In mijn artikel doe ik -in woord en beeld- verslag van mijn ontdekkingen en geef historische context aan de Ieperse collectie meelzakken. Aan de orde komen: de bevoorrading van België; de Amerikaanse liefdadigheid met een grafiek van de bijdragen per staat; Madame Lalla Vandervelde, haar reis door Amerika en succesvolle oproep tot hulp voor de Belgische bevolking; voorbeelden van de Belgische liefdadigheid met een infographic waarin tientallen verkooptentoonstellingen zijn genoemd, gehouden tussen 1915-1925; het meisjesonderwijs op beroepsscholen met unieke foto’s van hun lessen; Duitse censuur op versierde meelzakken.
‘De weldaad van de meelzak’; In Flanders Fields Museum, details van kamerscherm; foto’s: auteur
Ik kom tot de conclusie dat versierde meelzakken van WO I symbool staan voor de veelvoudige weldaden, de liefdadige werken, van Belgische vrouwen en meisjes tijdens de Duitse bezetting, naast het symbool van internationale voedselhulp en Belgische dankbaarheid.
Het IFFM Jaarboek 2020 is prachtig vormgegeven door Manu Veracx. Mijn artikel beslaat 22 bladzijden en bevat 17 kleuren en 7 z/w illustraties; de Engelse vertaling is van de hand van Marc Hutsebaut, het beslaat 9 bladzijden. U kunt het IFFM Jaarboek 2020 bestellen in de webshop van het museum.
Collage van foto’s van de collectie versierde meelzakken in WO I, In Flanders Fields Museum; artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Jaarboek 2020
*) Marc Dejonckheere interviewde mij voor het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF. Het interview ‘De emotie van de meelzak’ verscheen in september 2019.
Bloemzak ‘Flour for Belgian Relief. With Kindest Christmas Greetings and Wishes for the Blessing of Peace from the people of Cheyenne County Kansas, USA. Onbewerkt, 1914. Foto en coll. IFFMDe schenker van de bloemzakken in het Documentatiecentrum van IFFM te Ieper. Foto: IFFM
‘De familie de Borchgrave uit Anzegem verzamelde en bewaarde de voorbije jaren (bewerkte) meelzakken uit de oorlogsperiode. Onlangs schonken zij die aan het museum. Drie ervan zijn prachtig geborduurd en twee hebben een Gentse connectie. Op een ervan staat een fijne kerstboodschap! ‘𝐖𝐢𝐭𝐡 𝐊𝐢𝐧𝐝𝐞𝐬𝐭 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐦𝐚𝐬 𝐆𝐫𝐞𝐞𝐭𝐢𝐧𝐠𝐬 𝐚𝐧𝐝 𝐖𝐢𝐬𝐡𝐞𝐬 𝐟𝐨𝐫 𝐭𝐡𝐞 𝐁𝐥𝐞𝐬𝐬𝐢𝐧𝐠 𝐨𝐟 𝐏𝐞𝐚𝐜𝐞.’’
De versierde meelzakken zijn een bijzondere aanvulling op de bestaande collectie van IFFM.
Bloemzak ‘BEST Alexander’s Flour’, The Alexander Milling Co., Winfield, Kansas, USA. Geborduurd, 1915/16. Coll. en foto: IFFM
Uit de foto’s blijkt dat de particuliere verzamelaar buitengewoon nauwkeurig is geweest in de bewaring van deze bewerkte en onbewerkte bloemzakken, origineel afkomstig uit de Amerikaanse staat Kansas.
En nu de bloemzakken zijn overgegaan in publieke collectie is het Belgisch erfgoed opnieuw in goede handen: ‘De weldaad van de meelzak’!
Bloemzak ‘Gold Drop’, F.M. Kaull & Sons, Glen Elder, Kansas, geborduurd, 1915/16. Coll. en foto: IFFMBloemzak ‘Excelsior’, Bison Mill & Elevator Company, Bison, Kansas, onbewerkt, 1914. Foto en Coll. IFFM
U kunt het artikel online lezen! *)
Het is het eerste wetenschappelijke artikel dat ik ken over de versierde meelzakken in WO I, gepubliceerd met vele illustratie en een vakkundig samengestelde lijst met overzicht van de collectie meelzakken in KMKG-MRAH.
In februari 2020 heb ik het voorrecht gehad onderzoek te doen in het museum. Eén dag heb ik geheel kunnen wijden aan het onderzoek van de meelzakken. Een dagdeel was ik in één van de bibliotheken en een extra dagdeel ben ik ontvangen in het archief om dossiers met originele documenten van de verkrijging van de versierde meelzakken te bestuderen.[1]
Isabella en Paul Errera. Foto: internet
Isabella Alice Goldschmidt Franchetti werd geboren op 4 april 1869 in Florence, Italië en is overleden op 23 juni 1929 in Brussel.
De Italiaanse trouwde met de Belg Paul Errera (Laeken, 23 juli 1860 – Brussel, 12 juli 1922) op 4 november 1890 en verhuisde naar Brussel. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Gabriëlle (Brussel, 2 juni 1892 – Princeton, VS, 25 augustus 1997) en Jacques (Ukkel, 25 september 1896 – Brussel, 30 maart 1977).[2][3]
Foto van Jacques en Gabriëlle Errera met hun grootmoeder Marie Errera-Oppenheim (detail) in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000
Isabella Errera-Goldschmidt verzamelde textiel. Zij had een enorme expertise op het gebied van antieke stoffen, bouwde er een collectie van op en breidde deze uit met moderne stoffen. Ze reisde in Europa en naar het Midden-Oosten om haar verzameling te kunnen uitbreiden.
Catalogue d’Étoffes
In 1901 publiceerde Isabella Errera haar eerste catalogus over de verzameling oude stoffen, waarvan zij een aantal reeds geschonken had aan het Musée du Cinquantenaire de Bruxelles (nu KMKG-MRAH). In 1905 verscheen de catalogus over oude borduurwerken, in 1907 de tweede (museum)editie van de catalogus over de verzameling oude stoffen en in 1916 de publicatie over de antieke, Egyptische, stoffen. Haar schenkingen aan het museum gingen intussen door.
Het titelblad van de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
In 1927 verscheen de derde editie van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes’[4] van het museum. Voor het onderzoek naar versierde meelzakken in WO I een interessante catalogus, omdat twee items -mét foto’s- meelzakken tonen. Het gaat om de nummers 481 en 482 in het hoofdstuk ‘XVIIIe-XXe siecle’.
Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijving van objectnummer 481 (inv. nr. Tx 1028(?)): Sac en grosse toile grise imprimée de rouge et de blue. Les inscriptions sont: Hard Wheat Flour. De la part de leurs amis Vancouver, Canada. British Columbia Patent 98 LBS. Aux héroïques Belges. Travail américain du XXe siècle. Hauteur du dessin: 0m34; largeur: 0m34.
Preté par I. Errera.
Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Nr. 482 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijving van objectnummer 482 (inv. nr. Tx 1027): Sac en toile blanche, imprimé de rouge, de vert et de noir. Les inscriptions sont: Mission Bells. Best patent Flour Port Costa Milling Co California. Packed: 49 LBS. Mission Bells. Travail américain de XXe siècle. Hauteur du tissue: 0m29; largeur: 0m30. Preté par I. Errera.
De catalogus van 1927 beschreef 785 textiliën, waarvan 693 uit de verzameling van Isabella Errera afkomstig waren. Ze had er 243 in bruikleen gegeven, de overige geschonken.[5]
De omslag van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition’ door Isabelle Errera, 1927. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijvingen bij de meelzakken kwalificeren deze als bruikleen: een eerste en vroege blijk van collectievorming van de meelzakken door een gerenommeerde stoffenverzamelaar én gepubliceerd in de catalogus van een vooraanstaand kunst- en geschiedenismuseum:
‘Elle n’hésite pas à inscrire dans les collections des Musées les cotons imprimés des sacs de farine américains distribués par l’aide alimentaire pendant la Première Guerre mondiale! (Ze aarzelt niet om in de collecties van het museum de bedrukte katoen op te nemen van Amerikaanse zakken meel, gedistribueerd vanuit voedselhulp tijdens de Eerste Wereldoorlog.)[6]
Drie dingen zijn intrigerend in de beschrijvingen:
De objecten 481 en 482 zijn wel als ‘zak’ maar niet als ‘meelzak van de periode van 1914-18’ beschreven;
De wijze en plaats van verkrijging staat niet vermeld. Er ontbreekt ‘Acheté chez…’ of ‘Acheté à …’ zodat de verkrijging door Isabella Errera blijkbaar geen ‘aankopen’ zijn geweest;
De Canadese zak heeft als kwalificatie ‘travail américain’, de catalogus maakte nog geen onderscheid tussen de landen Canada en VSA.
Foto Isabelle Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000
Legaat Isabella Errera
Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1028(?). Foto: auteur
Isabella Errera is overleden op 60-jarige leeftijd en liet in haar testament haar bruiklenen na aan het museum. Dit blijkt uit de brief van notaris Ed. Van Halteren op 13 juli 1929 aan de Belgische ‘Ministre des Sciences et des Arts’ met als bijlage het testament waarin het volgende legaat was opgenomen: ‘Je lègue en pleine propriété à l’État belge tous les objets que j’ai prêtés au Musée du Cinquantenaire …, etc. (Ik legateer in volle eigendom aan de Belgische Staat alle voorwerpen die ik in bruikleen heb gegeven aan het Musée du Cinquantenaire …, enz.)
De Minister communiceerde het bericht van het legaat via een ‘dépêche’ van 26 juli aan het Musée Cinquantenaire en vroeg om inzicht in de reikwijdte van het legaat.
Het museum zag zich plots geconfronteerd met een probleem. Welke stukken waren in bruikleen gegeven door mevrouw Errera en kwamen hen nu door het legaat toe? Hoe kon zij onderscheid maken met de voorwerpen, die reeds in bezit waren door eerdere schenkingen?
Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Detail bedrukking. Nr. 482 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1026. Foto: auteur
Monsieur le Conservateur en Chef benoemde het dilemma in een brief aan de Minister op 6 augustus: ‘Quant aux étoffes, Mme Errera n’avait jamais pris soin de nous remettre une liste de ses dépôts et comme elle avait été chargée par le Gouvernement de la gestion du Départment des textiles, il nous aurait été difficile de constater l’introduction dans les séries de pièces nouvelles.’
(Wat de stoffen betreft had mevrouw Errera nooit de moeite genomen ons een lijst van haar bruiklenen te geven en aangezien zij door de Regering was belast met het beheer van de Afdeling Textiel, zou het moeilijk voor ons zijn geweest om tot vaststelling te komen van door haar nieuw ingebrachte stukken.)
Gelukkig had Isabella Errera met de catalogus van 1927 ervoor gezorgd dat er gemakkelijk helderheid kon komen. De Minister kreeg de lijst van het legaat toegestuurd. De brief van de Conservateur en Chef vervolgde: ‘Il a donc fallu nous borner à relever dans le Catalogue d’étoffes anciennes; 3e édition 1927, les numéros désignés comme prêtés par Mme Errera. Je vous prie d’en trouver la liste ci-jointe, complétée par la désignation des broderies.
Meelzak ‘Pride of Niagara, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y.’ Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1384. Foto: auteur
Mme Crick, à qui j’ai demandé d’établir ce relevé m’écrit “la collection des étoffes léguées est particulièrement importante: elle constitue plus du quart de la collection totale des tissus du Musée et comporte des exemplaires de toutes les époques depuis le VIe jusqu’au XXe siècle; …”.’ (‘We moesten ons dus baseren op de Catalogue d’étoffes anciennes; 3e editie 1927, de nummers aangeduid als in bruikleen gegeven door mevrouw Errera. Bijgaand vindt U de opgestelde lijst, aangevuld met de lijst van borduurwerken. Mevrouw Crick, aan wie ik vroeg om deze opstelling te maken, schrijft mij “de collectie van de nagelaten stoffen is bijzonder belangrijk: deze vormt meer dan een kwart van de totale collectie stoffen van het museum en omvat exemplaren van alle tijden sinds de VIe tot de XXe eeuw;” ‘)
Meelzak ‘White Rose, The Hadley Milling Co. Olathe, Kansas’. Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1341. Foto: auteur
De lijst van mevrouw Marthe Crick-Kuntziger (Luik, 2 april 1891 – Brussel, 30 mei 1963), kunsthistorica, sinds 1921 werkzaam bij het museum, bevatte de twee gecatalogiseerde meelzakken, want zij vermeldde onder I. ÉTOFFES. Voir Is. Errera: Catalogue d’étoffes anciennes et modernes.; Bruxelles 1927. (3e-édition). Nos ……481, 482, ……
Bovendien blijkt uit de lijst dat twee geborduurde meelzakken ook tot het legaat behoorden. Onder II volgde ‘la désignation des broderies’, waarin twee nummers met een ‘sac américain brodé’. De lijst vermeldde:
II. BRODERIES… 94 – Sac américain brodé. (guerre 1914-18.) 95 – Tablier formé d’un sac américain brodé (id.) …..
Analyse van de indexnummers van de versierde meelzakken in de museumcollectie leidden me naar de twee geborduurde meelzakken welke tot het legaat hebben behoord:
* Nummer 94: De meelzak ‘Pride of Niagara’ van de maalderij Thompson Milling Co., Lockport, New York (inv. nr. Tx 1384);
*Nummer 95: Het schortje gemaakt uit de meelzak ‘White Rose Flour’ van de maalderij The Hadley Milling Co., Olathe, Kansas (inv. nr. Tx 1341).[7]
Omslag van het Bulletin Musées Royaux d’Art et d’Histoire, maart 1933. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
Jacqueline Errera-Baumann Het museum kwam vier jaar na het overlijden van Isabella Errera in het bezit van een aanzienlijk aantal meelzakken door de schenking van Mme Jacques Errera, de schoondochter van Isabella Errera.
Jacqueline Julie Errera-Baumann, geboren op 13 januari 1901 in Illkirch, Alsace, Frankrijk, overleden op 20 februari 1960 in Brussel. Zij trouwde met Jacques Errera rond 1920/22. Het echtpaar kreeg een dochter, Muriel (Parijs, 17 juni 1924 – Brussel, 21 juni 2008) en een zoon, Paul (Laeken, 9 mei 1928 – Woodbridge, VS, 14 april 2010).
Jacqueline was een beeldhouwster en schilderes, opgeleid in Parijs, zij was in de leer bij Emile-Antoine Bourdelle.
Jacqueline deed de schenking van een serie meelzakken in februari 1933.
De Conservateur en Chef van het museum schrijft op 18 februari 1933 aan Madame Errera, 14 Rue Royale, Bruxelles: “J’ai l’honneur de vous accuser réception du lot de sacs américains que vous m’avez fait remettre. Je vous remercie de cette nouvelle marque de l’interêt que vous portez à nos collections et qui vient enrichir de maniere intéressante nos séries documentaires de l’histoire de la période de guerre 1914-1918.” (‘Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van de partij ‘Amerikaanse zakken’ die u mij hebt aangeboden. Ik dank u hartelijk voor deze nieuwe blijk van interesse in onze collecties die op interessante wijze de geschiedenis van de oorlogsperiode 1914-1918 aanvult en documenteert.’)
Verzoek aan Mlle Calberg te rapporteren over de schenking van Jacqueline Errera-Baumann, 22 februari 1933. Archief KMKG-MRAH. Foto: auteur
Op 22 februari 1933 vroeg Jean Capart, Le Conservateur en Chef, via een intern memo aan Mademoiselle Calberg om rapport uit te brengen over het aanbod van de schenking van Madame Errera.
Op 1 maart rapporteerde Mlle Calberg: ‘Madame Errera offre en don à nos Musées un lot de 56 sacs américains en toile imprimée de la periode de guerre 1914-18. Le genre est déjà représenté dans nos collections par quelques spécimens faisant partie du legs Isabelle Errera. La série serait donc heureusement complèté par le lot important qui nous est présenté. J’estime qu’il y a donc lieu d’en accepter le don.’
(Madame Errera biedt aan onze musea een schenking aan van een partij van 56 Amerikaanse meelzakken van bedrukte stof uit de oorlogsperiode 1914-18. Het genre wordt in onze collecties al vertegenwoordigd door enkele exemplaren die deel uitmaken van het legaat Isabelle Errera. Deze exemplaren zullen dus hopelijk aangevuld worden met de belangrijke partij die ons nu wordt aangeboden. Ik ben van mening dat er voldoende reden is om de schenking aan te nemen.)
Het museum publiceerde in haar Bulletin van maart 1933 onder ‘Nouveaux Dons’ (nieuwe schenkingen) het bericht ‘Nos collections de broderies modernes se sont accrue d’un lot de sacs américains (1914-1918) offert par Mme Jacques Errera’.
En zo kwamen de 56 meelzakken van WO I, geschonken door Jacqueline Errera-Baumann, terecht in de sectie (moderne) borduurwerken van het museum.
Ik geef een overzicht van deze 56 meelzakken.
Allereerst: een zak bleek een rijstzak met rood, wit, groene bedrukking, dus zal ik die niet meerekenen in de aantallen van de collectie.
De twee bewerkte meelzakken “Russel’s Best’ en ‘Vigor’ zijn op gelijksoortige wijze geborduurd, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2604 en Tx 2605. Foto: auteur.
Daarmee komt de serie meelzakken die door Jacqueline Errera-Baumann geschonken zijn op 55:
– Onbewerkt: 52;
– Bewerkt: 3.
Meelzak ‘Perfect, Gem State Roller Mill & Ele. Co. Ucon, Idaho’ met tekening van Godefroid Devreese, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur.
Herkomst van de meelzakken: Canada: 2 en Verenigde Staten 53.
Samenvatting De museumcollectie is verkregen door:
1) Legaat Isabella Errera-Goldschmidt in 1929: 4 stuks
2) Schenking Jacqueline Errera-Baumann in 1933: 55 stuks
Totaal 59 meelzakken, waarvan 54 onbewerkt en 5 bewerkt (vier geborduurd, één met tekening). De herkomst van de meelzakken is drie uit Canada, 56 uit de VS.
De interessante vragen die volgen zijn: hoe en wanneer hebben Isabella en Jacqueline Errera hun respectievelijke collecties meelzakken destijds verkregen? Welke verzamelcriteria zullen zijn gehanteerd? Genoeg reden voor verder onderzoek en nieuwe blogs.
Onderzoek van de collectie meelzakken in Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, februari 2020. Foto: auteur
*) Toelichting op de online publicatie van het artikel van Professor Delmarcel:
Lezingen op zondagochtend. Intellectueel uit de veren. 30 november 2014, KMKG-MRAH
Professor Delmarcel schreef mij in februari 2023: “Het artikel is een van de zeldzame artikels die ik ooit geschreven heb buiten mijn eigenlijk vakgebied, het Vlaamse wandtapijt.
Voedingskomiteit Tessenderloo, Limburg. Foto publicatie Ina Ruckebusch, Patakon, juni 2014. Collectie Amerikaanse ambassade, Brussel
De aanzet voor mij was de herdenking van WO I in 2014, en bijzonder het boek van mevrouw Sophie De Schaepdrijver over België in de Groote Oorlog…. en de verhalen hierover van mijn grootmoeder en van mijn vader (°1910) zaliger. Mijn grootmoeder is geboren in Tessenderloo, uit haar archief komt de bijgaande foto.
Aan mijn correspondentie met die lokale bloemmolens, of de plaats er van, heb ik heel leuke herinneringen… meestal is de directeur van de lokale bibliotheek ook de historica/cus van dienst, en de meest info kwam uit de lokale kranten…… een bron die ik in de studie van oude wandtapijten nooit tegenkwam.
Ik had eertijds te veel werk om ook het artikel meer te verspreiden. Mocht u dat willen doen, dan is het welkom, als u het foto-copyright van het museum vermeldt.” Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126
[1] Mijn hartelijke dank aan de medewerkers van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. De dames De Meûter, Cooremans, De Ruette en Hanssens hebben mij gastvrijheid geboden voor mijn onderzoek. In de aanloop naar mijn bezoek verschaften zij steeds opnieuw informatie. Dankzij hun voorbereidingen heb ik mij ter plaatse volledig aan de studie van de meelzakken, documenten en boeken kunnen wijden. Ik ben hen bijzonder erkentelijk!
[2] Mijn hartelijke dank aan Eric de Crayencour, Ondervoorzitter van de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving voor het bijeenbrengen en toezenden van de uitgebreide informatie en data over de familie Errera, hun verblijf in Ukkel en de nalatenschap van Isabella Errera; juli 2020
Dit blog vertelt het verhaal van de kanten bloemzak van Tielt.*)
Deze bijzondere meelzak trekt verrassende draden tussen de geschiedenis van de versierde meelzakken en het zogenaamde oorlogskant, ‘War Lace’, gemaakt in WO I.
Maria Impe-Gauquie, links op de foto, Hector Impe, rechts op de foto, circa 1915. Foto (detail) uit boek: ‘Het Nationaal Hulp-en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018
De kanten leggen de relatie met het leven van het echtpaar H. Impe-Gauquie in Tielt, provincie West-Vlaanderen. Maria Gauquie en Hector Impe trouwden vandaag precies 130 jaar geleden.
De versierde bloemzak in Palo Alto, Californië Deze met kanten versierde bloemzak bevindt zich in de collectie van de Hoover Institution Archives (HIA) in Palo Alto, Californië op de Stanford University. De meelzak is daar zorgvuldig opgeborgen.
Gelukkig zijn er prima foto’s van het kantwerk beschikbaar dankzij de tentoonstelling ‘From Aid to Art. Decorated Flour Sacks from World War I’, gehouden van 7 januari tot 1 maart 1987 in The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Gastconservator Carole Austin legde een uitgebreid dossier aan, dat ik van haar kreeg toegestuurd. Enkele fraaie kleurendia’s zijn daardoor in mijn bezit.
Carole stuurde me ook ‘A Report’, Fall 1986, de begeleidende krant in zwart-wit, die diende als catalogus bij de tentoonstelling. Centraal op de voorpagina staat de foto van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’: ‘Fine Belgian lace sewn over a flour sack’.
Het kanten object bestaat uit twee delen, een Belgisch met rode ondergrond (links) en een Amerikaans paneel met blauwe ondergrond (rechts).
Het linker, ‘Belgische’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op rode ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur
* De voorstelling op het Belgische deel is divers. Een dubbele hoorn van overvloed bijeengehouden door een blauw ‘lint’, is gevuld met rijk dragende graanhalmen en omringt een gekroond wapen met drie sleutels. Het schild hangt aan een lint dat zich strikt in de twee bovenhoeken en versierd is met bloemen. Het middenstuk is een medallion met Griekse rand waarbinnen een cherubijntje een vlinder toezwaait die met een brood komt aan fladderen. De tekst luidt: ‘Stad Thielt – België – Hulde aan America – 1914/1915’. Onder het medallion twee gekruiste lauwertakken waarin een gekroond wapen met staande leeuw en de tekst ‘Eendracht maakt macht’.
Het rechter ‘Amerikaanse’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op blauwe ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur
* Het Amerikaanse deel toont het Vrijheidsbeeld, omringd met hangende takken, waaraan bloemen in de vorm van vijfpuntige sterren. Het beeld staat op een sokkel voorzien van een medallion met dertien sterren. De sokkel wordt gedragen door de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels, op de borst een rood-wit-blauw gestreept wapenschild en in de klauwen een lauwertak, resp. een bundel pijlen. In zijn bek houdt de adelaar een krullende banier vast met de tekst ‘E Pluribus Unum’.
* De afmeting van het geheel is h. 76 cm, br. 85 cm (30 x 33,5 inches).
De randen zijn omzoomd en voorzien van sierband, het Belgische deel in de kleuren rood, geel, zwart; het Amerikaanse deel in de kleuren rood, wit, blauw.
Bloemzak ‘Zephyr’ “Is de drager van de kanten voorstelling een meelzak?” vroeg ik me af.
Het medallion op het linker, Belgische, deel legt inderdaad de relatie met de meelzakken van WO I.
De collectie van het Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH) in Brussel bevat een onbewerkte meelzak ‘Zephyr’ van de maalderij Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas. Professor Delmarcel beschrijft in 2013 de meelzak: ‘De Bowersock Mills Company in Lawrence, Kansas, koos voor een meer intellectuele logo. Hun merknaam ‘Zephyr’ wordt in beeld gebracht door een kleine gevleugelde genius die een brood toevertrouwt aan een vlinder, een wat ver gezochte allegorie van de antieke godheid Zephyrus als wind van de lente.’[1]
Een allegorie op de Griekse god ‘Zephyrus’, de god van de Westenwind!
‘De Geboorte van Venus’, Sandro Botticelli, ca 1483, Galleria degli Uffizi, Florence. Foto: website Art Salon Holland
De Italiaanse Renaissance schiet in mijn herinnering: Sandro Botticelli schilderde ‘De Geboorte van Venus’ waarbij de godin Venus staande in haar schelp aan land wordt geblazen door de god Zephyr.
Het medallion met cherubijn, vlinder en brood omringd door zonnestralen binnen de Griekse rand komt exact overeen met de afbeelding van het kant. Waar de merknaam ‘Zephyr’ stond afgedrukt op de originele meelzak zijn de woorden ‘STAD THIELT’ in de plaats gekomen. Op de plaats van de naam van de maalderij werd de tekst ‘Hulde aan America’ aangebracht.
Belgisch kant Carole Austin prijst in haar catalogus van 1986 het kant op de bloemzak als een van de mooiste versieringen: ‘Perhaps the finest piece in all of the collections is a double panel entirely covered with fine Belgian lace’.
Dit kant is na de creatie gefotografeerd voordat het op de bloemzak bevestigd werd, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van TieltFoto gemaakt voordat de kanten bloemzak geschonken is aan de Amerikaanse weldoeners, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Dat de creatie tijdens de Groote Oorlog ook in Tielt, provincie West-Vlaanderen, indruk heeft gemaakt blijkt uit de archieven van de Heemkundige Kring de Roede van Tielt. Onderzoeker en auteur Paul Callens vond in de bibliotheek historische foto’s van beide panelen. De foto’s zijn vermoedelijk genomen voordat de kantwerken naar Amerika zijn verzonden. Het kant van het linkerpaneel heeft op de foto nog geen rand. De foto zal dus genomen zijn voordat het kant aan de meelzak is bevestigd.
Paul Callens zocht enkele passages in het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’[2] over kant en kantwerksters voor me op. ‘Kantwerksters: In het begin van Juni 1915 werd door eenige edelmoedige en bereidwillige Juffers onzer gemeente onder de leiding van de E. Heer Cortij, het werk der kantwerksters ingericht. Eene aanvraag tot aanvaarding aan het Nationaal Komiteit van Brussel gedaan werd goedgekeurd en het werk nam zijnen aanvang met 18 kantwerksters. Sinds is dit getal geklommen tot 51, waarvoor een totaal hulpgeld tot op 1 mei is ontvangen van fr. 3200. Het daarop ingezonden kantwerk bedraagt fr. 2857,15. Onnoodig te zeggen dat deze nuttige inrichting het zijne heeft bijgebracht tot leniging van den nood onzer werkersbevolking en kleine burgerij.’
Borduur/kantwerk ‘De Stad Iseghem aan Amerika. Hulde van Dankbaarheid, 1914-1915’, coll. HHPLM. Foto: Mauro CallensKantwerk ‘Dankbare Hulde Beveren bij Roeselare’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
Het Werk der kantwerksters In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library – Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa bevinden zich meerdere kant- en borduurwerken uit Tielt en omgeving.
Recente foto’s uit de collectie kreeg ik toegestuurd en zijn gemaakt door Mauro Callens, de zoon van Paul, die samen met zijn moeder en zijn vrouw, in oktober 2019 een bezoek bracht aan het museum. Zij werden ontvangen door conservator Marcus Eckhardt, die hen meer stukken in de collectie liet zien, dan een gewone bezoeker te zien zal krijgen.
De adelaar met schild en banier in de bek. Detail borduurwerk ‘Stad Iseghem’, coll. HHPLM. Foto: Mauro CallensDe adelaar met schild en banier in de bek. Detail kanten bloemzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur
En dat leverde voor het onderzoek van de kanten bloemzak van Tielt interessante informatie op.
Een fijn wit borduurwerk met kanten rand uit de stad Izegem bevat het beeld van de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels en baniertekst ‘E Pluribus Unum’, zoals ook op het ‘Amerikaanse paneel’ is afgebeeld. Dit geeft er blijk van dat er binnen de kringen van borduursters en kantwerksters uitwisseling zal zijn geweest van patronen.
Twee geschenken uit Tielt Nog een passage uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’: ‘Onze kantwerksters hebben twee prachtige geschenken afgemaakt voor onze Amerikaansche weldoeners en een voor onze Spaansche weldoeners. Die geschenken wierden bekostigd door vrijwillige giften op de gemeente.’ Het lijkt erop dat de kantwerken op de bloemzak(ken) de twee geschenken voor de Amerikaanse weldoeners zijn geweest!
Signering ‘H Impe Gauquie Thielt’. Foto: Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Maria en Hector Impe-Gauquie Beide delen van het kantwerk zijn gesigneerd in de linkerbenedenhoek met dezelfde naam.
Als men de naam niet weet is het wel wat raden voor de naam.
‘H IMPE GAUQUIE THIELT’.
Paul Callens ontcijferde de kanten tekst. Tegelijkertijd vond hij een foto van de voedselbedeling in Tielt waarop de heer en mevrouw Hector Impe-Gauquie beiden staan afgebeeld! De foto is bij hen thuis gemaakt, Tramstraat 36 in Tielt. Hector Impe blijkt de voorzitter van het Voedselcomiteit.
Foto met bijschrift uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018
Genealogische gegevens die ik van het echtpaar heb gevonden, zijn:
– MARIA JOSEPHA GAUQUIE, geboren op 28 augustus 1867 in Izegem, West-Vlaanderen.
Haar ouders waren Charles Gauquie (geb. 1822) en Henrica Meersseman (geb. 1823).
– HECTOR JOSEPH MARIE IMPE, geboren op 11 november 1862 in Izegem. Zijn ouders waren Franciscus Impe (overl. 1864) en Theresia Coleta Hoornaert (overl. 1868).
Het echtpaar Maria Gauquie en Hector Impe trouwde op 15 juli 1890 in Izegem. Vandaag 130 jaar geleden.
In het bijschrift van de foto is de vermelding van de naam van Hector Impe als ‘Hector Impe-Gauquie’, terwijl zijn vrouw staat vermeld als ‘Mevr. Hector Impe’. Dat brengt me bij de duiding van de naam ‘H. Impe-Gauquie’ in het kantwerk. De familie Impe-Gauquie zal geld geschonken hebben aan de gemeente waardoor kantwerksters de panelen hebben kunnen maken, waarna ze cadeau zijn gedaan aan de Amerikaanse weldoeners.
Oorlogskant/War Lace
‘Hommage à l’Amérique – La Belgique Reconnaissante, 1914 1915’, oorlogskant, ‘War Lace’, detail met het Amerikaanse schild, omringd door bloemen en vlinders. Collectie Lace Museum, Sunnyvale, Ca. Foto: auteur
Deskundigen bevestigden mij dat de kanten bloemzak van Tielt te beschouwen is als ‘oorlogskant – War Lace’. Zo zijn via deze speciale versierde meelzak draden getrokken tussen het werk van de kantwerksters en het werk aan de versierde meelzakken in WO I.
Lees ook: ‘Textile Remembrance’ van Geert, blogger van ‘Living Fabrics’.
Dank
Mijn hartelijke dank gaat uit naar Carole Austin, Paul en Mauro Callens, André Bollaert, Marcus E. Eckhardt en Evelyn McMillan voor het verschaffen van informatie, toesturen van foto’s en teksten! Ook dank aan Kantcentrum Brugge.
Uit: JULIEN VERBRUGGE, Kant in het Tieltse. De Roede van Tielt, maart 1983. Het foto-bijschrift verdient correctie. De bloemzak bevindt zich in de VS in Palo Alto, Californië. Of er een tweede exemplaar in een privéverzameling is, is mij niet bekend.
[2] Paul Callens heeft samen met Luc Neyt het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’ van Fons Das afgewerkt. Familiekunde Vlaanderen, Regio Tielt, 2018
[3] McMillan, Evelyn, – Gratitude in lace: World War I, famine relief, and Belgian lacemakers. PieceWork Magazine: May/June 2017, 10-15 – Subversive lace. PieceWork Magazine: May/June 2018, 8-15 – War, lace, and survival in Belgium during World War I. PieceWork Magazine: Spring 2020, 46-51
Literatuur:
– Cooreman, Ria, McMillan, Evelyn, Belgische Oorlogskant 1914-1918. De collectie van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Brussel: Snoeck/KMKG, 2024
– Wiertz, Wendy, War Lace. Vrouwen, voedselhulp en vaderlandsliefde in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Antwerpen: Kanselarij Phoebus Foundation vzw, 2022
Twee jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.
In het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontdekte ik het bestaan van de zakken. TRC heeft één in België geborduurde, Canadese meelzak in de collectie, hen geschonken door de verzamelaar Pepin van Roojen. Waarschijnlijk kocht hij het borduurwerk eens op een antiekmarkt of vintagekledingwinkel in Colorado of Texas in de VS.
“Waar zou ik in België geborduurde meelzakken kunnen bekijken?”, was mijn vraag. “Zouden musea en openbare collecties de zakken bewaren en tentoonstellen?”
Met deze vraag stuurde ik e-mails rond op basis van gegevens van internet en ontving enkele positieve reacties. De informatie groeide en groeide. Uiteindelijk leidde het tot het samenstellen van een lijst met musea en cultuur-historische instanties met collecties versierde meelzakken, die ik publiceerde onder ‘Musea’.
Ook ontving ik gegevens van particuliere verzamelaars.
Bij het schrijven van het blog ‘Vlaamse Topstukken, cultureel erfgoed’ viel me op dat de samenstellers van de Topstukkenlijst in 2016 enkele versierde meelzakken toevoegden aan de lijst met de motivering: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’ Het woord ‘weinig’ intrigeerde me.
Wat me vervolgens intrigeerde was het opnemen in de Vlaamse Topstukkenlijst van meelzakken, enerzijds in publiek bezit (in 2014), anderzijds in privébezit (in 2016).
Nieuwe vragen doemden op: ”Hoeveel zakken zijn er dan? Zou het relevant zijn om het onderscheid te maken in publieke en particuliere collecties?”
De stimulans tot verder onderzoek was geboren.
Dankzij de medewerking van velen die mij informatie verstrekten, heb ik gegevens over de huidige Belgische collecties versierde meelzakken in WO I kunnen samenbrengen. Inmiddels heb ik negen publieke collecties en twee privécollecties persoonlijk en ter plaatse kunnen bestuderen. Zo zijn ruim 170 meelzakken door mijn handen gegaan.
In dit blog presenteer ik de kerncijfers van mijn huidige onderzoeksresultaten.
Register van Meelzakken WO I De verwerking van de gegevens van de meelzakken vroeg om een methodiek. Om tot optelling en vergelijking van meelzakken en collecties te komen was een spreadsheet nodig. De zakken waren in oorsprong transportverpakkingen, daarom heb ik de indeling van het spreadsheet logistiek bepaald: plaats van origine, vervoer per schip, plaats van ontvangst en leging, plaats van bewerking en plaats van huidige bewaring.
Zo heb ik een ‘Register van Meelzakken WO I’ gevuld met de gegevens van de meelzakken die mij tot nu toe bekend zijn.[1]
Het Register biedt de mogelijkheid om te filteren. De cijfers van de Belgische collecties kan ik eruit lichten: ik tel op dit moment 14 publieke en 13 privécollecties. Het aantal meelzakken in deze collecties is 235.
Belgische publieke en privécollecties 2020 De veertien publieke en dertien privécollecties bevatten gezamenlijk 235 meelzakken, waarvan 65% (152 zakken) in de publieke en 35% (83 zakken) in de privécollecties.
Enkele particuliere verzamelaars staan ervoor open om hun bezit in bruikleen te geven voor tentoonstellingen, waardoor er de afgelopen jaren heel wat meelzakken voor het publiek te zien zijn geweest. De meelzakken in Bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem en het Erfgoedhuis Nazareth zijn in langdurige bruikleen gegeven uit de collectie van Frankie van Rossem.
Onbewerkte en bewerkte meelzakken Het onderscheid tussen onbewerkte en bewerkte meelzakken voor verzamelingen meelzakken in WO I is een essentieel kenmerk. In mijn blog ‘Rosabel in het War Heritage Institute’ heb ik dit uitgewerkt.
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren, katoenen zakken met originele bedrukking van letters, logo’s, beeldmerken en stempels.
Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.
Van de 235 meelzakken in Belgische collecties zijn er 102 onbewerkt en 133 bewerkt.
De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:
Onbewerkte meelzakken De publieke collecties bevatten met 90% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 10% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.
Van de onbewerkte meelzakken in de publieke collecties bevindt zich 90% in musea in het Jubelpark in Brussel. KMKG/MRAH bewaart een collectie van voornamelijk onbewerkte meelzakken, misschien al tijdens de bezettingsjaren 1914-18 samengesteld door mevrouw Isabella Errera.
Het Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie, waarvan sommige door de tand des tijds zijn aangetast, maar evengoed interessante informatie opleveren.
Bewerkte meelzakken Van de bewerkte meelzakken is 45% in publiek bezit en 55% in privébezit.
Volgens mijn huidige gegevens bevatten de particuliere verzamelingen dus méér bewerkte meelzakken dan de museale collecties. Vanuit dit oogpunt is het betekenisvol dat de Vlaamse lijst van Topstukken meelzakken, zowel uit een publieke als een privécollectie, vermeldt.
Hardop denkend over deze cijfers lijkt een verklaring voor de hand te liggen. Een aantal particulieren heeft door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaart deze als familie-erfgoed. Andere verzamelaars zijn al jaren actief met het bezoeken van markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze een verzameling opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan publieke instellingen vindt druppelsgewijs plaats.
De bewerkingen Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.
In absolute aantallen is de verdeling:
In publieke collecties is 20% van de meelzakken beschilderd en 90% geborduurd.
In privécollecties is 40% van de meelzakken beschilderd en 60% geborduurd.
De 21 beschilderde meelzakken in de verzameling van Gerard Hollaert vormen hiervan de hoofdmoot.
De herkomst van de meelzakken De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. is weggeknipt. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die in publieke collecties abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. Zie het blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent’. De zakken zijn lokaal gemaakt tijdens WO I, als verpakking van hulpgoederen voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.
In absolute aantallen is de verdeling:
80% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, ruim 10% is afkomstig uit Canada en van 5% is de herkomst onbekend.
De top van de stapel is zichtbaar De presentatie van kerncijfers toont aan dat het onderzoek geleid heeft tot antwoorden op mijn vragen. Met elkaar werkend zijn honderden meelzakken tevoorschijn gekomen in België. De duiding ‘weinig’ van de Topstukkenlijst heeft cijfermatige invulling gekregen. Mede dankzij de bescherming van versierde bloemzakken als Vlaams Topstuk is extra aandacht gevestigd op het unieke cultureel erfgoed.
Toch lijkt mij toe dat het karwei nog zeker niet is geklaard. In een aantal Belgische steden en provincies zijn geen collecties versierde meelzakken geregistreerd waar ik ze wel zou verwachten. Op plaatsen waar ze wel zijn geregistreerd duiken nieuwe vondsten in collecties op.
Ik trek als conclusie dat de top van de stapels meelzakken van WO I in Belgische collecties zichtbaar is gemaakt.
[1] Met deskundig advies en werk van een jong team van dataverwerkers is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen. Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats.
I spent this past May reading and browsing the archive of The British Newspaper Archive. In collaboration with The British Library, this platform provides access to the largest online collection of British and Irish historical newspapers. The archive also contains some Canadian newspapers.
The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), Monday, August 10, 1914
“Million bags of flour from Canada” You can imagine my surprise when I came across a collection of English and Irish articles in August 1914 with the headline: “MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA”. A million bags of flour from Canada?!
The Scotsman, August 10th, 1914
The newspapers reported on the Canadian government’s donation to the people of the United Kingdom during the first weeks of the war.
“The Board of Trade announces that the following telegraph communicatons have passed between the Duke of Connaught, Governor-General of Canada, and the Secretary for the Colonies: “I am desired by my Government to inform you that the people of Canada, through their Government desire to offer one million bags of flour of ninety-eight pounds each as a gift to the people of the United Kingdom, to be placed at the disposal of His Majesty’s Government, and to be used for such purposes as they may deem expedient. This size is most convenient for transportation. The first shipment will be sent in about ten days, and the balance as soon as possible afterwards. – ARTHUR.” Received 6.40 A.M., 7th August. Reply sent:
-“12.45 P.M. 7th August. Your telegram, 6th August. His Majesty’s Government accept on behalf of the people of the United Kingdom with deep gratitude the splendid and welcome gift of flour from Canada, which will be of the greatest use in this country for the steadying of prices and the relief of distress. We can never forget the promptitude and generosity of this gift and the patriotism from which it springs. – HARCOURT”[i]
The first bags of flour were readied in the Canadian mills on August 20th. On September 9th, 1914, 50,000 bags of flour had already arrived in Liverpool. Each bag was printed in color with large letters “FLOUR. CANADA’S GIFTʼ.
The first load of 50,000 bags of flour has arrived in Liverpool on an “Allan Liner” and is stored in a warehouse. The Daily Citizen, September 14th, 1914
The background of the impressive donation turned out to be considerations of financial nature. “In the work of financing the exports of grain and flour from Canada, the arrangement completed by the Bank of England, under which the Canadian Minister of Finance has become the depository of important gold reserves which otherwise would have been shipped across to England, is of high importance, as the large sums paid into the Treasury at the Canadian capital can be paid out to exporters of produce from the Dominion. The effect of this will be to relieve the financial tension considerably.”[ii]
Another message explained, in my words, the dual purpose of controlling bread prices and the ability to come to the aid of the poor.
“What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.”[iii]
Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with “Canada’s Gift of Flour” on October 5th, 1914. Still from film clip “Riversdale”, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914
The bags of flour were mainly stored in the ports of London and Liverpool.
Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with a portion of the Canadian gift of flour to Great Britian. Dublin Daily Express, October 6th, 1914
But the ports of Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin and Belfast also had flour from the Canadian donation in storage. The Port Authorities had undertaken to warehouse the gift of flour as long as necessary without charge. The Food supply management was entrusted to the Local Government Board, which was to establish a method for distributing flour to the population; it turned out to be an issue that had not yet been decided. The total value of the donation was estimated at half a million pounds sterling.
Film footage of the unloading of bags of flour in the British port of Cardiff has been preserved in the historical Reuters collection and is available online at “British Pathé”. The steamship Riversdale from Sunderland came from Montreal, Canada, and docked in Cardiff in October 1914. The title of the 30-seconds film clip is “Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour.”
Unloading of flour bags from steamer Riversdale in Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914
“Canada’s magnificent gift to this country of 1,000,000 bags of flour will come in the main to London and Liverpool. Its care will be taken over by the Relief Committee of the Local Government Board and the Regulation of Food Prices Committee of the Board of Trade. At present no decision has been reached as to the exact method by which the gift is to be utilized. The approximate value of the flour at wholesale prices is £ 500,000. The Port of London Authority and the Mersey Docks and Harbour Board have undertaken to warehouse it as long as necessary without charge.”[iv]
Unloading of flour bags from steamer Riversdale, Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914
Donations from the Canadian provinces Canada provided more gifts. The Canadian provinces donated food and fuel. Alberta donated 500,000 bushels of oats, Quebec, the French-speaking province, 4,000,000 lbs of locally made cheese. Nova Scotia donated 100,000 tons of coal. British Columbia contributed with 25,000 cases of canned salmon and New Brunswick 100,000 bushels of potatoes. Ontario’s gift was £ 100,000 to be spent with them by the British government as needed.[v]
Manitoba’s Gift
Flour sack “Manitoba’s War Gift to Imperial Government. 50,000 Bags No 1 Flour made from Manitoba Hard Wheat”, 1914. Sunset Manufacturing Co. Ltd. Coll. Canadian War Museum, Ottawa, OntarioSouvenir Flour Sack “Manitoba’s War Gift”. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada
The province of Manitoba donated flour to the Motherland: “MANITOBA’S GIFT.The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.“[vi]
“The Government of Manitoba has awarded the contracts for its gift of flour to all the principal mills at a cost of 2 dollars 90 cents and lower. The flour is the finest the province produces and will be rigidly inspected. It will be ready by October 20th. – Press Association War Special”[vii]
“Bags are sold for 5 shillings each” My surprise at the one million bags of flour from Canada increased as I read a letter from a housewife in Dundee, Scotland. Immediately after the first report of the donation of one million bags of flour to the United Kingdom, she had an idea for the use of the empty flour bags. She wrote a letter to the local newspaper on August 25th.
“Flour Bag Souvenirs”, suggestion of a Dundee Housewife, Scotland. The Courier, August 28th, 1914
“Every housewife knows what a great many useful things can be made out of flour bags, and one of the gift bags would be a lasting souvenir of this great war…” DUNDEE HOUSEWIFE August 25, 1914”[viii]
The suggestion has to have been embraced with enthusiasm and broad support, because from mid-September on, the newspapers published a stream of calls to subscribe to the sale of flour bags. The proceeds went to charity.
The sacks are all marked ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Photo: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. London, John Heywood Ltd., 1915
‘CANADA’S GIFT Sacks to be Sold at 5/- Each. Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’ Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.‘[ix]
Sales offer and suggestions how to use the emptied Canadian flour sacks. Evening Despatch, October 31st, 1914
Next an informative article appeared about the sale of the empty flour sacks. Its headline was “CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.“[x] For interested parties, 10,000 empty flour sacks became available starting December 9th, 1914. The specification of the sacks was as follows: 98 lbs sacks, made of gray calico (sturdy fabric of unbleached cotton). Dimensions were 36 inches high and 18 inches wide, or cut open, 36 inches wide. One side of the sack read in colored large print letters “FLOUR. CANADA’S GIFT.”
Lovers of the flour bags made suggestions for use. The material could be embroidered and cushion covers could be made. In particular, it was mentioned that Red Cross hospitals could use it to make their cushion covers, and even mattress covers for cots. Some wanted to hang a flour sack at their political club, another club or in schools. The suggestion was to make a copy available to all museums. With the approaching Christmas season, the idea arose to designate the bags as “Christmas gift bags”. And a very ingenious housewife planned to cut up her flour sack to prepare her Christmas puddings.
In December, a Canadian newspaper concluded with the headline “Selling the Sacks. How Canada Achieved a Double Purpose.”: “Thus, Canada has benefited the Motherland two-fold by her generous contribution. Not only has she helped to feed England, but she has also, by this gift, helped to swell those two very deserving funds (the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund) now so prominently before the public.”[xi]
This Canadian newspaper article incorrectly mentions “empty sacks which had contained the Canadian gift flour for Belgians”. This should have been “the Canadian gift flour for Britain, the Motherland”, December 8, 1914
Marking Ultimately, only 1,500 bags of the 10,000 bags made available were sold for charity in England. (La métropole d’Anvers paraissant provision à Londres, January 21, 1915)
Chester Chronicle, December 26th, 1914
On December 26th, 1914, the shipment of empty flour bags to the buyers had started. The marking of each bag was: “N.R.F., B.R.F., 1914” as proof that the proceeds from the sale were destined for the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund.[xii]
Sheffield Within a month, two photos of a decorated Canadian flour sack appeared in Sheffield newspapers. The canvas bears the stamp “NRF, BRF, 1914”. A lady from Sheffield made the cushion.[xiii]
Decorated Canadian flour sack, “Bulldog on “Scrap of Paper”, cushion made by a lady in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, January 23rd, 1915
The first picture showed a flour sack transformed into a cushion. The pen drawing shows a bulldog – symbolizing Great-Britain-, in the dog’s mouth the British flag. The dog is sitting on a piece of paper, next to it is written “Scrap of Paper”.
“Scrap of Paper”
British poster with a call to enlist based on the honorary promise of the British Empire to protect Belgium. Coll. Canadian War Museum
The drawing refers to the Treaty of London of 1839, the definitive international recognition of Belgian independence and the establishment of the borders between Belgium and the Netherlands. The United Kingdom, France, Austria, Prussia and Russia signed the treaty, guaranteeing the neutrality and security of Belgium.
When the Germans invaded Belgium on August 4, 1914, violating its neutrality, the British stood by their guarantee and declared war on the German Empire. The British ambassador had informed the German chancellor that the UK would declare war on Germany in the event of a breach of Belgium’s neutrality. The Chancellor responded that he couldn’t believe the UK would declare war because of “un chiffon de papier” (“a scrap of paper”).
Indeed, other arguments were decisive: for example, the British did not want the German navy to take possession of the Belgian seaports.
Decorated Canadian flour sack transformed into cushion by a lady in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, January 23rd, 1915
The second photo showed a pillow that read “FLOUR. CANADAʼS GIFT.” It was also decorated with a pen drawing, now with flowers.[xiv]
Both photos may have been of one and the same cushion, front and back, respectively. The same corded edge and the two tassels on the corners would suggest this to be the case.
Sheffield Independent, January 16, 1915
January 25th, 1915 an auction was held for the benefit of the Belgian Refugees Fund during the Bohemian Concert at the Royal Victoria Hotel. The decorated flour sack was to be sold there and the proceeds benefited the local Belgian refugees.
Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs The British newspapers provided me with a third surprise.
I kept reading the Sheffield newspapers and saw an article about aid from Canada for the Belgian refugees in England.
“Canada’s Gift for Belgians. Sheffield’s share of the gift of flour, potatoes, and cheese which Canada has sent for the Belgian refugees who have settled in England, is being distributed to the various areas and bases at which the refugees are residing, and will from these different centres be divided among the individual recipients.”[xv]
Immediately afterwards, empty Canadian flour sacks were once again in the spotlight, in particular the specimens that had been donated filled with flour to the Belgian refugees.
Canadese Sack Souvenirs. Manchester Evening News, January 25th, 1915
“The sacks containing the flour sent by Canada as a gift to the Belgians are attracting considerable notice, and like those which contained the Dominion’s gift to England, are being sold as souvenirs. The colours used on the bags are those of Belgium – red, yellow and black -and the words printed thereon are “To the Belgian people, God bless them. Canada’s gift.” In years to come these will not be readily parted with.”[xvi]
Canadian flour sacks decorated in Great Britain Hardly recovered from my surprise, I draw a remarkable conclusion from all these newspaper reports: Canadian flour sacks in the skilled hands of enthusiasts in Great Britain will have provided the example and inspiration for selling empty flour sacks and decorating the sacks in Belgium. Through the charity and work for Belgian refugees, ideas must have crossed the Channel well before any food aid reached occupied Belgium.
Addition 3 June 2023
Another surprise on June 3, 2022 during my American Sack Trip. In the C.R.B. archives of the Hoover Institution Library and Archives, I find evidence that the C.R.B. headquarters in London bought 20,000 tons of flour from the British in early December 1914. Indeed, that was the Canadian flour that would not be used by the British for the time being…
You can read it in the blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’. (Blog in Dutch, use orange Translate» button for translation in English)
Canadian Flour Bags/ Sacs Canadiens
Canadian flour bags/<<sacs canadiens>>, 1914-1916. Photos and collage Annelien van Kempen, 2025
Thanks to: – the Lizerne Trench Art Facebook group, especially Jan Derynck, Ivan Ryckx and Maarten Bondam, for their information and thoughts on the symbolism of the drawing on the Sheffield flour sack “Flour Canada’s Gift, Bulldog on “Scrap of Paper”” (January 2023).
– Joanna Dermenjian for newspaper articles and flour sack finds in Canadian collections. Joanna is researching Canadian Quilt History, Canada’s Wartime Quilts – 1939-1945. Her website: Suture and Selvedge
[i] The Scotsman, Augustus 10th, 1914, South Wales Gazette, August 14th, 1914
[ix] Sheffield Evening Telegraph, September 24th, 1914
[x] Evening Despatch, October 31st, 1914
The article has been published in many newspapers.
The Canadian newspaper St. Catharines Standard, Ontario, wrote on January 7, 1915: “Canada’s Gift Sacks. How the People of Britain are Buying and Using Them.” They clipped it from the columns of the Courier, of Inverness, Scotland. (thanks Joanna Dermenjian!)
De afgelopen meimaand heb ik me verpoosd met lezen en doorzoeken van het archief van The British Newspaper Archive. In samenwerking met The British Library biedt dit platform toegang tot de grootste onlinecollectie van Britse en Ierse historische kranten. Het archief bevat ook enkele Canadese kranten.
The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), maandag 10 augustus 1914
‘Million bags of flour from Canada’ Wie schetst mijn verbazing dat ik stuitte op een stroom Britse en Ierse artikeltjes in augustus 1914 met de kop: ‘MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA’.
Een miljoen zakken meel uit Canada?!
The Scotsman, 10 augustus 1914
De kranten berichtten over de schenking van de Canadese overheid aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk tijdens de eerste oorlogsweken. ‘De Handelsraad kondigt aan dat de volgende telegramuitwisselingen hebben plaatsgevonden tussen de Hertog van Connaught, de Gouverneur-Generaal van Canada, en de Minister van Koloniën: “Mijn Regering wenst u te informeren dat de mensen van Canada via hun Regering verlangen om een miljoen zakken meel van achtennegentig pond aan te bieden als een geschenk aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk, ter beschikking te stellen van de Regering van Zijne Majesteit en te gebruiken voor doeleinden die zij nuttig achten. Deze maat is het handigst voor transport. De eerste zending wordt binnen ongeveer tien dagen verzonden en het saldo daarna zo snel mogelijk. – ARTHUR. ‘Ontvangen 6.40 uur ’s ochtends, 7 augustus. Antwoord verzonden: –“12.45 uur 7 augustus. Uw telegram, 6 augustus. De Regering van Zijne Majesteit accepteert namens de bevolking van het Verenigd Koninkrijk met grote dankbaarheid het prachtige en welkome geschenk van meel uit Canada, dat in dit land van het grootste nut zal zijn voor het stabiel houden van de prijzen en het verlichten van nood. We kunnen nooit de promptheid en vrijgevigheid van dit geschenk en het patriottisme waaruit het voortkomt, vergeten. – HARCOURT’[i]
De eerste zakken meel kwamen beschikbaar in de Canadese maalderijen op 20 augustus. Op 9 september 1914 waren 50.000 zakken meel reeds in Liverpool aangekomen. Elke zak was in kleur bedrukt met grote letters ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’.
De eerste lading van 50.000 zakken meel is in Liverpool aangekomen met een ‘Allan Liner’ en wordt in een loods opgeslagen. The Daily Citizen, 14 september 1914
De achtergrond van de indrukwekkende schenking bleken overwegingen van financiële aard. ‘Bij de financiering van de export van graan en meel uit Canada is de door de ‘Bank of England’ vastgesteld regeling, waarbij de Canadese minister van Financiën de bewaarder is geworden van belangrijke goudreserves die anders naar Engeland zouden zijn verscheept, van groot belang. Daardoor kunnen de grote bedragen die door deze regeling in de Schatkist in de Canadese hoofdstad zijn gestort, nu worden uitbetaald aan exporteurs van producten uit de Dominion. Het effect hiervan zal zijn dat de financiële spanning aanzienlijk wordt verlicht.’[ii]
Een ander bericht motiveerde, in mijn woorden, het dubbele doel van de beheersing van de broodprijzen en de mogelijkheid om mensen in nood te hulp te kunnen komen. ‘What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.’[iii] (‘Hoe Canada’s schenking zal worden gebruikt, zal een besluit zijn van de (Britse) Regering, maar men denkt dat het zal worden gebruikt voor het dubbele doel om rust te houden in de markt en de nood te verlichten.’)
Steamer Riversdale geladen met zakken meel van ‘Canada’s Gift of Flour’ kwam aan in Cardiff op 5 oktober 1914. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914
De opslag van de zakken meel gebeurde in hoofdzaak in de havens van Londen en Liverpool.
De steamer Riversdale met een deel van de zakken meel geschonken door Canada aan Groot Brittannië, kwam aan in Cardiff. Dublin Daily Express, 6 oktober 1914
Maar ook de havenplaatsen Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin en Belfast hadden zakken meel uit Canada in opslag. De loodsen waren kosteloos ter beschikking gesteld door de havenbedrijven. Het beheer van de voedselvoorraden werd ondergebracht bij de Local Government Board, dat een methode moest vaststellen voor de verdeling van het meel onder de bevolking; het bleek een vraagstuk waar nog geen beslissing over was genomen. De totale waarde van de schenking werd geschat op een half miljoen pond sterling.
Filmbeelden van het lossen van de Canadese zakken meel in de Britse haven Cardiff zijn bewaard gebleven in de historische collectie van Reuters en staan online op ‘British Pathé’. Het stoomschip Riversdale uit Sunderland kwam uit Montreal, Canada, en meerde aan in Cardiff in oktober 1914. De titel van het 30 seconden filmfragment is ‘Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour’.
Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914
‘Het prachtige geschenk van Canada aan dit land van 1.000.000 zakken meel komt voornamelijk naar Londen en Liverpool. De zorg voor de goederen komt in handen van de Hulpverleningscommissie van de Local Government Board (Raad van het Lokaal Bestuur) en de Commissie ‘Regulering van voedselprijzen’ van de Handelsraad. Op dit moment is er nog geen beslissing genomen over de exacte manier waarop de schenking zal worden gebruikt. De geschatte waarde van het meel tegen groothandelsprijzen is £ 500.000. Het Havenbedrijf van Londen en de Mersey Docks and Harbor Board (Havenbedrijf van Liverpool) hebben zich ertoe verbonden het zo lang als nodig kosteloos op te slaan.’[iv]
Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914
Schenkingen uit de Canadese provincies Canada leverde meer geschenken. De Canadese provincies schonken voedsel en brandstof. Alberta schonk 500.000 bushels haver, Quebec, de Franssprekende provincie, 4.000.000 lbs lokaal gemaakte kaas. Nova Scotia deed een schenking van 100.000 ton kolen.
Brits Columbia droeg bij met 25.000 kisten zalm in blik en New Brunswick 100.000 bushels aardappelen. Het geschenk van Ontario was een bedrag van £100.000, te besteden bij hen door de Britse overheid naar behoefte.[v]
‘Manitoba’s War Gift 50000 Bags No. 1 Flour’ Ook de provincie Manitoba schonk bloem aan Groot-Brittannië: ‘MANITOBA’S GIFT.The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.’[vi] (‘Het Persbureau van Oorlog kondigt aan dat het Koloniaal Bureau een schenking van meel uit Manitoba heeft aanvaard.’)
Bloemzak ‘Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 1914. Coll. Canadian War Museum, Ottawa, OntarioSouvenir Meelzak ‘Manitoba’s War Gift’. Coll. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada
De regering van Manitoba heeft de contracten voor de schenking van meel aan alle grote maalderijen gegund voor een bedrag van 2 dollar 90 cent en lager. Het meel is het fijnste dat de provincie produceert en wordt streng geïnspecteerd. Het zal op 20 oktober gereed zijn. – Press Association War Special’[vii] Lege zakken met de bedrukking ‘1914 Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 50,000 Bags No 1 Flour made from Manitoba Hard Wheat, 98 Lbs. Canada‘ zijn bewaard gebleven in het Canadian War Museum, Ottawa en in de Archives of Manitoba in Winnipeg.
Bijzonderheid in Manitoba
In bijzondere vondst in Winnipeg, in het Manitoba Museum, laat zien dat één van de zakken is geborduurd met wit, rood en blauw garen. De borduurster heeft de bedrukking op de zak, de letters en het wapen van Manitoba, volledig overgeborduurd.
De meelzakken met deze bedrukking zijn nooit in België geraakt. Ik sluit uit dat het borduurwerk in België is gedaan, ook vanwege het ontbreken van Belgische symbolen.
Meelzak ‘1914 Manitoba’s War Gift’, Canada, geborduurd. Coll. en foto: Museum of Manitoba.
Mogelijk is dit een van de 1500 zakken die in Groot-Brittannië zijn verkocht najaar 1914 en die als voorbeeld hebben gediend voor het hergebruik van en borduren op lege meelzakken in bezet België.
‘Zakken worden verkocht voor 5 shilling per stuk’ Mijn verbazing over één miljoen zakken meel uit Canada nam toe bij het lezen van de ingezonden brief van een huisvrouw in Dundee, Schotland. Zij had onmiddellijk na het eerste bericht over de schenking van één miljoen zakken meel aan Groot-Brittannië een idee voor de benutting van de lege meelzakken. Zij schreef op 25 augustus een brief aan de plaatselijke krant.
‘Meelzak souvenirs’, idee van een huisvrouw uit het Schotse Dundee. The Courier, 28 augustus 1914
‘Elke huisvrouw weet dat er met meelzakken heel veel nuttige dingen kunnen worden gemaakt, en een van de geschonken zakken zou een blijvend aandenken zijn aan deze grote oorlog…
HUISVROUW UIT DUNDEE
25 augustus 1914′[viii]
De suggestie moet met enthousiasme omarmd zijn en breed gedragen, want vanaf medio september publiceerden de kranten een stroom oproepen om in te schrijven op de verkoop van meelzakken. De opbrengst was voor het goede doel.
Alle zakken zijn bedrukt met ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Foto: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. Londen, John Heywood Ltd., 1915
‘CANADA’S GIFT Sacks to be Sold at 5/- Each. Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’ Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.‘[ix]
(‘CANADA’S CADEAU Zakken worden verkocht voor 5 / – elk. Canada doet een schitterende schenking van meel aan het Moederland. Er is besloten dat de zakken, als ze leeg zijn, als herinnering zullen worden verkocht voor 5 shilling per stuk. Twee derde van dit bedrag gaat naar het Prince of Wales ’National Relief Fund en een derde naar het Belgische Vluchtelingen Fonds. Alle zakken zijn bedrukt met ‘Canada’s Gift’. Aanvragen voor de souvenir-zakken dienen vergezeld te zijn van een overschrijving van 5s. en gericht aan het National Relief Fund. De aanvragen zullen behandeld worden in volgorde van binnenkomst.’)
Verkoop en gebruiksideeën voor de geleegde Canadese meelzakken. Evening Despatch, 31 oktober 1914
Vervolgens verscheen een informatief artikel over de verkoop van de lege meelzakken onder de kop ‘CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.’[x] Voor geïnteresseerden kwamen 10.000 lege meelzakken ter beschikking vanaf 9 december 1914. De specificatie van de zakken was als volgt: 98 lbs zakken, gemaakt van grijze calico (stevig weefsel van ongebleekt katoen). De afmetingen waren 36 inch hoog en 18 inch breed, of opengeknipt, 36 inch breed. Op een zijde van de zak stond in grote letters, in kleur geprint, FLOUR. CANADA’S GIFT.
Liefhebbers van de meelzakken deden suggesties voor gebruik. Het materiaal kon geborduurd worden en er konden kussenovertrekken van gemaakt worden. Met name noemde men dat Rode Kruis ziekenhuizen er hun kussenovertrekken van zouden kunnen maken, en zelfs matrashoezen voor kinderbedjes. Sommigen wilden een meelzak ophangen bij hun politieke club, een andere club of in scholen. De suggestie was om alle musea een exemplaar ter beschikking te stellen. Met de naderende kersttijd ontstond het idee de zakken te bestemmen tot ‘Christmas gift bags’. En een zeer ingenieuze huisvrouw was van plan haar meelzak in stukken te knippen om daar haar ‘Christmas puddings’ in te bereiden.
In december concludeerde een Canadese krant dat Canada met de schenking van zakken meel twee doelstellingen bereikte. Het Moederland, Groot-Brittannië, werd gevoed én het bood gelegenheid om de twee belangrijke fondsen die het verdienden, nadrukkelijk in de aandacht van het publiek aan te bevelen.[xi]
‘Oorlogssouvenirs’, gemaakt van Canadese meelzakken, Daily Echo, Bournemouth, Dorset, UK, 18 december 1914.
Op 26 december 1914 was de verzending van de lege meelzakken naar de kopers begonnen. De markering van elke zak was: ‘N.R.F., B.R.F., 1914’ als bewijs dat de opbrengst van de verkoop bestemd was voor het National Relief Fund en het Belgian Relief Fund.[xii]
Sheffield Binnen een maand verschenen twee foto’s van een versierde Canadese meelzak in kranten in Sheffield. Het doek draagt het stempel ‘NRF, BRF, 1914’. Een dame uit Sheffield maakte het kussen.[xiii]
Versierde Canadese meelzak, Bulldog op ‘Scrap of Paper’, kussen gemaakt door een dame in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915
De eerste foto toonde een meelzak, die was getransformeerd tot kussen met de pentekening van een hond, een bull-dog – symbool voor Groot-Britannië – met een Britse vlag in zijn bek. De hond zit op een stuk papier, er staat naast geschreven ‘Scrap of Paper’.
‘Scrap of Paper’
Britse affiche met oproep in dienst te gaan vanuit de erebelofte van het Britse rijk om België te beschermen. Coll. Canadian War Museum
De tekening verwijst naar het Verdrag van Londen van 1839, de definitieve internationale erkenning van de Belgische onafhankelijkheid en vaststelling van de grenzen tussen België en Nederland. De mogendheden Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Rusland ondertekenden het verdrag, waarin de neutraliteit en veiligheid van België werd gegarandeerd.
Toen de Duitsers op 4 augustus 1914 België binnenvielen en daarmee zijn neutraliteit schonden, hielden de Britten vast aan hun garantie en verklaarden het Duitse Keizerrijk de oorlog. De Britse ambassadeur had de Duitse kanselier meegedeeld dat het VK Duitsland de oorlog zou verklaren bij een schending van de neutraliteit van België. De kanselier riep in reactie dat hij niet kon geloven dat Engeland de oorlog zou verklaren vanwege ‘un chiffon de papier’ (‘a scrap of paper‘, een vod papier).**)
Inderdaad, andere argumenten waren doorslaggevend: zo wilden de Britten niet dat de Duitse marine de Belgische zeehavens in bezit zou krijgen.
Versierde Canadese meelzak, getransformeerd tot kussen door een dame in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915
De tweede foto toonde een kussen met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Deze was ook versierd met een pentekening, nu met bloemen.[xiv] Mogelijk waren beide foto’s van een en hetzelfde kussen waarvan respectievelijk voor- en achterzijde waren gefotografeerd. Dezelfde omranding met koord en de twee kwasten op de hoeken duiden hierop.
Sheffield Independent, 16 januari 1915
Op 25 januari 1915 werd een veiling gehouden ten bate van het Belgian Refugees Fund tijdens het Bohemian Concert in het Royal Victoria Hotel. De versierde meelzak zou daar verkocht worden en de opbrengst kwam ten goede aan de Belgische vluchtelingen.
Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs De Britse kranten gaven me voor de derde keer reden tot verbazing.
Ik bleef lezen in de Sheffield-kranten en zag een artikeltje over hulp van Canada voor de Belgische vluchtelingen in Engeland.
‘Canadese schenking voor de Belgen. Het aandeel van Sheffield in de schenking van meel, aardappelen en kaas die Canada heeft gestuurd voor de Belgische vluchtelingen die zich in Engeland hebben gevestigd, wordt verdeeld over de verschillende gebieden en locaties waar de vluchtelingen verblijven, en zal vanuit deze verschillende centra worden verdeeld onder de individuele personen.’[xv]
Direct daarna kregen lege Canadese meelzakken wederom aandacht in krantenartikelen. De verwijzing is hier naar de zakken meel die donaties waren voor de bevolking van bezet België. Net als in Engeland, worden de zakken daar verkocht als souvenirs.
Canadese Souvenir Zakken. Manchester Evening News, 25 januari 1915
‘De zakken met meel die Canada als geschenk aan de Belgen heeft gestuurd, trekken veel aandacht, De zakken worden, net als die van de schenking van de Dominion aan Engeland, verkocht als souvenirs. De kleuren die op de zakken worden gebruikt, zijn die van België – rood, geel en zwart – en de woorden van de bedrukking zijn ‘Voor het Belgische volk, God zegene hen. Canada’s geschenk’. In de komende jaren zal hier niet gemakkelijk afstand van worden gedaan.’[xvi]
Meelzakken uit Canada versierd in Groot-Brittannië Nauwelijks bekomen van mijn verbazing trek ik een opmerkelijke conclusie uit al deze krantenberichten:
Canadese meelzakken in de vaardige handen van liefhebbers in Groot-Brittannië hebben model gestaan voor de verkoop van lege meelzakken en het versieren van de zakken in België. Via de liefdadigheid en het werk voor Belgische vluchtelingen in Engeland zijn de ideeën het Kanaal over gewaaid, in tijd bezien nog vóórdat enige voedselhulp het bezette België had bereikt.
Aanvulling 3 juni 2023
Alweer een verrassing op 3 juni 2022 tijdens mijn Amerikaanse Zakkenreis. In de C.R.B. archieven van de Hoover Institution Library and Archives vind ik het bewijs dat het C.R.B. hoofdkantoor in Londen 20.000 ton meel heeft gekocht van de Britten begin december 1914. Jazeker, dat was het Canadese meel dat door de Britten voorlopig toch niet gebruikt zou worden…
Je leest het in het blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’.
Canadese Bloemzakken/Sacs Canadiens
Canadese bloemzakken, <<sacs canadiens>>, 1914-1916. Fotocollage Annelien van Kempen, 2025
Dank aan: – de Lizerne Trench Art Facebook-groep, in het bijzonder Jan Derynck, Ivan Ryckx en Maarten Bondam, voor hun informatie en meedenken over de symboliek van de tekening op de Sheffield-meelzak ‘Flour Canada’s Gift, Bulldog op ‘Scrap of Paper” (januari 2023)
– Joanna Dermenjian voor artikelen in Canadese kranten, ook vond zij bloemzakken in Canadese collecties. Joanna doet onderzoek naar de geschiedenis van Canadese quilts in de Tweede Wereldoorlog: Canadian Quilt History, Canada’s Wartime Quilts – 1939-1945. Haar website: Suture and Selvedge
– Roland Sawatzky, conservator geschiedenis van Museum of Manitoba, Winnipeg, voor toezending van de foto van de geborduurde ‘Manitoba’s War Gift’-bloemzak.
[ix]Sheffield Evening Telegraph, 24 september 1914
[x] Evening Despatch, 31 oktober 1914.
Het artikel is gepubliceerd in diverse kranten. Op 7 januari 1915 is het verschenen in de Canadese krant The Standard, St. Catharines, Ontario: ‘Canada’s Gift Sacks. How the People of Britain are Buying and Using Them.’ Overgenomen uit the Courier, van Inverness, Schotland (dank aan Joanna Dermenjian).
Diptych of decorated flour sacks: “Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon” and “Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho” at the Mons Memorial Museum. Collection MMM
The decorated flour sacks in the Mons’ diptych are:
Left: “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”;
Right: “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.”
The diptych was due for restoration and according to information from the museum (autumn 2019) it would be restored in the restoration studio of TAMAT in Tournai.
View of St. Johns across the Willamette River. The Jobes Milling Co. is the lighter building on the left front of the river. Photo: Pdx.History.com website
The left panel of the Mons’ diptych: “Portland, The Jobes Milling Co.”
Diptych, left panel. Decorated flour sack “PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon”, embroidered. Coll. MMM
The flour sack from St. Johns, a place located next to the port city of Portland, Oregon, bears a powerful image of a steamship surrounded by knotted ship rope. The printing is carefully embroidered. The patriotic element in the embroidery is the color combination red, yellow, black.
Grain Vessels from all parts of the world in Portland Harbor, circa 1910. Photo: City of Portland Archives Image 002.2042 from George Kramer’s report, p. 15
Portland was known as an important port in the western US, from where grain was shipped to destinations around the world. The Panama Canal, which opened in August 1914, shortened the distance to Europe by 8,000 nautical miles. The history of the significance of grain for this port city is described in the report ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ by George Kramer, April 2019.
The “The Jobes Milling Co.” mill in St. Johns, Portland, Ore. Photo: Pdx.History.com website
The Jobes Milling Co. was founded in 1904 by William Van Zant Jobes, he died in 1907, after which two sons continued the company. Allan R. Jobes was the owner in the period 1914-1918, he must have been the one to have contributed to food aid for Belgium. The mill’s building was demolished in 1930.
Jersey Street in St. Johns, early 1900. Photo: website Pdx.History.com
The right panel of the Mons’ diptych: “Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County”
Diptych panel on the right. Decorated flour sack “Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.”, embroidered. Coll. MMM
Shoshone County, located in Wallace, was the governing body of the mining district “Coeur d” Alene” in the state of Idaho. The area had a modest start as a goldmining district in the early 1880s. However, it was not long before the enormous potential of silver mines was discovered; the district quickly developed into “Silver Valley”.
Miners of the silver mine in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Photo: Idaho Mines, website miningartifacts.org
In 1914, a collection effort for Belgian Relief took place, after which flour in sacks with this printing was sent to Belgium.
Crowned Belgian lion in cross stitches embroidered on the flour sack “Coeur d’Alene Mining District”. Coll. MMM
The crowned Belgian lion in cross stitches The flour sack “Coeur d’Alene” has its lettered print emphasized by decorative embroidery. The embroiderer has added two designs of her own: the year 1917 decorated with ribbon and the patriotic addition of the Belgian lion.
The Belgian lion wears a golden yellow crown, the embroidery is executed in cross stitches. This is remarkable and refers to a young embroiderer who made the embroidery at school.
Similar crowned Belgian lions in cross stitches are found on embroidered flour sacks in other collections with reference to embroiderers and schools. Marcus Eckhardt, curator of the Herbert Hoover Presidential Library-Museum, drew my attention to this phenomenon.
Three fine examples of embroidered flour sacks in their collection are:
Decorated flour sack “American Commission”, embroidered: “Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15”. Coll. HHPLM. Photo: A. Bollaert
“American Commission” with the embroidery “Thanks Anderlecht Brussel“;
“American Commission” with the embroidery “Hommage et remerciements d’Anderlecht” with a coat of arms bearing the years 14-15, flanked by two Belgian lions [1];
Decorated flour sack “American Commission”, embroidered with Belgian coat of arms. Signature S. Dufour. Coll. HHPLM
“American Commission” with the embroidery of the Belgian coat of arms, black with yellow, crowned Belgian lion, signed “S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Brussels”.
“Froebel” A private collection in Belgium contains the cardboard embroidery book of “Maria Louis”, she was a student at the Ecole Normale de la Ville de Liège in the ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.
Cross stitched embroidery on cardboard in the album of Maria Louis, “Cours normal Fröbel”, second year, teacher training for pre-school education in Liège, 1920
Apparently one of the exercises in the book was a cross stitched pattern of the Belgian lion. Thanks to Frieda Sorber, former curator of MoMu-Fashion Museum Antwerp, who sent me the photo. She saw this educational embroidery on cardboard in an album, created during the teacher training for pre-school education in Liège, 1920.
“Cours normal Fröbel” was a title that required further investigation. Until now, I only knew the Dutch expression “fröbelen” or “froebelen” as a verb in the sense of “non-committal work, taking part in silliness“. I have considered my interest and working on “sacks”, especially in the early days, as a passion in “froebelen“, in this somewhat derogatory meaning.
Friedrich Froebel. Photo: Friedrich-Froebel-Museum website
But here’s what the Liège embroidery in the cardboard book has taught me: Friedrich Froebel (1782-1853) was a German pedagogue of Romanticism, famous as a nursery teacher, theoretician behind “playful learning” [2]. Parents and educators were extremely enthusiastic about the braiding, folding, modeling, cutting, singing and weaving. In 1925, for example, the city of Amsterdam already had fifteen Froebel schools!
Playful learning. “Fröbelen” with a Mons diptych. Again, this blog was created in the spirit of Friedrich Froebel!
[2] According to Bakker, Noordman et al., “Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000. (Five centuries of parenting in the Netherlands. Idea and practice 1500-2000)“. Assen, Van Gorcum, 2010.
See also “Fröbelen“, meaning and definition (in Dutch) by Ewoud Sanders, language historian and journalist.
Tweeluik van versierde meelzak: ‘Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon’ (‘recto’) en ‘Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho’ (‘verso’) in het Mons Memorial Museum. Collectie MMM
De oorspronkelijke meelzak*) is op de naden losgetornd en opengevouwen, zodat het bewerkt kon worden tot een tweeluik:
Links: ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’ (‘recto’)
Rechts: ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’. (‘verso’)
Het tweeluik was aan restauratie toe en volgens informatie van het museum (najaar 2019) zou het hersteld worden in het restauratie-atelier van TAMAT in Doornik (Tournai).
Zicht op St. Johns over de Willamette River. The Jobes Milling Co. is het lichte gebouw linksvoor aan de rivier. Foto: website Pdx.History.com
Het linkerpaneel van het Bergen’s tweeluik: ‘Portland’, The Jobes Milling Co.
Op de meelzak uit St. Johns, een plaats gelegen naast de havenstad Portland in de staat Oregon staat een krachtig beeldmerk van een stoomschip omringd met geknoopt scheepstouw. De bedrukking is nauwkeurig overgeborduurd. In het borduurwerk is het patriottisch element, de kleurencombinatie rood, geel, zwart.
Graanschepen van alle delen van de wereld in de haven van Portland, rond 1910. Foto: City of Portland Archives Image 002.2042 uit rapport George Kramer, p.15
Portland stond bekend als een belangrijke haven in het westen van de VS, waaruit graan werd vervoerd naar bestemmingen over de hele wereld. Het Panamakanaal, dat in augustus 1914 was geopend, bekortte de afstand naar Europa met 8000 zeemijlen. De historie van de betekenis van graan voor deze havenstad staat beschreven in het rapport ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ van George Kramer, april 2019.
De maalderij ‘The Jobes Milling Co.’ in St.Johns, Portland, Ore. Foto: website Pdx.History.com
The Jobes Milling Co. was in 1904 door William Van Zant Jobes opgericht, hij overleed in 1907, waarna twee zoons het bedrijf voortzetten. In de periode 1914-1918 was Allan R. Jobes de eigenaar, hij zal hebben bijgedragen aan de voedselhulp voor België. In 1930 is het gebouw van de maalderij gesloopt.
Jersey Street in St. Johns, begin 1900. Foto: website Pdx.History.com
Het rechterpaneel van het Bergen’s tweeluik: Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County
Shoshone County, gevestigd in de plaats Wallace, was het bestuursorgaan van het mijndistrict ‘Coeur d’ Alene’, in de staat Idaho. Het gebied kende begin 1880 een bescheiden start als gouddistrict. Het duurde echter niet lang of het enorme potentieel van zilvermijnen werd ontdekt en het district ontwikkelde zich snel tot ‘Silver Valley’.
Mijnwerkers van de zilvermijn in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Foto: Idaho Mines, website miningartifacts.org
In 1914 zal een geldinzameling hebben plaatsgevonden voor Belgian Relief, met welk geld in Portland bij St. Job’s Milling Co. meel is gekocht, die het heeft verpakt in zakken met een extra bedrukking, waarna de lading naar België is verscheept.
Gekroonde Belgische leeuw in kruissteken geborduurd op de meelzak ‘Coeur d’Alene Mining District’. Collectie MMM
De gekroonde Belgische leeuw Op de zijde ‘Coeur d’Alene’ is de print van de letters met sierborduurwerk benadrukt. De borduurster heeft twee eigen ontwerpen toegevoegd: het jaartal 1917 in kader met lint versierd én de patriottische toevoeging van de Belgische leeuw.
De Belgische leeuw draagt een goudgele kroon, het geheel is in kruissteek uitgevoerd. Dat is opmerkelijk en verwijst naar een jonge borduurster die op school het borduurwerk zal hebben gemaakt.
Gelijksoortige gekroonde Belgische leeuwen in kruissteken komen namelijk voor op geborduurde meelzakken in andere collecties met verwijzing naar borduursters en scholen.
Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, maakte me hierop attent.
Drie fraaie voorbeelden van geborduurde meelzakken in hun collectie zijn:
Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15′. Coll. HHPLM. Foto: A. Bollaert
‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Thanks Anderlecht Brussel’;
‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Hommage et remerciements d’Anderlecht’ met een wapenschild voorzien van de jaartallen 14-15, geflankeerd door twee Belgische leeuwen[1];
Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd met Belgisch wapen. Signering S. Dufour. Coll. HHPLM
‘American Commission’ met het borduurwerk van het wapen van België, zwart met gele, gekroonde, Belgische leeuw, gesigneerd S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Bruxelles.
Fröbelen In een particuliere collectie in België bevindt zich het kartonnen borduurboek van ‘Maria Louis’, zij volgde onderwijs op de Ecole Normale de la Ville de Liège in de ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.
Borduurwerk op karton in het album van Maria Louis, ‘Cours normal Fröbel’, tweede jaar, lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920
Een van de oefeningen in het boek was klaarblijkelijk een in kruissteken geborduurde, Belgische leeuw. Dank aan Frieda Sorber, oud-conservator van MoMu Antwerpen, die me de foto toestuurde. Zij zag dit leerzame borduurwerk op karton in een album, gemaakt in de lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920.
‘Cours normal Fröbel’ was een benaming die om nader onderzoek vroeg. Ik kende het begrip ‘fröbelen’ of ‘froebelen’ tot op heden alleen als werkwoord in de betekenis van ‘vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden‘. Mijn interesse en werken aan ‘zakken’ heb ik, zeker in de begintijd, beschouwd als passie in ‘fröbelen’, in deze wat besmuikte betekenis.
Friedrich Fröbel. Foto: website Friedrich-Froebel-Museum
Maar ziehier wat het Luikse borduurwerk in het boek van karton mij leert: Friedrich Fröbel (1782-1853) was een Duits pedagoog van de Romantiek, beroemd geworden als kleuterpedagoog, theoreticus achter het spelend leren. [2] Ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. In 1925 telde de stad Amsterdam bijvoorbeeld al vijftien Fröbelinrichtingen!
Spelend leren. Fröbelen met een Bergen’s tweeluik. Ook dit blog kwam wederom tot stand in de geest van Friedrich Fröbel!
*) Een identieke, onbewerkte meelzak bevindt zich in de collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik
[2] Volgens Bakker, Noordman e.a., ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000’. Assen, Van Gorcum, 2010.
Zie ook ‘Fröbelen’, betekenis en definitie door Ewoud Sanders, taalhistoricus en journalist.
Het Friedrich-Fröbel-Museum is gevestigd in Bad Blankenburg, Duitsland.
‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’
My search for one specific image: women who are actually embroidering flour sacks has been successful! This is the photo: two Belgian embroiderers holding embroidery needles and the flour sacks they were working on.
Decorated flour sacks from WWI: Belgian embroiderers in Mons
The ladies were posing for the photographer with a series of original printed, unprocessed flour sacks in the background, probably in 1915. The location was Mons, the capital of the province of Hainaut. The women were committed to the charity work for prisoners of war, the “Mallette du Prisonnier”.
May 4, 2020, Monday afternoon, the long-sought photo ended up in my mailbox, sent spontaneously by Rob Troubleyn. What a gift! Rob Troubleyn is a specialist in the history of the Belgian Army during WWI at the In Flanders Fields’ Knowledge Center in Ypres. Rob is one of the leaders of the “100 years of the First World War” project of VRT NWS, the news service of the Flemish Radio and Television broadcaster. During my research in the Knowledge Center, June 2019, we had met and exchanged contact details. It resulted in this great surprise.
This book contains the photo on p. 109
The photo is printed in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918” by Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), published in the series “Ville en Guerre” at Renaissance du Livre in 2016.
The photo itself is solidly archived in the Musée de la Vie Wallonne in Liège, so it was not hidden in a dusty archive or stored in a box in the attic!
“Mallette du Prisonnier” In Mons, the prisoners of war relief had been organized by the “Committee de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne“, abbreviated <mallette du prisonnier> (literally translated “prisoner’s suitcase”). Several local newspaper reports referred to this in the fall of 1915.
The atmosphere of a game of bounce (jeu de balle) in Charleroi. Photo: Catawiki, Postcards 1900-1940
Sports competitions were organized, such as football, cycling, athletics and bounce (“jeu de balle”), the proceeds of which were for this good cause. [1]
Selling unprocessed and decorated flour sacks would also have been part of the money collection as is shown in the photo.
The photo with caption on p. 109 in the book “La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18”
The caption to the photo reads: “Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’ Agence belge de renseignement.
(Young women employed in the work <La mallette du prisonnier> assemble crates of food intended for prisoners of war, Mons, 1915. “La mallette du prisonnier” is part of the Belgian “Information Agency”).
The “Work of the Prisoners of War” was organized locally throughout Belgium. The aim was to raise money and donations in kind to help Belgian prisoners of war in Germany. It took care of shipments of clothing and food. The organization consisted of a group of dedicated (young) ladies and gentlemen who came together to compile and send packages. Thousands of packages of clothing and foodstuffs were shipped to Germany every year. All towns and villages took care of the prisoners from their own community. (See my blog “Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen“)
Embroidery
Belgian embroiderers in Mons. Photo: La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18
The caption of the photo doesn’t properly describe what is actually visible in the photo, namely four young women, two of whom have flour sack embroidery in hand, decorated with empty, unprocessed flour sacks. On the table is a box, “the suitcase”, which the standing woman is filling. The seated woman, on the right, is holding a book, probably the notebook in which orders were written. At the “Caisse de Vivres” the benefactors could buy or donate their packages weighing two kilograms for three francs and five kilos for six francs, it says on the “Mallette du Prisonnier” placard.
Four small flags, of which I recognize the Belgian and American, confirm the patriotic background of the activity.
Photo collage of flour sacks identical to the ones on the photo of “Belgian embroiderers in Mons”
The flour sack prints are very recognizable. Processed and unprocessed flour sacks with these prints can be found in public and private collections, both in Belgium and the US. [2]
On the left, the lady on the chair has a backrest, a “Sperry Mills American Indian” flour sack, very popular amongst collectors, as much in 1915 as now in 2020. A sack “Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS” is hanging from the table. On the left wall are two flour sacks “CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon” and “American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net“. In the center above the table we see the flour sack “Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald“. To the right of that I distinguish the flour sack “Contributed by the People of Indiana USA“, collected by the Indianapolis Star newspaper for the Belgian Relief Fund. On the top right wall a flour sack “Hanford Roller Mills, HG Lacey Company, Hanford, California” has been hung. Underneath is a flour sack “Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.” Finally, I see behind the standing young woman a “Chicago’s Flour Gift” sack, collected by the “Chicago Evening Post“.
The two flour sacks in the hands of the embroiderers are currently not identifiable to me.
Exhibition “Sacs américains brodés”: decorated flour sacks In early 1916, embroidered flour sacks were exhibited in Mons in a shop window.
Le Quotidien, January 8, 1916
“In Mons. The “prisoner exhibition”. – Since a few days we can admire a shiny decor of fine woodwork and scarlet fabrics in the Mali windows in the Rue de la Chaussée in Mons, in which artworks are presented, paintings, watercolors, photography, pyrography, tin, brass and relief leather, embroidered flour sacks, various kinds of lace, embroidery, etc. All this together is the ‘Exhibition of the Mons prisoner’; everyone contributed to the constitution. Men and women, children and old people, rich and poor, they all turned out to be artists!” [3]
Permanent display in Mons Memorial Museum. On the right side of the wall some decorated flour sacks in WWI. Mons Memorial Museum collection
Now that I take a closer look at this photo, I am delighted to see two flour sacks that are the same as the ones in the photo of the embroiderers: “Sperry Mills” and “Rockefeller Foundation“!
Coincidence or not, the decorated flour sacks in WWI continue to fascinate me!
ADDITION DECEMBER 12, 2024
The County of Grey, Ontario, Canada, and the Great War
The young men from the Canadian county of Grey in Ontario left for the European front in the fall of 1914.
De County of Grey stuurde hun jonge mannen naar het oorlogsfront in Europa. Owen Sound Sun (Owen Sound, Ontario, Canada), 10 november 1914
The residents of the County of Grey donated flour to the Belgian population in November and December 1914.
“The County of Grey is giving 2,000 bags of flour to the Belgian Relief. This follows a gift of 35 cars of oats and potatoes from the farmers of the county about a month ago.” (The Toronto Star (Toronto, Ontario, Canada), November 27, 1914)
Flour sack “IDEAL”, Georgian Bay Milling & Power Co, Meaford, Canada, embroidered, 1915. Donated by the County of Grey. Coll. and photo: Mons Memorial Museum, Mons, Belgium
More than a hundred years later, an embroidered flour sack established relationships between the residents of the County of Grey and the residents of Mons. The Friends of the Mons Memorial Museum donated a decorated flour sack from the Georgean Bay Milling & Power Mill in Meaford to the museum. The sack was filled with 98 lbs flour and came to occupied Belgium at the end of 1914 with the original, printed text: ‘Made in Canada, Gift of Flour to the Belgians from County of Grey, Ontario, Canada‘. A young Belgian woman embroidered the outlines of all letters with red thread and embroidered stars within them. The trademark of the milling company was equally embroidered.
My sincere thanks to Rob Troubleyn for sending the pictures!
[1] Le Bruxellois: August 13 and December 6, 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: September 9 and 16; October 14 and 20; November 5; December 5, 1915; January 25, 1916
[2] The photo collage contains eight flour sacks from the following collections:
– CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
– Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
– Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, California: HHPLM
– American Consul The Rockefeller Foundation: MRAH, Brussels
– Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
– Sperry Mills American Indian, California: IFFM, Ypres
– Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: MRAH, Brussels
– Contributed by the People of Indiana: WHI, Brussels
Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.
Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne
De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.
Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.
Dit boek bevat de foto op p. 109
De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!
‘Mallette du Prisonnier’ In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.
De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940
Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]
Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.
De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’
Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’ (Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).
Stempel ‘Secours aux Prisonniers’, Mons, op de bloemzak ‘IDEAL’, 1915. Coll. en foto: MMM
Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)
Borduurwerk
Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne
Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.
Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’
De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.
De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.
Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken In begin januari 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.
Le Quotidien, 8 januari 1916
‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]
Geborduurde meelzakken The Gwinn Milling Company Columbus Ohio, 1916 en Mohns-Frese Milling Co., San Francisco, Ca. Coll. Mons Memorial Museum; foto: D. Dendooven
Mons Memorial Museum In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.
Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum
Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!
AANVULLING 12 DECEMBER 2024
County of Grey, Ontario, Canada, in de Grote Oorlog
De jonge mannen van de Canadese county County of Grey in Ontario vertrokken naar het Europese front in het najaar van 1914.
De County of Grey stuurde hun jonge mannen naar het oorlogsfront in Europa. Owen Sound Sun (Owen Sound, Ontario, Canada), 10 november 1914
De inwoners van de County of Grey schonken in november, december 1914 bloem voor de Belgische bevolking.
‘The County of Grey is giving 2,000 bags of flour to the Belgian Relief. This follows a gift of 35 cars of oats and potatoes from the farmers of the county about a month ago.’ (The Toronto Star (Toronto, Ontario, Canada), 27 november 1914).
Bloemzak ‘IDEAL’, Georgian Bay Milling & Power Co, Meaford, Canada, geborduurd, 1915. Geschenk van de County of Grey. Coll. en foto: Mons Memorial Museum, Bergen, België
Door een geborduurde meelzak is ruim honderd jaar later een relatie gelegd tussen de inwoners van de County of Grey en de inwoners van Bergen. De Vrienden van het Mons Memorial Museum in de stad Bergen hebben een versierde bloemzak van de maalderij Georgean Bay Milling & Power in Meaford geschonken aan het museum. De zak kwam gevuld met meel naar bezet België eind 1914 en droeg de tekst: ‘Made in Canada, Gift of Flour to the Belgians from County of Grey, Ontario, Canada‘. Een Belgische jonge vrouw heeft de letters met rood garen omrand en sterretjes in alle letters geborduurd. Het logo van de maalderij werd ook over geborduurd.
Dank aan: Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s van de borduursters;
Dominiek Dendooven stuurde mij enkele foto’s van de meelzakken in de collectie van Mons Memorial Museum;
Corentin Rousman stuurde de foto van de aanvulling van de museum-collectie in 2024.
Voetnoten: [1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916
[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
– CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx – Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem – Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM – American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG – Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM – Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM – Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG – Contributed by the People of Indiana: WHI