Madame Vandervelde Fund 2: Opbrengst 1,5 miljoen francs

De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 2 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 3)

In haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’, verschenen in 1925, gaf Lalla Vandervelde in vier hoofdstukken, totaal 60 bladzijden, haar persoonlijke indrukken over haar verblijf van zes maanden in Amerika. Ik geef een bloemlezing van verhalen uit het boek.[1]

Het stempel van het ‘Madame Vandervelde Fund’ op de onbewerkte meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY. (zie ook foto’s hieronder) Collectie KMKG/MRAH Tx 2630

Naar Amerika
In Antwerpen, op de vlucht voor het oprukkende Duitse leger, verbleef Lalla met haar man in Hotel St. Antoine en maakte voor het eerst in haar leven een luchtaanval van Duitse Zeppelins mee. Het geluid van vallende en ontploffende bommen vond ze angstaanjagend.

De volgende avond stond ze in de hal van het hotel en kwam in gesprek met meneer E. Alexander Powell, correspondent van de Amerikaanse krant de ‘New York World’, die tegen haar zei: “Why don’t you go over to the States and enlist the sympathy of American women and children for the poor Belgians?” De suggestie opende haar ogen voor wat zíj kon doen en ze ging onmiddellijk tot actie over om het te realiseren. Zonder instemming van de Belgische regering, of op z’n minst die van de premier Baron de Broqueville wilde ze het avontuur niet aangaan, zodat ze hem opzocht en haar plan voorlegde. Zijn reactie was negatief: “he liked the idea, but did not approve of a woman going alone on such a hazardous expedition, and so on and so forth”. Ontgoocheld verliet ze hem, maar ontmoette de privé-secretaris van Koning Albert en vertelde hem over haar plan.

De brief van de hofdame aan Madame Vandervelde namens Koningin Elizabeth. Uit: ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG

Deze beloofde het met de Koning te bespreken en enkele uren later berichtte hij dat Koning Albert volledig instemde met het plan: “He knew what influence women have in America, and sent 4.000 francs towards my travelling expenses.”
Koningin Elizabeth gaf op haar beurt een hofdame opdracht Madame Vandervelde een brief te sturen, waarin ze het project goedkeurde, haar veel succes wenste en aangaf dat ze de brief kon meenemen om voor te lezen in Amerika.

Het Belgisch gezantschap: de heren De Sadeleer, Vandervelde, Henri Carton de Wiart en Hymans. The Sun, 12 september 1914

Het Belgisch gezantschap benoemd door Koning Albert, waaronder echtgenoot Emile Vandervelde, vertrok op 3 september met de White Star Liner ‘Celtic’ en arriveerde op 12 september in New York. Dit heb ik gelezen in Amerikaanse kranten. Lalla heeft in haar biografie met geen woord meer geschreven over het gezantschap, zelfs niet over haar man.

Liverpool haven in 1914

Omdat Lalla niet mocht meereizen op hetzelfde schip –‘no women ever had, or could, in any circumstances, accompany a diplomatic mission’- was het niet eenvoudig direct plaats te krijgen op een volgend schip. Met hulp van de Britse oud-ambassadeur in Japan, Sir Claude MacDonald, slaagde ze erin op 8 september 1914 vanuit Liverpool naar New York te vertrekken op de White Liner ‘Cretic’.

Port of Liverpool Building, omstreeks 1914

De oorlog woedde inmiddels ruim 4 weken en België was voor driekwart in handen van de Duitsers. De tien dagen op zee zou er voor de passagiers geen ontvangst van nieuwsberichten zijn. Voor Lalla voelde dat onverdragelijk en ze kreeg een radiotelegrafist zo ver om haar toe te zeggen dat hij haar in het geheim zou informeren, mocht er nieuws te melden zijn. Op 14 september kreeg ze een seintje en hoorde dat de Duitsers een halt was toegeroepen in hun opmars in Frankrijk.

Ze bereidde aan boord haar missie voor: de sympathie oproepen van de Amerikanen door hen als ooggetuige te vertellen over de verschrikkingen, die hadden plaatsgevonden in België. Ze hoopte er de publieke opinie mee te beïnvloeden en beroep te doen op de bekende gulheid van Amerikanen om het lot van de Belgische vluchtelingen te verlichten. Op dat moment wist ze niet dat binnen drie maanden de catastrofe veel groter zou zijn en dat de vraag was hoe alle Belgen te voeden, die in bezet gebied verbleven, dit aantal groeide tot 7,5 miljoen mensen…

Lalla Vandervelde, titelblad van haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG

Ze sprak met twee medereizigers, de heer Augustus Gardner, lid van het Amerikaanse Congres en de heer McEnerney, een hooggeleerde jurist uit San Francisco en nam hun waardevolle adviezen aan hoe ze haar propaganda zou moeten inkleden. Ze besefte dat ze haar verhaal in eenvoudige bewoordingen en zonder emotie zou moeten vertellen. Alleen dan kon ze rekenen op steun van de mensen in de VS, waar ook veel pro-Duitse sentimenten leefden. De avond voor aankomst in New York gaf de kapitein haar gelegenheid haar verhaal te doen aan boord van het schip. Ze haalde een eerste bedrag van 360 dollar op.

In New York
Bij aankomst van de ‘Cretic’ in New York op een zonnige, warme dag kleedde ze zich zonder verder na te denken over haar rol, in een kleurrijke zomerse outfit. Door de reactie van een medereizigster realiseerde ze zich dat haar kledingkeuze haar boodschap zou moeten ondersteunen, dus liet ze in New York haar garderobe zwart verven.
Eenmaal van boord zwermden verslaggevers en fotografen om haar heen, maar ze gaf geen interviews of kommentaar. Eerst wilde ze spreken met het Belgian Relief Committee*) om te weten wat ze wel en niet kon zeggen. De Belgische consul-generaal, de heer Mali, haalde haar op in de haven en bracht haar naar haar logeeradres. De volgende dag kreeg ze beschikking over een secretaresse, Miss Conklin, die haar zes maanden heeft bijgestaan.

The Evening World, New York, 18 september 1914

Op 18 september verscheen in de Evening World, de avondeditie van de New York World, de krant van correspondent Alexander Powell, een artikel met foto, onder de kop ‘Mme. Vandervelde brings note from Queen Elizabeth. Wife of Belgian Minister of State Here to Appeal to Americans. Woman envoy here to appeal for aid for destitute Belgians.

Manhattan, New York, 1910

Op reis in Amerika
Lalla Vandervelde ging het avontuur aan en in haar boek heeft ze op humoristische wijze verslag gedaan van haar bezoeken aan miljonairs en hoogwaardigheidsbekleders. Haar gastvrouwen en gastheren zijn meestal anoniem gebleven, ze stak de draak met hun verveling, hun gemis aan kennis over cultuur, hun gemis aan kennis over internationale politiek, hun afhankelijkheid van personeel. In het algemeen was ze “full of pity for this poor millionaire”. Ook ontmoette ze een jonge supermiljonair die haar geen geld kon geven. “the money he devoted to charities was managed and distributed by a committee of specialists in economics, in social hygiene or in some other form of benevolence. This struck me as being a logical, if unpleasant, way of distributing riches.”

Nog een anecdote: “I spoke on that day to a room full of very expensive looking people. The women …, wore the most outrageous clothes. But they were interested, in their own way in the War, and had made it the fashion to knit very brightly-coloured silk scarves to send to the British and French boys at the front. It was maddening to have to speak about the horrors of the War to the clicking of knitting needles…” Vervolgens kwam er een mopshond de kamer binnen, omdat die niet langer zonder zijn baasje kon, maar die piepte, blafte en rende rond, zodat ze haar verhaal moest staken tot de hond verwijderd was, samen met zijn bazin. Conclusie: “I did not get anything like the money I expected from that rich audience.”

Mensen met kleine inkomens, chauffeurs en bedienden in restaurants, kledingverzorgsters, deden hun uiterste best en brachten bedragen bij elkaar, die ze met enkele vriendelijke, bemoedigende woorden overhandigden.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan

Lalla was goed te spreken over de Amerikaanse vrouwelijke en mannelijke journalisten en had een prima werkrelatie met hen. Een New Yorkse dinner party met 6 vrouwelijke journalisten noemde ze een van de meeste interessante ervaringen tijdens haar Amerikaanse verblijf. “They were eager, tired looking women. Most of them had been married young and badly treated by their husbands, whom they had divorced. This meant poverty, and not infrequently one or two children to bring up. They were very naturally proud at having made a success of life and told me details of the terrible struggles they had gone through. Most of them hated men with an extraordinary active and vital hatred. Only one of them said she was still in love with her husband, but as he was exploiting her, she felt she ought to leave him. She spoke as if she were ashamed of her love and reluctance to be free.

I had never met so many women in the same circumstances. They were not soured or embittered, but proud and happy, especially when they spoke about their children, who were mostly grown up and prepared, through their mothers’ struggles for the battle of life”.

Met Lalla’s interesse in de rol van de vrouw gaf ze haar beeld op de Amerikaanse samenleving eind 1914, begin 1915: “There is no stigma attached to certain kinds of work, as there was in Europe before the War, and a woman’s scope is infinitely wider than at home.”

Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915

Berichten in Belgische kranten
Na drie maanden berichtten enkele Belgische kranten over Madame Vandervelde’s missie. ‘En Amérique – Le mouvement charitable en faveur de la Belgique qui souffre prend journellement de l’ampleur. C’est ainsi que Mme. Lalla Vandervelde, retour à New York d’un voyage de trois mois aux Etats Unis en a rapporté des dons en nature et en espèces pour une somme de 213.000 dollars. Elle continue son voyage fructueux’.[2]

Maalderij Thornton & Chester, Buffalo, NY

Een ander artikel bevatte het nieuws van een grote donatie van zakken meel uit Buffalo, met de opmerking dat de zakken bedoeld zijn voor hergebruik: ‘Madame Vandervelde, de vrouw van de Minister van Staat, is al meer dan drie maanden in de Verenigde Staten. Ze gaf en geeft daar over België en de gruwelen, waarvan het land slachtoffer is geworden, een reeks lezingen die overweldigend succes hebben en waarin België en de Belgen alle lof krijgen toegezwaaid. … Na deze bijeenkomsten stromen de donaties voor families van Belgische slachtoffers binnen. Madame Vandervelde heeft op dit moment al bijna 1.400.000 francs ingezameld!

Onbewerkte meelzak ‘Gold Dust van Thornton & Chester, Buffalo, NY. De achterzijde van de meelzak is bedrukt met ‘Madame Vandervelde Fund’. (zie foto hierboven) Coll. KMKG/MRAH Tx 2630

In Buffalo hebben industriëlen haar een schip geladen met 10.000 zakken meel geschonken – zakken gemaakt van fijn doek en van fijne stof, zodat deze vervolgens gebruikt kunnen worden en getransformeerd tot kleding en handdoeken voor de Belgen.
Afgelopen week was Madame Vandervelde in Boston waar haar lezingen door 5000 mensen zijn bijgewoond.’[3]

Madame Vandervelde Fund
Het fonds is mij bekend dankzij de versierde meelzakken van WO I in museumcollecties in België en de VS. Ik vroeg me daarom af: hoe groot was de organisatie, wie vormde het bestuur?

Versierde meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY, geborduurd. De achterzijde van deze meelzak is misschien voorzien van het stempel van het Madame Vandervelde Fund. De meelzak is tentoongesteld in de vaste opstelling van het Koninklijk Legermuseum, Brussel. Coll. War Heritage Institute

Blijkens de biografie van Lalla Vandervelde stichtte zij het Madame Vandervelde Fund om de grote bedragen aan ingezamelde dollars in onder te brengen. De structuur van het fonds was echter zeer eenvoudig van opzet: het bestond uit de twee vrouws-organisatie van Madame zelf en haar secretaresse Miss Conklin! Lalla Vandervelde: “I have always been proud to think that we two women, without any committee to back us, organized my campaign, which produced in material things alone 300,000 dollars or, what was at that time, a million and a half francs.”

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk, kant. Gold Dust, Thornton&Chester, Buffalo, NY. Part. coll. in België; Uit: Ucclensia, Uccle ’14-’18, foto: L. Schrobiltgen

Wordt vervolgd.
Lees hier mijn blog Madame Vandervelde Fund 3

 

*) The Belgian Relief Committee: Jeffrey B. Miller noemde Madame Vandervelde in relatie tot het Belgian Relief Committee in zijn eerste boek ‘Behind the Lines‘, Millbrown Press, 2014, op p. 226 en 227:

‘The Belgian Relief Committee had been founded in the late summer by a “few modest Belgians and their sympathizers,” according to one magazine article. At its head was Rev. J. F. Stillemans, a Catholic priest of Belgian birth …
Stillemans got involved in trying to
help the Belgian refugees and became the president of the Belgian Relief Committee. The chairman of the executive committee, and the real power behind the group, was Robert W. de Forest, the vice president of the American Red Cross. During a vacation in Europe that was interrupted by the start of the war, he had seen the Belgian devastation. When he returned home he started the group outside the confines of the Red Cross.  The Belgian members of de Forest’s organization included the Belgian consul in New York, the Belgian minister to the United States, and a well-to-do patron, Madame Vandervelde. …
She had become a darling of New York City, and the country, when she announced she would not go home until she had collected $1 million to aid her country.’

 

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

Mijn dank gaat uit naar Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I  van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen twee onbewerkte meelzakken van het Madame Vandervelde Fund, te bestuderen op 21 februari 2020.

[1] Vandervelde, Lalla, Monarchs and Millionaires. London: Thornton Butterworth Limited, 1925

[2] L’écho belge- journal quotidien du matin paraissant à Amsterdam, 16 december 1914

[3] Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915; eigen vertaling uit het Frans