Amerikaanse collecties in cijfers 2022

“Welke collecties versierde meelzakken zijn er in de Verenigde Staten? Kan ik deze in cijfers weergeven?” Ik vroeg het me af, parallel aan de inventarisatie ‘Belgische collecties in cijfers 2022’. “Zal er bij vergelijking van de cijfers nieuw inzicht ontstaan?”

Amerikaanse bloemzak = Belgian embroidered flour sack
Allereerst blijkt een verandering van perspectief noodzakelijk. De benaming van de meelzakken in de VS is anders. Wat in België zijn:
‘Amerikaanse bloemzakken’ of Amerikaanse meelzakken’ en ‘Sacs américains’
noem je in de VS: ‘Belgian Relief flour sacks’ of ‘Belgian embroidered flour sacks’

Amerikaanse musea
Op mijn weblogpagina ‘Musea’ staat een lijst van 13 Amerikaanse musea in negen staten met naar schatting 571 versierde meelzakken. Dit is een opgave van de musea zelf, plus gegevens die ik online heb gevonden.[1]

Meelzak ‘American Commission-Grateful Belgium’, lithografie Josué Dupon, Antwerpen. Coll en foto: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Twee zogenaamde ‘Hoover’-collecties springen er getalsmatig uit, ze bevatten 90% van alle meelzakken in de VS:
* 350 stuks in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 stuks in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, Californië (HIA)

Register van Meelzakken
In mijn Register van Meelzakken in WO I heb ik 220 van de 571 versierde meelzakken in Amerikaanse collecties geregistreerd; dankzij honderden foto’s, ontvangen van verzamelaars en museumconservatoren, heb ik de data van deze zakken kunnen verwerken. Met 40% van de meelzakken geregistreerd is er nog veel onderzoek te doen!

Op basis van deze beperkte cijfers een schets geven van de Amerikaanse collecties van ‘Belgische versierde meelzakken’ is een heikel karwei, waar ik me wel aan waag om richting te geven aan mijn verdere onderzoek.
De vergelijking met uitkomsten van mijn onderzoek in België geeft houvast voor een eerste verkenning.

Amerikaanse publieke en privécollecties


13 publieke en 11 privécollecties bevatten gezamenlijk 220 meelzakken, waarvan 190 (86%) in publieke collecties en 30 (14%) in privécollecties.

Tafelloper van meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, achterkant ‘California’; borduurwerk Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; particuliere collectie VS
De twee grootste publieke collecties staan gedeeltelijk in het register: 77 zakken van HHPL en 52 zakken van HIA.

Bewerkte meelzakken
In de Amerikaanse collecties is 99% van de meelzakken bewerkt. Onbewerkte zakken zijn een onbekend fenomeen; Amerikaanse verzamelaars verbazen zich over de collecties onbewerkte meelzakken in België.


Schilderwerk, borduurwerk en randen van kloskant zijn de belangrijkste bewerkingen van de meelzakken.
Van de 220 geregistreerde bewerkte objecten zijn 89 meelzakken beschilderd, 145 zakken geborduurd, minstens 15 zakken zijn voorzien van kloskant of naaldkant. Een aantal zakken heeft meerdere bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd en/of voorzien van kant.

Meelzak The Craig Mills, Newcastle, VA; borduurwerk en kant door Françoise Bastiaens, Brussel. Coll. HIA; foto EMcM

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie. Soms ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc.; deze zakken zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.

70% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 10% is afkomstig uit Canada en van 20% is de herkomst onbekend.

Tot zover de cijfers van het Register van Meelzakken.

Tweeluik meelzakken ‘Castle’, Canada, bewerking Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussel, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum
De collectielijst van HHPL bevat 350 meelzakken. Wat valt cijfermatig op in deze grootste collectie?
Tellen en grafieken maken leverde me nieuwe observaties op, die ik op basis van de Belgische collecties niet eerder maakte: de essentie van de heen- en terugreis.

De heenreis en de terugreis van de meelzakken
In Amerika wil je weten:
– door wie en van waar is de zak gevuld met meel verstuurd vanuit Amerika naar België?
– wie in België heeft de geleegde meelzak bewerkt, wie was de borduurster, de kunstenaar, de kantwerkster en uit welke plaats in België is de meelzak teruggestuurd naar de VS?

De heenreis: ‘Belgian Relief’ hulporganisaties
Een ruwe telling uitgevoerd naar de herkomst van de HHPL-meelzakken laat zien dat circa 200 meelzakken (55%) de bedrukking dragen van een hulporganisatie voor ‘Belgian Relief’.

Ze zijn voorzien van de bedrukkingen ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Meelzak ‘A.B.C. Flour- Gratitude’, 1916, geborduurd in Assche, Brabant. Coll. en foto: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Vergelijking met Belgische collecties: 35% van de meelzakken draagt een bedrukking van een ‘Belgian Relief’ hulporganisatie.

De terugreis: ‘Belgian embroidered flour sacks’
Conservator Marcus Eckhardt rubriceert de HHPL-collectie meelzakken onder meer als ‘Gifted from’: wie in België doneerde de meelzak aan de Commission for Relief in Belgium of stuurde de meelzak terug naar de VS?

Namen van scholen en borduursters op de meelzakken plus aangehechte kaartjes, de signeringen van kunstenaars, deze gegevens zijn op de collectielijst vermeld en zijn in het algemeen goed bewaard gebleven.
De lijst laat zien dat van de totale collectie van 350 meelzakken bijna 200 exemplaren (57%) afkomstig zijn van meisjesscholen in Brussel.

De kroon wordt gespannen door de school van de Sœurs de Notre-Dame te Anderlecht: 152 handwerken gemaakt door leerlingen zijn afkomstig van deze school; dat is 43% van de HHPL-collectie.
De andere meisjesscholen zijn: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Meelzak ‘American Commission’, geborduurd in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; foto: EMcM

Conclusie
Dankzij de medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van honderden versierde meelzakken in WO I in de Verenigde Staten bij elkaar gebracht.
Zouden er nóg honderden zakken door Amerikaanse families én musea bewaard zijn, die verborgen liggen in archieven, depots, kasten, op zolders, in kelders?
Verder onderzoek naar de Amerikaanse collecties van ‘Belgian embroidered flour sacks’ is nodig!

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

Mijn grote dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Hij stuurde mij foto’s, deelde informatie en stelde de museum collectie-lijst van Belgian Relief meelzakken ter beschikking;
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

Toelichting op de twee grootste Amerikaanse collecties WO I-meelzakken:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad met uitzicht op Hoover Tower waar de Hoover Institution Archives zijn gevestigd; foto: E. McMillan, 2018

Alle archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van de Commission for Relief in Belgium (CRB) waren sinds 1920 opgeslagen in de Hoover Institution Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is opgericht in de geboorteplaats van Hoover, West Branch, Iowa, in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover. Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

Bij de oprichting van het presidentiële museum is besloten een gedeelte van de archieven van de CRB over te plaatsen van HIA naar West Branch. Honderden versierde meelzakken van WO I maakten onderdeel uit van die verhuizing. Met andere woorden, de verzameling ‘decorated Belgian relief’ meelzakken in de CRB-archieven is in 1962 opgesplitst in twee delen: 70% kwam in beheer van HHPL in Iowa en 30% bleef bij HIA in Californië.

Dankzij de presidentiële status en museumfunctie van HHPL én het vooraanstaande instituut dat HIA is, weten beide collecties tot op de dag van vandaag de aandacht te trekken van het publiek.

 

[1] De pagina ‘Musea’ kan iets andere cijfers tonen in aantallen meelzakken en Amerikaanse collecties, omdat nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van dit blog.

Detail meelzak “Sperry Mills”, verso; geborduurd door Mary-Jane Durieux; Amerikaanse particuliere collectie

[2] Het borduurwerk is gemaakt door Mary-Jane Durieux. Het gaat mogelijk om deze jongedame: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussel 11.04.1893; haar ouders: moeder Marie Everaerts, ºBrussel, vader ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussel, meubelmaker.
Dank aan Hubert Bovens voor deze biografische gegevens.

 

Eight students in Saint-Gilles on American Commission flour sacks

The Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, USA, preserves a remarkable series of 27 decorated flour sacks made by the students of the girls’ school “Ecole Moyenne de Saint-Gilles”, Brussels.

Ecole Moyenne Saint-Gilles, Brussels, today: Athénée royal Victor Horta, seen from Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, curator of HHPLM, drew my attention to the class project of the school in Saint-Gilles. He wrote to me, “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” It made me curious about these class projects, hence this blog was born.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Detail flour sack. Embroiderer Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles

The entire series of decorated flour sacks has been signed with the name of the school, and each student has recorded her own name. The origin of the flour sacks is the same: American Commission.

Biographical research
The girls were students, thirteen to fifteen years old, in 1915. This was revealed through Hubert Bovens’ valuable research into the girls’ biographical data.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Hubert motivated his special contribution to my study of the WWI decorated flour sacks as follows: “By looking up data on the people who embroidered the flour sacks (young, socially engaged women) or painted them (often well-known artists) we get to know the social entourage of these people. Often upper middle class.
I am trying to draw out their lives further, to determine their lifeline, a lifeline with a beginning and an end. Through my biographical research we have already encountered unexpected findings.”

The origins of the flour sacks AMERICAN COMMISSION
Decorated flour sacks bearing the name “American Commission” are frequent in the collections of museums and individuals worldwide.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

The “American Commission for Relief in Belgium” or “American Commission” for short, was formed in London in October 1914 with American Herbert Hoover as its director. The commission’s goal was to help the suffering population in occupied Belgium with food and clothing.

“The Commission for Relief in Belgium” letterhead in December 1914. Collection State Archives in Belgium, Brussels; photo: author

Almost immediately, however, the official name of the commission was changed to “The Commission for Relief in Belgium”, abbreviated to “CRB”. According to the CRB’s letterhead in London, the American Commission for Relief in Belgium was part of the CRB. The name “American Commission” has always remained in popular speech and in American media.

“Large order: a quarter of a million dollars’ worth of flour”

The Northwestern Miller, December 2, 1914

Newspaper articles in early December 1914 reported on the purchase in Minneapolis, Minnesota, of large batches of flour by a principal intended for emergency aid to Belgium.

“Last week an order was received direct in Minneapolis for a quarter of a million dollars’ worth of flour, to be shipped as soon as possible for Belgian Relief purposes. Telegraphic instructions to purchase this amount were given to the editor of the Northwestern Miller (Mr. William Edgar (AvK)). Ability to manufacture the amount required within a definite and limited time, and to ship in solid trainloads, as well as the price, were conditions of the sale…..

The Duluth Herald, December 3, 1914

All of the flour was to be packed in 49-lb export cotton sacks, to be made and shipped on receipt of instructions as to billing, which were sent by mail.
This order is paid for from funds in possession of the buyer, reserved for emergency flour purchases… ”(The Northwestern Miller, December 2, 1914)

“The New York branch of the Belgian Relief Fund association (this should be the CRB, (AvK)) yesterday bought 50,000 barrels of flour (equaling 200,000 49 pound bags (AvK)) in Minneapolis.”
(The Duluth Herald, December 3, 1914)

Would the 49 lbs flour sacks of export quality have been imprinted with the “American Commission” stamp? Who decided to use this name on the ordered flour sacks? Pay attention to the recommendation that Madame Vandervelde made!

Addition July 16, 2022: Branding instruction AMERICAN COMMISSION
My research on May 26, 2022 at the Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., showed that Lindon W. Bates, as Vice-Chairman of the CRB in New York, ordered 50,000 barrels of flour fob Minneapolis on behalf of the CRB. The order was given by telegram on November 24, 1914. The instruction for the marking on the flour sacks was “two words, simply American Commission“.

Order of 50.000 barrels flour. Branding instructions “AMERICAN COMMISSION”. November 24, 1914. Archives: CRB records, box 256, HILA

How were the full sacks of flour transported?

Map: © Annelien van Kempen, 2021

The transportation went overland by train to New York and Philadelphia on the east coast of the United States. From both ports, steamships transported the loads of flour sacks to Rotterdam, The Netherlands.
At the port of Rotterdam, the cargoes of flour were transferred to barges and transported to Belgium into Brussels and other places.

Ecoles Moyennes, Saint-Gilles, Brussels, 1903; photo: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne for Girls in Saint-Gilles
On October 4, 1880, the municipality of Saint-Gilles opened two “écoles moyennes” (middle schools) one for girls, one for boys. Both schools had two preparatory classes and one secondary class. The school building was newly built and opened in April 1882 by the Saint-Gilles’ mayor in the presence of the Minister of Public Works. In 1910 the girls’ school had 651 students, it provided good education by capable teachers, had a modern building and used the appropriate didactic materials.
The Saint-Gilles school teachers will have prepared their lessons in early 1915 to work with the girls on the empty “American Commission” flour sacks.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Twenty-seven decorated flour sacks
The Herbert Hoover Presidential Library-Museum preserves 27 flour sacks decorated by the “Ecole Moyenne de St-Gilles”: HHPL- inventory numbers include 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

The sacks were twisted open, creating a piece of cotton cloth of approximately 60 cm height and 80 cm wide; the edges of the fabric were left unfinished.

Detail flour sack. Embroiderer Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles

On one side there are the blue letters: note that the letters are either on the left or on the right side of the cloth. Apparently, instructions were given by the teacher to work on the letters of the words AMERICAN COMMISSION as follows: the outlines embroidered with a red thread, then a white thread; within the letters, stars with a white thread.
Most of the pieces were indeed decorated this way, but a few deviate. For example, Jeanne Everaerts embroidered the outlines with a light green thread; Simone Sauvenée and Marthe Pander left the words as they were in original print.

For the other -blank- side of the flour sack, the students were given the freedom to decorate it as they wished.

I currently have photos of eight embroidered St.-Gilles flour sacks. Hubert Bovens provided the biographical data of the eight students.

Eight decorated flour sacks from Saint-Gilles

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission / Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Studio of Gabriel van Dievoet, (standing right), with at his side Léon Van Cutsem, Yvonne’s father, (two assistants on the left), ca. 1895. Photo: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Saint-Gilles 1900.04.08 – Ixelles 1957.03.29; her father was a painter/decorator; she remained unmarried). Yvonne drew a pattern of branches, flowers, and leaves on the flour sack. Five little birds sit on the branches, one bird comes flying. She stitched the pattern with stem stitches in the colors green, red, yellow, and orange. The birds are embroidered as sparrows in grey and brown with golden beaks and legs (inv. HHPLM 62.4.44).

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 1900.07.09 – she remained unmarried; she was still alive when her father died in 1964. Her grandparents on her mother’s side were bootmakers, her mother was a saleswoman). Henriette embroidered four abstracted flower baskets in red, yellow, and black threads (inv. HHPLM 62.4.70).

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Merci!”, embroidery and sewing, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaerbeek 1900.11.16; her father was a lithographer; she remained unmarried; she worked at the main board of the National Bank of Belgium in Brussels and retired in 1960). Adrienne embroidered a garland of flowers and leaves in white threads. With needlework she created a rectangle. Within the rectangle she embroidered: “1914 merci! 1915” (inv. HHPLM 62.4.40).

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Thanks!”, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Ixelles 1900.12.29 – she graduated from the University of Brussels in 1921; she married American diplomat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 1900.11.16 – Hillsborough County, NH, 1981.11.02) in 1925; by September 1964 she was living in Massachusetts, USA). Jeanne painted a Belgian pennant and coat of arms with the lion, plus nine gold-toned corn stalks and the word “Thanks!” (inv. HHPLM 62.4.46).

Léonie Rochette, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussels 1901.03.03 – she (probably) married in Brussels on March 4, 1917 to the pastry chef Armand Chaussette). Léonie painted two flags, the Belgian and American, with crossed flagpoles and a green banner (inv. HHPLM 62.4.13).

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermael-Boitsfort 1901.04.20 – Saint-Laurent-du-Var (F) 1995.02.02; her father was a sales representative). Simone embroidered in cross-stitch a rectangle with black lines. Inside the rectangle she embroidered “Merci” with yellow and red flowers and leaves (inv. HHPLM 62.4.206).

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, painted and embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Saint-Gilles 1901.05.21 – Forest 1970.02.04; her father was a designer/publisher-book dealer; she married Robert Van Cutsem, younger brother of Yvonne Van Cutsem). Suzanne painted two laurel branches with red, yellow, and black leaves, embroidered the outlines of the leaves and a bow in the Belgian colors and painted a lion in red, yellow, and black. The word “Merci” (Thanks) in ornate letters, is fully embroidered in satin stitch with red, yellow and black threads. The dates 1914-1915 are painted in red (inv. HHPLM 62.4.64).

Marthe Pander, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Hommage aux Etats-Unis, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Molenbeek-Saint-Jean 1902.07.19); in the family Léon Pander (Marcinelle 1874.06.05 – Woluwe-Saint-Lambert 1947.02.18) and Marie Jeanne Kersten (Molenbeek-Saint-Jean 1876.05.22 – Molenbeek-Saint-Jean 1907.06.22) there were three children, the middle one was called Marthe Fernande Victorine. Her mother died young, when Marthe was 5 years old. Father Léon Pander was a telegraph operator.
Marthe married Maurice Poulet, ingénieur commercial at Solvay (ULB); permission for their marriage was obtained in Woluwe-Saint-Lambert on May 15, 1939. On 1961.07.19 both were still alive. They lived at rue Général Lartigue 101, Woluwe-Saint-Lambert; in 1965 they had moved away.
Her flour sack is decorated from top to bottom with embroidery of swimming swans; a Belgian and American flag and the dates 1914-1915 in red, yellow, and black. A banner flutters with the text “Hommage aux Etats-Unis”. Marthe has signed her piece with the text: “Marthe Pander; Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études” (inv. HHPLM 62.4.128).

Gift to America

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The class contribution from the Ecole Moyenne in Saint-Gilles, as a gift for the Belgian Relief, would have been sent to the United States via the American delegates of the Commission for Relief in Belgium.

Thanks to the compilation of all the items in the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum and the background information on the girls who decorated the sacks, we have gained insight into the work of a class of young students that decorated the flour sacks.

 

Saint-Gilles students’ contribution to today’s educational opportunities
The Consulate General of Belgium in New York shared this blog on social media. The consulate drawes a connection between the flour sacks decorated at school for charity and the Belgian American Educational Foundation Inc (BAEF). The BAEF provides scholarships for Belgian students to study in the USA, and for American students to study in Belgium; the fund was created in 1920 from the financial surpluses of the charitable contributions to the Commission for Relief in Belgium.

“𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US” (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Early crowdfunding: through their work the Saint-Gilles’ students of 1915 contributed to the educational opportunities of today!

 

 

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Many thanks to:
– Hubert Bovens for his research into biographical data. I respect his work. He usually manages to solve huge and complicated puzzles in record time.

– Marcus Eckhardt; in October 2019 he showed seven decorated flour sacks of the Saint-Gilles class project to three Belgian visitors in the HHPL-Research Room: Hilda, the wife of Paul Callens, son Mauro and daughter-in-law Audrey Magniette from Tielt.

– Audrey Magniette and Mauro Callens; they sent me the photographs of seven of the eight Saint-Gilles’ decorated flour sacks with the students’ signatures.

– Tom Lundberg; he took the photo of Marthe Pander’s flour sack and posted it on Instagram.

– Evelyn McMillan; she succeeded to get digital access to The Northwestern Miller Fall 1914 editions (Minneapolis).

– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

 

Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart een opmerkelijke serie van 27 versierde meelzakken gemaakt door de leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Briefhoofd van ‘The Commission for Relief in Belgium’ in december 1914. Coll. Rijksarchief, Brussel; foto: auteur

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie in Londen gewijzigd in ‘The Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’. Het CRB-kantoor te New York bleef echter de naam ‘American Commission for Relief in Belgium ‘ voeren.  De naam ‘American Commission’ is in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van een grote partij meel door een opdrachtgever  bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund (bedoeld is de CRB, AvK) kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Aanvulling 16 juli 2022: AMERICAN COMMISSION op bloemzakken
Tijdens mijn onderzoek op 26 mei 2022 in de Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., heb ik vastgesteld dat Lindon W. Bates, als Vice-Chairman van de CRB in New York, namens de CRB een order van 50.000 barrels bloem plaatste voor de prijs van vijf dollar en 5 cent per barrel via William C. Edgar, hoofdredacteur van de Northwestern Miller. De instructie voor de markering op de bloemzakken was: ’twee woorden, eenvoudigweg American Commission‘. De opdracht is gegeven per telegram op 24 november 1914.

Order van 50.000 barrels meel met markeringsinstructie AMERICAN COMMISSION. 24 november 1914. Archief: CRB records, box 256, HILA

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.
In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Zevenentwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 27 meelzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van Sint-Gillis

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens  een slinger bloemen en bladeren in een rechthoek. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

Bijdrage van Sint-Gillis’ studentes aan studie-mogelijkheden van nú
Het Consulate General of Belgium in New York deelde dit blog op social media. Het consulaat legt het verband tussen de op school voor liefdadigheid versierde meelzakken en de Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF). De BAEF verschaft beurzen aan Belgische studenten om in de VS, en aan Amerikaanse studenten om in België te studeren. Het fonds is in 1920 ontstaan uit de financiële liefdadigheidsoverschotten van de Commission for Relief in Belgium.

‘𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US’. (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Crowdfunding ‘avant la lettre’: de studenten van 1915 leverden met hun werk een bijdrage aan de studie-mogelijkheden van nú.

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

 

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

From Aid to Embroidery in Ohio, USA

High demand for wheat. The Lima Morning Star and Republican Gazette, Lima, Ohio, October 24, 1914

American wheat sales rose to unprecedented levels in the fall of 1914 due to the European war. The wheat exchange in Chicago made record sales through purchases from agents of the German and English governments.

Northwestern Elevator and Mill Company, Mount Vernon, Ohio

An Ohion newspaper headlined “Flour Mills busy” in October 1914. Northwestern Elevator & Mill Co.’s two largest mills, in Mount Vernon and Toledo, and National Milling Co. in Toledo, coped well with the large orders. They exported their entire production to Liverpool, Glasgow and Paris[1]. 

Northwestern Elevator and Mill Co, American School painting, oil on canvas, 46×61 cm; photo: artnet.com

At the end of November, the mills made the newspapers again because of a humanitarian relief movement intended to help the population of occupied Belgium. The mills contributed to the relief effort of the Miller’s Belgian Relief Movement, organized by the Minneapolitan trade journal Northwestern Miller.

The Fulton County Tribune, Fulton, November 27, 1914

Northwestern Elevator & Mill Co. immediately pledged 50 barrels of flour and invited the citizens of Mt. Vernon to contribute to the relief campaign by purchasing at least one sack of flour at cost price:

 

The Democratic Banner, Mount Vernon, December 22, 1914

“The flour is to be shipped in heavy cotton bags containing forty-nine pounds. Anyone wishing to donate, can purchase flour from us at the cost price of $5.00 per barrel. No donations will be accepted for less than one forty-nine pound sack. … We will donate 50 barrels, and trust that enough more will be donated by our generous citizens to make the shipment from Mt. Vernon at least a car load of two hundred barrels.” (The Democratic Banner, 1 december 1914)

The call for aid made by Northwestern Elevator & Mill Co. was a success: a full train car with 820 sacks of flour (205 barrels) left for Philadelphia at the end of December to be delivered to SS South Point. The local organizing committee of Mt. Vernon thanked all donors through a newspaper article:

The Democratic Banner, Mt. Vernon, December 25, 1914
Flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en photo: HHLP 62.4.120

The Miller’s Belgian Relief Movement’s relief effort was successful throughout Ohio. Dozens of mills contributed for a total of 4,861 barrels of flour (equivalent to over 20 carloads, 19,444 sacks of 49 Lbs, 430 tons of flour). The Relief Report[2] stated the following regarding Ohio’s mills:

Ohio millers and residents donated 4,861 barrels of flour. Report Miller’s Belgian Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

Re-use of Ohio flour sacks in Belgium

Instructions from the Miller’s Belgian Relief Movement; Beatrice Daily Sun, Beatrice, Nebraska, January 2, 1915

Using cotton sacks was a necessary stimulus to the American cotton industry. The cotton sacks in which the flour was packed were intended for reuse in Belgium. The Belgian women and girls have gratefully made use of the cotton. After the sacks were emptied at the bakeries, they proceeded to make the sacks into clothes.

Flour sack “Belgian Relief Flour”, The Northwestern Elevator & Mill Co., Toledo, Ohio. Back of a jacket, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Decorated flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. col. and photo: HIA

An example of a jacket made from a Northwestern Elevator & Mill flour sack is part of the collection of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPL).

Most flour sacks are embroidered and embellished.

Belgian author Gilles wrote about a flour sack from Springfield, Ohio[3]:
Saturday 17 July 1915
The American sacks that contained the wheat flour for the Belgian National Relief and Nutrition Committee (CNSA) are particularly popular among collectors of war memories. The sacks are printed and the more characteristic the printing, the higher the sales price. A sack of 30 francs is printed with blue and red letters, the text reads in English:

                                               From the city of Springfield, Ohio
                                               As a testimony of affection
                                               Our friends the Belgians
                                               To this heroic nation
                                               God bless it!

Decorated flour sack The Moody & Thomas Milling Co, Peninsula, Ohio. Coll. and photo HHPL 62.4.391

Besides the jacket, I have located four more copies of the flour sacks delivered in Belgium by the Miller’s Belgian Relief Movement.
Two embroidered flour sacks have been preserved:

One flour sack of the Moody & Thomas Milling Co., Peninsula (collection HHPL); the second of The National Milling Co., Toledo (Hoover Institution Archives collection, Stanford University, HIA).

 

Flour sack “DEWEY’S”, The Dewey BROS. Co., Blanchester, Ohio. Coll. WHI; photo: author

Also, two original flour sacks have been preserved: one from Dewey Bros. Co., Blanchester (collection War Heritage Institute, Brussels (WHI)); the second of The National Milling Co., Toledo (collection HHPL 62.4.120).

 

OHIO Commission for Relief of European War Sufferers
Six weeks later, another appeal was made to Ohioans. The Ohio Commission for Relief of European War Sufferers was founded on January 4, 1915 in Columbus. During a luncheon those present decided to raise supplies and money to help victims of the European war, with the support of State Board of Commerce staff.

The Fulton County Tribune, Fulton, January 15, 1915
Mr. Edward Drummond Libbey (1854-1925) and Mrs. Florence Scott Libbey (1863-1938), ca. 1901; photo Wikipedia

President of the committee was E.D. Libbey from Toledo, treasurer E.R. Sharp from Columbus, Secretary O.K. Shimansky from Columbus.
The state of Ohio was home to European emigrants and their descendants from many countries; that is why the Commission made a broad effort to provide assistance to “European War Sufferers”. Priority was given to assistance to the Belgian population; the commission intended to secure a shipload of provisions for the Belgians to be moved early in February 1915.

The Ohio Woman’s Auxiliary: Mrs. Estelle Thompson, née Clark
Although men were appointed to the committee, women carried out the work. The existing and well-managed women’s organizations started working centrally and locally. Communication proceeded through letters, calls and advertisements in the newspapers; orally at regular meetings of clubs, churches and schools.

History of the Woman’s Section of the CRB, 1915

The Ohio Woman’s Auxiliary was headed by Mrs. Estelle Godfrey Thompson, née Clark (Massillon, Stark County 13.02.1862 – Columbus 29.06.1945), wife of President William Oxley Thompson of Ohio State University in Columbus. Mrs. Wm. O. Thompson was a member of The Woman’s Section of The Commission for Relief in Belgium, serving both on the “Executive Co-operating Committee” as chair of  the National Federation of College Women as the “State Chairmen” as chair of Ohio.

Estelle Clark Tompson in “Woman’s Who is Who in America, 1914/15”

Estelle Clark Thompson descended from a well-to-do Cleveland family; she worked as a teacher of dramatics at Western College for Women in Oxford, Ohio. At the age of 32 she married William Thompson; she was his third wife; he was twice widowed and had two daughters from his first and two sons from his second marriage. Estelle Clark Thompson took care of the four young children; she remained childless herself. She played an active role in Ohio women’s organizations and campaigned for women’s rights: “Favors women suffrage”.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. and photo CCHSM no. 4003

Mr. Brand Whitlock and Mrs. Ella Whitlock, née Brainerd
During World War I, the diplomat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, USA 04.03.1869 – Cannes, France 24.05.1934) was American minister plenipotentiary in Belgium seating in Brussels. He acted as patron of the international “Commission for Relief in Belgium” (CRB) and the Belgian National Relief Committee “Comité National de Secours et d’Alimentation” (CNSA), the organizations that coordinated and implemented food relief for the population in occupied Belgium.

Mrs. Ella Brainerd Whitlock; photo: Library of Congress

He lived in Brussels with his wife, Ella Whitlock, née Brainerd (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). Ella Brainerd Whitlock worked energetically to help the Belgian population and closely collaborated with the Belgian women’s organizations.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003

Brand Whitlock felt connected to the state of Ohio. Before becoming a diplomat in 1914, he had been elected mayor of Toledo four times (1906-1914); he had worked there as a lawyer from 1897. Due to his connection with Ohio, he became member of the honorary advisory commission of the Ohio Commission for Relief of European War Sufferers. He successfully appealed to the American people to aid the Belgians with food.

As a result of their work, the Whitlocks received many gifts for their efforts, including decorated flour sacks.

After her husband passed away, Ella Brainerd Whitlock returned to the US. She donated many objects, including their interesting collection of flour sacks to the Champaign County Historical Society in Urbana and Toledo. The Champaign County Historical Society Museum in Urbana (CCHSM) preserves this collection. See also the blog: Flour sack trip from Urbana to Overijse

Flour sacks with portrait of Brand Whitlock
Two flour sacks with Brand Whitlock’s portrait stand out.

Embroidered flour sack “American Commission”/ Brand Whitlock; 1915. Coll. and photo CCHSM, no. 4001

The origin of flour sack no. 4001 is “American Commission”; the Belgian embroiderer added as texts: “A.S.E.M. Brand Whitlock, M. P. des Etats-Unis à Bruxelles; E Pluribus Unum; La Belgique Reconnaissante 1914-1915”. The portrait looks like a lithography, surrounded by an embroidered green laurel wreath; to the left and right of the portrait are embroideries of the Belgian and American flags; on the lower part of the flour sack the “Great Shield of the United States” is embroidered, along with the eagle with spread wings and the stars representing the thirteen original colonies of the US plus the text: “E Pluribus Unum”.

Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003, recto
Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. col. and photo CCHSM, no. 4003, verso

The other flour sack, no. 4003, bears the original print “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana” via The Louisville Herald, produced by Louisville Milling Co, Louisville, KY. In Belgium, the sack had been printed with red letters: “A Son Excellence Monsieur Brand Whitlock, Ministre des Etats-Unis à Bruxelles. La Belgique entière acclame les Etats-Unis.” The flags of Belgium and the US are embroidered, as are the letters of the original print. The photo portrait of Brand Whitlock is colorized, signed “L. van Loo”. The photographer may presumably have been Leo Petrus Julius (Leon) van Loo (Sint-Joris-ten Distel 19.08.1841 – Cincinnati 10.01.1907) He was an art photographer born in Belgium, who emigrated to Ohio at the age of 15, following his Ghent teacher Charles Waldack. Waldack was able to emigrate to Cincinnati, because Leon van Loo’s father paid him in exchange for his son’s training as a photographer. Van Loo lived in Cincinnati for the rest of his life. It seems likely that he made a photo portrait of (a younger) Brand Whitlock in the US and that a print of the portrait ended up in his old hometown Ghent, Belgium, where it has been used for the flour sack(s).

SS Naneric; photo: Allen C. Green series (online)

State Ship SS Naneric
CRB’s New York office contracted the British steamship Naneric as State Ship of Ohio. SS Naneric had made an earlier trip to Calcutta, India, and had to voyage from there to New York to take the cargo on board. On that 65-day voyage from Calcutta to New York, SS Naneric passed through the Suez Canal and was caught up in war. The battle it found itself in was between the Allied army, supported by fire from French and British cruisers, and a Turkish land force, commanded by German officers.
Captain Tulloch of the Naneric reported that his steamer entered the Suez Canal on February 1, 1915 but had not been allowed to proceed because of the battle. After days delay, the vessel was permitted to proceed to Port Said, protected with sandbags. On March 8, SS Naneric docked in Philadelphia.[4]

The Ohio women’s fundraising campaigns were successful; trains brought carloads of flour to New York Harbor.

The Democratic Banner, Mt. Vernon, February 19, 1915
The Democratic Banner, March 9, 1915

On March 27, SS Naneric departed from New York as the Ohio State Ship with the relief supplies on board and arrived in Rotterdam around April 20. The relief supplies were transferred to barges for transit to the Belgian villages and towns. By the end of April, the Belgian bakers were able to bake bread from the flour and the local population could taste the good gifts that the people of the state of Ohio had given for a second time.

Original flour sack Bakoto Flour, Canton Feed & M’L’G Co., Canton, Ohio, 1915. Photo: US Embassy in Belgium

With the emptied flour sacks, the Belgian women and girls could continue with their charitable work, transforming them into souvenirs.

Nine embroidered sacks, presumably from the State Ship Ohio, have been preserved.

  • A sack of “Bakoto Flour” from Bako Mills, Canton Feed and M’L’G Co., Canton, is in the Embassy of the United States of America in Belgium in Brussels[5];
  • Three preserved “Square Deal” sacks from The Gwinn Milling Co., Columbus are in the Musée de la Vie wallonne in Liège (one embroidered, one original), respectively in Mons Memorial Museum in Mons (one embroidered);
  • Decorated flour sack “Square Deal”, The Gwinn Milling Co., Columbus, Ohio, 1915/16. Coll. Musée de la Vie wallonne
  • Detail original flour sack “The Famous White Loaf”, Sunbury Mills. Coll. RAHM Tx 2648 ; photo: author

    Five flour sacks “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, are preserved in both a private collection in Belgium (98 Lbs) and in the United Kingdom (49 Lbs) (both embroidered): at the In Flanders Fields Museum (IFFM), Ypres (98 Lbs, embroidered, panel in folding screen); at the Royal Art & History Museum (RAHM), Brussels (49 Lbs, original sack, Tx 2648); at Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca. (24 1/2 Lbs embroidered).

Burrer Mills, Sunbury, 1929; photo: BigWalnutHistory.com

Sunbury Mills, G. J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio
The history of the Sunbury Mills mill is detailed on the website of the Big Walnut Historical Society located at the Myers Inn Museum in Sunbury.
Gottleib Jacob (Jakie) Burrer (Germany, 03.01.1848 – Sunbury 18.02.1926) owned Sunbury Mills since 1875. It was a family business. He was married to Amy Ann Gammill; their sons Karl (age in 1914: 35), Paul (28), Rudolph (26) and Gordon (20) worked in the expanding business (including electricity generation and supply), which meant a lot to Sunbury. Sunbury Mills has been the longest operating mill in Sunbury. In 1945 the mill, which had meanwhile merged with the Condit Elevators, was sold to the Farm Bureau.

Charlotte Burrer, née Pagels: American Flour Sack Embroiderer in Ohio
The youngest Burrer son, Gordon Jacob (Sunbury 02.02.1894 – Pleasant Ridge, Ohio, 04.07.1960) is a war veteran. He served in World War I, in 1917/18, as a captain in the US Army Infantry.
At the age of 35 he married Charlotte Grace Pagels (1895 – Hamilton, Ohio, July 2, 1991); they married on October 3,1929 at Pleasant Ridge, near Cincinnati. They had three children: Charlotte Amy, Gordon Jacob and Frederick Pagels. Charlotte Pagels Burrer’s grandparents had been German emigrants.

Hoover Tower, 1941; photo: HIA

Charlotte deserves eternal glory for embroidering a Sunbury Mills flour sack! Yes, a flour sack “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury.
In which year she embroidered the flour sack I do not know, but it seems she produced the embroidery after a visit to the Hoover Tower at Stanford University in Palo Alto, California[6]. She became acquainted with the collection of decorated flour sacks in the archives of the Commission for Relief in Belgium, kept in the Hoover Institution Archives and was surprised to see an embroidered flour sack “White Loaf” from Sunbury Mills.

Decorated flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio. Embroidered in Belgium in 1915/16. Was a model for a replica of Ch. Pagel’s Burrer. Coll. Hoover Institution Archives

It inspired Charlotte to embroider exactly such a flour sack.

Embroidered Flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, Sunbury, Ohio. Replica of flour sack in Hoover Institution Archives. Embroiderer Charlotte Burrer, née Pagels, Cincinnati, Ohio. Coll. and photo: Community Library, Sunbury

Back home in Ohio, she looked for a flour sack printed with the “White Loaf” brand at Sunbury Mills and got to work. A so-called ‘Replica’ of the flour sacks decorated in Belgium during WW I was born; it is proudly preserved in Sunbury’s Community Library.
Former Sunbury librarian, Mrs. Polly Horn, is now curator of the Myers Inn Museum in Sunbury. She published a photo of Charlotte’s embroidered flour sack in her “Burrer Mills” blog. Thanks to her I came into possession of a photo of this embroidery by an American flour sack embroiderer: Charlotte Pagels Burrer.

Embroidery of flour sacks in WW I: getting started

American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” with embroidery patterns and detailed descriptions. Photo: Giftshop HHPLM

The embroidery of flour sacks in times of war and occupation has been a remarkable undertaking by Belgian women and girls in 1915/16. The recognition for their special work is recorded in the American booklet “Out of War. A Legacy of Art”.[7]

The publication came about as a group project from the Red Cedar Questers, Iowa. Belle Walton Hinkhouse took the initiative and Joanne Evans Hemmingway led the project to bring about the release.

Central to the book is the collection of decorated flour sacks from the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa. Former curator Phyllis Foster Danks of the museum (circa 1977-1986) contributed with her expertise on the “Embroidered Belgian Flour Sacks”.

Embroidery pattern “Viking ship” with description in the American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” (HHPL 62.4.401)

Two experienced embroidery teachers, Catherine Robinder and Angeline Hoover Shuh, analyzed the embroidery on the flour sacks.

Embroidery pattern “Bluebird” with description in the American booklet about the ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’. (HHPL 62.4.432)

They concentrated on decorations added by the Belgian women themselves and chose six copies for a reconstruction. The result are six embroidery patterns with detailed descriptions of threads used and embroidery stitches. Embroiderers receive instructions on which cloth to use for the pattern: you could use a sack, but that’s not necessary.
The embroidery patterns are:

  • Woman and sheep
  • Flemish scene
  • Viking ship
  • Bluebirds
  • Violets
  • Poppies

 

Anyone who wants to, can get started! Just like Charlotte Grace Pagel’s Burrer did embroidering her Sunbury flour sack.

Decorated flour sacks can inspire even more creative crafts!

Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915. Private coll. United Kingdom
Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Private coll. Belgium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Embroidered flour sack ”White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Panel in folding screen. Coll. IFFM

Thanks to:
– Mrs. Polly Horn, curator of the Myers Inn Museum in Sunbury, Ohio, for the wealth of information she sent me about the Sunbury Mill and the Burrer family. She is the author of dozens of blogs on the Big Walnut Area Historical Society.
Watch my program at YouTube:  “Decorated Flour Sacks in WWI. From Aid to Embroidery in Ohio”.
Program of the Big Walnut Area Historical Society, Ohio. Mrs. Polly Horn, director of the Myers Inn Museum in Sunbury invited me to develop this presentation. Enjoy!
– Mrs. Cheryl Ogden, director, and Megan, intern, of the Champaign County Historical Society Museum;
– Hubert Bovens from Wilsele, Belgium, for his research into the biographical data of photographer Leon van Loo.

– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

[1] The Tribune, Coshocton, Ohio, October 22, 1914

[2] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

[3] Gille, Louis, Ooms, Alphonse, Delandsheere, Paul, Cinquante Mois d’Occupation Allemande. Volume I 1914-1915. Brussels: Librairie Albert Dewit, 1919

[4] Los Angeles Times, Los Angeles, 9 maart 1915

[5] The US Ambassador, Mr. Gidwitz, showed the flour sack during a recorded message at the online opening of the exhibition ‘When Minnesota Fed the European Children’ on October 12, 2020. Here the link to the YouTube recording of the opening, the American ambassador speaks 4 minutes: you can find it between 3.30 and 7.50 min. https://www.globalminnesota.org/events/past-events/exhibit-opening-of-when-minnesota-fed-the-children-of-europe/

[6] The two black and white photographs of Hoover Tower and the embroidered Sunbury Mills flour sack in HIA are from the book: Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[7] Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West Branch, Iowa: Iowa State Questors, 1995.

“Out of War. A Legacy of Art” is available for purchase for $9.95 in the Gift Shop of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, USA.

 

 

 

‘America Feeding Belgian Children’: Allegorie van Joseph Dierickx

Kranten en tijdschriften waren de social media van 1916. Het werk op meelzak van de Belgische kunstenaar Joseph (ook: José) Dierickx is door hen opgepakt.
Dierickx tekende de allegorie ‘Amerika voedt Belgische kinderen’ en deze stond in januari 1916 vol in de schijnwerpers in de Verenigde Staten, dankzij de Amerikaanse persagent Curtis Brown in Londen.

Briefhoofd Curtis Brown, Londen, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

Curtis Brown International Publishing Bureau

Curtis Brown; foto: online

Curtis Brown Ltd. is heden ten dage een van ’s werelds toonaangevende literaire agentschappen en vertegenwoordigt sinds 1914 een breed scala aan gevestigde en opkomende auteurs van alle genres.
Het gerenommeerde bureau heeft een link met de versierde meelzakken gekregen door het artikel van haar oprichter Curtis Brown. De journalist Albert Curtis Brown (1866-1945) werd geboren in de staat New York. Hij verhuisde in 1888 naar Engeland om het International Publishing Bureau te leiden en begon in 1905 zijn eigen literaire bureau in Londen.

Caroline Curtis Brown, née Lord. Foto: Lean Connell, Londen; coll. Library of Congress

Brown was getrouwd met Caroline Curtis Brown, née Lord (1871-1950). Zij is vice-voorzitter geweest van de London Chapter, Foreign and Insular Division van het Amerikaanse Rode Kruis. Terwijl de oorlogswolken zich in Europa verzamelden, begeleidde Curtis Brown twee leden van het Londense personeel naar New York City en richtte de Amerikaanse tak van Curtis Brown Ltd. op in juli 1914. De dag na Brown’s terugkeer naar Engeland begon de Eerste Wereldoorlog. Het echtpaar Brown-Lord had drie kinderen, waarvan de oudste zoon in WO I in het leger diende. In correspondentie van 1915 schreef Brown dat hij Engeland niet zou verlaten tijdens de oorlog, omdat hij in Europa dicht bij zijn zoon wilde blijven.

Brief van Curtis Brown, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

De zoon, Marshall Lord Curtis Brown ( 1896-1928) , kapitein in het Britse leger, is tien jaar na de oorlog overleden in Londen; hij stierf, 32 jaar oud, aan de gevolgen van ziekte, opgelopen in de Slag aan de Somme in 1916. *)

Curtis Brown leidde zijn persagentschap naast het literaire agentschap. Als persagent schreef hij op 13 januari 1916 over de stapels versierde meelzakken, aangekomen in het kantoor van de CRB in Londen. Dit bericht mét foto’s verspreidde hij in de VS; het werd door de Amerikaanse media opgepikt en gepubliceerd.

De kranten over Dierickx’ meelzak in 1916

Sunday Star Washington D.C., 23 januari 1916

Het artikel van Curtis Brown is op diverse wijzen overgenomen.
In Washington verscheen het volledige artikel met vermelding van het copyright van Curtis Brown[1]:

Belgian People Show Appreciation of America’s Aid
Painting done on an empty flour sack and returned to Commission for Relief in Belgium. The skilled artist shows “America Feeding Belgian Children”. The children are being passed up by a figure depicting broken Belgium, and the man is also raising the American flag to his lips.”

(‘Belgen tonen waardering voor Amerika’s hulp’
Schildering gedaan op een lege meelzak en teruggestuurd naar de Commission for Relief in Belgium. De bekwame kunstenaar toont ‘Amerika voedt Belgische kinderen’. De kinderen worden haar aangereikt door een figuur die het gebroken België uitbeeldt, de oude man brengt ook de Amerikaanse vlag naar zijn lippen’)

San Francisco Chronicle, 23 januari 1916

Een krant van San Francisco kopte: ‘Belgians’ Method of Showing Gratitude to America’.

Literary Digest, 12 februari 1916

Het tijdschrift Literary Digest vermeldde onder de titel ‘Tokens of Belgian Gratitude’: ‘America Feeding Belgian Children: An empty flour-sack, painted by the Belgian artist, Joseph Diericks showing the bruised figure of Belgium offering the young for America to feed, while kissing the flag of our country’.[2]

Joseph Dierickx: Allegorie ‘à la sanguine’

Voormalige atelierwoning Joseph Dierickx in Ukkel, Auguste Dansestraat 56; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Inventaris van het bouwkundig erfgoed; foto: online

Joseph Henri Dierickx (Brussel 14.10.1865 – Ukkel 28.10.1959) was een Belgische schilder van historische scènes, genretaferelen, landschappen, portretten en maakte tal van muurschilderingen; ook was hij actief als architect. Dierickx studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, daarna vestigde hij zich in Ukkel. Tijdens WO I leidde hij de tekenschool van Ukkel en was lid van de ‘Uccle Centre d’Art’. Later gaf hij 38 jaar les aan de School voor Sierkunsten van Elsene. Zijn broer Omer Dierickx was ook een bekende schilder.

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Joseph Dierickx was vijftig jaar toen hij op meelzak een allegorie ‘à la sanguine’, in rood krijt, schetste. Op de voorstelling ligt het voetstuk van een kapotgeslagen monument met ionische zuilen en een beeld van de godin Pallas Athene dat ter aarde is gestort. Een vrouw, de personificatie van ‘Amerika’ (of ‘Columbia’) voedt een kind aan haar borst. Een tweede kind wordt haar aangereikt door een uitgeputte, oude man, de personificatie van België, terwijl hij de Amerikaanse vlag kust. Aan hun voeten ligt een terneergeslagen jonge man, hij bedekt zijn naaktheid met de Belgische vlag.

Joseph Dierickx, detail palmtak , krans, 1914-1915; foto: HHPL

De figuren op de voorgrond zijn nagenoeg naakt afgebeeld, op de achtergrond zit de gebogen gestalte van een in kleding verscholen vrouw.
Dierickx vermeldde de jaartallen 1914-1915 links en rechts van een palmtak waarin een gevlochten krans; hij schreef in de linkeronderhoek ‘ESQUISSE’ (schets); in de rechteronderhoek signeerde hij met ‘Joseph Dierickx’.

De meelzak is afgewerkt met een eenvoudige goudbruine, stoffen band, vastgenaaid langs de randen van het doek als kader van de allegorie. Het doek is aangebracht op dik papier; de afmeting totaal is 61×91 cm.

Borstvoeding op meelzak

Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP
Henri Logelain, Moeder zoogt kind, meelzak beschilderd, 1915, detail; coll. en foto: HIA

Met de schets van Dierickx op meelzak voegde hij zich bij een andere kunstenaar die op meelzak de voedselhulp tijdens de bezetting associeerde met de borstvoeding van de vrouw. Henri Logelain borstelde het portret van Moeder zoogt kind, 1915; de meelzak is bewaard in de Hoover Institution Archives, George I. Gay Papers.

De kunstenaar herhaalde zich
Bij de bestudering van de meelzakken is me opgevallen dat de professionele kunstenaars zichzelf op organische wijze herhalen in hun kunstwerken. Meestens hergebruikten kunstenaars op de meelzakken voorstellingen van werk dat zij vroeger gemaakt hadden. Zie voorbeelden bij Armand Rassenfosse, Antoine Springael, Roméo Dumoulin en Godefroid Devreese.

Joseph Dierickx herhaalde zich enkele jaren later. Of beter gezegd, hij werkte zijn trieste allegorie van 1915 uit tot een gelukkig tafereel in 1919, na de Armistice. Hij tekende het in opdracht van het gemeentebestuur van zijn woonplaats Ukkel. Het diende als getuigschrift voor de mensen die zich tijdens de oorlog hadden ingezet ten behoeve van de gemeenschap.
‘Diplôme de reconnaissance délivré par l’Administration communale pour services rendus aux oeuvres ou services communaux durant la guerre. Dessin original de José Dierickx’.[3]

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919; afm. 35×43 cm; foto in ‘Uccle 14-18’, Ucclensia

Wat we onder meer zien op de tekening: Een vrouw, de ‘Gemeente’ stapt van haar troon waarop het wapen met St. Pieter, beschermheilige van Ukkel; zij houdt een palmtak boven de hoofden van de oude man, ‘gebroken België’ op wiens schouder een jonge man (een vitale kerel, teruggekomen van het slagveld?) zijn hand legt, zijn plunjezak ligt op de grond.

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919, detail; foto: ‘Uccle 14-18’

Een tweede vrouw, de ‘Liefdadigheid’ heeft een kind in de linkerarm met de rechter voedt zij een meisje. Alle figuren zijn gekleed. Op de achtergrond twee figuren, zij rooien aardappelen in het veld. Boven het hoofd van de oude man, centraal in het beeld, torent de kerk van Ukkel, de Sint-Pieter. Waar in 1915 de figuren op de voorgrond naakt waren, zijn het nu de figuren op de achtergrond. De kunstenaar signeerde met ‘José Dierickx’.
Het gemeentebestuur besloot tot de opdracht aan Dierckx op 23 januari 1919; in juli 1919 ontving Dierickx 750 francs voor het ontwerp van het diploma.

Ukkel op oude ansichtkaart; foto: online

Roodkrijt in Ukkel: Dierickx en Devreese
Omdat het getuigschrift in 1919 een ontwerp is geweest in opdracht van het gemeentebestuur van Ukkel, vraag ik me af of Dierckx’ allegorie in roodkrijt op meelzak die hij eerder maakte, eveneens in opdracht van de gemeente of wellicht via een inwoner zal zijn uitgevoerd. Burgemeester Paul Errera van Ukkel en zijn vrouw Isabella Errera, née Goldschmidt, waren actieve bevorderaars van de kunsten, zouden zij betrokken zijn geweest? Eerder schreef ik een blog over de monochrome tekening in roodkrijt van de beeldhouwer Godefroid Devreese op de meelzak ‘Perfect’, afkomstig uit de collectie van Isabella Errera (KMKG-MRAH Tx 2626). In mijn onderzoek ben ik nog geen andere roodkrijt tekening op meelzak tegengekomen.

Bulletin KMKG-MRAH, 2013, blz. 121

Zou er verband kunnen zijn geweest tussen de schetsen op meelzak van Dierckx en Devreese? In het artikel van professor Guy Delmarcel in het Bulletin van het Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, zijn beide op één pagina (blz. 121) afgedrukt.[4] Ik heb dat tot nu toe toegeschreven aan de opmaak van het tijdschrift en de kleurovereenkomst van de roodkrijttekeningen op de meelzakken. Maar misschien is het een onbewust samenbrengen geweest van twee ontwerpen die in de kiem al met elkaar verband hielden.

Beide oorspronkelijke meelzakken zijn losgetornd en opengewerkt; de tekeningen zijn beide voorzien van de jaartallen 1914-1915. De meelzak van Dierckx ging op reis; de meelzak van Devreese bleef bij Isabella Errera in Brussel.

Wellicht dat de allegorie van Dierickx geschenk is gegeven aan de CRB met toelichting op de voorstelling. Bij aankomst in Londen van meelzak en toelichting heeft Curtis Brown daar kennis van kunnen nemen en zijn artikel geschreven.

Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.

Ann Arbor Milling Company at Argo and Broadway Bridge, ca. 1900/1919; foto Ann Arbor, Michigan photograph collection

Dierickx gebruikte voor zijn kunstwerk een meelzak Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.; hij stemde zijn compositie af op de oorspronkelijk bedrukking in blauwe letters.

Miller’s Belgian Relief Movement, Northwestern Miller, 1914-1915

De meelzak kwam naar België met de hulpactie van de Millers’ Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller in Minneapolis. ‘Ann Arbor-Michigan Milling Co. and citizens 231 barrels. Also 1 bag beans’ staat vermeld op de lijst van schenkers.[5] Het schip South Point vervoerde de lading van Philadelphia naar Rotterdam, het vertrok op 11 februari 1915 en kwam aan op 27 februari 1915.

Central Flouring Mill, 1902. Pictorial History of Ann Arbor; foto: Ann Arbor District Library

In Ann Arbor aan de rivier de Huron in de staat Michigan was een conglomeraat van maalderijen actief onder de naam Michigan Milling Co., het was de belangrijkste industriële bedrijvigheid in de plaats. Ook Ann Arbor Milling Co. maakte deel uit van het conglomeraat, dat in 1913 een geschatte output had van één miljoen dollar per jaar. De meelzak is geproduceerd door de zakkenfabrikant M.J. Neahr and Company in Chicago.

 Een soort museum in het CRB-hoofkantoor in Londen
Curtis Brown beschreef de aankomst van de versierde meelzakken bij het CRB-hoofdkantoor in Londen, waar een soort ‘museum’ werd ingericht:
Belgium is a nation of artistry, painters, embroiderers and workers in lace. These have now taken these flour sacks and made use of them in set forth appreciations of their gratitude. Scores are pouring into the head offices of the relief Commission in London …
Often a genuine artist sets to work, making the poor texture of the sacking his canvas, and there with his brush interprets the feeling of his people.

A sort of museum has been started for all these things at the commission headquarters here.”

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Dierickx’ meelzak naar Amerika
Dankzij het artikel van Curtis Brown komen we twee dingen te weten. Ten eerste was de meelzak van Dierickx in januari 1916 in Londen. Ten tweede was het een geschenk aan ‘de Amerikanen’ via de Commission for Relief in Belgium.

Tegenwoordig beschouwen de meeste schrijvers de versierde meelzakken in de archieven van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium als geschenken aan Herbert Hoover persoonlijk in dank voor zijn werk.
Curtis Brown’s artikel nuanceert dit beeld: de meelzakken, waaronder de allegorie ‘America Feeding Belgian Children’ van Joseph Dierickx, was een blijk van waardering voor de Amerikaanse hulp.

Vroegere tentoonstelling van versierde meelzakken, collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum. foto: Pinterest, geupload door Judy Francesconi

Dierickx meelzak is nu in Amerika. De meelzak zal óf in 1916 verscheept zijn naar het CRB-kantoor in New York en daar bewaard, óf zijn gebleven in het ‘CRB-museum’ in Londen en op enige tijd als memorabilia vanuit Engeland verstuurd zijn naar de Hoover Institute Archives op Stanford University in Palo Alto, Californië. In 1962 is Dierckx’ meelzak als onderdeel van een grote collectie meelzakken verhuisd naar de huidige bewaarplaats: de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West-Branch, Iowa (HHPL inv. nr. 62.4.435).

 

Dank aan
– Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar;
– Eric de Crayencour uit Ukkel voor toezending van ‘’14-18. Uccle et la Grande Guerre’, Ucclensia;
– Liesbeth Lievens uit Geel voor toezending van het artikel van Curtis Brown in The Sunday Star, Washington D.C.
– Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum, Ieper, voor informatie over Marshall Curtis Brown

De graven van Albert Curtis Brown, Caroline Lord Curtis Brown en hun zoon Marshall in Lisle, Broom County, NY; foto: findagrave.com

*) Marshall Lord Curtis Brown diende in het Britse leger. Hij kwam op 25 juli 1915 aan in Frankrijk als luitenant in het Machine Gun Corps, Motor Batteries; later werd hij Captain; zijn brieven aan zijn familie vanaf het slagveld in WO I zijn bewaard gebleven in de archieven van Princeton University Library: de Marshall Curtis Brown Collection.
De graven van hem en zijn ouders bevinden zich in Lisle, Broome County, NY

[1] Curtis Brown, ‘Belgian People Show Appreciation of America’s Aid’. The Sunday Star, Washington, D.C., January 23, 1916; geschreven in Londen op 13 januari 1916.

[2] San Francisco Chronicle, 23 januari 1916; Literary Digest, 12 februari 1916, ‘Tokens of Belgian Gratitude’

[3] Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et environs, ’14-18. Uccle et la Grande Guerre’. Ukkel, 2018, p. 54, 106, 144

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013

[5] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

Round trip Kansas-Limburg in seven steps

At the end of the year 2020, in which travelling for people became increasingly difficult due to the measures against the corona virus, I would like to tell you about the journey of flour sacks from the state of Kansas in the US to the province of Limburg in Belgium and back: Kansas-Limburg in seven steps.

The flour sack journey from Kansas to Limburg and vice versa took place in fifteen months, between November 1914 and February 1916.

1) In November and December 1914, the Kansas Belgian Relief Fund, led by former Governor W.R. Stubbs, collected money for relief supplies to be sent to the population of occupied Belgium. The committee used the gifts to purchase flour from local mills to a total value of $ 400,000.

Railroad car with inscription “Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan.” Photo: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

The cargo went by railroad to New York Harbor, there were 150 railroad cars loaded with 50,000 barrels of flour, the equivalent of about 200,000 sacks of flour.

 

Departure of SS Hannah from New York. Photo: The Topeka Daily Capital Sun, January 10, 1915

2) On January 5, 1915, steamship Hannah, loaded with the relief goods collected by the people of Kansas, left New York Harbor.
The ship was waved goodbye by hundreds of people. The Kansas delegation at the harbor consisted of 50 people.

Josephine Bates-White hoists the flag in the top. Photo: NYT, January 17, 1915
Josephine Bates, née White. Photo: online

Mrs. Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, USA, 20.10.1934), together with the captain of the ship, hoisted the flag from the mast.
Josephine Bates was known by her husband’s name as Mrs. Lindon W. Bates. She was the Chairwoman of the Woman’s Section of the Commission for Relief in Belgium (CRB).

The Woman’s Section was founded in New York in November 1914 with the aim of bringing all women’s organizations in the US under one umbrella to coordinate their many lavish relief efforts for Belgium.

The Woman’s Section of the CRB. Photo: The History of the Woman’s Section, February 26, 1915
Ida M. Walker, née Abrahams , Chairwoman of the CRB Woman’s Section for the State of Kansas. Photo: online

The Chairwoman of the Woman’s Section for the State of Kansas was Ms. Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, USA, 2/22/1886 – Norton, Kansas, USA, 6/18/1968). She continued the fundraising campaigns for Belgium even after the departure of the Hannah. In May 1915 she campaigned for the collection of 10,000 food boxes and repeated this in December as a Christmas campaign.

 

 

The Topeka Daily State Journal, May 4, 1915

3) On January 27, 1915, SS Hannah moored in the Maashaven in Rotterdam. Transshipment of relief goods in inland vessels for transit to the provinces in Belgium started immediately. The ships run fixed routes to the Belgian cities and villages.

New Britain Daily Herald, February 27, 1915

The distribution of the relief supplies was overseen by Mr. Charles F. Scott of Iola, Kansas, farmer’s son, owner of The Iola Daily Register newspaper and former Kansas State MP.

May Scott, née Ewing. Youth photo: online

He was married to May Ewing Scott, a politically active woman. Scott had come over specifically for this purpose at the insistence of the CRB. He traveled at his own expense and risk, a significant detail, as a competing newspaper spread falsehoods by stating that Scott used the Kansas people’s money raised for Belgium for his “jaunt.”
Thanks to Scott’s report of his journey by telegram dated February 8, 1915 from London, it was announced in Kansas that the cargo of the Hannah had arrived in good order with the Belgian population. Scott was back in Kansas in late February, providing a vivid account of his journey at the Auditorium in the capital, Topeka, on March 10, 1915, before an audience of nearly 2,000. His visit to Cardinal Mercier in Malines made a big impression. In the months that followed, Scott had a full schedule of lectures about his trip and reached a large audience.

The Food Committee of Tessenderloo, province of Limburg, Belgium, with CRB-delegate Tracey Kittredge. Photo: “In Occupied Belgium”, Robert Withington, 1922
Decorated flour sack “Blue Bell”’, Russell Milling Co.; embroidered by Caroline Gielen, Bilzen, Belgium. Coll. and photo: KSHS

4) Meanwhile in Limburg the sacks of flour had been emptied at the bakeries and handed over to charity organizations and (monastery) schools. Embroiderers went to work decorating Kansas’ flour sacks, in Bilzen, Hasselt, Hoesselt, Lommel and Neerpelt, among others.

– Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 years old in 1915. She embroidered a flour sack “Blue Bell” from Russell Milling Company, Russell, with the text “God bless you” and an appliqué American flag. She applied a wide strip of ribbon, hand-painted with golden sheaves of grain, all around.
Caroline’s father, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926), was a member of the “Permanent Deputation” (now “Deputation“), the executive body of the province of Limburg. Her mother was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Decorated flour sack “Riley County”; embroidered by Angèle Veltkamp, ​​Hasselt. Coll. and photo: KSHS

– Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05.1898 – Embourg 31.10.1975) in Hasselt was 17 years old in 1915. She worked on a flour sack “Kansas Flour for Relief in Belgium” by the residents of Riley County, filled up with flour by The Manhattan Milling Co., Manhattan. With shiny silk threads she embroidered the small coat of arms of Belgium with the motto “L’union fait la force” (“Unity is strength”) and the Order of Leopold. “Reconnaissance à L’Amérique” (“Gratitude to America”) is in an arc over the coat of arms, the years 1914-1915 and the name of the municipality “Hasselt”. The flour sack is unfolded and edged with red, yellow and black string. In the middle is an artful bow with a red, yellow and black ribbon.
After the war, Angèle Veltkamp married Maurice Schuermans on 27 September 1919 in Elen (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); he was an aeronautical engineer.

Decorated “Pawnee County” flour sack; embroidered by Orphanage Hoesselt. Coll. and photo: KSHS

– The “Orphanage” in Hoeselt embroidered a flour sack from Pawnee County. They cut the sack into strips and put a wide edge of bobbin lace between and around it. The embroidered text read: “From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.”

– The Orphelinat St. Joseph of the Réligieuses de la Providence (Orphanage St. Joseph of the Sisters of Providence) in Hoeselt embroidered a flour sack from the mill D. Gerster, Burlington with the brand name ”Excelsior-Water Mill-Victor”. A banner bore the text “Dieu bénisse nos Bienfaiteurs” (“God bless our benefactors”). The flags of Belgium, France and the US were added. A ribbon in red, yellow and black bordered the flour sack.

Embroidered flour sack ‘Victor’ , D. Gerster, Burlington; embroidery by Orphelinat, Hoesselt. Coll. and photo: KSHS
Decorated flour sack “Kaw Flour”, Kaw Milling Co. (verso); embroidered by Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. and photo: KSHS

– Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 years old in 1915. She transformed a flour sack from Kaw Milling Co., Topeka, into a cushion cover with a red, yellow and black ribbon and a border of golden yellow ribbon. The flour sack, originally printed on both sides, has the brand name “Perfection Flour” on one side, with an image of an eagle with open wings and grain stalks between its legs.

Decorated flour sack “Kaw Flour”, Kaw Milling Co. (recto); embroidered by Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. and photo: KSHS

The other side bears a smaller bird as a logo. It is embroidered in blue and white bordered by stalks of grain. Underneath an appliqué with an embroidered Belgian flag and “L’Union fait la Force”. The brand name “Kaw” refers to the river Kaw, also known as the “Kansas river”.

Gabrielle Tournier opened a textile warehouse with her husband, 1938; adv. HBvL 1937.12.25

Gabriëlle Tournier married Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Veteran 1914-1918; Croix de guerre (“Cross of War”) 1914-1918. They had six children, two daughters and four sons.

 

Decorated flour sack from Imboden Milling Co.; embroidered in Neerpelt. Coll. and photo: KSHS

– In Neerpelt there is a flour sack from the Imboden Milling Company, Wichita, embroidered by Maria Moonen with the text “Merci à l’Amérique” with the Belgian and American flags and a bow in red, yellow and black. A ribbon in the colors of the American flag is woven through the fabric. The sack is edged with a wide bobbin lace rim.

 

Decorated flour sack Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); embroiderer Madme Jean Noots. Coll. and photo: KSHS

– A flour sack from Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is embroidered by Madame Jean Noots. All printed letters and the logo are over-embroidered in the colors red, yellow, black, with blue and gold. The sack is originally printed on both sides. The flour sack has edges with gold-colored fringed straps, fastened with threads in red, yellow and black.
The maiden name of Madame Jean Noots was Maria Elisabeth Slegten (Sint-Huibrechts-Lille 1854.12.12 – Haasdonk 1935.04.21). Her father was a merchant, her mother a farmer. She married the agent Jean Noots in Neerpelt on 1880.08.15. They had three children. Jean Noots died twenty years after their marriage in 1900.

Decorated flour sack Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); embroiderer Madame Jean Noots. Coll. and photo: KSHS

 

 

 

5) Autumn 1915 a series of decorated flour sacks, including the Limburg embroidery works described above, was given as a gift to CRB delegates as thanks for the food relief. The decorated flour sacks have been transported from Brussels to Rotterdam and from there to the CRB office in London.

Stella Stubbs, née Hostetler, the wife of ex-gov. W.R. Stubbs. Photo: online

In London, Millard K. Shaler, secretary of the CRB, commissioned seven Kansas flour sacks to ex-gov. Stubbs from the Kansas Belgian Relief Fund in Topeka and included a thank you letter.

The Topeka Daily Capital, February 6, 1916

6) In February 1916, the seven decorated Kansas flour sacks arrived via Mr. Stubbs at Secretary Dillon of the Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. On February 6, The Topeka Daily Capital published an article under the headline “Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas”, featuring a photo of four of the seven flour sacks. The caption read “Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans”.

Advertisement mentions the flour sacks display in The Mills Stores Company’s window display. The Topeka Daily State Journal, February 7, 1916

The decorated flour sacks were immediately displayed to the public in a shop window in the center of the city. They then moved to the State Historical Building in Topeka to be preserved “as a lasting memento of the great European war and Kansas’s part in helping the Belgians.”

Collection of seven decorated flour sacks at the Kansas Museum of History. Photos: KSHS; collage Annelien van Kempen

7) Today the seven decorated flour sacks are part of the Kansas History Museum collection of the Kansas Historical Society. At the time, the Historical Society received the flour sacks from the Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, “The taste of war”, February 2015. Photo: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen, Belgium

In February 2015, the Riley County embroidered flour sack, embroidered by Angèle Veltkamp for the municipality of Hasselt, returned temporarily to Belgium. The Kansas History Museum lent the memento to the “Stadsmus”, the city museum of Hasselt, for the exhibition “The taste of war”.

As a result, this decorated flour sack once again, one hundred years later, made the “Round trip Kansas-Limburg”, though this time directly.

Round trip Kansas-Limburg in seven steps. Timeline design: Annelien van Kempen

 

Special thanks to Hubert Bovens, Wilsele, Belgium, specialized in researching the biographical data of artists, for the research of the biographical data of the four Limburg embroiderers Caroline Gielen, Angèle Veltkamp, Gabriëlle Tournier and Madame Jean Noots.
Special thanks to Michaël Closquet from Rocourt; he provided the dates of death of both Angèle Veltkamp and her husband Maurice Schuermans.

 

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van bloemzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met de hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Josephine Bates-White hijst de vlag in top. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.
Josephine Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de Commission for Relief in Belgium (CRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the CRB. Foto: The History of the Woman’s Section , 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met CRB vertegenwoordiger Tracey Kittredge.  Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ bloemzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898 – Embourg 31.10.1975) was 17 jaar in 1915 en woonde in Hasselt. Zij werkte aan een bloemzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De zak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een bloemzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de zak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.

Gabriëlle Tournier opende met haar man een Stoffenmagazijn, 1938; HBvL 25.12.1937

Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

 

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een bloemzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

– Een bloemzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door Madame Jean Noots.  Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

De randen van de bloemzak zijn afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.
De meisjesnaam van Madame Jean Noots was Maria Elisabeth Slegten (Sint-Huibrechts-Lille 12.12.1854 – Haasdonk 21.04.1935). Haar vader was koopman, haar moeder landbouwster. Zij was getrouwd met de zaakwaarnemer Jean Noots in Neerpelt op 15.08.1880. Zij kregen drie kinderen. Jean Noots overleed twintig jaar na hun huwelijk in 1900.

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde zakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-bloemzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-zakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven versierde bloemzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde zak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de vier Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp, Gabriëlle Tournier en Madame Jean Noots.
Bijzondere dank aan
Michaël Closquet uit Rocourt; hij bezorgde de overlijdensdata van Angèle Veltkamp en haar echtgenoot Maurice Schuermans.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

Meelzakken in het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België

De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.

De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel

Het Prentenkabinet
Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.

De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur

Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.

Kunstenaar: Arthur Douhaerdt
Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Brussel 18.07. 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.

Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Lithografie
Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.

Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks.
‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerdt, Uccle – Brabant, Belgique’
(Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)

Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co, Minneapolis, Minn. 1914/15. Coll. HIA. Foto: coll. auteur

Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op:
‘Belgian relief Flour
From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A.
From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A.
From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’

Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken. Douhaerdt woonde en werkte in Ukkel van 1908 tot 1919.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet. Douhaerdt had een uitmuntend vakmanschap in de lithografie; hij werkte twintig jaar als directeur voor de ‘Cercle d’Etudes lithographiques’ en de ‘Ecole de lithographie’, onderdeel van de Institut des Arts et des Métiers in Brussel. *)

Origine meelzakken uit de VS

Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet

De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.

Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet

De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]

Kunstenaar: Henri Thomas
Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).

Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.

De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.

Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.

Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.

Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.

Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.

Origine meelzak uit Canada
Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.

Maalderij Duncombe Bros. Waterford, Ontario, 1906. Foto: worthpoint.com

De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]

Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

Diplomaat: Brand Whitlock

Geborduurde meelzak Brand Whitlock. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org

De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.

 In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas:
‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’

“La résistance” in het Hoover Institution
In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.

Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan

“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.

Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives.
The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’

Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
Handtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.

Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.

Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.

Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur

Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.

Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.

 

– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over
* de biografische gegevens van de kunstenaars;
* de licentiaatsverhandeling van Vincent Gabriëls over Arthur Douhaerdt.

*) Gabriëls, Vincent, Arthur Douhaerdt (1871 – 1954) en de lithografie in België. Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, licentiaatsverhandeling, 1990

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.

[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).

[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.

[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.

 

 

Belgian embroiderers in Mons

My search for one specific image: women who are actually embroidering flour sacks has been successful! This is the photo: two Belgian embroiderers holding embroidery needles and the flour sacks they were working on.

Decorated flour sacks from WWI: Belgian embroiderers in Mons

The ladies were posing for the photographer with a series of original printed, unprocessed flour sacks in the background, probably in 1915. The location was Mons, the capital of the province of Hainaut. The women were committed to the charity work for prisoners of war, the “Mallette du Prisonnier”.

May 4, 2020, Monday afternoon, the long-sought photo ended up in my mailbox, sent spontaneously by Rob Troubleyn. What a gift! Rob Troubleyn is a specialist in the history of the Belgian Army during WWI at the In Flanders Fields’ Knowledge Center in Ypres. Rob is one of the leaders of the “100 years of the First World War” project of VRT NWS, the news service of the Flemish Radio and Television broadcaster. During my research in the Knowledge Center, June 2019, we had met and exchanged contact details. It resulted in this great surprise.

This book contains the photo on p. 109

The photo is printed in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918” by Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), published in the series “Ville en Guerre” at Renaissance du Livre in 2016.
The photo itself is solidly archived in the Musée de la Vie Wallonne in Liège, so it was not hidden in a dusty archive or stored in a box in the attic!

“Mallette du Prisonnier”
In Mons, the prisoners of war relief had been organized by the “Committee de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne“, abbreviated <mallette du prisonnier> (literally translated “prisoner’s suitcase”). Several local newspaper reports referred to this in the fall of 1915.

The atmosphere of a game of bounce (jeu de balle) in Charleroi. Photo: Catawiki, Postcards 1900-1940

Sports competitions were organized, such as football, cycling, athletics and bounce (“jeu de balle”), the proceeds of which were for this good cause. [1]

Selling unprocessed and decorated flour sacks would also have been part of the money collection as is shown in the photo.

The photo with caption on p. 109 in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18”

The caption to the photo reads: “Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’ Agence belge de renseignement.
(Young women employed in the work <La mallette du prisonnier> assemble crates of food intended for prisoners of war, Mons, 1915. “La mallette du prisonnier” is part of the Belgian “Information Agency”).

The “Work of the Prisoners of War” was organized locally throughout Belgium. The aim was to raise money and donations in kind to help Belgian prisoners of war in Germany. It took care of shipments of clothing and food. The organization consisted of a group of dedicated (young) ladies and gentlemen who came together to compile and send packages. Thousands of packages of clothing and foodstuffs were shipped to Germany every year. All towns and villages took care of the prisoners from their own community. (See my blog “Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen“)

Embroidery

Belgian embroiderers in Mons. Photo: La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18

The caption of the photo doesn’t properly describe what is actually visible in the photo, namely four young women, two of whom have flour sack embroidery in hand, decorated with empty, unprocessed flour sacks. On the table is a box, “the suitcase”, which the standing woman is filling. The seated woman, on the right, is holding a book, probably the notebook in which orders were written. At the “Caisse de Vivres” the benefactors could buy or donate their packages weighing two kilograms for three francs and five kilos for six francs, it says on the “Mallette du Prisonnier” placard.

Four small flags, of which I recognize the Belgian and American, confirm the patriotic background of the activity.

Photo collage of flour sacks identical to the ones on the photo of “Belgian embroiderers in Mons”

The flour sack prints are very recognizable. Processed and unprocessed flour sacks with these prints can be found in public and private collections, both in Belgium and the US. [2]

On the left, the lady on the chair has a backrest, a “Sperry Mills American Indian” flour sack, very popular amongst collectors, as much in 1915 as now in 2020. A sack “Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS” is hanging from the table. On the left wall are two flour sacks “CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon” and “American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net“. In the center above the table we see the flour sack “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald“. To the right of that I distinguish the flour sack “Contributed by the People of Indiana USA“, collected by the Indianapolis Star newspaper for the Belgian Relief Fund. On the top right wall a flour sack “Hanford Roller Mills, HG Lacey Company, Hanford, California” has been hung. Underneath is a flour sack “Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.” Finally, I see behind the standing young woman a “Chicago’s Flour Gift” sack, collected by the “Chicago Evening Post“.

The two flour sacks in the hands of the embroiderers are currently not identifiable to me.

Exhibition “Sacs américains brodés”: decorated flour sacks
In early 1916, embroidered flour sacks were exhibited in Mons in a shop window.

Le Quotidien, January 8, 1916

In Mons. The “prisoner exhibition”. – Since a few days we can admire a shiny decor of fine woodwork and scarlet fabrics in the Mali windows in the Rue de la Chaussée in Mons, in which artworks are presented, paintings, watercolors, photography, pyrography, tin, brass and relief leather, embroidered flour sacks, various kinds of lace, embroidery, etc. All this together is the ‘Exhibition of the Mons prisoner’; everyone contributed to the constitution. Men and women, children and old people, rich and poor, they all turned out to be artists!” [3]

Mons Memorial Museum
The Mons Memorial Museum has a collection of nine decorated WWI flour sacks. Curator Corentin Rousman previously sent me an overview photo of the museum’s permanent exhibition, which contains some WWI flour sacks.

Permanent display in Mons Memorial Museum. On the right side of the wall some decorated flour sacks in WWI. Mons Memorial Museum collection

Now that I take a closer look at this photo, I am delighted to see two flour sacks that are the same as the ones in the photo of the embroiderers: “Sperry Mills” and “Rockefeller Foundation“!

Coincidence or not, the decorated flour sacks in WWI continue to fascinate me!

My sincere thanks to Rob Troubleyn for sending the pictures!

 

[1] Le Bruxellois: August 13 and December 6, 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: September 9 and 16; October 14 and 20; November 5; December 5, 1915; January 25, 1916

[2] The photo collage contains eight flour sacks from the following collections:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, California: HHPLM
American Consul The Rockefeller Foundation: MRAH, Brussels
Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
Sperry Mills American Indian, California: IFFM, Ypres
Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: MRAH, Brussels
Contributed by the People of Indiana: WHI, Brussels

[3] Le Quotidien, January 8, 1916

Belgische borduursters in Bergen

Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.

Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.

Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.

Dit boek bevat de foto op p. 109

De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!

‘Mallette du Prisonnier’
In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.

De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940

Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]

Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.

De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’

Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’
(Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).

Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)

Borduurwerk

Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.

Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’

De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.

De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.

Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken
Begin 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.

Le Quotidien, 8 januari 1916

‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]

Geborduurde meelzakken The Gwinn Milling Company Columbus Ohio, 1916 en Mohns-Frese Milling Co., San Francisco, Ca. Coll. Mons Memorial Museum; foto: D. Dendooven

Mons Memorial Museum
In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.

Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum

Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!

 

Mijn grote dank aan Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s van de borduursters; Dominiek Dendooven stuurde mij enkele foto’s van de meelzakken in de collectie van Mons Memorial Museum.

[1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916

[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
– Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
– Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM
– American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG
– Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
– Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM
– Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG
– Contributed by the People of Indiana: WHI

[3] Le Quotidien, 8 januari 1916

Translate »