending van het artikel van Curtis Brown in The Sunday Star, Washington D.C.
– Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum, Ieper, voor informatie over Marshall Curtis Brown

De graven van Albert Curtis Brown, Caroline Lord Curtis Brown en hun zoon Marshall in Lisle, Broom County, NY; foto: findagrave.com

*) Marshall Lord Curtis Brown diende in het Britse leger. Hij kwam op 25 juli 1915 aan in Frankrijk als luitenant in het Machine Gun Corps, Motor Batteries; later werd hij Captain; zijn brieven aan zijn familie vanaf het slagveld in WO I zijn bewaard gebleven in de archieven van Princeton University Library: de Marshall Curtis Brown Collection.
De graven van hem en zijn ouders bevinden zich in Lisle, Broome County, NY

[1] Curtis Brown, ‘Belgian People Show Appreciation of America’s Aid’. The Sunday Star, Washington, D.C., January 23, 1916; geschreven in Londen op 13 januari 1916.

[2] San Francisco Chronicle, 23 januari 1916; Literary Digest, 12 februari 1916, ‘Tokens of Belgian Gratitude’

[3] Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et environs, ’14-18. Uccle et la Grande Guerre’. Ukkel, 2018, p. 54, 106, 144

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013

[5] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

Kunstenaars @hooverlibrarymuseum

Recent maakte ik een Instagram account aan @floursacksww1. Ik was benieuwd of er via sociale media nieuwe versierde meelzakken tevoorschijn zouden komen.

Conservator Marcus Eckhardt toont meelzakken in HHPL, 2019, foto Instagram @lundberg_tom

Jazeker, ik ontdekte foto’s van enkele fraai beschilderde meelzakken, onderdeel van de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL).

Meelzakken op Instagram
Twee beschilderde meelzakken trokken direct mijn aandacht. De foto’s waren geplaatst @lundberg_tom. Tom Lundberg, professor op rust in het Department of Art & Art History, Colorado State University, Fort Collins, Colorado, deed in augustus 2019 onderzoek naar versierde meelzakken in HHPL.

Tom Lundberg, ‘Flame Tab’, katoen, zijde, wol & viscose garens op wollen stof, 25 cm br., 2019; foto Instagram @lundberg_tom

 

Als kunstenaar borduurt Tom Lundberg kleine verhalende motieven, geïnspireerd of beïnvloed door emblemen, insignes, identiteitsbadges en tradities in textiel. Hij zocht inspiratie voor nieuw borduurwerk via de studie van de meelzakken.

 

 

Rose Houyoux: ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL 62.4.215; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose Houyoux beschilderde de meelzak, inv. nr. HHPL 62.4.215, met een vrouw in blauwgroene japon met een bundel korenhalmen in haar armen op een schip waarop de Amerikaanse vlag wappert. Een (Belgische) vrouw in oranjerode japon zit geknield aan land en strekt haar armen uit om de bundel koren in ontvangst te nemen. ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’ (Aan degenen die ons de vreugde schonken om dankbaar te zijn‘) luidt de handgeschreven tekst. De vrouwen zouden een representatie kunnen zijn van Columbia (blauwgroene japon) en Dame Belgica (oranjerode japon).

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915; Courtesy HHPL

De kunstenares Rose Hélène Jeanne Houyoux (Brussel 30.07.1895 – Elsene 02.09.1970) was de dochter van de bekende kunstschilder Léon Houyoux (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940). Haar vader had met zijn gezin in 1908 het Portiershuisje van het Roodklooster in Oudergem (Auderghem) betrokken, waar vele vrienden van de kunstkring Le Sillon zich in de buurt vestigden.

Rose Houyoux, detail meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose was twintig jaar in 1915; ze zal samen met haar vader hebben deelgenomen aan de tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Auderghem in augustus 1915. Gelukkig is de meelzak van Rose Houyoux bewaard gebleven; waar de beschilderde meelzak(ken) van Léon Houyoux zijn, is niet bekend.
Rose Houyoux is in haar latere leven conservatrice geweest in Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel; zij was weerstandster in Wereldoorlog II.

Meelzak, recto, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario, Canada
De oorspronkelijke bedrukking op de meelzak was de merknaam ‘CASTLE’ met het logo van de Maple Leaf Milling Co., Ontario, Canada (recto); de achterzijde van de oorspronkelijke zak was bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). *) Beide bedrukkingen schemeren licht door het schilderwerk van Rose Houyoux heen.

Het War Heritage Institute (WHI) bezit een onbewerkte meelzak met originele bedrukking.

Maple Leaf Flour Mill, Port Colborne, Ont. Canada, ca. 1920. Niagara Falls (Ont.) Public Library website

Maple Leaf Milling Company was een onderneming die diverse maalderijen exploiteerde. Maple Leaf Mills in Port Colbourne, Ontario, Canada, was in 1911 geopend en de grootste maalderij binnen de firma, het kon 363.000 ton meel per dag produceren. Nadien groeiden de bedrijfsactiviteiten uit met nog een maalderij, een zakkenfabriek, voederfabriek, roggemolen, maismolen en opslag. De maalderijen in Ontario tezamen waren de grootste graanverwerker in het Britse rijk, tot in oktober 1961 een brand de fabrieken grotendeels verwoestten. De onderneming kon een tegenslag verwerken: heden ten dage is Maple Leaf Foods Inc. de grootste voedselverwerker in Canada: @mapleleaffoods

Tas van meelzakken, onder meer ‘Maple Leaf Milling Co.’, (recto),  geborduurd Anderlecht, 1915; HHPL 62.4.6. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, tas met borduurwerk, 1915. Coll. HHPL 62.4.339; detail foto: Instagram @lundberg_tom

De meelzakken van Maple Leaf Milling Co./Gift from Ontario (Canada) zijn zeer veel geselecteerd om te versieren door de Belgische borduursters en kunstenaars; ook zijn ze bewaard gebleven. In de collectie van HHPL zijn een tiental versierde meelzakken met deze oorspronkelijke bedrukking. Twee voorbeelden staan op foto’s @lundberg_tom: een bedrukte meelzak met appliqué en borduurwerk (HHPL inv.nr. 62.4.71); een geborduurde tas (HHPL 62.4.339).

Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, geverfd, appliqué, borduurwerk, 1915/16. Coll. HHPL 62.4.71; foto: Instagram @lundberg_tom

De eigen website van het museum toont een kloeke, rechthoekige tas, gemaakt van diverse meelzakken, waaronder Maple Leaf Milling Co; borduurwerk ‘Anderlecht’ (HHPL inv.nr. 62.4.6).

Aimé Stevens: Babyportret

Aimé Stevens, detail meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL 2017.3.1; foto: Instagram @lundberg_tom

Aimé Stevens schilderde het portret in zijaanzicht van een baby met bruin haar en bolle wangen tegen een groene achtergrond, HHPL inv.nr. 2017.3.1.

Aimé Stevens, meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De signering op de beschilderde meelzak bestaat slechts uit de initialen ‘A.S.’. Speurwerk van Hubert Bovens, specialist in biografische opzoekingen van kunstenaars, leidde door vergelijking van handtekeningen en initialen tot de ontdekking dat Aimé Stevens de schilder van het babyportret is geweest.
Oscar Aimé Jean Stevens (Schaarbeek 28.12.1879 – Brussel/Elsene 23.08.1951) was kunstenaar-schilder en heeft lesgegeven aan de Académie Royale de Beaux-Arts in Elsene/Brussel. Aimé Stevens huwde op 5 februari 1902 te Brussel met Aimée Uyttebroek (Doornik 29.10.1875). Zeven jaar later werd hun eerste en enige kind geboren en die kreeg Spaanse namen: José Santiago Rogelio Stevens (Elsene 13.04.1909 – Algerije 10.01.1967).**)

Aimé Stevens, ‘Moeder en kind’, lithografie, ca 1910. foto: William P. Carl Fine Prints, Durham, NC (online)

Het jongetje met deze bijzondere namen[1] heeft model gestaan voor het kinderportret op de meelzak. Eerder, in 1910, maakte Aimé Stevens de lithografie ‘Moeder en kind’ (Aimée en José is mijn toeschrijving). Vermoedelijk heeft Stevens het babyportret in 1915 op de meelzak geborsteld naar deze lithografie en/of een ander schilderij of tekening van zijn zoon, toen deze een baby was.

De kunstenaar voorzag de meelzak van het jaartal ‘1914’, dit zal de tijdsaanduiding van het begin van de oorlog zijn; immers, de zakken met meel zijn niet eerder dan december 1914/vroeg in 1915 in Brussel gearriveerd; het babyportret moet geschilderd zijn in 1915.

Meelzak ‘American Commission’, originele bedrukking, 1914. Coll. G. Hollaert; foto: auteur

De meelzak is voorzien van de originele bedrukking ‘American Commission’.
De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ was in Londen in oktober 1914 geformeerd en stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding. Later is de aanduiding ‘American’ vervallen omdat ook diplomaten van andere neutrale landen waaronder Spanje en Nederland beschermheren werden van de hulpverlening. Sindsdien was de naam: ‘Commission for Relief in Belgium (CRB)’. [2]

Ik heb de indruk dat lege meelzakken met de print in blauwe letters ‘American Commission’ specifiek zijn geselecteerd door de Belgische kunstenaars om daarop te schilderen; er zijn vele voorbeelden van dergelijke beschilderde meelzakken.

Marthe Pander, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De Commission was de representant van alle mensen die hulp hadden geboden, tot hen richtte het huldebetoon van de kunstenaars zich. Het voordeel van de bescheiden oorspronkelijke bedrukking was dat erboven en eronder blanco doek was om op te schilderen. Ook de Belgische borduursters hebben de meelzak ‘American Commission’ graag bewerkt. @lundberg_tom toont de foto van het borduurwerk op meelzak (HHPL inv.nr. 62.4.128) van Marthe Pander. Marthe borduurde de meelzak op school: de Ecole Moyenne de Saint-Gilles-lez-Bruxelles, Section préparatoire, 6e année d’études; zij was toen 13 jaar.***)

Verrassingen
Op zijn online-zoektocht naar biografische gegevens van de kunstenaar Aimé Stevens kwam Hubert Bovens tot zijn verrassing twee opmerkelijke verhalen tegen.

Dr. Maurits Van Vollenhoven

Aimé Stevens, Maurits Van Vollenhoven; foto: website simonis-buunk.nl

Allereerst kwam een scabreus portret tevoorschijn van de hand van Aimé Stevens, gemaakt van de Nederlandse diplomaat dr. Maurits Van Vollenhoven. Van Vollenhoven was een jonge diplomaat; hij vertegenwoordigde het Nederlandse gezantschap in Brussel tijdens de Groote Oorlog.

Dr. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Statige officiële portretten en sculpturen zijn gemaakt en worden bewaard van de drie heren.

Vanwaar dit gewaagde, dubbelzinnige portret door Stevens? Ik opteer voor twee mogelijkheden.
– Toen de Verenigde Staten in april 1917 toetraden tot de oorlog moesten de Amerikaanse consul Brand Whitlock en de CRB-gedelegeerden vertrekken uit België. Van Vollenhoven en Markies de Villalobar zetten het werk voort om bescherming te bieden voor de hulpverlening binnen het Comité Hispano-Néerlandais (CHN). De samenwerking tussen Nederlanders en Spanjaarden boterde helaas niet; de relatie tussen Van Vollenhoven en Markies de Villalobar was ronduit onaangenaam. De Spaanse connecties van Stevens zullen hem solidariteit met de Spanjaarden hebben gegeven.
– De hoofdreden van deze ‘spotprent’ moet de slechte reputatie van Nederland in België zijn geweest. Aimé Stevens gooide in zijn portret alle Belgische haat en ergernissen tegenover Nederland, haar koningin en de rol van de Nederlanders in ’14-’18 eruit:
‘’t Koninginnetje’s Minister-Resident Van Vollenhoven’

Aimé Stevens, dr. Maurits Van Vollenhoven, satirisch portret, olieverf op schildersboard, 33×24 cm; foto: website simonis-buunk.nl

Van Vollenhoven kijkt met arrogante blik voor zich uit, een dikke sigaar hangt in zijn linker mondhoek. Zijn gespierde linkerarm is getatoeëerd met een hart en naar beneden gerichte pijl, waaromheen de woorden ‘Les Dames Bruxelloises’. Van Vollenhoven is gekleed als worstelaar: polsen met zwarte beschermbanden, een broekje met tijgerprint, een sjerp met Nederlandse kleuren; zijn hemd heeft de initialen ‘C.H.N’; vier medailles tooien zijn borst. De diplomaat-worstelaar bewaakt een toog waarop een dikke klont ‘Boter’ en drie vette kazen, twee rond voor Gouda, een plat met ‘Edam’.
In de rechterbovenhoek de rood, wit, blauwe Nederlandse vlag daaronder de tekst: ‘Wie Nederlandsch bloed in d’aderen vloeit …’
De opdrachtgever van het portret zal buitengewoon in zijn nopjes zijn geweest! Op dit moment staat het portret te koop bij Kunsthandel Simonis & Buunk.

“Jose Santiago Rogelio Stevens arrested in Trinidad”
José Santiago Rogelio Stevens, de jongen die model stond voor het aandoenlijke babyportret, huwde als 21-jarige op 7 maart 1931 in Brussel met de 18-jarige Anne-Marie Ramona Janssen, geboren in Montevideo, Uruguay (03.09.1912 – 27.10.1979). Zij was de dochter van de honorair consul in Montevideo.

In de Tweede Wereldoorlog ging José Stevens in de fout, hij werd spion voor de Duitsers. Op weg naar Montevideo werd hij gearresteerd: ‘Jose Santiago Rogelio Stevens, of Uruguayan birth, was arrested July 31, 1942, aboard the “CABO DE HORNOS” en route to Montevideo as an espionage and propaganda agent for the Germans. He had spent some time in Brussels, Belgium, and aboard ships sailing to the Congo. He was contacted in Brussels by the Germans’.[3]

José Stevens ‘Esteves’ werd gearresteerd en berecht voor spionage in WO II. Dossier The National Archives VK, website

The National Archives van het Verenigd Koninkrijk bevatten het dossier KV 2/1153 van ruim 200 bladzijden over José Stevens’, alias Esteves, spionageactiviteiten. De samenvatting van het dossier vermeldt: ‘Jose Santiago Rogelio STEVENS, alias ESTEVES: Belgian. STEVENS was arrested in Trinidad on his way to South America in August 1942. He claimed to be a Uruguayan citizen returning to Uruguay in an exchange scheme with German nationals. At Camp 020 he admitted to his recruitment by the Abwehr, whom he claimed had commissioned him to engage in pro-German propaganda in Uruguay and to report on South American industries working for Great Britain. It emerged that in fact he was a Belgian citizen, and there was a suspicion that his agent role was much more important than he ever admitted. He was retained for the duration of the Second World War.’

Le Conseil de guerre de Bruxelles veroordeelde José Stevens voor spionage activiteiten. Belgisch Staatsblad 1946

Na de oorlog is José Stevens berecht voor zijn gedrag. In het Belgisch Staatsblad is het vonnis gepubliceerd van Le Conseil de guerre de Bruxelles van 15 juni 1946 waarin José Stevens veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 7000 francs.
Drie jaar later stond Aimé Stevens ‘artiste-peintre, prof. à l’Académie Royale des Beaux Arts’ vermeld als ‘Consul d’Uruguay’ op het adres waar hij woonde:  Rue Van Eyck, 51, Elsene (Almanachs de Bruxelles 1949).

Conclusie
Anno 2021 brachten de Instagram foto’s @lundberg_tom een variëteit aan verhalen, voortgebracht door textiele dragers #narrativetextiles. De versierde meelzakken van kunstenaars @hooverlibrarymuseum vullen zakken vol herinneringen: @floursacksww1.

 

Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars, alsmede borduurster Marthe Pander en de vele vondsten die hij online deed en met mij deelde.

*) Wat de betekenis is van de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ , vertaald: ‘Schenking van Ontario (Canada) aan het Moederland’, is me een raadsel. Met het ‘Moederland’ bedoelden de Canadezen Groot-Brittannië, maar deze meelzakken kwamen als voedselhulp in België terecht; merkwaardig. Zie ook mijn blog ‘Eén miljoen zakken meel uit Canada’.

**) De genealogie van Oscar Aimé Jean Stevens is bijeengebracht door Joël Cuche op de website Geneanet.

***) Familiegegevens van Marthe Pander:
In het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902). Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, Ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe. In 1965 woonden ze er niet meer.

Aimé Stevens, Spaanse danseres, olieverf op doek, 45×30 cm; foto artnet.de

[1] Welke Spaanse connecties van Aimé en Aimée Stevens-Uyttebroek hebben geleid tot de Spaanse namen van José zal interessant zijn om nog eens te onderzoeken. Tussen de schilderijen van Aimé Stevens ontdekte ik online wel een portret van een Spaanse.

[2] Kittredge, Tracy Barrett, A History of the C.R.B. The History of the Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited Printers, 1918, p. 49 en 50

[3] History of the Secret Intelligence Service (S.I.S.) Division. Volume 3, Accomplishment Mexico and Venezuela, p. 570

Blauwe rozen en Boer op akker van Jean Brusselmans in West Branch

Een goed bewaard, kunsthistorisch interessant, geheim bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) in West Branch, Iowa, VS.

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Het zijn twee werken, schilderingen op meelzak, van de Belgische kunstenaar Jean Brusselmans. Ze kwamen tot stand in het eerste jaar van WO I.
Als fervent liefhebber van de versierde meelzakken ben ik altijd weer blij wanneer ik nieuwe parels ontdek. Maar ja: wie was Jean Brusselmans? Welnu, Brusselmans blijkt nog altijd een gewaardeerd schilder te zijn. Er waren recent tentoonstellingen van zijn werk. Bovendien zie ik op Artprice, de Franse online kunstprijzen database, dat zijn werk op veilingen voor tienduizenden euro’s is verkocht.

Mijn onderzoek
Mijn onderzoek naar de meelzakken van Brusselmans vraagt kennis van de context en het jaar waarin ze zijn geschilderd: 1915. Er woedde sinds acht maanden een Europese oorlog: de ‘centralen’ Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk, tegenover de ‘geallieerden’, Frankrijk, België, Groot-Brittannië en Rusland. Het leven in Brussel en omgeving werd beheerst door de Duitse bezetting. Een internationale hulpactie, geleid door neutrale Amerikanen, kwam op gang om de nood van de Belgische bevolking te lenigen door hulp met voedsel en kleding. De overtuiging was dat de situatie tijdelijk was, de oorlog zou binnen afzienbare tijd eindigen.

Petit Bleu du Matin, 11 maart 1911

Jean Brusselmans was 30 jaar oud, had een vrouw en zoon om te onderhouden, hij was een autonoom man; een autodidact die leerde van de studie van het werk van grote meesters en collega-schilders. Hij voegde zich niet in heersende kunststromingen en ging zijn eigen weg. Zijn werk werd wel getoond, maar verkocht niet.

Het gezin Brusselmans
Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953) groeide op in een kunstzinnige en politiek geëngageerde omgeving.

Moeder en vader
Zijn moeder, Elisabeth Henssens (Brussel 16.01.1863 – Brussel 13.06.1905) en vader, Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 23.03.1861 – 07.10.1921) waren getrouwd op 17.10.1882 in Parijs. Ze hadden een klein kleermakersatelier in de Brusselse volksbuurt Marollen. Het gezin woonde een aantal jaren in Parijs; het zou in 1894 terug zijn gekomen naar Brussel.
Vader en grootvader Brusselmans waren militante anarchisten.
De ouders hebben hun vier kinderen een Vlaamse opvoeding gegeven.
Moeder is gestorven op de 21ste verjaardag van Jean Brusselmans; vader pleegde vele jaren later zelfmoord.[1]

Zussen en broer

Jean Van Cleemput, Le fléau (de gesel), 1907 foto: artnet.com

Jeanne: Oudste zus Jeanne Joséphine werd geboren op 15.01.1883 in Brussel. Zij trouwde op 31 oktober 1904 in Brussel met de ‘ouvrier-peintre’ Jean Baptiste Van Cleemput (Brussel 06.05.1881 – Sint-Agatha-Berchem 27.06.1948); twee getuigen bij het huwelijk waren Adrien Segers, 26 jaar, kunstschilder; Pierre Forgeur, 30 jaar, museumsecretaris in Elsene. Het stel ging wonen in Oudergem. Jean Van Cleemput en Adrien Segers zijn nog altijd bekende Belgische kunstschilders.

Jean Brusselmans, ‘Homme assis près de la fenêtre’, 1911, waterverf op papier, 45×35 cm; foto: artnet.de (portret van Michel Brusselmans, toeschrijving AvK)

Michel: Jongere broer Michel Louis werd geboren op 12.02.1886 in Parijs. Hij ontwikkelde zich tot musicus, hij speelde viool, was componist. Zijn oeuvre is ook nu bekend: Michel Brusselmans componeerde orkestmuziek, kamermuziek, liederen, koormuziek, toneelmuziek, radiowerk en filmmuziek.

Luister hier naar zijn ‘Scènes Breugheliennes’, symfonische schetsen 1911-1912 *) door het Vlaams Radio Orkest (nu: Brussels Philharmonic) olv Bjarte Engeset.

Gabriel Ysaÿe met zijn vader Eugène Ysaÿe (midden) en een broer in De Panne aan het front in 1916. Foto gemaakt door Koningin Elisabeth, coll. KBR

Blanche: Jongste zus Blanche Catherine werd geboren in Brussel op 16.11.1889. Zij trouwde op 21 april 1909 met Gabriël Ysaÿe (Sint-Gilles 17.06.1887 – 1961), de oudste zoon van de beroemde Belgische violist, componist en dirigent Eugène Ysaÿe (Luik 16.07.1858 – Brussel 12.05.1931). Ook Gabriël was violist en vergezelde zijn vader op een concertreis naar Amerika aan het einde van WO I.

Jean/Jan
Jean Brusselmans is dus opgegroeid in de steden Parijs en Brussel en zijn opvoeding was Vlaams. Hij ging op zijn 14e werken als leerling-steendrukker en volgde avondlessen aan de Academie van Brussel. Vanaf zijn 18e jaar wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst. Hij was een habitué van de Muntschouwburg. Hij ontmoette zijn vrouw Justine Marie Léonie Frisch (Brussel 25.04.1889 – Dilbeek 20.03.1943) en trouwde met haar op 30.09.1911 in Brussel toen hun zoon Armand was geboren op 19.02.1911.

Het gezin Brusselmans in 1912: Justine, Armand en Jean. Foto: ‘Jean Brusselmans, Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum, Brugge, 1980’.**)

Brusselmans en zijn vrouw woonden in Oudergem tijdens WO I, ze verbleven in het huis van Jeanne en Jean Van Cleemput, die waren uitgeweken naar Engeland.[2] Kennelijk waren er redenen waarom Brusselmans niet als soldaat naar het front ging, noch vluchtte naar Nederland, Frankrijk of Groot-Brittannië, zoals mensen in zijn naaste omgeving deden.

Jean Brusselmans, Moeder en kind in de tuin, 1915, olieverf op doek 130×102 cm; foto artnet.de

De kunst van Brusselmans tot 1915
Online bronnen gaan vooral in op twee recente tentoonstellingen van de kunst van Brusselmans in museum Mu.Zee in Oostende, België in 2011 en in Kunstmuseum Den Haag, Nederland in 2018. De focus ligt op schilderijen gemaakt in de jaren ’30 en ’40, waardoor ik over zijn werk gemaakt tot 1915 selectieve of geen informatie vond. Over de periode van WO I is er één zin: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum richtte hij zijn aandacht vooral op het boerenleven, als een reactie op de gruwel van de oorlogsjaren; hij bracht het platteland en de hardwerkende boeren in beeld.”[3] 

Jean Brusselmans: portret van Justine en Armand op ‘In de Tuin’, 1916, coll. KMKG-MRAH. Fragment foto in ‘De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’, E. Van de Putte

Met medewerking van de bibliothecaris van Mu.Zee kwam ik in bezit van fragmenten van geschreven bronnen, waar ik dankbaar uit kan putten.

Een eerdere bron over de meelzakken is het artikel van professor Guy Delmarcel uit 2013. Hij schrijft: ‘Het Herbert Hoover Presidential Library and Museum bezit eveneens een aantal zakken die door professionele Belgische kunstenaars werden versierd. Ze zijn zo goed als onbekend, en deze bijdrage is een gelegenheid om hen te ontsluiten.  … de twee werken getekend door Jean Brusselmans (1884-1953) geven ons zeldzame getuigen van diens fauvistische periode, die nadien veranderde in zijn bekende meer geometrische stijl (inv. 62-4-119 en 231; fig. 19 & 20).’ [4]

Jean Brusselmans, Tarweschoven, 1903; foto: artnet.de

Waarom meelzakken? De achtergrond van voedselhulp voor België
Van 1914 tot 1919 leidden de internationale Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Belgische Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) een succesvolle internationale hulpactie voor voedselsteun aan de bevolking van bezet België. Vooral de broodvoorziening was nijpend. Van arm tot rijk, iedereen was afhankelijk van de importen van granen, in het bijzonder tarwe en tarwemeel. In de beginmaanden arriveerde het tarwemeel uit de VS en Canada in katoenen zakken; het was de hulpverlening bijeengebracht door liefdadigheidsacties van de Amerikaanse en Canadese bevolking. De dankbare Belgische bevolking wilde er iets tegenoverstellen en gebruikte de meelzakken om geschenken van te maken. Zo riep de burgemeester in de plaats Auderghem (Oudergem) bij Brussel in april 1915 de kunstenaars in zijn gemeente op meelzakken te beschilderen als bijzonder bewijs van dankbaarheid. De meesterwerken zouden eerst ter plaatse tentoongesteld worden, waarbij de opbrengst was voor hulpbehoevende kunstenaars; daarna zouden ze cadeau worden gedaan aan de Amerikaanse weldoeners.

Jean Brusselmans was een van de vele kunstenaars die gehoor gaf aan de oproep van de burgemeester. De tentoonstelling in Auderghem werd gehouden van 25 juli tot 1 augustus 1915 in het gemeentehuis. Daarna zijn de meesterwerken getoond in Brussel in Galerie Georges Giroux van 14 tot 30 augustus 1915. Het publiek was enthousiast en kwam in groten getale de tentoonstellingen bekijken, waarmee ze de kas spekten voor de hulp aan kunstenaars. Nadien zullen een verzameling beschilderde meelzakken geschonken zijn aan de Commission for Relief in Belgium en vervoerd naar de VS. Lees mijn blog De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915.

Aldus blijken twee vroege kunstwerken van Jean Brusselmans terecht te zijn gekomen in de Verenigde Staten.

Twee meelzakken van Brusselmans
Brusselmans lijkt geen enkele aarzeling te hebben gehad om de meelzakken te beschilderen; alsof zijn ervaring als schilder van reclameborden hier goede diensten heeft bewezen.
Ik heb de indruk dat hij een bewuste selectie heeft gemaakt toen hij twee zakken uitzocht in de stapel lege meelzakken die de kunstenaarsvereniging van Auderghem ter beschikking waren gesteld. Op één zak stond geprint ‘American Commission’ om welke tekst hij heeft heengeschilderd; op de andere zak stond een print met een lap tekst van boven tot onder, zodat hij besloot aan de blanco achterkant te schilderen.
Hij heeft beide zakken intact gelaten, niet opengeknipt of een stuk doek eruit genomen; hij gebruikte voor zijn schildering de volledige omtrek van de zak: 75 bij 39 cm (blauwe rozen) en 68 bij 43 cm (boer op akker).

Meelzak American Commission/Blauwe rozen

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De eerste aanblik van de rozen op de meelzak, HHPL inv.nr.62.4.231, maakte me enthousiast. Het deed me direct denken aan een geslaagd eerbetoon: een boeket rozen, een krans als bloemenhulde, letterlijk gelegd rondom de American Commission, de naam van de alom bewonderde, neutrale, Commission for Relief in Belgium.
In tweede instantie vroeg ik me af: maar waarom zijn de rozen volledig blauw? Zie ik de doornen akelig uitsteken? Waarom zit onderaan een plechtstatig, als banier gestrikt lint om de twee takken?

Rozen

Jean Brusselmans – Les Roses (De Rozen) – Olieverf op doek, 1948; foto: lost-painters.nl

Jean Brusselmans tekende en schilderde vele rozen, in zijn werk zijn ze door alle jaren heen te herkennen; de kleuren zijn roze en rood met wit en geel. Van de drie primaire kleuren rood, geel en blauw, vormen rood en geel de kleur die de natuur aan rozen geeft. Blauw kent de natuur niet voor rozen.

Schildering of borduurpatroon
Borduurpatronen werden in blauw op doek gezet, zijn vrouw verdiende geld met borduurwerk, zijn moeder en vader hadden een kleermakersatelier. Zou Brusselmans zijn ontwerp misschien bedoeld hebben als borduurpatroon? Ik heb deze gedachte verworpen, hij leverde een schildering af.
Het werk van Jean Brusselmans is expliciet genoemd in de kranten van 1915, die over de tentoonstelling van ‘beschilderde Amerikaansche zakken’ in Auderghem schreven: … we trokken naar het Gemeentehuis, … waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. …    Brusselmans, M. Oleffe, M. Logelain en anderen werkten met evenveel ijver mede; zij zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken. Deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk! ….
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’ (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Blauw
Ik heb elementen samengebracht die mogelijk raken aan de context van Brusselmans’ blauwe rozen, elementen van symboliek en de kunst van zijn tijd.

  1. Russisch sprookje van de blauwe rozenstruik
    Le Rosier bleu (in het Russisch: Синій розанъ) is de titel van een populair Russisch sprookje, gepubliceerd in 1862: een blauwe rozenstruik, die op de bodem van een meer ligt, verbergt een gestorven tovenares; de held van het verhaal slaagt erin haar uit de struik te trekken en de slechterik die het onheil veroorzaakte te verjagen (Wikipedia (frans) ‘Rose bleue’).
  1. Russisch Symbolisme: De Blauwe Roos
    Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos’ was een tentoonstelling in het Museum van Elsene met een terugblik op een stroming in de Russische kunst honderd jaar eerder.[5]
    In 1907 organiseerden kunstenaars rond Victor Borisov een tentoonstelling vanuit het Russische symbolisme en die heette ‘De blauwe roos’. Daaruit ontstond de stroming De blauwe roos, die mede beïnvloed werd door het werk van de Franse schilders Gauguin en Matisse.

    Cayley Robinson Poster for “The Blue Bird” van Maeterlinck. foto: bunthorne.blogspot.co

    “Zestien artiesten uit verschillende steden groeperen zich in de kunstkring De Blauwe Roos, … Kunstenaars als Koeznetov, Oetkin, Matvejev zetten het goud en azuurblauw op de voorgrond, omdat het aansluit bij de uitbeelding van visioenen en dromen. De Blauwe Roos liep hoog op met de Belgische auteur Maeterlinck. In hun kunstkringnaam stond de roos voor de smart, de doornen van het leven en de mooie geur. Het blauw kwam van Maeterlincks Loisea bleu (L’Oiseau bleu, de blauwe vogel), dat in wereldpremière ging in Moskou. Onvatbare ‘blauwe’ kunst die de mens gelukkig maakt.”[6]

    Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Le Vingtième Siècle, 13 december 1912
  1. Les Bleus de la G.G.G

    Jean Brusselmans’ werken in Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Jean Brusselmans nam deel aan de Salon des Bleus in Brussel, de eerste groepstentoonstelling van jonge kunstenaars, gehouden in de Galerie Georges Giroux van 14 december 1912 tot 5 januari 1913.[7]

    Drie elementen die raken aan ‘blauw’ en ‘blauwe rozen’. Weinig kon Brusselmans bevroeden dat een door hem beschilderde meelzak American Commission met Blauwe Rozen twee jaar later bij Galerie Georges Giroux zou worden geëxposeerd vóór verzending naar de VS.

Meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De meelzak met inv.nr. HHPL 62.4.119 is afkomstig uit de Amerikaanse stad Chicago, Illinois. Op een zijde staat een lap tekst, op de zak gedrukt voordat deze met meel gevuld is:

Gelijksoortige meelzak ‘Chicago’s Flour Gift, agency Chicago Board of Trade, B.A. Eckhart Milling Co’, 1915, geborduurd. Coll. Hoover Institution Archives; foto: coll. auteur

American Consul

Chicago’s Flour Gift
To the
Noncombatants in Belgium
Funds Secured through
The Agency of the
Chicago Board of Trade

B.A. Eckhart
Milling Company
Chicago, U.S.A.
War Relief Donation
M.J. Neahr & Company, Chicago.

De tekst is verplicht aangebracht om in beslagneming door de Duitsers in België te voorkomen, zo staat te lezen in de Chicago Tribune.

Chicago Tribune, 6 december 1914

De zak is geleverd door de firma M.J. Neahr & Company; de meelzak is afgevuld door de maalderij B.A. Eckhart Co; de organisatie van de hulpactie voor de ‘niet-strijdenden in België’ was de Chicago Board of Trade; de geadresseerde van de zak meel was de Amerikaanse Consul in België.

De firma M.J. Neahr and Company in Chicago was de zakkenfabrikant. De maalderij Eckhart ontstond eind 19e eeuw en kreeg in 1909 de naam B.A. Eckhart Milling Company, vernoemd naar de eigenaar Bernard Albert Eckhart (Alsace, Frankrijk, 04.09.1848 – Lake Forest, Ill, 11.05.1931). Eckhart emigreerde als 6-jarig jongetje met zijn ouders uit Frankrijk naar de VS en ontwikkelde zich van boer, tot molenaar, tot zakenman met vele nevenfuncties, ook als politicus.

Chicago Board of Trade 1900 beursvloer; foto website chicagology.com

Hij zat in de Senaat van de staat Illinois en was directeur van de Chicago Board of Trade. Dezelfde Chicago Board of Trade die de hulpactie voor België coördineerde.

Boer op zijn akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy HHPL

De schildering van Jean Brusselmans op de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ toont een boer aan het werk op zijn akker, een schort voorgebonden, zijn schoeisel zijn houten klompen, hij trapt met zijn linkervoet de spade diep de grond in. Het beeld doet me denken aan een boer die in het voorjaar zijn akker omspit, klaar om te gaan planten. Op de achtergrond een huis, akkers en enkele fabrieksschoorstenen die hun rookpluimen de lucht ingooien.

Citaten uit de catalogus van Mu. Zee zijn woorden van Jean Brusselmans zelf over de werkende boeren die altijd deel hebben uitgemaakt van zijn oeuvre:
– “Door zijn gebaren en door het ritme van zijn bewegingen maakt de werkende boer deel uit van de algemene harmonie van het landschap.”

Jean Brusselmans, Schets van boer op akker; foto online

“Het moge onwaarschijnlijk klinken, maar toch moet gezegd worden dat het Brabants landschap zijn onvergelijkbare schoonheid niet zou bezitten zonder de arbeid en de volharding van deze onbehouwen mensen. … alles is hun werk, alles is de vrucht van hun lange en geduldige arbeid.”

Politieke onrust in Chicago
Voor Jean Brusselmans zal de stad Chicago bekend zijn geweest uit nieuwsberichten over heftige politieke gebeurtenissen. Drie voorbeelden:

  1. Het gebouw van de Chicago Board of Trade 1904-1913; foto: Barnes-Crosby, website chicagology.com

    Toen in 1885 het nieuwe gebouw van de Chicago Board of Trade werd geopend, demonstreerden honderden activisten, waaronder hun leiders Lucy Parsons (Virginia 1851-Chicago 07.03.1942), née Carter[8], en haar man Albert Parsons, onder de vlag van de International Working People’s Association (IWPA, internationale anarchistische politieke organisatie), toegejuicht door duizenden toeschouwers, tegen het geldverslindende project: het gebouw had twee miljoen dollar gekost, dat was uitgegeven in een tijd van economische depressie. Voor anarchisten was dit the crowning symbol of all that was hateful in the private property system’. Een cordon van politiemensen voorkwam dat de demonstranten het gebouw bereikten.

  2. Lucy Parsons in 1920; fotocoll.: Labadie Photograph Collection, University of Michigan

    Een ingrijpende gebeurtenis was de Haymarket Affair in 1886, waarbij na grote demonstraties, geweld uitbarstte waarvan radicale leiders waaronder anarchisten, leden van de IWPA, ten onrechte de schuld kregen; ze werden ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Albert Parsons was een van hen. Lucy Parsons bleef tot haar dood een strijdbaar activiste in Chicago; de politie maakte haar het leven onmogelijk en ontruimde na haar overlijden haar huis en vernietigde haar bibliotheek en archieven.[9]

  3. De Industrial Workers of the World (IWW), bijgenaamd Wobblies, een internationale vakbond, werd opgericht in 1905 in Chicago tijdens een conferentie van socialisten, anarchisten en radicale vakbondsactivisten. De IWW richtte zich op politieke acties en strijd in plaats van onderhandelingen; de acties, veelal demonstraties en stakingen, brachten duizenden mensen op de been; ze leidden niet zelden tot gewelddadig neerslaan van de acties, waarbij doden en gewonden vielen.

    Industrial Workers of the World: Oliver Steel stakingsdemonstraties 1911-1912; foto: libcom.org

Anarchisme
Op Wikipedia lees ik dat anarchisme als historische massabeweging in België begin 20e eeuw te typeren valt als ‘Handwerkersanarchismus: van ambachtslieden of arbeiders in ambachtelijke beroepen’. Of Brusselmans zelf, net als zijn vader en grootvader een anarchist was (de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of ván iets of iemand erkent), weet ik niet. Affiniteit met het gedachtengoed moet hij beslist hebben gehad.

‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’

Jean Brusselmans, Chicago’s Flour Gift/Boer op akker. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Jean Brusselmans heeft zijn eerbetoon van de Belgische werkers met grote letters op beide zakken geschilderd:
‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’
(vertaald: Dankbaar Eerbetoon van de Belgische Werkers 1915)

Het lijken wel protestdoeken, zoals protestborden in zijn tijd tijdens demonstraties werden meegedragen. Met ‘Belgische Werkers’, zal hij zowel de arbeiders én de boeren hebben bedoeld.
Jean Brusselmans zal de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ doelbewust uit de stapel hebben gevist, om op de achterzijde van de zak zijn beeld van de hardwerkende Belgische boer op zijn akker te borstelen in solidariteit met de werkers in de VS.

Konklusie
‘Blauwe rozen’ en ‘Boer op akker’ zijn unieke kunstwerken. De eigenheid van Brusselmans toont zich ook op de versierde meelzakken van WO I. Je kan je geen betere plek wensen om deze meelzakken te bewaren, dan de presidentiële bibliotheek en museum van oud-president van de Verenigde Staten, Herbert Hoover in West Branch, Iowa.

 

-Dank aan Hubert Bovens uit Wilsele voor zijn grote bijdrage door de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar en zijn familie.
Eerst na het schrijven en publiceren van dit blog vond ik de nieuwsbrief jrg. 15, nr 7/8, juli/aug 2020 van FV regio Dilbeek vzw met kwartierstaten van Jean Brusselmans en Justine Marie Frisch.
– Dank aan Heleen Claes, bibliothecaris Mu.Zee voor selectie en toezending van scans van geschreven bronnen.

Michel Brusselmans, foto: svm.be

*) Toelichting bij de partituur: ‘Als broer van kunstschilder Jan Brusselmans en vriend van James Ensor was Michel Brusselmans sterk geïnteresseerd in schilderkunst. In zijn Scènes Bruegheliennes liet hij zich eerder inspireren door die typische ‘Bruegeliaanse sfeer’ dan door concrete schilderijen van de oude meester. Hij componeerde hier een gevarieerde suite van vijf typische taferelen uit het bonte dorpsleven die uit schilderijen van Bruegel weggeplukt lijken.’ Jan de Wilde, 2006

**) Jean Brusselmans: Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum Brugge, 20 september-30 november 1980. Brugge: Het Museum, 1980

[1] Het Nieuws van den Dag, 11 oktober 1921

[2] Patrick Auwelaert, 04.04.2018, geraadpleegd 6 maart 2021

[3] Publiekscatalogus bij de tentoonstelling ‘Jean Brusselmans’ in Mu. Zee, Oostende, België in 2011 .

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126.

[5] Ida Hoffmann, e.a., Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos. Brussel: Europalia International, 2005 (nog niet kunnen raadplegen)

[6] Jean-Marie Binst, Symbolisme bijzonder eigenzinnig in Rusland, 20 november 2005, geraadpleegd 28 februari 2021

[7] Les Bleus de la G.G.G.: exposition annuelle, tentoonstellings- catalogus. Bruxelles: Galerie Georges Giroux, 1912. Collectie MSK Gent; met dank aan Veerle Verhasselt, bibliothecaris

[8] Jacqueline Jones, Goddess of Anarchy. Basic Books, 2017

[9] Keith Rosenthal, Lucy Parsons: ‘More dangerous than a thousand rioters’. Links, International journal of socialist renewal, 6 september 2011

‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Archives (HIA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Het is mijn indruk dat ruim 400 versierde meelzakken van WO I onderdeel waren van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken in de archieven van de CRB rond 1962 zal zijn opgesplitst in twee delen: een kwart bleef bij HIA in Californië en driekwart kwam in beheer van HHPL in Iowa. Daarmee is in West Branch de grootste collectie versierde meelzakken ter wereld gevestigd. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er nog niet geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus.

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Ook andere ontwerpers gebruikten de haan in hun werk in de periode ’14-18, bijvoorbeeld dit ontwerp in naaldkant.

Het ontwerp van een haan in naaldkant. Foto: E. McMillan

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking A.B.C.

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking ‘A.B.C.’ Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette

De originele bedrukking, de letters ‘A.B.C.’ in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, 31 januari 1915

Een tweede optie is daarom de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Belgian relief Committee’. Het dagblad The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, gaf deze vermelding op 31 januari 1915: de Oregon Belgian relief committee en haar adviesraad waren klaar met hun werk, zij hadden verslag uitgebracht van hun werkzaamheden aan de gouverneur van de staat Oregon. Nadien ontvingen ze toch nog giften en zouden die doorsturen aan wat zij noemden de ‘American Belgian relief committee’ (‘A.B.C’?) in New York.

Advertentie van de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri, in hun logo voeren zij de letters A.B.C. Bron: Northwestern Miller, 13 januari 1915; foto E. McMillan

Optie drie is mij aangereikt door Evelyn McMillan: de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri voerdde ‘A.B.C.’ in hun logo, de afkorting van de bedrijfsnaam in advertenties in de Northwestern Miller tussen 1910 en 1915. Dit logo kan echter niet voldoende verklaring zijn voor de prints ‘A.B.C.’ op meelzakken van andere maalderijen, die niet in St. Louis, MO. waren gevestigd.

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Familie Van Engelen
Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution

Een ‘hiercheuse’ van de Belgische kunstenaar Armand Rassenfosse bevindt zich in de Verenigde Staten in de Hoover Institution Library & Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca.
Het unieke van de prent van Rassenfosse’s mijnwerkster is dat hij deze in 1915 heeft afgedrukt op een lege meelzak afkomstig van de westkust van de VS.

Vancouver Daily World, Vancouver, B.C., Canada, 26 januari 1915

De zak was, gevuld met meel, tezamen met duizenden andere zakken meel, in het voorjaar van 1915 uit Portland, Oregon, verscheept als voedselhulp naar België en kwam terecht in Luik.

Stoomschip Cranley wordt geladen. The Oregon Daily Journal, Portland, Oregon, 24 januari 1915

Eenmaal geleegd bij een bakker is de zak ter beschikking gesteld van Rassenfosse, die zich als kunstenaar bereid had verklaard er een kunstwerk op te maken.
Rassenfosse maakte deel uit van een groep Luikse kunstenaars die voor het goede doel 67 meelzakken beschilderden en bedrukten voor de grote liefdadigheidstentoonstelling, gehouden in Luik in juli 1915. De kranten stonden vol over de tentoonstelling en prezen Rassenfosse voor prenten van mijnwerksters op enkele meelzakken.
De Amerikaan Frederick H. Chatfield, gedelegeerde in Luik van de Commission for Relief in Belgium in 1916, heeft een ‘hiercheuse’ meelzak in eigendom gekregen en mee teruggenomen naar zijn woonplaats Cincinnati, Ohio. Omdat het CRB-archief van Chatfield gedeponeerd is in de Hoover Institution Archives (HIA) is de ‘hiercheuse’ van Rassenfosse daar terecht gekomen en recent, dankzij foto’s gemaakt door de HIA-staf, geopenbaard.

Armand Rassenfosse: ‘Hiercheuse’ (mijnwerkster)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, verso. Coll. HIA Fred. H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

Armand Rassenfosse drukte op een deel van een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Het doek is gespannen om een stuk karton. Hoogstwaarschijnlijk is het een lithografie, mogelijk geretoucheerd. De hoogte van het werk is 44 cm.
In zijn handschrift vermeldde Rassenfosse ‘Etude pour un tableau’ op het doek. Mogelijk is de hiercheuse in de collectie van de Hoover Institution een proef geweest en heeft Rassenfosse deze prent later als geschenk weggegeven aan de jonge CRB-gedelegeerde Chatfield.

‘Etude pour un tableau’ en signering van Armand Rassenfosse, meelzak ‘hiercheuse’. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

De hiercheuse op de meelzak heeft een zittende houding en is gekleed in een blouse met opgerolde mouwen en lange rok; zij kijkt ons vorsend aan, terwijl ze met bijna kinderlijke handen naar haar enkels grijpt, alsof zij zedig haar rokken om haar enkels wil klemmen. Een grote bolle hoofddoek bedekt haar haren, schijnbaar elegant gehakte klompen sieren haar voeten. Zij is een aantrekkelijke verschijning.

Armand (de) Rassenfosse[1] (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934), autodidact, was tekenaar, graveur en schilder. Door zijn onuitputtelijke werkkracht werd hij een van de belangrijkste Waalse kunstenaars van de vorige eeuw.
Pol de Mont schrijft in 1902/1903: ‘Hij heeft zijn sporen verdiend als lithograaf en als akwafortist, en is er evengoed in geslaagd, degelik werk te voltooien met de droge als met de natte naald’;..…’aarzel ik toch niet te zeggen, dat geen van mijn landgenoten in dit vak uitmunt boven hem.’[2]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, olieverf op karton (35×26 cm). Verkocht via veiling, artnet.com; foto: online

Zijn achterkleindochter Nadine de Rassenfosse, kunsthistorica, schreef over Rassenfosse: ‘Hij was klassiek modernist; erfgenaam van het symbolisme en de art nouveau’:
‘Centraal thema in het oeuvre van Rassenfosse is de Vrouw. Zijn universum wordt helemaal ingenomen door vrouwelijke figuren, uit alle sociale lagen en in al hun dagelijkse activiteiten: arbeidsters, hiercheuses uit de Luikse mijnstreek, opgeklede vrouwen met hoeden of naakte meisjes van plezier, danseressen in actie of zogende moeders.’[3]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, kleuren lithografie, 1913. De hiercheuse vertoont -gespiegeld- grote gelijkenis met de prent op de meelzak. Verkocht via veiling auction.fr, september 2013; foto: online

Door talloze afbeeldingen te bekijken van mijnwerksters op websites met online veilingen is mij gebleken dat Rassenfosse eerder, in 1913, een ingekleurde lithografie geproduceerd heeft, die op enkele details na exacte gelijkenis toont met de ‘hiercheuse’ op de meelzak, zij het dat de afbeelding is gespiegeld. Ik vraag me af of Rassenfosse succesvol was met de eerdere litho en daarom de meelzak wenste te bedrukken met een voor het publiek herkenbaar werk, de ‘verheerlijking van een lokaal personage’.
De trieste gebeurtenissen van het overlijden van zijn 23-jarige zoon Jean ( Luik 14.02.1890 – Luik 23.06.1913) en het uitbreken van de oorlog in 1914 met de gevechten rondom Luik en de Duitse bezetting hadden een grote invloed op de kunstenaar.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse; detail originele bedrukking van de meelzak. Coll. Fred. H. Chatfield Papers, HIA, foto HIA staff

De meelzak gebruikt door Rassenfosse voor zijn prent, is afkomstig van de Amerikaanse westkust, de verkoopkantoren van de maalderij waren in de steden Seattle en Tacoma in de staat Washington, Portland, Oregon en San Francisco, Californië [4]. De staten Washington en Oregon waren grote tarwe-producerende gebieden. Ze exporteerden graan naar Azië, en ook naar Europa, via de havenstad Portland in Oregon.
Voor de Commission for Relief in Belgium vertrokken tussen eind januari en eind maart 1915 meerdere schepen met voedselhulp vanuit de Amerikaanse westkust naar België. De meelzak zal aan boord zijn geweest van een van deze schepen.

Liefdadigheid

Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Luik, particuliere verzameling

Rassenfosse droeg bij aan liefdadigheid, lees het blog Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Academie des Beaux Arts’.

Kranten noemden en complimenteerden zijn werk:
Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. ‘(Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)

‘De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’ …’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1917; conté-potlood en waterverf op papier, 34×24 cm, verkocht in 2017; foto mutualart.com
Signatuur Rassenfosse en door hem handgeschreven tekst: ‘Pour la Soirée d’art et de charité donné chez Mme Emile Fraigneux le 29 Septembre 1917’

In 1917 maakte Rassenfosse een tekening van een hiercheuse waarop hij de tekst schreef: ‘Getekend programma. Voor de Kunst- en liefdadigheidsavond, gehouden bij Mme Emile Fraigneux op 29 september 1917′.

Het fenomeen ‘Mijnwerksters in de kunst’
Onbekend met het fenomeen ‘mijnwerksters in de kunst’ heb ik gepoogd me in te lezen in het onderwerp om te begrijpen welke symboliek de meelzak ‘hiercheuse’ van Rassenfosse in zich draagt. Wat bezielde de kunstenaar om een jonge vrouw met een loodzwaar en gevaarvol beroep te verheerlijken als was zij een nimf?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit opmerkelijke onderwerp vol paradoxen een aparte studie vergt.  In dit blog stip ik slechts aan wat mij bij mijn poging tot inlezen heeft verwonderd.

Armand Rassenfosse, ‘Young Seated Girl’, (herkenbaar door hoofddoek en klompen als hiercheuse), potlood en waterverf op papier, 35×26 cm; verkocht 2017, foto: mutualart.com

Hiercheuse

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Hiercheuses aan het werk. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Het woord ‘hiercheuse’ is afgeleid van de term ‘hierchage’, het slepen van de steenkool, de voornaamste bezigheid van de vrouwelijke mijnwerkers: het duwen van de volle kolenwagens naar de schachten en het bovengronds selecteren van de kolen.

Leen Roels: De realiteit van de arbeid van de mijnwerkster

Dr. Leen Roels deed onderzoek naar vrouwenarbeid in de Luikse mijnen, 2014; foto: website DeMijnen.nl

De Belgische wetenschapper Leen Roels promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Maastricht op haar onderzoek naar de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1974. In haar boek ‘Het tekort’ belicht zij in hoofdstuk 2 de vrouwenarbeid in de mijnen. [5]

Circa 2.500 vrouwen (ruim 6% van de personeelsbezetting) werkten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de Luikse mijnen. Pas in 1892 werd vrouwenarbeid in de mijnen in België beperkt, later dan elders in Europa.

Kaart van het Luikse kolenbekken, zoals afgedrukt in het boek ‘Het tekort’ van Leen Roels, 2014
Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1906, lithografie op papier (36×25 cm). Verkocht op the-saleroom.com in 2016, foto: online

Citaat uit het boek van Roels:
‘Dat vrouwen tot aan het begin van de twintigste eeuw in België als mijnwerkster ondergronds werkten, en bovengronds nog veel langer, is een weinig onderzocht gegeven. Dit is verwonderlijk, gezien het feit dat de mijnwerkster voor vele kunstenaars een populair motief vormde. Een groep kunstenaars met socialistische sympathieën vond hierin een dankbaar onderwerp en bovendien werd deze kunst actief ondersteund door de groeiende Belgische Werkliedenpartij-Parti Ouvrier Belge (opgericht in 1885). Vanaf de jaren 1880 werd de ‘hiercheuse’ één van de meest geschilderde, gebeeldhouwde en later gefotografeerde arbeidsters in België.’

Leen Roels geeft met inzichtelijke tabellen informatie over de realiteit van de arbeid van de mijnwerksters.

Leen Roels, Het aantal vrouwelijke arbeidskrachten naar leeftijd in het Luikse bekken, tabel in ‘Het tekort’, 2014

Enkele conclusies van haar onderzoek:
– De functies van de vrouwen in de Luikse mijnen waren samen te brengen onder de noemer: laaggeschoold en aanvullend. Het is aannemelijk dat dit zijn oorsprong vond in de arbeidsverdeling in familieverband.
– Het algemene patroon was dat de hiercheuse gemiddeld op haar twaalfde jaar in het mijnbedrijf begon en dat ze dit zware werk volhield totdat ze in het huwelijk trad en haar eerste kind kreeg. In de 19e eeuw gebeurde dit gemiddeld tussen 26 en 29 jaar.

Leen Roels, Het gemiddeld netto-dagloon ondergronds in de Belgische steenkoolnijverheid, 1895-1900 (in BEF), tabel in ‘Het tekort’, 2014

– In het algemeen bedroeg het dagloon van een mijnwerkster nauwelijks de helft van dat van haar mannelijke collega. Roels kon geen verband ontdekken tussen verloning en een bepaalde functie, het leek haar toe dat de mijnwerksters net omwille van hun vrouwzijn zo laag betaald werden.
– Het lage loon vormde in België een belangrijke reden om de arbeid van vrouwen ondergronds pas laat te verbieden. De beperking van vrouwenarbeid in de Belgische mijnen kreeg zijn beslag met de wetgeving van 1889 die ondergrondse arbeid voor vrouwen onder 21 jaar vanaf 1892 verbood. Vrouwen bleven werkzaam in het mijnbedrijf tot in de jaren 1920, zij werkten in die laatste jaren veelal bovengronds.

Patricia Penn Hilden: De mijnwerkster in de kunst

Cécile Douard, Hiercheuse des mines, 1897; foto: omslag van het boek van Patricia Penn Hilden

De Amerikaanse wetenschapper Patricia Penn Hilden bestudeerde vrouwen, werk en politiek in België van 1830-1914 [6].
Zij ging nader in op de verschillende motieven van een aantal kunstenaars om de mijnwerksters af te beelden:
– Constantin Meunier schilderde, tekende en beeldhouwde vele tientallen mijnwerksters -jong en mooi- als representeerden zij voor hem een nationaal, Belgisch icoon.
– Cécile Douard tekende de mijnwerksters realistisch, in beweging, vuil; oude mijnwerksters toonde ze uitgeput, ze had compassie met de vrouwen in dit loodzware beroep.
– François Maréchal en Armand Rassenfosse daarentegen idealiseerden de mijnwerkster. Zij beeldden haar seksueel aantrekkelijk af; mijnwerksters waren jong, het werken in de mijnen gaf hen erotische aantrekkingskracht.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse aux seins nues; potlood en pastel op papier, (32×23 cm). Voormalige collectie Graaf de Launoit, Luik; verkocht op pba-auctions.com in 2019 voor €1.563; foto: online

Het Brugse Prentenkabinet: Rassenfosse verheerlijkt de zinnelijkheid
Het Brugse Prentenkabinet bewaart een prent uit 1905 waarover het museumbulletin schrijft: ‘Rassenfosse beeldt de wagenduwster met ontbloot bovenlichaam uit in een moment van rust terwijl ze een uitdagende blik naar de toeschouwer werpt. In alle sereniteit observeert de kunstenaar het vrouwelijk lichaam waarvan hij de zinnelijkheid verheerlijkt. Het is een passie die hij zijn hele artistieke loopbaan zal blijven koesteren.’[7]

Fotografie: in opdracht van mijnbedrijven
Fotografen hebben talloze beelden van het werk in de mijnen vastgelegd. De kanttekening bij de foto’s moet zijn dat de foto’s veelal gemaakt zijn in opdracht van de mijnbedrijven om hun moderne bedrijfsvoering te tonen, de kracht van vooruitgang in beeld te laten spreken. Onderdeel van de moderniteit was dat ook vrouwen het werk konden doen, ze waren goedkope arbeidskrachten.

‘Esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’

Gustave Marissiaux, Hiercheuses, 1904-1905. Foto uit artikel van Marc-Emmanuel Mélon in Art&Fact, no. 30, Luik 2011. Foto: Coll. Musée de la Vie wallonne

Marc-Emmanuel Mélon, hoogleraar aan de Universiteit van Luik, benoemde de ‘esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’ in zijn artikel over het fotografie-project ‘La Houillère’ van de fotograaf Gustave Marissiaux (Marles, Pas-de-Calais, 1872 – Cagnes, Frankrijk, 1929).[8]
In opdracht van de gezamenlijke Luikse mijnbedrijven maakte Marissiaux een fotoreportage om de innovatieve industriële bedrijvigheid aan de wereld te tonen.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen sorteren, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Marissiaux moest een realiteit weergeven in zekere objectiviteit. Maar hij zag zich geconfronteerd met de werkelijkheid van kinderen die 12 uur per dag met hun blote handen kolen moesten sorteren; met vrouwen die met schoppen karren volladen en zware wagens op rails moesten voortduwen; met mannen die de dood in de ogen keken door de stoflongen die ze kregen en het voortdurende gevaar van overstromingen in de mijnschachten. In die bedrijven was er al decennialang sociale onrust, daar waren de sociale verschillen het grootst en meest zichtbaar.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen laden op wagons, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

En toch voerde Marissiaux zijn opdracht uit: hij hield afstand tot de mijnwerkers, hij toonde hun werk, niet de mannen en vrouwen die het uitvoerden onder extreem zware omstandigheden.

Waar Marissiaux wordt vergeleken met de kunstenaar Constantin Meunier merkt Mélon op dat ‘de vergelijking volledig mank gaat omdat Marissiaux in tegenstelling tot Meunier minder geïnteresseerd is in de mens dan in de organisatie van het mijnbedrijf en hij heeft ook nooit de arbeider tot de moderne god Prometheus verheven, zoals Meunier wel deed’

De fotografie van Marissiaux was een daverend succes: ‘Het immense succes van de serie foto’s getuigt van de aantrekkingskracht die de mijnbouwwereld uitoefende op zowel de gegoede burgerij die een industrieel universum ontdekte dat ze niet kende, als op de arbeidersklasse die de beelden van een wereld die de hunne was, bijzonder wist te waarderen.

Foto van een ‘botteresse’, een jonge vrouw -ze heeft een breiwerk in haar handen- die te voet goederen vervoerde in een grote mand. Loodzware manden met kolen behoorden daar ook toe. 1914-Illustré, 20 maart 1915

Chatfield papers in HIA

Frederick Huntington Chatfield, gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium in Luik van januari tot augustus 1916

Frederick Huntington Chatfield (Cincinnati, 02.04.1890 – Cincinnati 16.11.1930) heeft het voorrecht gehad bezitter te zijn van de meelzak met prent van Rassenfosse.
Chatfield was 25 jaar toen hij medewerker van de CRB werd in de provincie Luik van januari tot augustus 1916. In het kader van zijn werkzaamheden zal hij in het bezit zijn gekomen van de ‘hiercheuse’ meelzak. Welke beweegredenen er zijn geweest om te kiezen voor het portret van de jonge mijnwerkster zal ons wel nooit bekend worden.
Chatfield is op jonge leeftijd overleden, hij bleef vrijgezel, had geen kinderen; hij was 40 jaar toen hij stierf. Zijn archiefstukken met betrekking tot de Commission for Relief in Belgium zijn uiteindelijk terecht gekomen in de Hoover Institution Archives.

Ik dank Evelyn McMillan voor het nemen van het initiatief de meelzak te laten fotograferen. Aan Hubert Bovens dank voor zijn opzoekwerk van biografische gegevens van de kunstenaar en zijn klankbordfunctie bij het samenstellen van dit blog.
Een ‘zak vol herinneringen’ is erdoor tevoorschijn gekomen.

 

Geboorteakte Armand (de) Rassenfosse, Luik, 6 augustus 1862 met aantekening naamswijziging 30 november 1926

[1] Bij zijn geboorte is Armand Rassenfosse ingeschreven als André Louis Armand Rassenfosse. Later is in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeldt dat arrest is gewezen door het burgerlijk tribunaal van Luik op 30 november 1926 dat ‘Rassenfosse’ vervangen moet worden door ‘de Rassenfosse’. Hubert Bovens maakte mij hierop attent en stuurde een foto toe van de geboorteakte. Na rijp beraad en in overleg met Hubert Bovens, heb ik besloten in mijn blog de kunstenaar ‘Rassenfosse’ te noemen, omdat alle boeken en catalogi die over hem zijn verschenen de kunstenaar benoemen als ‘Rassenfosse’, zonder het tussenvoegsel ‘de’. Zelfs zijn achterkleindochter en kunsthistorica Nadine de Rassenfosse, die zelf wel het tussenvoegsel ‘de’ in haar naam voert, benoemt haar overgrootvader zonder ‘de’ als ‘Rassenfosse’.

[2] De Mont, Pol, Kunst & Leven. Jaargang 1. Ad. Hoste, Gent/P.J. van Melle, Antwerpen/H. Lamertin, Brussel/Valkhoff & Co, Amersfoort 1902-1903, p.49-60

[3] De Rassenfosse, Nadine, Gilissen, Pierre, Rassenfosse of de schoonheid van het boek. Brussel: Koning Boudewijnstichting, 2015

[4] Suggestie van Evelyn McMillan is, dat de meelzak afkomstig zou kunnen zijn van Balfour, Guthrie and Company, merknaam op hun meelzakken was ‘Crown Mills’.

[5] Roels, Leen, Het tekort. Studies over de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1974. Stichting Maaslandse Monografieën. Hilversum: Verloren, 2014

[6] Hilden, Patricia Penn, Women, Work and Politics. Belgium 1830-1914. Oxford: Larendon Press, 1993

[7]De herleving van de etskunst in Luik’ in: Indrukwekkend. Nieuwe topstukken uit het Brugse Prentenkabinet. Museumbulletin 1, Musea Brugge jan-maart 2017

[8] Mélon, Marc-Emmanuel, Paradoxe esthétique et ambiguïtés sociales d’un documentaire photographique: La Houillère de Gustave Marissiaux (1904-1905). In: Art&Fact, no. 30, Luik 2011, p.146-156

Musée de la Vie wallonne in Luik bewaart de originele foto-serie van Gustave Marissiaux, raadpleegbaar via de website van de provincie Luik: ‘Objets, Documents audiovisuels, Marissiaux, Gustave, 440 enregistrements’. Marc-Emmanuel Mélon maakte in 1985 een documentaire over het werk van Marissiaux en zijn foto-serie van de mijnbedrijven.

Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution

Recente fotografie heeft interessante versierde meelzakken in de Hoover Institution aan het licht gebracht! Wat blijkt: Hoover Institution Library & Archives bewaart vijf beschilderde meelzakken van de hand van de Belgische kunstenaars Paul Jean Martel, Roméo Dumoulin, de broers Henri en Alphonse Logelain en Armand Rassenfosse.

Stanford University, Main Quad met uitzicht op de Hoover Tower waar de Hoover Institution is gevestigd; foto: E. McMillan, 2019

Hoover Institution
Stanford University in Palo Alto, Californië, huisvest de Hoover Institution. Het echtpaar Leland en Jane Stanford stichtten de universiteit in 1891.
Herbert Clark Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964) was een van de eerste studenten; hij kwam aan in 1891 en studeerde af als mijnbouw ingenieur in 1895.

Lou Henry studeerde geologie (afgestudeerd in 1898) op Stanford University; foto: HIA

Hij ontmoette er zijn partner, Lou Henry (Waterloo, Iowa, 29.03.1874 – New York, NY, 07.01.1944), die op Stanford in 1898 als eerste vrouwelijke studente afstudeerde in de geologie. Herbert en Lou Hoover zouden gedurende hun hele leven betrokken blijven bij Stanford University.

‘Founded by Herbert Hoover in 1919, the Hoover Institution Library & Archives are dedicated to documenting war, revolution, and peace in the twentieth and twenty-first centuries. With nearly one million volumes and more than six thousand archival collections from 171 countries, Hoover supports a vibrant community of scholars and a broad public interested in the meaning and role of history.
Between 1919 and 1964 Herbert Hoover routinely deposited his papers in the Hoover Institution Library & Archives.’

Herbert Hoover, 1895, jaar van afstuderen in geologie aan Stanford University; foto: HIA

(‘De Hoover Institution Library & Archives, opgericht door Herbert Hoover in 1919, legt zich toe op het documenteren van oorlog, revolutie en vrede in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Met bijna een miljoen boeken en meer dan zesduizend archiefcollecties uit 171 landen biedt Hoover Institution ondersteuning aan een levendige gemeenschap van wetenschappers en een breed publiek dat geïnteresseerd is in de betekenis en rol van geschiedenis op dit gebied. Herbert Hoover maakte er tussen 1919 en 1964 een routine van om zijn documenten in de Hoover Institution Library & Archives te deponeren.’)

Archieven CRB en Herbert Hoover
De Hoover Institution Library and Archives (HIA) bewaart de archieven van de Commission for Relief in Belgium (CRB); persoonlijke archieven van CRB-medewerkers bevinden zich er ook. Herbert Hoover was directeur van de CRB, hij zorgde ervoor dat de archieven van alle vestigingen van de CRB in New York, Londen, Rotterdam en Brussel naar het Hoover Institution werden gestuurd.
Later is Herbert Hoover verkozen tot president van de VS, van 1929-1932. Alle documenten die zijn werk als Amerikaans president aangaan, zijn bewaard in het Herbert Hoover Presidential Library-Museum in West-Branch, Iowa (HHPLM).

Onderzoek in de HIA
Op zoek naar sporen van versierde meelzakken in de archieven van Hoover Institution heb ik online de vijf beschilderde meelzakken gevonden in het ‘Register of the Commission for Relief in Belgium Records, 1914-1930’ en wel in de persoonlijke archieven van drie CRB-medewerkers:
– Chatfield (Frederick H.) papers 1914-1919: 1 exemplaar
– Gay (George I.) papers 1915-1929: 3 exemplaren
– Kirby (Gustavus T.) papers 1914-1941: 1 exemplaar.

Toegang krijgen tot de archieven van HIA is gemakkelijk als je je ter plekke bevindt. Woon je, zoals ik, in Europa dan stuit je op problemen.
Bij de start van mijn onderzoek in 2018 had ik aan HIA via het online contactformulier informatie gevraagd over versierde meelzakken. Een van de archivarissen was zo vriendelijk mij enkele foto’s van geborduurde meelzakken in hun collectie toe te sturen. Ze nodigde me uit zelf verder onderzoek te komen doen in de archieven, dan wel een onderzoeksassistent in te huren om dit voor mij te doen.
Mijn conclusie was vanwege de grote afstand deze research voorlopig te moeten ‘parkeren’.

Evelyn McMillan
In januari 2020, een jaar geleden, kwam het onderzoek toch in een stroomversnelling. Ik had het grote voorrecht in contact te komen met Evelyn McMillan, bibliothecaris van de Tanner Philosophy Library van Stanford University.

Evelyn McMillan op de tentoonstelling ‘Warlace@kantieper’, College van Ieper, 2018; foto coll. E. McMillan

Evelyn McMillan is auteur van enkele instructieve artikelen over ‘war lace’, Belgisch oorlogskant gemaakt in WO I.[1] Zij is ook gepassioneerd verzamelaar van kennis over de versierde meelzakken. Dit alles vanuit persoonlijke interesse.
Evelyn is geboren en getogen in Palo Alto en ging al als klein meisje met haar ouders naar Stanford University om te kijken naar de versierde meelzakken die daar tentoongesteld waren. Zij vertelde me over een aantal van ongeveer 160 meelzakken in de collectie van de HIA; tot enkele jaren geleden waren enkele tientallen fraaie zakken permanent tentoongesteld in de Hoover Tower op Stanford.[2] Door verbouwingswerkzaamheden zijn ze tegenwoordig allemaal in de archieven opgeborgen.
Evelyn verzamelde zelf een kleine collectie meelzakken. Ze bezit uitgebreide documentatie over het werk van de CRB en de meelzakken. In de loop van de jaren heeft zij in samenwerking met de medewerkers van de archieven ook een waardevolle foto-verzameling weten aan te leggen van versierde meelzakken die bewaard zijn in de HIA. Op deze wijze zijn recent de vijf beschilderde meelzakken gefotografeerd.

Vijf beschilderde meelzakken in HIA

1 Henri Logelain: ‘Moeder zoogt kind’

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Recto. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Henri Logelain beschilderde in 1915 een meelzak met het portret van een moeder die haar kind de borst geeft. (Ook Joseph Dierickx beeldde een zogende vrouw af.)
Hij creëerde daarmee een universele afbeelding van troost en dankbaarheid; een iconisch beeld op een zak die meel had aangevoerd om vele broden te bakken voor hongerige mensen.
Het schilderij is ingelijst, maar de achterzijde niet afgedekt, zodat de origine van de meelzak bekend is: Belgian Relief Flour uit de plaats Kinsley in Kansas.

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Verso. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Op het etiket staat: ‘George I. Gay Collection. Painting of woman nursing baby. Artist Henri Logelain. 16” x 21”. (Schilderij van vrouw die kind zoogt. Kunstenaar Henri Logelain, br 40 x h 53 cm).

Henri Logelain (Elsene, 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968) volgde kunstonderwijs aan de Academie in Brussel. Hij was leraar Toegepaste Kunst en Decoratie aan de Academie van Leuven in 1925-1926; hij is docent geweest aan de School voor Kunsten en Ambachten in Vilvoorde (Piron 2016).

De inwoners van Kinsley schonken 251 barrels meel als voedselhulp voor België. Report Miller’s Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

De inwoners van Kinsley gaven geld voor 251 barrels meel, gelijk aan ruim 1000 zakken van 49 Lbs (22 ton) meel. De voedselhulp kwam naar België met de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller onder leiding van William C. Edgar in Minneapolis.

2 Alphonse Logelain: ‘Vaas bloemen’

Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, recto. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff
Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff

Alphonse Logelain schilderde in juni 1915 een vaas bloemen op een meelzak van de American Commission.

Pierre en Alphonse Logelain, Album met werkbeschrijvingen, Ecole Supérieure de Peinture Logelain, Brussel, 1912

Alphonse Logelain (Elsene 26.04.1881 – Elsene 05.01.1963) was de oudere halfbroer van Henri Logelain. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie te Elsene en realiseerde landschappen, stadsgezichten, interieurs, portretten en bloemen (Piron 2016).

Alphonse Logelain heeft een school voor schilderkunst geleid: l’Institut Supérieur de Peinture de Bruxelles. Omdat hij geen opvolger had, nam hij in zijn 70ste levensjaar het initiatief zijn instituut te laten fuseren met zijn belangrijkste concurrent, de school van Clément Van Der Kelen; dat was in 1951. Het Institut Supérieur de Peinture Van Der Kelen-Logelain is tot op de dag van vandaag een Belgische school met internationale reputatie voor decoratief schilderen: het onderwijst de kunst van faux-bois, faux-marbre en trompe l’oeil.

3 Paul Jean Martel: ‘Vrouw met handwerk’

Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De beschilderde meelzak van Paul Jean Martel toont een sfeervol portret van een zittende vrouw in blauwe japon, zij buigt haar hoofd over een witgekleurd handwerk.
Het schilderij is ingelijst, de achterzijde afgedekt, waardoor we moeten raden naar de origine van de meelzak. Het etiket vermeldt: ‘George I. Gay Collection. Oil painting of woman sewing. 17” x 23” (schilderij in olieverf van vrouw die naait, br. 43 x h 58 cm).

Detail Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Paul Jean Martel (Laken, België, 04.08.1879 – Philadelphia, Penn. VS, 26.09.1944) werd als jongste van een tweeling geboren in België en emigreerde met zijn ouders in 1889 naar de VS. Hij keerde terug om een kunstopleiding te volgen aan de Koninklijke Kunstacademie in Brussel. Vervolgens studeerde en werkte hij weer in de VS, maar keerde na zijn huwelijk in 1911 terug naar Europa. Na het uitbreken van de Groote Oorlog vestigde Martel zich in Auderghem en nam er deel aan tentoonstellingen van de Cercle Artistique, zo ook aan die van de beschilderde meelzakken, blijkens het volgende krantenbericht:
…we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Maclovia en Carmen Martel met zelfportret van Paul Jean Martel, 2015. Foto: Bondo Wyszpolski, website: easyreadernews.com

Na de oorlog verhuisde Martel definitief naar de VS, hij schilderde er portretten van vooraanstaande families en werd docent. Zijn actuele website biedt uitgebreide informatie over zijn werk als post-impressionistisch schilder; contactpersoon is zijn kleindochter, de singer/songwriter Maclovia Martel.
Citaat uit de online biografie: “Viewing this is an emotional experience, once again as in Martel’s other works, one ‘feels’ that emotion through the tremendous vigor of his closely set brush strokes.  Truly a ‘tour de force’ all the more remarkable as his materials were a flour sack, with the stamp of an American charity on the reverse, for a canvas, and house paint for oils!” (‘Hiernaar kijken is een emotionele ervaring, omdat je net zoals in Martel’s andere werken, de emotie voelt die door de enorme kracht van zijn dicht bij elkaar geplaatste penseelstreken wordt opgeroepen. Echt een ‘tour de force’, die des te opmerkelijker is, omdat zijn schildersdoek een meelzak was, aan de achterkant voorzien van de stempel van een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling en zijn ‘olieverf’ een gewone huis-tuin-en keukenverf!’)[3]

4 Roméo Dumoulin: ‘Knaap met boterham’

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak recto. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Dumoulin schilderde in 1915 het portret van een vrolijke knaap die met zijn rechterhand een grote boterham naar zijn mond brengt. HIA vermeldt de titel ‘Painting of boy eating half of a long roll by Romeo’ (‘schilderij door Roméo van een jongen die de helft van een stokbrood eet’). Het schilderij is ingelijst, de afmeting van het portret schat ik in op br. 30 x h 20 cm.

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De achterzijde van het HIA-schilderij is open, waardoor de origine van de meelzak zichtbaar is. De zak kwam uit Buffalo, New York: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’ staat herkenbaar gedrukt op het doek. In een serie van drie eerdere blogs over Madame Lalla Vandervelde schreef ik over haar omvangrijke lezingentour in Noord-Amerika.

Detail Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Roméo Dumoulin (Doornik, 18.03.1883 – Brussel, 20/22.07.1944) was een bekend schilder, tekenaar, aquarellist, graficus en illustrator. Hij was autodidact, woonde vanaf 1909 in Stockel bij Brussel en ‘vond de inspiratie voor zijn vaak schalkse genretafereeltjes en figuren zowel in de stad als het platteland. …hij mag gerust tronen naast andere humoristische meesters als Léandre, Daumier, Poulbot en Abel Faivre’. (Piron 2016).

Roméo Dumoulin, ‘Kind met boterham’, detail van ‘Eau forte, les commères’; foto 2dehands.be

Op internet vond ik prenten van hem uit de oorlogsjaren, op een ervan tekende hij ook een boterham etend kind.

Een humoristisch schilderij is het tafereel van wat lijkt op een kanon, voortgetrokken in de sneeuw, wellicht de illusie van de ‘soixante-quinze’, een ‘canon de 75 modèle 1897’, pronkstuk van de Franse artillerie.

In werkelijkheid trekt een paard een kar met grote wielen voort, waarop een lange boomstam, bereden door de voerman en twee kinderen. Dumoulin schilderde het doek in 1917 en gaf het de titel ‘Halte!’

Roméo Dumoulin, ‘Halte!’, 1917, olieverf op doek (66×178 cm); foto: artnet.com

5 Armand Rassenfosse: Mijnwerkster
Armand Rassenfosse drukte op een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Deze bespreek ik in het blog: Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution.

Het HIA-archief van CRB-medewerkers

George I. Gay, CRB-medewerker. Foto: website commissionforreliefinbelgium.com, auteur Jeffrey Miller

– Drie beschilderde meelzakken, die van H. Logelain, Martel en Dumoulin, zijn het bezit geweest van George Inness Gay (Mount Vernon, NY, 1886 – Palo Alto, Ca., 23.10.1964). Gay was CRB-medewerker vanaf juli 1916. Van zijn hand, samen met H.H. Fisher, zijn de twee standaardwerken over het werk van de CRB ‘Public Relations of the Commission of Relief in Belgium. Documents. Volume I and II. Stanford University, 1929’.

– De beschilderde meelzak van A. Logelain, de vaas met bloemen, was het bezit van Gustavus T. Kirby. Kirby werkte mee in de Belgian American Educational Foundation (BAEF) die voortkwam uit de CRB ná de beëindiging van de activiteiten. Kirby was atleet geweest en had een leidende rol bij de Olympische Spelen van 1920, gehouden in Antwerpen. Hoe Kirby in bezit kwam van de beschilderde meelzak is niet bekend.

– Het archief van Frederick H. Chatfield bevat de meelzak met de prent van Rassenfosse, zie volgend blog.

Identificatie Belgische kunstenaars
Dankzij het verzoek van Evelyn McMillan heeft de HIA-staf foto’s gemaakt van de vijf beschilderde meelzakken. Daarna moesten de Belgische kunstenaars geïdentificeerd worden. Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, leverde in korte tijd de gegevens aan.

Ik ben allen die hebben bijgedragen aan dit onderzoek zeer erkentelijk. Deze co-productie maakte het mogelijk, ondanks de grote afstand, studie te doen naar de interessante collectie beschilderde meelzakken in de Hoover Institution Library & Archives.

 

[1] Evelyn McMillan:
-War, Lace, and Survival In Belgium During World War I. PieceWork, Spring 2020
-Gratitude in Lace: World War I, Famine Relief and Belgian Lacemakers. PieceWork May/June 2017, 10

[2] Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[3] www.pauljeanmartel.com, geraadpleegd januari 2021.
Lees ook het online-artikel A Second Chance’ van Bondo Wyszpolski, 22 januari 2015

Nieuwjaar 2021 New Year

Zakken vol herinneringen

Annelien van Kempen, 2020. Buidels: recycled windscherm, band; stukjes Waddenzeeglas verzameld door Anneke Lanting

Scherven
spoelden aan
op ‘t strand,
verweerd
in zand en golven.

De zilte zee
zong zacht
van het leven
nu en later,
wij allen verbonden
door haar water.

Dansende zakjes zeeglas
nemen ons thuis
mee op reis.

Gelukkig 2021!

 

Sacks full of memories

Annelien van Kempen, 2020. Sacks: recycled windshield, strap; pieces of Wadden Sea glass collected by Anneke Lanting

Shards
washed up
on the beach,
weathered
by sand and waves.

The salty sea
sang softly
of life
now and later,
all of us connected
through her water.

Dancing sacks
filled with sea glass

take us on their journey,
while we stay at home.

Happy 2021!

 

Annelien van Kempen, December 2020

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van meelzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met de hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Josephine Bates-White hijst de vlag in top. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.
Josephine Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de Commission for Relief in Belgium (CRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the CRB. Foto: The History of the Woman’s Section , 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met CRB vertegenwoordiger Tracey Kittredge.  Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ meelzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898 – Embourg 31.10.1975) was 17 jaar in 1915 en woonde in Hasselt. Zij werkte aan een meelzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De meelzak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een meelzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de meelzak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.
Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een meelzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

– Een meelzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door een onbekende borduurster (Madame Jean Noots?). Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

De bewerkster van de meelzak heeft de randen afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.

 

 

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde meelzakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-meelzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-meelzakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven meelzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde meelzak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de drie Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp en Gabriëlle Tournier.
Bijzondere dank aan
Michaël Closquet uit Rocourt; hij bezorgde de overlijdensdata van Angèle Veltkamp en haar echtgenoot Maurice Schuermans.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

‘Thanksgiving’-schip ORN vertrok uit Philadelphia

Op deze Thanksgiving Day 2020 vertel ik als dank aan allen die mij inspireren, aanmoedigen en van informatie voorzien bij mijn onderzoek naar de versierde meelzakken het verhaal van het ‘Thanksgiving’-schip ORN dat 106 jaar geleden op 25 november 1914  de havenstad Philadelphia uitvoer, volgeladen met zakken meel op weg naar België, uitgezwaaid door duizenden mensen waaronder een speciale gaste: Madame Lalla Vandervelde.

Inzameling van hulpgoederen
Direct na het uitbreken van de ‘Europese’ oorlog in augustus 1914 ontstonden spontane acties onder de bevolking van Canada en de Verenigde Staten om geld en goederen in te zamelen voor de hulp aan slachtoffers van het geweld.

Het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, ook de kinderen deden mee aan de hulpacties. The Philadelphia Inquirer, 10 november 1914

De acties voor hulp aan de Belgische vluchtelingen en de bevolking in het bezet België stonden onder leiding van Belgen, woonachtig in Canada en de VS: de Belgische Consul Pierre Mali, de Consul-Generaals, zakenmensen, vooraanstaande particulieren en emigranten, op bijzondere wijze ondersteund door Madame Lalla Vandervelde, de vrouw van de Belgische minister van Staat, die door de VS reisde om aandacht te vragen voor de Belgische goede zaak en op te roepen tot Amerikaanse hulpverlening.

Zij vonden gehoor bij lokale dagbladen en tijdschriften, die met grote ijver dringende oproepen aan hun lezers deden om hulp te bieden door geld te storten in speciaal voor het doel opgerichte fondsen.

Het laadruim vol meelzakken van de Thelma in de haven van Philadelphia, The Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

Het transport van de hulpgoederen van Amerika naar Europa over de Atlantische Oceaan moest per schip gebeuren, maar dat leverde qua kosten hoofdbrekens op. Niet in Canada, waar de overheid de betaling van het transport voor haar rekening nam. Wel in de VS, want wie wilde dat betalen?

Warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker, Philadelphia. Foto: internet

In de stad Philadelphia, Pennsylvanië, kwam het onmiddellijke antwoord van warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker (Philadelphia 11.07.1838-12.12.1922). Hij nam het initiatief en charterde zelf twee schepen om hulpgoederen naar België te brengen.

Thelma
Het eerste schip gecharterd door Wanamaker was het stoomschip Thelma. Het laden van het schip trok veel belangstelling, de ‘Philadelphia Inquierer’ publiceerde er dagelijks over. *)

Links het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, midden kapitein Hendrickson, rechts Petrus Verhoeven en zijn gezin, Belgische vluchtelingen in Londen. Evening Ledger, 11 november 1914

Op donderdag 12 november 1914 vertrok het schip na een korte officiële plechtigheid waar burgemeester Blankenburg van Philadelphia het woord voerde:
“Medeburgers, tweeëntwintig jaar geleden stuurde Philadelphia een hulpschip, de Indiana, om hulp te bieden aan de lijdende Russische boeren, ver weg van eigen haard en huis. Vandaag stuurt Philadelphia opnieuw een hulpschip, de Thelma, dit keer naar de lijdende mensen, de ongelukkige mensen van België. Het toont de grootsheid van hart van de bewoners van Philadelphia. Het toont de kracht van de dagbladpers, want als de kranten in Philadelphia er niet waren geweest, geloof ik niet dat dit schip vandaag klaar zou zijn om te vertrekken. De dagbladen van Philadelphia hebben er alles aan gedaan om dit schip met hulpgoederen te kunnen laten vertrekken.”
De Girard College band stond op de pier en speelde de ‘Star Spangled Banner’.

Voedsel schip Thelma vertrekt naar België, Philadelphia Inquirer, 13 november 1914

De burgemeester vroeg aan het toegestroomde publiek van honderden mannen, vrouwen en kinderen hulde te brengen aan kapitein Wolff Hendrickson en bemanning middels een driewerf ‘Hoera’. De heer Francis B. Reeves, penningmeester van het Amerikaanse Rode Kruis, nam namens het Rode Kruis de hulpgoederen op de Thelma in ontvangst en bisschop Garland van Philadelphia zegende het schip.

Versierde meelzak Rosabel, geborduurd in Roulers/Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Foto: E. McMillan

Daarna overhandigde de heer Wanamaker aan kapitein Hendrickson een brief, gericht aan Dr. Henry Van Dyke, gezant van de Verenigde Staten in Den Haag, Holland: ‘Het stoomschip Thelma vervoert vandaag naar u … de geschenken van de inwoners van Philadelphia en omgeving … De officiële documenten van het schip zullen aantonen dat de lading met een waarde van $ 104.000 volledig bestaat uit meel, maïsmeel, bonen, ingeblikte voedingsmiddelen, zakken aardappelen, enz … allemaal levensmiddelen zoals gevraagd in de verklaring van enkele dagen geleden van de heer Brand Whitlock, gezant in Brussel, die sprak over de grote behoefte aan hulp voor vrouwen en kinderen en oude en zieke mensen in België. …

Meelzak ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. KMKG, nr. 2657, foto: auteur

Deze voorname oude stad, die u zo goed kent, de eerste van de Amerikaanse steden en de eerste zetel van de regering van de Verenigde Staten, is – zonder haar plichten ten aanzien van de armen en behoeftigen in Philadelphia te verwaarlozen- als één man opgestaan om medeleven en genegenheid te tonen aan behoeftigen in de wereld, zoals ‘de Stad van Broeder Liefde’ altijd doet.
Ik voeg er voor uw eigen genoegdoening aan toe dat er al bijna voldoende giften zijn binnengestroomd om een volgend schip te laden.’

Advertentie in the Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

De Thelma stak de oceaan over in drie weken tijd en meerde op 3 december 1914 met haar kostbare lading veilig aan in de Maashaven van Rotterdam. Het overladen begon direct, aken brachten via de binnenwateren van Holland en België de voedingsmiddelen naar de bestemde plekken.

Le XXe siecle, 17 december 1914

‘Le XXe siècle’ berichtte half december 1914 over de voedingsmiddelen die de Thelma aanvoerdde:
Het stoomschip “Thelma” is in Rotterdam aangekomen met 1.740 ton aan voorraden, bestemd voor de Belgen die in België bleven. De lading bestaat uit 94.600 zakken en 100 vaten meel, 1.600 zakken maïsmeel, 2.000 zakken bonen, 1.600 zakken rijst, 1.200 zakken zout, 500 dozen maïs, 5.000 dozen aardappelen, 1.200 zakken gerst, 2.500 zakken erwten, 600 dozen gecondenseerde melk, 600 dozen geconserveerde perziken, 1.000 kisten sodazout, 1.200 kisten pruimen, 1.000 zakken suiker en 1.250 zakken havermout.’[1]

Inmiddels voer het tweede door Wanamaker gecharterde schip inderdaad met de volgende lading hulpgoederen de oceaan over: de ORN was vertrokken als ‘Thanksgiving’-schip.

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

‘Thanksgiving’-schip ORN

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

De dag voor Thanksgiving Day, 25 november 1914, vertrok het stoomschip ORN uit de haven van Philadelphia op weg naar Rotterdam, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers. De waarde van de lading was $ 173.430 en bestond vooral uit zakken meel plus andere voedingsmiddelen.

De officiële plechtigheid om de ORN behouden vaart te wensen werd bijgewoond door vele hoogwaardigheidsbekleders. Ook nu was de muzikale begeleiding van The Girard College Band.

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Aanwezig waren burgemeester Blankenberg en zijn wethouders met de verantwoordelijke ambtenaren; de heer Wanamaker met collega’s; de Belgische consul-generaal Paul Hagemans. Speciale gaste was Madame Lalla Vandervelde.
Ook aanwezig waren de directies en redacties van de kranten en hun uitgeverijen. De voorgangers in de plechtigheid waren van drie verschillende gezindten: Dr. Russell H. Conwell van de Doopsgezinde kerk; Eerwaarde Henry T. Drumgoole, rector van het St. Charles’ Seminarie, Overbrook; Eerwaarde Joseph Krauskopf, rabbijn van de synagoge ‘Keneseth Israel’.
Het gezelschap hoogwaardigheidsbekleders ging bij aankomst op het schip allereerst op de foto. Ook Madame Vandervelde nam actief deel aan de fotografie: ze stond erop dat ze met haar eigen camera gefotografeerd zou worden, staande tussen de heer Wanamaker en burgemeester Blankenburg.

‘Thanksgiving Ship Orn Sails’, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Thanksgiving Day
De burgemeester sprak de menigte toe: “Ik geloof niet dat Philadelphia een mooiere of betere Thanksgiving zou kunnen vieren dan door dit stoomschip naar België te sturen, tot het uiterste beladen met voedingsmiddelen voor de uitgehongerde bevolking.

Meelzak ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, foto: auteur

Rabbijn Krauskopf kreeg het woord: “… We zijn op de vooravond van onze nationale Thanksgiving-dag bijeengekomen met zowel een vreugdevol als bedroefd hart. We zijn verheugd omdat we in staat zijn onze overvloed te delen met degenen die het nodig hebben aan de andere kant van de oceaan. We zijn bedroefd omdat de behoeften van hen zijn ontstaan door de zondigheid en de dwalingen van de mens.”

Versierde meelzak Rosabel, 1916, 12 Lbs, geborduurd, houten theeblad met glas. Foto en coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell sprak: “… het is prachtig dat we de kans hebben om naar de noodlijdende Belgen een deel te sturen van datgene wat wij hebben, en als ik de geest van Amerika goed begrijp, zouden we, als we hun behoeften kennen, bereid zijn om ons laatste brood te delen met de Belgen, zij die zo dapper hun huizen verdedigden en de wereld een prachtig voorbeeld toonden van hun moed en patriottisme …”
Consul-Generaal Paul Hagemans aanvaardde de scheepslading hulpgoederen namens België: “Voor de tweede keer binnen twee weken sturen Philadelphia en haar goedgeefse bevolking een scheepslading voedingsmiddelen naar de Belgische slachtoffers. Hiermee geven Philadelphia en haar bevolking een prachtig voorbeeld van menselijke solidariteit met de duizenden van mijn mensen die van de hongersnood zullen worden gered; want we maken uit de recente berichten op dat de omstandigheden er verschrikkelijk zijn…. Behouden vaart aan het Thanksgiving-schip![2]

In het midden vlnr. John Wanamaker, Lalla Vandervelde met de Belgische en Amerikaanse vlaggetjes, burgemeester Blankenburg aan boord van de ORN, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Madame Vandervelde
Toen was de beurt aan Madame Vandervelde. Zij nam twee kleine vlaggen, een Belgische en een Amerikaanse, in haar handen. Ze overhandigde het stokje van de Belgische vlag aan John Wanamaker met de woorden:

Meelzak ‘Rosabel’, geborduurd. Coll. Frankie van Rossem, foto: auteur

“Ik bied deze vlag van België aan de heer Wanamaker aan, als dank voor zijn prachtige geschenk aan België. Ik overhandig eerst deze Belgische vlag als symbool van heldhaftigheid en moed van een klein land dat tegen een verschrikkelijke overmacht vecht. Het staat ook symbool voor de noden van miljoenen van haar mensen.” Vervolgens overhandigde ze hem de kleine Amerikaanse vlag: “Deze Amerikaanse vlag bied ik u aan als het symbool van vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid. Deze vlag staat op dit moment ook symbool voor de vrijgevigheid en de sympathie van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Ik heb het grote genoegen de heer Wanamaker dank te zeggen voor alles wat hij heeft gedaan door hem deze twee vlaggen te overhandigen.”

De heer Wanamaker nam de vlaggetjes aan, strekte zijn armen en hield ze hoog in de lucht. Op dit teken zette de band de tonen in van het Amerikaanse volkslied, dat door de duizenden aanwezigen op schip en kade uit volle borst werd meegezongen.
Pater Drumgoole sprak vervolgens de zegen uit over schip en lading, waarna de gasten de ORN verlieten en het schip zich losmaakte van de kade.

Meelzak ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, foto: auteur

John Wanamaker keerde terug naar kantoor, maar kwam direct teruggereden in een van de bestelauto’s van zijn Wanamaker’s warenhuizen; hij volgde op de pier tot het laatste moment het tweede schip met hulpgoederen waarvan hij de reis had mogelijk gemaakt.

Op 18 december 1914 arriveerde ook de ORN met haar kostbare lading veilig in de Maashaven in Rotterdam. De hulpgoederen werden direct overgeladen in binnenvaartschepen en verder gedistribueerd in België.

 

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., 1914-1915, Anderlecht, geborduurd door Hélène Coumans, 16 jaar, Auderghem; door tussenkomst van Mme Buelens. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Versierde meelzakken uit Pennsylvanië

Meelzak Rosabel, kussenhoes, geborduurd, ‘La Belgique Reconnaissante’, lint, diam. 25 cm. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Meelzakken, vervoerd op de THELMA en ORN, zullen afkomstig zijn geweest van maalderijen in de staat Pennsylvanië. Mijn onderzoek laat zien dat enkele tientallen van deze onbewerkte en versierde meelzakken bewaard zijn gebleven in België en de VS. Opmerkelijk is dat alle zakken een klein formaat hebben, de vermelde inhoudsmaat is 12¼ LBS (5,5 kg meel) tot 24½ LBS (11 kg meel). De gebruikelijke maat van meelzakken is 49 of 98 LBS.

Er zijn meelzakken van:

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. KMKG, nr. 2658, foto: auteur

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, merknaam Hed-Ov-All in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, Californië (HIA); Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI); Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel (KMKG).
– Een mij onbekende maalderij leverde een zak met merknaam Jack Rabbit, getoond in het WHI.
Millbourne Mills in Philadelphia, merknamen Rosabel, A-flour, Southern Star in de collecties van HHPLM, HIA, WHI, KMKG en meerdere Belgische particuliere collecties;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, merknaam M-H 1795 in de collecties van WHI en het ModeMuseum Antwerpen.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co. Schortje, geborduurd. Coll. MoMu, foto: Europeana

Te weten dat deze versierde meelzakken uit Philadelphia vertrokken zijn rondom Thanksgiving Day 1914 geeft vandaag extra kleur aan mijn dag!

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., in de museumopstelling. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Speciale dank aan Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, hij maakte me attent op Thanksgiving Day, de nationale feestdag in de VS, gevierd op de vierde donderdag in november, dit jaar op 26 november. Hij noemde het een tijd van reflectie over het afgelopen jaar en alles waar je dankbaar voor bent, onze lange afstand vriendschap is er een van. We zien er beiden naar uit elkaar in het echt te ontmoeten, wanneer de omstandigheden dit zullen toelaten.

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., geborduurd, kant. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363, foto: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, edities 10, 11, 12, 13, 17, 21, 24, 26 november 1914

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, 17 december 1914

[2] Hagemans, Paul, niet gepubliceerde biografie, Philadelphia, Penn, ongedateerd. Vermeld in de bibliografie van Carole Austin, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.