Eind 2023 werd ik attent gemaakt op de veiling van 4 december bij Haynault Kunstveilingen in Ukkel, België.
Twee ‘Art Nouveau werken’ stonden ter veiling:
Itemnummer 223 ‘Meel/geschenk van Canada, 1917’ en
Itemnummer 224 ‘Compliments des amis des belges, 1917’.
Screenshot
“Of ik een bod wilde doen?” Versierde meelzakken-kenners concludeerden direct, dit zijn fraai beschilderde en ingekaderde meelzakken van WO I. Ze bleken opgedragen aan de juffrouwen Van Brussel, Mariette en Louisa. Of ik een bod wilde doen?
Topstuk en cultureel erfgoed Het framewerk en de beschildering waren wel zeer bijzonder, ze tilden de ‘gewone bloemzakken’ met origine Canada en Kansas, VS, naar het niveau van Art Nouveau kunst.
De persoonlijke teksten die de Juffrouwen eerden, gaven aan dat de stukken in privébezit moesten zijn geweest, ze waren voorname gedenkenissen van de Grote Oorlog.
Waarom kwamen ze dan nu openbaar ter veiling en wenste de familie deze gedenkenissen niet langer te bewaren? En dan ook ieder apart als veilingitem aangeboden, terwijl ze overduidelijk bij elkaar hoorden?
Door mijn onderzoekswerk naar de meelzakken van WO I overheerste direct maar één gedachte en wel dat deze stukken -tezamen- voor België behouden zouden moeten blijven en over zouden moeten gaan naar één publieke verzameling: dit was Belgisch cultureel erfgoed, dit zijn topstukken.
Onderzoek Daarom, neen, een bod zou ik niet doen. Mijn kracht en toegevoegde waarde waren om de achtergrondinformatie van de twee versierde meelzakken bijeen te brengen en te combineren met mijn kennis van zak(k)en. Op basis van de twee foto’s van het veilinghuis ging ik aan de slag; mijn onderzoek leidde zelfs tot een zakkenreis naar Leuven met verrassende ontmoetingen!
In dit blog deel ik mijn bevindingen.
Origine van de zakken meel uit Noord-Amerika
Zakken maakten internationale verbindingen.
Origine van de twee meelzakken in Noord-Amerika en de route die ze aflegden naar Leuven, België. Routekaart: Annelien van Kempen, 2025
De origine van de meelzakken is Canada, respectievelijk de Verenigde Staten.
Veilingitem 223 is afkomstig uit Canada, de zak meel kwam naar België met de oorspronkelijke bedrukking: ‘Flour. Canada’s Gift’, 1917. Foto Haynault Kunstveilingen, 2023
Veilingitem 224 ‘Compliments des Amis des Belges Crawford County Kansas’, 1917. Foto Haynault Kunstveilingen, 2023
Itemnummer 224 is afkomstig uit de Amerikaanse staat Kansas.
De oorspronkelijke bedrukking op de zak meel was:
‘Compliments des Amis des Belges
Crawford County Kansas
Etats-Unis d’Amérique
Pittsburg, Kansas. U.S. of America.
Made by Pittsburg Modern Milling Co.
Pittsburg, Kansas
(Bleached)’
Advertentie van Pittsburg Modern Milling. The Pittsburg Daily Headlight (Pittsburg, Kansas), 18 december 1913
Transformatie van meelzakken in België Eenmaal geleegd zijn de meelzakken gesorteerd en ter beschikking gesteld voor transformatie tot kunststukken.
Twee Art Nouveau kunstwerken met bedankingen aan Mariette en Louisa Van Brussel, 1917. Foto Haynault Kunstveilingen, 2023
Schilderingen De afbeelding, de beschildering, verdient nader onderzoek. Wie was de schilder? Is het doek gesigneerd? De twee schilderingen lijken in sfeer en kleurstelling gemaakt door dezelfde kunstenaar. Beide zakken zijn losgetornd op de naad en opengevouwen, waardoor het canvas ruimte bood voor de schildering naast de oorspronkelijke bedrukking.
Op nr. 223 zien we een allegorie, een staande, naakte vrouw (Canada) biedt korenaren aan, aan een zorgelijke, liggende, in bruine doeken gewikkelde vrouw met kind (België) in haar linkerarm. Zij strekt in dankbaarheid haar arm uit naar de korenaren. De achtergrond toont de toenmalige Canadese vlag en het wapenschild, boven op de kroon, aan weerszijden een lauwertak.*)
Op nr. 224 kijken we naar een cherubijn (de VS) die in zijn rechterarm korenhalmen draagt, zijn linkerarm omklemd een schild dat de oorspronkelijke tekst van de Amerikaanse vrienden van de Belgen op de zak omkaderd; rondom het schild zijn uitbundige versieringen van roze rozen tegen de achtergrond van de Amerikaanse vlag met stars and stripes.
Houten kaders Het canvas van de beschilderde bloemzakken is gevat in grote lijsten van hout. De houten kaders zijn vormgegeven in art nouveau stijl. Wie zal de houtbewerker zijn geweest, was het een meubelmaker?
Itemnummer 223 heeft als afmeting 128 bij 128 cm, het vierkante buitenkader heeft afgeronde hoeken, daarbinnen een cirkel, daarbinnen het vierkante frame met het canvas.
Itemnummer 224 heeft dezelfde opbouw van houten kader met de afmetingen 106 cm hoog en 111 cm breed. In de onderzijde van de cirkel is een tekst aangebracht.
Detail: Mlle Mariette Van Brussel. Foto Haynault Kunstveilingen, 2023
Item nr 223: Denier du Vêtement et du Réfectoire Scolaire à Mademoiselle Mariette Van Brussel 1916 Remerciements 1917
Detail: Mlle Louisa Van Brussel. Foto Haynault Kunstveilingen, 2023
Item nr 224: Denier du Vêtement et du Réfectoire Scolaire à Mademoiselle Louisa Van Brussel 1916 Remerciements 1917
Het ‘Denier du Vêtement et du Réfectoire Scolaire’ (‘Fonds van kleding en school-eetzaal’) bedankte de juffrouwen Mariette en Louisa Van Brussel voor hun bijdragen in 1916-1917.
De namen leidden tot biografisch onderzoek van deskundige Hubert Bovens uit Wilsele.[1]
Huize Van Brussel in de Vaartstraat te Leuven. Foto auteur
Mariette en Louisa Van Brussel te Leuven De stad Leuven, zwaar gehavend door de verwoestingen van het Duitse leger in de eerste weken van de oorlog, blijkt de woonplaats te zijn geweest van Mariette en Louisa Van Brussel.
De Mlles Van Brussel, Marietta en Louisa waren dochters van Louis Van Brussel (‘rentenier’/eigenaar) en Marie Marguerite Roekens. De ouders en grootouders Van Brussel lijken eigenaars en beheerders van onroerend goed te zijn geweest. Louis woonde bij zijn huwelijk in 1893, Vaartstraat 70, Leuven.
‘Mariette‘ Célénie Arthur Louise Van Brussel (°Leuven 04-09-1893 + Leuven 04-11-1920), huwde op 23 april 1919 in Leuven met Jules Molle (°Geldenaken 23-05-1893 +Brussel 26-02-1937), kapitein-commandant der artillerie, ze woonden in Elsene. Zij kregen een zoon Paul Molle (°Elsene 22-01-1920 +25-09-1975).
Mariette is overleden op jonge leeftijd, tien maanden na de geboorte van haar zoon, zij was 27 jaar.
‘Louisa‘ Clothilde Paule Adolphine Maria Van Brussel (°Leuven 27-11-1896 +Leuven 14-01-1978), huwde eveneens op 23 april 1919 in Leuven. Haar echtgenoot werd Léon Rosseels (Leuven 23-07-1893 +Leuven 21-11-1961), Kolonel/Lieutenant d’Infanterie. Ze kregen een zoon André Rosseels, °Leuven.
Mariette en Louisa trouwden beiden met een oud-strijder van WO I, vier maanden na de Wapenstilstand; de huwelijken waren op dezelfde dag in Leuven.
De jonge dames hebben zich tijdens de oorlog klaarblijkelijk flink ingezet voor het liefdadige werk van het Fonds van kleding en de school-eetzaal. De jaartallen 1916 en 1917 doen vermoeden dat de twee zusjes, Mariette was toen 24 jaar, Louisa 21 jaar, in (of na) 1917 ieder een beschilderde bloemzak met houten lijst in ontvangst hebben genomen.
Let wel: in 1917 waren de ‘Amerikaanse zakken’ door de intrede van de Verenigde Staten tot de oorlog en het vertrek van de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium niet meer publiekelijk toonbaar in bezet België.
Journal des petites affiches/weekblad voor het arrondissement Leuven, 9 april 1916
Mariette en Louisa Van Brussel blijken ook nauw betrokken te zijn geweest bij de verkooptentoonstelling van duizend artistiek geborduurde Amerikaanse zakken georganiseerd door het Werk van den Kapmantel in april 1916 in Leuven: ‘Le Comité de l’Œuvre, tant pour couvrir partie de ses dépenses que pour créér des ressources nouvelles a imaginé de faire confectionner un millier de sacs américains artistiquement brodés destinés à la vente‘.[2]
Journal des petites affiches/weekblad voor het arrondissement Leuven, 7 mei 1916
In een uitgebreid krantenartikel over het evenement worden hun namen met respect genoemd: [3] ‘Une mention spéciale est due aussi à une collectivité d’objets de très bon gout déposés avec art et groupés sous la direction de Mlles Van Brussel.’
(Een speciale vermelding verdient ook een verzameling zeer smaakvolle objecten die artistiek zijn tentoongesteld en gegroepeerd onder leiding van de jongedames Van Brussel).
Huize Van Brussel, Vaartstraat in Leuven
Onderzoekers op zakkenreis te Leuven
In maart 2024 maakte ik een zakkenreis naar Leuven. Hubert Bovens leidde mij er rond. Op aanwijzing van Liesbeth Croimans, medewerker Stadsarchief Leuven, gingen we op zoek naar het huis in de Vaartstraat waar de familie Van Brussel heeft gewoond. Het pand staat er nog steeds.
Huize Van Brussel te Leuven. Foto auteur
We hadden een tref: een van de huurders in het pand liet ons binnen en ontving ons met gastvrijheid.
Het park achter Huize Van Brussel te Leuven. Foto auteurDe park-poes, Huize Van Brussel, Leuven
Hij vertelde dat de oude meneer Rosseels, (klein)zoon van Louisa Van Brussel, een jaar of wat geleden uit het pand was vertrokken; hij was verhuisd omdat hij vanwege zijn hoge leeftijd -ouder dan 90 jaar- meer zorg nodig had. Zijn nakomelingen hadden het pand fors opgeruimd. Vandaar zullen de familiestukken uiteindelijk op de veiling van Haynault Kunstveilingen zijn aangeboden.
Verwerving door In Flanders Fields Museum, Ieper Inmiddels vernam ik het nieuws dat het In Flanders Fields Museum (IFFM) te Ieper de twee Art Nouveau kunstwerken heeft kunnen verwerven op de veiling, zodat de twee beschilderde meelzakken in hun houten kaders nu daar in de collectie zijn. Voor de IFFM collectie meelzakken zie mijn blog De weldaad van de meelzak. Jaarboek 2020 In Flanders Fields Museum.
Nader onderzoek van de kunstwerken zal mogelijk leiden tot identificatie van de makers ervan.
Voetnoten: *) De gebruikte symboliek van het Canadese wapenschild, de ‘coat of arms’ en de kroon, zoals afgebeeld op de meelzak, zal door een kenner toch eens beter geduid moeten worden. [1] Hubert Bovens onderzocht de biografie en vond allereerst op Geneanet een familiestamboom gemaakt door de kleinzoon van Mariette Van Brussel, Patrick Molle.
[2] Zie mijn blog Duizend geborduurde meelzakken in Leuven.
Het ‘Werk van den Kapmantel’ te Leuven organiseerde in 1916 een grote tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’. Op Paaszondag 23 april was de opening. Het doel van de verkooptentoonstelling was geld in te zamelen om te voorzien in de behoefte aan jassen voor schoolkinderen die niet de middelen hadden om deze zelf te kopen.
In de winter van 1915/16 had het Werk van den Kapmantel aanzienlijke uitgaven gehad bij het verstrekken van de winterjassen. Het bestuur zag een grote inkomstenbron liggen: ze liet 1000 Amerikaanse zakken borduren voor de verkoop! Elf meisjesscholen in Leuven en omgeving werkten aan de versiering van de meelzakken.
…… La dépense qui est résultée de cette belle initiative a été considérable, cela va de soi. Le Comité de l’Œuvre, tant pour couvrir partie de ses dépenses que pour créér des ressources nouvelles a imaginé de faire confectionner un millier de sacs américains artistiquement brodés destinés à la vente. Il a obtenu l’exécution de ce travail d’art, les concours les plus précieux et les plus généreux. Ici encore, la charité a engendré des merveilles d’art, revêtant les formes les plus intéressantes, adaptées généralement à être bibelots, à quantité d’objets toujours jolis, très souvent utiles. Le comité a pensé que toutes ces merveilles réunies et groupées avec art méritaient d’ être exposées aux regards du public. Un sous-comité de dames de la ville s’est constitué sous la présidence d’honneur de Mesdames L. Colins et P. Poullet, la présidence de Mme Léon Boels et la vice-présidence de Mlle Nève et s’est chargé de l’organisation de cette exposition qui s’ouvrira le dimanche de Pâques, le 23 avril, au local Salle des ventes des notaires, marché-au-Poisson, 7
(De kosten die dit geweldige initiatief met zich meebracht waren uiteraard aanzienlijk. Het bestuur van het Werk van den Kapmantel stelde zich ten doel duizend artistiek geborduurde Amerikaanse zakken te laten maken voor de verkoop, zowel om een deel van de uitgaven te dekken als om nieuwe middelen binnen te krijgen. Voor de uitvoering van deze artistieke handwerken kreeg het Werk waardevolle en buitengewone hulp. Ook hier weer bracht de inzet voor liefdadigheid artistieke wonderen in vele gedaanten voort, meestens snuisterijen, maar ook een aantal objecten vol schoonheid of functionaliteit. ….. Een subcommissie van dames uit Leuven stond onder erevoorzitterschap van de dames L. Colins, echtgenote van de burgemeester, en P. Poullet; onder voorzitterschap van mevrouw Léon Boels en vice-voorzitterschap van mevrouw Nève. Zij waren verantwoordelijk voor de organisatie van deze tentoonstelling die zal openen op Paaszondag 23 april in de plaatselijke Notarissenverkoopkamer, Vismarkt 7).
(Journal des petites affiches/weekblad voor het arrondissement Leuven van 9 april 1916)
[3] Journal des petites affiches/weekblad voor het arrondissement Leuven van 7 mei 1916
Een grote verloting tijdens de tentoonstelling ‘Art et Charité’ (Kunst en Liefdadigheid) in het Casino van Andenne in de provincie Namen, gehouden van 20 februari tot 12 maart 1916, zamelde gelden in voor het goede doel: de behoeftige gezinnen in de stad Andenne.
Versierde meelzakken maakten deel uit van de tentoonstelling!
Exposition Art et Charité, Andenne, 1916. Collection Georges Taton, Bibliotheca Andana
Meelzak USA??? Jules Corthouts te Genk, provincie Limburg, ontdekte geborduurde bloemzakken op een serie foto’s van postkaarten van deze tentoonstelling, bewaard in de Bibliotheca Andana in Andenne.
Exposition Art et Charité, Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca Andana
Mijn reactie: “Wat een verrassing, jazeker, scherp gezien. Meerdere exemplaren, mooie vondst!” Jules reageerde met ‘Zijn dat nieuwe vondsten of zijn de zakken reeds door jou gekend?”
Versierde bloemzakken, Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca Andana
Ik omcirkelde op de foto wat ik herkende als geborduurde meelzakken: “De Indiaan van Sperry Mills is zeer bekend, dat was in heel België de ’trekker’ van de meelzakken. De achterzijde van die originele zak was bedrukt met California, dat zie je ook vaak separaat, dan was een zak in delen geknipt.” Op de foto rechts zie je een bloemzak van Hurlock Roller Mills uit Hurlock in Dorchester County in de Amerikaanse staat Maryland. Die zag ik niet eerder, ik ken weinig bloemzakken uit Maryland.”
Verder onderzoek
Er blijken in de verzameling van de Bibliotheca Andana meerdere foto’s te zijn van de tentoonstelling ‘Art et Charité’.
Zouden er naast de postkaarten ook versierde bloemzakken bewaard zijn gebleven van deze tentoonstelling? Tot nu toe ben ik deze niet op het spoor gekomen.
Ik ga dan ook op zoek naar berichten in kranten over dit evenement in Andenne in 1916.
Exposition Art et Charité, Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca Andana‘Les Amis du Centre et du Royal Yacht Club de Bruxelles’, Exposition Art et Charité, Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca Andana
Een grote, succesvolle tentoonstelling en verloting In de krant l’Ami de l’Ordre (die verscheen onder censuur van de Duitse bezetter) vind ik de artikelen! De tentoonstelling en bijkomende ‘tombola’ (verloting) waren groots en succesvol.
L’Ami de l’Ordre, 26 januari 1916
26 januari 1916: Een groep toegewijde personen zal een tentoonstelling organiseren van schilderijen, handwerken, pyrogravures (houtbranden), aquarellen, etc. De tentoonstelling zal geopend worden op zondag 20 februari en zal 7 dagen duren. De entree is 25 centimes, geopend van 10-6 uur. Loten voor de verloting te houden aan het einde van de tentoonstelling zijn te koop voor 20 centimes per stuk.
L’Ami de l’Ordre, 4 februari 1916
4 februari 1916: De voorbereidingen voor de tentoonstelling en verloting verlopen voorspoedig. Het organiserend comité roept eenieder op ruim bij te dragen aan dit filantropische werk.
Het Casino, Place des Tilleuls, Andenne, in 1905 met nieuwe aanplant van lindebomen. In 1921 werd dit gebouw het stadhuis. Coll. Chapelle, Bibliotheca Andana. Foto: Société Belge de Phototypie
De tentoonstelling zal gehouden worden in de Grote Zaal van het Casino. Loten zijn te koop in Andenne, en eveneens in Brussel, Namen, Huy en Luik.
Onbekende kunstenaar, ‘Art et Charité’, schilderij vol symbolische verwijzingen naar de tragedie in Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca AndanaL’Ami de l’Ordre, 24 februari 1916*)
24 februari 1916: De tentoonstelling is een bijzonder evenement. De zaal is omgetoverd in een fantastische ‘salon’ en deskundig ingericht. De aanblik roept een geruststellend gevoel op in tijden waarin de angst regeert, het brengt hoop in de harten, omdat jeugdig talent zich toegewijd heeft ingezet voor dit humanitaire werk.
De organisatoren krijgen felicitaties omdat ze een bijdrage leveren aan het opheffen van de misère waarin vele behoeftige gezinnen in de stad verkeren.
De tentoonstelling is geopend van 11 tot 6 uur tot zondag 5 maart, er zijn al 1100 voorwerpen beschikbaar voor de verloting. Het Comité zetelt aan Rue Brun, 20, in Andenne.
Exposition Art et Charité, Andenne, 1916. Coll. G. Taton, Bibliotheca AndanaL’Ami de l’Ordre, 6 maart 1916
6 maart 1916: De tentoonstelling wordt wegens succes verlengd tot zondag 12 maart, wanneer de verloting zal worden gehouden; er zijn inmiddels 1200 voorwerpen beschikbaar.
L’Ami de l’Ordre, 19 maart 1916
19 maart 1916: De verloting heeft plaats gehad en de winnaars kunnen tot 31 maart hun loten verzilveren. De lijst met prijswinnende loten is verkrijgbaar en te koop in Andenne, Brussel, Huy, Namen en Luik. Op zondag 2 april zullen de niet opgehaalde objecten in het Casino verkocht worden.
Tijden waarin de angst regeert – 21 augustus 1914 De stad Andenne was een van de plaatsen in België, waar het Duitse leger zich aan het begin van de Eerste Wereldoorlog te buiten ging aan buitensporig geweld tegen de burgerbevolking. Op 21 augustus 1914 werden in Andenne 218 burgers gefusilleerd. Door deze wreedheden tegen haar burgerbevolking behoort Andenne tot de zeven Belgische martelaarssteden.
Andenne Cimetière des Fusillés, Editions P. Warnotte, Andenne, Bibliotheca Andana
Een begraafplaats aan de oever van de Maas, nabij het centrum, herinnert hieraan. Ook daarvan bewaart Bibliotheca Andana de trieste postkaarten.
Place des Tilleuls met gegroeide lindebomen; het voormalige Casino is inmiddels het stadhuis van Andenne, nà 1921. Coll. Chapelle, Bibliotheca Andana
Voetnoot: *) Hetzelfde artikel is verschenen in de krant Le Bruxellois, 25 februari 1916
Met dank aan:
– Jules Corthouts te Genk, en Hubert Bovens te Wilsele, beiden medewerkers van het Emile Vandoren Museum te Genk
– Yves Sorée, Conservateur des archives de la ville d’Andenne
– Céline Hermans, Conservatrice adjointe, Espace muséal d’Andenne
Een foto met tekst, gepost op Facebook door The Muse-Lake of the Woods Museum and Douglas Family Art Centre in Keewatin, Kenora, Ontario, Canada, geeft informatie over de voormalige lokale maalderij Lake of the Woods Milling Company: de maalderij is afgebrand in 1967.
Nieuwkomers in de stad hebben tegenwoordig geen idee van de centrale plaats die de maalderij innam in de levens van de bewoners. Maar waarschijnlijk heeft niemand van de huidige bewoners een idee van de bijdrage van de maalderij aan de geschiedenis van de versierde meelzakken in WO I. Herinneringen van mensen zullen er niet meer zijn, maar materie uit die tijd, specifiek meelzakken van de maalderij, is bewaard – in België en in de VS. Zakken maken internationale verbindingen, toen en nu.
Daarom dit blog.
De foto op Facebook: Five Roses Flour Mill in Keewatin, Kenora, circa 1950: The Muse-Lake of the Woods Museum and Douglas Family Art Centre, nr. 1979.25.803a
The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), maandag 10 augustus 1914
Ook doneerde de maalderij tweehonderd zakken bloem voor de bevoorrading van bezet België in najaar 1914.[1] Geleegde bloemzakken zijn door Belgische kunstenaars, schoolkinderen en jonge vrouwen gaarne gebruikt om direct in 1915 te beschilderen, borduren en te transformeren tot souvenirs van de Grote Oorlog.
Ik toon u zes exemplaren, bewaard in WWI-meelzakkencollecties in België en de Verenigde Staten. Ter vergelijk!
1) War Heritage Institute (Koninklijk Legermuseum), Brussel, België
Originele, onbewerkte bloemzak Lake of the Woods Milling Company/Flour Canada’s Gift (recto en verso), 1914. Coll. WHI, foto: auteur
Een originele, onbewerkte bloemzak van Lake of the Woods Milling Company uit 1914 wordt bewaard in het depot van het War Heritage Institute.
De zak is aan twee zijden bedrukt: de ene kant met het logo van de maalderij, de andere kant met ‘Flour. Canada’s Gift’. Welke geschiedenis gaat schuil achter deze katoenen zak?
De zak is gevuld met 98 Lbs. bloem in augustus/september 1914 vanuit de Lake of the Woods Milling Company in Keewatin, verscheept als onderdeel van de Canadese schenking van een miljoen zakken meel aan het Moederland Groot-Brittannië.
Vervolgens kocht de Commission for Relief in Belgium, gevestigd in Londen, in december 1914 bijna de helft van die miljoen zakken meel, namelijk 440.000 zakken, om bezet België te bevoorraden met deze levensmiddelen. Daardoor konden de Belgische bakkerijen begin 1915 weer genoeg broden bakken om in de behoefte van de plaatselijke bevolking te voorzien.
Het War Heritage Institute bezit ’s werelds grootste collectie originele, onbewerkte bloemzakken voortkomend uit de voedselbevoorrading; de collectie is al in 1915 aangelegd door het speciale ‘Nationaal Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika’, onderdeel van het Belgische Nationaal Komiteit Hulp en Voeding gevestigd in Brussel. Uitgangspunt was om zoveel mogelijk geleegde zakken met verschillende merken en maalderijen te verzamelen als oorlogssouvenirs. De verwachting was dat de souvenirs na de oorlog veel geld zouden opbrengen ten behoeve van de zorg voor oorlogswezen. Van verkoop is het echter nooit gekomen.
Daarom resulteert een museumcollectie van enkele honderden, verschillende, meelzakken van maalderijen uit 25 Amerikaanse staten en drie Canadese provincies. De Lake of the Woods Milling Company bloemzak is er één van.
2) The Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa, VS
Het museum bezit drie versierde meelzakken van Lake of the Woods Milling Company. Ze zijn door leerlingen van scholen in Brussel en omgeving op verschillende manieren getransformeerd tot herinneringen aan de voedselimport in België tijdens WO I.
A) Marguerite Bascour, 15 jaar, Ecole Morichar, St.-Gilles, Brussel
Marguerite Bascour, tasje met bedrukking, gemaakt van bloemzak Lake of the Woods Milling Company (recto en verso), 1915. Coll. HHPLM 62.4.337, foto: auteurMarguerite Bascour, 15 jaar, Ecole Morichar, Sint-Gillis, was de maakster van het tasje. Coll. HHPLM 62.4.337, foto: auteur
Marguerite Thérèse Decorte>Bascour (ºSint-Gillis 18-09-1899), leerlinge van de Morichar school, maakte een tasje met rode beugels en versierde het met rode pompons. Marguerite bedrukte de stof met de Belgische en Amerikaanse vlag met gekruiste stokken. Boven de vlaggen staat gedrukt het jaartal 1915, eronder ‘Vive l’Amérique’. Ze signeerde het tasje met haar naam en schreef ‘Merci’. Het schoolstempel luidt: Ecole Morichar, 4e …-Filles, Rue de Bordeaux, St. Gilles (HHPLM nr. 62.4.337).
De vader van Marguerite, Henri Joseph Bascour (ºSint-Gillis 11-10-1876 +Sint-Gillis 28-01-1951) was drukker van beroep. Tijdens de Grote Oorlog streed hij voor zijn vaderland. Marguerite’s moeder Marie Thérèse Decorte (ºForest 20-06-1873) was strijkster toen zij in 1902 trouwde met Henri Bascour. Marguerite was het gewettigde kind van het echtpaar; ze bleef voor zover bekend ongetrouwd.
B) Matthijs, 11 jaar
Geborduurd kleedje, gemaakt van bloemzak Lake of the Woods Milling Company (recto en verso), ca. 1915. Coll. HHPLM 62.4.175, foto: auteur
Matthijs borduurde het logo van Lake of the Woods Milling Company met garens in de (Amerikaanse) kleuren rozerood en blauw. De letters van de woorden boven en onder het logo borduurde Matthijs in zwart, geel en rood, de kleuren van de Belgische vlag.
‘Matthijs-11 ans’, geborduurde handtekening op de bloemzak Lake of the Woods Milling Company. Coll. HHPLM 62.4.175, foto: auteurMatthijs borduurde de bever als eye-catcher in het werkstuk. Coll. HHPLM 62.4.175, foto: auteur
De eyecatcher in het borduurwerk van Matthijs is de bever, geborduurd in donkerbruin garen en omrand met steken in een lichter bruin.
Wie was Matthijs? De voornaam Matthijs kwam in Franstalig Brussel weinig voor, als familienaam meer. De gendervraag speelt: was Matthijs een jongen of een meisje met een bijzondere naam? Of staat Matthijs op het doek geborduurd als familienaam?
Ik veronderstel dat Matthijs een jongen was van 11 jaar; hij wilde in de eerste maanden van 1915 actief deelnemen aan het enthousiasme dat heerste in bezet België om te borduren op de exotische Amerikaanse en Canadese meelzakken. Matthijs wilde zijn passie voor vrijheid en zijn patriottisme tonen. Vooral het logo met de bever intrigeerde hem.
Als Matthijs een jongen is geweest, dan is hij tot nu toe de enige Belgische jongen die ik in mijn onderzoek ben tegen gekomen als borduurder van een bloemzak. Alle andere borduurwerken die ik ken zijn van Belgische meisjes en jonge vrouwen.
Close-up van het kleedje, links het logo geborduurd door de elfjarige Matthijs, rechts de opvallende art nouveau tekening, ca. 1915. Coll. HHPLM 62.4.175, foto: auteur
De achterkant van het ronde kleedje is een opvallende art nouveau tekening van het gezicht van een vrouw met rijke versieringen op het hoofd en in het haar, graanhalmen en twee libelles. Het contrast van dit vrije borduurwerk met de voorzijde, waar in het borduurwerk strict het logo is gevolgd door de elfjarige Matthijs, wekt bij mij de suggestie dat voor -en achterzijde van het kleedje uitgevoerd zijn door twee makers/maaksters.
Stel dat Matthijs een jongen was met een zus die op school opdracht had gekregen een meelzak te bewerken, zou hij dan de logo kant hebben kunnen borduren en zijn zus de andere kant met de opmerkelijke art nouveau tekening? (HHPLM 62.4.175)
C) Anderlecht, 1914-1915
Borstelhouder, gemaakt van bloemzak Lake of the Woods Milling Company, geborduurd, (recto en verso), 1915. Coll. HHPLM 62.4.305, foto: auteur
Detail van het geborduurde logo van Lake of the Woods Milling Company. Coll. HHPLM 62.4.305, foto: auteur
De kleuren rood, wit, blauw van de garens waarmee zij het logo borduurde symboliseren de Amerikaanse vlag, zie ook het gedraaide koord rondom de houder. Van de gedrukte woorden Uniformity & Purity maakte zij ‘Uxiformity & Purity’. De randen van het logo zijn in de Belgische kleuren rood, geel en zwart, zo ook het woord Anderlecht en de jaartallen 1914-1915. Ze voegde de Amerikaanse en Belgische vlag toe (HHPLM nr. 62.4.305).
3) The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection, St. Edward’s University, Austin, Texas, VS
Edouard Verschaffelt, ‘Pour l’Absent’, Bruxelles 1915, bloemzak Lake of the Woods Milling Company. Moulckers Collection, St. Edward’s University, Austin, Texas, VS
De kunstenaar Edouard Verschaffelt (ºLedeberg 07-07-1874 +Bou Saâda, Algerije, 1955) beschilderde een bloemzak van de Lake of the Woods Milling Company, nadat hij de zak had opengetornd, zodat hij een groter canvas had voor zijn schilderwerk. De titel is ‘Pour l’Absent’ ( voor de Afwezigen). We zien twee vrouwen zitten met terneergeslagen hoofden en gevouwen handen, op de muur een kruis.
Het Belgische echtpaar Albert Moulckers-Julienne Feuillien emigreerde naar Texas. Via de vader van Juliette, die gérant was geweest van een voorname kunstenaarsvereniging in Brussel, kwamen zij in bezit van een kunstcollectie van 500 werken, met officiële exportpapieren uitgevoerd vanuit België naar de VS. In de kunstcollectie bevonden zich een honderdtal bloemzakken, in 1915 beschilderd door vooraanstaande leden van kunstenaarsverenigingen. Een vijftigtal kunstwerken op bloemzak is door het echtpaar Moulckers geschonken aan St. Edward’s University. De overige kunstwerken kwamen in bezit van hun drie Amerikaanse kleinzoons.
4) Privé-collectie België
Borduurwerk, gemaakt op bloemzak ‘Five Roses’ van Lake of the Wood Milling Company, circa 1915. Coll. I AM L
In mei 2020 bracht het veilinghuis Maison Jules in Gent, België, deze prachtige geborduurde meelzak “Five Roses”, Lake of the Wood Milling Company, onder de hamer. Het borduurwerk behoorde toe aan de Belgische adellijke familie Groverman de la Ketthule de Ryhove in hun kasteel Braemkasteel, Gentbrugge. Het ging over naar een Belgische verzamelaar van trench art die enthousiast reageerde: “een opvallend exemplaar met schitterend borduurwerk. Hier moeten vele tientallen uren werk zijn ingekropen.”
Het doek van de meelzak is volledig vol geborduurd, de achtergrond onder meer uitgevoerd in kruissteken. De kleuren zijn een sterk symbool van patriottisme. Het zwart, geel en rood verwijzen naar de kleuren van de Belgische vlag. Ook deze borduurster gaf aandacht aan de bever boven het logo van de maalderij.
Het logo van Lake of the Woods Milling Company Ik vraag me af wat de betekenis van het maalderij-logo is, het lijkt de ineenvlechting van de letters ‘W’, ‘M’, ‘C’ met daaronder de woorden ‘uniformity & purity’.
Vier keer het logo: de originele print op de zak van 1914 (linksboven), en drie maal geborduurd, met de klok mee: door de leerlinge in Anderlecht; in kruissteek; door Matthijs, 11 jaar. Foto: auteur
Merk op dat het patroon van het logo, zoals gedrukt op de originele bloemzak in de kleur rood op een blauwe achtergrond, een ingewikkelde puzzel gaf om te borduren, vooral omdat Matthijs en de Anderlecht leerlinge in twee kleuren wilden borduren en daarvoor een verdeling moesten maken. De borduurster van de ‘Five Roses’ moest een oplossing vinden voor haar werk in kruissteek.
Souvenirs van de Eerste Wereldoorlog, draden die ons herinneren aan een gedeeld verleden tussen continenten.
– Hubert Bovens te Wilsele voor opzoekingen van de biografische gegevens van borduurster Marguerite Bascour.
Voetnoten:
[1] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915:
Trench Art en de versierde meelzakken
De kennis van de versierde meelzakken van WO I zal zich verdiepen door te onderzoeken welke raakvlakken er zijn met trench art en hun plaats in de materiële cultuur.
In mijn blog Trench Art en de versierde meelzakken, gepubliceerd in juni 2023, noemde ik het een paradigma shift om de versierde meelzakken onder te brengen in een brede definitie van ‘loopgravenkunst’ en concludeerde: De handreiking om de zakken en versieringen vooreerst en altijd te beschouwen vanuit de spanning van het conflict, de makers ervan te onderzoeken vanuit het ongemak, de paradox te zien die in de objecten gevangen zit, dat biedt focus.
In onderstaand blog werk ik mijn visie verder uit.
Zakken
Als een object, een vorm, in conflict- en crisissituaties functioneel blijkt, dan is het wel de textiele zak. De zak verzamelt, bewaart, vervoert de goederen en materie die de mens bij zich wil houden en dragen. De zak heeft een menselijke maat, de vorm is driedimensionaal wanneer gevuld, tweedimensionaal in lege toestand. Een textiele zak nodigt uit tot hergebruik, kan gewassen, gedroogd en opgevouwen. De zak heeft een binnen- en buitenzijde. De mens labelt de zak, weeft diens stof in patronen, bedrukt de buitenzijde.
In essentie verhult de zak in vorm en inhoud en roept daarmee een mysterie tot leven. Bewaarde zakken van conflict- en crisistijden koesteren een kostbaar en kwetsbaar verhaal.
Het lege is het wezen ‘Dertig spaken treffen de naaf. Maar het lege ertussen bepaalt het wezen van het wiel. Uit leem ontstaan potten. Maar het lege erin bepaalt het wezen van de pot. Muren met vensters en deuren vormen het huis. Maar de leegte erbinnen maakt het wezen van het huis uit. Principieel: Het stoffelijke bergt bruikbaarheid in zich. Het onstoffelijke bergt het wezenlijke.’ Johannes Itten, 1918, (spreuk van Laotse).[1]
Elisabeth bezoekt de loopgraven. Foto: Raskin, Evrard, Elisabeth van België. Een ongewone koningin. Antwerpen, Houtekiet, 2005
De zandzak in WO I Vanaf het moment dat de oprukkende legers van centralen en geallieerden elkaar stopten aan de IJzer betrokken zij hun stellingen achter zakken.
Lege zakken werden bij duizenden aangevoerd aan beide kanten van het militaire front, ter plekke vol geschept met zand en aarde, opgestapeld tot beschermende bouwwerken – loopgraven vormden het landschap. Statische zandzakken bevorderden het jarenlang voortduren van de oorlog. Soldaten leefden en stierven tussen de zakken. [1a]
Loopgravenkunst/trench art Specifiek voor de Eerste Wereldoorlog was dat het de eerste industriële oorlog was. Oorlogsmaterialen waren er te over tussen de beschoten stellingen.
Soldaten van alle legers produceerden dan ook direct uit oorlogsmateriaal objecten, functioneel en als gedenkenis van de situatie waarin zij zich bevonden. De verkoop was een welkome aanvulling op hun inkomen. In aanvang gemaakt in de loopgraven kregen de objecten de naam ‘trench art’ – ‘loopgravenkunst’.
De beschrijving van de karakteristieken van deze oorlog- gerelateerde objecten is beperkt interessant, omdat de vorm, de functie en de gebruikte technieken in het algemeen identiek zijn. Onderscheid ontstaat wanneer we bekend zijn met de sociale en persoonlijke omstandigheden van de makers en maaksters, de verkrijgers, hun context bepaalt alles. Dit brengt ze onder in de materiële cultuur.
De archeoloog en antropoloog, Nicholas J. Saunders, definieerde het begrip ‘Trench Art’ in ruime zin tot:
“Any item made by soldiers, prisoners of war, and civilians, from war matériel directly, or any other material, as long as it and they are associated temporally and/or spatially with armed conflict or its consequences,”.
Vertaald in het Nederlands: ‘Elk item gemaakt door soldaten, krijgsgevangenen en burgers, rechtstreeks uit oorlogsmaterieel, of enig ander materiaal, zolang het en zij tijdelijk en/of ruimtelijk worden geassocieerd met gewapend conflict of de gevolgen ervan’.
Saunders brengt in de loopgravenkunst drie categorieën aan.[2]
Categorie 1, Soldaten, 1914-1919 Items gemaakt door soldaten aan of direct achter het front.
Categorie 2, Burgers, 1914-1939, is verdeeld in 2a, items, gemaakt door burgers en verkocht tijdens de oorlog en bezetting en 2b, items gemaakt door burgers en verkocht aan weduwen, pelgrims en toeristen na de oorlog tussen 1919 en 1939 – hoewel dezelfde items hadden ze verschillende betekenissen voor de maker en de koper.
Categorie 3 Burgers 1918?-1939? Items gemaakt aan het einde, maar vooral nà de oorlog door burgers met de oorlogsmaterialen, die door de terugkerende soldaten waren meegenomen en commercieel werden aangewend om souvenirs van te maken.
Upcyclede meelzakken in bezet België Tussen november 1914 en oktober 1915 bestelde het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) respectievelijk, importeerde de Commission for Relief in Belgium (CRB) 153.000 ton meel in zakken van diverse afmetingen als bijdrage, naast de import van granen die gemalen werden in Belgische maalderijen, aan de bevoorrading van levensmiddelen. Naar schatting is het geïmporteerde meel in genoemde periode verpakt geweest in vierenhalf miljoen zakken. De overvloedige hoeveelheid lege zakken met exotische bedrukkingen die relaties legden met Noord-Amerika, in een tijd van voedselschaarste, blokkade en isolement, deed een rage ontstaan: onder de knellende Duitse bezetting voelde het hergebruiken, upcyclen van de zakken als een daad van patriottisme en bewijs van weerstandsvermogen.
Stukken van historisch aandenken, net als granaat en shrapnellscherven “Ledige bloemzakken We zijn anders met dat meel reeds erg genoeg in de weer geweest, denk maar eens aan onze hulde hierom aan Amerika! En nu nog, zie. Sommige uitstallingen in de middenstad liggen of hangen vol ledige bloemzakken, Amerikaansche blauwe kleuren, Amerikaansche fabriek merken en muldersnamen. Er staan ook wel eens wenschen ten opzichte van ons land bijgedrukt.
Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’. Belgische particuliere collectie
Welnu deze zakken worden stukken van historisch aandenken, net als granaat en shrapnellscherven, als kogelbuisjes. Vaderlandsche dames zullen van deze zakken tafelkleedjes, tapijtjes, handtaschen, loopkleedjes en wat al nog maken. Misschien zien we er wel eens ééne met een complet tailleur vervaardigd. Zuinig zou het in ieder geval zijn.”
(De Vlaamsche Post, 18 mei 1915)
Loopgravenkunst en versierde meelzakken
De ruime definitie van Saunders’ trench art biedt de mogelijkheid om de upcyclede meelzakken onder de noemer van loopgravenkunst en diens categorieën te beschouwen, immers het zijn ‘items gemaakt door burgers, rechtstreeks uit materiaal dat in tijd en plaats wordt geassocieerd met de gevolgen van gewapend conflict’. In mijn blog Trench Art en de versierde meelzakken heb ik dit verder uitgewerkt.
De weerklank van de oorlog, ‘conflict resonance’, een ongemakkelijk gevoel, indrukken die schuren, dat is wat trench art oproept. Roepen versierde meelzakken dit gevoel ook op? Waar is de paradox van oorlog in het materiaal: de eigenschap dat het tegelijkertijd vernietigt en creëert? Hoe passen de meelzakken in de categorieën gedefinieerd door Saunders?
Categorie 1, Soldaten, 1914-1919
Categorie 1 lijkt niet toepasselijk voor versierde meelzakken, omdat de levensmiddelen-bevoorrading door NKHV/CRB persé niet voor soldaten aan het front was bestemd, maar voor burgers in bezet België, ‘les non-combattants’. Militairen hadden hun eigen bevoorrading van voedingsmiddelen.
Categorie 2a: i De originele, onbewerkte zakken De Canadese en Amerikaanse meelzakken met de inscripties en teksten gericht tot de Belgische bevolking zijn geproduceerd in november en december 1914. In tientallen Amerikaanse staten en alle Canadese provincies organiseerden burgers fysieke voedselhulp. Ze legden kwaliteitseisen op aan de tarwebloem en diens verpakking, katoenen zakken te bedrukken met speciaal ontworpen logo’s en teksten met referentie aan het conflict. Voorbeelden zijn: War Relief Donation, Belgian Relief Flour, American Commission, Madame Vandervelde Fund, Rockefeller Foundation, American Indian-California, ABC Flour, Flour. Canada’s Gift, ‘Gift from Ontario to the Motherland’.
Een selectie in een Brussel’s magazijn van 22 zakken meel: 12 uit Canada, 10 uit de VS, omringd met Amerikaanse vlaggen. Bijschrift op foto: 1915. Brussels. Exhibit of Flour Brands. A sample of the results obtained by the newspaper campaign in US and Canada. HILA CRB rec. 22003 box 625, nr. 753. De foto staat ook afgedrukt in ‘Heures de Détresse. Belgique 1914-1915’ op p. 28
Het is een bijzonderheid om de in Noord-Amerika door burgers gemaakte zakken te associëren in tijd en plaats met de gevolgen van het gewapend conflict. De context van de levensmiddelenimport, noodzakelijk door de Britse handelsblokkade, bracht de met meel gevulde zakken naar bezet België.
‘Allerlei omstandigheden zorgden ervoor dat de geïmporteerde hoeveelheid goederen op verre na niet de invoer in normale tijden kon evenaren. De goede start in 1915 was weliswaar veelbelovend. Naderhand werd echter nooit meer de invoer van het eerste jaar gehaald.’ [4]
Originele, niet bewerkte zakken werden na leging in de bakkerijen bewaard als oorlogssouvenirs: zorgvuldig geselecteerde verzamelingen zakken werden trench art, loopgravenkunst die schuurt, ze zijn de wrange symbolen van voedselschaarste, dreigende hongersnood, ze voegen toe aan de materiële cultuur.
Belgian Relief Flour Sacks van 48 verschillende maalderijen, WHI collectie, foto’s auteur
De teksten geven ongemak, net als de zwarte stempels ‘A.B.C.’ en ‘American Consul’ op de zakken. Voor de verzending was het noodzaak om alle ladingen meel te verschepen naar de formele ontvanger, de Amerikaanse gevolmachtigd minister in Brussel, Brand Whitlock, de officiële vertegenwoordiger van de neutrale Verenigde Staten.
Categorie 2a: ii Luxeartikelen en souvenirs In bezet België zijn de geleegde zakken bewerkt met naaiwerk, borduurwerk, kantwerk door klassen van meisjes beroepsscholen, door beroepsborduursters, ze zijn beschilderd door leden van kunstenaarsverenigingen.
Typische voorbeelden zijn:
Tafelkleedjes
Wandkleden
Kussenhoezen
Etuis
Tassen
Schortjes
Theemutsen Schilderijen
Map-omslagen Kleding
Bloemzak A.B.C., geborduurd, wandkleedje, snek met lading bloemzakken ‘ABC’, tekst in de zwart, geel, rode wimpel: ‘God Loone Amerika’. Coll. HHPLM 62.4.401
Voorzien van de naam van de stad, het dorp, de school, jaartallen, vlaggen, schilden, de Belgische kleuren zwart, geel, rood, de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw, de initialen ‘A’ van koning Albert en ‘E’ van koningin Elisabeth.
En teksten als:
‘L’Union Fait la Force’,
‘A Friend in Need, a Friend Indeed’,
‘Remerciements à l’Amérique’,
‘Dank van…’, ‘
Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft’.
Bloemzak ‘American Commission’, wandkleedje, geborduurd, beschilderd, 1915. ‘L’Union Fait La Force’. Met getekende portretten van koningin Elisabeth, koning Albert en de Belgische leeuw door M. Cuvelier, Ecole Morichar, Sint-Gillis. HILA 62008 box19.3. Foto: auteur
De bewerkte meelzakken zijn in bezet België, voornamelijk in 1915 en voorjaar 1916, verkocht in winkels en op speciale verkooptentoonstellingen, meerdere in de december periode met het Sinterklaas- en Kerstfeest. Het toetreden van de VS tot de oorlog, waardoor het vertrek van de Amerikanen uit België, betekende het definitieve einde van openbare transacties van versierde meelzakken gedurende de oorlog .
In het buitenland waren verkopingen in de jaren 1915-1917.
Devotelijk bewaard als precieus-artistieke documenten “Het zou van mijnentwege ondankbaar zijn moest ik stilzwijgend voorbijgaan de bewerkte “bloemzakken” – dezelfde waarin Amerika meel naar België stuurde en stuurt – en welke, o.a. mej. Louise Aerts zoo teerfijn heeft geborduurd; beschilderd met vlaggen, korenaren, bladjes en versierd met passende opschriften; zoo, dat het een echt prachtwerk is, dat nu met bewondering wordt bekeken, en dat later, door ons nageslacht, zal devotelijk bewaard worden als precieus-artistieke documenten uit onze onbegrijpelijken tijd. Joh. Demaegt.” (Belgisch dagblad, 17 november 1915)
Categorie 2b Items zijn de meelzakken die verkocht zijn in België op fundraising- verkooptentoonstellingen ten behoeve van de oorlogswezen, meestens waren dit uitverkopen van verzamelingen van zakken, dan wel bewaarde items, vooral in het jaar 1919. In 1923 hield het Werk voor de Wezen in Brussel een grote verkoping om geld in te zamelen voor de zorg van de oorlogswezen.
In 1919 en 1920 arriveerden in de VS dan eindelijk alle versierde meelzakken die in België geschenk waren gegeven aan de Amerikaanse gevolmachtigd minister in Brussel, Brand Whitlock en zijn vrouw. Eveneens arriveerden in New York volle kisten met de voorraad die de CRB had aangelegd in zijn kantoren in Brussel, Rotterdam en Londen. De animo voor de versierde zakken, in bredere zin de Belgische cadeaus en brieven voor ‘Amerika’, was na de oorlog volledig getaand. Na de opheffing van de CRB in 1923 namen de door hen opgerichte ‘The Friends of Belgium’ de taak over om de duizenden Belgische brieven en geschenken te distribueren over het land. Na enkele jaren stopte ook deze organisatie en verhuisden de ‘restanten’, waaronder honderden versierde meelzakken, naar de archieven van de Hoover Institution gevestigd bij de Stanford University in Palo Alto, Californië.
Categorie 3 a) Dit zijn de versierde bloemzakken die nà de Wapenstilstand ter hand zijn genomen door Belgische schilders en borduursters.
Het zijn de zakken met de jaartallen 1914-1918.
Ze vormden een herinnering en memento van (het einde van) de bezetting en de voedselleveranties.
‘Amerika redde ons van hongersnood 1914-1918’. Bloemzak Pride of Sylvan, Wunderlich, Sylvan Grove, Kansas, geborduurd na de Wapenstilstand (verso). Coll. WHI, inv. nr. 201200473, foto auteur
In Antwerpen gaf Pierre Beeckmans waarschijnlijk in 1937/38 opdracht tot beschilderen van een bloemzak ‘Chicago’s Flour Gift’. Zijn doel was het kunstwerk geschenk te geven aan Herbert Hoover, in 1914-1917 directeur van de Commission for Relief in Belgium in Londen, maar in 1938 bij een bezoek aan België ongekend onthaald als hoogwaardigheidsbekleder, omdat hij inmiddels oud-president van de Verenigde Staten was.
Beeckmans was een uitgesproken, extreemrechts georiënteerde Belgisch-nationalist en anti-Joods. In WO II werd hij een van de leiders van de Jodenvervolging in België. [2a]
De schenking van de extreemrechts georiënteerde Belgisch-nationalist en anti-Joodse Pierre Beeckmans aan de oud-president van de Verenigde Staten, Herbert Hoover in 1938. Beschilderde meelzak Chicago’s Flour Gift, 1914-1918, met vlaggen van de negen Belgische provincies en het ‘American shield’. Coll. HHPLM 65.27.13. Foto: auteur
b) Amerikaanse borduursters hebben ook bloemzakken ter hand genomen, geïnspireerd door de Belgische voorbeelden die hun land bereikten. Deze zakken zijn te herkennen door het ontbreken van stempels, van de oorlogsjaartallen, de vlag van België mist, evenmin zijn de kleuren zwart, geel, rood, gebruikt.
Zogenaamde Amerikaanse winkel in Campenhout, België, in 1915, met geïmporteerde levensmiddelen. Enkele lege bloemzakken waren tentoongesteld. Foto HILA
Souvenirs versus hongersnood – het Belgische spanningsveld De rage van het bewerken van de zakken tot luxeartikelen en souvenirs beheerste het bezette België in het jaar 1915 vanaf het moment dat de bakkers de broden van het Amerikaanse meel in hun winkels hadden liggen en de zakken als bewijs tentoonstelden. In alle provincies zijn de zakken voor hergebruik ter hand genomen. De eerste focus lag op de productie van objecten ‘voor Amerika’.
Zodra de CRB en het Nationaal Komiteit levensmiddelen importeerden zette de bevolking zich aan het bedanken van ‘de natie Amerika’. Kinderen in alle klassen, op alle scholen schreven brieven, maakten tekeningen en collages waarin ze persoonlijk bedankten voor het brood dat ze nu aten. Het bewerken van de lege meelzakken volgde in deze trend. De woorden ‘Dank, Merci, Gratitude, Hulde en Dank, Remerciements‘ vulden het doek, tesamen met de jaartallen 1914-1915.
CRB vertegenwoordigers namen versierde zakken mee terug naar New York. ‘Emptied Flour Sacks Return from Belgium, Works of Art’ ; Souvenirs of Belgian Gratitude‘, ‘Belgians Send Thanks by Embroidered Bags‘ kopten Amerikaanse kranten in september 1915.[3]
‘Zakkenvullen’
Het leed in België was er niet minder door blijkt uit de moderne, kritische geschiedschrijving waarin het Belgische spanningsveld is bestudeerd en beschreven:
‘Afgesneden van de onmisbare voedselinvoer en geconfronteerd met falende autochtone opbrengst en distributie werd België in armoede en hongersnood ondergedompeld. Aanzienlijke eiwit- en calorieëntekorten ontstonden. Een omvangrijke zwarte markt heeft de bestaande ongelijkheden versterkt.‘ [4]
De CRB stond na een tijdje bekend als Colossale Rovers Bende, of in de bravere variant: Cerealen, Rijst en Bonen. De verwijzing naar het “zakkenvullen” door de hoge heren en het eentonige voedsel is evident. [5]
Iconografie De bewerkingen op de bloemzakken zijn nooit als zodanig bestudeerd op hun iconografie en esthetische schoonheid binnen de studie naar Belgische borduurwerken, kantontwerpen of kunstwerken.
Ik geef hier een beschouwing van de ontwerpen binnen de context van de geschiedenis van de versierde meelzakken. De objecten waren functioneel of ornamenteel.
De origine van de zakken uit Noord-Amerika combineerde met dat wat de Belgische maaksters en makers over de Noord-Amerikaanse landen bekend was.
De iconografie is bepaald door:
1 De bedrukkingen en stempels aangebracht op de zakken in de VS en Canada. Ze variëren van beeldmerken van maalderijen tot inscripties en teksten van hulporganisaties, gevoed door publiciteitscampagnes over hongersnood en armoede in bezet België en berooide vluchtelingen.
‘Chicago schiet te hulp aan uitgehongerde Belgen’, Chicago Evening Post, 14 november 1914De Romeinse godin Victoria met palmtak en lauwerkrans is de godin van de overwinning. Beschilderde bloemzak ‘Chicago’s Flour Gift to the Noncombatants in Belgium. Funds secured through the agency of the Chicago Evening Post. Star & Crescent Milling Company, Chicago, USA. War Relief Donation”. Belgische part. coll.De Romeinse godin Fortuna met de hoorn des overvloeds is de godin van geluk en ongeluk. Beschilderde bloemzak ‘Chicago’s Flour Gift’. Vergelijk met vorige afbeelding: de Amerikaanse originele bedrukking is in tekst en kleur dezelfde, het lettertype is anders. Belgische part. coll. LTA
2 De Amerikaanse toespeling en wens om bedankt te worden, wat nieuwe impulsen tot schenkingen zou opleveren: DANK, MERCI, GRATEFUL. Het waren de woorden waarvan de Belgische organisaties verwachtten dat dit de beste opbrengst voor de liefdadigheidsverkopen van de zakken zou opleveren, zowel binnen België als daarbuiten, zoals in de VS. ‘Het Werk van den Kapmantel wil haar donateurs van harte aanbevelen om artistiek uitgevoerde objecten te kopen, vervaardigd van ‘Amerikaanse zakken’. Ze zullen dierbare herinneringen vormen; ‘een gedachte van dankbaarheid tegenover het zo genereuze Amerika’ is het uitgangspunt geweest voor de versieringen op de zakken.’ (Journal des petites affiches/weekblad voor het arrondissement Leuven van 23 april 1916)
Versierde bloemzak ‘To the Belgians Flour from the City of St. Catharines And Vicinity, Ontario, Canada, 98 LBS/Opwijck Brengt Hulde & Dank aan Amerika, 1915. Foto: ‘Getuigenissen van de «andere oorlog». Opwijk en Mazenzele (en omstreken) 1914-1918’, HOM, 2004
Celine Geeurickx-Moens uit Opwijk: “’t schijnt dat ons werk dollars verkocht wordt aan de milliardairen die gedenkenissen willen van het diep geteisterde België. De opbrengst is voor ons. …” (De Belgische Standaard, 7 mei 1915).
“I ordered a large quantity of these souvenirs to be embroidered and decorated by Belgian school children after a design shown me in Brussels. These bear the marks of various mills contributing to our cargo, as large a variety as could be selected”.
4 Belgische opdrachten van bestuurders van gemeenten en komiteiten.
8 De Britse blokkade van levensmiddelenimporten naar Duitsland en bezet België.
‘Mr. Asquith stated: “The British had no obligation to the civil population; that it was distinctly against the interests of the British people that the Germans should be relieved of their obligations, and that it was a monstrous idea that the British should send foodstuffs into Belgium simply to fill the vacuum created by German requisitions”.’ Memorandum Hoover (December 4, 1914)
Een Belgische handwerkster maakte een treffende geborduurde spotprent op de Britse houding. Een weldoorvoede John Bull, staat op de kade in een haven. Met zelfvoldane blik en handen in de zakken, keert hij zich demonstratief met zijn rug naar een stapel Amerikaanse zakken meel en het schip dat de levensmiddelen heeft aangevoerd.
John Bull op bloemzak ‘Belgian Relief Flour furnished by Wilson County, Kansas’. De geborduurde bloemzak was in Belgische part. coll., is geveild op 17 juni 2022 door Veilinghuis Arenberg, daarna in Amerikaanse part. coll.
Enkele kanttekeningen tot besluit Het dubbele in de borduur- en schilderwerken was dat ze de vrijwillige medewerking vroegen van Belgische handwerksters en kunstenaars, zodat de resultaten verkocht konden worden en veel geld zouden opbrengen.
‘Ce que l’on voit à Bruxelles en 1915, 1916′, M. Collette, 18-1-1916, aquarel in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012
Dank
Professionele borduursters beklaagden zich over hun vergoedingen: deze waren nauwelijks genoeg om eten van te kopen, laat staan dat het uit kon om er ook de borduurgarens van te kopen. Het woord ‘DANK’ was dan ook meer van toepassing op het eigen werk… ‘Il ne faudrait pas que sous le couvert d’une œuvre charitable, se déguisât une nouvelle forme d’exploitation, en ce moment où l’exploitation a déjà revêtu les forms les plus diverses. Secourir les besogneux, c’est bien, c’est beau, c’est juste. Les secourir au moyen d’un travail à peine rémunéré, cela devint fort discutable, si le centralisateur de ces travaux y trouve l’occasion d’amasser une petite fortune.’[6]
Vodden
De borduursters op school klaagden over saaie lessen, een moeder keurde het upcyclen van de bloemzakken af.
Elvire Heeren (°Antwerpen 14.02.1900) schreef in april 1915 aan haar nichtje [7]: “Liefste Germaine, Sedert omtrent 14 dagen hebben wij in de school den ganschen dag handwerk mogen doen dat zal opgezonden worden naar Amerika, de kooper welke er het meest voor biedt ontvangt het werkje, de opbrengst daarvan wordt omgezet in eetwaren en wordt aan de armen van onze stad uitgedeeld. … .
Elvire vervolgde:
“Als wij weer in de school terug keeren, wordt al het handwerk uitgestald, dus hebben weer geen les, ma permeteert er maar over dat wij nu nog onzen kostelijken tijd in zulke vodden moeten steken.”
Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal’.
[1a] ‘De zandzak in den oorlog’, Vooruit, 8 augustus 1915
[2] Nicholas J. Saunders, met medewerking van Dominiek Dendooven, Loopgravenkunst. Ieper, In Flanders Fields Museum i.s.m. Uitgeverij Van De Wiele, Brugge, 2004.
[2a] Saerens, Lieven, HET ARCHIEF PIERRE BEECKMANS, een nieuw licht op de Joodse gemaanschap en de Jodenvervolging in België. SOMA Berichtenblad 40 – Juni 2007, p. 26-31.
[3] New York Tribune, The Baltimore Sun, 19 september 1915; The Philadelphia Inquirer, 26 september 1915
[4] Scholliers, Peter, Oorlog en voeding: de invloed van de Eerste Wereldoorlog op het Belgische voedingspatroon, 1890-1940. Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, elfde jaargang, nummer 1, februari 1985
[5] Nath, Giselle, Voedselschaarste en voedselbedeling, tactieken en strategieën. Twee episodes uit de Belgische bezetting tijdens de Eerste Wereldoorlog. Gent: Universiteit Gent, Scriptie voorgedragen tot de graad van Master in de Geschiedenis (2010-2011)
[7] Nieuwe meesters, magere tijden, Diane De Keyzer p. 296
Collectie Hugo (Antwerpen 05.07.1924, zoon Elvire Heeren en Karel Resseler) en Walter Resseler (Antwerpen, 02.04.1952, kleinzoon Elvire en Karel)
De vraag die mij vaak wordt gesteld is: “Hoeveel zakken meel stuurden de Amerikanen en Canadezen naar België?”
Met andere woorden: hoeveel ‘Amerikaanse bloemzakken’ kwamen in Belgisch bezit van bakkers, NKHV/CNSA, de provinciale en lokale komiteiten doordat de Commission for Relief in Belgium zakken meel importeerde voor hun broodvoorziening?
Een interessante vraag, want hoeveel bloemzakken vormden de bron voor de huidige collecties Versierde meelzakken in WO I?
Overslag van meelzakken voor CRB, 1915. Foto: HILA
CRB Statistical Review of Relief Operations by George I. Gay, 1925 De Commission for Relief in Belgium (CRB) bracht verslag uit over haar werkzaamheden van 1914-1919 in een rapport opgesteld door George I. Gay in 1925. Het rapport is volledig gevuld met tabellen en statistieken. Aankopen, schenkingen, productcategoriëen, oceaanstomers en meer staan per dag, maand, jaar verantwoord.
CRB-overslag van meelzakken in de haven van Rotterdam. De zakken worden gewogen voordat ze worden geladen in het binnenvaartschip Geertje. Foto: HILA
Meelzakken Voor mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I gaat mijn interesse naar de invoer van zakken meel, graan, schepen, hoeveel en wanneer, ging het om aankopen of schenkingen?
In dit blog heb ik de cijfers verwerkt in een aantal grafieken ter illustratie van de CRB-werkzaamheden, zoals gerapporteerd door George I. Gay.
Welke cijfers en informatie terug te vinden zijn in België in de archieven van CNSA/NKHV, de Belgische contractpartner van de CRB en feitelijk de opdrachtgever van de leveranties , is een vraag voor verder onderzoek.
CRB Voedselimport
Het tonnage van de voedselimport van de CRB per jaar in productcategoriëen.
CRB Tonnage jaarlijkse voedselimport in productcategoriëen. Grafiek Annelien van Kempen
Elevatoren slaan het graan over van SS Wabana uit New Orleans in de Maashaven, Rotterdam Het schip meerde er aan op 7 mei 1915. De Wabana vervoerde 7186 ton graan ingekocht door de CRB. Foto HILAStadsgraanzuiger 9 uit Antwerpen in de haven van Rotterdam aan het werk voor de CRB, winter 1917. Foto HILA
CRB importen van graan in bulk en bloem (meel) in zakken
Welke aandelen waren er jaarlijks voor graan in bulk dat gemalen is in de Belgische maalderijen vergeleken met Amerikaans en Canadees meel dat in zakken is geïmporteerd?
Jaar
1 November
30 Oktober
Bloem (meel)
Graan
1
1914
1915
153.859
526.329
2
1915
1916
6.515
904.551
3
1916
1917
8.275
438.372
4
1917
1918
166.213
441.879
5
1918
augustus 1919
93.242
545.871
TOTAAL
428.104
2.857.002
Tabel bloem (meel) en graan in metrische tonnen
In deze grafiek is de jaarlijkse import van graan en bloem procentueel ten opzichte van elkaar weergegeven.
CRB Jaarlijkse import van graan in bulk en bloem (meel) in zakken. Grafiek Annelien van Kempen
Waarom bloem? Voor de oorlog uitbrak in augustus 1914 was de import van granen gemeengoed in België. Via de haven van Antwerpen kwamen de volgeladen oceaanstomers uit Argentinië en Noord-Amerika. Graanzuigers laden het graan over in aken voor transport naar de maalderijen in het binnenland.*)
Waarom dan kiezen voor de inefficiëntie en kostenverhoging van het importeren van meel in zakken tijdens schaarste en oorlogstijd?
Vooropgesteld: Uit efficiëntie overwegingen kocht de CRB zoveel mogelijk graan in dat werd gemalen in Belgische maalderijen. De maalderij Meunerie Bruxelloise bij Brussel was een voorname contractpartner van de CNSA/NKHV.
Maalderij ‘Meunerie Bruxelloise’ in Brussel, stond onder contract bij de CNSA/NKHV
In jaar 1 accepteerde de CRB zakken bloem vanwege de publiciteitscampagne in de VS, die druk moest zetten op de Britse regering om de voedselimporten toe te staan. Zie het blog De Bevoorrading van België.
In jaar 2 en 3 bracht de CRB slechts een paar duizend ton bloem (meel) in zakken België binnen. Graan, gemalen in de Belgische maalderijen, voorzag in de behoefte van bloem voor de broodvoorziening.
De Verenigde Staten treden toe tot de oorlog
In april 1917, jaar 3 van CRB activiteit, was de VS toegetreden tot de oorlog en waren de Amerikaanse CRB vertegenwoordigers vertrokken uit België. Spanje en Nederland namen de toezichthoudende taken over.
De belangrijkste wijziging die plaatsvond was de financiering van de importen. De CRB liet deze volledig overnemen door de Amerikaanse overheid. Kennelijk is er binnen deze deal ingezet op aanzienlijk meer import van (Amerikaanse) bloem in zakken, naast het graan in bulk, blijkens de cijfers van jaren 4 en 5.
Voor mijn onderzoek naar versierde meelzakken is de vraagstelling of de bloemzakken die van november 1917 tot augustus 1919 zijn geïmporteerd, geschikt waren voor hergebruik en zo ja, door de Belgische bestuurderen van CNSA/NKHV ter beschikking zijn gesteld van liefdadigheidsorganisaties?
Ongetwijfeld niet:
Ten eerste heeft de versiering van meelzakken in België plaats gevonden in het jaar 1915 en begin 1916 in reactie op de schenkingen bloem in jaar 1. Daarna was de rage over.
Ten tweede was de bevoorrading van meel in de jaren 4 en 5 ingekocht door de CRB en zullen de zakken industriële verpakkingen zijn geweest.
Inkoop en schenkingen De CRB was een inkooporganisatie. Ze financierde de aankoop van goederen met leningen, garanties en subsidies van Belgische, Franse, Britse en Amerikaanse industriëlen en overheden.
Een klein gedeelte van de importen van de CRB waren schenkingen van de bevolkingen van Groot-Brittannië, de Gemenebest waaronder Canada, en de Verenigde Staten.
CRB jaarlijkse import van aankopen en schenkingen. Grafiek Annelien van Kempen
Meelzakken in de oceaanstomer Hannah, het Kansas State ship. Het schip vervoerde 4600 ton bloem, waarvan 50% ingekocht en 50% schenkingen. De Hannah vertrok uit New York op 6 januari en kwam aan in Rotterdam op 27 januari 1915. Een week later was het meel in België gedistribueerd bij de bakkerijen. Foto: HILA
Het eerste jaar van de importen van de CRB bestond 16% van de goederen die bezet België bereikten uit schenkingen.
De helft hiervan was bloem (meel), verpakt in zakken.
CRB import van schenkingen in jaar 1 in productcategoriëen. Grafiek Annelien van Kempen
Inkoop en schenkingen van meel in het eerste jaar Van november 1914 tot oktober 1915 heeft de CRB 108.244 ton bloem (meel) ingekocht (zijnde 71%). Ze verscheepten 45.615 ton bloem (meel) dat geschonken was (zijnde 29%). Totaal werd er 153.859 ton ingevoerd in het eerste jaar.
Uit mijn onderzoek blijkt dat het meel was verpakt in zakken van 12, 24, 48, 98 en 220 LBS. (1 LBS is 0,45 kg). Ook heb ik zakken gezien van 50 en 100 kg.
Zogenaamde Amerikaanse winkel in Campenhout, België, in 1915 met importproducten van de CRB. Foto HILA
SS Calcutta met donaties hulpgoederen uit Canada vertrok op 19 december 1914 uit Halifax en kwam op 8 januari 1915 aan in de Maashaven, Rotterdam. De Calcutta vervoerde 3030 ton tarwe in bulk, plus 873 ton tarwemeel in circa 20.000 meelzakken. HILA CRB records 22003 box 619
Import aantal meelzakken
De CRB-statistieken van 1925 in combinatie met de resultaten uit mijn onderzoek leiden tot een inschatting van het aantal geïmporteerde meelzakken uit de VS, Canada en de rest van de wereld.
Import meelzakken in bezet België
Nov. 1914 - okt. 1915
AANKOOP
SCHENKINGEN
VS en rest wereld
2.450.000
1.390.000
Canadees meel uit Groot-Brittannië
450.000
-
Canada
100.000
110.000
Totaal
3.000.000
1.500.000
Bronnen: Commission for Relief in Belgium (CRB). Statistical Review of Relief Operations by George I. Gay, 1925; Œuvre de Secours pour les Victimes de la Guerre en Belgique, Prud’homme, 1915
Conclusie
De inschatting is dat de CRB de import van 4,5 miljoen zakken bloem heeft georganiseerd tussen november 1914 en oktober 1915, waarvan één derde donaties: 1,5 miljoen zakken en twee derde aankoop: 3 miljoen zakken. De bijdrage van Canada aan de import van meelzakken is op basis van deze inschatting 15%.
Zij hebben de bron gevormd voor de huidige collecties originele en versierde meelzakken van WO I.
Dank aan James Gordon-Cumming, www.trenchart.co.uk, voor de inspirerende gedachtenwisseling over deze cijfers
Bronnen: Commission for Relief in Belgium (CRB). Statistical Review of Relief Operations by George I. Gay, 1925
Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915
*) Becuwe, Frank, In de ban van Ceres. Klein- en grootmaalderijen in Vlaanderen (ca. 1850-ca. 1950). Relicta Monografieën 3. Archeologie, Monumenten en Landschapsonderzoek in Vlaanderen. Brussel, VlOE, 2009
Zomaar wat surfend op internet deed ik de vondst van de dag!
Ik stuitte op een krantenartikel met de schenking aan het Taxandriamuseum in Turnhout van een bloemzak met kanten omranding .
In 2023 kwam deze parel in bezit van de Musea Turnhout.
Het kanten boord is zogenaamd ‘oorlogskant’ of ‘war lace’ dat tijdens de Eerste Wereldoorlog werd gemaakt door Turnhoutse kantwerksters. (Het Nieuwsblad, 21 maart 2024, gvn)
De bloemzak ‘Cake & Pie: Pride of Niagara’ van de Thompson Milling Co. in Lockport, New York, VS, blijkt een zak te zijn, die gaarne voor transformatie en borduurwerk ter hand is genomen.
Ik toon u zeven exemplaren in diverse collecties.
Ter vergelijk!
1) Taxandriamuseum, Turnhout, België
Bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y. “De Belgen strijden om recht en vrijheid te bewaren, Vrij Amerika heeft ons van hongersnood bevrijd”. 1914-1918, ook: 3-9-1914. Coll. en foto Turnhoutse Musea
𝗪𝗼𝗿𝗸𝘀𝗵𝗼𝗽 ‘𝗛𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻𝗻𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗸𝗮𝗻𝘁𝘁𝗲𝗰𝗵𝗻𝗶𝗲𝗸𝗲𝗻’
Op 21 mei vond de workshop ‘Herkennen van kanttechnieken‘ met Frieda Sorber – jarenlang conservator van de historische collectie van het ModeMuseum in Antwerpen – plaats op de kantzolder en in het depot van het Taxandriamuseum. Frieda Sorber berichtte mij over de workshop:
Detail achterzijde bloemzak ‘Pride of Niagara’, Taxandriamuseum Foto: F. Sorber
“We eindigden in het museum depot en daar was onder andere een recente gift met kant uit Turnhout uitgehaald. Het ziet er naar uit dat de keerzijde van de zak, gedeeltelijk gebruikt werd om de loper te vergroten.”
Op de Facebookpagina van het museum vond ik een foto van het workshop-gezelschap in het museum depot: Sofie Wilder, coördinator Archief en Musea Turnhout, presenteert enkele kanten, de bloemzak ligt op de tafel, verscholen onder een doorzichtig papier!
Workshop ‘Herkennen van kanttechnieken’ met Frieda Sorber en Sofie Wilder in het depot van het Taxandriamuseum, 21 mei 2024. Foto: Taxandriamuseum
In Overijse versierde bloemzakken Chicago’s Flour Gift/Pride of Niagara, Thompson Milling Co. Particuliere collectie. Foto: Zoniën 2021-02Het lokale Hulp- en Voedingskomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met de twee versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
4) Particuliere collectie, België
Meelzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y. verwerkt in kamerscherm. Part. coll. P. Hilgers
‘1914-1915 Pensionnat du Sacré-Coeur Overijssche (Bruxelles) Province de Brabant Belgique’. Coll. HILA HHSC 62008 Box 20 item 7 verso. Foto: auteur
Detail van kanten boord, HILA 62008 box 20.7. Foto: auteur
6) Hoover Institution Library & Archives, Palo Alto, Ca., VS
Madame AU-Bruyninckx te Koekelberg, Brussel, ontwierp en borduurde de versiering op de bloemzak. ‘Auguste’ Marie Françoise Bruyninckx, meisjesnaam Van Campenhout, werd geboren op 11 maart 1874 in Sint-Jans-Molenbeek. Ze was 41 jaar toen ze in 1915 het borduurwerk aanbracht.
Bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, N.Y.; geborduurd door Mme AU Bruyninckx, Koekelberg, Brussel. Coll. HILA HHSC 62008 Box 1 item 5. Foto: auteurDetail: de naam van de borduurster. Coll. HILA HHSC 62008 Box 1 item 5. Foto: auteur
7) Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS
‘Pride of Niagara’ in een Amerikaanse advertentie voor bloem en suiker. The Fair Haven Era (Fair Haven, Vermont), 31 december 1914
Lockport, New York
De plaats Lockport in de staat New York, ligt 40 km ten noord-oosten van Buffalo, en in de nabijheid van de Niagara watervallen. Het dankt zijn naam aan de sluizen (locks) die ter plekke werden gebouwd om 18 m hoogteverschil te overbruggen in het historische Erie Canal, een kanaal dat de Hudson rivier verbond met het Erie Meer.
Close-up view of a stairstep series of locks on the Erie Canal at Lockport, New York. Identifier: NYSA_A3045-78_D47_LoB Date: 1880 – 1910 Repository: New York State Archives Source: New York State Archives. New York (State). Education Dept. Division of Visual Instruction. Instructional glass lantern slides, ca. 1856-1939. Series A3045-78, Call no. D47_LoB
Dank aan:
– Frieda Sorber voor de informatie over de bloemzak in het Taxandriamuseum te Turnhout;
– Hubert Bovens voor de biografische gegevens van borduurster Auguste Bruyninckx-Van Campenhout.
Herengracht 406, Amsterdam – het pand met de rode deuren, 2024.
Eind 1916 organiseerde het Comité ‘Hulp voor de soldaten aan het Belgische front’ aan de Herengracht 406 in Amsterdam een tentoonstelling waar versierde meelzakken opduiken!
Het waren kussens die “eigenlijk meelzakken waren van Amerikaansche origine en Belgische bestemming”; ook beschilderde zakken (“op het grauwe gonje zijn berooide Belgische vrouwen, vaderlooze kinderen gepenseeld”), maakten deel uit van de verkoopuitstalling.
Comité ‘Hulp voor de soldaten aan het Belgische front’ In Nederland verblijvende Belgen richtten aan het begin van de oorlog het Comité van ‘Hulp voor de soldaten aan het Belgische front’ op. Het liefdadigheidscomité spande zich in gelden in te zamelen om pakketten te versturen aan Belgische soldaten aan het front. Ze organiseerden verscheidene fundraising activiteiten. In september 1916 luidde hun oproep: Binnen enkele dagen zal wederom de herfst zijn aangebroken en nog steeds bevinden onze arme soldaten zich in de loopgraven.
Het liefdewerk ‘Hulp voor de soldaten aan het Belgische front’ stelt zich ten doel zooveel mogelijk het lot der soldaten te verzachten, door aan diegenen, welke niet door hunne familie kunnen geholpen worden – en hun aantal is zeer groot – van tijd tot tijd een pakket toe te zenden, bevattende een paar sokken, benevens tabak en levensmiddelen, een en ander ter waarde van f 3 per colli.(Algemeen Handelsblad, 15 september 1916)
Het Comité was samengesteld uit Belgische vrouwen, die geografisch verspreid in Nederland verbleven: In het Comité voor Nederland hebben o.a. zitting als
presidente: madame R. van Strydonck, Seinpostduin 24, Scheveningen; secretaresse: madame M. Dupret, Ulvenhoutschelaan 6, Breda; penningmeesteres: mademoiselle M. Détière, ‘s-Gravendijkwal 113, Rotterdam;
comitélid: mademoiselle Peeters, Anna Vondelstraat 13, Amsterdam. (Algemeen Handelsblad, 15 september 1916)
Tentoonstelling van kunst en andere voorwerpen in december 1916
Alfred Ost, Tentoonstelling voor Comité ‘Hulp aan Belgische Soldaten’, Heerengracht 406, 1916. Afm. 46×79 cm. Drukk. Kotting. Coll. Postermuseum New York
Deze affiche met een tevreden lachende, pijprokende, Belgische soldaat riep het publiek op tot bezoek aan een verkooptentoonstelling ten bate van de soldaten aan het front. Namens het Comité Hulp aan Belgische soldaten was mejuffrouw G. Peeters organisator van de bazaar. Zij woonde in de Anna Vondelstraat (tegenwoordig Anna van den Vondelstraat) [1]. Geergina Maria Clementina Peeters, ºAntwerpen 28-07-1866, was gezelschapsjuffrouw. In 1902 kwam zij uit Merksem, België, naar Amsterdam, woonde van 1911-1913 in Heemstede en vertrok in mei 1919 weer terug naar België.
In perceel Heerengracht 406 zal op 19, 20 en 21 December een verkooping worden gehouden van schilderijen, teekeningen, handwerken enz. ten bate van de Belgische soldaten aan het front. De verkooping gaat uit van het Comité tot hulp aan Belgische soldaten, dat sinds den aanvang van den oorlog werkzaam is. Leidster van dezen bazaar, die van 10-12 en 2 – 6 zal geopend zijn, is mej. G. Peeters, Anna Vondelstraat 13. (Algemeen Handelsblad, 12 december 1916)
John Walter Hart, ºAmsterdam 18-11-1861 +Auschwitz 23-11-1942, was eigenaar van Herengracht 406 in de jaren 1904 tot 1920. Hij was daar werkzaam in het kleermakersbedrijf van zijn vader, de firma H. Neville Hart en Co, later (H. Neville) Hart & Schoemaker, Koninklijke kleermakers. John Walter Hart bekleedde vele functies in de kledingbranche.
Voorwerpen die zeker goud zullen opbrengen
Het Algemeen Handelsblad ging ter plaatse op bezoek en deed wervend verslag. Het onthulde de aanwezigheid van blanke kussens en mistroostige schilderijen die eigenlijk meelzakken waren en daarom van een grote waarde.
Er is van alles. Sachets, rosesatijnig, die wegschemeren onder roomkleurige tulle en blanke point-lacé kussens, die eigenlijk meelzakken zijn, van Amerikaansche origine en Belgische bestemming; op het grauwe gonje zijn berooide Belgische vrouwen, vaderlooze kinderen gepenseeld; dát zijn voorwerpen, die zeker goud zullen opbrengen. Ook zijn er odeurs, pénétrante, zachte, bedwelmend… ’t is éen en al, zoete parfumgeur, als je de tentoonstellingskamer binnengaat. Ook zijn er schilderijen én speldekussens én honderd, vijfhonderd, duizend andere snoeperige niemandalletjes, die men toch zoo graag koopt, als men weet, dat de opbrengst komt in de kas van het Comité ‘Hulp aan de Belgische soldaten’. (Algemeen Handelsblad, 19 december 1916)
Mijn nieuwsgierigheid naar de tentoongestelde geborduurde en beschilderde bloemzakken is gewekt; tot heden heb ik echter geen exemplaar getraceerd.
Belgische Kunsttentoonstelling in Tilburg
Enkele maanden eerder, in juli 1916, werd een Belgische Kunsttentoonstelling gehouden in Tilburg. Frieda Sorber, oud-conservator van de historische collectie van het ModeMuseum in Antwerpen, stuurde me een foto toe van de tentoonstelling: “een verloren gelopen kaart, met allerlei Belgisch handwerk en schilderijtjes; geen bloemzakken…“. Het sfeerbeeld geeft een voorstelling van hoe ook de tentoonstelling in Amsterdam zal zijn geweest, mèt bloemzakken.
Affiches van Alfred Ost Over de affiche van de tentoonstelling heb ik meer gevonden. De affiche is ontworpen door de Belgische kunstenaar Alfred Ost (ºZwijndrecht 14-02-1884 †Antwerpen 09-10-1945).
Alfred Ost, Vluchtelingen, Sluis, 27-11-1914, litho. Bron: Wikipedia
Ost, woonachtig in Mechelen, was na het uitbreken van de oorlog met zijn ouders naar Nederland gevlucht en kwam terecht in Sluis. Begin 1915 trok hij verder naar Amsterdam en kwam te werken bij de steendrukkerij van de firma Kotting. Alfred Ost voelde zich diep betrokken bij zijn landgenoten in den vreemde, de vluchtelingen, krijgsgevangenen en soldaten aan het front. Hij werkte mee aan de initiatieven van liefdadigheidscomités en maakte voor hen affiches en prentbriefkaarten.
Alfred Ost, Paarden, 17-12-1914, litho. Bron: WikipediaAlfred Ost, Tentoonstelling voor Comité ‘Hulp aan Belgische Soldaten’, Heerengracht 406. Coll. Postermuseum New York
Hij schilderde voor het Comité tot hulp aan Belgische soldaten het portret van een soldaat, getekend door zijn ontberingen; toch oogt de man ontspannen en geniet van zijn pijptabak. Het uniform is grijsblauw; de pet staat nonchalant achter op zijn hoofd.
Ost keerde in 1919 terug naar België en vervolgde zijn schilderscarrière. Hij is een erkende, vooraanstaande Belgische kunstenaar met collecties in meerdere musea. Een kunsthistoricus typeerde hem aldus: ‘Alfred Ost is de man van de steeds rake, trefzekere, dynamische lijn, van licht- en schaduwspel, van ritme en beweging’ [2]. Mede tijdens zijn Amsterdamse periode en beïnvloed door de oorlogsomstandigheden ontwikkelde hij een eigen, herkenbare grafische stijl.
Alfred Ost, Groot artistiek concert. Affiche voor een benefietconcert in het Concertgebouw op 10 november 1917, georganiseerd door de Belgische geïnterneerden ten bate van de Vereeniging “Voor het schoolkind” voor kleding voor Amsterdamse schoolkinderen, 1917. Drukk. Kotting, Coll. Stadsarchief Amsterdam
Herengracht 406 in de Tweede Wereldoorlog *Poëzieavonden en lezingen De tekenares Johanna Charlotta ‘Lotte’ Ruting bewoonde de zolderverdieping van Herengracht 406 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij organiseerde op een lagere verdieping regelmatig illegale poëzie-avonden en lezingen. Ook doken er verzetsmensen en joodse schrijvers onder, en diende een klein kamertje als centrale voor de opvang van Britse piloten.
*Joods Monument Het huis is ook een Joods monument omdat een van de bewoners, Isaac Alexandroff (Amsterdam 27-02-1899 Sobibor 16-07-1943), van beroep commissionair, werd weggevoerd naar Sobibor en daar overleed. Er is een link met België, vermits hij in 1927 vanuit Brussel naar Amsterdam verhuisde.
Herengracht 406, Amsterdam – het pand met de rode deuren, 2024. Foto: auteur
Slot Mijn onderzoek naar de versierde meelzakken maakt een verhaal bekend over het huis aan de Herengracht 406 in Amsterdam, voortkomend uit de Eerste Wereldoorlog. Het is een toevoeging aan de verhalen die bekend zijn uit de Tweede Wereldoorlog.
Voor het Postermuseum in New York biedt het achtergrondinformatie over de affiche, ontworpen door Alfred Ost.
Of het Amsterdamse grachtenhuis in de periode 1914-1918 een band had met België of in december 1916 dankzij een connectie tussen de Belgische Geergina Peeters en de maatkledingfabrikant John Walter Hart eenmalig gebruikt is voor de tentoonstelling door het Belgisch Comité vraagt om verder onderzoek.
Ook vraag ik me af: is er meer informatie over deze tentoonstelling in Nederland, met name informatie over de meelzakken?
Voetnoten:
[1] Mej. G. Peeters, lid van het Comité ‘Hulp voor de soldaten aan het Belgische front’, organiseerde de verkooptentoonstelling in december 1916 waarin versierde meelzakken werden aangeboden. Zij woonde in de Anna Vondelstraat 13, een straat in Amsterdam-West.
De straatnaam is in 1986 gewijzigd in Anna van den Vondelstraat. Anna van den Vondel (ca. 1620-1675) was dochter van de dichter en toneelschrijver Joost van den Vondel en Mayke de Wolff. [2] Geerts, Roger, Waar kan Alfred Ost als kunstenaar gerangschikt worden? Vlaanderen. Kunsttijdschrift. Jaargang 33, 1984, p. 234
Dank aan:
– Jan de Vries, Rotterdam, voor bijwoning van een van mijn lezingen over de versierde meelzakken. Het inspireerde hem tot zakkenonderzoek in Nederlandse bronnen; hij vond de krantenartikelen en affiche over deze tentoonstelling;
– Hubert Bovens, Wilsele, voor de biografische gegevens van kunstenaar Alfred Ost;
– Liesbeth Croimans, Stadsarchief Leuven, voor de informatie over het pand Herengracht 406, Amsterdam, tijdens de Tweede Wereldoorlog;
– Eveline Lambrechtsen van het Stadsarchief Gemeente Amsterdam, voor de informatie over Geergina Peeters, John Walter Hart en de eigendom van Herengracht 406.
Foto van Alice Gugenheim-Aaron op 54-jarige leeftijd in 1924. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Recent is het oorlogsdagboek van Alice Gugenheim-Aaron tevoorschijn gekomen met als omslag een geborduurde bloemzak ‘Victor’, J.C. Voshell, Camden, Delaware, 10 lbs, waarop de datum 6 juni 1915. Binnenin zijn van dezelfde bloemzak een deel onbewerkt en een deel geborduurd bewaard gebleven, tezamen met tekeningen, geschreven (Franse) teksten, krantenknipsels en postkaarten.
Verjaardagscadeau voor dochter Ida
Op Tweede Kerstdag 26 december 1916 – een gedwongen rustdag- was Alice Gugenheim te Brussel in staat te schrijven en tekenen in het album dat ze had gekocht als verjaardagscadeau voor haar oudste dochter Ida.
Geborduurde bloemzak ‘Victor’, J.C. Voshell, Camden, Delaware, 10 lbs, 6 juni 1915, omslag van Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Een aantal fragmenten uit Alice Gugenheim’s ‘Scrapboek’.
‘Witte Kerst – Rode Kerst’, bladzijde in Alice Gugenheim’s album. ‘Les Deux Pierrots’ (linksboven) is een eenakter in verzen van Edmond Rostand. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Witte Kerst en Rode Kerst
‘Noël Blanc – Noël Rouge’ zijn twee tekeningen vol symboliek rondom de aankondiging van het Grote Liefdadigheidsfeest op 26 december 1916 in Zaal De Philharmonie in Jette.
Rode Kerst, tekening in Alice Gugenheim’s album, 1916. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcMHet handschrift van Alice Gugenheim in haar album, 1916. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012.
26 december 1916 Ik schrijf in Brussel op een vrije dag of een van gedwongen rust, er komen zoveel herinneringen naar boven. Maar… na 2 1/2 jaar (ik schrijf op 26 december 1916) … zijn de herinneringen ver weg … neemt de wrok af, maar … is de censuur daar!! … Altijd! …
‘Ce que l’on vit à Charleroi le 22 août 1914!!’, M. Collette**, 18-1-1916, aquarel in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Oorlogsdagboek*)
Fragment in Alice Gugenheim’s album, 1916. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012.
Ik ben begonnen met dit album op 6 juni 1915, de dag dat jij, Ida, 21 werd. Het was een geschenk binnen mijn financiële mogelijkheden. Het zal voor de toekomst ook de middelen weerspiegelen die ons zowel in materiële zin als in moraal helpen in leven te blijven.
Elke pagina en de tekeningen die het album bevat, geven verslag van de feiten; ze vormen de samenvatting van het ‘oorlogsdagboek’, dat je mooie jeugdjaren zal hebben gevormd met fasen van verdriet en emoties in donkere dagen; toch ook vaak opgelicht door de wens van ons allemaal om in deze akelige dagen te beseffen dat het nog veel erger had kunnen zijn.
‘Ce que l’on voit à Bruxelles en 1915, 1916′, M. Collette**, 18-1-1916, aquarel in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Het idee van de Amerikaanse bloemzakken Na veel zoeken zijn we tijdelijk op de Brugmannlaan neergestreken waar ik en wij allemaal na de werkdag een schijn van thuis hebben gevonden, waar we in ieder geval ’s avonds samen zullen zijn.
‘A propos de Sacs’, bladzijde in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcMDe winkel met Amerikaanse bloemzakken, Boulevard Anspach, 1915. Postkaart in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Het idee van de Amerikaanse bloemzakken waarvoor we onze steun aan het Nationaal Komiteit voor Hulp hebben aangeboden, heeft ons in staat gesteld die prachtige winkel op de Anspachlaan op te zetten, waardoor we dankzij het werk van onze dochters[2] gedurende 6 maanden ons huishouden zelf konden bekostigen. Maar in het begin van de eerste maand, die duur was, aten we met andere oorlogsgetroffenen maaltijden voor 45 cent in het restaurant tegenover de winkel. Ik kan niet zeggen dat het ideaal voor ons was en dat het Raphaël [3] niet veel meer moeite kostte, dan ons. Maar wat een hoop tijd en geld bespaard.
Geborduurde bloemzak ‘Victor’, J.C. Voshell, Camden, Delaware, 10 lbs, 1915, in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Onderzoek Evelyn McMillan van het oorlogsdagboek Evelyn McMillan (EMcM) is erin geslaagd toegang te krijgen tot het oorlogsdagboek van Alice Gugenheim-Aaron, door een afspraak te maken in de Hoover Institution Library & Archives (HILA) om het album te fotograferen, wat plaatsvond met vakkundige assistentie van Laurent Cruveillier, HILA-conservator boek en papier. Op 28 augustus 2023 fotografeerden zij in een uur tijd het album, dat in slechte staat was. De HILA staf zou de restauratie direct daarna beginnen, maar die zou wel enige tijd in beslag nemen.
Evelyn stuurde me een honderdtal foto’s toe en schreef: “Pagina’s in Alice’ album liggen een beetje door elkaar. De lange vellen van wat lijkt op een ‘drukproef’ waren in omgekeerde volgorde neergelegd.
Het album lijkt een getypte transcriptie van de handgeschreven bladzijden te bevatten.
Sommige pagina’s zijn te kwetsbaar om uit te vouwen.
Al met al fantastisch om het oorlogsdagboek te zien en zo blij te weten dat het bewaard is gebleven!”
Onbewerkte bloemzak ‘Victor’, J.C. Voshell, Camden, Delaware, 10 lbs, 1914, in Alice Gugenheim’s album. HILA Gugenheim (Alice Aron) Papers coll. nr. 61012. Foto: EMcM
Op basis van de ontvangen foto’s kan ik op dit moment nog geen inschatting maken van het aantal pagina’s van het album en de tijdsspanne die het omvat.
Ik wilde echter niet langer wachten om het nieuws over het tevoorschijn komen van dit bijzondere oorlogsdagboek uit de Grote Oorlog te delen!
Voetnoten: **) M. Collette: mogelijk is de illustratie van de hand van Marguerite Collette, °Brussel 17-12-1898 +Brussel 21-11-1924; bij haar overlijden was ze gehuwd met Joseph Decoster, winkelier.
Haar ouders: Gérard Joseph ‘Nicolas’ COLLETTE, employé de commerce, °Verviers +Brussel en Marie Joséphine Caroline DELAET °Brussel.
[1] Ida Gugenheim, Alice’s oudste dochter, was geboren in Charleroi op 6 juni 1894.
[2] Alice Gugenheim had twee dochters: Ida en Lise, geboren in Charleroi op 19 november 1896.
[3] Raphaël Gugenheim was de echtgenoot van Alice.
Originele Franse tekst: (J’écris à Bruxelles en un jour de loisirs ou de repos forçé autant de souvenirs me passent à l’esprit. Mais … au bout de 2 ans 1/2 (j’écris le 26 décembre 1916)… les souvenirs sont loin… les rancoeurs s’apaisent et la censure est là!! … toujours!…)
(J’ai commencé cet album le 6 Juin 1915, jour de tes 21 ans (Ida)[1]. Ce fut un cadeau dans mes moyens pécunairement parlant. Il reflètera pour l’avenir aussi les moyens qui nous aidera à vivre matériellement et moralement. Chaque page et les dessins qu’il contient, indiqueront les dates des faits et seront le résumé du ‘journal de guerre’, qui aura vu tes belles années de jeunesse dans des phases de tristesse et d’émotions des jours de sombres, éclairés cependant souvent par notre volonté à tous de voir en ces mauvais jours ce qu’il pût y avoir de plus mauvais encore.)
(Après bien des recherches nous nous installons provisoirement Avenue Brugmann ou je trouverai et nous tous après les journées de labeur un semblant de chez nous ou nous serons du moins ensemble le soir. L’idée des sacs américains pour laquelle nous avons offert notre concours au comité National de Secours nous à permis de monter ce beau magasin au Boulevard Anspach qui pendant 6 mois grâce au travail de nos filles nous permit d’entretenir notre ménage par nous-même.
Mais au début pendant le premier mois qui était couteux nous avons mangé avec les éprouvés de la guerre au restaurant à 45 centimes qui se trouvait en face du magasin. Je ne dirai pas que ce fut l’idéal pour nous et qu’il ne nous en coûta pas plus pour Raphaël que pour nous. Mais que de temps et d’argent gagné.)
Stanford University, Main Quad met uitzicht op Hoover Tower waar Hoover Institution is gevestigd; foto: EMcM, 2018
Dank: – Evelyn McMillan voor het onderzoek en de fotografie van het oorlogsdagboek van Alice Gugenheim-Aaron.
– Hubert Bovens voor zijn meedenken en tekstsuggesties en de biografische gegevens.
Presentatie voor de Kunstvrienden. Onderzoekers en Verzamelaars van Belgische kunst 1830-1950 – Tweede Trefdag in MuZee, Oostende, oktober 2023
Kunstvrienden
Op 14 oktober 2023 was ik uitgenodigd een lezing te geven voor de Kunstvrienden, Onderzoekers en verzamelaars van Belgische kunst 1830-1950 tijdens hun Tweede Trefdag in MuZee te Oostende.
De Kunstvrienden zijn een onderzoekersgroep in enkele jaren gegroeid tot meer dan 30 mensen (waaronder vooraanstaande), kunsthistorici, docenten, museumconservatoren, uitgevers en onderzoekers van Belgische kunst uit de 19e en begin 20e eeuw.
Ik toonde de speciaal voor hen samengesteld diashow
‘2023 Kunstvrienden: Tentoonstelling beschilderde bloemzakken 1915‘, waarin de foto’s van alle kunstwerken die wereldwijd in collecties tevoorschijn zijn gekomen tijdens mijn zakkenonderzoek.
De vrienden waren unaniem positief zoveel schilderingen op bloemzak te zien van bekende en onbekende kunstenaars, actief binnen bezet België tijdens de Grote Oorlog.
NB. Inmiddels resulteerde de lezing in mijn artikel ‘De kunst van de meelzak‘ (oktober 2025).
Achtergrond
Belgische kunstenaars beschilderden geleegde Amerikaanse en Canadese bloemzakken, vooral in de zomer van 1915. Zij zetten hun artistieke talenten in, uit solidariteit met behoeftige collega’s in oorlogstijd en uit patriottische plicht en vaderlandsliefde voor hun door Duitsland bezette land.
Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, bloemzak – detail-, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Na het uitbreken van de oorlog zamelden de Amerikaanse en Canadese bevolking hulp in voor de Belgische bevolking, daardoor bereikten duizenden kilo’s tarwemeel verpakt in handzame zakken in de eerste oorlogswinter bezet België.
Guillaume Van Strydonck, ‘Washington’s Spirit Does Flourish in USA’, bloemzak. Moulckers coll. St. Edward’s University. Foto: Linzee Kull McCray
Het beschilderen van de geleegde zakken was een goed georganiseerde actie van de kunstenaarsverenigingen om via tentoonstellingen geld in te zamelen voor behoeftige collega-kunstenaars en hun gezinnen; onder de oorlogsomstandigheden en de bezetting hadden zij de steun hard nodig.
Uit dankbaarheid voor de internationale steun en om uiting te geven aan hun emoties vanwege de onderdrukking door de Duitse bezetter, schilderden de kunstenaars op de bloemzakken.
Dat was niet makkelijk, het katoen en de jute van de geleegde zakken waren ongeschikte schildersdoeken en de zakken waren reeds bedrukt met logo’s, namen, en soms huldeblijken, van de Amerikaanse en Canadese maalderijen.
Rodolphe-Arman STREBELLE. ‘Eten aan het water’. Bloemzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon. Moulckers Collection. Part. coll. USA
Op de zakken die de kunstenaars beschilderden zijn de verwijzingen naar de omstandigheden van 1915 uiteenlopend en subtiel: ruïnes, moedige soldaten, allegorieën, het voeden en onderwijzen van kinderen, vrouwenportretten, symbolische bloemen en planten.
Toch vraag je je af in welke mate de academisch gevormde schilders in hun werk de oorlogsellende wilden uitbeelden, of kwastten zij in zomer 1915 voort op een betere tijd die achter hen lag, dan wel vol hoop op een spoedig einde van de oorlog?
François Maréchal ‘Hiercheuses’, Liège, 22 Juin 1915. Schets op meelzak. Moulckers Collection St. Edward’s University. Foto: Travis Williams
Oppervlakkig gezien lijken meerdere kunstenaars met lieflijke platen hun land in welvarende staat, zelfs in toeristische beeldtaal en in dankbaarheid aan ‘Amerika’ op te dragen. Ze herdrukten eigen, eerder gemaakte, werken op meelzakken. Tevens kopieerden zij in verf letterlijk de foto’s van (Amerikaanse) oorlogsfotografen.
In die zin is hun werk gemakkelijk, beperkt vernieuwend en origineel. Hoewel daar dan weer ongemak in zit.
Bestudering van de kunstwerken, de vergelijking met eerder en later werk van de kunstenaars, de vergelijking van series beschilderde bloemzakken, leiden tot een andere conclusie. Het kennen van de nuances, toegepaste kleuren en symboliek vertelt het verhaal van oorlog en bezetting.
De kunstenaars voelden de dreigende macht en censuur van de Duitse bezetter wel degelijk, daarom lijken zij zich in hun schilderingen op de vlakte te hebben gehouden, richting de bezetter.
De vrijheid die ze voelden was om de afzenders van de bloemzakken -allemaal op één hoop gegooid onder de noemer ‘Amerika’- erkentelijkheid te betuigen met patriottische symbolen, zowel Belgische als Amerikaanse.
Ook zullen de kunstenaars in juni 1915 met overtuiging de hoop hebben gekoesterd dat de oorlog en bezetting op korte termijn zou zijn afgelopen.
Niets was minder waar.
Jean Brusselmans, ‘Fleurs’, meelzak ‘American Commission’, 1915. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Statistieken
De kunstwerken worden tegenwoordig in Belgische en Amerikaanse publieke en private collecties bewaard- in mijn database beschik ik over foto’s van 96 beschilderde zakken, waarvan 15 bewaard in België (5 in publieke, 10 in private collecties) en 81 in de VS (57 in publieke, 24 in private collecties).
Bijna 70% van de in de VS bewaarde kunstwerken maakt deel uit van de zogenaamde Moulckers-collecties en ruim 20% komt voort uit de archieven van de Commission for Relief in Belgium, bewaard in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum (Iowa) en de Hoover Institution Library and Archives (Californië).
Grafiek Collecties beschilderde bloemzakken van WO I
Uit mijn onderzoek blijkt dat meer dan honderd kunstenaars zakken hebben beschilderd; in krantenberichten en tentoonstellingscatalogi van 1915 staan gegevens met namen van kunstenaars en titels van de werken die zij hebben gemaakt op bloemzakken. Als ik die gegevens meetel kom ik op meer dan 150 beschilderde bloemzakken. Dat is veel meer dan de 96 zakken die ik tot heden ken. Tientallen exemplaren zijn dus nog ‘verborgen’ en zullen in de toekomst hopelijk eens tevoorschijn komen.
De diashow die ik toonde aan de Kunstvrienden bood een interessant platform voor uitwisseling van informatie met kunstkenners en geïnteresseerden, over de Belgische kunstenaars – zowel professionals als amateurs- die binnen het bezette land actief waren in de oorlogsperiode van 1914-1918.
Dame Belgica, bloemzak Flour Canada’s Gift, beschilderd. Coll. en foto: Jan Derynck, Lizerne Trench Art, LTA-Facebook groep
Vervreemdend
Kunsthistorici zijn geneigd deze periode over te slaan, maar juist de beschilderde bloemzakken geven een beeld van de intens beleefde tijd. Bedenk daarbij dat iedere kunstenaar circa drie bloemzakken heeft beschilderd en voor zichzelf uitdrukking gaf aan ‘een gedacht over de omstandigheden van deze tijd bevattend’.
De zakken, het met zorg beschilderde textiel, zijn hoe dan ook verbonden met honger, armoede, verlies en rouw.
Het bijzondere, vervreemdende, van de schilderijen op de zakken is, dat ze tezamen een voorstelling geven van de oorlogsomstandigheden waaronder de kunstenaars en hun gezinnen moesten leven, maar uitgedrukt in kleurrijke, hoopvolle taferelen en een geest van dankbaarheid.
Inhoudsopgave blogs beschilderde bloemzakken
Ik heb op mijn website de volgende blogs over de schilderijen op de bloemzakken gepubliceerd:
The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection in Texas, VS:
Linzee Kull McCray fotografeerde met assistentie van stafmedewerkers van de Munday Library, St. Edward’s University, Austin, Tx, de Captain Albert and Mrs. Moulckers Collection, 1 maart 2023. Foto’s: Linzee Kull McCray, Travis Williams
Annelien van Kempen, Mia Peeters en Hubert Bovens bij de Trefdag Kunstvrienden, MuZee, Oostende, 2023
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens van de kunstenaars; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen, dan wel blijft hij vasthoudend streven naar volledigheid van de gegevens.
Tijdens mijn Belgische Zakkenreis in september 2023 was ik welkom voor een studiebezoek aan het War Heritage Institute in Brussel, waarbij ik meelzakken kon bekijken en bestuderen.[1] Enkele jaren geleden was een groot aantal meelzakken aangetroffen in een kist in het museumdepot; de zakken waren in slechte staat. Ik was benieuwd naar de voortgang daarmee.
Conservator Ilse Bogaerts informeerde me tevoren dat de inventarisatie van de gevonden zakken nog niet veel verder stond, maar dit sloot niet uit dat het museum de meelzakken zou tonen.
Vier dozen vol zakken Vier dozen vol zakken stonden gereed voor onderzoek. Ik schrok bij de eerste aanblik van de stapels bloemzakken.
Ze zijn kapot, rafelig, afgescheurd, of verrot, hebben waterschade vlekken, sommige zakken zijn wel in betere conditie. Meerdere maalderijmerken zijn verbleekt en onleesbaar; inscripties zijn verdwenen door het vergaan van het katoen.
Alle zakken zijn onbewerkt, het zijn originele katoenen zakken met Amerikaanse en Canadese bedrukkingen; er is geen enkele Belgische versiering van borduurwerk, kant of beschildering.
Doos met bloemzakken, 1914. Coll. WHI, Doos 2. Foto: auteur
De dozen zijn genummerd 2, 10 en 11, plus een ongenummerde doos met etiket ’70 bloemzakken totaal verrot’. Het etiket op doos 2 zegt:
BLOEMZAKKEN
23 ex verrot
16 ex idem 15 ex idem
54
Ik besluit doos 2 en de ongenummerde doos te laten voor wat het is en concentreer me op dozen 10 en 11.
Annelien van Kempen en Evelyn McMillan doen onderzoek naar de bloemzakken in het War Heritage Institute, Brussel, september 2023. Foto: auteur
Honderdvijfenzeventig zakken in vier uur Bekijken en bestuderen van katoenen zakken in dermate slechte staat is deprimerend. Gelukkig was Evelyn McMillan met mij meegekomen en samen konden we flink doorwerken om alle meelzakken te fotograferen.
We constateerden dat de restauratie-afdeling van het museum een huzarenstuk heeft verricht door de bloemzakken uit de kist in de afgelopen jaren presentabel te maken. Met de grootste voorzichtigheid hebben we het textiel uit de dozen getild om geen verdere scheuren te veroorzaken in de verteerde stoffen.
In vier uur tijd fotografeerde ik circa 175 bloemzakken, een snelheidsrecord! Toch heb ik met gemengde gevoelens het museum verlaten.
Beeldmerken op bloemzakken van Amerikaanse maalderijen, 1914. Coll. WHI, foto: auteur
Honderdvijfenzeventig maalderijen of inscripties Inmiddels is het enkele weken later. Ik ben bezig met de inventarisatie van de resultaten van mijn studiebezoek en word in weerwil van de slechte conditie van de zakken, steeds enthousiaster over mijn onderzoek.
Want wat blijkt: iedere meelzak is afkomstig van een andere maalderij of hulporganisatie. Alle bedrukkingen op de 175 bloemzakken zijn verschillend, de verzamelaar moet veel tijd hebben besteed aan het samenbrengen van deze meelzakken.
In het boek ‘Dans la Geôle Bruxelloise. Deux années sous le joug allemand‘ van Aline Burls, né Bouquié, is een verwijzing naar het verzamelen van zoveel mogelijk verschillende zakken: ‘…qu’il y avait des personnes qui en faisaient collection, et qu’un amateur en avait actuellement plus de 700 spécimens differents. Le Musée du Cinquantenaire en a rassemblé une collection superbe qui compte actuellement 300 exemplaires artistiquement travaillés.‘ (Er waren mensen die zakken verzamelden, een liefhebber had inmiddels meer dan 700 verschillende exemplaren verzameld. Het Jubelparkmuseum had een prachtige collectie samengesteld van 300 artistiek bewerkte exemplaren.’)
Bloemzak ‘Gopher Brand’, Cream of West, Red Wing Milling Co., Red Wing, Minnesota, 1914. Coll. WHI, foto: auteur
25 Amerikaanse staten en drie Canadese provincies De maalderijmerken en inscripties op de zakken tonen dat de bloemzakken afkomstig zijn uit 25 Amerikaanse staten: Californië, Colorado, Delaware, Idaho, Illinois, Iowa, Kansas, Kentucky, Michigan, Minnesota, Missouri, Montana, Nebraska, New York, North Dakota, Ohio, Oklahoma, Oregon, Pennsylvania, South Dakota, Tennessee, Utah, Virginia, Washington, Wisconsin; en drie Canadese provincies: Alberta, Ontario en Saskatoon.
Ik tel 48 bloemzakken met de inscriptie ‘Belgian Relief Flour’, ieder van een andere Amerikaanse maalderij.
Belgian Relief Flour Sacks van 48 verschillende Amerikaanse maalderijen, WHI collectie, foto’s auteur
De collectie bloemzakken van het War Heritage Institute is veruit de allergrootste in België en qua origine (geografie van Noord-Amerika, de toentertijd gevestigde maalderijen) de meest veelzijdige in de wereld; en dan heb ik de museumcollectie kleding, gemaakt van meelzakken, nog niet eens gezien en meegeteld.
‘Reserveer alle zakken met merknamen en inscripties’ Door de diversiteit van maalderijmerken en inscripties leg ik direct verband met de instructies in zomer 1915 van het Nationaal Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika: -Reserveer voor het Werk van de Oorlogswezen alle zakken van 45 en 22 kg, die bijna allemaal kleurrijk zijn bedrukt met merknamen en inscripties, waardoor ze waardevolle oorlogssouvenirs zijn. (Réserver à l’oeuvre des Orphelins de la Guerre tous les sacs de 45 et de 22 Kgs, lesquels sont presque tous décorés de vignettes et d’inscriptions qui en font de précieux souvenirs de guerre.)[2]
-Per merk zal een inventarisatie worden opgemaakt, die in kopie zal worden toegezonden aan het Speciaal Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika.[3]
Amerikaansche Zakken – Oorlogsgedenkenis – verkocht ten voordeele van de Oorlogswezen. Coll. WHI, foto: auteur
Werk der Oorlogswezen De WHI-bloemzakken bevestigen dat de instructies om de zakken te reserveren en te inventariseren zijn uitgevoerd. Hoeveel geld de bewaarde zakken als waardevolle oorlogssouvenirs voor het Werk der Oorlogswezen hebben opgebracht is nog te onderzoeken.
In ieder geval hoop ik maar dat het Werk der Oorlogswezen beter voor de verweesde kinderen zal hebben gezorgd in de naoorlogse jaren, dan ze voor deze kist met bloemzakken heeft gedaan.
Doos met bloemzakken, 1914. Coll. WHI, Doos 10. Foto: auteur
Materiële cultuur
Vanuit het oogpunt van materiële cultuur kunnen we anno 2023 de bloemzakken hoe dan ook beschouwen als waardevolle oorlogssouvenirs; de slechte staat en deprimerende aanblik neem ik voor lief.
Het scharen van de versierde bloemzakken onder de noemer trench art[4] biedt daarvoor de ruimte. Dit is wat Nicholas Saunders bedoelt met ‘Trench art’ (loopgravenkunst): ‘Trench art is oorlogskunst, zintuiglijk en tactiel, het roept herinneringen op.
De dozen met bloemzakken in het War Heritage Institute, inclusief de zwaar aangetaste, zijn vervreemdend, ze schuren, zijn ongemakkelijk. De meelzakken roepen een gevoel van ongeloof op.
Saunders noemt dat de kracht van trench art: het bergt spanning in zich, vangt de paradox van oorlog – ze vernietigt en creëert tegelijk.
Conclusie
Mijn studiebezoek aan het War Heritage Institute heeft de gelegenheid geboden de kist waardevolle oorlogssouvenirs te beschouwen en leverde een cruciale toevoeging aan de kennis over de geschiedenis van de WO I bloemzakken.
‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’
Dank
Mijn hartelijke dank aan de medewerkers van het War Heritage Institute in Brussel, in het bijzonder Ilse Bogaerts en Peter de Groot, om mij gastvrijheid te bieden voor mijn zakkenonderzoek en om de voorbereidingen die zij daarvoor getroffen hebben.
Bloemzak Jack Canuck Flour donated to The Belgians by North Norwich Township manufactured by Wood Flour Mills, Norwich, Canada. Geborduurd kussen. WHI 201600410. Foto: auteur
[2] Brief Georges Pètre, voorzitter CNSA Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika, aan het departement Hulp van CNSA/NKHV, 11 augustus 1915. A.R. CNSA/NHVC 1117
[3] Notitie G. Pètre, 5 oktober 1915. A.R. CNSA/NHVC 1117.
[4] De door mij gehanteerde definitie van trench art, toegepast op de versierde meelzakken, is: “items gemaakt door burgers, rechtstreeks uit materiaal dat in tijd en plaats wordt geassocieerd met de gevolgen van gewapend conflict”. Lees ook mijn blog ‘Trench art en de versierde meelzakken’, 23 juni 2023