Veertien versierde meelzakken van de beroepsschool voor meisjes in Elsene (Ixelles), Brussel, zijn bewaard gebleven in twee Amerikaanse collecties.
In de Hoover Institution Library Archives ontdekte ik negen versierde meelzakken en in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum nog eens vijf zakken waarop het stempel van de school ‘L’École Professionnelle pour jeunes filles Ixelles’, is afgedrukt.
Eerder maakte ik een artikel over de 32 versierde meelzakken van leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne’ in Sint-Gilles. Net als voor die hand- en schilderwerken vroeg ik mij af:
Zou er samenhang zijn tussen deze versierde meelzakken? Zijn ze klassikaal bewerkt? Is er een gemeenschappelijke noemer in kenmerken? In schrift, iconografie, materiaal, techniek, functie?
‘Het schrift’ op de meelzakken
Om te beginnen geeft het lezen van ‘het schrift’ – originele bedrukkingen, stempels, geschilderde en geborduurde teksten, vastgenaaide ‘etiketten’ (naamkaartjes) – op de versierde meelzakken zeer veel informatie.
Schoolstempel

Het schoolstempel ‘L’École Professionnelle pour jeunes filles Ixelles’ in paarsblauwe inkt is het gemeenschappelijke kenmerk. Het identificeert de handwerken als afkomstig van de beroepsschool in Elsene.

Het was een gemeentelijke school; de locatie van het gebouw was Voorzittersstraat 54.
Op 16 december 1915 kreeg de school een nieuwe naam: Fernand Cocq, zijn dochters Madeleine en Suzanne Cocq waren oud-leerlingen van de school en werden bekende kunstenaressen.
Leraressen zullen het schoolstempel hebben gezet toen de objecten klaar waren. Als kwaliteitskenmerk, een bewijs van goedkeuring. De school staat achter deze objecten, ‘leerlingen hebben deze in ons instituut gemaakt’. De versierde meelzakken konden de school verlaten om te worden getoond in een tentoonstelling.

Naamkaartjes
Naamkaartjes identificeren de leerlingen met naam en adres. Drie versierde meelzakken zijn ‘anoniem’, zonder kaartje of signering. Aan elf werkstukken is een naamkaartje gehecht. Alice Berbiers en Élisabeth Vanhoegaerden hebben gedrukte namen, de overige namen en alle adressen zijn handgeschreven in diverse handschriften. Twee scholieren, Alice Berbiers en Henriëtte Sturbelle, blijken twee werkstukken te hebben gemaakt.
In alfabetische volgorde zijn er negen naamkaartjes van de leerlingen:
- Alice Berbiers, 355, chaussée de Waterloo
- Régina Bodart, 27 rue Watteau, Bruxelles
- Margot Caspary, 51 rue du Trone, Bruxelles
- Elvire Decerf, rue Godecharles 41, Bruxelles
- Laure Derche, rue de la Culture 34
- Paulette Lefebvre, 146 rue Washington, Ixelles, Bruxelles
- Aimée Martin, Chaussée de Wavre 173, Ixelles-Bruxelles
- Henriëtte Sturbelle, 14, rue Gachard, Ixelles-Bruxelles
- Élisabeth Vanhoegaerden, rue Louis Heap (?) 232, Bruxelles

De namen en adressen bieden de mogelijkheid om de biografische gegevens op te zoeken:
– Alice Berbiers (°Mechelen 04-04-1896 +vóór 19-12-1952)
– Régina Bodart
– Margot Caspary (°Sint-Joost-ten-Node 11-06-1895 + Elsene 06-11-1956)
– Elvire (Flore Marie Josèphe) Decerf (°Sint-Gillis 20-06-1898)
– Laure Derche (°Schaarbeek ..-01-1904) ? (dit meisje is aanmerkelijk jonger; moet verder gecheckt)
– Paulette Lefebvre
– Aimée Martin (°Elsene 17-05-1899 +Elsene 1995)
– Henriëtte Sturbelle (°Parijs (2e arr.), F. 26-12-1894 +Waterloo 12-11-1966)
– Élisabeth Vanhoegaerden
De meisjes varieerden in leeftijd van 16 tot 21 jaar, ze woonden in gegoede buurten, kwamen uit redelijk welstellende gezinnen.
‘Auderghem’

Eén beschilderde meelzak is niet voorzien van het schoolstempel, noch van een naamkaartje, maar de naam en het adres van de school staat in forse letters geborduurd tussen en boven op de originele bedrukking ‘Relief Flour’. In grijs garen heeft een borduurster de tekst in steekjes uitgeschreven: Ecole Professionnelle communale d’Ixelles – Bruxelles -Rue du Président 54. Op het doek is een schildering aangebracht van rode klaprozen en goudgele korenaren tegen een zwarte achtergrond. Een stempel met tekst ‘Comité de Secours et d’Alimentation Auderghem’ duidt erop dat deze meelzak in geleegde staat verkregen werd van het voedingskomiteit in Oudergem. Mogelijk is de zak daarna beschilderd in het kader van het kunstenaarsinitiatief van Oudergem om geleegde meelzakken te beschilderen.

Originele bedrukkingen
De leerlingen in Elsene hebben een brede keuze gemaakt uit de beschikbare lege Amerikaanse bloemzakken. De zakken zijn afkomstig uit verschillende staten en maalderijen.
Wat zouden voor hen aantrekkelijke meelzakken zijn geweest? De woord- en beeldmerken van de maalderijen moeten aantrekkingskracht hebben uitgeoefend. Vooral omdat de originele bedrukkingen op de meelzakken gebruikt zijn als patroon voor het borduurwerk en uitgangspunt voor de beschildering.


Graan/natuur:
– White Loaf, G. J. Burrer & Sons, OH
– Pride of Kearn County, Ca.
– Ocean Spray, Yreka Donation/The Bee Hive Patent Roller Flour, Ca.
Amerikaanse adelaar
– Golden Eagle, The Nickel Plate Milling Co., Painesville, O.
– Golden Eagle Mills, Family Flour.
Koningshuis en diamanten
– Princess, White Star Mills
– Diamond King, Wolf Creek Roller Mills, ND
– The Flour of Diamond Quality, Glen Hope, PA.
Amerikaanse organisaties voor hulp in bezet België
– Belgian Relief Flour
– Flour for the Relief in Belgium
– Relief War Donation for Belgian Non-Combatants contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana through The Louisville Herald.
– Contributed by the People of Indiana, war relief donation, Indianapolis Star, Belgian Relief Fund.
– ACME, Thornton & Chester Milling Co., Buffalo, NY. – Madame Vandervelde Fund.

Schenking lege meelzakken aan Museum Elsene in 1917
In dit verband is het interessant te vermelden dat in najaar 1917 de lokale afdeling van het Nationaal Voedingskomiteit in Elsene een opmerkelijk aanbod heeft gedaan aan het plaatselijke college van burgemeester en schepenen. Het komiteit had nog een voorraad lege Amerikaanse meelzakken in hun magazijn in de Hallen opgeslagen en wilde deze overdragen aan het gemeentelijke museum in Elsene. Het aanbod werd volgaarne geaccepteerd: ‘Leur exposition dans ce local, constituera en effet pour Ixelles un souvenir de la douloureuse période que nous traversons.’
Een lijst van 76 verschillende meelzakken was bijgesloten. De lijst rangschikte de zakken op inhoudsmaten van 10, 40, 50 of 100 kg en vermeldde de merknamen van het meel, zoals gedrukt op de zakken. Blijkbaar had het lokale voedingskomiteit met zorg een collectie verschillende zakken bijeen verzameld. Dit was conform de opdracht die in zomer 1915 was verstrekt door de heer Pêtre, voorzitter van het Comité de Vente des Sacs d’Amérique (Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika).[1]

Functie
De meelzakken zijn door de leerlingen bewerkt tot gebruiksartikelen. Er zijn
- Twee wandhangers
- Een ingenieuze opbergmap waarin raadselachtige bedrading
- Een tasje
- Twee theemutsen
- Twee ‘placemats’, een ronde en een ovale
- Zes rechthoekige wandversieringen of ‘tafelleggers’.
De gebruikte technieken zijn naaiwerk, borduren, schilderen. De handwerken zijn gevoerd en met randen van sierstoffen en franje afgewerkt.
Iconografie
I Versieringen
1) De invloed van art nouveau is nadrukkelijk aanwezig in de versieringen van zeven objecten:
Aimée Martin en Laure Derche kozen voor dezelfde meelzak met origine Kentucky en Southern Indiana. Zij bedrukten de stof van de zakken met behulp van sjablonen in art nouveau stijl. De kleuren groen, goudgeel en oranje voeren de boventoon. Ook Elvire Decerf bedrukte haar meelzak in deze stijl.


Régina Bodart borduurde art nouveau bloemenpatronen. Zij was ook anderzins actief in de kunsten en exposeerde in september 1915 in de Salle Studio.

Het (anonieme) borduurwerk ‘Princess’ in paarse en gele tinten is zeer gedetailleerd uitgevoerd.
Alice Berbiers borduurde in paars en oranje. Henriëtte Sturbelle bedrukte de stof met sjablonen en borduurde gedeelten ervan met bloemen.


2) De theemuts van Élisabeth Vanhoegaerden heeft aan twee zijden het beeldmerk The Bee Hive, ze gebruikte dus twee meelzakken en beide zijden zijn volledig geborduurd. Voor de voering van de binnenzijde gebruikte ze ook een meelzak met bedrukking.


3) Voor de afwerking van de theemutsen van Margot Caspary en Élisabeth Vanhoegaerden en het tasje van Paulette Lefebvre is dezelfde lichtgele, gaasachtige stof gebruikt.

II Patriottisme
De toevoeging van patriottische symbolen is op ingetogen wijze aangebracht.
Alice Berbiers borduurde de belettering van de White Loaf meelzak gedeeltelijk in de kleur rood, gedeeltelijk in zwart. De achtergrond schilderde ze subtiel in geel, rood, wit, blauw, waardoor de kleuren van de Belgische en Amerikaanse vlag aanwezig zijn. Ook de letters van de Golden Eagle wandhanger zijn boven en onder de adelaar subtiel geborduurd in de kleuren zwart, geel, rood en rood-wit-blauw.

Elvire Decerf vermeldde op haar wandhanger met groengele versieringen in art nouveau stijl: ‘1915 – thanks’.
Margot Caspary borduurde in groen de woorden ‘1915 – merci’ op een kant van de theemuts; op de andere kant kregen alle letters een ‘stars and stripes’ uiterlijk in de kleuren rood-wit-blauw.
De meelzak, geborduurd met de naam van de school en het stempel van Oudergem, is beschilderd met goudgele korenaren op zwarte achtergrond, boven een veld rode klaprozen. ‘Heartfelt Thanks.’ staat prominent geborduurd in oranjerode letters.

In contrast met de subtiele symbolen maakte Henriëtte Sturbelle een expliciet statement voor haar vaderland. Zij beschilderde een ‘Diamond King’ zak in zwart, geel, rood met twee leeuwen, ze naaide een zwart, geel, rode band als omtrek.
Haar tweede object, een ‘Diamond Quality’ zak beschilderde ze ook met geel en rood, en naaide er een zwarte band omheen. In het midden is een cirkel in de kleuren rood-wit-blauw.
Samenhang
De verscheidenheid in de veertien creatieve handwerken van de leerlingen is groot. Als het schoolstempel van de beroepsschool in Elsene niet was gezet, zou ik eigenlijk geen samenhang hebben opgemerkt. Ik zou dan eerder geneigd zijn geweest de handwerksters en hun creaties individueel te bespreken.
Wat brengt de handwerken gemaakt in 1915 in het retrospectief van 2026 dan wel samen?
De handwerken zijn serieus uitgevoerd en afgewerkt. In de lessen op school is aandacht gegeven aan het werk.
De meisjes konden zich op school kennelijk oefenen in vaardigheden, in de lessen kregen zij vele handwerktechnieken aangereikt. De docenten hebben hen in expressie echter vrijheid gegeven. Door deze visie konden de leerlingen hun individuele talenten ontwikkelen in ontwerpen en design. Het bereidde hen voor op latere werkzaamheden nadat ze de school hadden afgerond.
Aimée Martin bijvoorbeeld, is een bekend kunstenares geworden, een kunstwerk van haar bevindt zich in Museum Elsene; ook een portret van haar geschilderd door Edgard Tytgat.
In de ateliers waar de afgestudeerde leerlingen mogelijk gingen werken hadden zij méér te bieden dan strikt de opdrachten uitvoeren van de bazin of baas.
Precies in deze geest was in Elsene de vereniging Les Arts de la Femme in 1908 opgericht. [2]
Dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van de biografische gegevens.
– Astrid Herkens, wetenschappelijk medewerkster Museum van Elsene.
Voetnoot
[1] Astrid Herkens van Museum van Elsene heeft in het archief van het museum de verwijzingen gevonden naar deze schenking van zakken van het Comité National in 1917. Het betreft vier brieven van resp. 31 oktober en 3 november 1917 en 25 en 29 januari 1918.
[2] Loes Hubrechts schreef over de vereniging Les Arts de la Femme haar masterproef aan de Universiteit Gent, promotor Prof. dr. Marjan Sterckx. Les Arts de la Femme (1908-1918). Een Brusselse Vereniging voor en door Vrouwen. Universiteit Gent, Academiejaar 2016-2017.

