Het stripverhaal van de Idaho-meelzak

Nelly Sasserath, leerlinge van de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik, beschilderde en borduurde een Idaho-meelzak en transformeerde de zak tot tafelkleedje. In dit blog vertel ik het indrukwekkende levensverhaal van Nelly en haar familie.

Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW
Nelly Sasserath, tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, 1915. Coll. MVW nr. 5058638

Ik zag het tafelkleedje in de collectie van Musée de la Vie Wallonne in Luik (MVW); het maakte deel uit van de schenking van de familie Welsch. Zie mijn blog ‘De educatieve collectie van Musée de la Vie wallonne’.
Samen met Nadine de Rassenfosse, verantwoordelijke voor het museumdepot, bewonderde ik de fijne aquareltekeningen, die in een carrousel op het katoenen doek zijn gezet.

Onbewerkte meelzak ‘Record Flour’, Farmers Elev. & Milling Co., Rexburg, Idaho, 1915. Coll. MVW

De meelzak ‘Record Flour’ vindt zijn oorsprong in Rexburg, Idaho bij de maalderij Farmers Elev. & Milling Co.; vermoedelijk is deze eind april, begin mei, 1915 met de Amerikaanse voedselhulp in Luik aangekomen. Nadat de zakken met meel geleegd waren bij de bakkers, is een reeks zakken overgebracht naar de Ecole Moyenne Professionnelle.

Nelly heeft ervoor gekozen om uit de zak een vierkant te knippen met de bedrukking als centrum. In de vier hoeken schilderde ze een aquarel.
In een stripverhaal van vier schilderijtjes vertelt ze over de voedselhulp:

– In het veld: twee boeren ploegen hun akker, een boer drijft het paard op, de ander leidt de ploeg; ze zullen de akker inzaaien met graan, na de oogst gaat de tarwe naar de maalderij.

 

 

– In het veld: een vrouw staat gereed met haar ezel, de molenaar buigt zich diep voorover om een zak meel op de rug van het dier te laden;

 

 

– In de bakkerij: de ovens branden, de bakkersvrouw kneedt het deeg in een trog, de bakker -met ontbloot bovenlijf- jaagt met zijn plank drie geschrokken, zwarte muizen weg;

 

– Voor het huis: een meisje hapt in haar boterham, een ander kind krijgt een boterham door moeder aangereikt, terwijl de kat des huizes vol verwachting toekijkt!

 

 

Toen de aquarellen klaar waren, voegde Nelly het borduursel toe: ze borduurde de merknaam Record en de cirkel van het logo in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.

 

 

 

Tenslotte zette ze een kanten sierrand rondom het kleedje. Het totale formaat is 52 bij 50 cm.

 

 

 

Schilder- en tekenklas Ecole Moyenne Professionnelle, Luik, februari 1915. Op deze school is met veel studenten en klassen gewerkt aan het decoreren van lege meelzakken. Foto: coll. HHPLM

Alfred Sasserath
Alfred Sasserath (ºLuik 19.05.1869) was de vader van Nelly. Hij werd geboren als jongste in een gezin van vijf kinderen (Salomon (º1860), Rosalie (º1861), Charles (º1864†), Maurice (º1866) en Alfred).

La Meuse, 11 oktober 1890

Als piepjonge, hardwerkende tandarts in Luik adverteerde Alfred met regelmaat voor zijn praktijk in de krant La Meuse. Reeds op twintigjarige leeftijd begon hij daarmee, gevestigd als ‘M. Alfred Sasserath, chirurgien-dentiste, Quai d’Université 7 in Luik’. Op 11 oktober 1890 liet hij ‘zijn eerwaarde cliënten weten dat hij van vakantie is teruggekeerd en zijn praktijk heeft hervat!

La Meuse, 25 april 1891

Een paar maanden later waarschuwde hij het publiek voor misbruik van zijn naam, door mensen die zich, zonder diploma,  voordeden  als tandarts.

Les Degrés de St.-Pierre, Luik, waar Alfred Sasserath zijn tandheelkundepraktijk uitoefende. Postkaart, circa 1911; website: liege-belle-epoque.wifeo.com
La Meuse, 2 mei 1892

Op 2 mei 1892 had hij zijn praktijk gevestigd op Place Saint-Pierre no. 2 in Luik, vlak bij het Paleis.

 

‘Tandheelkunde’, La Meuse, 8 oktober 1902

In 1902 was zijn praktijk gevestigd op no. 6 en roemde La Meuse zijn tandheelkunde.

 

 

 

 

 


Betty Dürhenheimer
Betty Dührenheimer (ºNeidenstein, Duitsland 20.06.1869) was de moeder van Nelly. Waarschijnlijk trouwden Betty en Alfred in Duitsland. Ze kregen twee dochters: ‘Nelly’ Henriette (ºLuik 08.10.1897) en ‘Lucienne’ Berthe (ºLuik 01.04.1902).

Groot was het verdriet toen moeder Betty overleed op 41-jarige leeftijd (+Luik 21.11.1910); Nelly was pas dertien jaar, Lucienne acht jaar.

La Meuse, 23 november 1910

Mevrouw Sasserath was een charmante jonge vrouw, zij was begaafd, met de beste kwaliteiten van hart en geest. Ze zal enorm worden gemist door iedereen die haar kende’. (La Meuse, 23 november 1910)

La Meuse, 16 april 1912

In april 1912 overleed Opa Dührenheimer (+Luik 14.04.1912), de vader van Betty.

 

 


Louise Van Hamberg
Alfred Sasserath hertrouwde een jaar later met Louise Van Hamberg in Antwerpen. Banden met Antwerpen waren er via Alfred’s broer ‘Maurice’ Moritz (ºLuik 25.10.1866), hij had zich gevestigd in Antwerpen; zijn dochter Yvonne was er geboren op 16.02.1901,  dus een leeftijdgenote van Nelly en Lucienne.
Alfred’s tweede vrouw was ‘Louise’ Ludovica Charlotta Van Hamberg (ºAntwerpen 05.07.1874). Louise was de oudste uit een gezin van zes kinderen; ze had drie zussen Charlotta (º1876), Rosalia (º1877), Marianne (º1880) en twee broers Maurice (º1879) en de nakomer, Louis (º1889). De familie Van Hamberg kwam oorspronkelijk uit Amsterdam; grootvader Mozes Van Hamberg was daar gevestigd als koopman in leer.
Het huwelijk vond plaats op 24.06.1913 in Berchem.
Verdriet was er ook: Alfred’s broer Maurice (+Antwerpen 18.06.1913) was enkele dagen eerder op 46-jarige leeftijd overleden.

Nelly was 15 jaar en zal reeds leerlinge zijn geweest op de Ecole Moyenne Professionnelle in Luik. Een jaar later brak de oorlog uit; op 4 augustus 1914 lag Luik midden in de vuurlinie.

‘De voedselhulp’, stripverhaal van Nelly Sasserath op Idaho-meelzak, 1915. Coll. MVW

Nelly Sasserath
De komst van Louise, haar stiefmoeder, naar Luik en de contacten met de familie Van Hamberg in Antwerpen zullen veel voor Nelly en haar zus Lucienne hebben betekend. Dit maak ik op uit de keuze van Nelly’s huwelijkspartner.

Liefdadigheidsgift van 110 francs voor oorlogsinvaliden bij het huwelijk van Nelly Sasserath en Louis Van Hamberg. La Meuse, 21 januari 1920

Ze trouwde met ‘Louis’ Benjamin Van Hamberg (ºAntwerpen 26.09.1889), de jongste broer van Louise, ruim een jaar na de Wapenstilstand; hij was oorlogsvrijwilliger geweest. Het huwelijk vond plaats op 15 januari 1920 in Luik.

Markgravelei 140, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Samen kregen ze drie kinderen: de dochters ‘Betty’ Hélène Louise (ºBerchem 20.08.1921), ‘Claudine’ Claire Nelly (ºBerchem 26.06.1923) en zoon ‘Lucien’ Alfred Isidor (ºAntwerpen 04.04.1925).
Nelly’s gezin Van Hamberg woonde op het adres Markgravelei 140, Antwerpen.

Enkele maanden na de geboorte van Lucien was er opnieuw groot verdriet in de familie: Louise, stiefmoeder van Nelly, zus van Louis en tweede vrouw van Alfred Sasserath, overleed in Luik op 13.07.1925, een week na haar 51ste verjaardag.

Lucienne Sasserath
Lucienne Sasserath volgde haar zus naar Antwerpen. Ze trouwde in 1924 in Luik met de ingenieur Alexander Stein (ºBogopole, Rusland 01.10.1892). Zij kregen twee kinderen: dochter Jeanine-Betty-Tatiana (ºAntwerpen 05.07.1925) en zoon Robert-Joseph-Alfred (ºAntwerpen 31.03.1929).
Jeanine werd dus in Antwerpen geboren op de verjaardag van haar stief-oma Louise, een week voor deze zou sterven in Luik.
Robert werd geboren een dag voordat zijn moeder jarig was en 27 werd.
Lucienne’s gezin Stein woonde in de Lange Leemstraat 297 te Antwerpen.

Nelly Van Hamberg-Sasserath

De Nieuwe Gazet, 30 januari 1931

Het noodlot sloeg wederom toe. Na een kort ziekbed overleed Nelly’s echtgenoot Louis Van Hamberg (+Antwerpen 27.01.1931). Hij was 41 jaar en werd begraven in het familiegraf op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof. Nelly bleef achter met haar dochters van negen en zeven en haar zoon van vijf jaar oud.

Charlottalei 34, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

Ze hertrouwde in Antwerpen in mei 1936 met Edouard Frenkel (ºTilburg, NL, 31.05.1894; hij was handelsvertegenwoordiger. (Betty’s Zwitserse penvriendin (zie hieronder) beschreef hem: ‘Ihr Vater war ein angesehener Geschäftsmann im Schiffsbau auf den Werften der Hafenstadt ‘)
Nelly’s gezin Frenkel-Van Hamberg woonde in de Charlottalei 34 te Antwerpen.

Dochter Claudine zat als tiener op de school Athenée Communale pour Jeunes Filles. In 1939 maakte zij een schoolreis naar Luik en het net geopende Albertkanaal. In het fotoboek van Henny Moëd, een oud-klasgenote, zit ze op de groepsfoto rechts onderaan.

Claudine Van Hamberg op schoolreis, 1939; fotoboek ‘Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium’ van Henny Moëd, p. 24; website: collections.ushmm.org

Familie Sas-Frenel
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de dreiging van deportatie voor de Joodse families steeds groter. Het gezin van Nelly dook onder; misschien ging vader Alfred met hen mee.

Zij huisvestten zich in de nazomer van 1942 in Château de Bassines bij Méan. Op het landgoed was de ‘Ecole Nouvelle des Ardennes’ gevestigd, een kostschool waar Lucien Van Hamberg onderwijs kon volgen.

Betty en Claudine waren 21 resp. 19 jaar en zullen misschien hebben geholpen op school bij de lessen aan de kleinsten.

Château de Bassines bij Méan; website dossier-bassines.nl

Nico Hamme, een Hollandse joodse jongen, heeft ook een jaar, van september 1942 tot 15 oktober 1943, op de kostschool gezeten:
“Op onze kostschool zaten jongens en meisjes, van 5 tot 18 jaar, op een lagere en een soort middelbare school. In totaal waren er ongeveer 60 mensen; leerlingen, leraren en verder personeel. De school was gevestigd in een soort paleisje in renaissance-stijl “Château de Bassines” geheten. Het lag te midden van uitgestrekte bossen, bij het dorpje Méan, in de landstreek “Condroz”.
De directeur van de school was Eugène Cougnet. Château de Bassines bood sinds het begin van de oorlog een gastvrij tehuis aan de vervolgden. Er verbleven 40 Joodse onderduikers. Van de overige 20 personen moest ook een aantal zich schuilhouden; of zij zaten in het verzet, of ze moesten naar Duitsland om te werken, etc.

Mensen die geld hadden betaalden, anderen niet. De volwassenen maakten zich nuttig door te werken. Ze werden leraar, kok, bakker of bewerkten de moestuin. De bakker b.v. was een econoom uit Oostenrijk.[1] Hij bakte trouwens heerlijk brood. Eten was er volop; de school lag in een agrarisch gebied vlak bij een grote boerderij. De sfeer was er prettig, het onderwijs prima en de omgeving prachtig. Met plezier denk ik terug aan die tijd.”
(website ‘Een Hollander ondergedoken in België’)

Familie Cougnet
De school werd geleid door oprichter en directeur Eugène Cougnet (Ledeberg 16.01.1891- Nordhausen/Bergen-Belsen, maart 1945). Cougnet trouwde in 1915 met Joséphine Fouarge (Rocourt 22.08.1890-Kalmthout 10.02.1935). Zij kregen drie zoons, Pierre (Rocourt 18.12.1917-Libramont 22.09.2009), André (Luik, 1921-1997) en Jean-Pierre (Gent 07.01.1927 – Luik 18.01.2007)[2].

“Eugène Cougnet was een pedagoog en een leraar die zijn hele leven heeft gewijd, niet alleen aan jongeren maar aan iedereen in moeilijkheden die op hem een beroep deed. Dit was vooral het geval tijdens de bezetting”[3]
(website ‘Een Hollander ondergedoken in België’)

Stad Antwerpen informeert naar registratie in het Jodenregister van Lucien Van Hamberg. Brief 16 november 1942; foto uit: André Dessaint, Glanages a Méan

Dreiging van ontdekking was er voortdurend. De burgerlijke stand van Stad Antwerpen deed op 16 november 1942 navraag naar Lucien Van Hamberg bij de burgemeester van Méan inzake zijn registratiekaart van het Joods register. De gemeente Méan werkte echter niet mee aan zulke aanvragen.

De tekenleraar op de school was Klaus Grünewald[4] (schuilnaam Maurice Torfs). Hij maakte schetsen van het dagelijks leven in het kasteel.

Luisteren naar Radio Londen in Château de Bassines; website dossier-bassines.nl

Nico Hamme noteerde bij een tekening:
“Een geanimeerd gesprek in de grote salon. Men ziet de stoelen in antieke stijl, de schilderijen en de hoge vensters. De personen zijn goed te herkennen, op de bank v.l.n.r. meneer Cougnet, mevrouw van Liefferinge, meneer Sas (echte naam Sasserath?). Op de stoelen v.l.n.r. meneer Brancard (correcte naam Brancart), leraar klassieke talen, meneer Frenel (echte naam Frenkel) uit Rotterdam en meneer Pappy (correcte naam Georges Papy), leraar wiskunde. Mevrouw Frenel, (niet op deze foto) heette Von Hamburg  (echte naam Van Hamberg) en was weduwe maar meneer Frenel was nu haar man of partner. Ze had een zoon, Lucien, en twee dochters. De hele familie Frenel is gedeporteerd naar Auschwitz.”
(website ‘Een Hollander ondergedoken in België)

Gesprek in de salon in Château de Bassines; website dossier-bassines.nl

Deportatie
De onderduikers op Château de Bassines werden verraden.
Maandag 25 oktober 1943 omsingelden de ‘gardes wallonnes’ het kasteel. Duitse militairen vielen binnen en ondervroegen alle aanwezigen. Ieder persoon die zij als Joods konden identificeren werd gevangengenomen en afgevoerd in vrachtwagens.
Het gezin van Nelly verdween.

In het Belgisch Staatsblad verscheen onder n. 16735 op 15 juli 1949 de gerechtelijke verklaring van overlijden van zeven personen, vermoedelijk overleden te Auschwitz op 17 januari 1944, resp. vermoedelijk overleden te Monowitz in begin januari 1945:

Stein, Alexander, 51 jaar
Sasserath, Lucienne-Berthe, 41 jaar
Stein, Jeanine, 18 jaar
Stein, Robert, 14 jaar
Frenkel, Edouard, 49 jaar
Sasserath Nelly-Henriette, 46 jaar
Van Hamberg, Lucien, 19 jaar.

Belgisch Staatsblad, 15 juli 1949

 De archiviste van Kazerne Dossin in Mechelen licht toe wat er is gebeurd:
“Nelly werd samen met haar tweede echtgenoot Edouard Frenkel en haar drie kinderen uit haar eerste huwelijk – Betti Van Hamberg (°20/08/1921, Antwerpen), Claudine Van Hamberg (°26/06/1926, Antwerpen) en Lucien Van Hamberg (°04/04/1925) – in de Dossinkazerne geregistreerd op 17 november 1943. Zij leefden al enige tijd ondergedoken onder de naam Freney op het kasteel van Bassines in Méan. Tijdens een razzia in het kasteel op 25 oktober 1943 werden de daar ondergedoken Joden opgepakt. Ze werden vastgehouden in de citadel van Huy en de gevangenis van Luik voordat ze naar Kazerne Dossin in Mechelen werden gebracht. De echte namen van Nelly en de kinderen werden hier onder de nummers 504 tot 507 toegevoegd aan de deportatielijst van Transport XXIII. Er werd een aanvraag ingediend bij het secretariaat van Koningin Elisabeth om een vrijlating van het gezin te bekomen, maar zonder resultaat. De trein verliet de Dossinkazerne op 15 januari 1944 en kwam op 17 januari 1944 in Auschwitz-Birkenau aan. Wat er precies met Nelly en Edouard gebeurde, is ons niet bekend. Zoon Lucien werd als arbeider geselecteerd. Het nummer 172335 werd op zijn arm getatoeëerd. Hij overleefde echter niet. Dochters Betti en Claudine werden als arbeiders gekozen. Ze overleefden Auschwitz; zij keerden naar België terug.” (mailbericht Dorien Styven, Kazerne Dossin, oktober 2021)

Nelly Henriette Frenkel, geb. Sasserath. Vermelding in virtueel monument ‘Gerechte der Pflege’

Nelly Henriette Frenkel, geboren Sasserath, staat opgenomen in het virtuele monument ‘Gerechte der Pflege’ (‘Rechtvaardigen van de Zorg’).  Ik maak hieruit op dat zij verpleegster is geweest.

Het gezin van Lucienne Stein, née Sasserath
Kazerne Dossin vertelt ook het verhaal van de deportatie van Lucienne Stein-Sasserath, haar man Alexander Stein en hun kinderen. Een nieuwe eigenaar van het huis in Lange Leemstraat 297 in Antwerpen, ontdekte in 2013 onder de vloer een verborgen koker met 26 documenten.

Portret Lucienne Berthe Stein-Sasserath, zus van Nelly. De Beeldbank van Kazerne Dossin bevat meer dan 20.000 portretten van gedeporteerden; foto’s van Nelly Sasserath en haar gezin zijn er niet, hun namen staan vermeld op de transportlijsten; website: kazernedossin.eu

“Alexandre Stein was born in Elizabethgrad (suburb Bogopol, Russia) in 1892. He migrated to Belgium in 1910 to study at the university of Liège (Lüttich) to become an engineer. In 1914, Alexandre, as a Russian citizen, served as a paramedic with a Belgian ambulance. He then joined a German ambulance crew, supposedly to spy for the allies, and was subsequently arrested by the German military. Alexandre Stein was sent to Chartreuse and was later on deported to the internment camp in Munster (Germany). In 1920 he was able to return to Belgium from Wolfenbüttel. Belgian immigration authorities distrusted him due to his reputation as a Bolshevik adept in Liège (Lüttich) before the First World War. When presenting himself at the immigration authorities in April 1920, Alexandre Stein was arrested for illegally crossing the Belgian border. In May 1920 he was allowed to settle in Belgium again, where he finished his engineering studies.

Lange Leemstraat 297, Antwerpen, actuele situatie streetview Google Maps

He married the Belgian national Lucienne Berthe Sasserath in Liège (Lüttich) in 1924. The couple moved to Antwerp where their first child, Jeannine Betty Tatiana Stein, was born in 1925. In 1927, Alexandre Stein himself became a Belgian citizen. A son, Robert Joseph Albert Stein, was born in Antwerp in 1929. From 1930, the Stein family lived at Lange Leemstraat 297 in Antwerp. Alexandre Stein, his wife and both children were arrested there in the night of 3 on 4 September 1943 when the Nazis organized Aktion Iltis, arresting hundreds of Jews whose Belgian nationality had protected them until then. The complete family was deported via transport XXII B from the Dossin barracks on 20 September 1943. None of the family members survived.

Archival: 26 documents were discovered in 2013 in a tube hidden beneath a double floor in the attic of the former Stein family home at Lange Leemstraat 297, Antwerp, by the current owner Ann Verhaert.”

Betty en Claudine Van Hamberg
Wat Betty en Claudine hebben moeten doormaken in gevangenschap is opgeschreven door de Zwitserse penvriendin van Betty, Ellen Keckeis-Tobler uit Küsnacht, ZH. Betty en Ellen schreven elkaar Franse brieven sinds 1937. In 1938 kwam Betty op vakantie naar Küsnacht, het was een onbezorgde tijd. Met het uitbreken van de oorlog werd de correspondentie verstoord en kreeg Ellen geen antwoord meer op haar brieven.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 86 ; website www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch

Tot in 1945 Betty een brief schreef dat zij met haar gehele familie naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen gedeporteerd was. De ouders en grootouders werden van de kinderen gescheiden en in de gaskamers vermoord. Betty, Claudine en Lucien werden als jonge arbeidskrachten ingezet. Betty en Claudine werkten meer dan 12 uur per dag in een Duitse wapenfabriek, maar wisten het vol te houden. Lucien moest werken in Monowitz tot hij aan een longontsteking en ondervoeding overleed.

Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 87; website www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch

Betty en Claudine zijn kort na de oorlog op bezoek geweest in Küsnacht. Zij vertelden hun verhalen; ze toonden het nummer dat gebrandmerkt stond in hun onderarm. Betty was mager en bleek geworden.
Betty sprak het meest over de horror van de terugtocht te voet van Auschwitz naar Antwerpen.“Wederom moesten de zussen ervaren dat het beest in de mens zit. Want ook het zegevierende Russische leger, dat het gebied van Polen tot ver in Oost-Duitsland had ingenomen, gedroeg zich schaamteloos! De Sovjet soldaten “plukten” jonge en oude vrouwen van de straat, waar ze maar te vinden waren. Ondanks hun uitgemergelde lichamen en vuile kleren, namen ze Betty en Claudine met geweld mee en verkrachtten hen in de open lucht. . . Godzijdank, zonder gevolgen, zei Betty. Want met zoveel honger en inspanning was de menstruatie van de meisjes allang ontregeld of opgehouden. Hun zwakke lichamen waren onvruchtbaar geworden.
Dus besloten de meisjes zich overdag in hooibergen te verstoppen en te slapen om ’s nachts verder naar het westen te lopen. Ver van de bewoonde wereld vonden ze boerinnen, die zonder mannen of zonen, voor de akkers en het hen resterende vee zorgden. Ze waren vriendelijk voor de twee meisjes en gaven hen, wanneer er voedsel was, de nodige maaltijden om te overleven. Godzijdank was het zomer na het einde van de oorlog in mei 1945; daarom hoefden ze niet dood te vriezen.”
(Ellen Keckeis-Tobler in Küesnachter-Jahrheft 1996-Meine Freundin Betty aus Antwerpen)

Ellen besluit met de huwelijken van haar vriendinnen:
Betty hat in Belgien ihren christlichen Jugendfreund wieder gefunden. Die beiden haben geheiratet und wurden Eltern von zwei gesunden Kindern. Auch Claudine hat eine Familie. Sie haben gelernt, vorwärts zu schauen.
Ihre Lagernummern an den Armen haben sie nach einiger Zeit wegoperieren lassen.

Foto van André Cougnet op het kasteel van Bassines, rond 1942; website: dossier-bassines.nl

Het was tijdens het onderduikjaar op het kasteel van Bassines dat de zussen hun toekomstige levenspartners hebben ontmoet.

Claudine trouwde met ‘André’ Auguste Paul Jozef (Pous) Cougnet (ºLuik 23.02.1921- +27.02.1997), de tweede zoon van Eugène Cougnet.

 

 

 

Raoul Brancart, leraar klassieke talen op de Ecole Nouvelle d’Ardennes in Château de Bassines, werd na de oorlog de echtgenoot van Betty; Ellen Keckeis-Tobler, ‘Meine Freundin Betty aus Antwerpen’ in: Küesnachter-Jahrheft, 1996, p. 89; website www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch

Het erfgoed van Nelly Sasserath
Betty trouwde met ‘Raoul’ Eugène Aurélien Ghislain Brancart (ºBraine-le-Comte 15.01.1921). Hij was de leraar klassieke talen in Bassines en leeftijdsgenoot van Betty. Zij kregen twee dochters.

Ook deze dochters huwden en kregen dochters.
“We hadden geen idee dat onze (over)grootmoeder een kunstenares was! Moeder sprak over haar als een geweldige vrouw en een zeer getalenteerde zangeres, maar ze wist waarschijnlijk niets van deze meelzakken. Het was een schok bewust te worden van zoveel aspecten van Nelly”.

De handtekening van Nelly Sasserath bij haar stripverhaal, 1915. Coll. MVW; foto: auteur

Zo staat Nelly Sasserath in de lijn van generaties vrouwen.
Haar versierde meelzak nodigde uit haar levensverhaal uit te zoeken en te documenteren. Zodat onze dochters, kleindochters en achterkleindochters de oorsprong weten van de versierde meelzakken én het indrukwekkende levensverhaal kennen van de Luikse studente Nelly Sasserath, die als zeventienjarige het stripverhaal aquarelleerde op de Idaho- meelzak.

Nelly Sasserath, achterzijde tafelkleedje van meelzak ‘Record Flour’, beschilderd, geborduurd, kantwerk, 1915. Coll. MVW

 

Hartelijk dank:
Hubert Bovens in Wilsele voor de opzoekingen van biografische gegevens, de speurtocht naar de vele bronnen en het delen van het trieste verhaal dat ons beiden diep trof.
Let wel, verschillende vragen zijn nog niet opgelost:
– we hebben geen foto van Nelly Sasserath gevonden, noch foto’s van haar gezin(nen);
– waar en wanneer is Nelly’s vader Alfred Sasserath overleden?
We hopen antwoorden te vinden, zodat ze aan dit blog kunnen worden toegevoegd.
– Dorien Styven, Kazerne Dossin, Mechelen voor haar inlichtingen over de familie Sasserath/Van Hamberg/Stein;
– André Dessaint in Méan voor zijn inlichtingen over Château de Bassines;
– Nadine de Rassenfosse, Musée de la Vie Wallonne in Luik, voor het tonen van de meelzakken-collectie.

Voetnoten:
[1] De econoom uit Oostenrijk was Kurt Pick. Het verhaal van zijn leven in WO II staat beschreven in het boek van Jennifer Henderson, Aigainst All Odds: the Story of Kurt Pick, Londen, Radcliffe Press, 1998.

[2] We hebben geen afstammelingen van de zonen van Eugene Cougnet gevonden.

[3] Citaat uit: George van Lefferinge in brief 7 januari 1982 aan Yad Vashem, voor een erkenning als Rechtvaardige onder de Volkeren voor Eugène Cougnet.

[4] Tekeningen en schilderijen van de kunstenaar Klaus Grünewald zijn bewaard in de collectie van het Joods Museum van België, Brussel. Zijn zus Margot Grünewald, later getrouwd met Massey, verbleef ook op Château de Bassines.; zij publiceerde over haar leven in WO II het boek Spring into Winter: a Novel, Ann Arbor, MI: Wyman House Publications, 1994.

Bronnen:
Dessaint, André, Glanages a Méan. Histoire(s) d’un village condrusien. Troisième partie. Special 1940-1945. Méan: 2019.

Hamme, Nico, website: Een Hollander ondergedoken in België. https://www.dossier-bassines.nl. 1995/2008.
De website bevat afbeeldingen van tekeningen van Klaus Grünewald. George Liefferinge leverde de afbeeldingen aan; hij stuurde foto’s aan Nico Hamme.
Er zou een klein boekje bestaan van alle ‘Bassines’-schetsen van Klaus Grünewald wat zich zou bevinden in het Joods Museum van België te Brussel. Desgevraagd deelde de conservator van het museum mij op 16.12.2021 mee, dat hij helaas geen spoor van het boekje tekeningen kan terugvinden. Hopelijk zal het worden teruggevonden.

Pauwels, Ivo, Huts, Karine, Wat mijn kleinzoon weten moet. Hoe een joodse jongen onderdook in België (1939-1945). Lannoo, 2017. Deze geromantiseerde kroniek vertelt het ingekleurde levensverhaal van de joodse jongen Georges Kluger uit Oostenrijk waarin zijn belevenissen op Château de Bassines.

Brouwers, Fred, De Koninginnewedstrijd. Gesprekken met 18 Elisabethlaureaten. BRT, 1987.

Keckeis-Tobler, Ellen, Meine Freundin Betty aus Antwerpen in: Küesnachter-Jahrheft, 1996 website www.ortsgeschichte-kuesnacht.ch

Moëd, Henny, Just a Jewish Girl. A Pictoral Family Album of Pre-World War II. Antwerp, Belgium. Los Angeles, California: Jans Custom Photobooks, 2011.