De Duitse bezetter en de Amerikaanse meelzakken

Ik ontdekte online een opmerkelijk portret van de Duitse militair Ludwig Jacobi geschilderd op meelzak in 1916.
Ik ben al eerder op een meelzak gestuit die in Duits bezit is geweest. Een fraai beschilderde meelzak bevindt zich in de verzameling van de Duitse arts, Leo Jacobsohn.

‘Duitse soldaten die wachtlopen buiten Antwerpen delen hun eten met kleine Belgische weeskinderen.’ The New York Times, 13 december 1914. Foto: Underwood & Underwood

Wat is mij eigenlijk bekend over de Duitse bezetter en de Amerikaanse meelzakken? Ik zet het in dit blog bij elkaar.

1) Ludwig Jacobi, militair, portret op meelzak [1]

Ludwig Jacobi, Off.-Stellv. gef. 19 Juni 1915, Res. Feldart. Reg. 51 (verso), portret op meelzak, olieverf, 1916 (recto). Coll. Hoover Institution Library and Archives, nr. 19001.126

Een kunstenaar heeft het portret van de Duitse militair Ludwig Jacobi geschilderd op meelzak in 1916. Op de achterzijde staat vermeld: ‘Off.-Stellv. gef. 19 Juni 1915, Res. Feldart. Reg. 51’. Het is een olieverfschilderij met afmetingen van 36×29 inches (91×74 cm). Het portret bevindt zich in de collectie van de Hoover Institution Library and Archives. Verdere informatie heb ik niet. Zou het een Amerikaanse meelzak zijn? Is het wel een meelzak?

Tot heden zag ik op Amerikaanse meelzakken geschilderde portretten van hoogwaardigheidsbekleders: de Belgen koning Albert, koningin Elisabeth, Staatsminister Emile Vandervelde, de Amerikaanse minister Brand Whitlock. Dat zijn portretten nageschilderd van foto’s. Of kunstenaars hebben op meelzak portretten geschilderd naar model: vrouwen en kinderen stonden model.
Maar nu dan op meelzak het portret van een gewoon persoon wiens identiteit is vast te stellen. En dan nog wel een Duitse militair!?!


Aanvulling Kris Vandenbussche via Fb-groep Lizerne Trench Art:
Vize-Wachtmeister Ludwig Jacobi (°Mannheim 23/3/1883) was benoemd tot Offizier-Stellvertreter (een onderofficier kon, bij gebrek aan officieren, de functie van Officier uitvoeren) bij de 9e batterij van het Reserve Feldartillerie Regiment 51. Deze eenheid bevond zich in 1915 de hele tijd rond Ieper (Poelkapelle, Langemark, St-Julien).

Overlijdensadvertentie Ludwig Jacobi, geboren in Mannheim, overleden in Hannover op 19 juni 1915. Preussische Verlustlisten Nr 270

Na gewond te zijn geraakt in de buurt van Ieper werd Ludwig Jacobi overgebracht naar het Rode Kruis Vereinslazarett Clementinenhaus in Hannover. Hij overleed op 19 juni 1915.

De rouwadvertentie van Ludwig Jacobi, 21 juni 1915. General-Anzeiger der Stadt Mannheim und Umgebung – badische neueste Nachrichten

Zijn graf bevindt zich op het Jüdischer Friedhof in Mannheim.
Ludwig was de enige zoon van de sigarenfabrikant Berthold Jacobi en Elise Sterner.
De zuster van Ludwig, Jeanette Johanna (‘Hanna’) Jacobi (°Mannheim, D., 29-04-1887 + Santa Clara, Ca., VS, 10-10-1962) huwde met Stefan Blum (Mannheim 11-06-1877 + 15-11-1962), het echtpaar had vier kinderen; zij emigreerden in 1938 naar de VS. In de Landesarchieven van Baden-Württemberg ligt een 10 cm dik dossier rond de Wiedergutmachung van onteigeningen van Joodse gezinnen + rond de afgenomen Duitse nationaliteit van geëmigreerde Joden op naam van Jeanette Jacobi (‘Hanna’) en Stefan Blum.

Over het schilderij:

Hanna Blum-Jacobi, zus van Ludwig, emigreerde in 1938 naar Californië, VS. Foto: ancestry

het lijkt erop dat het is geschilderd naar een studio-foto, gezien het na zijn dood gedateerd is.
Het uniform draagt de kentekens van een vize-Feldwebel of in zijn geval: een vize-Wachtmeister.De mouwomslagen zijn typisch voor artillerie. Ook de granaat op het schouderstuk duiden op een Feldartillerie-eenheid. In zijn knoopsgat zien we twee linten: de bovenste voor het IJzeren Kruis 2e klasse; daaronder dat van de badische Silberne Verdienstmedaille des Militär Karl Friedrich.

 


2) Dr. Leo Jacobsohn, arts, meelzak beschilderd door P. Jean Velghe [2]

P. Jean Velghe, ‘Indianendans’, meelzak Sperry Mills-American Indian, beschilderd. Coll. Dr. Leo Jacobsohn, University of Southern California, Special Collections.
Detail P. Jean Velghe, meelzak Sperry Mills-American Indian. Stempel Secours aux Prisonniers Mons. Coll. Dr. Leo Jacobsohn, University of Southern California, Special Collections.

De beschilderde meelzak van dr. Leo Jacobsohn is van origine ‘Sperry Mills American Indian – California’, de zak draagt het stempel ‘Secours au Prisonniers, Rue Lamir, Mons’.[3] De beschildering is intrigerend. Een menigte blije mensen (Indianen?) danst rond in open veld, tipi’s steken boven de menigte uit, een vliegtuig in de lucht. Een Belgisch en Amerikaans vaandel wapperen boven uitbundige bloemenslingers met korenbloemen, klaprozen en violen. De verentooi op het hoofd van de Indiaan is kleurrijk beschilderd.

P. Jean Velghe, ‘Echarpe de la Reine’, 1929. Foto: online, askART

De handtekening van de schilder is slecht leesbaar, maar Hubert Bovens, specialist in opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars, is erin geslaagd deze te ontcijferen: P. Jean Velghe. Wie was hij? Een mogelijkheid is: Pierre Jean Aimé Velghe (°Neuilly-sur-Seine 22-03-1889 +Parijs (9e Arr.) 10-11-1939). Velghe was antiquair, twee ooms waren schilders. Hij was getrouwd met Louis Benoite Antoinette Camous.
P. Jean Velghe komt niet voor in databases van Belgische kunstenaars. Online veronderstellen we één ander schilderij van hem te hebben gevonden: Echarpe de la Reine, 1929.

Dr. Leo Jacobsohn (°Putzig, Duitsland, 21.05.1881) behaalde zijn graad als arts aan de universiteit van Freiburg in 1905. Hij reisde naar New York en Brazilië in 1907. Vanaf 1914 werkte hij in een ziekenhuis in Berlijn en maakte tijdens WO I deel uit van de Berlijnse gezondheidscommissie. Jacobsohn verzamelde verwoed drukwerken en krantenknipsels. Door connecties in hoge kringen had hij toegang tot drukwerken die niet publiekelijk verkrijgbaar waren. Ook na de oorlog bleef hij zijn verzameling van affiches, folders en krantenartikelen uitbreiden. Toen Hitler aan de macht kwam in 1933 stagneerde het verzamelen. Jacobsohn was Joods, hij verliet Duitsland in 1938 en verhuisde naar Los Angeles; hij werkte er als arts in een ziekenhuis en overleed in 1944.

Waar en wanneer kwam Jacobsohn in bezit van de meelzak? Tijdens de Duitse bezetting van België reisde Jacobsohn hier per trein, blijkt uit zijn archief met treintickets van Charleroi naar Brussel en Charleroi naar Antwerpen tussen 27 juli 1915 en 25 oktober 1917. Mogelijk heeft hij toen de beschilderde meelzak gekocht. Was hij daar in contact met Amerikaanse CRB-gedelegeerden? Heeft hij William Sperry, nazaat van de Sperry Mills-familie ontmoet?

3) Duitse propaganda over voedselverstrekking aan Belgische bevolking

‘Duitse soldaten in Mechelen delen voedsel uit aan behoeftige Belgen.’ New York Times, zondag 8 november 1914. Foto: Underwood & Underwood

Duitsland werkte hard aan haar imago in de neutrale landen. De bevolking in bezet België werd gevoed, was de boodschap in november en december 1914 middels foto’s in de gezaghebbende Amerikaanse krant New York Times.

‘Duitse soldaten delen brood uit aan de armen in Antwerpen’. Foto: The New York Times, 27 december 1914. Underwood & Underwood (?)

Ook de Nederlandse Haagsche Courant plaatste een foto.

‘Duitse soldaten geven Belgische kinderen te eten’. Foto: Haagsche Courant, 3 december 1914

4) Duitse verordeningen en censuur
In het voorjaar van 1915 vaardigde de Duitse bezetter doorheen België verordeningen uit, die van invloed zullen zijn geweest op de versieringen die zijn aangebracht op de meelzakken.
In Gent deed de Kommandant eerst een Bekendmaking: het te koop aanbieden van foto’s en afbeeldingen van de Belgische koninklijke familie en de verkoop in magazijnen of op straat werd verboden. Personen die drukwerk of afbeeldingen opstelden ‘die eene beleediging tegen duitsche zouden bevatten‘, werden met gevangenis en geldboetes gedreigd (Gent, 21 april 1915).
Een Verordening van de Etappen-Kommandant ging in: de verkoop en het dragen van tekens in Franse, Russische, Engelse en Japanse kleuren, in het bijzonder samen met de Belgische kleuren werd voor het gebied van de Etappen-Kommandatur verboden (Gent, 25 april 1915).
Drie maanden later, na de enthousiast gevierde nationale feestdag op 21 juli, volgde een nieuwe Verordening van de Etappen-Kommandantuur: verboden werd het dragen, tentoonstellen en verkopen van de Belgische kleuren, van beelden en portretten van de koninklijke familie, van groene bladen met en zonder opschrift en van alle tekens en kleurensamenstellingen ‘welke geschikt zijn eene politieke neiging te toon te spreiden‘ (Gent, 23 juli 1915).

Bloemzak Gold Dust, Prinses Marie-José, postkaart in borduurwerk, Anderlecht, ws 1915 (recto en verso). Coll. HHPLM 62.4.360

Op bijna alle meelzakken zijn patronen en tekens aangebracht met patriottische symbolen. Zouden deze meelzakken versierd zijn voordat de Duitse verboden werden afgekondigd? Of zouden de schoolmeisjes, jonge vrouwen en kunstenaars het werken aan de Amerikaanse zakken bij uitstek geschikt hebben bevonden om het verbod van de bezetter te negeren? Omdat dit werk onder bescherming stond van de Nationaal, provinciaal en regionale komiteiten en de vertegenwoordigers van de Commission for Relief in Belgium (CRB)?

Verkoop van zakken en censuur
In mijn onderzoek heb ik eenmaal het ingrijpen van Duitsers op zakkententoonstellingen vastgesteld.
Volgens de overlevering gebeurde het wel dat de Duitsers zich durfden bemoeien ondanks de bescherming van komiteiten en CRB, maar een werkelijk voorbeeld heb ik pas in januari 1916 bij een tentoonstelling in Antwerpen: ‘… in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitsers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt. Zij oefenen “censuur”’ uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen. Onder andere die waarop de Antwerpsche schilder Hagge (nb. bedoeld is: Halle (Oscar)*) koning Albert, en koningin Elisabeth op het front had voorgesteld.’[4]

5) Zakken uit handen van de Duitse bezetter houden?

De Duitse bezettingsmacht marcheert Antwerpen binnen op 12 oktober 1914. Foto: Donald C. Thompson, Amerikaans oorlogsfotograaf.

In de loop van de jaren is, zowel in België als in de VS, een publieke opvatting ontstaan dat de zakken versierd zijn, omdat ze ‘uit handen van de Duitse bezetters zouden moeten blijven’. De Duitsers zouden de zakken voor oorlogsdoeleinden willen gebruiken. Om dit te voorkomen zijn de zakken overgedragen en moesten ze in België getransformeerd tot kleding en siervoorwerpen.
Ergens las ik in een expositie de opmerking dat de Duitsers de katoenen meelzakken wilden inzetten als zandzakken- dus inzet van zakken tbv de militaire verdediging. Het Kantcentrum te Brugge verwijst naar het uit handen houden van de Duitsers.
De Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM), West Branch, Iowa, noemt een andere militaire toepassing – de inzet van zakken tbv de militaire aanval. Het vermeldt op tentoonstellingsborden dat de Duitsers ammunitie zouden kunnen produceren van de meelzakken: ‘Since the Germans needed cotton to manufacture ammunition, the Commission for Relief in Belgium carefully monitored who received the flour sacks’.

Op zoek naar bronnen

Zakken-loopen, speels gebruik van zakken door Belgische soldaten op verlof. Vlaamsch Leven, 9 januari 1916

De opvatting dat de zakken versierd zijn omdat ze uit handen van de Duitsers moesten blijven intrigeert mij al jaren. Na vijf jaar intensief onderzoek ben ik nog nooit een primaire bron, dus een bericht uit 1914/1915, tegengekomen dat dit noemt als reden van versiering van de meelzakken.

Noch in België, noch in de VS heb ik tot heden aanwijzingen gevonden dat er in 1914 en begin 1915, de periode dat de zakken meel naar België werden verstuurd, zorgen zijn geuit wat te doen met de lege zakken, omdat ze interessant zouden zijn voor de Duitse militairen. Of dat de zakken daarom aan meisjesscholen en naai-ateliers zijn overgedragen.

Een lastige paradox, want hoe weerleg ik een opvatting die er destijds waarschijnlijk nooit geweest is?
Ik ga op zoek naar de bronnen waardoor de opvatting kan zijn ontstaan.

Misbruik en financieel gewin in België

L’avenir: journal quotidien d’Anvers, 17 januari 1915

‘Plunderen
Merkwaardig geval: twee mannen beschuldigd van diefstal van meel. Ze werden aangehouden terwijl ze een kar beladen met zakken bestuurden. “Het zijn Duitse soldaten die de zakken hebben opgeëist”, verklaarden ze, “voor het transport van goederen bestemd voor de bevoorrading van het leger”.
Toen ze zich van deze taak hadden gekweten, beloonden de soldaten de twee mannen door hen aan te moedigen zakken voor zichzelf mee te nemen.’
De rechter geloofde hun verhaal niet en veroordeelde hen voor diefstal.

Het Vlaamsche Nieuws, zaterdag 29 mei 1915

Nog een primaire bron die ik ken is, dat er wegens misbruik en financieel gewin door lokale bakkers en Belgische individuen door het Nationaal Komiteit Hulp en Voeding (NKHV/CNSA) in Brussel is besloten dat zij zeggenschap wensten over de lege Amerikaanse meelzakken en deze wilden gaan verdelen, omdat het geld ten goede moest komen aan hun steunwerk.[5] Maar dat besluit kwam pas eind mei 1915 – uit te voeren in juni 1915. Het versieren van de bloemzakken was toen al maanden een rage doorheen België. Bovendien werkten de provinciale komiteiten niet mee aan de wens tot centralisering.[6]

‘Wij centraliseren de Amerikaanse zakken tbv het werk voor de oorlogsweeskinderen.’ Brief van NKHV/CNSA aan Provinciaal komiteit Antwerpen, 25 juni 1915. Felixsarchief Antwerpen
‘Wij zullen de zakken moeten terugkopen van de bakkers voor 0,60 tot 0,70 francs, mogen we die u in rekening brengen?’ Brief van Provinciaal komiteit Antwerpen aan NKHV/CNSA, 7 juli 1915. Felixsarchief Antwerpen
‘Het publiek moet weten dat de opbrengst van de versierde zakken ten goede komt van ons Steunwerk. Verkopers hebben de schijn opgehouden dat ze dit deden, dat hebben we verboden.’ Brief van NKHV/CNSA aan Provinciaal komiteit Antwerpen, 10 juli 1915. Felixsarchief Antwerpen

“Meelzakken als zandzakken”?

Elisabeth bezoekt de loopgraven. Foto: Raskin, Evrard, Elisabeth van België. Een ongewone koningin. Antwerpen, Houtekiet, 2005

Konden de Amerikaanse lege meelzakken begin 1915 beoogd zijn als zandzakken door de Duitse militairen? Waren ze werkelijk geschikt als zandzak in de loopgraven? Wie waren leverancier van de reguliere zandzakken voor de Duitse militairen? Aan welke specificaties moesten de zandzakken voldoen, materiaalsterkte, afmetingen, inhoudsmaat? Onder welke voorwaarden konden de Amerikaanse lege meelzakken opgewerkt worden tot hergebruik als zandzak? Zouden de Duitse militairen de neutrale Amerikanen hebben durven schofferen door hun lege meelzakken op te eisen?

Zandzakken vullen: soldaten woelen de aarde los en scheppen vervolgens hun ‘zakjes’ vol. Foto: online, geraadpleegd september 2023

Ik heb latere bronnen -van ná WO II- getraceerd met verhalen van twee mensen die in ’14-’18 in de Amerikaanse en Belgische hulp een actieve, vooraanstaande rol hadden.
Zij benoemen beiden dat de meelzakken in hergebruik zijn gegeven, omdat de Duitsers de lege meelzakken incidenteel hebben gebruikt, dan wel zouden kunnen gebruiken als zandzakken.
Maar hoe betrouwbaar zullen hun herinneringen zijn zo’n dertig jaar en meer na dato en na het doorleven van twee wereldoorlogen, hongersnoden en Duitse bezettingen?

Een Amerikaanse bron – Herbert Hoover

Herbert Hoover, 1915. Foto: The Times, History of the War – The Relief of Belgium, London, 10 augustus 1915. HHPLM: BAEF: CRB London Office News Cuttings, 1915 May-August (Box 24)

Herbert Hoover (ºWest Branch, Iowa, 10-08-1874 +New York, NY, 20-10-1964), directeur van de Commission for Relief in Belgium, met zetel in Londen, vanaf oktober 1914, heeft in een van zijn vele boeken het hergebruik van zakken als zandzakken door de Duitsers genoemd, het was in Noord-Frankrijk in het derde jaar van de oorlog, 1916. Volgens het verhaal waren de meelzakken, hoewel op statiegeld, doorverkocht en gebruikt als zandzakken. Hoover zou toen de opdracht hebben gegeven de lege meelzakken naar kledingateliers in Lille en Brussel te sturen. Hoover memoreerde de gebeurtenis in een boek dat uitkwam in 1959, ruim veertig jaar na dato [7].

The British had discovered on captured German trenches sandbags made from C.R.B. flour sacks. The British indignation was only a little less violent than the French when they imagined our condensed milk tins were being used for hand grenades. The French Committee for “benevolence” in the Communes had been making a little money for their charities by selling the empty sacks to dealers who, in turn, sold them to the Germans. After the discovery of this practice, I had stopped it by requiring every maire to deposit 10 francs for each sack to be repaid when the empties were returned. We put the sacks into the clothing workrooms at Lille and Brussels and saw that they were turned into children’s clothes, although the indelible words “Belgian Commission” appeared on many a youngster’s front or back.’

Kanttekeningen bij Hoover’s verhaal
Ik maak op basis van mijn onderzoeksresultaten kanttekeningen bij Hoover’s verhaal.
1. Relatief weinig katoenen Amerikaanse meelzakken zijn in ’14-’18 bezet België en Noord-Frankrijk binnengekomen. De tijdsperiode was kort, eind 1914 tot april 1915, en het was alleen de verpakking van het Amerikaanse meel dat als ‘charity’ door de Amerikaanse burgers en maalderijen bijeen verzameld was. Daarom was de Belgische ‘Amerikaanse zakjes-hype’ in 1915. Hoover ’s verhaal verwijst naar een gebeurtenis in 1916 in Noord-Frankrijk.

‘Schip met zakken tarwe en rijst voor noodlijdende Belgen verlaat de Thames, oktober 1914’. HHPLM: BAEF: CRB London Office News Cuttings, 1915 May-August (Box 24) Leaving the Thames October 1914

2. De C.R.B. zelf, met focus op efficiëntie, kocht tarwe in bulk in, dat met graanelevatoren in de havens werd overgeslagen, In België werd de tarwe gemalen door lokale maalderijen. Zij gebruikten eigen statiegeld meelzakken om het meel naar de bakkers te vervoeren.
3. In december 1915 heeft de Belgische CNSA, samen met de CRB, een strikte regeling van statiegeld op alle verpakkingen die de CRB invoerde, ingesteld. Daarop is streng toegezien.[8]
4. De zakken van het Amerikaanse ‘charity’ meel, van katoen, soms jute, van 49 LBS en 98 LBS zijn door de Belgische bevolking als zodanig herkend en daarom door hen op hun beurt voor liefdadigheid gebruikt.
5. Er zijn geen Amerikaanse bedrukte meelzakken met de woorden ‘Belgian Commission’. De tekst op de zakken was: ‘Belgian Relief Flour’ of ‘American Commission’.

Kehlor’s Rex, Kehlor Flour Mills Co., St. Louis, Missouri (recto) – C.R.B. (verso). Coll. Kraska

6. Het fenomeen ‘C.R.B. flour sack’ ben ik -temidden van de bijna duizend zakken die ik heb gezien- slechts éénmaal tegengekomen, namelijk in de collectie van Scott Kraska. Waar en wanneer zal het rode stempel C.R.B. achter op de meelzak zijn gezet?

Het is interessant om te lezen hoe Hoover speelde met zijn neutrale Amerikaanse rol tussen de Britten, Fransen en Belgen enerzijds en de Duitsers anderzijds.

Herbert Hoover bij collectie meelzakken in de basement van Hoover Tower, Hoover Institution Library & Archives, Juni 1941. Foto: HHPLM 1941-68A [Allan Hoover 1980]
Door al mijn kanttekeningen ervaar ik het onderhoudende boek ‘An American Epic’ van Herbert Hoover inderdaad als een Amerikaans, episch verhaal. Elementen zijn herkenbaar, maar een geschiedkundig betrouwbaar document over de Duitse bezetter en de Amerikaanse meelzakken biedt het mij niet.

Een Belgische bron – Marthe Boël

Marthe Boël, 1936. Foto: R. Marchand, Brussel, publ. Christian Science Monitor 4-8-1957

Marthe Boël, né de Kerchove de Denterghem (°Gent 03-07-1877 +Brussel 18-01-1956), vooraanstaand Belgisch politica voor de liberale partij en feministe, schreef haar ongedateerde verhaal ‘Story of the American Flour Sacks’ in een brief die gevoegd is bij een versierde meelzak, die sinds 2015 bewaard wordt in HHPLM.

Bénie soit l’Amérique! (Amerika zij gezegend!) Bruxelles 1916′, anoniem, prent voor kinderen. Meelzak Belgian Relief Flour, Russell – Miller Milling Co., Minneapolis, Minn., USA. Getekende aquarel, geborduurd. Coll HHPLM 2015.3.1

Volgens de gegevens van het museum is de meelzak waar het om gaat, aangekocht in België ná de Tweede Wereldoorlog door een Amerikaanse militair, bevelhebber van de ‘US-district’ die gelegerd was geweest in België. Hij heeft de meelzak met Boël’s verhaal mee teruggenomen naar Amerika. Na zijn overlijden is de meelzak overgegaan naar een Amerikaans gezin dat de meelzak inkaderde en ophing in de kamer van een dochter. Zij schonken de meelzak met het verhaal van Boël aan het museum. Het verhaal is getypt op dunne velletjes geel papier, het lijkt wel een doorslag.
Het papier en het verhaal wekken bij mij de indruk dat Marthe Boël haar verhaal na WOII, dus 1945 of later, heeft opgeschreven.

Haar verhaal is als volgt:
“The Germans seeing all that could be done with these sacks even when emptied of their contents had bought through means of third persons and use them as trench sand bags.
….
It was then secretly forbidden to the Belgians to sell the sacks then on the market except for such high prices as would make them prohibitive for the Germans.  It was then that people began to decorate and embroider the sacks.

These special “painted sacks” were started at the beginning of 1915.  It was the moment where it was most important to prevent the Germans from seizing the sacks.  People made large hordes of them in their private homes where the Germans could not get at them, buying them up under the pretext of collecting them.
….
Then I was arrested and sent to Germany. The work being started it was continued without me until the moment of America’s entering the war. The Germans then forbade to continue selling or exposing or fabricating objects made out of American flour sacks.”

Kanttekeningen bij Boël’s verhaal
Boël’s herinneringen over de meelzakken getuigen begrijpelijkerwijs van een sterke inkleuring tégen de Duitse bezetter; zij schreef het verhaal over de meelzakken in WO I op voor een Amerikaans militair die succesvol gevochten had in WO II voor de bevrijding van België, dat was 30 jaar na dato.
Voor Marthe Boël stond centraal dat de vijand met alle middelen gedwarsboomd moesten worden, letterlijk ten koste van alles – volgens haar mochten de Belgen de zakken verkopen alleen tegen zulke hoge prijzen, dat ze onbereikbaar werden voor de Duitsers – maar dit was geheim.

De gehele redenering in Boël’s verhaal staat zo haaks op mijn onderzoeksbevindingen dat het CNSA in Brussel in 1915 de verkoop en distributie van de ‘sacs américains’ op bureaucratische wijze verboden heeft: De bureaucratie van het Nationaal Komiteit en de bloemzakken.

Ik constateer ook hier: elementen zijn herkenbaar, maar een geschiedkundig betrouwbaar document over de Duitse bezetter en de Amerikaanse meelzakken biedt het mij niet.

In zijn blog Subversive Flour Sacks of Thanks gaat Thomas Schwartz, directeur van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum, in op de brief van Boël. Hij omschrijft het versieren van de zakken als het bewijs van ‘the act of subversion and defiance against German occupation’.[9]

Een Belgische primaire bron – Virginie Loveling
Over zandzakken in Gent en het borduren van zakjes in vele steden

Virginie Loveling. Foto: online

Een Belgische primaire bron die het naaien van zandzakken én het borduren van zakjes in een tijdsspanne van negen dagen benoemt is het dagboek van Virginie Loveling.

‘Zandzakken voor de Duitsers’ – Virginie Loveling, Oorlogsdagboek 12 mei 1915

Zij schrijft in haar Oorlogsdagboek over de produktie van zandzakken voor de Duitsers in Gent.[10] Dat was 12 mei 1915. Voor ‘het duitsch legerbestuur’ weeft een fabrikant in Gent ‘een soort van linnen, dat later met een zeker groenachtig mengsel bestreken, een ondoordringbaar wasdoek vormt. Het dient voor zakken, die gevuld met zand of cement als beschutting in de loopgraven worden gebruikt. Er zijn werkvrouwen, die zulke zakken naaien’.

‘Belgische dames borduren zakjes’. Virginie Loveling, Oorlogsdagboek 21 mei 1915

Op 21 mei 1915, vermeldde Loveling ‘het borduren van de zakjes, welke Amerika hier menschlievend zond met bloem gevuld. Alle zullen als bewijs van dankbaarheid teruggestuurd worden. Niet alleen dames, maar ook schilders van talent en versierders van stoffen boden belangeloos hun hulp aan’.
Ze rept met geen woord over Duitse bemoeienis.

“Katoen in de realiteit van 1914/15 – ammunitie?
In krantenberichten van die tijd lees ik over het instorten van de wereldmarkt voor katoen. Maar ook over Amerikaanse schepen met katoen voor Duitsland, die worden opgebracht door de Engelse marine en later toch weer vrijgegeven, zodat de schepen in Duitsland de katoen konden afleveren.
Op 21 augustus 1915 verklaarde Groot-Brittannië katoen tot contrabande, dwz. ruwe katoen, katoenen linters, katoenafval en katoenen garens. Nederland krijgt opeens geen Britse grondstoffen meer voor de Twentse katoenindustrie en noteert ‘Katoen was een allergewichtigst oorlogsmateriaal!’ [11].

The Anderson Intelligencer (Andersen, S.C.), 18 december 1914

Hoe en wanneer had de Duitse wapenindustrie tijdens WO I in hun wapenproductie lege katoenen meelzakken uit bezet België kunnen gebruiken? Bij de productie van ammunitie? Wordt verwezen naar schietkatoen (‘gun cotton’)?

Een Amerikaanse bron – Phyllis Foster Danks
Phyllis Foster Danks, werkzaam als HHPLM-conservator van 1977 tot 1986, deed in het jaar 1979 onderzoek naar de geschiedenis van de meelzakken. Zij ontdekte naar haar zeggen deze intrigerende informatie: “the Germans could use the cotton for gun wadding”. [12]

Bord in de Herbert Hoover Presidential Library & Museum. Zouden de meelzakken zijn versierd, omdat Duitsland ze zou kunnen gebruiken als ‘schietkatoen’?

Vandaar borden in de museumopstelling in West Branch: ‘Omdat er veel vraag was naar katoen bij de fabrikanten van Duitse munitie, telde de CRB zorgvuldig alle geleegde meelzakken.’
De bronnen waarop Danks haar informatie baseerde ken ik niet.

Aan welke specificaties moest deze katoen voldoen? Was het mogelijk om op industriële schaal het katoen van de zakken op te werken tot deze specificatie? Waren er geen betere alternatieven?


AANVULLING 2 AUGUSTUS 2023
Ik heb de vraag over de ‘katoen als ammunitie’ voorgelegd aan de staf van de Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Zij antwoordden het volgende.

Annelien, This is what our Archivist uncovered.  It doesn’t answer your questions definitely but, like you, casts doubt on the existing explanations.”

Quote
“While I stated that “guncotton isn’t really cotton,” the standard method of manufacturing guncotton (a form of nitrocellulose) during the Great War period was to expose cotton to a combination of sulfuric and nitric acids. Other starches or wood pulp could be used, however.
So, guncotton wasn’t strictly cotton, although it was most commonly derived from it. From what I can tell, the British at least required 60 percent unspun cotton fiber for their process. However, by mid-war, cotton shortages had the Germans working with wood pulp. (American manufacturers also did.)
Burlap per se is made from jute. In September 1915, the British government placed an embargo on jute exports, in order to save the fiber for manufacturing sandbags. Bindings around cotton bales had previously been made from jute, so cotton was then used to create bindings. However, the British also went to great lengths to restrict cotton from reaching Germany, which had no cotton-producing capability (witness the use of paper bandages and clothing late in the war).
If there were concerns about the Germans turning flour sacks into nitrocellulose, I’d think burlap would have been preferred over cotton. I’m sure the civilian recipients would have preferred cotton to make garments from, though! (It came to mind, too, that clean fibers were needed to manufacture nitrocellulose. Heavy printing on the bags might have made them unusable for such a purpose, even if the sacks could have been unspun.)”
Unquote

Tot slot
Ik heb in dit blog bij elkaar gezet wat mij bekend is over de Duitse bezetter en de Amerikaanse meelzakken. Aan de orde kwamen:

1) het portret van de Duitse officier Jacobi op meelzak,
2) de meelzak in de collectie van de Duitse arts Dr. Jacobsohn,
3) de Duitse propaganda over voedselverstrekking aan de Belgische bevolking,
4) Duits verbod op afbeeldingen van leden van het Belgisch koninklijk huis, vlaggen, wapens en nationale kleuren van België en de geallieerden; censuur op verkooptentoonstelling van meelzakken,
5) de moderne opvatting dat de meelzakken zouden zijn versierd om de zakken uit handen van de Duitsers te houden – die zouden ze kunnen inzetten voor militaire verdediging, en erger nog, voor militaire aanval.

Ik vraag me af of wij ons niet meer kunnen voorstellen dat in ’14-’18 het uitgangspunt was het liefdadig werk en de uiting van dankbaarheid voor ‘menschlievende’ voedselhulp? Moeten de versierde bloemzakken in militair verband worden getrokken, het vijandbeeld voorop gesteld, om vandaag aandacht te krijgen?

In ieder geval hebben we bewijs dat een Amerikaanse meelzak in versierde toestand in Duitse handen is gevallen!

 

Dank aan:
– Evelyn McMillan voor de discussies over dit onderwerp en het aanreiken van de twee bronnen van Hoover en Boël over de meelzakken als zandzak.
Evelyn heeft in haar meelzakkencollectie opmerkelijk genoeg de Engelse versie van de bloemzak met de twee kinderen in pyama voor de open deuren: ‘God bless America’. 

‘God bless America! (God zegene Amerika!)’. Meelzak Belgian Relief Flour, Wm. Lindeke Roller Mills, St. Paul, Minn., USA. Schrijfmap, getekende aquarel, geborduurd Part. Coll. VS

– Marcus Eckhardt voor de informatie over de meelzak ‘Bénie soit l’Amérique! Bruxelles 1916.’ / Belgian Relief Flour, Russell – Miller Milling Co., Minneapolis, Minn., USA.  Coll HHPLM 2015.3.1 met de toelichting van Marthe Boël.
– Hubert Bovens voor de ontcijfering van de naam van schilder P. Jean Velghe en de opzoekingen van biografische gegevens van kunstenaars.
– Jacques Laperre voor de verbetering van de kunstenaarsnaam ‘Hagge’ naar Halle, Oscar, en diens biografische gegevens; eveneens Gregory Boite, Mu.ZEE Oostende.
– F. Brenders voor zijn opzoekingen in het Felixarchief, Antwerpen.
– Kris Vandenbussche, via Fb-groep Lizerne Trench Art, voor de informatie over Ludwig Jacobi en de families Jacobi en Blum.

*) Oscar Halle, (°Bärwalde, Pommern (D), 19-08-1857 +1921 ?) Besloot op 21 jarige leeftijd kunstenaar te willen worden. Volgde een tekencursus in Berlijn, volgde lessen aan de kunstacademie van Dresden, vertrok naar Antwerpen en werd leerling van Verlat. Vanaf 1885 nam hij deel aan tentoonstellingen in Antwerpen en Brussel.

[1] Hoover Institution Library and Archives website: ‘Unframed unsigned portrait on a flour sack Ludwig Jacobi, 1916’, nr. 19001.126, geraadpleegd 10 juni 2023

[2] De ‘Jacobsohn collection on Germany between the Wars’ bevindt zich in de archieven van de University of Southern California – Special Collections, Los Angeles, Ca., coll.nr. 0080.

[3] USC coll. nr. 0080, Box 29, Folder 1.
P. Jean Velghe woonde in Parijs. Zijn ouders zijn te Parijs gehuwd maar waren resp. geboren te Kortrijk en Tielt (West-Vlaanderen). Een van de twee ooms van P. Jean Velghe kan zijn leermeester zijn geweest: Auguste VELGHE (1831-1912), die lange tijd in Parijs verbleef. Een zin in het curriculum vitae van Auguste VELGHE (wikipedia) viel ons op: “Zijn schilderijen maken vaak een overladen indruk.” Datzelfde doet zich voor bij zijn neef P. Jean Aimé VELGHE.

[4]
– Tekstaffiches en muurberichten Etappen-Kommandantur Gent 1915
– L’Indépendance Belge (Edité en Angeleterre), 4 maart 1916; De Stem uit België, 31 maart 1916 (uitgegeven in Londen van 1916 tot 1919)

[5] Het Vlaamsche Nieuws, 29 mei 1915

[6] Provinciaal Komiteit Antwerpen, correspondentie van 28 juni, 7 en 10 juli 1915. Felix Archief, Antwerpen.

[7] Herbert Hoover, An American Epic. The Relief of Belgium and Northern France 1914-1930. Volume I. Chicago: Henry Regnery Company, 1959, p. 316.

[8] Amara, M., Inventaire des archives du Comité national de Secours et d’Alimentation. Rapport général sur le fonctionnement et les opérations du Comité National de Secours et d’Alimentation. Deuxième partie. Le Département Alimentation. Tome II: Appendice: Le Service Stock général et Fabrications, 1921. Brussel: Het Rijksarchief in België, Algemeen Rijksarchief, 2009

[9] Schwartz, Thomas, Subversive Flour Sacks of Thanks. West Branch, Iowa, Herbert Hoover Presidential Library-Museum. Blog: Hoover Heads, January 6, 2016

[10] Van Raemsdonck, Bert, Virginie Lovelings oorlogsdagboek [1914-1918]. Gent, KANTL en Universiteitsbibliotheek, electronische versie, 2005; dagboek 12 mei 1915 en 21 mei 1915.

[11] ‘Proclamation, dated august 20th, 1915, specifying various forms of cotton to be treated as contraband’. (Van Manen, Dr. Charlotte A., De Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij. Middelpunt van het verkeer van onzijdig Nederland met het buitenland tijdens den wereldoorlog 1914-1919).

[12] Florman, Jean C., ‘Out of War, A Legacy of Art‘. Artikel in: Hemingway, Joanne, Hinkhouse, Belle, Out of War. A Legacy of Art. West-Branch, Iowa: The Iowa City Questers Reciprocity Committee, 1995

Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Kenners van de WO I- meelzakken, zullen zich wel eens op het hoofd hebben gekrabd met de vraag: ‘Waarom staat de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ op de in België versierde meelzakken?
Hoe kwamen deze zakken met bestemming Groot-Brittannië, het Moederland van Canada, in België terecht?

In dit blog vertel ik welk simpel antwoord ik heb gevonden in documenten in de Reading Room van de Hoover Institution Library and Archives: de Commission for Relief in Belgium (C.R.B.) kocht begin december 1914 van de Britten 444.000 zakken meel, die door Canada aan Groot-Brittannië waren ‘geschonken’.

Flour. Canada’s Gift – de achtergrond
Canada had als dominion van Groot-Brittannië, het moederland, direct na het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 één miljoen zakken meel  ‘geschonken’ – het was een overeengekomen financiële transactie. De zakken van 98 LBS waren bedrukt met de tekst ‘Flour. Canada’s Gift’, verscheept naar Engeland en in Britse havens in voorraad opgeslagen
De provincie Ontario schonk het moederland ook nog eens 250.000 zakken meel van 98 LBS, bedrukt met de tekst ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’. (‘Schenking van Ontario aan het Moederland’).
Ik schreef er dit blog over: Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië.

School Soeurs de Notre Dame, Anderlecht, Brussel: versierde meelzak voorzijde ‘Gift from Ontario’. HILA 62008 box 8.13. Foto: auteur
School Soeurs de Notre Dame, Anderlecht, Brussel: versierde meelzak achterzijde ‘(Canada) to the Motherland. HILA 62008 box 8.13. Foto: auteur


NEGOTIATIONS for 20,000 tons Canadian Flour
Zomaar uit het niets doemde het antwoord op in documenten die ik las tijdens mijn laatste onderzoeksdag onder de Hoover Tower op Stanford University in Palo Alto, Ca. [1]

Op de agenda van een vergadering van de C.R.B. op het hoofdkantoor in Londen op 30 december 1914 staat:
Agendapunt 5)
“ADMIRALTY & BOARD OF TRADE
20,000 tons Canadian Flour
Price not yet arranged.”
(20.000 ton Canadees meel. Prijs nog niet afgesproken)

Ik lees verder en vind de notitie ‘NEGOTIATIONS for 20,000 tons Canadian Flour’ (Bijlage 1 bij dit blog).
In de notitie staat in detail beschreven hoe en wanneer de C.R.B. erin was geslaagd 20.000 ton meel te kopen in Engeland van de Britten, zijnde zakken meel die in augustus geschonken waren door Canada.

Herbert Hoover aan het werk
Herbert Hoover zette zich vanaf 24 november in om de Canadese voorraden meel in Groot-Brittannië beschikbaar te krijgen voor de Belgische bevolking. De zakken meel lagen opgeslagen in pakhuizen in Britse havens en waren tot april 1915 niet nodig voor de Britse bevolking. Het hoofdkantoor van de C.R.B. in Londen had de eerste twee weken van december urgent behoefte aan meel om naar België te verschepen, het lag voor de hand en zou een buitenkans zijn om dit ter plekke zo snel mogelijk beschikbaar te krijgen.

Dus stelde Hoover voor 20.000 ton meel van de Canadese voorraden van de Britten te kopen en aan hen te betalen, of de voorraad meel op kosten van de C.R.B. weer aan te vullen door aankopen in Canada.

De Britten wezen Hoover’s voorstel af en bleven dit doen, totdat hij uiteindelijk geïntroduceerd werd bij de Britse premier Asquith en hem in een vlammend betoog duidelijk maakte waarom hij akkoord zou moeten gaan.
Premier Asquith antwoordde Hoover dat hij niet gediend was van de toon die Hoover tegen hem aansloeg, maar uiteindelijk zwichtte hij wel voor diens overredingskracht.


De woorden van de Britse premier Mr. Asquith volgens het Memorandum van de staf van C.R.B. -London:
“It was the business of the Germans to feed the Belgians…”
“It was a monstrous idea that the British should send foodstuffs into Belgium…”
“He was himself against the work…”
“It was not usual for him to be adressed in this tone…”
“Although he did nog agree in principle he would consent to this proposition if …”


Vanaf 7 december 1914 kocht het C.R.B. kantoor in London het Canadese meel in van de Britten en vervoerde het via Rotterdam naar België.

Ziehier waarom er in België meelzakken ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ versierd zijn. Het zijn de Canadese zakken die de Britten hebben ontvangen en later aan de C.R.B. zijn doorverkocht.

Ecole Bisschoffsheim, Brussel: versierde meelzak ‘Gift from Ontario (Canada) to the Motherland’ (verso). HILA 62008 box 5.5. Foto: auteur

‘Koop voorlopig geen meel in Amerika’
Ik blader verder in documenten in de HILA Reading Room en vind een telegram van Herbert Hoover. Toen hij de deal in Londen had gesloten en 20.000 ton meel beschikbaar had, had hij geen acute behoefte meer aan meel uit de VS. Hij vroeg het CRB-kantoor in New York om graan in plaats van bloem – transport van graan was efficiënter en het zou gemalen kunnen worden in de Belgische maalderijen.

Herbert Hoover vanuit Londen aan Lindon W. Bates in New York: “Koop geen meel meer, dat hebben we hier gekocht. Vul je schepen met graan, erwten of bonen”, 8 december 1914. HILA 22003, box 114 nr. 362

Hoover stuurde dan ook direct een telegram aan Lindon W. Bates van de C.R.B. New York. Bates moest zijn schepen vullen met tarwe, erwten en bonen:
“Do not buy more flour until further notice as we have bought here for spot delivery twenty thousand tons. Fill your ships after this with wheat, peas, or beans. Hoover” (8 December 1914) [2]

C.R.B. kocht van de Britten één derde van hun Canadese meelschenking

La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

In een Belgisch krantenbericht van 21 januari 1915 [3] lees ik -inmiddels weer thuis- over het rapport dat de Britten hebben opgesteld voor het Britse Parlement over de toewijzing van het Canadese meel tot 31 december 1914.

Hieruit blijkt dat de deal van de C.R.B. met de Britten over het Canadese meel ertoe heeft geleid dat de C.R.B. 444.000 zakken meel, dat is 36% van het Canadese meel, heeft aangekocht, zie bijlage 2. In bijgaande grafiek maak ik de gehele verdeling zichtbaar.

Grafiek: verdeling van het Canadese meel door de Britten. 36% is gekocht door de C.R.B. © 2023 Annelien van Kempen

1500 lege zakken verkocht voor liefdadigheid in Groot-Brittannië
Merk op dat in de grafiek ook vermeld staan 1500 meelzakken die de Britten in eigen land bestemd hebben voor doorverkoop van lege zakken voor het goede doel: ‘Sold to release bags for sale at 5s. each in aid of National Relief and Belgian Relief Funds 1500 bags‘. Ik beschreef het al eerder in het blog Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië.

Dit bericht in Canadese krant spreekt abusievelijk over ‘empty sacks which had contained the Canadian gift flour for Belgians’. Dit had moeten zijn ’the Canadian gift flour for Britain, the Motherland’, 8 december 1914

De intentie was geweest 10.000 lege zakken voor het goede doel te verkopen (The Standard, St. Catharines, Ontario, Canada, 7 januari 1915). Uiteindelijk zijn er in Engeland maar 1500 zakken voor het goede doel verkocht.
Tot heden heb ik daar geen exemplaren van teruggevonden in enige verzameling. Wat zou het bijzonder zijn om een van deze Canadese, Britse zakken te vinden!

Conclusie
De verkoop van lege meelzakken voor liefdadige werken en de versiering van de zakken heeft zijn oorsprong in Groot-Brittannië bij de Belgische vluchtelingen in Sheffield en omgeving. Britse kranten schrijven erover in januari 1915. In België werden de Canadese meelzakken verkocht als souvenirs, net als in Engeland.

The Manchester Evening News, 25 januari 1915

 


Bijlage 1
HILA CRB-records 22003 Box 47

Agenda for Wednesday December 30th, 1914 – C.R.B. Headoffice London
– 20,000 tons Canadian flour – Price not yet arranged

II. (2) d. NEGOTIATIONS for 20.000 tons Canadian Flour

Letter Hoover 24 November 1914 to Board of Trade.
In spite of all efforts to secure immediate supplies, we are confronted by absence of supplies for first two weeks December.
40 or 50 cargoes arriving end of December and January and February.
“I should be greatly obliged if you would consider the possibility of allowing us to draw 20,000 tons of flour from the supply in the hands of the Government from Canada.”
C.R.B. undertakes to purchase the same and ship it from Canada, or, if preferred, to pay the cost to Government brokers.

Board of Trade refuses permission by telephone, 30th November 1914.

Letter Hoover 30th November 1914 to Board of Trade goes over the situation in detail and repeats request.

Memorandum Hoover (Monday following December 3rd?)
In substance – Hoover interested Sir Gilbert Parker in the question.
Sir Gilbert Parker took him to call on Canadian High Commissions. Latter agreed, but had no authority to set. Sir Gilbert took him to see Mr. Masterman, member of the Cabinet. Masterman expressed sympathy and called up Sir Herbert Samuel.
“I went to see Sir Herbert and again explained to him the whole situation in Belgium and what I felt should be the British attitude towards our work, and the lack of sympathy which I had hitherto met in every direction. I pointed out to him that the humanitarian side in this matter must transcend in the English mind the military advantages, and, after considerable discussion he told me that he was entirely of my view but stated that he thought it was desirable for me to put my case to Mr. Asquith. He thereupon arranged for a meeting with Mr. Asquith at 1 o’clock.’ (December 4th).

“Sir Herbert Samuel took me to Mr. Asquiths office and introduced me to the Premier. I stated the position of our supplies to Belgium; elaborated the position of the Belgian civil population; the work that we had so far done; the problem which confronted us, and my feeling that the attitude  of the English Government was not one which history would be proud of, and pointed out to him that the recent section of the Admiralty in warning ships not to go to Rotterdam, appeared to us an indirect method to put an end to our activities.

Mr. Asquith stated to me that it was the business of the Germans to feed the Belgians from every legal and moral point of view; that the British had no obligation to the civil population; that it was distinctly against the interests of the British people that the Germans should be relieved of their obligations, and that it was a monstrous idea that the British should send foodstuffs into Belgium simply to fill the vacuum created by German requisitions; that he did not consider there was any moral obligation on the part of the British people to do this, and that he was himself against the work.”

With some abruptness I pointed out that the civil population had been brought to this pass through the action of the British; that if the British claim that they were fighting the war on behalf of Belgians were true, they would be unable to substantiate this claim in history if they allowed, or prevented others from saving, the Belgian population from decimation by starvation or through slaughter arising out of starvation riots; that although the British Government refuse to give us assistance, they do not dare to put and end to our shipment of foodstuffs from America into Belgium if they wished to hold one atom of American public esteem; that, disregarding right or wrong obligations of the Germans (which obligation I told him the Germans entirely denied) that I was convinced that the Germans would not feed the Belgians, and that they must certainly starve unless the activities of this Commission continued; subsequently, that I was not asking the British Government to give one penny, I was simply asking permission to purchase 20,000 tons of flour for which we would pay, or we would borrow it and undertake to replace it as fast as the ships could arrive from Canada; that I knew the 20,000 tons of flour was in the warehouses, that it was not intended to use it until April, and that there was ample time to replace it in full before that time provided the British Fleet maintained control of the sea.”

“Mr. Asquith stated that it was not usual for him to be addressed in this tone, for which I expressed regret and apologized on the ground that my emotion for the results which must ensue from a negative reply on his part, was sufficient to justify any tone which I had used.’

“After some discussion with Sir Herbert Samuel, he finally stated that, although he did not agree in principle he would consent to this proposition if Mr. Runciman was favorable and that it must rest on the Board of Trade to give a final decision as they were responsible for the supply of foodstuffs in Great Britain.”

Hoover lunched with Sir Herbert, Mr. Masterman and Sir Gilbert. On the following Monday received message from Sir Herbert asking him to attend meeting of Cabinet Committee on food supplies. H. attended meeting at noon, Monday. Mr. Runciman, Mr. McKenna, Lord Lovat, Sir Herbert Samuel, Mr. Masterman and others. H. stated the case briefly, complaining of lack of support, and speaking of the effect on public sentiment in U.S. He gained the point, and afterwards arranged for delivery of the flour.

The flour was purchased at English ports early in the week following 7th December.”


 


Bijlage 2

La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

“Interesting details of the distribution of the various Canadian gifts of foodstuffs to the Mother-country are contained in a White-paper (Cd 7763) relating to the special work of the Local Management Board arising out of the war up to December 31, which has just been presented to Parliament.”

The Government Gifts received by the Local Government Board were 1,000,000 bags of flour from the Dominion of Canada, 250,000 bags of flour from the province of Ontario”

 “Free storage of the flour has been given by the port authorities of Belfast, Bristol, Cardiff, Dublin, Glasgow, Liverpool and London”

“THE FRUITS OF THE EARTH”
“Of the 1,250,000 bags of flour 940,530 have been allocated as follows:
Local representative committees for relief of distress 90,474
Belgian refugee committees 1,691
Placed at the disposal of the commission for Relief in Belgium, about 443,886
Transferred to War Office, 99,760
Further quantity offered to War Office, 300,000
Sold to release bags for sale at 5s. each in aid of National Relief and Belgian Relief Funds, 1,500
Damaged flour sold or in process of sale 3,219


Inhoudsopgave blogs Canadese meelzakken
Eerdere blogs over de Canadese meelzakken, ‘les sacs canadiens’, zijn:
Canadese meelzakken en de gigantisch opgeblazen ‘Hulde aan Amerika’

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift


Voetnoten:

[1] HILA CRB-records 22003 Box 47. Gelezen op 3 juni 2022.

[2] HILA CRB-records 22003 box 114 Cablegrams Bates -Hoover.

[3] La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915

The Hoover Institution Library & Archives flour sack collection

On May 19th, 2022, I left Amsterdam Airport Schiphol to go to the United States for my six-week American sack trip. First stop was Stanford University, Palo Alto, California, to do research at the Hoover Institution Library and Archives (HILA).

Exactly one year later, on social media, I reported daily on my journey via retrospectives and updates on my Instagram account @floursacksww1 en Facebook pagina Annelien van Kempen.

Dutch researcher riding a wholesome Dutch bicycle across the Stanford University campus on her way to Hoover Tower, May 2022

My wish was to examine all decorated flour sacks from WWI on site. But would that work? What would it result in?
Since 2019 I have been in contact with the archivists to discover which collection HILA is keeping. One thing became clear to me: there were no exact data. The online archive information was limited, but they sent me some photographs.
Through contact with Evelyn McMillan, expert in war lace and great connoisseur of the decorated flour sacks, retired staff member at Stanford University, I received extremely detailed and useful information.
In collaboration with Evelyn, I prepared my American Sack Trip, specifically the research in HILA.

New constructions and Covid in Palo Alto

Screens around the Hoover Institution construction site, May 2022. Photos show Lou and Henry Hoover in 1932 and the first archives shipment, arriving in 1921. Photo: author

The problem for the HILA employees, working at the Stanford University campus in Palo Alto, was that part of their archives had been temporarily moved to large warehouses across the San Francisco Bay due to reconstruction. Trucks with trailers drove up and down daily to deliver archive boxes to researchers in the HILA Reading Room. Decorated flour sacks would only be brought with the trucks if the archive boxes were requested in good time.
And due to Covid, the Reading Room was still closed to outside researchers at the time I submitted my research request.
In addition, the Herbert Hoover Subject Collection, Box 392, which houses the decorated flour sacks, was and is closed to researchers. Fortunately, the HILA staff were willing to make an exception for me, a researcher from the Netherlands. However, it was uncertain whether there would be enough staff available to give me the necessary assistance in examining the flour sacks, I would probably only have access to three or four boxes.
I decided to take the risk and went to California.

Stanford University campus with Hoover Tower, May 2022. My meeting with the HILA staff was held on these benches in the shade of the trees. They invited me to do research in the Preservation Lab. Photo: author.

My motivation for researching all flour sacks
Once in the Reading Room of the Hoover Institution, the HILA staff invited me to present my project. I motivated my request to examine all flour sacks in the HILA collection:

*) in my research I consider both the HILA flour sack collection and the Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM) flour sack collection to be one large American “Hoover collection”. HHPLM has invited me to examine their entire collection, I had been awarded with a Travel Grant from the Hoover Presidential Foundation. The large “Hoover Collection” originated in HILA around 1920 when the Commission for Relief in Belgium (CRB) archives were formed. Before traveling to HHPLM I wanted to research the HILA collection, where it all started, then take the results with me to Iowa.

*) In four years of research I have mapped all Belgian public collections in my Register of Flour Sacks. The purpose of my American Sack Trip is to add the American collections to this Register. They are a special part of the collection, as they consist of the sacks that have returned to North America, the continent from which they were initially shipped, filled with flour. My offer to HILA was to use my expertise to contribute to the knowledge about the collection, to make an inventory of the HILA collection and to put the data in a spreadsheet for various statistics.

*) With my research I want to highlight the importance of the role of girls and women in food aid for the Belgian population in 1914-1918. In the HILA collection, each decorated flour sack is handmade, a unique, individual piece of work by Belgian girls and young women. I want to know the names of the embroiderers; I work with Hubert Bovens in Wilsele, Belgium, to determine their identity based on their biographical data. If I only examine a few sacks, then I am missing out on all those Belgian girls who have worked to decorate the sacks.

Belgian Parochial Girls’ School, 1915, class photo. Coll. HILA HHSC 62008, env. N
“Image that showcases the side of research people never imagine”, flour sack research by Annelien van Kempen in the HILA Preservation Lab, May 2022. Photo: HILA staff

 

A day and a half of flour sack research
My plea was successful. Rayan Ghazal, head of the Preservation Lab, invited me to start my research of the decorated flour sacks in the HILA collection in the Preservation Lab, the workshop under the Hoover Tower.

Together with two experienced and skilled staff members, Laurent Cruveillier, book and paper curator, and Kurtis Kekkonen, restoration specialist, we photographed forty flour sacks in one afternoon!
And I was invited to come back the next day.

Laurent Cruveillier and Kurtis Kekkonen during our flour sack survey at the Preservation Lab, HILA May 25, 2022. Photo: Author

On day two we continued our work. We wanted to study all the boxes of decorated flour sacks, but we didn’t know how many sacks they contained.

We were done at five o’clock, we appeared to have seen and photographed over 120 items. That, added to the previous day’s result, gave me a total of 167 decorated flour sacks in the collection of the Hoover Institution Library & Archives. [1]

“Another image that showcases the side of research people never imagine”, ”, flour sack research by Annelien van Kempen in the HILA Preservation Lab, May 2022. Photo: HILA staff

A unique flour sack survey in a day and a half! Now that these flour sacks have been photographed, I realize that it is unlikely they will reappear at the same time in the near future.

Statistics HILA flour sack collection
With all the data obtained, I set to work creating the HILA Inventory List, a spreadsheet listing all the characteristics of value to my research. The photos I had taken were very helpful. After one Saturday of intense work the spreadsheet was ready to be sent to the HILA archivist.

Conclusion
Some findings about the HILA collection of decorated flour sacks from WWI:

  • All flour sacks are processed; I did not register any unprocessed sacks.
  • The origin of the flour sacks is printed and traceable on 90% of the sacks, they originate from 22 states, several American relief organizations, and some Canadian provinces.

    Graph: The origin of the flour sacks: American states and Canadian provinces which have supplied the Belgian Relief flour sacks. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • The HILA collection includes flour sacks decorated in eight of Belgium’s nine provinces. More than 40% come from Brussels – from girls’ schools. The province of Liège is missing from the list, there may be specimens in “Belgium other”.

    Graph: The Belgian provinces where the flour sacks were transformed and decorated. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • Nearly 70 flour sacks have been processed in Belgian girls’ schools, mainly in Brussels. The school of the Sœurs de Notre-Dame in Anderlecht takes the crown with 38 sacks, which is 25% of the entire HILA collection.

    Graph: Numbers of decorated flour sacks per Belgian girls’ school. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • More than 50 flour sacks were decorated by young, sometimes professional, needleworkers for the benefit of the local relief committee or by order of the committee or the municipality.
  • The name of the Belgian maker is mentioned on forty items. That is why I have created the new page ‘Embroiderers’ on my blog website. The names are listed. The biographical data are the result of research by Hubert Bovens in Wilsele, Belgium.
Class photo taken at a Belgian girls’ school, 1915. HHSC 62008, env. N. Coll. HILA

Class photos
The HILA archives revealed envelopes full of class photos of Belgian schoolgirls in 1915. Girls this age spent some of their time at school decorating the flour sacks.
That is why I use the class photos as an illustration to evoke the atmosphere of that time.[2]

Cuvelier, Ecole Morichar, Saint-Gilles. Flour sack American Commission, embroidered, painted, 1915. “L’Union Fait La Force”. With drawn portraits of Queen Elisabeth, King Albert, and the Belgian lion. HILA 62008 box 19.3. Photo: author


More articles on HILA’s flour sack collection
More articles on the decorated flour sacks at Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, Palo Alto, California:

De beroepsschool voor meisjes in Elsene (L’École Professionnelle pour jeunes filles Ixelles)

Les Arts de la Femme en de versierde meelzakken (Les Arts de la Femme and the decorated flour sacks)

Een honkbaltenue van meelzakken met vuil en zweetvlekken (“American Commission” baseball uniforms made out of flour sacks)

De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie  (The Getelinie on flour sacks in the Warren Gregory collection)

Eight students in St-Gilles on American Commission flour sacks

Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution (The Rassenfosse hiercheuse flour sack at the Hoover Institution)

Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution (Painted flour sacks at the Hoover Institution)

De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt (The wedding day of Maria Gauquie x Hector Impe and the Tielt’s lace flour sack)


Thanks to:
– The HILA staff who made my research of the flour sack collection possible: Rayan Ghazal, Laurent Cruveillier, Kurtis Kekkonen, Jessica Lemieux, Chris Marino, Katherine Ramirez, Linda Bernard, Samira Bozorgi and many others!
– Evelyn McMillan for making my stay possible, her reflections, interventions, and above all her generous hospitality.
– Elena S. Danielson for sharing her expertise and giving moral support.
– Hubert Bovens in Wilsele, Belgium, for his research into the biographical data of the embroiderers.


Footnotes:

[1] Without doubt, the HILA flour sack collection is larger than the 167 items I have seen and photographed. For instance, there are several very interesting painted flour sacks by Belgian well-known artists; there is the beautiful lace decorated “Zephyr” flour sack from the Belgian town of Tielt; and some more items.

[2] Hoover Institution Library and Archives – consulted archives:
– Frederick H. Chatfield Papers box 53008 envelope mB;
– Herbert Hoover Subject Collection 62008 envelope N;
– Commission for Relief in Belgium 1914-1930 22003-10.A-V box 632 enveloppe KK;
– CRB-records 22003 box 625.

Hoover Institution Library and Archives-collectie versierde meelzakken

Op 19 mei 2022 vertrok ik vanaf Schiphol naar de Verenigde Staten voor mijn Amerikaanse Zakkenreis van zes weken. Eerste stop was Stanford University, Palo Alto, Californië, voor onderzoek in de Hoover Institution Library and Archives (HILA).

Precies een jaar later, kon je me volgen op mijn reis. Ik deed dagelijks verslag via terugblikken en updates op mijn Instagram account @floursacksww1 en Facebook pagina Annelien van Kempen.

Nederlandse onderzoekster rijdt op een degelijke Hollandse fiets over de Stanford University campus op weg naar Hoover Tower, mei 2022.

Mijn wens was om alle versierde meelzakken van WO I daar ter plekke te onderzoeken. Maar zou dat lukken? Wat zou het opleveren?
Sinds 2019 was ik in contact met de archivarissen om te achterhalen welke collectie HILA bewaart. Een ding werd me duidelijk: exacte gegevens waren er niet. De online-archiefinformatie was beperkt, ik kreeg wel enkele foto’s opgestuurd.
In contact met Evelyn McMillan, deskundige in war lace en groot kenner van de versierde meelzakken, bovendien werkzaam op Stanford University, ontving ik buitengewoon rijke en nuttige informatie.
In samenwerking met Evelyn bereidde ik mijn Zakkenreis en onderzoek in HILA voor.

Verbouwing en Covid in Palo Alto

Schermen rond de bouwplaats van de Hoover Institution, mei 2022. Op de foto’s Lou en Henry Hoover in 1932 en de eerste lading archieven die arriveren in 1921. Foto: auteur

Probleem voor de HILA-medewerkers, werkzaam op de Stanford University campus in Palo Alto, was dat een deel van hun archieven vanwege verbouwingen tijdelijk verhuisd was naar grote opslagloodsen aan de overkant van de Baai van San Francisco. Trucks met opleggers reden dagelijks op en neer om archiefdozen voor onderzoekers in de HILA Reading Room aan te voeren. Alleen door tijdig aanvragen van de archiefdozen versierde meelzakken zouden deze met de vrachtwagens worden meegebracht.
Door Covid was de Reading Room nog gesloten voor externe onderzoekers op het moment dat ik mijn aanvraag voor onderzoek indiende.
Bovendien, de Herbert Hoover Subject Collection, Box 392, waar de versierde meelzakken in zijn ondergebracht, was en is ‘closed to researchers’.  Maar gelukkig wilde de HILA-staf voor mij, onderzoeker uit Nederland, een uitzondering maken. Alleen was onzeker of er voldoende medewerkers aanwezig zouden zijn om mij de nodige assistentie te geven bij het onderzoeken van de meelzakken, waarschijnlijk zou ik slechts toegang krijgen tot drie of vier dozen.
Ik besloot het erop te wagen en ben naar Californië vertrokken.

De campus van Stanford University met Hoover Tower, mei 2022. Op de bankjes vond de vergadering plaats met de HILA-staf, waarin ik werd uitgenodigd tot research in het Preservation Lab.  Foto: auteur

Mijn motivatie voor onderzoek van alle zakken
Eenmaal ter plekke ben ik uitgenodigd voor een vergadering waarin ik mijn motivatie heb gegeven waarom ik alle meelzakken in de HILA-collectie wilde onderzoeken:

*) De HILA-meelzakkencollectie beschouw ik samen met de meelzakkencollectie in de Herbert Hoover Presidential Library and Museum in Iowa voor mijn onderzoek als één geheel, de “Hoover-collectie”. Ik ben uitgenodigd in Iowa de gehele collectie te komen onderzoeken en heb daarvoor een Travel Grant ontvangen van de Hoover Presidential Foundation. De “Hoover-collectie” is ontstaan in HILA rond 1920 met de CRB-archieven, die basis wil ik eerst onderzoeken voordat ik naar Iowa doorreis;

*) In vier jaar onderzoek heb ik alle Belgische publieke collecties in kaart gebracht in mijn Register van Meelzakken. Doel van mijn Amerikaanse Zakkenreis is om de Amerikaanse collecties daaraan toe te voegen omdat zij als bijzonderheid hebben dat de zakken teruggekeerd zijn naar Noord-Amerika, het werelddeel waar ze, gevuld met meel, vandaan verscheept zijn. Mijn aanbod is om vanuit mijn deskundigheid bij te dragen aan de kennis over de collectie, een inventarisatie te maken van de HILA-collectie en de gegevens in een spreadsheet te zetten ten behoeve van diverse statistieken;

*) Ik wil met mijn onderzoek het belang van de rol van meisjes en vrouwen bij de voedselhulp voor de Belgische bevolking in 1914-1918 belichten. In de HILA-collectie is iedere versierde meelzak met de hand gemaakt, een uniek, individueel werkstuk van Belgische meisjes en jonge vrouwen. Ik wil de namen kennen van de borduursters, ik werk samen met Hubert Bovens te Wilsele om hun identiteit vast te stellen aan de hand van hun biografische gegevens. Wanneer ik slechts een aantal zakken onderzoek, dan doe ik tekort aan al die Belgische meisjes die zich hebben ingezet om de zakken te versieren.

Belgische Parochiale Meisjesschool, 1915, klassenfoto. Coll. HILA HHSC 62008, env. N
“Image that showcase the side of research people never imagine”, meelzakkenonderzoek door Annelien van Kempen in de Preservation Lab van HILA, mei 2022. Foto: HILA staff

Anderhalve dag zakkenonderzoek

Mijn pleidooi slaagde. Het hoofd van het Preservation Lab, Rayan Ghazal, nodigde me uit om in de ‘Preservation Lab’, de werkplaats onder de Hoover Tower, mijn onderzoek van de versierde meelzakken in de HILA-collectie te starten. Tesamen met twee ervaren en vakkundige stafleden, Laurent Cruveillier, conservator boek en papier, en Kurtis Kekkonen, restauratie specialist, fotografeerden wij in één middag veertig meelzakken! En ik werd uitgenodigd om de volgende dag terug te komen.

Laurent Cruveillier en Kurtis Kekkonen tijdens het meelzakkenonderzoek in het Preservation Lab, HILA 25 mei 2022. Foto: auteur

Dag twee zetten we ons werk voort. We wilden alle dozen versierde meelzakken bestuderen, maar hoeveel zakken dat waren wisten we niet.
Om vijf uur waren we klaar, we bleken ruim 120 items te hebben gezien en gefotografeerd. Dat maakte, opgeteld bij het resultaat van de vorige dag, dat ik een totaal van 167 versierde meelzakken had bestudeerd in de collectie van de Hoover Institution Library and Archives. [1]

“Another image that showcase the side of research people never imagine”, meelzakkenonderzoek door Annelien van Kempen in de Preservation Lab van HILA, mei 2022. Foto: HILA staff

Onderzoek in anderhalve dag, niet eerder vertoond! Nu deze meelzakken zijn gefotografeerd besef ik dat het onwaarschijnlijk is dat ze op korte termijn nog eens allemaal tegelijk tevoorschijn zullen komen.

Statistieken HILA-collectie
Met alle verkregen gegevens ging ik aan het werk om de inventarislijst te maken, een Excel-spreadsheet met vermelding van alle kenmerken die voor mijn onderzoek belangrijk zijn. De foto’s waren behulpzaam, zodat ik met een zaterdag hard doorwerken het spreadsheet gereed had en aan de HILA-archivaris heb toegestuurd.

Conclusie
Enkele bevindingen over de HILA-collectie versierde meelzakken van WO I:

  • Alle meelzakken zijn bewerkt, ik zag geen onbewerkte zakken.
  • De origine van de meelzakken, waar ze gevuld met meel vandaan gestuurd zijn, is voor 90% te lezen op de zakken, ze zijn afkomstig uit 22 Amerikaanse staten, enkele Amerikaanse hulporganisaties en een paar Canadese provincies.

    Grafiek: De origine van de meelzakken, uit welke Amerikaanse staat en Canadese provincie ze, gevuld met meel, verstuurd zijn naar België. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • De HILA-collectie bevat meelzakken die zijn versierd in acht van de negen Belgische provincies. Meer dan 40% komt uit Brussel – van de meisjesscholen. De provincie Luik mist in de opsomming, mogelijk zijn er exemplaren in ‘België overig’;

    Grafiek: Aantallen versierde meelzakken per Belgische provincie waar ze bewerkt zijn. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • Bijna 70 meelzakken zijn bewerkt op Belgische meisjesscholen, vooral in Brussel. De school van de Sœurs de Notre-Dame te Anderlecht spannen de kroon met 38 exemplaren, dat is 25% van de gehele HILA-collectie;

    Grafiek: aantallen versierde meelzakken per Belgische meisjesschool. HILA coll. © 2023 Annelien van Kempen
  • Ruim 50 meelzakken zijn versierd door jonge, soms professionele, handwerksters ten behoeve van de lokale hulpkomiteit of in opdracht van het komiteit of de gemeente;
  • Op veertig werkstukken is de naam van de Belgische maakster vermeld. Daarom heb ik aan mijn blogwebsite de nieuwe pagina Borduursters‘ aangemaakt. De namen staan vermeld. De biografische gegevens zoals nu bekend zijn het resultaat van het opzoekwerk van Hubert Bovens te Wilsele.
Klassenfoto gemaakt op een Belgische meisjesschool, 1915. HHSC 62008, env. N. Coll. HILA

Klassenfoto’s
In de archieven van HILA heb ik enveloppen vol klassenfoto’s van Belgische schoolmeisjes in 1915 gevonden. Meisjes van deze leeftijd werkten op school aan het versieren van de meelzakken.
Daarom gebruik ik de klassenfoto’s ter illustratie om de sfeer van toen op te roepen.[2]

 

M. Cuvelier, Ecole Morichar, Sint-Gillis. Bloemzak ‘American Commission’, geborduurd, beschilderd, 1915. ‘L’Union Fait La Force’. Met getekende portretten van koningin Elisabeth, koning Albert en de Belgische leeuw. HILA 62008 box 19.3. Foto: auteur

Meer artikelen over HILA
Meer artikelen over versierde meelzakken in Hoover Institution Library and Archives, Stanford University, Palo Alto, Californië zijn:

– De beroepsschool voor meisjes in Elsene (L’École Professionnelle pour jeunes filles Ixelles)
– Les Arts de la Femme en de versierde meelzakken
– Een honkbaltenue van meelzakken met vuil en zweetvlekken
– De Getelinie op bloemzak in de Warren Gregory collectie 
– Tweeendertig studentes in Sint-Gillis op meelzakken American Commission
– Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in Hoover Institution
– Beschilderde meelzakken in de Hoover Institution
– De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt


Dank
– Dank aan de staf van de Hoover Institution Library and Archives die mijn onderzoek van de collectie versierde meelzakken mogelijk maakte: Rayan Ghazal, Laurent Cruveillier, Kurtis Kekkonen, Jessica Lemieux, Chris Marino, Katherine Ramirez, Linda Bernard en vele anderen!
– Dank aan Evelyn McMillan voor het mogelijk maken van mijn verblijf, haar meedenken, interventies en haar gastvrijheid.
– Dank aan Hubert Bovens te Wilsele voor zijn opzoekwerk van de biografische gegevens van de borduursters.

Voetnoten:
[1] De 167 versierde meelzakken in de HILA-collectie die ik heb gezien en gefotografeerd in deze anderhalve dag is niet de complete collectie bloemzakken van HILA. Toegevoegd moeten worden: de beschilderde meelzakken van Belgische kunstenaars; de ‘kanten Zephyr-meelzak van Thielt’ en nog enkele exemplaren waarvan ik het bestaan ken.

[2] Archieven van Hoover Institution Library and Archives:
– Frederick H. Chatfield Papers box 53008 envelope mB;
– Herbert Hoover Subject Collection 62008 envelope N;
– Commission for Relief in Belgium 1914-1930 22003-10.A-V box 632 enveloppe KK;
– CRB-records 22003 box 625.

Terugkeer van de ‘Dudzeele’ meelzak

In 1914 doneerden de inwoners van Lexington en North Platte, Nebraska, VS, bloem, verpakt in katoenen zakken voor het Belgian Relief werk.  De zakken meel staken begin 1915 de oceaan over, onder meer naar Dudzele, West-Vlaanderen, België. Eenmaal geleegd bij de plaatselijke bakker kwam een van de zakken in handen van een vlijtige handwerkster, die in opdracht van het Voedingskomiteit van Dudzele de zak transformeerde tot kussenhoes, versierd met een bedanktekst en patriottische motieven.
Deze versierde meelzak kwam terecht bij de Amerikaanse familie Johnson Shaler, die het drie generaties lang bewaarde.
Anno 2023 hebben zij de meelzak terug gebracht naar Dudzele om deze terug over te dragen aan de afstammelingen van de bewerkers van de zak.

Officiële overhandiging in het stadhuis van Brugge van de ‘Dudzeele’ meelzak en het ‘Hooglede’ kanten tafelkleed door Carol Brouha namens de Amerikaanse familie, die het drie generaties lang bewaarde. Vlnr. Brugs schepen Nico Blontrock, Dirk Pieters, Heemkunde Dudzele, Carol Brouha, Annelien van Kempen en Hoogleeds schepen Frederik Sap, 7 april 2023. Foto: Jo van Ongevalle
Aankomst van Carol Brouha met de twee kunstwerken in het stadhuis van Brugge. Paul Brouha was ziek, hij besloot, met grote spijt, in het hotel te blijven. Foto: auteur

 


Lexington Mill & Elevator Co.

Emil en Emma Leflang, van de Lexington Mill & Elevator Co. Foto online

Lexington Mill & Elevator Co. in Lexington, Nebraska, was eigendom van de familie Leflang. Zij waren immigranten uit Denemarken; hun voorouders kwamen uit Nederland, toen was de familienaam Leeflang.

De maalderij kreeg het hard te verduren in 1914. Op 21 september 1914 brandde de maalderij in Lexington met magazijnen en inventaris volledig af.

The Southwestern Grain and Flour Journal, Wichitia, Kansas, 1 oktober 1914

De maalderij zou zo snel mogelijk nieuw opgebouwd worden, maar dat proces zou duren tot juni 1915. In de tussentijd waarborgde het bedrijf de leveringen aan klanten door het leasen van de North Platte Mill & Grain Co. in North Platte, Nebraska, een plaats 100 kilometer verderop.

Lexington en North Platte, Nebraska, schenken 500 zakken meel

‘Lexington Mill schenkt 100 zakken meel’. North Platte semi-weekly tribune, 20 november 1914

In november 1914 reageerde de Lexington Mill & Elevator Co. positief op de oproep van het vakblad The Northwestern Miller om meel te schenken voor hulp aan de Belgische bevolking.

Meelzak Belgian Relief Flour Lexington Mill & Elev. Co., Lexington, Nebraska/Dudzeele, 1915 (verso). Foto auteur

De burgers van Lexington en North Platte konden ook meedoen door gelddonaties, die de maalderij omzette in zakken meel voor 95 dollarcent per zak.

Spoorwegemplacement in Lexington. Foto: History Nebraska coll.item 26354, postcard 1907

Half december vertrok een ton meel in 500 zakken (121 barrel) [1] met bedrukking ‘Belgian Relief Flour Lexington Mill’ per trein naar het verzamelpunt, waar alle Nebraska maalderijen hun bijdrage afleverden voor de Millers’ Belgian Relief Movement.

Kaart van de Amerikaanse staat Nebraska. Bron: Nationalatlas.gov
Bijdragen Belgian Relief Flour uit Nebraska, Miller’s Belgian Relief Movement

Zo’n twintig maalderijen leverden voor de staat Nebraska 2.465 barrels, gelijk aan 21,5 ton meel, dus bijna 10.000 zakken Belgian Relief Flour.
Wagonladingen vertrokken naar de haven van Philadelphia waar het stoomschip South Point verwacht werd.

Op 11 februari 1915 vertrok de South Point met aan boord 283.000 zakken meel, uitgezwaaid door een gezelschap hoogwaardigheidsbekleders. Het schip bereikte veilig de haven van Rotterdam op zaterdag 27 februari.

De South Point wordt gelost in de Maashaven in Rotterdam, februari 1915. Foto HILA
Binnenschepen wachten in de Maashaven te Rotterdam op hun lading bij de South Point, februari 1915. Foto HILA CRB records box 624

The Miller’s Belgian Relief Movement

Vrouwen aan boord van een binnenschip dat zakken meel zal vervoeren van Rotterdam naar België. Foto HILA CRB records box 624

‘The Northwestern Miller’ in Minneapolis, Minnesota, was een vooraanstaande Amerikaanse krant voor de graanhandel en maalderijen.
De hoofdredacteur, William C. Edgar nam in november 1914 het initiatief voor een hulpactie, die uiteindelijk leidde tot het zenden van een afgeladen oceaanstomer met hulpgoederen, afkomstig van adverteerders, lezers en sympathisanten van de krant.

De heer Edgar begeleidde in maart 1915 zelf het transport naar Europa en reisde mee naar België om erop toe te zien dat de goederen goed terecht kwamen. Met groot enthousiasme deed hij in zijn krant verslag over zijn ervaringen tijdens de enerverende reis.
Na terugkeer legde hij in een uitgebreid rapport verantwoording af aan de hulpgevers.[2]

Drie zaken in dit rapport zijn bijzonder interessant als informatie over de bloemzak van Dudzele.

Advertentie in The Northwestern Miller, november 1914. HILA CRB records 22003 box 323, folder 2

1)  De hulpactie was nauwkeurig geregisseerd door William Edgar. Hij had de maalderijen in november duidelijke instructies gegeven voor het verpakken van het meel. De verpakking moest een solide katoenen 49 pound (22,5 kg) zak zijn, om drie redenen:
a) de afmeting van deze zak meel zou geschikt zijn om door één persoon gedragen te worden op de uiteindelijke plek van bestemming
b) het gebruik van katoen ondersteunde de Amerikaanse katoenindustrie, die het moeilijk had
c) en het belangrijkste motief: nadat de zakken geleegd waren door de bakkers, zouden huisvrouwen de katoenen zakken kunnen gebruiken om (onder)kleding en huishoudtextiel van te maken, zodat de hulpactie zowel voedsel als kleding verstrekte.

2)  Ook was er de instructie voor de bedrukking van de zak met logo’s en informatie van de afzenders

3) Wanneer William Edgar half maart 1915, na aflevering van de hulpgoederen, in Brussel arriveerde op het kantoor van de Commission for Relief in Belgium (CRB) informeerde CRB-gedelegeerde Lewis Richards hem over het hergebruik van de zakken en de transformatie van meelzakken tot kussenhoes, theemuts, tafelkleed, enz. Richards liet aan Edgar voorbeelden zien. Edgar was er zeer van gecharmeerd en gaf een grote bestelling op van te versieren meelzakken, om deze te zijner tijd cadeau te doen aan gulle gevers, de maalderijen, betrokken bij zijn actie. Hij vroeg bij zijn order speciaal die zakken te kiezen die door hem waren afgeleverd. Dat waren de zakken met bedrukking ‘Belgian Relief Flour’.

Dansende leerlingen van de Dudzeelse Zusterschool in gelukkige tijden, begin 1900. Foto: Archief Heemkring Dudzele (online)

Dudzeels Comiteit voor Hulp en Voeding
Dudzele (oude spelling Dudzeele) lag tijdens Wereldoorlog I in het Duitse ‘Etappengebiet’, het diende als rustgebied voor de fronttroepen van de Duitse bezetter.

Dudzele begin 1900. Foto archief Heemkring Dudzele (online)

De bevoorrading van levensmiddelen voor de bevolking was de zorg van het bestuur van het plaatselijke komiteit dat bestond uit de heren: pastoor E.H. Bonne, notaris A. Depuydt en schoolmeester Leopold Bogaert: ‘Tot de voedingswaren, die verdeeld werden behoorden onder andere spek, maïsvlokken, rijst, zuurkool, suiker en een soort siroop of marmelade. De voorraden werden opgeslagen en de bedelingen vonden steeds plaats op dezelfde locatie. De levensmiddelen en steenkolen werden door boeren met paarden en wagens waarschijnlijk te Brugge opgehaald.’[3]

Een aantekening in het CRB-archief luidt:
‘Brugge – toeleveringen vanuit Gent, maar het komiteit rapporteert aan Brussel. De gemeenten zenden hun vertegenwoordigers naar Brugge’s maandelijkse vergaderingen die ook bijgewoond mag worden door de CRB-vertegenwoordiger’.[4]
Het Dudzeels komiteit stond onder toezicht van het provinciaal komiteit van noordwest Vlaanderen en die rapporteerde aan het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding in Brussel.

In de stoommaalderij van de familie Monbaliu in Dudzele werd gewerkt voor het voedingskomiteit. De molenaar zette zijn herinneringen aan de Grote Oorlog op schrift. [5]
‘Sinds de Westmolen ontmanteld werd, was er in de stoommaalderij veel werk. Er moest immers voor de klanten, maar ook voor het Voedingscomiteit gemalen worden. Elke die iets te malen had moest vooreerst een machtiging bekomen, waarin het aantal kilo’s vermeld stond. Deze machtiging moest tijdens het vervoer en tijdens het verblijf in de molen steeds vertoond kunnen worden. Deze machtigingen werden afgeleverd door de dienst ravitaillering op het gemeentebestuur. Ze werd verleend volgens het aantal te voeden personen en het aantal dagen waarop de voeding betrekking had. In ruil voor die machtiging werden de overeenstemmende rantsoenzegels voor brood ingehouden.
Dat bracht in de molen een hele boekhouding mee, en veelvuldige kontrole’. (citaat blz. 193)
….…..
Verder moest er ook een voorraad aangevoerde rijst -uit Amerika- met de zachte grauwe stenen tot rijstbloem verwerkt worden voor de kinder- en dieetvoeding. Die rijst kon men toen in geen andere molen van de streek verwerken bij gebrek aan gepaste zachte molenstenen. De stoommolen bewerkte toen ook de aangevoerde rijst voor heel het Brugse noorden.’(citaat blz. 194)

Medewerkers van de Volkssoep Dudzeele. Op de achterste rij, van links naar rechts: , E.H. Bonne, Charles Costers, Leopold Bogaert, Arthur Depuydt en Val. Vanoudenaerde. Vooraan: Sylv. Bruynooghe, Marg. Brat, Leonie Schotte, Leonie Deroo, Louise Vandecasteele, Sabine Vermeire, Rosa Peere, Marie De Haene, Marguerite De Haene en Eugenie Bruyn-0oghe. Foto 1917 (Heemkring Dudzele)

De dokterdochters
Bij de voedselbedeling in Dudzele zijn de dochters van de doktoren De Haene en Caenen zeer actief geweest, daarin zullen hun moeders ook betrokken zijn geweest. De meisjes staan met andere helpers op de foto’s die zijn gemaakt tijdens de Grote Oorlog.

Heemkring Dudzele: ‘De dokters op het Goed van Gramez’

Dit zijn vooral Marie De Haene (°Dudzele 20.01.1896 +WZC Home Vogelzang, Leuven, 01.04.1986) en Marguerite De Haene (°Dudzele 24.04.1897). Hun moeder was Rosalie Gieben (°Brussel 06.05.1875 +Leuven 24.05.1962), hun vader dr. Alphonse De Haene (°Haringe Poperinge 10.05.1863 +Dudzele 20.12. 1939), burgemeester van Dudzele van 1921 tot 1938.

In 1920 ontvingen beide jongedames de medaille van Koningin Elisabeth.[6]

Dudzeelse kinderen eten de volkssoep. Links Zuster Sidonie en Robertine Caenen, rechts E.H. Bonne en Irène Caenen. Foto:?

Robertine Caenen (°Dudzele 26.07.1903 +1984) en Irène Caenen (°Dudzele 28.10.1904 +Brugge 23.11.1990) waren ook actief. Hun moeder was Angèle Vandenboogaerde (°Watou-Poperinge 02.11.1875 +Brugge 31.10.1947), hun vader Dr. Maurits Caenen (°Poperinge 20.03.1877 +Beernem 06.07.1951).

Marie De Haene

Marie De Haene (1896-1986) vervulde in ’14-’18 een centrale rol in het Dudzeels Voedingscomiteit. Na de Grote Oorlog was zij van 1920-1933 de eerste voorzitter van ’t Komiteit van de Kapelle onzer gesneuvelden. Foto: NSB Dudzele 100 jaar

Maria Rosa Virginia Julia (Marie) De Haene speelde als 19-jarige een centrale rol in de uitvoering van werkzaamheden van het Voedingscomiteit – Volkssoep Dudzeele – en na de Grote Oorlog in de herdenking van de Dudzeelse slachtoffers.

Handtekening Marie De Haene, 1922. Foto: NSB Dudzele 100 jaar

Zij was de eerste voorzitter van ’t Komiteit van de Kapelle onzer gesneuvelden. Zij vervulde deze functie van 1920 tot 1933 en was vanaf toen ere-voorzitter van ’t Komiteit.
Marie De Haene bleef ongehuwd. Zij woonde van juli 1967 tot het einde van haar leven in Home Vogelsang, Tervuursesteenweg 290 te Leuven. De zusters herinneren haar als een stille, teruggetrokken dame met een ijzersterke wil.

De bloemzak Lexington Mill & Elevator Co. geraakt in Dudzele
De Belgian Relief flour uit Lexington zal waarschijnlijk via het Dudzeels Voedingscomiteit te Dudzele zijn geraakt – aangeleverd vanuit Gent naar Brugge en daarna met paard en wagen naar Dudzele. Eenmaal geleegd is de zak goed uitgeklopt, gekuist en naar mijn vermoeden is, overgedragen aan de onderwijzeressen van de meisjesschool, de Zusters van Liefde. Daar zal in de handwerklessen de stof van patronen zijn voorzien en de garens uitgekozen om het borduurwerk mee uit te voeren.

Annelien van Kempen presenteerde in het Brugs stadhuis de Nebraska/’Dudzeele’ bloemzak, 7 april 2023. Foto: Jo van Ongevalle

Voor de boven- en onderranden zijn draden uit de stof getrokken en is een lint in de Dudzeelse kleuren rood, wit en de Belgische kleuren zwart, geel, rood door de stof geregen.

Meelzak Belgian Relief Flour Lexington Mill & Elev. Co., Lexington, Nebraska/Dudzeele, 1915 (recto). Foto auteur

De geborduurde tekst:
aan ’t liefdadige Amerika.
DUDZEELE
bij Brugge
uit dankbaarheid
1915’
is in sierlijke letters geborduurd, vooral de krul die de ‘d’ maakt, onderscheidt zich. Het wapenschild van Dudzele staat midden op de zak.

De tekst is in sierlijke letters geborduurd, vooral de krul die de ‘d’ maakt, onderscheidt zich. Foto: auteur

Op de bovenzijde zijn drie vaderlandslievende elementen geborduurd:
– de Belgische en Amerikaanse vlag met gekruiste vlaggenstokken
– het schild met de Vlaamse leeuw
– de letters AB innig samengevoegd, de letter A in de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw; de B in de kleuren zwart, geel, rood.
Aan de onderzijde zijn twee bloemtakken geborduurd, bijeengehouden door een sierlijke strik. De bloemen zijn diepblauw, de takken, blaadjes en de strik zijn vaal beige.

Meelzak Belgian Relief Flour Lexington Mill & Elev. Co., Lexington, Nebraska/Dudzeele, 1915 (recto, achterkant borduurwerk). Foto auteur

Aan de achterzijde van het borduurwerk blijkt dat de ‘beige’ garens verbleekt zijn, oorspronkelijk waren ze groen.

Ontdekkingen aan de achterkant van het borduurwerk. De garens en het sierband aan de voorzijde zijn verbleekt: het groen van blaadjes en strik is aan de achterkant behouden. En het rood-witte sierband vertegenwoordigde de kleuren van Dudzele! Foto: auteur
Handwerkkenners inspecteerden nauwlettend de details van de bloemzak. Stadhuis Brugge, 7 april 2023. Foto: auteur

 

Klasfoto van 1919 met Zuster Edith uit Snauwaert’s boek ‘Zusters van Liefde te Dudzele’.

Wie de borduurster(s) is/zijn geweest weten we niet. De klassenfoto’s genomen in de periode 1914-1919 tonen meisjes en onderwijzeressen die capabel waren voor dit werk.[7]

Detail met schoolbord van klasfoto van 1919 uit Snauwaert’s boek ‘Zusters van Liefde te Dudzele’.

De tekst en versiering van het schoolbord op de foto’s van 1919 geven mij een gevoel van herkenning met de patronen uit 1915 op de bloemzak. De krul in de hoofdletter A van het woord ‘Amerika’ is eender geschreven op de bloemzak én het schoolbord.

Boek van ’t Komiteit van de Kapelle onzer gesneuvelden, opgemaakt in 1921-1922 en ondertekend door Marie De Haene. Foto: NSB Dudzele 100 jaar
Detail handschrift ‘december’. De ‘d’ is geschreven in een krul, gelijk als op de bloemzak. Foto: NSB Dudzele 100 jaar

Nog een bron van een handschrift uit die tijd is het Boek van ’t Komiteit van de Kapelle onzer gesneuvelden, opgemaakt in 1921-1922 en ondertekend door Marie De Haene. Er is grote gelijkenis tussen dit handschrift en de geborduurde letters op de bloemzak.

De familie Johnson – Shaler
Het echtpaar Mary Johnson Shaler (ºKansas City, Missouri, VS, 06.01.1884 +Lancaster County, Pennsylvanië, VS, 25.10.1967) en Millard King Shaler (ºEllsworth, Kansas, VS, 26.07.1880 +Kaapstad, Zuid-Afrika, 11.12.1942) trouwde op 2 oktober 1912 in Lawrence, Kansas.
Ze kenden elkaar van de Universiteit van Kansas, waar ze beiden studeerden, zij studeerde af in 1904, hij in 1905. Millard Shaler trad als mijningenieur in dienst bij de Guggenheim Congo Mining Syndicate, later werkte hij voor de Société internationale forestière et minière du Congo, kortweg Forminière, en vestigde zich in Brussel. Het pasgetrouwde stel vertrok direct na hun huwelijk naar België. Ze kregen drie kinderen, James (ºBrussel, 1913), Elizabeth (ºLonden, 1916) en Amos (ºLonden, 1917).

De regelmatige briefwisseling van Mary en Millard Shaler met hun familie in Kansas stokte in augustus 1914 door de Duitse bezetting van België. In oktober bereikten hun brieven de familie weer. Millard schreef dat de Amerikaanse kranten de wreedheden van het Duitse leger schromelijk overdreven en dat het leven in Brussel zijn gewone gang ging, bijna net als in tijden van vrede.

Millard King Shaler, 1917. Fotoboek CRB, HILA

Millard King Shaler
De Hoover Institution Library Archives op Stanford University, Palo Alto, Californië, VS, bewaart de brieven en rapporten van Millard Shaler in de periode augustus tot december 1914 aangaande zijn grote en bepalende betrokkenheid bij het begin van de voedselbevoorrading voor België:
Mr. Shaler’s notes regarding the beginning of the provisioning of Belgium‘.[8]

In weerwil van de geruststelling aan zijn ouders, wisten de Shalers dat het in Brussel steeds moeilijker werd om aan levensmiddelen te komen. Zij maakten deel uit van de ‘American colony’ in Brussel, die al in augustus een comité vormde waar Shaler deel van uitmaakte, om extra voedselvoorraden aan te leggen voor de Amerikaanse gemeenschap. Shaler had via zijn werk kontakten met de mensen die gewend waren om grote voorraden voedsel naar de Belgische mijnbedrijven in Congo te sturen. Deze ervaring gebruikte hij om levensmiddelen te kopen en op te slaan in onder meer de ambassade van de Verenigde Staten.

Omdat het hamsteren van levensmiddelen in geheel Brussel plaatsvond rezen de prijzen, sloten winkels en waren tekorten zichtbaar, zeker toen de Duitsers op 20 augustus Brussel bezetten en alle voedselvoorraden die ze konden vinden in beslag namen. Hongersnood voor de Brusselse bevolking dreigde.

De industrieel Ernest Solvay nam het initiatief een Centraal Comité te vormen om de problemen het hoofd te bieden. De voorbereidende vergadering vond plaats op 1 september 1914, op 3 september was het comité een feit, het werd geleid door de bankier Emile Francqui, directeur van de Sociéte Général de Belgique. Het Comité besloot in het buitenland de grondstoffen voor brood en soep te gaan kopen, de Duitse bezetter te vragen deze produkten niet in beslag te nemen en op voorraad te laten zijn voor de bevolking; ook deed het op 6 september een openbare oproep aan de Brusselse bevolking om geld te doneren voor de aankoop van de voedingsmiddelen.

Millard Shaler werd op 8 september 1914 door de heer De Bree, secretaris van het Centraal Comité, gevraagd of hij buiten België voorraden grondstoffen voor brood en soep wilde gaan kopen voor het comité.
I was asked if I would undertake to go abroad to purchase for the Committee stores of flour or wheat, rice, peas, beans, etc., and upon my agreeing it was announced at the Meeting of the Committee on Sept. 10th that I would undertake this task.’

Shaler had een budget van 20.000 Britse ponden voor het kopen van meel of graan, rijst, bonen en erwten in Holland of, indien niet verkrijgbaar, in Engeland. De Nederlandse regering had vanwege de eigen tekorten, voorkeur dat de goederen in Engeland gekocht zouden worden. Op 1 oktober had Shaler de goederen in Engeland gekocht. Maar toen… Hij moest toestemming verkrijgen van de Britse regering voor uitvoer via Holland naar het door Duitsland bezette België.

Citaat van Millard Shaler in de Evening Ledger Philadelphia, 9 november 1914

Een compleet circus van diplomatiek overleg en telegramverkeer ontstond tussen de regeringen van België, de Verenigde Staten, Nederland, de Duitse regering en militairen in zowel Berlijn als Brussel en Groot-Brittannië. Dat nam drie weken in beslag.
Uiteindelijk vertrok op woensdag 28 oktober het eerste schip met 2,5 ton voedingsmiddelen uit de haven van Londen naar Rotterdam, waarna overslag en doorvoer van de eerste lading goederen via Antwerpen naar Brussel.

Inmiddels was in België op 15 oktober het Centrale Comité te Brussel opgeschaald tot het Nationaal Komiteit van Hulp en Voeding. In Londen had Shaler op 17 oktober met Herbert Hoover en de Amerikaanse Ambassadeur de grote lijnen uitgezet van de organisatie die zich ontwikkelde tot de Commission for Relief in Belgium met Hoover als directeur.

Mary Johnson Shaler. Foto online

Mary Johnson Shaler in Brussel
De jaren 1914-1917 in het leven van de echtgenote van Millard Shaler, Mary Johnson Shaler, de intelligente, energieke jonge vrouw uit Kansas, zijn opmerkelijk.
Mary was 30 jaar oud in 1914 en woonde met haar man in Brussel. Ze was bevallen van haar eerste kindje, James, hij was zeven maanden oud toen de Grote Oorlog uitbrak. Millard Shaler had drukke bezigheden voor de voedselhulp en vertrok voor lange tijd op reis.

Amos Daniel Johnson, CRB-medewerker van november 1914-juli 1915. Foto online

Eind oktober 1914 voegde Mary’s broer Amos D. Johnson zich bij haar in de Brusselse woning, hij ging aan de slag als een van de eerste CRB-medewerkers in België. Mary verhuisde najaar 1915 van Brussel naar Londen, ze beviel daar van haar tweede kindje, Elizabeth, in 1916.

1917 was een rollercoaster, een achtbaanjaar, voor de dan 33-jarige Mary. Haar vader Amos Johnson overleed in Kansas in maart van dat jaar; de Verenigde Staten mengden zich in april in de oorlog, Amerikanen waren niet langer welkom in België; Mary beviel in juli van haar derde kindje, een jongetje dat de naam Amos kreeg. Het drama dat zich voltrok was dat haar dierbare broer Amos – de oud-CRB-gedelegeerde – inmiddels luitenant Johnson in het Amerikaanse leger, na terugkeer uit Europa kampte met depressies. In oktober sloeg hij op 25-jarige leeftijd de hand aan zichzelf en werd dood aangetroffen in een legerkamp in Oklahoma. Een prachtig eerbetoon voor het CRB-werk van Amos D. Johnson, daarin ondersteund door zijn zuster, in de maanden november 1914-juli 1915 staat geschreven in een Amerikaanse krant van 1917.[9]

Carol Brouha en Annelien van Kempen tonen de origine van de ‘Dudzeele’ meelzak: Lexington, Nebraska. Links Martin van Acker, NSB Dudzele, rechts Dirk Pieters, Heemkring Dudzele. Stadhuis Brugge, 7 april 2023. Foto: Jo van Ongevalle
Belangstellenden bij de officiële overhandiging van de twee kunstwerken in het Brugs stadhuis waren onder meer de Belgische kantdeskundigen Martine Bruggeman en Greet Rome; de Amerikaanse consul Chris Breding; Hubert Bovens te Wilsele, expert biografische data van kunstenaars; Steven Vandenbussche en Annelies Catteeuw, gemeente Hooglede. Foto: auteur


De derde generatie: familie Brouha in Vermont

De wens van Paul Brouha, kleinzoon van Mary en Millard Shaler, uit Vermont, VS, was om samen met zijn vrouw Carol, op 7 april 2023 in het stadhuis van Brugge de ‘Dudzeele’ meelzak te overhandigen aan de nakomelingen van de mensen die destijds met smaak het brood, gebakken van het meel, zullen hebben opgegeten en die de lege meelzak vervolgens versierden namens de gemeenschap van Dudzele.
Hoe de versierde meelzak in het bezit is gekomen van de familie Shaler is niet bekend. Het kan gegeven zijn aan Mary of Millard Shaler in Brussel of in Londen, het kan in Brugge een geschenk zijn geweest aan Amos D. Johnson.

Carol en Paul Brouha in Brugge. Foto: P. Monbaliu

Paul Brouha is op bijzondere wijze verbonden met België: zijn vader dr. Lucien Brouha, was Belg, hoogleraar aan de universiteit van Luik. Lucien Brouha trouwde in 1938 met Paul’s moeder, Elizabeth King Shaler Brouha. Het echtpaar vluchtte in de aanloop van de Tweede Wereldoorlog naar Parijs, en daarna naar de VS waar Lucien Brouha hoogleraar werd aan de universiteit van Harvard.

Mary Johnson Shaler en Elizabeth Shaler Brouha borduurden de bekleding van deze Louis XV stoel. Foto: Paul Brouha

Mary Johnson Shaler en Elizabeth Shaler Brouha waren zelf ook borduursters. Zij borduurden de overtrek van een Louis XV stoel, die de woonkamer van Paul en Carol Brouha siert!

Terugkeer van de ‘Dudzeele’ meelzak
Paul Brouha’s wens luidde: “I want the item to be properly curated, displayed, and appreciated by descendants of the people who made them during World War I.” (“Ik wil dat de bloemzak op de juiste manier zal worden bewaard, tentoongesteld en dat deze gewaardeerd kan worden door afstammelingen van de mensen die het tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben gemaakt.”)

Dudzele, begraafplaats en Gedenkkapel, oktober 2022. Foto: auteur
De ‘Dudzeele’ meelzak is in Dudzele aangekomen. Op de trappen van de Gedenkkapel wordt de Amerikaanse origine van het kunstwerk, Lexington, Nebraska, trots getoond. Vlnr. Erik Snauwaert (NSB Dudzele), Pascal Monbaliu (Heemkring Dudzele), Ingeborg Buytaert (Heemkring Dudzele), Martin van Acker (NSB Dudzele), Annelien van Kempen, Dirk Pieters (Heemkring Dudzele), Thierry Fevery (NSB Dudzele), 7 april 2023. Foto: Jo van Ongevalle
Martin van Acker, voorzitter NSB Dudzele, bood Carol Brouha en Annelien van Kempen het boek ‘NSB Dudzele 100 jaar 1920-2020’ aan, Brugs stadhuis, 7 april 2023. Foto: Jo van Ongevalle

En zo is de ‘Dudzeele’ meelzak teruggekeerd naar de plaats waar deze is versierd!

‘Dudzeele’ meelzak recto, 1915, ingelijst. Foto: Dirk Pieters

Dudzele maakt tegenwoordig deel uit van de gemeente Brugge. De versierde meelzak is dan ook officieel in ontvangst genomen door het gemeentebestuur van Brugge, die de meelzak in bewaring heeft gegeven bij Heemkring Dudzele en NSB Dudzele. Zij zullen deze tonen aan het publiek in museum De Groene Tente, bij bijzondere plechtigheden, en ook komt een foto te hangen in de Gedenkkapel.

‘Dudzeele’ meelzak verso, 1915, ingelijst, zoals tentoongesteld in museum De Groene Tente, Dudzele. Foto: Dirk Pieters

 

Kanten tafelkleed Hooglede, oorlogskant/war lace

Kanten tafelkleed ‘Hooglede’, oorlogskant (war lace). ‘Dankbare hulde van Hooglede aan Amerika, 1914-15’. Foto: E. McMillan

Tijdens de plechtigheid in Brugge hebben Paul en Carol Brouha ook een stuk war lace, een kanten tafelkleed, gemaakt door kantwerksters van Hooglede terug aan geboden aan de afstammelingen van de kantwerksters, vertegenwoordigd door het gemeentebestuur van Hooglede.

Amerikaans war lace experte Evelyn McMillan schreef een statement over het Hooglede kanten tafelkleed. Foto: Annie Barnett in artikel ‘Threads from the Past’, punchmagazine.com

Amerikaans experte in war lace, Evelyn McMillan in Californië, speelde een belangrijke rol bij de terugkeer van de twee kunstobjecten, ze legde contacten tussen partijen en herstelde enkele kleine beschadigingen aan het kanten tafelkleed. Haar ‘Statement about the lace tablecloth from the town of Hooglede‘ werd in het Brugs stadhuis voorgedragen door Ria Cooreman, conservator van het Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis te Brussel.

Ria Cooreman, conservator van het Koninklijk Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, presenteerde namens Evelyn McMillan, Amerikaans war lace expert, het kanten tafelkleed van Hooglede. Stadhuis Brugge, 7 april 2023. Foto: auteur
Het kanten tafelkleed van Hooglede, war lace, 1915, zoals tentoongesteld in Trimard, Hooglede.

Het kantwerk is inmiddels ingekaderd en tentoongesteld in infopunt Trimard in Hooglede.

 

 

 

 


Publiciteit voor de officiële overhandiging

Online-artikel in het Nieuwsblad door Koen Theune

De feestelijke bijeenkomst in het stadhuis van Brugge trok de aandacht van de lokale pers. Het Nieuwsblad, Brugge.Express, Krant van Vlaanderen en PZC besteedden aandacht aan de officiële overhandiging van de twee kunstwerken.

Dank aan:
– Dirk Pieters, Heemkring Dudzele;
– Martin Van Acker en Paul de Vuyst, NSB Dudzele;
– Hubert Bovens voor de biografische gegevens van de doktersdochters in Dudzele; en met hem Home Vogelsang, Leuven, Jaques Laperre, Patricia Quaghebuer, Liesbeth Croimans
– Paul en Carol Rieser Brouha, Sutton, Vermont, VS;
– Evelyn McMillan voor haar informatie over Millard King Shaler. Lees hier haar statement over het Hooglede kanten tafelkleed.

 

Voetnoten:
[1] Dawson County Pioneer, Lexington, Nebraska, 18 december 1914

[2] ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’.

[3] De Vuyst, P., Dudzeels Comiteit voor Hulp en Voeding en de “Volkssoep Dudzeele”, 90 jaar NSB – brochure 10 -versie 3

[4] HILA CRB records 22003, box 47 folder 5 Executive Chronological Files.

[5] Zo beleefde men “Den Grooten Oorlog” op de stoommolen te Dudzele. Uit de geschriften van Louis-Frans Monbaliu (1852-1944) en verwerkt door zijn zoon Richard Monbaliu (1907-1994).

[6] – Le Moniteur, 1 december 1920: ‘Médaille de la reine Elisabeth is gegeven aan oa. Mlles De Haene Marie, De Haene Marguerite, …’.

Over Marie De Haene: 100 jaar NSB Dudzele, 1920-2020 Nationale Strijders Bond Dudzele, uitgave tgv. hun 100-jarig bestaan, p. 54

[7] Erik SNAUWAERT, 1888 – 1988 Honderd jaar Zusters van Liefde te Dudzele, Dudzele, 1988.

[8] Mr. Shaler’s Notes regarding the Beginning of the Provisioning of Belgium. Outlining the Formation of the Commission for Relief in Belgium & The Comité National de Secours et d’Alimentation. HILA CRB records 22003 box 43 Executive Chronological File folder 4 Shaler Millard K., 1914 Sept.-Dec.

[9]Johnson Famed Abroad. Death of Lawrence Man of International Importance. Bulletin of Commission for Relief in Belgium Praises Lieut. Amos Johnson‘. Lawrence Daily Journal-World, Lawrence, Kansas, 15 december 1917

American collection of original WW I flour sacks

Mr. Scott Kraska from Massachusetts brought an interesting contribution to my flour sack research after watching the webinar “Spotlight on the famous flour sacks”.

Mr. Kraska wrote:
“Hi Annelien, I enjoyed your presentation with the Hoover Presidential Foundation. I have a collection of Belgian relief flour sacks and other material of the Commission for Relief in Belgium (CRB) that I would be glad to share with you. I have three decorated and sixteen original sacks.”

On my turn I like to share the photographs and information with the readers of my blog.

Belgian Relief Flour, Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minnesota. “Never Forget What America Has Done For Us”, 1915, painted, embroidered. Coll. Kraska

I first asked Mr. Kraska what was the background for his inspiration to create a collection.
“I have been a historian for 40 years and have studied American military history since the age of 13. I began to focus on WW1, when I was 17.
Over the years I gained an appreciation for American volunteers in foreign service during WW1. This includes ambulance drivers with the American Field Service, Norton Harjes and other organizations, aviators with the Lafayette Flying Corps and soldiers serving with the French, British and Canadian armies, all before America joined the War officially in 1917. This led to research in a variety of other civilian service organizations, like the American Fund for French Wounded, C.A.R.D.-The American Committee for Devastated France and the CRB. I have collected and preserved a lot of their material.”

Original sacks
Mr. Kraska’s collection is the first American collection I get to know of that  includes many original flour sacks without decorations.

An important distinction made by Mr. Kraska is the distinction between original sacks with prints of the relief organizations and just printed logos and addresses of the millers:

“Some have the one side printed with a greeting presentation.

“Some have the miller/manufacturer on one side and a greeting presentation on the other.”

“Then I have a collection of standard flour sacks, plain sacks, that just have the millers/manufacturers printed logo and address, they lack the messages from donors.”

Kehlor’s Rex, Kehlor Flour Mills Co., St. Louis, Missouri (recto) – C.R.B. (verso). Coll. Kraska

“This one is interesting due to its size, as you mentioned 50 Lbs. bags are the norm. This one held a very heavy 220 pounds of flour.”

How do we know these original sacks have actually been in Belgium?

“All of mine have the Belgian/Brabant district stamp except for one.”

Decorated flour sacks

“Standard”, Goodlander Milling Co., FT. Scott, Kansas, 1915, embroidered. Coll. Kraska

“The fully embroidered owl/moon is a wall banner and was made without top fringe.”

“This one is smaller but is actually my favorite.

“Combination of paint and embroidery.”

CRB material

“These small paper tags are about 1 x 1.5 inches. I believe they were attached to decorated sacks that were sold to raise funds.”

“I believe the photo was taken in a Canadian warehouse before they were shipped overseas.”

William C. Stevenson, CRB-delegate

William C. Stevenson, CRB delegate in Namur

“I have a diary written by one of the CRB-representatives serving in Belgium. Paper was scarce, so he actually wrote much of it on CRB stationary and forms. The Diary covers June 1 to Oct. 7, 1915 and is a combination of typed pages and hand written on the back of CRB stationary from his district in Namur.”

My further research gives additional information on William C. Stevenson.

William C. Stevenson, CRB delegate

William Cooper Stevenson (ºBellevue, Allegheny Count, Pa., July 30, 1888 +Middleburg, Va., May 15, 1968) was the son of a pastor, Rev. William P. Stevenson (1860-1944) and Elizabeth Cooper Stevenson (1866-1939). Rev. Stevenson had four happy pastorates in Pennsylvania and New York; he was the pastor of Maryville College from 1917-1941.
William Stevenson was in Europe when the war broke out. He was a student at Oxford. The letters which he sent home have been published in the newspapers The Yonkers Stateman and The Yonkers Herald (Yonkers, New York).

In his letter, published on November 14, 1914 he writes: “What a changed Oxford I found when I returned from France the other day! First of all, where are the students? …. With the exception of the 97 Americans and a few whom physical infirmaties debar, the undergraduates almost to a man have responded to the Vice Chancellor’s appeal to join”. (This is the link to the full article).
No wonder Stevenson would decide in the next year to join the work of the Commission for Relief in Belgium. He served the CRB from June 1 till October 1, 1915.
In December 1915 Stevenson returned home to be engaged with his future wife Elizabeth Walker, whom he married in October 1916. They had two children: the later Mrs. Nelson Stevenson McClary of Middleburg, Va., and William W. Stevenson of Charlottesville, Va.

CRB-representatives portraits


“I also have a leather-bound portrait presentation album of all the overseas serving members of the CRB from Hoover all the way to lower echelon staff. The red book I have is shown here. About 16 of the photos have signatures, the rest are unsigned.”

Museum

“I have collected and preserved a lot of material and will be displaying these materials in a museum which I have been building. It is approx. 2700 square feet and will cover the years 1600-1975.
The museum is the white building on the right.

 

 

 

Thank you, Scott Kraska, for sharing the photographs and information of your unique collection. They are a valuable contribution to my research.


ADDITION October 6, 2024
Scott Kraska added a remarkable painted flour sack to his collection.

Gérard Rasse, “MA JEANNETTE “ et son moteur. Liège 1914”. Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, South Dakota”, 1915 (recto). Coll. Scott Kraska

Belgian infantryman 1914. “MA JEANNETTE “ et son moteur. Liège 1914”.
Signature ‘Rasse’: probably the painter Gérard Rasse (°Liège 1874-11-07 +Liège 1955-12-05).

The journalist Karel van de Woestijne wrote in his diary on June 26, 1915: “Ik koop, lees en leer dat ‘ma Jeannette’ de tegenwoordige naam is der bajonet in het Fransch-Belgische leger (I buy, read and learn that “ma Jeannette” is the current name for the bayonet in the French-Belgian army)“.

In the Lizerne Trench Art Facebook group, Bert Somers, one of the group members, explained: “Jeanette” was the nickname among Belgian soldiers for the bayonet for the Belgian mauser rifle. The “Jeanette et son moteur” are therefore the bayonet and its machine (the soldier).
The number 13 indicates that the soldier belonged to the 13th line regiment. Contrary to what the text on the painting suggests, the 13th line regiment did not fight in Liège in 1914, but in Namur.”

Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., 1915 (verso). Coll. Scott Kraska

Painting on flour sack “Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, So. Dak.”. This mill contributed with 250 barrels of flour to the Millers Belgian Relief Movement of the Northwestern Miller newspaper, Minneapolis.

“Belgian Relief Flour from Centerville Milling Co., Centerville, South Dakota”, 1914 (Report William Edgar, NWM, 1915)

A true flour sack example of trench art! The object shows the international relationship between ordinary people on different continents during WWI, symbolised by the recto and verso of a flour sack: the backside with the American miller’s data, the frontside with the Belgian soldier’s painting.

Thanks to: Hubert Bovens from Wilsele, Michael Closquet from Liège and Nadine de Rassenfosse (Musée de la Vie wallonne, Liège), all in Belgium, for their information and biographical data on the infantryman’s painting and the painter Gérard Rasse, who might be the painter of this flour sack.

 

Veiling ‘Sperry Mills – American Indian – California’: “Maar da’s meer waard!”

EenMaal AnderMaal
In het tv-programma EenMaal AnderMaal[1] van presentatoren Jacques Vermeire en Axel Daeseleire is een versierde meelzak van WO I geveild.
Jacques Vermeire ging op pad met Celine Van Ouytsel, Miss België 2020, en liep op een brocante markt tegen iets bijzonders aan.

Jacques Vermeire en Celine Van Ouytsel op de brocante markt

– American Indian… Wauw, ja, Wat is hier de achtergrond van?
– Dat zijn Amerikaanse zakken…
– Hier hebt u het karakteristieke profiel van een Sioux.
– En wat is uw prijs?
– Ik vraag 100 euro.

Wat is uw ultieme prijs?

– En wat is uw ultieme prijs? Omdat…
– Omdat ik u ken?
– Normaal 90 euro. Voor u 80.
80 ja, ja.
– Verkocht

Restaurator Noortje Cools

Restaurator Noortje Cools neemt de meelzak onderhanden. Ze haalt het doek uit de lijst en werkt aan het weghalen van de vouwen door de stof te vlakken met gewichten.

De bloemzak onder handen nemen!

Ze legt uit dat strijken beslist niet moet, warmte en vocht zijn slecht voor dit textiel, de kleuren van het borduurwerk zouden kunnen gaan afgeven, de borduurgarens kunnen gaan ‘bloeden’.

Proper en in een ruime, nieuwe lijst waarin de complete meelzak tot haar recht komt, staat het borduurwerk opgesteld voor taxatie bij het veilinghuis in Gent.

Bloemzak Sperry Mills – American Indian – California, 1914-1915, curieus stuk voor de veiling

– Dit is curieus. Jacques, wat is het verhaal hierachter?
– Dat zijn meelzakken
– ‘Flour’, ik zie het, ja.
– In de Eerste Wereldoorlog
– Het is niet makkelijk te prijzen.
– Nee?
– Er is onlangs in Amerika eentje geveild en die zat rond 150 dollar.

In het veilinghuis: “Het gaat om het verhaal. Dus wij gaan uit van een schatting van 300 à 500 euro”.

-Het gaat om het verhaal. De meeste verzamelaars zitten in België.
-Dus wij gaan uit van een schatting, we geven jou wat winst, van 300 à 500 euro.

Op de avond van de veiling is de geborduurde bloemzak een blikvanger. Axel Daeseleire geeft toelichting aan zijn maat Andy Peelman.
– Weet je wat dat is?
Een vlag van de indianen of zoiets? California…
– Dat is een meelzak die opgestuurd is naar hier.
– En uit dank naaiden mensen dat als een soort broderie helemaal vol en stuurden ze dat terug uit dank.
Och? Mooi verhaal.
– Prachtig verhaal
Dat verhaal gaat de prijs maken.

De veilingmeester: “Het volgende lot is een collector’s item. Ook in de States zou daar interesse voor zijn”.

Veilingmeester Loeckx start de veiling.
– Het volgende lot is een collector’s item.
‘De Amerikaanse bloemzak uit de Eerste Wereldoorlog’
– Voor deze lijst zou ik graag aan 200 euro starten.
Axel: – Oeps.
– 200 euro zou moeten gehoord zijn. Volledig handwerk.
– Voor de collectioneurs.
– Ook in de States zou daar interesse voor zijn.
– Wie zegt er 200 euro? Zijn er amateurs aan 200?
 – We zakken wat lager, naar 150 dan.
– Zijn er geïnteresseerden aan 150 euro?
– Op zich een uniek werkje. 150 euro, voor wie?
– 150.
Celine:-  Niemand wil dat.

De prijs zakt. Celine Van Ouytsel en Jacques Vermeire zijn teleurgesteld.

Geen interesse aan 150?
– We zakken naar 100 euro. 100 euro.
– Wordt verkocht. Niemand meer dan 100?
– 110 voor meneer. 110 heb ik hier voor mij.
– 100. Iedereen voldaan op 110? Goed nagedacht op 110? Niemand meer?

Celine: – Die gaat daar veel op pakken.

De veilingmeester: “Dan verkopen we dat aan meneer. Eenmaal, andermaal. Verkocht op de tweede rij”.

Dan verkopen we dat aan meneer.
– Eenmaal, andermaal. Verkocht op de tweede rij.

Jacques Vermeire en Celine Van Ouytsel zijn teleurgesteld.
Celine: – Ik snap het niet meer, hoor.
Andy: – Je hebt toch winst gemaakt?
Celine: Ja.
Andy: – Da’s toch goed?
Celine verzucht: “Maar da’s meer waard!”

De waarde en emotie van een meelzak
In de volksmond heet het dat de Amerikaanse zakken versierd zijn met handwerk en beschilderd zijn om terug te worden gestuurd uit dank.
De werkelijke geschiedenis is anders.

Kleding gemaakt van meelzakken, 1915-1916. Collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West Branch, Iowa. Foto-collage, Annelien van Kempen, 2022

* De bedoeling van de Amerikanen was dat de katoenen zakken waarin zij het meel verpakten, zouden worden hergebruikt voor (onder)kleding en huishoudtextiel. Er is dan ook veel kleding in België gemaakt, en ter beschikking gesteld van armlastige gezinnen. Zoals dat gaat bij kleren, zijn er na honderd jaar slechts enkele stuks van bewaard gebleven.
* De versierde meelzakken, getransformeerd tot huiselijke sierobjecten, zoals kussenhoezen, tafelkleedjes, theemutsen, schorten, etuis, tassen, enz. zijn meestens in België gebleven en hier verkocht. Voor het goede doel: ‘de weldaad van de meelzak’![2]
* Ja, ook de versierde zakken die teruggestuurd zijn naar Amerika, zijn daar verkocht voor het goede doel: nieuwe hulpverlening aan België.

De waarde in 1915
Succesvolle verkooptentoonstellingen zijn doorheen België georganiseerd, voornamelijk in 1915 en begin 1916. Prijzen varieerden van 4 francs voor een originele, onbewerkte zak, tot 20 – 50 francs voor een versierd exemplaar, afhankelijk van de naam en ervaring van de handwerkster en de door haar gebruikte technieken. Er werden duizenden francs opgehaald door de verkoop.

Verkoop van WO I versierde meelzakken doorheen België vooral in 1915 en begin 1916. Kaart: Jaarboek 2020 In Flanders Fields Museum

De opbrengst van de meelzakkenverkoop was toen – net als bij EenMaal AnderMaal – ook voor jongeren: duizenden kinderen verloren hun vader in de oorlog, duizenden jongens, opgeroepen als soldaat, werden krijgsgevangen gezet in Duitsland; gevlucht naar Nederland zaten ze opgesloten in interneringskampen; ook werden ze verplicht tewerkgesteld in Duitsland.

Voor wezen en weduwen, krijgsgevangenen en kinderen en volwassenen berooid door de oorlogsomstandigheden, uit patriottisch plichtsbesef voor het eigen Belgische volk hebben de borduursters en de kunstenaars de bloemzakken versierd.
Gegoede Belgische burgers waren geïnteresseerd en gemotiveerd om te bieden op de textiele herinneringen aan de Amerikaanse voedselbevoorrading en financierden door hun aankopen op hun beurt de hulp aan hun eigen landgenoten.

De waarde nu
In hedendaags geld uitgedrukt waren de verkoopprijzen van toen naar schatting 25 euro voor een originele, onbewerkte zak en tussen de 125 en 300 euro voor een versierde meelzak met borduursels, kant en naaiwerk.
Met de marktprijs van 80 euro en de veilingprijs van 110 euro voor de Sperry Mills American Indian meelzak bij EenMaal AnderMaal blijkt er weinig prijsontwikkeling te zijn geweest tussen toen en nu.

Wat is dan de eigenlijke waarde van de meelzakken?
Dat is toch niet in geld uit te drukken? De echte waarde zit in ‘de emotie van de meelzak’![3].
Versierde meelzakken van WO I zijn zakken vol herinneringen!
Herinneringen aan de inspanningen van duizenden mensen in binnen- en buitenland die werkten aan hulp voor medemensen in nood. De grootouders en overgrootouders van de tv-programmamakers zullen er ook herinneringen aan hebben.

Jacques, Celine, Axel en Andy, bedankt voor jullie verhalen. Da’s veel meer waard!

De bewerking van de meelzak
Graag geef ik wat achtergrond over de bewerking van deze meelzak, gezien op de beelden van het tv-programma.
Omdat er onbewerkte meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ bewaard zijn gebleven, is vast te stellen welke transformatie de originele meelzak heeft ondergaan. Zie mijn blog: Sperry Mills – American Indian – California.

Gaatjes in het doek, borduurwerk in rood, wit, blauw, jaartal 1915, stempel ‘Sacs Américains, Bruxelles, Rue de l’Hôpital 11’, in het midden ‘…au profit de…’

De maker van de decoratie tornde eerst de zak open, dit is zichtbaar door de verticale lijn van gaatjes in het doek. Vervolgens beschilderde zij de originele print -die was gedrukt in de betekenisvolle kleuren rood, geel en zwart- op de zak, waarna ze aan het borduurwerk begon. Zij gebruikte voornamelijk garens in de Belgische kleuren rood, geel, zwart, respectievelijk de Amerikaanse kleuren rood, wit, blauw – een daad van patriottisme. Aan de verentooi voegde ze glazen kralen toe.
De jaartallen 1914-1915 zijn toegevoegd door de borduurster – dit toont aan dat de versierde meelzak is gemaakt in 1915.
Er is geen signering door de maakster. Waarschijnlijk heeft ze haar naamkaartje vastgenaaid aan het doek, maar is dit in de loop van de tijd los- en kwijtgeraakt.

De zak draagt geen stempel van een voedingskomiteit of het Comité National de Secours et d’Alimentation (CNSA) of de Commission for Relief in Belgium (CRB). Wel is er een rood stempel met tekst in de buitencirkel ‘Sacs Américains, Bruxelles, Rue de l’Hôpital 11’. Het midden is slecht leesbaar ‘…au profit de…’.
Zou dit een particulier initiatief zijn geweest in Brussel om Amerikaanse zakken te bewerken en te verkopen voor het goede doel?!

Het Belang van Limburg, 23 maart 2023

 


Andere blogs over de zakken met het portret van de Native American zijn:
Sperry Mills – American Indian – California

Nieuwe afgoderij in Brussel – het succes van de geborduurde zak

– Olga Kums’ beschilderde bloemzak


 

Voetnoten:
[1] EenMaal AnderMaal is een programma van de Belgische commerciële televisiezender VTM. Jacques Vermeire en Axel Daeseleire vormen ieder een duo met een bekende gast en schuimen rommelmarkten, antiek- en brocantewinkels af op zoek naar bijzondere stukken. Met de op de kop getikte goederen trekken ze naar het atelier van Noortje en Ans Cools voor onderhoud en restauratie van de items. Daarna worden de objecten voor het goede doel – het Jongerenproject JEZ! (www.jezofficial.be) – geveild bij veilinghuis Loeckx Antiques te Gent.
De versierde meelzak is geveild in aflevering 2, seizoen 2, uitgezonden op donderdag 9 februari 2023. Jacques Vermeire vormde een duo met Celine Van Ouytsel, Axel Daeseleire met Andy Peelman.

Bloemzak Sperry Mills American Indian – paneel in kamerscherm. Coll. IFFM. Foto auteur.

[2] Ik schreef het artikel De weldaad van de meelzak’ voor het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum in Ieper. Het museum heeft twee bloemzakken ‘Sperry Mills American Indian’ in de collectie, een onbewerkt exemplaar en een beschilderd, geborduurd paneel in een uniek kamerscherm.

[3] Titel met dank aan Marc Dejonckheere te Zonnebeke. Wij schreven als duo het artikel ‘De emotie van de meelzak. Nederlandse Annelien van Kempen voert onderzoek naar versierde meelzakken uit WO I’ voor het tijdschrift van Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF Magazine no. 70, 2019

Belgian Painters in Texas – Moulckers Collection 4

Even more Belgian artists appear to have painted flour sacks in 1915!
In this blog you will discover fourteen works of art on flour sacks, preserved in Texas, USA, in a private collection. They are part of the Moulckers collection.

Henri MEUNIER, “River in Hilly Landscape, 1915”. Flour sack Belgian Relief Flour from The Hunter Milling Co. Wellington, Kansas, USA (recto). Private coll. USA

To my surprise, grandchildren of Captain and Mrs. Albert Moulckers contacted me because they had found my blogs on the internet. They were working on a family tree and were surprised to find the accurate family description online in one of my blogs. Thanks to the research on biographical data conducted by Hubert Bovens in Wilsele, Belgium, in recent years, the family was able to fill several gaps in their family tree.

The Moulckers couple had one son, Francis. He had three sons: Mike (1957), Mark (1959) and Max (1960). They called their grandparents Julienne Moulckers, née Feuillien, and Albert Moulckers “Juju” and “Papy”. After the death of the grandparents and their father, the art collection came into their possession.

Part of the collection of painted flour sacks, 52 pieces, had meanwhile been donated to St. Edwards University, Austin, Texas.

Fourteen artworks on flour sacks in Texas
The family sent me photos of and information on fourteen works of art on flour sacks. The paintings are by the following Belgian artists, in alphabetical order:

  1. Léon BARTHOLOMÉ (°Lille (F) 1868-04-05 +Ieper 1952-02-14)
  2. Joseph Pierre (Jef) CODRON (°Brussels 1882-01-01 +Brussels 1942-09-27)
  3. Léonard DE BUCK (°Ghent 1874-09-06 +Ghent 1954-01-07)
  4. Marie DURAND (°Saint-Croix 1866-09-01 +Marcourt 1957-08-12)
  5. Gustave FLASSCHOEN (°Molenbeek-Saint-Jean 1868-05-20 +Brussels 1940-09-03)
  6. Mary GASPAROLI (°Saint-Josse-ten-Noode 1856-08-19 +Woluwe-Saint-Lambert 1933-02-17)
  7. Edmond HAUTEKEET (°Ixelles 1869-07-23 +Knokke 1945-11-11)
  8. Emile HOETERICKX (°Brussels 1853-01-10 +Ixelles 1923-05-19)
  9. Léon HOUYOUX (°Brussels 1856-11-24 +Auderghem 1940-10-10)
  10. Amédée Ernest LYNEN (°Saint-Josse-ten-Noode 1852-06-30 +Brussels 1938-12-28)
  11. Henri MEUNIER (°Ixelles 1873-07+25 +Etterbeek 1922-09-08)
  12. Rodolphe STREBELLE (°Tournai 1880-06-22 +Uccle 1959-05-09)
  13. Jean-Francois TAELEMANS (°Brussels 1851-08-08 +Saint-Gilles 1931-03-31)
  14. Guillaume VAN STRYDONCK (°Namsos, Norway, 1861-12-10 + Saint-Gilles 1937-07-02)
Léon BARTHOLOMÉ, “Breton Interior”. Painted flour sack, 1915. Private coll. USA
Jef CODRON, “Soupe Communale Quartier No. 1”. 1915, Brussels. Painted flour sack. Private coll. USA
Léonard DE BUCK, “Young soldier salutes, 1914-1915”. Painted flour sack. Private coll. USA

Painted flour sack “The Bells of Eppeghem” – Marie Durand

Marie DURAND, “Les Cloches d’Eppeghem, 1915, Brussels”. Painted flour sack. Private coll. USA
Marie Durand was a teacher at various girl’s seondary schools in the Brussels agglomeration

Marie Durand’s painted flour sack deserves extra attention.
Marie Louise Laurence Durand worked for 22 years as a teacher at various girl’s secondary schools, the Ecoles Moyennes, in the Brussels agglomeration.
Her own education started at the “Académie des Dames” in Liège. Encouraged by Félicien Rops, Durand continued her drawing studies at the Studio Ernest Blanc Garin in Brussels*) and her training in engraving with the artist Auguste Danse. Durand preferred making portraits and drawings in red chalk.

“Les Cloches d’Eppeghem. Les Deux Amies”,  (The Bells of Eppeghem. The Two Friends), 1914 Illustré, December 1914

Les Cloches d’Eppeghem
The “Bells of Eppeghem” by Marie Durand recall the dramatic events during World War I in the Flemish Brabant town of Eppegem, now part of the municipality of Zemst. Houses were burnt to the ground, the church and the town hall were heavily damaged and civilians were killed.
The design executed on the flour sack is copied from a photo that appeared in the December edition of the magazine ‘1914-Illustré’. Félix Ardan wrote the story of the two bells of Eppegem in poetic prose: “Les Deux Amies” (The Two Friends).

Gustave FLASSCHOEN, “Guide – Belgian Cavalier  on horseback, 1915”. Painted flour sack. Private coll. USA
Mary GASPAROLI, “Bouquet of Poppies, Daisies and Cornflowers”. Painted flour sack “A.B.C.” Private coll. USA
Edmond HAUTEKEET, Bouquet of pink roses, “Remember Brussels – August 4, 1915”. Flour sack “Cascadia”, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon, “A.B.C.” Private coll. USA
Emile HOETERICKX, “From a Grateful Belgian, 1915”. Painted flour sack. Private coll. USA

Winter relief, Auderghem 1915
The municipality of Auderghem has in its collection an oil painting of Léon Houyoux entitled ‘Winter relief’, Auderghem 1915.

Leon Houyoux, Winter relief, Auderghem, 1915. Coll. municipality of Auderghem

Houyoux’s painted flour sack shows us a girl returning from the bread distribution, she seems to have run away from the painting!
With her red, white and blue clothing she refers to the colors of the American flag, the wooden clogs represent her Belgian homeland.

Léon HOUYOUX, “Bread Girl”, (“Fillette revenant de la distribution de pain”), Auderghem, (Belgium). Painted flour sack, 1915. Private coll. USA
Amédée Ernest LYNEN, “In Flanders”, 1915. Painted flour sack. Private coll. USA
Henri MEUNIER, “Hill landscape with river, 1915”. Flour sack Belgian Relief Flour from The Hunter Milling Co. Wellington, Kansas, USA (verso). Private coll. USA
Rodolphe STREBELLE. “Eating by the water”. Flour sack “Cascadia”, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (recto). Private coll. USA
François TAELEMANS, “Water Mill”. Drawing on flour sack, 1915. Private coll. USA
Guillaume Van Strydonck, “Stock Exchange, Brussels, 1914-1915”. Painted flour sack. Private coll. USA

Edouard Feuillien art collection
Edouard Feuillien, Julienne’s father – great-grandson Mike knew him as “BooBoo” – had been managing director of the Cercle Artistique et Littéraire in Brussels. He received official permission from the Belgian Minister of Science and the Arts to export his art collection from Brussels to the United States. In total, this involved around 500 works of art. The export document is in the family archive.

Painted flour sacks from WWI were thus only a small, but for my research into WWI Decorated Flour Sacks, extremely significant part of the art collection.

 

Rodolphe STREBELLE. “Eating by the water”. Flour sack “Cascadia”, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (verso). Private coll. USA

 

Thanks to:
– Michael Moulckers for the photos of and information on the decorated flour sacks in the Moulckers collection;
– Hubert Bovens in Wilsele, for the biographical research on the artists.

Sources:
*) Studio Ernest Blanc-Garin:
Wiertz, Wendy, From drawing manual to academy. The training of Brussels 19th-century female amateur artists pertaining to the nobility. Brussels Studies (Online), Article nr. 166, 2022

The links to my previous blogs about the painted flour sacks in the “Moulckers Collection” can be found here:

  1. Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1 (Painted Flour Sacks in the “Moulckers Collection” 1)
  2. The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection 2
  3. Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco – Moulckers Collection 3 (Flour Sacks of Belgian Painters in San Francisco – Moulckers Collection 3)

Belgische schilders in Texas – Moulckers Collection 4

Nog meer Belgische kunstenaars blijken in 1915 bloemzakken te hebben beschilderd!
In dit blog ontdekt u veertien kunstwerken op bloemzakken, bewaard in Texas, VS, in een particuliere collectie. Ze maken deel uit van de Moulckers collectie.

Henri MEUNIER, Heuvellandschap met rivier, 1915. Bloemzak Belgian Relief Flour from The Hunter Milling Co. Wellington, Kansas, USA (recto). Part. coll. USA

Tot mijn verrassing namen kleinkinderen van het echtpaar Captain and Mrs. Albert Moulckers contact met mij op, omdat ze mijn blogs hadden gevonden op internet. Ze werkten aan een familiestamboom en vonden tot hun verbazing online de accurate familiebeschrijving in een van mijn blogs. Dankzij het opzoekwerk van biografische gegevens door Hubert Bovens te Wilsele in de afgelopen jaren, kon de familie diverse hiaten in hun stamboom opvullen.

Het echtpaar Moulckers had één zoon, Francis. Hij kreeg drie zoons: Mike (1957), Mark (1959) en Max (1960). Zij noemden hun grootouders, Julienne Moulckers, geboren Feuillien, en Albert Moulckers, ‘Juju’ en ‘Papy’.
Na het overlijden van de grootouders en hun vader kwam de kunstcollectie in hun bezit.

Een deel van de verzameling beschilderde meelzakken, 52 stuks, was inmiddels geschonken aan St. Edwards University, Austin, Texas.

Veertien kunstwerken op bloemzakken in Texas
De familie stuurde mij foto’s en informatie van veertien kunstwerken op bloemzakken. De schilderijen zijn van de volgende kunstenaars, in alfabetische volgorde:

  1. Léon BARTHOLOMÉ (°Lille (F) 05-04-1868 +Ieper 14-02-1952)
  2. Joseph Pierre (Jef) CODRON (°Brussel 01-01-1882 +Brussel 27-09-1942)
  3. Léonard DE BUCK (°Gent 06-09-1874 +Gent 07-01-1954)
  4. Marie DURAND (°Saint-Croix 01-09-1866 +Marcourt 12-08-1957)
  5. Gustave FLASSCHOEN (°Sint-Jans-Molenbeek 20-05-1868 +Brussel 03-09-1940)
  6. Mary GASPAROLI (°Sint-Joost-ten-Node 19-08-1856 +Sint-Lambrechts-Woluwe 17-02-1933)
  7. Edmond HAUTEKEET (°Elsene 23-07-1869 +Knokke 11-11-1945)
  8. Emile HOETERICKX (°Brussel 10-01-1853 +Elsene 19-05-1923)
  9. Léon HOUYOUX (°Brussel 24-11-1856 +Oudergem 10-10-1940)
  10. Amédée Ernest LYNEN (°Sint-Joost-ten-Node 30-06-1852 +Brussel 28-12-1938)
  11. Henri MEUNIER (°Elsene 25-07-1873 +Etterbeek 08-09-1922)
  12. Rodolphe STREBELLE (°Tournai 22-06-1880 +Ukkel 09-05-1959)
  13. Jean-Francois TAELEMANS (°Brussel 08-08-1851 +Sint-Gillis 31-03-1931)
  14. Guillaume VAN STRYDONCK (°Namsos, Noorwegen 10-12-1861 +Sint-Gillis 02-07-1937)
Léon BARTHOLOMÉ, Intérieur breton. Beschilderde bloemzak, 1915. Part. coll. USA
Jef CODRON, ‘Soupe Communale Quartier No. 1’. 1915, Bruxelles. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA
Léonard DE BUCK, ‘Jonge soldaat salueert, 1914-1915’. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA

Beschilderde meelzak ‘Les Cloches d’Eppeghem’ – Marie Durand

Marie DURAND, ‘Les Cloches d’Eppeghem, 1915, Bruxelles’. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA
Marie Durand gaf les op middelbare meisjesscholen in de agglomeratie Brussel (artikel in Le Soir).

De beschilderde meelzak van Marie Durand verdient extra aandacht.
Marie Louise Laurence Durand werkte 22 jaar als docent op verschillende middelbare meisjesscholen, de Ecoles Moyennes, in de agglomeratie van Brussel.
Haar eigen opleiding begon op de ‘Académie des Dames’ in Luik. Aangemoedigd door Félicien Rops vervolgde Durand haar tekenstudie in het Atelier Ernest Blanc Garin in Brussel*) en haar opleiding in gravures bij de kunstenaar Auguste Danse. Durand had voorkeur voor het maken van portretten en het tekenen met rood krijt.

‘Les Cloches d’Eppeghem. Les Deux Amies’, 1914 Illustré, december 1914

Les Cloches d’Eppeghem
De ‘Klokken van Eppeghem’ van Marie Durand herinneren aan de dramatische gebeurtenissen tijdens WO I  in de Vlaams-Brabantse plaats Eppegem, nu deel uitmakend van de gemeente Zemst. Huizen werden platgebrand, de kerk en het gemeentehuis liepen forse schade op en er vielen burgerdoden.
Het ontwerp uitgevoerd op de meelzak is nageschilderd van een foto die verscheen in de december-editie van het tijdschrift ‘1914-Illustré’. Félix Ardan beschreef in poëtisch proza het dramatische verhaal van de twee klokken van Eppegem: ‘Les Deux Amies’.

Gustave FLASSCHOEN, ‘Gids – Belgische cavalerist te paard, 1915’. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA
Mary GASPAROLI, ‘Boeket klaprozen, margrieten en korenbloemen’. Bloemzak A.B.C. Part. coll. USA
Edmond HAUTEKEET, Boeket roze rozen, “Remember Brussels – 4 August 1915”. Bloemzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon, A.B.C. Part. coll. USA
Emile HOETERICKX, “From a Grateful Belgian, 1915”. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA

Winter hulp, Auderghem 1915
De gemeente Oudergem bezit in haar collectie een olieverfschilderij van Léon Houyoux met titel ‘Winter hulp’, Auderghem 1915.

Leon Houyoux, Winter hulp, Auderghem, 1915. Coll. gemeente Oudergem

Houyoux schilderde op bloemzak een meisje dat terug kwam van de broodverdeling, ze lijkt zo weggelopen van het schilderij. Met haar rood, wit, blauwe kleding verwijst zij naar de kleuren van de Amerikaanse vlag, de houten klompen vertegenwoordigen haar vaderland.

Léon HOUYOUX, ‘Brood Meisje’, (‘Fillette revenant de la distribution de pain’) Auderghem, (Belgium). Beschilderde bloemzak, 1915. Part. coll. USA

 

Amédée Ernest LYNEN, ‘En Flandre’, 1915. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA
Henri MEUNIER, ‘Heuvellandschap met rivier, 1915’. Bloemzak Belgian Relief Flour from The Hunter Milling Co. Wellington, Kansas, USA (verso). Part. coll. USA
Rodolphe STREBELLE. ‘Eten aan het water’. Bloemzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (recto). Part. coll. USA
Francois TAELEMANS, ‘Watermolen’. Tekening op bloemzak, 1915. Part. coll. USA
Guillaume Van Strydonck, ‘Stock Exchange, Bruxelles, 1914-1915‘. Beschilderde bloemzak. Part. coll. USA

Kunstcollectie Edouard Feuillien
Edouard Feuillien, Julienne’s vader, achterkleinzoon Mike kende hem als ‘BooBoo’, was directeur geweest van de Cercle Artistique et Littéraire in Brussel. Hij ontving officieel toestemming van de Belgische minister van Wetenschap en Kunsten, om zijn kunstcollectie uit te voeren van Brussel naar de Verenigde Staten. In totaal ging het – om en nabij- om 500 kunstwerken. Het uitvoerdocument bevindt zich in het familiearchief.

Beschilderde bloemzakken van WO I waren dus slechts een klein, maar voor mijn onderzoek naar Versierde Meelzakken in WO I, buitengewoon relevant deel van de kunstcollectie.

Rodolphe STREBELLE. ‘Eten aan het water’. Bloemzak ‘Cascadia’, Portland Flouring Mills, Portland, Oregon (verso). Part. coll. USA

Dank aan:
– Michael Moulckers voor de foto’s en informatie over de versierde meelzakken in de Moulckers collectie;
– Hubert Bovens te Wilsele, voor de opzoekingen van biografische aard van de kunstenaars
– Kristof Reulens voor de vondst van het werk van Léon Houyoux: ‘Winter hulp’, Auderghem 1915 in de collectie van de gemeente Oudergem.

Bronnen:
*) Over Atelier Ernest Blanc-Garin:
Wiertz, Wendy, Van tekenhandleiding tot academie. De opleiding van adellijke amateurkunstenaressen in Brussel in de 19e eeuw. Brussels Studie (Online), Alg. coll. nr. 166, 2022

 

De eerdere blogs over de beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ vindt u hier:

  1. Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1
  2. The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection 2
  3. Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco – Moulckers Collection 3

 

Sperry Mills – American Indian – California

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat, bedrukt in de Belgische kleuren zwart, geel, rood (verso). Stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ waren en zijn nog altijd gezochte zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Ze zijn kleurrijk beschilderd, of geborduurd, voorzien van kraaltjes en pailletten, of onbewerkt, in originele staat van bedrukking met de Belgische kleuren zwart, geel en rood.
Hoe en wanneer zijn de bloemzakken in België geraakt?

Sperry Flour Co., Californië

Bloemzak Sperry Mills-American Indian-California in originele staat (recto). Coll. IFFM

‘Sperry Mills – American Indian’ was een speciale merknaam/beeldmerk in de Belgische kleuren zwart, geel en rood gedrukt op de meelzak van de ‘Belgian relief flour’ door Sperry Flour Company. Op de andere zijde van de zak stond in opdracht van de Kamer van Koophandel in San Francisco in rood gestempeld ‘California’, zodat er geen misverstand kon bestaan waar het meel vandaan kwam (The San Francisco Examiner, 19 november 1914).

Rond 1850 begon Austin Sperry een maalderij in Stockton, Californië. In 1892 fuseerden een aantal maalderijen in Stockton, de nieuwe bedrijfsnaam werd Sperry Flour Company.

The San Francisco Examiner, 19 november 1914

In 1914 bezat Ethel Sperry Crocker (1861-1934), een telg uit de omvangrijke Sperry familie, aandelen in de maalderij. Zij was getrouwd met William H. Crocker (1861-1937) bankier, president-directeur van de Crocker National Bank in San Francisco en ook directeur van Sperry Flour Co.

Maalderij Sperry Mills in Stockton, Ca.. Foto: online Haggin Museum, Stockton, Ca., VS

Lou Henry Hoover start Belgian Relief in Californië, oktober 1914

‘Mrs. H.C. Hoover ontvangt internationale erkenning voor hulp aan België’. Oakland Tribune, 8 november 1914

Mrs. Lou Henry Hoover verbleef in Californië, toen haar echtgenoot Herbert Hoover vanuit Londen een telegram stuurde met de oproep om eten en geld in te zamelen voor de miljoen Belgen die dreigden te verhongeren. Hoover vroeg zijn vrouw om hulp uit de staat Californië.[1]

Lou Hoover ging daadkrachtig aan het werk en initieerde de oprichting van Belgian Relief Funds. Onvermoeibaar gaf ze lezingen, zowel voor selecte gezelschappen als op ‘mass meetings’ voor een groot publiek van San Francisco tot Los Angeles. Ook had ze persontmoetingen.

I came here on a quiet mission. I sailed for this country to take my children to my own home at Monterey. I was astonished at the response of California to the appeal of the Belgians. I came with no propaganda of my own, but I want to say that the generosity of the people of my native state has amazed me. I am not a speaker, but I have consented to talk and to help and do whatever I could to aid this cause.”[2]

Het initiatief van Lou Henry Hoover bereikte ook de federale hoofdstad Washington. The Washington Post, 19 november 1914

(“Ik kwam hier op een persoonlijke missie. Ik reisde naar dit land om mijn kinderen naar ons huis in Monterey te brengen. Ik ben blij verwonderd over de reactie van Californië op de oproep van de Belgen. Ik had geen specifieke informatie meegenomen, maar ik wil zeggen dat de vrijgevigheid van de mensen in mijn geboortestaat me heeft verrast. Hoewel ik van nature geen redenaar ben, heb ik graag het verzoek ingewilligd om hier te spreken en te helpen. Ik wil alles doen wat in mijn vermogen ligt om bij te dragen aan de goede zaak”).

Ethel Sperry Crocker, jeugdfoto. Foto: online Find a Grave

Ethel Sperry Crocker was actief als penningmeester in het Woman’s Belgian Relief Fund in San Francisco, waarvan Lou Henry Hoover erevoorzitter was.[3] Ook was Ethel Crocker State Chairman van The Woman’s Section van de CRB.
William H. Crocker werd vanuit de San Francisco Chamber of Commerce voorzitter van het mannencomité van het Belgian Relief Fund.

De Belgian Relief Funds in Californië organiseerden zich snel en effectief. Zij charterden het stoomschip Camino om hulpgoederen naar België te brengen. De Sperry Flour Co. won de order om 17.000 barrels bloem te leveren aan de California Belgian Relief Committee.  Ze ontwierpen een speciaal merk en logo om op de katoenen zakken te drukken; “We are putting out an especial brand. Our factory is working on the sacks which bear an Indian head imprint with the word “California” across the front.” (Stockton Evening and Sunday Record, 19 november 1914, p.2).

‘Camino vaart uit met schenking uit Californië voor de Belgen’. The San Francisco Examiner, 6 december 1914

Op 5 december 1914 vertrok de SS Camino als eerste Amerikaanse ‘State Ship’ uit de haven van San Francisco. De staat Californië krijgt er tot op de dag van vandaag lof voor toegezwaaid.[4].

SS Camino voer drie weken na vertrek uit San Francisco door het Panamakanaal, San Francisco Examiner, 29 december 1914

Helaas, averij voor de Camino
Hoewel het enthousiasme voor de missie van de Camino nooit is verminderd, is de waarheid over de vlotte hulpverlening door de staat California dat deze strandde in averij van het schip. De Camino vertrok weliswaar als eerste ‘State Ship’, maar het kwam als een van de laatste schepen aan in Rotterdam.

The Baltimore Sun (Baltimore, Maryland), 6 maart 1915

Slecht weer, kapotte onderdelen, verlies van lading, niets bleef het schip en zijn bemanning gespaard. Eindelijk, na een reis van ruim vier maanden, op 12 april 1915, arriveerde het in Rotterdam.[5]

Camino komt aan in Rotterdam. The Los Angeles Times, 13 april 1915

Herbert Hoover, directeur van de Commission for Relief in Belgium (CRB), was al die maanden op de hoogte van de tegenslagen die de Camino te verduren had [6]. Hij bedankte William Crocker hartelijk voor de hulpgoederen: de grote inzet van de staat Californië in november 1914 was een voorbeeld voor de hele wereld geweest. [7] Hoover zette daarmee indirect ook zijn vrouw Lou Hoover, die de aanzet gaf tot de hulpverlening, in het zonnetje.

Bloemzak Sperry Mills-American Indian, geborduurd. Coll. HHPLM nr. 2016.1.1. Schenking Adine Gneckow, Stockton, Ca. *)

Half april 1915 waren de ‘Sperry Mills – American Indian’ bloemzakken gearriveerd in België en Noord-Frankrijk!

Bloemzak Sperry Mills-American Indian, stempel Tourcoing, Frankrijk, beschilderd met tien wapenschilden door Albert Lotthé (Bailleul, F., 10 03 1862 – Tourcoing, F., 17 03 1918). Part. coll. VS

Distributie in België

Bloemzak Sperry Mills met stempel Mons, Hainaut. Coll. IFFM

Dankzij stempels op de bewaarde bloemzakken is vast te stellen waar de ‘Sperry Mills-American Indian’-bloem is gedistribueerd.
Ik heb stempels gevonden van Brabant en Hainaut (Henegouwen) in België en van Lille (Rijsel) en Tourcoing in Frankrijk.

Musée de la Vie wallonne, Luik, bewaart een onbewerkte bloemzak van 98 lbs met twee hoofdletters ‘P’, zonder ‘California’ op de achterzijde van de zak.

Bloemzak ‘Baker’s Mills-American Indian’. Coll. MoMu Antwerpen, foto online

Het MoMu in Antwerpen heeft een ‘American Indian’ bloemzak in de collectie met bedrukking ‘Farine Fermentante Baker’s Mills – Baker’s Flour Co. Pure Wheat’.

CRB-gedelegeerde William H. Sperry
William Hatfield Sperry (Californië 28 juni 1885 – Briny Breezes, Florida, 26 oktober 1963) was, net als Ethel Sperry Crocker, een telg uit de omvangrijke Sperry familie van de maalderij. Hij was journalist, bekend door tijdschriftartikelen. Zijn vader George Barker Sperry (New York, 6 nov 1851 – La Mesa, San Diego County, 2 juni 1935), was directeur van de maalderij in Stockton, zijn moeder Georgea Mary Staples Sperry (Oregon, 1861 – San José, Ca., 17 juni 1918) zette zich vol overgave in voor de Belgian relief.

Oktober 1914 trok hij naar Europa en raakte via Herbert Hoover betrokken bij het werk van de CRB. Hij telegrafeerde aan zijn moeder: “Volunteered for services in commission for relief in Belgium. Commission has most efficient organization. All food is reaching civil population in Belgium without molestation of any kind, notwithstanding reports to contrary.” [8a]
Van december 1914 tot april 1917 werkte hij als CRB-gedelegeerde in België, onder meer in Leuven, daarna in Lille, Noord-Frankrijk.

William H. Sperry, 1917. Fotograaf Boute, Ch. du Roi, Brussel: Album Members of the CRB. Coll. HILA

September 1915 was Sperry een paar weken op vakantie, weg uit bezet België. Daar was hij vrij om brieven te schrijven naar huis. Hij schreef aan een vriend: “I came out last Saturday for a three weeks’ vacation for my health. The trouble is mostly mental depression, the result of seeing so much misery, oppression and suffering. However, I am going to cut my vacation short and return to the north of France Monday, after a nine day vacation. Can’t help it.

(“Ik kwam afgelopen zaterdag uit België voor een drie-weekse vakantie, noodzakelijk, gelet op mijn gezondheid. Het lastige is vooral de mentale druk, het resultaat van het zien van zoveel ellende, onderdrukking en lijden is deprimerend. Ik ga mijn vakantie echter verkorten en keer maandag terug naar het noorden van Frankrijk, na negen dagen vrij. Ik moet terug, kan er niets aan doen.”)

Bloemzak Sperry Mills – California (verso), geborduurd door Mary-Jane Durieux (°Brussel 11-04-1893; haar vader was meubelmaker). Part. coll. VS

Hij gaf een sarcastische impressie van de duizenden Duitse soldaten in Lille en hun inspanningen om loopgraven te maken: “And the trench works these chaps have been putting in is simply marvelous. The same amount of energy expended in the right direction would have built half a dozen Panama canals.”

(‘Het werk aan de loopgraven dat deze kerels hebben uitgevoerd is gewoonweg wonderbaarlijk. Met dezelfde hoeveelheid energie, besteed aan de juiste zaak, zou een half dozijn Panamakanalen [8b] zijn gegraven.’)

De Belgische bevolking leed honger, maar voor de Duitse bezetters in België en Noord-Frankrijk waren er geen tekorten, of het moest goede Schotse whisky of Franse champagne zijn. Cynisch schrijft Sperry: “Also the Germans have plenty of food.   It is true that it is hard to find good Scotch whiskey and certain brands of liquors, and at the present rate of consumption I think there will be a champagne shortage in the next year, but as for the necessities, the Germans are well fixed.” [9]

(Bovendien hebben de Duitsers genoeg te eten…Inderdaad, het is moeilijk om goede Schotse whisky en bepaalde merken likeuren te vinden, en gelet op de huidige champagne consumptie, denk ik dat er volgend jaar een tekort zal zijn, maar wat de eerste levensbehoeften betreft, hebben de Duitsers het goed voor elkaar.)

Kantoor van CNSA en CRB-gedelegeerden. Op de muur lege bloemzakken Sperry Mills-American Indian. Links William H. Sperry, naast hem Vernon L. Kellogg, rechts John L. Glenn. Foto: HILA 22003 box 625

Op een van zijn standplaatsen is William Sperry gefotografeerd met CRB-collega’s in hun kantoor. Op de muren zijn meerdere lege bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian’ gehangen als teken dat William Sperry daar zijn werkplek had.

Het ultieme bewijs dat de bloem, toegestuurd uit Californië, uiteindelijk ter plaatse is geraakt.

Bloemzakken ‘Sperry Mills – American Indian-California’ zijn nog altijd felbegeerde zakken-souvenirs van de Grote Oorlog. Foto-collage Annelien van Kempen, 2019

Andere blogs over de zakken met het portret van de Native American leest u hier:
Veiling ‘Sperry Mills – American Indian – California’: “Maar da’s meer waard”

Nieuwe afgoderij in Brussel – het succes van de geborduurde zak

– Olga Kums’ beschilderde bloemzak


 

Mijn dank aan:
– Evelyn McMillan uit Californië voor de uitgebreide informatie die zij mij beschikbaar stelde over de Sperry Mills Flour Co en de van hen afkomstige bloemzakken;
– Hubert Bovens, Wilsele, voor het onderzoek naar de biografische gegevens van schilders en borduursters.

 Voetnoten:
*) Michael Fitzgerald in the Stockton Record: Fitz’s Stockton: Herbert Hoover hits the sack, July 17, 2016

[1] Cablegram Mr. Herbert Hoover vanuit Londen aan Mrs. Herbert Hoover,  San Francisco, 26 oktober 1914

[2] Oakland Tribune, 8 november 1914, p.4

[3] The San Francisco Examiner, 11 november 1914, p. 4

[4] The San Francisco Examiner, 6 december 1914, p. 53

[5] The Los Angeles Times, 13 april 1915, p. 1

[6] Correspondentie tussen Lindon W. Bates en Herbert C. Hoover, HILA 22003 file 324-1

[7] The San Francisco Examiner, 22 april 1915, p.3

[8a] The Evening Mail (Stockton, California), 23 december 1914.

Arno Dosch Fleurot en Elsie Sperry Dosch Fleurot
Het bericht in de Evening Mail vermeldt ook: “Will Sperry’s sister, Mrs. Arno Dosch (formerly Miss Elsie Sperry) is also at the front in Europe, having accompanied her husband, who is a war correspondent to Louvain, Lille, Liege, and other Belgian battle scenes.”
Elsie Sperry (Stockton, Ca., 21.11.1881 – Marin, Ca., 29.07.1970) was getrouwd op 9 januari 1908 met Arno Dosch Fleurot (1879-1951), Amerikaans (oorlogs)correspondent in Europa van 1914-1951. Zie
Slepchenkova, Angelina, ‘The Life and Times of the American Journalist Arno Dosch Fleurot (1879-1951): Defining American Liberalism in World War One Era Through the Lense of Foreign Reporting.’Fullerton: California State University, thesis, 2017 (online, geraadpleegd 3 januari 2023)

[8b] Het Panamakanaal, de scheepvaartverbinding tussen de Grote en Atlantische Oceaan, was op 15 augustus 1914 in gebruik genomen, nadat al in 1881 door de Fransen was begonnen met de aanleg. De VS hebben de bouw van het kanaal daadwerkelijk gerealiseerd tussen 1904 en 1914.

[9] San Francisco Call, 1 oktober 1915 ‘Nephew of Crocker gives War Picture. S.F. Writer at Front’. HHPLM BAEF CRB London Office box 25 News Cuttings

Translate »