De nieuwsbrieven van The Woman’s Section van The American Commission for Relief in Belgium

Josephine Bates was schrijfster, zij maakte wekelijks een uitgebreide brief als voorzitter van The Woman’s Section van ‘The American Commission for Relief in Belgium’

Josephine Bates in Brooklyn, New York op 6 januari 1915. Foto HILA

Achttien van haar nieuwsbrieven aan de voorzitsters van de State Committees heb ik teruggevonden in het archief van de Men’s Department van The American Commission for Relief in Belgium, New York (ACRB). De nieuwsbrieven van Josephine Bates geven updates over initiatieven en de stand van zaken voor de inzameling van geld en fysieke goederen, vooral zakken meel.
Bijgevoegd werden krantenknipsels over de Belgian relief en posters of leaflets om reclame mee te maken.

Newsletters of The Woman's Section to State Chairmen 1914-1915

NewlettersDate
December23, 31
January9, 23, 30
February6, 13, 20, 26
March6, 13, 18, 26
April2, 10, 16, 24, 30
Bron: HILA CRB records 22003 box 352.4
Persoonlijk
Josephine Bates geeft door haar persoonlijke teksten een inkijk in de manier waarop zij de maanden december tot en met april 1915 beleefd heeft. Haar brieven bejubelen de inspanningen van de Amerikaanse vrouwencomités in de verschillende staten, daartegenover staan de rauwe berichten uit België, waar een toenemend tekort aan levensmiddelen is. In de loop van de maanden neemt de opbrengst van de inzamelingen af en de behoefte van de Belgische bevolking toe. In de brieven van maart en april is tussen de regels door te lezen dat ze ontmoedigd raakt, maar met literaire retoriek het beste ervan maakt.

De nieuwsbrief van 23 december 1914 begint met: ‘I am sure you will be glad to know that the movement in behalf of the Belgians is going forward like an inspiration. All States are not contributing of course equally, but all are feeling deeply in this cause and the women are rallying everywhere.

De brief van 31 december bevat ‘Data regarding systems employed in different States’. De inhoud is zakelijk. Hoewel ondertekend met Josephine Bates’ was zij eind december hoogstwaarschijnlijk met vakantie en niet de persoon die deze nieuwsbrief heeft opgesteld. Haar onderscheidende zinsbouw en persoonlijke stijl in de ik-vorm ontbreken.

Josephine Bates-White hijst samen met de kapitein van SS Hannah de vlag in top voor vertrek uit New York naar Rotterdam van het ‘Kansas Relief Ship’. Foto: New York Times, 17 januari 1915. Foto Edwin Levick.

In de nieuwsbrief van 9 januari doet Josephine Bates trots verslag van het vertrek van SS Hannah, het zogenaamde Kansas ‘State Ship’, met levensmiddelen voor België. Zij had de eer de vlag te hijsen tijdens de vertrekceremonie van het schip. De lading bestond voor 50% uit schenkingen van de Kansas-bevolking, voor 50% uit CRB aankopen.

‘London Chairman wired several there were dead of famine’
Ze vervolgt in grote emotie over een bericht van Herbert Hoover, directeur van de Commission for Relief in Londen (CRB). Hij was in België en Noord-Frankrijk geweest: ‘Two days later came a cable from the London Chairman who had gone over to try and open up routes into the isolated South of Belgium, and North of France. He wired that several there were dead of famine. He told the Chairman of the Woman’s Section in a private message, that of all things what he dreaded most was these trips inside the country. He needed extremely such “efficiency” as he possessed, and he had all he could do to hold on to himself when he behold the scenes around him. Ten thousand in the Meuse district were face to face with death and many dead. (…)
Our gladness went into eclipse, and feverishly we started pushing again everywhere. But before God, I do not know any stone that the Woman’s Section is leaving unturned, or what we could do at this end more than we are doing to get them food. I am just as sure that our Chairmen are carrying the fate of these people, in the same longing eagerness upon their souls, and are doing their uttermost.’

Friends of Belgium – de katholieken

Mrs. Maude Keteltas Wetmore in 1917, lid van de Executive Board of The Woman’s Section, foto: LoC online

Op 23 januari is haar aanhef ‘Dear friend of Belgium’ en behandelt ze het thema katholieke vrouwen. De Belgen waren katholieken, dus was het belangrijk de Amerikaanse katholieke vrouwenorganisaties te laten aansluiten bij de Woman’s Section, want ook de twee koninklijke beschermvrouwen. Koningin Elisabeth en Henriëtte, de zuster van koning Albert, de hertogin van Vendôme, waren katholiek. Om te beginnen was daarom het executive Committee uitgebreid met het zevende lid, een katholieke vrouw (mogelijk doelt zij op Maude Wetmore). Na geslaagde onderhandelingen kon de eenentwintigste nationale organisatie aan het totaal worden toegevoegd, de National Conference of Catholic Charities.

De brief eindigt met de Amerikaanse opdracht hoop te brengen: ’That your work may be prospered is my endless prayer. What a place America must fill continiously in the thoughts of these famished people! Hope is linked indissolubly with our Country’s name, and hope and life are one to them. A frail chance indeed must seem to them this golden thread of fraternity and sympathy, and the morrow must often loom black with disaster. Yet they have got food someway day after day (…)

De wekelijkse rapportage van het hoofdkantoor in Londen is zowel inspirerend als demoraliserend. De cijfers over de bevoorrading van België in de eerste twee maanden zijn bekend, maar de becijfering van wat nodig is in de komende drie maanden baart zorgen.

SS Lynorta vertrekt uit Boston naar Rotterdam. The Boston Daily Globe, 10 maart 1915.

The Woman’s Section en de ‘State Ships’
De vrouwenorganisaties in de Amerikaanse staten leveren levensmiddelen aan voor de schepen, de zogenaamde ‘State Ships’, die vanuit de havens bij hen in de buurt vertrekken. De nieuwsbrieven van 30 januari en 6 februari en later geven een opsomming van schepen met levensmiddelen, vooral zakken meel, die onderweg zijn of zullen gaan, SS South-Point, SS Lynorta, SS Strathtay, SS Cecilia, SS Wabana. SS Camino uit Californië is al sinds december op zee, SS Cranley en SS Washington zullen vertrekken uit Oregon.
Ships have been exceedingly scares and hard to get, but we have succeeded in chartering several more, as our pressing need has been met and we are saved from another anxiety.’

SS Harpalyce is het ‘Empire ship’ met schenkingen van de staat New York. Omdat The Woman’s Section in New York gevestigd is, is er extra betrokkenheid bij de lading van de Harpalyce.

SS Harpalyce

SS Harpalyce in Rotterdam, maart 1915. HILA CRB records 22003-10.A-V box 632 enveloppe II

Het ‘Empire Ship’, SS Harpalyce, vertrok 6 maart 1915 uit de haven van New York met bestemming Rotterdam. ‘New York Gift Ship to Sail Saturday’ kopte een artikel in The New York Times. ‘with a cargo of food for Belgium, all of which have been given by citizens of New York.[1]

Voor vertrek had het schip ook al aandacht gevraagd. De bemanning van het schip bestond voor de helft uit Chinezen. Zij bleken blikjes opium te bezitten, die door de politie in beslag werd genomen.[2] Bij het laden van het schip met zakken meel vanaf een lichter, kwam de lichter in problemen door de harde wind en zonk. De beladers slaagden erin het schip met lading direct boven water te hijsen, maar tweeduizend zakken meel ter waarde van $18.000 liepen waterschade op. De lading werd op het haventerrein uitgespreid om te drogen in de hoop dat de inhoud nog bruikbaar zou zijn. Inmiddels verspreidde er een gerucht dat de zakken meel onbruikbaar waren en dat iedereen die wilde mee mocht nemen wat hij of zij dragen kon. Hordes Italianen die woonden in Brooklyn South, stormden op de zakken af. Pas door politie interventie en na enkele schermutselingen konden de Italianen worden tegengehouden.[3] De interne reactie van de CRB Men’s Department was: ‘dit is een verzekeringskwestie’.

SS Harpalyce komt op 30 maart veilig aan in de haven van Rotterdam en lost haar lading. De lading was als volgt samengesteld.

De cijfers van George Gay, opgesteld in 1929, tonen aan dat het zogenaamde ‘Gift Ship’ in tonnage slechts 10% schenkingen aan boord had, 90% van de levensmiddelen waren aangekocht door de CRB. Het paste binnen de CRB-propaganda om de mythe van ‘de State Ships gevuld met schenkingen’ in leven te houden.

SS Harpalyce vergaat
Na lossen van de lading vertrok SS Harpalyce uit Rotterdam terug naar Virginia, VS. Het schip had voor de oversteek bunkerkolen nodig en zou in Newcastle, Engeland, deze kolen laden. Bij de oversteek van de Noordzee, ter hoogte van het vuurschip Noordhinder, werd het zonder enige waarschuwing getorpedeerd door een Duitse onderzeëer en zonk binnen luttele tijd. 17 bemanningsleden waaronder de kapitein kwamen om. Wereldwijd besteedden kranten aandacht aan deze wrede aanslag op het schip, dat ten onder ging met CRB vlaggen en de zeilen met opschriften ‘Commission for Relief in Belgium’ goed leesbaar aan de relingen.[4] In januari had de Harpalyce als CRB-schip reeds een eerste reis gemaakt van Boston naar Rotterdam.[5]

De interne reactie van de ACRB Men’s Department was: ‘het schip had onze lading in Rotterdam gelost, daarna hadden we niet meer met het schip van doen.’
Josephine Bates meldt desondanks in haar nieuwsbrief van 16 april, dat het vergaan van de Harpalyce een zware klap vormt, omdat het het Amerikaanse vertrouwen in de veiligheid van de CRB-schepen verder heeft ondermijnd.

Zakken meel in het ruim van SS Hannah. HILA CRB records 22003 box 624.

Concurrentie tussen ‘the Commission’ en het ‘Belgian Relief Fund’
De sympathie van Josephine Bates voor de hongerige Belgische bevolking gaat niet hand in hand met sympathie voor Belgen in de VS die zich inzetten om hun landgenoten te helpen via hun Belgian Relief Fund.
Ze heeft in haar nieuwsbrief van 30 januari een bestraffend woord aan het adres van twee State Committees die ‘de Commission’ ten onrechte verward hebben met het ‘Belgian Relief Fund’. Haar uitleg legt de Amerikaanse concurrentie met ‘de Belgen’ bloot, zij zijn aan het verspillen.
‘The Commission for Relief in Belgium, of which we are an integral part (its Woman’s Section), is the International, Official and only channel through which food and supplies can go to the Belgians. It has a transportation fund and ships, and is authorized by the English and German Governments to serve this need. In New York there is quite a different organization – “The Belgian Relief Fund” which has broadcast (…) saying it receives only money and expends this in New York. It has no transportation fund, or ships, so must take money only. (…)
Upon two of our own State Chairmen’s appeals I note that they speak of the Commission as the “Belgian Relief Fund.” I am therefore most regretfully obliged to state the facts. The issue of their appeal for “cash only” has crippled working groups, and dried up innumerable springs of help for the poor Belgians. (…)
The purchase of food in the City of New York is a waste because New York City is not a food center. Since our transportation fund exists to help food purchases in the interior of the country, it enables the Belgians to get every dollar put into nourishment. (…)
It is profoundly regrettable, and we have done our uttermost to get the group to confine appeals to New York State and not try to draw money away from our State Committees.[6]

SS Massapequa vertrekt uit New York. New York Tribune, 10 januari 1915

‘May the soul go with the blood through blessing generations’
De inhoud van de brief van 6 februari geeft inzicht met welke historisch gedreven motivatie sommige vrouwen zich inzetten. Josephine Bates schrijft: ‘(…) Belgium lovers will be pleased to know that Mrs. Jewett’s father was George H. Stewart of Philadelphia, who was President of the Christian Commission during the Civil War and collected $7 million for the soldiers. Mrs. Jewett says, “when he devoted his life to the soldiers for five years, it is only natural that his daughter should give up social duties when such a cause calls for help.” May the soul go with the blood through blessing generations!’

‘We creep on.’
It will surely interest our Chairmen to hear that from a State comes to the Men’s Department of the Commission word that the Committees for Belgian Relief were started there and are through-out sustained by women.’

De brief van 6 februari besluit met: ‘We creep on – friends dear – we creep on. For another week they will live, Thank God! Each day seems the unrepeatable miracle, yet each day somehow the disaster is suspended and they are kept alive. When this catastrophe is averted and the war is over and done, the Belgians ought to dedicate themselves to the dreams of the Race, for the world collectively has bought them with it’s heart’s best. For your loyal help, may the great Universal Soul requite you.’

‘Lectures and lantern slides’
In de brief van 13 februari het gegeven dat de commissies in de Amerikaanse staten aan de Woman’s Section vroegen om mensen die lezingen konden geven met lantaarndia’s. Daarom was samen met de Men’s Department besloten een ‘Lecture Bureau’ op te richten en drie mannen en twee vrouwen naar België te laten reizen zodat deze bij terugkeer uit de eerste hand verslag konden doen van de situatie. Twee mannen en een vrouw waren al vertrokken.

In de nieuwsbrief van 18 maart zal het initiatief een fiasco blijken. De vrouw had in Londen van Herbert Hoover geen toestemming gekregen naar Rotterdam en vervolgens naar België te reizen. Ze was niet gekomen om een levensmiddelentransport te begeleiden. Daarom moest zij bereid zijn tot een verblijf van drie maanden in bezet België. Dat weigerde ze en keerde gedesillusioneerd naar huis terug. Een van de mannen die wel in België was geweest, was bij terugkeer in New York’s haven dermate loslippig tegen de pers dat hij sensationele verhalen vertelde over de bewijzen van Duitse wreedheden tegen de Belgische bevolking. Het bewaren van neutraliteit was heilig voor de CRB, dus moest Lindon Bates zich in vele bochten wringen om afstand te nemen van de verhalen en werd niemand meer in België toegelaten.

Ss Cranley vertrekt uit Portland, Oregon. The Oregon Daily Journal, 24 januari 1915

Lokale problemen
De noden in de VS zijn ook hoog, werkloosheid en armoede vragen om locale steun. Josephine Bates gaat in de nieuwsbrief van 20 februari in op problemen in Chicago: ‘The women of Chicago are so neck-deep in local problems and are lifting in so many directions, that they have taken Belgium heretofore chiefly incidentally.’ Maar uiteindelijk was het gelukt hun focus ook op België te laten richten.

Rapport Rockefeller Foundation
Een rapport van de Special Expert Committee van de Rockefeller Foundation[7] over de situatie in België was verschenen waar uitvoerig uit wordt geciteerd. ‘For the purpose of providing relief in Belgium two distinct but intimately related sets of agencies have been created. In their financial operations, these agencies are interdependent, but in organization, in function, and in administrative control each while co-operating with the other maintains its separate identity and independence. These agencies are the Commission for Relief in Belgium and the Comité de Secours et d’Alimentation de Belgique. (…) We are satisfied as to the integrity, ability and high purpose of the men who are conducting these organizations and their work.’

Anne Morgan, penningmeester The Woman’s Section koopt tarwe voor de Belgische bevolking. The Herald Tribune, 16 februari 1915.

Geen kleding maar levensmiddelen
Op 26 februari deelt Josephine Bates mee dat kleding niet meer hoeft worden ingezameld en niet langer naar België zal worden gestuurd. Voorlopig hebben de Belgen genoeg kleding ontvangen, de winter is voorbij, maar de race tegen de hongersnood gaat voort. Schepen zijn schaars en kostbaar, alle scheepsruimte moet gevuld met levensmiddelen.
Op 18 maart meldt ze tevreden dat in totaal 15.000 ton aan kleding vanuit de VS naar België is verstuurd.
In een separate brief verwijst The Woman’s Section dat ingezamelde kleding alsnog welkom is bij nauw gelieerde vrouwenorganisaties, The Vacation War Relief Committee en The Polish Committee.

Locaties CRB Woman’s Section, Men’s Department en Bush Terminal in New York City.

The History of the Woman’s Section
Een bij de nieuwsbrief van 26 februari gevoegd krantenknipsel uit de ‘Herald’ toont volgens Josephine Bates een foto van Belgische schoolkinderen die wapperen met kleine Amerikaanse vlaggetjes uit dankbaarheid voor het land dat hen kwam redden.
In werkelijkheid hebben kinderen in België in februari 1915 eindelijk kadootjes ontvangen die met het Kerstschip Jason uit de VS waren verstuurd naar alle Europese kinderen in oorlogvoerende landen.

Amerikaanse kinderen stuurden kerstcadeaus naar Europa met de SS Jason. Na het uitdelen in Luik maakte een Amerikaanse fotograaf deze foto. ‘Liege School Children Carrying United States Flags at Ceremony of Thanks to Americans.’ Piqua Leader-Dispatch, Piqua, Ohio, 13 maart 1915. Coll. HILA

In Luik is ter gelegenheid van de verjaardag van George Washington op 22 februari 1915 een straat naar hem vernoemd. ‘Is this not touching, with England and Germany both leaving the Belgians to die? Well, Friends, “Let us then be up and doing, with a heart for any fate.”’ Een tweede bijlage is ‘The History of the Woman’s Section’.

De brief sluit af met ‘I feel almost guilty that I must tell you, Friends, the bad news this week. (…) Besides, “The darkest hour is just before the dawn,” and I feel certain that there is a sunburst waiting just under the horizon for poor, desolate Belgium.’

SS Washington vertrekt uit Portland naar Rotterdam. Intelligencer Seattle, Washington, 20 januari 1915. HHPLM News Cuttings Box 3.

‘Worst case’-scenario
De brief van 6 maart begint met ‘A good week!’ Maar vanwege de problemen die er ook zijn geweest ‘we have stripped the movement to the bone in last economies’, geeft Josephine Bates haar lezers een ‘inward outlook.’ Zij en haar man Lindon W. Bates hebben een inschatting gemaakt van de ‘worst case-scenario’ en stellen vast, dat ze de Belgen in ieder geval nog vijf weken hulp kunnen bieden. Zij vervolgt: ‘We are not down by any manner of means, nor are the Belgians forsaken. (…) So do not lose heart.’

De nieuwsbrief aan de State Chairmen geschreven door Josephine Bates, voorzitter van The Woman’s Section gedateerd 6 maart 1915, blz. 1. Coll. HILA CRB records 22003 box 352.4.

Rust nemen
Op 18 maart deelt Josephine Bates mee dat zij en haar man versleten zijn en rust gaan nemen van het werk. ‘Mr. Bates is almost worn out. (…) He not only works ordinarily until nine o’clock, but often he is up four times before morning on cables and special calls, for one office shift works all night.’ Ze zullen voor een week vertrekken naar hun huis in de bergen. ‘However, unless some special need arises, I will allow myself also such incidental rest as I can snatch.

Een week later, op 26 maart, schrijft ze toch de volgende nieuwsbrief, want de vakantie is voor onbepaalde tijd uitgesteld vanwege problemen met het Californische schip SS Camino. Lindon Bates moest in New York blijven.

‘Lace is lace’ – Kant is kant
Ze neemt een speciale taak op zich die The Woman’s Section wordt toevertrouwd: een tentoonstelling van Belgisch kant organiseren om de Belgische kantwerksters in leven te houden. Reeds op 7 november 1914 had Herbert Hoover vanuit Londen de vraag bij haar neergelegd.
‘If we could give employment fifty thousand women lace workers, if we could sell lace embroidered handkerchiefs at a quarter and would cost about ten cents to give them living wage, they could contain famine remark. What do you think of it?’
De tentoonstelling zal er nu dan eindelijk komen. Maar de CRB-Londen is rijkelijk laat. Andere vrouwenorganisaties in New York zijn al Belgisch kant aan het verkopen.[8] Wederom steken concurrentiegevoelens de kop op.
Op 17 maart stuurt Lindon Bates een telegram aan het CRB-hoofdkantoor in Londen: ‘Advise definitely when may expect lace shipment. (…) wish to plan our selling campaign. (…) other parties, claiming to represent Belgian Lace-makers, commenced selling campaign and have exhibition here lace display. Important you act quickly.[9]
Op 2 april is het kant er nog niet, maar er was al veel interesse van warenhuizen om over te gaan tot verkoop. De Belgische kanten zijn aangekomen blijkt uit de brief van 10 april, maar Josephine Bates heeft geen affiniteit met het kant. Ze gelooft niet in verkoop in de economische zware tijd. Gelukkig is medebestuurslid Mary Parson kantexperte. ‘The lace! It is certainly amusing that of all our features this is creating the most interest. I myself so shrank from the responsibility that I prayed some big firm would come along and carry the whole project. (…) An expert says if the quality is very fine the lace will all be purchased before we can turn around. This seems impossible in such hard times, but perhaps “lace is lace”. (…) Happily we have upon our Committee a great lace expert, Miss Mary Parsons, and she will be a good chairman to supervise matters generally.’

Pas twee weken later gaan de kisten met kant open, wat een genot! Het plan van de Belgische CRB om de kantverkoop in de VS zodanig op te zetten dat de Belgische professionele kantwerksters daardoor werkgelegenheid zullen hebben, is verlaten. Dit is de enige zending kant uit Brussel die op de markt zal worden gebracht. ‘What a delight – the filmiest, finest, most exquisite confections you could imagine! Some pieces are old. These are of course the most lovely, but the new are worthy copies of Museum pieces. We are hurriedly getting out invitations for an Exhibit at the Colony Club on April 29th. It had been planned by the Belgian Committee to keep up enough sales of laces to secure for expert work-people, employment. This idea, however, has been abandoned. The present exhibit will be the only consignment sent from Brussels.

Op 29 april 1915 in de Colony Club kunnen genodigden kennisnemen van oude en nieuwe Belgische kanten speciaal toegezonden aan de Woman’s Section van de CRB. De partij zal verkocht worden in één lot aan een groot warenhuis. [10]

Bread lines en radicaal andere financiering van bevoorrading

De poster met de ‘Bread Line’. De foto is in scène gezet en gemaakt op de Markt in Mechelen. Foto: Underwood & Underwood, NY. HILA Philip Chadbourne Papers.

Josephine Bates benadrukt in haar brieven dat de inzamelingen in de VS vanuit de logistieke operatie vereisen dat ze zes weken vooruitlopen op de ‘Bread Lines’, de rijen voor de winkels en soepkeukens in bezet België. Een Amerikaanse oorlogsfotograaf maakte in CRB-opdracht een in scène gezette, suggestieve foto van een ‘Bread Line’ in Mechelen. Het beeld werd als poster verspreid door heel Amerika.[11]
Maar de eerlijkheid gebied haar op 26 maart te schrijven dat er een radicale oplossing voor de financiering van de levensmiddelenbevoorrading voor bezet België moet komen. ‘The whole problem has now reached a vastness calling for radical supplements of income. The matter has been taken up by the Officials here and in London.’

Amerikaanse bijdragen zijn niet genoeg, het hoofdkantoor in Londen gaat inzetten op steun uit Argentinië, Australië en Nieuw-Zeeland; in Engeland zal ook een ‘appeal’ komen.

‘The National Committee for Relief in Belgium’ in Groot Britannië
Op 10 april maakt Josephine Bates melding van een belangrijke commissie in oprichting in Engeland. Er zal een vrouwencomité komen naar voorbeeld van haar eigen Woman’s Section. ‘A Woman’s Section, modeled upon ours, is being organized and an appeal is to be made on behalf of the Belgians to the whole United Kingdom.’
Zij besluit haar nieuwsbrief dat het niet veel langer moet duren dat de last om de Belgen te helpen op ‘ons’ zal rusten. ‘Not very much longer can we all be called upon to hold the Belgians up on the verge of the abyss. (…) Salvation must be surely almost within sight, the triumph almost within reach. (…) that we shall make – the goal- that is our endless prayer.

Uit de nieuwsbrief van 24 april blijkt dat de Britse commissie is opgericht.[12] Leden zijn o.m. de aartsbisschop van Canterbury, de Hertog van Norfolk, Lord Rosebery, Lord Bryce, de burgemeester van Londen en twee Ierse politieke leiders. Het CRB-hoofdkantoor in Londen laat per telegram weten dat de commissie een ‘Woman’s Section’ zal oprichten naar voorbeeld van New York, samengesteld uit de meest vooraanstaande Britse vrouwen. Josephine Bates schrijft: ‘These will collectively organize a “Woman’s Section composed of the most famous British women to follow your lead”. (…) Well, if they enlist the co-operation of as devoted a body of Chairmen as have served the Woman’s Section, the work will be blessed’.

Opstapeling van goederen in Bush Terminal

Laden van zakken meel bij Bush Terminal, Brooklyn. HILA

Door het gebrek aan Britse schepen lukte het niet om half april de aangeleverde levensmiddelen voor België uit de opslag van Bush Terminal op CRB-schepen te laden. Het blokkeerde de afhandeling van lading voor andere verzenders. ‘Everybody’s temper was on edge. Next, our own Committees began writing to know why their consignment had not sailed. There was grief all around. Meanwhile we sought in every port for ships to replace those commandeered. We succeeded at last, but only after many trials, in moving cargoes.

CRB-Londen verzoekt The Woman’s Section te stoppen
In de laatste nieuwsbrief van 30 april 1915 schrijft een uitgelaten Josephine Bates dat het karwei geklaard is, het is tijd om uit te rusten.
‘We have come to the cross-roads. For a time we are all to rest – to rest!’
De Belgische bevolking is er beter aan toe dan de bevolkingen van andere in de oorlog betrokken landen. Vanuit Groot-Brittannië zal verder worden gewerkt.
From blood-red fields we have carried the broken in body and bound up their wounds. We have clothed the naked and sheltered the oppressed. Chiefest of all we have stood in the narrow pass, holding in our hands the fate of a nation. In our faithfulness lay the Belgian people’s chance of survival. On our generosity swayed her destiny. To-day her people are safe, beyond the safety of those in any of the other war-ridden countries. Clean-souled we can lay our burdens down for our first breathing spell. We are free, all of us for a time – to rest!
The response of America has been very, very generous. The kindness of the outside world has been proportionate. The English government has, in collateral ways, now again come to assist. A representative British Citizens’ Committee has just launched a campaign, which is to gather funds throughout the English Colonies.

Tot 15 augustus 1915 zijn voldoende voorraden levensmiddelen voorzien; daarna zullen de oogsten in België van het land komen. Het CRB-hoofdkantoor verzoekt The Woman’s Section tot in het najaar geen oproepen voor hulp meer te doen in de VS; ze zouden verstorend kunnen werken op de oproepen in Engeland.
De verwachting is dat in het voorjaar de Britse militairen het Duitse leger terug zullen drijven tot achter de Maas en zodoende België weer voor de eigen bevoorrading zal kunnen zorgen. ‘It is fair, that America shall for a time be released from duty. The Woman’s Section is transferred to the Men’s Headquarters 71 Broadway.’ Bijdragen voor België blijven welkom bij de mannenafdeling.

Afsluitende woorden van diepe dankbaarheid

De laatste nieuwsbrief van The Woman’s Section, 30 april 1915.

‘I carry you today, what will be to you as it is to us, tidings of great joy. This will be, Friends dear, I expect my last letter to you until the Autumn.’
Vervolgens drukt Josephine Bates zich in meerdere alinea’s uit in prozaïsche woorden van diepe dankbaarheid en liefde voor het werk dat voor de Belgen is verricht. Ze eindigt haar brief met ‘My heart goes to you in tear-laden gratitude.’

Financiële afsluiting
De financiële afsluiting van de werkzaamheden van de Woman’s Section en overdracht aan de Men’s Department krijgen hun beslag met de verklaring van E.J. Williams, de assistent penningmeester, aan Miss Anne Morgan, penningmeester van The Woman’s Section.
De uitgaven en inkomsten zijn gecontroleerd en in orde bevonden ‘all cash has been properly received by them and receipted for, safe-guarded and honestly and judiciously disbursed. We have taken over and receipted to you for the remainder and are keeping a strict account of all moneys received and will expend the balances as directed by your good selves.’[13]
Josephine Bates ontvangt copie van de brief aan Anne Morgan; de goedkeuring op de financiële verantwoording is gedateerd 7 mei 1915.

Tot slot

‘Relief ship’ met aan beide zijden graanelevatoren die graan overslaan in binnenvaartschepen, Maashaven, Rotterdam. Foto: Vernon Kellogg, Fighting Starvation in Belgium.

De stop van de Woman’s Section loopt parallel met het beëindigen van het vervoer van levensmiddelen door ‘State Ships’ naar Rotterdam. Ook zakken meel hebben afgedaan in de logistieke operatie van de CRB. Ze zijn als vracht vervangen door tarwe in bulk dat in de havens geladen en gelost kan worden door graanelevatoren. De tarwe zal gemalen worden in de Belgische maalderijen.

 

Voetnoten:
[1] The New York Times, 4 maart 1915, p.4.

[2] Boston Evening Transcript, 5 maart 1915.

[3] The New York Times, 1 maart 1915, p.3.

[4] Leids Dagblad 13 april 1915.

[5] The Boston Globe, 8 januari 1915, p. 1 en 5. SS Harpalyce vertrok uit Boston, uitgezwaaid door honderden mensen, waaronder Madame Lalla Vandervelde.

[6] Zie ook New York Tribune, 29 januari 1915: “Do not spend your trust relief fund by purchasing unwisely at seaboard; buy in your own state, or, preferably, in the primary interior centres of food production, and let us pay the freight from the primary food centres, thereby making your funds go from 5 per cent to 15 per cent further” is the appeal made yesterday to governors and state committees by the CRB.

[7] Zie ook The New York Herald ‘Fortunes of Americans Pledged to Aid Belgians’, 28 februari 1915, p.5.

[8] 7 november 1914, CRB Records box 114 HILA. Op 9 november zou Lindon Bates over de kantwerksters antwoorden aan Hoover: “Mrs. Bates will arrange after preliminary meeting take up lacemaking proposition and carry out your valuable suggestion.” (CRB Records 22003 Box 5, HILA)
Over verkoop kant door anderen: The New York Tribune, 23 maart 1915, p.7: ‘Lace made by Belgian women will be put on sale on April 5 at a café dansant to be given at the Hotel Astor, under the auspices of the New York State Association Opposed to Woman Suffrage. Mile. Jean Perichon, who spent seven months at the front and received the Chevalier Order of Leopold for her Red Cross services, will be in charge of the booth.’

[9] Telegram Lindon Bates aan Hoover, Londen, 17 maart 1915. HILA CRB records 22003 box 114 New York Cablegrams nr. 1 en 2., CRB Londen Office

[10] The New York Times, 27 en 28 april 1915.

[11] Foto Underwood & Underwood, NY. HILA, Philip Chadbourn Papers nr. 63021 box 2

[12] Zie ook het artikel in The Guardian, Londen, 27 april 1915, p.4: ‘Feeding Belgium. The American Commission’s Need for Help.’ Leden van de nieuwe Britse commissie zijn een eindeloze rij met mannennamen. Aan het einde van de lijst zijn acht vrouwennamen toegevoegd: ‘The Countess Roberts, Lady Jellicoe, Miss Marie Corelli, Miss Beatrice Harraden, Miss F. Tennyson Jesse, Mrs. Pankhurst, Miss May Sinclair, and Mrs. Humphry Ward.’ Er wordt geen gewag gemaakt van een ‘Woman’s Section.

[13] CRB records 22003 box 352.3 New York Office Woman’s Section Records 1914-1915 Chronological file 1915 March-December.

Translate »