Dank van Oppuers

De website Europeana Collections 1914-1918 zette me op het spoor van deze unieke foto van twee jonge, Belgische borduursters, plus twee versierde meelzakken in een particuliere collectie [1].

In de bijdrage ‘Octaaf De keersmaecker uit Oppuurs’ vertelt zoon Jozef over de belevenissen van zijn vader als soldaat in WOI en het platbranden van de molen van zijn nonkel in 1914. Het verhaal uit Oppuurs brengt een Belgische molen en een Amerikaanse maalderij bij elkaar.
Jozef De keersmaecker is Ere-Schepen van Oppuurs, ook is hij schrijver van geschiedkundige boeken, onder meer de ‘Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003’.

Zicht op Oppuurs, november 2019

Oppuurs
Oppuurs, deelgemeente van Puurs-Sint-Amands ligt in de provincie Antwerpen. Ik reisde er in november 2019 naar toe, de heer en mevrouw De keersmaecker-Verbruggen waren zo vriendelijk mij thuis te ontvangen, zodat ik de versierde meelzakken kon bestuderen en deelgenoot werd van de bijbehorende familieverhalen.

Herinnering aan de molen van Oppuurs, geschilderd door M. Depaep, 1950. Collectie De keersmaecker-Verbruggen

De molen van Oppuurs was oorspronkelijk een houten graanwindmolen, die voor 1508 was opgericht. In 1887 erfde molenaar Petrus Edmond Verbruggen de molen van zijn overleden vrouw. Verbruggen hertrouwde met Maria Rosalia Van Der Linden, toen hij overleed in 1907 liet hij de molen na aan zijn vrouw en kinderen.

Foto van de molen van Oppuurs, begin 1900. Afb: Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

Intussen was de standaardmolen tijdens een storm in 1898 omgewaaid, maar was in 1901 herbouwd als een ‘beltmolen’ met een vrij hoog onderstuk, aangeaard met een talud. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog sloeg het noodlot opnieuw toe. Het Belgische leger stak de molen in brand: de molen zou het uitzicht op de oprukkende Duitse troepen vanuit het fort van Bornem belemmeren, en als de Duitsers toch oprukten zou de molen voor hen niet meer kunnen dienen als uitkijkpost.

De molen is ter plekke nooit herbouwd, het enige dat er tegenwoordig aan herinnert, is de molenput.[2]

Familie Verbruggen
De molenaarsfamilie Verbruggen ging met haar tijd mee, in 1917-1918 richtte zij bij het station van Oppuurs een nieuwe stoommaalderij op. Na jarenlang touwtrekken betaalde de Belgische staat uiteindelijk een schadevergoeding voor het vernielen van de molen.

Familiefoto Verbruggen. Afb: Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

In het gezin van Rosalie Verbruggen-Van Der Linden is heel veel gehandwerkt. De meisjes gingen in Oppuurs op school bij de zusters van Annonciaden uit Veltem, veruit de meeste mensen uit het dorp hebben een stuk van hun opvoeding te danken aan deze zusters.
In 1912 is er een kantschool gesticht.

Leerlingen van de kantschool. Afb: Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003
‘L: Irène Verbruggen, R. Antoinette Verbruggen, zusters, tantes van Jeanneke Verbruggen. Afb. Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

Antoinette en Irena Verbruggen
Antoinette en Irena Verbruggen maakten op doek van meelzakken een tweeluik met de afbeelding van de familie-molen in operationele en in verwoeste staat: ‘”Hulde en Dank Oppuers 1914” en “Amerika Hulp in Nood 1915” vermeldde het borduurwerk, twee stukken stof aaneengezet en omrand met een brede strook kantwerk en versierd met band en kwasten. Het zal een kleurrijk handwerk zijn geweest.
Op de foto lieten de meisjes trots hun werk zien. Achterop de foto staat geschreven: L: Irène Verbruggen, R. Antoinette Verbruggen, zusters, tantes van Jeanneke Verbruggen. Deze zakjes waren een aandenken als dank voor de Amerikaanse hulp. Het zijn bloemzakjes, en zijn in ’t bezit van de familie Verbruggen.

Helaas is niet bekend waar het handwerk op de foto is gebleven.

Bij de fotosessie is ook de complete familie Verbruggen-Van Der Linden geportretteerd, er waren toen nog 9 kinderen in leven. De twee jongens, Modest en Frans, staan links en rechts van hun moeder Rosalie, zij zullen het bedrijf voortzetten. Irena en Antoinette zullen later als nonnen in het klooster treden.
Zuster Rozalia, dochter van O.L.Vrouw van het H.Hart, Antonia Verbruggen (Oppuurs 27.06.1898 – Rumst 07.07.1989) is geprofest te Opwijk op 25 augustus 1929.
Haar zus Irena Verbruggen (Oppuurs 19.06.1893 – Ternat 09.03.1984) is bij de zusters Ursulinen te Mollem ingetreden op 16 augustus 1917 en legde daar op 21 oktober 1925 de eeuwige geloften af; haar naam was Zuster Edmond.

Twee andere zusjes Verbruggen, Maria en Louise, werden onderwijzeres met vaste benoeming op de lagere school in Oppuurs.

Versierde Meelzak ‘Koene Held’, 1914-1916

Twee versierde meelzakken
Er zijn twee goed bewaarde, versierde meelzakken, die na het overlijden van Frans Verbruggen bij hem thuis gevonden zijn door zijn oudste dochter Jeanne en haar man Jozef De keersmaecker.

Al eerder schreef ik over een van deze versierde meelzakken in het blog ‘Verwondering over een Koene Held’.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo. met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’, omzoomd door een brede kanten rand
Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland Roller Mill Co., Wheatland, Wyoming, VS

Wheatland Roller Mill Co, Wheatland, Wyoming
“Dank van Oppuers” staat in hoofdletters op de meelzak, die afkomstig is van de maalderij Wheatland Roller Mill Co. in Wheatland, Wyoming, VS. De zak ‘Belgian Relief Flour’ kwam aan in België in maart 1915 door de hulpactie ‘The Miller’s Belgian Relief Movement 1914-15’ van de Northwestern Miller, het vakblad van Amerikaanse molenaars in Minneapolis [3].

Wheatland Roller Mill Co. begin 1900. Afb. internet
Muurschildering in het centrum van Wheatland, Wyoming, uitgevoerd door ‘Platte County Art Guild’ in 2017. Afb. internet

De bevolking van de staat Wyoming had in het najaar van 1914 geld ingezameld voor de behoeftige Belgische bevolking en daarmee meel aangekocht bij de Wheatland Roller Mill Co., zo staat vermeld in het verslag van de hulpactie.
De meelfabriek heeft bestaan van 1897 tot 1931 [4]. Wheatland herdenkt de geschiedenis van de maalderij tot de dag van vandaag met een muurschildering, die door het ‘Platte County Art Guild’ in 2017 in het centrum is aangebracht.

De South Point
Het schip de South Point vervoerde een lading van 6200 ton hulpgoederen voor een waarde van $500.000 van Philadelphia naar Rotterdam. De South Point kwam veilig aan in de haven van Rotterdam op 27 februari 1915, daar zijn de zakken meel direct overgeladen in binnenvaartschepen en verscheept naar Belgische havens. Een aantal aken voer naar Antwerpen; vandaar zal het meel gedistribueerd zijn naar Oppuurs.

‘Soepkokers met stoker uit Oppuers voor hulp en voedselvoorziening voor schoolkinderen en vluchtelingen tijdens WOI.’ Afb. Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003
De meelzak ‘Dank van Oppuers’ is omrand met een brede, gekantkloste rand

Geleegde zakken zullen overgedragen zijn aan de kloosterschool van de zusters Annonciaden in Oppuurs, waar de meisjes-leerlingen de meelzakken hebben bewerkt als onderdeel van hun opleiding in naaldvakken.

Detail borduurwerk: het wapenschild van Oppuurs geflankeerd door twee leeuwen, daaronder een knoopsgat

 

 

 

 

 

Op de niet bedrukte kant van de meelzak zal allereerst een ontwerp zijn gemaakt en het patroon getekend, op sommige plaatsen zie je nog blauwe lijntjes op het doek staan. Het borduurwerk is secuur uitgevoerd, evenals de brede kanten rand, zie de bijlage met de volledige inventarisatie van de meelzak.
Opmerkelijk zijn:

Detail borduurwerk ‘Dank van Oppuers’
Jeanne en Jozef De keersmaecker-Verbruggen

Mijn dank gaat uit naar Jozef De keersmaecker en zijn vrouw Jeanne Verbruggen. Zij is de kleindochter van Rosalie Verbruggen-Van Der Linden en heeft haar grootmoeder gekend als een zelfstandige, doortastende vrouw. Jeanne’s tante nonnekes borduurden als schoolmeisjes de meelzakken met de molens. Wie weet hebben zij en de andere dochters Verbruggen ook de twee door broer Frans bewaarde meelzakken bewerkt.


AANVULLING 5 november 2021

In de collectie van de Hoover Institution Library-Archives op Stanford University is in de Ben S. Allen Collection een meelzak ‘Belgian Relief Flour Pillsbury Flour Mills‘ bewaard, geschonken door het plaatselijk hulpkomiteit van Oppuers. De leden van het komiteit hebben hun handtekening geplaatst, onder de foto’s van Koning Albert I en Koningin Elisabeth.

Detail van de handtekeningen, geborduurd, meelzak hulpkomiteit Oppuers/Pillsbury Flour Mills; Coll. HILA
Detail van de leeuw, geborduurd, meelzak hulpkomiteit Oppuers/Pillsbury Flour Mills; Coll. HILA

Tussen hen in een geborduurde leeuw, die wat mistroostig voor zich uit staart.  De vlaggen van de VS en België en het wapen van Oppuers zijn geborduurd; een brede strook kant vormt de randversiering. ‘M.Mees’ is de handtekening van de borduurster. Maria Josepha Isabella Mees ( Oppuurs 08.02.1901 – Beerse 06.12.1976) was 14 jaar toen zij in 1915 de versieringen voor het hulpkomiteit aanbracht op de meelzak. Zij was de dochter van de gemeenteonderwijzer Jan Mees en Maria Van Assche. Later trouwde Maria Mees met Dirk Vancoppenolle (Essen 20.05.1895 – Beerse 21.08.1978); hij was doctor in Germaanse filologie, leraar aan het Koninklijk Atheneum.

Evelyn McMillan meldt over Benjamin S. Allen: ‘he was a Stanford University graduate, a friend of Hoover’s, an American journalist based in London, and helpful in writing about the situation in Belgium during the war to tell the world what was going on and what was needed‘. Allen schreef voor Associated Press, hij was CRB gedelegeerde vanaf oktober 1914 tot het einde van de werkzaamheden van de CRB.

Meelzak (recto) geschonken door de leden van het plaatselijk hulpkomiteit-Oppuers. (Belgian Relief Flour Pillsbury Flour Mills Co). Handtekeningen van Lauwers, M. Verbruggen, J. Mees, Theyskens, J. Van Assche, Fr. Van Damme, E. Willocx, J. Slachmuylders, H. Stevens, J. Hulsbosch. Het handwerk is gemaakt door M. (Maria) Mees. Coll. Hoover Institution Library Archives, Benjamin S. Allen collection. Foto: EMcM through HILA staff

De leden van het hulpkomiteit Oppuurs waren: Frans van Damme, Schepene dienstdoende Burgemeester (voorzitter); Jan Mees, Schepene; E. Lauwers; J. Slachmuylders; J. Hulsbosch; H. Stevens; Ed. Willocx; Alberie Theyskens, onderpastoor in Oppuurs, (secretaris schatbewaarder); Joseph Van Assche, rentenier; Modeste Verbruggen, maalder.

Meelzak (verso) Hulpkomiteit Oppuers/ Belgian Relief Flour Pillsbury Flour Mills Co. Minneapolis, Minn. Coll. HILA. Foto: EMcM through HILA staff

Dank aan:
– Evelyn McMillan voor het beschikbaar krijgen van de foto’s van de meelzak in de Ben S. Allen Collection in HILA;
de leden van de Facebook groep Lizerne Trench Art (LTA), Jorn van Bulck en Ingo Luypaert, voor de hulp bij het identificeren van de namen van het hulpkomiteit Oppuers;
– Bart Palmans van Heverstam, Heemkundige Verzamelkring Sint-Amands;
– Hubert Bovens te Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens;
– Patricia Quaghebeur van KADOC, Leuven voor de biografische gegevens van Zuster Edmond/Irena Verbruggen.

Voetnoten:

[1] De versierde meelzakken ‘Dank van Oppuers’ en ‘Koene Held’ zijn voor het publiek te zien geweest bij Heemkundige Verzamelkring Sint-Amands HeverStam tijdens de tentoonstelling ‘Het gezicht van de Groote Oorlog’ in 2018. Zie ook hun nieuwsbrief waarin dit blog in hoofdstukken wordt gepubliceerd.

[2] De geschiedenis van de molen van Oppuurs staat beschreven in de Molendatabase.EU onder de collectie ‘Verdwenen Belgische Molens’

[3] Zie ook mijn blog/artikel ‘Een Bekende Vlaamse Meelzak in Het Land van Nevele’ van 25 oktober 2018

[4] Meer over de geschiedenis van Wheatland Roller Mill Co. in het boek van Starley Talbott, Platte County. Images of America. Charleston SC: Arcadia Publishing, 2009

Kerstmis 1914-1917

1914

Op 25 en 26 december ontvangt St. Joost-ten-Noode de eerste zakken meel uit Amerika:  200 zakken meel, waarvan 176 zakken meel van 64 kg te verdelen onder de bakkers: ‘L’ ALIMENTATION’. – La commune de St-Josse-ten-Noode, a reçu les 25 et 26 courant, 200 sacs de farine; 176 sacs ont été réparti entre les boulangers de la commune et 24 sacs ont été remis à l’Œuvre de l’alimentation de la commune. Chaque sac était de 64 kilos. (Le Bruxellois, 30 december 1914)

Le Temps Présent
De coverfoto van het Kerstnummer van Le Temps Présent toont een kleuter, een hongerig meisje, happend in een dikke, belegde boterham. Het zou een iconische foto worden. De foto van de etende hummel is tot op de dag van vandaag in gebruik als beeldvorming over de voedselhulp aan België in de Grote Oorlog.

‘”Heureux Age”: Een kleine vluchtelinge uit Diksmuide laat haar eetlust niet bederven door de oorlog’.  Brussel, ‘Le Temps Présent’, 25 december 1914.

The Chicago Evening Post
In de Amerikaanse krant The Chicago Evening Post was de foto van het meisje al eerder verschenen. Op dinsdag 24 november 1914, de vooravond van Thanksgiving Day, stond deze op de voorpagina van de krant in Chicago: ‘Belgian Mite Gets First Bite in 2 Days’ (‘Belgische hummel neemt haar eerste hap sinds twee dagen’).
De foto blijkt gemaakt door een fotograaf van uitgeverij Doubleday-Page, New York City: ‘Doubleday-Page Photo’. [1]

Dinsdag 24 november 1914, The Chicago Evening Post ‘Belgische wees in Holland’. Foto: Doubleday-Page Photo

Het onderschrift is een oproep van de krant om geld te geven voor de voedselhulp aan België.
‘Foto genomen in Nederland toont Belgische wees die haar eerste hap voedsel eet na twee dagen alleen en hongerig te hebben rondgezworven. Het zijn zulke verwaarloosde kinderen die het meelfonds van The Post zal helpen. Verstuur vandaag nog uw cheque.’

War Bread
De journalist Edward Eyre Hunt (1885-1953) schreef in het boek ‘War Bread’  over zijn ervaringen in België toen hij werkte in de provincie Antwerpen voor de Commission for Relief in Belgium (CRB).

“De kleine vluchtelinge”, de titelplaat in het boek “War Bread” van Edward E. Hunt, 1916

In zijn Amerikaanse boek gebruikt Hunt op de titelplaat de foto van het meisje (met het simpele bijschrift “War Bread” (Oorlogsbrood)): de hummel, genietend van een dikke boterham.

Hunt doet verslag van het versieren van meelzakken door dames in Antwerpen. Het bijschrift onder de foto van zes versierde meelzakken is: “FLOUR SACKS. Embroidered and painted by the Belgians as souvenirs for the Americans.” (Meelzakken. Geborduurd en geschilderd door de Belgen als souvenirs voor de Amerikanen). Door mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WOI kan ik hier aan toe voegen dat de Belgen de souvenirs niet alleen voor de Amerikanen, maar zeker ook voor zichzelf maakten.

 

Versierde meelzakken uit Antwerpen, cadeau gedaan aan Edward E. Hunt. Foto in War Bread, 1916
‘Vluchtelingenmeisje te Breda’, zwart krijt tekening van Louis Ketels, 1917. Coll. Museum Plantin-Moretus; foto uit boek Diane De Keyzer

Nieuwe meesters, magere tijden
Museum Plantin-Moretus in Antwerpen bewaart in het Prentenkabinet een tekening in zwart krijt van tekenaar Louis Ketels (ºBrugge 21 maart 1853 +Berchem 5 september 1938), gedateerd 4 september 1917, met titel ‘Vluchtelingenmeisje te Breda‘.
Een afdruk van de tekening met als titel ‘Oorlogskind, kind van de rekening‘ is te vinden op blz. 50 in het boek ‘Nieuwe meesters, magere tijden’ van Diane de Keyzer (2013).

De foto van het “de kleine vluchtelinge” is door Louis Ketels exact nagetekend in spiegelbeeld!

WWI Crusaders

“De Belgische hummel” op de backcover van Jeffrey B. Miller, WWI Crusaders, 2018

Honderd jaar later is de foto van de Belgische hummel opnieuw actueel. In 2018 verscheen ‘WWI Crusaders’, in 2020 ‘Yanks behind the Lines’ van auteur Jeffrey B. Miller. De hummel siert de cover van beide boeken.
De auteur is een kleinzoon van de Antwerpse Erica Bunge (1892-1986), die trouwde met CRB-medewerker Milton M. Brown (1893-1979). Miller beschrijft  de liefdesgeschiedenis van zijn grootouders en het intensieve leven van de jonge mannen en vrouwen die werkten voor de CRB van augustus 1914 tot mei 1917.

Als ik naar de foto’s kijk en de bijschriften lees, vraag ik me af: was ze een Belgische vluchtelinge in Breda, Nederland, of was ze in Diksmuide, België? Was ze een wees? Is dit echt haar eerste hap in twee dagen geweest?

1915

De coverfoto van L’ Evénément Illustré toont een schildering van de kunstenaar Gaston Haustraete.

Gaston Haustraete: ‘Noël 1915. Vision…’, L’ Evénément Illustré, 25 december 1915
Gaston Haustrate, Portret op meelzak, 1915, Moulckers Collection, St. Edwards University, Austin, Tx, VS

Met Haustraete (Everbeek, 1878 – Elsene, 1949) heb ik kennis gemaakt door zijn geschilderde meelzak van de Thompson Milling Co., opgenomen in de Moulckers Collection, St. Edwards University, Austin, Texas, VS. Het kinderportretje op de meelzak vertoont een opvallende gelijkenis met het portret van het kindje op de kerstcover. Op beide schilderingen houdt het kindje iets vast in zijn rechterknuistje, op de coverfoto lijkt het een soldaatje, symbool voor vader, vechtend aan het front? De rode bloemetjes op de meelzak staan symbool voor de hoop. Het verhaal van de meelzak staat beschreven in mijn blog over de Moulckers Collection van 30 november 2018.

 

 

Advertentie in La Belgique, 23 december 1915

December oproep in de krant: “Ga kijken naar de Amerikaansche Zakken. Werkstukken gemaakt door arbeidsters. Nieuwstraat 105 in Brussel”.

 

 

 

 

In Anderlecht, bij Brussel, opende in december 1915 in de veeartsenijschool een tentoonstelling van kunst en toegepaste kunst, waar via een verloting kunstwerken verkregen konden worden. De opbrengst was voor de goede werken van de plaatselijke hulp- en voedingskomiteit.

Tentoonstellingsaffiche gemeente Anderlecht. L’ Evénément Illustré, 1 januari 1916
Slabbetje van meelzak, ‘Bébé, Anderlecht 1914-1915. Collectie HHPLM

Ik vermoed dat er versierde meelzakken zullen zijn aangeboden tussen de kunstwerken. In Anderlecht was het instituut van de Sœurs de Notre Dame, een beroepsschool voor meisjes, gevestigd. Zij hebben zeer veel meelzakken tijdens de lessen klassikaal versierd. Het Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa bezit 150 werkstukken van de leerlingen uit Anderlecht.

 

Evariste Carpentier, Meelzak Preston Milling Co., Noël 1915, ansichtkaart, Luik

Evariste Carpentier (Kuurne, 1845 – Luik, 1922) beschilderde een meelzak van Preston Milling Co., uit Preston, Idaho, VS. Als vooraanstaand schilder en voormalig directeur van de Academie van Schone Kunsten in Luik, maakte de kerstschildering indruk. Een foto werd vermenigvuldigd als ansichtkaart, die werd verkocht voor het goede doel, de soepbedeling in Luik. De ansichtkaarten zijn nog altijd gewilde verzamelobjecten.

De oud-leerlingen van de Academie in Luik organiseerden in de kerst- en nieuwjaarsperiode de 15e Salon van Kunst en Toegepaste Kunst waarvan de opbrengst onder meer bestemd was voor de ‘Solidarité Artistique’. Het fonds gaf op discrete wijze hulp aan de talrijke armlastige  kunstenaars, die getroffen waren door de oorlogs-omstandigheden. In het programmaboekje staan diverse borduurwerken vermeld van de dames Irma Terhell en Nina Kepenne-Delheid, maar ik kan er niet uit opmaken of het versierde meelzakken waren.

 

 

 

 

 

1916

Vrouwen en jonge kinderen rond de kerstboom vullen de schildering op de cover van het kerstnummer.

‘De Kerstboom’, L’Evénément Illustré, 23 december 1916

“C’est la fête intime de la famille, qui réunit tous les cœurs en une douce communion de pensées, de souvenirs et de joies. (Het is het intieme familie feest, dat alle harten tesamen brengt in een tedere gemeenschap van gedachten, herinneringen en vreugde).”

1917

In Londen, in de grote hal van het gebouw Criterion, verzamelde zich een elite-gezelschap voor het bijwonen van een thé-concert, georganiseerd door een omvangrijk dames-comité, ten behoeve van de ‘Noël des Petits pauvres d’ Anvers’ (Kerstmis van de Kleine armen van Antwerpen). Het concert begon met een oude dans van dansers in klassieke costuums, daarna zongen enkele solisten prachtige liederen. Het volgende intermezzo bevatte de verkoop bij opbod van een serie geborduurde meelzakken. De veiling bracht 40 Engelse ponden op.

La Métropole d’Anvers, 25 december 1917

Georges Desplas, die op het programma vermeld stond met de pompeuze titel ‘officiële spreker van het Belgische leger’, … kreeg veel applaus na het zingen van zijn legerliederen. Met een verbluffende energie trad hij, al improviserend, op als veilingmeester, die in België versierde, geborduurde meelzakken van WOI op de veiling zette. Hij haalde bijna veertig pond op, die overgemaakt zal worden aan het goede doel; het resultaat van zijn spraakwaterval …

De Belgische kranten vermelden eind 1916 en eind 1917 weinig berichten over versierde meelzakken. De bevolking had zwaar te lijden onder voedsel- , kleding- en brandstofschaarste en ijskoude winters.

 

[1] ‘Doubleday-Page Photo’:
Merk op dat de naam Page verwijst naar Walter Hines Page (Cary, North Carolina, 15.08.1855 – Pinehurst, North Carolina, 21.12.1918), de ambassadeur van de Verenigde Staten in Groot-Brittannië tijdens WO I. Page had een imposante carrière als journalist en uitgever voordat hij in maart 1913 tot ambassadeur in Londen werd benoemd door President Wilson. Page was van 1900-1913 partner in de uitgeverij Doubleday, Page & Company.

 

 

 

 

Verwondering over een Koene Held

Het nagelaten dagboek en de brieven van een jonge, Belgische militair, gestorven tijdens het slotoffensief van de geallieerden in september 1918, hebben de arts Patrick Loodts vele jaren gemotiveerd om antwoorden te vinden op zijn vraag: “Waarom en hoe accepteerde onze westerse maatschappij in de Eerste Wereldoorlog deze volstrekte holocaust en offerde het zijn complete, jonge en mannelijke generatie op?” Loodts heeft na diepgaand onderzoek, schrijven en publiceren op zijn website ‘Médecins de la Grande Guerre’ de antwoorden op zijn vraag niet kunnen geven en besefte dat het onmogelijk is om als mens de denkwijze van de samenleving meer dan een eeuw her, volledig te begrijpen.

Des te meer weet Loodts één ding onbetwistbaar zeker en benoemt het tot eeuwige waarheid: “WO I was volstrekte waanzin, die jonge Europeanen een ‘Dantesque’-universum oplegde, hen een kosmos instuurde waar de hel was losgebarsten“.

Afscheid van vrouw en kind, foto in Het 14-18 Boek, collectie In Flanders Fields Museum, Ieper

Eind juli, begin augustus 1914 zijn Belgische soldaten gemobiliseerd omdat er oorlog dreigt. Op dat ogenblik is nagenoeg iedereen er van overtuigd dat de oorlog niet lang zal duren. Deze foto van een man, die afscheid neemt van vrouw en kind, toont de standaarduitrusting van de Belgische soldaat.
Ik citeer Daniël Vanacker in ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’, p. 7: “Lange donkerblauwe kapotjas met een dubbele rij knopen, een grijsblauwe broek, leren beenkappen en op zijn buik een leren tas voor zijn patronen en andere benodigdheden. Op zijn hoofd staat een ronde donkerblauwe kwartiermuts met onderaan een rode band. Vooraan ontbreken de kokarde met Belgische kleuren en het nummer van het regiment. In de linkerhand houdt de man zijn pijp en een mausergeweer 7,65 mm (zonder bajonet).”

Tentoonstelling van HeverStam in 2018

Heemkundige Verzamelkring St. Amands HeverStam herdacht met de tentoonstelling ‘Het gezicht van de Groote Oorlog’ in 2018 het einde van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden.

Ze toonden een versierde meelzak waarop in beeld en tekst de verschrikking van de oorlog tot je komt, maar op een wonderlijke wijze van kleur, fragiliteit, schoonheid en idealisme.

 

Versierde meelzak ‘Koene Held van Oppuurs’
“Koene Held Sterf Getroost! Amerika Zorgt voor Gade en Kroost.” staat geborduurd in vlammend rode letters
Stervende soldaat in het groene gras
Blonde engel met zilvergrijze vleugels

Een soldaat, gekleed in donkerblauwe jas, grijsblauwe broek en leren laarzen ligt stervend in het groene gras. Zijn leren tas ondersteunt zijn hoofd, zijn donkerblauwe kwartiermuts met rode rand en letter B ligt naast hem in het gras, in de rechterhand houdt de man zijn geweer. Een blonde vrouwenengel met zilvergrijze vleugels, gekleed in ruim geplooide roze japon, knielt op de nevelen van een blauwgrijze wolk en buigt zich over de soldaat. In de rechterhand houdt zij het Belgische vaandel, in de linkerhand reikt zij een groene lauwerkrans met rode bessen.

Geborduurd klimopblad

Klimopranken omslingeren de geborduurde lijst, waarin de vlaggen van vier geallieerde landen in de hoeken:  het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland; de Derde Franse Republiek; het Koninkrijk Italië; het Keizerrijk Rusland.
Midden bovenin, tussen de jaartallen 1914-1916 een schild/vlag van de Verenigde Staten van Amerika, neutraal tot april 1917 en brenger van de voedselhulp naar bezet België.

Kanten rand met bloemetjes en blaadjes

Een brede rand fijn, transparant, kant vol bloemetjes en blaadjes, omlijst het doek.

Dit is een bijlage met de volledige inventarisatie van deze meelzak.
De versierde meelzak heeft geen zichtbare herkomst bedrukking, geen stempel van een komiteit, geen beschadigingen of gaatjes in het doek: de benodigde kenmerken om het te kunnen vatten onder de typologie van ‘Amerikaanse meelzak’. Toch, door afmeting en de bewerkingen met borduur-, kant- en naaiwerk doet het zich voor als Versierde Meelzak in WO I.

Eendachtig de woorden van Patrick Loodts probeer ik de denkwijze van de borduurster van de meelzak honderd jaar geleden voor te stellen. De tekst is Vlaams, de beeltenis religieus romantisch. Het patroon van het borduurwerk zal zelf ontworpen zijn, bekwaamheid en kennis van zaken spreekt uit de detaillering van de afbeelding. Kennelijk had dit borduurwerk de bedoeling in België te blijven, niet als ‘dank je’ wel’ naar Amerika te worden gezonden.

Het is een Belgisch oorlogssouvenir met troostrijk woord en beeld voor mannen die dreigden hun leven op het slagveld te verliezen en zich erom bekommerden of hun vrouwen en kinderen wel verzorgd achter zouden blijven. Het antwoord was ja, Amerika zorgt voor vrouw en kinderen. Op een manier komt het mij naïef over, als getrouwde vrouw met een man, vechtend in de loopgraven, zou ik dit niet borduren, evenmin als meisje op school met een vader op het slagveld. De enige voorstelling, die ik mij kan maken, is dat dit doek geborduurd is door nonnen in een klooster. Zij waren vaardige borduursters en brengers van zorg en troostende, stichtelijke woorden.

De bewaarders van de versierde meelzak zijn Jeanne en Jozef De keersmaecker-Verbruggen in Oppuurs. Zij vonden het terug in het huis van Jeanne’s vader, Frans Verbruggen. Twee van zijn zussen, Irena en Antoinette Verbruggen, traden in het klooster; ze waren als meisjes op school geweest bij de nonnekes Annonciaden in Oppuurs. Dat was tijdens de Groote Oorlog en zij borduurden zelf ook op meelzakken. Het verhaal van de families De Keersmaecker en Verbruggen is in het boek ‘Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003’ uitvoerig opgetekend door Jozef De keersmaecker. Dat is stof voor een volgend blog (zie ‘Dank van Oppuers‘, 30 december 2019).

Voor nu verwonder ik me over het borduur- en kantwerk van de koene held, de verschrikkingen van de oorlog in relatie tot de hulp uit Amerika zag ik niet eerder op een versierde meelzak uitgedrukt.

Over boeken en bibliotheken

De ontstaansgeschiedenis en de waarde van de ‘Versierde Meelzakken in WOI’ is in boeken, tijdschriften en online vaak beschreven. Ik heb inmiddels vele primaire en secundaire bronnen geraadpleegd, zie mijn bibliografie.

Primaire bronnen zijn geschreven door personen, die zelf in de jaren van WOI en direct erna betrokken zijn geweest bij de Versierde Meelzakken. Secundaire bronnen zijn geschreven door personen die er niet direct bij betrokken zijn geweest, baseren zich op primaire bronnen en zijn in latere jaren gemaakt.

Secundaire bron uit 2006: Het 14-18 Boek van Daniël Vanacker. ‘Het bezette land’, p. 316-330 biedt foto’s en geschiedenis over hulp, voeding, bewerking van meelzakken en patriottisme, bibliotheek AvK

Auteur Daniël Vanacker van Het 14-18 Boek (2006), noemde me twee Belgische primaire bronnen uit 1916 en 1919 met referentie naar versierde meelzakken.
Waar zou ik die boeken kunnen lezen?
Zijn suggestie was de Koninklijke Bibliotheek/Bibliotheque Royale van België (KBR) in Brussel.
Omdat ik in Voorburg bij Den Haag woon, was mijn praktische gedachte: de Koninklijke Bibliotheek van Nederland (KB) in Den Haag.

Eerste actie was dan ook online zoeken op de website WorldCat.org, die tip kreeg ik lang geleden van mijn dochter, promovenda aan de Universiteit Leiden, wetenschappers zoeken zo wereldwijd en vinden hun boeken, artikelen en tijdschriften in de dichtst bij zijnde bibliotheek. Een aanrader voor iedereen die publicaties zoekt.

Mijn actie had resultaat. De serie Belgische boeken waren in de KB in depot en uitleenbaar. Ik vroeg de boeken online aan en de volgende dag fietste ik langs de KB en haalde de boeken op. Boeken van 100 jaar oud zijn meestal alleen in de bibliotheek te raadplegen, gelukkig mochten deze mee naar huis. Saillant detail was dat een deel van de boeken nog niet eerder uitgeleend was door de KB en daarom niet online in de catalogus vindbaar was.

Jean Massart, ‘België’s verzet tegen de Duitsche overheersing: bijdrage tot het lijdensboek van België’, 1916, bibliotheek KB

Jean Massart publiceerde in 1916 ‘Comment les Belges résistent à la domination allemande. Contribution au Livre des douleurs de la Belgique’.
Massart, een vooraanstaand Belgisch wetenschapper, doet verslag van hoe hij in zijn land het eerste jaar van de Duitse bezetting heeft beleefd, hij beschrijft vernielingen, opeisingen, tekorten, censuur, beperking van bewegingsvrijheid, gevangennemingen, etc. In augustus 1915 wist hij aan gevangenneming door de Duitsers te ontkomen en vluchtte met zijn gezin naar Frankrijk, waar hij zijn boek uitgaf.

Bijlagen in het boek zijn foto’s. Eén foto toont de etalage van een bakkerij ‘Boulangerie-Patisserie Verviétoise’ met zes geleegde meelzakken geshowed op een rij achter twee Amerikaanse vlaggen en boven de uitstalling van 40 broden. Het onderschrift luidt:

Massart: “Etalage van een bakkerij versierd met zakken waarin de Amerikanen ons bloem sturen. Veel van deze zakken worden teruggestuurd naar de Verenigde Staten, nadat de Belgische dames spreuken hebben geborduurd en bedankt.”

Massart verklaart de uitstalling in de bakkerij als een uiting van Belgisch patriottisme, gericht tegen de Duitse bezetting.

Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in familieopzoekingen heeft geprobeerd de locatie van de Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise te achterhalen, het straatnummer is zichtbaar op de foto, het eindigt op ‘43’. Maar in welke stad of dorp is dit? Daniël Vanacker benadrukt dat de stad Brussel of Luik zal zijn, gelet op de verwijzing van Massart naar p. 204, de paragraaf ‘La gratitude des Belges envers les Etats-Unis’:
“La Belgique sait que c’est aux Etats-Unis qu’elle doit d’être ravitaillée. Sans la charité américaine notre patrie sombrait dans la détresse ou l’avaient plongée les exactions allemandes. Nul ici ne l’oubliera jamais et c’est au nom de la nation entière que le Roi Albert a remercié l’Amérique.
C’est à titre d’hommage, et aussi de reconnaissance, que le 22 février 1915, jour anniversaire de l’Indépendence américaine, les Belges portaient à la boutonnière la médaile avec le drapeau étoilé…
; à Liège, les officiers ont même arraché les insignes américains à des femmes et à des jeunes filles.”
(“België weet dat het aan de Verenigde Staten te danken is dat ze gevoed wordt. Zonder de Amerikaanse liefdadigheid zou ons vaderland op de rand van de afgrond staan ten gevolge van de Duitse wreedheden. Niemand hier zal het ooit vergeten en het is in naam van de hele natie dat koning Albert Amerika heeft bedankt. Het is als eerbetoon en teken van dankbaarheid dat op 22 februari 1915, de verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid, de Belgen in hun knoopsgat een versiersel met de stars-and-stripes droegen…; in Luik trokken Duitse officieren zelfs de Amerikaanse versierselen van de kleding van vrouwen en meisjes af.”)

Hubert Bovens ontdekte op internet een hedendaagse bakkerij Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise in Sougné-Remouchamps, provincie Luik en pleegde een telefoontje. Jammer, er lijkt geen verband te zijn met de fotobijlage in het boek van Massart. We zouden er zo graag een broodje gaan eten.

Louis Gille, e.a. ‘Vijftig maanden Duitse bezetting’, deel I, 1914-1915,  1919, bibliotheek KB.

‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’ is geschreven door de journalisten Louis Gille, Alphonse Ooms en Paul Delandsheere tijdens de Eerste Wereldoorlog en afgerond in november 1918. In vier delen geven de auteurs vanuit hun woonplaats Brussel hun ooggetuige-verslag van de 50 maanden Duitse bezetting. Het verslag leest als een dagboek en is ingedeeld op jaar, maand en dag. Zaterdag 17 juli 1915 bevat het bericht over de ‘sacs américains’, ze zijn bijzonder geliefd onder de verzamelaars van oorlogssouvenirs:

Zaterdag 17 juli 1915
De Amerikaanse zakken die het tarwemeel hebben bevat voor het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NHVK) zijn bijzonder geliefd onder verzamelaars van oorlogssouvenirs. De zakken zijn voorzien van opdrukken en hoe karakteristieker de bedrukking, hoe hoger de verkoopprijs. Een zak van 30 francs is bedrukt met blauwe en rode letters, de tekst luidt in het Engels:

Van de stad Springfield (Ohio)
Als getuigenis van genegenheid
Onze vrienden de Belgen
Aan deze heroïsche natie
God zegene het!

Profiel van een indiaan op een beschilderde en geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, Sperry Flour Company, Stockton, Californië. Particuliere collectie, België.

De zakken dragen behalve teksten, ook afbeeldingen in kleur; bijvoorbeeld het profiel van een Indiaan uit het Wilde Westen met verentooi.*) Het Nationaal Komiteit laat een groot aantal van deze zakken borduren, waarop vervolgens in zijden garens kleine Amerikaanse en Belgische vlaggen worden toegevoegd.
De borduursters maken schorten, lampenkappen, centerpieces, rugleuningen van fauteuils, gordijntjes. Meerdere zakken die aldus zijn getransformeerd en verfraaid, keren terug naar de Verenigde Staten als uiting van dankbaarheid van onze natie voor de hulp die we hebben ontvangen” (eigen vertaling).

 

Het verbaast me steeds met welk gemak ik de meeste publicaties ter beschikking krijg. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is goed voorzien van Belgische titels, zowel Nederlands- als Franstalige.

Rijksmuseum, Amsterdam

Heeft de KB het niet in huis, dan zijn er andere bibliotheken in Nederland om gebruik van te maken.

Charlotte Kellogg, ‘Bobbins of Belgium’, 1920, bibliotheek Rijksmuseum

Zo kwam ik in Amsterdam terecht in enerzijds de prachtige, oude bibliotheek van het Rijksmuseum en anderzijds de moderne bibliotheek van het

Lalla Vandervelde, Monarchs and Millionaires, 1925, bibliotheek IISG

Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De bibliotheek van de Vrije Universiteit staat er nog op mijn wensenlijst.

Thérèse de Dillmont, ‘Encyklopaedie der weiblichen Handarbeiten’, 1890, bibliotheek TextielMuseum
Margaretha Verweij, Borduurpatronen 1908-1912, bibliotheek TextielMuseum

In Tilburg bezocht ik de bibliotheek van het TextielMuseum en had een zeer interessant gesprek met bibliothecaris Jantiene van Elk. Het TextielMuseum heeft geen kleding of handwerk van versierde meelzakken van WO I in de collectie, noch zijn er boeken of publicaties over het onderwerp aanwezig.

Ida van Emsteder-Winkler, ‘De technieken van Kunstnaaldwerk’, 1910, bibliotheek TextielMuseum
Roszika Parker, ‘The Subversive Stitch. Embroidery and the making of the feminine’, 1984, bibliotheek TextielMuseum

Toch was mijn bezoek aan de bibliotheek buitengewoon waardevol, omdat Jantiene me textielboeken aanreikte met borduurpatronen en -technieken uit begin 1900. Ook gaf ze mij input via hedendaagse boeken over textiel en vrouwen/emancipatie en ’subversief’ werken met textiel.

De adviezen van deze bibliothecaris vormen een afspiegeling van de prettige manier waarop de bibliotheken me wegwijs maken in hun boekenbezit.

 

 

 

 

*)Zie ook mijn blog ‘Meelzakken in Dendermonde’ van 11 november 2019

Beschilderde meelzakken in Dendermonde

Stadhuis Dendermonde in de voormalige Lakenhalle met het Belfort

Een week geleden vermaakte ik me online met een speurtocht naar ‘Indianenzakken’, dat zijn meelzakken van ‘Sperry Mills American Indian’ van de Sperry Flour Company in Stockton, Californië. Tot mijn verrassing ontdekte ik zo een beschilderde zak in Dendermonde via een artikel van de heemkundige kring Haaltert.*) Ze brachten me in contact met de verzamelaar en halsoverkop reisde ik af naar België voor nader onderzoek naar deze unieke collectievondst. Een verslag van mijn zakkenreis.

Gérard Hollaert temidden van zijn verzameling versierde meelzakken.

“Op de veiling in Brussel, los verkocht, een bundel textiel, het leek een baal vodden”, zo deed Gérard Hollaert de aankoop van zijn collectie meelzakken bij Galerie Moderne. “Ik heb wel 13 van die bloemzakjes”, vervolgde hij, “in twee keer gekocht op de veiling, tientallen jaren terug.” De bundel meelzakken die tevoorschijn kwam was indrukwekkend, dat waren er méér dan dertien stelde ik vast. Bij inventarisatie telden we totaal 24 meelzakken!

Detail van de geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’
Het sierband met franje is met de hand aangezet

Zijn eerste meelzak was een geschenkje van de buren, ze wilden er van af, een geborduurde lap, ooit een kussentje geweest, nu half vergaan en na wat uitpellen kwam er een geborduurd meelzakje tevoorschijn. De vader van Gérard Hollaert wist hem er het fijne van te vertellen: de voedselhulp in de Groote Oorlog, een indrukwekkend verhaal. Zijn interesse was voor altijd gewekt en leidde hem naar de textiel aankopen in Brussel.
“Wat vond uw vrouw ervan, had zij interesse in de meelzakken?”, vroeg ik me hardop af. “Ze liet me maar begaan”, zeg hij, “Agnes Eeman (1932-1990) geboren in een boerenfamilie met acht kinderen, vier meisjes en vier jongens uit Denterhoutem, Haar oudste zus heette Paula, mijn schoonvader had de bijnaam Pasjaal.”

De serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ van Sperry Flour Co, Stockton, Californië
Het naaimachine stiksel loopt naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel van de meelzak

Een serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian‘ komt tevoorschijn uit de stapel meelzakken.  De gezichten van de indianen hebben ieder een eigen uitdrukking, hun verentooi is kleurrijk in de verf gezet.

Drie zakken hebben geborduurde letters, ze zijn open getornd voor het borduurwerk, daarna opnieuw dichtgenaaid, de stiknaad van de naaimachine is te zien naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel.  Zouden studenten op school de zakken hebben beschilderd en daarna geborduurd?

Een serie van 9 zakken American Commission
Idyllisch landschap ‘L’Yser entre Nieuport et Dixmude’ met signatuur S. Chotteau 1916

Een tweede serie van  negen beschilderde zakken draagt de bedrukking ‘American Commission’. Elk exemplaar is voorzien van een landschap (7x), graanschoven (3x) en/of de Vlaamse leeuw (5x).
De patriottische bedoeling krijgt nadruk door de aanduiding van de plek: L’Yser, Nieuport, Dixmude, Dinant Rocher Bayard (in het Frans).

De Vlaamse leeuw verbreekt zijn ketenen

De Vlaamse leeuw ontdoet zich van de ketenen met de vlammende tekst: ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft’. Het is een regel uit het lied ‘De Vlaamse Leeuw’. De tekst dateert van 1845, gedicht door Hippoliet Van Peene (1811-1864) en getoonzet door Karel Miry (1823-1889).**)

Ook twee meelzakken uit Kansas en Kentucky zijn beschilderd met de Vlaamse leeuw. De schildering op een meelzak uit Oregon is een landschap met de IJzer.

Anoniem, ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft’ (recto), beschilderde meelzak ‘American Commission’ (verso). Coll. Gerard Hollaert. Foto: auteur
Koning Albert I in twee portretten

De herkomst van de derde serie blijkt de staat Illinois: Chicago’s Flour Gift van de Star & Crescent Milling Company, verstuurd naar bezet België dankzij de hulpactie van de krant Chicago Evening Post. Het leverde twee kleurrijke portretten op van Koning Albert I.

De vierde serie zijn meelzakken met herkomst uit Canada: ‘Flour. Canada’s Gift.’ Het schilderwerk zijn een allegorische voorstelling van een vrouw met kroon (Dame Belgica) en vaandel en twee Belgische militairen, waarvan een met vaandel.

 

‘Flour. Canada’s Gift.’, drie beschilderde meelzakken
Detail van Dame Belgica, allegorische schildering op Canadese meelzak

Dan hebben we 24 meelzakken getypeerd en in beeld gebracht. Gérard Hollaert en ik bespreken de plaats waar de zakken met meel in België zijn aangekomen en geleegd.

Stempel ‘CNSA pour le Brabant’

Overduidelijk bewijs voor de beschilderde zakken is aanwezig: dit was in de provincie Brabant, op voor- en achterzijde is gestempeld door het provinciale Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant.

Gérard Hollaert duidt de schilderingen van koning Albert I met Belgisch vaandel en de Vlaamse leeuw die de ketenen verbreekt.

Wie de schilders zijn geweest, hoeveel en of ze in onderwijs of werkverband de meelzakken hebben beschilderd, blijft voor ons de vraag.

Gérard Hollaert is actief lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, hij fungeerde ook als bestuurslid. Hij bewaart een uitgebreide verzameling seriematig beschilderde meelzakken van WO I. Het werk van de Belgische kunstenaars is doordrenkt van vaderlandsliefde in de bezettingstijd 14-18.

Ik ben hem zeer erkentelijk voor de gastvrijheid bij hem thuis en de gedachtenwisseling over zijn collecties.

 

*) Pots, Luc, Beschilderde meelzakken: stille artistieke getuigen van de Amerikaanse voedselhulp tijdens ‘den Grooten Oorlog’. Haaltert: Mededelingen Heemkundige Kring Haaltert en deelgemeenten, 35e jaargang 2015-nr. 4, p. 7-9
**) Het lied is in 1973 uitgeroepen tot het officiële volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.

De emotie van de meelzak

In juni 2019 ben ik op zakkenreis geweest in de Westhoek in België. Ik deed onderzoek in Ieper*), Veurne, Waregem en Nazareth en verbleef in Zonnebeke.
Marc Dejonckheere interviewde mij voor VIFF Magazine van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum. Het tijdschrift plofte gisteren bij me op de mat!

Nederlandse Annelien van Kempen voert onderzoek naar versierde meelzakken uit WO I

Annelien van Kempen onderzoekt de collectie meelzakken van het In Flanders Fields Museum. Foto: Marc Dejonckheere

“De voorbije zomer deed kunstenares en onderzoekster Annelien van Kempen uit het Nederlandse Voorburg met steun van het Koen Kochfonds research naar de versierde meelzakken van Herbert Hoovers Commission for Relief in Belgium in de collectie van het In Flanders Fields Museum in Ieper. De zakken vol meel uit de VS en Canada waren bedoeld als voedselhulp aan het bezette België in WO I.

Annelien van Kempen toont de onbewerkte en bewerkte meelzak ‘Gold Medal’ in de IFFM-collectie. Foto: Marc Dejonckheere

Doorgaans ken je geen ruggengraat of gevoelens toe aan een bloemzak.
De Belgische naaisters, borduursters, kantwerksters en schilders die de zakken kunstig bewerkten, getuigden echter van enthousiasme, creativiteit en vindingrijkheid, evenzeer als patriottisme en diepe dankbaarheid ten aanzien van de gulle schenkers.
Het IFFM herbergt alvast enkele topstukken, die de passie van Annelien van Kempen voor haar onderzoeksobject verder aanwakkerden.”

VIFF Magazine nr. 70, juli-sept. 2019.
De vragen en foto’s zijn van Marc Dejonckheere.

U leest het interview hier.

 

 

*) In het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum is mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ verschenen. Daarin doe ik verslag van mijn ontdekkingen en schets de context van de collectie versierde meelzakken.

Artikel in Patakon

‘Geborduurde meelzakken in WO I: Aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk; het overschot is het spreken waard.
 De relikwie van een heldenvolk’.

Mijn eerste gedrukte artikel over de versierde meelzakken in WO I is verschenen!
23 bladzijden met tekst, foto’s en een selectieve bibliografie staan in het 2019-septembernummer van Patakon, het tijdschrift voor bakerfgoed van het Bakkerijmuseum in Veurne.

Samenvatting

Het artikel plaatst de vier meelzakken van WO I in het Bakkerijmuseum Veurne in hun geschiedkundige context.
Via historische krantenberichten en foto’s verbreed en verdiep ik het Belgisch perspectief op de herinneringscultuur van de versierde ‘Amerikaanse’ meelzakken.

Ferdine de Wachter toont haar versierde meelzak, 1915. (afb. Geschiedkundige Kring Rumesta).

Citaten uit 15 krantenberichten en 8 foto’s uit geïllustreerde tijdschriften, verschenen tussen 1914 en 1918, zijn gerelateerd aan de meelzakken.

7 andere foto’s illustreren de inzet van vrouwen, onder meer Madame Vandervelde wiens campagne voor voedselhulp in de VS resulteerde in meelzakken, bedrukt met de naam van haar eigen Madame Vandervelde Fund.

Borduurster Ferdine De Wachter staat als 18-jarige fier naast de door haar versierde meelzak.

Mijn research van de meelzakken in het Bakkerijmuseum leidde tot de ontdekking van opmerkelijke details.  De vondst van gelijkaardige meelzakken in andere collecties leverde via vergelijkend onderzoek met de drie versierde meelzakken in Veurne nieuwe conclusies op.

Versierde meelzak ‘Hunter’s Select’, Hunter Milling Co., Wellington, Kansas, 1915/1916. Coll. en foto Bakkerijmuseum Veurne

Daarnaast diepte ik historische informatie op over de herkomst van de meelzakken.

Het Bakkerijmuseum Veurne houdt vier meelzakken van WO I met zorg in bewaring.  In samenwerking met Ina Ruckebusch, wetenschappelijk medewerker/collectiebeheerder, is het artikel tot stand gekomen.

Je leest het artikel hier.

Detail van meelzak ‘Valleyfield’: Belgische en Franse vlag in verbleekte kleuren op de buitenkant. Coll. Bakkerijmuseum Veurne
Hetzelfde detail aan de binnenkant in frisse kleuren. Coll. Bakkerijmuseum Veurne. Beide afb. Annelien van Kempen.

 

 

Transformatie van Meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk

Mijn doelstelling van onderzoek is onder meer de mythische geschiedenis van het ontstaan van de Versierde Meelzakken in WOI te ontwarren.
Versierde Meelzakken in WOI zijn zowel geborduurd, bewerkt met naaldwerk en versierd met kant, als beschilderd door kunstenaars. Bovendien zijn de bloemzakken ook getransformeerd tot kleding.
Wie hebben het idee gehad om de zakken her te gebruiken en waar en wanneer is dat begonnen? Was het een Belgisch initiatief of gebeurde het op Amerikaanse suggestie?
Voor het vinden van antwoorden op mijn vragen heb ik systematisch een aantal Belgische kranten en geïllustreerde tijdschriften van eind 1914, begin 1915 doorgespit, Deze pers is gedigitaliseerd en staat online. Enkele Amerikaanse publicaties had ik al eerder gevonden en combineer ik met de informatie uit België. Mijn eerste blog in de reeks handelt over hergebruik van meelzakken tot kleding.

Versierde Meelzak, geborduurd door Germaine Joly, Ecole Moyenne, Saint-Gilles, Bruxelles. Afb. ‘From Aid tot Art’, San Francisco Folk Art Museum, 1987, collectie Hoover Institution Library & Archives (HILA), Palo Alto, Ca., V.S.

Dit tweede blog bespreekt de:

Transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk tot Versierde Meelzakken. Belgische bronnen 1915

Hieronder volgen zeven Belgische primaire bronnen uit 1915 over het ontstaan van deze Versierde Meelzakken.

1) Maart 1915: De Kempenaar, Turnhout


Tot heden heb ik in de krant ‘De Kempenaar’ de vroegste bron gevonden met een beschrijving van het versieren van de meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk. In bloemrijke woorden gaven de Versierde Meelzakken gelegenheid tot een patriottische ‘cri-de-coeur’ van een journalist in Turnhout, provincie Antwerpen onder de kop: ‘De Duitschers in De Kempen’:
Terwijl ons uit het miljardenland allerlei benodigdheden toekomen om de in druk en nood verkeerende belgische bevolking te helpen, heeft ons vrouwelijk element met zoveel fijnen tact als edelmoedig gevoel een middel gezocht en gevonden om de Amerikanen een blijk te geven van innige dankbaarheid.
En zie op de zakjes waarin ons het Amerikaansch meel wordt toegezonden en waarvan sommige den naam dragen van den wereldberoemden milliardair Rockefeller hebben zij hun kunst uitgespreid in prachtig naald- en borduurwerk, waarop zij de landkaarten van België, van de provincie Antwerpen, bloemen en figuren hebben uitgewerkt en geborduurd, soms met fijne echte Turnhoutse kanten afgezet en welke straks in de nieuwe wereld een uitroep van verbazing en bewondering zullen uitlokken, ja misschein aan den prijs van honderden of duizenden dollars zullen worden verkocht. ’t Is immers een aandenken van dat kleine maar dappere volk, van die heldhaftige Belgen, die zoo eer- en roemvol hunnen vaderlandse plicht hebben vervuld?…

Bloemzak versierd in Turnhout door Th. Verschueren. Coll. HILA, foto: auteur

’t Is het werk van de moeders, van de zusters dier bewonderenswaardige soldaten, die nu met eigen kunst en eigen handenarbeid de beschermers van ons volk en onzer natie een klein maar veelbeteekenend aandenken willen zenden dat ginds in de groote familiën als de reliquie van een heldenvolk, dat strijdt voor zijn recht, zijne vrijheid en onafhankelijkheid, zal ontvangen en bewaard worden??… (De Kempenaar, 21 maart 1915)

2) Maart 1915: ‘La farine d’Amérique’

Foto van winkeletalage in L’Actualité Illustrée, 27 maart 1915

Het tweede bericht is een foto in L’Actualité Illustrée van 27 maart 1915. De foto met onderschrift ‘La farine d’Amérique’ (‘Het meel van Amerika’) toont de etalage van een winkel, waarin Meelzakken zijn uitgestald. Wat zie ik op deze foto?
– de etalage van een broodbakkerij die reclame maakt voor zijn ‘hygiène et propreté’ en ‘pétrissage mécanique’ (‘hygiene en zindelijkheid’ en ‘mechanisch kneden’)
– de presentatie van een serie lege Meelzakken en vele Amerikaanse vlaggetjes, met centraal bovenin waarschijnlijk een ingelijste, misschien wel een geborduurde Meelzak.
Dit alles als bewijs van enthousiasme voor de ontvangst van het meel, de kwaliteit van het daarmee gebakken brood door deze bakker, de dankbaarheid aan ‘Amerika’ en een gebaar van Belgisch patriottisme inclusief indirect verwijt aan de Duitse bezetter.

3) April 1915: Dagboek ‘J. v. d. K’, Jeanne Van de Kerckhof

Bloemzak ‘American Commission/Merci 1914-1915’ geborduurd door Jeanne Van de Kerckhof, Ecole Moyenne Sint-Gillis. Coll. HHPLM 62.4.151. Foto: auteur
Jeanne Van de Kerckhof schreef haar naam op de bloemzak ‘American Commission/Merci 1914-1915’. Coll. HHPLM 62.4.151. Foto: auteur

Het dagboek van ‘J.v.d.K.’ is een interessante bron over het borduren op school. Jeanne Van de Kerckhof (ºHerk-de-stad 24 06 1900 – +Tervuren 30 04 1943) zat op de Ecole Moyenne in Sint-Gillis. Zij was een van de 30 studentes van de school die een bloemzak borduurde en/of beschilderde, nu bewaard in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum.

In het dagboek van Jeanne, gepubliceerd door haar zoon Lucien Karhausen, noteerde het meisje:
“Le 26 avril -1915…Mère brode a ma place des sacs d’Am
Le 28 avril – 1915…A l’école nous brodons les sac de farine am… Rien de nouveau sous le soleil (chanson de ma jeunesse)…'(Lucien Karhausen, Le Cahier Perdu…p 103, 104)***)

Vertaling:
“26 april 1915…Moeder borduurt in mijn plaats ‘Am’ zakken
28 april 1915…Op school borduren we de ‘Am’ meelzakken… Niets nieuws onder de zon (lied uit mijn jeugd)…’

Op meisjesscholen waren de leerlingen aan het borduren gezet. Enige verveling zal hen niet vreemd zijn geweest…Omdat het borduren in onderwijsvorm plaats vond, ontvingen de meisjes geen vergoeding voor hun werk.

De Belgische Standaard, 7 mei 1915

4) Mei 1915: Een brief in De Belgische Standaard
‘OPWIJCK. Uit een paar brieven. ………….
Wij zijn nog altijd goed voorzien van eetwaren: Amerika zorgt voor alles. Leve Amerika! We krijgen meel en dons alle weken en als men daarbij wat boeremeel gebruikt, eet men allersmakelijkst brood; … Wij nu om onze dankbaarheid aan onze weldoeners te betoonen, borduren ledige meelzakjes met driekleurige teekeningen en als opschrift: «Het dankbaar Opwijck aan de Vereenigde Staten», en andere. Ik maak een milieu de table en zoo brengt ieder iets bij. Zoo werkt men in alle dorpen en ’t schijnt dat ons werk dollars verkocht wordt aan de milliardairen die gedenkenissen willen van het diep geteisterde België. De opbrengst is voor ons. ………...’ (De Belgische Standaard, 7 mei 1915. De informatie was afkomstig uit een brief van Celine Geeurickx-Moens uit Opwijck (nu: Opwijk, provincie Vlaams-Brabant) aan haar echtgenoot Louis Geeurickx. Hij werkte als brancardier, daarna secretaris hoofdaalmoezenier basis Calais, Frankrijk. Vandaar leverde hij copij aan, aan de Belgische Standaard *)).

Versierde bloemzak ‘From the City of St. Catharines And Vicinity, Ontario, Canada, bewerkt in Opwijck, 1915. Foto: ‘Getuigenissen van de «andere oorlog». Opwijk en Mazenzele (en omstreken) 1914-1918’, HOM, 2004

Originele bloemzakken ‘From the City of St. Catharines And Vicinity, Ontario, Canada’ kwamen gevuld met 98 pond bloem aan in België. Het is een schenking geweest van de Board of Trade, St. Catharines, het bestond uit 410 zakken meel, verscheept met SS Calcutta (v. Halifax 19 december 1914 – a. Rotterdam 8 januari 1915) en 410 zakken meel, verscheept met SS Treneglos (v. Halifax 26 januari 1915).**)

5) Mei 1915: ‘Verkoop van Amerikaansche Zakken’

Het Vlaamsche Nieuws, zaterdag 29 mei 1915

Er verschenen berichten in de krant over de verkoop van lege Meelzakken.
‘Verkoop van Amerikaansche Zakken. – De zakken waarin de bloem van Amerika ons toekomt, werden sedert eenigen tijd verkocht ten voordeele van het Voedingskomiteit. De verkoop heeft plaats op de Anspachlaan (Brussel), in de bureelen waar vroeger de Red Star Line gevestigd was. De eerste verkoopdagen gaven een uitslag waar geen mensch zich verwachtte. De zakken werden dan overgeleverd aan jonge meisjes die er allerlei heel schoone zaken uit vervaardigen, allerlei herinneringen aan den oorlog of uitingen van dankbaarheid jegens het edelmoedige Amerika dat ons die zakken zond, gevuld met de bloem die ons van den hongersnood bevrijdde.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 29 mei 1915)

KBR: Ansichtkaart online

Een ansichtkaart, onderdeel van de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (KBR) toont een foto van de etalage van het genoemde pand aan de Anspachlaan. De foto was te zien op de tentoonstelling ‘Food & War.

De etalage van de Red Star Line in de Anspachlaan, Brussel. Afb. Expositie War & Food, Evere, 2016

Een culinaire geschiedenis van de Groote Oorlog.’ in Brussels Museum van de Molen en de Voeding te Evere van oktober 2015-augustus 2016. Wanneer de foto is gemaakt is onvermeld, mijn inschatting zou zijn voorjaar/zomer 1915. De etalage is gevuld met Versierde Meelzakken: ‘Sacs de farine Américains brodés et transformés vendus au Profit des Orphelins de la Guerre. Marcovici éditeur, Bruxelles, 27, Av. Stéphanie’. Op de foto is middenbovenin, rechts naast de meelzak ‘Washington Flour’ het hoofd te zien van een verkoopster in de winkel.

6) Augustus 1915: Huldeboek Gent


Het Huldeboek van de stad Gent bedankt in 1915 het plaatselijke comité van dames met de volgende tekst: “Secours Discret, Section D: Aide et protection aux brodeuses (Œuvres des Sacs Américains). Cette section dont s’occupent spécialement:
Mesdames Baronne de Crombrugge, J. Feyerick, E. de Hemptinne, Vande Putte.
A pris l’initiative de transformer en coussins brodés et autres ouvrages artistiques, les sacs à farine (aux marques de fabriques originales) reçus de l’Amérique.
Son siège est situé Marché aux Oiseaux, dans les magasins de M. Robert, mis gracieusement à la disposition de la section.
La vente se fait au profit du Comité Provincial de Secours et l’entreprise assure un salaire à un certain nombre d’ouvrières.’[1]

Vertaling:
‘Discrete Hulp, sectie D: Hulp en werkgelegenheid voor borduursters (Werken van de Amerikaanse Zakken). Deze sectie, waar de volgende dames zich speciaal mee bezig houden: de dames Baronne de Crombrugge, J. Feyerick, E. de Hemptinne, Vande Putte heeft het initiatief genomen om geborduurde kussens en andere artistieke werkstukken te maken van de uit Amerika ontvangen meelzakken (met oorspronkelijke merknamen van de meelfabrieken). Het komiteit is gevestigd ‘Marché aux Oiseaux’ in de winkel/magazijnen van meneer Robert, die kosteloos ter beschikking zijn gesteld. De verkoop komt ten goede aan het Provinciale Hulpkomiteit en de onderneming verschaft loon aan een aantal arbeidsters.’

Versierde Meelzak, geborduurd in Gent, 1915. Collectie en afb. Frankie van Rossem

 

7) November 1915: ‘Aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk’


Het komiteit in Gent duidde het werken aan de meelzakken dus aan als werkgelegenheid scheppen voor werkloze borduursters en verkopen voor het goede doel zoals wezen en andere oorlogsslachtoffers. Voorwerpen maken om te dienen als Sinterklaasgeschenken bleek belangrijk! Cadeau’s maken voor de Amerikaanse hulpverleners was niet het doel… In november 1915 lezen we deze mededeling in meerdere kranten:

 

‘Amerikaansche zakken .- Het komiteit der Amerikaansche zakjes, heeft besloten in het vooruitzicht der St. Niklaasgeschenken, over te gaan tot den verkoop van eene gansche nieuwe reeks, prachtig geborduurde zakjes alsook van eene menigte voorwerpen vervaardigd bij middel van zakken, voortkomende van de Vereenigde Staten. Elk dezer voorwerpen draagt een Amerikaansch fabriekmerk, op kunstige wijze geborduurd! ’t Zijn aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk; wat meer is de aankoop van elk dezer voorwerpen is een goed werk aangezien de opbrengst van den verkoop dient om in het onderhoud te voorzien van talrijke werksters en om de inkomsten van het «Werk der Oorlogswezen» te vermeerderen. … De verkoop zal op 30 November aanvangen.’ (De Gentenaar. De landwacht, De kleine patriot, 17 november 1915) [2]

Conclusie

Foto collage van de aanvoer van meel tot uitdelen van het brood. Afb. uit expositie ‘Remembering Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium’, In Flanders Fields Museum, Ieper, 2013

Belgische vrouwen hebben met hun handelsgeest doortastend het initiatief genomen om lege meelzakken te transformeren tot ‘Versierde Meelzakken’. In de geest van de Amerikaanse hulpverleners zijn de meelzakken inderdaad herbruikt, maar op een verrassend inventieve wijze. De utilitaire en zuinige benadering van de Amerikanen -herbruik de meelzakken voor het maken van ondergoed en handdoeken- is doorbroken door de Belgische vrijgevigheid en de wens om schoonheid te scheppen, artikelen te maken die de mensen graag zouden ontvangen als cadeaus en souvenirs.

Foto in het tijdschrift ‘Le Temps Présent’, 31 maart 1915

Zelfs leeg en onbewerkt waren de meelzakken met logo’s van de meelfabrieken en teksten van de hulpbrengers al zo mooi, dat ze een aantrekkelijk souvenir vormden. Samen met fraaie kussens, theemutsen, hangers, tafellopers, tasjes versierd met kleurrijk borduurwerk, sierlijk naald- en kantwerk, vulden de Meelzakken royaal de Belgische winkeletalages, verkooptentoonstellingen en tombola’s.
De opbrengst was bestemd voor het goede doel. De twee achterliggende drijfveren voor de Belgische bevolking waren
– het scheppen van werkgelegenheid en
– door verkoop geld inzamelen voor hulp aan oorlogsslachtoffers.

Cadeau doen van de Versierde Meelzakken als souvenirs, herinneringen aan de oorlog, en uit dankbaarheid voor de voedselhulp was het verkoopargument, het droeg bij aan het verkrijgen van financiële steun van welgestelden in België en de ‘milliardairs’ in Amerika.

 

Dank aan:
Hubert Bovens te Wilsele voor de opzoeking van biografische gegevens van Jeanne Van De Kerckhof.

*) Heemkring Opwijk-Mazenzele publiceerde in 2004:
Het dagboek 1914-’18 van Louis Geerinckx
Gedachten, brieven en opstellen 1914-’18 van Louis Geerinckx
Uit de bundeling brieven blijkt:
Maria Celina ‘Celine’ Geeurickx-Moens (Dendermonde 03.04.1887 – Opwijk 30.04.1980; x Opwijk 22.05.1912) schreef haar brief in Opwijck op 5 april 1915, zij was toen net 28 jaar geworden.
Karel Lodewijk ‘Louis’ Geeurickx (Opwijk 13.04.1883 – Opwijk 14.08.1952)  ontving de brief in Calais op 20 april, vervolgens schreef hij op 1 mei 1915 zijn brief aan Eerwaarde heer Ildefons Peeters, Villa “Ma Coquille”, De Panne, met artikel voor de Belgische Standaard; de krant plaatste het op 7 mei 1915.

– Het Opwijk frontblaadje ‘De Stem uit Opwijck’.
Het schreef over ‘de zakskens waarmee men het meel moet halen, worden in Amerika duur verkocht als souvenier; ook stikken kinderen en meisjes spreuken op die zakskens b.v. Dank aan Amerika. Groet uit Opwijck- Zij worden dollars verkocht, en dit voor ’t comiteit-. (Nº 12, op 1 mei 1916)

**) Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915.Montréal, February 5th, 1915

***) Karhausen, Lucien, Le Cahier Perdu. La Destinée Tragique de J.v.d.K. Xlibris Corporation USA, 2011, 26, 28 april 1915

[1] Ville de Gand, Œuvres de Philanthropie…1915,  blz. 73, 74
[2] Vier kranten: De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot; Het Volk. Christen Werkmansblad; Vooruit. Socialistisch Dagblad; Journal de Gand, alle gepubliceerd op 17 november 1915

Hergebruik van Meelzakken tot kleding

Mijn doelstelling van onderzoek is onder meer de mythische geschiedenis van het ontstaan van de Versierde Meelzakken in WOI te ontwarren.
Versierde Meelzakken in WOI zijn zowel geborduurd, bewerkt met naaldwerk en versierd met kant, als beschilderd door kunstenaars. Er zijn meelzakken getransformeerd tot kleding.
Wie hebben het idee gehad om de zakken her te gebruiken en waar en wanneer is dat begonnen? Was het een Belgisch initiatief of gebeurde het op Amerikaanse suggestie?

Schortje met strik in de Belgische kleuren zwart, geel, rood, geconfectioneerd in bezet België uit bloemzak James River Falls, The Dunlop Mills, Richmond, Va., circa 1915. L. 51 cm lang, br. 48 cm. Coll. en foto War Heritage Institute – Brussel, KLM-MRA,  inv. 4151656.

Belgische kranten en tijdschriften
Voor het vinden van antwoorden op mijn vragen heb ik systematisch een aantal Belgische kranten en geïllustreerde tijdschriften van eind 1914, begin 1915 doorgespit, Deze pers is gedigitaliseerd en staat online.
Enkele Amerikaanse publicaties had ik al eerder gevonden en combineer ik met de informatie uit België.

Kleurenfoto in ‘1914 ILLUSTRE, no 22, februari 1915’: Meel komt aan in Brussel

Ik heb mijn analyse en bevindingen uitgesplitst in vier delen:

  1. Hergebruik van meelzakken tot kleding, zie dit blog 24 mei 2019.
  2. Transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk tot Versierde Meelzakken, Belgische primaire bronnen, zie blog 26 mei 2019.
  3. Transformatie van meelzakken tot beschilderde Versierde Meelzakken, Belgische primaire bronnen, zie blog 9 september 2020 en blog 11 september 2020
  4. Transformatie van meelzakken tot Versierde Meelzakken, Amerikaanse primaire bronnen.

Hergebruik van Meelzakken tot kleding

Bloemzakken-collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS: kleding gemaakt in België uit Amerikaanse en Canadese bloemzakken, 1915-1916. Foto-collage, Annelien van Kempen, 2022

In dit blog zal ik ingaan op het ontstaan van het hergebruik van Meelzakken tot kleding. Enkele primaire bronnen getuigen ervan.

Lalla Vandervelde-Speyer, portret in ‘The Spell of Belgium’ van Isabel Anderson. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia

1) Januari 1915: Madame Lalla Vandervelde
Een bron met informatie die ik heb gevonden is een artikeltje in een Belgische krant die in het buitenland verscheen, over Madame Vandervelde. Haar meisjesnaam was Charlotte ‘Lalla’ Speyer, van geboorte Britse uit Duitse ouders, ze was in 1901 getrouwd met haar tweede echtgenoot, de Belgische Minister van Staat, Emile Vandervelde. Het paar scheidde direct na WOI. [1]

Artikel in ‘Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique’ van 16 januari 1915

Sinds oktober 1914 verbleef Madame Vandervelde in de Verenigde Staten om hulp te vragen voor de Belgische bevolking in nood. In Buffalo, New York, hield ze een lezing en kreeg zakken meel als geschenk. De zakken waren van fijne katoen en bedoeld voor hergebruik.

La propagande pro-belge aux Etats-Unis.
‘Madame Vandervelde, la femme du Ministre d’Etat, est aux Etas-Unis depuis plus de trois mois. Elle y a donné et y donne sur la Belgique et les horreurs, dont elle a été victime, une série de conférences qui ont le plus grand succès et dans lesquelles on acclame la Belgique et les Belges. …..
A Buffalo, des industriels lui ont offert un bâteau chargé de 10.000 sacs de farine, – sacs confectionnés en fine toile et en étoffe, afin qu’ils puissent servir par la suite et être transformés en vêtements et en linges pour les habitants. … ‘.

Vertaling:
‘In Buffalo hebben industriëlen haar een schip geladen met 10.000 zakken meel geschonken – zakken gemaakt van fijn doek en van fijne stof, zodat deze vervolgens gebruikt kunnen worden en getransformeerd tot kleding en handdoeken voor de mensen.’

Het comité te Buffalo liet de meelzakken bedrukken met de tekst ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’. Lalla Vandervelde had niet zelf een fonds opgericht om de donaties in onder te brengen, ze droeg de donaties over aan het Belgian Relief Fund in de VS. In Belgische collecties bevinden zich bloemzakken met deze bedrukkingen:

Onbewerkte Meelzak Madame Vandervelde Fund. Foto: Imprimerie Société Anonyme Belge de Phototypie (Collectie. IFFM)

a) de onbewerkte Meelzak op een foto van een collage meelzakken, aan mij verstrekt door het In Flanders Fields Museum (IFFM), Ieper, met de tekst: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund – Belgian Relief Fund, Buffalo, N.Y. U.S.A. 49 Lbs.’ Het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel heeft een dergelijke meelzak in de collectie. [2]

Versierde Meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’, collectie IFFM

 

 

b) de Versierde Meelzak, die ik online zie staan bij de Ieperse collecties. Objectnummer IFF 003008 is een ‘Geborduurde en beschilderde meelzak opgespannen op een spieraam met o.a. de tekst “War Relief Donation – Flour 1914-1915 – from Madame Vandervelde Fund”. Bovenaan het portret van Emiel Vandervelde, minister van staat van België.’

 

Versierde meelzak ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’, 1914-1915-1916. Het borduurwerk doet officieel aan en is in drie delen; links Amerikaans schild met arend; rechts het wapen van België; midden het klein wapen van Belgisch Congo. In de vier hoeken graanhalmen en korenbloemen. Omrand met machinaal kant. Borduurster was Mlle. Honorma Lambert, Lillois (Nijvel). Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum nr. 62.4.446. Foto: E. McMillan

2) November 1914: Mr. William C. Edgar
De vroegste Amerikaanse bron over hergebruik van meelzakken tot kleding komt van Mr. William C. Edgar, hoofdredacteur van de Amerikaanse krant de ‘The Northwestern Miller’ in Minneapolis, Minnesota. Hij startte op 4 november 1914 de hulpactie ‘The Miller’s Relief Movement’. [3] De krant, een vakblad voor molenaars en maalderijen van graan, deed het verzoek aan abonnees en adverteerders om bloem te schenken voor België. De kwaliteit van het meel was in detail gespecificeerd en ook de verpakking moest aan voorwaarden voldoen: katoenen zakken, stevig voor transport, afmeting geschikt voor handling door één persoon én last but not least ‘geschikt voor hergebruik’:

‘Instructions were issued at the same time for packing the flour. These stipulated that a strong forty-nine pound cotton sack be used. This was for three reasons: the size of the package would be convenient for individual handling in the ultimate distribution; the use of cotton would, to a certain extent, help the then depressed cotton market, and finally and most important, after the flour was eaten, the empty cotton sack could be used by the housewife for an undergarment, the package thus providing both food and clothing.’ (Final Report The Miller’s Belgian Relief Movement 1914-1915, blz. 9). [4]

Vertaling:
‘Tegelijkertijd werden instructies gegeven voor het verpakken van het meel. ….
… en als laatste en belangrijkste, nadat het meel was gegeten, kon de lege katoenen zak door de huisvrouw worden gebruikt om onderkleding van te maken, zodat de gevulde zak zowel voedsel als kleding verschafte.’

Traditie

Onderkleding van Meelzak. Afb. Herbert Hoover Presidential Library & Museum, Iowa, VS.

Het motief van hergebruik leefde breed onder de Amerikaanse vrouwelijke bevolking. Hergebruik van katoenen zakken was al tientallen jaren en ook eerder, ingeburgerd. Katoen was een product van het land, zakken waren bruikbare lappen katoen. Het leverde de spaarzame huisvrouw eenvoudige kledingstukken en dat gratis of voor een lage prijs. Na goed wassen knipten de naaisters het patroon van de kleding uit de zakken en confectioneerden voornamelijk onderkleding voor het eigen gezin. Na de Eerste Wereldoorlog, vanaf de jaren ’20 ontwikkelde het hergebruik van katoenen zakken zich verder in de VS.

Lou Hoover poseert in avondjurk van katoen om vrouwen te stimuleren katoenen kleding, in het bijzonder avondjaponnen, te dragen (rond 1930); Afb. firstladies.org

Tijdens de depressie in de jaren 1930 beschermden de Amerikanen hun noodlijdende katoenindustrie, hergebruik van katoenen zakken was een teken van zuinigheid en ook een patriottische plicht. Door productontwikkeling en inzet van marketing door de zakkenleveranciers, ontstonden uitwasbare bedrukkingen, afwasbare etiketten en tenslotte kleurrijke, modische en hippe prints op de zakken. In de jaren ’40 en ’50 was het bijzonder modieus om kledingstukken te dragen, gemaakt van zakken. Er heerste een ware ‘Feedsack’-cultus onder plattelandsvrouwen om voor de hele familie kleding te naaien van gebruikte katoenen zakken die hadden gediend als verpakkingen van kippenvoer, bloem, suiker en rijst. [5]

Een naaiatelier in Namen. Foto in ‘L’événement Illustré: L’Ouvroir des Dames Namuroises’, april 1915, no. 9
Honkbalshirt, gemaakt van meelzak. Afb. HHPLM

Geen Belgische, wel een Amerikaanse bron
Er zijn naaiateliers die functionele onderkleding, schorten en jakjes hebben gemaakt met hergebruikte meelzakken, meestal voor kinderen, aldus de Amerikaanse schrijfster Charlotte Kellogg die van juli tot november 1916 in bezet België verbleef.

Opmerkelijk genoeg ken ik geen enkele Belgische geschreven bron over naaiateliers die de bloemzakken hergebruikten voor kleding. Wel zijn er foto’s bewaard, waarop jonge meisjes te zien zijn, gekleed in aantrekkelijke schorten en jurkjes, bovenkleding die gezien mocht worden en waarop trots de merknaam van de maalderij en de inscripties van de hulporganisaties getoond wordt.
In mijn onderzoek ben ik inmiddels één schortje in een Belgische collectie tegengekomen, namelijk in het Koninklijk Legermuseum in Brussel (War Heritage Institute). De twee zgn. Hoovercollecties in de VS bevatten enkele tientallen stuks onderkleding, schorten, shirts en broek in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM), enkele stuks verfraaide kinderkleding in de Hoover Institution Library Archives (HILA).

In Heverlee bij Leuven, provincie Brabant, gingen 80 kinderen, meest meisjes van ongeveer 4 tot 6 jaar oud, op de foto, gekleed in schorten van bloemzakken met het logo ‘American Commission’.

Foto in Europeana Collections

De heer Robert Bruyninckx deelde deze zwart-wit foto van 14×9 cm in de Europeana Collections onder de titel: ‘Groepsfoto met kinderen in zakken van de American Commission for Relief in Belgium.’

Beschrijving: ‘Groepsfoto met Jeanne Caterine Charleer (°17 aug 1910 in Heverlee), bovenste rij, 7de van rechts. Kinderen in kledij van zakken van de ‘American Commission for Relief’, Amerikaanse vlag op de achtergrond. De foto is een familiestuk. Jeanne Caterine Charleer was de moeder van Robert Bruyninckx.’ [6]

Meisje in jurkje van Meelzak, afkomstig uit Californië. Afb.: collectie Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, V.S.

Een meisje ging op de foto in een ‘Belgisch’ jurkje met logo ‘Sperry Flour’ uit Californië.

 

 

 

 

Conclusie
Hoewel slechts twee primaire bronnen tot heden gevonden, kom ik toch tot de conclusie over het ontstaan van het hergebruik van de meelzakken tot kleding: dit is in België ter hand genomen op suggestie van Amerikanen. Echter mede in navolging van initiatieven in Groot-Brittannië waar Canadese meelzakken waren hergebruikt in relatie tot Belgische vluchtelingen.
De Belgische vrouwen vonden de Meelzakken zó bijzonder, ze maakten, behalve onderkleding, ook vlotte schorten voor hun kinderen.

[1] Gubin, Eliane, Dictionnaire des femmes belges: XIXe et XXe siècle, p. 510-512; gw.geneanet.org: ‘Charlotte Hélène Frédérique Marie Speyer’

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[3] Zie ook mijn blog: ‘Een Bekende Vlaamse Meelzak in Het Land van Nevele’ van 25 oktober 2018

[4] The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV

[5] Drie bronnen om verder te lezen over ‘Feed Sacks’:
Linzee Kull McCray, Feed Sacks, The Colourful History of a Frugal Fabric, 2016;
– Gillian Vogelsang-Eastwood, For a few sacks more, online exhibition Textile Research Centre, Leiden, 2018
– Marian Ann J. Montgomery, Cotton and Thrift. Feed Sacks and the Fabric of American Households, 2019

[6] De groepsfoto met de kinderen in Heverlee in kleding van zakken met logo  ‘American Commission’ is afgedrukt in het artikel van  Ina Ruckebusch: ‘Belgische voedselschaarste en Amerikaanse voedselhulp tijdens WOI’ in: Patakon, tijdschrift voor bakerfgoed, 5 nr. 1 (2014), blz. 29.

 

 

Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen

Sinds september 2018 liep ik rond met een groot vraagteken over ‘Zakken in WOI’, die ik zag in het Huis van Alijn in Gent. Ellen Rijckx, medewerker collectie/Studio Alijn, had me uitgenodigd vier ‘Meelzakken’ in hun collectie te komen bestuderen en documenteren.

‘Nieuwjaarszak 1916’ Huis van Alijn, Gent

De eerste zak die ik bekeek had aan een zijde een bedrukking met de tekst:

‘Nieuwjaar aan de Krijgsgevangenen * 1916 * Nouvel-An aux Prisonniers de Guerre.

Gent 6bis Bagattenstraat. Gent. Steendr. F.&F. Buyck. Gebroeders.’

De afbeelding was een tekening van de drie torens van Gent: de toren van de Sint-Niklaaskerk, de toren van Het Belfort van Gent, de toren van de Sint-Baafskathedraal, waarbij de initialen van de kunstenaar ‘JC’. Het Huis van Alijn heeft deze zak geschonken gekregen van de dochter van een man, geboren in 1888, die tijdens de Groote Oorlog krijgsgevangene is geweest in Duitsland.

De Gentse torens: St-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, gefotografeerd vanaf de Sint Michielsbrug, foto: auteur
‘Paaszak 1916’ Huis van Alijn, Gent

De drie overige zakken waren aan een zijde bedrukt met de tekst:

‘Hulp aan Krijgsgevangenen * Secours aux Prisonniers de Guerre – Paschen 1916 Pâques’ Bagattenstraat, 6bis _ Gand, rue des Baguettes, 6bis. Gent. Steendr. F.&F. Buyck. Gebroeders’, en de tekening: de drie Gentse torens, St.-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, en enkele tientallen vliegende klokken, voorzien van krachtig wiekende vleugels. Signering van de tekening: Jos Cornelis. Eén van de drie zakken is voorzien van borduurwerk.

Geborduurde ‘Paaszak 1916’, Huis van Alijn, Gent

De afmetingen van de vier zakken varieert enigszins, hoogte en breedte van de drie ‘Paaszakken’ zijn (hxb):
* inventarisnr. 90.004: 58,5 bij 36 cm,
* inventarisnr. VG 81-201: 55 bij 38 cm,
* inventarisnr. VG88-011: 56 bij 37 cm.
De ‘Nieuwjaar’zak, inventarisnr. VG 89-088, is 56 cm hoog, 38 cm breed.

De drie ‘Paaszakken’ herkende ik direct, omdat behalve het Huis van Alijn, ook:
– MoMu in Antwerpen (‘Zak oorlogstekstiel’, ‘openfashion.momu.be’: id OBJ 12539 T3487, h 55, br 37 cm);
– In Flanders Fields Museum in Ieper (‘Meelzak’, ‘collectie.ieper.be’: objectnr IFF 002546, h 59, br 36 cm),
een zak met exact deze bedrukking in de collectie hebben én ze zijn opgenomen in particuliere verzamelingen (onder meer collectie Frankie van Rossem) .

Maar waar ik naar keek, ik wist het niet. Het was me een raadsel waarom die torens en die vliegende klokken waren afgebeeld.

Bovendien vroeg ik me af: “Er is een geborduurde zak bij, maar zijn dit wel ‘Amerikaanse Meelzakken’?”

PASEN

Tot mijn grote blijdschap heb ik deze week op Witte Donderdag het raadsel van de gevleugelde klokken opgelost. Ik ben dankzij de zakken een paasverhaal gewaargeworden, dat ik als protestants opgegroeid meisje niet kende: het verhaal van de paasklokken.

Ik ontdekte dit artikeltje in de Belgische krant ‘Le Progrès Libéral’ van donderdag 26 maart 1915 met een bericht van Alphonse Delhaize & Cie, Bruxelles-Noord. Op 4 en 5 april zou het Pasen zijn, vandaar deze ‘advertorial’:

‘Le Progres Libéral’, 26 maart 1915

‘Paasverhaal. – Toen ik heel klein was, vertelde mijn moeder me en liet me geloven dat op Witte Donderdag de klokken de toren van onze kerk verlieten om de avond voor Eerste Paasdag terug te keren. Ze brachten dan mee, de vrede voor de wereld en snoepjes voor lieve kinderen. Ook dit jaar zullen de klokken terugkomen, ze brengen misschien nog geen vrede mee, maar op z’n minst hopen we, de voortekenen van een nabije en blijvende vrede. En ook zullen ze afleveren bij het filiaal van de firma

ADOLPHE DELHAIZE EN CIE

139-141, rue Neuve, Brussel-Noord

een enorme selectie van chocolade klokken en paaseieren, figuurtjes voor 1-april grappen, fondants en snoep van de hoogste kwaliteit. Ondanks de moeilijkheden van de huidige tijd, zal de verkoop zijn tegen de gebruikelijke, lage prijzen zonder enige verhoging. Eieren en paasfiguren voor 0,02, 0,05, 0,10 franc, etc. Speciale aanbiedingen van zoetwaren, vleeswaren, kazen, wijnen, likeuren, fruit, kruidenierswaren, enz., enz. Gegarandeerde kwaliteit en voordelige prijzen. – Permanente uitstalling. Absoluut Gratis Toegang. Koffie-corners. Bestellingen en bezorging aan huis is mogelijk.

Gevleugelde paasklokken

Wikipedia geeft een aanvulling op het verhaal van de gevleugelde paasklokken: In protestantse regio’s (Nederland, Duitsland, Angelsaksische landen, …) brengt de paashaas de paaseieren. Volgens de katholieke traditie (in België, Frankrijk en delen van Nederlands Limburg) brengen de paasklokken op Pasen chocolade- en suikereieren die ze tijdens het Paastriduüm zijn gaan halen in Rome. De klokken vertrekken na het Gloria van de H. Mis op Witte Donderdag naar Rome om er de eieren te halen en komen pas terug in de paasnacht. De klokken hebben de vorm van kerkklokken met vleugeltjes en vliegen door de lucht.

Verstopt paasei

De eieren worden gedropt in de tuin of op het balkon tussen de planten.

Paaseieren zoeken…

Een enthousiaste speurtocht op paasmorgen hoort dan uiteraard bij deze traditie.

 

 

JOS CORNELIS

Signering Jos Cornelis

De kunstenaar Jos Cornelis, ontwerper van de tekeningen op de zakken, had drie jaar eerder een poster ontworpen voor de Wereldtentoonstelling in 1913 in Gent. De achtergrond van deze poster toont ook de drie torens van Gent, St.-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, hier in kleur: in goudgeel ochtendgloren.

Het raadsel van de torens en de vliegende klokken was voor mij opgelost. Maar toen de vraag naar de herkomst van de zakken in het Huis van Alijn.

HULP AAN KRIJGSGEVANGENEN

Het Huis van Alijn vermeldt in hun toelichting bij de vier zakken ‘Meelzak als oorlogssouvenir. Meelzak in wit katoen, dat als geschenk werd gegeven aan de krijgsgevangenen in Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog’.

Op het spoor gezet van de Belgische krijgsgevangenen ontrafelen twee andere bronnen in combinatie de herkomst van de zakken.

Het ‘Huldeboek 1915’ van de stad Gent noemt de werkzaamheden van ‘L’ œuvre de secours aux prisonniers de Guerre’. Het comité staat onder leiding van mevrouw Alexandre De Hemptinne en heeft als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgt zendingen van kleding en levensmiddelen. Een groep toegewijde dames, meisjes, en enkele heren komen iedere ochtend bijeen in de bijgebouwen van het huis van mw. De Hemptinne om pakketten samen te stellen en te versturen. In 1915 waren er meer dan 11.000 pakketten kleding en 12.000 pakketten levensmiddelen verzonden naar Duitsland voor gevangenen afkomstig uit Gent en de provincies Oost en West Vlaanderen. (Ville de Gand, Œuvres de Philanthropie et de Dévouement créées pendant 1re Année de la Guerre, 3 août 1914 – août 1915, blz 47)

Voor de Nieuwjaarszending 1916 en de Paaspakketten in 1916 heeft het comité kennelijk speciale zakken laten naaien en bedrukken met een opbeurende groet in tekening en tekst voor de krijgsgevangenen. Eén van de ontvangers van een gevulde Paaszak is de Gentse literatuurhistoricus Paul Fredericq geweest. Hij was in maart 1916 gevangengezet in het burgerkamp te Gütersloh, Duitsland. Er is een zwart-wit foto van Fredericq in zijn kamer in gevangenschap.

‘Met de groeten van Paul Fredericq’, Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker, foto: Bibliotheek Universiteit Gent

‘Op 6 mei 1916 kreeg hij een fotograaf*) op bezoek. Deze maakte dit kiekje in zijn kamer terwijl Fredericq aan het lezen was. Rechts van hem hangt een zak met een tekening van de paasklokken en de drie Gentse torens. In die zak had het Gentse comité voor hulp aan de krijgsgevangenen hem een hele ham bezorgd.’ (Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, Daniël Vanacker, blz. 333, foto Bibliotheek Universiteit Gent)

En zo is de herkomst van de zakken in het Huis van Alijn – én die van MoMu en IFF- bekend. Het zijn geen ‘Amerikaanse meelzakken’, maar zakken, gemaakt in Gent, waarin door de Gentenaren hulpgoederen aan hun stadsgenoten in krijgsgevangenschap in Duitsland zijn gezonden.

BORDUREN

Binnenzijde geborduurde ‘Paaszak 1916’, Huis van Alijn, Gent

Handvaardigheid, schilderen en musiceren tijdens krijgsgevangenschap was een bekend tijdverdrijf. Borduurwerk werd ook gemaakt, vooropgesteld dat er materialen voor aanwezig waren. Het Huis van Alijn bezit één ‘Paaszak’, geborduurd met zwart garen. De contouren van de torens en de gevleugelde klokken lijken sterker aangezet door het borduurwerk dat in vrij grove stiksteken is uitgevoerd. De achterzijde van de zak is gedeeltelijk weggeknipt. Op het resterende doek zitten verfresten, roestvlekken en de zak is vuil, alsof het heeft dienstgedaan bij een schilderklus.

Gelukkig is de geborduurde Paaszak tijdig gered van een ondergang als poetslap en in deskundige bewaring bij het Huis van Alijn!

 

 

*) De fotograaf heeft die dag meer foto’s gemaakt in Gütersloh. In het artikel ‘Nevelse jeugdherinneringen van Paul Fredericq’ van J. van de Casteele staat op blz. 65 een groepsfoto van de Belgische gevangenen, bekenden van Fredericq die al eerder om politieke redenen waren opgepakt. Fredericq schrijft zijn jeugdherinneringen in Duitse gevangenschap, zijn grootmoeder Marie Comparé, ‘Grandmaman de Nevele’, speelt erin een hoofdrol. (Berichtenblad heemkundige kring Het Land van Nevele, juni 1979, blz. 63-92)

 

Translate »