Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution

Een ‘hiercheuse’ van de Belgische kunstenaar Armand Rassenfosse bevindt zich in de Verenigde Staten in de Hoover Institution Library & Archives op Stanford University, Palo Alto, Ca.
Het unieke van de prent van Rassenfosse’s mijnwerkster is dat hij deze in 1915 heeft afgedrukt op een lege meelzak afkomstig van de westkust van de VS.

Vancouver Daily World, Vancouver, B.C., Canada, 26 januari 1915

De zak was, gevuld met meel, tezamen met duizenden andere zakken meel, in het voorjaar van 1915 uit Portland, Oregon, verscheept als voedselhulp naar België en kwam terecht in Luik.

Stoomschip Cranley wordt geladen. The Oregon Daily Journal, Portland, Oregon, 24 januari 1915

Eenmaal geleegd bij een bakker is de zak ter beschikking gesteld van Rassenfosse, die zich als kunstenaar bereid had verklaard er een kunstwerk op te maken.
Rassenfosse maakte deel uit van een groep Luikse kunstenaars die voor het goede doel 67 meelzakken beschilderden en bedrukten voor de grote liefdadigheidstentoonstelling, gehouden in Luik in juli 1915. De kranten stonden vol over de tentoonstelling en prezen Rassenfosse voor prenten van mijnwerksters op enkele meelzakken.
De Amerikaan Frederick H. Chatfield, gedelegeerde in Luik van de Commission for Relief in Belgium in 1916, heeft een ‘hiercheuse’ meelzak in eigendom gekregen en mee teruggenomen naar zijn woonplaats Cincinnati, Ohio. Omdat het CRB-archief van Chatfield gedeponeerd is in de Hoover Institution Archives (HIA) is de ‘hiercheuse’ van Rassenfosse daar terecht gekomen en recent, dankzij foto’s gemaakt door de HIA-staf, geopenbaard.

Armand Rassenfosse: ‘Hiercheuse’ (mijnwerkster)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, verso. Coll. HIA Fred. H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

Armand Rassenfosse drukte op een deel van een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Het doek is gespannen om een stuk karton. Hoogstwaarschijnlijk is het een lithografie, mogelijk geretoucheerd. De hoogte van het werk is 44 cm.
In zijn handschrift vermeldde Rassenfosse ‘Etude pour un tableau’ op het doek. Mogelijk is de hiercheuse in de collectie van de Hoover Institution een proef geweest en heeft Rassenfosse deze prent later als geschenk weggegeven aan de jonge CRB-gedelegeerde Chatfield.

‘Etude pour un tableau’ en signering van Armand Rassenfosse, meelzak ‘hiercheuse’. Coll. HIA Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff

De hiercheuse op de meelzak heeft een zittende houding en is gekleed in een blouse met opgerolde mouwen en lange rok; zij kijkt ons vorsend aan, terwijl ze met bijna kinderlijke handen naar haar enkels grijpt, alsof zij zedig haar rokken om haar enkels wil klemmen. Een grote bolle hoofddoek bedekt haar haren, schijnbaar elegant gehakte klompen sieren haar voeten. Zij is een aantrekkelijke verschijning.

Armand (de) Rassenfosse[1] (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934), autodidact, was tekenaar, graveur en schilder. Door zijn onuitputtelijke werkkracht werd hij een van de belangrijkste Waalse kunstenaars van de vorige eeuw.
Pol de Mont schrijft in 1902/1903: ‘Hij heeft zijn sporen verdiend als lithograaf en als akwafortist, en is er evengoed in geslaagd, degelik werk te voltooien met de droge als met de natte naald’;..…’aarzel ik toch niet te zeggen, dat geen van mijn landgenoten in dit vak uitmunt boven hem.’[2]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, olieverf op karton (35×26 cm). Verkocht via veiling, artnet.com; foto: online

Zijn achterkleindochter Nadine de Rassenfosse, kunsthistorica, schreef over Rassenfosse: ‘Hij was klassiek modernist; erfgenaam van het symbolisme en de art nouveau’:
‘Centraal thema in het oeuvre van Rassenfosse is de Vrouw. Zijn universum wordt helemaal ingenomen door vrouwelijke figuren, uit alle sociale lagen en in al hun dagelijkse activiteiten: arbeidsters, hiercheuses uit de Luikse mijnstreek, opgeklede vrouwen met hoeden of naakte meisjes van plezier, danseressen in actie of zogende moeders.’[3]

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, kleuren lithografie, 1913. De hiercheuse vertoont -gespiegeld- grote gelijkenis met de prent op de meelzak. Verkocht via veiling auction.fr, september 2013; foto: online

Door talloze afbeeldingen te bekijken van mijnwerksters op websites met online veilingen is mij gebleken dat Rassenfosse eerder, in 1913, een ingekleurde lithografie geproduceerd heeft, die op enkele details na exacte gelijkenis toont met de ‘hiercheuse’ op de meelzak, zij het dat de afbeelding is gespiegeld. Ik vraag me af of Rassenfosse succesvol was met de eerdere litho en daarom de meelzak wenste te bedrukken met een voor het publiek herkenbaar werk, de ‘verheerlijking van een lokaal personage’.
De trieste gebeurtenissen van het overlijden van zijn 23-jarige zoon Jean ( Luik 14.02.1890 – Luik 23.06.1913) en het uitbreken van de oorlog in 1914 met de gevechten rondom Luik en de Duitse bezetting hadden een grote invloed op de kunstenaar.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse; detail originele bedrukking van de meelzak. Coll. Fred. H. Chatfield Papers, HIA, foto HIA staff

De meelzak gebruikt door Rassenfosse voor zijn prent, is afkomstig van de Amerikaanse westkust, de verkoopkantoren van de maalderij waren in de steden Seattle en Tacoma in de staat Washington, Portland, Oregon en San Francisco, Californië [4]. De staten Washington en Oregon waren grote tarwe-producerende gebieden. Ze exporteerden graan naar Azië, en ook naar Europa, via de havenstad Portland in Oregon.
Voor de Commission for Relief in Belgium vertrokken tussen eind januari en eind maart 1915 meerdere schepen met voedselhulp vanuit de Amerikaanse westkust naar België. De meelzak zal aan boord zijn geweest van een van deze schepen.

Liefdadigheid

Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Luik, particuliere verzameling

Rassenfosse droeg bij aan liefdadigheid, lees het blog Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Academie des Beaux Arts’.

Kranten noemden en complimenteerden zijn werk:
Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. ‘(Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)

François Maréchal ‘Hiercheuses’, Liège, 22 Juin 1915. Schets op meelzak. Moulckers Collection St. Edward’s University, Austin, Texas.

‘De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’ …’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)

Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1917; conté-potlood en waterverf op papier, 34×24 cm, verkocht in 2017; foto mutualart.com
Signatuur Rassenfosse en door hem handgeschreven tekst: ‘Pour la Soirée d’art et de charité donné chez Mme Emile Fraigneux le 29 Septembre 1917’

In 1917 maakte Rassenfosse een tekening van een hiercheuse waarop hij de tekst schreef: ‘Getekend programma. Voor de Kunst- en liefdadigheidsavond, gehouden bij Mme Emile Fraigneux op 29 september 1917′.

Het fenomeen ‘Mijnwerksters in de kunst’
Onbekend met het fenomeen ‘mijnwerksters in de kunst’ heb ik gepoogd me in te lezen in het onderwerp om te begrijpen welke symboliek de meelzak ‘hiercheuse’ van Rassenfosse in zich draagt. Wat bezielde de kunstenaar om een jonge vrouw met een loodzwaar en gevaarvol beroep te verheerlijken als was zij een nimf?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit opmerkelijke onderwerp vol paradoxen een aparte studie vergt.  In dit blog stip ik slechts aan wat mij bij mijn poging tot inlezen heeft verwonderd.

Armand Rassenfosse, ‘Young Seated Girl’, (herkenbaar door hoofddoek en klompen als hiercheuse), potlood en waterverf op papier, 35×26 cm; verkocht 2017, foto: mutualart.com

Hiercheuse

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Hiercheuses aan het werk. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Het woord ‘hiercheuse’ is afgeleid van de term ‘hierchage’, het slepen van de steenkool, de voornaamste bezigheid van de vrouwelijke mijnwerkers: het duwen van de volle kolenwagens naar de schachten en het bovengronds selecteren van de kolen.

Leen Roels: De realiteit van de arbeid van de mijnwerkster

Dr. Leen Roels deed onderzoek naar vrouwenarbeid in de Luikse mijnen, 2014; foto: website DeMijnen.nl

De Belgische wetenschapper Leen Roels promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Maastricht op haar onderzoek naar de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de 19e eeuw tot 1974. In haar boek ‘Het tekort’ belicht zij in hoofdstuk 2 de vrouwenarbeid in de mijnen. [5]

Circa 2.500 vrouwen (ruim 6% van de personeelsbezetting) werkten aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de Luikse mijnen. Pas in 1892 werd vrouwenarbeid in de mijnen in België beperkt, later dan elders in Europa.

Kaart van het Luikse kolenbekken, zoals afgedrukt in het boek ‘Het tekort’ van Leen Roels, 2014
Armand Rassenfosse, Hiercheuse, 1906, lithografie op papier (36×25 cm). Verkocht op the-saleroom.com in 2016, foto: online

Citaat uit het boek van Roels:
‘Dat vrouwen tot aan het begin van de twintigste eeuw in België als mijnwerkster ondergronds werkten, en bovengronds nog veel langer, is een weinig onderzocht gegeven. Dit is verwonderlijk, gezien het feit dat de mijnwerkster voor vele kunstenaars een populair motief vormde. Een groep kunstenaars met socialistische sympathieën vond hierin een dankbaar onderwerp en bovendien werd deze kunst actief ondersteund door de groeiende Belgische Werkliedenpartij-Parti Ouvrier Belge (opgericht in 1885). Vanaf de jaren 1880 werd de ‘hiercheuse’ één van de meest geschilderde, gebeeldhouwde en later gefotografeerde arbeidsters in België.’

Leen Roels geeft met inzichtelijke tabellen informatie over de realiteit van de arbeid van de mijnwerksters.

Leen Roels, Het aantal vrouwelijke arbeidskrachten naar leeftijd in het Luikse bekken, tabel in ‘Het tekort’, 2014

Enkele conclusies van haar onderzoek:
– De functies van de vrouwen in de Luikse mijnen waren samen te brengen onder de noemer: laaggeschoold en aanvullend. Het is aannemelijk dat dit zijn oorsprong vond in de arbeidsverdeling in familieverband.
– Het algemene patroon was dat de hiercheuse gemiddeld op haar twaalfde jaar in het mijnbedrijf begon en dat ze dit zware werk volhield totdat ze in het huwelijk trad en haar eerste kind kreeg. In de 19e eeuw gebeurde dit gemiddeld tussen 26 en 29 jaar.

Leen Roels, Het gemiddeld netto-dagloon ondergronds in de Belgische steenkoolnijverheid, 1895-1900 (in BEF), tabel in ‘Het tekort’, 2014

– In het algemeen bedroeg het dagloon van een mijnwerkster nauwelijks de helft van dat van haar mannelijke collega. Roels kon geen verband ontdekken tussen verloning en een bepaalde functie, het leek haar toe dat de mijnwerksters net omwille van hun vrouwzijn zo laag betaald werden.
– Het lage loon vormde in België een belangrijke reden om de arbeid van vrouwen ondergronds pas laat te verbieden. De beperking van vrouwenarbeid in de Belgische mijnen kreeg zijn beslag met de wetgeving van 1889 die ondergrondse arbeid voor vrouwen onder 21 jaar vanaf 1892 verbood. Vrouwen bleven werkzaam in het mijnbedrijf tot in de jaren 1920, zij werkten in die laatste jaren veelal bovengronds.

Patricia Penn Hilden: De mijnwerkster in de kunst

Cécile Douard, Hiercheuse des mines, 1897; foto: omslag van het boek van Patricia Penn Hilden

De Amerikaanse wetenschapper Patricia Penn Hilden bestudeerde vrouwen, werk en politiek in België van 1830-1914 [6].
Zij ging nader in op de verschillende motieven van een aantal kunstenaars om de mijnwerksters af te beelden:
– Constantin Meunier schilderde, tekende en beeldhouwde vele tientallen mijnwerksters -jong en mooi- als representeerden zij voor hem een nationaal, Belgisch icoon.
– Cécile Douard tekende de mijnwerksters realistisch, in beweging, vuil; oude mijnwerksters toonde ze uitgeput, ze had compassie met de vrouwen in dit loodzware beroep.
– François Maréchal en Armand Rassenfosse daarentegen idealiseerden de mijnwerkster. Zij beeldden haar seksueel aantrekkelijk af; mijnwerksters waren jong, het werken in de mijnen gaf hen erotische aantrekkingskracht.

Armand Rassenfosse, Hiercheuse aux seins nues; potlood en pastel op papier, (32×23 cm). Voormalige collectie Graaf de Launoit, Luik; verkocht op pba-auctions.com in 2019 voor €1.563; foto: online

Het Brugse Prentenkabinet: Rassenfosse verheerlijkt de zinnelijkheid
Het Brugse Prentenkabinet bewaart een prent uit 1905 waarover het museumbulletin schrijft: ‘Rassenfosse beeldt de wagenduwster met ontbloot bovenlichaam uit in een moment van rust terwijl ze een uitdagende blik naar de toeschouwer werpt. In alle sereniteit observeert de kunstenaar het vrouwelijk lichaam waarvan hij de zinnelijkheid verheerlijkt. Het is een passie die hij zijn hele artistieke loopbaan zal blijven koesteren.’[7]

Fotografie: in opdracht van mijnbedrijven
Fotografen hebben talloze beelden van het werk in de mijnen vastgelegd. De kanttekening bij de foto’s moet zijn dat de foto’s veelal gemaakt zijn in opdracht van de mijnbedrijven om hun moderne bedrijfsvoering te tonen, de kracht van vooruitgang in beeld te laten spreken. Onderdeel van de moderniteit was dat ook vrouwen het werk konden doen, ze waren goedkope arbeidskrachten.

‘Esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’

Gustave Marissiaux, Hiercheuses, 1904-1905. Foto uit artikel van Marc-Emmanuel Mélon in Art&Fact, no. 30, Luik 2011. Foto: Coll. Musée de la Vie wallonne

Marc-Emmanuel Mélon, hoogleraar aan de Universiteit van Luik, benoemde de ‘esthetische paradox en sociale dubbelzinnigheden’ in zijn artikel over het fotografie-project ‘La Houillère’ van de fotograaf Gustave Marissiaux (Marles, Pas-de-Calais, 1872 – Cagnes, Frankrijk, 1929).[8]
In opdracht van de gezamenlijke Luikse mijnbedrijven maakte Marissiaux een fotoreportage om de innovatieve industriële bedrijvigheid aan de wereld te tonen.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen sorteren, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

Marissiaux moest een realiteit weergeven in zekere objectiviteit. Maar hij zag zich geconfronteerd met de werkelijkheid van kinderen die 12 uur per dag met hun blote handen kolen moesten sorteren; met vrouwen die met schoppen karren volladen en zware wagens op rails moesten voortduwen; met mannen die de dood in de ogen keken door de stoflongen die ze kregen en het voortdurende gevaar van overstromingen in de mijnschachten. In die bedrijven was er al decennialang sociale onrust, daar waren de sociale verschillen het grootst en meest zichtbaar.

Gustave Marissiaux, ‘La Houillère’. Met blote handen kolen laden op wagons, vestiging Patience en Beaujonc, Glain, Luik. Foto Coll. Musée de la Vie wallonne

En toch voerde Marissiaux zijn opdracht uit: hij hield afstand tot de mijnwerkers, hij toonde hun werk, niet de mannen en vrouwen die het uitvoerden onder extreem zware omstandigheden.

Waar Marissiaux wordt vergeleken met de kunstenaar Constantin Meunier merkt Mélon op dat ‘de vergelijking volledig mank gaat omdat Marissiaux in tegenstelling tot Meunier minder geïnteresseerd is in de mens dan in de organisatie van het mijnbedrijf en hij heeft ook nooit de arbeider tot de moderne god Prometheus verheven, zoals Meunier wel deed’

De fotografie van Marissiaux was een daverend succes: ‘Het immense succes van de serie foto’s getuigt van de aantrekkingskracht die de mijnbouwwereld uitoefende op zowel de gegoede burgerij die een industrieel universum ontdekte dat ze niet kende, als op de arbeidersklasse die de beelden van een wereld die de hunne was, bijzonder wist te waarderen.

Foto van een ‘botteresse’, een jonge vrouw -ze heeft een breiwerk in haar handen- die te voet goederen vervoerde in een grote mand. Loodzware manden met kolen behoorden daar ook toe. 1914-Illustré, 20 maart 1915

Chatfield papers in HIA

Frederick Huntington Chatfield, gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium in Luik van januari tot augustus 1916

Frederick Huntington Chatfield (Cincinnati, 02.04.1890 – Cincinnati 16.11.1930) heeft het voorrecht gehad bezitter te zijn van de meelzak met prent van Rassenfosse.
Chatfield was 25 jaar toen hij medewerker van de CRB werd in de provincie Luik van januari tot augustus 1916. In het kader van zijn werkzaamheden zal hij in het bezit zijn gekomen van de ‘hiercheuse’ meelzak. Welke beweegredenen er zijn geweest om te kiezen voor het portret van de jonge mijnwerkster zal ons wel nooit bekend worden.
Chatfield is op jonge leeftijd overleden, hij bleef vrijgezel, had geen kinderen; hij was 40 jaar toen hij stierf. Zijn archiefstukken met betrekking tot de Commission for Relief in Belgium zijn uiteindelijk terecht gekomen in de Hoover Institution Archives.

Ik dank Evelyn McMillan voor het nemen van het initiatief de meelzak te laten fotograferen. Aan Hubert Bovens dank voor zijn opzoekwerk van biografische gegevens van de kunstenaar en zijn klankbordfunctie bij het samenstellen van dit blog.
Een ‘zak vol herinneringen’ is erdoor tevoorschijn gekomen.

Aanvulling 26 mei 2021: Zakkennieuws uit Luik!

Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster), ‘Imprimé sur toile de sac américain’. Lithografie, 1915. Collectie en foto: Musée de la Vie wallonne

Nadine de Rassenfosse en Aurélie Lemaire, medewerksters van Musée de la Vie wallonne in Luik, hebben naar aanleiding van de informatie uit HIA en dit blog nader onderzoek uitgevoerd naar de meelzakken in hun collectie. Tot ieders verrassing is onder meer de bovengetoonde lithografie van Armand Rassenfosse op meelzak tevoorschijn gekomen! Bovendien zijn de 36 meelzakken in deze bijzondere collectie van Musée de la Vie wallonne nu volledig gedocumenteerd en online raadpleegbaar! ‘Focus: Avoir plus d’un tour dans son sac’.

 

Geboorteakte Armand (de) Rassenfosse, Luik, 6 augustus 1862 met aantekening naamswijziging 30 november 1926

[1] Bij zijn geboorte is Armand Rassenfosse ingeschreven als André Louis Armand Rassenfosse. Later is in de kantlijn van zijn geboorteakte vermeldt dat arrest is gewezen door het burgerlijk tribunaal van Luik op 30 november 1926 dat ‘Rassenfosse’ vervangen moet worden door ‘de Rassenfosse’. Hubert Bovens maakte mij hierop attent en stuurde een foto toe van de geboorteakte. Na rijp beraad en in overleg met Hubert Bovens, heb ik besloten in mijn blog de kunstenaar ‘Rassenfosse’ te noemen, omdat alle boeken en catalogi die over hem zijn verschenen de kunstenaar benoemen als ‘Rassenfosse’, zonder het tussenvoegsel ‘de’. Zelfs zijn achterkleindochter en kunsthistorica Nadine de Rassenfosse, die zelf wel het tussenvoegsel ‘de’ in haar naam voert, benoemt haar overgrootvader zonder ‘de’ als ‘Rassenfosse’.

[2] De Mont, Pol, Kunst & Leven. Jaargang 1. Ad. Hoste, Gent/P.J. van Melle, Antwerpen/H. Lamertin, Brussel/Valkhoff & Co, Amersfoort 1902-1903, p.49-60

[3] De Rassenfosse, Nadine, Gilissen, Pierre, Rassenfosse of de schoonheid van het boek. Brussel: Koning Boudewijnstichting, 2015

[4] Suggestie van Evelyn McMillan is, dat de meelzak afkomstig zou kunnen zijn van Balfour, Guthrie and Company, merknaam op hun meelzakken was ‘Crown Mills’.

[5] Roels, Leen, Het tekort. Studies over de arbeidsmarkt voor mijnwerkers in het Luikse kolenbekken vanaf het einde van de negentiende eeuw tot 1974. Stichting Maaslandse Monografieën. Hilversum: Verloren, 2014

[6] Hilden, Patricia Penn, Women, Work and Politics. Belgium 1830-1914. Oxford: Larendon Press, 1993

[7]De herleving van de etskunst in Luik’ in: Indrukwekkend. Nieuwe topstukken uit het Brugse Prentenkabinet. Museumbulletin 1, Musea Brugge jan-maart 2017

[8] Mélon, Marc-Emmanuel, Paradoxe esthétique et ambiguïtés sociales d’un documentaire photographique: La Houillère de Gustave Marissiaux (1904-1905). In: Art&Fact, no. 30, Luik 2011, p.146-156

Musée de la Vie wallonne in Luik bewaart de originele foto-serie van Gustave Marissiaux, raadpleegbaar via de website van de provincie Luik: ‘Objets, Documents audiovisuels, Marissiaux, Gustave, 440 enregistrements’. Marc-Emmanuel Mélon maakte in 1985 een documentaire over het werk van Marissiaux en zijn foto-serie van de mijnbedrijven.

Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution

Recente fotografie heeft interessante versierde meelzakken in de Hoover Institution aan het licht gebracht! Wat blijkt: Hoover Institution Library & Archives bewaart vijf beschilderde meelzakken van de hand van de Belgische kunstenaars Paul Jean Martel, Roméo Dumoulin, de broers Henri en Alphonse Logelain en Armand Rassenfosse.

Stanford University, Main Quad met uitzicht op de Hoover Tower waar de Hoover Institution is gevestigd; foto: E. McMillan, 2019

Hoover Institution
Stanford University in Palo Alto, Californië, huisvest de Hoover Institution. Het echtpaar Leland en Jane Stanford stichtten de universiteit in 1891.
Herbert Clark Hoover (ºWest Branch, Iowa, 10-08-1874 +New York, NY, 20-10-1964) was een van de eerste studenten; hij kwam aan in 1891 en studeerde af als mijnbouw ingenieur in 1895.

Lou Henry studeerde geologie (afgestudeerd in 1898) op Stanford University; foto: HILA

Hij ontmoette er zijn partner, Lou Henry (ºWaterloo, Iowa, 29-03-1874 +New York, NY, 07-01-1944), die op Stanford in 1898 als eerste vrouwelijke studente afstudeerde in de geologie. Herbert en Lou Hoover zouden gedurende hun hele leven betrokken blijven bij Stanford University.

‘Founded by Herbert Hoover in 1919, the Hoover Institution Library & Archives are dedicated to documenting war, revolution, and peace in the twentieth and twenty-first centuries. With nearly one million volumes and more than six thousand archival collections from 171 countries, Hoover supports a vibrant community of scholars and a broad public interested in the meaning and role of history.
Between 1919 and 1964 Herbert Hoover routinely deposited his papers in the Hoover Institution Library & Archives.’

Herbert Hoover, 1895, jaar van afstuderen in geologie aan Stanford University; foto: HILA

(‘De Hoover Institution Library & Archives, opgericht door Herbert Hoover in 1919, legt zich toe op het documenteren van oorlog, revolutie en vrede in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Met bijna een miljoen boeken en meer dan zesduizend archiefcollecties uit 171 landen biedt Hoover Institution ondersteuning aan een levendige gemeenschap van wetenschappers en een breed publiek dat geïnteresseerd is in de betekenis en rol van geschiedenis op dit gebied. Herbert Hoover maakte er tussen 1919 en 1964 een routine van om zijn documenten in de Hoover Institution Library & Archives te deponeren.’)

Archieven CRB en Herbert Hoover
De Hoover Institution Library and Archives (HILA) bewaart de archieven van de Commission for Relief in Belgium (CRB); persoonlijke archieven van CRB-medewerkers bevinden zich er ook. Herbert Hoover was directeur van de CRB, hij zorgde ervoor dat de archieven van alle vestigingen van de CRB in New York, Londen, Rotterdam en Brussel naar het Hoover Institution werden gestuurd.
Later is Herbert Hoover verkozen tot president van de VS, van 1929-1932. Alle documenten die zijn werk als Amerikaans president aangaan, zijn bewaard in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum in West-Branch, Iowa (HHPLM).

In 1941 is de Hoover Tower op Stanford University in gebruik genomen. Een plaquette, onthuld op 21 juni 1941, vertelt welke bijdrage de CRB leverde voor de bevolking in bezet België:

To commemorate the work of the Commission for Relief in Belgium
Herbert Hoover -chairman- for its share in safeguarding the health assuring the food supply maintaining the economic life and solidarity of the civilian population of Belgium during the Great War – 1914-1918.’

(Vertaling in NL:
Ter herdenking van het werk van de Commission for Relief in Belgium

(Herbert Hoover -directeur-) voor haar bijdrage aan het beschermen van de gezondheid, het verzekeren van de voedselvoorziening, het in stand houden van het economische leven en de solidariteit van de Belgische burgerbevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog – 1914-1918.)

(Vertaling in Frans:
Pour commémorer le travail de la Commission for Relief in Belgium

(Herbert Hoover -directeur-) qui a contribué à la préservation de la santé, à l’approvisionnement alimentaire et au maintien de la vie économique et de la solidarité de la population civile belge pendant la Première Guerre mondiale -1914-1918.)


Onderzoek in de HIA
Op zoek naar sporen van versierde meelzakken in de archieven van Hoover Institution heb ik online de vijf beschilderde meelzakken gevonden in het ‘Register of the Commission for Relief in Belgium Records, 1914-1930’ en wel in de persoonlijke archieven van drie CRB-medewerkers:
– Chatfield (Frederick H.) papers 1914-1919: 1 exemplaar
– Gay (George I.) papers 1915-1929: 3 exemplaren
– Kirby (Gustavus T.) papers 1914-1941: 1 exemplaar.

Toegang krijgen tot de archieven van HILA is gemakkelijk als je je ter plekke bevindt. Woon je, zoals ik, in Europa dan stuit je op problemen.
Bij de start van mijn onderzoek in 2018 had ik aan HILA via het online contactformulier informatie gevraagd over versierde meelzakken. Een van de archivarissen was zo vriendelijk mij enkele foto’s van geborduurde meelzakken in hun collectie toe te sturen. Ze nodigde me uit zelf verder onderzoek te komen doen in de archieven, dan wel een onderzoeksassistent in te huren om dit voor mij te doen.
Mijn conclusie was vanwege de grote afstand deze research voorlopig te moeten ‘parkeren’.


Toevoeging: Inmiddels ben ik in mei 2022 in de gelegenheid gesteld de complete HILA bloemzakkencollectie te onderzoeken. Het verslag staat in dit blog Hoover Institution Library and Archives-collectie versierde meelzakken.


Evelyn McMillan
In januari 2020 kwam het onderzoek toch in een stroomversnelling. Ik had het grote voorrecht in contact te komen met Evelyn McMillan, toenmalig bibliothecaris van de Tanner Philosophy Library van Stanford University.

Evelyn McMillan op de tentoonstelling ‘Warlace@kantieper’, College van Ieper, 2018; foto coll. E. McMillan

Evelyn McMillan is auteur van enkele instructieve artikelen over ‘war lace’, Belgisch oorlogskant gemaakt in WO I.[1] Zij is ook gepassioneerd verzamelaar van kennis over de versierde meelzakken. Dit alles vanuit persoonlijke interesse.
Evelyn is geboren en getogen in Palo Alto en ging al als jong meisje met haar ouders naar Stanford University om te kijken naar de versierde bloemzakken die daar tentoongesteld waren. Zij vertelde me over een aantal van ongeveer 160 zakken in de collectie van de HILA; tot enkele jaren geleden waren enkele tientallen fraaie exemplaren permanent tentoongesteld in de Hoover Tower op Stanford.[2] Door verbouwingswerkzaamheden zijn ze tegenwoordig allemaal in de archieven opgeborgen.
Evelyn verzamelde zelf een kleine collectie bloemzakken. Ze bezit uitgebreide documentatie over het werk van de CRB en de meelzakken. In de loop van de jaren heeft zij in samenwerking met de medewerkers van de archieven ook een waardevolle foto-verzameling weten aan te leggen van versierde meelzakken die bewaard zijn in de HILA. Op deze wijze zijn recent de vijf beschilderde meelzakken gefotografeerd.

Vijf beschilderde bloemzakken in HIA

1 Henri Logelain: ‘Maternité’

Henri Logelain, ‘Maternité’, (Moederschap), 1914-1915. Portret van zijn vrouw Adèle en dochter Suzanne. Beschilderde bloemzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Recto. Coll. HIA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

Henri Logelain (ºElsene 11-02-1889 +Elsene 11-01-1968) beschilderde in juni 1915 een bloemzak met het portret van een moeder die haar kind de borst geeft. Hij portretteerde zijn vrouw Adèle en dochter Suzanne.
Logelain was 26 jaar en had een jong gezin. Hij huwde met Adèle Gustin (°Namen 18-09-1888) in Elsene op 3 juni 1911; zij kregen twee dochters: Suzanne (ºElsene 27-09-1913) en Gaby (ºElsene 14-10-1916).
In september 1915, nam Logelain in de Studio in Brussel met het onderwerp ‘Maternité’ (Moederschap) deel aan een ‘Salon d’Estampe’, een expositie van lithografieën, ten bate van collega-kunstenaars, die krijgsgevangenen waren in Duitsland.
Henri Logelain a exprimé avec sobriété la tendresse et le bonheur paisible d’une mère” (Henri Logelain drukte sereen de tederheid en het vredige geluk van een moeder uit). (L’Echo de la Presse, 27 september 1915).

Waarschijnlijk woonde Logelain in 1914 in bij zijn ouders in de Rue Goffart 8, Elsene. Zijn vader Félix Logelain werkte bij de Chocolaterie Antoine. Uit de Almanach de Bruxelles van 1920 blijkt dat het gezin toen woonde in de rue Philippe Baucq 107 te Etterbeek, met vermelding van Logelain als artiste-peintre.
Logelain creëerde een universele afbeelding van troost en dankbaarheid; een iconisch beeld op een zak die bloem had aangevoerd om vele broden te bakken voor hongerige mensen.
(NB. Ook Joseph Dierickx beeldde een zogende vrouw af.)

Het schilderij is ingelijst, maar de achterzijde niet afgedekt, zodat de origine van de meelzak bekend is: Belgian Relief Flour uit de plaats Kinsley in Kansas.

Henri Logelain, ‘Maternité’, 1914-1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour Kinsley, Kansas’. Verso. Coll. HILA George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

Op het etiket staat: ‘George I. Gay Collection. Painting of woman nursing baby. Artist Henri Logelain. 16” x 21”. (Schilderij van vrouw die kind zoogt. Kunstenaar Henri Logelain, br 40 x h 53 cm).

Henri Logelain volgde kunstonderwijs aan de Academie in Brussel. Hij was leraar Toegepaste Kunst en Decoratie aan de Academie van Leuven in 1925-1926; hij is docent geweest aan de School voor Kunsten en Ambachten in Vilvoorde (Piron 2016).

De inwoners van Kinsley schonken 251 barrels meel als voedselhulp voor België. Report Miller’s Relief Movement, Minneapolis, Minn., 1915

De inwoners van Kinsley gaven geld voor 251 barrels meel, gelijk aan ruim 1000 zakken van 49 Lbs (22 ton) meel. De voedselhulp kwam naar België met de hulpactie van de Miller’s Belgian Relief Movement van de krant Northwestern Miller onder leiding van William C. Edgar in Minneapolis.

 


TOEVOEGING JANUARI 2023
Bloemzak van Henri Logelain in Belgische collectie

Henri Logelain, ‘Bloemschikster’, 1915. Meelzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (recto). Belg. part. coll.

Een tweede bloemzak beschilderd door Henri Logelain bevindt zich in een Belgische particuliere collectie. Logelain schilderde het vooraanzicht van een vrouw in wit gebloemde japon, zij schikt rode bloemen in een vaas; op tafel een blauw papier of doek. Het lijkt wel alsof Logelain de rood wit blauwe kleuren van de Amerikaanse vlag heeft willen eren. Het werk is uitgevoerd in olieverf, h. 75, br. 45 cm. De verzamelaar kocht het op een veiling in 2009 op spieraam, zonder omlijsting, onder de titel ‘La Marchande de Fleurs’. Aan dit werk herken je Logelain als Belgische fauvist.

De bloemzak komt van origine uit Portland, Oregon, het merk ‘Cascadia’ van de Portland Flouring Mills.

Henri Logelain, ‘Bloemschikster’, 1915. Meelzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (verso). Belg. part. coll.

De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915
Ik schreef eerder over schilderwerken op bloemzak door de schilders van het Zoniënwoud in Auderghem. Logelain nam deel aan dit kunstenaarsinitiatief, in april 1915 aangekondigd door de burgemeester van Oudergem. Ik stel me voor dat hij zijn dagelijkse leven gebruikte als onderwerp voor schilderen op de bloemzakken. Is de bloemenschikster ook zijn vrouw Adèle?
Zijn werken zijn tentoongesteld geweest in het Roodklooster, Auderghem en in Galerie Giroux, Brussel in juli/aug 1915. Het werk ‘De bloemschikster’ is waarschijnlijk verkocht in de Cercle Artistique in april/mei 1919, tijdens de uitverkoop van beschilderde bloemzakken.
De bloemzak van origine Portland is dezelfde als Philibert Cockx gebruikte voor zijn ‘Oogstende boer’, 1915.


2 Alphonse Logelain: ‘Bloemen’

Alphonse Logelain, ‘Fleurs’ (Bloemen), 1915; beschilderde meelzak, recto. Coll. HILA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HILA staff
Alphonse Logelain, ‘Vaas met bloemen’, 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HILA, Gustavus T. Kirby Papers; foto: HILA staff

Alphonse Logelain schilderde in juni 1915 een vaas bloemen op een meelzak van de American Commission.

Pierre en Alphonse Logelain, Album met werkbeschrijvingen, Ecole Supérieure de Peinture Logelain, Brussel, 1912

Alphonse Logelain (ºElsene 26-04-1881 +Elsene 05-01-1963) was de oudere halfbroer van Henri Logelain. Hij kreeg zijn opleiding aan de Academie te Elsene en realiseerde landschappen, stadsgezichten, interieurs, portretten en bloemen (Piron 2016).

Alphonse Logelain heeft een school voor schilderkunst geleid: l’Institut Supérieur de Peinture de Bruxelles. Omdat hij geen opvolger had, nam hij in zijn 70ste levensjaar het initiatief zijn instituut te laten fuseren met zijn belangrijkste concurrent, de school van Clément Van Der Kelen; dat was in 1951. Het Institut Supérieur de Peinture Van Der Kelen-Logelain is tot op de dag van vandaag een Belgische school met internationale reputatie voor decoratief schilderen: het onderwijst de kunst van faux-bois, faux-marbre en trompe l’oeil.

3 Paul Jean Martel: ‘My dear wife’

Paul Jean Martel, ‘My dear wife’ (Mijn lieve vrouw), 1915; beschilderde meelzak. Coll. HILA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

De beschilderde meelzak van Paul Jean Martel toont een sfeervol portret van een zittende vrouw in blauwe japon, zij buigt haar hoofd over een witgekleurd handwerk.
Het schilderij is ingelijst, de achterzijde afgedekt, waardoor we moeten raden naar de origine van de meelzak. Het etiket vermeldt: ‘George I. Gay Collection. Oil painting of woman sewing. 17” x 23” (schilderij in olieverf van vrouw die naait, br. 43 x h 58 cm).

Detail Paul Jean Martel, ‘My dear wife’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

Paul Jean Martel (ºLaken, België, 04-08-1879 +Philadelphia, Penn. VS, 26-09-1944) werd als jongste van een tweeling geboren in België en emigreerde met zijn ouders in 1889 naar de VS. Hij keerde terug om een kunstopleiding te volgen aan de Koninklijke Kunstacademie in Brussel. Vervolgens studeerde en werkte hij weer in de VS, maar keerde na zijn huwelijk in 1911 terug naar Europa. Na het uitbreken van de Groote Oorlog vestigde Martel zich in Auderghem en nam er deel aan tentoonstellingen van de Cercle Artistique, zo ook aan die van de beschilderde bloemzakken, blijkens het volgende krantenbericht:
…we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)


TOEVOEGING ZOMER 2022: BLOEMZAK VAN MARTEL IN BROOKLYN

The Brooklyn Citizen, 23 juni 1924
Maclovia en Carmen Martel met zelfportret van Paul Jean Martel, 2015. Foto: Bondo Wyszpolski, website: easyreadernews.com

De Belgische ambassadeur in de VS, Baron De Cartier de Marchienne, bood een andere door Martel beschilderde bloemzak als geschenk aan, aan de Girl Scouts in Brooklyn, New York. De feestelijke happening vond plaats onder auspiciën van The Friends of Belgium op 22 juni 1924.*)

Het schilderij was in 1931 nog in het kantoor te zien, lees ik in een krantenartikel. Ik heb de organisatie aangeschreven en gevraagd waar het schilderij nu is, maar nog geen reactie ontvangen.

EINDE TOEVOEGING


Na de oorlog verhuisde Martel definitief naar de VS, hij schilderde er portretten van vooraanstaande families en werd docent. Zijn actuele website biedt uitgebreide informatie over zijn werk als post-impressionistisch schilder; contactpersoon is zijn kleindochter, de singer/songwriter Maclovia Martel.
Citaat uit de online biografie: “Viewing this is an emotional experience, once again as in Martel’s other works, one ‘feels’ that emotion through the tremendous vigor of his closely set brush strokes.  Truly a ‘tour de force’ all the more remarkable as his materials were a flour sack, with the stamp of an American charity on the reverse, for a canvas, and house paint for oils!” (‘Hiernaar kijken is een emotionele ervaring, omdat je net zoals in Martel’s andere werken, de emotie voelt die door de enorme kracht van zijn dicht bij elkaar geplaatste penseelstreken wordt opgeroepen. Echt een ‘tour de force’, die des te opmerkelijker is, omdat zijn schildersdoek een meelzak was, aan de achterkant voorzien van de stempel van een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling en zijn ‘olieverf’ een gewone huis-tuin-en keukenverf!’)[3]

4 Roméo Dumoulin: ‘Quel délice’ (Verrukkelijk)

Roméo Dumoulin, ‘Quel délice’ (Verrukkelijk), 1915; versierde meelzak recto. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

Dumoulin schilderde in 1915 het portret van een vrolijke knaap die met zijn rechterhand een grote boterham naar zijn mond brengt. HILA vermeldt de titel ‘Painting of boy eating half of a long roll by Romeo’ (‘schilderij door Roméo van een jongen die de helft van een stokbrood eet’). Het schilderij is ingelijst, de afmeting van het portret schat ik in op br. 30 x h 20 cm.

Roméo Dumoulin, ‘Quel délice’ (Verrukkelijk), 1915; versierde meelzak, verso. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HILA staff

De achterzijde van het HILA-schilderij is open, waardoor de origine van de meelzak zichtbaar is. De zak kwam uit Buffalo, New York: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’ staat herkenbaar gedrukt op het doek. In een serie van drie eerdere blogs over Madame Lalla Vandervelde schreef ik over haar omvangrijke lezingentour in Noord-Amerika.

Detail Roméo Dumoulin, ‘Knaap met boterham’, 1915; versierde meelzak. Coll. HIA, George I. Gay Papers, coll. nr. XX069; foto: HIA staff

Roméo Dumoulin (ºDoornik, 18-03-1883 +Brussel-Woluwe, 20-07-1944) was een bekend schilder, tekenaar, aquarellist, graficus en illustrator. Hij was autodidact, woonde vanaf 1909 in Stockel bij Brussel en ‘vond de inspiratie voor zijn vaak schalkse genretafereeltjes en figuren zowel in de stad als het platteland. …hij mag gerust tronen naast andere humoristische meesters als Léandre, Daumier, Poulbot en Abel Faivre’. (Piron 2016).

Roméo Dumoulin, ‘Kind met boterham’, detail van ‘Eau forte, les commères’; foto 2dehands.be

Op internet vond ik prenten van hem uit de oorlogsjaren, op een ervan tekende hij ook een boterham etend kind.

Een humoristisch schilderij is het tafereel van wat lijkt op een kanon, voortgetrokken in de sneeuw, wellicht de illusie van de ‘soixante-quinze’, een ‘canon de 75 modèle 1897’, pronkstuk van de Franse artillerie.

In werkelijkheid trekt een paard een kar met grote wielen voort, waarop een lange boomstam, bereden door de voerman en twee kinderen. Dumoulin schilderde het doek in 1917 en gaf het de titel ‘Halte!’

Roméo Dumoulin, ‘Halte!’, 1917, olieverf op doek (66×178 cm); foto: artnet.com

5 Armand Rassenfosse: Mijnwerkster
Armand Rassenfosse drukte op een meelzak de prent van een jeugdige mijnwerkster af. Deze bespreek ik in het blog: Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution.

Het HIA-archief van CRB-medewerkers

George I. Gay, CRB-medewerker. Foto: website commissionforreliefinbelgium.com, auteur Jeffrey Miller

– Drie beschilderde meelzakken, die van H. Logelain, Martel en Dumoulin, zijn het bezit geweest van George Inness Gay (ºMount Vernon, NY, 1886 +Palo Alto, Ca., 23-10-1964). Gay was CRB-medewerker vanaf juli 1916. Van zijn hand, samen met H.H. Fisher, zijn de twee standaardwerken over het werk van de CRB ‘Public Relations of the Commission of Relief in Belgium. Documents. Volume I and II. Stanford University, 1929’.

– De beschilderde meelzak van A. Logelain, de vaas met bloemen, was het bezit van Gustavus T. Kirby. Kirby werkte mee in de Belgian American Educational Foundation (BAEF) die voortkwam uit de CRB ná de beëindiging van de activiteiten. Kirby was atleet geweest en had een leidende rol bij de Olympische Spelen van 1920, gehouden in Antwerpen. Hoe Kirby in bezit kwam van de beschilderde meelzak is niet bekend.

– Het archief van Frederick H. Chatfield bevat de meelzak met de prent van Rassenfosse, zie volgend blog.

Identificatie Belgische kunstenaars
Dankzij het verzoek van Evelyn McMillan heeft de HIA-staf foto’s gemaakt van de vijf beschilderde meelzakken. Daarna moesten de Belgische kunstenaars geïdentificeerd worden. Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, leverde in korte tijd de gegevens aan.

Ik ben allen die hebben bijgedragen aan dit onderzoek zeer erkentelijk. Deze co-productie maakte het mogelijk, ondanks de grote afstand, studie te doen naar de interessante collectie beschilderde meelzakken in de Hoover Institution Library & Archives.

 

[1] Evelyn McMillan:
-War, Lace, and Survival In Belgium During World War I. PieceWork, Spring 2020
-Gratitude in Lace: World War I, Famine Relief and Belgian Lacemakers. PieceWork May/June 2017, 10

[2] Danielson, Elena S., Hoover Tower at Stanford University. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing, 2018

[3] www.pauljeanmartel.com, geraadpleegd januari 2021.
Lees ook het online-artikel A Second Chance’ van Bondo Wyszpolski, 22 januari 2015

*) Bron: Report of the Executive Committee of the Friends of Belgium (non-dated). BAEF-Records, Box 298 Folder Friends of Belgium 1923-1945, Herbert Hoover Presidential Library-Museum

Nieuwjaar 2021 New Year

Zakken vol herinneringen

Annelien van Kempen, 2020. Buidels: recycled windscherm, band; stukjes Waddenzeeglas verzameld door Anneke Lanting

Scherven
spoelden aan
op ‘t strand,
verweerd
in zand en golven.

De zilte zee
zong zacht
van het leven
nu en later,
wij allen verbonden
door haar water.

Dansende zakjes zeeglas
nemen ons thuis
mee op reis.

Gelukkig 2021!

 

Sacks full of memories

Annelien van Kempen, 2020. Sacks: recycled windshield, strap; pieces of Wadden Sea glass collected by Anneke Lanting

Shards
washed up
on the beach,
weathered
by sand and waves.

The salty sea
sang softly
of life
now and later,
all of us connected
through her water.

Dancing sacks
filled with sea glass

take us on their journey,
while we stay at home.

Happy 2021!

 

Annelien van Kempen, December 2020

Round trip Kansas-Limburg in seven steps

At the end of the year 2020, in which travelling for people became increasingly difficult due to the measures against the corona virus, I would like to tell you about the journey of flour sacks from the state of Kansas in the US to the province of Limburg in Belgium and back: Kansas-Limburg in seven steps.

The flour sack journey from Kansas to Limburg and vice versa took place in fifteen months, between November 1914 and February 1916.

1) In November and December 1914, the Kansas Belgian Relief Fund, led by former Governor W.R. Stubbs, collected money for relief supplies to be sent to the population of occupied Belgium. The committee used the gifts to purchase flour from local mills to a total value of $ 400,000.

Railroad car with inscription “Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan.” Photo: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

The cargo went by railroad to New York Harbor, there were 150 railroad cars loaded with 50,000 barrels of flour, the equivalent of about 200,000 sacks of flour.

 

Departure of SS Hannah from New York. Photo: The Topeka Daily Capital Sun, January 10, 1915

2) On January 5, 1915, steamship Hannah, loaded with the relief goods collected by the people of Kansas, left New York Harbor.
The ship was waved goodbye by hundreds of people. The Kansas delegation at the harbor consisted of 50 people.

Mrs. Lindon W. Bates hoists the flag upon the Hannah. Photo: NYT, January 17, 1915
Josephine Bates, née White. Photo: online

Mrs. Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, USA, 20.10.1934), together with the captain of the ship, hoisted the flag upon the Kansas Ship.

Quote from letter from Mrs. Lindon Bates (Josephine White Bates), chairman CRB Woman’s Section, January 9, 1915. HILA 22003, box 352

Josephine White Bates was known by her husband’s name as Mrs. Lindon W. Bates. She was the Chairman of the Woman’s Section of the Commission for Relief in Belgium (CRB).

The Woman’s Section was founded in New York in November 1914 with the aim of bringing all women’s organizations in the US under one umbrella to coordinate their many lavish relief efforts for Belgium.

The Woman’s Section of the CRB. Photo: The History of the Woman’s Section, February 26, 1915
Ida M. Walker, née Abrahams , Chairwoman of the CRB Woman’s Section for the State of Kansas. Photo: online

The Chairwoman of the Woman’s Section for the State of Kansas was Ms. Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, USA, 2/22/1886 – Norton, Kansas, USA, 6/18/1968). She continued the fundraising campaigns for Belgium even after the departure of the Hannah. In May 1915 she campaigned for the collection of 10,000 food boxes and repeated this in December as a Christmas campaign.

 

 

The Topeka Daily State Journal, May 4, 1915

3) On January 27, 1915, SS Hannah moored in the Maashaven in Rotterdam. Transshipment of relief goods in inland vessels for transit to the provinces in Belgium started immediately. The ships run fixed routes to the Belgian cities and villages.

New Britain Daily Herald, February 27, 1915

The distribution of the relief supplies was overseen by Mr. Charles F. Scott of Iola, Kansas, farmer’s son, owner of The Iola Daily Register newspaper and former Kansas State MP.

May Scott, née Ewing. Youth photo: online

He was married to May Ewing Scott, a politically active woman. Scott had come over specifically for this purpose at the insistence of the CRB. He traveled at his own expense and risk, a significant detail, as a competing newspaper spread falsehoods by stating that Scott used the Kansas people’s money raised for Belgium for his “jaunt.”
Thanks to Scott’s report of his journey by telegram dated February 8, 1915 from London, it was announced in Kansas that the cargo of the Hannah had arrived in good order with the Belgian population. Scott was back in Kansas in late February, providing a vivid account of his journey at the Auditorium in the capital, Topeka, on March 10, 1915, before an audience of nearly 2,000. His visit to Cardinal Mercier in Malines made a big impression. In the months that followed, Scott had a full schedule of lectures about his trip and reached a large audience.

The Food Committee of Tessenderloo, province of Limburg, Belgium, with CRB-delegate Tracey Kittredge. Photo: “In Occupied Belgium”, Robert Withington, 1922
Decorated flour sack “Blue Bell”’, Russell Milling Co.; embroidered by Caroline Gielen, Bilzen, Belgium. Coll. and photo: KSHS

4) Meanwhile in Limburg the sacks of flour had been emptied at the bakeries and handed over to charity organizations and (monastery) schools. Embroiderers went to work decorating Kansas’ flour sacks, in Bilzen, Hasselt, Hoesselt, Lommel and Neerpelt, among others.

– Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 years old in 1915. She embroidered a flour sack “Blue Bell” from Russell Milling Company, Russell, with the text “God bless you” and an appliqué American flag. She applied a wide strip of ribbon, hand-painted with golden sheaves of grain, all around.
Caroline’s father, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926), was a member of the “Permanent Deputation” (now “Deputation“), the executive body of the province of Limburg. Her mother was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Decorated flour sack “Riley County”; embroidered by Angèle Veltkamp, ​​Hasselt. Coll. and photo: KSHS

– Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05.1898 – Embourg 31.10.1975) in Hasselt was 17 years old in 1915. She worked on a flour sack “Kansas Flour for Relief in Belgium” by the residents of Riley County, filled up with flour by The Manhattan Milling Co., Manhattan. With shiny silk threads she embroidered the small coat of arms of Belgium with the motto “L’union fait la force” (“Unity is strength”) and the Order of Leopold. “Reconnaissance à L’Amérique” (“Gratitude to America”) is in an arc over the coat of arms, the years 1914-1915 and the name of the municipality “Hasselt”. The flour sack is unfolded and edged with red, yellow and black string. In the middle is an artful bow with a red, yellow and black ribbon.
After the war, Angèle Veltkamp married Maurice Schuermans on 27 September 1919 in Elen (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); he was an aeronautical engineer.

Decorated “Pawnee County” flour sack; embroidered by Orphanage Hoesselt. Coll. and photo: KSHS

– The “Orphanage” in Hoeselt embroidered a flour sack from Pawnee County. They cut the sack into strips and put a wide edge of bobbin lace between and around it. The embroidered text read: “From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.”

– The Orphelinat St. Joseph of the Réligieuses de la Providence (Orphanage St. Joseph of the Sisters of Providence) in Hoeselt embroidered a flour sack from the mill D. Gerster, Burlington with the brand name ”Excelsior-Water Mill-Victor”. A banner bore the text “Dieu bénisse nos Bienfaiteurs” (“God bless our benefactors”). The flags of Belgium, France and the US were added. A ribbon in red, yellow and black bordered the flour sack.

Embroidered flour sack ‘Victor’ , D. Gerster, Burlington; embroidery by Orphelinat, Hoesselt. Coll. and photo: KSHS
Decorated flour sack “Kaw Flour”, Kaw Milling Co. (verso); embroidered by Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. and photo: KSHS

– Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 years old in 1915. She transformed a flour sack from Kaw Milling Co., Topeka, into a cushion cover with a red, yellow and black ribbon and a border of golden yellow ribbon. The flour sack, originally printed on both sides, has the brand name “Perfection Flour” on one side, with an image of an eagle with open wings and grain stalks between its legs.

Decorated flour sack “Kaw Flour”, Kaw Milling Co. (recto); embroidered by Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. and photo: KSHS

The other side bears a smaller bird as a logo. It is embroidered in blue and white bordered by stalks of grain. Underneath an appliqué with an embroidered Belgian flag and “L’Union fait la Force”. The brand name “Kaw” refers to the river Kaw, also known as the “Kansas river”.

Gabrielle Tournier opened a textile warehouse with her husband, 1938; adv. HBvL 1937.12.25

Gabriëlle Tournier married Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Veteran 1914-1918; Croix de guerre (“Cross of War”) 1914-1918. They had six children, two daughters and four sons.

 

Decorated flour sack from Imboden Milling Co.; embroidered in Neerpelt. Coll. and photo: KSHS

– In Neerpelt there is a flour sack from the Imboden Milling Company, Wichita, embroidered by Maria Moonen with the text “Merci à l’Amérique” with the Belgian and American flags and a bow in red, yellow and black. A ribbon in the colors of the American flag is woven through the fabric. The sack is edged with a wide bobbin lace rim.

 

Decorated flour sack Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); embroiderer Madme Jean Noots. Coll. and photo: KSHS

– A flour sack from Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is embroidered by Madame Jean Noots. All printed letters and the logo are over-embroidered in the colors red, yellow, black, with blue and gold. The sack is originally printed on both sides. The flour sack has edges with gold-colored fringed straps, fastened with threads in red, yellow and black.
The maiden name of Madame Jean Noots was Maria Elisabeth Slegten (Sint-Huibrechts-Lille 1854.12.12 – Haasdonk 1935.04.21). Her father was a merchant, her mother a farmer. She married the agent Jean Noots in Neerpelt on 1880.08.15. They had three children. Jean Noots died twenty years after their marriage in 1900.

Decorated flour sack Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); embroiderer Madame Jean Noots. Coll. and photo: KSHS

 

 

 

5) Autumn 1915 a series of decorated flour sacks, including the Limburg embroidery works described above, was given as a gift to CRB delegates as thanks for the food relief. The decorated flour sacks have been transported from Brussels to Rotterdam and from there to the CRB office in London.

Stella Stubbs, née Hostetler, the wife of ex-gov. W.R. Stubbs. Photo: online

In London, Millard K. Shaler, secretary of the CRB, commissioned seven Kansas flour sacks to ex-gov. Stubbs from the Kansas Belgian Relief Fund in Topeka and included a thank you letter.

The Topeka Daily Capital, February 6, 1916

6) In February 1916, the seven decorated Kansas flour sacks arrived via Mr. Stubbs at Secretary Dillon of the Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. On February 6, The Topeka Daily Capital published an article under the headline “Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas”, featuring a photo of four of the seven flour sacks. The caption read “Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans”.

Advertisement mentions the flour sacks display in The Mills Stores Company’s window display. The Topeka Daily State Journal, February 7, 1916

The decorated flour sacks were immediately displayed to the public in a shop window in the center of the city. They then moved to the State Historical Building in Topeka to be preserved “as a lasting memento of the great European war and Kansas’s part in helping the Belgians.”

Collection of seven decorated flour sacks at the Kansas Museum of History. Photos: KSHS; collage Annelien van Kempen

7) Today the seven decorated flour sacks are part of the Kansas History Museum collection of the Kansas Historical Society. At the time, the Historical Society received the flour sacks from the Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, “The taste of war”, February 2015. Photo: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen, Belgium

In February 2015, the Riley County embroidered flour sack, embroidered by Angèle Veltkamp for the municipality of Hasselt, returned temporarily to Belgium. The Kansas History Museum lent the memento to the “Stadsmus”, the city museum of Hasselt, for the exhibition “The taste of war”.

As a result, this decorated flour sack once again, one hundred years later, made the “Round trip Kansas-Limburg”, though this time directly.

Round trip Kansas-Limburg in seven steps. Timeline design: Annelien van Kempen

 

Special thanks to Hubert Bovens, Wilsele, Belgium, specialized in researching the biographical data of artists, for the research of the biographical data of the four Limburg embroiderers Caroline Gielen, Angèle Veltkamp, Gabriëlle Tournier and Madame Jean Noots.
Special thanks to Michaël Closquet from Rocourt; he provided the dates of death of both Angèle Veltkamp and her husband Maurice Schuermans.

 

Retour Kansas – Limburg in zeven etappes

Bij de afsluiting van het jaar 2020 waarin reizen voor mensen steeds meer hindernissen gaf door de maatregelen tegen het corona-virus, vertel ik in dit blog het reisverhaal van bloemzakken van de staat Kansas in de VS naar de provincie Limburg in België en terug: retour Kansas-Limburg in zeven etappes.

De zakkenreis van Kansas naar Limburg vice versa vond plaats in vijftien maanden tijd tussen november 1914 en februari 1916.

1) Kansas – New York, november, december 1914
In november en december 1914 zamelde het Kansas Belgian Relief Fund, onder leiding van voormalig gouverneur W.R. Stubbs, geld in voor hulpgoederen voor de bevolking in bezet België. Het comité kocht hiermee meel in zakken bij lokale maalderijen tot een totale waarde van $400.000.

Treinwagon met opschrift ‘Kansas Flour for Belgium Relief, Topeka, Kan. Foto: National WWI Museum, Kansas City, Missouri

Per spoor ging de lading naar de haven van New York, ongeveer 150 treinwagons vol met circa 50.000 barrels meel, het equivalent van circa 200.000 zakken meel.

 

 

Vertrek van SS Hannah uit New York. Foto: The Topeka Daily Capital Sun, 10 januari 1915

In de CRB-statistieken opgesteld door George Gay zal in 1929 duidelijk worden dat de helft van de lading van de Hannah schenkingen waren uit Kansas, de andere helft levensmiddelen was aangekocht door de CRB.

2) New York – Rotterdam, januari 1915
Op 5 januari 1915 vertrok stoomschip Hannah volgeladen met CRB levensmiddelen, waaronder hulpgoederen van Kansas uit de haven van New York.
Het schip werd uitgezwaaid door honderden mensen. De Kansas-delegatie ter plekke was 50 personen.

Mrs. Lindon W.  Bates hijst de vlag in top op de Hannah. Foto: NYT, 17 januari 1915
Josephine Bates, née White. Foto: online

Mevrouw Josephine Bates, neé White (Portage-du-Fort, Québec, Canada, 08.07.1862 – Yorktown, New York, VS, 20.10.1934) hees samen met de kapitein van het schip de vlag in de mast.

Citaat uit brief van Mrs. Lindon Bates, voorzitter van de American CRB Woman’s Section, 9 januari 1915. HILA 22003, box 352

Josephine White Bates was onder de naam van haar man bekend als Mrs. Lindon W. Bates en voorzitster van de Woman’s Section van de American Commission for Relief in Belgium (ACRB).

De Woman’s Section was in november 1914 in New York opgericht met als doel álle vrouwenorganisaties in de VS onder één paraplu te brengen om hun vele uitbundige hulpacties voor België te coördineren.

The Woman’s Section of the ACRB. Foto: The History of the Woman’s Section, 26 februari 1915
Ida M. Walker, née Abrahams Foto: online

De voorzitster van de Woman’s Section voor de staat Kansas was mevrouw Ida M. Walker, née Abrahams (Kansas, VS, 22.02.1886 – Norton, Kansas, VS, 18.06.1968). Zij zette ook na het vertrek van de Hannah de inzamelingsacties voor België voort. In mei 1915 voerde ze campagne voor de inzameling van 10.000 voedseldozen en herhaalde dit nogmaals in december als kerstactie.

 

 

The Topeka Daily State Journal, 4 mei 1915

3) Limburg, januari, februari 1915
Op 27 januari 1915 meerde SS Hannah aan in de Maashaven in Rotterdam. Het overladen van hulpgoederen in binnenvaartschepen voor doorvoer naar de provincies in België startte onmiddelijk. De schepen voeren vaste routes naar de Belgische steden en dorpen.

New Britain Daily Herald, 27 februari 1915

Toezicht op de distributie van de hulpgoederen werd uitgevoerd door de heer Charles F. Scott uit Iola, Kansas, boerenzoon, eigenaar van de krant ‘The Iola Daily Register’ en oud-Republikeins parlementslid van de staat Kansas.

May Scott, née Ewing. Jeugdfoto: online

Hij was getrouwd met May Ewing Scott, een politiek actieve vrouw. Scott was op aandringen van de CRB speciaal overgekomen voor dit doel. Hij reisde voor eigen rekening en risico, een betekenisvol detail, omdat een concurrerende krant leugens in de wereld bracht door te verklaren dat Scott het ingezamelde geld van de Kansas bevolking voor België gebruikte voor zijn ‘snoepreisje’.
Dankzij het verslag van Scott over zijn reis, per telegram van 8 februari vanuit Londen, werd bekend gemaakt in Kansas dat de lading van de ‘Hannah’ in goede orde bij de Belgische bevolking was aangekomen. Scott was eind februari terug in Kansas en gaf in het Auditorium in de hoofdstad Topeka op 10 maart 1915 voor bijna 2000 toehoorders en levendig verslag van zijn reis. Zijn bezoek aan Kardinaal Mercier in Mechelen maakte grote indruk. Ook in de maanden daarna had Scott een volle agenda met lezingen over zijn reis en bereikte een groot publiek.

Het Voedingskomiteit van Tessenderloo, provincie Limburg, met o.a. CRB vertegenwoordigers Tracey Kittredge (zittend tweede rechts) en Scott Paradise (zittend tweede links).  Op de achtergrond stapels zakken meel. Foto: ‘In Occupied Belgium’, Robert Withington, 1922
Versierde meelzak ‘Blue Bell’, Russell Milling Co; borduurwerk Caroline Gielen, Bilzen. Coll. en foto: KSHS

4) Limburg, 1915
Onderwijl in Limburg waren de zakken meel geleegd bij de bakkers en overgeleverd aan liefdadigheidsorganisaties en (klooster)scholen. Borduursters gingen aan het werk voor het versieren van Kansas’ bloemzakken, onder meer in Bilzen, Hasselt, Hoeselt, Lommel en Neerpelt.

Caroline Gielen (Bilzen, 28.01.1888) in Bilzen was 27 jaar in 1915. Zij borduurde een meelzak ‘Blue Bell’ van Russell Milling Company, Russell, met toevoeging van de tekst ‘God bless you‘ en een appliqué-Amerikaanse vlag. Ze zette rondom een brede strook band aan, handbeschilderd met goudgele korenschoven. De vader van Caroline, Charles Gielen (Bilzen 23.03.1847 – Bilzen 01-01-1926) is gedeputeerde (lid van de Bestendige Deputatie) van de provincie Limburg geweest. Haar moeder was Marie Jeannette Georgine Robertine Gielen (Bilzen 07.06.1859 – Bilzen 09.11.1937).

Versierde meelzak ‘Riley County; borduurwerk Angèle Veltkamp, Hasselt. Coll. en foto: KSHS

Angèle Veltkamp (Hasselt 18.05. 1898 – Embourg 31.10.1975) was 17 jaar in 1915 en woonde in Hasselt. Zij werkte aan een bloemzak ‘Kansas Flour for Relief in Belgium‘ van de inwoners van Riley County, gevuld door de maalderij The Manhattan Milling Co., Manhattan. Ze borduurde met glanzende zijden garens het klein wapen van België met de wapenspreuk ‘L’Union fait la force(Eendracht maakt macht) en de Leopoldsorde. ‘Reconnaissance à L’Amérique’ staat in een boog over het wapen heen, de jaartallen 1914-1915 en de naam van de gemeente ‘Hasselt‘. De zak is opengevouwen en omrand met koord in de kleuren rood, geel, zwart. In het midden is een kunstige strik aangebracht met rood, geel, zwart band.
Angèle Veltkamp was lid van ‘L’Œuvre des enfants débiles’, een onder-comité van het Comité provincial de Secours et d’Alimentation de Limbourg. Het comité, gevestigd in Rue Vieille, no. 19, Hasselt, ging gezamenlijk op de foto:

Groepsfoto van ‘L’Œuvre des enfants débiles’ in Hasselt. Een van de meisjes op de foto is Angèle Veltkamp. Foto: A. Laskiewicz; coll. Het Stadsmus, Hasselt

Angèle Veltkamp huwde na de oorlog, op 27 september 1919, te Elen met Maurice Schuermans (Sint-Gillis 17.02.1889 – Luik 22.01.1976); hij was luchtvaartingenieur. Ze kregen een dochter Suzanne Schuermans (Angleur 28.04.1920 – Pau, F, 02.02.2018); zij trouwde met Damien Loustau (Havana, Cuba, 08.10.1908 – Pau, F, 04.10.1968).

Versierde meelzak ‘Pawnee County’; borduurwerk Orphanage Hoesselt. Coll. en foto: KSHS

– Het ‘Orphanage’ (weeshuis) in Hoeselt borduurde een zijde van een bloemzak afkomstig van inwoners van Pawnee County. Ze knipten het doek in stroken en zetten er een brede rand kloskant tussen en omheen. De geborduurde tekst luidde: ‘From Pawnee County 1000 sacks Flour 1914 donated 1915 to Belgium Sufferers Remembrance Orphanage Hoesselt Kansas U.S.A.‘ Oorspronkelijk bestond de zak uit twee zijden met de bedrukking: Keystone Milling Co., Kansas (recto) en Pawnee County (verso).

Onbewerkte meelzak ‘Keystone Milling Co./Pawnee County’. Coll en foto: Musée de la Vie wallonne #5058645

– Het Orphelinat St. Joseph van de Réligieuses de la Providence (Weeshuis St. Jozef van de Zusters van de Voorzienigheid) in Hoeselt borduurden een meelzak van maalderij D. Gerster, Burlington met de merknamen ‘Excelsior-Water Mill-Victor‘. Een banier droeg de tekst ‘Dieu bénisse nos Bienfaiteurs’ (God zegene onze weldoeners). De vlaggen van België, Frankrijk en de VS werden toegevoegd. Lijnen in rood, geel, zwart omrandden de meelzak.

Versierde meelzak ‘Victor’ D. Gerster, Burlington; borduurwerk Orphelinat, Hoesselt. Coll. en foto: KSHS
Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (verso); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

Gabriëlle Tournier (Lommel 17.03.1898 – Hasselt 13.06.1971) in Lommel was 17 jaar in 1915. Zij transformeerde een meelzak van Kaw Milling Co., Topeka, tot kussenovertrek met rood, geel, zwart, gestrikt band en omranding van goudgeel koord. De van origine tweezijdig bedrukte meelzak heeft aan een zijde de merknaam ‘Perfection Flour‘ met afbeelding van een arend met open vleugels en graanhalmen tussen de poten.

Versierde meelzak ‘Kaw Flour’, Kaw Milling Co. (recto); borduurwerk Gabriëlle Tournier, Lommel. Coll. en foto: KSHS

De andere zijde draagt een kleinere vogel als beeldmerk. Die is geborduurd in blauw en wit omrand door graanhalmen. Daaronder een appliqué met geborduurde Belgische vlag en ‘L’Union fait la Force‘. De merknaam ‘Kaw’ verwijst naar de rivier de Kaw, ook wel ‘Kansas river’.

Gabriëlle Tournier opende met haar man een Stoffenmagazijn, 1938; HBvL 25.12.1937

Gabriëlle Tournier huwde met Joseph Clercx (Neerpelt 23.02.1894 – Hasselt 26.06.1991), Oud-strijder 1914-1918; Oorlogskruis 1914-1918. Zij kregen zes kinderen, twee dochters en vier zonen.

 

Versierde meelzak van Imboden Milling Co.; borduurwerk Maria Moonen, Neerpelt. Coll. en foto: KSHS

– In Neerpelt is een bloemzak van maalderij Imboden Milling Company, Wichita, geborduurd door Maria Moonen met tekst ‘Merci à l’Amérique‘ met de Belgische en Amerikaanse vlag en een strik in rood, geel, zwart. Band in de kleuren van de Amerikaanse vlag is door de stof geweven. De zak is omrand met een een brede rand kloskant.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (recto); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

– Een bloemzak van Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa, is geborduurd door Madame Jean Noots.  Alle gedrukte letters en het beeldmerk zijn over geborduurd in kleuren rood, geel, zwart, met blauw en goud. De zak is van origine tweezijdig bedrukt.

Versierde meelzak Kiowa Milling Co., Prop’s, Kiowa (verso); borduurwerk Madame Jean Noots. Coll. en foto: KSHS

De randen van de bloemzak zijn afgewerkt met goudkleurig band met franje, vastgezet met garens in rood, geel, zwart.
De meisjesnaam van Madame Jean Noots was Maria Elisabeth Slegten (Sint-Huibrechts-Lille 12.12.1854 – Haasdonk 21.04.1935). Haar vader was koopman, haar moeder landbouwster. Zij was getrouwd met de zaakwaarnemer Jean Noots in Neerpelt op 15.08.1880. Zij kregen drie kinderen. Jean Noots overleed twintig jaar na hun huwelijk in 1900.

5. Rotterdam – Londen – New York, najaar 1915
Een serie versierde meelzakken, waaronder de bovenomschreven Limburgse borduurwerken, is in het najaar 1915 als geschenk gegeven als dank voor de voedselhulp aan vertegenwoordigers van de CRB. De versierde zakken zijn vervoerd van Brussel naar Rotterdam en vandaar naar het CRB-kantoor in Londen.

Stella Stubbs, née Hostetler, echtgenote ex-gov. W.R. Stubbs. Foto: online

Daar heeft Millard K. Shaler, secretaris van de CRB, opdracht gegeven zeven Kansas-bloemzakken aan ex-gov. Stubbs van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka toe te sturen en voegde er een bedankbrief bij.

The Topeka Daily Capital, 6 februari 1916

6. New York – Topeka, Kansas, januari, februari 1916
In februari 1916 arriveerden de zeven versierde Kansas-zakken via de heer Stubbs bij secretaris Dillon van het Kansas Belgian Relief Fund in Topeka. Op 6 februari verscheen een artikel in The Topeka Daily Capital onder de kop ‘Belgian Children Embroider Flour Sacks from Kansas’, met een foto van vier van de zeven versierde bloemzakken. Het onderschrift luidde ‘Kansas Flour Sacks Embroidered by Appreciative Belgians Whose Lives Were Saved by the Generosity of Charitable Kansans’. (‘Kansas-meelzakken geborduurd door dankbare Belgen wier levens werden gered door de vrijgevigheid van liefdadige mensen uit Kansas).

Advertentie noemt de tentoonstelling van meelzakken in de etalage van de The Mills Stores Company. The Topeka Daily State Journal, 7 februari 1916

De versierde meelzakken werden direct voor het publiek tentoongesteld in een winkeletalage in het centrum van de stad. Daarna gingen ze over naar het ‘State Historical building’ in Topeka om te worden bewaard ‘als blijvend aandenken aan de grote Europese oorlog en het aandeel van Kansas in de hulpverlening aan de Belgen’.

Collectie van zeven versierde meelzakken in het Kansas Museum of History. Foto’s: KSHS; collage Annelien van Kempen

7. Topeka, Kansas, – 2020 –
Tegenwoordig bevinden de zeven versierde meelzakken zich in het Kansas History Museum van de Kansas Historical Society. Deze kreeg destijds de meelzakken geschonken van het Kansas Belgian Relief Fund.

Stadsmus Hasselt, ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog’, februari 2015. Foto: website Sint Willibrordus school, Eisden-Maasmechelen

In 2014 keerde de geborduurde meelzak van Riley County, geborduurd door Angèle Veltkamp voor de gemeente Hasselt, tijdelijk terug in Hasselt. Het Kansas History Museum leende het aandenken uit aan het ‘Stadsmus’, het stadsmuseum van Hasselt voor de tijdelijke expo ‘Geen nieuws, goed nieuws!? Hasselaren en de Eerste Wereldoorlog‘ in 2014-2015. [1]

Daardoor ging deze versierde zak 100 jaar later nogmaals, maar wel rechtstreeks, ‘Retour Kansas-Limburg’.

Retour Kansas-Limburg in 7 etappes. Ontwerp tijdlijn: Annelien van Kempen

Speciale dank aan Hubert Bovens, Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, voor de opzoekingen van de biografische gegevens van de vier Limburgse borduursters Caroline Gielen, Angèle Veltkamp, Gabriëlle Tournier en Madame Jean Noots.
Bijzondere dank aan
Michaël Closquet uit Rocourt; hij bezorgde de overlijdensdata van Angèle Veltkamp en haar echtgenoot Maurice Schuermans.

[1] Veronique van Nierop van Het Stadsmus,Hasselt, verstrekte de gegevens van de tijdelijke tentoonstelling en de foto waarop Angèle Veltkamp staat afgebeeld.

 

Thanksgiving Ship ORN sailed from Philadelphia

On Thanksgiving Day 2020, as a thank you to all who inspire, encourage and inform me in my research on the decorated flour sacks, I share the story of the Thanksgiving Ship ORN that sailed from the Philadelphia harbor 106 years ago on November 25, 1914, loaded with sacks of flour on the way to Belgium, as it was waved goodbye by thousands of people, including a special guest: Madame Lalla Vandervelde.

Collecting relief supplies
Immediately after the outbreak of the “European” war in August 1914, spontaneous campaigns arose among the people of Canada and the United States to raise money and goods to help victims of the violence.

Loading the Thelma in the Philadelphia harbor, children also participated in the relief efforts. The Philadelphia Inquirer, November 10, 1914

The relief efforts for the Belgian refugees and the population in occupied Belgium were led by Belgians, living in Canada and the US: the Belgian Consul Pierre Mali, the Consul Generals, businesspeople, prominent private individuals and emigrants, supported in a special way by Madame Lalla Vandervelde, the wife of a Belgian Minister of State, who traveled across the US to draw attention to the Belgian cause and to call for American aid.
Their call was heard by local newspapers and magazines, who with great zeal made urgent appeals to their readers to help out by depositing money in funds specially created for the purpose.

The Thelma’s cargohold full of flour sacks in Philadelphia harbor, The Philadelphia Inquirer, November 11, 1914

The transport of the relief supplies from America to Europe across the Atlantic Ocean had to be done by ship, but that caused a financial headache. This was not the case in Canada, where the government paid for the transportation. But in the US, who would pay for the transportation?

Department store magnate and philanthropist John Wanamaker, Philadelphia. Photo: internet

In the city of Philadelphia, Pennsylvania, the immediate response came from department store magnate and philanthropist John Wanamaker (Philadelphia, July 11, 1838 – December 12, 1922). He took initiative and chartered two ships himself to bring relief supplies to Belgium.

Thelma
The first ship chartered by Wanamaker was the steamer Thelma. Loading the ship attracted a lot of interest, the “Philadelphia Inquirer” published about it daily. *)

 

Left the loading of the Thelma in the harbor of Philadelphia, center Captain Hendrickson, right Petrus Verhoeven and his family, Belgian refugees in London. Evening Ledger, November 11, 1914

On Thursday, November 12, 1914, the ship departed after a brief official ceremony at which Mayor Blankenburg of Philadelphia spoke:
My fellow-citizens, twenty-two years ago Philadelphia sent a relief ship-the Indiana-to give aid to the suffering Russian peasants, far away from their own homes. Today Philadelphia is sending another relief ship, the Thelma, this time to the suffering people, the unfortunate people of Belgium. It shows the greatness of the heart of the Philadelphia people. It shows the power of the press, for had it not been for the Philadelphia newspapers I do not believe that this ship would today be ready to sail. The newspapers of Philadelphia did everything in fact to make it possible to send this ship.”
The Girard College Band was on the pier playing the “Star Spangled Banner”.

Food Ship Thelma Off For Belgium, Philadelphia Inquirer, November 13, 1914

The mayor asked the crowds of hundreds of men, women and children to pay tribute to Captain Wolff Hendrickson and his crew with a three-yard “Hooray”. Mr. Francis B. Reeves, Treasurer of the American Red Cross, on behalf of the Red Cross, officially received the relief supplies on the Thelma and Bishop Garland of Philadelphia blessed the ship.

Decorated flour sack Rosabel, embroidered in Roulers / Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Photo: E. McMillan

Then Mr. Wanamaker handed a letter to Captain Hendrickson, addressed to Dr. Henry Van Dyke, Minister of the United States in The Hague, Holland: “The steamship Thelma is to carry this to you today … the gifts of the people of Philadelphia and vicinity… The usual papers of the ship will manifest the cargo as of the value of $ 104.000 and it consists wholly of flour, corn meal, beans, canned goods, potatoes in sacks, etc. …  articles of food, because of the statement made by the Honorable Brand Whitlock, Minister at Brussels, a few days ago, regarding the destitution among the women and children and old and sick people in Belgium. …

 

Flour sack ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. RAHM, no. 2657, photo: Author

This great old city, that you know so well, the first of the American cities and the first seat of the government of the United States, without neglecting its duties of the poor and suffering in Philadelphia, has risen as it with one heart, to show sympathy and affection, just as the City of Brotherly Love always does, to the world’s sufferers. I may add for your own pleasure that almost enough additional contributions are flowing in to load another ship.”

Advertisement in the Philadelphia Inquirer, November 11, 1914

The Thelma crossed the ocean in three weeks and moored safely on December 3, 1914 with her precious cargo in the Maashaven of Rotterdam. Transhipment started immediately, barges brought the foodstuffs to the intended places via the inland waterways of Holland and Belgium.

Le XXe siècle, December 17, 1914

“Le XXe siècle” reported in mid-December 1914 about the foodstuffs supplied by the Thelma:
“The steamship “Thelma” has arrived in Rotterdam with 1,740 tons of supplies, destined for the Belgians who stayed in Belgium. The load consists of 94,600 sacks and 100 barrels of flour, 1,600 bags of corn flour, 2,000 bags of beans, 1,600 sacks of rice, 1,200 bags of salt, 500 boxes of corn, 5,000 boxes of potatoes, 1,200 bags of barley, 2,500 bags of peas, 600 boxes of condensed milk, 600 boxes preserved peaches, 1,000 boxes of soda salt, 1,200 boxes of plums, 1,000 bags of sugar and 1,250 bags of oatmeal.”[1]

Meanwhile, the second ship chartered by Wanamaker did indeed cross the ocean with the next cargo of relief supplies: the ORN had departed as the Thanksgiving Ship.

Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

‘Thanksgiving’ Ship ORN

Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

The day before Thanksgiving Day, November 25th, 1914, the steamer ORN left the port of Philadelphia on its way to Rotterdam, as thousands of spectators waved goodbye. The cargo value was $ 173,430, consisting mostly of sacks of flour plus other food items.
The official ceremony to wish the ORN God Speed was attended by many dignitaries. The musical accompaniment was again in hands of The Girard College Band.

 

Lalla Vandervelde. Photo: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress,

Present were Mayor Blankenberg and his Cabinet with the responsible officials; Mr. Wanamaker and company; M. Paul Hagemans, the Belgian Consul General. Special guest was Madame Lalla Vandervelde.
Also present were the committee of publishers and editors of Philadelphia newspapers, the representatives of the Belgian Government, official and unofficial, the ministers who sanctified the undertaking, and the crew of the ship itself.
The clergymen blessing the Thanksgiving Ship were of three different denominations: Dr. Russell H. Conwell of the Baptist Temple; Very Rev. Henry T. Drumgoole, rector of St. Charles’ Seminary, Overbrook; Rev. Joseph Krauskopf, of Temple Keneseth Israel.
The company of dignitaries first had their picture taken upon arrival on the ship. Madame Vandervelde took an active part in photography: she insisted upon being photographed with a hand camera of her own, placing herself between Mr. Wanamaker and Mayor Blankenburg.

“Thanksgiving Ship Orn Sails”, Philadelphia Inquirer, November 26, 1914

Thanksgiving Day
Mayor Blankenburg presided at the exercises: “I do not believe that Philadelphia could celebrate a greater or better Thanksgiving than by sending this steamer to Belgium, laden to the very limit with all kinds of provisions for its starving people.”

Flour sack ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, Photo: Author

Dr. Krauskopf spoke in part as follows: “… We are assembled on this eve of our National Thanksgiving Day with our hearts both joyful and sorrowful. We are joyful because we are able to share our bounty with those who are in need of it on the other side of the sea, and we are sorrowful because the need has arisen for them, not because of any Divine dispensation, but because of the sinfulness or the error of man.”

Decorated flour sack Rosabel, 1916, 12 Lbs, embroidered, wooden tray with glass. Photo and coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell formally presented the vessel and her cargo to the Red Cross Society. He said in part: “… it is beautiful that we have an opportunity to send out to the suffering Belgians a division of what we have, and if I understand, the spirit of America aright, we would, if we understand their needs, be willing to divide to the last loaf of bread with the Belgians who so bravely defended their homes and showed to the world a most magnificent example of their bravery and patriotism that has ever been known to the history of man.”

Mr. Paul Hagemans accepted the shipment of relief supplies on behalf of Belgium: “For the second time within two weeks, Philadelphia and her charitable people are sending to the Belgian sufferers a shipload of merchandise. In doing so Philadelphia and her people are setting a magnificent example of human solidarity to thousands of my people who will be saved from famine, for we note by the recent reports that conditions are appalling now…. You cannot imagine, therefore, what a ship like this, with its cargo, means to my countrymen…. I thank you, gentlemen of the press, for your efforts on our behalf; and I thank you citizens of Philadelphia for your generous response to our appeal. God speed the Thanksgiving ship.” [2]

In the middle from left to right John Wanamaker, Lalla Vandervelde with the Belgian and American flags, Mayor Blankenburg on board the ORN. Philadelphia Inquirer, November 26, 1914.**)

Madame Vandervelde
Mme. Vandervelde herself brought two small flags, one Belgian and one American, which she carried in her hand. Handing the Belgian red, yellow, black to Mr. Wanamaker, Mme. Vandervelde said:

Flour sack Rosabel, embroidered. Coll. Frankie van Rossem, photo: Author

I want to present this flag of Belgium to Mr. Wanamaker in thanks for his most beautiful gift to Belgium. I want to present to him first this Belgian flag. It is a symbol of the heroism and the courage of a small country fighting against most awful odds. It is a symbol also of the distress of millions of her people”.
Turning again to Mr. Wanamaker Mme. Vandervelde concluded: “I want to present you with this American flag, which is always the symbol of what we love in the life of freedom, and liberty and independence. This flag is also at the present moment a symbol of the generosity and the goodwill of thousands of men, women and children, and I have the greatest pleasure in thanking Mr. Wanamaker for all he has done and in presenting him with these two flags.”

As Mr. Wanamaker, taking the two flags, held them high in the air, the band leader made a signal to his men, and the full brasses sounded the opening strains of the American National Anthem. When this had been sung by the thousands of spectators, present on the quay, Father Drumgoole pronounced the benediction.
The guests left the ORN and the vessel pulled out from the dock.

Flour sack ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, photo: Author

John Wanamaker left the ship as soon as he had cast off her headline – an operation which he insisted on performing himself; he had gone back to his offices in his private automobile. On learning there that the ship had been delayed- her papers at the Custom House not being quite ready – he returned in a delivery automobile from the Wanamaker stores for a last look at the vessel whose departure he had made possible.

On December 18th, 1914, the ORN arrived safely with its valuable cargo in the Maashaven in Rotterdam. The relief supplies were directly transferred to inland vessels and further distributed in Belgium.

Flour sack “Hed-Ov-All”, Buffalo Flour Milling Co.; 1914-1915, Anderlecht, embroidered by Hélène Coumans, age 16, Auderghem; through the intervention of Mme Buelens. Coll. HIA, photo: coll. Author

Decorated flour sacks from Pennsylvania 

Flour sack Rosabel, cushion cover, embroidered, “La Belgique Reconnaissante”, ribbon, diam. 25 cm. Coll. HIA, photo: coll. Author

Flour sacks transported on the THELMA and ORN would have come from mills in the state of Pennsylvania. My research shows that several dozen of these unprocessed and decorated flour sacks have been preserved in Belgium and the US. It is remarkable that all bags have a small size, the stated content measure is 12¼ LBS (5.5 kg flour) to 24½ LBS (11 kg flour). The usual size of flour sacks was 49 or 98 LBS.

 

There are flour sacks of:

Flour Sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. RAHM, no. 2658, photo: Author

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, brand name Hed-Ov-All in the collections of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, Western Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, California (HIA); War Heritage Institute, Brussels (WHI); Royal Art & History Museum, Brussels (RAHM);
– An unknown mill delivered a sack with brand name Jack Rabbit, shown in the WHI;
Millbourne Mills in Philadelphia, brand names Rosabel, A-flour, Southern Star in the collections of HHPLM, HIA, WHI, RAHM and several Belgian private collections;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, brand name M-H 1795 in the collections of WHI and the MoMu Antwerp.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Flour sack “M-H 1795”, Miner-Hillard Milling Co. Apron, embroidered. Coll. MoMu, photo: Europeana

Knowing that these decorated flour sacks left Philadelphia around Thanksgiving Day 1914 adds extra color to my day!

Flour Sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. in a display case in the exhibit hall. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Special thanks to Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, who made me aware of Thanksgiving Day, the national holiday in the US, celebrated on the fourth Thursday in November, this year on November 26th. He called it a time to reflect on the past year and all one is thankful for; our long-distance friendship is one of them. We both look forward to meeting in person, when the circumstances allow. 

 

Flour sack ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., embroidery, lace. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363. Photo: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, editions November 10,11,12,13,17, 21, 24, 26, 1914

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, December 17, 1914

[2] Hagemans, Paul, unpublished biography, Philadelphia, Penn, undated. Mentioned in Carole Austin’s bibliography, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987


**) Addition 8 March 2023:
In Martine Vermandere’s book “Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman”, she refers to this blog on page 54. Martine Vermandere is a historian and public relations coordinator at Amsab-ISG, Ghent, Belgium.
Vermandere, Martine, Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman. Ghent, Amsab-ISG, 2023, p. 54

‘Thanksgiving’-schip ORN vertrok uit Philadelphia

Op deze Thanksgiving Day 2020 vertel ik als dank aan allen die mij inspireren, aanmoedigen en van informatie voorzien bij mijn onderzoek naar de versierde meelzakken het verhaal van het ‘Thanksgiving’-schip ORN dat 106 jaar geleden op 25 november 1914  de havenstad Philadelphia uitvoer, volgeladen met zakken meel op weg naar België, uitgezwaaid door duizenden mensen waaronder een speciale gaste: Madame Lalla Vandervelde.

Inzameling van hulpgoederen
Direct na het uitbreken van de ‘Europese’ oorlog in augustus 1914 ontstonden spontane acties onder de bevolking van Canada en de Verenigde Staten om geld en goederen in te zamelen voor de hulp aan slachtoffers van het geweld.

Het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, ook de kinderen deden mee aan de hulpacties. The Philadelphia Inquirer, 10 november 1914

De acties voor hulp aan de Belgische vluchtelingen en de bevolking in het bezet België stonden onder leiding van Belgen, woonachtig in Canada en de VS: de Belgische Consul Pierre Mali, de Consul-Generaals, zakenmensen, vooraanstaande particulieren en emigranten, op bijzondere wijze ondersteund door Madame Lalla Vandervelde, de vrouw van de Belgische minister van Staat, die door de VS reisde om aandacht te vragen voor de Belgische goede zaak en op te roepen tot Amerikaanse hulpverlening.

Zij vonden gehoor bij lokale dagbladen en tijdschriften, die met grote ijver dringende oproepen aan hun lezers deden om hulp te bieden door geld te storten in speciaal voor het doel opgerichte fondsen.

Het laadruim vol meelzakken van de Thelma in de haven van Philadelphia, The Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

Het transport van de hulpgoederen van Amerika naar Europa over de Atlantische Oceaan moest per schip gebeuren, maar dat leverde qua kosten hoofdbrekens op. Niet in Canada, waar de overheid de betaling van het transport voor haar rekening nam. Wel in de VS, want wie wilde dat betalen?

Warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker, Philadelphia. Foto: internet

In de stad Philadelphia, Pennsylvanië, kwam het onmiddellijke antwoord van warenhuismagnaat en filantroop John Wanamaker (Philadelphia 11.07.1838-12.12.1922). Hij nam het initiatief en charterde zelf twee schepen om hulpgoederen naar België te brengen.

Thelma
Het eerste schip gecharterd door Wanamaker was het stoomschip Thelma. Het laden van het schip trok veel belangstelling, de ‘Philadelphia Inquierer’ publiceerde er dagelijks over. *)

Links het laden van de Thelma in de haven van Philadelphia, midden kapitein Hendrickson, rechts Petrus Verhoeven en zijn gezin, Belgische vluchtelingen in Londen. Evening Ledger, 11 november 1914

Op donderdag 12 november 1914 vertrok het schip na een korte officiële plechtigheid waar burgemeester Blankenburg van Philadelphia het woord voerde:
“Medeburgers, tweeëntwintig jaar geleden stuurde Philadelphia een hulpschip, de Indiana, om hulp te bieden aan de lijdende Russische boeren, ver weg van eigen haard en huis. Vandaag stuurt Philadelphia opnieuw een hulpschip, de Thelma, dit keer naar de lijdende mensen, de ongelukkige mensen van België. Het toont de grootsheid van hart van de bewoners van Philadelphia. Het toont de kracht van de dagbladpers, want als de kranten in Philadelphia er niet waren geweest, geloof ik niet dat dit schip vandaag klaar zou zijn om te vertrekken. De dagbladen van Philadelphia hebben er alles aan gedaan om dit schip met hulpgoederen te kunnen laten vertrekken.”
De Girard College band stond op de pier en speelde de ‘Star Spangled Banner’.

Voedsel schip Thelma vertrekt naar België, Philadelphia Inquirer, 13 november 1914

De burgemeester vroeg aan het toegestroomde publiek van honderden mannen, vrouwen en kinderen hulde te brengen aan kapitein Wolff Hendrickson en bemanning middels een driewerf ‘Hoera’. De heer Francis B. Reeves, penningmeester van het Amerikaanse Rode Kruis, nam namens het Rode Kruis de hulpgoederen op de Thelma in ontvangst en bisschop Garland van Philadelphia zegende het schip.

Versierde meelzak Rosabel, geborduurd in Roulers/Roeselare, 12 Lbs. Coll. HIA. Foto: E. McMillan

Daarna overhandigde de heer Wanamaker aan kapitein Hendrickson een brief, gericht aan Dr. Henry Van Dyke, gezant van de Verenigde Staten in Den Haag, Holland: ‘Het stoomschip Thelma vervoert vandaag naar u … de geschenken van de inwoners van Philadelphia en omgeving … De officiële documenten van het schip zullen aantonen dat de lading met een waarde van $ 104.000 volledig bestaat uit meel, maïsmeel, bonen, ingeblikte voedingsmiddelen, zakken aardappelen, enz … allemaal levensmiddelen zoals gevraagd in de verklaring van enkele dagen geleden van de heer Brand Whitlock, gezant in Brussel, die sprak over de grote behoefte aan hulp voor vrouwen en kinderen en oude en zieke mensen in België. …

Meelzak ‘A-Flour’, Millbourne Mills. Coll. KMKG, nr. 2657, foto: auteur

Deze voorname oude stad, die u zo goed kent, de eerste van de Amerikaanse steden en de eerste zetel van de regering van de Verenigde Staten, is – zonder haar plichten ten aanzien van de armen en behoeftigen in Philadelphia te verwaarlozen- als één man opgestaan om medeleven en genegenheid te tonen aan behoeftigen in de wereld, zoals ‘de Stad van Broeder Liefde’ altijd doet.
Ik voeg er voor uw eigen genoegdoening aan toe dat er al bijna voldoende giften zijn binnengestroomd om een volgend schip te laden.’

Advertentie in the Philadelphia Inquirer, 11 november 1914

De Thelma stak de oceaan over in drie weken tijd en meerde op 3 december 1914 met haar kostbare lading veilig aan in de Maashaven van Rotterdam. Het overladen begon direct, aken brachten via de binnenwateren van Holland en België de voedingsmiddelen naar de bestemde plekken.

Le XXe siecle, 17 december 1914

‘Le XXe siècle’ berichtte half december 1914 over de voedingsmiddelen die de Thelma aanvoerdde:
Het stoomschip “Thelma” is in Rotterdam aangekomen met 1.740 ton aan voorraden, bestemd voor de Belgen die in België bleven. De lading bestaat uit 94.600 zakken en 100 vaten meel, 1.600 zakken maïsmeel, 2.000 zakken bonen, 1.600 zakken rijst, 1.200 zakken zout, 500 dozen maïs, 5.000 dozen aardappelen, 1.200 zakken gerst, 2.500 zakken erwten, 600 dozen gecondenseerde melk, 600 dozen geconserveerde perziken, 1.000 kisten sodazout, 1.200 kisten pruimen, 1.000 zakken suiker en 1.250 zakken havermout.’[1]

Inmiddels voer het tweede door Wanamaker gecharterde schip inderdaad met de volgende lading hulpgoederen de oceaan over: de ORN was vertrokken als ‘Thanksgiving’-schip.

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

‘Thanksgiving’-schip ORN

Philadelphia Inquirer 26 november 1914

De dag voor Thanksgiving Day, 25 november 1914, vertrok het stoomschip ORN uit de haven van Philadelphia op weg naar Rotterdam, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers. De waarde van de lading was $ 173.430 en bestond vooral uit zakken meel plus andere voedingsmiddelen.

De officiële plechtigheid om de ORN behouden vaart te wensen werd bijgewoond door vele hoogwaardigheidsbekleders. Ook nu was de muzikale begeleiding van The Girard College Band.

Lalla Vandervelde. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia, 1914. Coll. Library of Congress

Aanwezig waren burgemeester Blankenberg en zijn wethouders met de verantwoordelijke ambtenaren; de heer Wanamaker met collega’s; de Belgische consul-generaal Paul Hagemans. Speciale gaste was Madame Lalla Vandervelde.
Ook aanwezig waren de directies en redacties van de kranten en hun uitgeverijen. De voorgangers in de plechtigheid waren van drie verschillende gezindten: Dr. Russell H. Conwell van de Doopsgezinde kerk; Eerwaarde Henry T. Drumgoole, rector van het St. Charles’ Seminarie, Overbrook; Eerwaarde Joseph Krauskopf, rabbijn van de synagoge ‘Keneseth Israel’.
Het gezelschap hoogwaardigheidsbekleders ging bij aankomst op het schip allereerst op de foto. Ook Madame Vandervelde nam actief deel aan de fotografie: ze stond erop dat ze met haar eigen camera gefotografeerd zou worden, staande tussen de heer Wanamaker en burgemeester Blankenburg.

‘Thanksgiving Ship Orn Sails’, Philadelphia Inquirer 26 november 1914

Thanksgiving Day
De burgemeester sprak de menigte toe: “Ik geloof niet dat Philadelphia een mooiere of betere Thanksgiving zou kunnen vieren dan door dit stoomschip naar België te sturen, tot het uiterste beladen met voedingsmiddelen voor de uitgehongerde bevolking.

Meelzak ‘Southern Star’, Millbourne Mills. Coll. WHI, foto: auteur

Rabbijn Krauskopf kreeg het woord: “… We zijn op de vooravond van onze nationale Thanksgiving-dag bijeengekomen met zowel een vreugdevol als bedroefd hart. We zijn verheugd omdat we in staat zijn onze overvloed te delen met degenen die het nodig hebben aan de andere kant van de oceaan. We zijn bedroefd omdat de behoeften van hen zijn ontstaan door de zondigheid en de dwalingen van de mens.”

Versierde meelzak Rosabel, 1916, 12 Lbs, geborduurd, houten theeblad met glas. Foto en coll. Sara Leroy, coll. Bebop

Dr. Conwell sprak: “… het is prachtig dat we de kans hebben om naar de noodlijdende Belgen een deel te sturen van datgene wat wij hebben, en als ik de geest van Amerika goed begrijp, zouden we, als we hun behoeften kennen, bereid zijn om ons laatste brood te delen met de Belgen, zij die zo dapper hun huizen verdedigden en de wereld een prachtig voorbeeld toonden van hun moed en patriottisme …”
Consul-Generaal Paul Hagemans aanvaardde de scheepslading hulpgoederen namens België: “Voor de tweede keer binnen twee weken sturen Philadelphia en haar goedgeefse bevolking een scheepslading voedingsmiddelen naar de Belgische slachtoffers. Hiermee geven Philadelphia en haar bevolking een prachtig voorbeeld van menselijke solidariteit met de duizenden van mijn mensen die van de hongersnood zullen worden gered; want we maken uit de recente berichten op dat de omstandigheden er verschrikkelijk zijn…. Behouden vaart aan het Thanksgiving-schip![2]

In het midden vlnr. John Wanamaker, Lalla Vandervelde met de Belgische en Amerikaanse vlaggetjes, burgemeester Blankenburg aan boord van de ORN, Philadelphia Inquirer, 26 november 1914.**)

Madame Vandervelde
Toen was de beurt aan Madame Vandervelde. Zij nam twee kleine vlaggen, een Belgische en een Amerikaanse, in haar handen. Ze overhandigde het stokje van de Belgische vlag aan John Wanamaker met de woorden:

Meelzak ‘Rosabel’, geborduurd. Coll. Frankie van Rossem, foto: auteur

“Ik bied deze vlag van België aan de heer Wanamaker aan, als dank voor zijn prachtige geschenk aan België. Ik overhandig eerst deze Belgische vlag als symbool van heldhaftigheid en moed van een klein land dat tegen een verschrikkelijke overmacht vecht. Het staat ook symbool voor de noden van miljoenen van haar mensen.” Vervolgens overhandigde ze hem de kleine Amerikaanse vlag: “Deze Amerikaanse vlag bied ik u aan als het symbool van vrijheid, soevereiniteit en onafhankelijkheid. Deze vlag staat op dit moment ook symbool voor de vrijgevigheid en de sympathie van duizenden mannen, vrouwen en kinderen. Ik heb het grote genoegen de heer Wanamaker dank te zeggen voor alles wat hij heeft gedaan door hem deze twee vlaggen te overhandigen.”

De heer Wanamaker nam de vlaggetjes aan, strekte zijn armen en hield ze hoog in de lucht. Op dit teken zette de band de tonen in van het Amerikaanse volkslied, dat door de duizenden aanwezigen op schip en kade uit volle borst werd meegezongen.
Pater Drumgoole sprak vervolgens de zegen uit over schip en lading, waarna de gasten de ORN verlieten en het schip zich losmaakte van de kade.

Meelzak ‘Jack Rabbit’. Coll. WHI, foto: auteur

John Wanamaker keerde terug naar kantoor, maar kwam direct teruggereden in een van de bestelauto’s van zijn Wanamaker’s warenhuizen; hij volgde op de pier tot het laatste moment het tweede schip met hulpgoederen waarvan hij de reis had mogelijk gemaakt.

Op 18 december 1914 arriveerde ook de ORN met haar kostbare lading veilig in de Maashaven in Rotterdam. De hulpgoederen werden direct overgeladen in binnenvaartschepen en verder gedistribueerd in België.

 

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., 1914-1915, Anderlecht, geborduurd door Hélène Coumans, 16 jaar, Auderghem; door tussenkomst van Mme Buelens. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Versierde meelzakken uit Pennsylvanië

Meelzak Rosabel, kussenhoes, geborduurd, ‘La Belgique Reconnaissante’, lint, diam. 25 cm. Coll. HIA, foto: coll. auteur

Meelzakken, vervoerd op de THELMA en ORN, zullen afkomstig zijn geweest van maalderijen in de staat Pennsylvanië. Mijn onderzoek laat zien dat enkele tientallen van deze onbewerkte en versierde meelzakken bewaard zijn gebleven in België en de VS. Opmerkelijk is dat alle zakken een klein formaat hebben, de vermelde inhoudsmaat is 12¼ LBS (5,5 kg meel) tot 24½ LBS (11 kg meel). De gebruikelijke maat van meelzakken is 49 of 98 LBS.

Er zijn meelzakken van:

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co. Coll. KMKG, nr. 2658, foto: auteur

– Buffalo Flour Milling Co in Lewisburg, merknaam Hed-Ov-All in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (HHPLM); Hoover Institution Archives, Stanford University, Californië (HIA); Koninklijk Legermuseum, Brussel (WHI); Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel (KMKG).
– Een mij onbekende maalderij leverde een zak met merknaam Jack Rabbit, getoond in het WHI.
Millbourne Mills in Philadelphia, merknamen Rosabel, A-flour, Southern Star in de collecties van HHPLM, HIA, WHI, KMKG en meerdere Belgische particuliere collecties;
– Miner-Hillard Milling Co. in Wilkes-Barre, merknaam M-H 1795 in de collecties van WHI en het ModeMuseum Antwerpen.

Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., verso. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co., recto. Coll. WHI, foto: auteur
Meelzak ‘M-H 1795’, Miner-Hillard Milling Co. Schortje, geborduurd. Coll. MoMu, foto: Europeana

Te weten dat deze versierde meelzakken uit Philadelphia vertrokken zijn rondom Thanksgiving Day 1914 geeft vandaag extra kleur aan mijn dag!

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., in de museumopstelling. Coll. HHPLM, foto: E.McMillan

Speciale dank aan Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, hij maakte me attent op Thanksgiving Day, de nationale feestdag in de VS, gevierd op de vierde donderdag in november, dit jaar op 26 november. Hij noemde het een tijd van reflectie over het afgelopen jaar en alles waar je dankbaar voor bent, onze lange afstand vriendschap is er een van. We zien er beiden naar uit elkaar in het echt te ontmoeten, wanneer de omstandigheden dit zullen toelaten.

Meelzak ‘Hed-Ov-All’, Buffalo Flour Milling Co., geborduurd, kant. Coll. HHPLM, nr. 62.4.363, foto: E.McMillan

*) Philadelphia Inquirer, edities 10, 11, 12, 13, 17, 21, 24, 26 november 1914.

[1] Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique, 17 december 1914.

[2] Hagemans, Paul, niet gepubliceerde biografie, Philadelphia, Penn, ongedateerd. Vermeld in de bibliografie van Carole Austin, From Aid to Art, San Francisco Folk Art Museum, 1987.


**) Aanvulling 8 maart 2023:
In haar boek Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman’, verwijst  Martine Vermandere, historicus en coördinator publiekswerking bij Amsab-ISG, op bladzijde 54 naar dit blog.
Vermandere, Martine, Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman. Gent, Amsab-ISG, 2023, p. 54

The “Ouvroir” of Antwerp (2) – English

In the Facebook group “Lizerne Trench Art” (LTA), a lively theme night on “WWI flour sacks” was created as a result of the blog “The Ouvroir of Antwerp (1)“.

The Facebook group LTA resides in West Flanders, Belgium; they are a study group, a forum of friends, intended to exchange information/research about all forms of trench art, engraved shell casings, painted military equipment, embroidery, prisoner of war art, woodcarving, etc. from WWI until now.

On Friday evening, October 30th, 2020, I asked the members of the group if they knew about decorated WWI flour sacks that read “Ouvroir d’Anvers”. I immediately received a positive response from Ingo Luypaert.

Tray flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”, embroidered. Coll. and photo: Ingo Luypaert

Tray ‘Ouvroir d’Anvers’

Bottom of tray with flour sack “American Commission” / “Ouvroir d’Anvers 1914-1917”. Coll. and photo: Ingo Luypaert

As it turns out, Ingo Luypaert owns a beautiful embroidered flour sack “American Commission”.
The flour sack is inlaid in a wooden tray covered with glass.
The embroidery shows the Belgian coat of arms with the standing lion, above it a golden crown.

The crowned coat of arms of Belgium, arabesques and text “Ouvroir d’Anvers”. Coll. and photo: Ingo Luypaert
Detail embroidered arabesque in red, yellow, black. Coll. and photo: Ingo Luypaert

The heraldry is surrounded by “arabesques”: rhythmic patterns, repetitive movement lines, executed in the embroidery as an elegant pleated ribbon in the colors red, yellow, black with the text “Ouvroir d’Anvers 1914-1917” underneath. The silk threads make the embroidery shine.

 

<< Exhibition of flour sacks >>

The tray may have been exhibited and purchased in March 1916 to contribute to charity. Two newspapers published outside Belgium reported on an exhibition in Antwerp in the halls of the Harmonie Maatschappij, the building where the Ouvroir was located.

Summer Hall of the Société Royale d’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

“ANTWERP
<<Exhibition of “flour sacks” >>.

De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916

In Antwerp and Brussels, exhibitions were set up for “flour sacks” for a few days.
These original exhibitions are the result of the intention of the Belgian women who for some time now have embellished with embroidery some of the sacks in which the flour, delivered by the American relief organizations, arrives in occupied Belgium.
Among the most successful and most admired decorations were noted: the Belgian and American banners surrounded by ornate arabesques; …

 

“De Harmonie”, Antwerp, postcard. Photo: internet

The Germans inspected the rooms of the Harmonie Maatschappij, obviously uncomfortable with the fact that the starvation of Belgium under German rule and the protective actions of a neutral country should become a matter of public disclosure. They apply “censorship” to the sacks and ordered several ones they deemed too patriotic to be removed.”
(De stem uit België (The voice from Belgium), March 31, 1916; De Belgische standaard (The Belgian standard), April 8, 1916)
 

Detail embroidered arabesque in red, yellow, black; 1917. Coll. and photo: Ingo Luypaert

My thanks go to the Lizerne Trench Art-Facebook group, in particular to Ingo Luypaert.
Through his beautiful embroidered flour sack “American Commission”, the work of the girls and women in the Ouvroir of Antwerp during the occupation of 14-18 came back to life.

I look forward to the discovery of more decorated flour sacks with the text ‘Ouvroir d’Anvers’!

 


Sequels
– My first blog on the Antwerp Ouvroir is The “Ouvroir” of Antwerp (1) – English

– *) I published a third blog (on February 17, 2021) about the flour sack “Rooster on oak branch at dawn” designed by the Belgian artist Piet Van Engelen and embroidered in the Ouvroir d’Anvers.
– A fourth blog on the Antwerp flour sacks: Olga Kums’ beschilderde bloemzak (Olga Kums painted flour sack).

 


Recommended reading:
* My article De weldaad van de meelzak/Flour sacks. The art of charity” has been published in the 2020 Yearbook of the In Flanders Fields Museum, Ypres.
You’ll find the article in Dutch: p. 4-25; in English: p. 123-131.

* Marc Dejonckheere interviewed me for VIFF Magazine, magazine of The Friends of the In Flanders Fields Museum; The emotions of the flour sack” was published in September 2019.
You can read the article here.

 

Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen (2) – Nederlands

In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.

De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien bloemzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.

Thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’, geborduurd. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Thee/dienblad ‘Ouvroir d’Anvers’

Onderzijde thee/dienblad meelzak ‘American Commission’/’Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.

Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert

De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.

<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad begin 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten enkele maanden later over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.

‘ANTWERPEN
<<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.

De stem uit België, 31 maart 1916

In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”.
Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren.
Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …

Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt.
Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’
(De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)

Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert

Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.

Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!

 


AANVULLING 6 december 2022

Antwerpsch Komiteit van Hulp: Bewerking van Amerikaansche zakken 1915
In juli 1915 deed het Beschermings Komiteit onder leiding van de dames Laure de Montigny-de Wael, Anna Osterrieth-Lippens en Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een beroep op Damen en Juffrouwen, die vanwege de oorlog niet op vakantie konden, mee te helpen aan een liefdadig werk: ‘het benuttigen van den Amerikaansche Bloemzak, alzoo meteen gedenkenis en kunstvoorwerp wordend’, waarbij ‘de bijzonderste Antwerpsche Kunstenaars en namelijk de HH. Bestuurder en de bijzonderste Leeraars van ons Koninklijk Academie van Schoone Kunsten, ons met de meest bereidwilligheid hunne medewerking in de leiding der werking beloofden‘. In het Hooger Gesticht voor Juffrouwen, Lange Gasthuisstraat 29, konden ‘Damen‘, die geoefend dienden te zijn in het kunstvak, zoals  ‘de tegenwoordige en oud-leerlingen van onze Academie, van onze Hoofdscholen voor Juffrouwen, van de Beroepsscholen, enz.’ haar ontwerpen voorleggen aan de HH. Professors-Kunstenaars: ‘De Amerikaansche zakken en zoo noodig het ander gerief zullen door het Werk geleverd worden na goedkeuring van het ontwerp.’

Het Beschermings Komiteit, 22 juli 1915. Felixarchief Antwerpen: Inv.nr. 729#262. Foto’s: F. Benders

De werken waren bestemd voor een verkooptentoonstelling – zo mogelijk in Amerika. De opbrengst ging naar het Nationaal Komiteit voor Hulp aan de WEZEN VAN DEN OORLOG.

Anna Osterrieth

Signering: A. Osterrieth, Anvers

Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957) was gehuwd met Robert Osterrieth. Haar schoonmoeder stond bekend als ‘de koningin van het maecenaat’: Léonie OSTERRIETH-MOLS. Anna borduurde een bloemzakje, bewaard in de Hoover Institution Library Archives op Stanford University.

Bloemzakje ‘American Commission’, geborduurd, afgewerkt met kant, borduurster A. Osterrieth. Coll. HILA 62008, box 11, item 2. Foto: auteur

Anna Osterrieth vroeg in augustus 1915 hulp aan CRB gedelegeerde Edward Hunt om gebruikte Amerikaanse kleding te blijven leveren aan het Ouvroir van Antwerpen .

Brief van Anna Osterrieth-Lippens aan Edward Hunt 17 augustus 1915. Coll. HILA 22003 box 324

 

Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.

 

Aanbevolen literatuur:
* Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.
Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.

* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019.
Je leest het hier.

 

The “Ouvroir” of Antwerp (1) – English

The “Ouvroir” of Antwerp employed thousands of girls and women during the occupation of Belgium. Clothing was made and altered, shoes were repaired and flour sacks were embroidered there.

The Ouvroir of Antwerp, iconic overview photo from the gallery, 1915. Photo: “War Bread”

The meaning of an “ouvroir” is: “Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté”; translated: “Place for sewing, embroidery …, in a community”. In a historical context, I would call it a “communal sewing workshop”.

The history of the Ouvroir of Antwerp has become familiar to me through three primary sources: one Belgian and two American.

– “Heures de Détresse” by Edmond Picard, the Belgian primary source shows some photos of the Ouvroir.[2]
– “War Bread” by Edward Eyre Hunt commemorates the Ouvroir of this American delegate of the Commission for Relief in Belgium (CRB) in the province of Antwerp. He was a young journalist and writer; he worked in Antwerp from December 1914 to October 1915.[3]
– “Women of Belgium” by Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – California 08.05.1960). She was also a CRB delegate – unique as the only woman – and stayed in Belgium between July and November 1916. As a writer and activist, she committed herself to the good cause of Belgian women.[4]

Edward Hunt, War Bread
In the autumn of 1914, three women took the initiative to set up a clothing workshop to provide assistance to residents of the city of Antwerp.

  • Laure de Montigny-de Wael (Antwerp 29.11.1869 – Ixelles, Brussels 09.07.1926)
  • Anna Osterrieth-Lippens (Ghent 01.11.1877 – Brussels 14.09.1957)
  • Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Ghent 17.12.1857 – Antwerp 21.04.1938)

They headed a committee of ladies who, I assume, had experience in the organization of charities and workhouses. Even before the war, there were numerous private initiatives offering employment and education to young women and assistance to needy people. The committee is said to have bought up all the piece goods it could find in the city and commissioned the Folies Bergères theater to employ hundreds of young women to make and repair clothes.

Rockefeller Foundation

The Rockefeller Foundation and the CRB worked together on the relief efforts. Belgian Relief Bulletin, December 5, 1914. Coll. Brussels City Archives. Photo: author

The American Rockefeller Foundation collected clothing in the US and shipped it via the port of Rotterdam to Belgium. Canada also provided clothing transports.
Citation from ‘War Bread’: ‘Before January first, 1915, the Rockefeller Foundation contributed almost a million dollars to the work of Belgian relief, and established a station in Rotterdam called the Rockefeller Foundation War Relief Commission, to assist the Commission for Relief in Belgium. This station had charge of the sorting and shipping of clothes sent from America for Belgium.
We never had enough to supply them. It was only when the generous gifts of clothing began to come from America through the Rockefeller Foundation War Relief Commission, that the situation improved at all.”

The Ouvroir was under the protection of the CRB and received a monthly subsidy of 50,000 francs from the city of Antwerp until the Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) took over financing.

International exhibition “d’Art Culinaire & d’Alimentation” in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerp. Photo: internet

The Ouvroir moved to larger premises: the “Winter Hall” in the Arenbergstraat of the Société Royale d’Harmonie. [5]

 

 

 

 

 

 

The Ouvroir in the Winter Hall, “Harmonie”

Edward Eyre Hunt, photo: “WWI Crusaders”, Jeffrey Miller

Hunt paints this picture of the organization of the Ouvroir: ‘The stage of the Antwerp Harmonie was piled with boxes of goods. Galleries and pit were spread with rows of sewing machines and work tables, and the cloak room was transformed into a steam and sulphur disinfecting bath, where all materials, new and old, were taken apart and thoroughly cleansed. Nine hundred girls and young women worked under supervision in the warm, well-lighted hall, while about three thousand older women were given sewing to do at home.

A group of cobblers in the hall made and repaired shoes. All these workers were paid. From the central workshop, made goods and unmade materials were sent throughout the Province; the latter to sewing circles in the villages and towns.”

Ouvroir of Antwerp, ground floor, 1915. Photo: “Heures de Détresse”
Charlotte Kellogg, née Hoffman. Photo: internet

Charlotte Kellogg: Women of Belgium
Charlotte Kellogg went to visit the workroom.
“We looked on a sea of golden and brown heads bending over sewing tables. Noble women had rescued them from the wreckage of war—within the shelter of this music-hall they were working for their lives… 1200 girls were preparing the sewing and embroidery materials for 3,300 others working at home. In other words, this was one of the blessed ouvroirs or workrooms of Belgium.
Here the whole attitude toward the clothing is from the point of view, not of the protection it gives, but of the employment it offers. Without this employment, without the daily devotion of the wonderful women who have built up this astonishing organization…. Of course, there is always dire need for the finished garments. They are turned over as fast as they can be to the various other committees that care for the destitute. Between February 1915, and May 1916, articles valued at over 2,000,000 francs were given out in this way through this ouvroir alone.”

Festive photo of sacks of flour from mills in the US and Canada. Photo: “Heures de Détresse”

Transformation of flour sacks
Kellogg did not mention whether flour sacks were transformed into clothing in the Ouvroir, probably not. However, some of the women were involved in embroidery!

The embroidery of the flour sacks in the Ouvroir caught Kellogg’s attention:

Flour sack “ABC”, scenic embroidery, “rooster on an oak branch” design Piet van Engelen. Dedicated to Mr. Herbert Hoover, Ouvroir d’Anvers. Coll. and photo: HHPLM nr. 62.4.447

“In one whole section the girls do nothing but embroider our American flour sacks. Artists draw designs to represent the gratitude of Belgium to the United States. The one on the easel as we passed through, represented the lion and the cock of Belgium guarding the crown of the king, while the sun—-the great American eagle rises in the East. The sacks that are not sent to America as gifts are sold in Belgium as souvenirs”

The workers’ reward was training in sewing and pattern design; lessons in history, geography, literature, writing and special attention to hygiene, plus a payment of 3 francs per week. Kellogg exulted: “These things are splendid, and with the three francs a week wages, spell self-respect, courage, progress all along the line. The committee has always been able to secure the money for the wages

Ouvroir of Antwerp, gallery, 1915. Photo: “Heures de Détresse”

Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem
Last week I received a message from one of the great-grandsons of Countess Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, a committee member of the Ouvroir. I had previously come into contact with Mr. van de Werve de Vorsselaer in my research into the maiden name of “Comtesse van de Werve de Vorsselaer” and her involvement in charitable committees. His great-grandmother turned out to have been very active in charity works during the war.

Countess Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Photo: coll. van de Werve de Vorsselaer

“The Countess van de Werve de Vorsselaer in question was born Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. She married Count Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) on April 23, 1877 in Mariakerke. They had two sons.
She was a member of the Congregation of the Immaculate Heart of Mary, of the Association des Mères Chrétiennes and of L’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. She was also a Knight of the Order of Leopold II with a silver star and was awarded the Commemorative Medal of the 1914-1918 War (France) and the Victory Medal. She was presented these awards due to her boundless dedication to the war wounded: she had comforted them, eased their pain and cared for them in the halls of the Antwerp Zoo, which for the occasion had been transformed into an improvised military hospital.” [6]

The message I just received from Mr. van de Werve de Vorsselaer contained a surprise. He had talked to his wife about our conversations and she remembered that his mother had given her some decorated flour sacks. To his surprise, three embroidered flour sacks had emerged, the existence of which had been unfamiliar to him.
He was so kind as to send sent me photos of the embroideries.

Embroidered flour sack ‘Ouvroir d’Anvers’

‘“Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Flour sack detail in white embroidery techniques. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

Examination of the photos made me jump for joy: one of them was embroidered in white on white: “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916 “. The original printing of the flour sack is missing, but in size it is the canvas of half a flour sack. Undisputedly a craft that originated at the Ouvroir of Antwerp!

“Flour sack”, tablecloth in white embroidery technique, English embroidery, “Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916”. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

It is a small tablecloth with floral motifs, decorated with scalloped edges throughout, executed in white embroidery techniques, the style resembles English embroidery.

Seeing as one flour sack had originated at the Ouvroir, I assume that the other two embroideries were also created there. These flour sacks have been transformed into cushion covers.

Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia

Flour sack “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, embroidered; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

The origin of one flour sack is the “Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia”, from the state Pennsylvania. The characters of the original print are embroidered in the colors red, yellow, black and red, white, blue. Some small flags have been added as patriotic decoration, as well as the years 1914-1915-1916-1917. The result is a colorful cushion cover.

American Commission

Detail flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery; Ouvroir of Antwerp. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer
Original printing “American Commission”. Coll. Hollaert. Photo: author

One flour sack originates from the “American Commission”. The original print was blue, but that color has faded. This decorated sack also features the white embroidery techniques; it looks like Italian embroidery. The contours of the characters are embroidered with white yarns. Furthermore, the flour sack has been artfully decorated with leaves and flowers.

Finally

Mr. van de Werve de Vorsselaer stated in his explanation accompanying the photos of the flour sacks that he knew of neither the existence nor the background of their collection of decorated flour sacks. He thanked me with: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Thanks to you, my children and grandchildren will know their origins.”)

Flour sack “American Commission”, white embroidery technique, Italian embroidery. Ouvroir of Antwerp; cushion cover. Coll. and photo: van de Werve de Vorsselaer

In turn, I would like to thank Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer. My research questions: who embroidered the flour sacks, where did they embroider them, what was their motivation, have received meaningful answers. Thanks to the collection of three embroidered flour sacks, the work of great-grandmother van de Werve de Vorsselaer and of thousands of other girls and women in the Ouvroir of Antwerp came back to life.


Sequels
– For the sequel see the next blog: The “Ouvroir” of Antwerp (2)

– *) I published a third blog (on February 17, 2021) about the flour sack “Rooster on oak branch at dawn” designed by the Belgian artist Piet Van Engelen and embroidered in the Ouvroir d’Anvers.
– A fourth blog on the Antwerp flour sacks: Olga Kums’ beschilderde bloemzak (Olga Kums painted flour sack).


 

[1] My thanks go to
– Mr. and Mrs. van de Werve de Vorsselaer for their information and the photos of the decorated flour sacks;
– Hubert Bovens in Wilsele for providing biographical data;
Majo van der Woude of Tree of Needlework in Utrecht for her advice on the various embroidery techniques;
Jacob Ulens, freelance historian, photographer and author. He conducted research into the premises of the Société Royale d’Harmonie. He wrote to me: “The photos of the Ouvroir were definitely taken in the Winterlokaal (Winter Hall) located in the Arenbergstraat. It was one of the largest, perhaps the largest, dance hall in Antwerp. The Winter Hall is clearly recognizable in this 3D reconstruction. ” (email message 2022.12.06)

[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915

[3] Hunt, Edward E., War Bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916

[4] Kellogg, Charlotte, Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917

Summer/Banquet Hall of the Société Royale de l’Harmonie, Antwerp, postcard. Photo: internet

5] The Royal Harmony had two locations: the Winterlokaal (Winter Hall), dance/concert hall in the city center on Arenbergstraat/Rue d’Arenberg and the Zomerlokaal (Summer Hall) on Mechelsesteenweg/Chaussée de Mailnes in the Harmonie Park, adjacent to the current King Albert Park.

The Ouvroir was definitely located in the Winter Hall; it used the Summer Hall for a short time (read: Hunt, War Bread, Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).

Count Léon van de Werve de Vorsselaer. Photo: The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history

[6] The rooms of the ZOO were made available to the Red Cross in 1914.
Count Léon van de Werve de Vorsselaer had been involved in the management of the Royal Zoological Society of Antwerp since 1902 as administrator. In 1919 he became chairman of the board, but died unexpectedly in 1920. It appears both spouses, like many prominent and noble families, had a close relationship with the famous Antwerp Zoo. Baetens, Roland, The chant of paradise. The Antwerp Zoo: 150 years of history. Tielt: Lannoo, 1993

Translate »