De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Reconnaissance
De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Dank aan Canada
Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek ook het door de CRB ingevoerde (tarwe)graan.
De buitenlandse tarwe arriveerde in bulk in de maalderij, die het tot meel maalde. Vandaar ging het meel naar de bakkerijen in lokale zakken.
Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de bloemzakken. [1]
Usines De Stordeur in Leuven was het centrale magazijn van de lege zakken, die terugkwamen van de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retour-zakken was een tijdrovende, maar voorname taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Mogelijk zijn de zakken gevuld met korrels graan in België geraakt via de buitenlandse voedselhulp, waarna het graan in de maalderij van De Stordeur tot meel is gemalen, dan wel zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor tarwemeel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een bloemzak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.

*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938
(Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com))

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

[1] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

Amerikaanse collecties in cijfers 2022

“Welke collecties versierde meelzakken zijn er in de Verenigde Staten? Kan ik deze in cijfers weergeven?” Ik vroeg het me af, parallel aan de inventarisatie ‘Belgische collecties in cijfers 2022’. “Zal er bij vergelijking van de cijfers nieuw inzicht ontstaan?”

Amerikaanse bloemzak = Belgian embroidered flour sack
Allereerst blijkt een verandering van perspectief noodzakelijk. De benaming van de meelzakken in de VS is anders. Wat in België zijn:
‘Amerikaanse bloemzakken’ of Amerikaanse meelzakken’ en ‘Sacs américains’
noem je in de VS: ‘Belgian Relief flour sacks’ of ‘Belgian embroidered flour sacks’

Amerikaanse musea
Op mijn weblogpagina ‘Musea’ staat een lijst van 13 Amerikaanse musea in negen staten met naar schatting 571 versierde meelzakken. Dit is een opgave van de musea zelf, plus gegevens die ik online heb gevonden.[1]

Meelzak ‘American Commission-Grateful Belgium’, lithografie Josué Dupon, Antwerpen. Coll en foto: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Twee zogenaamde ‘Hoover’-collecties springen er getalsmatig uit, ze bevatten 90% van alle meelzakken in de VS:
* 350 stuks in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 stuks in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, Californië (HIA)

Register van Meelzakken
In mijn Register van Meelzakken in WO I heb ik 220 van de 571 versierde meelzakken in Amerikaanse collecties geregistreerd; dankzij honderden foto’s, ontvangen van verzamelaars en museumconservatoren, heb ik de data van deze zakken kunnen verwerken. Met 40% van de meelzakken geregistreerd is er nog veel onderzoek te doen!

Op basis van deze beperkte cijfers een schets geven van de Amerikaanse collecties van ‘Belgische versierde meelzakken’ is een heikel karwei, waar ik me wel aan waag om richting te geven aan mijn verdere onderzoek.
De vergelijking met uitkomsten van mijn onderzoek in België geeft houvast voor een eerste verkenning.

Amerikaanse publieke en privécollecties


13 publieke en 11 privécollecties bevatten gezamenlijk 220 meelzakken, waarvan 190 (86%) in publieke collecties en 30 (14%) in privécollecties.

Tafelloper van meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, achterkant ‘California’; borduurwerk Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; particuliere collectie VS
De twee grootste publieke collecties staan gedeeltelijk in het register: 77 zakken van HHPL en 52 zakken van HIA.

Bewerkte meelzakken
In de Amerikaanse collecties is 99% van de meelzakken bewerkt. Onbewerkte zakken zijn een onbekend fenomeen; Amerikaanse verzamelaars verbazen zich over de collecties onbewerkte meelzakken in België.


Schilderwerk, borduurwerk en randen van kloskant zijn de belangrijkste bewerkingen van de meelzakken.
Van de 220 geregistreerde bewerkte objecten zijn 89 meelzakken beschilderd, 145 zakken geborduurd, minstens 15 zakken zijn voorzien van kloskant of naaldkant. Een aantal zakken heeft meerdere bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd en/of voorzien van kant.

Meelzak The Craig Mills, Newcastle, VA; borduurwerk en kant door Françoise Bastiaens, Brussel. Coll. HIA; foto EMcM

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie. Soms ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc.; deze zakken zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.

70% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 10% is afkomstig uit Canada en van 20% is de herkomst onbekend.

Tot zover de cijfers van het Register van Meelzakken.

Tweeluik meelzakken ‘Castle’, Canada, bewerking Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussel, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum
De collectielijst van HHPL bevat 350 meelzakken. Wat valt cijfermatig op in deze grootste collectie?
Tellen en grafieken maken leverde me nieuwe observaties op, die ik op basis van de Belgische collecties niet eerder maakte: de essentie van de heen- en terugreis.

De heenreis en de terugreis van de meelzakken
In Amerika wil je weten:
– door wie en van waar is de zak gevuld met meel verstuurd vanuit Amerika naar België?
– wie in België heeft de geleegde meelzak bewerkt, wie was de borduurster, de kunstenaar, de kantwerkster en uit welke plaats in België is de meelzak teruggestuurd naar de VS?

De heenreis: ‘Belgian Relief’ hulporganisaties
Een ruwe telling uitgevoerd naar de herkomst van de HHPL-meelzakken laat zien dat circa 200 meelzakken (55%) de bedrukking dragen van een hulporganisatie voor ‘Belgian Relief’.

Ze zijn voorzien van de bedrukkingen ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Meelzak ‘A.B.C. Flour- Gratitude’, 1916, geborduurd in Assche, Brabant. Coll. en foto: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Vergelijking met Belgische collecties: 35% van de meelzakken draagt een bedrukking van een ‘Belgian Relief’ hulporganisatie.

De terugreis: ‘Belgian embroidered flour sacks’
Conservator Marcus Eckhardt rubriceert de HHPL-collectie meelzakken onder meer als ‘Gifted from’: wie in België doneerde de meelzak aan de Commission for Relief in Belgium of stuurde de meelzak terug naar de VS?

Namen van scholen en borduursters op de meelzakken plus aangehechte kaartjes, de signeringen van kunstenaars, deze gegevens zijn op de collectielijst vermeld en zijn in het algemeen goed bewaard gebleven.
De lijst laat zien dat van de totale collectie van 350 meelzakken bijna 200 exemplaren (57%) afkomstig zijn van meisjesscholen in Brussel.

De kroon wordt gespannen door de school van de Sœurs de Notre-Dame te Anderlecht: 152 handwerken gemaakt door leerlingen zijn afkomstig van deze school; dat is 43% van de HHPL-collectie.
De andere meisjesscholen zijn: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Meelzak ‘American Commission’, geborduurd in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; foto: EMcM

Conclusie
Dankzij de medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van honderden versierde meelzakken in WO I in de Verenigde Staten bij elkaar gebracht.
Zouden er nóg honderden zakken door Amerikaanse families én musea bewaard zijn, die verborgen liggen in archieven, depots, kasten, op zolders, in kelders?
Verder onderzoek naar de Amerikaanse collecties van ‘Belgian embroidered flour sacks’ is nodig!

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

Mijn grote dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Hij stuurde mij foto’s, deelde informatie en stelde de museum collectie-lijst van Belgian Relief meelzakken ter beschikking;
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

Toelichting op de twee grootste Amerikaanse collecties WO I-meelzakken:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad met uitzicht op Hoover Tower waar de Hoover Institution Archives zijn gevestigd; foto: E. McMillan, 2018

Alle archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van de Commission for Relief in Belgium (CRB) waren sinds 1920 opgeslagen in de Hoover Institution Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is opgericht in de geboorteplaats van Hoover, West Branch, Iowa, in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover. Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

Bij de oprichting van het presidentiële museum is besloten een gedeelte van de archieven van de CRB over te plaatsen van HIA naar West Branch. Honderden versierde meelzakken van WO I maakten onderdeel uit van die verhuizing. Met andere woorden, de verzameling ‘decorated Belgian relief’ meelzakken in de CRB-archieven is in 1962 opgesplitst in twee delen: 70% kwam in beheer van HHPL in Iowa en 30% bleef bij HIA in Californië.

Dankzij de presidentiële status en museumfunctie van HHPL én het vooraanstaande instituut dat HIA is, weten beide collecties tot op de dag van vandaag de aandacht te trekken van het publiek.

 

[1] De pagina ‘Musea’ kan iets andere cijfers tonen in aantallen meelzakken en Amerikaanse collecties, omdat nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van dit blog.

Detail meelzak “Sperry Mills”, verso; geborduurd door Mary-Jane Durieux; Amerikaanse particuliere collectie

[2] Het borduurwerk is gemaakt door Mary-Jane Durieux. Het gaat mogelijk om deze jongedame: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussel 11.04.1893; haar ouders: moeder Marie Everaerts, ºBrussel, vader ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussel, meubelmaker.
Dank aan Hubert Bovens voor deze biografische gegevens.

 

Belgische collecties in cijfers 2022

Vier jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.

Het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontvouwde voor mij het bestaan van de zakken. Het leidde tot research vragen: “Waar in België zou ik geborduurde meelzakken kunnen bekijken; welke musea en openbare collecties bewaren meelzakken?”
De Vlaamse Topstukkenlijst bevat negen meelzakken, acht in publiek bezit (in collectie In Flanders Fields Museum) en een in privébezit. In 2016 was de motivatie voor het veiligstellen van dit cultureel erfgoed: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’

Vele meelzakken gingen door mijn handen: In Flanders Fields Museum, 2019. Foto’s: Marc Dejonckheere

Inmiddels heb ik honderden versierde meelzakken opgespoord. Vele heb ik in handen gehad en gefotografeerd, hun gegevens verwerkt in mijn ‘Register van Meelzakken WO I’. Anderhalf jaar geleden rapporteerde ik in het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2020’, over 235 geregistreerde meelzakken. Nu tel ik in het register 310 meelzakken, een toename van ruim 30%.
Tijd voor een update: dit blog presenteert de kerncijfers van de Belgische collecties in januari 2022.
Ben je geïnteresseerd in een bepaald onderdeel? Laat je dan leiden via de links naar mijn tientallen eerdere verhalen over de versierde meelzakken.

Belgische publieke en privécollecties versierde meelzakken WO I

17 publieke en 25 privécollecties bevatten gezamenlijk 310 meelzakken, waarvan 196 zakken (63%) in de publieke collecties [1] en 114 zakken (37%) in de privécollecties.

Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 1915. Belgische particuliere collectie

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren,katoenen zakken met originele bedrukking van gekleurde letters, logo’s, beeldmerken en stempels.

Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

In de Belgische collecties zijn 130 (42%) meelzakken onbewerkt en 180 (58%) bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 87% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 13% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

100 onbewerkte meelzakken bevinden zich in drie musea: KMKG/MRAH in Brussel bewaart 54 onbewerkte meelzakken, verzameld tijdens de Groote Oorlog door textielkenner en verzamelaar Isabella Errera.
Het WHI/Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie.
Musée de la Vie wallonne in Luik kent de educatieve serie meelzakken van Welsch: 12 originele/onbewerkte en 12 bewerkte meelzakken met per tweetal dezelfde bedrukking.

In KMKG/MRAH en Musée de la Vie wallonne is dus sprake van bewuste collectie-vorming van onbewerkte meelzakken. Materiaal en originele bedrukking zijn de redenen geweest voor bewaring. Madame Errera legde gebruikte materialen van katoen en jute, druktechnieken, kleuren en logo ontwerpen van overzee vast. Monsieur Welsch definieerde de bedrukkingen als borduurpatronen.

Meelzak ‘Yellowstone’, bewerkt (geborduurd) en onbewerkt, 1915, schenking Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 46% in publiek bezit en 54% in privébezit.
Doorheen België zijn in vele huishoudens door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaard gebleven als familie-erfgoed. Kennis van versierde meelzakken in WO I maakt herkenning van het erfgoed mogelijk.

Meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, geborduurd. Foto: Belgische particuliere collectie

Actieve verzamelaars bezoeken markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze prachtige verzamelingen opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan een museum of historische kring vindt druppelsgewijze plaats.

Belgische borduursters van meelzakken in Bergen. Fotocollectie Musée de la Vie wallonne

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd: 60 zakken zijn beschilderd, 145 zakken zijn geborduurd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.

In publieke collecties is 24% van de meelzakken beschilderd (door kunstenaars als Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse en Henri Thomas) en 76% geborduurd.

Armand Rassenfosse, Nu (Naakt), 1915. Foto: Belgische particuliere collectie

In privécollecties is 32% van de meelzakken beschilderd (bijvoorbeeld de beschilderde meelzakken in Dendermonde) en 62% geborduurd.

De herkomst van de meelzakken

Beeldmerk van de versierde meelzak ‘Portland’, Oregon, VS. Coll.: Mons Memorial Museum

De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.

83% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 11% is afkomstig uit Canada en van 3% is de herkomst onbekend.

Conclusie
Dankzij de bewustwording en medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van 310 versierde meelzakken in WO I in België bij elkaar gebracht.

Ik verwacht dat er nóg honderden zakken door Belgische families bewaard zullen zijn. Ze liggen goed opgeborgen in de kast, op zolder, in de kelder, soms misschien vergeten…

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

 

Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

[1] De pagina ‘Musea’  toont iets andere cijfers van versierde meelzakken in Belgische collecties dan beschreven in dit blog.  Het verschil is te verklaren doordat:
– een aantal voor publiek toegankelijke instanties meelzakken tonen uit privé-collecties;
– ik een collectie van 62 meelzakken ontdekte in MAS Museum aan de Stroom in Antwerpen na het samenstellen van dit blog.

Dame Belgica en het duiveltje achter haar rokken

Het verbaast me hoe de iconografie van ‘WO I meelzakken’ vragen blijft oproepen.
Kijk maar eens naar deze ‘Dame Belgica’, geschilderd rond 1915 op een Canadese meelzak. Zij kijkt stoer en onverzettelijk de wereld in; houdt stevig met uitgestrekte armen de Belgische vlag in handen.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915. Jan Derynck collectie, Foto: Lizerne Trench Art LTA

Amai, deze Dame bevindt zich niet in één Belgische privécollectie maar in twéé: er is een vrijwel identiek exemplaar in een andere privéverzameling, ook op Canadese meelzak en daterend van rond 1915. Alleen de Belgische vlag achter de Dames wappert op andere wijze.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915, coll. Dendermonde, foto: auteur

De handtekeningen van de schilder of schilderes ontbreekt, dus vraag ik me af of de scheppers van de Dames elkaar kenden, of misschien in dezelfde (schilder)klas hebben gezeten?

‘Koning Albert I’, meelzak Chicago’s Flour Gift, beschilderd, 1915. Coll. Dendermonde, foto: auteur

De Dame op zak die tegenwoordig huist in Dendermonde, is ooit overgekomen, tezamen met een aantal andere beschilderde meelzakken, uit een galerie in Brussel.

Waarschijnlijk zullen de dames in de Belgische hoofdstad ontstaan zijn.
Schilderen op zakken lijkt een eenmalige gebeurtenis te zijn geweest voor de meeste Belgische kunstenaars. Ze werden uitgenodigd mee te doen aan lokale liefdadigheidsacties, omdat de gevulde zakken meel van december 1914 tot mei/juni 1915 uit de VS en Canada ook uit liefdadigheid bij de Belgische bakkers gearriveerd waren. Het was de Noord-Amerikaanse weldaad van overzee, de voedselhulp, die beantwoord diende te worden met eigen Belgische weldaden.

Wereldtentoonstellingen als inspiratiebron voor meelzakken
Eureka! De kunstenaars vonden inspiratie voor afbeeldingen in de beeldtaal van de vele wereldtentoonstellingen die het rijke België hield in het decennium voor de oorlog: Luik 1905, Brussel 1910, Gent 1913 [1].

Originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910. Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; Ets. Jean Malvaux; foto: website archives.mundaneum.org

Onze Dames Belgica blijken exact nageschilderd van de originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910: ‘Exposition de Bruxelles 1910‘ (Ets. Jean Malvaux[2]).
Er was ook een zegel van de wereldtentoonstelling met deze Dame.

Expositions Bruxelles 1910, zegel, Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; foto: ebay.fr

Was zij Dame Belgica? Of representeerde zij ‘Dame Bruxelles’?

‘Sint Michaël verslaat de duivel’, Exposition de Bruxelles 1910, affiche, detail; foto: online

Mijn oog valt op een merkwaardig detail op affiche en zegel: er hurkt een bruin gevleugeld personage op de rode vlag achter de oranje rokken… hij steekt zijn sabel in een zwart duiveltje, dat met twee ogen de verte in loert… Een vleermuis, een duivel, een draak, als attribuut voor Dame Belgica?
Ik word snel uit de droom geholpen: het is de vlag met het wapen van Brussel en toont de patroonheilige Sint Michaël die de duivel verslaat!
De Dames op de meelzakken ontberen Sint Michaël en het duiveltje, da’s jammer…

Personificatie
De fiere Dame Belgica in oranje gewaad op meelzak nodigde uit tot onderzoek naar het fenomeen van ‘personificatie’.

‘Triple Entente’. Russische poster 1914, personificaties van Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië. Foto: wikimedia

Even googlen en de beelden en betekenissen rollen over mijn scherm. Wikipedia zegt over personificatie: “Een personificatie in de beeldende kunst is het weergeven van een abstract begrip in een menselijke of antropomorfe gedaante.

Personificatie van Canada, 1917 door John Byam Liston Shaw; foto website ‘Plenty of Nothing’

De personificatie is meestal een vrouw omdat de Latijnse namen voor de abstracte begrippen vaak vrouwelijk zijn. De personificatie heeft bijna altijd een of meerdere attributen bij zich waaraan het te herkennen is, soms zijn dit zelfs uiterlijke kenmerken.”

Afbeeldingen van ‘nationale personificaties vullen het internet; de beeldtaal is onderhevig geweest aan de tijdgeest. Het zijn meestal vrouwen met soms bizarre attributen.

Personificatie van Nederland, 1916. ‘De Nederlandse Maagd’, haar attribuut is een ‘gordel van smaragd’ de ‘Indische’ eilanden; tekening Johan Braakensiek; foto: wikimedia
Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP

Al eerder kwam ik de personificatie van Amerika tegen op de meelzak ‘Belgian Relief Flour‘ van Michigan Milling Co. Joseph Dierickx schilderde haar als voedende moeder.

Dame Belgica in Schotland?
Geschiedschrijving over WO I en nationale personificatie blijft vragen oproepen. Ik tuimel via de Schotse hulp aan Belgische vluchtelingen, beschreven in Edinburgh, in de archieven van de Belg Charles Sarolea (Tongeren 25.10.1870 – Edinburgh 11.03.1953). Hij was echtgenoot van Marthe Angélique Hippolyte Marie Van Cauwenberghe (1874-1901; x1895) en van Julia Frances Dorman (1861-1941; x1905).
Hij werkte als docent aan de universiteit van Edinburgh sinds 1894 en was vanaf 1908 tot zijn dood de Belgische Consul in Edinburgh. Van 1912 tot 1917 was hij hoofdredacteur van het blad ‘Everyman’, een literair tijdschrift dat wekelijks verscheen. In 1915 stuurde de Belgische regering Sarolea op missie naar de VS; zijn taak was om de Amerikanen op diplomatieke wijze te doordringen van de wandaden van Duitsland in bezet België. Sarolea keerde zich echter publiekelijke en expliciet tegen de Amerikaanse neutraliteit in de oorlog, zodat zijn missie een mislukking was.
Daarmee blijkt toch weer dat Lalla Vandervelde haar missie in Amerika briljant heeft uitgevoerd!

Sarolea steunde de Belgische zaak via de ‘Everyman’ Belgian Relief and Reconstruction Fund. In zijn archieven in Edinburgh University Library & University Collections bevindt zich ook een pamflet van ‘Scotland’s National Appeal’ voor ‘The Belgian Refugees, 1915’.

The Belgian Refugees. Scotland’s National Appeal; coll. Edinburgh University; foto uit blog

In beeld: een dame in wit gewaad, personificatie van ‘Scotland’ strekt haar armen uit, zij roemt ‘Belgium’s Heroism’. De Belgische vlag wappert achter haar; een soldaat steekt met de scherpe punt van de vlaggenstok in op de Duitse adelaar.
Iconografisch doemt de vergelijking op met de heilige Sint Michaël die de duivel verslaat!

Is dit Dame Belgica in Schotland??! Illustratie uit blog

‘Wartime propaganda’ …
In het blog “Charles Sarolea and his relief effort for Belgium during the War. Relief for Belgium… offers of aid from all over Scotland van 9 maart 2015 staat abusievelijk vermeld dat de vrouwelijke witte verschijning op het pamflet uit 1915 ‘Dame Belgica’ zou zijn. Het woord ‘Scotland’ staat echter in haar japon geschreven en het symbool van de witte roos siert haar kledij; het lijkt mij toe dat hier afgebeeld staat ‘Lady Scotland’.

Conclusie
Dankzij de Dame Belgica, beschilderd op meelzakken, heb ik de patroonheilige van Brussel leren kennen én ik weet hoe Dame Belgica te onderscheiden van haar soortgenoten in andere landen.

Deze ‘Dame Belgica’ stond op affiche en zegel van de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel. Zij is in 1915 nageschilderd op twee meelzakken, die beide bewaard worden in privé-collecties in België. Collage: auteur

Dank aan:
– Jan Derynck, beheerder van de Facebook-groep Lizerne Trench Art (LTA). Zijn posts en herhalingsberichten voor de leden van de groep geven inspiratie en vormen aanleiding tot nader onderzoek van de WW I meelzakken;
– Hubert Bovens om mij uit de droom te helpen over het beeld van Sint Michaël en de duivel op de wereldtentoonstellingsaffiche.

[1] Voor andere inspiratiebronnen van de wereldtentoonstellingen: zie mijn blogs: Van Lewis Richards via Berthe Smedt naar Antoine Springael (Brussel 1910) en Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen (Gent 1913).

[2] Etablissement Jean Malvaux in Brussel-Molenbeek was een vooraanstaand bedrijf in fotogravures en produceerde de affiche.

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’; foto: archives.mundaneum.org

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’.
Of en hoe het congres van de kooplieden op 17 en 18 augustus heeft plaatsgevonden tijdens de wereldtentoonstelling is maar de vraag. De nacht van 14 op 15 augustus 1910 brak er brand uit; vele gebouwen en paviljoens gingen in vlammen op. Hoe de organisatie er daags daarna aan toe was, laat zich raden (Le Livre d’Or de l’Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles en 1910 publié sous les auspices du Comité Exécutif par Em. Rossel).

 

 

 

 

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge’; foto: pinterest mamaisondepapier.be

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge

Kerstmis 1914. Madame Vandervelde: “België bedankt Amerika”

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Het was Kerstmis 1914. In Minneapolis, Minnesota, opende de ‘Star Tribune’ met het gedicht “België bedankt Amerika” van Mme. Vandervelde.
Madame Emile Vandervelde, née Speyer, op rondreis door de Verenigde Staten en Canada, stuurde in versvorm haar erkentelijkheid voor de helpende handen die Amerika bood aan België.

 

 

 

“België bedankt Amerika”
Vandaag is het Kerstmis; we horen de Kerstklok niet,
Maar toch vertellen we het verhaal dat we eens zo graag vertelden –
“Welwillendheid”, “Welwillendheid” – luidt het: en “Vrede” – klinkt de roep,
We hurken tussen de ruïnes, en kijken naar het wrede vuur,
Horen de kinderen huilen, en wenden onze ogen af
Voor hen is er geen brood of thuis, deze gelukkige Kerstdag.

“Het Kerstkind”: ’tekening van Louis Ketels, 1917. Coll. Museum Plantin-Moretus; foto uit ‘Nieuwe meesters, magere tijden’, Diane De Keyzer (2013)

Maar kijk! een bericht komt van ver over de zee,
Van harten die nog in staat zijn tot medelijden, en ogen die nog kunnen huilen-
Oh kleine hongerige lippen, oh gezichten bleek en wit
Er is ergens, ergens vrede op aarde, ergens welwillendheid voor de mensheid,
In de vage verte van de wateren, duizenden mijlen ver,
Daar zijn mensen die zich herinneren dat het Kerstdag is.

Oh God van Vrede, gedenk, en houd in Uw genade
De harten die nog in staat zijn tot medelijden, de ogen die nog kunnen huilen-
Te midden van vernedering en kwelling, de ruïnes en de graven
Voor hen, de natie van vrijheid; van ons, de natie van slaven,
Welke weerklank kunnen we ze zenden? – we zijn alleen bij machte te knielen en te bidden –
God geve, God geve in ieder geval aan hén een gelukkige Kerstdag.

Mme. Vandervelde, New York, 25 december 1914

Het vers van Madame Vandervelde op de voorpagina van The Morning Star Tribune, Minneapolis, Minnesota, 25 december 1914
Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak Madame Vandervelde Fund (recto). Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart een opmerkelijke serie van 27 versierde meelzakken gemaakt door de leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Briefhoofd van ‘The Commission for Relief in Belgium’ in december 1914. Coll. Rijksarchief, Brussel; foto: auteur

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie in Londen gewijzigd in ‘The Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’. Het CRB-kantoor te New York bleef echter de naam ‘American Commission for Relief in Belgium ‘ voeren.  De naam ‘American Commission’ is in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van een grote partij meel door een opdrachtgever  bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund (bedoeld is de CRB, AvK) kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Aanvulling 16 juli 2022: AMERICAN COMMISSION op bloemzakken
Tijdens mijn onderzoek op 26 mei 2022 in de Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., heb ik vastgesteld dat Lindon W. Bates, als Vice-Chairman van de CRB in New York, namens de CRB een order van 50.000 barrels bloem plaatste voor de prijs van vijf dollar en 5 cent per barrel via William C. Edgar, hoofdredacteur van de Northwestern Miller. De instructie voor de markering op de bloemzakken was: ’twee woorden, eenvoudigweg American Commission‘. De opdracht is gegeven per telegram op 24 november 1914.

Order van 50.000 barrels meel met markeringsinstructie AMERICAN COMMISSION. 24 november 1914. Archief: CRB records, box 256, HILA

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.
In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Zevenentwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 27 meelzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van Sint-Gillis

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens  een slinger bloemen en bladeren in een rechthoek. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

Bijdrage van Sint-Gillis’ studentes aan studie-mogelijkheden van nú
Het Consulate General of Belgium in New York deelde dit blog op social media. Het consulaat legt het verband tussen de op school voor liefdadigheid versierde meelzakken en de Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF). De BAEF verschaft beurzen aan Belgische studenten om in de VS, en aan Amerikaanse studenten om in België te studeren. Het fonds is in 1920 ontstaan uit de financiële liefdadigheidsoverschotten van de Commission for Relief in Belgium.

‘𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US’. (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Crowdfunding ‘avant la lettre’: de studenten van 1915 leverden met hun werk een bijdrage aan de studie-mogelijkheden van nú.

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

 

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

Het stripverhaal op de Idaho-meelzak in Luik

Nelly Sasserath, leerlinge van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik, beschilderde en borduurde een Idaho-meelzak en transformeerde de zak tot tafelkleedje. In dit blog vertel ik het indrukwekkende levensverhaal van Nelly en haar familie.

Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW
Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, 1915. Coll. MVW nr. 5058638

Ik zag het tafelkleedje in de collectie van Musée de la Vie Wallonne in Luik (MVW); het maakte deel uit van de schenking van de familie Welsch. Zie mijn blog ‘De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik’.
Samen met Nadine de Rassenfosse, verantwoordelijke voor het museumdepot, bewonderde ik de fijne aquareltekeningen, die in een carrousel op het katoenen doek zijn gezet.

Onbewerkte meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, 1915. Coll. MVW

De meelzak ‘Record Flour’ vindt zijn oorsprong in Rexburg, Idaho bij de maalderij Farmers Elev. & Milling Co.; vermoedelijk is deze eind april, begin mei, 1915 met de Amerikaanse voedselhulp in Luik aangekomen. Nadat de zakken met meel geleegd waren bij de bakkers, is een reeks zakken overgebracht naar de Ecole Moyenne Professionnelle.

Nelly heeft ervoor gekozen om uit de zak een vierkant te knippen met de bedrukking als centrum. In de vier hoeken schilderde ze een aquarel.
In een stripverhaal van vier schilderijtjes vertelt ze over de voedselhulp:

– In het veld: twee boeren ploegen hun akker, een boer drijft het paard op, de ander leidt de ploeg; ze zullen de akker inzaaien met graan, na de oogst gaat de tarwe naar de maalderij.

 

 

– In het veld: een vrouw staat gereed met haar ezel, de molenaar buigt zich diep voorover om een zak meel op de rug van het dier te laden;

 

 

– In de bakkerij: de ovens branden, de bakkersvrouw kneedt het deeg in een trog, de bakker -met ontbloot bovenlijf- jaagt met zijn plank drie geschrokken, zwarte muizen weg;

 

– Voor het huis: een meisje hapt in haar boterham, een ander kind krijgt een boterham door moeder aangereikt, terwijl de kat des huizes vol verwachting toekijkt!

 

 

Toen de aquarellen klaar waren, voegde Nelly het borduursel toe: ze borduurde de merknaam Record en de cirkel van het logo in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.

 

 

 

Tenslotte zette ze een kanten sierrand rondom het kleedje. Het totale formaat is 52 bij 50 cm.

 

 

 

Schilder- en tekenklas Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, februari 1915. Op deze school is met veel studenten en klassen gewerkt aan het decoreren van lege meelzakken. Foto: coll. HHPLM

Alfred Sasserath
Alfred Sasserath (ºLuik 19.05.1869 – +Wilrijk 11.04.1945) was de vader van Nelly. Hij werd geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen (Salomon (º1860), Rosalie (º1861), Charles (º1864†), Maurice (º1866) en Alfred).

La Meuse, 11 oktober 1890

Als piepjonge, hardwerkende tandarts in Luik adverteerde Alfred met regelmaat voor zijn praktijk in de krant La Meuse. Reeds op twintigjarige leeftijd begon hij daarmee, gevestigd als ‘M. Alfred Sasserath, chirurgien-dentiste, Quai d’Université 7 in Luik’. Op 11 oktober 1890 liet hij ‘zijn eerwaarde cliënten weten dat hij van vakantie is teruggekeerd en zijn praktijk heeft hervat!

La Meuse, 25 april 1891

Een paar maanden later waarschuwde hij het publiek voor misbruik van zijn naam, door mensen die zich, zonder diploma,  voordeden  als tandarts.

Les Degrés de St.-Pierre, Luik, waar Alfred Sasserath zijn tandheelkundepraktijk uitoefende. Postkaart, circa 1911; website: liege-belle-epoque.wifeo.com
La Meuse, 2 mei 1892

Op 2 mei 1892 had hij zijn praktijk gevestigd op Place Saint-Pierre no. 2 in Luik, vlak bij het Paleis.

 

‘Tandheelkunde’, La Meuse, 8 oktober 1902

In 1902 was zijn praktijk gevestigd op no. 6 en roemde La Meuse zijn tandheelkunde.

 

 

 

 

 


Betty Dürhenheimer
Betty Dührenheimer (ºNeidenstein, Duitsland 20.06.1869 – +Luik 21.11.1910) was de moeder van Nelly. Waarschijnlijk trouwden Betty en Alfred in Duitsland. Ze kregen twee dochters: ‘Nelly’ Henriette (ºLuik 08.10.1897) en ‘Lucienne’ Berthe (ºLuik 01.04.1902).

Groot was het verdriet toen moeder Betty overleed op 41-jarige leeftijd; Nelly was pas dertien jaar, Lucienne acht jaar.

La Meuse, 23 november 1910

Mevrouw Sasserath was een charmante jonge vrouw, zij was begaafd, met de beste kwaliteiten van hart en geest. Ze zal enorm worden gemist door iedereen die haar kende’. (La Meuse, 23 november 1910)

La Meuse, 16 april 1912

In april 1912 overleed Opa Dührenheimer (+Luik 14.04.1912), de vader van Betty.

 

 


Louise Van Hamberg
Alfred Sasserath hertrouwde een jaar later met Louise Van Hamberg in Antwerpen. Banden met Antwerpen waren er via Alfred’s broer ‘Maurice’ Moritz (ºLuik 25.10.1866 –  +Antwerpen 08.06.1913), hij had zich gevestigd in Antwerpen, hij was tandmeester; zijn kinderen waren dochters Yvonne (ºAntwerpen 06.02.1901 – +Auschwitz 04.09.1942) en Reine (ºAntwerpen 18.07.1903) en zoon Ernest (ºAntwerpen 10.09.1904),  dus leeftijdgenoten van Nelly en Lucienne.
Alfred’s tweede vrouw was ‘Louise’ Ludovica Charlotta Van Hamberg (ºAntwerpen 05.07.1874 – +Luik 13.07.1925). Louise was de oudste uit een gezin van zes kinderen; ze had drie zussen Charlotta (º1876), Rosalia (º1877), Marianne (º1880) en twee broers Maurice (º1879) en de nakomer, Louis (º1889). De familie Van Hamberg kwam oorspronkelijk uit Amsterdam, grootvader Mozes Van Hamberg was daar gevestigd als koopman in leer.
Het huwelijk vond plaats op 24.06.1913 in Berchem.
Verdriet was er ook: Alfred’s broer Maurice was enkele dagen eerder op 46-jarige leeftijd overleden.

Nelly was 15 jaar en zal reeds leerlinge zijn geweest op de Ecole Moyenne in Luik. Een jaar later brak de oorlog uit; op 4 augustus 1914 lag Luik midden in de vuurlinie.

‘De voedselhulp’, stripverhaal van Nelly Sasserath op Idaho-meelzak, 1915. Coll. MVW

Nelly Sasserath
De komst van Louise, haar stiefmoeder, naar Luik en de contacten met de familie Van Hamberg in Antwerpen zullen veel voor Nelly en haar zus Lucienne hebben betekend. Dit maak ik op uit de keuze van Nelly’s huwelijkspartner.

Liefdadigheidsgift van 110 francs voor oorlogsinvaliden bij het huwelijk van Nelly Sasserath en Louis Van Hamberg. La Meuse, 21 januari 1920

Ze trouwde met ‘Louis’ Benjamin Van Hamberg (ºAntwerpen 26.09.1889 – +Antwerpen 27.01.1931), de jongste broer van Louise, ruim een jaar na de Wapenstilstand; hij was oorlogsvrijwilliger geweest. Het huwelijk vond plaats op 15 januari 1920 in Luik.

Markgravelei 140, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Samen kregen ze drie kinderen: de dochters ‘Betty’ Hélène Louise (ºBerchem 20.08.1921), ‘Claudine’ Claire Nelly (ºBerchem 26.06.1923) en zoon ‘Lucien’ Alfred Isidor (ºAntwerpen 04.04.1925).
Nelly’s gezin Van Hamberg woonde op het adres Markgravelei 140, Antwerpen.

Enkele maanden na de geboorte van Lucien was er opnieuw groot verdriet in de familie: Louise, stiefmoeder van Nelly, zus van Louis en tweede vrouw van Alfred Sasserath, overleed, een week na haar 51ste verjaardag.

Lucienne Sasserath
Lucienne Sasserath volgde haar zus naar Antwerpen. Ze trouwde in 1924 in Luik met de ingenieur Alexander Stein (ºBogopole, Rusland 01.10.1892). Zij kregen twee kinderen: dochter Jeanine-Betty-Tatiana (ºAntwerpen 05.07.1925) en zoon Robert-Joseph-Alfred (ºAntwerpen 31.03.1929).
Jeanine werd dus in Antwerpen geboren op de verjaardag van haar stief-oma Louise, een week voor deze zou sterven in Luik.
Robert werd geboren een dag voordat zijn moeder jarig was en 27 werd.
Lucienne’s gezin Stein woonde in de Lange Leemstraat 297 te Antwerpen.

Nelly Van Hamberg-Sasserath

De Nieuwe Gazet, 30 januari 1931

Het noodlot sloeg wederom toe. Na een kort ziekbed overleed Nelly’s echtgenoot Louis Van Hamberg. Hij was 41 jaar en werd begraven in het familiegraf op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof. Nelly bleef achter met haar dochters van negen en zeven en haar zoon van vijf jaar oud.

Charlottalei 34, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Ze hertrouwde in Antwerpen in mei 1936 met Edouard Frenkel (ºTilburg, NL, 31.05.1894; hij was handelsvertegenwoordiger. (Betty’s Zwitserse penvriendin (zie hieronder) beschreef hem: ‘Ihr Vater war ein angesehener Geschäftsmann im Schiffsbau auf den Werften der Hafenstadt ‘)
Nelly’s gezin Frenkel-Van Hamberg woonde in de Charlottalei 34 te Antwerpen.

Dochter Claudine zat als tiener op de school Athenée Communale pour Jeunes Filles. In 1939 maakte zij een schoolreis naar Luik en het net geopende Albertkanaal. In het fotoboek van Henny Moëd, een oud-klasgenote, zit ze op de groepsfoto rechts onderaan.

Claudine Van Hamberg op schoolreis, 1939; fotoboek ‘Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium’ van Henny Moëd, p. 24. (collections.ushmm.org)

Familie Sas-Frenel
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de dreiging van deportatie voor de Joodse families steeds groter. Het gezin van Nelly dook onder; misschien ging vader Alfred met hen mee.

Zij huisvestten zich in de nazomer van 1942 in Château de Bassines bij Méan. Op het landgoed was de ‘Ecole Nouvelle des Ardennes’ gevestigd, een kostschool waar Lucien Van Hamberg onderwijs kon volgen.

Betty en Claudine waren 21 resp. 19 jaar en zullen misschien hebben geholpen op school bij de lessen aan de kleinsten.

Château de Bassines bij Méan (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme, een Hollandse joodse jongen, heeft ook een jaar, van september 1942 tot 15 oktober 1943, op de kostschool gezeten:
“Op onze kostschool zaten jongens en meisjes, van 5 tot 18 jaar, op een lagere en een soort middelbare school. In totaal waren er ongeveer 60 mensen; leerlingen, leraren en verder personeel. De school was gevestigd in een soort paleisje in renaissance-stijl “Château de Bassines” geheten. Het lag te midden van uitgestrekte bossen, bij het dorpje Méan, in de landstreek “Condroz”.
De directeur van de school was Eugène Cougnet. Château de Bassines bood sinds het begin van de oorlog een gastvrij tehuis aan de vervolgden. Er verbleven 40 Joodse onderduikers. Van de overige 20 personen moest ook een aantal zich schuilhouden; of zij zaten in het verzet, of ze moesten naar Duitsland om te werken, etc.

Mensen die geld hadden betaalden, anderen niet. De volwassenen maakten zich nuttig door te werken. Ze werden leraar, kok, bakker of bewerkten de moestuin. De bakker b.v. was een econoom uit Oostenrijk. [1] Hij bakte trouwens heerlijk brood. Eten was er volop; de school lag in een agrarisch gebied vlak bij een grote boerderij. De sfeer was er prettig, het onderwijs prima en de omgeving prachtig. Met plezier denk ik terug aan die tijd.” (dossier-bassines.nl)

Familie Cougnet
De school werd geleid door oprichter en directeur Eugène Cougnet (ºLedeberg 16.01.1891 – +Nordhausen/Bergen-Belsen, maart 1945). Cougnet trouwde in 1915 met Joséphine Fouarge (ºRocourt 22.08.1890 – +Kalmthout 10.02.1935). Zij kregen drie zoons, Pierre (ºRocourt 18.12.1917 – +Libramont 22.09.2009), André (ºLuik, 1921 – 1997) en Jean-Pierre (ºGent 07.01.1927 – +Luik 18.01.2007) [2].

“Eugène Cougnet was een pedagoog en een leraar die zijn hele leven heeft gewijd, niet alleen aan jongeren maar aan iedereen in moeilijkheden die op hem een beroep deed. Dit was vooral het geval tijdens de bezetting” [3]
(dossier-bassines.nl)

Stad Antwerpen informeert naar registratie in het Jodenregister van Lucien Van Hamberg. Brief 16 november 1942; foto uit: André Dessaint, Glanages a Méan

Dreiging van ontdekking was er voortdurend. De burgerlijke stand van Stad Antwerpen deed op 16 november 1942 navraag naar Lucien Van Hamberg bij de burgemeester van Méan inzake zijn registratiekaart van het Joods register. De gemeente Méan werkte echter niet mee aan zulke aanvragen.

De tekenleraar op de school was Klaus Grünewald[4] (schuilnaam Maurice Torfs). Hij maakte schetsen van het dagelijks leven in het kasteel.

Luisteren naar Radio Londen in Château de Bassines;  (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme noteerde bij een tekening:
“Een geanimeerd gesprek in de grote salon. Men ziet de stoelen in antieke stijl, de schilderijen en de hoge vensters. De personen zijn goed te herkennen, op de bank v.l.n.r. meneer Cougnet, mevrouw van Liefferinge, meneer Sas (echte naam Sasserath?). Op de stoelen v.l.n.r. meneer Brancard (correcte naam Brancart), leraar klassieke talen, meneer Frenel (echte naam Frenkel) uit Rotterdam en meneer Pappy (correcte naam Georges Papy), leraar wiskunde. Mevrouw Frenel, (niet op deze foto) heette Von Hamburg  (echte naam Van Hamberg) en was weduwe maar meneer Frenel was nu haar man of partner. Ze had een zoon, Lucien, en twee dochters. De hele familie Frenel is gedeporteerd naar Auschwitz.” (dossier-bassines.nl)

Gesprek in de salon in Château de Bassines (dossier-bassines.nl)

Deportatie
De onderduikers op Château de Bassines werden verraden.
Maandag 25 oktober 1943 omsingelden de ‘gardes wallonnes’ het kasteel. Duitse militairen vielen binnen en ondervroegen alle aanwezigen. Ieder persoon die zij als Joods konden identificeren werd gevangengenomen en afgevoerd in vrachtwagens.
Het gezin van Nelly verdween.

In het Belgisch Staatsblad/Moniteur belge verscheen onder n. 16735 op 15 juli 1949 de gerechtelijke verklaring van overlijden van zeven personen, vermoedelijk overleden te Auschwitz op 17 januari 1944, resp. vermoedelijk overleden te Monowitz in begin januari 1945:

Stein, Alexander, 51 jaar
Sasserath, Lucienne-Berthe, 41 jaar
Stein, Jeanine, 18 jaar
Stein, Robert, 14 jaar
Frenkel, Edouard, 49 jaar
Sasserath Nelly-Henriette, 46 jaar
Van Hamberg, Lucien, 19 jaar.

Belgisch Staatsblad, 15 juli 1949

 De archiviste van Kazerne Dossin in Mechelen licht toe wat er is gebeurd:
“Nelly werd samen met haar tweede echtgenoot Edouard Frenkel en haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk – Betti Van Hamberg (°20/08/1921, Antwerpen), Claudine Van Hamberg (°26/06/1926, Antwerpen) en Lucien Van Hamberg (°04/04/1925) – in de Dossinkazerne geregistreerd op 17 november 1943. Zij leefden al enige tijd ondergedoken onder de naam Freney op het kasteel van Bassines in Méan. Tijdens een razzia in het kasteel op 25 oktober 1943 werden de daar ondergedoken Joden opgepakt. Ze werden vastgehouden in de citadel van Huy en de gevangenis van Luik voordat ze naar Kazerne Dossin in Mechelen werden gebracht. De echte namen van Nelly en de kinderen werden hier onder de nummers 504 tot 507 toegevoegd aan de deportatielijst van Transport XXIII. Er werd een aanvraag ingediend bij het secretariaat van Koningin Elisabeth om een vrijlating van het gezin te bekomen, maar zonder resultaat. De trein verliet de Dossinkazerne op 15 januari 1944 en kwam op 17 januari 1944 in Auschwitz-Birkenau aan. Wat er precies met Nelly en Edouard gebeurde, is ons niet bekend. Zoon Lucien werd als arbeider geselecteerd. Het nummer 172335 werd op zijn arm getatoeëerd. Hij overleefde echter niet. Dochters Betti en Claudine werden als arbeiders gekozen. Ze overleefden Auschwitz; zij keerden naar België terug.” (mailbericht Dorien Styven, Kazerne Dossin, oktober 2021)

Nelly Henriette Frenkel, geb. Sasserath. Vermelding in virtueel monument ‘Gerechte der Pflege’

Nelly Henriette Frenkel, geboren Sasserath, staat opgenomen in het virtuele monument ‘Gerechte der Pflege’ (‘Rechtvaardigen van de Zorg’).  Ik maak hieruit op dat zij verpleegster is geweest.

Het gezin van Lucienne Stein, née Sasserath
Kazerne Dossin vertelt ook het verhaal van de deportatie van Lucienne Stein-Sasserath, haar man Alexander Stein en hun kinderen. Een nieuwe eigenaar van het huis in Lange Leemstraat 297 in Antwerpen, ontdekte in 2013 onder de vloer een verborgen koker met 26 documenten.

Portret Lucienne Berthe Stein-Sasserath, zus van Nelly. De Beeldbank van Kazerne Dossin bevat meer dan 20.000 portretten van gedeporteerden; foto’s van Nelly Sasserath en haar gezin zijn er niet, hun namen staan vermeld op de transportlijsten. (kazernedossin.eu)

“Alexandre Stein was born in Elizabethgrad (suburb Bogopol, Russia) in 1892. He migrated to Belgium in 1910 to study at the university of Liège (Lüttich) to become an engineer. In 1914, Alexandre, as a Russian citizen, served as a paramedic with a Belgian ambulance. He then joined a German ambulance crew, supposedly to spy for the allies, and was subsequently arrested by the German military. Alexandre Stein was sent to Chartreuse and was later on deported to the internment camp in Munster (Germany). In 1920 he was able to return to Belgium from Wolfenbüttel. Belgian immigration authorities distrusted him due to his reputation as a Bolshevik adept in Liège (Lüttich) before the First World War. When presenting himself at the immigration authorities in April 1920, Alexandre Stein was arrested for illegally crossing the Belgian border. In May 1920 he was allowed to settle in Belgium again, where he finished his engineering studies.

Lange Leemstraat 297, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

He married the Belgian national Lucienne Berthe Sasserath in Liège (Lüttich) in 1924. The couple moved to Antwerp where their first child, Jeannine Betty Tatiana Stein, was born in 1925. In 1927, Alexandre Stein himself became a Belgian citizen. A son, Robert Joseph Albert Stein, was born in Antwerp in 1929. From 1930, the Stein family lived at Lange Leemstraat 297 in Antwerp. Alexandre Stein, his wife and both children were arrested there in the night of 3 on 4 September 1943 when the Nazis organized Aktion Iltis, arresting hundreds of Jews whose Belgian nationality had protected them until then. The complete family was deported via transport XXII B from the Dossin barracks on 20 September 1943. None of the family members survived.

Archival: 26 documents were discovered in 2013 in a tube hidden beneath a double floor in the attic of the former Stein family home at Lange Leemstraat 297, Antwerp, by the current owner Ann Verhaert.” (beeldbank.kazernedossin.eu)

Betty en Claudine Van Hamberg
Wat Betty en Claudine hebben moeten doormaken in gevangenschap is opgeschreven door de Zwitserse penvriendin van Betty, Ellen Keckeis-Tobler uit Küsnacht, ZH. Betty en Ellen schreven elkaar Franse brieven sinds 1937. In 1938 kwam Betty op vakantie naar Küsnacht, het was een onbezorgde tijd. Met het uitbreken van de oorlog werd de correspondentie verstoord en kreeg Ellen geen antwoord meer op haar brieven.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 86. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Tot in 1945 Betty een brief schreef dat zij met haar gehele familie naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen gedeporteerd was. De ouders en grootouders werden van de kinderen gescheiden en in de gaskamers vermoord. Betty, Claudine en Lucien werden als jonge arbeidskrachten ingezet. Betty en Claudine werkten meer dan 12 uur per dag in een Duitse wapenfabriek, maar wisten het vol te houden. Lucien moest werken in Monowitz tot hij aan een longontsteking en ondervoeding overleed.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 87. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Betty en Claudine zijn kort na de oorlog op bezoek geweest in Küsnacht. Zij vertelden hun verhalen; ze toonden het nummer dat gebrandmerkt stond in hun onderarm. Betty was mager en bleek geworden.
Betty sprak het meest over de horror van de terugtocht te voet van Auschwitz naar Antwerpen.“Wederom moesten de zussen ervaren dat het beest in de mens zit. Want ook het zegevierende Russische leger, dat het gebied van Polen tot ver in Oost-Duitsland had ingenomen, gedroeg zich schaamteloos! De Sovjet soldaten “plukten” jonge en oude vrouwen van de straat, waar ze maar te vinden waren. Ondanks hun uitgemergelde lichamen en vuile kleren, namen ze Betty en Claudine met geweld mee en verkrachtten hen in de open lucht. . . Godzijdank, zonder gevolgen, zei Betty. Want met zoveel honger en inspanning was de menstruatie van de meisjes allang ontregeld of opgehouden. Hun zwakke lichamen waren onvruchtbaar geworden.
Dus besloten de meisjes zich overdag in hooibergen te verstoppen en te slapen om ’s nachts verder naar het westen te lopen. Ver van de bewoonde wereld vonden ze boerinnen, die zonder mannen of zonen, voor de akkers en het hen resterende vee zorgden. Ze waren vriendelijk voor de twee meisjes en gaven hen, wanneer er voedsel was, de nodige maaltijden om te overleven. Godzijdank was het zomer na het einde van de oorlog in mei 1945; daarom hoefden ze niet dood te vriezen.” (
ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Ellen besluit met de huwelijken van haar vriendinnen:
Betty hat in Belgien ihren christlichen Jugendfreund wieder gefunden. Die beiden haben geheiratet und wurden Eltern von zwei gesunden Kindern. Auch Claudine hat eine Familie. Sie haben gelernt, vorwärts zu schauen.
Ihre Lagernummern an den Armen haben sie nach einiger Zeit wegoperieren lassen. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Foto van André Cougnet op het kasteel van Bassines, rond 1942. (dossier-bassines.nl)

Het was tijdens het onderduikjaar op het kasteel van Bassines dat de zussen hun toekomstige levenspartners hebben ontmoet.

Claudine trouwde met ‘André’ Auguste Paul Jozef (Pous) Cougnet (ºLuik 23.02.1921- +27.02.1997), de tweede zoon van Eugène Cougnet.

 

 

 

Raoul Brancart, leraar klassieke talen op de Ecole Nouvelle d’Ardennes in Château de Bassines, werd na de oorlog de echtgenoot van Betty. (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Het erfgoed van Nelly Sasserath
Betty trouwde met ‘Raoul’ Eugène Aurélien Ghislain Brancart (ºBraine-le-Comte 15.01.1921). Hij was de leraar klassieke talen in Bassines en leeftijdsgenoot van Betty. Zij kregen twee dochters.

Ook deze dochters huwden en kregen dochters.
“We hadden geen idee dat onze (over)grootmoeder een kunstenares was! Moeder sprak over haar als een geweldige vrouw en een zeer getalenteerde zangeres, maar ze wist waarschijnlijk niets van deze meelzakken. Het was een schok bewust te worden van zoveel aspecten van Nelly”.

De handtekening van Nelly Sasserath bij haar stripverhaal, 1915. Coll. MVW; foto: auteur

Zo staat Nelly Sasserath in de lijn van generaties vrouwen.
Haar versierde meelzak nodigde uit haar levensverhaal uit te zoeken en te documenteren. Zodat onze dochters, kleindochters en achterkleindochters de oorsprong weten van de versierde meelzakken én het indrukwekkende levensverhaal kennen van de Luikse studente Nelly Sasserath, die als zeventienjarige het stripverhaal aquarelleerde op de Idaho- meelzak.

Nelly Sasserath, achterzijde tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW, foto: auteur

 

Hartelijk dank:
Hubert Bovens in Wilsele voor de opzoekingen van biografische gegevens, de speurtocht naar de vele bronnen en het delen van het trieste verhaal dat ons beiden diep trof.
Let wel, er blijven vragen opkomen: we hebben bijvoorbeeld geen foto van Nelly Sasserath gevonden, noch foto’s van haar gezin(nen); als we meer informatie vinden, zal dit aan het blog worden toegevoegd.
– Dorien Styven, Kazerne Dossin, Mechelen, voor haar inlichtingen over de familie Sasserath/Van Hamberg/Stein;
– André Dessaint in Méan voor zijn inlichtingen over Château de Bassines;
– Nadine de Rassenfosse, Musée de la Vie Wallonne in Luik, voor het tonen van de meelzakken-collectie.

Voetnoten:
[1] De econoom uit Oostenrijk was Kurt Pick. Het verhaal van zijn leven in WO II staat beschreven in het boek van Jennifer Henderson, Against All Odds: the Story of Kurt Pick, Londen, Radcliffe Press, 1998.

[2] We hebben geen afstammelingen van de zonen van Eugene Cougnet gevonden.

[3] Citaat uit: George Van Liefferinge in brief 7 januari 1982 aan Yad Vashem, voor een erkenning als Rechtvaardige onder de Volkeren voor Eugène Cougnet.

[4] Tekeningen en schilderijen van de kunstenaar Klaus Grünewald (pseudoniem Maurice Torfs) zijn bewaard in de collectie van het Joods Museum van België, Brussel. Zijn zus Margot Grünewald, later getrouwd met Massey, verbleef ook op Château de Bassines.; zij publiceerde over haar leven in WO II het boek Spring into Winter: a Novel, Ann Arbor, MI: Wyman House Publications, 1994.

Bronnen:
Dessaint, André, Glanages a Méan. Histoire(s) d’un village condrusien. Troisième partie. Special 1940-1945. Méan: 2019.

Hamme, Nico, website: Een Hollander, ondergedoken in België, 1995/2008 (www.dossier-bassines.nl.), geraadpleegd december 2021. De website is in maart 2022 niet meer actief.
Met afbeeldingen van tekeningen van Klaus Grünewald (pseudoniem Maurice Torfs). George Van Liefferinge leverde de afbeeldingen aan; hij stuurde foto’s aan Nico Hamme. Er zou een klein boekje bestaan van alle ‘Bassines’-schetsen van Klaus Grünewald wat zich zou bevinden in het Joods Museum van België te Brussel. Desgevraagd deelde de conservator van het museum mij op 16.12.2021 mee, dat hij helaas geen spoor van het boekje tekeningen kan terugvinden. Hopelijk zal het worden teruggevonden.

Pauwels, Ivo, Huts, Karine, Wat mijn kleinzoon weten moet. Hoe een joodse jongen onderdook in België (1939-1945). Tielt, Lannoo, 2017. Deze geromantiseerde kroniek vertelt het ingekleurde levensverhaal van de joodse jongen Georges Kluger uit Oostenrijk waarin zijn belevenissen op Château de Bassines.

Brouwers, Fred, De Koninginnewedstrijd. Gesprekken met 18 Elisabethlaureaten. BRT, 1987.

Keckeis-Tobler, Ellen, Meine Freundin Betty aus Antwerpen in: Küesnachter-Jahrheft, 1996 (website: www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch, geraadpleegd december 2021)

Moëd, Henny, Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium. Los Angeles, California: Jans Custom Photobooks, 2011. (website: collections.ushmm.org, geraadpleegd december 2021)

De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik

Begin september 2021 ben ik eindelijk weer op Zakkenreis geweest!
De stad Luik was een van mijn pleisterplaatsen waar ik in Musée de la Vie wallonne een collectie van meer dan dertig versierde meelzakken bestudeerde. Feestelijk om live te kunnen spreken met de medewerkers van het museum, het dépot te bezoeken, de rijk versierde meelzakken in detail te fotograferen. Musée de la Vie wallonne (MVW) bewaart een interessante collectie versierde meelzakken. Een belangrijke donateur, reeds in 1919, was de familie Welsch.

Familie Welsch
Ernest Welsch, getrouwd met Marie Anne Dupont, was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). Ook hun zoon Paul, getrouwd met Elise Sauvage, werkte in het onderwijs. (zie voetnoot 1)

Schilderles op de Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, febr. 1915. Foto: coll. HHPLM

Ernest en Marie Anne Welsch-Dupont en/of hun zoon en schoondochter verzamelden 24 meelzakken van grote educatieve waarde: twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken bewerkt.

Ecole Moyenne Professionnelle

Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898) was 17 jaar toen zij haar meelzak beschilderde en bewerkte. Coll. MVW; foto: auteur

De bewerking zal gedaan zijn in 1915 door leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne Professionnelle’ in Luik. Enkele van de versierde meelzakken zijn gesigneerd met eigen naam: Nelly Sasserath, Lucy Jossa, Thérèse Foidart, én naam van de school: Ecole Moyenne de Liège. De meisjes waren gevorderde studenten, ze waren zestien en zeventien jaar oud.

Studentes van de Ecole Moyenne krijgen les in een lokaal vol patriottische versieringen, februari 1915. Foto: coll. HHPLM


De origine van de twaalf meelzakken

Twaalf plaatsen in de VS waar de meelzakken in de verzameling Welsch hun oorsprong hebben eind 1914/begin 1915. Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Waar kwamen de twaalf meelzakken oorspronkelijk vandaan?

  Staat in VS plaats maalderij merk
1 Idaho Preston Preston Milling Co Cream of the Valley
2 Rexburg Farmers Elev. & Milling Co. Record
3 St. Anthony St. Anthony Milling & Elevator Co. Yellowstone
4 Kansas Pawnee County Keystone Milling Co. Keystone
5 Peabody Moffet &Co. Pride of Peabody
6 Wichita Kansas Milling Co. Silk Floss
7 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
8 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
9 North Dakota Valley City Russell-Miller Milling Co. Producer
10 Ohio Columbus The Gwinn Milling Co. Square Deal
11 Oregon Portland St. Jobes Milling Co. Portland
12 Washington Tacoma Tacoma Grain Co. Millers Balloon

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar de havens aan de oost- of de westkust van de Verenigde Staten. Vanuit de havens vervoerden stoomschepen de lading meelzakken naar Rotterdam.

The Oregon Daily Journal, 10 januari 1915

Oostkust:
SS Hannah: de meelzakken uit Kansas (New York v. 5 jan – Rotterdam a. 27 jan 1915)
SS South Point: de meelzakken uit North Dakota (Philadelphia v. 11 febr – Rotterdam a. 27 febr. 1915)
SS Naneric: de meelzakken uit Ohio (New York v. 27 maart – Rotterdam a. 20 april 1915)
Westkust:
SS Washington: de meelzakken uit Idaho, Oregon en Washington (Seattle v. 29 jan – Rotterdam a. 30 maart 1915)

© Annelien van Kempen, 2021

In Rotterdam zijn de meelzakken overgeladen in binnenvaartschepen en via de Maas naar Luik vervoerd (periode januari-april 1915).

De donatie Welsch in 1919
De collectie van Musée de la Vie wallonne bevat dus twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken in 1915 bewerkt door studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik. Hier volgen mijn foto’s per set met onbewerkte en bewerkte meelzak.

1 Cream of the Valley, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, afgebiesd met band en franje.

2 Record, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, rand met open naaiwerk en franje.

Nelly Sasserath, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Nelly Sasserath (Luik 08.10.1897-Auschwitz, Polen 17.01.1944; is getrouwd geweest met Louis van Hamberg, heeft drie kinderen gekregen waarvan twee dochters WO II overleefden: Betty Helène Brancart, née Van Hamberg (Antwerpen 20.08.1921) en Claudine Cougnet, née Van Hamberg (Antwerpen 26.06.1923)). Mijn blog ‘Het stripverhaal op de Idaho-meelzak in Luik’ geeft details van het tafelkleedje en vertelt het indrukwekkende levensverhaal van Nelly Sasserath.

3 Yellowstone, waszak; geborduurd, ringen voor koord

4 Keystone, ‘sous-main’, map, bureaulegger met affiches van de verkooptentoonstelling ‘Sacs Américains’ in Luik van 20 november tot 26 december 1915.

Achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst ‘1000 sacks Flour donated to Belgium Sufferers from Pawnee County, Kansas, USA’. Dit is ook de achterzijde van de map/bureaulegger.

5 Pride of Peabody, tafelkleedje; geborduurd met diverse siersteken, rand met picots.

6 Silk Floss, tijdschriften of krantenhanger; geborduurd, genaaid met blauwe stof aan zijkanten en achterzijde.

7 White Lily, tasje; geborduurd, naaiwerk, met sluitkoord en kwast aan onderzijde.

8 White Lily, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje.

9 Producer, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje;

Lucy Jossa, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Lucy Jossa (Luik, 07.08.1898-17.10.1993, is getrouwd geweest met George Bartholomé; haar ouders waren Philomène en Jean Paul Jossa-Genicot; haar vader was bediende).

10 Square Deal, krantenhanger; beschilderd en afgebiesd met blauwe rand en zes kwastjes, genaaid op naaimachine.
Gesigneerd met de naam: Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898, woonde in Spa, Boulevard des Anglais, in 1930; dochter van Anne Marie en Laurent Foidart-De Radoux; haar vader was musicus).

11 Portland, tafelkleedje; geborduurd, sierrand open naaiwerk, franje; achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst: ‘For Belgium Relief donated by Coeur d’Alène Mining District, Shoshone County, Idaho, USA’.

 

12 Balloon, tafelkleedje; beschilderd op achterzijde met zonnebloemen, sierrand en franje.

Tentoonstellingen in Luik

Affiche van de Luikse verkooptentoonstelling eind 1915, ontwerp D. Poissinger. Coll. MVW, foto: auteur

De versierde meelzak ‘Keystone’ is een ‘sous-main’, een map of bureaulegger, waarin twee affiches zijn opgeborgen van de verkooptentoonstelling van ‘Amerikaansche bloemzakken’ eind december in Luik in de ‘Continental, Salle Mauresque’. Zouden de Welschen daar de aankoop hebben gedaan?

Of heeft (een van de leden van) de familie Welsch meegewerkt op de Ecole de Moyenne Professionelle de Liege aan de voorbereiding van de tentoonstelling?
Misschien was de verzameling al eerder aangelegd. In de krant werd ook melding gemaakt van verkoop van versierde meelzakken via etalages van winkels.

Le Quotidien, 11 oktober 1915
Fotoboek van CRB gedelegeerde David Nelson, 22 februari 1915. Coll. HHPLM

En de klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne Professionnelle kan ook voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden voor de provincie Luik van de Commission for Relief in Belgium direct naar de VS te gaan. De CRB-gedelegeerden hebben in februari 1915 een bezoek gebracht aan de school. Daarvan getuigt het foto-album van David Nelson gedateerd 22 februari 1915.

Goed bekeken lijkt de collectie van twee keer twaalf meelzakken op dat wat tegenwoordig een ‘lespakket’ zou heten.
Dankzij de donatie van de familie Welsch beschikken we nu over een praktisch ‘patronen- en inspiratieboek‘ van versierde meelzakken.

Dank aan:
– De medewerkers van Musée de la Vie wallonne voor hun ontvangst en voorbereiding van mijn bezoek. In het bijzonder wil ik bedanken Nadine de Rassenfosse, Aurélie Lemaire en Anne Stiernet.
– Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van de familie Welsch en de drie studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle van Luik, in het bijzonder de navorsing van het indrukwekkende levensverhaal van Nelly Sasserath en haar familie. Haar geschiedenis zal ik later in een speciaal blog vertellen.

Voetnoot
1) Familie Welsch: Marie Anne Dupont (Sint-Joost-ten-Noode 08.05.1857) trouwde op 17 april 1879 met Ernest Eugène Welsch (geboren Tourcoing (F) 26.09.1852). Ernest Welsch was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). In 1926 werd hij benoemd als professor aan l’Ecole industrielle de Grivegnée. Hij schreef tien jaar na de oorlog een toneelstuk over de oorlog, de Waalse eenakter “Li Dièrinne lète”.
In de collectie van MVW bevindt zich ‘une palette de peintre miniature décorée et signée par un certain “E. Welsch” et qui date du début du 20ème siècle. Elle fait partie d’un ensemble de plus de 300 palettes miniatures décorées par des artistes amateurs ou professionnels à l’initiative d’un marchand de tabac-cigares Félix Schroeder.’
De zoon Paul Welsch (Luik 30.08.1886 – Luik 20.09.1941) trouwde op 14 april 1914 met Elise Sauvage (Luik 28.07.1887 – Luik 23.03.1965). Paul Welsch werkte als onderwijzer (instituteur communal), daarna als hotelier.

 

Van hulp tot borduurwerk in Ohio, VS

Grote vraag naar graan. The Lima Morning Star and Republican Gazette, Lima, Ohio, 24 oktober 1914

De Amerikaanse afzet van graan steeg in najaar 1914 tot ongekende hoogte door de oorlog in Europa. De graanbeurs in Chicago maakte recordomzetten door aankopen van Duitse en Engelse graanhandelaren.

Northwestern Elevator and Mill Company, Mount Vernon, Ohio
Flour Mills busy’ kopte een krant in Ohio in oktober 1914. De twee grootste maalderijen Northwestern Elevator & Mill Co. in Mount Vernon en Toledo en National Milling Co. in Toledo konden de orders goed aan. Ze exporteerden hun volledige productie naar Liverpool, Glasgow en Parijs (The Tribune, Coshocton, Ohio, 22 oktober 1914).

Northwestern Elevator and Mill Co, American School painting, oil on canvas, 46×61 cm; foto: artnet.com

Eind november kwamen de maalderijen in het nieuws door een humanitaire actie voor de bevolking van bezet België. De maalderijen leverden hun bijdrage aan de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement, georganiseerd door het vakblad Northwestern Miller uit Minneapolis.

The Fulton County Tribune, Fulton, 27 november 1914

Northwestern Elevator & Mill Co. zegde direct 50 barrels meel toe en nodigde de burgers van Mt. Vernon uit om ook bij te dragen aan de hulpactie door minimaal een zak meel tegen kostprijs bij hen in te kopen:

The Democratic Banner, Mount Vernon, 22 december 1914

‘The flour is to be shipped in heavy cotton bags containing forty-nine pounds. Anyone wishing to donate, can purchase flour from us at the cost price of $5.00 per barrel. No donations will be accepted for less than one forty-nine pound sack. … We will donate 50 barrels, and trust that enough more will be donated by our generous citizens to make the shipment from Mt. Vernon at least a car load of two hundred barrels.’ (The Democratic Banner, 1 december 1914)

De actie van Northwestern Elevator & Mill Co. was een succes: een volle treinwagon met 820 zakken meel (205 barrels) vertrok eind december naar Philadelphia voor aflevering aan het schip de South Point.
Het lokale organisatie-comité van Mt. Vernon bedankte via de krant alle donateurs:

The Democratic Banner, Mt. Vernon, 25 december 1914
Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en foto: HHLP 62.4.120

De hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement was succesvol in geheel Ohio. Tientallen maalderijen leverden hun bijdragen voor een totaal van 4.861 barrels meel (gelijk aan ruim 20 wagonladingen, 19.444 zakken, 430 ton meel). Het Report[1] over de hulpactie vermeldde voor Ohio de maalderijen:

De maalderijen en inwoners van Ohio schonken 4861 barrels meel. Report Miller’s Belgian Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

Hergebruik van Ohio meelzakken in België

Instructies van de Miller’s Belgian Relief Movement; Beatrice Daily Sun, Beatrice, Nebraska, 2 januari 1915

De katoenen zakken waarin het meel verpakt was, waren bedoeld voor hergebruik in België.
Gebruik van katoenen zakken was een noodzakelijke stimulans voor de Amerikaanse katoenindustrie. Daar hebben de Belgische vrouwen en meisjes dankbaar gebruik van gemaakt. Nadat de zakken bij de bakkerijen geleegd waren, fabriceerden zij er kleding uit.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The Northwestern Elevator & Mill Co., Toledo, Ohio. Achterpand jasje, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en foto: HIA

Een voorbeeld van een jasje, gemaakt van een Northwestern Elevator & Mill-meelzak bevindt zich in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPL).

Andere zakken zijn geborduurd en verfraaid.

De Belgische auteur Gilles schreef over een meelzak uit Springfield, Ohio[2]:
Zaterdag 17 juli 1915
De Amerikaanse zakken die het tarwemeel hebben bevat voor het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NHVK) zijn bijzonder geliefd onder verzamelaars van herinneringen aan de oorlog. De zakken zijn voorzien van opdrukken en hoe karakteristieker de bedrukking, hoe hoger de verkoopprijs. Een zak van 30 francs is bedrukt met blauwe en rode letters, de tekst luidt in het Engels:
                                               Van de stad Springfield (Ohio)
                                               Als getuigenis van genegenheid
                                               Onze vrienden de Belgen
                                               Aan deze heroïsche natie
                                               God zegene het!

Versierde meelzak The Moody & Thomas Milling Co, Peninsula, Ohio. Coll. en foto HHPL 62.4.391

Van de meelzakken die geleverd zijn in België door de Miller’s Belgian Relief Movement heb ik, behalve het jasje nog vier exemplaren teruggevonden in collecties.

Twee geborduurde meelzakken zijn bewaard gebleven, zie de meelzakken van de Moody & Thomas Milling Co., Peninsula (collectie HHPL); de National Milling Co., Toledo (collectie Hoover Institution Archives, Stanford University, HIA).

Onbewerkte meelzak DEWEY’S, The Dewey BROS. Co. Blanchester Ohio. Coll. WHI; foto: auteur

Twee onbewerkte meelzakken zijn bewaard gebleven: een van Dewey Bros. Co., Blanchester (collectie Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI)) en een van The National Milling Co., Toledo (collectie HHPL 62.4.120).

 

OHIO Commission for Relief of European War Sufferers
Zes weken later werd een nieuw beroep gedaan op Ohio.
De Ohio Commission for Relief of European War Sufferers werd opgericht op 4 januari 1915 in Columbus. Tijdens een lunch van de Ohio State Board of Commerce werd besloten goederen en geld voor hulp aan slachtoffers van de Europese oorlog bijeen te gaan brengen, met ondersteuning van medewerkers van de State Board of Commerce.

The Fulton County Tribune, Fulton, 15 januari 1915
Het echtpaar Edward Drummond Libbey (1854-1925) en Florence Scott Libbey (1863-1938), ca 1901; foto wikipedia

Voorzitter van de commissie was E.D. Libbey uit Toledo, penningmeester E.R. Sharp uit Columbus, secretaris O.K. Shimansky uit Columbus.
In de staat Ohio woonden Europese emigranten en hun nakomelingen uit vele landen; daarom zette de Commission breed in bij de hulpverlening aan ‘European War Sufferers’. Prioriteit werd gegeven aan hulpverlening aan de Belgische bevolking; de commissie nam het besluit om een schip vol hulpgoederen voor de Belgen in februari 1915 te laten vertrekken.

The Ohio Woman’s Auxiliary: Mrs. Estelle Thompson, née Clark
Hoewel mannen in de commissie werden benoemd, zorgden vrouwen voor de uitvoering van het werk. De bestaande en goed geleide vrouwenorganisaties gingen centraal en lokaal aan de slag. Communicatie verliep via brieven, oproepen en advertenties in de kranten; mondeling op reguliere bijeenkomsten van clubs, kerken en scholen.

History of the Woman’s Section of the CRB, 1915

The Woman’s Auxiliary (het vrouwensteuncomité) van Ohio stond onder leiding van mevrouw Estelle Godfrey Thompson, née Clark (Massillon, Stark County 13.02.1862 – Columbus 29.06.1945), de echtgenote van rector William Oxley Thompson van de Ohio State University in Columbus. Mrs. Wm. O. Thompson maakte deel uit van The Woman’s Section of The Commission for Relief in Belgium, zowel in het ‘Executive Co-operating Committee’ als voorzitster van de ‘National Federation of College Women’, alsmede als ‘State Chairman’ van Ohio.

Estelle Clark Tompson in ‘Woman’s Who is Who in America, 1914/15′

Estelle Clark Thompson stamde af van een gegoede familie uit Cleveland; zij werkte als docente dramatiek op de Western College for Women in Oxford, Ohio. Op 32-jarige leeftijd trouwde ze met William Thompson; ze was zijn derde echtgenote; hij was reeds tweemaal weduwnaar en had twee dochters uit zijn eerste en twee zonen uit zijn tweede huwelijk. Estelle Clark Thompson nam de zorg voor de vier jonge kinderen op zich, maar bleef zelf kinderloos. Zij speelde een actieve rol in de Ohio-vrouwenorganisaties en zette zich in voor vrouwenrechten en kiesrecht: ‘Favors women suffrage’.

Detail meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. en foto CCHSM nr. 4003

Mr. Brand Whitlock en Mrs. Ella Whitlock, née Brainerd
Tijdens WO I was de diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel. Hij trad op als beschermheer van de internationale Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA), de organisaties die de voedselhulp voor de bevolking in bezet België coördineerden en uitvoerden.

Ella Brainerd Whitlock; foto: Library of Congress

Hij woonde in Brussel met zijn vrouw, Ella Whitlock, née Brainerd (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). Ella Brainerd Whitlock zette zich energiek in voor hulp aan de Belgische bevolking en werkte nauw samen met de Belgische vrouwenorganisaties.

Detail meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; portret L. van Loo, 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003

Brand Whitlock voelde zich verbonden met de staat Ohio. Voordat hij in 1914 diplomaat werd, was hij viermaal verkozen als burgemeester van Toledo (1906-1914); hij werkte er vanaf 1897 als advocaat. Vanuit de binding met Ohio werd hij lid van het comité van aanbeveling van de Ohio Commission for Relief of European War Sufferers. Hij riep met succes de Amerikaanse bevolking op om de Belgen te hulp te komen met voedsel.
Uit hoofde van hun werkzaamheden ontving het echtpaar Whitlock vele geschenken voor hun inzet, waardoor zij onder meer een collectie versierde meelzakken opbouwden.
Ella Brainerd Whitlock heeft na het overlijden van haar man en teruggekeerd in de VS, deze interessante collectie meelzakken geschonken aan de Champaign County Historical Society in Urbana en Toledo. Het Champaign County Historical Society Museum in Urbana (CCHSM) heeft deze collectie in bewaring. Zie ook het blog: Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Meelzakken met portret van Brand Whitlock
Twee meelzakken met het portret van Brand Whitlock springen eruit.

Geborduurde meelzak ‘American Commission’/ Brand Whitlock; 1915. Coll. en foto CCHSM, nr. 4001

De oorsprong van meelzak nr. 4001 is ‘American Commission’; de Belgische borduurster voegde als teksten toe: ‘A.S.E.M. Brand Whitlock, M.P. des Etats-Unis à Bruxelles; E Pluribus Unum; La Belgique Réconnaissante 1914-1915’. Het portret lijkt een lithografie, omringd door een groene geborduurde lauwerkrans, de vlaggen links en rechts zijn geborduurd; ook het officiële schild ‘Great Shield of the United States’ met de arend met gespreide vleugels en de 13 sterren die de dertien oorspronkelijke koloniën van de VS representeren plus de tekst: ‘E Pluribus Unum’ is geborduurd.

Versierde meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; portret L. van Loo, 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003, recto
Versierde meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003, verso

De andere meelzak, nr. 4003, draagt de originele bedrukking ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana’, via The Louisville Herald, geproduceerd door Louisville Milling Co, Louisville, KY. In België, wellicht in Gent, is op de zak een tekst in rood gedrukt:’A Son Excellence Monsieur Brand Whitlock, Ministre des Etats-Unis à Bruxelles. La Belgique entière acclame les Etats-Unis.’ De vlaggen van België en de VS zijn geborduurd, evenals de letters van de oorspronkelijke bedrukking. Het portret van Brand Whitlock is een ingekleurd fotoportret van L. van Loo. Leo Petrus Julius (Leon) van Loo (Sint-Joris-ten Distel 19.08.1841 – Cincinnati 10.01.1907) was een in België geboren kunst-fotograaf. Hij emigreerde op 15-jarige leeftijd naar Ohio, daarbij zijn Gentse leermeester Charles Waldack volgend. Waldack kon emigreren naar Cincinnati, omdat de vader van Leon van Loo het betaalde in ruil voor de opleiding tot fotograaf van zijn zoon. Van Loo heeft zijn verdere leven in Cincinnati gewoond. Het lijkt aannemelijk dat hij een fotoportret van (een jongere) Brand Whitlock heeft gemaakt in de VS en dat een afdruk van het portret  in Gent, België, is terecht gekomen, waar het later is gebruikt voor de meelzak(ken).

SS Naneric; foto: Allen C. Green series (online)

State Ship SS Naneric
Het kantoor van CRB in New York contracteerde het Britse stoomschip Naneric als State Ship van Ohio. De SS Naneric had een eerdere reis naar Calcutta, India, gemaakt en voer vandaar naar New York om de lading aan boord te nemen. Op die reis van 65 dagen moest het schip door het Suezkanaal en raakte verzeild in oorlogsgeweld. De strijd ging tussen het geallieerde leger, gesteund door vuur van Franse en Britse kruisers en het Turkse leger, dat onder bevel stond van Duitse officieren.

The Democratic Banner, Mt. Vernon, 19 februari 1915

Kapitein Tulloch van de Naneric vertelde dat zijn schip op 1 februari 1915 het Suzekanaal binnenvoer, maar tegengehouden werd vanwege de gevechten. Na dagen wachten mocht het schip doorvaren naar Port Said, waarbij het werd afgedekt door zandzakken. Op 8 maart meerde de Naneric af in de haven van New York. De inzamelingsacties van de vrouwenorganisaties in Ohio waren geslaagd; treinen brachten wagonladingen vol zakken meel naar de haven van New York.

The Democratic Banner, 9 maart 1915

Op 27 maart vertrok SS Naneric als ‘Ohio State Ship’ met de hulpgoederen aan boord en arriveerde rond 20 april in Rotterdam. De hulpgoederen werden overgeladen op binnenschepen voor doorvoer naar de Belgische dorpen en steden. Eind april konden de Belgische bakkers broden bakken van het meel en kon de plaatselijke bevolking ten tweede male proeven van de goede gaven die de bevolking van de staat Ohio had geschonken. Met de geleegde meelzakken konden de Belgische vrouwen en meisjes verder met hun liefdadige werk ze te transformeren tot aandenkens.

Onbewerkte meelzak Bakoto Flour, Canton Feed & M’L’G Co., Canton, Ohio. Foto: Ambassade van de VS in België

Een negental geborduurde zakken, waarschijnlijk afkomstig van het ‘State Ship Ohio’, zijn bewaard gebleven.

  • Een zak ‘Bakoto Flour’ van Bako Mills, Canton Feed and M’L’G Co., Canton, bevindt zich in de Ambassade van de Verenigde Staten van Amerika in België te Brussel[3];
  • Drie bewaarde zakken ‘Square Deal’ van The Gwinn Milling Co., Columbus bevinden zich in resp. Musée de la Vie wallonne in Luik (één geborduurd, één onbewerkt) en Mons Memorial Museum in Bergen (één geborduurd);
  • Versierde meelzak ‘Square Deal’, The Gwinn Milling Co., Columbus, Ohio, 1915/16. Coll. Musée de la Vie wallonne
  • Detail onbewerkte meelzak ‘The Famous White Loaf’, Sunbury Mills. Coll. KMKG-MRAH Tx 2648 ; foto: auteur

    Vijf meelzakken ‘The Famous White Loaf Roller Flour’ van Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, zijn bewaard gebleven in zowel een particuliere collectie in België (98 Lbs) als in het Verenigd Koninkrijk (49 Lbs) (beide geborduurd), bij het In Flanders Fields Museum, Ieper (98 Lbs, geborduurd, paneel in kamerscherm), bij het KMKG, Brussel (49 Lbs, onbewerkt, Tx 2648) en in de Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca. (24 1/2 Lbs geborduurd).

Burrer Mills, Sunbury, 1929; foto: BigWalnutHistory.com

Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio
De geschiedenis van de maalderij Sunbury Mills is uitgebreid beschreven op de website van Big Walnut Historical Society gevestigd in het Myers Inn Museum in Sunbury.
Gottleib Jacob (Jakie) Burrer (Duitsland, 03.01.1848 – Sunbury 18.02.1926) was eigenaar van Sunbury Mills sinds 1875. Het was een familiebedrijf. Hij was getrouwd met Amy Ann Gammill; hun zonen Karl (leeftijd in 1914: 35), Paul (28), Rudolph (26) en Gordon (20) werkten mee in het groeiende bedrijf (onder meer elektriciteitsopwekking en -voorziening), dat veel betekende voor de plaats Sunbury. Sunbury Mills is de langst werkende maalderij in Sunbury geweest. In 1945 werd de maalderij, die inmiddels was samengegaan met de Condit Elevators, verkocht aan het Farm Bureau.

Charlotte Burrer, née Pagels: Amerikaans meelzak-borduurster in Ohio
De jongste Burrer zoon, Gordon Jacob (Sunbury 02.02.1894 – Pleasant Ridge, Ohio, 04.07.1960) is een oorlogsveteraan. Hij diende in WO I, in 1917/18, als kapitein bij de infanterie van het Amerikaanse leger.
Op 35-jarige leeftijd huwde hij Charlotte Grace Pagels (1895 – Hamilton, Ohio, 2 juli 1991); zij trouwden op 3 oktober 1929 in Pleasant Ridge, bij Cincinnati. Ze kregen drie kinderen: Charlotte Amy, Gordon Jacob en Frederick Pagels. De grootouders van Charlotte Pagels Burrer waren als Duitse emigranten naar Ohio gekomen.

Hoover Tower, 1941; foto: HIA*)

Charlotte verdient eeuwige roem, omdat zij een meelzak van Sunbury Mills borduurde! Jawel, een meelzak ‘The Famous White Loaf Roller Flour’ van Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury.

Wanneer zij de meelzak borduurde is mij niet bekend, maar volgens overlevering heeft zij het borduurwerk gemaakt na een bezoek aan de Hoover Tower op Stanford University in Palo Alto, Californië. Ze maakte er kennis met de collectie versierde meelzakken in het archief van de Commission for Relief in Belgium, bewaard in de Hoover Institution Archives en zag tot haar verrassing een geborduurde meelzak ‘White Loaf’ van Sunbury Mills.

Versierde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio. Geborduurd in België in 1915/16. Stond model voor replica van Ch. Pagels Burrer. Coll. Hoover Institution Archives*)

Het inspireerde Charlotte tot het borduren van exact zo een meelzak.

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, Sunbury, Ohio. Replica van meelzak in Hoover Institution Archives. Borduurster Charlotte Burrer, née Pagels, Cincinnati, Ohio. Coll. en foto: Community Library, Sunbury

Thuisgekomen in Ohio zocht ze in de maalderij van Sunbury Mills een meelzak met bedrukking van het merk ‘White Loaf’ en ging aan het werk.
Een zogenaamde ‘Replica’ van de in België versierde meelzakken tijdens WO I was geboren; deze wordt met grote trots bewaard in de bibliotheek, de Community Library, van Sunbury.
De voormalige bibliothecaresse van Sunbury, mevrouw Polly Horn, is tegenwoordig conservator van het Myers Inn Museum in Sunbury. Zij publiceerde in haar blog over ‘Burrer Mills’ een foto van Charlotte’s geborduurde meelzak. Dankzij haar ben ik in het bezit gekomen van een foto van dit borduurwerk van een Amerikaanse meelzak-borduurster: Charlotte Pagels Burrer.

Borduren van meelzakken in WO I: zelf aan de slag

Amerikaans boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’ met borduurpatronen en gedetailleerde beschrijvingen. Foto: Giftshop HHPLM

Het borduren van meelzakken in tijd van oorlog en bezetting is een opmerkelijke onderneming geweest van Belgische vrouwen en meisjes in 1915/16. De erkenning voor hun bijzondere werk is vastgelegd in het Amerikaanse boekje ‘Out of War. A Legacy of Art’.[4]
Het boekje kwam tot stand als een groepsproject vanuit de Red Cedar Questers, Iowa. Belle Walton Hinkhouse nam het initiatief en Joanne Evans Hemmingway leidde het project om de uitgave tot stand te brengen.
Centraal in het boekje staat de collectie versierde meelzakken van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa. Oud-conservator Phyllis Foster Danks van het museum (circa 1977-1986) droeg bij met haar deskundigheid over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’.

Borduurpatroon ‘Vikingschip’ met beschrijving in het Amerikaanse boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’ (HHPL 62.4.401)

Twee ervaren borduurdocenten, Catherine Robinder en Angeline Hoover Shuh, analyseerden het borduurwerk op de meelzakken.

Borduurpatroon ‘Bluebirds’ met beschrijving in het Amerikaanse boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’. (HHPL 62.4.432)

Zij concentreerden zich op versieringen die de Belgische vrouwen zelf hebben toegevoegd en kozen zes exemplaren uit voor een reconstructie. Zes borduurpatronen met gedetailleerde beschrijvingen van gebruikte garens en borduursteken zijn het resultaat. Borduursters krijgen aanwijzingen welk doek te gebruiken voor het patroon, borduren op een zak kan wel, maar is niet nodig.

De borduurpatronen zijn:

  • Vrouw en schaap
  • Vlaams tafereel
  • Vikingschip
  • Bluebirds
  • Viooltjes
  • Klaprozen

Iedereen die wil kan zelf aan de slag! Net als Charlotte Grace Pagels Burrer op haar Sunbury meelzak.
Versierde meelzakken inspireren tot creatief handwerken!

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915. Part. coll. Verenigd Koninkrijk
Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Part. coll. België

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Paneel in kamerscherm. Coll. IFFM

Dank aan:
– Mrs. Polly Horn, conservator van het Myers Inn Museum in Sunbury, voor de vele informatie die zij mij toestuurde over de Sunbury Mill en de familie Burrer. Zij is auteur van tientallen blogs op de website van de Big Walnut Area Historical Society.
In opdracht van de Big Walnut Area Historical Society maakte ik een Engelstalige PowerPoint presentatie, te zien op YouTube:
‘From Aid to Embroidery in Ohio, USA’.
– Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum;
– Dank aan Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van fotograaf Leon van Loo.

*) De twee zwart-wit foto’s van Hoover Tower en de geborduurde Sunbury Mills meelzak in HIA zijn afkomstig uit het boek: Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

[2] Gille, Louis, Ooms, Alphonse, Delandsheere, Paul, Cinquante Mois d’Occupation Allemande. Deel I 1914-1915: 17 juli 1915. Bruxelles: Librairie Albert Dewit, 1919

[3] De Amerikaanse ambassadeur, Mr. Gidwitz, toonde de meelzak tijdens een recorded message bij de online opening van de expositie ‘When Minnesota Fed the European Children’ op 12 oktober 2020. Hier de link naar de YouTube recording van de opening, de Amerikaanse ambassadeur spreekt 4 minuten: je vindt het tussen 3.30 en 7.50 min. https://www.globalminnesota.org/events/past-events/exhibit-opening-of-when-minnesota-fed-the-children-of-europe/

[4] Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West-Branch, Iowa: Iowa State Questors, 1995.
Het boekje Out of War. A Legacy of Art is voor $9,95 te koop in de Giftshop van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS.

 

 

‘America Feeding Belgian Children’: Allegorie van Joseph Dierickx

Kranten en tijdschriften waren de social media van 1916. Het werk op meelzak van de Belgische kunstenaar Joseph (ook: José) Dierickx is door hen opgepakt.
Dierickx tekende de allegorie ‘Amerika voedt Belgische kinderen’ en deze stond in januari 1916 vol in de schijnwerpers in de Verenigde Staten, dankzij de Amerikaanse persagent Curtis Brown in Londen.

Briefhoofd Curtis Brown, Londen, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

Curtis Brown International Publishing Bureau

Curtis Brown; foto: online

Curtis Brown Ltd. is heden ten dage een van ’s werelds toonaangevende literaire agentschappen en vertegenwoordigt sinds 1914 een breed scala aan gevestigde en opkomende auteurs van alle genres.
Het gerenommeerde bureau heeft een link met de versierde meelzakken gekregen door het artikel van haar oprichter Curtis Brown. De journalist Albert Curtis Brown (1866-1945) werd geboren in de staat New York. Hij verhuisde in 1888 naar Engeland om het International Publishing Bureau te leiden en begon in 1905 zijn eigen literaire bureau in Londen.

Caroline Curtis Brown, née Lord. Foto: Lean Connell, Londen; coll. Library of Congress

Brown was getrouwd met Caroline Curtis Brown, née Lord (1871-1950). Zij is vice-voorzitter geweest van de London Chapter, Foreign and Insular Division van het Amerikaanse Rode Kruis. Terwijl de oorlogswolken zich in Europa verzamelden, begeleidde Curtis Brown twee leden van het Londense personeel naar New York City en richtte de Amerikaanse tak van Curtis Brown Ltd. op in juli 1914. De dag na Brown’s terugkeer naar Engeland begon de Eerste Wereldoorlog. Het echtpaar Brown-Lord had drie kinderen, waarvan de oudste zoon in WO I in het leger diende. In correspondentie van 1915 schreef Brown dat hij Engeland niet zou verlaten tijdens de oorlog, omdat hij in Europa dicht bij zijn zoon wilde blijven.

Brief van Curtis Brown, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

De zoon, Marshall Lord Curtis Brown ( 1896-1928) , kapitein in het Britse leger, is tien jaar na de oorlog overleden in Londen; hij stierf, 32 jaar oud, aan de gevolgen van ziekte, opgelopen in de Slag aan de Somme in 1916. *)

Curtis Brown leidde zijn persagentschap naast het literaire agentschap. Als persagent schreef hij op 13 januari 1916 over de stapels versierde meelzakken, aangekomen in het kantoor van de CRB in Londen. Dit bericht mét foto’s verspreidde hij in de VS; het werd door de Amerikaanse media opgepikt en gepubliceerd.

De kranten over Dierickx’ meelzak in 1916

Sunday Star Washington D.C., 23 januari 1916

Het artikel van Curtis Brown is op diverse wijzen overgenomen.
In Washington verscheen het volledige artikel met vermelding van het copyright van Curtis Brown[1]:

Belgian People Show Appreciation of America’s Aid
Painting done on an empty flour sack and returned to Commission for Relief in Belgium. The skilled artist shows “America Feeding Belgian Children”. The children are being passed up by a figure depicting broken Belgium, and the man is also raising the American flag to his lips.”

(‘Belgen tonen waardering voor Amerika’s hulp’
Schildering gedaan op een lege meelzak en teruggestuurd naar de Commission for Relief in Belgium. De bekwame kunstenaar toont ‘Amerika voedt Belgische kinderen’. De kinderen worden haar aangereikt door een figuur die het gebroken België uitbeeldt, de oude man brengt ook de Amerikaanse vlag naar zijn lippen’)

San Francisco Chronicle, 23 januari 1916

Een krant van San Francisco kopte: ‘Belgians’ Method of Showing Gratitude to America’.

Literary Digest, 12 februari 1916

Het tijdschrift Literary Digest vermeldde onder de titel ‘Tokens of Belgian Gratitude’: ‘America Feeding Belgian Children: An empty flour-sack, painted by the Belgian artist, Joseph Diericks showing the bruised figure of Belgium offering the young for America to feed, while kissing the flag of our country’.[2]

Joseph Dierickx: Allegorie ‘à la sanguine’

Voormalige atelierwoning Joseph Dierickx in Ukkel, Auguste Dansestraat 56; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Inventaris van het bouwkundig erfgoed; foto: online

Joseph Henri Dierickx (Brussel 14.10.1865 – Ukkel 28.10.1959) was een Belgische schilder van historische scènes, genretaferelen, landschappen, portretten en maakte tal van muurschilderingen; ook was hij actief als architect. Dierickx studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, daarna vestigde hij zich in Ukkel. Tijdens WO I leidde hij de tekenschool van Ukkel en was lid van de ‘Uccle Centre d’Art’. Later gaf hij 38 jaar les aan de School voor Sierkunsten van Elsene. Zijn broer Omer Dierickx was ook een bekende schilder.

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Joseph Dierickx was vijftig jaar toen hij op meelzak een allegorie ‘à la sanguine’, in rood krijt, schetste. Op de voorstelling ligt het voetstuk van een kapotgeslagen monument met ionische zuilen en een beeld van de godin Pallas Athene dat ter aarde is gestort. Een vrouw, de personificatie van ‘Amerika’ (of ‘Columbia’) voedt een kind aan haar borst. Een tweede kind wordt haar aangereikt door een uitgeputte, oude man, de personificatie van België, terwijl hij de Amerikaanse vlag kust. Aan hun voeten ligt een terneergeslagen jonge man, hij bedekt zijn naaktheid met de Belgische vlag.

Joseph Dierickx, detail palmtak , krans, 1914-1915; foto: HHPL

De figuren op de voorgrond zijn nagenoeg naakt afgebeeld, op de achtergrond zit de gebogen gestalte van een in kleding verscholen vrouw.
Dierickx vermeldde de jaartallen 1914-1915 links en rechts van een palmtak waarin een gevlochten krans; hij schreef in de linkeronderhoek ‘ESQUISSE’ (schets); in de rechteronderhoek signeerde hij met ‘Joseph Dierickx’.

De meelzak is afgewerkt met een eenvoudige goudbruine, stoffen band, vastgenaaid langs de randen van het doek als kader van de allegorie. Het doek is aangebracht op dik papier; de afmeting totaal is 61×91 cm.

Borstvoeding op meelzak

Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP
Henri Logelain, Moeder zoogt kind, meelzak beschilderd, 1915, detail; coll. en foto: HIA

Met de schets van Dierickx op meelzak voegde hij zich bij een andere kunstenaar die op meelzak de voedselhulp tijdens de bezetting associeerde met de borstvoeding van de vrouw. Henri Logelain borstelde het portret van Moeder zoogt kind, 1915; de meelzak is bewaard in de Hoover Institution Archives, George I. Gay Papers.

De kunstenaar herhaalde zich
Bij de bestudering van de meelzakken is me opgevallen dat de professionele kunstenaars zichzelf op organische wijze herhalen in hun kunstwerken. Meestens hergebruikten kunstenaars op de meelzakken voorstellingen van werk dat zij vroeger gemaakt hadden. Zie voorbeelden bij Armand Rassenfosse, Antoine Springael, Roméo Dumoulin en Godefroid Devreese.

Joseph Dierickx herhaalde zich enkele jaren later. Of beter gezegd, hij werkte zijn trieste allegorie van 1915 uit tot een gelukkig tafereel in 1919, na de Armistice. Hij tekende het in opdracht van het gemeentebestuur van zijn woonplaats Ukkel. Het diende als getuigschrift voor de mensen die zich tijdens de oorlog hadden ingezet ten behoeve van de gemeenschap.
‘Diplôme de reconnaissance délivré par l’Administration communale pour services rendus aux oeuvres ou services communaux durant la guerre. Dessin original de José Dierickx’.[3]

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919; afm. 35×43 cm; foto in ‘Uccle 14-18’, Ucclensia

Wat we onder meer zien op de tekening: Een vrouw, de ‘Gemeente’ stapt van haar troon waarop het wapen met St. Pieter, beschermheilige van Ukkel; zij houdt een palmtak boven de hoofden van de oude man, ‘gebroken België’ op wiens schouder een jonge man (een vitale kerel, teruggekomen van het slagveld?) zijn hand legt, zijn plunjezak ligt op de grond.

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919, detail; foto: ‘Uccle 14-18’

Een tweede vrouw, de ‘Liefdadigheid’ heeft een kind in de linkerarm met de rechter voedt zij een meisje. Alle figuren zijn gekleed. Op de achtergrond twee figuren, zij rooien aardappelen in het veld. Boven het hoofd van de oude man, centraal in het beeld, torent de kerk van Ukkel, de Sint-Pieter. Waar in 1915 de figuren op de voorgrond naakt waren, zijn het nu de figuren op de achtergrond. De kunstenaar signeerde met ‘José Dierickx’.
Het gemeentebestuur besloot tot de opdracht aan Dierckx op 23 januari 1919; in juli 1919 ontving Dierickx 750 francs voor het ontwerp van het diploma.

Ukkel op oude ansichtkaart; foto: online

Roodkrijt in Ukkel: Dierickx en Devreese
Omdat het getuigschrift in 1919 een ontwerp is geweest in opdracht van het gemeentebestuur van Ukkel, vraag ik me af of Dierckx’ allegorie in roodkrijt op meelzak die hij eerder maakte, eveneens in opdracht van de gemeente of wellicht via een inwoner zal zijn uitgevoerd. Burgemeester Paul Errera van Ukkel en zijn vrouw Isabella Errera, née Goldschmidt, waren actieve bevorderaars van de kunsten, zouden zij betrokken zijn geweest? Eerder schreef ik een blog over de monochrome tekening in roodkrijt van de beeldhouwer Godefroid Devreese op de meelzak ‘Perfect’, afkomstig uit de collectie van Isabella Errera (KMKG-MRAH Tx 2626). In mijn onderzoek ben ik nog geen andere roodkrijt tekening op meelzak tegengekomen.

Bulletin KMKG-MRAH, 2013, blz. 121

Zou er verband kunnen zijn geweest tussen de schetsen op meelzak van Dierckx en Devreese? In het artikel van professor Guy Delmarcel in het Bulletin van het Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, zijn beide op één pagina (blz. 121) afgedrukt.[4] Ik heb dat tot nu toe toegeschreven aan de opmaak van het tijdschrift en de kleurovereenkomst van de roodkrijttekeningen op de meelzakken. Maar misschien is het een onbewust samenbrengen geweest van twee ontwerpen die in de kiem al met elkaar verband hielden.

Beide oorspronkelijke meelzakken zijn losgetornd en opengewerkt; de tekeningen zijn beide voorzien van de jaartallen 1914-1915. De meelzak van Dierckx ging op reis; de meelzak van Devreese bleef bij Isabella Errera in Brussel.

Wellicht dat de allegorie van Dierickx geschenk is gegeven aan de CRB met toelichting op de voorstelling. Bij aankomst in Londen van meelzak en toelichting heeft Curtis Brown daar kennis van kunnen nemen en zijn artikel geschreven.

Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.

Ann Arbor Milling Company at Argo and Broadway Bridge, ca. 1900/1919; foto Ann Arbor, Michigan photograph collection

Dierickx gebruikte voor zijn kunstwerk een meelzak Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.; hij stemde zijn compositie af op de oorspronkelijk bedrukking in blauwe letters.

Miller’s Belgian Relief Movement, Northwestern Miller, 1914-1915

De meelzak kwam naar België met de hulpactie van de Millers’ Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller in Minneapolis. ‘Ann Arbor-Michigan Milling Co. and citizens 231 barrels. Also 1 bag beans’ staat vermeld op de lijst van schenkers.[5] Het schip South Point vervoerde de lading van Philadelphia naar Rotterdam, het vertrok op 11 februari 1915 en kwam aan op 27 februari 1915.

Central Flouring Mill, 1902. Pictorial History of Ann Arbor; foto: Ann Arbor District Library

In Ann Arbor aan de rivier de Huron in de staat Michigan was een conglomeraat van maalderijen actief onder de naam Michigan Milling Co., het was de belangrijkste industriële bedrijvigheid in de plaats. Ook Ann Arbor Milling Co. maakte deel uit van het conglomeraat, dat in 1913 een geschatte output had van één miljoen dollar per jaar. De meelzak is geproduceerd door de zakkenfabrikant M.J. Neahr and Company in Chicago.

 Een soort museum in het CRB-hoofkantoor in Londen
Curtis Brown beschreef de aankomst van de versierde meelzakken bij het CRB-hoofdkantoor in Londen, waar een soort ‘museum’ werd ingericht:
Belgium is a nation of artistry, painters, embroiderers and workers in lace. These have now taken these flour sacks and made use of them in set forth appreciations of their gratitude. Scores are pouring into the head offices of the relief Commission in London …
Often a genuine artist sets to work, making the poor texture of the sacking his canvas, and there with his brush interprets the feeling of his people.

A sort of museum has been started for all these things at the commission headquarters here.”

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Dierickx’ meelzak naar Amerika
Dankzij het artikel van Curtis Brown komen we twee dingen te weten. Ten eerste was de meelzak van Dierickx in januari 1916 in Londen. Ten tweede was het een geschenk aan ‘de Amerikanen’ via de Commission for Relief in Belgium.

Tegenwoordig beschouwen de meeste schrijvers de versierde meelzakken in de archieven van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium als geschenken aan Herbert Hoover persoonlijk in dank voor zijn werk.
Curtis Brown’s artikel nuanceert dit beeld: de meelzakken, waaronder de allegorie ‘America Feeding Belgian Children’ van Joseph Dierickx, was een blijk van waardering voor de Amerikaanse hulp.

Vroegere tentoonstelling van versierde meelzakken, collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum. foto: Pinterest, geupload door Judy Francesconi

Dierickx meelzak is nu in Amerika. De meelzak zal óf in 1916 verscheept zijn naar het CRB-kantoor in New York en daar bewaard, óf zijn gebleven in het ‘CRB-museum’ in Londen en op enige tijd als memorabilia vanuit Engeland verstuurd zijn naar de Hoover Institute Archives op Stanford University in Palo Alto, Californië. In 1962 is Dierckx’ meelzak als onderdeel van een grote collectie meelzakken verhuisd naar de huidige bewaarplaats: de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West-Branch, Iowa (HHPL inv. nr. 62.4.435).

 

Dank aan
– Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar;
– Eric de Crayencour uit Ukkel voor toezending van ‘’14-18. Uccle et la Grande Guerre’, Ucclensia;
– Liesbeth Lievens uit Geel voor toezending van het artikel van Curtis Brown in The Sunday Star, Washington D.C.
– Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum, Ieper, voor informatie over Marshall Curtis Brown

De graven van Albert Curtis Brown, Caroline Lord Curtis Brown en hun zoon Marshall in Lisle, Broom County, NY; foto: findagrave.com

*) Marshall Lord Curtis Brown diende in het Britse leger. Hij kwam op 25 juli 1915 aan in Frankrijk als luitenant in het Machine Gun Corps, Motor Batteries; later werd hij Captain; zijn brieven aan zijn familie vanaf het slagveld in WO I zijn bewaard gebleven in de archieven van Princeton University Library: de Marshall Curtis Brown Collection.
De graven van hem en zijn ouders bevinden zich in Lisle, Broome County, NY

[1] Curtis Brown, ‘Belgian People Show Appreciation of America’s Aid’. The Sunday Star, Washington, D.C., January 23, 1916; geschreven in Londen op 13 januari 1916.

[2] San Francisco Chronicle, 23 januari 1916; Literary Digest, 12 februari 1916, ‘Tokens of Belgian Gratitude’

[3] Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et environs, ’14-18. Uccle et la Grande Guerre’. Ukkel, 2018, p. 54, 106, 144

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013

[5] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

Translate »