Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart een opmerkelijke serie van 23 versierde meelzakken gemaakt door de leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie gewijzigd in ‘Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’; het woord ‘American’ verviel. Toch is de naam ‘American Commission’ in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van grote partijen meel door een opdrachtgever (wellicht de CRB/’American Commission’) en/of het Amerikaanse ‘Belgian Relief Fund’ bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Zouden de 49 lbs meelzakken van exportkwaliteit met het stempel ‘American Commission‘ zijn bedrukt? En van welke bedrukking zouden de zakken meel van het Belgian Relief Fund zijn voorzien? Nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen.

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?
Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.
In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Drieëntwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 23 meelzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 38 – 404446 – 49 – 6470128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van St-Gilles

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens in een carré een slinger bloemen en bladeren. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

 

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik

Begin september 2021 ben ik eindelijk weer op Zakkenreis geweest!
De stad Luik was een van mijn pleisterplaatsen waar ik in Musée de la Vie wallonne een collectie van meer dan dertig versierde meelzakken bestudeerde. Feestelijk om live te kunnen spreken met de medewerkers van het museum, het dépot te bezoeken, de rijk versierde meelzakken in detail te fotograferen. Musée de la Vie wallonne (MVW) bewaart een interessante collectie versierde meelzakken. Een belangrijke donateur, reeds in 1919, was de familie Welsch.

Familie Welsch
Ernest Welsch, getrouwd met Marie Anne Dupont, was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). Ook hun zoon Paul, getrouwd met Elise Sauvage, werkte in het onderwijs. (zie voetnoot 1)

Schilderles op de Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, febr. 1915. Foto: coll. HHPLM

Ernest en Marie Anne Welsch-Dupont en/of hun zoon en schoondochter verzamelden 24 meelzakken van grote educatieve waarde: twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken bewerkt.

Ecole Moyenne Professionnelle

Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898) was 17 jaar toen zij haar meelzak beschilderde en bewerkte. Coll. MVW; foto: auteur

De bewerking zal gedaan zijn in 1915 door leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne Professionnelle’ in Luik. Enkele van de versierde meelzakken zijn gesigneerd met eigen naam: Nelly Sasserath, Lucy Jossa, Thérèse Foidart, én naam van de school: Ecole Moyenne de Liège. De meisjes waren gevorderde studenten, ze waren zestien en zeventien jaar oud.

Studentes van de Ecole Moyenne krijgen les in een lokaal vol patriottische versieringen, februari 1915. Foto: coll. HHPLM


De origine van de twaalf meelzakken

Twaalf plaatsen in de VS waar de meelzakken in de verzameling Welsch hun oorsprong hebben eind 1914/begin 1915. Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Waar kwamen de twaalf meelzakken oorspronkelijk vandaan?

  Staat in VS plaats maalderij merk
1 Idaho Preston Preston Milling Co Cream of the Valley
2 Rexburg Farmers Elev. & Milling Co. Record
3 St. Anthony St. Anthony Milling & Elevator Co. Yellowstone
4 Kansas Pawnee County Keystone Milling Co. Keystone
5 Peabody Moffet &Co. Pride of Peabody
6 Wichita Kansas Milling Co. Silk Floss
7 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
8 Hillsboro Ebel Bros White Lilly
9 North Dakota Valley City Russell-Miller Milling Co. Producer
10 Ohio Columbus The Gwinn Milling Co. Square Deal
11 Oregon Portland St. Jobes Milling Co. Portland
12 Washington Tacoma Tacoma Grain Co. Millers Balloon

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar de havens aan de oost- of de westkust van de Verenigde Staten. Vanuit de havens vervoerden stoomschepen de lading meelzakken naar Rotterdam.

The Oregon Daily Journal, 10 januari 1915

Oostkust:
SS Hannah: de meelzakken uit Kansas (New York v. 5 jan – Rotterdam a. 27 jan 1915)
SS South Point: de meelzakken uit North Dakota (Philadelphia v. 11 febr – Rotterdam a. 27 febr. 1915)
SS Naneric: de meelzakken uit Ohio (New York v. 27 maart – Rotterdam a. 20 april 1915)
Westkust:
SS Washington: de meelzakken uit Idaho, Oregon en Washington (Seattle v. 29 jan – Rotterdam a. 30 maart 1915)

© Annelien van Kempen, 2021

In Rotterdam zijn de meelzakken overgeladen in binnenvaartschepen en via de Maas naar Luik vervoerd (periode januari-april 1915).

De donatie Welsch in 1919
De collectie van Musée de la Vie wallonne bevat dus twaalf meelzakken onbewerkt en -van dezelfde origine- twaalf meelzakken in 1915 bewerkt door studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik. Hier volgen mijn foto’s per set met onbewerkte en bewerkte meelzak.

1 Cream of the Valley, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, afgebiesd met band en franje.

2 Record, tafelkleedje; beschilderd, geborduurd, rand met open naaiwerk en franje.

Nelly Sasserath, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Nelly Sasserath (Luik 08.10.1897-Auschwitz, Polen 17.01.1944; is getrouwd geweest met Louis van Hamberg, heeft drie kinderen gekregen waarvan twee dochters WO II overleefden: Betty Helène Brankart, née Van Hamberg (Antwerpen 20.08.1921) en Claudine Cougnet, née Van Hamberg (Antwerpen 26.06.1923)).

3 Yellowstone, waszak; geborduurd, ringen voor koord

4 Keystone, ‘sous-main’, map, bureaulegger met affiches van de verkooptentoonstelling ‘Sacs Américains’ in Luik van 20 november tot 26 december 1915.

Achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst ‘1000 sacks Flour donated to Belgium Sufferers from Pawnee County, Kansas, USA’. Dit is ook de achterzijde van de map/bureaulegger.

5 Pride of Peabody, tafelkleedje; geborduurd met diverse siersteken, rand met picots.

6 Silk Floss, tijdschriften of krantenhanger; geborduurd, genaaid met blauwe stof aan zijkanten en achterzijde.

7 White Lily, tasje; geborduurd, naaiwerk, met sluitkoord en kwast aan onderzijde.

8 White Lily, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje.

9 Producer, tafelloper; beschilderd/gestempeld of gewerkt met mal, met art déco motieven, geborduurd, achterzijde is gevoerd, rondom franje;

Lucy Jossa, Coll. MVW; foto: auteur

Gesigneerd met de naam: Lucy Jossa (Luik, 07.08.1898-17.10.1993, is getrouwd geweest met George Bartholomé; haar ouders waren Philomène en Jean Paul Jossa-Genicot; haar vader was bediende).

10 Square Deal, krantenhanger; beschilderd en afgebiesd met blauwe rand en zes kwastjes, genaaid op naaimachine.
Gesigneerd met de naam: Thérèse Foidart (Luik 12.04.1898, woonde in Spa, Boulevard des Anglais, in 1930; dochter van Anne Marie en Laurent Foidart-De Radoux; haar vader was musicus).

11 Portland, tafelkleedje; geborduurd, sierrand open naaiwerk, franje; achterzijde van de originele meelzak is bedrukt met de tekst: ‘For Belgium Relief donated by Coeur d’Alène Mining District, Shoshone County, Idaho, USA’.

 

12 Balloon, tafelkleedje; beschilderd op achterzijde met zonnebloemen, sierrand en franje.

Tentoonstellingen in Luik

Affiche van de Luikse verkooptentoonstelling eind 1915, ontwerp D. Poissinger. Coll. MVW, foto: auteur

De versierde meelzak ‘Keystone’ is een ‘sous-main’, een map of bureaulegger, waarin twee affiches zijn opgeborgen van de verkooptentoonstelling van ‘Amerikaansche bloemzakken’ eind december in Luik in de ‘Continental, Salle Mauresque’. Zouden de Welschen daar de aankoop hebben gedaan?

Of heeft (een van de leden van) de familie Welsch meegewerkt op de Ecole de Moyenne Professionelle de Liege aan de voorbereiding van de tentoonstelling?
Misschien was de verzameling al eerder aangelegd. In de krant werd ook melding gemaakt van verkoop van versierde meelzakken via etalages van winkels.

Le Quotidien, 11 oktober 1915
Fotoboek van CRB gedelegeerde David Nelson, 22 februari 1915. Coll. HHPLM

En de klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne Professionnelle kan ook voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden voor de provincie Luik van de Commission for Relief in Belgium direct naar de VS te gaan. De CRB-gedelegeerden hebben in februari 1915 een bezoek gebracht aan de school. Daarvan getuigt het foto-album van David Nelson gedateerd 22 februari 1915.

Goed bekeken lijkt de collectie van twee keer twaalf meelzakken op dat wat tegenwoordig een ‘lespakket’ zou heten.
Dankzij de donatie van de familie Welsch beschikken we nu over een praktisch ‘patronen- en inspiratieboek‘ van versierde meelzakken.

Dank aan:
– De medewerkers van Musée de la Vie wallonne voor hun ontvangst en voorbereiding van mijn bezoek. In het bijzonder wil ik bedanken Nadine de Rassenfosse, Aurélie Lemaire en Anne Stiernet.
– Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van de familie Welsch en de drie studentes van de Ecole Moyenne Professionnelle van Luik, in het bijzonder de navorsing van het indrukwekkende levensverhaal van Nelly Sasserath en haar familie. Haar geschiedenis zal ik later in een speciaal blog vertellen.

Voetnoot
1) Familie Welsch: Marie Anne Dupont (Sint-Joost-ten-Noode 08.05.1857) trouwde op 17 april 1879 met Ernest Eugène Welsch (geboren Tourcoing (F) 26.09.1852). Ernest Welsch was werkzaam als onderwijsinspecteur (inspecteur des écoles primaires communales de la ville de Liège). In 1926 werd hij benoemd als professor aan l’Ecole industrielle de Grivegnée. Hij schreef tien jaar na de oorlog een toneelstuk over de oorlog, de Waalse eenakter “Li Dièrinne lète”.
In de collectie van MVW bevindt zich ‘une palette de peintre miniature décorée et signée par un certain “E. Welsch” et qui date du début du 20ème siècle. Elle fait partie d’un ensemble de plus de 300 palettes miniatures décorées par des artistes amateurs ou professionnels à l’initiative d’un marchand de tabac-cigares Félix Schroeder.’
De zoon Paul Welsch (Luik 30.08.1886 – Luik 20.09.1941) trouwde op 14 april 1914 met Elise Sauvage (Luik 28.07.1887 – Luik 23.03.1965). Paul Welsch werkte als onderwijzer (instituteur communal), daarna als hotelier.

 

From Aid to Embroidery in Ohio, USA

High demand for wheat. The Lima Morning Star and Republican Gazette, Lima, Ohio, October 24, 1914

American wheat sales rose to unprecedented levels in the fall of 1914 due to the European war. The wheat exchange in Chicago made record sales through purchases from agents of the German and English governments.

Northwestern Elevator and Mill Company, Mount Vernon, Ohio

An Ohion newspaper headlined “Flour Mills busy” in October 1914. Northwestern Elevator & Mill Co.’s two largest mills, in Mount Vernon and Toledo, and National Milling Co. in Toledo, coped well with the large orders. They exported their entire production to Liverpool, Glasgow and Paris[1]. 

Northwestern Elevator and Mill Co, American School painting, oil on canvas, 46×61 cm; photo: artnet.com

At the end of November, the mills made the newspapers again because of a humanitarian relief movement intended to help the population of occupied Belgium. The mills contributed to the relief effort of the Miller’s Belgian Relief Movement, organized by the Minneapolitan trade journal Northwestern Miller.

The Fulton County Tribune, Fulton, November 27, 1914

Northwestern Elevator & Mill Co. immediately pledged 50 barrels of flour and invited the citizens of Mt. Vernon to contribute to the relief campaign by purchasing at least one sack of flour at cost price:

 

The Democratic Banner, Mount Vernon, December 22, 1914

“The flour is to be shipped in heavy cotton bags containing forty-nine pounds. Anyone wishing to donate, can purchase flour from us at the cost price of $5.00 per barrel. No donations will be accepted for less than one forty-nine pound sack. … We will donate 50 barrels, and trust that enough more will be donated by our generous citizens to make the shipment from Mt. Vernon at least a car load of two hundred barrels.” (The Democratic Banner, 1 december 1914)

The call for aid made by Northwestern Elevator & Mill Co. was a success: a full train car with 820 sacks of flour (205 barrels) left for Philadelphia at the end of December to be delivered to SS South Point. The local organizing committee of Mt. Vernon thanked all donors through a newspaper article:

The Democratic Banner, Mt. Vernon, December 25, 1914
Flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en photo: HHLP 62.4.120

The Miller’s Belgian Relief Movement’s relief effort was successful throughout Ohio. Dozens of mills contributed for a total of 4,861 barrels of flour (equivalent to over 20 carloads, 19,444 sacks of 49 Lbs, 430 tons of flour). The Relief Report[2] stated the following regarding Ohio’s mills:

Ohio millers and residents donated 4,861 barrels of flour. Report Miller’s Belgian Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

Re-use of Ohio flour sacks in Belgium

Instructions from the Miller’s Belgian Relief Movement; Beatrice Daily Sun, Beatrice, Nebraska, January 2, 1915

Using cotton sacks was a necessary stimulus to the American cotton industry. The cotton sacks in which the flour was packed were intended for reuse in Belgium. The Belgian women and girls have gratefully made use of the cotton. After the sacks were emptied at the bakeries, they proceeded to make the sacks into clothes.

Flour sack “Belgian Relief Flour”, The Northwestern Elevator & Mill Co., Toledo, Ohio. Back of a jacket, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Decorated flour sack “Belgian Relief Flour”, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. col. and photo: HIA

An example of a jacket made from a Northwestern Elevator & Mill flour sack is part of the collection of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPL).

Most flour sacks are embroidered and embellished.

Belgian author Gilles wrote about a flour sack from Springfield, Ohio[3]:
Saturday 17 July 1915
The American sacks that contained the wheat flour for the Belgian National Relief and Nutrition Committee (CNSA) are particularly popular among collectors of war memories. The sacks are printed and the more characteristic the printing, the higher the sales price. A sack of 30 francs is printed with blue and red letters, the text reads in English:

                                               From the city of Springfield, Ohio
                                               As a testimony of affection
                                               Our friends the Belgians
                                               To this heroic nation
                                               God bless it!

Decorated flour sack The Moody & Thomas Milling Co, Peninsula, Ohio. Coll. and photo HHPL 62.4.391

Besides the jacket, I have located four more copies of the flour sacks delivered in Belgium by the Miller’s Belgian Relief Movement.
Two embroidered flour sacks have been preserved:

One flour sack of the Moody & Thomas Milling Co., Peninsula (collection HHPL); the second of The National Milling Co., Toledo (Hoover Institution Archives collection, Stanford University, HIA).

 

Flour sack “DEWEY’S”, The Dewey BROS. Co., Blanchester, Ohio. Coll. WHI; photo: author

Also, two original flour sacks have been preserved: one from Dewey Bros. Co., Blanchester (collection War Heritage Institute, Brussels (WHI)); the second of The National Milling Co., Toledo (collection HHPL 62.4.120).

 

OHIO Commission for Relief of European War Sufferers
Six weeks later, another appeal was made to Ohioans. The Ohio Commission for Relief of European War Sufferers was founded on January 4, 1915 in Columbus. During a luncheon those present decided to raise supplies and money to help victims of the European war, with the support of State Board of Commerce staff.

The Fulton County Tribune, Fulton, January 15, 1915
Mr. Edward Drummond Libbey (1854-1925) and Mrs. Florence Scott Libbey (1863-1938), ca. 1901; photo Wikipedia

President of the committee was E.D. Libbey from Toledo, treasurer E.R. Sharp from Columbus, Secretary O.K. Shimansky from Columbus.
The state of Ohio was home to European emigrants and their descendants from many countries; that is why the Commission made a broad effort to provide assistance to “European War Sufferers”. Priority was given to assistance to the Belgian population; the commission intended to secure a shipload of provisions for the Belgians to be moved early in February 1915.

The Ohio Woman’s Auxiliary: Mrs. Estelle Thompson, née Clark
Although men were appointed to the committee, women carried out the work. The existing and well-managed women’s organizations started working centrally and locally. Communication proceeded through letters, calls and advertisements in the newspapers; orally at regular meetings of clubs, churches and schools.

History of the Woman’s Section of the CRB, 1915

The Ohio Woman’s Auxiliary was headed by Mrs. Estelle Godfrey Thompson, née Clark (Massillon, Stark County 13.02.1862 – Columbus 29.06.1945), wife of President William Oxley Thompson of Ohio State University in Columbus. Mrs. Wm. O. Thompson was a member of The Woman’s Section of The Commission for Relief in Belgium, serving both on the “Executive Co-operating Committee” as chair of  the National Federation of College Women as the “State Chairmen” as chair of Ohio.

Estelle Clark Tompson in “Woman’s Who is Who in America, 1914/15”

Estelle Clark Thompson descended from a well-to-do Cleveland family; she worked as a teacher of dramatics at Western College for Women in Oxford, Ohio. At the age of 32 she married William Thompson; she was his third wife; he was twice widowed and had two daughters from his first and two sons from his second marriage. Estelle Clark Thompson took care of the four young children; she remained childless herself. She played an active role in Ohio women’s organizations and campaigned for women’s rights: “Favors women suffrage”.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. and photo CCHSM no. 4003

Mr. Brand Whitlock and Mrs. Ella Whitlock, née Brainerd
During World War I, the diplomat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, USA 04.03.1869 – Cannes, France 24.05.1934) was American minister plenipotentiary in Belgium seating in Brussels. He acted as patron of the international “Commission for Relief in Belgium” (CRB) and the Belgian National Relief Committee “Comité National de Secours et d’Alimentation” (CNSA), the organizations that coordinated and implemented food relief for the population in occupied Belgium.

Mrs. Ella Brainerd Whitlock; photo: Library of Congress

He lived in Brussels with his wife, Ella Whitlock, née Brainerd (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). Ella Brainerd Whitlock worked energetically to help the Belgian population and closely collaborated with the Belgian women’s organizations.

Detail flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003

Brand Whitlock felt connected to the state of Ohio. Before becoming a diplomat in 1914, he had been elected mayor of Toledo four times (1906-1914); he had worked there as a lawyer from 1897. Due to his connection with Ohio, he became member of the honorary advisory commission of the Ohio Commission for Relief of European War Sufferers. He successfully appealed to the American people to aid the Belgians with food.

As a result of their work, the Whitlocks received many gifts for their efforts, including decorated flour sacks.

After her husband passed away, Ella Brainerd Whitlock returned to the US. She donated many objects, including their interesting collection of flour sacks to the Champaign County Historical Society in Urbana and Toledo. The Champaign County Historical Society Museum in Urbana (CCHSM) preserves this collection. See also the blog: Flour sack trip from Urbana to Overijse

Flour sacks with portrait of Brand Whitlock
Two flour sacks with Brand Whitlock’s portrait stand out.

Embroidered flour sack “American Commission”/ Brand Whitlock; 1915. Coll. and photo CCHSM, no. 4001

The origin of flour sack no. 4001 is “American Commission”; the Belgian embroiderer added as texts: “A.S.E.M. Brand Whitlock, M. P. des Etats-Unis à Bruxelles; E Pluribus Unum; La Belgique Reconnaissante 1914-1915”. The portrait looks like a lithography, surrounded by an embroidered green laurel wreath; to the left and right of the portrait are embroideries of the Belgian and American flags; on the lower part of the flour sack the “Great Shield of the United States” is embroidered, along with the eagle with spread wings and the stars representing the thirteen original colonies of the US plus the text: “E Pluribus Unum”.

Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; portrait L. van Loo, 1915/16. Coll. and photo CCHSM, no. 4003, recto
Decorated flour sack “Kentucky and Southern Indiana”/Brand Whitlock; 1915/16. col. and photo CCHSM, no. 4003, verso

The other flour sack, no. 4003, bears the original print “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana” via The Louisville Herald, produced by Louisville Milling Co, Louisville, KY. In Belgium, the sack had been printed with red letters: “A Son Excellence Monsieur Brand Whitlock, Ministre des Etats-Unis à Bruxelles. La Belgique entière acclame les Etats-Unis.” The flags of Belgium and the US are embroidered, as are the letters of the original print. The photo portrait of Brand Whitlock is colorized, signed “L. van Loo”. The photographer may presumably have been Leo Petrus Julius (Leon) van Loo (Sint-Joris-ten Distel 19.08.1841 – Cincinnati 10.01.1907) He was an art photographer born in Belgium, who emigrated to Ohio at the age of 15, following his Ghent teacher Charles Waldack. Waldack was able to emigrate to Cincinnati, because Leon van Loo’s father paid him in exchange for his son’s training as a photographer. Van Loo lived in Cincinnati for the rest of his life. It seems likely that he made a photo portrait of (a younger) Brand Whitlock in the US and that a print of the portrait ended up in his old hometown Ghent, Belgium, where it has been used for the flour sack(s).

SS Naneric; photo: Allen C. Green series (online)

State Ship SS Naneric
CRB’s New York office contracted the British steamship Naneric as State Ship of Ohio. SS Naneric had made an earlier trip to Calcutta, India, and had to voyage from there to New York to take the cargo on board. On that 65-day voyage from Calcutta to New York, SS Naneric passed through the Suez Canal and was caught up in war. The battle it found itself in was between the Allied army, supported by fire from French and British cruisers, and a Turkish land force, commanded by German officers.
Captain Tulloch of the Naneric reported that his steamer entered the Suez Canal on February 1, 1915 but had not been allowed to proceed because of the battle. After days delay, the vessel was permitted to proceed to Port Said, protected with sandbags. On March 8, SS Naneric docked in Philadelphia.[4]

The Ohio women’s fundraising campaigns were successful; trains brought carloads of flour to New York Harbor.

The Democratic Banner, Mt. Vernon, February 19, 1915
The Democratic Banner, March 9, 1915

On March 27, SS Naneric departed from New York as the Ohio State Ship with the relief supplies on board and arrived in Rotterdam around April 20. The relief supplies were transferred to barges for transit to the Belgian villages and towns. By the end of April, the Belgian bakers were able to bake bread from the flour and the local population could taste the good gifts that the people of the state of Ohio had given for a second time.

Original flour sack Bakoto Flour, Canton Feed & M’L’G Co., Canton, Ohio, 1915. Photo: US Embassy in Belgium

With the emptied flour sacks, the Belgian women and girls could continue with their charitable work, transforming them into souvenirs.

Nine embroidered sacks, presumably from the State Ship Ohio, have been preserved.

  • A sack of “Bakoto Flour” from Bako Mills, Canton Feed and M’L’G Co., Canton, is in the Embassy of the United States of America in Belgium in Brussels[5];
  • Three preserved “Square Deal” sacks from The Gwinn Milling Co., Columbus are in the Musée de la Vie wallonne in Liège (one embroidered, one original), respectively in Mons Memorial Museum in Mons (one embroidered);
  • Decorated flour sack “Square Deal”, The Gwinn Milling Co., Columbus, Ohio, 1915/16. Coll. Musée de la Vie wallonne
  • Detail original flour sack “The Famous White Loaf”, Sunbury Mills. Coll. RAHM Tx 2648 ; photo: author

    Five flour sacks “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, are preserved in both a private collection in Belgium (98 Lbs) and in the United Kingdom (49 Lbs) (both embroidered): at the In Flanders Fields Museum (IFFM), Ypres (98 Lbs, embroidered, panel in folding screen); at the Royal Art & History Museum (RAHM), Brussels (49 Lbs, original sack, Tx 2648); at Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca. (24 1/2 Lbs embroidered).

Burrer Mills, Sunbury, 1929; photo: BigWalnutHistory.com

Sunbury Mills, G. J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio
The history of the Sunbury Mills mill is detailed on the website of the Big Walnut Historical Society located at the Myers Inn Museum in Sunbury.
Gottleib Jacob (Jakie) Burrer (Germany, 03.01.1848 – Sunbury 18.02.1926) owned Sunbury Mills since 1875. It was a family business. He was married to Amy Ann Gammill; their sons Karl (age in 1914: 35), Paul (28), Rudolph (26) and Gordon (20) worked in the expanding business (including electricity generation and supply), which meant a lot to Sunbury. Sunbury Mills has been the longest operating mill in Sunbury. In 1945 the mill, which had meanwhile merged with the Condit Elevators, was sold to the Farm Bureau.

Charlotte Burrer, née Pagels: American Flour Sack Embroiderer in Ohio
The youngest Burrer son, Gordon Jacob (Sunbury 02.02.1894 – Pleasant Ridge, Ohio, 04.07.1960) is a war veteran. He served in World War I, in 1917/18, as a captain in the US Army Infantry.
At the age of 35 he married Charlotte Grace Pagels (1895 – Hamilton, Ohio, July 2, 1991); they married on October 3,1929 at Pleasant Ridge, near Cincinnati. They had three children: Charlotte Amy, Gordon Jacob and Frederick Pagels. Charlotte Pagels Burrer’s grandparents had been German emigrants.

Hoover Tower, 1941; photo: HIA

Charlotte deserves eternal glory for embroidering a Sunbury Mills flour sack! Yes, a flour sack “The Famous White Loaf Roller Flour” by Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury.
In which year she embroidered the flour sack I do not know, but it seems she produced the embroidery after a visit to the Hoover Tower at Stanford University in Palo Alto, California[6]. She became acquainted with the collection of decorated flour sacks in the archives of the Commission for Relief in Belgium, kept in the Hoover Institution Archives and was surprised to see an embroidered flour sack “White Loaf” from Sunbury Mills.

Decorated flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio. Embroidered in Belgium in 1915/16. Was a model for a replica of Ch. Pagel’s Burrer. Coll. Hoover Institution Archives

It inspired Charlotte to embroider exactly such a flour sack.

Embroidered Flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, Sunbury, Ohio. Replica of flour sack in Hoover Institution Archives. Embroiderer Charlotte Burrer, née Pagels, Cincinnati, Ohio. Coll. and photo: Community Library, Sunbury

Back home in Ohio, she looked for a flour sack printed with the “White Loaf” brand at Sunbury Mills and got to work. A so-called ‘Replica’ of the flour sacks decorated in Belgium during WW I was born; it is proudly preserved in Sunbury’s Community Library.
Former Sunbury librarian, Mrs. Polly Horn, is now curator of the Myers Inn Museum in Sunbury. She published a photo of Charlotte’s embroidered flour sack in her “Burrer Mills” blog. Thanks to her I came into possession of a photo of this embroidery by an American flour sack embroiderer: Charlotte Pagels Burrer.

Embroidery of flour sacks in WW I: getting started

American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” with embroidery patterns and detailed descriptions. Photo: Giftshop HHPLM

The embroidery of flour sacks in times of war and occupation has been a remarkable undertaking by Belgian women and girls in 1915/16. The recognition for their special work is recorded in the American booklet “Out of War. A Legacy of Art”.[7]

The publication came about as a group project from the Red Cedar Questers, Iowa. Belle Walton Hinkhouse took the initiative and Joanne Evans Hemmingway led the project to bring about the release.

Central to the book is the collection of decorated flour sacks from the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa. Former curator Phyllis Foster Danks of the museum (circa 1977-1986) contributed with her expertise on the “Embroidered Belgian Flour Sacks”.

Embroidery pattern “Viking ship” with description in the American booklet about the “Embroidered Belgian Flour Sacks” (HHPL 62.4.401)

Two experienced embroidery teachers, Catherine Robinder and Angeline Hoover Shuh, analyzed the embroidery on the flour sacks.

Embroidery pattern “Bluebird” with description in the American booklet about the ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’. (HHPL 62.4.432)

They concentrated on decorations added by the Belgian women themselves and chose six copies for a reconstruction. The result are six embroidery patterns with detailed descriptions of threads used and embroidery stitches. Embroiderers receive instructions on which cloth to use for the pattern: you could use a sack, but that’s not necessary.
The embroidery patterns are:

  • Woman and sheep
  • Flemish scene
  • Viking ship
  • Bluebirds
  • Violets
  • Poppies

 

Anyone who wants to, can get started! Just like Charlotte Grace Pagel’s Burrer did embroidering her Sunbury flour sack.

Decorated flour sacks can inspire even more creative crafts!

Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915. Private coll. United Kingdom
Embroidered flour sack “White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Private coll. Belgium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Embroidered flour sack ”White Loaf”, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Panel in folding screen. Coll. IFFM

Thanks to:
– Mrs. Polly Horn, curator of the Myers Inn Museum in Sunbury, Ohio, for the wealth of information she sent me about the Sunbury Mill and the Burrer family. She is the author of dozens of blogs on the Big Walnut Area Historical Society.
Watch my program at YouTube:  “Decorated Flour Sacks in WWI. From Aid to Embroidery in Ohio”.
Program of the Big Walnut Area Historical Society, Ohio. Mrs. Polly Horn, director of the Myers Inn Museum in Sunbury invited me to develop this presentation. Enjoy!
– Mrs. Cheryl Ogden, director, and Megan, intern, of the Champaign County Historical Society Museum;
– Hubert Bovens from Wilsele, Belgium, for researching the biographical data of photographer Leon van Loo.

[1] The Tribune, Coshocton, Ohio, October 22, 1914

[2] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

[3] Gille, Louis, Ooms, Alphonse, Delandsheere, Paul, Cinquante Mois d’Occupation Allemande. Volume I 1914-1915. Brussels: Librairie Albert Dewit, 1919

[4] Los Angeles Times, Los Angeles, 9 maart 1915

[5] The US Ambassador, Mr. Gidwitz, showed the flour sack during a recorded message at the online opening of the exhibition ‘When Minnesota Fed the European Children’ on October 12, 2020. Here the link to the YouTube recording of the opening, the American ambassador speaks 4 minutes: you can find it between 3.30 and 7.50 min. https://www.globalminnesota.org/events/past-events/exhibit-opening-of-when-minnesota-fed-the-children-of-europe/

[6] The two black and white photographs of Hoover Tower and the embroidered Sunbury Mills flour sack in HIA are from the book: Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[7] Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West Branch, Iowa: Iowa State Questors, 1995.

“Out of War. A Legacy of Art” is available for purchase for $9.95 in the Gift Shop of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, USA.

 

 

 

Van hulp tot borduurwerk in Ohio, VS

Grote vraag naar graan. The Lima Morning Star and Republican Gazette, Lima, Ohio, 24 oktober 1914

De Amerikaanse afzet van graan steeg in najaar 1914 tot ongekende hoogte door de oorlog in Europa. De graanbeurs in Chicago maakte recordomzetten door aankopen van Duitse en Engelse graanhandelaren.

Northwestern Elevator and Mill Company, Mount Vernon, Ohio
Flour Mills busy’ kopte een krant in Ohio in oktober 1914. De twee grootste maalderijen Northwestern Elevator & Mill Co. in Mount Vernon en Toledo en National Milling Co. in Toledo konden de orders goed aan. Ze exporteerden hun volledige productie naar Liverpool, Glasgow en Parijs (The Tribune, Coshocton, Ohio, 22 oktober 1914).

Northwestern Elevator and Mill Co, American School painting, oil on canvas, 46×61 cm; foto: artnet.com

Eind november kwamen de maalderijen in het nieuws door een humanitaire actie voor de bevolking van bezet België. De maalderijen leverden hun bijdrage aan de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement, georganiseerd door het vakblad Northwestern Miller uit Minneapolis.

The Fulton County Tribune, Fulton, 27 november 1914

Northwestern Elevator & Mill Co. zegde direct 50 barrels meel toe en nodigde de burgers van Mt. Vernon uit om ook bij te dragen aan de hulpactie door minimaal een zak meel tegen kostprijs bij hen in te kopen:

The Democratic Banner, Mount Vernon, 22 december 1914

‘The flour is to be shipped in heavy cotton bags containing forty-nine pounds. Anyone wishing to donate, can purchase flour from us at the cost price of $5.00 per barrel. No donations will be accepted for less than one forty-nine pound sack. … We will donate 50 barrels, and trust that enough more will be donated by our generous citizens to make the shipment from Mt. Vernon at least a car load of two hundred barrels.’ (The Democratic Banner, 1 december 1914)

De actie van Northwestern Elevator & Mill Co. was een succes: een volle treinwagon met 820 zakken meel (205 barrels) vertrok eind december naar Philadelphia voor aflevering aan het schip de South Point.
Het lokale organisatie-comité van Mt. Vernon bedankte via de krant alle donateurs:

The Democratic Banner, Mt. Vernon, 25 december 1914
Onbewerkte meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en foto: HHLP 62.4.120

De hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement was succesvol in geheel Ohio. Tientallen maalderijen leverden hun bijdragen voor een totaal van 4.861 barrels meel (gelijk aan ruim 20 wagonladingen, 19.444 zakken, 430 ton meel). Het Report[1] over de hulpactie vermeldde voor Ohio de maalderijen:

De maalderijen en inwoners van Ohio schonken 4861 barrels meel. Report Miller’s Belgian Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

Hergebruik van Ohio meelzakken in België

Instructies van de Miller’s Belgian Relief Movement; Beatrice Daily Sun, Beatrice, Nebraska, 2 januari 1915

De katoenen zakken waarin het meel verpakt was, waren bedoeld voor hergebruik in België.
Gebruik van katoenen zakken was een noodzakelijke stimulans voor de Amerikaanse katoenindustrie. Daar hebben de Belgische vrouwen en meisjes dankbaar gebruik van gemaakt. Nadat de zakken bij de bakkerijen geleegd waren, fabriceerden zij er kleding uit.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The Northwestern Elevator & Mill Co., Toledo, Ohio. Achterpand jasje, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, The National Milling Co., Toledo, Ohio, 1914/15. Coll. en foto: HIA

Een voorbeeld van een jasje, gemaakt van een Northwestern Elevator & Mill-meelzak bevindt zich in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPL).

Andere zakken zijn geborduurd en verfraaid.

De Belgische auteur Gilles schreef over een meelzak uit Springfield, Ohio[2]:
Zaterdag 17 juli 1915
De Amerikaanse zakken die het tarwemeel hebben bevat voor het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NHVK) zijn bijzonder geliefd onder verzamelaars van herinneringen aan de oorlog. De zakken zijn voorzien van opdrukken en hoe karakteristieker de bedrukking, hoe hoger de verkoopprijs. Een zak van 30 francs is bedrukt met blauwe en rode letters, de tekst luidt in het Engels:
                                               Van de stad Springfield (Ohio)
                                               Als getuigenis van genegenheid
                                               Onze vrienden de Belgen
                                               Aan deze heroïsche natie
                                               God zegene het!

Versierde meelzak The Moody & Thomas Milling Co, Peninsula, Ohio. Coll. en foto HHPL 62.4.391

Van de meelzakken die geleverd zijn in België door de Miller’s Belgian Relief Movement heb ik, behalve het jasje nog vier exemplaren teruggevonden in collecties.

Twee geborduurde meelzakken zijn bewaard gebleven, zie de meelzakken van de Moody & Thomas Milling Co., Peninsula (collectie HHPL); de National Milling Co., Toledo (collectie Hoover Institution Archives, Stanford University, HIA).

Onbewerkte meelzak DEWEY’S, The Dewey BROS. Co. Blanchester Ohio. Coll. WHI; foto: auteur

Twee onbewerkte meelzakken zijn bewaard gebleven: een van Dewey Bros. Co., Blanchester (collectie Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI)) en een van The National Milling Co., Toledo (collectie HHPL 62.4.120).

 

OHIO Commission for Relief of European War Sufferers
Zes weken later werd een nieuw beroep gedaan op Ohio.
De Ohio Commission for Relief of European War Sufferers werd opgericht op 4 januari 1915 in Columbus. Tijdens een lunch van de Ohio State Board of Commerce werd besloten goederen en geld voor hulp aan slachtoffers van de Europese oorlog bijeen te gaan brengen, met ondersteuning van medewerkers van de State Board of Commerce.

The Fulton County Tribune, Fulton, 15 januari 1915
Het echtpaar Edward Drummond Libbey (1854-1925) en Florence Scott Libbey (1863-1938), ca 1901; foto wikipedia

Voorzitter van de commissie was E.D. Libbey uit Toledo, penningmeester E.R. Sharp uit Columbus, secretaris O.K. Shimansky uit Columbus.
In de staat Ohio woonden Europese emigranten en hun nakomelingen uit vele landen; daarom zette de Commission breed in bij de hulpverlening aan ‘European War Sufferers’. Prioriteit werd gegeven aan hulpverlening aan de Belgische bevolking; de commissie nam het besluit om een schip vol hulpgoederen voor de Belgen in februari 1915 te laten vertrekken.

The Ohio Woman’s Auxiliary: Mrs. Estelle Thompson, née Clark
Hoewel mannen in de commissie werden benoemd, zorgden vrouwen voor de uitvoering van het werk. De bestaande en goed geleide vrouwenorganisaties gingen centraal en lokaal aan de slag. Communicatie verliep via brieven, oproepen en advertenties in de kranten; mondeling op reguliere bijeenkomsten van clubs, kerken en scholen.

History of the Woman’s Section of the CRB, 1915

The Woman’s Auxiliary (het vrouwensteuncomité) van Ohio stond onder leiding van mevrouw Estelle Godfrey Thompson, née Clark (Massillon, Stark County 13.02.1862 – Columbus 29.06.1945), de echtgenote van rector William Oxley Thompson van de Ohio State University in Columbus. Mrs. Wm. O. Thompson maakte deel uit van The Woman’s Section of The Commission for Relief in Belgium, zowel in het ‘Executive Co-operating Committee’ als voorzitster van de ‘National Federation of College Women’, alsmede als ‘State Chairman’ van Ohio.

Estelle Clark Tompson in ‘Woman’s Who is Who in America, 1914/15′

Estelle Clark Thompson stamde af van een gegoede familie uit Cleveland; zij werkte als docente dramatiek op de Western College for Women in Oxford, Ohio. Op 32-jarige leeftijd trouwde ze met William Thompson; ze was zijn derde echtgenote; hij was reeds tweemaal weduwnaar en had twee dochters uit zijn eerste en twee zonen uit zijn tweede huwelijk. Estelle Clark Thompson nam de zorg voor de vier jonge kinderen op zich, maar bleef zelf kinderloos. Zij speelde een actieve rol in de Ohio-vrouwenorganisaties en zette zich in voor vrouwenrechten en kiesrecht: ‘Favors women suffrage’.

Detail meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. en foto CCHSM nr. 4003

Mr. Brand Whitlock en Mrs. Ella Whitlock, née Brainerd
Tijdens WO I was de diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel. Hij trad op als beschermheer van de internationale Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA), de organisaties die de voedselhulp voor de bevolking in bezet België coördineerden en uitvoerden.

Ella Brainerd Whitlock; foto: Library of Congress

Hij woonde in Brussel met zijn vrouw, Ella Whitlock, née Brainerd (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). Ella Brainerd Whitlock zette zich energiek in voor hulp aan de Belgische bevolking en werkte nauw samen met de Belgische vrouwenorganisaties.

Detail meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; portret L. van Loo, 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003

Brand Whitlock voelde zich verbonden met de staat Ohio. Voordat hij in 1914 diplomaat werd, was hij viermaal verkozen als burgemeester van Toledo (1906-1914); hij werkte er vanaf 1897 als advocaat. Vanuit de binding met Ohio werd hij lid van het comité van aanbeveling van de Ohio Commission for Relief of European War Sufferers. Hij riep met succes de Amerikaanse bevolking op om de Belgen te hulp te komen met voedsel.
Uit hoofde van hun werkzaamheden ontving het echtpaar Whitlock vele geschenken voor hun inzet, waardoor zij onder meer een collectie versierde meelzakken opbouwden.
Ella Brainerd Whitlock heeft na het overlijden van haar man en teruggekeerd in de VS, deze interessante collectie meelzakken geschonken aan de Champaign County Historical Society in Urbana en Toledo. Het Champaign County Historical Society Museum in Urbana (CCHSM) heeft deze collectie in bewaring. Zie ook het blog: Zakkenreis van Urbana naar Overijse

Meelzakken met portret van Brand Whitlock
Twee meelzakken met het portret van Brand Whitlock springen eruit.

Geborduurde meelzak ‘American Commission’/ Brand Whitlock; 1915. Coll. en foto CCHSM, nr. 4001

De oorsprong van meelzak nr. 4001 is ‘American Commission’; de Belgische borduurster voegde als teksten toe: ‘A.S.E.M. Brand Whitlock, M.P. des Etats-Unis à Bruxelles; E Pluribus Unum; La Belgique Réconnaissante 1914-1915’. Het portret lijkt een lithografie, omringd door een groene geborduurde lauwerkrans, de vlaggen links en rechts zijn geborduurd; ook het officiële schild ‘Great Shield of the United States’ met de arend met gespreide vleugels en de 13 sterren die de dertien oorspronkelijke koloniën van de VS representeren plus de tekst: ‘E Pluribus Unum’ is geborduurd.

Versierde meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; portret L. van Loo, 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003, recto
Versierde meelzak ‘Kentucky and Southern Indiana’/Brand Whitlock; 1915/16. Coll. en foto CCHSM, nr. 4003, verso

De andere meelzak, nr. 4003, draagt de originele bedrukking ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana’, via The Louisville Herald, geproduceerd door Louisville Milling Co, Louisville, KY. In België, wellicht in Gent, is op de zak een tekst in rood gedrukt:’A Son Excellence Monsieur Brand Whitlock, Ministre des Etats-Unis à Bruxelles. La Belgique entière acclame les Etats-Unis.’ De vlaggen van België en de VS zijn geborduurd, evenals de letters van de oorspronkelijke bedrukking. Het portret van Brand Whitlock is een ingekleurd fotoportret van L. van Loo. Leo Petrus Julius (Leon) van Loo (Sint-Joris-ten Distel 19.08.1841 – Cincinnati 10.01.1907) was een in België geboren kunst-fotograaf. Hij emigreerde op 15-jarige leeftijd naar Ohio, daarbij zijn Gentse leermeester Charles Waldack volgend. Waldack kon emigreren naar Cincinnati, omdat de vader van Leon van Loo het betaalde in ruil voor de opleiding tot fotograaf van zijn zoon. Van Loo heeft zijn verdere leven in Cincinnati gewoond. Het lijkt aannemelijk dat hij een fotoportret van (een jongere) Brand Whitlock heeft gemaakt in de VS en dat een afdruk van het portret  in Gent, België, is terecht gekomen, waar het later is gebruikt voor de meelzak(ken).

SS Naneric; foto: Allen C. Green series (online)

State Ship SS Naneric
Het kantoor van CRB in New York contracteerde het Britse stoomschip Naneric als State Ship van Ohio. De SS Naneric had een eerdere reis naar Calcutta, India, gemaakt en voer vandaar naar New York om de lading aan boord te nemen. Op die reis van 65 dagen moest het schip door het Suezkanaal en raakte verzeild in oorlogsgeweld. De strijd ging tussen het geallieerde leger, gesteund door vuur van Franse en Britse kruisers en het Turkse leger, dat onder bevel stond van Duitse officieren.

The Democratic Banner, Mt. Vernon, 19 februari 1915

Kapitein Tulloch van de Naneric vertelde dat zijn schip op 1 februari 1915 het Suzekanaal binnenvoer, maar tegengehouden werd vanwege de gevechten. Na dagen wachten mocht het schip doorvaren naar Port Said, waarbij het werd afgedekt door zandzakken. Op 8 maart meerde de Naneric af in de haven van New York. De inzamelingsacties van de vrouwenorganisaties in Ohio waren geslaagd; treinen brachten wagonladingen vol zakken meel naar de haven van New York.

The Democratic Banner, 9 maart 1915

Op 27 maart vertrok SS Naneric als ‘Ohio State Ship’ met de hulpgoederen aan boord en arriveerde rond 20 april in Rotterdam. De hulpgoederen werden overgeladen op binnenschepen voor doorvoer naar de Belgische dorpen en steden. Eind april konden de Belgische bakkers broden bakken van het meel en kon de plaatselijke bevolking ten tweede male proeven van de goede gaven die de bevolking van de staat Ohio had geschonken. Met de geleegde meelzakken konden de Belgische vrouwen en meisjes verder met hun liefdadige werk ze te transformeren tot aandenkens.

Onbewerkte meelzak Bakoto Flour, Canton Feed & M’L’G Co., Canton, Ohio. Foto: Ambassade van de VS in België

Een negental geborduurde zakken, waarschijnlijk afkomstig van het ‘State Ship Ohio’, zijn bewaard gebleven.

  • Een zak ‘Bakoto Flour’ van Bako Mills, Canton Feed and M’L’G Co., Canton, bevindt zich in de Ambassade van de Verenigde Staten van Amerika in België te Brussel[3];
  • Drie bewaarde zakken ‘Square Deal’ van The Gwinn Milling Co., Columbus bevinden zich in resp. Musée de la Vie wallonne in Luik (één geborduurd, één onbewerkt) en Mons Memorial Museum in Bergen (één geborduurd);
  • Versierde meelzak ‘Square Deal’, The Gwinn Milling Co., Columbus, Ohio, 1915/16. Coll. Musée de la Vie wallonne
  • Detail onbewerkte meelzak ‘The Famous White Loaf’, Sunbury Mills. Coll. KMKG-MRAH Tx 2648 ; foto: auteur

    Vijf meelzakken ‘The Famous White Loaf Roller Flour’ van Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, zijn bewaard gebleven in zowel een particuliere collectie in België (98 Lbs) als in het Verenigd Koninkrijk (49 Lbs) (beide geborduurd), bij het In Flanders Fields Museum, Ieper (98 Lbs, geborduurd, paneel in kamerscherm), bij het KMKG, Brussel (49 Lbs, onbewerkt, Tx 2648) en in de Hoover Institution Archives, Palo Alto, Ca. (24 1/2 Lbs geborduurd).

Burrer Mills, Sunbury, 1929; foto: BigWalnutHistory.com

Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio
De geschiedenis van de maalderij Sunbury Mills is uitgebreid beschreven op de website van Big Walnut Historical Society gevestigd in het Myers Inn Museum in Sunbury.
Gottleib Jacob (Jakie) Burrer (Duitsland, 03.01.1848 – Sunbury 18.02.1926) was eigenaar van Sunbury Mills sinds 1875. Het was een familiebedrijf. Hij was getrouwd met Amy Ann Gammill; hun zonen Karl (leeftijd in 1914: 35), Paul (28), Rudolph (26) en Gordon (20) werkten mee in het groeiende bedrijf (onder meer elektriciteitsopwekking en -voorziening), dat veel betekende voor de plaats Sunbury. Sunbury Mills is de langst werkende maalderij in Sunbury geweest. In 1945 werd de maalderij, die inmiddels was samengegaan met de Condit Elevators, verkocht aan het Farm Bureau.

Charlotte Burrer, née Pagels: Amerikaans meelzak-borduurster in Ohio
De jongste Burrer zoon, Gordon Jacob (Sunbury 02.02.1894 – Pleasant Ridge, Ohio, 04.07.1960) is een oorlogsveteraan. Hij diende in WO I, in 1917/18, als kapitein bij de infanterie van het Amerikaanse leger.
Op 35-jarige leeftijd huwde hij Charlotte Grace Pagels (1895 – Hamilton, Ohio, 2 juli 1991); zij trouwden op 3 oktober 1929 in Pleasant Ridge, bij Cincinnati. Ze kregen drie kinderen: Charlotte Amy, Gordon Jacob en Frederick Pagels. De grootouders van Charlotte Pagels Burrer waren als Duitse emigranten naar Ohio gekomen.

Hoover Tower, 1941; foto: HIA*)

Charlotte verdient eeuwige roem, omdat zij een meelzak van Sunbury Mills borduurde! Jawel, een meelzak ‘The Famous White Loaf Roller Flour’ van Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury.

Wanneer zij de meelzak borduurde is mij niet bekend, maar volgens overlevering heeft zij het borduurwerk gemaakt na een bezoek aan de Hoover Tower op Stanford University in Palo Alto, Californië. Ze maakte er kennis met de collectie versierde meelzakken in het archief van de Commission for Relief in Belgium, bewaard in de Hoover Institution Archives en zag tot haar verrassing een geborduurde meelzak ‘White Loaf’ van Sunbury Mills.

Versierde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio. Geborduurd in België in 1915/16. Stond model voor replica van Ch. Pagels Burrer. Coll. Hoover Institution Archives*)

Het inspireerde Charlotte tot het borduren van exact zo een meelzak.

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, Sunbury, Ohio. Replica van meelzak in Hoover Institution Archives. Borduurster Charlotte Burrer, née Pagels, Cincinnati, Ohio. Coll. en foto: Community Library, Sunbury

Thuisgekomen in Ohio zocht ze in de maalderij van Sunbury Mills een meelzak met bedrukking van het merk ‘White Loaf’ en ging aan het werk.
Een zogenaamde ‘Replica’ van de in België versierde meelzakken tijdens WO I was geboren; deze wordt met grote trots bewaard in de bibliotheek, de Community Library, van Sunbury.
De voormalige bibliothecaresse van Sunbury, mevrouw Polly Horn, is tegenwoordig conservator van het Myers Inn Museum in Sunbury. Zij publiceerde in haar blog over ‘Burrer Mills’ een foto van Charlotte’s geborduurde meelzak. Dankzij haar ben ik in het bezit gekomen van een foto van dit borduurwerk van een Amerikaanse meelzak-borduurster: Charlotte Pagels Burrer.

Borduren van meelzakken in WO I: zelf aan de slag

Amerikaans boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’ met borduurpatronen en gedetailleerde beschrijvingen. Foto: Giftshop HHPLM

Het borduren van meelzakken in tijd van oorlog en bezetting is een opmerkelijke onderneming geweest van Belgische vrouwen en meisjes in 1915/16. De erkenning voor hun bijzondere werk is vastgelegd in het Amerikaanse boekje ‘Out of War. A Legacy of Art’.[4]
Het boekje kwam tot stand als een groepsproject vanuit de Red Cedar Questers, Iowa. Belle Walton Hinkhouse nam het initiatief en Joanne Evans Hemmingway leidde het project om de uitgave tot stand te brengen.
Centraal in het boekje staat de collectie versierde meelzakken van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa. Oud-conservator Phyllis Foster Danks van het museum (circa 1977-1986) droeg bij met haar deskundigheid over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’.

Borduurpatroon ‘Vikingschip’ met beschrijving in het Amerikaanse boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’ (HHPL 62.4.401)

Twee ervaren borduurdocenten, Catherine Robinder en Angeline Hoover Shuh, analyseerden het borduurwerk op de meelzakken.

Borduurpatroon ‘Bluebirds’ met beschrijving in het Amerikaanse boekje over de ‘Embroidered Belgian Flour Sacks’. (HHPL 62.4.432)

Zij concentreerden zich op versieringen die de Belgische vrouwen zelf hebben toegevoegd en kozen zes exemplaren uit voor een reconstructie. Zes borduurpatronen met gedetailleerde beschrijvingen van gebruikte garens en borduursteken zijn het resultaat. Borduursters krijgen aanwijzingen welk doek te gebruiken voor het patroon, borduren op een zak kan wel, maar is niet nodig.

De borduurpatronen zijn:

  • Vrouw en schaap
  • Vlaams tafereel
  • Vikingschip
  • Bluebirds
  • Viooltjes
  • Klaprozen

Iedereen die wil kan zelf aan de slag! Net als Charlotte Grace Pagels Burrer op haar Sunbury meelzak.
Versierde meelzakken inspireren tot creatief handwerken!

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915. Part. coll. Verenigd Koninkrijk
Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Part. coll. België

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geborduurde meelzak ‘White Loaf’, Sunbury Mills, G.J. Burrer & Sons, Sunbury, Ohio, 1915/16. Paneel in kamerscherm. Coll. IFFM

Dank aan:
– Mrs. Polly Horn, conservator van het Myers Inn Museum in Sunbury, voor de vele informatie die zij mij toestuurde over de Sunbury Mill en de familie Burrer. Zij is auteur van tientallen blogs op de website van de Big Walnut Area Historical Society.
In opdracht van de Big Walnut Area Historical Society maakte ik een Engelstalige PowerPoint presentatie, te zien op YouTube:
‘From Aid to Embroidery in Ohio, USA’.
– Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum;
– Dank aan Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van fotograaf Leon van Loo.

*) De twee zwart-wit foto’s van Hoover Tower en de geborduurde Sunbury Mills meelzak in HIA zijn afkomstig uit het boek: Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

[2] Gille, Louis, Ooms, Alphonse, Delandsheere, Paul, Cinquante Mois d’Occupation Allemande. Deel I 1914-1915: 17 juli 1915. Bruxelles: Librairie Albert Dewit, 1919

[3] De Amerikaanse ambassadeur, Mr. Gidwitz, toonde de meelzak tijdens een recorded message bij de online opening van de expositie ‘When Minnesota Fed the European Children’ op 12 oktober 2020. Hier de link naar de YouTube recording van de opening, de Amerikaanse ambassadeur spreekt 4 minuten: je vindt het tussen 3.30 en 7.50 min. https://www.globalminnesota.org/events/past-events/exhibit-opening-of-when-minnesota-fed-the-children-of-europe/

[4] Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West-Branch, Iowa: Iowa State Questors, 1995.
Het boekje Out of War. A Legacy of Art is voor $9,95 te koop in de Giftshop van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS.

 

 

‘America Feeding Belgian Children’: Allegorie van Joseph Dierickx

Kranten en tijdschriften waren de social media van 1916. Het werk op meelzak van de Belgische kunstenaar Joseph (ook: José) Dierickx is door hen opgepakt.
Dierickx tekende de allegorie ‘Amerika voedt Belgische kinderen’ en deze stond in januari 1916 vol in de schijnwerpers in de Verenigde Staten, dankzij de Amerikaanse persagent Curtis Brown in Londen.

Briefhoofd Curtis Brown, Londen, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

Curtis Brown International Publishing Bureau

Curtis Brown; foto: online

Curtis Brown Ltd. is heden ten dage een van ’s werelds toonaangevende literaire agentschappen en vertegenwoordigt sinds 1914 een breed scala aan gevestigde en opkomende auteurs van alle genres.
Het gerenommeerde bureau heeft een link met de versierde meelzakken gekregen door het artikel van haar oprichter Curtis Brown. De journalist Albert Curtis Brown (1866-1945) werd geboren in de staat New York. Hij verhuisde in 1888 naar Engeland om het International Publishing Bureau te leiden en begon in 1905 zijn eigen literaire bureau in Londen.

Caroline Curtis Brown, née Lord. Foto: Lean Connell, Londen; coll. Library of Congress

Brown was getrouwd met Caroline Curtis Brown, née Lord (1871-1950). Zij is vice-voorzitter geweest van de London Chapter, Foreign and Insular Division van het Amerikaanse Rode Kruis. Terwijl de oorlogswolken zich in Europa verzamelden, begeleidde Curtis Brown twee leden van het Londense personeel naar New York City en richtte de Amerikaanse tak van Curtis Brown Ltd. op in juli 1914. De dag na Brown’s terugkeer naar Engeland begon de Eerste Wereldoorlog. Het echtpaar Brown-Lord had drie kinderen, waarvan de oudste zoon in WO I in het leger diende. In correspondentie van 1915 schreef Brown dat hij Engeland niet zou verlaten tijdens de oorlog, omdat hij in Europa dicht bij zijn zoon wilde blijven.

Brief van Curtis Brown, 1915; foto: University of Pittsburgh, digital library

De zoon, Marshall Lord Curtis Brown ( 1896-1928) , kapitein in het Britse leger, is tien jaar na de oorlog overleden in Londen; hij stierf, 32 jaar oud, aan de gevolgen van ziekte, opgelopen in de Slag aan de Somme in 1916. *)

Curtis Brown leidde zijn persagentschap naast het literaire agentschap. Als persagent schreef hij op 13 januari 1916 over de stapels versierde meelzakken, aangekomen in het kantoor van de CRB in Londen. Dit bericht mét foto’s verspreidde hij in de VS; het werd door de Amerikaanse media opgepikt en gepubliceerd.

De kranten over Dierickx’ meelzak in 1916

Sunday Star Washington D.C., 23 januari 1916

Het artikel van Curtis Brown is op diverse wijzen overgenomen.
In Washington verscheen het volledige artikel met vermelding van het copyright van Curtis Brown[1]:

Belgian People Show Appreciation of America’s Aid
Painting done on an empty flour sack and returned to Commission for Relief in Belgium. The skilled artist shows “America Feeding Belgian Children”. The children are being passed up by a figure depicting broken Belgium, and the man is also raising the American flag to his lips.”

(‘Belgen tonen waardering voor Amerika’s hulp’
Schildering gedaan op een lege meelzak en teruggestuurd naar de Commission for Relief in Belgium. De bekwame kunstenaar toont ‘Amerika voedt Belgische kinderen’. De kinderen worden haar aangereikt door een figuur die het gebroken België uitbeeldt, de oude man brengt ook de Amerikaanse vlag naar zijn lippen’)

San Francisco Chronicle, 23 januari 1916

Een krant van San Francisco kopte: ‘Belgians’ Method of Showing Gratitude to America’.

Literary Digest, 12 februari 1916

Het tijdschrift Literary Digest vermeldde onder de titel ‘Tokens of Belgian Gratitude’: ‘America Feeding Belgian Children: An empty flour-sack, painted by the Belgian artist, Joseph Diericks showing the bruised figure of Belgium offering the young for America to feed, while kissing the flag of our country’.[2]

Joseph Dierickx: Allegorie ‘à la sanguine’

Voormalige atelierwoning Joseph Dierickx in Ukkel, Auguste Dansestraat 56; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Inventaris van het bouwkundig erfgoed; foto: online

Joseph Henri Dierickx (Brussel 14.10.1865 – Ukkel 28.10.1959) was een Belgische schilder van historische scènes, genretaferelen, landschappen, portretten en maakte tal van muurschilderingen; ook was hij actief als architect. Dierickx studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, daarna vestigde hij zich in Ukkel. Tijdens WO I leidde hij de tekenschool van Ukkel en was lid van de ‘Uccle Centre d’Art’. Later gaf hij 38 jaar les aan de School voor Sierkunsten van Elsene. Zijn broer Omer Dierickx was ook een bekende schilder.

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Joseph Dierickx was vijftig jaar toen hij op meelzak een allegorie ‘à la sanguine’, in rood krijt, schetste. Op de voorstelling ligt het voetstuk van een kapotgeslagen monument met ionische zuilen en een beeld van de godin Pallas Athene dat ter aarde is gestort. Een vrouw, de personificatie van ‘Amerika’ (of ‘Columbia’) voedt een kind aan haar borst. Een tweede kind wordt haar aangereikt door een uitgeputte, oude man, de personificatie van België, terwijl hij de Amerikaanse vlag kust. Aan hun voeten ligt een terneergeslagen jonge man, hij bedekt zijn naaktheid met de Belgische vlag.

Joseph Dierickx, detail palmtak , krans, 1914-1915; foto: HHPL

De figuren op de voorgrond zijn nagenoeg naakt afgebeeld, op de achtergrond zit de gebogen gestalte van een in kleding verscholen vrouw.
Dierickx vermeldde de jaartallen 1914-1915 links en rechts van een palmtak waarin een gevlochten krans; hij schreef in de linkeronderhoek ‘ESQUISSE’ (schets); in de rechteronderhoek signeerde hij met ‘Joseph Dierickx’.

De meelzak is afgewerkt met een eenvoudige goudbruine, stoffen band, vastgenaaid langs de randen van het doek als kader van de allegorie. Het doek is aangebracht op dik papier; de afmeting totaal is 61×91 cm.

Borstvoeding op meelzak

Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP
Henri Logelain, Moeder zoogt kind, meelzak beschilderd, 1915, detail; coll. en foto: HIA

Met de schets van Dierickx op meelzak voegde hij zich bij een andere kunstenaar die op meelzak de voedselhulp tijdens de bezetting associeerde met de borstvoeding van de vrouw. Henri Logelain borstelde het portret van Moeder zoogt kind, 1915; de meelzak is bewaard in de Hoover Institution Archives, George I. Gay Papers.

De kunstenaar herhaalde zich
Bij de bestudering van de meelzakken is me opgevallen dat de professionele kunstenaars zichzelf op organische wijze herhalen in hun kunstwerken. Meestens hergebruikten kunstenaars op de meelzakken voorstellingen van werk dat zij vroeger gemaakt hadden. Zie voorbeelden bij Armand Rassenfosse, Antoine Springael, Roméo Dumoulin en Godefroid Devreese.

Joseph Dierickx herhaalde zich enkele jaren later. Of beter gezegd, hij werkte zijn trieste allegorie van 1915 uit tot een gelukkig tafereel in 1919, na de Armistice. Hij tekende het in opdracht van het gemeentebestuur van zijn woonplaats Ukkel. Het diende als getuigschrift voor de mensen die zich tijdens de oorlog hadden ingezet ten behoeve van de gemeenschap.
‘Diplôme de reconnaissance délivré par l’Administration communale pour services rendus aux oeuvres ou services communaux durant la guerre. Dessin original de José Dierickx’.[3]

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919; afm. 35×43 cm; foto in ‘Uccle 14-18’, Ucclensia

Wat we onder meer zien op de tekening: Een vrouw, de ‘Gemeente’ stapt van haar troon waarop het wapen met St. Pieter, beschermheilige van Ukkel; zij houdt een palmtak boven de hoofden van de oude man, ‘gebroken België’ op wiens schouder een jonge man (een vitale kerel, teruggekomen van het slagveld?) zijn hand legt, zijn plunjezak ligt op de grond.

José Dierickx, ‘Diplôme de reconnaissance’, 1919, detail; foto: ‘Uccle 14-18’

Een tweede vrouw, de ‘Liefdadigheid’ heeft een kind in de linkerarm met de rechter voedt zij een meisje. Alle figuren zijn gekleed. Op de achtergrond twee figuren, zij rooien aardappelen in het veld. Boven het hoofd van de oude man, centraal in het beeld, torent de kerk van Ukkel, de Sint-Pieter. Waar in 1915 de figuren op de voorgrond naakt waren, zijn het nu de figuren op de achtergrond. De kunstenaar signeerde met ‘José Dierickx’.
Het gemeentebestuur besloot tot de opdracht aan Dierckx op 23 januari 1919; in juli 1919 ontving Dierickx 750 francs voor het ontwerp van het diploma.

Ukkel op oude ansichtkaart; foto: online

Roodkrijt in Ukkel: Dierickx en Devreese
Omdat het getuigschrift in 1919 een ontwerp is geweest in opdracht van het gemeentebestuur van Ukkel, vraag ik me af of Dierckx’ allegorie in roodkrijt op meelzak die hij eerder maakte, eveneens in opdracht van de gemeente of wellicht via een inwoner zal zijn uitgevoerd. Burgemeester Paul Errera van Ukkel en zijn vrouw Isabella Errera, née Goldschmidt, waren actieve bevorderaars van de kunsten, zouden zij betrokken zijn geweest? Eerder schreef ik een blog over de monochrome tekening in roodkrijt van de beeldhouwer Godefroid Devreese op de meelzak ‘Perfect’, afkomstig uit de collectie van Isabella Errera (KMKG-MRAH Tx 2626). In mijn onderzoek ben ik nog geen andere roodkrijt tekening op meelzak tegengekomen.

Bulletin KMKG-MRAH, 2013, blz. 121

Zou er verband kunnen zijn geweest tussen de schetsen op meelzak van Dierckx en Devreese? In het artikel van professor Guy Delmarcel in het Bulletin van het Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, zijn beide op één pagina (blz. 121) afgedrukt.[4] Ik heb dat tot nu toe toegeschreven aan de opmaak van het tijdschrift en de kleurovereenkomst van de roodkrijttekeningen op de meelzakken. Maar misschien is het een onbewust samenbrengen geweest van twee ontwerpen die in de kiem al met elkaar verband hielden.

Beide oorspronkelijke meelzakken zijn losgetornd en opengewerkt; de tekeningen zijn beide voorzien van de jaartallen 1914-1915. De meelzak van Dierckx ging op reis; de meelzak van Devreese bleef bij Isabella Errera in Brussel.

Wellicht dat de allegorie van Dierickx geschenk is gegeven aan de CRB met toelichting op de voorstelling. Bij aankomst in Londen van meelzak en toelichting heeft Curtis Brown daar kennis van kunnen nemen en zijn artikel geschreven.

Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.

Ann Arbor Milling Company at Argo and Broadway Bridge, ca. 1900/1919; foto Ann Arbor, Michigan photograph collection

Dierickx gebruikte voor zijn kunstwerk een meelzak Belgian Relief Flour Michigan Milling Co.; hij stemde zijn compositie af op de oorspronkelijk bedrukking in blauwe letters.

Miller’s Belgian Relief Movement, Northwestern Miller, 1914-1915

De meelzak kwam naar België met de hulpactie van de Millers’ Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller in Minneapolis. ‘Ann Arbor-Michigan Milling Co. and citizens 231 barrels. Also 1 bag beans’ staat vermeld op de lijst van schenkers.[5] Het schip South Point vervoerde de lading van Philadelphia naar Rotterdam, het vertrok op 11 februari 1915 en kwam aan op 27 februari 1915.

Central Flouring Mill, 1902. Pictorial History of Ann Arbor; foto: Ann Arbor District Library

In Ann Arbor aan de rivier de Huron in de staat Michigan was een conglomeraat van maalderijen actief onder de naam Michigan Milling Co., het was de belangrijkste industriële bedrijvigheid in de plaats. Ook Ann Arbor Milling Co. maakte deel uit van het conglomeraat, dat in 1913 een geschatte output had van één miljoen dollar per jaar. De meelzak is geproduceerd door de zakkenfabrikant M.J. Neahr and Company in Chicago.

 Een soort museum in het CRB-hoofkantoor in Londen
Curtis Brown beschreef de aankomst van de versierde meelzakken bij het CRB-hoofdkantoor in Londen, waar een soort ‘museum’ werd ingericht:
Belgium is a nation of artistry, painters, embroiderers and workers in lace. These have now taken these flour sacks and made use of them in set forth appreciations of their gratitude. Scores are pouring into the head offices of the relief Commission in London …
Often a genuine artist sets to work, making the poor texture of the sacking his canvas, and there with his brush interprets the feeling of his people.

A sort of museum has been started for all these things at the commission headquarters here.”

Joseph Dierickx, ‘America Feeding Belgian Children’, meelzak Michigan Milling Co., roodkrijt schets, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Dierickx’ meelzak naar Amerika
Dankzij het artikel van Curtis Brown komen we twee dingen te weten. Ten eerste was de meelzak van Dierickx in januari 1916 in Londen. Ten tweede was het een geschenk aan ‘de Amerikanen’ via de Commission for Relief in Belgium.

Tegenwoordig beschouwen de meeste schrijvers de versierde meelzakken in de archieven van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium als geschenken aan Herbert Hoover persoonlijk in dank voor zijn werk.
Curtis Brown’s artikel nuanceert dit beeld: de meelzakken, waaronder de allegorie ‘America Feeding Belgian Children’ van Joseph Dierickx, was een blijk van waardering voor de Amerikaanse hulp.

Vroegere tentoonstelling van versierde meelzakken, collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum. foto: Pinterest, geupload door Judy Francesconi

Dierickx meelzak is nu in Amerika. De meelzak zal óf in 1916 verscheept zijn naar het CRB-kantoor in New York en daar bewaard, óf zijn gebleven in het ‘CRB-museum’ in Londen en op enige tijd als memorabilia vanuit Engeland verstuurd zijn naar de Hoover Institute Archives op Stanford University in Palo Alto, Californië. In 1962 is Dierckx’ meelzak als onderdeel van een grote collectie meelzakken verhuisd naar de huidige bewaarplaats: de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West-Branch, Iowa (HHPL inv. nr. 62.4.435).

 

Dank aan
– Hubert Bovens uit Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar;
– Eric de Crayencour uit Ukkel voor toezending van ‘’14-18. Uccle et la Grande Guerre’, Ucclensia;
– Liesbeth Lievens uit Geel voor toezending van het artikel van Curtis Brown in The Sunday Star, Washington D.C.
– Dominiek Dendooven, In Flanders Fields Museum, Ieper, voor informatie over Marshall Curtis Brown

De graven van Albert Curtis Brown, Caroline Lord Curtis Brown en hun zoon Marshall in Lisle, Broom County, NY; foto: findagrave.com

*) Marshall Lord Curtis Brown diende in het Britse leger. Hij kwam op 25 juli 1915 aan in Frankrijk als luitenant in het Machine Gun Corps, Motor Batteries; later werd hij Captain; zijn brieven aan zijn familie vanaf het slagveld in WO I zijn bewaard gebleven in de archieven van Princeton University Library: de Marshall Curtis Brown Collection.
De graven van hem en zijn ouders bevinden zich in Lisle, Broome County, NY

[1] Curtis Brown, ‘Belgian People Show Appreciation of America’s Aid’. The Sunday Star, Washington, D.C., January 23, 1916; geschreven in Londen op 13 januari 1916.

[2] San Francisco Chronicle, 23 januari 1916; Literary Digest, 12 februari 1916, ‘Tokens of Belgian Gratitude’

[3] Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et environs, ’14-18. Uccle et la Grande Guerre’. Ukkel, 2018, p. 54, 106, 144

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013

[5] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915

Kunstenaars @hooverlibrarymuseum

Recent maakte ik een Instagram account aan @floursacksww1. Ik was benieuwd of er via sociale media nieuwe versierde meelzakken tevoorschijn zouden komen.

Conservator Marcus Eckhardt toont meelzakken in HHPL, 2019, foto Instagram @lundberg_tom

Jazeker, ik ontdekte foto’s van enkele fraai beschilderde meelzakken, onderdeel van de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL).

Meelzakken op Instagram
Twee beschilderde meelzakken trokken direct mijn aandacht. De foto’s waren geplaatst @lundberg_tom. Tom Lundberg, professor op rust in het Department of Art & Art History, Colorado State University, Fort Collins, Colorado, deed in augustus 2019 onderzoek naar versierde meelzakken in HHPL.

Tom Lundberg, ‘Flame Tab’, katoen, zijde, wol & viscose garens op wollen stof, 25 cm br., 2019; foto Instagram @lundberg_tom

 

Als kunstenaar borduurt Tom Lundberg kleine verhalende motieven, geïnspireerd of beïnvloed door emblemen, insignes, identiteitsbadges en tradities in textiel. Hij zocht inspiratie voor nieuw borduurwerk via de studie van de meelzakken.

 

 

Rose Houyoux: ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL 62.4.215; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose Houyoux beschilderde de meelzak, inv. nr. HHPL 62.4.215, met een vrouw in blauwgroene japon met een bundel korenhalmen in haar armen op een schip waarop de Amerikaanse vlag wappert. Een (Belgische) vrouw in oranjerode japon zit geknield aan land en strekt haar armen uit om de bundel koren in ontvangst te nemen. ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’ (Aan degenen die ons de vreugde schonken om dankbaar te zijn‘) luidt de handgeschreven tekst. De vrouwen zouden een representatie kunnen zijn van Columbia (blauwgroene japon) en Dame Belgica (oranjerode japon).

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915; Courtesy HHPL

De kunstenares Rose Hélène Jeanne Houyoux (Brussel 30.07.1895 – Elsene 02.09.1970) was de dochter van de bekende kunstschilder Léon Houyoux (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940). Haar vader had met zijn gezin in 1908 het Portiershuisje van het Roodklooster in Oudergem (Auderghem) betrokken, waar vele vrienden van de kunstkring Le Sillon zich in de buurt vestigden.

Rose Houyoux, detail meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose was twintig jaar in 1915; ze zal samen met haar vader hebben deelgenomen aan de tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Auderghem in augustus 1915. Gelukkig is de meelzak van Rose Houyoux bewaard gebleven; waar de beschilderde meelzak(ken) van Léon Houyoux zijn, is niet bekend.
Rose Houyoux is in haar latere leven conservatrice geweest in Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel; zij was weerstandster in Wereldoorlog II.

Meelzak, recto, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario, Canada
De oorspronkelijke bedrukking op de meelzak was de merknaam ‘CASTLE’ met het logo van de Maple Leaf Milling Co., Ontario, Canada (recto); de achterzijde van de oorspronkelijke zak was bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). *) Beide bedrukkingen schemeren licht door het schilderwerk van Rose Houyoux heen.

Het War Heritage Institute (WHI) bezit een onbewerkte meelzak met originele bedrukking.

Maple Leaf Flour Mill, Port Colborne, Ont. Canada, ca. 1920. Niagara Falls (Ont.) Public Library website

Maple Leaf Milling Company was een onderneming die diverse maalderijen exploiteerde. Maple Leaf Mills in Port Colbourne, Ontario, Canada, was in 1911 geopend en de grootste maalderij binnen de firma, het kon 363.000 ton meel per dag produceren. Nadien groeiden de bedrijfsactiviteiten uit met nog een maalderij, een zakkenfabriek, voederfabriek, roggemolen, maismolen en opslag. De maalderijen in Ontario tezamen waren de grootste graanverwerker in het Britse rijk, tot in oktober 1961 een brand de fabrieken grotendeels verwoestten. De onderneming kon een tegenslag verwerken: heden ten dage is Maple Leaf Foods Inc. de grootste voedselverwerker in Canada: @mapleleaffoods

Tas van meelzakken, onder meer ‘Maple Leaf Milling Co.’, (recto),  geborduurd Anderlecht, 1915; HHPL 62.4.6. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, tas met borduurwerk, 1915. Coll. HHPL 62.4.339; detail foto: Instagram @lundberg_tom

De meelzakken van Maple Leaf Milling Co./Gift from Ontario (Canada) zijn zeer veel geselecteerd om te versieren door de Belgische borduursters en kunstenaars; ook zijn ze bewaard gebleven. In de collectie van HHPL zijn een tiental versierde meelzakken met deze oorspronkelijke bedrukking. Twee voorbeelden staan op foto’s @lundberg_tom: een bedrukte meelzak met appliqué en borduurwerk (HHPL inv.nr. 62.4.71); een geborduurde tas (HHPL 62.4.339).

Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, geverfd, appliqué, borduurwerk, 1915/16. Coll. HHPL 62.4.71; foto: Instagram @lundberg_tom

De eigen website van het museum toont een kloeke, rechthoekige tas, gemaakt van diverse meelzakken, waaronder Maple Leaf Milling Co; borduurwerk ‘Anderlecht’ (HHPL inv.nr. 62.4.6).

Aimé Stevens: Babyportret

Aimé Stevens, detail meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL 2017.3.1; foto: Instagram @lundberg_tom

Aimé Stevens schilderde het portret in zijaanzicht van een baby met bruin haar en bolle wangen tegen een groene achtergrond, HHPL inv.nr. 2017.3.1.

Aimé Stevens, meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De signering op de beschilderde meelzak bestaat slechts uit de initialen ‘A.S.’. Speurwerk van Hubert Bovens, specialist in biografische opzoekingen van kunstenaars, leidde door vergelijking van handtekeningen en initialen tot de ontdekking dat Aimé Stevens de schilder van het babyportret is geweest.
Oscar Aimé Jean Stevens (Schaarbeek 28.12.1879 – Brussel/Elsene 23.08.1951) was kunstenaar-schilder en heeft lesgegeven aan de Académie Royale de Beaux-Arts in Elsene/Brussel. Aimé Stevens huwde op 5 februari 1902 te Brussel met Aimée Uyttebroek (Doornik 29.10.1875). Zeven jaar later werd hun eerste en enige kind geboren en die kreeg Spaanse namen: José Santiago Rogelio Stevens (Elsene 13.04.1909 – Algerije 10.01.1967).**)

Aimé Stevens, ‘Moeder en kind’, lithografie, ca 1910. foto: William P. Carl Fine Prints, Durham, NC (online)

Het jongetje met deze bijzondere namen[1] heeft model gestaan voor het kinderportret op de meelzak. Eerder, in 1910, maakte Aimé Stevens de lithografie ‘Moeder en kind’ (Aimée en José is mijn toeschrijving). Vermoedelijk heeft Stevens het babyportret in 1915 op de meelzak geborsteld naar deze lithografie en/of een ander schilderij of tekening van zijn zoon, toen deze een baby was.

De kunstenaar voorzag de meelzak van het jaartal ‘1914’, dit zal de tijdsaanduiding van het begin van de oorlog zijn; immers, de zakken met meel zijn niet eerder dan december 1914/vroeg in 1915 in Brussel gearriveerd; het babyportret moet geschilderd zijn in 1915.

Meelzak ‘American Commission’, originele bedrukking, 1914. Coll. G. Hollaert; foto: auteur

De meelzak is voorzien van de originele bedrukking ‘American Commission’.
De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ was in Londen in oktober 1914 geformeerd en stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding. Later is de aanduiding ‘American’ vervallen omdat ook diplomaten van andere neutrale landen waaronder Spanje en Nederland beschermheren werden van de hulpverlening. Sindsdien was de naam: ‘Commission for Relief in Belgium (CRB)’. [2]

Ik heb de indruk dat lege meelzakken met de print in blauwe letters ‘American Commission’ specifiek zijn geselecteerd door de Belgische kunstenaars om daarop te schilderen; er zijn vele voorbeelden van dergelijke beschilderde meelzakken.

Marthe Pander, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De Commission was de representant van alle mensen die hulp hadden geboden, tot hen richtte het huldebetoon van de kunstenaars zich. Het voordeel van de bescheiden oorspronkelijke bedrukking was dat erboven en eronder blanco doek was om op te schilderen. Ook de Belgische borduursters hebben de meelzak ‘American Commission’ graag bewerkt. @lundberg_tom toont de foto van het borduurwerk op meelzak (HHPL inv.nr. 62.4.128) van Marthe Pander. Marthe borduurde de meelzak op school: de Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles, Classes préparatoires, 6e année d’études; zij was toen 13 jaar.***)

Verrassingen
Op zijn online-zoektocht naar biografische gegevens van de kunstenaar Aimé Stevens kwam Hubert Bovens tot zijn verrassing twee opmerkelijke verhalen tegen.

Dr. Maurits Van Vollenhoven

Aimé Stevens, Maurits Van Vollenhoven; foto: website simonis-buunk.nl

Allereerst kwam een scabreus portret tevoorschijn van de hand van Aimé Stevens, gemaakt van de Nederlandse diplomaat dr. Maurits Van Vollenhoven. Van Vollenhoven was een jonge diplomaat; hij vertegenwoordigde het Nederlandse gezantschap in Brussel tijdens de Groote Oorlog.

Dr. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Statige officiële portretten en sculpturen zijn gemaakt en worden bewaard van de drie heren.

Vanwaar dit gewaagde, dubbelzinnige portret door Stevens? Ik opteer voor twee mogelijkheden.
– Toen de Verenigde Staten in april 1917 toetraden tot de oorlog moesten de Amerikaanse consul Brand Whitlock en de CRB-gedelegeerden vertrekken uit België. Van Vollenhoven en Markies de Villalobar zetten het werk voort om bescherming te bieden voor de hulpverlening binnen het Comité Hispano-Néerlandais (CHN). De samenwerking tussen Nederlanders en Spanjaarden boterde helaas niet; de relatie tussen Van Vollenhoven en Markies de Villalobar was ronduit onaangenaam. De Spaanse connecties van Stevens zullen hem solidariteit met de Spanjaarden hebben gegeven.
– De hoofdreden van deze ‘spotprent’ moet de slechte reputatie van Nederland in België zijn geweest. Aimé Stevens gooide in zijn portret alle Belgische haat en ergernissen tegenover Nederland, haar koningin en de rol van de Nederlanders in ’14-’18 eruit:
‘’t Koninginnetje’s Minister-Resident Van Vollenhoven’

Aimé Stevens, dr. Maurits Van Vollenhoven, satirisch portret, olieverf op schildersboard, 33×24 cm; foto: website simonis-buunk.nl

Van Vollenhoven kijkt met arrogante blik voor zich uit, een dikke sigaar hangt in zijn linker mondhoek. Zijn gespierde linkerarm is getatoeëerd met een hart en naar beneden gerichte pijl, waaromheen de woorden ‘Les Dames Bruxelloises’. Van Vollenhoven is gekleed als worstelaar: polsen met zwarte beschermbanden, een broekje met tijgerprint, een sjerp met Nederlandse kleuren; zijn hemd heeft de initialen ‘C.H.N’; vier medailles tooien zijn borst. De diplomaat-worstelaar bewaakt een toog waarop een dikke klont ‘Boter’ en drie vette kazen, twee rond voor Gouda, een plat met ‘Edam’.
In de rechterbovenhoek de rood, wit, blauwe Nederlandse vlag daaronder de tekst: ‘Wie Nederlandsch bloed in d’aderen vloeit …’
De opdrachtgever van het portret zal buitengewoon in zijn nopjes zijn geweest! Op dit moment staat het portret te koop bij Kunsthandel Simonis & Buunk.

“Jose Santiago Rogelio Stevens arrested in Trinidad”
José Santiago Rogelio Stevens, de jongen die model stond voor het aandoenlijke babyportret, huwde als 21-jarige op 7 maart 1931 in Brussel met de 18-jarige Anne-Marie Ramona Janssen, geboren in Montevideo, Uruguay (03.09.1912 – 27.10.1979). Zij was de dochter van de honorair consul in Montevideo.

In de Tweede Wereldoorlog ging José Stevens in de fout, hij werd spion voor de Duitsers. Op weg naar Montevideo werd hij gearresteerd: ‘Jose Santiago Rogelio Stevens, of Uruguayan birth, was arrested July 31, 1942, aboard the “CABO DE HORNOS” en route to Montevideo as an espionage and propaganda agent for the Germans. He had spent some time in Brussels, Belgium, and aboard ships sailing to the Congo. He was contacted in Brussels by the Germans’.[3]

José Stevens ‘Esteves’ werd gearresteerd en berecht voor spionage in WO II. Dossier The National Archives VK, website

The National Archives van het Verenigd Koninkrijk bevatten het dossier KV 2/1153 van ruim 200 bladzijden over José Stevens’, alias Esteves, spionageactiviteiten. De samenvatting van het dossier vermeldt: ‘Jose Santiago Rogelio STEVENS, alias ESTEVES: Belgian. STEVENS was arrested in Trinidad on his way to South America in August 1942. He claimed to be a Uruguayan citizen returning to Uruguay in an exchange scheme with German nationals. At Camp 020 he admitted to his recruitment by the Abwehr, whom he claimed had commissioned him to engage in pro-German propaganda in Uruguay and to report on South American industries working for Great Britain. It emerged that in fact he was a Belgian citizen, and there was a suspicion that his agent role was much more important than he ever admitted. He was retained for the duration of the Second World War.’

Le Conseil de guerre de Bruxelles veroordeelde José Stevens voor spionage activiteiten. Belgisch Staatsblad 1946

Na de oorlog is José Stevens berecht voor zijn gedrag. In het Belgisch Staatsblad is het vonnis gepubliceerd van Le Conseil de guerre de Bruxelles van 15 juni 1946 waarin José Stevens veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 7000 francs.
Drie jaar later stond Aimé Stevens ‘artiste-peintre, prof. à l’Académie Royale des Beaux Arts’ vermeld als ‘Consul d’Uruguay’ op het adres waar hij woonde:  Rue Van Eyck, 51, Elsene (Almanachs de Bruxelles 1949).

Conclusie
Anno 2021 brachten de Instagram foto’s @lundberg_tom een variëteit aan verhalen, voortgebracht door textiele dragers #narrativetextiles. De versierde meelzakken van kunstenaars @hooverlibrarymuseum vullen zakken vol herinneringen: @floursacksww1.

 

Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars, alsmede borduurster Marthe Pander en de vele vondsten die hij online deed en met mij deelde.

*) Wat de betekenis is van de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ , vertaald: ‘Schenking van Ontario (Canada) aan het Moederland’, is me een raadsel. Met het ‘Moederland’ bedoelden de Canadezen Groot-Brittannië, maar deze meelzakken kwamen als voedselhulp in België terecht; merkwaardig. Zie ook mijn blog ‘Eén miljoen zakken meel uit Canada’.

**) De genealogie van Oscar Aimé Jean Stevens is bijeengebracht door Joël Cuche op de website Geneanet.

***) Familiegegevens van Marthe Pander:
In het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902). Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, Ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe. In 1965 woonden ze er niet meer.

Aimé Stevens, Spaanse danseres, olieverf op doek, 45×30 cm; foto artnet.de

[1] Welke Spaanse connecties van Aimé en Aimée Stevens-Uyttebroek hebben geleid tot de Spaanse namen van José zal interessant zijn om nog eens te onderzoeken. Tussen de schilderijen van Aimé Stevens ontdekte ik online wel een portret van een Spaanse.

[2] Kittredge, Tracy Barrett, A History of the C.R.B. The History of the Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited Printers, 1918, p. 49 en 50

[3] History of the Secret Intelligence Service (S.I.S.) Division. Volume 3, Accomplishment Mexico and Venezuela, p. 570

Blauwe rozen en Boer op akker van Jean Brusselmans in West Branch

Een goed bewaard, kunsthistorisch interessant, geheim bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) in West Branch, Iowa, VS.

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Het zijn twee werken, schilderingen op meelzak, van de Belgische kunstenaar Jean Brusselmans. Ze kwamen tot stand in het eerste jaar van WO I.
Als fervent liefhebber van de versierde meelzakken ben ik altijd weer blij wanneer ik nieuwe parels ontdek. Maar ja: wie was Jean Brusselmans? Welnu, Brusselmans blijkt nog altijd een gewaardeerd schilder te zijn. Er waren recent tentoonstellingen van zijn werk. Bovendien zie ik op Artprice, de Franse online kunstprijzen database, dat zijn werk op veilingen voor tienduizenden euro’s is verkocht.

Mijn onderzoek
Mijn onderzoek naar de meelzakken van Brusselmans vraagt kennis van de context en het jaar waarin ze zijn geschilderd: 1915. Er woedde sinds acht maanden een Europese oorlog: de ‘centralen’ Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk, tegenover de ‘geallieerden’, Frankrijk, België, Groot-Brittannië en Rusland. Het leven in Brussel en omgeving werd beheerst door de Duitse bezetting. Een internationale hulpactie, geleid door neutrale Amerikanen, kwam op gang om de nood van de Belgische bevolking te lenigen door hulp met voedsel en kleding. De overtuiging was dat de situatie tijdelijk was, de oorlog zou binnen afzienbare tijd eindigen.

Petit Bleu du Matin, 11 maart 1911

Jean Brusselmans was 30 jaar oud, had een vrouw en zoon om te onderhouden, hij was een autonoom man; een autodidact die leerde van de studie van het werk van grote meesters en collega-schilders. Hij voegde zich niet in heersende kunststromingen en ging zijn eigen weg. Zijn werk werd wel getoond, maar verkocht niet.

Het gezin Brusselmans
Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953) groeide op in een kunstzinnige en politiek geëngageerde omgeving.

Moeder en vader
Zijn moeder, Elisabeth Henssens (Brussel 16.01.1863 – Brussel 13.06.1905) en vader, Jean Baptiste Brusselmans (Brussel 23.03.1861 – 07.10.1921) waren getrouwd op 17.10.1882 in Parijs. Ze hadden een klein kleermakersatelier in de Brusselse volksbuurt Marollen. Het gezin woonde een aantal jaren in Parijs; het zou in 1894 terug zijn gekomen naar Brussel.
Vader en grootvader Brusselmans waren militante anarchisten.
De ouders hebben hun vier kinderen een Vlaamse opvoeding gegeven.
Moeder is gestorven op de 21ste verjaardag van Jean Brusselmans; vader pleegde vele jaren later zelfmoord.[1]

Zussen en broer

Jean Van Cleemput, Le fléau (de gesel), 1907 foto: artnet.com

Jeanne: Oudste zus Jeanne Joséphine werd geboren op 15.01.1883 in Brussel. Zij trouwde op 31 oktober 1904 in Brussel met de ‘ouvrier-peintre’ Jean Baptiste Van Cleemput (Brussel 06.05.1881 – Sint-Agatha-Berchem 27.06.1948); twee getuigen bij het huwelijk waren Adrien Segers, 26 jaar, kunstschilder; Pierre Forgeur, 30 jaar, museumsecretaris in Elsene. Het stel ging wonen in Oudergem. Jean Van Cleemput en Adrien Segers zijn nog altijd bekende Belgische kunstschilders.

Jean Brusselmans, ‘Homme assis près de la fenêtre’, 1911, waterverf op papier, 45×35 cm; foto: artnet.de (portret van Michel Brusselmans, toeschrijving AvK)

Michel: Jongere broer Michel Louis werd geboren op 12.02.1886 in Parijs. Hij ontwikkelde zich tot musicus, hij speelde viool, was componist. Zijn oeuvre is ook nu bekend: Michel Brusselmans componeerde orkestmuziek, kamermuziek, liederen, koormuziek, toneelmuziek, radiowerk en filmmuziek.

Luister hier naar zijn ‘Scènes Breugheliennes’, symfonische schetsen 1911-1912 *) door het Vlaams Radio Orkest (nu: Brussels Philharmonic) olv Bjarte Engeset.

Gabriel Ysaÿe met zijn vader Eugène Ysaÿe (midden) en een broer in De Panne aan het front in 1916. Foto gemaakt door Koningin Elisabeth, coll. KBR

Blanche: Jongste zus Blanche Catherine werd geboren in Brussel op 16.11.1889. Zij trouwde op 21 april 1909 met Gabriël Ysaÿe (Sint-Gilles 17.06.1887 – 1961), de oudste zoon van de beroemde Belgische violist, componist en dirigent Eugène Ysaÿe (Luik 16.07.1858 – Brussel 12.05.1931). Ook Gabriël was violist en vergezelde zijn vader op een concertreis naar Amerika aan het einde van WO I.

Jean/Jan
Jean Brusselmans is dus opgegroeid in de steden Parijs en Brussel en zijn opvoeding was Vlaams. Hij ging op zijn 14e werken als leerling-steendrukker en volgde avondlessen aan de Academie van Brussel. Vanaf zijn 18e jaar wijdde hij zich volledig aan de schilderkunst. Hij was een habitué van de Muntschouwburg. Hij ontmoette zijn vrouw Justine Marie Léonie Frisch (Brussel 25.04.1889 – Dilbeek 20.03.1943) en trouwde met haar op 30.09.1911 in Brussel toen hun zoon Armand was geboren op 19.02.1911.

Het gezin Brusselmans in 1912: Justine, Armand en Jean. Foto: ‘Jean Brusselmans, Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum, Brugge, 1980’.**)

Brusselmans en zijn vrouw woonden in Oudergem tijdens WO I, ze verbleven in het huis van Jeanne en Jean Van Cleemput, die waren uitgeweken naar Engeland.[2] Kennelijk waren er redenen waarom Brusselmans niet als soldaat naar het front ging, noch vluchtte naar Nederland, Frankrijk of Groot-Brittannië, zoals mensen in zijn naaste omgeving deden.

Jean Brusselmans, Moeder en kind in de tuin, 1915, olieverf op doek 130×102 cm; foto artnet.de

De kunst van Brusselmans tot 1915
Online bronnen gaan vooral in op twee recente tentoonstellingen van de kunst van Brusselmans in museum Mu.Zee in Oostende, België in 2011 en in Kunstmuseum Den Haag, Nederland in 2018. De focus ligt op schilderijen gemaakt in de jaren ’30 en ’40, waardoor ik over zijn werk gemaakt tot 1915 selectieve of geen informatie vond. Over de periode van WO I is er één zin: “Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum richtte hij zijn aandacht vooral op het boerenleven, als een reactie op de gruwel van de oorlogsjaren; hij bracht het platteland en de hardwerkende boeren in beeld.”[3] 

Jean Brusselmans: portret van Justine en Armand op ‘In de Tuin’, 1916, coll. KMKG-MRAH. Fragment foto in ‘De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’, E. Van de Putte

Met medewerking van de bibliothecaris van Mu.Zee kwam ik in bezit van fragmenten van geschreven bronnen, waar ik dankbaar uit kan putten.

Een eerdere bron over de meelzakken is het artikel van professor Guy Delmarcel uit 2013. Hij schrijft: ‘Het Herbert Hoover Presidential Library and Museum bezit eveneens een aantal zakken die door professionele Belgische kunstenaars werden versierd. Ze zijn zo goed als onbekend, en deze bijdrage is een gelegenheid om hen te ontsluiten.  … de twee werken getekend door Jean Brusselmans (1884-1953) geven ons zeldzame getuigen van diens fauvistische periode, die nadien veranderde in zijn bekende meer geometrische stijl (inv. 62-4-119 en 231; fig. 19 & 20).’ [4]

Jean Brusselmans, Tarweschoven, 1903; foto: artnet.de

Waarom meelzakken? De achtergrond van voedselhulp voor België
Van 1914 tot 1919 leidden de internationale Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Belgische Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) een succesvolle internationale hulpactie voor voedselsteun aan de bevolking van bezet België. Vooral de broodvoorziening was nijpend. Van arm tot rijk, iedereen was afhankelijk van de importen van granen, in het bijzonder tarwe en tarwemeel. In de beginmaanden arriveerde het tarwemeel uit de VS en Canada in katoenen zakken; het was de hulpverlening bijeengebracht door liefdadigheidsacties van de Amerikaanse en Canadese bevolking. De dankbare Belgische bevolking wilde er iets tegenoverstellen en gebruikte de meelzakken om geschenken van te maken. Zo riep de burgemeester in de plaats Auderghem (Oudergem) bij Brussel in april 1915 de kunstenaars in zijn gemeente op meelzakken te beschilderen als bijzonder bewijs van dankbaarheid. De meesterwerken zouden eerst ter plaatse tentoongesteld worden, waarbij de opbrengst was voor hulpbehoevende kunstenaars; daarna zouden ze cadeau worden gedaan aan de Amerikaanse weldoeners.

Jean Brusselmans was een van de vele kunstenaars die gehoor gaf aan de oproep van de burgemeester. De tentoonstelling in Auderghem werd gehouden van 25 juli tot 1 augustus 1915 in het gemeentehuis. Daarna zijn de meesterwerken getoond in Brussel in Galerie Georges Giroux van 14 tot 30 augustus 1915. Het publiek was enthousiast en kwam in groten getale de tentoonstellingen bekijken, waarmee ze de kas spekten voor de hulp aan kunstenaars. Nadien zullen een verzameling beschilderde meelzakken geschonken zijn aan de Commission for Relief in Belgium en vervoerd naar de VS. Lees mijn blog De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915.

Aldus blijken twee vroege kunstwerken van Jean Brusselmans terecht te zijn gekomen in de Verenigde Staten.

Twee meelzakken van Brusselmans
Brusselmans lijkt geen enkele aarzeling te hebben gehad om de meelzakken te beschilderen; alsof zijn ervaring als schilder van reclameborden hier goede diensten heeft bewezen.
Ik heb de indruk dat hij een bewuste selectie heeft gemaakt toen hij twee zakken uitzocht in de stapel lege meelzakken die de kunstenaarsvereniging van Auderghem ter beschikking waren gesteld. Op één zak stond geprint ‘American Commission’ om welke tekst hij heeft heengeschilderd; op de andere zak stond een print met een lap tekst van boven tot onder, zodat hij besloot aan de blanco achterkant te schilderen.
Hij heeft beide zakken intact gelaten, niet opengeknipt of een stuk doek eruit genomen; hij gebruikte voor zijn schildering de volledige omtrek van de zak: 75 bij 39 cm (blauwe rozen) en 68 bij 43 cm (boer op akker).

Meelzak American Commission/Blauwe rozen

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De eerste aanblik van de rozen op de meelzak, HHPL inv.nr.62.4.231, maakte me enthousiast. Het deed me direct denken aan een geslaagd eerbetoon: een boeket rozen, een krans als bloemenhulde, letterlijk gelegd rondom de American Commission, de naam van de alom bewonderde, neutrale, Commission for Relief in Belgium.
In tweede instantie vroeg ik me af: maar waarom zijn de rozen volledig blauw? Zie ik de doornen akelig uitsteken? Waarom zit onderaan een plechtstatig, als banier gestrikt lint om de twee takken?

Rozen

Jean Brusselmans – Les Roses (De Rozen) – Olieverf op doek, 1948; foto: lost-painters.nl

Jean Brusselmans tekende en schilderde vele rozen, in zijn werk zijn ze door alle jaren heen te herkennen; de kleuren zijn roze en rood met wit en geel. Van de drie primaire kleuren rood, geel en blauw, vormen rood en geel de kleur die de natuur aan rozen geeft. Blauw kent de natuur niet voor rozen.

Schildering of borduurpatroon
Borduurpatronen werden in blauw op doek gezet, zijn vrouw verdiende geld met borduurwerk, zijn moeder en vader hadden een kleermakersatelier. Zou Brusselmans zijn ontwerp misschien bedoeld hebben als borduurpatroon? Ik heb deze gedachte verworpen, hij leverde een schildering af.
Het werk van Jean Brusselmans is expliciet genoemd in de kranten van 1915, die over de tentoonstelling van ‘beschilderde Amerikaansche zakken’ in Auderghem schreven: … we trokken naar het Gemeentehuis, … waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. …    Brusselmans, M. Oleffe, M. Logelain en anderen werkten met evenveel ijver mede; zij zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken. Deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk! ….
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’ (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Jean Brusselmans, meelzak ‘American Commission/Blauwe rozen’, 1915. Courtesy HHPL

Blauw
Ik heb elementen samengebracht die mogelijk raken aan de context van Brusselmans’ blauwe rozen, elementen van symboliek en de kunst van zijn tijd.

  1. Russisch sprookje van de blauwe rozenstruik
    Le Rosier bleu (in het Russisch: Синій розанъ) is de titel van een populair Russisch sprookje, gepubliceerd in 1862: een blauwe rozenstruik, die op de bodem van een meer ligt, verbergt een gestorven tovenares; de held van het verhaal slaagt erin haar uit de struik te trekken en de slechterik die het onheil veroorzaakte te verjagen (Wikipedia (frans) ‘Rose bleue’).
  1. Russisch Symbolisme: De Blauwe Roos
    Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos’ was een tentoonstelling in het Museum van Elsene met een terugblik op een stroming in de Russische kunst honderd jaar eerder.[5]
    In 1907 organiseerden kunstenaars rond Victor Borisov een tentoonstelling vanuit het Russische symbolisme en die heette ‘De blauwe roos’. Daaruit ontstond de stroming De blauwe roos, die mede beïnvloed werd door het werk van de Franse schilders Gauguin en Matisse.

    Cayley Robinson Poster for “The Blue Bird” van Maeterlinck. foto: bunthorne.blogspot.co

    “Zestien artiesten uit verschillende steden groeperen zich in de kunstkring De Blauwe Roos, … Kunstenaars als Koeznetov, Oetkin, Matvejev zetten het goud en azuurblauw op de voorgrond, omdat het aansluit bij de uitbeelding van visioenen en dromen. De Blauwe Roos liep hoog op met de Belgische auteur Maeterlinck. In hun kunstkringnaam stond de roos voor de smart, de doornen van het leven en de mooie geur. Het blauw kwam van Maeterlincks Loisea bleu (L’Oiseau bleu, de blauwe vogel), dat in wereldpremière ging in Moskou. Onvatbare ‘blauwe’ kunst die de mens gelukkig maakt.”[6]

    Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Le Vingtième Siècle, 13 december 1912
  1. Les Bleus de la G.G.G

    Jean Brusselmans’ werken in Catalogus Les Bleus de la G.G.G., 1912. Coll. MSK Gent

    Jean Brusselmans nam deel aan de Salon des Bleus in Brussel, de eerste groepstentoonstelling van jonge kunstenaars, gehouden in de Galerie Georges Giroux van 14 december 1912 tot 5 januari 1913.[7]

    Drie elementen die raken aan ‘blauw’ en ‘blauwe rozen’. Weinig kon Brusselmans bevroeden dat een door hem beschilderde meelzak American Commission met Blauwe Rozen twee jaar later bij Galerie Georges Giroux zou worden geëxposeerd vóór verzending naar de VS.

Meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

De meelzak met inv.nr. HHPL 62.4.119 is afkomstig uit de Amerikaanse stad Chicago, Illinois. Op een zijde staat een lap tekst, op de zak gedrukt voordat deze met meel gevuld is:

Gelijksoortige meelzak ‘Chicago’s Flour Gift, agency Chicago Board of Trade, B.A. Eckhart Milling Co’, 1915, geborduurd. Coll. Hoover Institution Archives; foto: coll. auteur

American Consul

Chicago’s Flour Gift
To the
Noncombatants in Belgium
Funds Secured through
The Agency of the
Chicago Board of Trade

B.A. Eckhart
Milling Company
Chicago, U.S.A.
War Relief Donation
M.J. Neahr & Company, Chicago.

De tekst is verplicht aangebracht om in beslagneming door de Duitsers in België te voorkomen, zo staat te lezen in de Chicago Tribune.

Chicago Tribune, 6 december 1914

De zak is geleverd door de firma M.J. Neahr & Company; de meelzak is afgevuld door de maalderij B.A. Eckhart Co; de organisatie van de hulpactie voor de ‘niet-strijdenden in België’ was de Chicago Board of Trade; de geadresseerde van de zak meel was de Amerikaanse Consul in België.

De firma M.J. Neahr and Company in Chicago was de zakkenfabrikant. De maalderij Eckhart ontstond eind 19e eeuw en kreeg in 1909 de naam B.A. Eckhart Milling Company, vernoemd naar de eigenaar Bernard Albert Eckhart (Alsace, Frankrijk, 04.09.1848 – Lake Forest, Ill, 11.05.1931). Eckhart emigreerde als 6-jarig jongetje met zijn ouders uit Frankrijk naar de VS en ontwikkelde zich van boer, tot molenaar, tot zakenman met vele nevenfuncties, ook als politicus.

Chicago Board of Trade 1900 beursvloer; foto website chicagology.com

Hij zat in de Senaat van de staat Illinois en was directeur van de Chicago Board of Trade. Dezelfde Chicago Board of Trade die de hulpactie voor België coördineerde.

Boer op zijn akker

Jean Brusselmans, meelzak Chicago’s Flour Gift/Boer op akker, 1915, beschilderd. Courtesy HHPL

De schildering van Jean Brusselmans op de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ toont een boer aan het werk op zijn akker, een schort voorgebonden, zijn schoeisel zijn houten klompen, hij trapt met zijn linkervoet de spade diep de grond in. Het beeld doet me denken aan een boer die in het voorjaar zijn akker omspit, klaar om te gaan planten. Op de achtergrond een huis, akkers en enkele fabrieksschoorstenen die hun rookpluimen de lucht ingooien.

Citaten uit de catalogus van Mu. Zee zijn woorden van Jean Brusselmans zelf over de werkende boeren die altijd deel hebben uitgemaakt van zijn oeuvre:
– “Door zijn gebaren en door het ritme van zijn bewegingen maakt de werkende boer deel uit van de algemene harmonie van het landschap.”

Jean Brusselmans, Schets van boer op akker; foto online

“Het moge onwaarschijnlijk klinken, maar toch moet gezegd worden dat het Brabants landschap zijn onvergelijkbare schoonheid niet zou bezitten zonder de arbeid en de volharding van deze onbehouwen mensen. … alles is hun werk, alles is de vrucht van hun lange en geduldige arbeid.”

Politieke onrust in Chicago
Voor Jean Brusselmans zal de stad Chicago bekend zijn geweest uit nieuwsberichten over heftige politieke gebeurtenissen. Drie voorbeelden:

  1. Het gebouw van de Chicago Board of Trade 1904-1913; foto: Barnes-Crosby, website chicagology.com

    Toen in 1885 het nieuwe gebouw van de Chicago Board of Trade werd geopend, demonstreerden honderden activisten, waaronder hun leiders Lucy Parsons (Virginia 1851-Chicago 07.03.1942), née Carter[8], en haar man Albert Parsons, onder de vlag van de International Working People’s Association (IWPA, internationale anarchistische politieke organisatie), toegejuicht door duizenden toeschouwers, tegen het geldverslindende project: het gebouw had twee miljoen dollar gekost, dat was uitgegeven in een tijd van economische depressie. Voor anarchisten was dit the crowning symbol of all that was hateful in the private property system’. Een cordon van politiemensen voorkwam dat de demonstranten het gebouw bereikten.

  2. Lucy Parsons in 1920; fotocoll.: Labadie Photograph Collection, University of Michigan

    Een ingrijpende gebeurtenis was de Haymarket Affair in 1886, waarbij na grote demonstraties, geweld uitbarstte waarvan radicale leiders waaronder anarchisten, leden van de IWPA, ten onrechte de schuld kregen; ze werden ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Albert Parsons was een van hen. Lucy Parsons bleef tot haar dood een strijdbaar activiste in Chicago; de politie maakte haar het leven onmogelijk en ontruimde na haar overlijden haar huis en vernietigde haar bibliotheek en archieven.[9]

  3. De Industrial Workers of the World (IWW), bijgenaamd Wobblies, een internationale vakbond, werd opgericht in 1905 in Chicago tijdens een conferentie van socialisten, anarchisten en radicale vakbondsactivisten. De IWW richtte zich op politieke acties en strijd in plaats van onderhandelingen; de acties, veelal demonstraties en stakingen, brachten duizenden mensen op de been; ze leidden niet zelden tot gewelddadig neerslaan van de acties, waarbij doden en gewonden vielen.

    Industrial Workers of the World: Oliver Steel stakingsdemonstraties 1911-1912; foto: libcom.org

Anarchisme
Op Wikipedia lees ik dat anarchisme als historische massabeweging in België begin 20e eeuw te typeren valt als ‘Handwerkersanarchismus: van ambachtslieden of arbeiders in ambachtelijke beroepen’. Of Brusselmans zelf, net als zijn vader en grootvader een anarchist was (de gedachte dat een individu op geen enkele manier een ondergeschiktheid áán of ván iets of iemand erkent), weet ik niet. Affiniteit met het gedachtengoed moet hij beslist hebben gehad.

‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’

Jean Brusselmans, Chicago’s Flour Gift/Boer op akker. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Jean Brusselmans heeft zijn eerbetoon van de Belgische werkers met grote letters op beide zakken geschilderd:
‘Hommage Reconnaissant des Travailleurs Belges 1915’
(vertaald: Dankbaar Eerbetoon van de Belgische Werkers 1915)

Het lijken wel protestdoeken, zoals protestborden in zijn tijd tijdens demonstraties werden meegedragen. Met ‘Belgische Werkers’, zal hij zowel de arbeiders én de boeren hebben bedoeld.
Jean Brusselmans zal de meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ doelbewust uit de stapel hebben gevist, om op de achterzijde van de zak zijn beeld van de hardwerkende Belgische boer op zijn akker te borstelen in solidariteit met de werkers in de VS.

Konklusie
‘Blauwe rozen’ en ‘Boer op akker’ zijn unieke kunstwerken. De eigenheid van Brusselmans toont zich ook op de versierde meelzakken van WO I. Je kan je geen betere plek wensen om deze meelzakken te bewaren, dan de presidentiële bibliotheek en museum van oud-president van de Verenigde Staten, Herbert Hoover in West Branch, Iowa.

 

-Dank aan Hubert Bovens uit Wilsele voor zijn grote bijdrage door de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaar en zijn familie.
Eerst na het schrijven en publiceren van dit blog vond ik de nieuwsbrief jrg. 15, nr 7/8, juli/aug 2020 van FV regio Dilbeek vzw met kwartierstaten van Jean Brusselmans en Justine Marie Frisch.
– Dank aan Heleen Claes, bibliothecaris Mu.Zee voor selectie en toezending van scans van geschreven bronnen.

Michel Brusselmans, foto: svm.be

*) Toelichting bij de partituur: ‘Als broer van kunstschilder Jan Brusselmans en vriend van James Ensor was Michel Brusselmans sterk geïnteresseerd in schilderkunst. In zijn Scènes Bruegheliennes liet hij zich eerder inspireren door die typische ‘Bruegeliaanse sfeer’ dan door concrete schilderijen van de oude meester. Hij componeerde hier een gevarieerde suite van vijf typische taferelen uit het bonte dorpsleven die uit schilderijen van Bruegel weggeplukt lijken.’ Jan de Wilde, 2006

**) Jean Brusselmans: Retrospectieve tentoonstelling, Groeningemuseum Brugge, 20 september-30 november 1980. Brugge: Het Museum, 1980

[1] Het Nieuws van den Dag, 11 oktober 1921

[2] Patrick Auwelaert, 04.04.2018, geraadpleegd 6 maart 2021

[3] Publiekscatalogus bij de tentoonstelling ‘Jean Brusselmans’ in Mu. Zee, Oostende, België in 2011 .

[4] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126.

[5] Ida Hoffmann, e.a., Het Russische Symbolisme. De Blauwe Roos. Brussel: Europalia International, 2005 (nog niet kunnen raadplegen)

[6] Jean-Marie Binst, Symbolisme bijzonder eigenzinnig in Rusland, 20 november 2005, geraadpleegd 28 februari 2021

[7] Les Bleus de la G.G.G.: exposition annuelle, tentoonstellings- catalogus. Bruxelles: Galerie Georges Giroux, 1912. Collectie MSK Gent; met dank aan Veerle Verhasselt, bibliothecaris

[8] Jacqueline Jones, Goddess of Anarchy. Basic Books, 2017

[9] Keith Rosenthal, Lucy Parsons: ‘More dangerous than a thousand rioters’. Links, International journal of socialist renewal, 6 september 2011

“Rooster on an oak branch at dawn”: Piet Van Engelen in the Herbert Hoover Presidential Library and Museum

A decorated WWI flour sack designed by Belgian artist Piet Van Engelen is part of the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, United States.
The work by Van Engelen – a powerful symbol of a rooster on an oak branch, claiming its territory, guarding the crowned shield of Belgium, while behind him the sun rises accompanied by a bald eagle – served as a pattern for embroidery.
This resulted in a decorated flour sack of a special nature: the flagship of the decorated flour sacks.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

The Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) opened in 1962 and is dedicated to Herbert Hoover’s presidency (West Branch, Iowa, 08/10/1874 – New York, NY, 10/20/1964). He was the 31st President of the United States, his term of office ran from March 4, 1929 to March 4, 1933.

Herbert Hoover’s Birthplace in Herbert Hoover National Historic Site, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

The library is the building where archival material of the former president is stored. The museum tells the story of the president’s life and the time in which he governed. The library is located on the Herbert Hoover National Historic Site in his hometown of West Branch, Iowa, which houses his birthplace and burials of both Herbert Hoover and his wife Lou Henry Hoover. The HHPL was established under the Presidential Libraries Act of 1955 and is administered by the National Archives and Records Administration.
Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium (CRB) archives and memorabilia (souvenir gifts, including the decorated flour sacks) were originally kept at the Hoover Institution Archives (HIA) at Stanford University, Palo Alto, California. With the opening of HHPL, Herbert Hoover had taken the opportunity to transfer some of his memorabilia to West Branch.

Iowa City Press Citizen, August 5, 1974: “Museum: a pleasant history lesson”

It is my understanding that over 400 decorated flour sacks from WWI were part of that move. This meant that the collection of flour sacks in the CRB’s archives would have been split into two parts by 1962: one quarter remained with HIA in California and three quarters came under the management of HHPL in Iowa. This means that the largest collection of decorated flour sacks in the world is located in West Branch. Thanks to HHPL’s presidential status and museum function, the decorated flour sacks have regularly attracted attention since 1962.

The Gazette, August 16, 2008
The Spokesman Review, November 15, 2008

Decorated flour sacks can always be viewed in the museum, with the exhibited collection changing every six months.
Researchers and enthusiasts of decorated flour sacks enjoy visiting the library and museum. The current curator, Marcus Eckhardt, has welcomed many researchers and, where possible, providing them an individual showing of decorated flour sacks.

I myself have not been there yet. My visit, made possible in part by a Travel Grant awarded by the Hoover Presidential Foundation, was scheduled for April 2020, but had to be postponed due to travel restrictions and library and museum closures since March 14, 2020 due to the coronavirus.

Piet Van Engelen

Belgian artist Piet Van Engelen. Photo: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerp 17.10.1924) is educated in Wallonia and in Flanders; he studied at the Académie Royale des Beaux-Arts in Liège with P. Drion and the Academy of Fine Arts of Antwerp with Charles Verlat. During the Great War he lived in Antwerp. From 1897 he became a teacher at the Academy in Antwerp.
Piet Van Engelen mainly focused on animal painting.

Piet Van Engelen, Rooster and hen “Lune de miel” (“moon of honey“), painting. Photo: online

Initially the images were purely decorative and conceived as still life. His works gradually became more lively by depicting folk proverbs, symbols, etc.” (Piron 2016)

 

Decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn”, design Piet Van Engelen, 1916; embroidery Ouvroir d’Anvers, Antwerp. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Decorated flour sack HHPL inv. no. 62.4.447
The representation on the flour sack is a powerful symbol of the dawn. A rooster in colorful plumage towers high on the branch of an oak tree, a symbol of strength, and crows its morning greeting with its beak spread open. The crowned shield of Belgium is central between its legs. A ribbon flows between the oak leaves bearing the words “To Brave Belgium”.

The original print on the sack, the three letters “A.B.C.” in a rectangular frame, are interlaced with ripe stalks of grain.

Detail of the decorated flour sack: the sun and American eagle with spread wings and shield rise behind the rooster and lion. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The sun rises in golden yellow behind the composition. On close inspection, the viewer sees the bald eagle, a stalk of grain in its beak, with spread wings and American shield, rising up in the rising sun.

Detail of the decorated flour sack: tribute to Herbert C. Hoover, executed in the Ouvroir d’Anvers, Antwerp, 1916. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

At the top right of the canvas a “scroll” with text can be seen. The text is a tribute to Herbert C. Hoover, director of the CRB, from the Ouvroir d’Anvers, Antwerp:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’
.
This part could have been added later, because it gives the impression that it is not an essential part of the composition of Van Engelen’s design.

Detail of the decorated flour sack: signature “Piet van Engelen, A. 1916”. The light blue pattern drawing of the grain stalks is visible on the canvas. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

At the bottom left is the signature “Piet van Engelen, A. 1916” in black ink.
I presume the capital letter “A” stands for Antwerp.

The surprise of the decorated flour sack
From a distance, such as in this photo, Van Engelen’s flour sack looks like a painting, having been brushed on canvas. The surprise is that the image was actually embroidered, threaded through the cloth with needle and thread, executed by one or a few experienced and professional embroiderers!

Usually, professional embroiderers worked on embroidery with religious subjects, on banners, on furniture and clothing for the highest classes.

Guy Delmarcel described the flour sack in 2013 as follows: “... a beautifully embroidered allegory, a “Belgian” rooster with the inscription “To brave Belgium“, which according to a French text at the top right was commissioned by the Antwerp department of the CSA. The work is signed in pen by Piet Van Engelen (1863-1924), a meritorious animal painter from Lier, who provided the design (inv. 62-4-447; fig. 21).” [1]

How did Van Engelen find embroiderers to execute his design? We can learn more from an American primary source.

Charlotte Kellogg in Antwerp

Ouvroir d’Anvers, Antwerp, iconic overview photo from the gallery, 1915. Photo: E.E. Hunt, “War Bread”

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, May 21, 1874 – Monterey, California, May 8, 1960), CRB delegate – unique as the only woman – stayed in Belgium between July and November 1916. She was an eyewitness to the creation of Piet van Engelen’s artwork. She described her visit to the Ouvroir d’Anvers in Antwerp in her book “Women of Belgium”. [2]
“In one whole section the girls do nothing but embroider our American flour sacks. Artists draw designs to represent the gratitude of Belgium to the United States. The one on the easel as we passed through, represented the lion and the cock of Belgium guarding the crown of the king, while the sun—-the great American eagle rises in the East.

Piet van Engelen did not have to look for embroiderers as performers of his work; on the contrary, he was commissioned to make designs for embroidery, to be executed by embroiderers from the Ouvroir d’Anvers. His design was on the easel during Kellogg’s visit in the summer of 1916.
The pattern of the design has been drawn on the flour sack, the drawing lines are still visible in some places. The yarns were selected, the colors of the yarns were chosen according to the colors of the design. The embroiderer went to work with precise instructions on which embroidery stitches to use. During the creation process there would have been regular consultation about the colors and the direction of the stitches.

Detail of the decorated flour sack: the rooster and the crowned shield of Belgium. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Rooster
Since the first encounter with images of Piet van Engelen’s decorated flour sack, I have wondered which interpretation he wanted to provide with his use of the “Belgian rooster”. Was the rooster in its scene an allegory or a national symbol?

My impression is that Van Engelen painted an allegory of a “rooster on an oak branch at dawn”. He was an avid painter of the animals that surrounded people, present in the house and garden, chickens and roosters in particular.

Piet van Engelen, “Rooster and chickens”, photo: online

Roosters have a strong natural territorial drive. They puff up their chests and defend the chickens against much bigger enemies. The rooster claims its territory by crowing. The artist knew the great power of the symbol of the rooster better than anyone else. Moreover, in the image of the rooster, Van Engelen must have felt free in his expression, he knew the animal, it was his own, he could put a range of colors and shine in the plumage. He placed the rooster proudly on the thick branch of an oak, the oak leaves colorfully executed. The oak added meaning to the allegory as a symbol of protection, fortitude, courage and strength.
Van Engelen sealed his allegory with the dedication written on the ribbon: “To brave Belgium”.

It does not seem plausible that Van Engelen depicted the rooster as a national symbol for Belgium. He was a Flemish artist who made designs for the Ouvroir in Antwerp, which was under the protection of the Antwerp provincial relief committee, the Comité provincial de Secours et d’Alimentation.
Flanders has a flag with a black lion, on the shield of Belgium is a climbing lion in gold. Wallonia indeed has a flag with a rooster. As a skilled painter of animal figures, Van Engelen would have depicted a lion rather than a rooster, if it were national symbolism.

Other designers also used the rooster in their work in the period ’14-18, for example this design in needlepoint lace.

The design of a rooster in needlepoint lace. Photo: E. McMillan

Milling company
Which mill has filled the sack with flour and had it shipped from the U.S. to Belgium?
Unfortunately, this is not (yet) known. There is no clearly printed name of the mill; in one photo I think I see a glimpse of large capital letters flashing on the underside of the canvas. Hopefully they can be used to clarify the origins of the sack in the future.

The original print A.B.C.

Detail of the decorated flour sack: original print “A.B.C.” Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The original print, the letters “A.B.C.” in a rectangle of thick edges, was painted over on Van Engelen’s flour sack, but it was not embroidered. Originally the letters were blue, the print was painted over with violet.

“A.B.C.” on flour sack “Gold Medal”. Coll. IFFM inv.nr. 001646; photo: author

That abbreviation “A.B.C.” has a meaning that continues to puzzle me. Numerous flour sacks are printed with “A.B.C.”. Even more flour sacks have been stamped before leaving the U.S. with the letters “A.B.C.”.

“A.B.C.” stamp on flour sack “Perfect”/G. Devreese. Coll. KMKG-MRAH Tx 262; photo: author

I suspected the acronym “American Belgian Commission” or “American Belgian Consul”. I have not been able to find evidence for it.
The first option I did find was the abbreviation “A.B.C.” for “American Bakers Council”, an American quality certificate for flour supplied to bakeries by the mills.
However, this seems unlikely as boxes containing other types of U.S. relief supplies have also been stamped “A.B.C.”.

Children’s shoes in New York, destined for Belgium. Mrs. Price Post *) adjusted the shoes on American children before shipment. The box bears the stamp “A.B.C.” on the side. Photo: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, January 31, 1915

A second option is therefore the abbreviation “A.B.C.” for “American Belgian relief Committee“. The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, made this statement on January 31, 1915: The Oregon Belgian Relief Committee and its Advisory Board had finished their work, reporting their work to the Governor of the State of Oregon. Afterwards, they still received gifts and would forward them to what they called the “American Belgian relief committee” (“A.B.C.”?!) in New York.

Advertisement of Annan, Burg & Company mill in St. Louis, Missouri, in their logo they use the letters A.B.C. Source: Northwestern Miller, January 13, 1915; photo: E. McMillan

Option three was suggested to me by Evelyn McMillan: the Annan, Burg & Company mill in St. Louis, Missouri ran “A.B.C.” in their logo, the abbreviation of the company name in advertisements in the Northwestern Miller between 1910 and 1915. However, this logo cannot sufficiently explain the prints “A.B.C.” on flour sacks from other mills or those on other relief products.

Addition June 6, 2021: ‘Plain cotton sacks with the letters A B C’
The puzzle of the letters ‘ABC’ has been partially solved. It has been an instruction from the CRB office in New York. This is apparent from the following newspaper report from Ohio, where the local Belgian relief committee in Greenville had to repack the flour in plain cotton sacks printed with the letters A B C on them:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

But, alas, the meaning of the three letters is unknown!?!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Family Van Engelen

Louis Van Engelen, “Sunday afternoon at Sint-Anneke”, 1887. Belgian private collection; photo: website Museum Vleeshuis, Antwerp

Besides Piet Van Engelen, other members of the Van Engelen family were also at the forefront of Antwerp cultural life. Elder brother Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerp 14.10.1941) was a painter, he completed landscapes, animals, portraits and genre scenes and often worked in large format.
Museum Vleeshuis in Antwerp is currently showing his painting “Sunday Afternoon on Sint-Anneke“, 1887. He has depicted his brother Piet in the middle of the company in the painting.

Grandfather François Joseph Van Engelen (1785-1853) had founded a workshop for brass instruments in Lier in 1813. The studio grew into perhaps the largest Belgian producer of these musical instruments. Part of the contents of the old workshops are part of a permanent installation in the basement of Museum Vleeshuis.

Conclusion

Decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn”, design Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; photo: E. McMillan

Piet Van Engelen’s decorated flour sack “Rooster on an oak branch at dawn” in the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum is a unique work of art in both design and execution, created in the Ouvroir of Antwerp, by experienced and professional embroiderers. It is a powerful allegory. It has been dedicated to Herbert C. Hoover, director of the Commission for Relief in Belgium.

We can speak of “the flagship of the decorated flour sacks”.

 

 

*) Addition courtesy of Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) was a prominent New York society woman in the early 1900s. In 1922, at the age of 50, she published the book ‘Etiquette’ about manners and etiquette under het author’s name Emily Post, making it famous to this day! See the ‘Emily Post Institute‘. To my Dutch readers: she was the American Amy Groskamp-ten Have from ‘Hoe hoort het eigenlijk’, but her book did not appear until 1939.

Thanks to:
– Marcus Eckhardt, Curator of Herbert Hoover Presidential Library and Museum;
– Evelyn McMillan; Mauro Callens and Audrey Magniette; they provided me with photos they took during a visit to HHPL;
– Hubert Bovens for the biographical research of the artists.

 [1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I (American Flour Sacks as textile witnesses of World War I). Brussels, Parc Cinquantenaire: Bulletin of the Museum Art and History, volume 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

‘Haan op eikentak in ochtendgloren’: Piet Van Engelen in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Een versierde meelzak van WO I naar ontwerp van de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen bevindt zich in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa, Verenigde Staten.
Het werk van Van Engelen -een krachtig zinnebeeld van een haan op een eikentak, die zijn territorium opeist, het gekroond schild van België  bewaakt, terwijl achter hem de zon met Amerikaanse arend stralend opkomt- diende als patroon voor borduurwerk.
Het leverde een versierde meelzak op van aparte klasse: het vlaggenschip onder de versierde meelzakken.

Herbert Hoover Presidential Library and Museum

Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is geopend in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover (West Branch, Iowa, 10.08.1874 – New York, NY, 20.10.1964). Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Het geboortehuis op de Herbert Hoover National Historic Site in West Branch, Iowa, VS. Foto: online

De bibliotheek is het gebouw waar archiefmateriaal is opgeslagen van de oud-president. Het museum vertelt het verhaal van het leven van de president en de tijd waarin hij regeerde. De bibliotheek is gevestigd op de Herbert Hoover National Historic Site in zijn geboorteplaats West Branch in de staat Iowa, zijn geboortehuis is er te bezichtigen en Herbert Hoover en zijn vrouw Lou Henry Hoover zijn er begraven.
De HHPL is opgericht in het kader van de ‘Presidential libraries Act of 1955’ en wordt beheerd door de ‘National Archives and Records Administration’.
De archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van Herbert Hoover en de Commission for Relief in Belgium (CRB) zijn oorspronkelijk bewaard in de Hoover Institution Archives (HIA) op Stanford University, Palo Alto, Californië. Met de opening van HHPL heeft Herbert Hoover de gelegenheid genomen een gedeelte van zijn memorabilia over te plaatsen naar West Branch.

Iowa City Press Citizen, 5 augustus 1974: ‘Museum: a pleasant history lesson’.

Het is mijn indruk dat ruim 400 versierde meelzakken van WO I onderdeel waren van die verhuizing. Dit betekende dat de verzameling meelzakken in de archieven van de CRB rond 1962 zal zijn opgesplitst in twee delen: een kwart bleef bij HIA in Californië en driekwart kwam in beheer van HHPL in Iowa. Daarmee is in West Branch de grootste collectie versierde meelzakken ter wereld gevestigd. Dankzij de presidentiële status en de museumfunctie van HHPL hebben de versierde meelzakken sinds 1962 regelmatig de aandacht getrokken.

The Gazette, 16 augustus 2008
The Spokesman Review, 15 november 2008

In het museum zijn altijd versierde meelzakken te bezichtigen, ieder half jaar wisselt de tentoongestelde collectie.
Onderzoekers en liefhebbers van versierde meelzakken doen graag de bibliotheek en het museum aan. De huidige conservator, Marcus Eckhardt, ontving inmiddels vele onderzoekers en gaf aan hen waar mogelijk een individuele show van versierde meelzakken.

Zelf ben ik er nog niet geweest. Mijn bezoek, mede mogelijk gemaakt door een Travel Grant toegekend door de Hoover Presidential Foundation, stond gepland voor april 2020, maar moest worden uitgesteld vanwege de reisbeperkingen en de sluiting van bibliotheek en museum sinds 14 maart 2020 in verband met het corona-virus.

Piet Van Engelen

De Belgische kunstenaar Piet Van Engelen. Foto: Wikimedia Commons

Piet Van Engelen (Lier 12.05.1863 – Antwerpen 17.10.1924) is geschoold in Wallonië en in Vlaanderen; hij volgde opleidingen aan de Académie Royale des Beaux-Arts in Luik bij P. Drion én de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij Charles Verlat. Tijdens de Groote Oorlog woonde hij in Antwerpen. Hij was vanaf 1897 zelf leraar aan de Academie in Antwerpen.
Piet Van Engelen legde zich vooral toe op dierschilderingen.

Piet Van Engelen, Haan en kip “Lune de miel” (‘maan van honing’). Foto: online

‘Aanvankelijk waren de voorstellingen louter decoratief en opgevat als stilleven. Stilaan werden zijn werken levendiger door het uitbeelden van volksspreuken, zinnebeelden enz.’ (Piron 2016)

 

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916; borduurwerk Ouvroir d’Anvers, Antwerpen. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum.

Versierde meelzak HHPL inv. nr. 62.4.447
De voorstelling op de meelzak is een krachtig zinnebeeld van het ochtendgloren. Een haan in kleurrijke verenpracht torent hoog op de tak van een eikenboom, symbool van kracht, en kraait met opengesperde snavel zijn ochtendgroet. Tussen zijn poten staat centraal het gekroond schild van België. Een lint wappert tussen de eikenbladeren met daarop de woorden ‘Aan het Dappere België’.

De oorspronkelijke bedrukking op de zak, de drie letters ‘A.B.C.’ in rechthoekig kader, zijn doorvlochten met rijpe graanhalmen.

Detail van de versierde meelzak: de Amerikaanse arend met gespreide vleugels en schild rijst achter de haan en leeuw omhoog met de zon. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Achter de compositie komt de zon goudgeel op. Bij nauwkeurige inspectie ziet de kijker de Amerikaanse arend, een graanhalm tussen zijn snavel, met gespreide vleugels en Amerikaans schild omhoog rijzen in de opkomende zon.

Detail van de versierde meelzak : eerbetoon aan Herbert C. Hoover, uitgevoerd in het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, 1916. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Rechtsboven op het doek is een ‘papierrol’ met tekst.  De tekst is een eerbetoon aan Herbert C. Hoover, directeur van de CRB, afkomstig van het Ouvroir d’Anvers in Antwerpen:
‘Hommage de reconnaissance
Monsieur Herbert C. Hoover
Chairman of the Commission for Relief in Belgium
Ouvroir d’Anvers 1916’.
Dit onderdeel zou later kunnen zijn toegevoegd, omdat het de indruk geeft niet wezenlijk onderdeel uit te maken van de compositie van het ontwerp van Van Engelen.

Detail van de versierde meelzak: signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’. De lichtblauwe patroontekening van de graanhalmen is zichtbaar op het doek. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Linksonder staat de signering ‘Piet van Engelen, A. 1916’ in zwarte inkt.
Ik neem aan dat de hoofdletter ‘A’ staat voor ‘Antwerpen’.

De verrassing van de versierde meelzak
De meelzak van Van Engelen ziet er van een afstand op de foto uit als een schilderij, met verf op doek geborsteld. De verrassing is dat de afbeelding in werkelijkheid is aangebracht met borduurwerk, met naald en draad door het doek gestoken, uitgevoerd door een of enkele ervaren en professionele borduursters!

Gewoonlijk werkten professionele borduursters aan borduurwerk met religieuze onderwerpen, aan vaandels, aan meubels en kleding voor de hoogste klassen.

Guy Delmarcel beschreef in 2013 de meelzak als volgt:  ‘…een fraai geborduurde allegorie, een ‘Belgische’ haan met opschrift “Aan het dappere België”, dat luidens een Franse tekst bovenaan rechts werd gemaakt in opdracht van de Antwerpse afdeling van het CSA. Het werk is met de pen gesigneerd door Piet Van Engelen (1863-1924), een verdienstelijk dierenschilder uit Lier, die het ontwerp leverde (inv.62-4-447; fig. 21).’[1]

Hoe vond Van Engelen borduursters om zijn ontwerp uit te voeren? Uit Amerikaanse primaire bron komen we meer te weten.

Charlotte Kellogg in Antwerpen

Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Foto: E.E. Hunt, ‘War Bread’

Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 21.05.1874 – Monterey, Californië 08.05.1960), gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – verbleef tussen juli en november 1916 in België.
Zij was ooggetuige van de schepping van het kunstwerk van Piet van Engelen. Ze beschreef haar bezoek aan het Ouvroir d’Anvers, Antwerpen, in haar boek ‘Women of Belgium’.[2]
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten.’

Piet van Engelen hoefde dus niet te zoeken naar borduursters als uitvoerders van zijn werk, integendeel, hij heeft zelf opdracht gekregen ontwerpen te maken voor borduurwerk, uit te voeren door borduursters van het Ouvroir d’Anvers. Zijn ontwerp stond op de schildersezel tijdens het bezoek van Kellogg in de zomer van 1916. Het patroon van het ontwerp is uitgetekend op de meelzak, op sommige plaatsen zijn de tekenlijnen nog zichtbaar. De garens zijn uitgezocht, de kleuren van de garens gekozen bij de kleuren van het ontwerp. De borduurster is aan het werk gegaan met nauwkeurige instructies over de aan te wenden borduursteken.
Tijdens het maakproces zal regelmatig overleg zijn gevoerd over de kleuren en de richting van de steken.

Detail van de versierde meelzak: de haan en het gekroond schild van België. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library-Museum

De haan
Ik heb me sinds de eerste kennismaking met de versierde meelzak van Piet van Engelen afgevraagd welke duiding hij met de ‘Belgische haan’ heeft willen geven. Was het een allegorie of een nationaal symbool?

Mijn indruk is dat Van Engelen een allegorie schilderde van een “haan op eikentak in ochtendgloren”. Hij was een fervent schilder van de dieren die mensen omringden, aanwezig in huis en tuin, kippen en hanen in het bijzonder.

Piet van Engelen, ‘Haan en kippen’, foto: online

Hanen hebben een sterke natuurlijke territoriumdrift. Ze maken zich groot en verdedigen de kippen ook tegen veel grotere vijanden. De haan claimt zijn territorium door te kraaien. De kunstenaar kende als geen ander de grote kracht van het zinnebeeld van de haan. Bovendien zal hij zich in de afbeelding van de haan vrij hebben gevoeld in zijn expressie, hij kende het dier, het was hem eigen, hij kon een gamma aan kleuren en glans leggen in het verenkleed. Hij plaatste de haan fier op de dikke tak van een eik, de eikenbladeren zijn kleurrijk uitgewerkt. De eik voegde betekenis toe aan de allegorie als symbool van bescherming, standvastigheid, moed en kracht.
Van Engelen bezegelde zijn allegorie met de opdracht die geschreven staat op het lint: “Aan het dappere België”.

Dat Van Engelen de haan heeft afgebeeld als nationaal symbool voor België lijkt niet aannemelijk. Hij was een Vlaams kunstenaar, die ontwerpen maakte voor het Ouvroir d’Anvers dat onder bescherming stond van het provinciaal komiteit voor hulp en voeding van Antwerpen in Vlaanderen.
Vlaanderen heeft een vlag met zwarte leeuw, op het schild van België staat een klimmende leeuw in goud. Wallonië heeft inderdaad een vlag met haan. Als bekwaam schilder van dierfiguren zou Van Engelen -zou het om de nationale symboliek gaan-  eerder een leeuw dan een haan hebben afgebeeld.

Ook andere ontwerpers gebruikten de haan in hun werk in de periode ’14-18, bijvoorbeeld dit ontwerp in naaldkant.

Het ontwerp van een haan in naaldkant. Foto: E. McMillan

Maalderij
Welke maalderij heeft de meelzak gevuld met meel en doen afreizen uit de VS naar België?
Helaas is dit (nog) niet bekend. Een duidelijk geprinte naam van de maalderij ontbreekt; op de foto’s zie ik wel grote hoofdletters gloren op de onderzijde van het doek. Hopelijk gaan die in de toekomst de afkomst verhelderen.

De originele bedrukking A.B.C.

Detail van de versierde meelzak: originele bedrukking ‘A.B.C.’ Coll. HHPL, foto: Callens/Magniette

De originele bedrukking, de letters ‘A.B.C.’ in een rechthoek van dikke randen, is op de meelzak van Van Engelen overgeschilderd, maar niet geborduurd. Oorspronkelijk waren de letters blauw, de bedrukking is overgeschilderd met violet.

‘A.B.C.’ op meelzak ‘Gold Medal’. Coll. IFFM inv.nr. 001646, foto: auteur

Die afkorting ‘A.B.C.’ heeft een betekenis die mij nog altijd voor een raadsel stelt. Talloze meelzakken zijn voorzien van de bedrukking ‘A.B.C’. Nóg meer meelzakken hebben een stempel gekregen voor vertrek uit de VS met de letters ‘A.B.C.’

‘A.B.C.’ stempel op meelzak ‘Perfect’/G. Devreese. Coll KMKG-MRAH Tx 2626, foto: auteur

Ik vermoedde de afkorting ‘American Belgian Commission’ of ‘American Belgian Consul’. Bewijs heb ik er niet voor kunnen  vinden.
Wel vond ik als eerste optie de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Bakers Council’, een Amerikaans kwaliteitscertificaat voor meel dat aan bakkerijen wordt geleverd door de maalderijen.
Toch zal het dit niet alleen zijn, want ook op kisten met andere soorten hulpgoederen uit de VS staat ‘A.B.C.’ gestempeld.

Kinderschoenen in New York, bestemd voor België. Mrs. Price Post*) paste de schoenen aan bij Amerikaanse kinderen vóór de verscheping. De kist draagt op de zijkant het stempel ‘A.B.C.’ Foto: Courtesy Herbert Hoover Presidential Library
The Oregon Daily Journal, 31 januari 1915

Een tweede optie is daarom de afkorting ‘A.B.C.’ voor ‘American Belgian relief Committee’. Het dagblad The Oregon Daily Journal in Portland, Oregon, gaf deze vermelding op 31 januari 1915: de Oregon Belgian relief committee en haar adviesraad waren klaar met hun werk, zij hadden verslag uitgebracht van hun werkzaamheden aan de gouverneur van de staat Oregon. Nadien ontvingen ze toch nog giften en zouden die doorsturen aan wat zij noemden de ‘American Belgian relief committee’ (‘A.B.C’?) in New York.

Advertentie van de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri, in hun logo voeren zij de letters A.B.C. Bron: Northwestern Miller, 13 januari 1915; foto E. McMillan

Optie drie is mij aangereikt door Evelyn McMillan: de maalderij Annan, Burg & Company in St. Louis, Missouri voerdde ‘A.B.C.’ in hun logo, de afkorting van de bedrijfsnaam in advertenties in de Northwestern Miller tussen 1910 en 1915. Dit logo kan echter niet voldoende verklaring zijn voor de prints ‘A.B.C.’ op meelzakken van andere maalderijen, die niet in St. Louis, MO. waren gevestigd.

Aanvulling 6 juni 2021: ‘Effen katoenen zakken met de letters A B C’
Het raadsel van de letters ‘ABC’ is gedeeltelijk opgelost. Het is een instructie geweest van het CRB-kantoor in New York. Dit blijkt uit het volgende krantenbericht van Ohio, waar de locale Belgian Relief commissie in Greenville het meel moest overpakken in effen katoenen zakken bedrukt met de letters A B C:

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Maar, helaas, de betekenis van de drie letters is onbekend!

Greenville Daily Tribune, Ohio, 30 december 1914

Familie Van Engelen

Louis Van Engelen, ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’. Belgische particuliere collectie; foto website Museum Vleeshuis, Antwerpen

Naast Piet Van Engelen stonden ook andere leden van de familie van Engelen kunstzinnig vooraan in het Antwerpse leven. Oudere broer Louis Van Engelen (Lier 17.01.1856 – Antwerpen 14.10.1941) was schilder, hij realiseerde landschappen, dieren, portretten en genretaferelen en werkte vaak op groot formaat.
Op dit moment toont Museum Vleeshuis in Antwerpen zijn schilderij ‘Zondagmiddag op Sint-Anneke’, 1887. Te midden van het gezelschap op het schilderij heeft hij ook zijn broer Piet afgebeeld.

Grootvader François Joseph Van Engelen (1785-1853) had in 1813 in Lier een atelier voor koperblaasinstrumenten opgericht. Het atelier groeide uit tot wellicht de grootste Belgische producent van deze muziekinstrumenten. Een deel van de inboedel van de oude ateliers is permanent opgesteld in de kelder van het Vleeshuis.

Conclusie

Versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’, ontwerp Piet Van Engelen, 1916. Coll. HHPL; foto: E. McMillan

De versierde meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ van Piet van Engelen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum is een uniek kunstwerk in ontwerp en uitvoering, gecreëerd in het Ouvroir d’Anvers door ervaren en professionele borduursters. Een compleet, krachtig zinnebeeld, speciaal opgedragen aan Herbert C. Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium.

We mogen spreken van ‘het vlaggenschip onder de versierde meelzakken’.

 

 

*) Toevoeging met dank aan Evelyn McMillan:
Mrs. Emily Price Post (1872-1960) is een prominente vrouw geweest, vooraanstaand in de high society van New York. In 1922, ze was toen 50 jaar, publiceerde zij onder de naam Emily Post het boek ‘Etiquette’ over etiquette en goede manieren en is daarmee tot op de dag van vandaag beroemd! Zie het ‘Emily Post Institute‘. Voor mijn Nederlandse lezers: zij was de Amerikaanse Amy Groskamp-ten Have van ‘Hoe hoort het eigenlijk’, maar dat verscheen pas in 1939.

Dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van HHPL
– Evelyn McMillan; Mauro Callens en Audrey Magniette; zij stelden mij foto’s ter beschikking die zij maakten bij een bezoek aan HHPL.
Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars.

[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[2] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4thedition, 1917

Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution

Een ‘hiercheuse’ van de Belgische kunstenaar Armand Rassenfosse bevindt zich in de Verenigde Staten in de Hoover Institution Library & Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca.
Het unieke van de prent van Rassenfosse’s mijnwerkster is dat hij deze in 1915 heeft afgedrukt op een lege meelzak afkomstig van de westkust van de VS.

Vancouver Daily World, Vancouver, B.C., Canada, 26 januari 1915

De zak was, gevuld met meel, tezamen met duizenden andere zakken meel, in het voorjaar van 1915 uit Portland, Oregon, verscheept als voedselhulp naar België en kwam terecht in Luik.

Stoomschip Cranley wordt geladen. The Oregon Daily Journal, Portland, Oregon, 24 januari 1915

Eenmaal geleegd bij een bakker is de zak ter beschikking gesteld van Rassenfosse, die zich als kunstenaar bereid had verklaard er een kunstwerk op te maken.
Rassenfosse maakte deel uit van een groep Luikse kunstenaars die voor het goede doel 67 meelzakken beschilderden en bedrukten voor de grote liefdadigheidstentoonstelling, gehouden in Luik in juli 1915. De kranten stonden vol over de tentoonstelling en prezen Rassenfosse voor prenten van mijnwerksters op enkele meelzakken.
De Amerikaan Frederick H. Chatfield, gedelegeerde in Luik van de Commission for Relief in Belgium in 1916, heeft een ‘hiercheuse’ meelzak in eigendom gekregen en mee teruggenomen naar zijn woonplaats Cincinnati, Ohio. Omdat het CRB-archief van Chatfield gedeponeerd is in de Hoover Institution Archives (HIA) is de ‘hiercheuse’ van Rassenfosse daar terecht gekomen en recent, dankzij foto’s gemaakt door de HIA-staf, geopenbaard.

Armand Rassenfosse: ‘Hiercheuse’ (mijnwerkster)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, verso. Coll. HIA Fred. H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

Armand Rassenfosse drukte op een deel van een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Het doek is gespannen om een stuk karton. Hoogstwaarschijnlijk is het een lithografie, mogelijk geretoucheerd. De hoogte van het werk is 44 cm.
In zijn handschrift vermeldde Rassenfosse ‘Etude pour un tableau’ op het doek. Mogelijk is de hiercheuse in de collectie van de Hoover Institution een proef geweest en heeft Rassenfosse deze prent later als geschenk weggegeven aan de jonge CRB-gedelegeerde Chatfield.

‘Etude pour un tableau’ en signering van Armand Rassenfosse, meelzak ‘hiercheuse’. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

De hiercheuse op de meelzak heeft een zittende houding en is gekleed in een blouse met opgerolde mouwen en lange rok; zij kijkt ons vorsend aan, terwijl ze met bijna kinderlijke handen naar haar enkels grijpt, alsof zij zedig haar rokken om haar enkels wil klemmen. Een grote bolle hoofddoek bedekt haar haren, schijnbaar elegant gehakte klompen sieren haar voeten. Zij is een aantrekkelijke verschijning.

Armand (de) Rassenfosse[1] (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934), autodidact, was tekenaar, graveur en schilder. Door zijn onuitputtelijke werkkracht werd hij een van de belangrijkste Waalse kunstenaars van de vorige eeuw.
Pol de Mont schrijft in 1902/1903: ‘Hij heeft zijn sporen verdiend als lithograaf en als akwafortist, en is er evengoed in geslaagd, degelik werk te voltooien met de droge als met de natte naald’;..…’aarzel ik toch niet te zeggen, dat geen van mijn landgenoten in dit vak uitmunt boven hem.’[2]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, olieverf op karton (35×26 cm). Verkocht via veiling, artnet.com; foto: online

Zijn achterkleindochter Nadine de Rassenfosse, kunsthistorica, schreef over Rassenfosse: ‘Hij was klassiek modernist; erfgenaam van het symbolisme en de art nouveau’:
‘Centraal thema in het oeuvre van Rassenfosse is de Vrouw. Zijn universum wordt helemaal ingenomen door vrouwelijke figuren, uit alle sociale lagen en in al hun dagelijkse activiteiten: arbeidsters, hiercheuses uit de Luikse mijnstreek, opgeklede vrouwen met hoeden of naakte meisjes van plezier, danseressen in actie of zogende moeders.’[3]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, kleuren lithografie, 1913. De hiercheuse vertoont -gespiegeld- grote gelijkenis met de prent op de meelzak. Verkocht via veiling auction.fr, september 2013; foto: online

Door talloze afbeeldingen te bekijken van mijnwerksters op websites met online veilingen is mij gebleken dat Rassenfosse eerder, in 1913, een ingekleurde lithografie geproduceerd heeft, die op enkele details na exacte gelijkenis toont met de ‘hiercheuse’ op de meelzak, zij het dat de afbeelding is gespiegeld. Ik vraag me af of Rassenfosse succesvol was met de eerdere litho en daarom de meelzak wenste te bedrukken met een voor het publiek herkenbaar werk, de ‘verheerlijking van een lokaal personage’.
De trieste gebeurtenissen van het overlijden van zijn 23-jarige zoon Jean ( Luik 14.02.1890 – Luik 23.06.1913) en het uitbreken van de oorlog in 1914 met de gevechten rondom Luik en de Duitse bezetting hadden een grote invloed op de kunstenaar.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse; detail originele bedrukking van de meelzak. Coll. Fred. H. Chatfield Papers, HIA, foto HIA staff

De meelzak gebruikt door Rassenfosse voor zijn prent, is afkomstig van de Amerikaanse westkust, de verkoopkantoren van de maalderij waren in de steden Seattle en Tacoma in de staat Washington, Portland, Oregon en San Francisco, Californië [4]. De staten Washington en Oregon waren grote tarwe-producerende gebieden. Ze exporteerden graan naar Azië, en ook naar Europa, via de havenstad Portland in Oregon.
Voor de Commission for Relief in Belgium vertrokken tussen eind januari en eind maart 1915 meerdere schepen met voedselhulp vanuit de Amerikaanse westkust naar België. De meelzak zal aan boord zijn geweest van een van deze schepen.

Liefdadigheid

Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Luik, particuliere verzameling

Rassenfosse droeg bij aan liefdadigheid, lees het blog Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Academie des Beaux Arts’.

Kranten noemden en complimenteerden zijn werk:
Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. ‘(Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)

‘De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’ …’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1917; conté-potlood en waterverf op papier, 34×24 cm, verkocht in 2017; foto mutualart.com
Signatuur Rassenfosse en door hem handgeschreven tekst: ‘Pour la Soirée d’art et de charité donné chez Mme Emile Fraigneux le 29 Septembre 1917’

In 1917 maakte Rassenfosse een tekening van een hiercheuse waarop hij de tekst schreef: ‘Getekend programma. Voor de Kunst- en liefdadigheidsavond, gehouden bij Mme Emile Fraigneux op 29 september 1917′.

Het fenomeen ‘Mijnwerksters in de kunst’
Onbekend met het fenomeen ‘mijnwerksters in de kunst’ heb ik gepoogd me in te lezen in het onderwerp om te begrijpen welke symboliek de meelzak ‘hiercheuse’ van Rassenfosse in zich draagt. Wat bezielde de kunstenaar om een jonge vrouw met een loodzwaar en gevaarvol beroep te verheerlijken als was zij een nimf?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit opmerkelijke onderwerp vol paradoxen een aparte studie vergt.  In dit blog stip ik slechts aan wat mij bij mijn poging tot inlezen heeft verwonderd.

Armand Rassenfosse, ‘Young Seated Girl’, (herkenbaar door hoofddoek en klompen als hiercheuse), potlood en waterverf op papier, 35×26 cm; verkocht 2017, foto: mutualart.com

Hiercheuse

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Hiercheuses aan het werk. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Het woord ‘hiercheuse’ is afgeleid van de term ‘hierchage’, het slepen van de steenkool, de voornaamste bezigheid van de vrouwelijke mijnwerkers: het duwen van de volle kolenwagens naar de schachten en het bovengronds selecteren van de kolen.

Leen Roels: De realiteit van de arbeid van de mijnwerkster

Dr. Leen Roels deed onderzoek naar vrouwenarbeid in de Luikse mijnen, 2014; foto: website DeMijnen.nl

De Belgische wetenschapper Leen Roels promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Maastricht op haar onderzoek naar de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1974. In haar boek ‘Het tekort’ belicht zij in hoofdstuk 2 de vrouwenarbeid in de mijnen. [5]

Circa 2.500 vrouwen (ruim 6% van de personeelsbezetting) werkten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de Luikse mijnen. Pas in 1892 werd vrouwenarbeid in de mijnen in België beperkt, later dan elders in Europa.

Kaart van het Luikse kolenbekken, zoals afgedrukt in het boek ‘Het tekort’ van Leen Roels, 2014
Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1906, lithografie op papier (36×25 cm). Verkocht op the-saleroom.com in 2016, foto: online

Citaat uit het boek van Roels:
‘Dat vrouwen tot aan het begin van de twintigste eeuw in België als mijnwerkster ondergronds werkten, en bovengronds nog veel langer, is een weinig onderzocht gegeven. Dit is verwonderlijk, gezien het feit dat de mijnwerkster voor vele kunstenaars een populair motief vormde. Een groep kunstenaars met socialistische sympathieën vond hierin een dankbaar onderwerp en bovendien werd deze kunst actief ondersteund door de groeiende Belgische Werkliedenpartij-Parti Ouvrier Belge (opgericht in 1885). Vanaf de jaren 1880 werd de ‘hiercheuse’ één van de meest geschilderde, gebeeldhouwde en later gefotografeerde arbeidsters in België.’

Leen Roels geeft met inzichtelijke tabellen informatie over de realiteit van de arbeid van de mijnwerksters.

Leen Roels, Het aantal vrouwelijke arbeidskrachten naar leeftijd in het Luikse bekken, tabel in ‘Het tekort’, 2014

Enkele conclusies van haar onderzoek:
– De functies van de vrouwen in de Luikse mijnen waren samen te brengen onder de noemer: laaggeschoold en aanvullend. Het is aannemelijk dat dit zijn oorsprong vond in de arbeidsverdeling in familieverband.
– Het algemene patroon was dat de hiercheuse gemiddeld op haar twaalfde jaar in het mijnbedrijf begon en dat ze dit zware werk volhield totdat ze in het huwelijk trad en haar eerste kind kreeg. In de 19e eeuw gebeurde dit gemiddeld tussen 26 en 29 jaar.

Leen Roels, Het gemiddeld netto-dagloon ondergronds in de Belgische steenkoolnijverheid, 1895-1900 (in BEF), tabel in ‘Het tekort’, 2014

– In het algemeen bedroeg het dagloon van een mijnwerkster nauwelijks de helft van dat van haar mannelijke collega. Roels kon geen verband ontdekken tussen verloning en een bepaalde functie, het leek haar toe dat de mijnwerksters net omwille van hun vrouwzijn zo laag betaald werden.
– Het lage loon vormde in België een belangrijke reden om de arbeid van vrouwen ondergronds pas laat te verbieden. De beperking van vrouwenarbeid in de Belgische mijnen kreeg zijn beslag met de wetgeving van 1889 die ondergrondse arbeid voor vrouwen onder 21 jaar vanaf 1892 verbood. Vrouwen bleven werkzaam in het mijnbedrijf tot in de jaren 1920, zij werkten in die laatste jaren veelal bovengronds.

Patricia Penn Hilden: De mijnwerkster in de kunst

Cécile Douard, Hiercheuse des mines, 1897; foto: omslag van het boek van Patricia Penn Hilden

De Amerikaanse wetenschapper Patricia Penn Hilden bestudeerde vrouwen, werk en politiek in België van 1830-1914 [6].
Zij ging nader in op de verschillende motieven van een aantal kunstenaars om de mijnwerksters af te beelden:
– Constantin Meunier schilderde, tekende en beeldhouwde vele tientallen mijnwerksters -jong en mooi- als representeerden zij voor hem een nationaal, Belgisch icoon.
– Cécile Douard tekende de mijnwerksters realistisch, in beweging, vuil; oude mijnwerksters toonde ze uitgeput, ze had compassie met de vrouwen in dit loodzware beroep.
– François Maréchal en Armand Rassenfosse daarentegen idealiseerden de mijnwerkster. Zij beeldden haar seksueel aantrekkelijk af; mijnwerksters waren jong, het werken in de mijnen gaf hen erotische aantrekkingskracht.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse aux seins nues; potlood en pastel op papier, (32×23 cm). Voormalige collectie Graaf de Launoit, Luik; verkocht op pba-auctions.com in 2019 voor €1.563; foto: online

Het Brugse Prentenkabinet: Rassenfosse verheerlijkt de zinnelijkheid
Het Brugse Prentenkabinet bewaart een prent uit 1905 waarover het museumbulletin schrijft: ‘Rassenfosse beeldt de wagenduwster met ontbloot bovenlichaam uit in een moment van rust terwijl ze een uitdagende blik naar de toeschouwer werpt. In alle sereniteit observeert de kunstenaar het vrouwelijk lichaam waarvan hij de zinnelijkheid verheerlijkt. Het is een passie die hij zijn hele artistieke loopbaan zal blijven koesteren.’[7]

Fotografie: in opdracht van mijnbedrijven
Fotografen hebben talloze beelden van het werk in de mijnen vastgelegd. De kanttekening bij de foto’s moet zijn dat de foto’s veelal gemaakt zijn in opdracht van de mijnbedrijven om hun moderne bedrijfsvoering te tonen, de kracht van vooruitgang in beeld te laten spreken. Onderdeel van de moderniteit was dat ook vrouwen het werk konden doen, ze waren goedkope arbeidskrachten.

‘Esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’

Gustave Marissiaux, Hiercheuses, 1904-1905. Foto uit artikel van Marc-Emmanuel Mélon in Art&Fact, no. 30, Luik 2011. Foto: Coll. Musée de la Vie wallonne

Marc-Emmanuel Mélon, hoogleraar aan de Universiteit van Luik, benoemde de ‘esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’ in zijn artikel over het fotografie-project ‘La Houillère’ van de fotograaf Gustave Marissiaux (Marles, Pas-de-Calais, 1872 – Cagnes, Frankrijk, 1929).[8]
In opdracht van de gezamenlijke Luikse mijnbedrijven maakte Marissiaux een fotoreportage om de innovatieve industriële bedrijvigheid aan de wereld te tonen.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen sorteren, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Marissiaux moest een realiteit weergeven in zekere objectiviteit. Maar hij zag zich geconfronteerd met de werkelijkheid van kinderen die 12 uur per dag met hun blote handen kolen moesten sorteren; met vrouwen die met schoppen karren volladen en zware wagens op rails moesten voortduwen; met mannen die de dood in de ogen keken door de stoflongen die ze kregen en het voortdurende gevaar van overstromingen in de mijnschachten. In die bedrijven was er al decennialang sociale onrust, daar waren de sociale verschillen het grootst en meest zichtbaar.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen laden op wagons, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

En toch voerde Marissiaux zijn opdracht uit: hij hield afstand tot de mijnwerkers, hij toonde hun werk, niet de mannen en vrouwen die het uitvoerden onder extreem zware omstandigheden.

Waar Marissiaux wordt vergeleken met de kunstenaar Constantin Meunier merkt Mélon op dat ‘de vergelijking volledig mank gaat omdat Marissiaux in tegenstelling tot Meunier minder geïnteresseerd is in de mens dan in de organisatie van het mijnbedrijf en hij heeft ook nooit de arbeider tot de moderne god Prometheus verheven, zoals Meunier wel deed’

De fotografie van Marissiaux was een daverend succes: ‘Het immense succes van de serie foto’s getuigt van de aantrekkingskracht die de mijnbouwwereld uitoefende op zowel de gegoede burgerij die een industrieel universum ontdekte dat ze niet kende, als op de arbeidersklasse die de beelden van een wereld die de hunne was, bijzonder wist te waarderen.

Foto van een ‘botteresse’, een jonge vrouw -ze heeft een breiwerk in haar handen- die te voet goederen vervoerde in een grote mand. Loodzware manden met kolen behoorden daar ook toe. 1914-Illustré, 20 maart 1915

Chatfield papers in HIA

Frederick Huntington Chatfield, gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium in Luik van januari tot augustus 1916

Frederick Huntington Chatfield (Cincinnati, 02.04.1890 – Cincinnati 16.11.1930) heeft het voorrecht gehad bezitter te zijn van de meelzak met prent van Rassenfosse.
Chatfield was 25 jaar toen hij medewerker van de CRB werd in de provincie Luik van januari tot augustus 1916. In het kader van zijn werkzaamheden zal hij in het bezit zijn gekomen van de ‘hiercheuse’ meelzak. Welke beweegredenen er zijn geweest om te kiezen voor het portret van de jonge mijnwerkster zal ons wel nooit bekend worden.
Chatfield is op jonge leeftijd overleden, hij bleef vrijgezel, had geen kinderen; hij was 40 jaar toen hij stierf. Zijn archiefstukken met betrekking tot de Commission for Relief in Belgium zijn uiteindelijk terecht gekomen in de Hoover Institution Archives.

Ik dank Evelyn McMillan voor het nemen van het initiatief de meelzak te laten fotograferen. Aan Hubert Bovens dank voor zijn opzoekwerk van biografische gegevens van de kunstenaar en zijn klankbordfunctie bij het samenstellen van dit blog.
Een ‘zak vol herinneringen’ is erdoor tevoorschijn gekomen.

Aanvulling 26 mei 2021: Zakkennieuws uit Luik!

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster), ‘Imprimé sur toile de sac américain’. Lithografie, 1915. Collectie en foto: Musée de la Vie wallonne

Nadine de Rassenfosse en Aurélie Lemaire, medewerksters van Musée de la Vie wallonne in Luik, hebben naar aanleiding van de informatie uit HIA en dit blog nader onderzoek uitgevoerd naar de meelzakken in hun collectie. Tot ieders verrassing is onder meer de bovengetoonde lithografie van Armand Rassenfosse op meelzak tevoorschijn gekomen! Bovendien zijn de 36 meelzakken in deze bijzondere collectie van Musée de la Vie wallonne nu volledig gedocumenteerd en online raadpleegbaar! ‘Focus: Avoir plus d’un tour dans son sac’.

 

Geboorteakte Armand (de) Rassenfosse, Luik, 6 augustus 1862 met aantekening naamswijziging 30 november 1926

[1] Bij zijn geboorte is Armand Rassenfosse ingeschreven als André Louis Armand Rassenfosse. Later is in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeldt dat arrest is gewezen door het burgerlijk tribunaal van Luik op 30 november 1926 dat ‘Rassenfosse’ vervangen moet worden door ‘de Rassenfosse’. Hubert Bovens maakte mij hierop attent en stuurde een foto toe van de geboorteakte. Na rijp beraad en in overleg met Hubert Bovens, heb ik besloten in mijn blog de kunstenaar ‘Rassenfosse’ te noemen, omdat alle boeken en catalogi die over hem zijn verschenen de kunstenaar benoemen als ‘Rassenfosse’, zonder het tussenvoegsel ‘de’. Zelfs zijn achterkleindochter en kunsthistorica Nadine de Rassenfosse, die zelf wel het tussenvoegsel ‘de’ in haar naam voert, benoemt haar overgrootvader zonder ‘de’ als ‘Rassenfosse’.

[2] De Mont, Pol, Kunst & Leven. Jaargang 1. Ad. Hoste, Gent/P.J. van Melle, Antwerpen/H. Lamertin, Brussel/Valkhoff & Co, Amersfoort 1902-1903, p.49-60

[3] De Rassenfosse, Nadine, Gilissen, Pierre, Rassenfosse of de schoonheid van het boek. Brussel: Koning Boudewijnstichting, 2015

[4] Suggestie van Evelyn McMillan is, dat de meelzak afkomstig zou kunnen zijn van Balfour, Guthrie and Company, merknaam op hun meelzakken was ‘Crown Mills’.

[5] Roels, Leen, Het tekort. Studies over de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1974. Stichting Maaslandse Monografieën. Hilversum: Verloren, 2014

[6] Hilden, Patricia Penn, Women, Work and Politics. Belgium 1830-1914. Oxford: Larendon Press, 1993

[7]De herleving van de etskunst in Luik’ in: Indrukwekkend. Nieuwe topstukken uit het Brugse Prentenkabinet. Museumbulletin 1, Musea Brugge jan-maart 2017

[8] Mélon, Marc-Emmanuel, Paradoxe esthétique et ambiguïtés sociales d’un documentaire photographique: La Houillère de Gustave Marissiaux (1904-1905). In: Art&Fact, no. 30, Luik 2011, p.146-156

Musée de la Vie wallonne in Luik bewaart de originele foto-serie van Gustave Marissiaux, raadpleegbaar via de website van de provincie Luik: ‘Objets, Documents audiovisuels, Marissiaux, Gustave, 440 enregistrements’. Marc-Emmanuel Mélon maakte in 1985 een documentaire over het werk van Marissiaux en zijn foto-serie van de mijnbedrijven.