Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Kenners van de WO I- meelzakken, zullen zich wel eens op het hoofd hebben gekrabd met de vraag: ‘Waarom staat de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ op de in België versierde meelzakken?
Hoe kwamen deze zakken met bestemming Groot-Brittannië, het Moederland van Canada, in België terecht?

In dit blog vertel ik welk simpel antwoord ik heb gevonden in documenten in de Reading Room van de Hoover Institution Library and Archives: de Commission for Relief in Belgium (C.R.B.) kocht begin december 1914 van de Britten 444.000 zakken meel, die door Canada aan Groot-Brittannië waren ‘geschonken’.

Flour. Canada’s Gift – de achtergrond
Canada had als dominion van Groot-Brittannië, het moederland, direct na het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 één miljoen zakken meel  ‘geschonken’ – het was een overeengekomen financiële transactie. De zakken van 98 LBS waren bedrukt met de tekst ‘Flour. Canada’s Gift’, verscheept naar Engeland en in Britse havens in voorraad opgeslagen
De provincie Ontario schonk het moederland ook nog eens 250.000 zakken meel van 98 LBS, bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’. (‘Schenking van Ontario aan het Moederland’).
Ik schreef er dit blog over: Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië.

School Soeurs de Notre Dame, Anderlecht, Brussel: versierde meelzak voorzijde ‘Gift from Ontario’. HILA 62008 box 8.13. Foto: auteur
School Soeurs de Notre Dame, Anderlecht, Brussel: versierde meelzak achterzijde ‘(Canada) to the Motherland. HILA 62008 box 8.13. Foto: auteur


NEGOTIATIONS for 20,000 tons Canadian Flour
Zomaar uit het niets doemde het antwoord op in documenten die ik las tijdens mijn laatste onderzoeksdag onder de Hoover Tower op Stanford University in Palo Alto, Ca. [1]

Op de agenda van een vergadering van de C.R.B. op het hoofdkantoor in Londen op 30 december 1914 staat:
Agendapunt 5)
“ADMIRALTY & BOARD OF TRADE
20,000 tons Canadian Flour
Price not yet arranged.”
(20.000 ton Canadees meel. Prijs nog niet afgesproken)

Ik lees verder en vind de notitie ‘NEGOTIATIONS for 20,000 tons Canadian Flour’ (Bijlage 1 bij dit blog).
In de notitie staat in detail beschreven hoe en wanneer de C.R.B. erin was geslaagd 20.000 ton meel te kopen in Engeland van de Britten, zijnde zakken meel die in augustus geschonken waren door Canada.

Herbert Hoover aan het werk
Herbert Hoover zette zich vanaf 24 november in om de Canadese voorraden meel in Groot-Brittannië beschikbaar te krijgen voor de Belgische bevolking. De zakken meel lagen opgeslagen in pakhuizen in Britse havens en waren tot april 1915 niet nodig voor de Britse bevolking. Het hoofdkantoor van de C.R.B. in Londen had de eerste twee weken van december urgent behoefte aan meel om naar België te verschepen, het lag voor de hand en zou een buitenkans zijn om dit ter plekke zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen.

Dus stelde Hoover voor 20.000 ton meel van de Canadese voorraden van de Britten te kopen en aan hen te betalen, of de voorraad meel op kosten van de C.R.B. weer aan te vullen door aankopen in Canada.

De Britten wezen Hoover’s voorstel af en bleven dit doen, totdat hij uiteindelijk geïntroduceerd werd bij de Britse premier Asquith en hem in een vlammend betoog duidelijk maakte waarom hij akkoord zou moeten gaan.
Premier Asquith antwoordde Hoover dat hij niet gediend was van de toon die Hoover tegen hem aansloeg, maar uiteindelijk zwichtte hij wel voor diens overredingskracht.


De woorden van de Britse premier Mr. Asquith volgens het Memorandum van de staf van C.R.B. -London:
“It was the business of the Germans to feed the Belgians…”
“It was a monstrous idea that the British should send foodstuffs into Belgium…”
“He was himself against the work…”
“It was not usual for him to be adressed in this tone…”
“Although he did nog agree in principle he would consent to this proposition if …”


Vanaf 7 december 1914 kocht het C.R.B. kantoor in London het Canadese meel in van de Britten en vervoerde het via Rotterdam naar België.

Ziehier waarom er in België meelzakken ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ versierd zijn. Het zijn de Canadese zakken die de Britten hebben ontvangen en later aan de C.R.B. zijn doorverkocht.

Ecole Bisschoffsheim, Brussel: versierde meelzak ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). HILA 62008 box 5.5. Foto: auteur

‘Koop voorlopig geen meel in Amerika’
Ik blader verder in documenten in de HILA Reading Room en vind een telegram van Herbert Hoover. Toen hij de deal in Londen had gesloten en 20.000 ton meel beschikbaar had, had hij geen acute behoefte meer aan meel uit de VS. Hij vroeg het CRB-kantoor in New York om graan in plaats van bloem – transport van graan was efficiënter en het zou gemalen kunnen worden in de Belgische maalderijen.

Herbert Hoover vanuit Londen aan Lindon W. Bates in New York: “Koop geen meel meer, dat hebben we hier gekocht. Vul je schepen met graan, erwten of bonen”, 8 december 1914. HILA 22003, box 114 nr. 362

Hoover stuurde dan ook direct een telegram aan Lindon W. Bates van de C.R.B. New York. Bates moest zijn schepen vullen met tarwe, erwten en bonen:
“Do not buy more flour until further notice as we have bought here for spot delivery twenty thousand tons. Fill your ships after this with wheat, peas, or beans. Hoover” (8 December 1914) [2]

C.R.B. kocht van de Britten één derde van hun Canadese meelschenking

La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

In een Belgisch krantenbericht van 21 januari 1915 [3] lees ik -inmiddels weer thuis- over het rapport dat de Britten hebben opgesteld voor het Britse Parlement over de toewijzing van het Canadese meel tot 31 december 1914.

Hieruit blijkt dat de deal van de C.R.B. met de Britten over het Canadese meel ertoe heeft geleid dat de C.R.B. 444.000 zakken meel, dat is 36% van het Canadese meel, heeft aangekocht, zie bijlage 2. In bijgaande grafiek maak ik de gehele verdeling zichtbaar.

Grafiek: verdeling van het Canadese meel door de Britten. 36% is gekocht door de C.R.B. © 2023 Annelien van Kempen

1500 lege zakken verkocht voor liefdadigheid in Groot-Brittannië
Merk op dat in de grafiek ook vermeld staan 1500 meelzakken die de Britten in eigen land bestemd hebben voor doorverkoop van lege zakken voor het goede doel: ‘Sold to release bags for sale at 5s. each in aid of National Relief and Belgian Relief Funds 1500 bags‘. Ik beschreef het al eerder in het blog Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië.

Dit bericht in Canadese krant spreekt abusievelijk over ‘empty sacks which had contained the Canadian gift flour for Belgians’. Dit had moeten zijn ’the Canadian gift flour for Britain, the Motherland’, 8 december 1914

De intentie was geweest 10.000 lege zakken voor het goede doel te verkopen (The Standard, St. Catharines, Ontario, Canada, 7 januari 1915). Uiteindelijk zijn er in Engeland maar 1500 zakken voor het goede doel verkocht.
Tot heden heb ik daar geen exemplaren van teruggevonden in enige verzameling. Wat zou het bijzonder zijn om een van deze Canadese, Britse zakken te vinden!

Conclusie
De verkoop van lege meelzakken voor liefdadige werken en de versiering van de zakken heeft zijn oorsprong in Groot-Brittannië bij de Belgische vluchtelingen in Sheffield en omgeving. Britse kranten schrijven erover in januari 1915. In België werden de Canadese meelzakken verkocht als souvenirs, net als in Engeland.

The Manchester Evening News, 25 januari 1915

 


Bijlage 1
HILA CRB-records 22003 Box 47

Agenda for Wednesday December 30th, 1914 – C.R.B. Headoffice London
– 20,000 tons Canadian flour – Price not yet arranged

II. (2) d. NEGOTIATIONS for 20.000 tons Canadian Flour

Letter Hoover 24 November 1914 to Board of Trade.
In spite of all efforts to secure immediate supplies, we are confronted by absence of supplies for first two weeks December.
40 or 50 cargoes arriving end of December and January and February.
“I should be greatly obliged if you would consider the possibility of allowing us to draw 20,000 tons of flour from the supply in the hands of the Government from Canada.”
C.R.B. undertakes to purchase the same and ship it from Canada, or, if preferred, to pay the cost to Government brokers.

Board of Trade refuses permission by telephone, 30th November 1914.

Letter Hoover 30th November 1914 to Board of Trade goes over the situation in detail and repeats request.

Memorandum Hoover (Monday following December 3rd?)
In substance – Hoover interested Sir Gilbert Parker in the question.
Sir Gilbert Parker took him to call on Canadian High Commissions. Latter agreed, but had no authority to set. Sir Gilbert took him to see Mr. Masterman, member of the Cabinet. Masterman expressed sympathy and called up Sir Herbert Samuel.
“I went to see Sir Herbert and again explained to him the whole situation in Belgium and what I felt should be the British attitude towards our work, and the lack of sympathy which I had hitherto met in every direction. I pointed out to him that the humanitarian side in this matter must transcend in the English mind the military advantages, and, after considerable discussion he told me that he was entirely of my view but stated that he thought it was desirable for me to put my case to Mr. Asquith. He thereupon arranged for a meeting with Mr. Asquith at 1 o’clock.’ (December 4th).

“Sir Herbert Samuel took me to Mr. Asquiths office and introduced me to the Premier. I stated the position of our supplies to Belgium; elaborated the position of the Belgian civil population; the work that we had so far done; the problem which confronted us, and my feeling that the attitude  of the English Government was not one which history would be proud of, and pointed out to him that the recent section of the Admiralty in warning ships not to go to Rotterdam, appeared to us an indirect method to put an end to our activities.

Mr. Asquith stated to me that it was the business of the Germans to feed the Belgians from every legal and moral point of view; that the British had no obligation to the civil population; that it was distinctly against the interests of the British people that the Germans should be relieved of their obligations, and that it was a monstrous idea that the British should send foodstuffs into Belgium simply to fill the vacuum created by German requisitions; that he did not consider there was any moral obligation on the part of the British people to do this, and that he was himself against the work.”

With some abruptness I pointed out that the civil population had been brought to this pass through the action of the British; that if the British claim that they were fighting the war on behalf of Belgians were true, they would be unable to substantiate this claim in history if they allowed, or prevented others from saving, the Belgian population from decimation by starvation or through slaughter arising out of starvation riots; that although the British Government refuse to give us assistance, they do not dare to put and end to our shipment of foodstuffs from America into Belgium if they wished to hold one atom of American public esteem; that, disregarding right or wrong obligations of the Germans (which obligation I told him the Germans entirely denied) that I was convinced that the Germans would not feed the Belgians, and that they must certainly starve unless the activities of this Commission continued; subsequently, that I was not asking the British Government to give one penny, I was simply asking permission to purchase 20,000 tons of flour for which we would pay, or we would borrow it and undertake to replace it as fast as the ships could arrive from Canada; that I knew the 20,000 tons of flour was in the warehouses, that it was not intended to use it until April, and that there was ample time to replace it in full before that time provided the British Fleet maintained control of the sea.”

“Mr. Asquith stated that it was not usual for him to be addressed in this tone, for which I expressed regret and apologized on the ground that my emotion for the results which must ensue from a negative reply on his part, was sufficient to justify any tone which I had used.’

“After some discussion with Sir Herbert Samuel, he finally stated that, although he did not agree in principle he would consent to this proposition if Mr. Runciman was favorable and that it must rest on the Board of Trade to give a final decision as they were responsible for the supply of foodstuffs in Great Britain.”

Hoover lunched with Sir Herbert, Mr. Masterman and Sir Gilbert. On the following Monday received message from Sir Herbert asking him to attend meeting of Cabinet Committee on food supplies. H. attended meeting at noon, Monday. Mr. Runciman, Mr. McKenna, Lord Lovat, Sir Herbert Samuel, Mr. Masterman and others. H. stated the case briefly, complaining of lack of support, and speaking of the effect on public sentiment in U.S. He gained the point, and afterwards arranged for delivery of the flour.

The flour was purchased at English ports early in the week following 7th December.”


 


Bijlage 2

La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

“Interesting details of the distribution of the various Canadian gifts of foodstuffs to the Mother-country are contained in a White-paper (Cd 7763) relating to the special work of the Local Management Board arising out of the war up to December 31, which has just been presented to Parliament.”

The Government Gifts received by the Local Government Board were 1,000,000 bags of flour from the Dominion of Canada, 250,000 bags of flour from the province of Ontario”

 “Free storage of the flour has been given by the port authorities of Belfast, Bristol, Cardiff, Dublin, Glasgow, Liverpool and London”

“THE FRUITS OF THE EARTH”
“Of the 1,250,000 bags of flour 940,530 have been allocated as follows:
Local representative committees for relief of distress 90,474
Belgian refugee committees 1,691
Placed at the disposal of the commission for Relief in Belgium, about 443,886
Transferred to War Office, 99,760
Further quantity offered to War Office, 300,000
Sold to release bags for sale at 5s. each in aid of National Relief and Belgian Relief Funds, 1,500
Damaged flour sold or in process of sale 3,219


Inhoudsopgave blogs Canadese meelzakken
Eerdere blogs over de Canadese meelzakken, ‘les sacs canadiens’, zijn:
Canadese meelzakken en de gigantisch opgeblazen ‘Hulde aan Amerika’

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift


Voetnoten:

[1] HILA CRB-records 22003 Box 47. Gelezen op 3 juni 2022.

[2] HILA CRB-records 22003 box 114 Cablegrams Bates -Hoover.

[3] La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

American collection of original WW I flour sacks

Mr. Scott Kraska from Massachusetts brought an interesting contribution to my flour sack research after watching the webinar “Spotlight on the famous flour sacks”.

Mr. Kraska wrote:
“Hi Annelien, I enjoyed your presentation with the Hoover Presidential Foundation. I have a collection of Belgian relief flour sacks and other material of the Commission for Relief in Belgium (CRB) that I would be glad to share with you. I have three decorated and sixteen original sacks.”

On my turn I like to share the photographs and information with the readers of my blog.

Belgian Relief Flour, Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minnesota. “Never Forget What America Has Done For Us”, 1915, painted, embroidered. Coll. Kraska

I first asked Mr. Kraska what was the background for his inspiration to create a collection.
“I have been a historian for 40 years and have studied American military history since the age of 13. I began to focus on WW1, when I was 17.
Over the years I gained an appreciation for American volunteers in foreign service during WW1. This includes ambulance drivers with the American Field Service, Norton Harjes and other organizations, aviators with the Lafayette Flying Corps and soldiers serving with the French, British and Canadian armies, all before America joined the War officially in 1917. This led to research in a variety of other civilian service organizations, like the American Fund for French Wounded, C.A.R.D.-The American Committee for Devastated France and the CRB. I have collected and preserved a lot of their material.”

Original sacks
Mr. Kraska’s collection is the first American collection I get to know of that  includes many original flour sacks without decorations.

An important distinction made by Mr. Kraska is the distinction between original sacks with prints of the relief organizations and just printed logos and addresses of the millers:

“Some have the one side printed with a greeting presentation.

“Some have the miller/manufacturer on one side and a greeting presentation on the other.”

“Then I have a collection of standard flour sacks, plain sacks, that just have the millers/manufacturers printed logo and address, they lack the messages from donors.”

Kehlor’s Rex, Kehlor Flour Mills Co., St. Louis, Missouri (recto) – C.R.B. (verso). Coll. Kraska

“This one is interesting due to its size, as you mentioned 50 Lbs. bags are the norm. This one held a very heavy 220 pounds of flour.”

How do we know these original sacks have actually been in Belgium?

“All of mine have the Belgian/Brabant district stamp except for one.”

Decorated flour sacks

“Standard”, Goodlander Milling Co., FT. Scott, Kansas, 1915, embroidered. Coll. Kraska

“The fully embroidered owl/moon is a wall banner and was made without top fringe.”

“This one is smaller but is actually my favorite.

“Combination of paint and embroidery.”

CRB material

“These small paper tags are about 1 x 1.5 inches. I believe they were attached to decorated sacks that were sold to raise funds.”

“I believe the photo was taken in a Canadian warehouse before they were shipped overseas.”

William C. Stevenson, CRB-delegate

William C. Stevenson, CRB delegate in Namur

“I have a diary written by one of the CRB-representatives serving in Belgium. Paper was scarce, so he actually wrote much of it on CRB stationary and forms. The Diary covers June 1 to Oct. 7, 1915 and is a combination of typed pages and hand written on the back of CRB stationary from his district in Namur.”

My further research gives additional information on William C. Stevenson.

William C. Stevenson, CRB delegate

William Cooper Stevenson (ºBellevue, Allegheny Count, Pa., July 30, 1888 +Middleburg, Va., May 15, 1968) was the son of a pastor, Rev. William P. Stevenson (1860-1944) and Elizabeth Cooper Stevenson (1866-1939). Rev. Stevenson had four happy pastorates in Pennsylvania and New York; he was the pastor of Maryville College from 1917-1941.
William Stevenson was in Europe when the war broke out. He was a student at Oxford. The letters which he sent home have been published in the newspapers The Yonkers Stateman and The Yonkers Herald (Yonkers, New York).

In his letter, published on November 14, 1914 he writes: “What a changed Oxford I found when I returned from France the other day! First of all, where are the students? …. With the exception of the 97 Americans and a few whom physical infirmaties debar, the undergraduates almost to a man have responded to the Vice Chancellor’s appeal to join”. (This is the link to the full article).
No wonder Stevenson would decide in the next year to join the work of the Commission for Relief in Belgium. He served the CRB from June 1 till October 1, 1915.
In December 1915 Stevenson returned home to be engaged with his future wife Elizabeth Walker, whom he married in October 1916. They had two children: the later Mrs. Nelson Stevenson McClary of Middleburg, Va., and William W. Stevenson of Charlottesville, Va.

CRB-representatives portraits


“I also have a leather-bound portrait presentation album of all the overseas serving members of the CRB from Hoover all the way to lower echelon staff. The red book I have is shown here. About 16 of the photos have signatures, the rest are unsigned.”

Museum

“I have collected and preserved a lot of material and will be displaying these materials in a museum which I have been building. It is approx. 2700 square feet and will cover the years 1600-1975.
The museum is the white building on the right.

 

 

 

Thank you, Scott Kraska, for sharing the photographs and information of your unique collection. They are a valuable contribution to my research.


ADDITION October 6, 2024
Scott Kraska added a remarkable painted flour sack to his collection.

Gérard Rasse, “MA JEANNETTE “ et son moteur. Liège 1914”. Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, South Dakota”, 1915 (recto). Coll. Scott Kraska

Belgian infantryman 1914. “MA JEANNETTE “ et son moteur. Liège 1914”.
Signature ‘Rasse’: probably the painter Gérard Rasse (°Liège 1874-11-07 +Liège 1955-12-05).

The journalist Karel van de Woestijne wrote in his diary on June 26, 1915: “Ik koop, lees en leer dat ‘ma Jeannette’ de tegenwoordige naam is der bajonet in het Fransch-Belgische leger (I buy, read and learn that “ma Jeannette” is the current name for the bayonet in the French-Belgian army)“.

In the Lizerne Trench Art Facebook group, Bert Somers, one of the group members, explained: “Jeanette” was the nickname among Belgian soldiers for the bayonet for the Belgian mauser rifle. The “Jeanette et son moteur” are therefore the bayonet and its machine (the soldier).
The number 13 indicates that the soldier belonged to the 13th line regiment. Contrary to what the text on the painting suggests, the 13th line regiment did not fight in Liège in 1914, but in Namur.”

Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., 1915 (verso). Coll. Scott Kraska

Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, So. Dak.”. This mill contributed with 250 barrels of flour to the Millers Belgian Relief Movement of the Northwestern Miller newspaper, Minneapolis.

“Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, South Dakota”, 1914 (Report William Edgar, NWM, 1915)

A true flour sack example of trench art! The object shows the international relationship between ordinary people on different continents during WWI, symbolised by the recto and verso of a flour sack: the backside with the American miller’s data, the frontside with the Belgian soldier’s painting.

Thanks to: Hubert Bovens from Wilsele, Michael Closquet from Liège and Nadine de Rassenfosse (Musée de la Vie wallonne, Liège), all in Belgium, for their information and biographical data on the infantryman’s painting and the painter Gérard Rasse, who might be the painter of this flour sack.

 

De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie

De Hoover Institution Library and Archives (HILA) op Stanford University in Palo Alto, Californië bewaart de (Warren) Gregory Miscellany sinds 1994. Daarin opgenomen zijn tien met Brabantse heraldiek versierde bloemzakken, die de gevechten aan de Getelinie van 10-18 augustus 1914 herdenken.

De Hoover Tower op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, mei 2022. Foto auteur
Bloemzakkenonderzoek in de Preservation Room van de Hoover Institution Archives, 24 mei 2022. Vlnr. Annelien van Kempen, Kurtis Kekkonen, Laurent Cruveillier. Foto’s auteur

Ik bestudeerde de fraaie collectie bloemzakken ter plekke onder leiding van Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, op 24 mei 2022 in de Preservation Room (restauratie-afdeling) onder de Hoover Tower.

Warren Gregory

Mr. Warren Gregory, directeur CRB-kantoor Brussel 1916-1917. Foto: Frederick H. Chatfield papers, HILA

De Amerikaan Warren Gregory (Contra Costa County, Ca. 1864.09.30 – Berkeley, Ca. 1927.02.12) was advocaat in San Francisco en kwam voor de Commission for Relief in Belgium werken als directeur van het kantoor in Brussel vanaf november 1916 tot april 1917. Toen moest hij samen met zijn Amerikaanse CRB-collega’s België verlaten, vanwege de toetreding tot de oorlog door de Verenigde Staten.

Origine
Vier bloemzakken (Geet-Betz, Graesen, Budingen en Neerlinter) hebben als origine Canada, ze zijn bedrukt met ‘Flour Canada’s Gift’; de Rummen bloemzak draagt de bedrukking ‘A.B.C.’.; de overige vijf handwerken zijn aan de achterzijde voorzien van een voering, de originele bedrukking van de bloemzak is niet zichtbaar.

Getelinie, Brabant

Tien bloemzakken in de Warren Gregory collectie. HILA-94013 -Cities 1-10. Foto’s auteur

Het handwerk op de bloemzakken blijkt afkomstig uit de toenmalige provincie Brabant van tien gemeenten gelegen nabij de Kleine en Grote Gete in de Getevallei, de afbeeldingen op de zakken vertegenwoordigen hun wapenschild.

Rivier de Gete op kaart van België, 1914. De Kleine en Grote Gete vloeien in Budingen samen tot de Gete

De plaatsen liggen aan de Getelinie: de verdedigingslinie van het Belgische veldleger. Van 10-18 augustus 1914 vonden daar hevige gevechten plaats tussen het Belgische en Duitse leger*).

Verwoestingen bij de Kleine Gete in Zoutleeuw, augustus 1914. Foto uit publicatie vzw De Vrienden van Zoutleeuw, 2014*)

De tien Brabantse gemeenten
De namen van de tien gemeenten op de bloemzakken zijn:

Met groene pijlen heb ik de tien plaatsen in de Getevallei gemarkeerd op een actuele kaart van de themafietsroute ‘Getelinie’ van de ‘Groote Oorlog in Vlaams-Brabant’

*Geet-Betz (Geetbets)
*Rummen
*Graesen (Grazen)
*Budingen
*Ransberg
*Léau (Zoutleeuw)
*Drieslinter
*Neerlinter
*Halle-Boyenhoven (Halle-Booienhooven)
*Orsmael (Orsmaal)

Waar het in 1914 zelfstandige gemeenten waren, hebben inmiddels samenvoegingen plaats gevonden. De huidige gemeente Zoutleeuw bevat de deelgemeenten Budingen en Halle-Booienhoven; de gemeente Linter bevat de deelgemeenten Neerlinter, Drieslinter en Orsmaal-Gussenhoven; Ransberg is deelgemeente van Kortenaken; de gemeente Geetbets omvat de deelgemeenten Rummen en Grazen.
Ik heb drie van de geborduurde wapenschilden kunnen traceren**)
-Léau, een zwart veld, met eenen gulden leeuw met roode klauwen en tong, het bovenste bezet ook met rood
-Rummen, een zwart schild, beladen met drie ringen van zilver, geplaatst twee en een (1819)
-Halle-Boyenhoven, gedwarsbalkt van 10 stukken, goud en rood, het schild links gehouden door een zilveren Sint-Bartholomeus (1914)

Vergelijking van de versieringen: zoek de overeenkomsten en verschillen!
Tien versierde bloemzakken in één Amerikaanse collectie, afkomstig van Belgische handwerksters namens tien gemeenten/plaatsen aan de Getelinie met hun wapenschild en plaatsnaam, dringen de hypothese op dat het versieren van de zakken zal zijn uitgevoerd vanuit een gemeenschappelijk project, binnen een schoolklas of gezamenlijke textielopleiding. Welke richtlijnen zullen zijn gegeven voor de versieringen? En welke patronen zullen er gebruikt zijn?
In Orsmaal was het meisjesonderwijs in handen van de Zusters Annuntiaten van Heverlee. In Drieslinter en Neerlinter waren het de Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar. Mogelijk waren zij betrokken bij het handwerk. ***)

Neerlinter: Verdeling van volkssoep in 1917 met zuster Eva en zuster Honorata. Foto via Lisette Wouters
‘Remerciements à l’Amérique’, bloemzak Drieslinter. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

Remerciements
Vier bloemzakken, Drieslinter, Neerlinter, Orsmael en Léau, lijken qua ontwerp bijzonder veel op elkaar. Ze dragen in geschilderde banieren, boven en onder het wapenschild en de plaatsnaam, de tekst ‘Remerciements à l’Amérique’ (met dank aan Amerika).

‘Stars and stripes’: ‘à l’Amérique’, in rood, wit, blauw; borduurwerk op de bloemzak van Léau. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

‘Remerciements’ is geborduurd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, de letters ‘à l’Amérique’ zijn geborduurd in de Amerikaanse ‘stars and stripes’ in de kleuren rood, wit, blauw.
De meelzak met wapenschild Graesen draagt alleen de bovenste banier met ‘Remerciements’.
De borduurster van Orsmael koos voor de oude spelling en bezuinigde op een ‘E’ wat leidde tot het woord ‘Remerciments’.

Komiteit Drieslinter 1917, Op de foto: Pastoor Draulans, Theophiel Jordens (Fille Cent), Louis Coenen, Louis Wijmans, Victor Jacobs. Uit: ‘Mensen geven Linter een gezicht’. Heemkunde 2002. Foto via Lisette Wouters
Comiteit van Rummen 1917. Foto: Limes Gatia, Geetbets

Reconnaissance
Citaat uit een brief vanuit Rummen in 1915: ‘In ieder dorp is een comiteit opgericht door Amerika, en ieder die geen meel heeft kan een gedeelte kilos krijgen. Er komt maïs voor de hennen, lijnmeel, haring, soep, boonen, rijst, erwten, bloem (maar niet veel), geen spek, dat is duur!’ ****)

Bloemzak ‘A.B.C.’, Rummen met stempel ‘De Stordeur’. W. Gregory coll. HILA. Foto’s auteur

De bloemzak van Rummen draagt de tekst ‘Hommage’(hulde)- ‘Reconnaissant’ (dankbaar). Hommage in de kleuren rood, geel, zwart; Reconnaissant als ‘stars and stripes’ in rood, wit, blauw. Hier is geen banier.

‘Reconnaissance’ in ander lettertype; detail meelzak van Budingen

Ook zonder banieren zijn de twee borduurwerken van Halle-Boyenhove en Budingen met het woord ‘Reconnaissance’ in rood, geel, zwart.
In het wapenschild van Ransberg, vroeger ook Ramsberg geheten, is geborduurd ‘Mons Arietum’: ‘berg der rammen’; deze meelzak is niet voorzien van hulde-tekst of patriottische kleuren.

Dank aan Canada

‘Dank aan Canada’, Belgisch borduurwerk, in eigen patroon op de zak aangebracht; detail bloemzak Geet-Betz (recto)

Een opmerkelijk exemplaar is het borduurwerk van Geet-Betz. Het borduurwerk is gemaakt om expliciet Canada te bedanken voor de voedselhulp. De banier draagt de tekst ‘Dank aan Canada’ in wit op rood fond.

‘Flour. Canada’s Gift’, Belgisch borduurwerk over letters die in Canada op de zak waren gestempeld; detail bloemzak Geet-Betz (verso). W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Op vier hoeken wappert de Canadese vlag. Het open naaiwerk is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
Op de achterzijde zijn de letters van de originele bedrukking ‘Flour. Canada’s Gift. O’ versierd met borduurwerk; ‘FLOUR’ volledig opgevuld in de kleuren van de Canadese vlag.

 

Melk voor de kinderen in Geetbets: ‘Gazette de lait …des enfants, Geet-Betz 1917’. Foto: Limes Gatia, Geetbets

 

Hoofdletter ‘H’, detail meelzak van Halle-Boyenhoven

Variatie in het woordbeeld

‘Graesen’ met twee verschillende ‘E’s’

De borduursters hebben patronen van meerdere lettertypes gebruikt.  De hoofdletters van de plaatsnamen hebben een aparte kleur.

‘Drieslinter’ met twee verschillende ‘E’s’

Merk op dat de twee ‘E’s’ in Drieslinter en Graesen op twee manieren zijn geborduurd, maar in Neerlinter weer niet.
Zou dit bewust gebeurd zijn om te variëren in het woordbeeld?

‘Neerlinter’ met drie dezelfde ‘E’s’

Of kan ik hieruit afleiden dat er gewerkt is door meisjes op school, die er plezier in hadden binnen hun leeromgeving een eigen touch aan de ontwerpen te geven?

Belgisch kant

Details van de meelzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Alle tien bloemzakken zijn gedecoreerd met stroken kant: een enkele of een dubbele strook; voorzover ik kan beoordelen is het handgemaakt kloskant.

 

 

 

 

 

Omlijsting

Details van de meelzak van Neerlinter. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Acht bloemzakken hebben randen in de open naaiwerk-techniek. Het open naaiwerk op de Geet-Betz meelzak is uitgevoerd in de Belgische kleuren rood, geel, zwart. Op de Drieslinter zak is gewerkt met de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw.
De open naaiwerk-randen fungeren als omlijsting van het wapenschild en de plaatsnaam.
De Halle-Boyenhoven bloemzak heeft een omlijsting van kant; de omlijsting van de Graesen zak is geschilderd in roodbruin en daarna geborduurd.

Meer handwerktechnieken

Details van de meelzak van Rummen. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

– Drie bloemzakken: Neerlinter, Drieslinter en Léau, zijn rondom afgewerkt met een rand franje; Drieslinter in kleuren rood, geel, zwart.
– Een appliqué van gestrikte linten is op negen van de tien zakken aangebracht; het lint van Rummen, Halle-Boyenhoven en Budingen is in de Belgische kleuren rood, geel, zwart.
– De achterzijde van de handwerken is afgewerkt met voeringstof, dan wel fungeert de voeringstof als tussenlaag en/of is een stuk meelzak met originele bedrukking aan het handwerk toegevoegd.

Stempels ‘De Stordeur Louvain’
De Neerlinter-bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift’ en de Rummen-zak ‘A.B.C.’ dragen een zwart stempel ‘De Stordeur Louvain’.

Stempel ‘De Stordeur, Louvain’. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

Usines De Stordeur in Leuven was een grote Belgische maalderij, gespecialiseerd in de verwerking van maïs. Tijdens de Groote Oorlog verwerkte de fabriek in opdracht van het Nationaal Komiteit de maïs.
Le Comité National confia le traitement de cette céréale aux deux seules maïseries existant en Belgique avant la guerre.’ [1]

Het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) voerde vanaf december 1915 een statiegeldsysteem in op haar geleegde verpakkingen, dat was dus ook van kracht voor de meelzakken. [1A]
In Usines De Stordeur in Leuven was voor het Nationaal Komiteit hét centrale magazijn van lege zakken, die terugkwamen van de lokale en regionale komiteiten en de bakkerijen. Schoonmaken, repareren en administreren van de retourzakken was een voorname, maar tijdrovende taak.

Usines De Stordeur, Leuven.

Waarschijnlijk zijn de zakken in gebruik geweest als retourzakken voor (maïs)meel gemalen door De Stordeur. Ik kwam dit stempel niet eerder tegen op een zak.

Vrijwel identieke items in de Vlaamse Topstukkenlijst
Twee bloemzakken die vermeld staan in de Vlaamse Topstukkenlijst zijn op vrijwel identieke wijze versierd als twee exemplaren in de Warren Gregory-collectie. Zij bevinden zich in het In Flanders Fields Museum, Ieper: ‘Orsmael’, IFFM inv.nr. 001644 en ‘Budingen’, IFFM inv.nr. 001643. Het museum heeft de twee handwerken verkregen uit de voormalige collectie van een CRB-gedelegeerde, de Amerikaan Robert Arrowsmith (1860-1928)[2].
Dankzij de Warren Gregory collectie kan ik nu als context aan deze Vlaamse Topstukken toevoegen, dat zij verwijzen naar de veldslag aan de Getelinie.

Versierde bloemzakken ‘ORSMAEL’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur
Versierde bloemzakken ‘BUDINGEN’, links Warren Gregory-collectie, rechts Vlaams Topstuk, IFFM-collectie. Foto’s auteur

Vergelijk de foto’s van de versierde bloemzakken op overeenkomsten en verschillen! Het blijft mij verrassen hoe iedere handwerkster op basis van dezelfde lay-out en patronen blijk geeft van eigenheid in de uitvoering, zowel in de keuze van kleuren garens voor het borduurwerk en het open naaiwerk, als het aanbrengen van kant, franje, gestrikte linten en voeringen, als de toevoeging van de Belgische vlag ten teken van liefde voor het vaderland in tijd van oorlog en bezetting.

Conclusie

Geschilderd portret in het borduurwerk van Sint-Bartholomeus op de bloemzak van Halle-Boyenhoven. W. Gregory coll. HILA. Foto auteur

De versieringen op de verzameling bloemzakken in de (Warren) Gregory Miscellany zal groepsgewijze tot stand zijn gekomen, vanuit de herinneringen aan de gevechten rond de Getelinie in de toenmalige provincie Brabant.
Blijkens het handwerk zullen de handwerksters een opdracht hebben gekregen en is er afstemming geweest over vormgeving en toe te passen technieken. De variatie in het woordbeeld geeft de indruk dat de borduursters er plezier in hadden een eigen ’touch’ aan hun borduurwerk te geven door de keuze van de letters.
De gelijkenis met twee bloemzakken in de Vlaamse Topstukkenlijst toont aan dat er in ieder geval voor ‘Orsmael’ en ‘Budingen’ meerdere handwerksters hetzelfde basispatroon hebben gebruikt voor de versieringen op hun zak. Daardoor beschikt ook het In Flanders Fields Museum over herinneringen aan de veldslag bij de Getelinie.
Bij vergelijking van de bloemzakken zie ik dat elk handwerk tot een uniek resultaat heeft geleid en het handschrift draagt van de maakster. Zonder haar bij naam te kennen.

Details van het handwerk op de bloemzakken in de Warren Gregory collectie, HILA. Foto’s auteur

 

Dank aan:
– Hubert Bovens, Wilsele, voor zijn waardevolle opmerkingen over de Getelinie.
– Lisette Wouters, Ransberg, voor haar aanvullingen met publicaties van de heemkundige kring van Linter. Zij schreef het artikel ‘Geborduurde meelzak uit Orsmaal. De smaak van oorlog’, gepubliceerd in ‘Linter Leeft’, gemeentelijk infoblad gemeente Linter – editie winter 2016, p. 12.
Guido Coningx, vzw De Vrienden van Zoutleeuw, voor zijn informatie en de toezending van de publicatie van zijn vereniging.
– Guy Leus, Limes Gatia, de genealogische geschiedkundige kring van Geetbets, voor zijn informatie en foto’s van de voedselhulp in Geetbets, Grazen en Rummen.

Voetnoten:
*) – Heeren, Etienne, De eerste augustusdagen te Zoutleeuw en de deelgemeenten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, vzw. De Vrienden van Zoutleeuw, 2014
– Donvil, Ruben, De Groote Oorlog op kleine schaal. De gevechten aan de Getelinie in Oost-Brabant 1914. Davidsfonds Uitgeverij, 2012

**) De Seyn, Eugène, Geschied- en Aardrijkskundig Woordenboek der Belgische Gemeenten, 1938 (Online ‘Belgian heraldry portal’ (heraldry.wiki.com)).
Guy Leus, Limes Gatia, gaf commentaar op de geborduurde wapenschilden van Geet-Betz en Graesen: “Merkwaardig, het wapenschild van Geetbets is niet juist en Grazen had zelfs geen wapenschild. Het wapen op de bloemzak is ontsproten aan de verbeelding van de handwerkster of de opdrachtgever.” Jaarboek 2022 Limes Gatia, Jaargang 28, p. 215, 216.

***) Wouters, Lisette, Linter en zijn Religieus Erfgoed door de eeuwen heen, deel 3 : kloosterzusters en begijnen. Heemkundige Kring Linter. (Boekvoorstelling zal zijn op vrijdag 18 november 2022, gemeentehuis Orsmaal)

****) Leus, Guy, Geetbets 1914-1918, een vlam in de grote wereldbrand, Limes Gatia, 2015

[1] Henry, Albert,  Le Ravitaillement de la Belgique pendant l’occupation allemande. Paris: Les Presses Universitaires de France, 1924, p. 105-107: La transformation du maïs.

[1A] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications”. 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[2] In 2013 aan IFFM geschonken door Jane Kimball (New Mexico, VS), met dank aan Robin Arrowsmith (Virginia, VS).
De IFFM-meelzak ‘Orsmaal’ is najaar 2016 tentoongesteld in ‘De smaak van oorlog: het leven in een bezette stad en regio 1914-1918′ in Museum ‘Het Toreke’ te Tienen.

 

Belgische collecties in cijfers 2022

Vier jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.

Het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontvouwde voor mij het bestaan van de zakken. Het leidde tot research vragen: “Waar in België zou ik geborduurde meelzakken kunnen bekijken; welke musea en openbare collecties bewaren meelzakken?”
De Vlaamse Topstukkenlijst bevat negen meelzakken, acht in publiek bezit (in collectie In Flanders Fields Museum) en een in privébezit. In 2016 was de motivatie voor het veiligstellen van dit cultureel erfgoed: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’

Vele meelzakken gingen door mijn handen: In Flanders Fields Museum, 2019. Foto’s: Marc Dejonckheere

Inmiddels heb ik honderden versierde meelzakken opgespoord. Vele heb ik in handen gehad en gefotografeerd, hun gegevens verwerkt in mijn ‘Register van Meelzakken WO I’. Anderhalf jaar geleden rapporteerde ik in het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2020’, over 235 geregistreerde meelzakken. Nu tel ik in het register 310 meelzakken, een toename van ruim 30%.
Tijd voor een update: dit blog presenteert de kerncijfers van de Belgische collecties in januari 2022.
Ben je geïnteresseerd in een bepaald onderdeel? Laat je dan leiden via de links naar mijn tientallen eerdere verhalen over de versierde meelzakken.

Belgische publieke en privécollecties versierde meelzakken WO I

17 publieke en 25 privécollecties bevatten gezamenlijk 310 meelzakken, waarvan 196 zakken (63%) in de publieke collecties [1] en 114 zakken (37%) in de privécollecties.

Tasje van meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 1915. Belgische particuliere collectie

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren,katoenen zakken met originele bedrukking van gekleurde letters, logo’s, beeldmerken en stempels.

Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

In de Belgische collecties zijn 130 (42%) meelzakken onbewerkt en 180 (58%) bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 87% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 13% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

100 onbewerkte meelzakken bevinden zich in drie musea: KMKG/MRAH in Brussel bewaart 54 onbewerkte meelzakken, verzameld tijdens de Groote Oorlog door textielkenner en verzamelaar Isabella Errera.
Het WHI/Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie.
Musée de la Vie wallonne in Luik kent de educatieve serie meelzakken van Welsch: 12 originele/onbewerkte en 12 bewerkte meelzakken met per tweetal dezelfde bedrukking.

In KMKG/MRAH en Musée de la Vie wallonne is dus sprake van bewuste collectie-vorming van onbewerkte meelzakken. Materiaal en originele bedrukking zijn de redenen geweest voor bewaring. Madame Errera legde gebruikte materialen van katoen en jute, druktechnieken, kleuren en logo ontwerpen van overzee vast. Monsieur Welsch definieerde de bedrukkingen als borduurpatronen.

Meelzak ‘Yellowstone’, bewerkt (geborduurd) en onbewerkt, 1915, schenking Welsch. Coll. Musée de la Vie wallonne

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 46% in publiek bezit en 54% in privébezit.
Doorheen België zijn in vele huishoudens door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaard gebleven als familie-erfgoed. Kennis van versierde meelzakken in WO I maakt herkenning van het erfgoed mogelijk.

Meelzak ‘Sperry Mills, American Indian’, geborduurd. Foto: Belgische particuliere collectie

Actieve verzamelaars bezoeken markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze prachtige verzamelingen opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan een museum of historische kring vindt druppelsgewijze plaats.

Belgische borduursters van meelzakken in Bergen. Fotocollectie Musée de la Vie wallonne

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd: 60 zakken zijn beschilderd, 145 zakken zijn geborduurd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.

In publieke collecties is 24% van de meelzakken beschilderd (door kunstenaars als Godefroid Devreese, Armand Rassenfosse en Henri Thomas) en 76% geborduurd.

Armand Rassenfosse, Nu (Naakt), 1915. Foto: Belgische particuliere collectie

In privécollecties is 32% van de meelzakken beschilderd (bijvoorbeeld de beschilderde meelzakken in Dendermonde) en 62% geborduurd.

De herkomst van de meelzakken

Beeldmerk van de versierde meelzak ‘Portland’, Oregon, VS. Coll.: Mons Memorial Museum

De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print is weggeknipt bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.

83% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, 11% is afkomstig uit Canada en van 3% is de herkomst onbekend.

Conclusie
Dankzij de bewustwording en medewerking van velen zijn in vier jaar tijd de gegevens van 310 versierde meelzakken in WO I in België bij elkaar gebracht.

Ik verwacht dat er nóg honderden zakken door Belgische families bewaard zullen zijn. Ze liggen goed opgeborgen in de kast, op zolder, in de kelder, soms misschien vergeten…

Zakken zijn vol herinneringen.
Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.

 

Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats. Met hun deskundig advies én werk is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen.

 

[1] De pagina ‘Musea’  toont iets andere cijfers van versierde meelzakken in Belgische collecties dan beschreven in dit blog.  Het verschil is te verklaren doordat:
– een aantal voor publiek toegankelijke instanties meelzakken tonen uit privé-collecties;
– ik een collectie van 62 meelzakken ontdekte in MAS Museum aan de Stroom in Antwerpen na het samenstellen van dit blog.

Dame Belgica en het duiveltje achter haar rokken

Het verbaast me hoe de iconografie van ‘WO I meelzakken’ vragen blijft oproepen.
Kijk maar eens naar deze ‘Dame Belgica’, geschilderd rond 1915 op een Canadese meelzak. Zij kijkt stoer en onverzettelijk de wereld in; houdt stevig met uitgestrekte armen de Belgische vlag in handen.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915. Jan Derynck collectie, Foto: Lizerne Trench Art LTA

Amai, deze Dame bevindt zich niet in één Belgische privécollectie maar in twéé: er is een vrijwel identiek exemplaar in een andere privéverzameling, ook op Canadese meelzak en daterend van rond 1915. Alleen de Belgische vlag achter de Dames wappert op andere wijze.

‘Dame Belgica’ met Belgische vlag, meelzak Flour Canada’s Gift, beschilderd, 1915, coll. Dendermonde, foto: auteur

De handtekeningen van de schilder of schilderes ontbreekt, dus vraag ik me af of de scheppers van de Dames elkaar kenden, of misschien in dezelfde (schilder)klas hebben gezeten?

‘Koning Albert I’, meelzak Chicago’s Flour Gift, beschilderd, 1915. Coll. Dendermonde, foto: auteur

De Dame op zak die tegenwoordig huist in Dendermonde, is ooit overgekomen, tezamen met een aantal andere beschilderde meelzakken, uit een galerie in Brussel.

Waarschijnlijk zullen de dames in de Belgische hoofdstad ontstaan zijn.
Schilderen op zakken lijkt een eenmalige gebeurtenis te zijn geweest voor de meeste Belgische kunstenaars. Ze werden uitgenodigd mee te doen aan lokale liefdadigheidsacties, omdat de gevulde zakken meel van december 1914 tot mei/juni 1915 uit de VS en Canada ook uit liefdadigheid bij de Belgische bakkers gearriveerd waren. Het was de Noord-Amerikaanse weldaad van overzee, de voedselhulp, die beantwoord diende te worden met eigen Belgische weldaden.

Wereldtentoonstellingen als inspiratiebron voor meelzakken
Eureka! De kunstenaars vonden inspiratie voor afbeeldingen in de beeldtaal van de vele wereldtentoonstellingen die het rijke België hield in het decennium voor de oorlog: Luik 1905, Brussel 1910, Gent 1913 [1].

Originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910. Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; Ets. Jean Malvaux; foto: website archives.mundaneum.org

Onze Dames Belgica blijken exact nageschilderd van de originele affiche van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1910: ‘Exposition de Bruxelles 1910‘ (Ets. Jean Malvaux[2]).
Er was ook een zegel van de wereldtentoonstelling met deze Dame.

Expositions Bruxelles 1910, zegel, Dame Belgica met vlag en wapen van Brussel; foto: ebay.fr

Was zij Dame Belgica? Of representeerde zij ‘Dame Bruxelles’?

‘Sint Michaël verslaat de duivel’, Exposition de Bruxelles 1910, affiche, detail; foto: online

Mijn oog valt op een merkwaardig detail op affiche en zegel: er hurkt een bruin gevleugeld personage op de rode vlag achter de oranje rokken… hij steekt zijn sabel in een zwart duiveltje, dat met twee ogen de verte in loert… Een vleermuis, een duivel, een draak, als attribuut voor Dame Belgica?
Ik word snel uit de droom geholpen: het is de vlag met het wapen van Brussel en toont de patroonheilige Sint Michaël die de duivel verslaat!
De Dames op de meelzakken ontberen Sint Michaël en het duiveltje, da’s jammer…

Personificatie
De fiere Dame Belgica in oranje gewaad op meelzak nodigde uit tot onderzoek naar het fenomeen van ‘personificatie’.

‘Triple Entente’. Russische poster 1914, personificaties van Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië. Foto: wikimedia

Even googlen en de beelden en betekenissen rollen over mijn scherm. Wikipedia zegt over personificatie: “Een personificatie in de beeldende kunst is het weergeven van een abstract begrip in een menselijke of antropomorfe gedaante.

Personificatie van Canada, 1917 door John Byam Liston Shaw; foto website ‘Plenty of Nothing’

De personificatie is meestal een vrouw omdat de Latijnse namen voor de abstracte begrippen vaak vrouwelijk zijn. De personificatie heeft bijna altijd een of meerdere attributen bij zich waaraan het te herkennen is, soms zijn dit zelfs uiterlijke kenmerken.”

Afbeeldingen van ‘nationale personificaties vullen het internet; de beeldtaal is onderhevig geweest aan de tijdgeest. Het zijn meestal vrouwen met soms bizarre attributen.

Personificatie van Nederland, 1916. ‘De Nederlandse Maagd’, haar attribuut is een ‘gordel van smaragd’ de ‘Indische’ eilanden; tekening Johan Braakensiek; foto: wikimedia
Joseph Dierickx, detail ‘America Feeding Belgian Children’, 1915. Courtesy HHLP

Al eerder kwam ik de personificatie van Amerika tegen op de meelzak ‘Belgian Relief Flour‘ van Michigan Milling Co. Joseph Dierickx schilderde haar als voedende moeder.

Dame Belgica in Schotland?
Geschiedschrijving over WO I en nationale personificatie blijft vragen oproepen. Ik tuimel via de Schotse hulp aan Belgische vluchtelingen, beschreven in Edinburgh, in de archieven van de Belg Charles Sarolea (Tongeren 25.10.1870 – Edinburgh 11.03.1953). Hij was echtgenoot van Marthe Angélique Hippolyte Marie Van Cauwenberghe (1874-1901; x1895) en van Julia Frances Dorman (1861-1941; x1905).
Hij werkte als docent aan de universiteit van Edinburgh sinds 1894 en was vanaf 1908 tot zijn dood de Belgische Consul in Edinburgh. Van 1912 tot 1917 was hij hoofdredacteur van het blad ‘Everyman’, een literair tijdschrift dat wekelijks verscheen. In 1915 stuurde de Belgische regering Sarolea op missie naar de VS; zijn taak was om de Amerikanen op diplomatieke wijze te doordringen van de wandaden van Duitsland in bezet België. Sarolea keerde zich echter publiekelijke en expliciet tegen de Amerikaanse neutraliteit in de oorlog, zodat zijn missie een mislukking was.
Daarmee blijkt toch weer dat Lalla Vandervelde haar missie in Amerika briljant heeft uitgevoerd!

Sarolea steunde de Belgische zaak via de ‘Everyman’ Belgian Relief and Reconstruction Fund. In zijn archieven in Edinburgh University Library & University Collections bevindt zich ook een pamflet van ‘Scotland’s National Appeal’ voor ‘The Belgian Refugees, 1915’.

The Belgian Refugees. Scotland’s National Appeal; coll. Edinburgh University; foto uit blog

In beeld: een dame in wit gewaad, personificatie van ‘Scotland’ strekt haar armen uit, zij roemt ‘Belgium’s Heroism’. De Belgische vlag wappert achter haar; een soldaat steekt met de scherpe punt van de vlaggenstok in op de Duitse adelaar.
Iconografisch doemt de vergelijking op met de heilige Sint Michaël die de duivel verslaat!

Is dit Dame Belgica in Schotland??! Illustratie uit blog

‘Wartime propaganda’ …
In het blog “Charles Sarolea and his relief effort for Belgium during the War. Relief for Belgium… offers of aid from all over Scotland van 9 maart 2015 staat abusievelijk vermeld dat de vrouwelijke witte verschijning op het pamflet uit 1915 ‘Dame Belgica’ zou zijn. Het woord ‘Scotland’ staat echter in haar japon geschreven en het symbool van de witte roos siert haar kledij; het lijkt mij toe dat hier afgebeeld staat ‘Lady Scotland’.

Conclusie
Dankzij de Dame Belgica, beschilderd op meelzakken, heb ik de patroonheilige van Brussel leren kennen én ik weet hoe Dame Belgica te onderscheiden van haar soortgenoten in andere landen.

Deze ‘Dame Belgica’ stond op affiche en zegel van de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel. Zij is in 1915 nageschilderd op twee meelzakken, die beide bewaard worden in privé-collecties in België. Collage: auteur

Dank aan:
– Jan Derynck, beheerder van de Facebook-groep Lizerne Trench Art (LTA). Zijn posts en herhalingsberichten voor de leden van de groep geven inspiratie en vormen aanleiding tot nader onderzoek van de WW I meelzakken;
– Hubert Bovens om mij uit de droom te helpen over het beeld van Sint Michaël en de duivel op de wereldtentoonstellingsaffiche.

[1] Voor andere inspiratiebronnen van de wereldtentoonstellingen: zie mijn blogs: Van Lewis Richards via Berthe Smedt naar Antoine Springael (Brussel 1910) en Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen (Gent 1913).

[2] Etablissement Jean Malvaux in Brussel-Molenbeek was een vooraanstaand bedrijf in fotogravures en produceerde de affiche.

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’; foto: archives.mundaneum.org

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Congres des Commerçants et les Commerçantes de Belgique – Bruxelles, 17 et 18 août 1910’.
Of en hoe het congres van de kooplieden op 17 en 18 augustus heeft plaatsgevonden tijdens de wereldtentoonstelling is maar de vraag. De nacht van 14 op 15 augustus 1910 brak er brand uit; vele gebouwen en paviljoens gingen in vlammen op. Hoe de organisatie er daags daarna aan toe was, laat zich raden (Le Livre d’Or de l’Exposition Universelle et Internationale de Bruxelles en 1910 publié sous les auspices du Comité Exécutif par Em. Rossel).

 

 

 

 

Affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge’; foto: pinterest mamaisondepapier.be

– Er was een affiche ‘Exposition de Bruxelles 1910. Chemin de Fer de l’Etat Belge

Kunstenaars @hooverlibrarymuseum

Recent maakte ik een Instagram account aan @floursacksww1. Ik was benieuwd of er via sociale media nieuwe versierde meelzakken tevoorschijn zouden komen.

Conservator Marcus Eckhardt toont meelzakken in HHPL, 2019, foto Instagram @lundberg_tom

Jazeker, ik ontdekte foto’s van enkele fraai beschilderde meelzakken, onderdeel van de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPL).

Meelzakken op Instagram
Twee beschilderde meelzakken trokken direct mijn aandacht. De foto’s waren geplaatst @lundberg_tom. Tom Lundberg, professor op rust in het Department of Art & Art History, Colorado State University, Fort Collins, Colorado, deed in augustus 2019 onderzoek naar versierde meelzakken in HHPL.

Tom Lundberg, ‘Flame Tab’, katoen, zijde, wol & viscose garens op wollen stof, 25 cm br., 2019; foto Instagram @lundberg_tom

 

Als kunstenaar borduurt Tom Lundberg kleine verhalende motieven, geïnspireerd of beïnvloed door emblemen, insignes, identiteitsbadges en tradities in textiel. Hij zocht inspiratie voor nieuw borduurwerk via de studie van de meelzakken.

 

 

Rose Houyoux: ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL 62.4.215; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose Houyoux beschilderde de meelzak, inv. nr. HHPL 62.4.215, met een vrouw in blauwgroene japon met een bundel korenhalmen in haar armen op een schip waarop de Amerikaanse vlag wappert. Een (Belgische) vrouw in oranjerode japon zit geknield aan land en strekt haar armen uit om de bundel koren in ontvangst te nemen. ‘To those Who gave us the Joy to be grateful’ (Aan degenen die ons de vreugde schonken om dankbaar te zijn‘) luidt de handgeschreven tekst. De vrouwen zouden een representatie kunnen zijn van Columbia (blauwgroene japon) en Dame Belgica (oranjerode japon).

Rose Houyoux, meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915; Courtesy HHPL

De kunstenares Rose Hélène Jeanne Houyoux (Brussel 30.07.1895 – Elsene 02.09.1970) was de dochter van de bekende kunstschilder Léon Houyoux (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940). Haar vader had met zijn gezin in 1908 het Portiershuisje van het Roodklooster in Oudergem (Auderghem) betrokken, waar vele vrienden van de kunstkring Le Sillon zich in de buurt vestigden.

Rose Houyoux, detail meelzak ‘Maple Leaf/To those Who gave us the Joy’, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

Rose was twintig jaar in 1915; ze zal samen met haar vader hebben deelgenomen aan de tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Auderghem in augustus 1915. Gelukkig is de meelzak van Rose Houyoux bewaard gebleven; zo ook een beschilderde bloemzak van Léon Houyoux, deze bevindt zich in de collectie van de familie Moulckers.
Rose Houyoux is in haar latere leven conservatrice geweest in Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel; zij was weerstandster in Wereldoorlog II.

Meelzak, recto, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, orig. bedr., 1914. Coll. WHI; foto: auteur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario, Canada
De oorspronkelijke bedrukking op de meelzak was de merknaam ‘CASTLE’ met het logo van de Maple Leaf Milling Co., Ontario, Canada (recto); de achterzijde van de oorspronkelijke zak was bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). *) Beide bedrukkingen schemeren licht door het schilderwerk van Rose Houyoux heen.

Het War Heritage Institute (WHI) bezit een onbewerkte meelzak met originele bedrukking.

Maple Leaf Flour Mill, Port Colborne, Ont. Canada, ca. 1920. Niagara Falls (Ont.) Public Library website

Maple Leaf Milling Company was een onderneming die diverse maalderijen exploiteerde. Maple Leaf Mills in Port Colbourne, Ontario, Canada, was in 1911 geopend en de grootste maalderij binnen de firma, het kon 363.000 ton meel per dag produceren. Nadien groeiden de bedrijfsactiviteiten uit met nog een maalderij, een zakkenfabriek, voederfabriek, roggemolen, maismolen en opslag. De maalderijen in Ontario tezamen waren de grootste graanverwerker in het Britse rijk, tot in oktober 1961 een brand de fabrieken grotendeels verwoestten. De onderneming kon een tegenslag verwerken: heden ten dage is Maple Leaf Foods Inc. de grootste voedselverwerker in Canada: @mapleleaffoods

Tas van meelzakken, onder meer ‘Maple Leaf Milling Co.’, (recto),  geborduurd Anderlecht, 1915; HHPL 62.4.6. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library and Museum
Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, tas met borduurwerk, 1915. Coll. HHPL 62.4.339; detail foto: Instagram @lundberg_tom

De meelzakken van Maple Leaf Milling Co./Gift from Ontario (Canada) zijn zeer veel geselecteerd om te versieren door de Belgische borduursters en kunstenaars; ook zijn ze bewaard gebleven. In de collectie van HHPL zijn een tiental versierde meelzakken met deze oorspronkelijke bedrukking. Twee voorbeelden staan op foto’s @lundberg_tom: een bedrukte meelzak met appliqué en borduurwerk (HHPL inv.nr. 62.4.71); een geborduurde tas (HHPL 62.4.339).

Meelzak, verso, ‘Maple Leaf Milling Co/Gift from Ontario (Canada)’, geverfd, appliqué, borduurwerk, 1915/16. Coll. HHPL 62.4.71; foto: Instagram @lundberg_tom

De eigen website van het museum toont een kloeke, rechthoekige tas, gemaakt van diverse meelzakken, waaronder Maple Leaf Milling Co; borduurwerk ‘Anderlecht’ (HHPL inv.nr. 62.4.6).

Aimé Stevens: Babyportret

Aimé Stevens, detail meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL 2017.3.1; foto: Instagram @lundberg_tom

Aimé Stevens schilderde het portret in zijaanzicht van een baby met bruin haar en bolle wangen tegen een groene achtergrond, HHPL inv.nr. 2017.3.1.

Aimé Stevens, meelzak American Commission/ Babyportret, 1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De signering op de beschilderde meelzak bestaat slechts uit de initialen ‘A.S.’. Speurwerk van Hubert Bovens, specialist in biografische opzoekingen van kunstenaars, leidde door vergelijking van handtekeningen en initialen tot de ontdekking dat Aimé Stevens de schilder van het babyportret is geweest.
Oscar Aimé Jean Stevens (Schaarbeek º28.12.1879 +Brussel/Elsene 23.08.1951) was kunstenaar-schilder en heeft lesgegeven aan de Académie Royale de Beaux-Arts in Elsene/Brussel. Aimé Stevens huwde op 5 februari 1902 te Brussel met Aimée Uyttebroek (ºDoornik 29.10.1875). Zeven jaar later werd hun eerste en enige kind geboren en die kreeg Spaanse namen: José Santiago Rogelio Stevens (ºElsene 13.04.1909 +Algerije 10.01.1967).**)

Aimé Stevens, ‘Moeder en kind’, lithografie, ca 1910. foto: William P. Carl Fine Prints, Durham, NC (online)

Het jongetje met deze bijzondere namen[1] heeft model gestaan voor het kinderportret op de meelzak. Eerder, in 1910, maakte Aimé Stevens de lithografie ‘Moeder en kind’ (Aimée en José is mijn toeschrijving). Vermoedelijk heeft Stevens het babyportret in 1915 op de meelzak geborsteld naar deze lithografie en/of een ander schilderij of tekening van zijn zoon, toen deze een baby was.

De kunstenaar voorzag de meelzak van het jaartal ‘1914’, dit zal de tijdsaanduiding van het begin van de oorlog zijn; immers, de zakken met meel zijn niet eerder dan december 1914/vroeg in 1915 in Brussel gearriveerd; het babyportret moet geschilderd zijn in 1915.

Meelzak ‘American Commission’, originele bedrukking, 1914. Coll. G. Hollaert; foto: auteur

De meelzak is voorzien van de originele bedrukking ‘American Commission’.
De ‘American Commission for Relief in Belgium’, kortweg ‘American Commission’ was in Londen in oktober 1914 geformeerd en stelde zich ten doel de noodlijdende bevolking in bezet België te hulp te komen met voedsel en kleding. Later is de aanduiding ‘American’ vervallen omdat ook diplomaten van andere neutrale landen waaronder Spanje en Nederland beschermheren werden van de hulpverlening. Sindsdien was de naam: ‘Commission for Relief in Belgium (CRB)’. [2]

Ik heb de indruk dat lege meelzakken met de print in blauwe letters ‘American Commission’ specifiek zijn geselecteerd door de Belgische kunstenaars om daarop te schilderen; er zijn vele voorbeelden van dergelijke beschilderde meelzakken.

Marthe Pander, meelzak American Commission/Hommage aux Etats-Unis, geborduurd, 1914-1915. Coll. HHPL; foto: Instagram @lundberg_tom

De Commission was de representant van alle mensen die hulp hadden geboden, tot hen richtte het huldebetoon van de kunstenaars zich. Het voordeel van de bescheiden oorspronkelijke bedrukking was dat erboven en eronder blanco doek was om op te schilderen. Ook de Belgische borduursters hebben de meelzak ‘American Commission’ graag bewerkt. @lundberg_tom toont de foto van het borduurwerk op meelzak (HHPL inv.nr. 62.4.128) van Marthe Pander. Marthe borduurde de meelzak op school: de Ecole Moyenne de Saint-Gilles-chez-Bruxelles, Classes préparatoires, 6e année d’études; zij was toen 13 jaar.***)

Verrassingen
Op zijn online-zoektocht naar biografische gegevens van de kunstenaar Aimé Stevens kwam Hubert Bovens tot zijn verrassing twee opmerkelijke verhalen tegen.

Dr. Maurits Van Vollenhoven

Aimé Stevens, Maurits Van Vollenhoven; foto: website simonis-buunk.nl

Allereerst kwam een scabreus portret tevoorschijn van de hand van Aimé Stevens, gemaakt van de Nederlandse diplomaat dr. Maurits Van Vollenhoven. Van Vollenhoven was een jonge diplomaat; hij vertegenwoordigde het Nederlandse gezantschap in Brussel tijdens de Groote Oorlog.

Dr. Maurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur

Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Statige officiële portretten en sculpturen zijn gemaakt en worden bewaard van de drie heren.

Vanwaar dit gewaagde, dubbelzinnige portret door Stevens? Ik opteer voor twee mogelijkheden.
– Toen de Verenigde Staten in april 1917 toetraden tot de oorlog moesten de Amerikaanse consul Brand Whitlock en de CRB-gedelegeerden vertrekken uit België. Van Vollenhoven en Markies de Villalobar zetten het werk voort om bescherming te bieden voor de hulpverlening binnen het Comité Hispano-Néerlandais (CHN). De samenwerking tussen Nederlanders en Spanjaarden boterde helaas niet; de relatie tussen Van Vollenhoven en Markies de Villalobar was ronduit onaangenaam. De Spaanse connecties van Stevens zullen hem solidariteit met de Spanjaarden hebben gegeven.
– De hoofdreden van deze ‘spotprent’ zal de slechte reputatie van zowel Nederland in België in het algemeen, als speciaal die van Van Vollenhoven in Brussel zijn geweest. Aimé Stevens gooide in zijn portret alle Belgische haat en ergernissen tegenover Nederland, haar koningin en de rol van de Nederlanders in ’14-’18 eruit. Ook zal hij verwijzen naar de maîtresses die Van Vollenhoven er op nahield en de immorele en illegale praktijken van de diplomaat:
‘’t Koninginnetje’s Minister-Resident Van Vollenhoven’. [2A]

Aimé Stevens, dr. Maurits Van Vollenhoven, satirisch portret, olieverf op schildersboard, 33×24 cm; foto: website simonis-buunk.nl

Van Vollenhoven kijkt met arrogante blik voor zich uit, een dikke sigaar hangt in zijn linker mondhoek. Zijn gespierde linkerarm is getatoeëerd met een hart en naar beneden gerichte pijl, waaromheen de woorden ‘Les Dames Bruxelloises’. Van Vollenhoven is gekleed als worstelaar: polsen met zwarte beschermbanden, een broekje met tijgerprint, een sjerp met Nederlandse kleuren; zijn hemd heeft de initialen ‘C.H.N’; vier medailles tooien zijn borst. De diplomaat-worstelaar bewaakt een toog waarop een dikke klont ‘Boter’ en drie vette kazen, twee rond voor Gouda, een plat met ‘Edam’.
In de rechterbovenhoek de rood, wit, blauwe Nederlandse vlag daaronder de tekst: ‘Wie Nederlandsch bloed in d’aderen vloeit …’
De opdrachtgever van het portret zal buitengewoon in zijn nopjes zijn geweest! Het portret was voorheen te koop bij Kunsthandel Simonis & Buunk.

“Jose Santiago Rogelio Stevens arrested in Trinidad”
José Santiago Rogelio Stevens, de jongen die model stond voor het aandoenlijke babyportret, huwde als 21-jarige op 7 maart 1931 in Brussel met de 18-jarige Anne-Marie Ramona Janssen, geboren in Montevideo, Uruguay (03.09.1912 – 27.10.1979). Zij was de dochter van de honorair consul in Montevideo.

In de Tweede Wereldoorlog ging José Stevens in de fout, hij werd spion voor de Duitsers. Op weg naar Montevideo werd hij gearresteerd: ‘Jose Santiago Rogelio Stevens, of Uruguayan birth, was arrested July 31, 1942, aboard the “CABO DE HORNOS” en route to Montevideo as an espionage and propaganda agent for the Germans. He had spent some time in Brussels, Belgium, and aboard ships sailing to the Congo. He was contacted in Brussels by the Germans’.[3]

José Stevens ‘Esteves’ werd gearresteerd en berecht voor spionage in WO II. Dossier The National Archives VK, website

The National Archives van het Verenigd Koninkrijk bevatten het dossier KV 2/1153 van ruim 200 bladzijden over José Stevens’, alias Esteves, spionageactiviteiten. De samenvatting van het dossier vermeldt: ‘Jose Santiago Rogelio STEVENS, alias ESTEVES: Belgian. STEVENS was arrested in Trinidad on his way to South America in August 1942. He claimed to be a Uruguayan citizen returning to Uruguay in an exchange scheme with German nationals. At Camp 020 he admitted to his recruitment by the Abwehr, whom he claimed had commissioned him to engage in pro-German propaganda in Uruguay and to report on South American industries working for Great Britain. It emerged that in fact he was a Belgian citizen, and there was a suspicion that his agent role was much more important than he ever admitted. He was retained for the duration of the Second World War.’

Le Conseil de guerre de Bruxelles veroordeelde José Stevens voor spionage activiteiten. Belgisch Staatsblad 1946

Na de oorlog is José Stevens berecht voor zijn gedrag. In het Belgisch Staatsblad is het vonnis gepubliceerd van Le Conseil de guerre de Bruxelles van 15 juni 1946 waarin José Stevens veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 7000 francs.
Drie jaar later stond Aimé Stevens ‘artiste-peintre, prof. à l’Académie Royale des Beaux Arts’ vermeld als ‘Consul d’Uruguay’ op het adres waar hij woonde:  Rue Van Eyck, 51, Elsene (Almanachs de Bruxelles 1949).

Conclusie
Anno 2021 brachten de Instagram foto’s @lundberg_tom een variëteit aan verhalen, voortgebracht door textiele dragers #narrativetextiles. De versierde meelzakken van kunstenaars @hooverlibrarymuseum vullen zakken vol herinneringen: @floursacksww1.

 

Dank aan Hubert Bovens te Wilsele voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars, alsmede borduurster Marthe Pander en de vele vondsten die hij online deed en met mij deelde.

*) Wat de betekenis is van de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ , vertaald: ‘Schenking van Ontario (Canada) aan het Moederland’, was me eerst een groot raadsel. Met het ‘Moederland’ bedoelden de Canadezen Groot-Brittannië, maar deze meelzakken kwamen als voedselhulp in België terecht. Inmiddels is het raadsel opgelost.
Zie mijn blogs:
Eén miljoen zakken meel uit Canada.
– Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’.

**) De genealogie van Oscar Aimé Jean Stevens is bijeengebracht door Joël Cuche op de website Geneanet.

***) Familiegegevens van Marthe Pander:
In het gezin Léon Pander (Marcinelle 05.06.1874 – Sint-Lambrechts-Woluwe 18.02.1947) en Marie Jeanne Kersten (Sint-Jans-Molenbeek 22.05.1876 – Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1907) waren er drie kinderen, de middenste heette Marthe Fernande Victorine (Sint-Jans-Molenbeek 19-07-1902). Haar moeder stierf jong, toen Marthe nog geen 5 jaar was. Vader Léon Pander was telegrafist.
Marthe is gehuwd met Maurice Poulet, Ingénieur commercial Solvay (ULB); toestemming voor het huwelijk is verkregen op 15 mei 1939 Sint-Lambrechts-Woluwe. Op 19.07.1961 leefden beiden nog. Ze woonden toen rue Général Lartigue 101, Sint-Lambrechts-Woluwe. In 1965 woonden ze er niet meer.

Aimé Stevens, Spaanse danseres, olieverf op doek, 45×30 cm; foto artnet.de

[1] Welke Spaanse connecties van Aimé en Aimée Stevens-Uyttebroek hebben geleid tot de Spaanse namen van José zal interessant zijn om nog eens te onderzoeken. Tussen de schilderijen van Aimé Stevens ontdekte ik online wel een portret van een Spaanse.

[2] Kittredge, Tracy Barrett, A History of the C.R.B. The History of the Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited Printers, 1918, p. 49 en 50

[2A] Kruisinga, Samuël, Neutral Protectors. The Comité Hispano-Néerlandais and the Fight for Belgium, 1917–1918. The International History Review 2024, vol. 46, no. 4, p. 408-425, 2024. (blz. 412)

[3] History of the Secret Intelligence Service (S.I.S.) Division. Volume 3, Accomplishment Mexico and Venezuela, p. 570

One million bags of flour from Canada to Great Britain

I spent this past May reading and browsing the archive of The British Newspaper Archive. In collaboration with The British Library, this platform provides access to the largest online collection of British and Irish historical newspapers. The archive also contains some Canadian newspapers.

The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), Monday, August 10, 1914

“Million bags of flour from Canada”
You can imagine my surprise when I came across a collection of English and Irish articles in August 1914 with the headline: “MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA”.
A million bags of flour from Canada?!

The Scotsman, August 10th, 1914

The newspapers reported on the Canadian government’s donation to the people of the United Kingdom during the first weeks of the war.

“The Board of Trade announces that the following telegraph communicatons have passed between the Duke of Connaught, Governor-General of Canada, and the Secretary for the Colonies: “I am desired by my Government to inform you that the people of Canada, through their Government desire to offer one million bags of flour of ninety-eight pounds each as a gift to the people of the United Kingdom, to be placed at the disposal of His Majesty’s Government, and to be used for such purposes as they may deem expedient. This size is most convenient for transportation. The first shipment will be sent in about ten days, and the balance as soon as possible afterwards. – ARTHUR.”
Received 6.40 A.M., 7th August.
Reply sent:
-“
12.45 P.M. 7th August.
Your telegram, 6th August. His Majesty’s Government accept on behalf of the people of the United Kingdom with deep gratitude the splendid and welcome gift of flour from Canada, which will be of the greatest use in this country for the steadying of prices and the relief of distress. We can never forget the promptitude and generosity of this gift and the patriotism from which it springs. – HARCOURT[i]

The first bags of flour were readied in the Canadian mills on August 20th. On September 9th, 1914, 50,000 bags of flour had already arrived in Liverpool. Each bag was printed in color with large letters “FLOUR. CANADA’S GIFTʼ.

The first load of 50,000 bags of flour has arrived in Liverpool on an “Allan Liner” and is stored in a warehouse. The Daily Citizen, September 14th, 1914

The background of the impressive donation turned out to be considerations of financial nature. “In the work of financing the exports of grain and flour from Canada, the arrangement completed by the Bank of England, under which the Canadian Minister of Finance has become the depository of important gold reserves which otherwise would have been shipped across to England, is of high importance, as the large sums paid into the Treasury at the Canadian capital can be paid out to exporters of produce from the Dominion. The effect of this will be to relieve the financial tension considerably.” [ii] 

Another message explained, in my words, the dual purpose of controlling bread prices and the ability to come to the aid of the poor.
What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.”[iii]

Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with “Canada’s Gift of Flour” on October 5th, 1914. Still from film clip “Riversdale”, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

The bags of flour were mainly stored in the ports of London and Liverpool.

Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with a portion of the Canadian gift of flour to Great Britian. Dublin Daily Express, October 6th, 1914

But the ports of Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin and Belfast also had flour from the Canadian donation in storage. The Port Authorities had undertaken to warehouse the gift of flour as long as necessary without charge. The Food supply management was entrusted to the Local Government Board, which was to establish a method for distributing flour to the population; it turned out to be an issue that had not yet been decided. The total value of the donation was estimated at half a million pounds sterling.

Film footage of the unloading of bags of flour in the British port of Cardiff has been preserved in the historical Reuters collection and is available online at “British Pathé”. The steamship Riversdale from Sunderland came from Montreal, Canada, and docked in Cardiff in October 1914. The title of the 30-seconds film clip is “Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour.”

Unloading of flour bags from steamer Riversdale in Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

“Canada’s magnificent gift to this country of 1,000,000 bags of flour will come in the main to London and Liverpool. Its care will be taken over by the Relief Committee of the Local Government Board and the Regulation of Food Prices Committee of the Board of Trade. At present no decision has been reached as to the exact method by which the gift is to be utilized. The approximate value of the flour at wholesale prices is £ 500,000. The Port of London Authority and the Mersey Docks and Harbour Board have undertaken to warehouse it as long as necessary without charge.”[iv]

Unloading of flour bags from steamer Riversdale, Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

Donations from the Canadian provinces
Canada provided more gifts. The Canadian provinces donated food and fuel. Alberta donated 500,000 bushels of oats, Quebec, the French-speaking province, 4,000,000 lbs of locally made cheese. Nova Scotia donated 100,000 tons of coal. British Columbia contributed with 25,000 cases of canned salmon and New Brunswick 100,000 bushels of potatoes. Ontario’s gift was £ 100,000 to be spent with them by the British government as needed.[v]

Manitoba’s Gift

Flour sack “Manitoba’s War Gift to Imperial Government. 50,000 Bags No 1 Flour made from Manitoba Hard Wheat”, 1914. Sunset Manufacturing Co. Ltd. Coll. Canadian War Museum, Ottawa, Ontario
Souvenir Flour Sack “Manitoba’s War Gift”. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada

The province of Manitoba donated flour to the Motherland: “MANITOBA’S GIFT. The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.“[vi]

“The Government of Manitoba has awarded the contracts for its gift of flour to all the principal mills at a cost of 2 dollars 90 cents and lower. The flour is the finest the province produces and will be rigidly inspected. It will be ready by October 20th. – Press Association War Special[vii]

 

“Bags are sold for 5 shillings each”
My surprise at the one million bags of flour from Canada increased as I read a letter from a housewife in Dundee, Scotland. Immediately after the first report of the donation of one million bags of flour to the United Kingdom, she had an idea for the use of the empty flour bags. She wrote a letter to the local newspaper on August 25th.

“Flour Bag Souvenirs”, suggestion of a Dundee Housewife, Scotland. The Courier, August 28th, 1914

“Every housewife knows what a great many useful things can be made out of flour bags, and one of the gift bags would be a lasting souvenir of this great war…” DUNDEE HOUSEWIFE
August 25, 1914”[viii]

The suggestion has to have been embraced with enthusiasm and broad support, because from mid-September on, the newspapers published a stream of calls to subscribe to the sale of flour bags. The proceeds went to charity.

The sacks are all marked ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Photo: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. London, John Heywood Ltd., 1915 

‘CANADA’S GIFT
Sacks to be Sold at 5/- Each.
Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’
Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.[ix]

Sales offer and suggestions how to use the emptied Canadian flour sacks. Evening Despatch, October 31st, 1914

Next an informative article appeared about the sale of the empty flour sacks. Its headline was “CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.“[x]
For interested parties, 10,000 empty flour sacks became available starting December 9th, 1914. The specification of the sacks was as follows: 98 lbs sacks, made of gray calico (sturdy fabric of unbleached cotton). Dimensions were 36 inches high and 18 inches wide, or cut open, 36 inches wide. One side of the sack read in colored large print letters “FLOUR. CANADA’S GIFT.”

Lovers of the flour bags made suggestions for use. The material could be embroidered and cushion covers could be made. In particular, it was mentioned that Red Cross hospitals could use it to make their cushion covers, and even mattress covers for cots. Some wanted to hang a flour sack at their political club, another club or in schools. The suggestion was to make a copy available to all museums. With the approaching Christmas season, the idea arose to designate the bags as “Christmas gift bags”. And a very ingenious housewife planned to cut up her flour sack to prepare her Christmas puddings.

In December, a Canadian newspaper concluded with the headline “Selling the Sacks. How Canada Achieved a Double Purpose.”: “Thus, Canada has benefited the Motherland two-fold by her generous contribution. Not only has she helped to feed England, but she has also, by this gift, helped to swell those two very deserving funds (the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund) now so prominently before the public.”[xi]

This Canadian newspaper article incorrectly mentions “empty sacks which had contained the Canadian gift flour for Belgians”. This should have been “the Canadian gift flour for Britain, the Motherland”, December 8, 1914

Marking
Ultimately, only 1,500 bags of the 10,000 bags made available were sold for charity in England. (La métropole d’Anvers paraissant provision à Londres, January 21, 1915)

Chester Chronicle, December 26th,  1914

On December 26th, 1914, the shipment of empty flour bags to the buyers had started. The marking of each bag was: “N.R.F., B.R.F., 1914” as proof that the proceeds from the sale were destined for the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund.[xii]

Sheffield
Within a month, two photos of a decorated Canadian flour sack appeared in Sheffield newspapers. The canvas bears the stamp “NRF, BRF, 1914”. A lady from Sheffield made the cushion.[xiii]

Decorated Canadian flour sack, “Bulldog on “Scrap of Paper”, cushion made by a lady in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, January 23rd, 1915

The first picture showed a flour sack transformed into a cushion. The pen drawing shows a bulldog – symbolizing Great-Britain-, in the dog’s mouth the British flag. The dog is sitting on a piece of paper, next to it is written “Scrap of Paper”.

“Scrap of Paper”

British poster with a call to enlist based on the honorary promise of the British Empire to protect Belgium. Coll. Canadian War Museum

The drawing refers to the Treaty of London of 1839, the definitive international recognition of Belgian independence and the establishment of the borders between Belgium and the Netherlands. The United Kingdom, France, Austria, Prussia and Russia signed the treaty, guaranteeing the neutrality and security of Belgium.
When the Germans invaded Belgium on August 4, 1914, violating its neutrality, the British stood by their guarantee and declared war on the German Empire. The British ambassador had informed the German chancellor that the UK would declare war on Germany in the event of a breach of Belgium’s neutrality. The Chancellor responded that he couldn’t believe the UK would declare war because of “un chiffon de papier” (“a scrap of paper”).
Indeed, other arguments were decisive: for example, the British did not want the German navy to take possession of the Belgian seaports.

Decorated Canadian flour sack transformed into cushion by a lady in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, January 23rd, 1915

The second photo showed a pillow that read “FLOUR. CANADAʼS GIFT.” It was also decorated with a pen drawing, now with flowers.[xiv]
Both photos may have been of one and the same cushion, front and back, respectively. The same corded edge and the two tassels on the corners would suggest this to be the case.

Sheffield Independent, January 16, 1915

January 25th, 1915 an auction was held for the benefit of the Belgian Refugees Fund during the Bohemian Concert at the Royal Victoria Hotel. The decorated flour sack was to be sold there and the proceeds benefited the local Belgian refugees.

 

Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs
The British newspapers provided me with a third surprise.
I kept reading the Sheffield newspapers and saw an article about aid from Canada for the Belgian refugees in England.
Canada’s Gift for Belgians.
Sheffield’s share of the gift of flour, potatoes, and cheese which Canada has sent for the Belgian refugees who have settled in England, is being distributed to the various areas and bases at which the refugees are residing, and will from these different centres be divided among the individual recipients.”[xv]

Immediately afterwards, empty Canadian flour sacks were once again in the spotlight, in particular the specimens that had been donated filled with flour to the Belgian refugees.

Canadese Sack Souvenirs. Manchester Evening News, January 25th, 1915

“The sacks containing the flour sent by Canada as a gift to the Belgians are attracting considerable notice, and like those which contained the Dominion’s gift to England, are being sold as souvenirs. The colours used on the bags are those of Belgium – red, yellow and black -and the words printed thereon are “To the Belgian people, God bless them. Canada’s gift.” In years to come these will not be readily parted with.”[xvi]

Canadian flour sacks decorated in Great Britain
Hardly recovered from my surprise, I draw a remarkable conclusion from all these newspaper reports: Canadian flour sacks in the skilled hands of enthusiasts in Great Britain will have provided the example and inspiration for selling empty flour sacks and decorating the sacks in Belgium. Through the charity and work for Belgian refugees, ideas must have crossed the Channel well before any food aid reached occupied Belgium.


Addition 3 June 2023
Another surprise on June 3, 2022 during my American Sack Trip. In the C.R.B. archives of the Hoover Institution Library and Archives, I find evidence that the C.R.B. headquarters in London bought 20,000 tons of flour from the British in early December 1914. Indeed, that was the Canadian flour that would not be used by the British for the time being…
You can read it in the blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’. (Blog in Dutch, use orange Translate» button for translation in English)


Canadian Flour Bags/ Sacs Canadiens

Canadian flour bags/<<sacs canadiens>>, 1914-1916. Photos and collage Annelien van Kempen, 2025


Table of contents: blogs on the Canadian flour sacks:
Canadian flour sacks and the thoroughly exaggerated “Tribute to America”

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift


Thanks to:
– the Lizerne Trench Art Facebook group, especially Jan Derynck, Ivan Ryckx and Maarten Bondam, for their information and thoughts on the symbolism of the drawing on the Sheffield flour sack “Flour Canada’s Gift, Bulldog on “Scrap of Paper”” (January 2023).
– Joanna Dermenjian for newspaper articles and flour sack finds in Canadian collections. Joanna is r
esearching Canadian Quilt History, Canada’s Wartime Quilts – 1939-1945. Her website: Suture and Selvedge

[i] The Scotsman, Augustus 10th, 1914, South Wales Gazette, August 14th, 1914

[ii] Newcastle Journal, September 9th, 1914

[iii] Yorkshire Post and Leeds Intelligencer, September 9th, 1914

[iv] Millom Gazette, September 11th, 1914

[v] The Cornish Telegraph, September 3th, 1914

[vi] Western Chronicle, September 11th, 1914

[vii] Sheffield Evening Telegraph, October 6th, 1914

[viii] The Courier, August 28th, 1914

[ix] Sheffield Evening Telegraph, September 24th, 1914

[x] Evening Despatch, October 31st, 1914
The article has been published in many newspapers.
The Canadian newspaper St. Catharines Standard, Ontario, wrote on January 7, 1915: “Canada’s Gift Sacks. How the People of Britain are Buying and Using Them.” They clipped it from the columns of the Courier, of Inverness, Scotland. (thanks Joanna Dermenjian!)

[xi] Whitby Gazette, December 18th, 1914

[xii] Chester Chronicle, December 26th, 1914

[xiii] Sheffield Daily Telegraph, January 23rd, 1915

[xiv] The Sheffield Daily Independent, January 23rd, 1915

[xv] Sheffield Daily Telegraph, January 11th, 1915

[xvi] Todmorden Advertiser and Hebden Bridge Newsletter, January 15th, 1915

Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië

De afgelopen meimaand heb ik me verpoosd met lezen en doorzoeken van het archief van The British Newspaper Archive. In samenwerking met The British Library biedt dit platform toegang tot de grootste onlinecollectie van Britse en Ierse historische kranten. Het archief bevat ook enkele Canadese kranten.

The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), maandag 10 augustus 1914

‘Million bags of flour from Canada’
Wie schetst mijn verbazing dat ik stuitte op een stroom Britse en Ierse artikeltjes in augustus 1914 met de kop: ‘MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA’.
Een miljoen zakken meel uit Canada?!

The Scotsman, 10 augustus 1914

De kranten berichtten over de schenking van de Canadese overheid aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk tijdens de eerste oorlogsweken.
‘De Handelsraad kondigt aan dat de volgende telegramuitwisselingen hebben plaatsgevonden tussen de Hertog van Connaught, de Gouverneur-Generaal van Canada, en de Minister van Koloniën: “Mijn Regering wenst u te informeren dat de mensen van Canada via hun Regering verlangen om een miljoen zakken meel van achtennegentig pond aan te bieden als een geschenk aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk, ter beschikking te stellen van de Regering van Zijne Majesteit en te gebruiken voor doeleinden die zij nuttig achten. Deze maat is het handigst voor transport. De eerste zending wordt binnen ongeveer tien dagen verzonden en het saldo daarna zo snel mogelijk. – ARTHUR. ‘Ontvangen 6.40 uur ’s ochtends, 7 augustus.
Antwoord verzonden: –“12.45 uur 7 augustus.
Uw telegram, 6 augustus. De Regering van Zijne Majesteit accepteert namens de bevolking van het Verenigd Koninkrijk met grote dankbaarheid het prachtige en welkome geschenk van meel uit Canada, dat in dit land van het grootste nut zal zijn voor het stabiel houden van de prijzen en het verlichten van nood. We kunnen nooit de promptheid en vrijgevigheid van dit geschenk en het patriottisme waaruit het voortkomt, vergeten. – HARCOURT’[i]

De eerste zakken meel kwamen beschikbaar in de Canadese maalderijen op 20 augustus. Op 9 september 1914 waren 50.000 zakken meel reeds in Liverpool aangekomen. Elke zak was in kleur bedrukt met grote letters ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’.

De eerste lading van 50.000 zakken meel is in Liverpool aangekomen met een ‘Allan Liner’ en wordt in een loods opgeslagen. The Daily Citizen, 14 september 1914

De achtergrond van de indrukwekkende schenking bleken overwegingen van financiële aard.
‘Bij de financiering van de export van graan en meel uit Canada is de door de ‘Bank of England’ vastgesteld regeling, waarbij de Canadese minister van Financiën de bewaarder is geworden van belangrijke goudreserves die anders naar Engeland zouden zijn verscheept, van groot belang. Daardoor kunnen de grote bedragen die door deze regeling in de Schatkist in de Canadese hoofdstad zijn gestort, nu worden uitbetaald aan exporteurs van producten uit de Dominion. Het effect hiervan zal zijn dat de financiële spanning aanzienlijk wordt verlicht.’ [ii] 

Een ander bericht motiveerde, in mijn woorden, het dubbele doel van de beheersing van de broodprijzen en de mogelijkheid om mensen in nood te hulp te kunnen komen. ‘What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.[iii]
(‘Hoe Canada’s schenking zal worden gebruikt, zal een besluit zijn van de (Britse) Regering, maar men denkt dat het zal worden gebruikt voor het dubbele doel om rust te houden in de markt en de nood te verlichten.’)

Steamer Riversdale geladen met zakken meel van ‘Canada’s Gift of Flour’ kwam aan in Cardiff op 5 oktober 1914. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

De opslag van de zakken meel gebeurde in hoofdzaak in de havens van Londen en Liverpool.

De steamer Riversdale met een deel van de zakken meel geschonken door Canada aan Groot Brittannië, kwam aan in Cardiff. Dublin Daily Express, 6 oktober 1914

Maar ook de havenplaatsen Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin en Belfast hadden zakken meel uit Canada in opslag. De loodsen waren kosteloos ter beschikking gesteld door de havenbedrijven. Het beheer van de voedselvoorraden werd ondergebracht bij de Local Government Board, dat een methode moest vaststellen voor de verdeling van het meel onder de bevolking; het bleek een vraagstuk waar nog geen beslissing over was genomen. De totale waarde van de schenking werd geschat op een half miljoen pond sterling.

Filmbeelden van het lossen van de Canadese zakken meel in de Britse haven Cardiff zijn bewaard gebleven in de historische collectie van Reuters en staan online op ‘British Pathé’. Het stoomschip Riversdale uit Sunderland kwam uit Montreal, Canada, en meerde aan in Cardiff in oktober 1914. De titel van het 30 seconden filmfragment is ‘Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour’.

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

‘Het prachtige geschenk van Canada aan dit land van 1.000.000 zakken meel komt voornamelijk naar Londen en Liverpool. De zorg voor de goederen komt in handen van de Hulpverleningscommissie van de Local Government Board (Raad van het Lokaal Bestuur) en de CommissieRegulering van voedselprijzen’ van de Handelsraad. Op dit moment is er nog geen beslissing genomen over de exacte manier waarop de schenking zal worden gebruikt. De geschatte waarde van het meel tegen groothandelsprijzen is £ 500.000. Het Havenbedrijf van Londen en de Mersey Docks and Harbor Board (Havenbedrijf van Liverpool) hebben zich ertoe verbonden het zo lang als nodig kosteloos op te slaan.’[iv]

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

Schenkingen uit de Canadese provincies
Canada leverde meer geschenken. De Canadese provincies schonken voedsel en brandstof. Alberta schonk 500.000 bushels haver, Quebec, de Franssprekende provincie, 4.000.000 lbs lokaal gemaakte kaas. Nova Scotia deed een schenking van 100.000 ton kolen.

Brits Columbia droeg bij met 25.000 kisten zalm in blik en New Brunswick 100.000 bushels aardappelen. Het geschenk van Ontario was een bedrag van £100.000, te besteden bij hen door de Britse overheid naar behoefte.[v]


‘Manitoba’s War Gift 50000 Bags No. 1 Flour’
Ook de provincie Manitoba schonk bloem aan Groot-Brittannië: ‘MANITOBA’S GIFT. The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.’[vi]
(‘Het Persbureau van Oorlog kondigt aan dat het Koloniaal Bureau een schenking van meel uit Manitoba heeft aanvaard.’)

Bloemzak ‘Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 1914. Coll. Canadian War Museum, Ottawa, Ontario
Souvenir Meelzak ‘Manitoba’s War Gift’. Coll. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada

De regering van Manitoba heeft de contracten voor de schenking van meel aan alle grote maalderijen gegund voor een bedrag van 2 dollar 90 cent en lager. Het meel is het fijnste dat de provincie produceert en wordt streng geïnspecteerd. Het zal op 20 oktober gereed zijn. – Press Association War Special’[vii]
Lege zakken met de bedrukking ‘1914 Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 50,000 Bags No 1 Flour made from Manitoba Hard Wheat, 98 Lbs. Canada‘ zijn bewaard gebleven in het Canadian War Museum, Ottawa en in de Archives of Manitoba in Winnipeg.

Bijzonderheid in Manitoba
In bijzondere vondst in Winnipeg, in het Manitoba Museum, laat zien dat één van de zakken is geborduurd met wit, rood en blauw garen. De borduurster heeft de bedrukking op de zak, de letters en het wapen van Manitoba, volledig overgeborduurd.
De meelzakken met deze bedrukking zijn nooit in België geraakt. Ik sluit uit dat het borduurwerk in België is gedaan, ook vanwege het ontbreken van Belgische symbolen.

Meelzak ‘1914 Manitoba’s War Gift’, Canada, geborduurd. Coll. en foto: Museum of Manitoba.

Mogelijk is dit een van de 1500 zakken die in Groot-Brittannië zijn verkocht najaar 1914 en die als voorbeeld hebben gediend voor het hergebruik van en borduren op lege meelzakken in bezet België.


‘Zakken worden verkocht voor 5 shilling per stuk’
Mijn verbazing over één miljoen zakken meel uit Canada nam toe bij het lezen van de ingezonden brief van een huisvrouw in Dundee, Schotland. Zij had onmiddellijk na het eerste bericht over de schenking van één miljoen zakken meel aan Groot-Brittannië een idee voor de benutting van de lege meelzakken. Zij schreef op 25 augustus een brief aan de plaatselijke krant.

‘Meelzak souvenirs’, idee van een huisvrouw uit het Schotse Dundee. The Courier, 28 augustus 1914

‘Elke huisvrouw weet dat er met meelzakken heel veel nuttige dingen kunnen worden gemaakt, en een van de geschonken zakken zou een blijvend aandenken zijn aan deze grote oorlog…
HUISVROUW UIT DUNDEE
25 augustus 1914′[viii]

De suggestie moet met enthousiasme omarmd zijn en breed gedragen, want vanaf medio september publiceerden de kranten een stroom oproepen om in te schrijven op de verkoop van meelzakken. De opbrengst was voor het goede doel.

Alle zakken zijn bedrukt met ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Foto: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. Londen, John Heywood Ltd., 1915

‘CANADA’S GIFT
Sacks to be Sold at 5/- Each.
Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’
Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.[ix]

(‘CANADA’S CADEAU
Zakken worden verkocht voor 5 / – elk.
Canada doet een schitterende schenking van meel aan het Moederland. Er is besloten dat de zakken, als ze leeg zijn, als herinnering zullen worden verkocht voor 5 shilling per stuk. Twee derde van dit bedrag gaat naar het Prince of Wales ’National Relief Fund en een derde naar het Belgische Vluchtelingen Fonds. Alle zakken zijn bedrukt met ‘Canada’s Gift’.
Aanvragen voor de souvenir-zakken dienen vergezeld te zijn van een overschrijving van 5s. en gericht aan het National Relief Fund. De aanvragen zullen behandeld worden in volgorde van binnenkomst.’)

Verkoop en gebruiksideeën voor de geleegde Canadese meelzakken. Evening Despatch, 31 oktober 1914

Vervolgens verscheen een informatief artikel over de verkoop van de lege meelzakken onder de kop ‘CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.’[x]
Voor geïnteresseerden kwamen 10.000 lege meelzakken ter beschikking vanaf 9 december 1914. De specificatie van de zakken was als volgt: 98 lbs zakken, gemaakt van grijze calico (stevig weefsel van ongebleekt katoen). De afmetingen waren 36 inch hoog en 18 inch breed, of opengeknipt, 36 inch breed. Op een zijde van de zak stond in grote letters, in kleur geprint, FLOUR. CANADA’S GIFT.
Liefhebbers van de meelzakken deden suggesties voor gebruik. Het materiaal kon geborduurd worden en er konden kussenovertrekken van gemaakt worden. Met name noemde men dat Rode Kruis ziekenhuizen er hun kussenovertrekken van zouden kunnen maken, en zelfs matrashoezen voor kinderbedjes. Sommigen wilden een meelzak ophangen bij hun politieke club, een andere club of in scholen. De suggestie was om alle musea een exemplaar ter beschikking te stellen. Met de naderende kersttijd ontstond het idee de zakken te bestemmen tot ‘Christmas gift bags’. En een zeer ingenieuze huisvrouw was van plan haar meelzak in stukken te knippen om daar haar ‘Christmas puddings’ in te bereiden.

In december concludeerde een Canadese krant dat Canada met de schenking van zakken meel twee doelstellingen bereikte. Het Moederland, Groot-Brittannië, werd gevoed én het bood gelegenheid om de twee belangrijke fondsen die het verdienden, nadrukkelijk in de aandacht van het publiek aan te bevelen.[xi]

Markering
Uiteindelijk zijn er in Engeland maar 1500 zakken van de ter beschikking gestelde 10.000 zakken, voor het goede doel verkocht. (La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915)

Chester Chronicle, 26 december 1914

Op 26 december 1914 was de verzending van de lege meelzakken naar de kopers begonnen. De markering van elke zak was: ‘N.R.F., B.R.F., 1914’ als bewijs dat de opbrengst van de verkoop bestemd was voor het National Relief Fund en het Belgian Relief Fund.[xii]

Sheffield
Binnen een maand verschenen twee foto’s van een versierde Canadese meelzak in kranten in Sheffield. Het doek draagt het stempel ‘NRF, BRF, 1914’. Een dame uit Sheffield maakte het kussen.[xiii]

Versierde Canadese meelzak, Bulldog op ‘Scrap of Paper’, kussen gemaakt door een dame in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

De eerste foto toonde een meelzak, die was getransformeerd tot kussen met de pentekening van een hond, een bull-dog – symbool voor Groot-Britannië – met een Britse vlag in zijn bek. De hond zit op een stuk papier, er staat naast geschreven ‘Scrap of Paper’.

‘Scrap of Paper’

Britse affiche met oproep in dienst te gaan vanuit de erebelofte van het Britse rijk om België te beschermen. Coll. Canadian War Museum

De tekening verwijst naar het Verdrag van Londen van 1839, de definitieve internationale erkenning van de Belgische onafhankelijkheid en vaststelling van de grenzen tussen België en Nederland. De mogendheden Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Rusland ondertekenden het verdrag, waarin de neutraliteit en veiligheid van België werd gegarandeerd.
Toen de Duitsers op 4 augustus 1914 België binnenvielen en daarmee zijn neutraliteit schonden, hielden de Britten vast aan hun garantie en verklaarden het Duitse Keizerrijk de oorlog. De Britse ambassadeur had de Duitse kanselier meegedeeld dat het VK Duitsland de oorlog zou verklaren bij een schending van de neutraliteit van België. De kanselier riep in reactie dat hij niet kon geloven dat Engeland de oorlog zou verklaren vanwege ‘un chiffon de papier’ (‘a scrap of paper‘, een vod papier).**)
Inderdaad, andere argumenten waren doorslaggevend: zo wilden de Britten niet dat de Duitse marine de Belgische zeehavens in bezit zou krijgen.

 

Versierde Canadese meelzak, getransformeerd tot kussen door een dame in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

De tweede foto toonde een kussen met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Deze was ook versierd met een pentekening, nu met bloemen.[xiv] Mogelijk waren beide foto’s van een en hetzelfde kussen waarvan respectievelijk voor- en achterzijde waren gefotografeerd. Dezelfde omranding met koord en de twee kwasten op de hoeken duiden hierop.

Sheffield Independent, 16 januari 1915

Op 25 januari 1915 werd een veiling gehouden ten bate van het Belgian Refugees Fund tijdens het Bohemian Concert in het Royal Victoria Hotel. De versierde meelzak zou daar verkocht worden en de opbrengst kwam ten goede aan de Belgische vluchtelingen.

 

Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs
De Britse kranten gaven me voor de derde keer reden tot verbazing.
Ik bleef lezen in de Sheffield-kranten en zag een artikeltje over hulp van Canada voor de Belgische vluchtelingen in Engeland.

‘Canadese schenking voor de Belgen.
Het aandeel van Sheffield in de schenking van meel, aardappelen en kaas die Canada heeft gestuurd voor de Belgische vluchtelingen die zich in Engeland hebben gevestigd, wordt verdeeld over de verschillende gebieden en locaties waar de vluchtelingen verblijven, en zal vanuit deze verschillende centra worden verdeeld onder de individuele personen.’[xv]

Direct daarna kregen lege Canadese meelzakken wederom aandacht in krantenartikelen. De verwijzing is hier naar de zakken meel die donaties waren voor de bevolking van bezet België. Net als in Engeland, worden de zakken daar verkocht als souvenirs.

Canadese Souvenir Zakken. Manchester Evening News, 25 januari 1915

‘De zakken met meel die Canada als geschenk aan de Belgen heeft gestuurd, trekken veel aandacht, De zakken worden, net als die van de schenking van de Dominion aan Engeland, verkocht als souvenirs. De kleuren die op de zakken worden gebruikt, zijn die van België – rood, geel en zwart – en de woorden van de bedrukking zijn ‘Voor het Belgische volk, God zegene hen. Canada’s geschenk’. In de komende jaren zal hier niet gemakkelijk afstand van worden gedaan.’[xvi]

Meelzakken uit Canada versierd in Groot-Brittannië
Nauwelijks bekomen van mijn verbazing trek ik een opmerkelijke conclusie uit al deze krantenberichten:
Canadese meelzakken in de vaardige handen van liefhebbers in Groot-Brittannië hebben model gestaan voor de verkoop van lege meelzakken en het versieren van de zakken in België. Via de liefdadigheid en het werk voor Belgische vluchtelingen in Engeland zijn de ideeën het Kanaal over gewaaid, in tijd bezien nog vóórdat enige voedselhulp het bezette België had bereikt.


Aanvulling 3 juni 2023
Alweer een verrassing op 3 juni 2022 tijdens mijn Amerikaanse Zakkenreis. In de C.R.B. archieven van de Hoover Institution Library and Archives vind ik het bewijs dat het C.R.B. hoofdkantoor in Londen 20.000 ton meel heeft gekocht van de Britten begin december 1914. Jazeker, dat was het Canadese meel dat door de Britten voorlopig toch niet gebruikt zou worden…
Je leest het in het blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’.


Canadese Bloemzakken/Sacs Canadiens

Canadese bloemzakken, <<sacs canadiens>>, 1914-1916. Fotocollage Annelien van Kempen, 2025

Inhoudsopgave blogs Canadese meelzakken
Meer blogs over de Canadese meelzakken:
Canadese meelzakken en de gigantisch opgeblazen ‘Hulde aan Amerika’

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift


Dank aan:
– de Lizerne Trench Art Facebook-groep, in het bijzonder Jan Derynck, Ivan Ryckx en Maarten Bondam, voor hun informatie en meedenken over de symboliek van de tekening op de Sheffield-meelzak ‘Flour Canada’s Gift, Bulldog op ‘Scrap of Paper” (januari 2023)

– Joanna Dermenjian voor artikelen in Canadese kranten, ook vond zij bloemzakken in Canadese collecties. Joanna doet onderzoek naar de geschiedenis van Canadese quilts in de Tweede Wereldoorlog:  Canadian Quilt History, Canada’s Wartime Quilts – 1939-1945. Haar website: Suture and Selvedge

Brice Prince voor toezending van zijn artikel: Prince, Brice, Le Canada et la solidarité internationale à la Belgique (1914-1921). L’Œuvre de Secours pour les Victimes de la Guerre en Belgique. In: Revue Belge d’Histoire Contemporaine, LIV, 2024, 1-4.

– Roland Sawatzky, conservator geschiedenis van Museum of Manitoba, Winnipeg, voor toezending van de foto van de geborduurde ‘Manitoba’s War Gift’-bloemzak.


Voetnoten:
*) Christophe  Martens in HLN: ‘Het in Flanders Fields Museum kreeg dit jaar alweer een paar mooie schenkingen binnen, zoals een meelzak en een mooie obushuls, 31 januari 2020

**) zie ook Sophie de Schaepdrijver in De Groote Oorlog. Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, 1997, hoofdstuk V, (p. 143)

[i] The Scotsman, 10 augustus 1914, South Wales Gazette, 14 augustus 1914

[ii] Newcastle Journal, 9 september 1914

[iii] Yorkshire Post and Leeds Intelligencer, 9 september 1914

[iv] Millom Gazette, 11 september 1914

[v] The Cornish Telegraph, 3 september 1914

[vi] Western Chronicle, 11 september 1914

[vii] Sheffield Evening Telegraph, 6 oktober 1914

[viii] The Courier, 28 augustus 1914

[ix] Sheffield Evening Telegraph, 24 september 1914

[x] Evening Despatch, 31 oktober 1914.
Het artikel is gepubliceerd in diverse kranten. Op 7 januari 1915 is het verschenen in de Canadese krant The Standard,
St. Catharines, Ontario: ‘Canada’s Gift Sacks. How the People of Britain are Buying and Using Them.’ Overgenomen uit the Courier, van Inverness, Schotland (dank aan Joanna Dermenjian).

[xi] Whitby Gazette, 18 december 1914

[xii] Chester Chronicle, 26 december 1914

[xiii] Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

[xiv] The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

[xv] Sheffield Daily Telegraph, 11 januari 1915)

[xvi] Todmorden Advertiser and Hebden Bridge Newsletter, 15 januari 1915

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift

Versierde meelzak ‘Dank van Puers’ (verso)/Flour Canada’s Gift (recto). Foto website Europeana

DANK VAN PUURS

De versierde meelzak  ‘Dank van Puers’ ken ik, net als de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’, via de website Europeana.
De plaatsen Puurs en Oppuurs maken deel uit van de gemeente Puurs-Sint-Amands en liggen enkele kilometers ten zuiden van de Schelde in de provincie Antwerpen. Brouwerij Moortgat is hier gevestigd, de brouwer van Duvel, Vedett en De Koninck.

Familie Vertongen

Briefje van moeder Vertongen. Foto website Europeana

De heer Vertongen heeft de versierde meelzak ‘Dank van Puers’ in bezit en doet bij Europeana verslag over zijn familie in WOI.  Zijn moeder koesterde de versierde meelzak en schreef er een briefje bij:
Gedenkenis aan de oorlog van 1914-1918.
De kinderen kregen in de school alle dagen een koek, gebakken van bloem die we kregen van de Canadezen. Veel kinderen kwamen naar school zonder eten”.

Schoolkoek/La Couque Scolaire
De schoolkoek/la couque scolaire, verstrekt door het Nationale Voedingskomiteit, zorgde er in Brussel voor dat álle schoolkinderen, in de ochtend, een koek te eten kregen.
Er werd geen onderscheid gemaakt tussen publieke en privéscholen, het onderwijsniveau, of meisjes- of jongensscholen.
Onderscheid was er wel in de voorwaarden: alleen op de gratis scholen was de koek ook gratis, alle andere leerlingen betaalden voor de koek. De prijs per koek steeg in de loop van de tijd van 5 naar 9 of 10 centimes, terwijl de koek in gewicht afnam van 100 naar 70 gram. Medisch advies was daarom een drank in de vorm van soep, koffie of chocolademelk erbij te serveren. Wetenswaardig daarbij is dat de scholen de koeken geleverd kregen op basis van presentielijsten en leerlingen de koek ter plekke moesten opeten, ze mochten deze niet bewaren. Van misbruik was gebleken: koeken waren doorverkocht en doken op als handelswaar in cafés en bars.

Louis Gille vermeldt op 15 maart 1918[1]:
La couque scolaire
‘Les enfants et jeunes gens des écoles, athénées, collèges, pensionnats, – sans distinction entre établissement officiels et établissements privés ou entre établissements pour filles et établissements pour garçons – jouissent depuis longtemps déjà du bienfait de la couque, – une affriolante couque de farine blanche composée d’une façon particulièrement nutritive, qui leur est remise dans la matinée, généralement à la récréation de 10 heures.

La couque scolaire. Louis Gille in ‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’.

Houssiau en Vreugde vonden aantekeningen over de schoolkoek in het Stadsarchief Brussel[2]:
‘Le corps médical recommande de la manger avec une boisson nutritive, comme le café ou le cacao. Elle diminue considérablement de poids, passant de 100 gr. à 70 gr., à cause des réquisitions de farine et de sucre par l’occupant.’

‘Le contrôle de la distribution de l’alimentation à l’école est de plus en plus réglementé pour éviter tout gaspillage, tout abus et toute dérive. Il s’agit de calculer de manière exacte le nombre de couques à commander par jour, à l’aide de la liste des présences’.

‘La couque scolaire’ (schoolkoek). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Georges Rency toont in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’ een foto met een tafereel op school van kinderen gereed om aan te vallen op de schoolkoek.[3] Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een promotionele foto is, want de koeken liggen fraai in stapeltjes geëtaleerd op schalen, de tafels zijn schoon gedekt en bovendien staan er bijna evenveel volwassenen op de foto als kinderen, vooral de aanwezigheid van mannen duidt op een officieel ‘persmoment’.

‘Repas aux déportés revenus de l’Allemagne’ (maaltijd van gedeporteerden, teruggekomen uit Duitsland). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Rency geeft nog meer inkijk op de promotie van de voedselverstrekking in een foto van de maaltijd van mannen, die zijn teruggekeerd van deportatie naar Duitsland. De tafelopstelling en de ornamenten op de muren laten zien dat deze is genomen op exact dezelfde plaats als de schoolkoek foto. Ook twee staande heren rechts herken ik op beide foto’s.

 DANK VAN PUERS – DANK VAN OPPUERS

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ (recto), met borduurwerk ‘Dank van Puers’ (verso). Foto website Europeana.

De versierde meelzak ‘Dank van Puers / Flour. Canada’s Gift.’ heeft een afmeting van 75×50 cm.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo, met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’.

De bloemzak heeft qua bewerking in alle opzichten verwantschap met de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’. Ik vermeldde dit reeds als bijzonderheid in mijn blog van 30 december 2019.

Beide meelzakken hebben de originele print aan de ene zijde en op de andere zijde het borduurwerk. Beide zijn afgezet met een brede rand kloskant.

Overeenkomende elementen van het borduurwerk zijn: de banier met tekst ‘DANK VAN…’ in hoofdletters, groene takjes met rode bessen in de vier hoeken, het wapenschild van de genoemde gemeente, de vlaggen van België en de VS, de krans in groene en rode twijgen, de naam België en het jaartal 1915.

Rood, geel, zwart, gestrikt sierlint, gefixeerd in drie knoopsgaten, detail meelzak ‘Puers’, foto Europeana.

De meelzak ‘Dank van Puers’ openbaart de functie van de drie knoopsgaten in de ‘Dank van Oppuers’: er is, als patriottisch teken, een rood, geel, zwart sierlint, van boven gestrikt en naar onder door de knoopsgaten getrokken, ter fixering van het lint.

De meelzak van Oppuers mist het sierlint, maar de knoopsgaten zitten er!

De overeenkomst van de borduurwerken is zo frappant, dat mijn vermoeden is, dat de zakken op dezelfde plaats geborduurd zijn. Ik heb hierover gesproken met Jeanne en Jozef De keersmaecker uit Oppuurs en zij vertelden dat kinderen uit Puurs naar school gingen in Oppuurs als deze school voor hen dichterbij huis was. Zo vermoedden wij dat een meisje uit Puurs en een meisje uit Oppuurs als leerlingen tegelijkertijd de borduurwerken hebben uitgevoerd op de school van de zusters Annonciaden uit Veltem.

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.

De originele bedrukking op de andere zijde van ‘Dank van Puers’ luidt: ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ De herkomst uit Canada maakt de meelzak ‘Dank van Puers’ onderscheidend van de meelzak ‘Dank van Oppuers’ met als herkomst de staat Wyoming in de VS.

FLOUR CANADA’S GIFT

Onbewerkte meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Andere zijde is bedrukt ‘Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Ontario, Canada. Collectie War Heritage Institute, Brussel

‘Flour Canada’s Gift’ is een algemene aanduiding voor een Canadese meelzak. Welke herkomst heeft deze meelzak?
Deze is afkomstig van een partij Canadees meel, -20.000 ton -voorradig in Groot-Brittannië, dat het C.R.B. hoofdkantoor in Londen gekocht heeft van de Britse overheid. Lees het blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’.

Overigens heeft de Canadese bevolking ook voedselhulp verleend aan België. Canada maakte deel uit van het Britse Rijk en was daarom direct militair betrokken in de oorlog. Het hele land organiseerde hulpacties voor de eigen militairen, hun gezinnen en andere oorlogsgetroffenen, zoals de Belgische bevolking.

In september 1914 vormden Belgische ingezetenen in Canada een ‘Central Executive Committee of the Relief Work for the Victims of The War in Belgium’ met zetel in Montréal. De Gouverneur-Generaal van Canada was beschermheer van het comité. [4]
President van het comité was de heer Maurice Goor, Belgisch Consul-Generaal in Ottawa, vice-president was C.I. de Sola, Belgisch Consul in Montréal, ere-penningmeester was de heer Hector (Henri) Prud’homme, bankier.

De Canadese oproep ‘kleding van ieder formaat’ in te zamelen, bleek bij aankomst in Bergen op Zoom een goede bedoeling, maar niet altijd hulpverlenend. ‘Rommel uit Canada’ stond op de foto in de Antwerpse krant ‘De Nieuwe Gazet’, december 1914. Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker.

De oproep aan de Canadese bevolking luidde: “The most suitable contribution in kind would be clothing of every description, new or old, for men, women and children, blankets of wool or cotton, shoes, flour, oatmeal, sugar, dried fruits, dried vegetables, etc.” (De meest geschikte bijdrage in natura is kleding van elk formaat, nieuw of oud, voor mannen, vrouwen en kinderen, dekens van wol of katoen, schoenen, meel, havermout, suiker, gedroogd fruit, gedroogde groenten, enz.)

En over ingezameld geld: “…contributions in money were to be employed for the purchase of goods in Canada…” (‘bijdragen in geld zijn bedoeld voor de aankoop van goederen in Canada.’)

Beschilderde meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Particuliere collectie België. Zie Lizerne Trench Art op Facebook

De inzamelingen waren succesvol. De centrale overheid van het Dominion Canada doneerde $50.000; overheden van de provincies deden ook mee: Alberta schonk 5.000 zakken meel; Saskatchewan $5000; Winnipeg $24.400; British Columbia $5.000; Manitoba $5000, ook Nova Scotia en de vele Belgian Relief Committees volgden met sommen geld en goederen. Na verscheping vanuit Halifax naar de haven van Rotterdam coördineerde de Commission for Relief in Belgium (CRB) de overslag van goederen naar bezet België.
Eenmaal in België associeerde de bevolking de Canadese zakken meel met ‘Amerika’. Vandaar dat de borduursters vanuit hun Belgische, vaderlandse plicht tot decoratie Amerikaanse vlaggen op Canadese meelzakken borduurden.

Onder de titel ‘Purchase of Goods with the Money received by the Central Executive Committee’ (Aankoop van goederen met het geld ontvangen door het Centraal Uitvoerend Comité) verklaart het Comité een aparte commissie te hebben benoemd onder voorzitterschap van de heer R. Dale, voormalig president van de Handelsraad in Montréal, die verantwoordelijk is voor alle aankopen die gemaakt worden met het ingezamelde geld.

De penningmeester, H. Prud’homme, legt in zijn verslag van 5 februari 1915 verantwoording af over de periode van september 1914 tot 5/2/1915:
Het ingezamelde geldbedrag dat het Centrale Uitvoerende Comité heeft ontvangen is bijna $500.000. Daarvan heeft het inkoopcomité $350.000 aan voedingsmiddelen gekocht: voor $300.000 aan ongemalen tarwe en $18.000 aan meel, verpakt in 7000 zakken.[5]

Meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met oceaanstomer en vredesduif. Particuliere collectie België

Waar deze zakken meel gekocht zijn en hoe ze bedrukt zijn, is mij niet bekend. Volgens het rapport van Prud’homme is het merendeel, namelijk 6000 zakken met meel, verscheept naar Rotterdam met de oceaanstomer SS Dorie: vertrek Halifax op 28 november, aankomst Rotterdam 19 december 1914.
Het schip Tremorvah vervoerde eerder al 500 zakken meel naar Europa, vertrek Halifax op 29 oktober, aankomst Rotterdam op 16 november 1914.

Brief van Emile Francqui, voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, aan H. Prud’homme om te bedanken voor de Canadese hulpgoederen aan boord van de Tremorvah. Doorslag brief in het Rijksarchief België, Brussel.

De Canadese meelzakken zullen overgeslagen zijn in de Rotterdamse haven en vóór Kerstmis 1914 gedistribueerd zijn in België.

Detail meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met patriottisch veldboeket: klaprozen, margrieten, korenbloemen in rood, wit, blauw. Particuliere collectie België. Foto: In Flanders Fields Museum.

Toen het versieren van meelzakken in het voorjaar van 1915 in België op gang kwam, zijn er tientallen meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ uitgekozen om te bewerken.

Nu, honderd jaar later, zijn minimaal 9 versierde meelzakken met deze bedrukking in Belgische collecties te bewonderen, een is onbewerkt, twee zijn geborduurd en 6 zijn beschilderd. Drie meelzakken beschreef ik in het blog ‘Meelzakken in Dendermonde‘. Het In Flanders Fields Museum verwierf een beschilderde meelzak in een fraai Art Nouveau houten kader, beschreven in het blog: Art Nouveau kunstwerken voor Mariette en Louisa Van Brussel.

Detail geborduurde meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ Coll. en foto: vzw Kantcentrum Brugge.

Het vzw Kantcentrum Brugge ontving een schenking van een versierde meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Het Kantcentrum Brugge toonde de geborduurde meelzak tijdens de gelegenheids-tentoonstelling ‘War Lace, oorlogskant uit WOI’ in 2020.

‘Dank u wel, Canada’, Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, van Daniël Vanacker

Er is een foto van de bedrukking op een zak, geborduurd en getransformeerd tot jurkje,  geshowd door een blij meisje met dikke boterham in de sneeuw. Ik ben de heer Daniël Vanacker, auteur van ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’ zeer erkentelijk: hij stuurde me deze foto en gaf informatie over de organisatie van de Canadese hulpverlening.


In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa, VS (HHPLM) heb ik 18 versierde meelzakken met de originele bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ geteld.

Jules Van Cromphout, ‘Brabant Commune de Gaesbeek Egmont’s Castle, J.V.C. 1916’, (recto). Bloemzak ‘Flour. Canada’s Gift. O’, (verso). Katoen, beschilderd.
Jules Van Cromphout (°Anderlecht 19-06-1851 +Gaasbeek 24-02-1917) was destijds burgemeester van de gemeente Gaasbeek, zijn woning was het Kasteel van Gaasbeek.  Collectie HHPLM 62.4.104. Foto’s: Annelien van Kempen, 2022

Collecties bloemzakken in Canada versierd in België
In Canada zelf zijn tot heden twee in België versierde, Canadese meelzakken tevoorschijn gekomen in het Manitoba World War One Museum in Pilot Mound, Manitoba, plus twee Amerikaanse meelzakken in het Canadian War Museum in Ottawa, Ontario.


Inhoudsopgave blogs Canadese meelzakken
Meer blogs over de Canadese meelzakken:
Canadese meelzakken en de gigantisch opgeblazen ‘Hulde aan Amerika’

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië


Voetnoten:

[1] Gille, Louis, Cinquante Mois d’Occupation Allemande IV 1918. Brussel: Librairie Albert Dewit, 1919: 15 maart 1918, p. 149-150

[2] Houssiau, Jean, Vreugde, Christian, Les écoliers bruxellois pendant la Première Guerre mondiale. Cahiers Bruxellois-Brusselse Cahiers 2014/IF (XLVI) p. 41-54

[3] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922

[4] Castell Hopkins, J., Canada at War 1914-1918. A Record of Heroism and Achievement. New York: Georges H. Doran Company, 1919, p. 252, 253

[5] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915
Zie ook: Prince, Brice, Le Canada et la solidarité internationale à la Belgique (1914-1921). L’Œuvre de Secours pour les Victimes de la Guerre en Belgique. In: Revue Belge d’Histoire Contemporaine, LIV, 2024, 1-4.

Beschilderde meelzakken in Dendermonde

Stadhuis Dendermonde in de voormalige Lakenhalle met het Belfort

Een week geleden vermaakte ik me online met een speurtocht naar ‘Indianenzakken’, dat zijn meelzakken van ‘Sperry Mills American Indian’ van de Sperry Flour Company in Stockton, Californië. Tot mijn verrassing ontdekte ik zo een beschilderde zak in Dendermonde via een artikel van de heemkundige kring Haaltert.*) Ze brachten me in contact met de verzamelaar en halsoverkop reisde ik af naar België voor nader onderzoek naar deze unieke collectievondst. Een verslag van mijn zakkenreis.

Gérard Hollaert temidden van zijn verzameling versierde meelzakken.

“Op de veiling in Brussel, los verkocht, een bundel textiel, het leek een baal vodden”, zo deed Gérard Hollaert de aankoop van zijn collectie meelzakken bij Galerie Moderne. “Ik heb wel 13 van die bloemzakjes”, vervolgde hij, “in twee keer gekocht op de veiling, tientallen jaren terug.” De bundel meelzakken die tevoorschijn kwam was indrukwekkend, dat waren er méér dan dertien stelde ik vast. Bij inventarisatie telden we totaal 24 meelzakken!

Detail van de geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’
Het sierband met franje is met de hand aangezet

Zijn eerste meelzak was een geschenkje van de buren, ze wilden er van af, een geborduurde lap, ooit een kussentje geweest, nu half vergaan en na wat uitpellen kwam er een geborduurd meelzakje tevoorschijn. De vader van Gérard Hollaert wist hem er het fijne van te vertellen: de voedselhulp in de Groote Oorlog, een indrukwekkend verhaal. Zijn interesse was voor altijd gewekt en leidde hem naar de textiel aankopen in Brussel.
“Wat vond uw vrouw ervan, had zij interesse in de meelzakken?”, vroeg ik me hardop af. “Ze liet me maar begaan”, zeg hij, “Agnes Eeman (1932-1990) geboren in een boerenfamilie met acht kinderen, vier meisjes en vier jongens uit Denterhoutem, Haar oudste zus heette Paula, mijn schoonvader had de bijnaam Pasjaal.”

De serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ van Sperry Flour Co, Stockton, Californië
Het naaimachine stiksel loopt naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel van de meelzak

Een serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian‘ komt tevoorschijn uit de stapel meelzakken.  De gezichten van de indianen hebben ieder een eigen uitdrukking, hun verentooi is kleurrijk in de verf gezet.

Drie zakken hebben geborduurde letters, ze zijn open getornd voor het borduurwerk, daarna opnieuw dichtgenaaid, de stiknaad van de naaimachine is te zien naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel.  Zouden studenten op school de zakken hebben beschilderd en daarna geborduurd?

Een serie van 9 zakken American Commission
Idyllisch landschap ‘L’Yser entre Nieuport et Dixmude’ met signatuur S. Chotteau 1916

Een tweede serie van  negen beschilderde zakken draagt de bedrukking ‘American Commission’. Elk exemplaar is voorzien van een landschap (7x), graanschoven (3x) en/of de Vlaamse leeuw (5x).
De patriottische bedoeling krijgt nadruk door de aanduiding van de plek: L’Yser, Nieuport, Dixmude, Dinant Rocher Bayard (in het Frans).

De Vlaamse leeuw verbreekt zijn ketenen

De Vlaamse leeuw ontdoet zich van de ketenen met de vlammende tekst: ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft’. Het is een regel uit het lied ‘De Vlaamse Leeuw’. De tekst dateert van 1845, gedicht door Hippoliet Van Peene (1811-1864) en getoonzet door Karel Miry (1823-1889).**)

Ook twee meelzakken uit Kansas en Kentucky zijn beschilderd met de Vlaamse leeuw. De schildering op een meelzak uit Oregon is een landschap met de IJzer.

Anoniem, ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft’ (recto), beschilderde meelzak ‘American Commission’ (verso). Coll. Gerard Hollaert. Foto: auteur
Koning Albert I in twee portretten

De herkomst van de derde serie blijkt de staat Illinois: Chicago’s Flour Gift van de Star & Crescent Milling Company, verstuurd naar bezet België dankzij de hulpactie van de krant Chicago Evening Post. Het leverde twee kleurrijke portretten op van Koning Albert I.

De vierde serie zijn meelzakken met herkomst uit Canada: ‘Flour. Canada’s Gift.’ Het schilderwerk zijn een allegorische voorstelling van een vrouw met kroon (Dame Belgica) en vaandel en twee Belgische militairen, waarvan een met vaandel.

 

‘Flour. Canada’s Gift.’, drie beschilderde meelzakken
Detail van Dame Belgica, allegorische schildering op Canadese meelzak

Dan hebben we 24 meelzakken getypeerd en in beeld gebracht. Gérard Hollaert en ik bespreken de plaats waar de zakken met meel in België zijn aangekomen en geleegd.

Stempel ‘CNSA pour le Brabant’

Overduidelijk bewijs voor de beschilderde zakken is aanwezig: dit was in de provincie Brabant, op voor- en achterzijde is gestempeld door het provinciale Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant.

Gérard Hollaert duidt de schilderingen van koning Albert I met Belgisch vaandel en de Vlaamse leeuw die de ketenen verbreekt.

Wie de schilders zijn geweest, hoeveel en of ze in onderwijs of werkverband de meelzakken hebben beschilderd, blijft voor ons de vraag.

Gérard Hollaert is actief lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, hij fungeerde ook als bestuurslid. Hij bewaart een uitgebreide verzameling seriematig beschilderde meelzakken van WO I. Het werk van de Belgische kunstenaars is doordrenkt van vaderlandsliefde in de bezettingstijd 14-18.

Ik ben hem zeer erkentelijk voor de gastvrijheid bij hem thuis en de gedachtenwisseling over zijn collecties.

 

*) Pots, Luc, Beschilderde meelzakken: stille artistieke getuigen van de Amerikaanse voedselhulp tijdens ‘den Grooten Oorlog’. Haaltert: Mededelingen Heemkundige Kring Haaltert en deelgemeenten, 35e jaargang 2015-nr. 4, p. 7-9
**) Het lied is in 1973 uitgeroepen tot het officiële volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.

Translate »