De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Reconnaissance
De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Dank aan Canada
Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek ook het door de CRB ingevoerde (tarwe)graan.
De buitenlandse tarwe arriveerde in bulk in de maalderij, die het tot meel maalde. Vandaar ging het meel naar de bakkerijen in lokale zakken.
Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de bloemzakken. [1]
Usines De Stordeur in Leuven was het centrale magazijn van de lege zakken, die terugkwamen van de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retour-zakken was een tijdrovende, maar voorname taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Mogelijk zijn de zakken gevuld met korrels graan in België geraakt via de buitenlandse voedselhulp, waarna het graan in de maalderij van De Stordeur tot meel is gemalen, dan wel zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor tarwemeel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een bloemzak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.

*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938
(Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com))

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

[1] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

American Collections in Figures 2022

“What collections of decorated flour sacks exist in the United States? Can I represent these in figures?” I asked myself, in parallel with the inventory Belgian collections in figures 2022. “Will new insights arise when comparing the American and Belgian data?”

American flour sack = Belgian embroidered flour sack
First of all, a change of perspective seems required. The naming and framing of flour sacks in the US and Belgium is different.
What the Belgians call in Flemish: “Amerikaanse bloemzakken (American flour sacks)” or in French: “Sacs américains (American sacks)”, are known in the US as: “Belgian Relief flour sacks” or “Belgian embroidered flour sacks”.

American institutions
On my weblog page Museums there is a list of 13 American institutions [1] in nine states with an estimated 571 decorated WWI flour sacks. This is a listing with numbers kindly provided by the institutions’ staff, plus data I found online.

Flour sack “American Commission-Grateful Belgium”, lithography by Josuë Dupont, Antwerp. Coll. and photo: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Two so-called “Hoover” collections stand out numerically, containing 90% of all Belgian Relief flour sacks in the US:
* 350 pieces in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 pieces in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, California (HIA)

Register of WWI Flour Sacks
In my Register of WWI Flour Sacks I have recorded 220 of these 571 decorated flour sacks in American collections; thanks to hundreds of photographs received from collectors and museum curators, I have been able to process the data of these sacks. With 40% of flour sacks registered, there is still much research to be done!

Providing an outline of the American “Belgian decorated flour sacks” collections based on these limited figures is a tricky task, but one I am venturing into to provide direction for my further research.
The comparison with the results of my research in Belgium provides a basis for a first exploration.

American public and private collections

13 public and 11 private collections collectively contain 220 flour sacks, of which 190 (86%) are in public collections and 30 (14%) are in private collections.

Flour sack table runner “Sperry Mills, American Indian”, recto “California”; embroidery “Remembrance” by Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; American private collection
The two largest public collections are partially listed in my register: 77 flour sacks of HHPL and 52 flour sacks of HIA.

Decorated flour sacks
In the American collections, 99% of the flour sacks have been decorated. Unworked/unprocessed sacks are an unfamiliar phenomenon; American collectors are amazed at the Belgian collections of unprocessed, original WWI flour sacks.


Painting, embroidery and lace borders are the most important decorations of the flour sacks.
Of the 220 processed objects recorded, 89 flour sacks are painted, 145 sacks are embroidered, at least 15 sacks have bobbin lace or needle lace. Several sacks have undergone multiple treatments, they were first painted, then embroidered and/or fitted with lace.

Flour sack The Craig Mills, Newcastle, VA; embroidery and lace by Françoise Bastiaens, (°Brussels, 1892.07.02). Coll. HIA; photo EMcM

The origin of flour sacks
The countries of origin of the flour sacks are the United States and Canada. This information is provided by the original printing on the sacks. The indication of origin is sometimes missing, because the original print was cut away when flour sacks were transformed into tapestry, table runner, bag, etc. in Belgium; these sacks are included in the category “Unknown”.


70% of the flour sacks have the USA as their country of origin, 10% are from Canada and of 20% the origin is unknown.
That concludes the figures from my Register of WWI Flour Sacks.

Diptych flour sacks “Castle”, Canada, adaptation Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussels, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Herbert Hoover Presidential Library and Museum Collection
HHPL’s collection list includes 350 flour sacks. What stands out numerically in this largest collection?
Counting and creating graphs provided me with new observations that I didn’t make before based on the Belgian collections: the importance of the outward and return journey.

The outward journey and the return journey of the flour sacks
In North America people are curious to know:
– by whom and from where was the sack filled with flour sent from here to Belgium?
– who in Belgium processed the emptied flour sack, who was the embroiderer, the artist, the lace maker and from where in Belgium was the flour sack sent back to the US?

The outward journey: “Belgian Relief” organizations
A rough count conducted into the origin of the HHPL flour sacks shows that approximately 200 flour sacks (55%) bear the printing of a “Belgian Relief” organization.


The shown imprints are ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Flour sack “A.B.C. Flour- Gratitude”, 1916, embroidered in Assche (Asse), Brabant. Coll. and photo: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Comparison with Belgian collections: 35% of flour sacks bear an imprint of a “Belgian Relief” organization.

The return trip: Belgian embroidered flour sacks
HHPL curator Marcus Eckhardt classifies the HHPL collection of flour sacks as “Gifted from”, among other criteria. It answers the question: “who in Belgium donated the flour sack to the Commission for Relief in Belgium or sent it back to the US?”

Names of schools and embroiderers on the flour sacks plus attached cards, the signatures of artists, all these details are listed on the collection list and are generally well preserved.
The list shows that of the total collection of 350 flour sacks, almost 200 items (57%) come from girls’ schools in Brussels.

The school of the Sœurs de Notre-Dame in Anderlecht takes the crown: 152 handicrafts made by pupils come from this school; that is 43% of the HHPL collection.

Other Brussels girls’ schools are: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Flour sack “American Commission”, embroidered in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; photo: EMcM

Conclusion
Thanks to the cooperation and assistance of many people worldwide, I was able to collect the data of hundreds of decorated Belgian Relief flour sacks preserved in the United States.
Are there more sacks kept in private collections and institutions, hidden in archives, depots, closets, attics, basements?
Further research into the American collections of “Belgian embroidered flour sacks” is needed!

Sacks are full of memories. Every sack houses a fragile and precious story.

Many thanks to:
– Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, for sharing photographs, information, and providing the museum’s Flour Sack collection list.
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen and Tamara Raats. With their expert advice and work I have created my “Register of WWI Flour Sacks”.
– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

 

Notes on the two largest American collections of Belgian Relief flour sacks:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad overlooking Hoover Tower where the Hoover Institution Archives are located; photo: E. McMillan, 2018

Since 1920 the archives and “memorabilia” (commemorative gifts, including the decorated flour sacks) of the Commission for Relief in Belgium (CRB) had been stored in the Hoover Institution Archives at Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

In 1962 the Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) was established in Hoover’s hometown of West Branch, Iowa, and dedicated to the presidency of Herbert Hoover. He was the 31st President of the United States, his term ran from March 4,1929 to March 4, 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, USA. Photo: online

When the Presidential Museum was created, the decision was made for some of the CRB’s archives to be transferred from HIA to West Branch. Hundreds of decorated flour sacks were part of that move. In other words, in 1962 the collection of flour sacks in the CRB archives was split into two parts: 70% came under the management of HHPL in Iowa and 30% remained at HIA in California.

Both collections continue to attract public attention to this day, thanks to HHPL’s presidential status and museum function and because of the HIA’s status as a leading institution.


[1] On my website under “Museums” the numbers of decorated flour sacks in American collections are different because I have discovered new items after writing this blog.

Detail flour sack “Sperry Mills”, verso; embroidered by Mary-Jane Durieux; American private collection

[2] The embroidery was made by Mary-Jane Durieux. It possibly concerns this young lady: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussels 11.04.1893; her parents: mother Marie Everaerts, ºBrussels, father ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussels, furniture maker.
Thanks to Hubert Bovens for these biographical data.

 

 

Amerikaanse collecties in cijfers 2022

“Welke collecties versierde meelzakken zijn er in de Verenigde Staten? Kan ik deze in cijfers weergeven?” Ik vroeg het me af, parallel aan de inventarisatie ‘Belgische collecties in cijfers 2022’. “Zal er bij vergelijking van de cijfers nieuw inzicht ontstaan?”

Amerikaanse bloemzak = Belgian embroidered flour sack
Allereerst blijkt een verandering van perspectief noodzakelijk. De benaming van de meelzakken in de VS is anders. Wat in België zijn:
‘Amerikaanse bloemzakken’ of Amerikaanse meelzakken’ en ‘Sacs américains’
noem je in de VS: ‘Belgian Relief flour sacks’ of ‘Belgian embroidered flour sacks’

Amerikaanse musea
Op mijn weblogpagina ‘Musea’ staat een lijst van 13 Amerikaanse musea in negen staten met naar schatting 571 versierde meelzakken. Dit is een opgave van de musea zelf, plus gegevens die ik online heb gevonden.[1]

Meelzak ‘American Commission-Grateful Belgium’, lithografie Josué Dupon, Antwerpen. Coll en foto: National WWI Museum and Memorial, Kansas City, Mo.

Twee zogenaamde ‘Hoover’-collecties springen er getalsmatig uit, ze bevatten 90% van alle meelzakken in de VS:
* 350 stuks in Herbert Hoover Presidential Library and Museum, West Branch, Iowa (HHPL);
* 160 stuks in Hoover Institution Archives, Stanford University, Palo Alto, Californië (HIA)

Register van Meelzakken
In mijn Register van Meelzakken in WO I heb ik 220 van de 571 versierde meelzakken in Amerikaanse collecties geregistreerd; dankzij honderden foto’s, ontvangen van verzamelaars en museumconservatoren, heb ik de data van deze zakken kunnen verwerken. Met 40% van de meelzakken geregistreerd is er nog veel onderzoek te doen!

Op basis van deze beperkte cijfers een schets geven van de Amerikaanse collecties van ‘Belgische versierde meelzakken’ is een heikel karwei, waar ik me wel aan waag om richting te geven aan mijn verdere onderzoek.
De vergelijking met uitkomsten van mijn onderzoek in België geeft houvast voor een eerste verkenning.

Amerikaanse publieke en privécollecties


13 publieke en 11 privécollecties bevatten gezamenlijk 220 meelzakken, waarvan 190 (86%) in publieke collecties en 30 (14%) in privécollecties.

Tafelloper van meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, achterkant ‘California’; borduurwerk Mary-Jane Durieux [2], 1914-19; particuliere collectie VS
De twee grootste publieke collecties staan gedeeltelijk in het register: 77 zakken van HHPL en 52 zakken van HIA.

Bewerkte meelzakken
In de Amerikaanse collecties is 99% van de meelzakken bewerkt. Onbewerkte zakken zijn een onbekend fenomeen; Amerikaanse verzamelaars verbazen zich over de collecties onbewerkte meelzakken in België.


Schilderwerk, borduurwerk en randen van kloskant zijn de belangrijkste bewerkingen van de meelzakken.
Van de 220 geregistreerde bewerkte objecten zijn 89 meelzakken beschilderd, 145 zakken geborduurd, minstens 15 zakken zijn voorzien van kloskant of naaldkant. Een aantal zakken heeft meerdere bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd en/of voorzien van kant.

Meelzak The Craig Mills, Newcastle, VA; borduurwerk en kant door Françoise Bastiaens, Brussel. Coll. HIA; foto EMcM

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie. Soms ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc.; deze zakken zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.

70% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 10% is afkomstig uit Canada en van 20% is de herkomst onbekend.

Tot zover de cijfers van het Register van Meelzakken.

Tweeluik meelzakken ‘Castle’, Canada, bewerking Ecole libre des Sœurs de Notre-Dame, Anderlecht, Brussel, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Collectie Herbert Hoover Presidential Library and Museum
De collectielijst van HHPL bevat 350 meelzakken. Wat valt cijfermatig op in deze grootste collectie?
Tellen en grafieken maken leverde me nieuwe observaties op, die ik op basis van de Belgische collecties niet eerder maakte: de essentie van de heen- en terugreis.

De heenreis en de terugreis van de meelzakken
In Amerika wil je weten:
– door wie en van waar is de zak gevuld met meel verstuurd vanuit Amerika naar België?
– wie in België heeft de geleegde meelzak bewerkt, wie was de borduurster, de kunstenaar, de kantwerkster en uit welke plaats in België is de meelzak teruggestuurd naar de VS?

De heenreis: ‘Belgian Relief’ hulporganisaties
Een ruwe telling uitgevoerd naar de herkomst van de HHPL-meelzakken laat zien dat circa 200 meelzakken (55%) de bedrukking dragen van een hulporganisatie voor ‘Belgian Relief’.

Ze zijn voorzien van de bedrukkingen ‘American Commission’ (100); ‘Madame Vandervelde Fund (8); ‘ABC-Flour’ (10); ‘Belgian Relief Flour’ (10); ‘Flour. Canada’s Gift’ of ‘Gift from the Motherland’ (60); Rockefeller Foundation (7); ‘War Relief Donation’ (8).

Meelzak ‘A.B.C. Flour- Gratitude’, 1916, geborduurd in Assche, Brabant. Coll. en foto: Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio

Vergelijking met Belgische collecties: 35% van de meelzakken draagt een bedrukking van een ‘Belgian Relief’ hulporganisatie.

De terugreis: ‘Belgian embroidered flour sacks’
Conservator Marcus Eckhardt rubriceert de HHPL-collectie meelzakken onder meer als ‘Gifted from’: wie in België doneerde de meelzak aan de Commission for Relief in Belgium of stuurde de meelzak terug naar de VS?

Namen van scholen en borduursters op de meelzakken plus aangehechte kaartjes, de signeringen van kunstenaars, deze gegevens zijn op de collectielijst vermeld en zijn in het algemeen goed bewaard gebleven.
De lijst laat zien dat van de totale collectie van 350 meelzakken bijna 200 exemplaren (57%) afkomstig zijn van meisjesscholen in Brussel.

De kroon wordt gespannen door de school van de Sœurs de Notre-Dame te Anderlecht: 152 handwerken gemaakt door leerlingen zijn afkomstig van deze school; dat is 43% van de HHPL-collectie.
De andere meisjesscholen zijn: Ecole Moyenne-Sint Gillis, (27), Ecole Morichar (10), Ecole Professionnelle Bischoffsheim (4), Ecole Professionnelle d’Ixelles (4), Ecole Professionnelle Couvreur (4), Ecole Professionnelle Funck (2).

Meelzak ‘American Commission’, geborduurd in Anderlecht, 1915. Coll. HHPL nr. 62.4.142; foto: EMcM

Conclusie
Dankzij de medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van honderden versierde meelzakken in WO I in de Verenigde Staten bij elkaar gebracht.
Zouden er nóg honderden zakken door Amerikaanse families én musea bewaard zijn, die verborgen liggen in archieven, depots, kasten, op zolders, in kelders?
Verder onderzoek naar de Amerikaanse collecties van ‘Belgian embroidered flour sacks’ is nodig!

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

Mijn grote dank aan:
– Marcus Eckhardt, conservator van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Hij stuurde mij foto’s, deelde informatie en stelde de museum collectie-lijst van Belgian Relief meelzakken ter beschikking;
– Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

Toelichting op de twee grootste Amerikaanse collecties WO I-meelzakken:

Stanford University, Palo Alto, Ca., Main Quad met uitzicht op Hoover Tower waar de Hoover Institution Archives zijn gevestigd; foto: E. McMillan, 2018

Alle archieven en ‘memorabilia’ (herinneringsgeschenken, waaronder de versierde meelzakken) van de Commission for Relief in Belgium (CRB) waren sinds 1920 opgeslagen in de Hoover Institution Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca. (HIA).

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL) is opgericht in de geboorteplaats van Hoover, West Branch, Iowa, in 1962 en gewijd aan het presidentschap van Herbert Hoover. Hij was de 31e president van de Verenigde Staten, zijn ambtstermijn liep van 4 maart 1929 tot 4 maart 1933.

Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa, VS. Foto: online

Bij de oprichting van het presidentiële museum is besloten een gedeelte van de archieven van de CRB over te plaatsen van HIA naar West Branch. Honderden versierde meelzakken van WO I maakten onderdeel uit van die verhuizing. Met andere woorden, de verzameling ‘decorated Belgian relief’ meelzakken in de CRB-archieven is in 1962 opgesplitst in twee delen: 70% kwam in beheer van HHPL in Iowa en 30% bleef bij HIA in Californië.

Dankzij de presidentiële status en museumfunctie van HHPL én het vooraanstaande instituut dat HIA is, weten beide collecties tot op de dag van vandaag de aandacht te trekken van het publiek.

 

[1] De pagina ‘Musea’ kan iets andere cijfers tonen in aantallen meelzakken en Amerikaanse collecties, omdat nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen na het samenstellen van dit blog.

Detail meelzak “Sperry Mills”, verso; geborduurd door Mary-Jane Durieux; Amerikaanse particuliere collectie

[2] Het borduurwerk is gemaakt door Mary-Jane Durieux. Het gaat mogelijk om deze jongedame: Marie-Jeanne Durieux, ºBrussel 11.04.1893; haar ouders: moeder Marie Everaerts, ºBrussel, vader ‘Jean Baptiste’ Léopold Durieux, ºBrussel, meubelmaker.
Dank aan Hubert Bovens voor deze biografische gegevens.

 

Belgian Collections in Figures 2022

Four years ago, I began researching the origin of decorated flour sacks in WWI.

In the Textile Research Centre (TRC) in Leiden, the Netherlands, my fascination originated as it allowed me to discover the existence of these sacks. It led to research questions, “Where in Belgium could I view embroidered flour sacks; which museums and public collections preserve WWI flour sacks?”

The Flanders’ List of Masterpieces includes nine flour sacks, eight in public ownership (In Flanders Fields Museum collection) and one in private ownership. In 2016, the motivation for safeguarding this cultural heritage was, “This is one of the few material witnesses of food aid during World War I as there are few such embroidered flour sacks in public collections in our country.”

Many flour sacks passed through my hands: In Flanders Fields Museum, 2019. Photos: Marc Dejonckheere

By now I have tracked down hundreds of decorated flour sacks. I have held many in my hands, I photographed them and processed their details in my “Register of WWI Flour Sacks”. A year and a half ago, in the blog “Belgian Collections in Figures 2020”, I reported on 235 registered flour sacks. Now I count 310 flour sacks in the register, an increase of over 30%.

Time for an update: this blog presents the key figures of the Belgian collections as of January 2022.
Are you interested in a particular section? Then please use the links to my dozens of previous stories on decorated flour sacks for more information.

Belgian public and private collections


17 public and 25 private collections collectively contain 310 WWI flour sacks, with 196 sacks (63%) in the public collections [1] and 114 sacks (37%) in the private collections.

Bag of flour sack “Belgian Relief Flour”, 1915. Belgian private collection

Original and decorated flour sacks
Original/unprocessed flour sacks are emptied flour sacks, which remained as they were, cotton sacks with original printing of colored letters, logos, pictorial marks and stamps.

Decorated flour sacks are the emptied flour sacks that have been transformed in Belgium into cushion covers, wall ornaments, runners, pouches, bags, tea hats, aprons, dresses, jackets, or pants.


In the Belgian collections, 130 (42%) flour sacks are original/unprocessed and 180 (58%) are decorated.

The distribution of original and decorated flour sacks in the public and private collections, respectively, shows considerable differences.
In absolute numbers the distribution is as follows:


Original flour sacks
The public collections contain the largest part (87%) of the original/unprocessed flour sacks, while 13% of the original flour sacks are in private hands.

Isabella and Paul Errera. Photo: internet

A 100 original flour sacks are kept in three museums: the Royal Art & History Museum (RAHM) in Brussels preserves 54 of these flour sacks, collected during the Great War by textile expert and collector Mrs. Isabella Errera.
The WHI/Royal Army Museum has several dozen original flour sacks in its collection.
Musée de la Vie wallonne (MVW) in Liège preserves the educational series of the Welsch collection: 12 original/unprocessed and 12 decorated flour sacks with the same print in each pair.
Both RAHM and MVW seem to have consciously collected original flour sacks. Material and original printing were the reasons for preservation. Monsieur Welsch defined the printings as embroidery patterns. Madame Errera captured used materials of cotton and jute, printing techniques, colors and logo designs from overseas.

Flour sack “Yellowstone”, worked (embroidered) and original, 1915, donation Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Decorated flour sacks
46% of the decorated flour sacks are in public ownership and 54% in private ownership.
Throughout Belgium, many households have acquired and preserved one or more flour sacks as family heirlooms through grandparents or other family members. Knowledge and awareness of the history of the Belgian WWI flour sacks allows continued and increasing recognition of the country’s national heritage.

Flour sack “Sperry Mills, American Indian”, embroidered. Coll. and photo: Belgian private collection

Active private collectors visit flee markets, garage sales, thrift and brocante stores, local and online auctions through which several collectors have built up wonderful flour sack collections.
The transfer of decorated flour sacks from private owners to public collections takes place in small steps.

Young Belgian embroiderers of flour sacks in Mons. Photo collection of the Musée de la Vie wallonne

The crafts
Painting and embroidery were the main techniques used to decorate the flour sacks: 60 sacks were painted, 145 sacks were embroidered. Several sacks underwent both, they were first painted, then embroidered.

In public collections, 24% of the flour sacks are painted (by artists such as Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse and Henri Thomas) and 76% are embroidered.

Armand Rassenfosse, Nu (Nude), 1915. Photo: Belgian private collection

In private collections, 32% of the flour sacks are painted (e.g., the painted flour sacks in Dendermonde) and 62% are embroidered.

The origin of the flour sacks

Pictorial trademark of the decorated flour sack “Portland”, Oregon, USA. Coll. and photo: Mons Memorial Museum

The countries of origin of the flour sacks are the United States and Canada. The original printing on the flour sacks provides this information.

Several decorated flour sacks lack the indication of origin because the original print was cut away in Belgium when flour sacks were transformed into wall hangings, tablecloths and table runners, bags, etc. They are included in the category “Unknown”.

Some (decorated) sacks are mistakenly labeled as “Belgian relief flour sacks”, they are not original “American” flour sacks. This is also the case for some embroideries made by Belgian prisoners of war. This is the category “Belgium”.


83% of the flour sacks have as their origin the USA, 11% are from Canada and of 3% the origin is unknown.

Conclusion
Thanks to the cooperation and help of many people, I was able to collect the data of 310 American/ Belgian Relief flour sacks preserved in Belgium.
I expect that hundreds more sacks will have been preserved by Belgian families. They are well hidden in cupboards, attics, cellars, sometimes forgotten…

Sacks are full of memories. Every sack houses a fragile and precious story.

Many thanks to Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen and Tamara Raats. With their expert advice and work I have created my “Register of WWI Flour Sacks”.
Thanks to Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

[1] On my website under “Museums” the numbers of decorated flour sacks in Belgian collections are different for two reasons:
– a few publicly accessible institutions display flour sacks from private collections;
– I discovered the collection of 62 flour sacks of MAS Museum aan de Stroom in Antwerp after writing this blog.

Belgische collecties in cijfers 2022

Vier jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.

Het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontvouwde voor mij het bestaan van de zakken. Het leidde tot research vragen: “Waar in België zou ik geborduurde meelzakken kunnen bekijken; welke musea en openbare collecties bewaren meelzakken?”
De Vlaamse Topstukkenlijst bevat negen meelzakken, acht in publiek bezit (in collectie In Flanders Fields Museum) en een in privébezit. In 2016 was de motivatie voor het veiligstellen van dit cultureel erfgoed: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’

Vele meelzakken gingen door mijn handen: In Flanders Fields Museum, 2019. Foto’s: Marc Dejonckheere

Inmiddels heb ik honderden versierde meelzakken opgespoord. Vele heb ik in handen gehad en gefotografeerd, hun gegevens verwerkt in mijn ‘Register van Meelzakken WO I’. Anderhalf jaar geleden rapporteerde ik in het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2020’, over 235 geregistreerde meelzakken. Nu tel ik in het register 310 meelzakken, een toename van ruim 30%.
Tijd voor een update: dit blog presenteert de kerncijfers van de Belgische collecties in januari 2022.
Ben je geïnteresseerd in een bepaald onderdeel? Laat je dan leiden via de links naar mijn tientallen eerdere verhalen over de versierde meelzakken.

Belgische publieke en privécollecties versierde meelzakken WO I

17 publieke en 25 privécollecties bevatten gezamenlijk 310 meelzakken, waarvan 196 zakken (63%) in de publieke collecties [1] en 114 zakken (37%) in de privécollecties.

Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 1915. Belgische particuliere collectie

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren,katoenen zakken met originele bedrukking van gekleurde letters, logo’s, beeldmerken en stempels.

Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

In de Belgische collecties zijn 130 (42%) meelzakken onbewerkt en 180 (58%) bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 87% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 13% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

100 onbewerkte meelzakken bevinden zich in drie musea: KMKG/MRAH in Brussel bewaart 54 onbewerkte meelzakken, verzameld tijdens de Groote Oorlog door textielkenner en verzamelaar Isabella Errera.
Het WHI/Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie.
Musée de la Vie wallonne in Luik kent de educatieve serie meelzakken van Welsch: 12 originele/onbewerkte en 12 bewerkte meelzakken met per tweetal dezelfde bedrukking.

In KMKG/MRAH en Musée de la Vie wallonne is dus sprake van bewuste collectie-vorming van onbewerkte meelzakken. Materiaal en originele bedrukking zijn de redenen geweest voor bewaring. Madame Errera legde gebruikte materialen van katoen en jute, druktechnieken, kleuren en logo ontwerpen van overzee vast. Monsieur Welsch definieerde de bedrukkingen als borduurpatronen.

Meelzak ‘Yellowstone’, bewerkt (geborduurd) en onbewerkt, 1915, schenking Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 46% in publiek bezit en 54% in privébezit.
Doorheen België zijn in vele huishoudens door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaard gebleven als familie-erfgoed. Kennis van versierde meelzakken in WO I maakt herkenning van het erfgoed mogelijk.

Meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, geborduurd. Foto: Belgische particuliere collectie

Actieve verzamelaars bezoeken markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze prachtige verzamelingen opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan een museum of historische kring vindt druppelsgewijze plaats.

Belgische borduursters van meelzakken in Bergen. Fotocollectie Musée de la Vie wallonne

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd: 60 zakken zijn beschilderd, 145 zakken zijn geborduurd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.

In publieke collecties is 24% van de meelzakken beschilderd (door kunstenaars als Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse en Henri Thomas) en 76% geborduurd.

Armand Rassenfosse, Nu (Naakt), 1915. Foto: Belgische particuliere collectie

In privécollecties is 32% van de meelzakken beschilderd (bijvoorbeeld de beschilderde meelzakken in Dendermonde) en 62% geborduurd.

De herkomst van de meelzakken

Beeldmerk van de versierde meelzak ‘Portland’, Oregon, VS. Coll.: Mons Memorial Museum

De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.

83% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 11% is afkomstig uit Canada en van 3% is de herkomst onbekend.

Conclusie
Dankzij de bewustwording en medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van 310 versierde meelzakken in WO I in België bij elkaar gebracht.

Ik verwacht dat er nóg honderden zakken door Belgische families bewaard zullen zijn. Ze liggen goed opgeborgen in de kast, op zolder, in de kelder, soms misschien vergeten…

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

 

Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

[1] De pagina ‘Musea’  toont iets andere cijfers van versierde meelzakken in Belgische collecties dan beschreven in dit blog.  Het verschil is te verklaren doordat:
– een aantal voor publiek toegankelijke instanties meelzakken tonen uit privé-collecties;
– ik een collectie van 62 meelzakken ontdekte in MAS Museum aan de Stroom in Antwerpen na het samenstellen van dit blog.

Dame Belgica en het duiveltje achter haar rokken

Het verbaast me hoe de iconografie van ‘WO I meelzakken’ vragen blijft oproepen.
Kijk maar eens naar deze ‘Dame Belgica’, geschilderd rond 1915 op een Canadese meelzak. Zij kijkt stoer en onverzettelijk de wereld in; houdt stevig met uitgestrekte armen de Belgische vlag in handen.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915. Jan Derynck collectie, Foto: Lizerne Trench Art LTA

Amai, deze Dame bevindt zich niet in één Belgische privécollectie maar in twéé: er is een vrijwel identiek exemplaar in een andere privéverzameling, ook op Canadese meelzak en daterend van rond 1915. Alleen de Belgische vlag achter de Dames wappert op andere wijze.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915, coll. Dendermonde, foto: auteur

De handtekeningen van de schilder of schilderes ontbreekt, dus vraag ik me af of de scheppers van de Dames elkaar kenden, of misschien in dezelfde (schilder)klas hebben gezeten?

‘Koning Albert I’, meelzak Chicago’s Flour Gift, beschilderd, 1915. Coll. Dendermonde, foto: auteur

De Dame op zak die tegenwoordig huist in Dendermonde, is ooit overgekomen, tezamen met een aantal andere beschilderde meelzakken, uit een galerie in Brussel.

Waarschijnlijk zullen de dames in de Belgische hoofdstad ontstaan zijn.
Schilderen op zakken lijkt een eenmalige gebeurtenis te zijn geweest voor de meeste Belgische kunstenaars. Ze werden uitgenodigd mee te doen aan lokale liefdadigheidsacties, omdat de gevulde zakken meel van december 1914 tot mei/juni 1915 uit de VS en Canada ook uit liefdadigheid bij de Belgische bakkers gearriveerd waren. Het was de Noord-Amerikaanse weldaad van overzee, de voedselhulp, die beantwoord diende te worden met eigen Belgische weldaden.

Wereldtentoonstellingen als inspiratiebron voor meelzakken
Eureka! De kunstenaars vonden inspiratie voor afbeeldingen in de beeldtaal van de vele wereldtentoonstellingen die het rijke België hield in het decennium voor de oorlog: Luik 1905, Brussel 1910, Gent 1913 [1].

Originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910. Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; Ets. Jean Malvaux; foto: website archives.mundaneum.org

Onze Dames Belgica blijken exact nageschilderd van de originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910: ‘Exposition de Bruxelles 1910‘ (Ets. Jean Malvaux[2]).
Er was ook een zegel van de wereldtentoonstelling met deze Dame.

Expositions Bruxelles 1910, zegel, Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; foto: ebay.fr

Was zij Dame Belgica? Of representeerde zij ‘Dame Bruxelles’?

‘Sint Michaël verslaat de duivel’, Exposition de Bruxelles 1910, affiche, detail; foto: online

Mijn oog valt op een merkwaardig detail op affiche en zegel: er hurkt een bruin gevleugeld personage op de rode vlag achter de oranje rokken… hij steekt zijn sabel in een zwart duiveltje, dat met twee ogen de verte in loert… Een vleermuis, een duivel, een draak, als attribuut voor Dame Belgica?
Ik word snel uit de droom geholpen: het is de vlag met het wapen van Brussel en toont de patroonheilige Sint Michaël die de duivel verslaat!
De Dames op de meelzakken ontberen Sint Michaël en het duiveltje, da’s jammer…

Personificatie
De fiere Dame Belgica in oranje gewaad op meelzak nodigde uit tot onderzoek naar het fenomeen van ‘personificatie’.

‘Triple Entente’. Russische poster 1914, personificaties van Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië. Foto: wikimedia

Even googlen en de beelden en betekenissen rollen over mijn scherm. Wikipedia zegt over personificatie: “Een personificatie in de beeldende kunst is het weergeven van een abstract begrip in een menselijke of antropomorfe gedaante.

Personificatie van Canada, 1917 door John Byam Liston Shaw; foto website ‘Plenty of Nothing’

De personificatie is meestal een vrouw omdat de Latijnse namen voor de abstracte begrippen vaak vrouwelijk zijn. De personificatie heeft bijna altijd een of meerdere attributen bij zich waaraan het te herkennen is, soms zijn dit zelfs uiterlijke kenmerken.”

Afbeeldingen van ‘nationale personificaties vullen het internet; de beeldtaal is onderhevig geweest aan de tijdgeest. Het zijn meestal vrouwen met soms bizarre attributen.

Personificatie van Nederland, 1916. ‘De Nederlandse Maagd’, haar attribuut is een ‘gordel van smaragd’ de ‘Indische’ eilanden; tekening Johan Braakensiek; foto: wikimedia
Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP

Al eerder kwam ik de personificatie van Amerika tegen op de meelzak ‘Belgian Relief Flour‘ van Michigan Milling Co. Joseph Dierickx schilderde haar als voedende moeder.

Dame Belgica in Schotland?
Geschiedschrijving over WO I en nationale personificatie blijft vragen oproepen. Ik tuimel via de Schotse hulp aan Belgische vluchtelingen, beschreven in Edinburgh, in de archieven van de Belg Charles Sarolea (Tongeren 25.10.1870 – Edinburgh 11.03.1953). Hij was echtgenoot van Marthe Angélique Hippolyte Marie Van Cauwenberghe (1874-1901; x1895) en van Julia Frances Dorman (1861-1941; x1905).
Hij werkte als docent aan de universiteit van Edinburgh sinds 1894 en was vanaf 1908 tot zijn dood de Belgische Consul in Edinburgh. Van 1912 tot 1917 was hij hoofdredacteur van het blad ‘Everyman’, een literair tijdschrift dat wekelijks verscheen. In 1915 stuurde de Belgische regering Sarolea op missie naar de VS; zijn taak was om de Amerikanen op diplomatieke wijze te doordringen van de wandaden van Duitsland in bezet België. Sarolea keerde zich echter publiekelijke en expliciet tegen de Amerikaanse neutraliteit in de oorlog, zodat zijn missie een mislukking was.
Daarmee blijkt toch weer dat Lalla Vandervelde haar missie in Amerika briljant heeft uitgevoerd!

Sarolea steunde de Belgische zaak via de ‘Everyman’ Belgian Relief and Reconstruction Fund. In zijn archieven in Edinburgh University Library & University Collections bevindt zich ook een pamflet van ‘Scotland’s National Appeal’ voor ‘The Belgian Refugees, 1915’.

The Belgian Refugees. Scotland’s National Appeal; coll. Edinburgh University; foto uit blog

In beeld: een dame in wit gewaad, personificatie van ‘Scotland’ strekt haar armen uit, zij roemt ‘Belgium’s Heroism’. De Belgische vlag wappert achter haar; een soldaat steekt met de scherpe punt van de vlaggenstok in op de Duitse adelaar.
Iconografisch doemt de vergelijking op met de heilige Sint Michaël die de duivel verslaat!

Is dit Dame Belgica in Schotland??! Illustratie uit blog

‘Wartime propaganda’ …
In het blog “Charles Sarolea and his relief effort for Belgium during the War. Relief for Belgium… offers of aid from all over Scotland van 9 maart 2015 staat abusievelijk vermeld dat de vrouwelijke witte verschijning op het pamflet uit 1915 ‘Dame Belgica’ zou zijn. Het woord ‘Scotland’ staat echter in haar japon geschreven en het symbool van de witte roos siert haar kledij; het lijkt mij toe dat hier afgebeeld staat ‘Lady Scotland’.

Conclusie
Dankzij de Dame Belgica, beschilderd op meelzakken, heb ik de patroonheilige van Brussel leren kennen én ik weet hoe Dame Belgica te onderscheiden van haar soortgenoten in andere landen.

Deze ‘Dame Belgica’ stond op affiche en zegel van de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel. Zij is in 1915 nageschilderd op twee meelzakken, die beide bewaard worden in privé-collecties in België. Collage: auteur

Dank aan:
– Jan Derynck, beheerder van de Facebook-groep Lizerne Trench Art (LTA). Zijn posts en herhalingsberichten voor de leden van de groep geven inspiratie en vormen aanleiding tot nader onderzoek van de WW I meelzakken;
– Hubert Bovens om mij uit de droom te helpen over het beeld van Sint Michaël en de duivel op de wereldtentoonstellingsaffiche.

[1] Voor andere inspiratiebronnen van de wereldtentoonstellingen: zie mijn blogs: Van Lewis Richards via Berthe Smedt naar Antoine Springael (Brussel 1910) en Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen (Gent 1913).

[2] Etablissement Jean Malvaux in Brussel-Molenbeek was een vooraanstaand bedrijf in fotogravures en produceerde de affiche.

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’; foto: archives.mundaneum.org

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’.
Of en hoe het congres van de kooplieden op 17 en 18 augustus heeft plaatsgevonden tijdens de wereldtentoonstelling is maar de vraag. De nacht van 14 op 15 augustus 1910 brak er brand uit; vele gebouwen en paviljoens gingen in vlammen op. Hoe de organisatie er daags daarna aan toe was, laat zich raden (Le Livre d’Or de l’Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles en 1910 publié sous les auspices du Comité Exécutif par Em. Rossel).

 

 

 

 

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge’; foto: pinterest mamaisondepapier.be

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge

Kerstmis 1914. Madame Vandervelde: “België bedankt Amerika”

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Het was Kerstmis 1914. In Minneapolis, Minnesota, opende de ‘Star Tribune’ met het gedicht “België bedankt Amerika” van Mme. Vandervelde.
Madame Emile Vandervelde, née Speyer, op rondreis door de Verenigde Staten en Canada, stuurde in versvorm haar erkentelijkheid voor de helpende handen die Amerika bood aan België.

 

 

 

“België bedankt Amerika”
Vandaag is het Kerstmis; we horen de Kerstklok niet,
Maar toch vertellen we het verhaal dat we eens zo graag vertelden –
“Welwillendheid”, “Welwillendheid” – luidt het: en “Vrede” – klinkt de roep,
We hurken tussen de ruïnes, en kijken naar het wrede vuur,
Horen de kinderen huilen, en wenden onze ogen af
Voor hen is er geen brood of thuis, deze gelukkige Kerstdag.

“Het Kerstkind”: ’tekening van Louis Ketels, 1917. Coll. Museum Plantin-Moretus; foto uit ‘Nieuwe meesters, magere tijden’, Diane De Keyzer (2013)

Maar kijk! een bericht komt van ver over de zee,
Van harten die nog in staat zijn tot medelijden, en ogen die nog kunnen huilen-
Oh kleine hongerige lippen, oh gezichten bleek en wit
Er is ergens, ergens vrede op aarde, ergens welwillendheid voor de mensheid,
In de vage verte van de wateren, duizenden mijlen ver,
Daar zijn mensen die zich herinneren dat het Kerstdag is.

Oh God van Vrede, gedenk, en houd in Uw genade
De harten die nog in staat zijn tot medelijden, de ogen die nog kunnen huilen-
Te midden van vernedering en kwelling, de ruïnes en de graven
Voor hen, de natie van vrijheid; van ons, de natie van slaven,
Welke weerklank kunnen we ze zenden? – we zijn alleen bij machte te knielen en te bidden –
God geve, God geve in ieder geval aan hén een gelukkige Kerstdag.

Mme. Vandervelde, New York, 25 december 1914

Het vers van Madame Vandervelde op de voorpagina van The Morning Star Tribune, Minneapolis, Minnesota, 25 december 1914
Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak Madame Vandervelde Fund (recto). Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Eight students in Saint-Gilles on American Commission flour sacks

The Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, USA, preserves a remarkable series of 27 decorated flour sacks made by the students of the girls’ school “Ecole Moyenne de Saint-Gilles”, Brussels.

Ecole Moyenne Saint-Gilles, Brussels, today: Athénée royal Victor Horta, seen from Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, curator of HHPLM, drew my attention to the class project of the school in Saint-Gilles. He wrote to me, “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” It made me curious about these class projects, hence this blog was born.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Detail flour sack. Embroiderer Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles

The entire series of decorated flour sacks has been signed with the name of the school, and each student has recorded her own name. The origin of the flour sacks is the same: American Commission.

Biographical research
The girls were students, thirteen to fifteen years old, in 1915. This was revealed through Hubert Bovens’ valuable research into the girls’ biographical data.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Hubert motivated his special contribution to my study of the WWI decorated flour sacks as follows: “By looking up data on the people who embroidered the flour sacks (young, socially engaged women) or painted them (often well-known artists) we get to know the social entourage of these people. Often upper middle class.
I am trying to draw out their lives further, to determine their lifeline, a lifeline with a beginning and an end. Through my biographical research we have already encountered unexpected findings.”

The origins of the flour sacks AMERICAN COMMISSION
Decorated flour sacks bearing the name “American Commission” are frequent in the collections of museums and individuals worldwide.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

The “American Commission for Relief in Belgium” or “American Commission” for short, was formed in London in October 1914 with American Herbert Hoover as its director. The commission’s goal was to help the suffering population in occupied Belgium with food and clothing.

“The Commission for Relief in Belgium” letterhead in December 1914. Collection State Archives in Belgium, Brussels; photo: author

Almost immediately, however, the official name of the commission was changed to “The Commission for Relief in Belgium”, abbreviated to “CRB”. According to the CRB’s letterhead in London, the American Commission for Relief in Belgium was part of the CRB. The name “American Commission” has always remained in popular speech and in American media.

“Large order: a quarter of a million dollars’ worth of flour”

The Northwestern Miller, December 2, 1914

Newspaper articles in early December 1914 reported on the purchase in Minneapolis, Minnesota, of large batches of flour by a principal intended for emergency aid to Belgium.

“Last week an order was received direct in Minneapolis for a quarter of a million dollars’ worth of flour, to be shipped as soon as possible for Belgian Relief purposes. Telegraphic instructions to purchase this amount were given to the editor of the Northwestern Miller (Mr. William Edgar (AvK)). Ability to manufacture the amount required within a definite and limited time, and to ship in solid trainloads, as well as the price, were conditions of the sale…..

The Duluth Herald, December 3, 1914

All of the flour was to be packed in 49-lb export cotton sacks, to be made and shipped on receipt of instructions as to billing, which were sent by mail.
This order is paid for from funds in possession of the buyer, reserved for emergency flour purchases… ”(The Northwestern Miller, December 2, 1914)

“The New York branch of the Belgian Relief Fund association (this should be the CRB, (AvK)) yesterday bought 50,000 barrels of flour (equaling 200,000 49 pound bags (AvK)) in Minneapolis.”
(The Duluth Herald, December 3, 1914)

Would the 49 lbs flour sacks of export quality have been imprinted with the “American Commission” stamp? Who decided to use this name on the ordered flour sacks? Pay attention to the recommendation that Madame Vandervelde made!

Addition July 16, 2022: Branding instruction AMERICAN COMMISSION
My research on May 26, 2022 at the Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., showed that Lindon W. Bates, as Vice-Chairman of the CRB in New York, ordered 50,000 barrels of flour fob Minneapolis on behalf of the CRB. The order was given by telegram on November 24, 1914. The instruction for the marking on the flour sacks was “two words, simply American Commission“.

Order of 50.000 barrels flour. Branding instructions “AMERICAN COMMISSION”. November 24, 1914. Archives: CRB records, box 256, HILA

How were the full sacks of flour transported?

Map: © Annelien van Kempen, 2021

The transportation went overland by train to New York and Philadelphia on the east coast of the United States. From both ports, steamships transported the loads of flour sacks to Rotterdam, The Netherlands.
At the port of Rotterdam, the cargoes of flour were transferred to barges and transported to Belgium into Brussels and other places.

Ecoles Moyennes, Saint-Gilles, Brussels, 1903; photo: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne for Girls in Saint-Gilles
On October 4, 1880, the municipality of Saint-Gilles opened two “écoles moyennes” (middle schools) one for girls, one for boys. Both schools had two preparatory classes and one secondary class. The school building was newly built and opened in April 1882 by the Saint-Gilles’ mayor in the presence of the Minister of Public Works. In 1910 the girls’ school had 651 students, it provided good education by capable teachers, had a modern building and used the appropriate didactic materials.
The Saint-Gilles school teachers will have prepared their lessons in early 1915 to work with the girls on the empty “American Commission” flour sacks.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Twenty-seven decorated flour sacks
The Herbert Hoover Presidential Library-Museum preserves 27 flour sacks decorated by the “Ecole Moyenne de St-Gilles”: HHPL- inventory numbers include 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

The sacks were twisted open, creating a piece of cotton cloth of approximately 60 cm height and 80 cm wide; the edges of the fabric were left unfinished.

Detail flour sack. Embroiderer Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles

On one side there are the blue letters: note that the letters are either on the left or on the right side of the cloth. Apparently, instructions were given by the teacher to work on the letters of the words AMERICAN COMMISSION as follows: the outlines embroidered with a red thread, then a white thread; within the letters, stars with a white thread.
Most of the pieces were indeed decorated this way, but a few deviate. For example, Jeanne Everaerts embroidered the outlines with a light green thread; Simone Sauvenée and Marthe Pander left the words as they were in original print.

For the other -blank- side of the flour sack, the students were given the freedom to decorate it as they wished.

I currently have photos of eight embroidered St.-Gilles flour sacks. Hubert Bovens provided the biographical data of the eight students.

Eight decorated flour sacks from Saint-Gilles

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission / Thanks!, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette
Studio of Gabriel van Dievoet, (standing right), with at his side Léon Van Cutsem, Yvonne’s father, (two assistants on the left), ca. 1895. Photo: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Saint-Gilles 1900.04.08 – Ixelles 1957.03.29; her father was a painter/decorator; she remained unmarried). Yvonne drew a pattern of branches, flowers, and leaves on the flour sack. Five little birds sit on the branches, one bird comes flying. She stitched the pattern with stem stitches in the colors green, red, yellow, and orange. The birds are embroidered as sparrows in grey and brown with golden beaks and legs (inv. HHPLM 62.4.44).

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 1900.07.09 – she remained unmarried; she was still alive when her father died in 1964. Her grandparents on her mother’s side were bootmakers, her mother was a saleswoman). Henriette embroidered four abstracted flower baskets in red, yellow, and black threads (inv. HHPLM 62.4.70).

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Merci!”, embroidery and sewing, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaerbeek 1900.11.16; her father was a lithographer; she remained unmarried; she worked at the main board of the National Bank of Belgium in Brussels and retired in 1960). Adrienne embroidered a garland of flowers and leaves in white threads. With needlework she created a rectangle. Within the rectangle she embroidered: “1914 merci! 1915” (inv. HHPLM 62.4.40).

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack “American Commission/Thanks!”, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Ixelles 1900.12.29 – she graduated from the University of Brussels in 1921; she married American diplomat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 1900.11.16 – Hillsborough County, NH, 1981.11.02) in 1925; by September 1964 she was living in Massachusetts, USA). Jeanne painted a Belgian pennant and coat of arms with the lion, plus nine gold-toned corn stalks and the word “Thanks!” (inv. HHPLM 62.4.46).

Léonie Rochette, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission, painted, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussels 1901.03.03 – she (probably) married in Brussels on March 4, 1917 to the pastry chef Armand Chaussette). Léonie painted two flags, the Belgian and American, with crossed flagpoles and a green banner (inv. HHPLM 62.4.13).

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, embroidered, 1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermael-Boitsfort 1901.04.20 – Saint-Laurent-du-Var (F) 1995.02.02; her father was a sales representative). Simone embroidered in cross-stitch a rectangle with black lines. Inside the rectangle she embroidered “Merci” with yellow and red flowers and leaves (inv. HHPLM 62.4.206).

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Merci, painted and embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Saint-Gilles 1901.05.21 – Forest 1970.02.04; her father was a designer/publisher-book dealer; she married Robert Van Cutsem, younger brother of Yvonne Van Cutsem). Suzanne painted two laurel branches with red, yellow, and black leaves, embroidered the outlines of the leaves and a bow in the Belgian colors and painted a lion in red, yellow, and black. The word “Merci” (Thanks) in ornate letters, is fully embroidered in satin stitch with red, yellow and black threads. The dates 1914-1915 are painted in red (inv. HHPLM 62.4.64).

Marthe Pander, Ecole Moyenne Saint-Gilles, flour sack American Commission/Hommage aux Etats-Unis, embroidered, 1914-1915. Coll. HHPL; photo: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Molenbeek-Saint-Jean 1902.07.19); in the family Léon Pander (Marcinelle 1874.06.05 – Woluwe-Saint-Lambert 1947.02.18) and Marie Jeanne Kersten (Molenbeek-Saint-Jean 1876.05.22 – Molenbeek-Saint-Jean 1907.06.22) there were three children, the middle one was called Marthe Fernande Victorine. Her mother died young, when Marthe was 5 years old. Father Léon Pander was a telegraph operator.
Marthe married Maurice Poulet, ingénieur commercial at Solvay (ULB); permission for their marriage was obtained in Woluwe-Saint-Lambert on May 15, 1939. On 1961.07.19 both were still alive. They lived at rue Général Lartigue 101, Woluwe-Saint-Lambert; in 1965 they had moved away.
Her flour sack is decorated from top to bottom with embroidery of swimming swans; a Belgian and American flag and the dates 1914-1915 in red, yellow, and black. A banner flutters with the text “Hommage aux Etats-Unis”. Marthe has signed her piece with the text: “Marthe Pander; Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études” (inv. HHPLM 62.4.128).

Gift to America

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

The class contribution from the Ecole Moyenne in Saint-Gilles, as a gift for the Belgian Relief, would have been sent to the United States via the American delegates of the Commission for Relief in Belgium.

Thanks to the compilation of all the items in the collection of the Herbert Hoover Presidential Library and Museum and the background information on the girls who decorated the sacks, we have gained insight into the work of a class of young students that decorated the flour sacks.

 

Saint-Gilles students’ contribution to today’s educational opportunities
The Consulate General of Belgium in New York shared this blog on social media. The consulate drawes a connection between the flour sacks decorated at school for charity and the Belgian American Educational Foundation Inc (BAEF). The BAEF provides scholarships for Belgian students to study in the USA, and for American students to study in Belgium; the fund was created in 1920 from the financial surpluses of the charitable contributions to the Commission for Relief in Belgium.

“𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US” (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Early crowdfunding: through their work the Saint-Gilles’ students of 1915 contributed to the educational opportunities of today!

 

 

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne Saint-Gilles. Coll. HHPL; photo: Callens/Magniette

Many thanks to:
– Hubert Bovens for his research into biographical data. I respect his work. He usually manages to solve huge and complicated puzzles in record time.

– Marcus Eckhardt; in October 2019 he showed seven decorated flour sacks of the Saint-Gilles class project to three Belgian visitors in the HHPL-Research Room: Hilda, the wife of Paul Callens, son Mauro and daughter-in-law Audrey Magniette from Tielt.

– Audrey Magniette and Mauro Callens; they sent me the photographs of seven of the eight Saint-Gilles’ decorated flour sacks with the students’ signatures.

– Tom Lundberg; he took the photo of Marthe Pander’s flour sack and posted it on Instagram.

– Evelyn McMillan; she succeeded to get digital access to The Northwestern Miller Fall 1914 editions (Minneapolis).

– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

 

Acht studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission

De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, VS, bewaart een opmerkelijke serie van 27 versierde meelzakken gemaakt door de leerlingen van de meisjesschool ‘Ecole Moyenne de Saint-Gilles’, Brussel.

Ecole Moyenne Sint-Gillis, Brussel, tegenwoordig: Athénée royal Victor Horta, gezien vanaf Place L. Morichar, 2004. Foto: https://monument.heritage.brussels

Marcus Eckhardt, conservator van HHPLM, maakte mij attent op het klassenwerk van de school in Sint-Gillis. Hij schreef mij: “It appears that there are several class projects in our collections. We have several of the mostly identical projects, very obviously done by different students — some of the girls are more skilled needle workers.” Het maakte me nieuwsgierig naar deze klassen-projecten, vandaar uit is dit blog ontstaan.

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Detail meelzak van borduurster Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne, St-Gilles

De gehele serie versierde meelzakken is gesigneerd met de naam van de school en iedere leerlinge heeft haar eigen naam opgetekend. De origine van de meelzakken is dezelfde: ‘American Commission’.

Biografisch onderzoek
De meisjes waren in 1915 studentes van dertien tot vijftien jaar oud. Dit blijkt uit het waardevolle onderzoek naar de biografische gegevens van de meisjes door Hubert Bovens uit Wilsele.

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Hubert schreef mij over zijn motivatie om deze bijzondere bijdrage te leveren aan de studie naar de versierde meelzakken in WO I: “Door het opzoeken van gegevens over de personen die de meelzakken borduurden (jonge geëngageerde vrouwen) of beschilderden (dikwijls bekende schilders) leren we de sociale entourage van deze mensen kennen. Dikwijls hogere middenklasse. Ik probeer hun leven verder uit te tekenen, hun levenslijnstuk te bepalen; een levenslijn met begin- en eindpunt. Hier zijn we al onverwachte zaken tegengekomen.”

De origine van de meelzakken AMERICAN COMMISSION
Versierde Meelzakken met de naam ‘American Commission’ zijn wereldwijd veelvuldig aanwezig in de verzamelingen van musea en particulieren.

Kittredge, Tracy B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917, p. 50. London: Crowther & Goodman Limited, Printers.

De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ is in Londen in oktober 1914 geformeerd met als directeur de Amerikaan Herbert Hoover. De commissie stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding.

Briefhoofd van ‘The Commission for Relief in Belgium’ in december 1914. Coll. Rijksarchief, Brussel; foto: auteur

Vrijwel direct echter is de officiële naam van de commissie in Londen gewijzigd in ‘The Commission for Relief in Belgium’, afgekort ‘CRB’. Het CRB-kantoor te New York bleef echter de naam ‘American Commission for Relief in Belgium ‘ voeren.  De naam ‘American Commission’ is in de volksmond en in de Amerikaanse media altijd blijven bestaan.

The Northwestern Miller, 2 december 1914

Krantenartikelen berichtten begin december 1914 over de aankoop in Minneapolis, Minnesota, van een grote partij meel door een opdrachtgever  bestemd voor de noodhulp aan België.

Vorige week werd in Minneapolis een rechtstreekse opdracht geplaatst voor een kwart miljoen dollar aan meel, zo snel mogelijk te verzenden voor Belgian Relief-voedselhulp. Telegrafische instructies om voor dit bedrag meel te kopen werden gegeven aan de redacteur van de Northwestern Miller (de heer William Edgar, (AvK)). Voorwaarden voor de order waren: de mogelijkheid om de benodigde hoeveelheid binnen een bepaalde, beperkte tijd te produceren, om deze te verzenden in complete treinladingen, én de prijs, …

The Duluth Herald, 3 december 1914

Het meel moest worden verpakt in katoenen exportzakken van 49 pond, te maken en verzenden na ontvangst van de instructies met betrekking tot de facturering; die instructies werden per post verzonden. Deze order wordt betaald uit fondsen waarover de opdrachtgever beschikt, ten behoeve van noodaankopen voor meel… (The Northwestern Miller, 2 december 1914)

 De New Yorkse afdeling van het Belgian Relief Fund (bedoeld is de CRB, AvK) kocht gisteren 50.000 vaten (=200.000 zakken van 49 pond (AvK)) meel in Minneapolis. (The Duluth Herald, 3 december 1914)

Aanvulling 16 juli 2022: AMERICAN COMMISSION op bloemzakken
Tijdens mijn onderzoek op 26 mei 2022 in de Hoover Institution Library & Archives in Palo Alto, Ca., heb ik vastgesteld dat Lindon W. Bates, als Vice-Chairman van de CRB in New York, namens de CRB een order van 50.000 barrels bloem plaatste voor de prijs van vijf dollar en 5 cent per barrel via William C. Edgar, hoofdredacteur van de Northwestern Miller. De instructie voor de markering op de bloemzakken was: ’twee woorden, eenvoudigweg American Commission‘. De opdracht is gegeven per telegram op 24 november 1914.

Order van 50.000 barrels meel met markeringsinstructie AMERICAN COMMISSION. 24 november 1914. Archief: CRB records, box 256, HILA

Hoe werden de volle zakken meel vervoerd?

Kaart: © Annelien van Kempen, 2021

Over land ging het vervoer per trein naar New York en Philadelphia aan de oostkust van de Verenigde Staten. Vanuit beide havens vervoerden stoomschepen de ladingen meelzakken naar Rotterdam.
In de haven van Rotterdam zijn de ladingen meel overgebracht naar binnenvaartschepen en onder meer naar Brussel vervoerd.

Ecoles Moyennes, Sint-Gillis, Brussel, 1903; foto: https://monument.heritage.brussels

Ecole Moyenne voor meisjes in Sint-Gillis
Op 4 oktober 1880 opende de gemeente Sint-Gillis twee ‘écoles moyennes’, een voor meisjes, een voor jongens. Beide scholen hadden twee voorbereidende klassen en een middelbare klas. Het schoolgebouw werd nieuw gebouwd en in april 1882 door de burgemeester geopend in aanwezigheid van de minister van Openbare Werken. In 1910 had de meisjesschool 651 leerlingen, het verzorgde goed onderwijs met capabele leerkrachten, had een modern gebouw en gebruikte de geëigende didactische materialen.
Leraressen van de school zullen in 1915 hun lessen hebben ingericht om de lege meelzakken bedrukt met ‘American Commission’ in de klas met de meisjes te gaan bewerken.

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Zevenentwintig versierde meelzakken
De HHPLM bewaart 27 meelzakken, gedecoreerd in de ‘Ecole Moyenne de St-Gilles’: de inventarisnummers zijn HHLPM 62.4. 13 – 38 – 40 – 43 – 4446 – 49 – 64 – 67 – 70128 – 129 – 151 – 195 – 198 – 204 – 205 – 206 – 211 – 223 -338 – 384 – 395 – 402 – 430 – 433 – 436.

De zakken zijn eerst open getornd, waardoor een lap stof van ongeveer 60 cm hoog en 80 cm breed ontstond; de randen van de stof zijn niet afgewerkt.

Detail meelzak van borduurster Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St-Gilles

Op één zijde staan de blauwe letters: merk op dat de letters op de linker- óf op de rechterzijde van de stof staan. Kennelijk is er door de lerares opdracht gegeven om de letters te bewerken als volgt: de contouren geborduurd met een rode draad, daarna een witte draad; binnen de letters sterren met een witte draad.
De meeste werkstukken zijn namelijk zo uitgevoerd; enkele wijken af. Jeanne Everaerts bijvoorbeeld, borduurde alleen de contouren met een lichtgroene draad; Simone Sauvenée en Marthe Pander lieten de letters in originele staat.

Voor de andere -lege- zijde van de meelzak hebben de studentes de vrijheid gekregen om deze naar eigen wens te versieren.

Van acht werkstukken beschik ik op dit moment over foto’s; Hubert Bovens verstrekte de biografische gegevens van de acht leerlingen die de meelzakken versierd hebben.

Acht versierde meelzakken van Sint-Gillis

Yvonne Van Cutsem, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette
Werkplaats van Gabriel van Dievoet, (rechts staand), met aan zijn zijde Léon Van Cutsem, de vader van Yvonne, (links twee assistenten), ca. 1895. Foto: Wikimedia

Yvonne Van Cutsem (Sint-Gillis 08.04.1900- Elsene 29.03.1957; haar vader was schilder/decorateur; zij bleef ongetrouwd). Yvonne tekende een patroon van takken, bloemen en blaadjes op de meelzak. Vijf vogeltjes zitten op de takken, éen vogeltje komt aanvliegen. Ze borduurde het patroon met steelsteekjes in de kleuren groen, rood, geel, oranje. De vogeltjes zijn als mussen geborduurd in grijs en bruin met goudgele snavels en pootjes. (inv. HHPLM 62.4.44)

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Henriette Delfosse (Anderlecht 09.07.1900 – zij bleef ongehuwd; ze leefde nog toen haar vader stierf in 1964. Haar grootouders van moeder’s kant waren laarzenmakers, haar moeder was winkeljuffrouw.) Henriette borduurde vier geabstraheerde bloemenmanden in rood, geel, zwarte garens. (inv. HHPLM 62.4.70)

Adrienne Vervliet, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/merci!, borduur- en naaiwerk, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Adrienne Vervliet (Schaarbeek 16.11.1900 – …; haar vader was lithograaf; zij bleef ongetrouwd; zij werkte bij het hoofdbestuur van de Nationale Bank van België in Brussel en verliet de bank in 1960 wegens het bereiken van de leeftijdsgrens). Adrienne borduurde in witte garens  een slinger bloemen en bladeren in een rechthoek. Ze werkte de stof open tot een sierrand, rondom de tekst: ‘1914 merci! 1915’. (inv. HHPLM 62.4.40)

Jeanne Everaerts, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Thanks!, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Jeanne Everaerts (Elsene 29.12.1900 – zij studeerde af van de Universiteit van Brussel in 1921; zij trouwde in 1925 met de Amerikaanse diplomaat Archibald Edmund Gray (Cincinnati, Ohio 16.11.1900-Hillsborough County, NH, 02.11.1981); in september 1964 woonde zij in Massachusetts, VS). Jeanne schilderde een Belgische wimpel en wapenschild met leeuw, plus negen goud-gekleurde graanhalmen en het woord ‘Thanks!’. (inv. HHPLM 62.4.46)

Léonie Rochette, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission, beschilderd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Léonie Rochette (Brussel 03.03.1901- zij zou getrouwd zijn in Brussel op 4 maart 1917 met de banketbakker Armand Chaussette). Léonie schilderde de vlaggen van België en de VS met gekruiste stokken en een groen vaandel. (inv. HHPLM 62.4.13)

Simone Sauvenée, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, geborduurd, 1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Simone Sauvenée (Watermaal-Bosvoorde 20.04.1901-Saint-Laurent-du-Var (F) 02.02.1995; haar vader was handelsvertegenwoordiger). Simone borduurde in kruissteek een rechthoek met zwarte lijnen waartussen gele en rode bloemen en blaadjes met binnenin het woord ‘MERCI’. (inv. HHPLM 62.4.206)

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Merci, beschilderd en geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

Suzanne Goetgebuer (Sint-Gillis 21.05.1901 – Vorst 04.02.1970; haar vader was ontwerper/uitgever-boekhandelaar; zij trouwde met Robert Van Cutsem, jongere broer van Yvonne Van Cutsem). Suzanne schilderde twee lauwertakken met rood, geel, zwarte bladeren, borduurde de contouren van de bladeren en een strik in deze Belgische kleuren en schilderde een leeuw in rood, geel, zwart. Middenin staat het woord ‘Merci’ in sierlijke letters, die vol zijn geborduurd in de satijnsteek met rood, geel, zwarte garens. De jaartallen 1914-1915 zijn in rood geschilderd. (inv. HHPLM 62.4.64)

Marthe Pander, Ecole Moyenne St.-Gilles, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Marthe Pander (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902); in het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine. Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe; in 1965 woonden ze er niet meer.
Haar meelzak is van boven tot onder versierd met borduurwerk van zwemmende zwanen; ook een Belgische en Amerikaanse vlag en de jaartallen 1914-1915 in rood, geel zwart. Een banier wappert met de tekst ‘Hommage aux Etats-Unis’. Marthe heeft haar werkstuk gesigneerd met de tekst: ‘Marthe Pander;  Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles; Classes préparatoires; 6e année d’études’(inv. HHPLM 62.4.128)

Cadeau voor Amerika

Suzanne Goetgebuer, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

De klassikale bijdrage van de Ecole Moyenne in Sint-Gillis zal voorbestemd zijn geweest om via de Amerikaanse gedelegeerden van de Commission for Relief in Belgium naar de VS te gaan als geschenk voor de gegeven hulp.

Dankzij het bijeenblijven van alle werkstukken binnen de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum én de achtergrondinformatie over de meisjes die de versieringen maakten, verkrijgen we inzicht hoe er in een klas van jonge studentes gewerkt werd aan het versieren van de meelzakken.

Bijdrage van Sint-Gillis’ studentes aan studie-mogelijkheden van nú
Het Consulate General of Belgium in New York deelde dit blog op social media. Het consulaat legt het verband tussen de op school voor liefdadigheid versierde meelzakken en de Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF). De BAEF verschaft beurzen aan Belgische studenten om in de VS, en aan Amerikaanse studenten om in België te studeren. Het fonds is in 1920 ontstaan uit de financiële liefdadigheidsoverschotten van de Commission for Relief in Belgium.

‘𝑴𝒂𝒌𝒊𝒏𝒈 𝒂 𝒗𝒊𝒓𝒕𝒖𝒆 (𝒂𝒏𝒅 𝒆𝒅𝒖𝒄𝒂𝒕𝒊𝒐𝒏) 𝒐𝒖𝒕 𝒐𝒇 𝒏𝒆𝒄𝒆𝒔𝒔𝒊𝒕𝒚
These flour sacks on display at the Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, IA were decorated by Belgian school girls at the “Ecole Moyenne de Saint-Gilles” in Brussels in 1915. The girls decorated these sacks as a means of saying thank you to the Commission for Relief in Belgium (CRB), an organization that provided food relief to Belgium during WWI.

When the first World War ended, the CRB had a leftover budget. As CRB Chairman, Herbert Hoover, who later became the 31st President of the United States, agreed with the Belgian government the money was to be used for educational purposes. And that’s how the Belgian American Educational Foundation Inc. (BAEF) was born. Today, the BAEF gives grants for Belgian students to study in the US and American students to study in Belgium. Since its inception in 1920, the organization has helped almost 5000 Belgian students to study at top universities in the US’. (Consulate General of Belgium in New York, post Facebook, LinkedIn, Instagram, December 17, 2021).

Crowdfunding ‘avant la lettre’: de studenten van 1915 leverden met hun werk een bijdrage aan de studie-mogelijkheden van nú.

Henriette Delfosse, Ecole Moyenne St.-Gilles. Coll. HHPL; foto: Callens/Magniette

 

Hartelijk dank aan:
– Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens; het is een enorm puzzelwerk dat hij meestal in recordtijd weet op te lossen;
– Marcus Eckhardt; hij toonde zeven versierde meelzakken als serie in oktober 2019 aan drie Belgische bezoekers uit Tielt: de vrouw van Paul Callens, zoon Mauro en schoondochter Audrey Magniette;
– Audrey en Mauro; zij maakten de foto’s van zeven versierde meelzakken en de zelfgeschreven namen van de studentes;
Tom Lundberg; hij maakte de foto van de meelzak van Marthe Pander en plaatste deze op Instagram;
– Evelyn McMillan; zij slaagde er in de edities van najaar 1914 van The Northwestern Miller, Minneapolis digitaal beschikbaar te krijgen

 

The watercolored comic on an Idaho flour sack in Liège

Nelly Sasserath, a student at the Ecole Moyenne Professionnelle in Liège, painted and embroidered an Idaho flour sack to transform it into a tablecloth.
In this blog, I will tell the impressive life story of Nelly and her family.

Nelly Sasserath, tablecloth made from flour sack “Record Flour”, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, painted, embroidered, lace, 1915. Coll. MVW
Nelly Sasserath, tablecloth made from flour sack “Record Flour”, 1915. Coll. MVW no. 5058638

I saw the tablecloth in the collection of Musée de la Vie Wallonne in Liège (MVW); it was part of the donation from the Welsch family.
Please see my blog Musée de la Vie wallonne’s Educational Collection, Liège.

Together with Nadine de Rassenfosse, in charge of the museum depot, I admired the fine watercolor drawings, set in a carousel on the cotton canvas.

Original flour sack “Record Flour”, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, 1915. Coll. MVW

The flour sack “Record Flour” originated in Rexburg, Idaho at the Farmers Elev. & Milling Co.; presumably it arrived in Liège with American food relief in late April, early May 1915. After the sacks of flour were emptied at the bakeries, a series of sacks were transferred to the Ecole Moyenne.

Nelly chose to cut a square from the flour sack with the print as the center. In the four corners she painted a watercolor.

In a comic strip of four paintings, she tells her story about the food relief:

– In the field: two farmers plow their field, one farmer guides the draft horse, the other leads the plow; they will sow the field with wheat, after the harvest the wheat will go to the mill.

 

 

– In the field: a woman readies her donkey; the miller makes a deep bend to load a sack of flour on the animal’s back.

 

 


– In the bakery: the ovens are burning, the baker’s wife is kneading the dough in a trough, the baker -with bare torso- chases away three startled black mice with his peel.

 

– In front of the house: a girl bites into her sandwich, another child is being handed a sandwich by her mother, while their cat looks on expectantly!

 

 

 

When the watercolors had been finished, Nelly added the embroidery: she embroidered the brand name Record and the circle of the logo in the Belgian colors red, yellow, black.

 

 

 

Finally, she added a lace decorative border at the edges of the cloth. The total size is 20 by 19 inches (52 by 50 cm).

 

 

 

Painting and drawing class Ecole Moyenne Professionnelle, Liège, February 1915. At this school, many students and classes worked on decorating empty flour sacks. Photo: coll. HHPLM

Alfred Sasserath
Nelly’s father was Alfred Sasserath (ºLiège 1869.05.19 – +Wilrijk 1945.04.11). He was the youngest in a family of five children: Salomon (º1860), Rosalie (º1861), Charles (º1864†), Maurice (º1866) and Alfred.

La Meuse, October 11, 1890

As a very young, hard-working dentist in Liege, Alfred regularly advertised his practice in the newspaper La Meuse. Already at the age of twenty he began doing so, established as “M. Alfred Sasserath, chirurgien-dentiste, Quai d’Université 7 in Liège”. On October 11, 1890, he “informed his venerable clients that he had returned from vacation and resumed his practice!

La Meuse, April 25, 1891

A few months later, he warned the public against the misuse of his name, by people who pretended to be dentists without proper schooling.

Les Degrés de St.-Pierre, Liège, where Alfred Sasserath practiced dentistry. Postcard, circa 1911; website: liege-belle-epoque.wifeo.com
La Meuse, May 2, 1892

By May 2, 1892, he had established his practice at Place Saint-Pierre no. 2 in Liège, near the Palace.

 

“Dentistry”, La Meuse, October 8, 1902

In 1902, his practice was located at no. 6. The newspaper La Meuse praised his dentistry.

 

 

 

 

 


Betty Dürhenheimer
Nelly’s mother was Betty Dührenheimer (ºNeidenstein, Germany 1869.06.20 – +Liège 1910.11.21). Betty and Alfred probably married in Germany. They had two daughters: Nelly Henriette (ºLiège 1897.10.08) and Lucienne Berthe (ºLiège 1902.04.01).

There was a great sense of grief when Mother Betty died at the age of 41; Nelly was only thirteen years old, Lucienne was eight.

La Meuse, November 23, 1910

“Madame Sasserath was a charming young woman, she was gifted, with the best qualities of heart and mind. She will be greatly missed by all who knew her”. (La Meuse, November 23, 1910)

La Meuse, April 16, 1912

In April 1912, Grandpa Dührenheimer (+Liège 1912.04.14), Betty’s father, died.

 

 


Louise Van Hamberg
Alfred Sasserath remarried a year later to Louise Van Hamberg in Antwerp. The ties to Antwerp were present through Alfred’s brother Maurice Moritz (ºLiège 1866.10.25 – +Antwerp 1913.06.08), he had settled in Antwerp as a dentist; his children were daughters Yvonne (ºAntwerp 1901.02.06 – +Auschwitz 1942.09.04) and Reine (ºAntwerp 1903.07.18) and son Ernest (ºAntwerp 1904.09.10), thus peers of Nelly and Lucienne.

Alfred’s second wife was Louise Ludovica Charlotta Van Hamberg (ºAntwerp 1874.07.05 – +Liège 1925.07.13). Louise was the eldest in a family of six children; she had three sisters Charlotta (º1876), Rosalia (º1877), Marianne (º1880) and two brothers Maurice (º1879) and the Benjamin of the family, Louis (º1889). The Van Hamberg family was originally from Amsterdam. Grandfather Mozes Van Hamberg was based there as a leather merchant.

The marriage took place on 1913.06.24 in Berchem.
The celebration had a tinge of grief: Alfred’s brother Maurice had died a few days earlier at the age of 46.
Nelly was 15 years old and would have been a pupil at the Ecole Moyenne in Liège. A year later, war broke out; on August 4, 1914, Liège was in the middle of the firing line.

Food relief, watercolored comic by Nelly Sasserath on Idaho flour sack, 1915. Coll. MVW

Nelly Sasserath
The arrival of Louise, her stepmother, in Liège and the contacts with the Van Hamberg family in Antwerp must have meant a lot to Nelly and her sister Lucienne. This I infer from the choice of Nelly’s marriage partner.

Charitable donation of 110 francs for war invalids at the wedding of Nelly Sasserath and Louis Van Hamberg. La Meuse, January 21, 1920

She married Louis Benjamin Van Hamberg (ºAntwerp 1889.09.26 – +Antwerp 1931.01.27), Louise’s youngest brother, over a year after the Armistice; he had been a war volunteer. The marriage took place on January 15, 1920, in Liège.

Markgravelei 140, Antwerp, current situation streetview Google Maps

Together they had three children: daughters Betty Hélène Louise (ºBerchem 1921.08.20), Claudine Claire Nelly (ºBerchem 1923.06.26) and son Lucien Alfred Isidor (ºAntwerp 1925.04.04). Nelly’s family Van Hamberg lived at the address Markgravelei 140, Antwerp.

A few months after Lucien’s birth the family again bore witness to great sadness: Louise, Nelly’s stepmother, sister of Louis and second wife of Alfred Sasserath, died, a week after her 51st birthday.

Lucienne Sasserath
Lucienne Sasserath followed her sister to Antwerp. She married the engineer Alexander Stein (ºBogopole, Russia 1892.10.01) in Liège in 1924. They had two children: daughter Jeanine-Betty-Tatiana (ºAntwerp 1925.07.05) and son Robert-Joseph-Alfred (ºAntwerp 1929.03.31).
Jeanine was thus born in Antwerp on the birthday of her step-grandmother Louise, a week before she was to die in Liège. Robert was born a day before his mother’s birthday, turning 27. Lucienne’s Stein family lived at 297 Lange Leemstraat in Antwerp.

Nelly Van Hamberg-Sasserath

De Nieuwe Gazet, January 30, 1931

Fate struck once more. After a short illness, Nelly’s husband Louis Van Hamberg died. He was 41 years old and was buried in the family plot at Schoonselhof Cemetery in Antwerp. Nelly was left behind, widowed with her daughters aged nine and seven and her son aged five.

Charlottalei 34, Antwerp, current situation streetview Google Maps

She remarried in Antwerp in May 1936 to Edouard Frenkel (ºTilburg, NL, 1894.05.31; he was a sales representative. (Betty’s Swiss pen pal (see below) described him: “Ihr Vater war ein angesehener Geschäftsmann im Schiffsbau auf den Werften der Hafenstadt”. (“Her father was a respected shipbuilding businessman in the port city’s shipyards” )).

Nelly’s family Frenkel-Van Hamberg lived at 34 Charlottalei in Antwerp.

Daughter Claudine attended the school Athenée Communale pour Jeunes Filles as a teenager. In 1939 she made a school trip to Liège and the newly opened Albert Canal. In the photo book of Henny Moëd, a former classmate, she is in the group photo at the bottom right.

Claudine Van Hamberg on a school trip, 1939; photo book “Just a Jewish Girl. A Pictorial Family Album of Pre-World War II”. Antwerp, Belgium by Henny Moëd, p. 24; (collections.ushmm.org)

Sas-Frenel Family
After the outbreak of the Second World War, the threat of deportation became ever greater for Jewish families. Nelly’s family went into hiding; perhaps her father Alfred went with them.

They took refuge in Château de Bassines near Méan in the late summer of 1942. The estate was home to the Ecole Nouvelle des Ardennes, a boarding school where Lucien Van Hamberg would be educated.

Betty and Claudine were 21 and 19 years old, they may have helped teaching the youngest at school.

Château de Bassines near Méan (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme, a Dutch Jewish boy, also spent a year, from September 1942 to October 15, 1943, at the boarding school:
“At our boarding school there were boys and girls, from 5 to 18 years old, in a primary and a kind of secondary school. In total there were about 60 people: pupils, teachers, and other staff. The school was in a sort of Renaissance-style palace called “Château de Bassines”. It was located amidst vast forests, near the village of Méan, in the region of “Condroz”.
The director of the school was Eugène Cougnet. Château de Bassines offered a hospitable home to the persecuted since the beginning of the war. It housed 40 Jewish people in hiding. Of the remaining 20, some also had to hide; either they were in the resistance, or they had to go to Germany to work, etc.
People who had the money paid, others did not. The adults made themselves useful by working. They became teachers, cooks, bakers, or tilled the vegetable garden. The baker, for example, was an economist from Austria, [1] and by the way, he baked delicious bread. There was plenty of food; the school was in an agricultural area near a large farm. The atmosphere was pleasant, the education excellent and the surroundings beautiful. I think back to those days with pleasure.” (dossier-bassines.nl)

Cougnet Family
The school was run by founder and director Eugène Cougnet (ºLedeberg 1891.01.16 – +Nordhausen/Bergen-Belsen, March 1945). Cougnet married Joséphine Fouarge (ºRocourt 1890.08.22 – +Kalmthout 1935.02.10) in 1915. They had three sons, Pierre (ºRocourt 1917.12.18 – +Libramont 2009.09.22), André (ºLiège 192 1 – 1997, see below) and Jean-Pierre (ºGhent 1927.01.07 – +Liège 2007.01.18) [2].

“Eugène Cougnet was an educator and a teacher who devoted his entire life, not only to young people but to anyone in difficulty who called on him. This was especially the case during the occupation.” [3] (dossier-bassines.nl)

Inquiries of the City of Antwerp about registration in the Register of Jews of Lucien Van Hamberg. Letter November 16, 1942; photo from: André Dessaint, Glanages a Méan

The threat of discovery was constant. The Registry Office of the City of Antwerp inquired about Lucien Van Hamberg on November 16, 1942, with the Mayor of Méan concerning his registration card of the Jewish Register. However, the municipality of Méan did not cooperate with such inquiries.

The art teacher at the school was Klaus Grünewald [4] (pseudonym Maurice Torfs). He made sketches of the castle’s daily life.

Listening to Radio London in Château de Bassines (dossier-bassines.nl)

Nico Hamme noted on this drawing:
“An animated conversation in the large salon. One sees the antique-style chairs, the paintings, and the high windows. The people are easy to recognize, on the sofa from left to right Mr. Cougnet, Mrs. Van Liefferinge, Mr. Sas (real name Sasserath?). On the seats from left to right Mr. Brancard (correct name Brancart), teacher of classical languages, Mr. Frenel (real name Frenkel) from Rotterdam and Mr. Pappy (correct name Georges Papy), teacher of mathematics. Mrs. Frenel, (not in this photo) was called Von Hamburg (real name Van Hamberg) and was a widow but Mr. Frenel was now her husband or partner. She had a son, Lucien, and two daughters. The entire Frenel family was deported to Auschwitz.”
(dossier-bassines.nl)

Conversation in the salon at Château de Bassines (dossier-bassines.nl)

Deportation
The people in hiding at Château de Bassines were betrayed.
On Monday October 25, 1943, the gardes wallonnes surrounded the castle. German soldiers invaded and interrogated everyone present. Every person they could identify as Jewish was captured and taken away in trucks.
Nelly’s family disappeared.

In the Belgisch Staatsblad/Moniteur belge under no. 16735 on July 15, 1949, the judicial declaration of death appeared for seven people, presumed dead at Auschwitz on January 17, 1944, resp. presumed dead at Monowitz in early January 1945:
Stein, Alexander, 51 years old
Sasserath, Lucienne-Berthe, 41 years old
Stein, Jeanine, 18 years old
Stein, Robert, 14 years old
Frenkel, Edouard, 49 years old
Sasserath Nelly-Henriette, 46 years old
Van Hamberg, Lucien, 19 years old.

Belgisch Staatsblad/Moniteur belge, July 15, 1949

 The archivist of Dossin Barracks in Malines explains what happened:
“Nelly was registered with her second husband Edouard Frenkel and her three children from her first marriage – Betti Van Hamberg (°1921/08/20, Antwerp), Claudine Van Hamberg (°1926/06/26, Antwerp) and Lucien Van Hamberg (°1925/04/04) – at the Dossin Barracks on November 17, 1943. For some time, they had been living in hiding under the name of Freney at the Château Bassines in Méan. During a raid on the castle on October 25, 1943, the Jews hiding there were arrested. They were held in the citadel of Huy and the prison of Liège before being taken to the Dossin Barracks in Malines. The real names of Nelly and the children were added to the deportation list of Transport XXIII under numbers 504 to 507. An application was made to the Secretariat of Queen Elisabeth to obtain a release of the family, but without result. The train left the Dossin Barracks on January 15, 1944 and arrived at Auschwitz-Birkenau on January 17, 1944. What exactly happened to Nelly and Edouard is not known to us. Son Lucien was selected as a laborer. The number 172335 was tattooed on his arm. However, he did not survive. Daughters Betti and Claudine were selected as laborers. They survived Auschwitz; they returned to Belgium.” (email message Dorien Styven, Dossin Barracks, Malines, Belgium, October 2021)

Nelly Henriette Frenkel, born Sasserath is listed in the virtual monument “Gerechte der Pflege” (Righteous of Care) (hriesop.beepworld.de)

Nelly Henriette Frenkel, born Sasserath, is listed in the virtual monument Gerechte der Pflege (Righteous of Care).  I infer from this that she was a nurse.

The family of Lucienne Stein, née Sasserath
The Dossin Barracks tell the story of the deportation of Lucienne Stein-Sasserath, her husband Alexander Stein and their children. A new owner of their house at 297 Lange Leemstraat in Antwerp, discovered a hidden container including 26 documents underneath the floor in 2013.

Portrait Lucienne Berthe Stein-Sasserath, sister of Nelly. The Image Bank of Dossin Barracks contains more than 20,000 portraits of deportees; there are no photos of Nelly Sasserath and her family, their names are listed on the transport lists; website: kazernedossin.eu

“Alexandre Stein was born in Elizabethgrad (suburb Bogopol, Russia) in 1892. He migrated to Belgium in 1910 to study at the university of Liège (Lüttich) to become an engineer. In 1914, Alexandre, as a Russian citizen, served as a paramedic with a Belgian ambulance. He then joined a German ambulance crew, supposedly to spy for the allies, and was subsequently arrested by the German military. Alexandre Stein was sent to Chartreuse and was later on deported to the internment camp in Munster (Germany). In 1920 he was able to return to Belgium from Wolfenbüttel. Belgian immigration authorities distrusted him due to his reputation as a Bolshevik adept in Liège (Lüttich) before the First World War. When presenting himself at the immigration authorities in April 1920, Alexandre Stein was arrested for illegally crossing the Belgian border. In May 1920 he was allowed to settle in Belgium again, where he finished his engineering studies.

Lange Leemstraat 297, Antwerp, actual situation streetview Google Maps

He married the Belgian national Lucienne Berthe Sasserath in Liège (Lüttich) in 1924. The couple moved to Antwerp where their first child, Jeannine Betty Tatiana Stein, was born in 1925. In 1927, Alexandre Stein himself became a Belgian citizen. A son, Robert Joseph Albert Stein, was born in Antwerp in 1929. From 1930, the Stein family lived at Lange Leemstraat 297 in Antwerp. Alexandre Stein, his wife and both children were arrested there in the night of 3 on 4 September 1943 when the Nazis organized Aktion Iltis, arresting hundreds of Jews whose Belgian nationality had protected them until then. The complete family was deported via transport XXII B from the Dossin barracks on 20 September 1943. None of the family members survived.

Archival: 26 documents were discovered in 2013 in a tube hidden beneath a double floor in the attic of the former Stein family home at Lange Leemstraat 297, Antwerp, by the current owner Ann Verhaert.”(beeldbank.kazernedossin.eu)

Betty and Claudine Van Hamberg
Betty and Claudine’s experiences in captivity were recorded by Betty’s Swiss pen pal, Ellen Keckeis-Tobler of Küsnacht, Zürich, Switzerland. Betty and Ellen wrote each other letters in the French language since 1937. In 1938 Betty came to Küsnacht on holidays, it was a carefree time. With the outbreak of war, the correspondence was disrupted, and Ellen no longer received replies to her letters.

Ellen Keckeis-Tobler, “Meine Freundin Betty aus Antwerpen (My friend Betty from Antwerp)” in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 86 (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Until 1945, when Betty wrote a letter that she and her entire family had been deported to the Auschwitz concentration camp in Poland. The parents and grandparents were separated from the children and murdered in the gas chambers. Betty, Claudine, and Lucien were employed as young workers. Betty and Claudine worked over 12 hours a day in a German weapons factory but managed to hold out. Lucien had to work in Monowitz until he died of pneumonia and malnutrition.

Ellen Keckeis-Tobler, “Meine Freundin Betty aus Antwerpen” in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 87 (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Betty and Claudine visited Küsnacht shortly after the war. They told their stories; they showed the number branded into their forearms. Betty had become thin and pale. Betty spoke most about the horror of the journey home on foot from Auschwitz to Antwerp. “Once again, the sisters had to experience the horrors of men. For the victorious Russian army, which had conquered the area from Poland to far in East Germany, also behaved shamelessly! The Soviet soldiers “plucked” young and old women from the streets wherever they could be found. Despite their emaciated bodies and dirty clothes, they took Betty and Claudine by force and raped them in the open. . . Thank God, without consequence, Betty said. For after so much hunger and effort, the girls’ menstruation had long since been disrupted or stopped. Their weak bodies had become infertile.
So, the girls decided to hide and sleep in haystacks during the day and walk further west at night. Far from civilization, they found peasant women, without husbands or sons, taking care of the fields and their remaining livestock. They were kind to the two girls and, when food was available, gave them the meals they needed to survive. Thank God it was summer after the war ended in May 1945; therefore, they did not have to freeze to death.” (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Ellen concludes with the marriages of her friends: “Betty hat in Belgien ihren christlichen Jugendfreund wieder gefunden. Die beiden haben geheiratet und wurden Eltern von zwei gesunden Kindern. Auch Claudine hat eine Familie. Sie haben gelernt, vorwärts zu schauen. Ihre Lagernummern an den Armen haben sie nach einiger Zeit wegoperieren lassen.”
(“Betty found her Christian childhood friend in Belgium. The two married and had two healthy children. Claudine also has a family. They have learned to look ahead. They had their camp numbers on their arms removed after some time.”) (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

Photo of André Cougnet at Château de Bassines, circa 1942 (dossier-bassines.nl)

It was during their year in hiding at Château de Bassines that the sisters met their future life partners.

Claudine married André Auguste Paul Jozef (Pous) Cougnet (ºLiege 1921.02.23 – +1997.02.27), the second son of Eugène Cougnet.

 

 

 

Raoul Brancart, a teacher of classical languages at the Ecole Nouvelle d’Ardennes in Château de Bassines, became Betty’s husband after the war (ortsgeschichte-kuesnacht.ch)

The legacy of Nelly Sasserath
Betty married Raoul Eugène Aurélien Ghislain Brancart (ºBraine-le-Comte 1921.01.15). He was a teacher of classical languages in Bassines and a contemporary of Betty. They had two daughters.

These daughters also married and had daughters.
“We had no idea that our (great) grandmother was an artist! Mother spoke of her as a wonderful woman and a very talented singer, but she probably knew nothing about these flour sacks. It was a shock to become aware of so many aspects of Nelly”.

Nelly Sasserath’s signature to her watercolored comic strip, 1915. Coll. MVW; photo: author

Thus, Nelly Sasserath stands in the lineage of generations of women.
Her decorated flour sack invited us to find out and document her life story. So that our daughters, granddaughters, and great-granddaughters will know the origin of this special flour sack and know the impressive life story of the Liège student Nelly Sasserath, who as a seventeen-year-old drew the comic strip in watercolor at the Idaho flour sack.

Nelly Sasserath, back of flour sack tablecloth “Record Flour”, painted, embroidered, lace, 1915. Coll. MVW

 

Many thanks:
– Hubert Bovens in Wilsele, Belgium, for the searches of biographical data, and his extensive search for many of my sources. Sharing the sad life story of Nelly Sasserath has deeply affected both of us.
Please note that new questions continue to arise. For example, we did not find a photo of Nelly Sasserath, nor photos of her family(s). If we find more information, it will be added to this blog.
– Dorien Styven, Dossin Barracks, Malines, Belgium, for her information on the Sasserath/Van Hamberg/Stein family;
– André Dessaint in Méan, Belgium, for his information on Château de Bassines;
– Nadine de Rassenfosse, Musée de la Vie Wallonne in Liège, Belgium, for showing the museum’s flour sack collection.
– Georgina Kuipers for her attentive corrections to the English translations of my blogs.

Footnotes:
[1] The economist from Austria was Kurt Pick. The story of his life in WWII is described in Jennifer Henderson’s book, Against All Odds: the Story of Kurt Pick, London, Radcliffe Press, 1998.

[2] We did not find descendants of Eugene Cougnet’s sons.

[3] Quote from George Liefferinge in letter January 7, 1982, to Yad Vashem, for a recognition as Righteous Among the Nations for Eugene Cougnet.

[4] Drawings and paintings by the artist Klaus Grünewald are preserved in the collection of the Jewish Museum of Belgium, Brussels.
His sister Margot Grünewald, later married to Massey, also stayed at Château de Bassines; she published the book Spring into Winter: A Novel, Ann Arbor, MI: Wyman House Publications, 1994, about her life in WWII.

Sources:
Dessaint, André, Glanages a Méan. Histoire(s) d’un village condrusien. Troisième partie. Special 1940-1945. Méan: 2019.

Hamme, Nico, website: Un Hollandais, caché en Belgique (A Dutchman, hidden in Belgium). 1995/2008. (www.dossier-bassines.nl) consulted in December 2021. This website is not available anymore in March 2022.
George Liefferinge provided the images of drawings by Klaus Grünewald for the website; he sent photos to Nico Hamme. There is said to be a small book of all the Bassines sketches by Klaus Grünewald in the Jewish Museum of Belgium in Brussels. When asked, the curator of the museum informed me on 2021.12.16 that unfortunately he cannot find any trace of the book of drawings. Hopefully the book will be found.

Pauwels, Ivo, Huts, Karine, Wat mijn kleinzoon weten moet. Hoe een joodse jongen onderdook in België (What my grandson needs to know. How a Jewish boy went into hiding in Belgium) (1939-1945). Tielt, Belgium, Uitgeverij Lannoo, 2017. This romanticized chronicle tells the colored life story of the Jewish boy Georges Kluger from Austria including his experiences at Château de Bassines.

Brouwers, Fred, De Koninginnewedstrijd. Gesprekken met 18 Elisabethlaureaten (The Queen’s Competition. Conversations with 18 Elisabeth laureates). BRT, 1987.

Keckeis-Tobler, Ellen, Meine Freundin Betty aus Antwerpen in: Küesnachter-Jahrheft, 1996 (website: www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch, consulted in December 2021)

Moëd, Henny, Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium. Los Angeles, California: Jans Custom Photobooks, 2011. (website: collections.ushmm.org, consulted in December 2021)

Translate »