‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Archives (HIA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Het is mijn indruk dat ruim 400 versierde meelzakken van WO I onderdeel waren van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken in de archieven van de CRB rond 1962 zal zijn opgesplitst in twee delen: een kwart bleef bij HIA in Californië en driekwart kwam in beheer van HHPL in Iowa. Daarmee is in West Branch de grootste collectie versierde meelzakken ter wereld gevestigd. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er nog niet geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus.

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Ook andere ontwerpers gebruikten de haan in hun werk in de periode ’14-18, bijvoorbeeld dit ontwerp in naaldkant.

Het ontwerp van een haan in naaldkant. Foto: E. McMillan

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking A.B.C.

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking ‘A.B.C.’ Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette

De originele bedrukking, de letters ‘A.B.C.’ in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, 31 januari 1915

Een tweede optie is daarom de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Belgian relief Committee’. Het dagblad The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, gaf deze vermelding op 31 januari 1915: de Oregon Belgian relief committee en haar adviesraad waren klaar met hun werk, zij hadden verslag uitgebracht van hun werkzaamheden aan de gouverneur van de staat Oregon. Nadien ontvingen ze toch nog giften en zouden die doorsturen aan wat zij noemden de ‘American Belgian relief committee’ (‘A.B.C’?) in New York.

Advertentie van de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri, in hun logo voeren zij de letters A.B.C. Bron: Northwestern Miller, 13 januari 1915; foto E. McMillan

Optie drie is mij aangereikt door Evelyn McMillan: de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri voerdde ‘A.B.C.’ in hun logo, de afkorting van de bedrijfsnaam in advertenties in de Northwestern Miller tussen 1910 en 1915. Dit logo kan echter niet voldoende verklaring zijn voor de prints ‘A.B.C.’ op meelzakken van andere maalderijen, die niet in St. Louis, MO. waren gevestigd.

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Familie Van Engelen
Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution

Een ‘hiercheuse’ van de Belgische kunstenaar Armand Rassenfosse bevindt zich in de Verenigde Staten in de Hoover Institution Library & Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca.
Het unieke van de prent van Rassenfosse’s mijnwerkster is dat hij deze in 1915 heeft afgedrukt op een lege meelzak afkomstig van de westkust van de VS.

Vancouver Daily World, Vancouver, B.C., Canada, 26 januari 1915

De zak was, gevuld met meel, tezamen met duizenden andere zakken meel, in het voorjaar van 1915 uit Portland, Oregon, verscheept als voedselhulp naar België en kwam terecht in Luik.

Stoomschip Cranley wordt geladen. The Oregon Daily Journal, Portland, Oregon, 24 januari 1915

Eenmaal geleegd bij een bakker is de zak ter beschikking gesteld van Rassenfosse, die zich als kunstenaar bereid had verklaard er een kunstwerk op te maken.
Rassenfosse maakte deel uit van een groep Luikse kunstenaars die voor het goede doel 67 meelzakken beschilderden en bedrukten voor de grote liefdadigheidstentoonstelling, gehouden in Luik in juli 1915. De kranten stonden vol over de tentoonstelling en prezen Rassenfosse voor prenten van mijnwerksters op enkele meelzakken.
De Amerikaan Frederick H. Chatfield, gedelegeerde in Luik van de Commission for Relief in Belgium in 1916, heeft een ‘hiercheuse’ meelzak in eigendom gekregen en mee teruggenomen naar zijn woonplaats Cincinnati, Ohio. Omdat het CRB-archief van Chatfield gedeponeerd is in de Hoover Institution Archives (HIA) is de ‘hiercheuse’ van Rassenfosse daar terecht gekomen en recent, dankzij foto’s gemaakt door de HIA-staf, geopenbaard.

Armand Rassenfosse: ‘Hiercheuse’ (mijnwerkster)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, verso. Coll. HIA Fred. H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

Armand Rassenfosse drukte op een deel van een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Het doek is gespannen om een stuk karton. Hoogstwaarschijnlijk is het een lithografie, mogelijk geretoucheerd. De hoogte van het werk is 44 cm.
In zijn handschrift vermeldde Rassenfosse ‘Etude pour un tableau’ op het doek. Mogelijk is de hiercheuse in de collectie van de Hoover Institution een proef geweest en heeft Rassenfosse deze prent later als geschenk weggegeven aan de jonge CRB-gedelegeerde Chatfield.

‘Etude pour un tableau’ en signering van Armand Rassenfosse, meelzak ‘hiercheuse’. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

De hiercheuse op de meelzak heeft een zittende houding en is gekleed in een blouse met opgerolde mouwen en lange rok; zij kijkt ons vorsend aan, terwijl ze met bijna kinderlijke handen naar haar enkels grijpt, alsof zij zedig haar rokken om haar enkels wil klemmen. Een grote bolle hoofddoek bedekt haar haren, schijnbaar elegant gehakte klompen sieren haar voeten. Zij is een aantrekkelijke verschijning.

Armand (de) Rassenfosse[1] (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934), autodidact, was tekenaar, graveur en schilder. Door zijn onuitputtelijke werkkracht werd hij een van de belangrijkste Waalse kunstenaars van de vorige eeuw.
Pol de Mont schrijft in 1902/1903: ‘Hij heeft zijn sporen verdiend als lithograaf en als akwafortist, en is er evengoed in geslaagd, degelik werk te voltooien met de droge als met de natte naald’;..…’aarzel ik toch niet te zeggen, dat geen van mijn landgenoten in dit vak uitmunt boven hem.’[2]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, olieverf op karton (35×26 cm). Verkocht via veiling, artnet.com; foto: online

Zijn achterkleindochter Nadine de Rassenfosse, kunsthistorica, schreef over Rassenfosse: ‘Hij was klassiek modernist; erfgenaam van het symbolisme en de art nouveau’:
‘Centraal thema in het oeuvre van Rassenfosse is de Vrouw. Zijn universum wordt helemaal ingenomen door vrouwelijke figuren, uit alle sociale lagen en in al hun dagelijkse activiteiten: arbeidsters, hiercheuses uit de Luikse mijnstreek, opgeklede vrouwen met hoeden of naakte meisjes van plezier, danseressen in actie of zogende moeders.’[3]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, kleuren lithografie, 1913. De hiercheuse vertoont -gespiegeld- grote gelijkenis met de prent op de meelzak. Verkocht via veiling auction.fr, september 2013; foto: online

Door talloze afbeeldingen te bekijken van mijnwerksters op websites met online veilingen is mij gebleken dat Rassenfosse eerder, in 1913, een ingekleurde lithografie geproduceerd heeft, die op enkele details na exacte gelijkenis toont met de ‘hiercheuse’ op de meelzak, zij het dat de afbeelding is gespiegeld. Ik vraag me af of Rassenfosse succesvol was met de eerdere litho en daarom de meelzak wenste te bedrukken met een voor het publiek herkenbaar werk, de ‘verheerlijking van een lokaal personage’.
De trieste gebeurtenissen van het overlijden van zijn 23-jarige zoon Jean ( Luik 14.02.1890 – Luik 23.06.1913) en het uitbreken van de oorlog in 1914 met de gevechten rondom Luik en de Duitse bezetting hadden een grote invloed op de kunstenaar.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse; detail originele bedrukking van de meelzak. Coll. Fred. H. Chatfield Papers, HIA, foto HIA staff

De meelzak gebruikt door Rassenfosse voor zijn prent, is afkomstig van de Amerikaanse westkust, de verkoopkantoren van de maalderij waren in de steden Seattle en Tacoma in de staat Washington, Portland, Oregon en San Francisco, Californië [4]. De staten Washington en Oregon waren grote tarwe-producerende gebieden. Ze exporteerden graan naar Azië, en ook naar Europa, via de havenstad Portland in Oregon.
Voor de Commission for Relief in Belgium vertrokken tussen eind januari en eind maart 1915 meerdere schepen met voedselhulp vanuit de Amerikaanse westkust naar België. De meelzak zal aan boord zijn geweest van een van deze schepen.

Liefdadigheid

Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Luik, particuliere verzameling

Rassenfosse droeg bij aan liefdadigheid, hij nam deel aan de grote, succesvolle tentoonstelling van 67 beschilderde meelzakken in Luik in de zomer van 1915, lees het blog Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Academie des Beaux Arts’.

Kranten noemden en complimenteerden zijn werk:
Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. ‘(Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)

‘De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’ …’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1917; conté-potlood en waterverf op papier, 34×24 cm, verkocht in 2017; foto mutualart.com
Signatuur Rassenfosse en door hem handgeschreven tekst: ‘Pour la Soirée d’art et de charité donné chez Mme Emile Fraigneux le 29 Septembre 1917’

In 1917 maakte Rassenfosse een tekening van een hiercheuse waarop hij de tekst schreef: ‘Getekend programma. Voor de Kunst- en liefdadigheidsavond, gehouden bij Mme Emile Fraigneux op 29 september 1917′.

Het fenomeen ‘Mijnwerksters in de kunst’
Onbekend met het fenomeen ‘mijnwerksters in de kunst’ heb ik gepoogd me in te lezen in het onderwerp om te begrijpen welke symboliek de meelzak ‘hiercheuse’ van Rassenfosse in zich draagt. Wat bezielde de kunstenaar om een jonge vrouw met een loodzwaar en gevaarvol beroep te verheerlijken als was zij een nimf?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit opmerkelijke onderwerp vol paradoxen een aparte studie vergt.  In dit blog stip ik slechts aan wat mij bij mijn poging tot inlezen heeft verwonderd.

Armand Rassenfosse, ‘Young Seated Girl’, (herkenbaar door hoofddoek en klompen als hiercheuse), potlood en waterverf op papier, 35×26 cm; verkocht 2017, foto: mutualart.com

Hiercheuse

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Hiercheuses aan het werk. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Het woord ‘hiercheuse’ is afgeleid van de term ‘hierchage’, het slepen van de steenkool, de voornaamste bezigheid van de vrouwelijke mijnwerkers: het duwen van de volle kolenwagens naar de schachten en het bovengronds selecteren van de kolen.

Leen Roels: De realiteit van de arbeid van de mijnwerkster

Dr. Leen Roels deed onderzoek naar vrouwenarbeid in de Luikse mijnen, 2014; foto: website DeMijnen.nl

De Belgische wetenschapper Leen Roels promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Maastricht op haar onderzoek naar de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1974. In haar boek ‘Het tekort’ belicht zij in hoofdstuk 2 de vrouwenarbeid in de mijnen. [5]

Circa 2.500 vrouwen (ruim 6% van de personeelsbezetting) werkten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de Luikse mijnen. Pas in 1892 werd vrouwenarbeid in de mijnen in België beperkt, later dan elders in Europa.

Kaart van het Luikse kolenbekken, zoals afgedrukt in het boek ‘Het tekort’ van Leen Roels, 2014
Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1906, lithografie op papier (36×25 cm). Verkocht op the-saleroom.com in 2016, foto: online

Citaat uit het boek van Roels:
‘Dat vrouwen tot aan het begin van de twintigste eeuw in België als mijnwerkster ondergronds werkten, en bovengronds nog veel langer, is een weinig onderzocht gegeven. Dit is verwonderlijk, gezien het feit dat de mijnwerkster voor vele kunstenaars een populair motief vormde. Een groep kunstenaars met socialistische sympathieën vond hierin een dankbaar onderwerp en bovendien werd deze kunst actief ondersteund door de groeiende Belgische Werkliedenpartij-Parti Ouvrier Belge (opgericht in 1885). Vanaf de jaren 1880 werd de ‘hiercheuse’ één van de meest geschilderde, gebeeldhouwde en later gefotografeerde arbeidsters in België.’

Leen Roels geeft met inzichtelijke tabellen informatie over de realiteit van de arbeid van de mijnwerksters.

Leen Roels, Het aantal vrouwelijke arbeidskrachten naar leeftijd in het Luikse bekken, tabel in ‘Het tekort’, 2014

Enkele conclusies van haar onderzoek:
– De functies van de vrouwen in de Luikse mijnen waren samen te brengen onder de noemer: laaggeschoold en aanvullend. Het is aannemelijk dat dit zijn oorsprong vond in de arbeidsverdeling in familieverband.
– Het algemene patroon was dat de hiercheuse gemiddeld op haar twaalfde jaar in het mijnbedrijf begon en dat ze dit zware werk volhield totdat ze in het huwelijk trad en haar eerste kind kreeg. In de 19e eeuw gebeurde dit gemiddeld tussen 26 en 29 jaar.

Leen Roels, Het gemiddeld netto-dagloon ondergronds in de Belgische steenkoolnijverheid, 1895-1900 (in BEF), tabel in ‘Het tekort’, 2014

– In het algemeen bedroeg het dagloon van een mijnwerkster nauwelijks de helft van dat van haar mannelijke collega. Roels kon geen verband ontdekken tussen verloning en een bepaalde functie, het leek haar toe dat de mijnwerksters net omwille van hun vrouwzijn zo laag betaald werden.
– Het lage loon vormde in België een belangrijke reden om de arbeid van vrouwen ondergronds pas laat te verbieden. De beperking van vrouwenarbeid in de Belgische mijnen kreeg zijn beslag met de wetgeving van 1889 die ondergrondse arbeid voor vrouwen onder 21 jaar vanaf 1892 verbood. Vrouwen bleven werkzaam in het mijnbedrijf tot in de jaren 1920, zij werkten in die laatste jaren veelal bovengronds.

Patricia Penn Hilden: De mijnwerkster in de kunst

Cécile Douard, Hiercheuse des mines, 1897; foto: omslag van het boek van Patricia Penn Hilden

De Amerikaanse wetenschapper Patricia Penn Hilden bestudeerde vrouwen, werk en politiek in België van 1830-1914 [6].
Zij ging nader in op de verschillende motieven van een aantal kunstenaars om de mijnwerksters af te beelden:
– Constantin Meunier schilderde, tekende en beeldhouwde vele tientallen mijnwerksters -jong en mooi- als representeerden zij voor hem een nationaal, Belgisch icoon.
– Cécile Douard tekende de mijnwerksters realistisch, in beweging, vuil; oude mijnwerksters toonde ze uitgeput, ze had compassie met de vrouwen in dit loodzware beroep.
– François Maréchal en Armand Rassenfosse daarentegen idealiseerden de mijnwerkster. Zij beeldden haar seksueel aantrekkelijk af; mijnwerksters waren jong, het werken in de mijnen gaf hen erotische aantrekkingskracht.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse aux seins nues; potlood en pastel op papier, (32×23 cm). Voormalige collectie Graaf de Launoit, Luik; verkocht op pba-auctions.com in 2019 voor €1.563; foto: online

Het Brugse Prentenkabinet: Rassenfosse verheerlijkt de zinnelijkheid
Het Brugse Prentenkabinet bewaart een prent uit 1905 waarover het museumbulletin schrijft: ‘Rassenfosse beeldt de wagenduwster met ontbloot bovenlichaam uit in een moment van rust terwijl ze een uitdagende blik naar de toeschouwer werpt. In alle sereniteit observeert de kunstenaar het vrouwelijk lichaam waarvan hij de zinnelijkheid verheerlijkt. Het is een passie die hij zijn hele artistieke loopbaan zal blijven koesteren.’[7]

Fotografie: in opdracht van mijnbedrijven
Fotografen hebben talloze beelden van het werk in de mijnen vastgelegd. De kanttekening bij de foto’s moet zijn dat de foto’s veelal gemaakt zijn in opdracht van de mijnbedrijven om hun moderne bedrijfsvoering te tonen, de kracht van vooruitgang in beeld te laten spreken. Onderdeel van de moderniteit was dat ook vrouwen het werk konden doen, ze waren goedkope arbeidskrachten.

‘Esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’

Gustave Marissiaux, Hiercheuses, 1904-1905. Foto uit artikel van Marc-Emmanuel Mélon in Art&Fact, no. 30, Luik 2011. Foto: Coll. Musée de la Vie wallonne

Marc-Emmanuel Mélon, hoogleraar aan de Universiteit van Luik, benoemde de ‘esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’ in zijn artikel over het fotografie-project ‘La Houillère’ van de fotograaf Gustave Marissiaux (Marles, Pas-de-Calais, 1872 – Cagnes, Frankrijk, 1929).[8]
In opdracht van de gezamenlijke Luikse mijnbedrijven maakte Marissiaux een fotoreportage om de innovatieve industriële bedrijvigheid aan de wereld te tonen.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen sorteren, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Marissiaux moest een realiteit weergeven in zekere objectiviteit. Maar hij zag zich geconfronteerd met de werkelijkheid van kinderen die 12 uur per dag met hun blote handen kolen moesten sorteren; met vrouwen die met schoppen karren volladen en zware wagens op rails moesten voortduwen; met mannen die de dood in de ogen keken door de stoflongen die ze kregen en het voortdurende gevaar van overstromingen in de mijnschachten. In die bedrijven was er al decennialang sociale onrust, daar waren de sociale verschillen het grootst en meest zichtbaar.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen laden op wagons, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

En toch voerde Marissiaux zijn opdracht uit: hij hield afstand tot de mijnwerkers, hij toonde hun werk, niet de mannen en vrouwen die het uitvoerden onder extreem zware omstandigheden.

Waar Marissiaux wordt vergeleken met de kunstenaar Constantin Meunier merkt Mélon op dat ‘de vergelijking volledig mank gaat omdat Marissiaux in tegenstelling tot Meunier minder geïnteresseerd is in de mens dan in de organisatie van het mijnbedrijf en hij heeft ook nooit de arbeider tot de moderne god Prometheus verheven, zoals Meunier wel deed’

De fotografie van Marissiaux was een daverend succes: ‘Het immense succes van de serie foto’s getuigt van de aantrekkingskracht die de mijnbouwwereld uitoefende op zowel de gegoede burgerij die een industrieel universum ontdekte dat ze niet kende, als op de arbeidersklasse die de beelden van een wereld die de hunne was, bijzonder wist te waarderen.

Foto van een ‘botteresse’, een jonge vrouw -ze heeft een breiwerk in haar handen- die te voet goederen vervoerde in een grote mand. Loodzware manden met kolen behoorden daar ook toe. 1914-Illustré, 20 maart 1915

Chatfield papers in HIA

Frederick Huntington Chatfield, gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium in Luik van januari tot augustus 1916

Frederick Huntington Chatfield (Cincinnati, 02.04.1890 – Cincinnati 16.11.1930) heeft het voorrecht gehad bezitter te zijn van de meelzak met prent van Rassenfosse.
Chatfield was 25 jaar toen hij medewerker van de CRB werd in de provincie Luik van januari tot augustus 1916. In het kader van zijn werkzaamheden zal hij in het bezit zijn gekomen van de ‘hiercheuse’ meelzak. Welke beweegredenen er zijn geweest om te kiezen voor het portret van de jonge mijnwerkster zal ons wel nooit bekend worden.
Chatfield is op jonge leeftijd overleden, hij bleef vrijgezel, had geen kinderen; hij was 40 jaar toen hij stierf. Zijn archiefstukken met betrekking tot de Commission for Relief in Belgium zijn uiteindelijk terecht gekomen in de Hoover Institution Archives.

Ik dank Evelyn McMillan voor het nemen van het initiatief de meelzak te laten fotograferen. Aan Hubert Bovens dank voor zijn opzoekwerk van biografische gegevens van de kunstenaar en zijn klankbordfunctie bij het samenstellen van dit blog.
Een ‘zak vol herinneringen’ is erdoor tevoorschijn gekomen.

 

Geboorteakte Armand (de) Rassenfosse, Luik, 6 augustus 1862 met aantekening naamswijziging 30 november 1926

[1] Bij zijn geboorte is Armand Rassenfosse ingeschreven als André Louis Armand Rassenfosse. Later is in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeldt dat arrest is gewezen door het burgerlijk tribunaal van Luik op 30 november 1926 dat ‘Rassenfosse’ vervangen moet worden door ‘de Rassenfosse’. Hubert Bovens maakte mij hierop attent en stuurde een foto toe van de geboorteakte. Na rijp beraad en in overleg met Hubert Bovens, heb ik besloten in mijn blog de kunstenaar ‘Rassenfosse’ te noemen, omdat alle boeken en catalogi die over hem zijn verschenen de kunstenaar benoemen als ‘Rassenfosse’, zonder het tussenvoegsel ‘de’. Zelfs zijn achterkleindochter en kunsthistorica Nadine de Rassenfosse, die zelf wel het tussenvoegsel ‘de’ in haar naam voert, benoemt haar overgrootvader zonder ‘de’ als ‘Rassenfosse’.

[2] De Mont, Pol, Kunst & Leven. Jaargang 1. Ad. Hoste, Gent/P.J. van Melle, Antwerpen/H. Lamertin, Brussel/Valkhoff & Co, Amersfoort 1902-1903, p.49-60

[3] De Rassenfosse, Nadine, Gilissen, Pierre, Rassenfosse of de schoonheid van het boek. Brussel: Koning Boudewijnstichting, 2015

[4] Suggestie van Evelyn McMillan is, dat de meelzak afkomstig zou kunnen zijn van Balfour, Guthrie and Company, merknaam op hun meelzakken was ‘Crown Mills’.

[5] Roels, Leen, Het tekort. Studies over de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1974. Stichting Maaslandse Monografieën. Hilversum: Verloren, 2014

[6] Hilden, Patricia Penn, Women, Work and Politics. Belgium 1830-1914. Oxford: Larendon Press, 1993

[7]De herleving van de etskunst in Luik’ in: Indrukwekkend. Nieuwe topstukken uit het Brugse Prentenkabinet. Museumbulletin 1, Musea Brugge jan-maart 2017

[8] Mélon, Marc-Emmanuel, Paradoxe esthétique et ambiguïtés sociales d’un documentaire photographique: La Houillère de Gustave Marissiaux (1904-1905). In: Art&Fact, no. 30, Luik 2011, p.146-156

Musée de la Vie wallonne in Luik bewaart de originele foto-serie van Gustave Marissiaux, raadpleegbaar via de website van de provincie Luik: ‘Objets, Documents audiovisuels, Marissiaux, Gustave, 440 enregistrements’. Marc-Emmanuel Mélon maakte in 1985 een documentaire over het werk van Marissiaux en zijn foto-serie van de mijnbedrijven.

Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution

Recente fotografie heeft interessante versierde meelzakken in de Hoover Institution aan het licht gebracht! Wat blijkt: Hoover Institution Library & Archives bewaart vijf beschilderde meelzakken van de hand van de Belgische kunstenaars Paul Jean Martel, Roméo Dumoulin, de broers Henri en Alphonse Logelain en Armand Rassenfosse.

Stanford University, Main Quad met uitzicht op de Hoover Tower waar de Hoover Institution is gevestigd; foto: E. McMillan, 2019

Hoover Institution
Stanford University in Palo Alto, Californië, huisvest de Hoover Institution. Het echtpaar Leland en Jane Stanford stichtten de universiteit in 1891.
Herbert Clark Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964) was een van de eerste studenten; hij kwam aan in 1891 en studeerde af als mijnbouw ingenieur in 1895.

Lou Henry studeerde geologie (afgestudeerd in 1898) op Stanford University; foto: HIA

Hij ontmoette er zijn partner, Lou Henry (Waterloo, Iowa, 29.03.1874 – New York, NY, 07.01.1944), die op Stanford in 1898 als eerste vrouwelijke studente afstudeerde in de geologie. Herbert en Lou Hoover zouden gedurende hun hele leven betrokken blijven bij Stanford University.

‘Founded by Herbert Hoover in 1919, the Hoover Institution Library & Archives are dedicated to documenting war, revolution, and peace in the twentieth and twenty-first centuries. With nearly one million volumes and more than six thousand archival collections from 171 countries, Hoover supports a vibrant community of scholars and a broad public interested in the meaning and role of history.
Between 1919 and 1964 Herbert Hoover routinely deposited his papers in the Hoover Institution Library & Archives.’

Herbert Hoover, 1895, jaar van afstuderen in geologie aan Stanford University; foto: HIA

(‘De Hoover Institution Library & Archives, opgericht door Herbert Hoover in 1919, legt zich toe op het documenteren van oorlog, revolutie en vrede in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Met bijna een miljoen boeken en meer dan zesduizend archiefcollecties uit 171 landen biedt Hoover Institution ondersteuning aan een levendige gemeenschap van wetenschappers en een breed publiek dat geïnteresseerd is in de betekenis en rol van geschiedenis op dit gebied. Herbert Hoover maakte er tussen 1919 en 1964 een routine van om zijn documenten in de Hoover Institution Library & Archives te deponeren.’)

Archieven CRB en Herbert Hoover
De Hoover Institution Library and Archives (HIA) bewaart de archieven van de Commission for Relief in Belgium (CRB); persoonlijke archieven van CRB-medewerkers bevinden zich er ook. Herbert Hoover was directeur van de CRB, hij zorgde ervoor dat de archieven van alle vestigingen van de CRB in New York, Londen, Rotterdam en Brussel naar het Hoover Institution werden gestuurd.
Later is Herbert Hoover verkozen tot president van de VS, van 1929-1932. Alle documenten die zijn werk als Amerikaans president aangaan, zijn bewaard in het Herbert Hoover Presidential Library-Museum in West-Branch, Iowa (HHPLM).

Onderzoek in de HIA
Op zoek naar sporen van versierde meelzakken in de archieven van Hoover Institution heb ik online de vijf beschilderde meelzakken gevonden in het ‘Register of the Commission for Relief in Belgium Records, 1914-1930’ en wel in de persoonlijke archieven van drie CRB-medewerkers:
– Chatfield (Frederick H.) papers 1914-1919: 1 exemplaar
– Gay (George I.) papers 1915-1929: 3 exemplaren
– Kirby (Gustavus T.) papers 1914-1941: 1 exemplaar.

Toegang krijgen tot de archieven van HIA is gemakkelijk als je je ter plekke bevindt. Woon je, zoals ik, in Europa dan stuit je op problemen.
Bij de start van mijn onderzoek in 2018 had ik aan HIA via het online contactformulier informatie gevraagd over versierde meelzakken. Een van de archivarissen was zo vriendelijk mij enkele foto’s van geborduurde meelzakken in hun collectie toe te sturen. Ze nodigde me uit zelf verder onderzoek te komen doen in de archieven, dan wel een onderzoeksassistent in te huren om dit voor mij te doen.
Mijn conclusie was vanwege de grote afstand deze research voorlopig te moeten ‘parkeren’.

Evelyn McMillan
In januari 2020, een jaar geleden, kwam het onderzoek toch in een stroomversnelling. Ik had het grote voorrecht in contact te komen met Evelyn McMillan, bibliothecaris van de Tanner Philosophy Library van Stanford University.

Evelyn McMillan op de tentoonstelling ‘Warlace@kantieper’, College van Ieper, 2018; foto coll. E. McMillan

Evelyn McMillan is auteur van enkele instructieve artikelen over ‘war lace’, Belgisch oorlogskant gemaakt in WO I.[1] Zij is ook gepassioneerd verzamelaar van kennis over de versierde meelzakken. Dit alles vanuit persoonlijke interesse.
Evelyn is geboren en getogen in Palo Alto en ging al als klein meisje met haar ouders naar Stanford University om te kijken naar de versierde meelzakken die daar tentoongesteld waren. Zij vertelde me over een aantal van ongeveer 160 meelzakken in de collectie van de HIA; tot enkele jaren geleden waren enkele tientallen fraaie zakken permanent tentoongesteld in de Hoover Tower op Stanford.[2] Door verbouwingswerkzaamheden zijn ze tegenwoordig allemaal in de archieven opgeborgen.
Evelyn verzamelde zelf een kleine collectie meelzakken. Ze bezit uitgebreide documentatie over het werk van de CRB en de meelzakken. In de loop van de jaren heeft zij in samenwerking met de medewerkers van de archieven ook een waardevolle foto-verzameling weten aan te leggen van versierde meelzakken die bewaard zijn in de HIA. Op deze wijze zijn recent de vijf beschilderde meelzakken gefotografeerd.

Vijf beschilderde meelzakken in HIA

1 Henri Logelain: ‘Moeder zoogt kind’

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Recto. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Henri Logelain beschilderde in 1915 een meelzak met het portret van een moeder die haar kind de borst geeft.
Hij creëerde daarmee een universele afbeelding van troost en dankbaarheid; een iconisch beeld op een zak die meel had aangevoerd om vele broden te bakken voor hongerige mensen.
Het schilderij is ingelijst, maar de achterzijde niet afgedekt, zodat de origine van de meelzak bekend is: Belgian Relief Flour uit de plaats Kinsley in Kansas.

Henri Logelain, ‘Moeder zoogt kind’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Verso. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Op het etiket staat: ‘George I. Gay Collection. Painting of woman nursing baby. Artist Henri Logelain. 16” x 21”. (Schilderij van vrouw die kind zoogt. Kunstenaar Henri Logelain, br 40 x h 53 cm).

Henri Logelain (Elsene, 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968) volgde kunstonderwijs aan de Academie in Brussel. Hij was leraar Toegepaste Kunst en Decoratie aan de Academie van Leuven in 1925-1926; hij is docent geweest aan de School voor Kunsten en Ambachten in Vilvoorde (Piron 2016).

De inwoners van Kinsley schonken 251 barrels meel als voedselhulp voor België. Report Miller’s Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

De inwoners van Kinsley gaven geld voor 251 barrels meel, gelijk aan ruim 1000 zakken van 49 Lbs (22 ton) meel. De voedselhulp kwam naar België met de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller onder leiding van William C. Edgar in Minneapolis.

2 Alphonse Logelain: ‘Vaas bloemen’

Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, recto. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff
Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HIA staff

Alphonse Logelain schilderde in juni 1915 een vaas bloemen op een meelzak van de American Commission.

Pierre en Alphonse Logelain, Album met werkbeschrijvingen, Ecole Supérieure de Peinture Logelain, Brussel, 1912

Alphonse Logelain (Elsene 26.04.1881 – Elsene 05.01.1963) was de oudere halfbroer van Henri Logelain. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie te Elsene en realiseerde landschappen, stadsgezichten, interieurs, portretten en bloemen (Piron 2016).

Alphonse Logelain heeft een school voor schilderkunst geleid: l’Institut Supérieur de Peinture de Bruxelles. Omdat hij geen opvolger had, nam hij in zijn 70ste levensjaar het initiatief zijn instituut te laten fuseren met zijn belangrijkste concurrent, de school van Clément Van Der Kelen; dat was in 1951. Het Institut Supérieur de Peinture Van Der Kelen-Logelain is tot op de dag van vandaag een Belgische school met internationale reputatie voor decoratief schilderen: het onderwijst de kunst van faux-bois, faux-marbre en trompe l’oeil.

3 Paul Jean Martel: ‘Vrouw met handwerk’

Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De beschilderde meelzak van Paul Martel toont een sfeervol portret van een zittende vrouw in blauwe japon, zij buigt haar hoofd over een witgekleurd handwerk.
Het schilderij is ingelijst, de achterzijde afgedekt, waardoor we moeten raden naar de origine van de meelzak. Het etiket vermeldt: ‘George I. Gay Collection. Oil painting of woman sewing. 17” x 23” (schilderij in olieverf van vrouw die naait, br. 43 x h 58 cm).

Detail Paul Jean Martel, ‘Vrouw met handwerk’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Paul Jean Martel (Laken, België, 04.08.1879 – Philadelphia, Penn. VS, 26.09.1944) werd als jongste van een tweeling geboren in België en emigreerde met zijn ouders in 1889 naar de VS. Hij keerde terug om een kunstopleiding te volgen aan de Koninklijke Kunstacademie in Brussel. Vervolgens studeerde en werkte hij weer in de VS, maar keerde na zijn huwelijk in 1911 terug naar Europa. Na het uitbreken van de Groote Oorlog vestigde Martel zich in Auderghem en nam er deel aan tentoonstellingen van de Cercle Artistique, zo ook aan die van de beschilderde meelzakken, blijkens het volgende krantenbericht:
…we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Maclovia en Carmen Martel met zelfportret van Paul Jean Martel, 2015. Foto: Bondo Wyszpolski, website: easyreadernews.com

Na de oorlog verhuisde Martel definitief naar de VS, hij schilderde er portretten van vooraanstaande families en werd docent. Zijn actuele website biedt uitgebreide informatie over zijn werk als post-impressionistisch schilder; contactpersoon is zijn kleindochter, de singer/songwriter Maclovia Martel.
Citaat uit de online biografie: “Viewing this is an emotional experience, once again as in Martel’s other works, one ‘feels’ that emotion through the tremendous vigor of his closely set brush strokes.  Truly a ‘tour de force’ all the more remarkable as his materials were a flour sack, with the stamp of an American charity on the reverse, for a canvas, and house paint for oils!” (‘Hiernaar kijken is een emotionele ervaring, omdat je net zoals in Martel’s andere werken, de emotie voelt die door de enorme kracht van zijn dicht bij elkaar geplaatste penseelstreken wordt opgeroepen. Echt een ‘tour de force’, die des te opmerkelijker is, omdat zijn schildersdoek een meelzak was, aan de achterkant voorzien van de stempel van een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling en zijn ‘olieverf’ een gewone huis-tuin-en keukenverf!’)[3]

4 Roméo Dumoulin: ‘Knaap met boterham’

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak recto. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Dumoulin schilderde in 1915 het portret van een vrolijke knaap die met zijn rechterhand een grote boterham naar zijn mond brengt. HIA vermeldt de titel ‘Painting of boy eating half of a long roll by Romeo’ (‘schilderij door Roméo van een jongen die de helft van een stokbrood eet’). Het schilderij is ingelijst, de afmeting van het portret schat ik in op br. 30 x h 20 cm.

Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

De achterzijde van het HIA-schilderij is open, waardoor de origine van de meelzak zichtbaar is. De zak kwam uit Buffalo, New York: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’ staat herkenbaar gedrukt op het doek. In een serie van drie eerdere blogs over Madame Lalla Vandervelde schreef ik over haar omvangrijke lezingentour in Noord-Amerika.

Detail Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Roméo Dumoulin (Doornik, 18.03.1883 – Brussel, 20/22.07.1944) was een bekend schilder, tekenaar, aquarellist, graficus en illustrator. Hij was autodidact, woonde vanaf 1909 in Stockel bij Brussel en ‘vond de inspiratie voor zijn vaak schalkse genretafereeltjes en figuren zowel in de stad als het platteland. …hij mag gerust tronen naast andere humoristische meesters als Léandre, Daumier, Poulbot en Abel Faivre’. (Piron 2016).

Roméo Dumoulin, ‘Kind met boterham’, detail van ‘Eau forte, les commères’; foto 2dehands.be

Op internet vond ik prenten van hem uit de oorlogsjaren, op een ervan tekende hij ook een boterham etend kind.

Een humoristisch schilderij is het tafereel van wat lijkt op een kanon, voortgetrokken in de sneeuw, wellicht de illusie van de ‘soixante-quinze’, een ‘canon de 75 modèle 1897’, pronkstuk van de Franse artillerie.

In werkelijkheid trekt een paard een kar met grote wielen voort, waarop een lange boomstam, bereden door de voerman en twee kinderen. Dumoulin schilderde het doek in 1917 en gaf het de titel ‘Halte!’

Roméo Dumoulin, ‘Halte!’, 1917, olieverf op doek (66×178 cm); foto: artnet.com

5 Armand Rassenfosse: Mijnwerkster
Armand Rassenfosse drukte op een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Deze bespreek ik in het blog: Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution.

Het HIA-archief van CRB-medewerkers

George I. Gay, CRB-medewerker. Foto: website commissionforreliefinbelgium.com, auteur Jeffrey Miller

– Drie beschilderde meelzakken, die van H. Logelain, Martel en Dumoulin, zijn het bezit geweest van George Inness Gay (Mount Vernon, NY, 1886 – Palo Alto, Ca., 23.10.1964). Gay was CRB-medewerker vanaf juli 1916. Van zijn hand, samen met H.H. Fisher, zijn de twee standaardwerken over het werk van de CRB ‘Public Relations of the Commission of Relief in Belgium. Documents. Volume I and II. Stanford University, 1929’.

– De beschilderde meelzak van A. Logelain, de vaas met bloemen, was het bezit van Gustavus T. Kirby. Kirby werkte mee in de Belgian American Educational Foundation (BAEF) die voortkwam uit de CRB ná de beëindiging van de activiteiten. Kirby was atleet geweest en had een leidende rol bij de Olympische Spelen van 1920, gehouden in Antwerpen. Hoe Kirby in bezit kwam van de beschilderde meelzak is niet bekend.

– Het archief van Frederick H. Chatfield bevat de meelzak met de prent van Rassenfosse, zie volgend blog.

Identificatie Belgische kunstenaars
Dankzij het verzoek van Evelyn McMillan heeft de HIA-staf foto’s gemaakt van de vijf beschilderde meelzakken. Daarna moesten de Belgische kunstenaars geïdentificeerd worden. Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, leverde in korte tijd de gegevens aan.

Ik ben allen die hebben bijgedragen aan dit onderzoek zeer erkentelijk. Deze co-productie maakte het mogelijk, ondanks de grote afstand, studie te doen naar de interessante collectie beschilderde meelzakken in de Hoover Institution Library & Archives.

 

[1] Evelyn McMillan:
-War, Lace, and Survival In Belgium During World War I. PieceWork, Spring 2020
-Gratitude in Lace: World War I, Famine Relief and Belgian Lacemakers. PieceWork May/June 2017, 10

[2] Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[3] www.pauljeanmartel.com, geraadpleegd januari 2021.
Lees ook het online-artikel A Second Chance’ van Bondo Wyszpolski, 22 januari 2015

Nieuwjaar 2021 New Year

Zakken vol herinneringen

Annelien van Kempen, 2020. Buidels: recycled windscherm, band; stukjes Waddenzeeglas verzameld door Anneke Lanting

Scherven
spoelden aan
op ‘t strand,
verweerd
in zand en golven.

De zilte zee
zong zacht
van het leven
nu en later,
wij allen verbonden
door haar water.

Dansende zakjes zeeglas
nemen ons thuis
mee op reis.

Gelukkig 2021!

 

Sacks full of memories

Annelien van Kempen, 2020. Sacks: recycled windshield, strap; pieces of Wadden Sea glass collected by Anneke Lanting

Shards
washed up
on the beach,
weathered
by sand and waves.

The salty sea
sang softly
of life
now and later,
all of us connected
through her water.

Dancing sacks
filled with sea glass

take us on their journey,
while we stay at home.

Happy 2021!

 

Annelien van Kempen, December 2020

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van meelzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met de hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Josephine Bates-White hijst de vlag in top. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.
Josephine Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de Commission for Relief in Belgium (CRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the CRB. Foto: The History of the Woman’s Section , 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met CRB vertegenwoordiger Tracey Kittredge.  Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ meelzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898) in Hasselt was 17 jaar in 1915. Zij werkte aan een meelzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De meelzak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een meelzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de meelzak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.
Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een meelzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

– Een meelzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door een onbekende borduurster (Madame Jean Noots?). Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots (?). Coll. en foto: KSHS

De bewerkster van de meelzak heeft de randen afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.

 

 

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde meelzakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-meelzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-meelzakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven meelzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde meelzak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de drie Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp en Gabriëlle Tournier.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

‘Thanksgiving’-schip ORN vertrok uit Philadelphia

Op deze Thanksgiving Day 2020 vertel ik als dank aan allen die mij inspireren, aanmoedigen en van informatie voorzien bij mijn onderzoek naar de versierde meelzakken het verhaal van het ‘Thanksgiving’-schip ORN dat 106 jaar geleden op 25 november 1914  de havenstad Philadelphia uitvoer, volgeladen met zakken meel op weg naar België, uitgezwaaid door duizenden mensen waaronder een speciale gaste: Madame Lalla Vandervelde.

Inzameling van hulpgoederen
Direct na het uitbreken van de ‘Europese’ oorlog in augustus 1914 ontstonden spontane acties onder de bevolking van Canada en de Verenigde Staten om geld en goederen in te zamelen voor de hulp aan slachtoffers van het geweld.

Het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, ook de kinderen deden mee aan de hulpacties. The Philadelphia Inquirer, 10 november 1914

De acties voor hulp aan de Belgische vluchtelingen en de bevolking in het bezet België stonden onder leiding van Belgen, woonachtig in Canada en de VS: de Belgische Consul Pierre Mali, de Consul-Generaals, zakenmensen, vooraanstaande particulieren en emigranten, op bijzondere wijze ondersteund door Madame Lalla Vandervelde, de vrouw van de Belgische minister van Staat, die door de VS reisde om aandacht te vragen voor de Belgische goede zaak en op te roepen tot Amerikaanse hulpverlening.

Zij vonden gehoor bij lokale dagbladen en tijdschriften, die met grote ijver dringende oproepen aan hun lezers deden om hulp te bieden door geld te storten in speciaal voor het doel opgerichte fondsen.

Het laadruim vol meelzakken van de Thelma in de haven van Philadelphia, The Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

Het transport van de hulpgoederen van Amerika naar Europa over de Atlantische Oceaan moest per schip gebeuren, maar dat leverde qua kosten hoofdbrekens op. Niet in Canada, waar de overheid de betaling van het transport voor haar rekening nam. Wel in de VS, want wie wilde dat betalen?

Warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker, Philadelphia. Foto: internet

In de stad Philadelphia, Pennsylvanië, kwam het onmiddellijke antwoord van warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker (Philadelphia 11.07.1838-12.12.1922). Hij nam het initiatief en charterde zelf twee schepen om hulpgoederen naar België te brengen.

Thelma
Het eerste schip gecharterd door Wanamaker was het stoomschip Thelma. Het laden van het schip trok veel belangstelling, de ‘Philadelphia Inquierer’ publiceerde er dagelijks over. *)

Links het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, midden kapitein Hendrickson, rechts Petrus Verhoeven en zijn gezin, Belgische vluchtelingen in Londen. Evening Ledger, 11 november 1914

Op donderdag 12 november 1914 vertrok het schip na een korte officiële plechtigheid waar burgemeester Blankenburg van Philadelphia het woord voerde:
“Medeburgers, tweeëntwintig jaar geleden stuurde Philadelphia een hulpschip, de Indiana, om hulp te bieden aan de lijdende Russische boeren, ver weg van eigen haard en huis. Vandaag stuurt Philadelphia opnieuw een hulpschip, de Thelma, dit keer naar de lijdende mensen, de ongelukkige mensen van België. Het toont de grootsheid van hart van de bewoners van Philadelphia. Het toont de kracht van de dagbladpers, want als de kranten in Philadelphia er niet waren geweest, geloof ik niet dat dit schip vandaag klaar zou zijn om te vertrekken. De dagbladen van Philadelphia hebben er alles aan gedaan om dit schip met hulpgoederen te kunnen laten vertrekken.”
De Girard College band stond op de pier en speelde de ‘Star Spangled Banner’.

Voedsel schip Thelma vertrekt naar België, Philadelphia Inquirer, 13 november 1914

De burgemeester vroeg aan het toegestroomde publiek van honderden mannen, vrouwen en kinderen hulde te brengen aan kapitein Wolff Hendrickson en bemanning middels een driewerf ‘Hoera’. De heer Francis B. Reeves, penningmeester van het Amerikaanse Rode Kruis, nam namens het Rode Kruis de hulpgoederen op de Thelma in ontvangst en bisschop Garland van Philadelphia zegende het schip.

Versierde meelzak Rosabel, geborduurd in Roulers/Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Foto: E. McMillan

Daarna overhandigde de heer Wanamaker aan kapitein Hendrickson een brief, gericht aan Dr. Henry Van Dyke, gezant van de Verenigde Staten in Den Haag, Holland: ‘Het stoomschip Thelma vervoert vandaag naar u … de geschenken van de inwoners van Philadelphia en omgeving … De officiële documenten van het schip zullen aantonen dat de lading met een waarde van $ 104.000 volledig bestaat uit meel, maïsmeel, bonen, ingeblikte voedingsmiddelen, zakken aardappelen, enz … allemaal levensmiddelen zoals gevraagd in de verklaring van enkele dagen geleden van de heer Brand Whitlock, gezant in Brussel, die sprak over de grote behoefte aan hulp voor vrouwen en kinderen en oude en zieke mensen in België. …

Meelzak ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. KMKG, nr. 2657, foto: auteur

Deze voorname oude stad, die u zo goed kent, de eerste van de Amerikaanse steden en de eerste zetel van de regering van de Verenigde Staten, is – zonder haar plichten ten aanzien van de armen en behoeftigen in Philadelphia te verwaarlozen- als één man opgestaan om medeleven en genegenheid te tonen aan behoeftigen in de wereld, zoals ‘de Stad van Broeder Liefde’ altijd doet.
Ik voeg er voor uw eigen genoegdoening aan toe dat er al bijna voldoende giften zijn binnengestroomd om een volgend schip te laden.’

Advertentie in the Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

De Thelma stak de oceaan over in drie weken tijd en meerde op 3 december 1914 met haar kostbare lading veilig aan in de Maashaven van Rotterdam. Het overladen begon direct, aken brachten via de binnenwateren van Holland en België de voedingsmiddelen naar de bestemde plekken.

Le XXe siecle, 17 december 1914

‘Le XXe siècle’ berichtte half december 1914 over de voedingsmiddelen die de Thelma aanvoerdde:
Het stoomschip “Thelma” is in Rotterdam aangekomen met 1.740 ton aan voorraden, bestemd voor de Belgen die in België bleven. De lading bestaat uit 94.600 zakken en 100 vaten meel, 1.600 zakken maïsmeel, 2.000 zakken bonen, 1.600 zakken rijst, 1.200 zakken zout, 500 dozen maïs, 5.000 dozen aardappelen, 1.200 zakken gerst, 2.500 zakken erwten, 600 dozen gecondenseerde melk, 600 dozen geconserveerde perziken, 1.000 kisten sodazout, 1.200 kisten pruimen, 1.000 zakken suiker en 1.250 zakken havermout.’[1]

Inmiddels voer het tweede door Wanamaker gecharterde schip inderdaad met de volgende lading hulpgoederen de oceaan over: de ORN was vertrokken als ‘Thanksgiving’-schip.

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

‘Thanksgiving’-schip ORN

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

De dag voor Thanksgiving Day, 25 november 1914, vertrok het stoomschip ORN uit de haven van Philadelphia op weg naar Rotterdam, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers. De waarde van de lading was $ 173.430 en bestond vooral uit zakken meel plus andere voedingsmiddelen.

De officiële plechtigheid om de ORN behouden vaart te wensen werd bijgewoond door vele hoogwaardigheidsbekleders. Ook nu was de muzikale begeleiding van The Girard College Band.

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Aanwezig waren burgemeester Blankenberg en zijn wethouders met de verantwoordelijke ambtenaren; de heer Wanamaker met collega’s; de Belgische consul-generaal Paul Hagemans. Speciale gaste was Madame Lalla Vandervelde.
Ook aanwezig waren de directies en redacties van de kranten en hun uitgeverijen. De voorgangers in de plechtigheid waren van drie verschillende gezindten: Dr. Russell H. Conwell van de Doopsgezinde kerk; Eerwaarde Henry T. Drumgoole, rector van het St. Charles’ Seminarie, Overbrook; Eerwaarde Joseph Krauskopf, rabbijn van de synagoge ‘Keneseth Israel’.
Het gezelschap hoogwaardigheidsbekleders ging bij aankomst op het schip allereerst op de foto. Ook Madame Vandervelde nam actief deel aan de fotografie: ze stond erop dat ze met haar eigen camera gefotografeerd zou worden, staande tussen de heer Wanamaker en burgemeester Blankenburg.

‘Thanksgiving Ship Orn Sails’, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Thanksgiving Day
De burgemeester sprak de menigte toe: “Ik geloof niet dat Philadelphia een mooiere of betere Thanksgiving zou kunnen vieren dan door dit stoomschip naar België te sturen, tot het uiterste beladen met voedingsmiddelen voor de uitgehongerde bevolking.

Meelzak ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, foto: auteur

Rabbijn Krauskopf kreeg het woord: “… We zijn op de vooravond van onze nationale Thanksgiving-dag bijeengekomen met zowel een vreugdevol als bedroefd hart. We zijn verheugd omdat we in staat zijn onze overvloed te delen met degenen die het nodig hebben aan de andere kant van de oceaan. We zijn bedroefd omdat de behoeften van hen zijn ontstaan door de zondigheid en de dwalingen van de mens.”

Versierde meelzak Rosabel, 1916, 12 Lbs, geborduurd, houten theeblad met glas. Foto en coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell sprak: “… het is prachtig dat we de kans hebben om naar de noodlijdende Belgen een deel te sturen van datgene wat wij hebben, en als ik de geest van Amerika goed begrijp, zouden we, als we hun behoeften kennen, bereid zijn om ons laatste brood te delen met de Belgen, zij die zo dapper hun huizen verdedigden en de wereld een prachtig voorbeeld toonden van hun moed en patriottisme …”
Consul-Generaal Paul Hagemans aanvaardde de scheepslading hulpgoederen namens België: “Voor de tweede keer binnen twee weken sturen Philadelphia en haar goedgeefse bevolking een scheepslading voedingsmiddelen naar de Belgische slachtoffers. Hiermee geven Philadelphia en haar bevolking een prachtig voorbeeld van menselijke solidariteit met de duizenden van mijn mensen die van de hongersnood zullen worden gered; want we maken uit de recente berichten op dat de omstandigheden er verschrikkelijk zijn…. Behouden vaart aan het Thanksgiving-schip![2]

In het midden vlnr. John Wanamaker, Lalla Vandervelde met de Belgische en Amerikaanse vlaggetjes, burgemeester Blankenburg aan boord van de ORN, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Madame Vandervelde
Toen was de beurt aan Madame Vandervelde. Zij nam twee kleine vlaggen, een Belgische en een Amerikaanse, in haar handen. Ze overhandigde het stokje van de Belgische vlag aan John Wanamaker met de woorden:

Meelzak ‘Rosabel’, geborduurd. Coll. Frankie van Rossem, foto: auteur

“Ik bied deze vlag van België aan de heer Wanamaker aan, als dank voor zijn prachtige geschenk aan België. Ik overhandig eerst deze Belgische vlag als symbool van heldhaftigheid en moed van een klein land dat tegen een verschrikkelijke overmacht vecht. Het staat ook symbool voor de noden van miljoenen van haar mensen.” Vervolgens overhandigde ze hem de kleine Amerikaanse vlag: “Deze Amerikaanse vlag bied ik u aan als het symbool van vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid. Deze vlag staat op dit moment ook symbool voor de vrijgevigheid en de sympathie van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Ik heb het grote genoegen de heer Wanamaker dank te zeggen voor alles wat hij heeft gedaan door hem deze twee vlaggen te overhandigen.”

De heer Wanamaker nam de vlaggetjes aan, strekte zijn armen en hield ze hoog in de lucht. Op dit teken zette de band de tonen in van het Amerikaanse volkslied, dat door de duizenden aanwezigen op schip en kade uit volle borst werd meegezongen.
Pater Drumgoole sprak vervolgens de zegen uit over schip en lading, waarna de gasten de ORN verlieten en het schip zich losmaakte van de kade.

Meelzak ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, foto: auteur

John Wanamaker keerde terug naar kantoor, maar kwam direct teruggereden in een van de bestelauto’s van zijn Wanamaker’s warenhuizen; hij volgde op de pier tot het laatste moment het tweede schip met hulpgoederen waarvan hij de reis had mogelijk gemaakt.

Op 18 december 1914 arriveerde ook de ORN met haar kostbare lading veilig in de Maashaven in Rotterdam. De hulpgoederen werden direct overgeladen in binnenvaartschepen en verder gedistribueerd in België.

 

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., 1914-1915, Anderlecht, geborduurd door Hélène Coumans, 16 jaar, Auderghem; door tussenkomst van Mme Buelens. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Versierde meelzakken uit Pennsylvanië

Meelzak Rosabel, kussenhoes, geborduurd, ‘La Belgique Reconnaissante’, lint, diam. 25 cm. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Meelzakken, vervoerd op de THELMA en ORN, zullen afkomstig zijn geweest van maalderijen in de staat Pennsylvanië. Mijn onderzoek laat zien dat enkele tientallen van deze onbewerkte en versierde meelzakken bewaard zijn gebleven in België en de VS. Opmerkelijk is dat alle zakken een klein formaat hebben, de vermelde inhoudsmaat is 12¼ LBS (5,5 kg meel) tot 24½ LBS (11 kg meel). De gebruikelijke maat van meelzakken is 49 of 98 LBS.

Er zijn meelzakken van:

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. KMKG, nr. 2658, foto: auteur

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, merknaam Hed-Ov-All in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, Californië (HIA); Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI); Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel (KMKG).
– Een mij onbekende maalderij leverde een zak met merknaam Jack Rabbit, getoond in het WHI.
Millbourne Mills in Philadelphia, merknamen Rosabel, A-flour, Southern Star in de collecties van HHPLM, HIA, WHI, KMKG en meerdere Belgische particuliere collecties;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, merknaam M-H 1795 in de collecties van WHI en het ModeMuseum Antwerpen.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co. Schortje, geborduurd. Coll. MoMu, foto: Europeana

Te weten dat deze versierde meelzakken uit Philadelphia vertrokken zijn rondom Thanksgiving Day 1914 geeft vandaag extra kleur aan mijn dag!

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., in de museumopstelling. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Speciale dank aan Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, hij maakte me attent op Thanksgiving Day, de nationale feestdag in de VS, gevierd op de vierde donderdag in november, dit jaar op 26 november. Hij noemde het een tijd van reflectie over het afgelopen jaar en alles waar je dankbaar voor bent, onze lange afstand vriendschap is er een van. We zien er beiden naar uit elkaar in het echt te ontmoeten, wanneer de omstandigheden dit zullen toelaten.

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., geborduurd, kant. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363, foto: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, edities 10, 11, 12, 13, 17, 21, 24, 26 november 1914

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, 17 december 1914

[2] Hagemans, Paul, niet gepubliceerde biografie, Philadelphia, Penn, ongedateerd. Vermeld in de bibliografie van Carole Austin, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien meelzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad in maart 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

Zomerlokaal der Koninklijke Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

De Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (1) – Nederlands

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: ‘War Bread’

De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.

De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]

Edward Hunt, War Bread
Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
  • Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)

Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur

De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’

Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.

Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet

Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Zomerlokaal of de Feestzaal van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie) aan de Mechelsesteenweg.[5]
De architect Pieter Dens ontwierp het gebouw, opgeleverd in 1846. Er werden naast concerten ook tentoonstellingen en beurzen georganiseerd.

De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet

Het Ouvroir in Feestzaal Harmonie

Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller

Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen.
Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’

Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier.
‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’

Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’

Transformatie van meelzakken
Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!

Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, schilderachtig borduurwerk, ontwerp Piet van Engelen. Opgedragen aan Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. en foto: HHPLM nr. 62.4.447

In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’*)

De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’

Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’

Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.

Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer

‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]

Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.

Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’

‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!

‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.

Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.

American Commission

Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Originele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur

Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.

Tot slot
De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)

Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer

Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.

Vervolg
Voor het vervolg zie het blog:
Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2)
*) Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 febrauri 2021.

Voetnoten:
[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken.

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet

[5] Hunt verwarde in ‘War Bread’ twee locaties van de Koninklijke Harmonie: het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark, en de schouwburg/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg. Het Ouvroir was gevestigd aan de Mechelsesteenweg. (Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo

[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993

Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een ‘detour’ via West-Branch, Iowa. Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.

‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’. Tegen de muur hangen enkele geleegde meelzakken. Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.
Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.

Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.

Whitlock-collectie
Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me de foto’s toe.[1]

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner

The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whtilock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”

 

 

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM

“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase.

There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. 
The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).

Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM

The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”

 

Op de meelzakken is geen bedrukking van origine met verwijzing naar maalderijen of hulporganisaties  te zien. De presentatie, afmetingen en dubbele stof van de objecten lijken te bevestigen dat dit geborduurde meelzakken zijn. ‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een meelzak op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.

‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999

Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche.
Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.

 

Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM

Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.

Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM

Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente Overijssche op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

 

‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002

Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’,  1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).

Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM

Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant.
Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’

Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM

Marie Brankaer borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.

Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee meelzakken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht  aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselcomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.

Het lokale Hulp- en Voedingscomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met twee versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
Comiteit Overijssche, 1915. Twee versierde meelzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Coll. onbekend. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux

De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale comiteit met twee versierde meelzakken. Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad is gelijk aan het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.

Door wie en waar de meelzakken in Overijse zijn geborduurd is tot heden niet bekend. Misschien kan de naam van de borduurster ‘Mlle. Marie Brankaer uit Malaise-sous-Overijssche’ (Maleizen-Overijssche) leiden naar verdere informatie.

Foto’s van Louis Rigaux [3]

Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Voedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Wachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Leden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit opgesteld voor een wand vol geleegde meelzakken met merknamen van Amerikaanse maalderijen en hulporganisaties. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux

Piet Van San maakte me attent op nog twee versierde meelzakken: “We kennen in Overijse nog twee kunstig bewerkte meelzakken (1915) – van uitzonderlijke kwaliteit. Eentje wordt bewaard in de familie van mijn echtgenote, een ander exemplaar in het archief van de heemkundekring waar ik bestuurder van ben.” Zodra ik scans van foto’s van deze meelzakken heb, zal ik ze bij dit blog plaatsen.

Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg een avontuurlijke zakkenreis van Urbana naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen.

Toevoeging 8 november 2020:
Op zakkenreis maakte ik een kleine detour via West-Branch, Iowa. Het Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) blijkt een ‘Overijssche-Maleizen’ (‘Malaise-sous-Overijssche’) meelzak in de collectie te hebben. Een versierde meelzak van het dorp waar borduurster Marie Brankaer woonde!

Versierde meelzak ‘Overijssche-Maleizen’, geborduurd en beschilderd, 1915. Coll. HHPLM nr. 62.4.385

‘Der Belgen Dank’, ‘Liefderijk Amerika‘ staat als tekst geschilderd op de zak. De ranken bloemen en graanhalmen zijn vergelijkbaar met de andere Overijssche zakken. Ook hier is de bovenrand afgewerkt met open naaiwerk.

 

Mijn grote dank gaat uit naar Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum; Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse.

[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. In ieder geval zeven stuks. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s van deze zeven meelzakken gemaakt en toegestuurd.

[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.

[3] In het boek van Diane De Keyzer ‘Nieuwe meesters, magere tijden. Eten en drinken tijdens de Eerste Wereldoorlog‘ staan 14 foto’s afgedrukt, gemaakt door Louis Rigaux. Zij citeert op p. 244 uit de verslagen van de vergaderingen van het komiteit van Overijssche, geschreven door de secretaris, notaris Goedhuys: ‘Comité d’alimentation – Procès-verbaux des séances 11.01.1915 – 10.01.1916.’

Iconische meelzak van Godefroid Devreese

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Vooraanstaand Belgisch kunstenaar Godefroid Devreese (Kortrijk 19.08.1861 – Elsene 31.08.1941), beeldhouwer en medailleur, heeft zijn bijdrage geleverd aan het decoreren van de meelzakken. Van hem is een tekening op de meelzak ‘Perfect’ van de maalderij Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho (Tx. 2626), bewaard gebleven in de collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH).

Een kind met krullende haardos, blote armen en benen, gekleed in een schortje, zit op de grond en lepelt eten uit een steelpan; de onderbenen klemmen de pan vast, de linkerhand grijpt de steel van de pan, de rechterhand is hooggeheven en zet een lepel eten -is het pap, is het soep- aan de mond.

Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation 1914 1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

De tekst ‘AU BÉNÉFICE D’ALIMENTATION’ (‘ten voordele van de voeding’) staat in een boog om het kind heen, beginnend en eindigend in een tarwehalm. Een krans van zonnestralen benadrukt de letters. Boven de blote voeten van het kind staan de jaartallen 1914 en 1915. Rechtsonder tekende de kunstenaar met ‘G. Devreese’.
Het kind is in profiel naar links getekend. De tekening is gemaakt met rood krijt, als ware het een schets.

G. Devreese, ‘A mes Amis’, zelfportret, 1921. Plaquette, brons. Collectie MSK Gent. Foto: website MSK

Godefroid Devreese
Godefroid Devreese was een productieve, succesvolle kunstenaar; het atelier Devreese had enkele gekwalificeerde medewerkers in dienst. Ook in de oorlogsjaren ’14-‘18 kreeg hij talloze opdrachten voor het maken van plaketten en medailles.

Alle personen en instanties die een rol speelden in de hulp- en voedselvoorziening aan België zijn door Devreese geportretteerd op plakette of medaille: Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding, Commission for Relief in Belgium, Brand Whitlock, Markies de Villalobar, Maurits van Vollenhoven, Ernest Solvay, Emile Francqui, Herbert Hoover, enz. De voorkeur van de kunstenaar was om de bezoekers aan zijn atelier, die voor hem poseerden, steeds in profiel naar links vast te leggen. In die richting was de lichtinval geschikter. De foto’s van de modellen werden in die richting genomen.

Godefroid Devreese werkt in zijn atelier. Kenmerkende foto met het profiel naar links tbv de lichtinval. Foto uit artikel Jacqueline Van Driessche, In Monte Artium, 10, 2017.

Er bestaat een foto van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Devreese zit in diezelfde houding met zijn profiel naar links te beeldhouwen; je kan je iets voorstellen bij de lichtinval. De foto is gepubliceerd in een bijzonder lezenswaardig artikel van Jacqueline Van Driessche over de nalatenschap van de medaillecollectie van Devreese.[1]

Detail Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur
Mimine Schellecat, dochtertje van de kleermaakster van mw. Devreese, 1906, brons. Medaille door G. Devreese en P. Fisch aangeboden aan Société de la Medaille. Coll. MSK Gent. Foto: website MSK

Mogelijk is het kind dat model heeft gestaan voor de tekening op de meelzak ook op deze wijze vereeuwigd.

De tekening is monochroom en het onderwerp is geschetst alsof het bestemd is voor een plaquette of medaille. Zou Devreese het ontwerp van de tekening van het kind later inderdaad als zodanig hebben gebruikt? Ik heb zijn honderden penningen er niet op onderzocht.
Wel zag ik in de collectie van MSK Gent de medaille ‘Mimine’, die Devreese eerder, in 1906, ontwierp. Het hoofdje van het kind vertoont enige gelijkenis met het kind in de roodkrijttekening.

Aanvulling 9 oktober 2020: Inmiddels is de penning met identieke afbeelding gevonden! Zie hieronder.

Ontwerpen van Godefroid Devreese
Devreese was door zijn werk goed ingevoerd in de hoogste kringen. Ik zal hierna ingaan op de contacten die hij had en het werk dat hij uitvoerde van de Amerikaan Brand Whitlock en de Nederlander Maurits Van Vollenhoven, gezichtsbepalende diplomaten in bezet Brussel, en Isabella en Paul Errera, bewoners van Ukkel.

Brand Whitlock

Brand Whitlock. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1915. Part. coll. Foto: E. McMillan

Brand Whitlock, Amerikaans gevolmachtigd minister in België, zie ook mijn vorige blog, beschreef dat hij onder meer met Devreese ging lunchen: ‘M. Cardon is a gentleman of taste and culture and a charming companion. We used to go now and then to the little restaurant “Le Vieux-Sabot” on the quai near his house, he and Devreese, the sculptor and I, and later Alfred Madoux, the editor of L’Etoile Belge, who found his distraction in painting.’ [2]

 

Maurits Van Vollenhoven

Maurits van Vollenhoven. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1917. In ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Dr ‘Maurits’ Willem Raedinck van Vollenhoven (Haarlem 25.11.1882 – Madrid 29.03.1944), Heer van Kleverskerke[3], was gezantschapsraad in Brussel toen de Groote Oorlog begon. Hij was een jonge Nederlandse diplomaat, 31 jaar, die samen met een secretaris in de periode ’14-’18 het Nederlandse gezantschap vertegenwoordigde vanaf het moment in 1914 dat de Nederlandse gezant de Belgische koning en zijn regering naar Le Havre in Frankrijk volgde.
Door op dat moment op die plaats te zijn heeft de loopbaan van Van Vollenhoven een wending genomen in importantie, waarvan in de Nederlandse geschiedschrijving maar weinig is terug te vinden.

De titels van Dr Maurits van Vollenhoven. ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit.

Godefroid Devreese: Maurits van Vollenhoven, 1920, borstbeeld in wit marmer voor de Belgische Senaat. Coll. en foto: Belgische Senaat.

Uit dien hoofde viel hen de eer te beurt door Devreese te worden vereeuwigd op medailles. Na de Armistice verleende de Belgische Senaat aan de drie diplomaten het voorrecht vereeuwigd te worden in een levensgroot borstbeeld. ‘Op 11 februari 1919 bestelden Kamer en Senaat bij beeldhouwer Godefroid Devreese borstbeelden van de Markies de Villalobar en van minister-resident Maurits van Vollenhoven. Deze beeldhouwer werd door hen gekozen. De buste van Brand Whitlock werd op zijn vraag door Egide Rombaux gehouwen’. De drie beelden hebben een vaste plaats gekregen binnen het gebouw van de Senaat.[4]
De herinnering aan Maurits van Vollenhoven wordt behalve in België, ook in de Nederlandse provincie Zeeland in het dorp Kleverskerke en in Museum Arnemuiden, in hoge ere gehouden.

Isabella en Paul Errera in Ukkel

Paul Errera, burgemeester van Ukkel van 1912-1921. Plaquette ontwerp Godefroid Devreese, brons. Foto: Ucclensia: ‘Uccle ’14-’18’

Zowel Isabella als Paul Errera hebben Devreese opdrachten verstrekt.[5]
Hij portretteerde Paul Errera als burgemeester van Ukkel voor een plaquette. Isabella Errera gaf opdracht een medaille te slaan om de medewerkers te eren, die meewerkten aan de verstrekking van ‘la soupe populaire’ in Ukkel. De medailles zijn in brons gegoten, waarna verzilverd of verguld, de afmeting is 70×75 mm.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan een zijde van de medaille zien we een edelmoedige, rechtopstaande en goed gekapte vrouw in een enkellange japon, de contour van haar rechterbeen is zichtbaar onder de rok, haar rechtervoet is gehuld in een modische schoen met hak. Zij reikt een dampend bord soep aan, aan een man die wat ineengedoken op een bank achter een tafel zit. Hij richt zijn hoofd op, zijn ellenbogen liggen op tafel, hij strekt zijn rechterhand uit naar de soep. Het raam achter de vrouw staat wijd open met zicht op een boom en een huis, het raam achter de man is gesloten, in de vensterbank staan twee planten in pot. Het onderschrift luidt: ‘Servir les Pauvres ennoblit.’ (‘Het dienen van de Armen veredelt’). Linksonder staat in kleine letters de handtekening G. Devreese.

G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Keerzijde ‘Uccle’. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet

Aan de andere kant van de medaille zien we een man samen met twee honden een kar trekken waarop ketels soep staan. Ze lopen in een veld op weg naar een dorp. Kenners herkennen de boerderij ‘Hof ten Hecke’ en de kerktoren van Ukkel.[6] Achter hen een boom in blad. Het onderschrift luidt links ‘Uccle’ (Ukkel), rechts opnieuw de handtekening in kleine letters G. Devreese. 1917.

Detail foto Isabella Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Op een foto van Isabella Errera, waar zij in haar werkkamer aan haar bureau zit te schrijven, is achter haar een wand vol schilderijen te zien.[7] Opvallend detail is het ‘schilderij’ direct achter haar. Ongetwijfeld een werk van Godefroid Devreese: het is een grote gipsen plaquette, ingelijst, van de man die samen met zijn twee honden de kar met ketels soep trekt. De foto bevestigt de verbondenheid van Isabella Errera met het werk van Godefroid Devreese.

‘Au bénéfice d’alimentation’ op de meelzak ‘Perfect’
De origine van de Amerikaanse, katoenen meelzak is een klein dorp Ucon, in de staat Idaho. Ik vraag me af waarom Devreese specifiek deze meelzak heeft uitgekozen.

Detail beeldmerk ‘Perfect’ in penningvorm. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Is het vanwege het merk ‘Perfect’?!
Het beeldmerk met bloemen in penningvorm?
De kleuren blauw en geel van de originele bedrukking, waartegen zijn roodkrijttekening (‘dessin à la sanguine’) mooi zou afsteken?
Een combinatie van dit alles lijkt me waarschijnlijk.

Andere kunstenaars die meelzakken versierden hebben zichtbaar geworsteld met de dubbele stof van de katoenen zakken, de originele bedrukking waar ze omheen werkten en de oorspronkelijk verticale/staande richting van de meelzakken. Zo niet Devreese.
Hij heeft pragmatisch de zij- en bodemnaden van de meelzak laten lostornen en de zak een halve slag gedraaid. Daardoor had hij een enkelvoudig doek in horizontale richting waarop hij een liggende afbeelding kon maken op het niet bedrukte deel van de zak. Hij koos ervoor te werken op de kant waarop ook de originele bedrukking zichtbaar was.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempels ‘CNSA Brabant’ en ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

Op de meelzak staan drie verschillende stempels:

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘A.B.C.’ (American Bakers Council). Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

1 Het stempel ‘A.B.C.’; dit zal in de VS vóór verzending op de zak meel zijn gestempeld. De afkorting is waarschijnlijk van ‘American Bakers Council’ en diende als ‘kwaliteitscertificaat’.

Detail meelzak ‘Perfect’, stempel ‘CNSA Brabant’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur

2 Twee stempels van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant’; deze stempels heeft het provinciale komiteit van Brabant gezet als certificaat van echtheid, na leging van de zak en voordat deze werd overgedragen voor hergebruik in België.

3 Het stempel ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles & ………(?)’; dit is een ongebruikelijk stempel. Ik had het niet eerder op een versierde meelzak gezien. Maar de KMKG-collectie meelzakken van Isabella Errera-Goldschmidt bevat een tweede exemplaar met dit stempel, de geborduurde meelzak ‘Vigor Flour’ (Tx 2605).

Het zou kunnen betekenen dat versierde meelzakken vanuit het Belgische liefdadigheidswerk op het CRB-kantoor in Brussel zijn afgeleverd, daar dit stempel kregen en gereed gemaakt voor verzending naar Amerika. Het is echter bekend dat het kantoor van de CRB overladen is geweest met versierde meelzakken en andere geschenken en moeite had om de blijk van Belgische liefdadigheid naar Amerika te verschepen. Bovendien zijn uit deze voorraad objecten ook bedankjes uitgereikt aan medewerkers en relaties van de CRB. Mogelijk is Isabella Errera op enigerlei wijze betrokken geweest in dit proces en was bekend waarmee men haar een groot plezier zou doen.

Iconische meelzak

Godefroid Devreese, ‘Au bénéfice d’alimentation 1914-1915’. Versierde meelzak ‘Perfect’, Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho. Collectie KMKG-MRAH, Tx. 2626. Foto: auteur

Meer aannemelijk vind ik mijn volgende hypothese. Omdat zij verzamelaar van stoffen was, had Isabella Errera waarschijnlijk reeds een collectie originele meelzakken in bezit met de bedoeling deze te bewaren als textiel erfgoed, te catalogiseren en te zijner tijd te tonen binnen haar stoffenverzamelingen. Daarom verwacht ik dat Isabella bewust de gelegenheid zal hebben gecreëerd haar keuze te maken uit de versierde meelzakken, bijvoorbeeld in samenspraak met Mrs. Ella Brand Whitlock, echtgenote van de Amerikaanse diplomaat.
Met kennis van kwaliteit zal zij resoluut de meelzak ‘Perfect’/‘Au bénéfice d’alimentation’ hebben uitgekozen om toe te voegen aan haar collectie. Haar fingerspitzengefühl vertelde haar dat de combinatie van het oorspronkelijke, Amerikaanse beeldmerk met de tekening van de internationaal erkende kunstenaar Godefroid Devreese in Brussel voor België bewaard zou moeten blijven.

Devreese memoreerde aan het einde van zijn leven over het doel waar hij in zijn werk naar streefde: “Je les ai toujours tous fait avec la même conscience et toujours avec la préoccupation: qu’en dira-t-on plus tard?” (Ik heb ze altijd allemaal vanuit hetzelfde besef gemaakt en altijd met het uitgangspunt: wat zal men er later over zeggen?”)[8]

Zijn reflectie sluit aan bij de verzamelgedachte van Isabella Errera.
Ik zeg erover: tezamen lieten zij een iconische meelzak van WO I na.

AANVULLING 9 OKTOBER 2020: PENNING GEVONDEN!

Voor en achterzijde van penning nr. 371 door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée, 1923. Foto: screenshot boek

Evelyn McMillan heeft de penning van Devreese gevonden met dezelfde afbeelding als op de meelzak! Een foto van de penning is afgedrukt in het boek van Charles Lefébure, La Frappe en Belgique Occupée. [9]

Het is een hanger met draagoog, driehoekig van vorm, 36 mm hoog, 23 mm breed en 2,6 mm dik. Aan de ene zijde is de afbeelding van het kind en de naam G. Devreese.

G. Devreese, ‘Meisje brengt lepel naar haar mond’, penning (recto), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De achterzijde draagt een afbeelding van een boeket graanhalmen met strik, waaromheen de tekst: Exposition d’Art et de Travaux Manuel, 1914-Bruxelles-1915.

G. Devreese, ‘Exposition d’Art et de Travaux Manuels. 1914-Bruxelles-1915’, penning (verso), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan

De penning is geslagen door Fonson in Brussel.

Omschrijving van de penning van Devreese door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek

Volgens Lefébure kwam de hanger tot stand in april 1915 om cadeau te doen aan de medewerkers van de ‘Fêtes’ (feesten), bekroonde exposanten en aan donateurs van de tentoonstelling.
Kennelijk een dankbaar sieraad voor vrouwen, die de hanger met het meisje aan een kettinkje konden dragen.

Het Penningenkabinet KBR bezit een exemplaar van de penning in brons geslagen, afkomstig uit de nalatenschap van Devreese, verkregen in 2013. Plaatskenmerk 3E278/1. De beschrijving van de voorzijde luidt: Een meisje zit op de grond, een kom tussen haar knieën, en brengt een lepel naar haar mond.

 

– Dank aan Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel die mij de gelegenheid hebben geboden de collectie  meelzakken van WO I  te onderzoeken.
– Dank aan Ucclensia, de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving, in het bijzonder de heer Eric de Crayencour, voor de vele en uitvoerige informatie, die zij mij hebben verstrekt over Ukkel in de jaren ’14-’18 en de toenmalige bewoners, Paul en Isabella Errera-Goldschmidt.
– Bijzondere dank aan Evelyn McMillan voor het geslaagde speurwerk in het werk van Godefroid Devreese naar de penning, gelijk aan de afbeelding op de meelzak. De penning is inmiddels in haar collectie, ze stuurde me de in dit blog afgebeelde foto’s.

[1]

Godefroid Devreese 1861-1941. Limburgse Commissie voor Numismatiek

Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, Journal of the Royal Library of Belgium, 10, 2017, p. 171-183. (open access). De archieven van Devreese zijn gelegateerd aan de KBR in 2013 schrijft zij in dit artikel.

Voor een volledig overzicht van het werk van Godefroid Devreese:
Poels, André, Vandamme, Luc, Van Driessche, Jacqueline, Godefroid Devreese 1861-1941. Alken: Limburgse Commissie voor Numismatiek vzw, 2018

[2] Brand Whitlock, Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I. London: William Heinemann, 1919, p. 336

[3] Museum Arnemuiden, Zeeland, heeft de persoon Van Vollenhoven nader onderzocht. Hun website biedt een informatiefilm over Maurits van Vollenhoven (2007)

[4] Website Belgische Senaat, Geschiedenis en Erfgoed, Sporen uit het verleden ‘Diplomaten lenigen hongersnood in bezet België’, 19/04/2017

[5] 14-18. Uccle et La Grande Guerre. Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et Environs a.s.b.l., 2018

[6] Mededeling M. Eric de Crayencour, Vice-président du Cercle d’Histoire d’Uccle.

[7] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[8] Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, 10, 2017, p. 181

[9] Lefébure, Charles, La Frappe en Belgique Occupée. Contribution à la Documentation du Temps de Guerre. Bruxelles et Paris, Librairie Nationale d’Art et d’Histoire. G. van Oest & Cie, Editeurs, 1923, p. 33, PL. XII