Madame Vandervelde Fund 3: Naar huis op de Lusitania

De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 3 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 2)

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd en machinaal gemaakt kant. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan

De versierde meelzakken komen op verrassende wijze aan bod in de biografie ‘Monarchs and Millionaires’ van Lalla Vandervelde.[1]
Ze reflecteert op haar relatie met Amerikaanse mannen tijdens haar verblijf, wat leidt naar de zakken met meel die ze naar België stuurde en haar naam op deze zakken. Ze verkeerde daarover in angst, omdat de Duitsers niet accepteerden dat er namen van afzenders op de hulpgoederen zouden staan. Het kwam goed en later zag Lalla versierde meelzakken terug: ze waren haar gestuurd door schoolmeisjes, die de gestempelde letters van haar naam ‘Madame Vandervelde’ op de zakken hadden overgeborduurd.

In enkele alinea’s vatte Lalla het in haar boek samen: “Men did not try to make love to me. I suppose they realized that being in mourning, very much upset about what was going on in Europe, and very hard worked with speaking all over the country, any advances would have been discountenanced immediately. But some of them were distinctly sentimental. One, who was also very energetic and helpful, wrote me almost passionate letters about my work. He compared me to Joan of Arc and Diana of Ephesus: a curious mixture. Knowing that my chief interest in peace time had lain in questions pertaining to art, he used to send me long disquisitions on Berenson’s latest book, at the same time quoting prices, in the most business-like way, of commodities that I might buy and send to Europe.’

Marthe Robinet, Ecole Moyenne St.Gilles, Brussel, borduurde deze meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan

Over de keuze van katoenen meelzakken:It was this kind and generous friend who helped me to send off the first lot of bags filled with flour to Belgium, the country that needed bread most at the time. It was his idea to choose linen of which the bags were made in such fine quality that when washed and bleached it could be used for men’s shirts or for little frocks or overalls for children.’

Over het stempelen van de naam Madame Vandervelde op de meelzakken: ‘My name was stamped on each one of the sacks, and I remember my anguish when, shortly after they had been shipped, the news came that the Germans would not allow any object marked with a name to enter a country they were occupying. I spent a sleepless night wondering what would happen to the flour that was wanted so badly. Much to my relief, the German Embassy in Washington, to whom my kind friend had wired, answered that permission would be given for the sacks to be landed.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en open naaiwerk. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan

Over de geborduurde meelzakken die ze later terug ziet: ‘Later I had the great joy to see some of them again. They were sent to me by school children who had embroidered the letters of my name on them surrounded by pretty designs of their own making.’

In tegenstelling tot de indruk die ontstaat uit deze alinea’s over de bijdragen aan voedselhulp, zou Madame Vandervelde zelf het geld dat ze inzamelde vooral hebben willen bestemmen voor de echte helden: de Belgische soldaten, die in de loopgraven vochten op het kleine stukje Belgische grond dat nog door hen werd bezet. Echter, dit was onmogelijk. Door de neutraliteit van Amerika was alleen inzameling van geld voor hulp aan de burgerbevolking van de oorlogslanden toegestaan. Toch slaagde ze erin, in privé-gesprekken, enkele donaties te verwerven voor de hulp aan militairen. Daarvan kocht en verzond zij de volgende goederen naar de soldaten: 10.284 paar sokken, 2.160 sets ondergoed en 400 dekens.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Ondanks het succes van haar missie ervoer Lalla haar verblijf van zes maanden in de VS als een grote belasting van haar zenuwen. Ze wist niet hoe het was om zo lang ongelukkig te zijn, geen moment kon ze de afschuwelijke oorlog vergeten, ze was moe en gedeprimeerd. ‘The mere fact of being so very far away from my own people, from my compatriots and friends, on another continent, in another world, where, however kindly received, the whole point of view, the whole outlook on life, was different, seemed more than I could bear sometimes. Almost every time I opened a European paper I saw news of the death of a friend, and I used to leave my letters from Europe unopened for days, so terrified was I of finding bad news.

Bad news from home, continual speaking in public, equally important private engagements, when I tried to enlist the sympathies of influential individuals for the cause of the Allies, long railway journeys by night, at the end of which there were always crowds of reporters anxious to interview me before I even had a bath or breakfast; such conditions were not destined to improve an already uncertain nervous system.”

Op Yale College in New Haven sprak ze als eerste vrouw tot de studenten: “they attended my meeting en masse”. Ook bezocht ze Harvard. Daarna ging ze naar Canada waar ze in Ottawa sprak in het bijzijn van de Hertog en Hertogin van Connaught en prinses Patricia. Bij het afscheid drukte de Hertog haar een cheque van 600 dollar in handen.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Terug in New York in december 1914 probeerde ze haar zin voor kunst aan bod te laten komen, ze woonde enkele concerten bij en ging naar musea en galeries om schilderijen te bekijken. Tijdens haar bezoeken aan miljonairs kreeg ze meestal de gelegenheid de privé kunstcollecties van deze mensen te zien.

Amerikaanse lof
Half maart 1915 was Lalla Vandervelde in Carnegie Hall, New York, waar ze de laatste toespraak tijdens haar missie hield.
Mr. Choate, een van de voornaamste advocaten van de VS, sprak haar lovend toe. De toespraak staat integraal afgedrukt in haar boek.

De geïllustreerde zondageditie van The New York Times plaatste op 11 april 1915 deze foto van Lalla Vandervelde na haar vertrek uit Amerika naar Europa. Foto: ‘Photo by Mathilde Weil, from Paul Thompson’

“TO MADAME LALLA VANDERVELDE:
On the eve of your departure for your home in Belgium it seems fitting that there should be some expression, inadequate though it must be, of the great regard in which you are held by hosts of men and women in this country.
During the five months since you came to us, shortly after the outbreak of the War, you have presented all over the United States the dire need of your unhappy countrymen. More than any other person you have made us realize the urgency of this need, its appaling extent and its heartrending appeal. You have been inspired by an eloquence born of your noble mission and you have won the response which could not fail to come.
There are forms of patriotic service which demand courage of a higher order even than that of the soldier in battle, a courage which has not the spur of excitement or impulse, a courage in the face of suspense, of heart-sickness far from home, family and friends, of utter weariness of body and spirit. Such courage, dear lady, since first you came to these shores to this present moment, has been yours.
We honor you as a brave souled woman; we thank you for making so clear our privilege of such human helpfulness as we can give, and we bid you farewell with feelings of deepest sympathy and the most earnest hope that brighter days will soon return to the country you love so truly and serve so devotedly.
New York, March 17, 1915”

De Lusitania van de Britse Cunard Line. Foto: internet

Lusitania
Op 3 april 1915 vertrok ze naar Europa op het schip de ‘Lusitania’van de Britse Cunard Line. Het schip maakte in Lalla’s woorden ‘her last journey to Europe before the ever memorable one, de een na laatste reis voordat het getorpedeerd zou worden door een Duitse duikboot en zou vergaan. Ook deze reis van het passagiersschip was vol spanning voor de passagiers, er dreigde gevaar tijdens de overtocht.
De New York Evening World kopte: ‘Lusitania sails to-day with 838 pale passengers – Fear of German Submarines Makes All on Board Nervous – Some Cancel Passage. – Fast Trip is Planned- Liner’s Speed Expected to Protect Greatest Number to Sail Since War Began.’ De veiligheidsmaatregelen waren streng, alle passagiers werden nauwkeurig onderzocht en hun bagage gecontroleerd.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Op het laatste moment kwam een bode nog een pakket met $ 500 voor Madame Vandervelde aan boord brengen. Drie oorlogs-correspondenten, waaronder meneer E. Alexander Powell van de ‘New York World’, waren eveneens aan boord.[2] 
Lalla vermeldde dit allemaal niet in haar biografie. Wel vertelde ze over een luxeprobleem. Haar hut op het schip lag boordevol kado’s van Amerikaanse vrienden en sympathisanten, ze deelde ze zoveel mogelijk met personeel en medepassagiers. Het fruit bewaarde ze voor haar familie in Engeland.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en applicaties. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan
The Sun, 3 oktober 1914

Terug in Europa
Lalla had zich in New York voorbereid op de mogelijke achterdocht van mensen in Europa over haar werk. Ze had de financiën en administratie van het Madame Vandervelde Fund, punctueel bijgehouden door haar secretaresse Miss Conklin, laten verifiëren door een vooraanstaand accountantskantoor. Ze kreeg na terugkeer in Engeland een journalist op bezoek die haar vroeg welke steden ze had bezocht op haar missie. De Amerikaanse plaatsnamen waren hem zo onbekend, dat zij deze voor hem moest spellen. Daarna vroeg hij hoeveel geld ze had ingezameld. Haar antwoord “ongeveer $300.000, gelijk aan 60.000 Engelse ponden of anderhalf miljoen francs” leidde tot zijn reactie “That is quite impossible for a woman”. Waarop de accountantsverklaring tevoorschijn kwam en ze hem dringend verzocht in zijn artikel de gedetailleerde verantwoording van de gelden te publiceren.

Belgische kranten hebben in april berichten opgenomen over de resultaten van de missie van Mevrouw Vandervelde:
Met het gedacht den Belgischen vluchtelingen ter hulp te komen, heeft Mevrouw Vandervelde, vrouw van de staatsminister, zich naar Amerika begeven om daar eene reeks voordrachten over België en over den Duitschen inval in ons land te geven. Deze voordrachten brachten een anderhalf millioen frank op.[3]

De Legerbode, 2 september 1915

Vijf maanden later verscheen nogmaals een artikel in De Legerbode[4], waaruit de bestemming bleek van de gelden die waren opgehaald in Amerika:
‘De moedige reizigster doorliep de Vereenigde Staten van den 18 September 1914 tot 2 April 1915. Zij slaagde er in de flinke som van 1.437.135 fr. 75 in te zamelen, welke werd besteed als volgt:
Voor terugkeer naar ’t vaderland                                    388.479 fr. 45;
Voor aankoop van levensmiddelen voor België:     995.426 fr. 30;
Voor het bijzonder fonds:                                                      53.230 frank.’
Mevrouw Vandervelde heeft haar apostolaat in Engeland voortgezet, waar hare schitterende voordrachten de som van 30.000 frank opbrachten. Ziedaar eene krachtdadige vrouw, en eene dappere propagandiste der edele gedachten, die de algemeene dankbaarheid verdient.’

Verder onderzoek
In de afgelopen drie blogs heb ik een poging gewaagd een deel van het levensverhaal van Lalla Vandervelde-Speyer te vertellen. Ze was een markante, ja, legendarische vrouw. Zeker als ik haar rol voor de versierde meelzakken in WO I in beschouwing neem.
Toch is er weinig over haar geschreven. Waar ze is genoemd zijn soms blatante onjuistheden gedebiteerd. Nadat ze gescheiden was van Emile Vandervelde en weer in Engeland woonde, is ze ogenschijnlijk uit de publiciteit verdwenen.  Op 95-jarige leeftijd is zij overleden in Putney.
Twintig jaar lang waren Lalla Speyer en Emile Vandervelde partners met grote wederzijdse invloed op elkaars werk en leven. Ze speelden een rol op het wereldtoneel in de turbulente tijd van 1900-1920.
Verder onderzoek naar het leven van Lalla Vandervelde-Speyer wil ik van harte aanbevelen.

 

Dank aan Evelyn McMillan, Stanford University. Zij stuurde mij foto’s van versierde meelzakken in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library Museum en de Hoover Institution Archives.

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

 

[1] Vandervelde, Lalla, Monarchs and Millionaires. London: Thornton Butterworth Limited, 1925

[2] New York Evening World, 3 april 1915

[3] De Legerbode, 24 april 1915; zie ook De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot, 28 april 1915

[4] De Legerbode, 2 september 1915