Tweeluik van versierde meelzak: ‘Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon’ (‘recto’) en ‘Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho’ (‘verso’) in het Mons Memorial Museum. Collectie MMM
De oorspronkelijke meelzak*) is op de naden losgetornd en opengevouwen, zodat het bewerkt kon worden tot een tweeluik:
Links: ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’ (‘recto’)
Rechts: ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’. (‘verso’)
Het tweeluik was aan restauratie toe en volgens informatie van het museum (najaar 2019) zou het hersteld worden in het restauratie-atelier van TAMAT in Doornik (Tournai).
Zicht op St. Johns over de Willamette River. The Jobes Milling Co. is het lichte gebouw linksvoor aan de rivier. Foto: website Pdx.History.com
Het linkerpaneel van het Bergen’s tweeluik: ‘Portland’, The Jobes Milling Co.
Op de meelzak uit St. Johns, een plaats gelegen naast de havenstad Portland in de staat Oregon staat een krachtig beeldmerk van een stoomschip omringd met geknoopt scheepstouw. De bedrukking is nauwkeurig overgeborduurd. In het borduurwerk is het patriottisch element, de kleurencombinatie rood, geel, zwart.
Graanschepen van alle delen van de wereld in de haven van Portland, rond 1910. Foto: City of Portland Archives Image 002.2042 uit rapport George Kramer, p.15
Portland stond bekend als een belangrijke haven in het westen van de VS, waaruit graan werd vervoerd naar bestemmingen over de hele wereld. Het Panamakanaal, dat in augustus 1914 was geopend, bekortte de afstand naar Europa met 8000 zeemijlen. De historie van de betekenis van graan voor deze havenstad staat beschreven in het rapport ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ van George Kramer, april 2019.
De maalderij ‘The Jobes Milling Co.’ in St.Johns, Portland, Ore. Foto: website Pdx.History.com
The Jobes Milling Co. was in 1904 door William Van Zant Jobes opgericht, hij overleed in 1907, waarna twee zoons het bedrijf voortzetten. In de periode 1914-1918 was Allan R. Jobes de eigenaar, hij zal hebben bijgedragen aan de voedselhulp voor België. In 1930 is het gebouw van de maalderij gesloopt.
Jersey Street in St. Johns, begin 1900. Foto: website Pdx.History.com
Het rechterpaneel van het Bergen’s tweeluik: Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County
Shoshone County, gevestigd in de plaats Wallace, was het bestuursorgaan van het mijndistrict ‘Coeur d’ Alene’, in de staat Idaho. Het gebied kende begin 1880 een bescheiden start als gouddistrict. Het duurde echter niet lang of het enorme potentieel van zilvermijnen werd ontdekt en het district ontwikkelde zich snel tot ‘Silver Valley’.
Mijnwerkers van de zilvermijn in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Foto: Idaho Mines, website miningartifacts.org
In 1914 zal een geldinzameling hebben plaatsgevonden voor Belgian Relief, met welk geld in Portland bij St. Job’s Milling Co. meel is gekocht, die het heeft verpakt in zakken met een extra bedrukking, waarna de lading naar België is verscheept.
Gekroonde Belgische leeuw in kruissteken geborduurd op de meelzak ‘Coeur d’Alene Mining District’. Collectie MMM
De gekroonde Belgische leeuw Op de zijde ‘Coeur d’Alene’ is de print van de letters met sierborduurwerk benadrukt. De borduurster heeft twee eigen ontwerpen toegevoegd: het jaartal 1917 in kader met lint versierd én de patriottische toevoeging van de Belgische leeuw.
De Belgische leeuw draagt een goudgele kroon, het geheel is in kruissteek uitgevoerd. Dat is opmerkelijk en verwijst naar een jonge borduurster die op school het borduurwerk zal hebben gemaakt.
Gelijksoortige gekroonde Belgische leeuwen in kruissteken komen namelijk voor op geborduurde meelzakken in andere collecties met verwijzing naar borduursters en scholen.
Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, maakte me hierop attent.
Drie fraaie voorbeelden van geborduurde meelzakken in hun collectie zijn:
Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15′. Coll. HHPLM. Foto: A. Bollaert
‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Thanks Anderlecht Brussel’;
‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Hommage et remerciements d’Anderlecht’ met een wapenschild voorzien van de jaartallen 14-15, geflankeerd door twee Belgische leeuwen[1];
Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd met Belgisch wapen. Signering S. Dufour. Coll. HHPLM
‘American Commission’ met het borduurwerk van het wapen van België, zwart met gele, gekroonde, Belgische leeuw, gesigneerd S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Bruxelles.
Fröbelen In een particuliere collectie in België bevindt zich het kartonnen borduurboek van ‘Maria Louis’, zij volgde onderwijs op de Ecole Normale de la Ville de Liège in de ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.
Borduurwerk op karton in het album van Maria Louis, ‘Cours normal Fröbel’, tweede jaar, lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920
Een van de oefeningen in het boek was klaarblijkelijk een in kruissteken geborduurde, Belgische leeuw. Dank aan Frieda Sorber, oud-conservator van MoMu Antwerpen, die me de foto toestuurde. Zij zag dit leerzame borduurwerk op karton in een album, gemaakt in de lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920.
‘Cours normal Fröbel’ was een benaming die om nader onderzoek vroeg. Ik kende het begrip ‘fröbelen’ of ‘froebelen’ tot op heden alleen als werkwoord in de betekenis van ‘vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden‘. Mijn interesse en werken aan ‘zakken’ heb ik, zeker in de begintijd, beschouwd als passie in ‘fröbelen’, in deze wat besmuikte betekenis.
Friedrich Fröbel. Foto: website Friedrich-Froebel-Museum
Maar ziehier wat het Luikse borduurwerk in het boek van karton mij leert: Friedrich Fröbel (1782-1853) was een Duits pedagoog van de Romantiek, beroemd geworden als kleuterpedagoog, theoreticus achter het spelend leren. [2] Ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. In 1925 telde de stad Amsterdam bijvoorbeeld al vijftien Fröbelinrichtingen!
Spelend leren. Fröbelen met een Bergen’s tweeluik. Ook dit blog kwam wederom tot stand in de geest van Friedrich Fröbel!
*) Een identieke, onbewerkte meelzak bevindt zich in de collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik
[2] Volgens Bakker, Noordman e.a., ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000’. Assen, Van Gorcum, 2010.
Zie ook ‘Fröbelen’, betekenis en definitie door Ewoud Sanders, taalhistoricus en journalist.
Het Friedrich-Fröbel-Museum is gevestigd in Bad Blankenburg, Duitsland.
‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’
Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.
Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne
De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.
Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.
Dit boek bevat de foto op p. 109
De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!
‘Mallette du Prisonnier’ In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.
De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940
Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]
Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.
De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’
Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’ (Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).
Stempel ‘Secours aux Prisonniers’, Mons, op de bloemzak ‘IDEAL’, 1915. Coll. en foto: MMM
Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)
Borduurwerk
Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne
Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.
Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’
De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.
De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.
Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken In begin januari 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.
Le Quotidien, 8 januari 1916
‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]
Geborduurde meelzakken The Gwinn Milling Company Columbus Ohio, 1916 en Mohns-Frese Milling Co., San Francisco, Ca. Coll. Mons Memorial Museum; foto: D. Dendooven
Mons Memorial Museum In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.
Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum
Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!
AANVULLING 12 DECEMBER 2024
County of Grey, Ontario, Canada, in de Grote Oorlog
De jonge mannen van de Canadese county County of Grey in Ontario vertrokken naar het Europese front in het najaar van 1914.
De County of Grey stuurde hun jonge mannen naar het oorlogsfront in Europa. Owen Sound Sun (Owen Sound, Ontario, Canada), 10 november 1914
De inwoners van de County of Grey schonken in november, december 1914 bloem voor de Belgische bevolking.
‘The County of Grey is giving 2,000 bags of flour to the Belgian Relief. This follows a gift of 35 cars of oats and potatoes from the farmers of the county about a month ago.’ (The Toronto Star (Toronto, Ontario, Canada), 27 november 1914).
Bloemzak ‘IDEAL’, Georgian Bay Milling & Power Co, Meaford, Canada, geborduurd, 1915. Geschenk van de County of Grey. Coll. en foto: Mons Memorial Museum, Bergen, België
Door een geborduurde meelzak is ruim honderd jaar later een relatie gelegd tussen de inwoners van de County of Grey en de inwoners van Bergen. De Vrienden van het Mons Memorial Museum in de stad Bergen hebben een versierde bloemzak van de maalderij Georgean Bay Milling & Power in Meaford geschonken aan het museum. De zak kwam gevuld met meel naar bezet België eind 1914 en droeg de tekst: ‘Made in Canada, Gift of Flour to the Belgians from County of Grey, Ontario, Canada‘. Een Belgische jonge vrouw heeft de letters met rood garen omrand en sterretjes in alle letters geborduurd. Het logo van de maalderij werd ook over geborduurd.
Dank aan: Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s van de borduursters;
Dominiek Dendooven stuurde mij enkele foto’s van de meelzakken in de collectie van Mons Memorial Museum;
Corentin Rousman stuurde de foto van de aanvulling van de museum-collectie in 2024.
Voetnoten: [1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916
[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
– CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx – Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem – Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM – American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG – Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM – Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM – Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG – Contributed by the People of Indiana: WHI
De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 3 van een serie van drie blogs. (Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 2)
Versierde meelzak ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’, 1914-1915-1916. Het borduurwerk doet officieel aan en is in drie delen; links Amerikaans schild met arend; rechts het wapen van België; midden het klein wapen van Belgisch Congo. In de vier hoeken graanhalmen en korenbloemen. Omrand met machinaal kant. Borduurster was Mlle. Honorma Lambert, Lillois (Nijvel). Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum nr. 62.4.446. Foto: E. McMillan
De versierde meelzakken komen op verrassende wijze aan bod in de biografie ‘Monarchs and Millionaires’ van Lalla Vandervelde.[1]
Ze reflecteert op haar relatie met Amerikaanse mannen tijdens haar verblijf, wat leidt naar de zakken met meel die ze naar België stuurde en haar naam op deze zakken. Ze verkeerde daarover in angst, omdat de Duitsers niet accepteerden dat er namen van afzenders op de hulpgoederen zouden staan. Het kwam goed en later zag Lalla versierde meelzakken terug: ze waren haar gestuurd door schoolmeisjes, die de gestempelde letters van haar naam ‘Madame Vandervelde’ op de zakken hadden overgeborduurd.
In enkele alinea’s vatte Lalla het in haar boek samen: “Men did not try to make love to me. I suppose they realized that being in mourning, very much upset about what was going on in Europe, and very hard worked with speaking all over the country, any advances would have been discountenanced immediately. But some of them were distinctly sentimental. One, who was also very energetic and helpful, wrote me almost passionate letters about my work. He compared me to Joan of Arc and Diana of Ephesus: a curious mixture. Knowing that my chief interest in peace time had lain in questions pertaining to art, he used to send me long disquisitions on Berenson’s latest book, at the same time quoting prices, in the most business-like way, of commodities that I might buy and send to Europe.’
Marthe Robinet, Ecole Moyenne St.Gilles, Brussel, borduurde deze meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan
Over de keuze van katoenen meelzakken: ‘It was this kind and generous friend who helped me to send off the first lot of bags filled with flour to Belgium, the country that needed bread most at the time. It was his idea to choose linen of which the bags were made in such fine quality that when washed and bleached it could be used for men’s shirts or for little frocks or overalls for children.’
Over het stempelen van de naam Madame Vandervelde op de meelzakken: ‘My name was stamped on each one of the sacks, and I remember my anguish when, shortly after they had been shipped, the news came that the Germans would not allow any object marked with a name to enter a country they were occupying. I spent a sleepless night wondering what would happen to the flour that was wanted so badly. Much to my relief, the German Embassy in Washington, to whom my kind friend had wired, answered that permission would be given for the sacks to be landed.
Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en open naaiwerk. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan
Over de geborduurde meelzakken die ze later terug ziet: ‘Later I had the great joy to see some of them again. They were sent to me by school children who had embroidered the letters of my name on them surrounded by pretty designs of their own making.’
In tegenstelling tot de indruk die ontstaat uit deze alinea’s over de bijdragen aan voedselhulp, zou Madame Vandervelde zelf het geld dat ze inzamelde vooral hebben willen bestemmen voor de echte helden: de Belgische soldaten, die in de loopgraven vochten op het kleine stukje Belgische grond dat nog door hen werd bezet. Echter, dit was onmogelijk. Door de neutraliteit van Amerika was alleen inzameling van geld voor hulp aan de burgerbevolking van de oorlogslanden toegestaan. Toch slaagde ze erin, in privé-gesprekken, enkele donaties te verwerven voor de hulp aan militairen. Daarvan kocht en verzond zij de volgende goederen naar de soldaten: 10.284 paar sokken, 2.160 sets ondergoed en 400 dekens.
Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers
Ondanks het succes van haar missie ervoer Lalla haar verblijf van zes maanden in de VS als een grote belasting van haar zenuwen. Ze wist niet hoe het was om zo lang ongelukkig te zijn, geen moment kon ze de afschuwelijke oorlog vergeten, ze was moe en gedeprimeerd. ‘The mere fact of being so very far away from my own people, from my compatriots and friends, on another continent, in another world, where, however kindly received, the whole point of view, the whole outlook on life, was different, seemed more than I could bear sometimes. Almost every time I opened a European paper I saw news of the death of a friend, and I used to leave my letters from Europe unopened for days, so terrified was I of finding bad news. … Bad news from home, continual speaking in public, equally important private engagements, when I tried to enlist the sympathies of influential individuals for the cause of the Allies, long railway journeys by night, at the end of which there were always crowds of reporters anxious to interview me before I even had a bath or breakfast; such conditions were not destined to improve an already uncertain nervous system.”
Op Yale College in New Haven sprak ze als eerste vrouw tot de studenten: “they attended my meeting en masse”. Ook bezocht ze Harvard. Daarna ging ze naar Canada waar ze in Ottawa sprak in het bijzijn van de Hertog en Hertogin van Connaught en prinses Patricia. Bij het afscheid drukte de Hertog haar een cheque van 600 dollar in handen.
Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers
Terug in New York in december 1914 probeerde ze haar zin voor kunst aan bod te laten komen, ze woonde enkele concerten bij en ging naar musea en galeries om schilderijen te bekijken. Tijdens haar bezoeken aan miljonairs kreeg ze meestal de gelegenheid de privé kunstcollecties van deze mensen te zien.
Amerikaanse lof Half maart 1915 was Lalla Vandervelde in Carnegie Hall, New York, waar ze de laatste toespraak tijdens haar missie hield.
Mr. Choate, een van de voornaamste advocaten van de VS, sprak haar lovend toe. De toespraak staat integraal afgedrukt in haar boek.
De geïllustreerde zondageditie van The New York Times plaatste op 11 april 1915 deze foto van Lalla Vandervelde na haar vertrek uit Amerika naar Europa. Foto: ‘Photo by Mathilde Weil, from Paul Thompson’
“TO MADAME LALLA VANDERVELDE: On the eve of your departure for your home in Belgium it seems fitting that there should be some expression, inadequate though it must be, of the great regard in which you are held by hosts of men and women in this country. During the five months since you came to us, shortly after the outbreak of the War, you have presented all over the United States the dire need of your unhappy countrymen. More than any other person you have made us realize the urgency of this need, its appaling extent and its heartrending appeal. You have been inspired by an eloquence born of your noble mission and you have won the response which could not fail to come. There are forms of patriotic service which demand courage of a higher order even than that of the soldier in battle, a courage which has not the spur of excitement or impulse, a courage in the face of suspense, of heart-sickness far from home, family and friends, of utter weariness of body and spirit. Such courage, dear lady, since first you came to these shores to this present moment, has been yours. We honor you as a brave souled woman; we thank you for making so clear our privilege of such human helpfulness as we can give, and we bid you farewell with feelings of deepest sympathy and the most earnest hope that brighter days will soon return to the country you love so truly and serve so devotedly. New York, March 17, 1915”
De Lusitania van de Britse Cunard Line. Foto: internet
Lusitania
Op 3 april 1915 vertrok ze naar Europa op het schip de ‘Lusitania’van de Britse Cunard Line. Het schip maakte in Lalla’s woorden ‘her last journey to Europe before the ever memorable one, de een na laatste reis voordat het getorpedeerd zou worden door een Duitse duikboot en zou vergaan. Ook deze reis van het passagiersschip was vol spanning voor de passagiers, er dreigde gevaar tijdens de overtocht.
De New York Evening World kopte: ‘Lusitania sails to-day with 838 pale passengers – Fear of German Submarines Makes All on Board Nervous – Some Cancel Passage. – Fast Trip is Planned- Liner’s Speed Expected to Protect Greatest Number to Sail Since War Began.’ De veiligheidsmaatregelen waren streng, alle passagiers werden nauwkeurig onderzocht en hun bagage gecontroleerd.
Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers
Op het laatste moment kwam een bode nog een pakket met $ 500 voor Madame Vandervelde aan boord brengen. Drie oorlogs-correspondenten, waaronder meneer E. Alexander Powell van de ‘New York World’, waren eveneens aan boord.[2]
Lalla vermeldde dit allemaal niet in haar biografie. Wel vertelde ze over een luxeprobleem. Haar hut op het schip lag boordevol kado’s van Amerikaanse vrienden en sympathisanten, ze deelde ze zoveel mogelijk met personeel en medepassagiers. Het fruit bewaarde ze voor haar familie in Engeland.
Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en applicaties. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillanThe Sun, 3 oktober 1914
Terug in Europa
Lalla had zich in New York voorbereid op de mogelijke achterdocht van mensen in Europa over haar werk. Ze had de financiën en administratie van het Madame Vandervelde Fund, punctueel bijgehouden door haar secretaresse Miss Conklin, laten verifiëren door een vooraanstaand accountantskantoor. Ze kreeg na terugkeer in Engeland een journalist op bezoek die haar vroeg welke steden ze had bezocht op haar missie. De Amerikaanse plaatsnamen waren hem zo onbekend, dat zij deze voor hem moest spellen. Daarna vroeg hij hoeveel geld ze had ingezameld. Haar antwoord “ongeveer $300.000, gelijk aan 60.000 Engelse ponden of anderhalf miljoen francs” leidde tot zijn reactie “That is quite impossible for a woman”. Waarop de accountantsverklaring tevoorschijn kwam en ze hem dringend verzocht in zijn artikel de gedetailleerde verantwoording van de gelden te publiceren.
Belgische kranten hebben in april berichten opgenomen over de resultaten van de missie van Mevrouw Vandervelde: Met het gedacht den Belgischen vluchtelingen ter hulp te komen, heeft Mevrouw Vandervelde, vrouw van de staatsminister, zich naar Amerika begeven om daar eene reeks voordrachten over België en over den Duitschen inval in ons land te geven. Deze voordrachten brachten een anderhalf millioen frank op.[3]
De Legerbode, 2 september 1915
Vijf maanden later verscheen nogmaals een artikel in De Legerbode[4], waaruit de bestemming bleek van de gelden die waren opgehaald in Amerika: ‘De moedige reizigster doorliep de Vereenigde Staten van den 18 September 1914 tot 2 April 1915. Zij slaagde er in de flinke som van 1.437.135 fr. 75 in te zamelen, welke werd besteed als volgt: Voor terugkeer naar ’t vaderland 388.479 fr. 45; Voor aankoop van levensmiddelen voor België: 995.426 fr. 30; Voor het bijzonder fonds: 53.230 frank.’ Mevrouw Vandervelde heeft haar apostolaat in Engeland voortgezet, waar hare schitterende voordrachten de som van 30.000 frank opbrachten. Ziedaar eene krachtdadige vrouw, en eene dappere propagandiste der edele gedachten, die de algemeene dankbaarheid verdient.’
Tomeloze inzet van Lalla Vandervelde voor haar België in Groot-Brittannië
Madame Vandervelde zal optreden in het Coliseum, Londen. The Manchester Courier, 2 oktober 1915
Na terugkeer in Groot-Brittannië in april 1915 zette Lalla Vandervelde zich tomeloos in voor haar Belgische medeburgers, zowel voor de vluchtelingen in de UK als voor het Belgische leger. Haar echtgenoot verbleef ook in Engeland, zij aan zij vroegen zij aandacht voor de goede zaak van België.
Verder onderzoek
In de afgelopen drie blogs heb ik een poging gewaagd een deel van het levensverhaal van Lalla Vandervelde-Speyer te vertellen. Ze was een markante, ja, legendarische vrouw. Zeker als ik haar rol voor de versierde meelzakken in WO I in beschouwing neem.
Toch is er weinig over haar geschreven. Waar ze is genoemd zijn soms blatante onjuistheden gedebiteerd. Nadat ze gescheiden was van Emile Vandervelde en weer in Engeland woonde, is ze ogenschijnlijk uit de publiciteit verdwenen. Op 95-jarige leeftijd is zij overleden in Putney.
Twintig jaar lang waren Lalla Speyer en Emile Vandervelde partners met grote wederzijdse invloed op elkaars werk en leven. Ze speelden een rol op het wereldtoneel in de turbulente tijd van 1900-1920.
Verder onderzoek naar het leven van Lalla Vandervelde-Speyer wil ik van harte aanbevelen.
Aanvulling 1 oktober 2022: Lalla Vandervelde staat op Wikipedia
De kennis over Lalla Vandervelde en haar levensverhaal waaiert online uit. Vanaf 23 september 2022 heeft zij haar eigen (Engelse) bladzijde op Wikipedia.
Zoals bij haar hoort staan er onjuistheden in de tekst. Verder werken aan haar geschiedenis en méér publicaties zijn dus geboden! Ik zie uit naar het vervolg.
Portret van Lalla Vandervelde door Roger Fry, 1917; foto: wikipedia
Aanvulling 8 maart 2023:
Martine Vermandere: ‘Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman.’
Martine Vermandere, Madame Vandervelde. A very exceptional woman. Gent, Amsab-ISG, 2023
Ter gelegenheid van Internationale vrouwendag heeft Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis in Gent, het boek ‘Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman’uitgebracht, geschreven door Martine Vermandere, historicus en coördinator publiekswerking bij Amsab-ISG. Het boek is verschenen in Nederlands en Frans.
Dit is het eerste boek, verschenen in België, dat Lalla Vandervelde uit de vergetelheid rukt! Vermandere beschrijft het interessante leven van Lalla en haar grote invloed op de politieke en persoonlijke ontwikkeling van haar tweede echtgenoot, de socialistische politicus Emile Vandervelde.
Film ‘Lalla Vandervelde’ naar het boek van Martine Vermandere, Amsab-ISG, 2023
Martine Vermandere schreef op basis van haar boek ook het scenario van een korte film over het leven van Lalla Vandervelde. Te zien online op de website van Amsab-ISG: ‘Lalla Vandervelde’
Dank aan Evelyn McMillan, Stanford University. Zij stuurde mij foto’s van versierde meelzakken in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library Museum en de Hoover Institution Archives.
‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’
De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 2 van een serie van drie blogs. (Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 3)
In haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’, verschenen in 1925, gaf Lalla Vandervelde in vier hoofdstukken, totaal 60 bladzijden, haar persoonlijke indrukken over haar verblijf van zes maanden in Amerika. Ik geef een bloemlezing van verhalen uit het boek.[1]
Het stempel van het ‘Madame Vandervelde Fund’ op de onbewerkte meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY. (zie ook foto’s hieronder) Collectie KMKG/MRAH Tx 2630
In Antwerpen In Antwerpen, op de vlucht voor het oprukkende Duitse leger, verbleef Lalla met haar man in Hotel St. Antoine en maakte voor het eerst in haar leven een luchtaanval van Duitse Zeppelins mee. Het geluid van vallende en ontploffende bommen vond ze angstaanjagend.
De volgende avond stond ze in de hal van het hotel en kwam in gesprek met meneer E. Alexander Powell, correspondent van de Amerikaanse krant de ‘New York World’, die tegen haar zei: “Why don’t you go over to the States and enlist the sympathy of American women and children for the poor Belgians?” De suggestie opende haar ogen voor wat zíj kon doen en ze ging onmiddellijk tot actie over om het te realiseren. Zonder instemming van de Belgische regering, of op z’n minst die van de premier Baron de Broqueville wilde ze het avontuur niet aangaan, zodat ze hem opzocht en haar plan voorlegde. Zijn reactie was negatief: “he liked the idea, but did not approve of a woman going alone on such a hazardous expedition, and so on and so forth”. Ontgoocheld verliet ze hem, maar ontmoette de privé-secretaris van Koning Albert en vertelde hem over haar plan.
De brief van de hofdame aan Madame Vandervelde namens Koningin Elizabeth. Uit: ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG
Deze beloofde het met de Koning te bespreken en enkele uren later berichtte hij dat Koning Albert volledig instemde met het plan: “He knew what influence women have in America, and sent 4.000 francs towards my travelling expenses.” Koningin Elizabeth gaf op haar beurt een hofdame opdracht Madame Vandervelde een brief te sturen, waarin ze het project goedkeurde, haar veel succes wenste en aangaf dat ze de brief kon meenemen om voor te lezen in Amerika.
De eerste Belgische missies naar Noord-Amerika [1a]
Het Belgisch gezantschap: de heren De Sadeleer, Vandervelde, Henri Carton de Wiart en Hymans. The Sun, 12 september 1914
Het Belgisch gezantschap (de ‘Atrocity Commission’) benoemd door Koning Albert, waaronder echtgenoot Emile Vandervelde, vertrok op 3 september met de White Star Liner ‘Celtic’ en arriveerde op 12 september in New York. Dit heb ik gelezen in Amerikaanse kranten. Lalla heeft in haar biografie met geen woord meer geschreven over het gezantschap, zelfs niet over haar man.
Liverpool haven in 1914
Omdat Lalla niet mocht meereizen op hetzelfde schip –‘no women ever had, or could, in any circumstances, accompany a diplomatic mission’- was het niet eenvoudig direct plaats te krijgen op een volgend schip. Met hulp van de Britse oud-ambassadeur in Japan, Sir Claude MacDonald, slaagde ze erin op 8 september 1914 vanuit Liverpool naar New York te vertrekken op de White Liner ‘Cretic’.
Port of Liverpool Building, omstreeks 1914
De oorlog woedde inmiddels ruim 4 weken en België was voor driekwart in handen van de Duitsers. De tien dagen op zee zou er voor de passagiers geen ontvangst van nieuwsberichten zijn. Voor Lalla voelde dat onverdragelijk en ze kreeg een radiotelegrafist zo ver om haar toe te zeggen dat hij haar in het geheim zou informeren, mocht er nieuws te melden zijn. Op 14 september kreeg ze een seintje en hoorde dat de Duitsers een halt was toegeroepen in hun opmars in Frankrijk.
Ze bereidde aan boord haar missie voor: de sympathie oproepen van de Amerikanen door hen als ooggetuige te vertellen over de verschrikkingen, die hadden plaatsgevonden in België. Ze hoopte er de publieke opinie mee te beïnvloeden en beroep te doen op de bekende gulheid van Amerikanen om het lot van de Belgische vluchtelingen te verlichten. Op dat moment wist ze niet dat binnen drie maanden de catastrofe veel groter zou zijn en dat de vraag was hoe alle Belgen te voeden, die in bezet gebied verbleven, dit aantal groeide tot 7,5 miljoen mensen…
Lalla Vandervelde, titelblad van haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG
Ze sprak met twee medereizigers, de heer Augustus Gardner, lid van het Amerikaanse Congres en de heer McEnerney, een hooggeleerde jurist uit San Francisco en nam hun waardevolle adviezen aan hoe ze haar propaganda zou moeten inkleden. Ze besefte dat ze haar verhaal in eenvoudige bewoordingen en zonder emotie zou moeten vertellen. Alleen dan kon ze rekenen op steun van de mensen in de VS, waar ook veel pro-Duitse sentimenten leefden. De avond voor aankomst in New York gaf de kapitein haar gelegenheid haar verhaal te doen aan boord van het schip. Ze haalde een eerste bedrag van 360 dollar op.
In New York Bij aankomst van de ‘Cretic’ in New York op een zonnige, warme dag kleedde ze zich zonder verder na te denken over haar rol, in een kleurrijke zomerse outfit. Door de reactie van een medereizigster realiseerde ze zich dat haar kledingkeuze haar boodschap zou moeten ondersteunen, dus liet ze in New York haar garderobe zwart verven.
Eenmaal van boord zwermden verslaggevers en fotografen om haar heen, maar ze gaf geen interviews of kommentaar. Eerst wilde ze spreken met het Belgian Relief Committee*) om te weten wat ze wel en niet kon zeggen. De Belgische consul-generaal, de heer Mali, haalde haar op in de haven en bracht haar naar haar logeeradres. De volgende dag kreeg ze beschikking over een secretaresse, Miss Conklin, die haar zes maanden heeft bijgestaan.
The Evening World, New York, 18 september 1914
Op 18 september verscheen in de Evening World, de avondeditie van de New York World, de krant van correspondent Alexander Powell, een artikel met foto, onder de kop ‘Mme. Vandervelde brings note from Queen Elizabeth. Wife of Belgian Minister of State Here to Appeal to Americans. Woman envoy here to appeal for aid for destitute Belgians.’
Manhattan, New York, 1910
Op reis in Amerika Lalla Vandervelde ging het avontuur aan en in haar boek heeft ze op humoristische wijze verslag gedaan van haar bezoeken aan miljonairs en hoogwaardigheidsbekleders. Haar gastvrouwen en gastheren zijn meestal anoniem gebleven, ze stak de draak met hun verveling, hun gemis aan kennis over cultuur, hun gemis aan kennis over internationale politiek, hun afhankelijkheid van personeel. In het algemeen was ze “full of pity for this poor millionaire”. Ook ontmoette ze een jonge supermiljonair die haar geen geld kon geven. “the money he devoted to charities was managed and distributed by a committee of specialists in economics, in social hygiene or in some other form of benevolence. This struck me as being a logical, if unpleasant, way of distributing riches.”
Nog een anecdote: “I spoke on that day to a room full of very expensive looking people. The women …, wore the most outrageous clothes. But they were interested, in their own way in the War, and had made it the fashion to knit very brightly-coloured silk scarves to send to the British and French boys at the front. It was maddening to have to speak about the horrors of the War tothe clicking of knitting needles…” Vervolgens kwam er een mopshond de kamer binnen, omdat die niet langer zonder zijn baasje kon, maar die piepte, blafte en rende rond, zodat ze haar verhaal moest staken tot de hond verwijderd was, samen met zijn bazin. Conclusie: “I did not get anything like the money I expected from that rich audience.”
Mensen met kleine inkomens, chauffeurs en bedienden in restaurants, kledingverzorgsters, deden hun uiterste best en brachten bedragen bij elkaar, die ze met enkele vriendelijke, bemoedigende woorden overhandigden.
Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan
Lalla was goed te spreken over de Amerikaanse vrouwelijke en mannelijke journalisten en had een prima werkrelatie met hen. Een New Yorkse dinner party met 6 vrouwelijke journalisten noemde ze een van de meeste interessante ervaringen tijdens haar Amerikaanse verblijf. “They were eager, tired looking women. Most of them had been married young and badly treated by their husbands, whom they had divorced. This meant poverty, and not infrequently one or two children to bring up. They were very naturally proud at having made a success of life and told me details of the terrible struggles they had gone through. Most of them hated men with an extraordinary active and vital hatred. Only one of them said she was still in love with her husband, but as he was exploiting her, she felt she ought to leave him. She spoke as if she were ashamed of her love and reluctance to be free. … I had never met so many women in the same circumstances. They were not soured or embittered, but proud and happy, especially when they spoke about their children, who were mostly grown up and prepared, through their mothers’ struggles for the battle of life”.
Met Lalla’s interesse in de rol van de vrouw gaf ze haar beeld op de Amerikaanse samenleving eind 1914, begin 1915: “There is no stigma attached to certain kinds of work, as there was in Europe before the War, and a woman’s scope is infinitely wider than at home.”
Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915
Berichten in Belgische kranten Na drie maanden berichtten enkele Belgische kranten over Madame Vandervelde’s missie. ‘En Amérique – Le mouvement charitable en faveur de la Belgique qui souffre prend journellement de l’ampleur. C’est ainsi que Mme. Lalla Vandervelde, retour à New York d’un voyage de trois mois aux Etats Unis en a rapporté des dons en nature et en espèces pour une somme de 213.000 dollars. Elle continue son voyage fructueux’.[2]
Maalderij Thornton & Chester, Buffalo, NY
Een ander artikel bevatte het nieuws van een grote donatie van zakken meel uit Buffalo, met de opmerking dat de zakken bedoeld zijn voor hergebruik: ‘Madame Vandervelde, de vrouw van de Minister van Staat, is al meer dan drie maanden in de Verenigde Staten. Ze gaf en geeft daar over België en de gruwelen, waarvan het land slachtoffer is geworden, een reeks lezingen die overweldigend succes hebben en waarin België en de Belgen alle lof krijgen toegezwaaid. … Na deze bijeenkomsten stromen de donaties voor families van Belgische slachtoffers binnen. Madame Vandervelde heeft op dit moment al bijna 1.400.000 francs ingezameld!
Onbewerkte meelzak ‘Gold Dust van Thornton & Chester, Buffalo, NY. De achterzijde van de meelzak is bedrukt met ‘Madame Vandervelde Fund’. (zie foto hierboven) Coll. KMKG/MRAH Tx 2630
In Buffalo hebben industriëlen haar een schip geladen met 10.000 zakken meel geschonken – zakken gemaakt van fijn doek en van fijne stof, zodat deze vervolgens gebruikt kunnen worden en getransformeerd tot kleding en handdoeken voor de Belgen. Afgelopen week was Madame Vandervelde in Boston waar haar lezingen door 5000 mensen zijn bijgewoond.’[3]
Madame Vandervelde Fund Het fonds is mij bekend dankzij de versierde meelzakken van WO I in museumcollecties in België en de VS. Ik vroeg me daarom af: hoe groot was de organisatie, wie vormde het bestuur?
Versierde meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY, geborduurd. De achterzijde van deze meelzak is misschien voorzien van het stempel van het Madame Vandervelde Fund. De meelzak is tentoongesteld in de vaste opstelling van het Koninklijk Legermuseum, Brussel. Coll. War Heritage Institute
Blijkens de biografie van Lalla Vandervelde stichtte zij het Madame Vandervelde Fund om de grote bedragen aan ingezamelde dollars in onder te brengen. De structuur van het fonds was echter zeer eenvoudig van opzet: het bestond uit de twee vrouws-organisatie van Madame zelf en haar secretaresse Miss Conklin! Lalla Vandervelde: “I have always been proud to think that we two women, without any committee to back us, organized my campaign, which produced in material things alone 300,000 dollars or, what was at that time, a million and a half francs.”
*) The Belgian Relief Committee: Jeffrey B. Miller noemde Madame Vandervelde in relatie tot het Belgian Relief Committee in zijn eerste boek ‘Behind the Lines‘, Millbrown Press, 2014, op p. 226 en 227:
‘The Belgian Relief Committee had been founded in the late summer by a “few modest Belgians and their sympathizers,” according to one magazine article. At its head was Rev. J. F. Stillemans, a Catholic priest of Belgian birth …
Stillemans got involved in trying to help the Belgian refugees and became the president of the Belgian Relief Committee. The chairman of the executive committee, and the real power behind the group, was Robert W. de Forest, the vice president of the American Red Cross. During a vacation in Europe that was interrupted by the start of the war, he had seen the Belgian devastation. When he returned home he started the group outside the confines of the Red Cross. The Belgian members of de Forest’s organization included the Belgian consul in New York, the Belgian minister to the United States, and a well-to-do patron, Madame Vandervelde. … She had become a darling of New York City, and the country, when she announced she would not go home until she had collected $1 million to aid her country.’
‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’
Mijn dank gaat uit naar Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen twee onbewerkte meelzakken van het Madame Vandervelde Fund, te bestuderen op 21 februari 2020.
[1a] Amara, M., La propaganda belge et l’image de la Belgique aux États-Unis pendant la Première Guerre mondiale. Revue belge d’histoire contemporaine, XXX 2000, 1-2, p. 173-226. (p. 184)
[2] L’écho belge- journal quotidien du matin paraissant à Amsterdam, 16 december 1914
[3] Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915; eigen vertaling uit het Frans
De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (ºCamberwell, Engeland, 4 april 1870 – †Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 1 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs: Madame Vandervelde Fund 2 en Madame Vandervelde Fund 3)
Lalla Vandervelde-Speyer, portret in ‘The Spell of Belgium’ van Isabel Anderson. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia
Charlotte Helen Frederica Maria Speyer was geboren Britse, stammend uit een welvarende, joodse familie. Haar ouders waren Duits van geboorte en vestigden zich na hun huwelijk in 1869 in Engeland, waar vader Edward Antoine Speyer zich al eerder in 1859 bij zijn oudere broer Carl had gevoegd in een zeer succesvol bedrijf dat fournituren importeerde.
Lalla kwam als 16-jarige tiener naar Brussel om haar opleiding te vervolgen.
Zij trouwde met de Belgische mijningenieur Hubert François Edouard Ferdinand (Ferdinand) Kufferath (ºSint-Joost-ten-Noode 28.07.1855 – †Schaarbeek, 14.07.1920) in Reigate, Surrey, UK, op 19 januari 1892 en zou in België blijven wonen. Op 3 januari 1901 werd de scheidingsakte van haar eerste huwelijk opgemaakt.
Ze hertrouwde op 15 februari 1901 in Fulham, Londen, met de Belgische, socialistische politicus Emile Vandervelde (ºElsene 25.01.1866 – †Brussel 27.12.1938).
Lalla en Emile Vandervelde in Brussel, 18 april 1902, ruim een jaar na hun huwelijk. Foto: fotoagentschap Zander & Labisch, coll. Deutsche Fotothek. *)
Lalla en Emile Vandervelde in Engeland, rond 1905-1910. Fotograaf: William Coles. Coll. Institut Emile Vandervelde
In Brussel 1914
Toen in augustus 1914 de oorlog uitbrak en Duitsland België bezette was Lalla Vandervelde genoopt, samen met haar echtgenoot die tot Minister van Staat werd benoemd, haar nieuwe vaderland te verlaten.
Lalla was 44 jaar en in de kracht van haar leven. Haar naam als ‘Madame Emile Vandervelde’ dook op in ‘L’Œuvre des femmes bruxelloises’ als een van de presidentes, naast de dames Henry Carton de Wiart en Paul Hymans, aan wie Koningin Elizabeth verzocht de zorg op zich te nemen van kinderen van militairen die met het leger ten strijde waren getrokken. De vice-presidentes waren de dames Brassine, Leroy, Prosper, Poullet, Paul Vandervelde en Philippson-Wiener. De Koningin was beschermvrouwe van de organisatie.[1]
Foto-collage onbewerkte meelzakken, Phototypie Belge. Collectie In Flanders Fields Museum
De werkervaring van Lalla voor de socialistische beweging, haar activiteiten voor de suffragette beweging en haar volstrekt autonome aard, leidden tot onmiddellijk slagvaardig handelen in de crisissituatie van de eerste oorlogsweken.
Ze publiceerde in de krant Le Soir dit advies aan vrouwen die zich nuttig wilden maken.[2]
‘Pour celles qui veulent aider Une excellente letter de Mme Vandervelde: De nombreuses femmes et jeunes filles m’écrivent depuis quelques jours pour me demander conseil sur la manière de se rendre utiles en ces jours angoissants. Les ambulances sont pleines de femmes de bonne volonté, mais il en reste beaucoup qui ne demandent qu’a être utiles à leur pays. Je voudrais, comme il m’est impossible de répondre à chacune d’elles individuellement, leur donner le conseil de coudre des chemises d’hommes en quantité, des robes d’enfants, de tricoter des chausettes, etc. Les blouses bleues de gardes civiques aussi, dont la confection est urgente, se trouvent découpées, toutes prêtes à être cousues, 3 Rue de Louvain, à l’un des bureaux du ministère. En y allant de ma part, on en donnera bien volontiers à toutes celles qui en feront la demande. Que des groups d’amies se forment: que l’une d’elles prenne un livre et en fasse la lecture à ses amies. Pas de lecture émollientes. Nous sommes dans une phase de l’héroisme et les femmes, les mères et les futures mères ne doivent pas se laisser aller à leur émotion.Par le calme et le sang froid, elles peuvent rendre en ce moment de précieux services. Que lire? L’Histoire de France de Michelet; L’Histoire de Belgique, de Pirenne; La Légende des Siècles, Les Forces tumultueuses, d’Emile Verhaeren, etc. Je notes ces quelques titres en hâte, mais chacune trouvera dans ses souvenirs, de belles pages qui l’ont déja aidée à supporter les contre-coups de l’existence.
Lalla VANDERVELDE
P.S. – Je supplie les marchands de cigares et de cigarettes et les particuliers de bonne volonté de m’envoyer de quoi fumer pour nos soldats, troupiers et blessés. S’ils pouvaient se faire une idée de la joie de nos braves quand on leur apporte de quoi fumer, je suis sure que ma maison serait trop petite pour contenir tout ce qu’on m’enverrait.
Naar Amerika Lalla Vandervelde was nog in Brussel toen ze dit advies voor de vrouwen schreef. Twee weken later moest ze vertrekken om uit handen te blijven van de oprukkende Duitse troepen en nam ze de wijk naar Antwerpen. Ter plekke ontstond het plan naar Amerika te reizen om hulp te gaan vragen aan de vrouwen daar. De Amerikaanse reporter Edward Alexander Powell speelde een belangrijke rol in het besluit om naar Amerika te gaan, blijkt uit zijn naoorlogse boeken.
Powell, Edward Alexander, ‘Ooggetuigen uit de Grote Oorlog. Een Amerikaans reporter beleeft en beschrijft de strijd in Vlaanderen in 1914’. Bewerkt door Nicky & Anthony Langley. Davidsfonds Uitgeverij, 2013, p. 28
Oproep aan Amerikaanse vrouwen
Lalla stuurde op 1 september 1914 een telegram naar New York met oproep aan Amerikaanse vrouwen om het Belgische volk te hulp te komen. De New York Times plaatste de ‘Appeal’ in de editie van 2 september op p. 3 onder de kop: “SENDS AN APPEAL TO AMERICAN WOMEN Mme. Vandervelde Coming Here to Tell of Belgian War Victims’ Sufferings. HAS LETTER FROM QUEEN Wife of Socialist Leader Will Sail for New York in a Few Days- Says the Need is Terrible.”
Het artikel luidde: “LONDON, Sept. 1.-Mme Vandervelde, the brilliant wife of the famous Socialist leader who is now Minister of State in the Belgian Government of National Defense, sends the following appeal to the women of America through the columns of The New York Times: Women and Friends in America: I am coming to ask your sympathy on behalf of my fellow-countrymen in Belgium. It is not a political mission. It is an appeal for help for devastated homes, the fatherless families of those whom this terrible war has left houseless, who, when the war is over, will be left without rooftrees, without money to rebuild them, and-and all too often-without sons or husbands to work for them. I am the bearer of a letter from our well-loved Queen. I only ask you to give me an opportunity of reading it to you and telling you in person of our tragic conditions and of asking your help. I am leaving Antwerp only for this purpose, and as soon as I have accomplished it am returning to share the fate of my countrymen in our besieged city. …….
The Belgian Women’s Dollar Fund, bladzijde 38 uit het boek ‘The Voluntary Aid of America’
That is why, women of America, I am coming to you, leaving for a few weeks the country for which my heart is bleeding. I want you, I count on you, to make life worth living again for these poor people, make them by degrees forget the sorrows they have passed through. Belgium is ruined. You are enjoying all the blessings of peace. I implore you to help my country, to make it by your generosity once more a happy home for its sons and daughters.
LALLA VANDERVELDE Mme Vandervelde purposes to sail for New York in a few days, by which time she hopes to hear that the American women to whom she appeals have taken steps to obtain for her a hearing when she arrives.”
In Londen Lalla Vandervelde reisde op weg naar Amerika via Londen, tesamen met ‘La Mission Belge aux Etats-Unis’, het gezantschap van vier Ministers, die door Koning Albert was opgedragen het Belgische standpunt over de verwerpelijke en brute inval van de Duitsers te gaan toelichten bij de Amerikaanse president Wilson. Onder hen was haar man Emile Vandervelde.
L’Indépendance Belge, 5 september 1914
‘La Mission Belge aux Etats-Unis La mission Belge auprès du président de la République des Etats-Unis est arrivée à Londres lundi soir, et avant son départ de cette ville, fixé au lendemain, a été reçue par le Roi d’Angleterre au palais de Buckingham. …. Vandervelde est accompagné de Madame Vandervelde, qui donnera des conférences aux femmes, dans les villes des Etats-Unis.’[3]
Lalla en haar man gingen er van uit dat zij op hetzelfde schip als de officiële Belgische delegatie de reis naar de VS zou kunnen maken, maar dat was een misrekening. Ze kregen formeel te verstaan dat: ‘no women ever had, or could, in any circumstances, accompany a diplomatic mission’.[4]
La Métropole-journal quotidien, 5 september 1914
Dat ze niet de enige waren die anders hadden verwacht, blijkt uit de rectificatie, “vanwege transmissie en vertaling” in La Métropole van 5 september 1914: ‘Rectifiant nos commentaires, nous ajoutons qu’il est aussi inexact que Madame Vandervelde accompagne son mari au cours de sa mission aux Etats-Unis’.
De woorden ‘aussi inexact’ sloegen terug op een eerder krantenbericht dat Lalla Vandervelde met een brief van Koningin Elizabeth de reis zou gaan maken. Neen, het was geen brief van de ‘chef de la maison de S.M. la Reine’, maar ‘Il s’agit d’une lettre écrite par une dame du service de la Reine à la femme de notre nouveau ministre d’Etat, en réponse à l’offre de celle-ci de faire connaître en Angleterre, au cours d’une série de conférences, la situation de la Belgique.’
Het maakte me nieuwsgierig naar de inhoud van de brief van de hofhouding van Koningin Elizabeth, die Madame Vandervelde in de Eighty Club van het Cecil Hotel in Londen had voorgelezen. Merkwaardig genoeg liet die brief aan positiviteit en duidelijkheid niets te wensen over: “Sa Majesté la Reine me prie de vous dire qu’elle approuve pleinement votre intention de porter à la connaissance de l’opinion publique en Angleterre et en Amérique, les misères infligées à notre paisible population, par l’invasion allemande. Cinq de nos provinces sont dévastés, des milliers de famille chassées de leur demeure et actuellement sans domicile, et c’est une œuvre qui mérite la reconnaissance du pays et de l’humanité, que de chercher à les secourir. Les meilleurs souhaits de la Reine vous accompagnent dans ces deux pays, qui auront à coeur de donner assistance à ceux en détresse”.
Was dit een manier waarop enkele heren aan de kant van de Belgische regering hun plaats wilden wijzen aan de vertegenwoordigers van de socialistische beweging bij de start van de missie naar Amerika? Was het het in bescherming nemen van vrouwen tegen hun wens tot autonomie? Hoe dan ook vergde het geduld en incasseringsvermogen om, zelfs onder oorlogsomstandigheden, in deze formele pas te moeten lopen…
Op reis
Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan
Lalla Vandervelde liet zich op geen enkele wijze weerhouden. Ze reisde naar New York, waar ‘The Belgian Women’s Dollar Fund’ was opgericht op de dag dat haar ‘Appeal’ in de New York Times was verschenen. ‘It received its first subscriptions before noon of the same day’.[5]
Het eigen ‘Madame Vandervelde Fund’ zou tijdens haar indrukwekkende rondreis van zes maanden door de VS en Canada ontstaan. Ze werd met open armen en enthousiasme ontvangen. Zij reisde van Syracuse naar Chicago, daarna naar St.Paul en Minneapolis. Ze hield redevoeringen in de grote steden van Canada.[6] Vooral in Chicago, Philadelphia en Boston was ze zeer succesvol met de inzameling van geld. In Buffalo hielp een vriend om voedselhulp naar België te versturen: meel verpakt in katoenen zakken, die na wassen en bleken gebruikt zouden kunnen worden om kleding van te maken. De vriend zorgde er ook voor dat de naam ‘Madame Vandervelde Fund’ op de meelzakken werd gedrukt.
Meelzakken die heden ten dage getuigen van de vastberadenheid van een vrouw in oorlogstijd.
“Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.”
– Mijn grote dank aan Evelyn McMillan, Stanford University, voor de vele informatie en foto’s die ze mij ter beschikking heeft gesteld. Ze wees me op het boek The Spell of Belgium van Isabel Anderson en stuurde me het artikel uit de New York Times van 2 september 1914. Ook stuurde ze mij foto’s van versierde meelzakken in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library Museum en de Hoover Institution Archives.
– Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens van Lalla’s eerste echtgenoot Ferdinand Kufferath. Hij was directeur van Société anonyme des Carrières de Porphyre de Quenast (les Almanachs de Bruxelles).
Geboorte- en overlijdensakten van Kufferath, Hubert François Edouard Ferdinand (Ferdinand), (ºSint-Joost-ten-Noode 28.07.1855 – †Schaarbeek, 14.07.1920) gehuwd met Charlotte Hélène Frédérique Speyer in Reigate, Surrey, UK, op 19 januari 1892, gescheiden op 3 januari 1901. Kufferath hertrouwde met Rachel Hermine Marie Vens.Lalla en Emile Vandervelde (rechts) met twee Duitse socialistische vrienden. Maison du Peuple, Brussel, vrijdag 18 april 1902. Fotoagentschap Zander & Labisch, coll. Deutsche Fotothek *)
*) Bronnen bij deze foto:
– Vermandere, Martine, Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman. Gent, AMSAB IHS, 2023, p. 22,23: de foto blijkt gepubliceerd te zijn op de voorpagina van het Franse tijdschrift ‘La Vie Illustrée’, 25 april 1902, nr. 184 onder de kop ‘Le Grand Agitateur Belge – M. Vandervelde’. Het bijschrift vermeldt de locatie Maison du Peuple in Brussel en de namen van de Duitse socialistische afgevaardigden: Albert Sudekom (staand links) en Sigmund Haller von Hallerstein (zittend links). M. Pierre was de fotograaf.
– Belgische geschreven krantenartikelen van april 1902 tonen aan dat de foto zal zijn genomen in de avond van 18 april 1902. Emile Vandervelde hield een toespraak en groette daarin de twee Duitse socialistische vrienden in de zaal. Hij noemde hun namen niet, om hen te beschermen tegen mogelijke represailles van de Belgische overheid.
‘La soirée de vendredi. Le meeting de la Maison du Peuple. …. Vandervelde, au nom de la solidarité internationale, salue deux députés socialistes allemands présents. (longue acclamation). Je ne les nommerais pas, car je connais trop l’hospitalité du gouvernement belge pour n’être pas prudent. Mais je vous dis qu’ils souffrent de vos souffrances et je les prie d’aller dire notre merci fraternel à nos vaillants compagnons allemands. (Ovation). Avec de tels appuis et de telles forces, la grêve continuera.’
(Le Peuple, 19 april 1902, p.2.)
Balspelen zijn er in de geschiedenis altijd geweest. Hoe leuk zou het zijn als er ballen zouden opduiken op versierde meelzakken van WO I: bedrukt op de originele meelzak in Noord-Amerika of geborduurd of beschilderd in België?
Ik zou er graag een blog over schrijven.
De gedachte kwam bij me op door het blog van Matthew Schaefer: ‘Opening Day, Baseball and Tough Times’ over de betrokkenheid van Herbert Hoover bij de baseball sport. Het verscheen recent op de blogwebsite van de Herbert Hoover Presidential Library in West-Branch, Iowa, VS. Matthew Schaefer is er archivaris en publiceert met regelmaat op ‘Hoover Heads’, blogs met een grote variëteit aan onderwerpen rondom het leven en werken van de man die directeur was van de Commission for Relief in Belgium en later de 31ste President van de Verenigde Staten van Amerika werd, Herbert Hoover, en zijn vrouw Lou Henry Hoover.
Maar omdat ik tot heden geen bal op enige meelzak heb aangetroffen presenteer ik graag een andere sport op een meelzak en wel de paardensport.
‘Roller Mills IXL’, een van de acht panelen met versierde meelzakken in het kamerscherm. Coll. IFFM inv.nr. IFF 002733
Draver en pikeur op sulky, detail kamerscherm. Coll. IFFM‘Roller Mills’ in stiksteken. Coll. IFFM
In draf op een meelzak De eerste ‘paardensport-zak’ waar ik kennis mee maakte, bevond zich in de collectie van het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper. In de collectie is een kamerscherm, bestaande uit 8 panelen met versierde meelzakken. Eén paneel is de meelzak ‘Roller Mills IXL’ met de afbeelding van een fel dravend paard voor een sulky met grote wielen en daarop een geconcentreerd mennende pikeur.
Tijdens mijn meelzakkenonderzoek in IFFM in juni 2019 heb ik de draver en pikeur op het kamerscherm van nabij mogen bestuderen in het depot Depotyze aan de Zonnebeekseweg.
De pikeur op de sulky in groene uniformjas met dubbele rij gouden knopen. Coll. IFFM
De meelzak is eerst beschilderd en van kleuren voorzien. Dan is het borduurwerk aangebracht: de contouren van het paard langs de halslijn en enkele accenten op het groene uniform van de pikeur. Het jasje heeft een dubbele rij gouden knopen, de vouw van de broek en het hoofddeksel zijn geaccentueerd. De details van het gezicht zijn vermakelijk: zwarte steekjes maken de ogen en zetten een trotse snor!
Kepi van de Belgische ‘chasseurs à pied’ 1837, 1845 en 1850
Het hoofddeksel lijkt het meest op de kepi van een Belgische ‘chasseur à pied’ òf een karabanier. Zelfs een regimentsnummer is met enkele zwarte steekjes aangebracht. [1]
De X van ‘IXL’ in stiksteken met Franse knoopjes
De contouren van de letters ‘Roller Mills’ zijn in stiksteken geborduurd. De letters IXL zijn opgevuld met stiksteken en ‘Franse knoopjes’. Daaronder staat het woord ‘FANCY’, ook geborduurd, maar de letters zijn gehalveerd omdat de nagels van het paneel op die plaats in de stof zijn geslagen.
Een fraaie meelzak, jammer genoeg zonder herkomst aanduiding van de maalderij, die de zak met meel gevuld geschonken heeft aan België.
Welke maalderij heeft deze zak verstuurd, waar kwam het meel vandaan? Na uren tevergeefs online speurwerk en dagen nadenken over een manier om achter de naam van de maalderij te komen, kreeg ik een ingeving. De paardensport.
De onbewerkte meelzak IXL van Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. KMKG Tx 2650
Paardenrennen Ik herinnerde me het Bulletin van de Koninklijk Musea Kunst & Geschiedenis (KMKG) in Brussel. Daarin heeft professor Guy Delmarcel van KULeuven in 2013 een interessant artikel gepubliceerd over de collectie versierde meelzakken van het museum.[2] Hij beschreef een meelzak met een beeld van ‘paardenrennen’ met inventarisnummer Tx 2650. Bijlage 1 bij het artikel, de ‘Lijst van de Amerikaanse meelzakken in de KMKG’ vermeldde bij dit nummer de staat Utah, merknaam IXL, maalderij Central Milling Co. in de plaats Logan. Ook zonder foto van de KMKG-meelzak te hebben gezien, dacht ik: “IXL in combinatie met paardenrennen: YES! dat zal best eens de goede combinatie kunnen zijn, ook voor de meelzak in het IFFM kamerscherm!”
In februari 2020 heb ik de collectie van het KMKG in Brussel een dag mogen bestuderen. En heb inderdaad de tweede paardensport-zak gevonden, mijn vermoeden was juist.
Draver en pikeur op sulky. Onbewerkte meelzak IXL, Central Milling Co. Coll. KMKG Tx 2650Draver op volle snelheid. Coll. KMKG
Vergelijking Het is intrigerend om aan de hand van mijn foto’s uit Brussel en Ieper de twee paardensport-zakken met elkaar te vergelijken: de Amerikaanse bedrukking van de onbewerkte meelzak naast de bewerkte meelzak met Belgische beschildering en borduurwerk.
Het paard draaft even fel, de pikeur is net zo geconcentreerd. Verschillen zijn er ook: de grote wielen van de sulky hebben ragfijne spaken, de pikeur draagt een jas met enkele rij knopen, de broek heeft geen vouw, op het hoofd staat een pet met klep. Ogen kijken recht vooruit en de snor staat iets minder genoegzaam op de bovenlip.
Al met al heeft de Belgische bewerking een kleurrijk schouwspel gemaakt van de draverij.
Logan, Utah De geschiedenis van de maalderij Central Milling Co. in Logan, Utah heb ik geprobeerd te bestuderen vanuit de vraagstelling: waarom staat de drafsport afgebeeld op de meelzak van deze maalderij?
De oude maalderij van Central Mills in Logan. Rechts de Deseret Mills. Links de Logan Utah Temple. Foto: website Central Milling Co.
De stad Logan is na de hoofdstad Salt Lake City de grootste stad van Utah. Utah staat erom bekend dat de helft van de bevolking Mormonen zijn, aangesloten bij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste Dagen. Een grote tempel bepaalt het stadsbeeld van Logan. In ‘A History of Cache County’[3] is een indruk gegeven van de komst van de ‘settlers’ in dit deel van de VS, het leven in Logan en de ‘County Cache’, begin 20ste eeuw.
Interieur Central Mill, circa 1907. Foto: ‘A History of Cache County’
Central Milling is opgericht in 1867 en een van de oudste ondernemingen in Utah die nog altijd in bedrijf is. Central Milling zal als coöperatie zijn ontstaan van boeren die gezamenlijk hun graan lieten malen. De samenleving van Mormoonse settlers pakten velerlei ondernemingen tesamen aan, wat leidde tot succesvolle bedrijven. Ook spoorlijnen werden aangelegd, waardoor transport van goederen naar andere staten werd versneld en de economische ontwikkeling van het agrarische gebied in Cache County in hoog tempo verliep. Central Milling werd een vooraanstaand producent van meel door gebruik te maken van het industriële ‘roller mill’ systeem om graan te malen. De maalderij was gevestigd aan de Logan River die waterkracht leverde om de machines aan te drijven. Tijdens WO I was het bedrijf eigendom van 50 aandeelhouders, de oprichters van de onderneming. In 1917 kocht Herbert R. Weston uit Idaho alle 50 aandeelhouders uit en de Weston familie runde het bedrijf vervolgens 80 jaar. De huidige maalderij is samengegaan met Gilt Edge Mills en richt zich op het voortbrengen van biologische meelproducten vanuit de filosofie van samenwerking tussen boeren, molenaars en bakkers.
Dorsmachine die werkt op paardenkracht. Foto: ‘A History of Cache County’
De drafsport Baseball en paardenraces waren de voornaamste buitensporten voor de mensen die zich kwamen settelen in Utah.[4] Ze besteedden veel aandacht aan het fokken en trainen van racepaarden. Een goede renbaan van een halve mijl was in Logan aangelegd op de ‘Church Farm’ in 1881, het publiek kwam uit vele streken rondom Logan en vermaakte zich uitstekend tijdens de races en draverijen, vooral op zon- en feestdagen. De website MendonUtah.net noemt succesvolle hengsten, ruinen en merries en hun eigenaars uit die tijd bij naam. De link met de draver op de meelzakken van Central Milling Co. is hiermee duidelijk gelegd. De naam van het paard en de eigenaar zullen we echter moeten blijven gissen.
Lou Henry Hoover te paard, circa 1931. Foto: Herbert Hoover Presidential Library
Lou Henry Hoover
Desgevraagd berichtte Matthew Schaefer me dat Herbert Hoover geen paarden-fan was, hij reed af en toe, maar zijn vrouw Lou Henry Hoover reed des te meer paard. Zij was een uitstekende amazone.
Matthew voegde eraan toe dat hij recent aanwezig was geweest bij de opening van een tentoonstelling ‘The Pull of Horses’ in de bibliotheek van de Universiteit van Iowa in Iowa City.
Draver in Logan, Utah. Detail meelzak kamerscherm. Coll. IFFM
Hij noemde het verhelderend om herinnerd te worden aan de alomtegenwoordigheid van paarden 100 jaar geleden.
Die verheldering kwam tot mij door het paard in draf op de versierde meelzakken van WO I in de collecties van IFFM in Ieper en KMKG in Brussel.
Uitgelichte afbeelding: Gedeelte van een digitale fotocollage van de collectie versierde meelzakken van WO I in het In Flanders Fields Museum Ieper. Foto-collage: Tamara Raats, 2020.
Mijn dank gaat uit naar:
– Els de Roo van het In Flanders Fields Museum, Ieper. Ze ontving me als eerste bezoekende onderzoeker in Depotyze voor research van het kamerscherm met acht panelen van versierde meelzakken, waaronder paneel ‘IXL’ ; – Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen de onbewerkte meelzak ‘IXL, Central Milling Co.’, te bestuderen.
[1] Met dank aan Rob Troubleyn voor de informatie over de kepi van de
Kepi van de Belgische karabaniers
Belgische ‘chasseurs à pied’ en de karabaniers.
Hij corrigeerde mijn eerdere interpretatie, de kepi van een Franse ‘chasseur forestier’ (jager-boswachter), model 1884, zie Dossiers/Files In Flanders Fields Museum, Van Traditie naar Bescherming. Franse militaire hoofddeksels uit de Eerste Wereldoorlog. Samenstelling Philippe Oosterlinck mmv Dominiek Dendooven
Mijn blog ‘Humanitaire hulp voor België’ van 11 maart 2020 eindigde met de conclusie dat de Amerikaanse inzameling van voedingsmiddelen voor de Belgische bevolking, zo enthousiast begonnen in najaar 1914, eind april 1915 voorbij was.
De Commission for Relief in Belgium (CRB) groeide in de eerste helft van 1915 uit tot een naar omstandigheden geoliede inkoop- en logistieke organisatie die wereldwijd tarwe, bloem en andere voedingsmiddelen inkocht. Zie ook het blog: Vierenhalf miljoen ‘Amerikaanse Bloemzakken’ naar België
De CRB importeerde de produkten in België via Rotterdam. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) was er in geslaagd de distributie van voedingsmiddelen zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien. De nieuwe CRB-publiekscampagne in de VS richtte zich op geldinzameling en kleding. Het geld was nodig om de nood te ledigen van de ‘destitute’, de hulpbehoevenden.
Lossen van zakken meel in de haven van Brussel. L’Evénement Illustré, 1 april 1915
De Belgische bevolking met voldoende geld om eten te kopen, betaalden voor hun voeding, armlastigen zonder geld ontvingen onderstand, ze konden met een voedselkaart terecht bij de soep- en broodbedeling.
NKHV en CRB verkregen gelden voor zorg aan de armlastigen, doordat ze een kleine opslag rekenden op de prijs van de voedingsmiddelen die ze verkochten. Alle goederen gingen in België in de verkoop, ook die door liefdadigheidsorganisaties wereldwijd waren ingezameld. De opbrengst van deze goederen kwam ten goede aan de armlastigen via het fonds ‘Hulp’ van de NKHV.
Het Vlaamsche Nieuws van 7 februari 1915 gaf toelichting op de organisatie van de Komiteit in de provincie Antwerpen in het artikel ‘De Bevoorrading van België’.
Welke relatie is te leggen met de versierde meelzakken?
In het boek ‘Figthing Starvation in Belgium’ van Vernon Kellogg staan drie foto’s die mij zeer aan het denken hebben gezet.
Foto 1 is een ‘relief ship’, een oceaanstomer uit Canada of de VS met levensmiddelen voor België.
Foto 2 geeft inkijk in het vrachtruim van een schip, gevuld met zakken bloem, ze zijn bedrukt met logo’s van meelfabrieken, het zijn handzame zakken met inhoud van 49 lbs, gelijk aan 22,5 kg. De zakken staren me aan als kleine hoeveelheden, stukwerk dat tijd kost, lading die om intensieve handling vraagt. Maar wel kleurrijke, exotische zakken bloem die geschonken zijn vanuit het hart door verre weldoeners en gulle gevers.
Foto 3 is het beeld van de Maashaven in Rotterdam, waar een oceaanstomer zijn lading graan lost. Dit is bulkvervoer, twee graanelevatoren zuigen het ruim van het schip leeg, met motoren op maximaal vermogen. In recordtempo vullen ze de binnenvaartschepen voor hun reis naar België.
The New York Times, 29 december 1914
Lijst van ‘State Ships’. Ze vervoerden de levensmiddelen, zowel aangekocht als donaties [5]Van lieverlee drong het tot me door dat de meelzakken waarnaar ik onderzoek doe, naar België zullen zijn vervoerd als onderdeel van Amerikaanse en Canadese liefdadigheid: ze waren donaties in natura, in najaar 1914 en begin 1915 ingezameld door de duizenden Belgian Relief comité’s met acties door vrouwen op scholen, in kerken, winkels, met verslaglegging in de kranten, getransporteerd door de ‘State ships’, de Miller’s Belgian Relief Movement, enkele schepen van de Rockefeller Foundation, de Canadese schepen die als eerste hulpgoederen brachten.
In de loop van 1915 was dit over, de CRB was goed op dreef, ze vroegen niet meer om voedsel, maar om kleding en geld, bovendien was de urgentie verdwenen en de Amerikaanse comité’s verlegden hun interesse.
De conclusies die ik trek zijn:
De stroom meelzakken met kleurrijke bedrukkingen is medio 1915 opgedroogd;
De meelzakken die ik bestudeer zijn deels verpakkingen van donaties geweest, dus maakten deel uit van de 10% CRB-budget, dat door internationale liefdadigheid bijeen is gebracht;
Het enthousiasme van de Belgische bevolking voor de meelzakken had als extra facet, dat zij bekend waren met de donaties en aankopen. Toch betaalde iedere Belg -behalve de armlastigen- voor de hulp, waardoor de buitenlandse liefdadigheid een interessant binnenlands accent kreeg;
De meelzakken aangevoerd in die begintijd zijn door Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars uitgekozen voor hun eigen liefdadigheidswerk middels transformatie tot kleding en door versieringen met borduur- en naaldwerk en beschilderingen.
Jeanne Castadot houdt haar toespraak tot CRB-gedelegeerde Robert Arrowsmith; Herstal, 13 januari 1916; foto eigen collectie
Ik kan nu ook beter de uitspraak plaatsen van Jeanne Castadot, voorzitster van l’Œuvre des Prisonniers in Herstal, provincie Luik, ter gelegenheid van de verkooptentoonstelling van versierde meelzakken in januari 1916.
Zij hield een toespraak in aanwezigheid van Robert Arrowsmith, Amerikaans CRB-gedelegeerde in de provincie Luik. Ze richtte zich tot Arrowsmith en zijn collega’s toen ze zei: “We thank you, you who have been so kind and so generous to send us, so many bushels of flour. We have had the pleasure to embroider and beautify the empty bags and to employ them a second time as a matter of charity. Be welcome, American benefactors, who have prevented our unhappy little country from starving. We shall be eternally grateful to you.”[1]
‘Bénis soit l’Amerique!’ Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour’ from Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn.; door Marthe Boël verkocht aan een Amerikaanse militair na WOII; collectie HHPLM
Mme Pol Boël, Marthe de Kerchove de Denterghem, leidde als erevoorzitster het liefdadigheidswerk in La Louvière.[2]
Zij maakte een toelichting bij de meelzak ‘Bénis soit l’Amerique!’ over het decoreren van de meelzakken “a game of ingenuity. Those that bore inscriptions naturally were the most prized”. Ze vervolgde “American flour sacks have twice nourished our people, once thanks to the American flour and a second time in allowing artists and work girls to be kept alive by the salaries the work brought them.”[3]
Symbool van kleinschalige humanitaire hulp en liefdadigheid Versierde Meelzakken staan bekend als symbool voor de internationale voedselsteun aan België tijdens WOI. Die voedselsteun was een toonbeeld van humanitaire hulp, door de Amerikanen efficiënt uitgevoerd als ‘economic machine’; in België onder aanvoering van Emile Francqui streng geleid door ondernemers, bestuurders en de heersende klasse, gestuurd door maatschappelijke normen en waarden.[4]
Versierde Meelzak ‘Zephyr’ van Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas; eigen collectie
De uitstraling van de versierde meelzakken levert een scherp contrast op.
Versierde Meelzakken zijn zowel voor Noord-Amerika als voor België het bewijs van lokale, kleinschalige, menselijke hulp en liefdadigheid, spontaan ontstaan in de crisissituatie van de Groote Oorlog. Daardoor werden ze een rage.
De meelzakken kwamen uit de harten van de Noord-Amerikanen, die klopten voor België.
De versieringen kwamen uit de harten van Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars, ze hielden moed, opgewarmd door de liefdadigheid van de internationale gemeenschap. Gedreven door de eigen cultuur verleenden ze via de versierde meelzakken kleinschalige, humanitaire hulp aan gezinnen van werklozen, aan krijgsgevangenen in Duitsland, aan weduwen en wezen van omgekomen soldaten.
Daarom zijn versierde meelzakken zakken vol herinneringen.
[1] Castadot, Jeanne, Discours prononcé par Madame Castadot, Présidente de l’œuvre des prisonniers de guerre, le 13 janvier 1916, à l’Hotel de ville de Herstal. Eigen collectie
[2] Le Quotidien, ‘L’Exposition des Arts et Travaux de la Femme, à la Louvière’, 4 september 1915
[3] Boël, Marthe, Story of the American Flour Sacks. Brief, ongedateerd, (circa 1945); behoord bij versierde meelzak ‘Bénis soit l’Amérique’ in collectie HHPLM, West-Branch, Iowa; informatie uit de Hoover Heads blog van HHPLM: ‘Subversive Flour Sacks of Thanks’ van Thomas Schwartz, 6 januari 2016
[4] Nath, Giselle, Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België. Antwerpen: Manteau, 2013
[5] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 548
Humanitaire hulp voor België kwam onmiddelijk op gang, na de Duitse inval in het land in augustus 1914. Omringende landen vingen Belgische vluchtelingen op.
Belgian Relief Bulletin, New York, 25 november 1914
Duizenden gemeenschappen in Canada, gevolgd door de VS, richtten een Belgian Relief Fund op, waarbij de Belgische consuls initiatieven tot het bijeenbrengen van geld en goederen mede coördineerden, teneinde de ‘war relief donations’ naar bezet België te versturen. Nationale en lokale kranten in de donorlanden vormden de motor achter de communicatie. De donaties werden accuraat bijgehouden, de kranten publiceerden lange lijsten met namen van de donors, bedragen en goederen, en riepen op tot méér donaties.
Op aandringen van Belgische vooraanstaande burgers ontstond de Commission for Relief in Belgium (CRB) in Londen ontstond eind oktober 1914 temidden van deze spontane en gedreven acties en werkte zich op tot de centrale -particuliere- organisatie voor humanitaire hulp aan bezet België. Orde scheppen en acties coördineren vanuit het hoofdkantoor in Londen zag de CRB als eerste taak. Ze had de medewerking van Groot-Brittannië ontvangen tot doorlaten van de goederen en Duitsland had verklaard geen door de CRB geïmporteerde producten in België te zullen opeisen. In België bereidde het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) zich voor op de ontvangst van de goederen en de provinciale en lokale distributietaken. De tekorten waren inmiddels door het hele land voelbaar.
Collectie Keym, Stadsarchief Brussel, 1915
“Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”, propageerde de CRB vanuit Londen. En het verzocht leiders van Amerikaanse staten goederen en geld in te zamelen, zodat de levensmiddelen per schip -door de CRB betaald- de oversteek van de Atlantische Oceaan konden maken. Met alle publiciteit van dien.
In vier maanden tijd, november 1914-februari 1915, slaagden de diverse organisaties in en buiten België erin hun taken zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien.
Waar het geld vandaan kwam Welke ontwikkeling kende de financiering van de humanitaire hulp?
Het NKHV en de CRB startten de inkoop van goederen met leningen van particulieren, zoals Ernest Solvay, van banken via Emile Francqui, buitenlandse tegoeden van de Belgische overheid; ook de Britse regering verstrekte een lening.
Vandaar groeide de financiering door tot een complex systeem van leningen, schuldvereffeningen, garanties en subsidies tussen de geallieerde landen België, Frankrijk en Engeland.
Het was ondenkbaar dat de overheid van een neutraal land, zoals de VS, mee financierde aan de voedselhulp voor bezet België, een land in oorlog. Zelfs was er kritiek op de oproepen van de CRB aan de Amerikaanse Staten om mee te werken en het publiek in de VS om geld in te zamelen voor Belgian Relief.
Toen de VS in april 1917 de oorlog verklaarde aan Duitsland veranderde de situatie. Vanaf toen financierde de Amerikaanse overheid met leningen de bevoorrading van bezet België en Noord-Frankrijk.
De importen van de CRB waren totaal:
Totaal bedrag importen 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929
De overheidsleningen van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk waren:
Totaal bedrag overheidsleningen 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929
Internationale liefdadigheid Door de inleiding van dit blog zou je de indruk kunnen hebben dat de bevoorrading van bezet België gefinancierd is door liefdadigheid. Dat is een misverstand. Meer dan 90% van de goederen is gefinancierd door overheden. Er zijn wel altijd liefdadige accenten gelegd: de medewerkers van de CRB ontvingen geen salaris, de Amerikaanse spoorwegen vervoerden de zakken meel naar de zeehavens enige tijd gratis, de Rotterdamse haven stelde de CRB-schepen vrij van havengelden, het CRB-kantoor in Rotterdam mocht vrij gebruik maken van telefoon en telegraaf verbindingen, enz., enz. *)
Ik citeer Vernon Kellogg, CRB-medewerker en hoogleraar aan Stanford University, Palo Alto, Ca.:
“A glimpse of the great commercial activities involved in de buying and sending of the food: Although much of it, especially in the beginning months of the work, was bought directly by the givers in their various States and regions, some of it in large quantities by committees, as in the case of the special relief ships, and some of it in small quantities by the individual givers, the greater part of the food sent to Belgium has been bought by the New York and London offices by the Commission, which have an elaborate purchasing and shipping machinery.”[1]
Het liefdadige accent van de donaties van het publiek -wereldwijd- aan de CRB is maximaal 10% geweest van de inkomsten die de CRB nodig heeft gehad om haar taken van 1914-1919 uit te voeren. “The Commission has not, as too widely believed in America, obtained all of the $300,000,000 worth (amounting in quantity to 3 million tons) of food and clothing it has sent into Belgium and North France, by charitable donation from the United States, nor even from the United States plus the rest of the world. Nor has it delivered all this food directly to the 9 1-2 million unfortunate inhabitants of Belgium and Northern France by the immediate hands of its American volunteer members. The total private charity of the world for the relief of Belgium and North France, put into the hands of the Commission as money or direct donations of food and clothing, has amounted to but $30,000,000, of which ten millions have come from the United States, and there have never been more than forty American Commission workers at one time in Belgium and Northern France.”[2]
Versierde Meelzak ‘The Rockefeller Foundation’, geborduurd en naaldkant; collectie War Heritage Institute, Brussel
Dus: $10 miljoen aan publiekdonaties uit de VS met substantiële bijdragen van filantropische instellingen en particulieren als The Rockefeller Foundation (enkele miljoenen dollars), the ‘Miller’s Belgian Relief Movement’ (een half miljoen dollar).
Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour from Red Wing Milling Co., Red Wing, Minn.’; onderdeel van de Miller’s Belgian Relief Movement, geborduurd en teruggestuurd naar Red Wing Milling Co.; Collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (foto HHPLM)Begeleidende brief bij de geborduurde meelzak van Northwestern Miller editor W. Edgar aan Red Wing Milling Co., 24 november 1916. Collectie HHPLM
De overige $20 miljoen aan donaties kwam voornamelijk uit de Gemenebest landen: Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland: “The great sum received by private gifts from British sources has been chiefly raised by the admirably organized and energetically directed campaign of the British National Committee for Belgian Relief” schrijft Vernon Kellogg.
De motor achter het Britse comité was de secretaries Sir William Goode: “This committee has conducted an impressive campaign of propaganda and solicitations of funds, collecting $12,500,000 with which to purchase foodstuffs and clothing for the Belgian destitute.”
De donaties voor Belgian Relief volgens Gay & Fisher, Public Relations of the CRB Documents deel II no. 597-599, 1929
“Propaganda” en “nuisance value” Ik breng in herinnering de CRB-oproep aan het Amerikaanse publiek in najaar 1914, die ik vanwege mijn focus op de meelzakken beperkt heb geformuleerd tot “Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”. De oproep was echter veel breder: “zamel in en stuur ons voedingsmiddelen, kleding en geld voor België”, waarbij het ingezamelde geld lokaal diende te worden omgezet in hulpgoederen, om plaatselijke ondernemers en werkgelegenheid te ondersteunen.
“Cash Contributions Only”: Belgian Relief Bulletin, New York, 5 januari 1915
De CRB was een Amerikaans geleide inkoop- en logistieke organisatie en erop gebrand zo efficiënt mogelijk te werken.
Binnen enkele weken hinderden de kleine zendingen met hulpgoederen van het publiek de efficiëntie. Publieke donaties in natura kregen ‘nuisance value’. Vernon Kellogg: “As a matter of fact, the purchase and sending to us of food in small quantities gave us much trouble, and was necessarily a very uneconomical way of handling the matter.”
Branden Little: “The CRB understandably desired to systematize donations and eventually preferred cash gifts rather than randomly donated items, so that it could procure bulk cargoes of grains and other foods, thereby optimizing its shipping capacity and achieving economies of scales with its expenditures.”[3]
Waarom had de CRB dan toch in die beginmaanden ingezet op publieke hulp in natura?
Het antwoord heb ik gevonden in een telegram gedateerd 31 augustus 1915 van Herbert Hoover vanuit Londen, aan Lindon W. Bates, CRB-directeur in New York. Voor mij een relevatie, daarom druk ik het in vette letters af: De oproep aan het publiek, overgenomen door journalisten en breed uitgemeten in de kranten, was propaganda. De CRB had een drukmiddel nodig om de politiek en de strijdende partijen bereid te vinden hulpgoederen voor bezet België toe te laten.
Herbert Hoover op de foto met zakken ‘relief flour’ ten gunste van een van de vele door hem geleide humanitaire initiatieven; foto van inmiddels inactieve website ‘Hoover Legacy’
Hoover in zijn telegram: “It appears to me, from the considerable experience which we have now had in all phases of this work, that certain features have developed. We initially appealed foodstuffs for a starving nation, but we have since built up an economic machine by which this is no longer a legitimate undercurrent of appeal and we long since abandoned it everywhere…. The only legitimate, honest appeal which we have the right to make to the public now is for food, money, or clothing for the destitute in Belgium….
Collectie Keym, Stadsarchief Brussel
In the initial stages in order to bring vividly before the world the right of the Belgians to import foodstuffs, we engaged in a wide propaganda of newspaper publicity. This material had great news value and was freely used and in the main served to create a public opinion in support of the Commission’s objects. This phase is now firmly established, and the material no longer has news value and is no longer received by the press.”[4]
Branden Little zag het tegenstrijdige in het handelen van de CRB als het zoeken naar de balans om de Amerikaanse burgers achter zich te hebben staan: “Fully aware of the insufficiency of private donations to purchase food for millions dwelling in occupied lands, Hoover nevertheless thrived on the volume of small contributions, which he understood were an indication of America’s heart for Belgium.”
Najaar 1915 reorganiseerde de CRB zijn Amerikaanse organisatie en beperkte zich in de oproepen aan het publiek: kleding en geld was nodig ten behoeve van de ‘destitute’ in België. De inzameling van voedingsmiddelen in natura was voorbij.
*) Deze ‘liefdadige accenten‘ zijn echter wel ’te gelde’ gemaakt. Reeds in mei 1916 liet de CRB aan de Belgische minister van Financiën Van de Vyvere weten dat ze de ‘winsten’ van hun werk niet toerekenden aan de ‘Belgian government subsidies’, de Belgische overheidssubsidies, maar aan de ‘public subscriptions’, de Belgische bijdragen van de burgers. De winsten waren ontstaan door de inzet van vrijwilligers, honderden mensen via CRB en 35.000 tot 40.000 mensen door CNSA, etc. Ook was de winst ontstaan door de ‘belasting’ opgelegd aan de rijke burgers in bezet België waarmee de hulpbehoevenden werden geholpen.
De CRB stelde in een brief van 18 juli 1916 daarom voor dat bij liquidatie van de CRB in de toekomst deze ‘winsten’ ten goede zouden komen aan het hoger en universitair onderwijs in België. (Bron: Gay & Fisher, Public Relations of the CRB Documents deel II no. 527, 1929)
Bij de liquidatie in 1919-1920 is de hoogte van de ‘winsten’ vastgesteld, zijnde een bedrag van $33 miljoen.
[1] Kellogg, Vernon, Fighting Starvation in Belgium. New York: Doubleday, Page & Company, Garden City, 1918 p. 111
[2] Williams, Jefferson and ‘Mayfair’, The Voluntary Aid of America. New York, London: 1918. Het citaat geef ik vanwege het relatieve beeld tussen subsidies en donaties; men baseerde zich op andere totaalcijfers van de CRB-hulp dan Gay en Fisher.
[3] Little, Branden, De humanitaire mobilisatie in de Amerikaanse steden voor de steun aan België, 1914-18. Brussel: Musée et Archives de la Ville de Bruxelles, Cahiers Bruxellois – Brussels Cahiers 2014/1N (XLVI), (p. 127-145)
[4] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 577, p. 268
Het uitbreken van de oorlog en de Duitse bezetting van België maakten in Nederland grote indruk. De spanning van de oorlog in de omringende landen wierp zijn schaduw over het land; het handhaven van de neutraliteit vroeg een enorme inspanning. De jarenlange mobilisatie en paraatheid van het leger was een uitputtingsslag voor de Nederlandse militairen.
Koningin Wilhelmina bezoekt versterkingen van het Nederlandse leger. Afb. L’Evénement Illustré, 16 oktober 1915
Duizenden Belgische vluchtelingen kwamen de grens over en deden een beroep op hulpverlening van de Nederlandse bevolking. Een bericht in de
De Rockefeller Foundation deed ook omvangrijke schenkingen meel aan het bezette België. Daaruit resulteert deze Versierde Meelzak in de collectie van het War Heritage Institute, Brussel
Nieuwe Rotterdamsche Courant vertelt over het verstrekken van humanitaire hulp door een Rotterdams dames comité, met ondersteuning van de Amerikaanse Rockefeller Foundation, een filantropische instelling met duidelijke visie: ze zijn bereid te helpen op voorwaarde dat de wil tot werken bestaat. Dus hebben 80 Belgische vrouwen zich aan het naaien en breien gezet van hemden en onderbroeken:
‘Bij de groote vraag naar ondergoed hebben eenige dames te dezer stede op kleine schaal een proef genomen om Belgische vrouwen te laten naaien voor hun ongelukkige landgenooten. Dat die aanvankelijke proef een groot succes belooft te worden, is te danken aan de onverwachte en niet genoeg te waardeeren hulp van drie Amerikaansche heeren, gezonden door de ‘Rockefeller foundation for war relief’. De heeren Jenkinson, dr. Rose en mr. Bicknell hebben in opdracht door heel Europa te reizen, om te zien, waar hulp het noodigst is. In ons land gekomen, vonden zij ook hier grooten nood, vooral ook onder de Belgische vluchtelingen door de gedwongen ledigheid. Zij zijn bereid hen te helpen, wanneer van hun kant de wil tot werken bestaat, en zij willen in Rotterdam een proef nemen die, als zij slaagt, over het geheele land zal worden voortgezet. Mislukt deze proef, dan trekken zij hunnen belofte terug. Een comité heeft zich gevormd, bestaande uit bovengenoemde dames en den heer Jenkinson; dit comité heeft in enkele dagen ruim 80 Belgische vrouwen in het Uranium-hotel aan het naaien en breien gezet. Met groote bereidwilligheid en dankbaarheid werken nu deze vrouwen voor hun landgenooten; per dag worden er 75 stuk mannenkleeren afgeleverd. 1/3 hiervan komt ten goede aan vluchtelingen te Rotterdam; 2/3 hoofdzakelijk aan de geïnterneerde Belgische militairen. Alle kosten van naaimachines, stof, enz. worden gedragen door de Amerikanen, die hierdoor indirect het land een grooten dienst bewijzen, en aanspraak mogen maken op groote dankbaarheid. De commissie hoopt van harte, dat onze stad den hoogen dunk, dien Amerika van Rotterdam heeft, niet zal doen verloren gaan en dat zij zich het in haar gestelde vertrouwen ten volle waardig zal toonen.’ (NRC 7 januari 1915)
SS Lynorta, afgemeerd in de Maashaven in Rotterdam, is de Atlantische Oceaan overgestoken met 5600 ton hulpgoederen, zowel schenkingen uit de staat Virginia als aankopen door de CRB. Januari 1915. Afb. La Belgique et la Guerre [1]Zakken meel uit de staat Virginia worden overgeladen in een binnenschip. Afb. Literary Digest, 8 mei 1915
De stad Rotterdam heeft een unieke rol gespeeld bij het welslagen van de internationale voedingsmiddelenbevoorrading aan de Belgische bevolking.
De Rotterdamse haven was de plaats waar de Commission for Relief in Belgium (CRB) met oceaanstomers alle goederen aanvoerde en vervolgens overlaadde op binnenvaartschepen voor het vervoer naar België.
Het hoofdkantoor van de CRB was gevestigd in Londen en voor de coördinatie van het transport richtte de CRB een kantoor op in Rotterdam.
Doorslag van brief van 19 januari 1915 van CRB Rotterdam aan CRB Brussel met de mededeling dat alle telegrammen naar België en Londen voor rekening zullen zijn van de Nederlandse overheid. Rijksarchief in België
In ‘A History of the C.R.B.’ beschrijft Tracy B. Kittredge [2] de geschiedenis van de CRB in Rotterdam. De CRB-vertegenwoordiger, de Amerikaan Captain Lucey en enkele medewerkers, namen om te beginnen hun intrek in het kantoor van Furness & Co. Op 21 november 1914 verhuisde het kantoor naar een eigen locatie aan het Haringvliet 98.
Het CRB kantoor aan het Haringvliet 98, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]De heer J.M. Haak was manager van het kantoor, de heer Van der Sluys stond aan het hoofd van de ‘shipping department’ en was verantwoordelijk voor de organisatie van de binnenvaartschepen die naar België voeren en de overslag van de goederen in de Rotterdamse haven, om precies te zijn, de Maashaven. Een overslag die veelal in recordtempo werd uitgevoerd. De heer Van den Branden was de Belgische vertegenwoordiger van het NKHV/CNSA en hield zich vooral bezig met de financiële operaties. In december 1914 volgde de Amerikaan C.A. Young Captain Lucey op als directeur van CRB Rotterdam.
De medewerkers van de CRB in Rotterdam in 1915/1916. Acht dames, waarvan zeven met hoed, staan op de tweede rij. Onderste rij, derde van rechts is de heer Joseph Jean De Pooter (Antwerpen, 8/3/1875-16/12/1940)**, naast hem, links op de foto, zit Lewis Richards. Afb. La Belgique et la Guerre [1]Het kantoor was goed georganiseerd en efficiënt en werkte tegen lage kosten; het groeide in de loop van de jaren uit tot een organisatie van tientallen medewerkers. Fouten werden er niet gemaakt, het stond in schrille tegenstelling tot het CRB kantoor in Brussel, dat nog wel eens wist te blunderen bij de uitvoering van zaken, aldus Tracy Kittredge in zijn geschiedschrijving.
Het Rotterdams Jaarboekje van 1915-1919 bevat een dagelijkse kroniek van belangrijke gebeurtenissen in de stad en geeft inzicht in de gang van zaken in Rotterdam tijdens WOI.
Lees hier over de aankomst van voedingsmiddelen voor de Belgen, genoteerd in het Rotterdams Jaarboekje:
Overslag van hulpgoederen voor bezet België in de Maashaven, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]November 1914: 24 Heden is uit Londen alhier aangekomen het stoomschip J. Blockx, met een lading voedingsmiddelen voor de Belgen
December 1914: 3 Het stoomschip Thelma komt uit New York hier aan met 1740 ton voedingsmiddelen voor de Belgen. 8 In den afgelopen nacht is het stoomschip Denewell uit Kurrachee (Karachi, Pakistan) alhier aangekomen met 6000 ton voedingsmiddelen voor de Belgen. 18 Het stoomschip Orn komt uit Philadelphia hier aan met ongeveer 1900 ton voedingsmiddelen voor de Belgen 20 De stoomschepen Memento uit Londen en Dorie uit Halifax komen hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen 27 Stoomschip Agamemnon uit New-York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen 28 Het stoomschip Neches uit New York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen 29 Hedenmiddag is het stoomschip Maskinonge uit New York alhier aangekomen met levensmiddelen voor de Belgen 30 Het stoomschip Batiscan uit Philadelphia komt hier aan met ongeveer 6700 ton tarwe voor de Belgen. 31 Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnen gekomen, bestemd voor Rotterdam 7547 schepen tegen 10527 in 1913, aldus een vermindering van 2980 schepen, metende 3.595.744 ton.
Januari 1915: 2. Het stoomschip Lincluden uit Londen komt hier aan met levensmiddelen voor de Belgen.
8. Het stoomschip Calcutta is uit Halifax hier aangekomen met tarwe en andere levensmiddelen voor de Belgen
11. Hier aangekomen met tarwe voor de Belgen zijn de stoomschepen: Kentigern uit New-York, Rio Lages uit New-Orleans en Ferrona uit Philadelphia. … December 1915
31. Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnengekomen, bestemd voor Rotterdam, 3760 schepen, metende 4.224.805 netto registerton, d.w.z. Vg van de inklaring vóór den oorlog. Het aantal der ingekomen schepen van de binnenvaart bedroeg 161.604 met een inhoud van 24.836.418 ton.
Binnenvaartschepen wachten op hun vracht voor bezet België in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]Kittredge geeft cijfers over het eerste jaar 1914-1915 van goederen die in de Rotterdamse haven voor de CRB zijn aangevoerd:
– Op 15 november 1914 was de aankomst van het eerste schip met hulpgoederen: het SS ‘Tremorvah’ met 5000 ton voedingsmiddelen, een schenking van de Canadese provincie Nova Scotia.
– Van half november 1914 tot half november 1915 kwamen 186 volledige scheepsladingen en 308 gedeeltelijke scheepsladingen aan.
– Totaal ontving CRB Rotterdam in het eerste operationele jaar 988.852 ton aan goederen.
Overslag van tarwe met de ‘Stadsgraanzuiger II’, een drijvende graanelevator in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]Als ik de cijfers van de CRB afzet tegen de cijfers van december 1915 in het Jaarboekje Rotterdam, maak ik op dat de Rotterdamse haven enkele tientallen procenten van haar bedrijvigheid dankte aan de doorvoer van goederen naar België.
De unieke rol van de stad Rotterdam is voor mij persoonlijk betekenisvol voor mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WOI.
Ik heb 10 jaar in Rotterdam gewoond, niet ver van de haven. Vanuit de Erasmus Universiteit waar ik studeerde, hadden we uitzicht op de Maas en zagen schepen voorbijtrekken.
Er blijkt weinig kennis te bestaan over de geschiedenis van de CRB en de versierde meelzakken in WOI. Het doet me daarom goed nu een stuk vergeten historie van de stad en de haven te kunnen optekenen.
Zakken meel bestemd voor bezet België in het ruim van een binnenvaartschip. De logo’s op de meelzakken zullen later dienen als borduurpatronen voor Belgische handwerksters. Afb. La Belgique et la Guerre [1]Mijn onderzoek toont aan dat de Rotterdamse haven de enige plaats in de wereld is waar alle meelzakken van WOI moéten zijn geweest! Rotterdam was het transport centrum:
– De aanvoer van de zakken meel gebeurde vanuit diverse Noord-Amerikaanse plaatsen: havens, zowel aan de oost- als de westkust;
– De doorvoer van de meelzakken met binnenvaartschepen ging naar diverse Belgische plaatsen: havens, zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Luik.
Dus: Iedere meelzak in WOI is tussen 1914-1919 via Rotterdam gereisd!
Rotterdam aan de Maas, 2018
Echter, de unieke plaats die Rotterdam als haven inneemt in de hulpverlening aan bezet België, vertaalt zich niet in het Rotterdamse bezit van enige versierde meelzak.
Glazen buidel aan de blaaspijp. Foto: Selma HamstraGlasblazen in Rotterdam. Foto: Selma Hamstra
Gelukkig heb ik inspiratie gekregen voor dit zakkenblog over Rotterdam dankzij de opstart van Glasblazerij Keilestraat in het havengebied Nieuw Mathenesse tussen de Keilehaven en de Lekhaven.
Al jaren hoopte ik ooit in Rotterdam te kunnen glasblazen.
Vorige week was het zover: met dank aan Selma Hamstra voor de aangename, warme gastvrijheid aan collega Yvon Trossèl en mij. Zij bood me de gelegenheid een zak vol herinnering nieuw leven in te blazen!
**) Joseph Jean de Pooter is de grootvader langs moeders kant van Paul Bekkers, die reageerde nav deze blog. De Pooter woonde Nieuwe Binnenweg 274b. Hij bewaarde een lijst met alle handtekeningen van CRB-medewerkers, dd 16/9/1918
Voetnoten:
[1] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922
[2] Kittredge, Tracy B., A History of the C.R.B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited, Printers, 1918
Versierde meelzak ‘Dank van Puers’ (verso)/Flour Canada’s Gift (recto). Foto website Europeana
DANK VAN PUURS
De versierde meelzak ‘Dank van Puers’ ken ik, net als de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’, via de website Europeana.
De plaatsen Puurs en Oppuurs maken deel uit van de gemeente Puurs-Sint-Amands en liggen enkele kilometers ten zuiden van de Schelde in de provincie Antwerpen. Brouwerij Moortgat is hier gevestigd, de brouwer van Duvel, Vedett en De Koninck.
Familie Vertongen
Briefje van moeder Vertongen. Foto website Europeana
De heer Vertongen heeft de versierde meelzak ‘Dank van Puers’ in bezit en doet bij Europeana verslag over zijn familie in WOI. Zijn moeder koesterde de versierde meelzak en schreef er een briefje bij:
“Gedenkenis aan de oorlog van 1914-1918.
De kinderen kregen in de school alle dagen een koek, gebakken van bloem die we kregen van de Canadezen. Veel kinderen kwamen naar school zonder eten”.
Schoolkoek/La Couque Scolaire
De schoolkoek/la couque scolaire, verstrekt door het Nationale Voedingskomiteit, zorgde er in Brussel voor dat álle schoolkinderen, in de ochtend, een koek te eten kregen.
Er werd geen onderscheid gemaakt tussen publieke en privéscholen, het onderwijsniveau, of meisjes- of jongensscholen.
Onderscheid was er wel in de voorwaarden: alleen op de gratis scholen was de koek ook gratis, alle andere leerlingen betaalden voor de koek. De prijs per koek steeg in de loop van de tijd van 5 naar 9 of 10 centimes, terwijl de koek in gewicht afnam van 100 naar 70 gram. Medisch advies was daarom een drank in de vorm van soep, koffie of chocolademelk erbij te serveren. Wetenswaardig daarbij is dat de scholen de koeken geleverd kregen op basis van presentielijsten en leerlingen de koek ter plekke moesten opeten, ze mochten deze niet bewaren. Van misbruik was gebleken: koeken waren doorverkocht en doken op als handelswaar in cafés en bars.
Louis Gille vermeldt op 15 maart 1918[1]:
La couque scolaire ‘Les enfants et jeunes gens des écoles, athénées, collèges, pensionnats, – sans distinction entre établissement officiels et établissements privés ou entre établissements pour filles et établissements pour garçons – jouissent depuis longtemps déjà du bienfait de la couque, – une affriolante couque de farine blanche composée d’une façon particulièrement nutritive, qui leur est remise dans la matinée, généralement à la récréation de 10 heures.
La couque scolaire. Louis Gille in ‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’.
Houssiau en Vreugde vonden aantekeningen over de schoolkoek in het Stadsarchief Brussel[2]: ‘Le corps médical recommande de la manger avec une boisson nutritive, comme le café ou le cacao. Elle diminue considérablement de poids, passant de 100 gr. à 70 gr., à cause des réquisitions de farine et de sucre par l’occupant.’
‘Le contrôle de la distribution de l’alimentation à l’école est de plus en plus réglementé pour éviter tout gaspillage, tout abus et toute dérive. Il s’agit de calculer de manière exacte le nombre de couques à commander par jour, à l’aide de la liste des présences’.
‘La couque scolaire’ (schoolkoek). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.
Georges Rency toont in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’ een foto met een tafereel op school van kinderen gereed om aan te vallen op de schoolkoek.[3] Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een promotionele foto is, want de koeken liggen fraai in stapeltjes geëtaleerd op schalen, de tafels zijn schoon gedekt en bovendien staan er bijna evenveel volwassenen op de foto als kinderen, vooral de aanwezigheid van mannen duidt op een officieel ‘persmoment’.
‘Repas aux déportés revenus de l’Allemagne’ (maaltijd van gedeporteerden, teruggekomen uit Duitsland). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.
Rency geeft nog meer inkijk op de promotie van de voedselverstrekking in een foto van de maaltijd van mannen, die zijn teruggekeerd van deportatie naar Duitsland. De tafelopstelling en de ornamenten op de muren laten zien dat deze is genomen op exact dezelfde plaats als de schoolkoek foto. Ook twee staande heren rechts herken ik op beide foto’s.
DANK VAN PUERS – DANK VAN OPPUERS
Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ (recto), met borduurwerk ‘Dank van Puers’ (verso). Foto website Europeana.
De versierde meelzak ‘Dank van Puers / Flour. Canada’s Gift.’ heeft een afmeting van 75×50 cm.
Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo, met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’.
De bloemzak heeft qua bewerking in alle opzichten verwantschap met de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’. Ik vermeldde dit reeds als bijzonderheid in mijn blog van 30 december 2019.
Beide meelzakken hebben de originele print aan de ene zijde en op de andere zijde het borduurwerk. Beide zijn afgezet met een brede rand kloskant.
Overeenkomende elementen van het borduurwerk zijn: de banier met tekst ‘DANK VAN…’ in hoofdletters, groene takjes met rode bessen in de vier hoeken, het wapenschild van de genoemde gemeente, de vlaggen van België en de VS, de krans in groene en rode twijgen, de naam België en het jaartal 1915.
Rood, geel, zwart, gestrikt sierlint, gefixeerd in drie knoopsgaten, detail meelzak ‘Puers’, foto Europeana.
De meelzak ‘Dank van Puers’ openbaart de functie van de drie knoopsgaten in de ‘Dank van Oppuers’: er is, als patriottisch teken, een rood, geel, zwart sierlint, van boven gestrikt en naar onder door de knoopsgaten getrokken, ter fixering van het lint.
De meelzak van Oppuers mist het sierlint, maar de knoopsgaten zitten er!
De overeenkomst van de borduurwerken is zo frappant, dat mijn vermoeden is, dat de zakken op dezelfde plaats geborduurd zijn. Ik heb hierover gesproken met Jeanne en Jozef De keersmaecker uit Oppuurs en zij vertelden dat kinderen uit Puurs naar school gingen in Oppuurs als deze school voor hen dichterbij huis was. Zo vermoedden wij dat een meisje uit Puurs en een meisje uit Oppuurs als leerlingen tegelijkertijd de borduurwerken hebben uitgevoerd op de school van de zusters Annonciaden uit Veltem.
Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.
De originele bedrukking op de andere zijde van ‘Dank van Puers’ luidt: ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ De herkomst uit Canada maakt de meelzak ‘Dank van Puers’ onderscheidend van de meelzak ‘Dank van Oppuers’ met als herkomst de staat Wyoming in de VS.
FLOUR CANADA’S GIFT
Onbewerkte meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Andere zijde is bedrukt ‘Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Ontario, Canada. Collectie War Heritage Institute, Brussel
Overigens heeft de Canadese bevolking ook voedselhulp verleend aan België. Canada maakte deel uit van het Britse Rijk en was daarom direct militair betrokken in de oorlog. Het hele land organiseerde hulpacties voor de eigen militairen, hun gezinnen en andere oorlogsgetroffenen, zoals de Belgische bevolking.
In september 1914 vormden Belgische ingezetenen in Canada een ‘Central Executive Committee of the Relief Work for the Victims of The War in Belgium’ met zetel in Montréal. De Gouverneur-Generaal van Canada was beschermheer van het comité. [4]
President van het comité was de heer Maurice Goor, Belgisch Consul-Generaal in Ottawa, vice-president was C.I. de Sola, Belgisch Consul in Montréal, ere-penningmeester was de heer Hector (Henri) Prud’homme, bankier.
De Canadese oproep ‘kleding van ieder formaat’ in te zamelen, bleek bij aankomst in Bergen op Zoom een goede bedoeling, maar niet altijd hulpverlenend. ‘Rommel uit Canada’ stond op de foto in de Antwerpse krant ‘De Nieuwe Gazet’, december 1914. Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker.
De oproep aan de Canadese bevolking luidde: “The most suitable contribution in kind would be clothing of every description, new or old, for men, women and children, blankets of wool or cotton, shoes, flour, oatmeal, sugar, dried fruits, dried vegetables, etc.” (De meest geschikte bijdrage in natura is kleding van elk formaat, nieuw of oud, voor mannen, vrouwen en kinderen, dekens van wol of katoen, schoenen, meel, havermout, suiker, gedroogd fruit, gedroogde groenten, enz.)
En over ingezameld geld: “…contributions in money were to be employed for the purchase of goods in Canada…” (‘bijdragen in geld zijn bedoeld voor de aankoop van goederen in Canada.’)
Beschilderde meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Particuliere collectie België. Zie Lizerne Trench Art op Facebook
De inzamelingen waren succesvol. De centrale overheid van het Dominion Canada doneerde $50.000; overheden van de provincies deden ook mee: Alberta schonk 5.000 zakken meel; Saskatchewan $5000; Winnipeg $24.400; British Columbia $5.000; Manitoba $5000, ook Nova Scotia en de vele Belgian Relief Committees volgden met sommen geld en goederen. Na verscheping vanuit Halifax naar de haven van Rotterdam coördineerde de Commission for Relief in Belgium (CRB) de overslag van goederen naar bezet België.
Eenmaal in België associeerde de bevolking de Canadese zakken meel met ‘Amerika’. Vandaar dat de borduursters vanuit hun Belgische, vaderlandse plicht tot decoratie Amerikaanse vlaggen op Canadese meelzakken borduurden.
Onder de titel ‘Purchase of Goods with the Money received by the Central Executive Committee’ (Aankoop van goederen met het geld ontvangen door het Centraal Uitvoerend Comité) verklaart het Comité een aparte commissie te hebben benoemd onder voorzitterschap van de heer R. Dale, voormalig president van de Handelsraad in Montréal, die verantwoordelijk is voor alle aankopen die gemaakt worden met het ingezamelde geld.
De penningmeester, H. Prud’homme, legt in zijn verslag van 5 februari 1915 verantwoording af over de periode van september 1914 tot 5/2/1915:
Het ingezamelde geldbedrag dat het Centrale Uitvoerende Comité heeft ontvangen is bijna $500.000. Daarvan heeft het inkoopcomité $350.000 aan voedingsmiddelen gekocht: voor $300.000 aan ongemalen tarwe en $18.000 aan meel, verpakt in 7000 zakken.[5]
Meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met oceaanstomer en vredesduif. Particuliere collectie België
Waar deze zakken meel gekocht zijn en hoe ze bedrukt zijn, is mij niet bekend. Volgens het rapport van Prud’homme is het merendeel, namelijk 6000 zakken met meel, verscheept naar Rotterdam met de oceaanstomer SS Dorie: vertrek Halifax op 28 november, aankomst Rotterdam 19 december 1914.
Het schip Tremorvah vervoerde eerder al 500 zakken meel naar Europa, vertrek Halifax op 29 oktober, aankomst Rotterdam op 16 november 1914.
Brief van Emile Francqui, voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, aan H. Prud’homme om te bedanken voor de Canadese hulpgoederen aan boord van de Tremorvah. Doorslag brief in het Rijksarchief België, Brussel.
De Canadese meelzakken zullen overgeslagen zijn in de Rotterdamse haven en vóór Kerstmis 1914 gedistribueerd zijn in België.
Detail meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met patriottisch veldboeket: klaprozen, margrieten, korenbloemen in rood, wit, blauw. Particuliere collectie België. Foto: In Flanders Fields Museum.
Toen het versieren van meelzakken in het voorjaar van 1915 in België op gang kwam, zijn er tientallen meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ uitgekozen om te bewerken.
Nu, honderd jaar later, zijn minimaal 9 versierde meelzakken met deze bedrukking in Belgische collecties te bewonderen, een is onbewerkt, twee zijn geborduurd en 6 zijn beschilderd. Drie meelzakken beschreef ik in het blog ‘Meelzakken in Dendermonde‘. Het In Flanders Fields Museum verwierf een beschilderde meelzak in een fraai Art Nouveau houten kader, beschreven in het blog: Art Nouveau kunstwerken voor Mariette en Louisa Van Brussel.
Het vzw Kantcentrum Brugge ontving een schenking van een versierde meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Het Kantcentrum Brugge toonde de geborduurde meelzak tijdens de gelegenheids-tentoonstelling ‘War Lace, oorlogskant uit WOI’ in 2020.
‘Dank u wel, Canada’, Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, van Daniël Vanacker
Er is een foto van de bedrukking op een zak, geborduurd en getransformeerd tot jurkje, geshowd door een blij meisje met dikke boterham in de sneeuw. Ik ben de heer Daniël Vanacker, auteur van ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’ zeer erkentelijk: hij stuurde me deze foto en gaf informatie over de organisatie van de Canadese hulpverlening.
In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa, VS (HHPLM) heb ik 18 versierde meelzakken met de originele bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ geteld.
Jules Van Cromphout, ‘Brabant Commune de Gaesbeek Egmont’s Castle, J.V.C. 1916’, (recto). Bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift. O’, (verso). Katoen, beschilderd. Jules Van Cromphout (°Anderlecht 19-06-1851 +Gaasbeek 24-02-1917) was destijds burgemeester van de gemeente Gaasbeek, zijn woning was het Kasteel van Gaasbeek. Collectie HHPLM 62.4.104. Foto’s: Annelien van Kempen, 2022
Collecties bloemzakken in Canada versierd in België
In Canada zelf zijn tot heden twee in België versierde, Canadese meelzakken tevoorschijn gekomen in het Manitoba World War One Museum in Pilot Mound, Manitoba, plus twee Amerikaanse meelzakken in het Canadian War Museum in Ottawa, Ontario.
[1] Gille, Louis, Cinquante Mois d’Occupation Allemande IV 1918. Brussel: Librairie Albert Dewit, 1919: 15 maart 1918, p. 149-150
[2] Houssiau, Jean, Vreugde, Christian, Les écoliers bruxellois pendant la Première Guerre mondiale. Cahiers Bruxellois-Brusselse Cahiers 2014/IF (XLVI) p. 41-54
[3] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922
[4] Castell Hopkins, J., Canada at War 1914-1918. A Record of Heroism and Achievement. New York: Georges H. Doran Company, 1919, p. 252, 253