Sperry Mills – American Indian – California

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat (verso). Stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ waren en zijn nog altijd gezochte zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Ze zijn kleurrijk beschilderd, of geborduurd, voorzien van kraaltjes en pailletten, of onbewerkt, in originele staat van bedrukking.
Hoe en wanneer zijn de bloemzakken in België geraakt?

Sperry Flour Co., Californië

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat (recto). Coll. IFFM

‘Sperry Mills – American Indian’ was een speciale merknaam door Sperry Flour Company gegeven aan de Belgian relief bloem. Op de andere zijde van de zak stond in opdracht van de Kamer van Koophandel in San Francisco in rood gestempeld ‘California’, zodat er geen misverstand kon bestaan waar het meel vandaan kwam (The San Francisco Examiner, 19 november 1914).

Rond 1850 begon Austin Sperry een maalderij in Stockton, Californië. In 1892 fuseerden een aantal maalderijen in Stockton, de nieuwe bedrijfsnaam werd Sperry Flour Company.

The San Francisco Examiner, 19 november 1914

In 1914 bezat Ethel Sperry Crocker (1861-1934), een telg uit de omvangrijke Sperry familie, aandelen in de maalderij. Zij was getrouwd met William H. Crocker (1861-1937) bankier, president-directeur van de Crocker National Bank in San Francisco en ook directeur van Sperry Flour Co.

Maalderij Sperry Mills in Stockton, Ca.. Foto: online Haggin Museum, Stockton, Ca., VS

Lou Henry Hoover start Belgian Relief in Californië, oktober 1914

‘Mrs. H.C. Hoover ontvangt internationale erkenning voor hulp aan België’. Oakland Tribune, 8 november 1914

Mrs. Lou Henry Hoover verbleef in Californië, toen haar echtgenoot Herbert Hoover vanuit Londen een telegram stuurde met de oproep om eten en geld in te zamelen voor de miljoen Belgen die dreigden te verhongeren. Hoover vroeg zijn vrouw om hulp uit de staat Californië.[1]

Lou Hoover ging daadkrachtig aan het werk en initieerde de oprichting van Belgian Relief Funds. Onvermoeibaar gaf ze lezingen, zowel voor selecte gezelschappen als op ‘mass meetings’ voor een groot publiek van San Francisco tot Los Angeles. Ook had ze persontmoetingen.

I came here on a quiet mission. I sailed for this country to take my children to my own home at Monterey. I was astonished at the response of California to the appeal of the Belgians. I came with no propaganda of my own, but I want to say that the generosity of the people of my native state has amazed me. I am not a speaker, but I have consented to talk and to help and do whatever I could to aid this cause.”[2]

Het initiatief van Lou Henry Hoover bereikte ook de federale hoofdstad Washington. The Washington Post, 19 november 1914

(“Ik kwam hier op een persoonlijke missie. Ik reisde naar dit land om mijn kinderen naar ons huis in Monterey te brengen. Ik ben blij verwonderd over de reactie van Californië op de oproep van de Belgen. Ik had geen specifieke informatie meegenomen, maar ik wil zeggen dat de vrijgevigheid van de mensen in mijn geboortestaat me heeft verrast. Hoewel ik van nature geen redenaar ben, heb ik graag het verzoek ingewilligd om hier te spreken en te helpen. Ik wil alles doen wat in mijn vermogen ligt om bij te dragen aan de goede zaak”).

Ethel Sperry Crocker, jeugdfoto. Foto: online Find a Grave

Ethel Sperry Crocker was actief als penningmeester in het Woman’s Belgian Relief Fund in San Francisco, waarvan Lou Henry Hoover erevoorzitter was.[3] Ook was Ethel Crocker State Chairman van The Woman’s Section van de CRB.
William H. Crocker werd vanuit de San Francisco Chamber of Commerce voorzitter van het mannencomité van het Belgian Relief Fund.

De Belgian Relief Funds in Californië organiseerden zich snel en effectief. Zij charterden het stoomschip Camino om hulpgoederen naar België te brengen. De Sperry Flour Co. won de order om 17.000 barrels bloem te leveren aan de California Belgian Relief Committee.  Ze ontwierpen een speciaal merk en logo om op de katoenen zakken te drukken; “We are putting out an especial brand. Our factory is working on the sacks which bear an Indian head imprint with the word ” California” across the front.” (Stockton Evening and Sunday Record, 19 november 1914, p.2).

‘Camino vaart uit met schenking uit Californië voor de Belgen’. The San Francisco Examiner, 6 december 1914

Op 5 december 1914 vertrok de SS Camino als eerste Amerikaanse ‘State Ship’ uit de haven van San Francisco. De staat Californië krijgt er tot op de dag van vandaag lof voor toegezwaaid.[4].

SS Camino voer drie weken na vertrek uit San Francisco door het Panamakanaal, San Francisco Examiner, 29 december 1914

Helaas, averij voor de Camino
Hoewel het enthousiasme voor de missie van de Camino nooit is verminderd, is de waarheid over de vlotte hulpverlening door de staat California dat deze strandde in averij van het schip. De Camino vertrok weliswaar als eerste ‘State Ship’, maar het kwam als een van de laatste schepen aan in Rotterdam.
Slecht weer, kapotte onderdelen, verlies van lading, niets bleef het schip en zijn bemanning gespaard. Eindelijk, na een reis van ruim vier maanden, op 12 april 1915, arriveerde het in Rotterdam.[5]

Camino komt aan in Rotterdam. The Los Angeles Times, 13 april 1915

Herbert Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium (CRB), was al die maanden op de hoogte van de tegenslagen die de Camino te verduren had [6]. Hij bedankte William Crocker hartelijk voor de hulpgoederen: de grote inzet van de staat Californië in november 1914 was een voorbeeld voor de hele wereld geweest. [7] Hoover zette daarmee indirect ook zijn vrouw Lou Hoover, die de aanzet gaf tot de hulpverlening, in het zonnetje.

Half april 1915 waren de ‘Sperry Mills – American Indian’ bloemzakken gearriveerd in België en Noord-Frankrijk!

Bloemzak Sperry Mills-American Indian, stempel Tourcoing, Frankrijk, beschilderd met tien wapenschilden door Albert Lotthé (Bailleul, F., 10 03 1862 – Tourcoing, F., 17 03 1918). Part. coll. VS

Distributie in België

Bloemzak Sperry Mills met stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Dankzij stempels op de bewaarde bloemzakken is vast te stellen waar de ‘Sperry Mills-American Indian’-bloem is gedistribueerd.
Ik heb stempels gevonden van Brabant en Hainaut (Henegouwen) in België en van Lille (Rijsel) en Tourcoing in Frankrijk.

Musée de la Vie wallonne, Luik, bewaart een onbewerkte bloemzak van 98 lbs met twee hoofdletters ‘P’, zonder ‘California’ op de achterzijde van de zak.

Bloemzak ‘Baker’s Mills-American Indian’. Coll. MoMu Antwerpen, foto online

Het MoMu in Antwerpen heeft een ‘American Indian’ bloemzak in de collectie met bedrukking ‘Farine Fermentante Baker’s Mills – Baker’s Flour Co. Pure Wheat’.

CRB-gedelegeerde William H. Sperry
William Hatfield Sperry (Californië 28 juni 1885 – Briny Breezes, Florida, 26 oktober 1963) was, net als Ethel Sperry Crocker, een telg uit de omvangrijke Sperry familie van de maalderij. Hij was journalist, bekend door tijdschriftartikelen. Zijn vader George Barker Sperry (New York, 6 nov 1851 – La Mesa, San Diego County, 2 juni 1935), was directeur van de maalderij in Stockton, zijn moeder Georgea Mary Staples Sperry (Oregon, 1861 – San José, Ca., 17 juni 1918) zette zich vol overgave in voor de Belgian relief.

Oktober 1914 trok hij naar Europa en raakte via Herbert Hoover betrokken bij het werk van de CRB. Hij telegrafeerde aan zijn moeder: “Volunteered for services in commission for relief in Belgium. Commission has most efficient organization. All food is reaching civil population in Belgium without molestation of any kind, notwithstanding reports to contrary.” [8a]
Van december 1914 tot april 1917 werkte hij als CRB-gedelegeerde in België, onder meer in Leuven, daarna in Lille, Noord-Frankrijk.

William H. Sperry, 1917. Fotograaf Boute, Ch. du Roi, Brussel: Album Members of the CRB. Coll. HILA

September 1915 was Sperry een paar weken op vakantie, weg uit bezet België. Daar was hij vrij om brieven te schrijven naar huis. Hij schreef aan een vriend: “I came out last Saturday for a three weeks’ vacation for my health. The trouble is mostly mental depression, the result of seeing so much misery, oppression and suffering. However, I am going to cut my vacation short and return to the north of France Monday, after a nine day vacation. Can’t help it.

(“Ik kwam afgelopen zaterdag uit België voor een drie-weekse vakantie, noodzakelijk, gelet op mijn gezondheid. Het lastige is vooral de mentale druk, het resultaat van het zien van zoveel ellende, onderdrukking en lijden is deprimerend. Ik ga mijn vakantie echter verkorten en keer maandag terug naar het noorden van Frankrijk, na negen dagen vrij. Ik moet terug, kan er niets aan doen.”)

Bloemzak Sperry Mills – California (verso), geborduurd door Mary-Jane Durieux (°Brussel 11-04-1893; haar vader was meubelmaker). Part. coll. VS

Hij gaf een sarcastische impressie van de duizenden Duitse soldaten in Lille en hun inspanningen om loopgraven te maken: “And the trench works these chaps have been putting in is simply marvelous. The same amount of energy expended in the right direction would have built half a dozen Panama canals.”

(‘Het werk aan de loopgraven dat deze kerels hebben uitgevoerd is gewoonweg wonderbaarlijk. Met dezelfde hoeveelheid energie, besteed aan de juiste zaak, zou een half dozijn Panamakanalen [8b] zijn gegraven.’)

De Belgische bevolking leed honger, maar voor de Duitse bezetters in België en Noord-Frankrijk waren er geen tekorten, of het moest goede Schotse whisky of Franse champagne zijn. Cynisch schrijft Sperry: “Also the Germans have plenty of food.   It is true that it is hard to find good Scotch whiskey and certain brands of liquors, and at the present rate of consumption I think there will be a champagne shortage in the next year, but as for the necessities, the Germans are well fixed.” [9]

(Bovendien hebben de Duitsers genoeg te eten…Inderdaad, het is moeilijk om goede Schotse whisky en bepaalde merken likeuren te vinden, en gelet op de huidige champagne consumptie, denk ik dat er volgend jaar een tekort zal zijn, maar wat de eerste levensbehoeften betreft, hebben de Duitsers het goed voor elkaar.)

Kantoor van CNSA en CRB-gedelegeerden. Op de muur lege bloemzakken Sperry Mills-American Indian. Links William H. Sperry, naast hem Vernon L. Kellogg, rechts John L. Glenn. Foto: HILA 22003 box 625

Op een van zijn standplaatsen is William Sperry gefotografeerd met CRB-collega’s in hun kantoor. Op de muren zijn meerdere lege bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ gehangen als teken dat William Sperry daar zijn werkplek had.

Het ultieme bewijs dat de bloem, toegestuurd uit Californië, uiteindelijk ter plaatse is geraakt.

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian-California’ zijn nog altijd felbegeerde zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Foto-collage Annelien van Kempen, 2019

Mijn dank aan:
– Evelyn McMillan uit Californië voor de uitgebreide informatie die zij mij beschikbaar stelde over de Sperry Mills Flour Co en de van hen afkomstige bloemzakken;
– Hubert Bovens, Wilsele, voor het onderzoek naar de biografische gegevens van schilders en borduursters.

 

 

[1] Cablegram Mr. Herbert Hoover vanuit Londen aan Mrs. Herbert Hoover,  San Francisco, 26 oktober 1914

[2] Oakland Tribune, 8 november 1914, p.4

[3] The San Francisco Examiner, 11 november 1914, p. 4

[4] The San Francisco Examiner, 6 december 1914, p. 53

[5] The Los Angeles Times, 13 april 1915, p. 1

[6] Correspondentie tussen Lindon W. Bates en Herbert C. Hoover, HILA 22003 file 324-1

[7] The San Francisco Examiner, 22 april 1915, p.3

[8a] The Evening Mail (Stockton, California), 23 december 1914.

Arno Dosch Fleurot en Elsie Sperry Dosch Fleurot
Het bericht in de Evening Mail vermeldt ook: “Will Sperry’s sister, Mrs. Arno Dosch (formerly Miss Elsie Sperry) is also at the front in Europe, having accompanied her husband, who is a war correspondent to Louvain, Lille, Liege, and other Belgian battle scenes.”
Elsie Sperry (Stockton, Ca., 21.11.1881 – Marin, Ca., 29.07.1970) was getrouwd op 9 januari 1908 met Arno Dosch Fleurot (1879-1951), Amerikaans (oorlogs)correspondent in Europa van 1914-1951. Zie
Slepchenkova, Angelina, ‘The Life and Times of the American Journalist Arno Dosch Fleurot (1879-1951): Defining American Liberalism in World War One Era Through the Lense of Foreign Reporting.’Fullerton: California State University, thesis, 2017 (online, geraadpleegd 3 januari 2023)

[8b] Het Panamakanaal, de scheepvaartverbinding tussen de Grote en Atlantische Oceaan, was op 15 augustus 1914 in gebruik genomen, nadat al in 1881 door de Fransen was begonnen met de aanleg. De VS hebben de bouw van het kanaal daadwerkelijk gerealiseerd tussen 1904 en 1914.

[9] San Francisco Call, 1 oktober 1915 ‘Nephew of Crocker gives War Picture. S.F. Writer at Front’. HHPLM BAEF CRB London Office box 25 News Cuttings

De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917. Foto: Frederick H. Chatfield papers, HILA

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Comiteit van Rummen 1917. Foto: Limes Gatia, Geetbets

Reconnaissance
Citaat uit een brief vanuit Rummen in 1915: ‘In ieder dorp is een comiteit opgericht door Amerika, en ieder die geen meel heeft kan een gedeelte kilos krijgen. Er komt maïs voor de hennen, lijnmeel, haring, soep, boonen, rijst, erwten, bloem (maar niet veel), geen spek, dat is duur!’ ****)

Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

Dank aan Canada

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

 

Melk voor de kinderen in Geetbets: ‘Gazette de lait …des enfants, Geet-Betz 1917’. Foto: Limes Gatia, Geetbets

 

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek ook het door de CRB ingevoerde (tarwe)graan.
De buitenlandse tarwe arriveerde in bulk in de maalderij, die het tot meel maalde. Vandaar ging het meel naar de bakkerijen in lokale zakken.
Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de bloemzakken. [1]
Usines De Stordeur in Leuven was het centrale magazijn van de lege zakken, die terugkwamen van de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retour-zakken was een tijdrovende, maar voorname taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Mogelijk zijn de zakken gevuld met korrels graan in België geraakt via de buitenlandse voedselhulp, waarna het graan in de maalderij van De Stordeur tot meel is gemalen, dan wel zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor tarwemeel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een bloemzak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.
– Guy Leus, Limes Gatia, de genealogische geschiedkundige kring van Geetbets, voor zijn informatie en foto’s van de voedselhulp in Geetbets, Grazen en Rummen.

*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938 (Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com)).
Guy Leus, Limes Gatia, gaf commentaar op de geborduurde wapenschilden van Geet-Betz en Graesen: “Merkwaardig, het wapenschild van Geetbets is niet juist en Grazen had zelfs geen wapenschild.“(!)

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

****) Leus, Guy, Geetbets 1914-1918, een vlam in de grote wereldbrand, Limes Gatia, 2015

[1] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

American Collections in Figures 2022

“What collections of decorated flour sacks exist in the United States? Can I represent these in figures?” I asked myself, in parallel with the inventory Belgian collections in figures 2022. “Will new insights arise when comparing the American and Belgian data?”

American flour sack = Belgian embroidered flour sack
First of all, a change of perspective seems required. The naming and framing of flour sacks in the US and Belgium is different.
What the Belgians call in Flemish: “Amerikaanse bloemzakken (American flour sacks)” or in French: “Sacs américains (American sacks)”, are known in the US as: “Belgian Relief flour sacks” or “Belgian embroidered flour sacks”.

American institutions
On my weblog page Museums there is a list of 13 American institutions [1] in nine states with an estimated 571 decorated WWI flour sacks. This is a listing with numbers kindly provided by the institutions’ staff, plus data I found online.

Flour sack “American Commission-Grateful Belgium”, lithography by Josuë Dupont, Antwerp. Coll. and photo: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Two so-called “Hoover” collections stand out numerically, containing 90% of all Belgian Relief flour sacks in the US:
* 350 pieces in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 pieces in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, California (HIA)

Register of WWI Flour Sacks
In my Register of WWI Flour Sacks I have recorded 220 of these 571 decorated flour sacks in American collections; thanks to hundreds of photographs received from collectors and museum curators, I have been able to process the data of these sacks. With 40% of flour sacks registered, there is still much research to be done!

Providing an outline of the American “Belgian decorated flour sacks” collections based on these limited figures is a tricky task, but one I am venturing into to provide direction for my further research.
The comparison with the results of my research in Belgium provides a basis for a first exploration.

American public and private collections

13 public and 11 private collections collectively contain 220 flour sacks, of which 190 (86%) are in public collections and 30 (14%) are in private collections.

Flour sack table runner “Sperry Mills, American Indian”, recto “California”; embroidery “Remembrance” by Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; American private collection
The two largest public collections are partially listed in my register: 77 flour sacks of HHPL and 52 flour sacks of HIA.

Decorated flour sacks
In the American collections, 99% of the flour sacks have been decorated. Unworked/unprocessed sacks are an unfamiliar phenomenon; American collectors are amazed at the Belgian collections of unprocessed, original WWI flour sacks.


Painting, embroidery and lace borders are the most important decorations of the flour sacks.
Of the 220 processed objects recorded, 89 flour sacks are painted, 145 sacks are embroidered, at least 15 sacks have bobbin lace or needle lace. Several sacks have undergone multiple treatments, they were first painted, then embroidered and/or fitted with lace.

Flour sack The Craig Mills, Newcastle, VA; embroidery and lace by Françoise Bastiaens, (°Brussels, 1892.07.02). Coll. HIA; photo EMcM

The origin of flour sacks
The countries of origin of the flour sacks are the United States and Canada. This information is provided by the original printing on the sacks. The indication of origin is sometimes missing, because the original print was cut away when flour sacks were transformed into tapestry, table runner, bag, etc. in Belgium; these sacks are included in the category “Unknown”.


70% of the flour sacks have the USA as their country of origin, 10% are from Canada and of 20% the origin is unknown.
That concludes the figures from my Register of WWI Flour Sacks.

Diptych flour sacks “Castle”, Canada, adaptation Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussels, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Herbert Hoover Presidential Library and Museum Collection
HHPL’s collection list includes 350 flour sacks. What stands out numerically in this largest collection?
Counting and creating graphs provided me with new observations that I didn’t make before based on the Belgian collections: the importance of the outward and return journey.

The outward journey and the return journey of the flour sacks
In North America people are curious to know:
– by whom and from where was the sack filled with flour sent from here to Belgium?
– who in Belgium processed the emptied flour sack, who was the embroiderer, the artist, the lace maker and from where in Belgium was the flour sack sent back to the US?

The outward journey: “Belgian Relief” organizations
A rough count conducted into the origin of the HHPL flour sacks shows that approximately 200 flour sacks (55%) bear the printing of a “Belgian Relief” organization.


The shown imprints are ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Flour sack “A.B.C. Flour- Gratitude”, 1916, embroidered in Assche (Asse), Brabant. Coll. and photo: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Comparison with Belgian collections: 35% of flour sacks bear an imprint of a “Belgian Relief” organization.

The return trip: Belgian embroidered flour sacks
HHPL curator Marcus Eckhardt classifies the HHPL collection of flour sacks as “Gifted from”, among other criteria. It answers the question: “who in Belgium donated the flour sack to the Commission for Relief in Belgium or sent it back to the US?”

Names of schools and embroiderers on the flour sacks plus attached cards, the signatures of artists, all these details are listed on the collection list and are generally well preserved.
The list shows that of the total collection of 350 flour sacks, almost 200 items (57%) come from girls’ schools in Brussels.

The school of the Sœurs de Notre-Dame in Anderlecht takes the crown: 152 handicrafts made by pupils come from this school; that is 43% of the HHPL collection.

Other Brussels girls’ schools are: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Flour sack “American Commission”, embroidered in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; photo: EMcM

Conclusion
Thanks to the cooperation and assistance of many people worldwide, I was able to collect the data of hundreds of decorated Belgian Relief flour sacks preserved in the United States.
Are there more sacks kept in private collections and institutions, hidden in archives, depots, closets, attics, basements?
Further research into the American collections of “Belgian embroidered flour sacks” is needed!

Sacks are full of memories. Every sack houses a fragile and precious story.

Many thanks to:
– Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, for sharing photographs, information, and providing the museum’s Flour Sack collection list.
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen and Tamara Raats. With their expert advice and work I have created my “Register of WWI Flour Sacks”.
– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

 

Notes on the two largest American collections of Belgian Relief flour sacks:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad overlooking Hoover Tower where the Hoover Institution Archives are located; photo: E. McMillan, 2018

Since 1920 the archives and “memorabilia” (commemorative gifts, including the decorated flour sacks) of the Commission for Relief in Belgium (CRB) had been stored in the Hoover Institution Archives at Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

In 1962 the Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) was established in Hoover’s hometown of West Branch, Iowa, and dedicated to the presidency of Herbert Hoover. He was the 31st President of the United States, his term ran from March 4,1929 to March 4, 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

When the Presidential Museum was created, the decision was made for some of the CRB’s archives to be transferred from HIA to West Branch. Hundreds of decorated flour sacks were part of that move. In other words, in 1962 the collection of flour sacks in the CRB archives was split into two parts: 70% came under the management of HHPL in Iowa and 30% remained at HIA in California.

Both collections continue to attract public attention to this day, thanks to HHPL’s presidential status and museum function and because of the HIA’s status as a leading institution.


[1] On my website under “Museums” the numbers of decorated flour sacks in American collections are different because I have discovered new items after writing this blog.

Detail flour sack “Sperry Mills”, verso; embroidered by Mary-Jane Durieux; American private collection

[2] The embroidery was made by Mary-Jane Durieux. It possibly concerns this young lady: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussels 11.04.1893; her parents: mother Marie Everaerts, ºBrussels, father ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussels, furniture maker.
Thanks to Hubert Bovens for these biographical data.

 

 

Amerikaanse collecties in cijfers 2022

“Welke collecties versierde meelzakken zijn er in de Verenigde Staten? Kan ik deze in cijfers weergeven?” Ik vroeg het me af, parallel aan de inventarisatie ‘Belgische collecties in cijfers 2022’. “Zal er bij vergelijking van de cijfers nieuw inzicht ontstaan?”

Amerikaanse bloemzak = Belgian embroidered flour sack
Allereerst blijkt een verandering van perspectief noodzakelijk. De benaming van de meelzakken in de VS is anders. Wat in België zijn:
‘Amerikaanse bloemzakken’ of Amerikaanse meelzakken’ en ‘Sacs américains’
noem je in de VS: ‘Belgian Relief flour sacks’ of ‘Belgian embroidered flour sacks’

Amerikaanse musea
Op mijn weblogpagina ‘Musea’ staat een lijst van 13 Amerikaanse musea in negen staten met naar schatting 571 versierde meelzakken. Dit is een opgave van de musea zelf, plus gegevens die ik online heb gevonden.[1]

Meelzak ‘American Commission-Grateful Belgium’, lithografie Josué Dupon, Antwerpen. Coll en foto: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Twee zogenaamde ‘Hoover’-collecties springen er getalsmatig uit, ze bevatten 90% van alle meelzakken in de VS:
* 350 stuks in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 stuks in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, Californië (HIA)

Register van Meelzakken
In mijn Register van Meelzakken in WO I heb ik 220 van de 571 versierde meelzakken in Amerikaanse collecties geregistreerd; dankzij honderden foto’s, ontvangen van verzamelaars en museumconservatoren, heb ik de data van deze zakken kunnen verwerken. Met 40% van de meelzakken geregistreerd is er nog veel onderzoek te doen!

Op basis van deze beperkte cijfers een schets geven van de Amerikaanse collecties van ‘Belgische versierde meelzakken’ is een heikel karwei, waar ik me wel aan waag om richting te geven aan mijn verdere onderzoek.
De vergelijking met uitkomsten van mijn onderzoek in België geeft houvast voor een eerste verkenning.

Amerikaanse publieke en privécollecties


13 publieke en 11 privécollecties bevatten gezamenlijk 220 meelzakken, waarvan 190 (86%) in publieke collecties en 30 (14%) in privécollecties.

Tafelloper van meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, achterkant ‘California’; borduurwerk Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; particuliere collectie VS
De twee grootste publieke collecties staan gedeeltelijk in het register: 77 zakken van HHPL en 52 zakken van HIA.

Bewerkte meelzakken
In de Amerikaanse collecties is 99% van de meelzakken bewerkt. Onbewerkte zakken zijn een onbekend fenomeen; Amerikaanse verzamelaars verbazen zich over de collecties onbewerkte meelzakken in België.


Schilderwerk, borduurwerk en randen van kloskant zijn de belangrijkste bewerkingen van de meelzakken.
Van de 220 geregistreerde bewerkte objecten zijn 89 meelzakken beschilderd, 145 zakken geborduurd, minstens 15 zakken zijn voorzien van kloskant of naaldkant. Een aantal zakken heeft meerdere bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd en/of voorzien van kant.

Meelzak The Craig Mills, Newcastle, VA; borduurwerk en kant door Françoise Bastiaens, Brussel. Coll. HIA; foto EMcM

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie. Soms ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc.; deze zakken zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.

70% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 10% is afkomstig uit Canada en van 20% is de herkomst onbekend.

Tot zover de cijfers van het Register van Meelzakken.

Tweeluik meelzakken ‘Castle’, Canada, bewerking Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussel, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum
De collectielijst van HHPL bevat 350 meelzakken. Wat valt cijfermatig op in deze grootste collectie?
Tellen en grafieken maken leverde me nieuwe observaties op, die ik op basis van de Belgische collecties niet eerder maakte: de essentie van de heen- en terugreis.

De heenreis en de terugreis van de meelzakken
In Amerika wil je weten:
– door wie en van waar is de zak gevuld met meel verstuurd vanuit Amerika naar België?
– wie in België heeft de geleegde meelzak bewerkt, wie was de borduurster, de kunstenaar, de kantwerkster en uit welke plaats in België is de meelzak teruggestuurd naar de VS?

De heenreis: ‘Belgian Relief’ hulporganisaties
Een ruwe telling uitgevoerd naar de herkomst van de HHPL-meelzakken laat zien dat circa 200 meelzakken (55%) de bedrukking dragen van een hulporganisatie voor ‘Belgian Relief’.

Ze zijn voorzien van de bedrukkingen ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Meelzak ‘A.B.C. Flour- Gratitude’, 1916, geborduurd in Assche, Brabant. Coll. en foto: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Vergelijking met Belgische collecties: 35% van de meelzakken draagt een bedrukking van een ‘Belgian Relief’ hulporganisatie.

De terugreis: ‘Belgian embroidered flour sacks’
Conservator Marcus Eckhardt rubriceert de HHPL-collectie meelzakken onder meer als ‘Gifted from’: wie in België doneerde de meelzak aan de Commission for Relief in Belgium of stuurde de meelzak terug naar de VS?

Namen van scholen en borduursters op de meelzakken plus aangehechte kaartjes, de signeringen van kunstenaars, deze gegevens zijn op de collectielijst vermeld en zijn in het algemeen goed bewaard gebleven.
De lijst laat zien dat van de totale collectie van 350 meelzakken bijna 200 exemplaren (57%) afkomstig zijn van meisjesscholen in Brussel.

De kroon wordt gespannen door de school van de Sœurs de Notre-Dame te Anderlecht: 152 handwerken gemaakt door leerlingen zijn afkomstig van deze school; dat is 43% van de HHPL-collectie.
De andere meisjesscholen zijn: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Meelzak ‘American Commission’, geborduurd in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; foto: EMcM

Conclusie
Dankzij de medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van honderden versierde meelzakken in WO I in de Verenigde Staten bij elkaar gebracht.
Zouden er nóg honderden zakken door Amerikaanse families én musea bewaard zijn, die verborgen liggen in archieven, depots, kasten, op zolders, in kelders?
Verder onderzoek naar de Amerikaanse collecties van ‘Belgian embroidered flour sacks’ is nodig!

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

Mijn grote dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Hij stuurde mij foto’s, deelde informatie en stelde de museum collectie-lijst van Belgian Relief meelzakken ter beschikking;
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

Toelichting op de twee grootste Amerikaanse collecties WO I-meelzakken:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad met uitzicht op Hoover Tower waar de Hoover Institution Archives zijn gevestigd; foto: E. McMillan, 2018

Alle archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van de Commission for Relief in Belgium (CRB) waren sinds 1920 opgeslagen in de Hoover Institution Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is opgericht in de geboorteplaats van Hoover, West Branch, Iowa, in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover. Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

Bij de oprichting van het presidentiële museum is besloten een gedeelte van de archieven van de CRB over te plaatsen van HIA naar West Branch. Honderden versierde meelzakken van WO I maakten onderdeel uit van die verhuizing. Met andere woorden, de verzameling ‘decorated Belgian relief’ meelzakken in de CRB-archieven is in 1962 opgesplitst in twee delen: 70% kwam in beheer van HHPL in Iowa en 30% bleef bij HIA in Californië.

Dankzij de presidentiële status en museumfunctie van HHPL én het vooraanstaande instituut dat HIA is, weten beide collecties tot op de dag van vandaag de aandacht te trekken van het publiek.

 

[1] De pagina ‘Musea’ kan iets andere cijfers tonen in aantallen meelzakken en Amerikaanse collecties, omdat nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van dit blog.

Detail meelzak “Sperry Mills”, verso; geborduurd door Mary-Jane Durieux; Amerikaanse particuliere collectie

[2] Het borduurwerk is gemaakt door Mary-Jane Durieux. Het gaat mogelijk om deze jongedame: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussel 11.04.1893; haar ouders: moeder Marie Everaerts, ºBrussel, vader ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussel, meubelmaker.
Dank aan Hubert Bovens voor deze biografische gegevens.

 

Belgian Collections in Figures 2022

Four years ago, I began researching the origin of decorated flour sacks in WWI.

In the Textile Research Centre (TRC) in Leiden, the Netherlands, my fascination originated as it allowed me to discover the existence of these sacks. It led to research questions, “Where in Belgium could I view embroidered flour sacks; which museums and public collections preserve WWI flour sacks?”

The Flanders’ List of Masterpieces includes nine flour sacks, eight in public ownership (In Flanders Fields Museum collection) and one in private ownership. In 2016, the motivation for safeguarding this cultural heritage was, “This is one of the few material witnesses of food aid during World War I as there are few such embroidered flour sacks in public collections in our country.”

Many flour sacks passed through my hands: In Flanders Fields Museum, 2019. Photos: Marc Dejonckheere

By now I have tracked down hundreds of decorated flour sacks. I have held many in my hands, I photographed them and processed their details in my “Register of WWI Flour Sacks”. A year and a half ago, in the blog “Belgian Collections in Figures 2020”, I reported on 235 registered flour sacks. Now I count 310 flour sacks in the register, an increase of over 30%.

Time for an update: this blog presents the key figures of the Belgian collections as of January 2022.
Are you interested in a particular section? Then please use the links to my dozens of previous stories on decorated flour sacks for more information.

Belgian public and private collections


17 public and 25 private collections collectively contain 310 WWI flour sacks, with 196 sacks (63%) in the public collections [1] and 114 sacks (37%) in the private collections.

Bag of flour sack “Belgian Relief Flour”, 1915. Belgian private collection

Original and decorated flour sacks
Original/unprocessed flour sacks are emptied flour sacks, which remained as they were, cotton sacks with original printing of colored letters, logos, pictorial marks and stamps.

Decorated flour sacks are the emptied flour sacks that have been transformed in Belgium into cushion covers, wall ornaments, runners, pouches, bags, tea hats, aprons, dresses, jackets, or pants.


In the Belgian collections, 130 (42%) flour sacks are original/unprocessed and 180 (58%) are decorated.

The distribution of original and decorated flour sacks in the public and private collections, respectively, shows considerable differences.
In absolute numbers the distribution is as follows:


Original flour sacks
The public collections contain the largest part (87%) of the original/unprocessed flour sacks, while 13% of the original flour sacks are in private hands.

Isabella and Paul Errera. Photo: internet

A 100 original flour sacks are kept in three museums: the Royal Art & History Museum (RAHM) in Brussels preserves 54 of these flour sacks, collected during the Great War by textile expert and collector Mrs. Isabella Errera.
The WHI/Royal Army Museum has several dozen original flour sacks in its collection.
Musée de la Vie wallonne (MVW) in Liège preserves the educational series of the Welsch collection: 12 original/unprocessed and 12 decorated flour sacks with the same print in each pair.
Both RAHM and MVW seem to have consciously collected original flour sacks. Material and original printing were the reasons for preservation. Monsieur Welsch defined the printings as embroidery patterns. Madame Errera captured used materials of cotton and jute, printing techniques, colors and logo designs from overseas.

Flour sack “Yellowstone”, worked (embroidered) and original, 1915, donation Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Decorated flour sacks
46% of the decorated flour sacks are in public ownership and 54% in private ownership.
Throughout Belgium, many households have acquired and preserved one or more flour sacks as family heirlooms through grandparents or other family members. Knowledge and awareness of the history of the Belgian WWI flour sacks allows continued and increasing recognition of the country’s national heritage.

Flour sack “Sperry Mills, American Indian”, embroidered. Coll. and photo: Belgian private collection

Active private collectors visit flee markets, garage sales, thrift and brocante stores, local and online auctions through which several collectors have built up wonderful flour sack collections.
The transfer of decorated flour sacks from private owners to public collections takes place in small steps.

Young Belgian embroiderers of flour sacks in Mons. Photo collection of the Musée de la Vie wallonne

The crafts
Painting and embroidery were the main techniques used to decorate the flour sacks: 60 sacks were painted, 145 sacks were embroidered. Several sacks underwent both, they were first painted, then embroidered.

In public collections, 24% of the flour sacks are painted (by artists such as Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse and Henri Thomas) and 76% are embroidered.

Armand Rassenfosse, Nu (Nude), 1915. Photo: Belgian private collection

In private collections, 32% of the flour sacks are painted (e.g., the painted flour sacks in Dendermonde) and 62% are embroidered.

The origin of the flour sacks

Pictorial trademark of the decorated flour sack “Portland”, Oregon, USA. Coll. and photo: Mons Memorial Museum

The countries of origin of the flour sacks are the United States and Canada. The original printing on the flour sacks provides this information.

Several decorated flour sacks lack the indication of origin because the original print was cut away in Belgium when flour sacks were transformed into wall hangings, tablecloths and table runners, bags, etc. They are included in the category “Unknown”.

Some (decorated) sacks are mistakenly labeled as “Belgian relief flour sacks”, they are not original “American” flour sacks. This is also the case for some embroideries made by Belgian prisoners of war. This is the category “Belgium”.


83% of the flour sacks have as their origin the USA, 11% are from Canada and of 3% the origin is unknown.

Conclusion
Thanks to the cooperation and help of many people, I was able to collect the data of 310 American/ Belgian Relief flour sacks preserved in Belgium.
I expect that hundreds more sacks will have been preserved by Belgian families. They are well hidden in cupboards, attics, cellars, sometimes forgotten…

Sacks are full of memories. Every sack houses a fragile and precious story.

Many thanks to Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen and Tamara Raats. With their expert advice and work I have created my “Register of WWI Flour Sacks”.
Thanks to Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

[1] On my website under “Museums” the numbers of decorated flour sacks in Belgian collections are different for two reasons:
– a few publicly accessible institutions display flour sacks from private collections;
– I discovered the collection of 62 flour sacks of MAS Museum aan de Stroom in Antwerp after writing this blog.

Belgische collecties in cijfers 2022

Vier jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.

Het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontvouwde voor mij het bestaan van de zakken. Het leidde tot research vragen: “Waar in België zou ik geborduurde meelzakken kunnen bekijken; welke musea en openbare collecties bewaren meelzakken?”
De Vlaamse Topstukkenlijst bevat negen meelzakken, acht in publiek bezit (in collectie In Flanders Fields Museum) en een in privébezit. In 2016 was de motivatie voor het veiligstellen van dit cultureel erfgoed: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’

Vele meelzakken gingen door mijn handen: In Flanders Fields Museum, 2019. Foto’s: Marc Dejonckheere

Inmiddels heb ik honderden versierde meelzakken opgespoord. Vele heb ik in handen gehad en gefotografeerd, hun gegevens verwerkt in mijn ‘Register van Meelzakken WO I’. Anderhalf jaar geleden rapporteerde ik in het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2020’, over 235 geregistreerde meelzakken. Nu tel ik in het register 310 meelzakken, een toename van ruim 30%.
Tijd voor een update: dit blog presenteert de kerncijfers van de Belgische collecties in januari 2022.
Ben je geïnteresseerd in een bepaald onderdeel? Laat je dan leiden via de links naar mijn tientallen eerdere verhalen over de versierde meelzakken.

Belgische publieke en privécollecties versierde meelzakken WO I

17 publieke en 25 privécollecties bevatten gezamenlijk 310 meelzakken, waarvan 196 zakken (63%) in de publieke collecties [1] en 114 zakken (37%) in de privécollecties.

Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 1915. Belgische particuliere collectie

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren,katoenen zakken met originele bedrukking van gekleurde letters, logo’s, beeldmerken en stempels.

Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

In de Belgische collecties zijn 130 (42%) meelzakken onbewerkt en 180 (58%) bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 87% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 13% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

100 onbewerkte meelzakken bevinden zich in drie musea: KMKG/MRAH in Brussel bewaart 54 onbewerkte meelzakken, verzameld tijdens de Groote Oorlog door textielkenner en verzamelaar Isabella Errera.
Het WHI/Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie.
Musée de la Vie wallonne in Luik kent de educatieve serie meelzakken van Welsch: 12 originele/onbewerkte en 12 bewerkte meelzakken met per tweetal dezelfde bedrukking.

In KMKG/MRAH en Musée de la Vie wallonne is dus sprake van bewuste collectie-vorming van onbewerkte meelzakken. Materiaal en originele bedrukking zijn de redenen geweest voor bewaring. Madame Errera legde gebruikte materialen van katoen en jute, druktechnieken, kleuren en logo ontwerpen van overzee vast. Monsieur Welsch definieerde de bedrukkingen als borduurpatronen.

Meelzak ‘Yellowstone’, bewerkt (geborduurd) en onbewerkt, 1915, schenking Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 46% in publiek bezit en 54% in privébezit.
Doorheen België zijn in vele huishoudens door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaard gebleven als familie-erfgoed. Kennis van versierde meelzakken in WO I maakt herkenning van het erfgoed mogelijk.

Meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, geborduurd. Foto: Belgische particuliere collectie

Actieve verzamelaars bezoeken markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze prachtige verzamelingen opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan een museum of historische kring vindt druppelsgewijze plaats.

Belgische borduursters van meelzakken in Bergen. Fotocollectie Musée de la Vie wallonne

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd: 60 zakken zijn beschilderd, 145 zakken zijn geborduurd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.

In publieke collecties is 24% van de meelzakken beschilderd (door kunstenaars als Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse en Henri Thomas) en 76% geborduurd.

Armand Rassenfosse, Nu (Naakt), 1915. Foto: Belgische particuliere collectie

In privécollecties is 32% van de meelzakken beschilderd (bijvoorbeeld de beschilderde meelzakken in Dendermonde) en 62% geborduurd.

De herkomst van de meelzakken

Beeldmerk van de versierde meelzak ‘Portland’, Oregon, VS. Coll.: Mons Memorial Museum

De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.

83% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 11% is afkomstig uit Canada en van 3% is de herkomst onbekend.

Conclusie
Dankzij de bewustwording en medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van 310 versierde meelzakken in WO I in België bij elkaar gebracht.

Ik verwacht dat er nóg honderden zakken door Belgische families bewaard zullen zijn. Ze liggen goed opgeborgen in de kast, op zolder, in de kelder, soms misschien vergeten…

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

 

Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

[1] De pagina ‘Musea’  toont iets andere cijfers van versierde meelzakken in Belgische collecties dan beschreven in dit blog.  Het verschil is te verklaren doordat:
– een aantal voor publiek toegankelijke instanties meelzakken tonen uit privé-collecties;
– ik een collectie van 62 meelzakken ontdekte in MAS Museum aan de Stroom in Antwerpen na het samenstellen van dit blog.

Dame Belgica en het duiveltje achter haar rokken

Het verbaast me hoe de iconografie van ‘WO I meelzakken’ vragen blijft oproepen.
Kijk maar eens naar deze ‘Dame Belgica’, geschilderd rond 1915 op een Canadese meelzak. Zij kijkt stoer en onverzettelijk de wereld in; houdt stevig met uitgestrekte armen de Belgische vlag in handen.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915. Jan Derynck collectie, Foto: Lizerne Trench Art LTA

Amai, deze Dame bevindt zich niet in één Belgische privécollectie maar in twéé: er is een vrijwel identiek exemplaar in een andere privéverzameling, ook op Canadese meelzak en daterend van rond 1915. Alleen de Belgische vlag achter de Dames wappert op andere wijze.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915, coll. Dendermonde, foto: auteur

De handtekeningen van de schilder of schilderes ontbreekt, dus vraag ik me af of de scheppers van de Dames elkaar kenden, of misschien in dezelfde (schilder)klas hebben gezeten?

‘Koning Albert I’, meelzak Chicago’s Flour Gift, beschilderd, 1915. Coll. Dendermonde, foto: auteur

De Dame op zak die tegenwoordig huist in Dendermonde, is ooit overgekomen, tezamen met een aantal andere beschilderde meelzakken, uit een galerie in Brussel.

Waarschijnlijk zullen de dames in de Belgische hoofdstad ontstaan zijn.
Schilderen op zakken lijkt een eenmalige gebeurtenis te zijn geweest voor de meeste Belgische kunstenaars. Ze werden uitgenodigd mee te doen aan lokale liefdadigheidsacties, omdat de gevulde zakken meel van december 1914 tot mei/juni 1915 uit de VS en Canada ook uit liefdadigheid bij de Belgische bakkers gearriveerd waren. Het was de Noord-Amerikaanse weldaad van overzee, de voedselhulp, die beantwoord diende te worden met eigen Belgische weldaden.

Wereldtentoonstellingen als inspiratiebron voor meelzakken
Eureka! De kunstenaars vonden inspiratie voor afbeeldingen in de beeldtaal van de vele wereldtentoonstellingen die het rijke België hield in het decennium voor de oorlog: Luik 1905, Brussel 1910, Gent 1913 [1].

Originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910. Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; Ets. Jean Malvaux; foto: website archives.mundaneum.org

Onze Dames Belgica blijken exact nageschilderd van de originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910: ‘Exposition de Bruxelles 1910‘ (Ets. Jean Malvaux[2]).
Er was ook een zegel van de wereldtentoonstelling met deze Dame.

Expositions Bruxelles 1910, zegel, Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; foto: ebay.fr

Was zij Dame Belgica? Of representeerde zij ‘Dame Bruxelles’?

‘Sint Michaël verslaat de duivel’, Exposition de Bruxelles 1910, affiche, detail; foto: online

Mijn oog valt op een merkwaardig detail op affiche en zegel: er hurkt een bruin gevleugeld personage op de rode vlag achter de oranje rokken… hij steekt zijn sabel in een zwart duiveltje, dat met twee ogen de verte in loert… Een vleermuis, een duivel, een draak, als attribuut voor Dame Belgica?
Ik word snel uit de droom geholpen: het is de vlag met het wapen van Brussel en toont de patroonheilige Sint Michaël die de duivel verslaat!
De Dames op de meelzakken ontberen Sint Michaël en het duiveltje, da’s jammer…

Personificatie
De fiere Dame Belgica in oranje gewaad op meelzak nodigde uit tot onderzoek naar het fenomeen van ‘personificatie’.

‘Triple Entente’. Russische poster 1914, personificaties van Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië. Foto: wikimedia

Even googlen en de beelden en betekenissen rollen over mijn scherm. Wikipedia zegt over personificatie: “Een personificatie in de beeldende kunst is het weergeven van een abstract begrip in een menselijke of antropomorfe gedaante.

Personificatie van Canada, 1917 door John Byam Liston Shaw; foto website ‘Plenty of Nothing’

De personificatie is meestal een vrouw omdat de Latijnse namen voor de abstracte begrippen vaak vrouwelijk zijn. De personificatie heeft bijna altijd een of meerdere attributen bij zich waaraan het te herkennen is, soms zijn dit zelfs uiterlijke kenmerken.”

Afbeeldingen van ‘nationale personificaties vullen het internet; de beeldtaal is onderhevig geweest aan de tijdgeest. Het zijn meestal vrouwen met soms bizarre attributen.

Personificatie van Nederland, 1916. ‘De Nederlandse Maagd’, haar attribuut is een ‘gordel van smaragd’ de ‘Indische’ eilanden; tekening Johan Braakensiek; foto: wikimedia
Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP

Al eerder kwam ik de personificatie van Amerika tegen op de meelzak ‘Belgian Relief Flour‘ van Michigan Milling Co. Joseph Dierickx schilderde haar als voedende moeder.

Dame Belgica in Schotland?
Geschiedschrijving over WO I en nationale personificatie blijft vragen oproepen. Ik tuimel via de Schotse hulp aan Belgische vluchtelingen, beschreven in Edinburgh, in de archieven van de Belg Charles Sarolea (Tongeren 25.10.1870 – Edinburgh 11.03.1953). Hij was echtgenoot van Marthe Angélique Hippolyte Marie Van Cauwenberghe (1874-1901; x1895) en van Julia Frances Dorman (1861-1941; x1905).
Hij werkte als docent aan de universiteit van Edinburgh sinds 1894 en was vanaf 1908 tot zijn dood de Belgische Consul in Edinburgh. Van 1912 tot 1917 was hij hoofdredacteur van het blad ‘Everyman’, een literair tijdschrift dat wekelijks verscheen. In 1915 stuurde de Belgische regering Sarolea op missie naar de VS; zijn taak was om de Amerikanen op diplomatieke wijze te doordringen van de wandaden van Duitsland in bezet België. Sarolea keerde zich echter publiekelijke en expliciet tegen de Amerikaanse neutraliteit in de oorlog, zodat zijn missie een mislukking was.
Daarmee blijkt toch weer dat Lalla Vandervelde haar missie in Amerika briljant heeft uitgevoerd!

Sarolea steunde de Belgische zaak via de ‘Everyman’ Belgian Relief and Reconstruction Fund. In zijn archieven in Edinburgh University Library & University Collections bevindt zich ook een pamflet van ‘Scotland’s National Appeal’ voor ‘The Belgian Refugees, 1915’.

The Belgian Refugees. Scotland’s National Appeal; coll. Edinburgh University; foto uit blog

In beeld: een dame in wit gewaad, personificatie van ‘Scotland’ strekt haar armen uit, zij roemt ‘Belgium’s Heroism’. De Belgische vlag wappert achter haar; een soldaat steekt met de scherpe punt van de vlaggenstok in op de Duitse adelaar.
Iconografisch doemt de vergelijking op met de heilige Sint Michaël die de duivel verslaat!

Is dit Dame Belgica in Schotland??! Illustratie uit blog

‘Wartime propaganda’ …
In het blog “Charles Sarolea and his relief effort for Belgium during the War. Relief for Belgium… offers of aid from all over Scotland van 9 maart 2015 staat abusievelijk vermeld dat de vrouwelijke witte verschijning op het pamflet uit 1915 ‘Dame Belgica’ zou zijn. Het woord ‘Scotland’ staat echter in haar japon geschreven en het symbool van de witte roos siert haar kledij; het lijkt mij toe dat hier afgebeeld staat ‘Lady Scotland’.

Conclusie
Dankzij de Dame Belgica, beschilderd op meelzakken, heb ik de patroonheilige van Brussel leren kennen én ik weet hoe Dame Belgica te onderscheiden van haar soortgenoten in andere landen.

Deze ‘Dame Belgica’ stond op affiche en zegel van de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel. Zij is in 1915 nageschilderd op twee meelzakken, die beide bewaard worden in privé-collecties in België. Collage: auteur

Dank aan:
– Jan Derynck, beheerder van de Facebook-groep Lizerne Trench Art (LTA). Zijn posts en herhalingsberichten voor de leden van de groep geven inspiratie en vormen aanleiding tot nader onderzoek van de WW I meelzakken;
– Hubert Bovens om mij uit de droom te helpen over het beeld van Sint Michaël en de duivel op de wereldtentoonstellingsaffiche.

[1] Voor andere inspiratiebronnen van de wereldtentoonstellingen: zie mijn blogs: Van Lewis Richards via Berthe Smedt naar Antoine Springael (Brussel 1910) en Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen (Gent 1913).

[2] Etablissement Jean Malvaux in Brussel-Molenbeek was een vooraanstaand bedrijf in fotogravures en produceerde de affiche.

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’; foto: archives.mundaneum.org

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’.
Of en hoe het congres van de kooplieden op 17 en 18 augustus heeft plaatsgevonden tijdens de wereldtentoonstelling is maar de vraag. De nacht van 14 op 15 augustus 1910 brak er brand uit; vele gebouwen en paviljoens gingen in vlammen op. Hoe de organisatie er daags daarna aan toe was, laat zich raden (Le Livre d’Or de l’Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles en 1910 publié sous les auspices du Comité Exécutif par Em. Rossel).

 

 

 

 

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge’; foto: pinterest mamaisondepapier.be

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge

Kerstmis 1914. Madame Vandervelde: “België bedankt Amerika”

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Het was Kerstmis 1914. In Minneapolis, Minnesota, opende de ‘Star Tribune’ met het gedicht “België bedankt Amerika” van Mme. Vandervelde.
Madame Emile Vandervelde, née Speyer, op rondreis door de Verenigde Staten en Canada, stuurde in versvorm haar erkentelijkheid voor de helpende handen die Amerika bood aan België.

 

 

 

“België bedankt Amerika”
Vandaag is het Kerstmis; we horen de Kerstklok niet,
Maar toch vertellen we het verhaal dat we eens zo graag vertelden –
“Welwillendheid”, “Welwillendheid” – luidt het: en “Vrede” – klinkt de roep,
We hurken tussen de ruïnes, en kijken naar het wrede vuur,
Horen de kinderen huilen, en wenden onze ogen af
Voor hen is er geen brood of thuis, deze gelukkige Kerstdag.

“Het Kerstkind”: ’tekening van Louis Ketels, 1917. Coll. Museum Plantin-Moretus; foto uit ‘Nieuwe meesters, magere tijden’, Diane De Keyzer (2013)

Maar kijk! een bericht komt van ver over de zee,
Van harten die nog in staat zijn tot medelijden, en ogen die nog kunnen huilen-
Oh kleine hongerige lippen, oh gezichten bleek en wit
Er is ergens, ergens vrede op aarde, ergens welwillendheid voor de mensheid,
In de vage verte van de wateren, duizenden mijlen ver,
Daar zijn mensen die zich herinneren dat het Kerstdag is.

Oh God van Vrede, gedenk, en houd in Uw genade
De harten die nog in staat zijn tot medelijden, de ogen die nog kunnen huilen-
Te midden van vernedering en kwelling, de ruïnes en de graven
Voor hen, de natie van vrijheid; van ons, de natie van slaven,
Welke weerklank kunnen we ze zenden? – we zijn alleen bij machte te knielen en te bidden –
God geve, God geve in ieder geval aan hén een gelukkige Kerstdag.

Mme. Vandervelde, New York, 25 december 1914

Het vers van Madame Vandervelde op de voorpagina van The Morning Star Tribune, Minneapolis, Minnesota, 25 december 1914
Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak Madame Vandervelde Fund (recto). Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Eight students in Saint-Gilles on American Commission flour sacks

The Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, USA, preserves a remarkable series of 27 decorated flour sacks made by the students of the girls’ school “Ecole Moyenne de Saint-Gilles”, Brussels.

Ecole Moyenne Saint-Gilles, Brussels, today: Athénée royal Victor Horta, seen from Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, curator of HHPLM, drew my attention to the class project of the school in Saint-Gilles. He wrote to me, “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” It made me curious about these class projects, hence this blog was born.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Detail flour sack. Embroiderer Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles

The entire series of decorated flour sacks has been signed with the name of the school, and each student has recorded her own name. The origin of the flour sacks is the same: American Commission.

Biographical research
The girls were students, thirteen to fifteen years old, in 1915. This was revealed through Hubert Bovens’ valuable research into the girls’ biographical data.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Hubert motivated his special contribution to my study of the WWI decorated flour sacks as follows: “By looking up data on the people who embroidered the flour sacks (young, socially engaged women) or painted them (often well-known artists) we get to know the social entourage of these people. Often upper middle class.
I am trying to draw out their lives further, to determine their lifeline, a lifeline with a beginning and an end. Through my biographical research we have already encountered unexpected findings.”

The origins of the flour sacks AMERICAN COMMISSION
Decorated flour sacks bearing the name “American Commission” are frequent in the collections of museums and individuals worldwide.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

The “American Commission for Relief in Belgium” or “American Commission” for short, was formed in London in October 1914 with American Herbert Hoover as its director. The commission’s goal was to help the suffering population in occupied Belgium with food and clothing.

“The Commission for Relief in Belgium” letterhead in December 1914. Collection State Archives in Belgium, Brussels; photo: author

Almost immediately, however, the official name of the commission was changed to “The Commission for Relief in Belgium”, abbreviated to “CRB”. According to the CRB’s letterhead in London, the American Commission for Relief in Belgium was part of the CRB. The name “American Commission” has always remained in popular speech and in American media.

“Large order: a quarter of a million dollars’ worth of flour”

The Northwestern Miller, December 2, 1914

Newspaper articles in early December 1914 reported on the purchase in Minneapolis, Minnesota, of large batches of flour by a principal intended for emergency aid to Belgium.

“Last week an order was received direct in Minneapolis for a quarter of a million dollars’ worth of flour, to be shipped as soon as possible for Belgian Relief purposes. Telegraphic instructions to purchase this amount were given to the editor of the Northwestern Miller (Mr. William Edgar (AvK)). Ability to manufacture the amount required within a definite and limited time, and to ship in solid trainloads, as well as the price, were conditions of the sale…..

The Duluth Herald, December 3, 1914

All of the flour was to be packed in 49-lb export cotton sacks, to be made and shipped on receipt of instructions as to billing, which were sent by mail.
This order is paid for from funds in possession of the buyer, reserved for emergency flour purchases… ”(The Northwestern Miller, December 2, 1914)

“The New York branch of the Belgian Relief Fund association (this should be the CRB, (AvK)) yesterday bought 50,000 barrels of flour (equaling 200,000 49 pound bags (AvK)) in Minneapolis.”
(The Duluth Herald, December 3, 1914)

Would the 49 lbs flour sacks of export quality have been imprinted with the “American Commission” stamp? Who decided to use this name on the ordered flour sacks? Pay attention to the recommendation that Madame Vandervelde made!

Addition July 16, 2022: Branding instruction AMERICAN COMMISSION
My research on May 26, 2022 at the Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., showed that Lindon W. Bates, as Vice-Chairman of the CRB in New York, ordered 50,000 barrels of flour fob Minneapolis on behalf of the CRB. The order was given by telegram on November 24, 1914. The instruction for the marking on the flour sacks was “two words, simply American Commission“.

Order of 50.000 barrels flour. Branding instructions “AMERICAN COMMISSION”. November 24, 1914. Archives: CRB records, box 256, HILA

How were the full sacks of flour transported?

Map: © Annelien van Kempen, 2021

The transportation went overland by train to New York and Philadelphia on the east coast of the United States. From both ports, steamships transported the loads of flour sacks to Rotterdam, The Netherlands.
At the port of Rotterdam, the cargoes of flour were transferred to barges and transported to Belgium into Brussels and other places.

Ecoles Moyennes, Saint-Gilles, Brussels, 1903; photo: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne for Girls in Saint-Gilles
On October 4, 1880, the municipality of Saint-Gilles opened two “écoles moyennes” (middle schools) one for girls, one for boys. Both schools had two preparatory classes and one secondary class. The school building was newly built and opened in April 1882 by the Saint-Gilles’ mayor in the presence of the Minister of Public Works. In 1910 the girls’ school had 651 students, it provided good education by capable teachers, had a modern building and used the appropriate didactic materials.
The Saint-Gilles school teachers will have prepared their lessons in early 1915 to work with the girls on the empty “American Commission” flour sacks.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Twenty-seven decorated flour sacks
The Herbert Hoover Presidential Library-Museum preserves 27 flour sacks decorated by the “Ecole Moyenne de St-Gilles”: HHPL- inventory numbers include 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

The sacks were twisted open, creating a piece of cotton cloth of approximately 60 cm height and 80 cm wide; the edges of the fabric were left unfinished.

Detail flour sack. Embroiderer Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles

On one side there are the blue letters: note that the letters are either on the left or on the right side of the cloth. Apparently, instructions were given by the teacher to work on the letters of the words AMERICAN COMMISSION as follows: the outlines embroidered with a red thread, then a white thread; within the letters, stars with a white thread.
Most of the pieces were indeed decorated this way, but a few deviate. For example, Jeanne Everaerts embroidered the outlines with a light green thread; Simone Sauvenée and Marthe Pander left the words as they were in original print.

For the other -blank- side of the flour sack, the students were given the freedom to decorate it as they wished.

I currently have photos of eight embroidered St.-Gilles flour sacks. Hubert Bovens provided the biographical data of the eight students.

Eight decorated flour sacks from Saint-Gilles

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission / Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Studio of Gabriel van Dievoet, (standing right), with at his side Léon Van Cutsem, Yvonne’s father, (two assistants on the left), ca. 1895. Photo: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Saint-Gilles 1900.04.08 – Ixelles 1957.03.29; her father was a painter/decorator; she remained unmarried). Yvonne drew a pattern of branches, flowers, and leaves on the flour sack. Five little birds sit on the branches, one bird comes flying. She stitched the pattern with stem stitches in the colors green, red, yellow, and orange. The birds are embroidered as sparrows in grey and brown with golden beaks and legs (inv. HHPLM 62.4.44).

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 1900.07.09 – she remained unmarried; she was still alive when her father died in 1964. Her grandparents on her mother’s side were bootmakers, her mother was a saleswoman). Henriette embroidered four abstracted flower baskets in red, yellow, and black threads (inv. HHPLM 62.4.70).

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Merci!”, embroidery and sewing, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaerbeek 1900.11.16; her father was a lithographer; she remained unmarried; she worked at the main board of the National Bank of Belgium in Brussels and retired in 1960). Adrienne embroidered a garland of flowers and leaves in white threads. With needlework she created a rectangle. Within the rectangle she embroidered: “1914 merci! 1915” (inv. HHPLM 62.4.40).

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Thanks!”, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Ixelles 1900.12.29 – she graduated from the University of Brussels in 1921; she married American diplomat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 1900.11.16 – Hillsborough County, NH, 1981.11.02) in 1925; by September 1964 she was living in Massachusetts, USA). Jeanne painted a Belgian pennant and coat of arms with the lion, plus nine gold-toned corn stalks and the word “Thanks!” (inv. HHPLM 62.4.46).

Léonie Rochette, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussels 1901.03.03 – she (probably) married in Brussels on March 4, 1917 to the pastry chef Armand Chaussette). Léonie painted two flags, the Belgian and American, with crossed flagpoles and a green banner (inv. HHPLM 62.4.13).

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermael-Boitsfort 1901.04.20 – Saint-Laurent-du-Var (F) 1995.02.02; her father was a sales representative). Simone embroidered in cross-stitch a rectangle with black lines. Inside the rectangle she embroidered “Merci” with yellow and red flowers and leaves (inv. HHPLM 62.4.206).

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, painted and embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Saint-Gilles 1901.05.21 – Forest 1970.02.04; her father was a designer/publisher-book dealer; she married Robert Van Cutsem, younger brother of Yvonne Van Cutsem). Suzanne painted two laurel branches with red, yellow, and black leaves, embroidered the outlines of the leaves and a bow in the Belgian colors and painted a lion in red, yellow, and black. The word “Merci” (Thanks) in ornate letters, is fully embroidered in satin stitch with red, yellow and black threads. The dates 1914-1915 are painted in red (inv. HHPLM 62.4.64).

Marthe Pander, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Hommage aux Etats-Unis, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Molenbeek-Saint-Jean 1902.07.19); in the family Léon Pander (Marcinelle 1874.06.05 – Woluwe-Saint-Lambert 1947.02.18) and Marie Jeanne Kersten (Molenbeek-Saint-Jean 1876.05.22 – Molenbeek-Saint-Jean 1907.06.22) there were three children, the middle one was called Marthe Fernande Victorine. Her mother died young, when Marthe was 5 years old. Father Léon Pander was a telegraph operator.
Marthe married Maurice Poulet, ingénieur commercial at Solvay (ULB); permission for their marriage was obtained in Woluwe-Saint-Lambert on May 15, 1939. On 1961.07.19 both were still alive. They lived at rue Général Lartigue 101, Woluwe-Saint-Lambert; in 1965 they had moved away.
Her flour sack is decorated from top to bottom with embroidery of swimming swans; a Belgian and American flag and the dates 1914-1915 in red, yellow, and black. A banner flutters with the text “Hommage aux Etats-Unis”. Marthe has signed her piece with the text: “Marthe Pander; Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études” (inv. HHPLM 62.4.128).

Gift to America

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The class contribution from the Ecole Moyenne in Saint-Gilles, as a gift for the Belgian Relief, would have been sent to the United States via the American delegates of the Commission for Relief in Belgium.

Thanks to the compilation of all the items in the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum and the background information on the girls who decorated the sacks, we have gained insight into the work of a class of young students that decorated the flour sacks.

 

Saint-Gilles students’ contribution to today’s educational opportunities
The Consulate General of Belgium in New York shared this blog on social media. The consulate drawes a connection between the flour sacks decorated at school for charity and the Belgian American Educational Foundation Inc (BAEF). The BAEF provides scholarships for Belgian students to study in the USA, and for American students to study in Belgium; the fund was created in 1920 from the financial surpluses of the charitable contributions to the Commission for Relief in Belgium.

“𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US” (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Early crowdfunding: through their work the Saint-Gilles’ students of 1915 contributed to the educational opportunities of today!

 

 

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Many thanks to:
– Hubert Bovens for his research into biographical data. I respect his work. He usually manages to solve huge and complicated puzzles in record time.

– Marcus Eckhardt; in October 2019 he showed seven decorated flour sacks of the Saint-Gilles class project to three Belgian visitors in the HHPL-Research Room: Hilda, the wife of Paul Callens, son Mauro and daughter-in-law Audrey Magniette from Tielt.

– Audrey Magniette and Mauro Callens; they sent me the photographs of seven of the eight Saint-Gilles’ decorated flour sacks with the students’ signatures.

– Tom Lundberg; he took the photo of Marthe Pander’s flour sack and posted it on Instagram.

– Evelyn McMillan; she succeeded to get digital access to The Northwestern Miller Fall 1914 editions (Minneapolis).

– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

 

Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

Een opmerkelijke serie van 30 versierde bloemzakken, bewerkt door leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel, is bewaard gebleven in Amerika. De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart 29 exemplaren en de Hoover Institution Library-Archives, Stanford University, Californië, bewaart een exemplaar.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Briefhoofd van ‘The Commission for Relief in Belgium’ in december 1914. Coll. Rijksarchief, Brussel; foto: auteur

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie in Londen gewijzigd in ‘The Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’. Het CRB-kantoor te New York bleef echter de naam ‘American Commission for Relief in Belgium ‘ voeren.  De naam ‘American Commission’ is in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van een grote partij meel door een opdrachtgever  bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund (bedoeld is de CRB, AvK) kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Aanvulling 16 juli 2022: AMERICAN COMMISSION op bloemzakken
Tijdens mijn onderzoek op 26 mei 2022 in de Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., heb ik vastgesteld dat Lindon W. Bates, als Vice-Chairman van de CRB in New York, namens de CRB een order van 50.000 barrels bloem plaatste voor de prijs van vijf dollar en 5 cent per barrel via William C. Edgar, hoofdredacteur van de Northwestern Miller. De instructie voor de markering op de bloemzakken was: ’twee woorden, eenvoudigweg American Commission‘. De opdracht is gegeven per telegram op 24 november 1914.

Order van 50.000 barrels meel met markeringsinstructie AMERICAN COMMISSION. 24 november 1914. Archief: CRB records, box 256, HILA

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.

Zakken bloem met bedrukking ‘American Commission’ worden uitgeladen uit SS Hannah in de Maashaven op het Furness terrein in Rotterdam, 27 januari 1915. Collectie HILA CRB Records 22003 box 624, foto van foto: auteur

In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken. Leerlinge Jeanne Van De Kerckhof schreef in haar dagboek op 26 april 1915, dat zij iedere dag aan een bloemzak borduurde.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Negenentwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 29 bloemzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 18 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 6470128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 266 – 381 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436 – 441 – 443.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van Sint-Gillis

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens  een slinger bloemen en bladeren in een rechthoek. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

Bijdrage van Sint-Gillis’ studentes aan studie-mogelijkheden van nú
Het Consulate General of Belgium in New York deelde dit blog op social media. Het consulaat legt het verband tussen de op school voor liefdadigheid versierde meelzakken en de Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF). De BAEF verschaft beurzen aan Belgische studenten om in de VS, en aan Amerikaanse studenten om in België te studeren. Het fonds is in 1920 ontstaan uit de financiële liefdadigheidsoverschotten van de Commission for Relief in Belgium.

‘𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US’. (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Crowdfunding ‘avant la lettre’: de studenten van 1915 leverden met hun werk een bijdrage aan de studie-mogelijkheden van nú.

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

 

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

Translate »