De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt

Dit blog vertelt het verhaal van de kanten bloemzak van Tielt.*)
Deze bijzondere meelzak trekt verrassende draden tussen de geschiedenis van de versierde meelzakken en het zogenaamde oorlogskant, ‘War Lace’, gemaakt in WO I.

Maria Impe-Gauquie, links op de foto, Hector Impe, rechts op de foto, circa 1915. Foto (detail) uit boek: ‘Het Nationaal Hulp-en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

De kanten leggen de relatie met het leven van het echtpaar H. Impe-Gauquie in Tielt, provincie West-Vlaanderen. Maria Gauquie en Hector Impe trouwden vandaag precies 130 jaar geleden.

Versierde bloemzak ‘Stad Thielt’, collectie HIA. Foto: collectie auteur

De versierde bloemzak in Palo Alto, Californië
Deze met kanten versierde bloemzak bevindt zich in de collectie van de Hoover Institution Archives (HIA) in Palo Alto, Californië op de Stanford University. De meelzak is daar zorgvuldig opgeborgen.
Gelukkig zijn er prima foto’s van het kantwerk beschikbaar dankzij de tentoonstelling ‘From Aid to Art. Decorated Flour Sacks from World War I’, gehouden van 7 januari tot 1 maart 1987 in The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Gastconservator Carole Austin legde een uitgebreid dossier aan, dat ik van haar kreeg toegestuurd. Enkele fraaie kleurendia’s zijn daardoor in mijn bezit.

A Report, Fall 1986, catalogus bij de tentoonstelling “From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I” door Carole Austin. San Francisco Craft and Folk Art Museum.

Carole stuurde me ook ‘A Report’, Fall 1986, de begeleidende krant in zwart-wit, die diende als catalogus bij de tentoonstelling. Centraal op de voorpagina staat de foto van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’: ‘Fine Belgian lace sewn over a flour sack’.

Het kanten object bestaat uit twee delen, een Belgisch met rode ondergrond (links) en een Amerikaans paneel met blauwe ondergrond (rechts).

Het linker, ‘Belgische’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op rode ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* De voorstelling op het Belgische deel is divers. Een dubbele hoorn van overvloed bijeengehouden door een blauw ‘lint’, is gevuld met rijk dragende graanhalmen en omringt een gekroond wapen met drie sleutels. Het schild hangt aan een lint dat zich strikt in de twee bovenhoeken en versierd is met bloemen. Het middenstuk is een medallion met Griekse rand waarbinnen een cherubijntje een vlinder toezwaait die met een brood komt aan fladderen. De tekst luidt: ‘Stad Thielt – België – Hulde aan America – 1914/1915’. Onder het medallion twee gekruiste lauwertakken waarin een gekroond wapen met staande leeuw en de tekst ‘Eendracht maakt macht’.

Het rechter ‘Amerikaanse’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op blauwe ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* Het Amerikaanse deel toont het Vrijheidsbeeld, omringd met hangende takken, waaraan bloemen in de vorm van vijfpuntige sterren. Het beeld staat op een sokkel voorzien van een medallion met dertien sterren. De sokkel wordt gedragen door de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels, op de borst een rood-wit-blauw gestreept wapenschild en in de klauwen een lauwertak, resp. een bundel pijlen. In zijn bek houdt de adelaar een krullende banier vast met de tekst ‘E Pluribus Unum’.

* De afmeting van het geheel is h. 76 cm, br. 85 cm (30 x 33,5 inches).
De randen zijn omzoomd en voorzien van sierband, het Belgische deel in de kleuren rood, geel, zwart; het Amerikaanse deel in de kleuren rood, wit, blauw.

Onbewerkte meelzak ‘Zephyr’, coll. KMKG-MRAH. Tx 2632. Foto: auteur

Bloemzak ‘Zephyr’
“Is de drager van de kanten voorstelling een meelzak?” vroeg ik me af.
Het medallion op het linker, Belgische, deel legt inderdaad de relatie met de meelzakken van WO I.

De collectie van het Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH) in Brussel bevat een onbewerkte meelzak ‘Zephyr’ van de maalderij Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas.
Professor Delmarcel beschrijft in 2013 de meelzak:
‘De Bowersock Mills Company in Lawrence, Kansas, koos voor een meer intellectuele logo. Hun merknaam ‘Zephyr’ wordt in beeld gebracht door een kleine gevleugelde genius die een brood toevertrouwt aan een vlinder, een wat ver gezochte allegorie van de antieke godheid Zephyrus als wind van de lente.’ [1]

Een allegorie op de Griekse god ‘Zephyrus’, de god van de Westenwind!

‘De Geboorte van Venus’, Sandro Botticelli, ca 1483, Galleria degli Uffizi, Florence. Foto: website Art Salon Holland

De Italiaanse Renaissance schiet in mijn herinnering: Sandro Botticelli schilderde ‘De Geboorte van Venus waarbij de godin Venus staande in haar schelp aan land wordt geblazen door de god Zephyr.

Onbewerkte meelzak Zephyr, detail. Coll. KMKG-MRAH. Foto: coll. auteur
Het medallion van de kanten meelzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

Het medallion met cherubijn, vlinder en brood omringd door zonnestralen binnen de Griekse rand komt exact overeen met de afbeelding van het kant. Waar de merknaam ‘Zephyr’ stond afgedrukt op de originele meelzak zijn de woorden ‘STAD THIELT’ in de plaats gekomen. Op de plaats van de naam van de maalderij werd de tekst ‘Hulde aan America’ aangebracht.

Belgisch kant
Carole Austin prijst in haar catalogus van 1986 het kant op de bloemzak als een van de mooiste versieringen: ‘Perhaps the finest piece in all of the collections is a double panel entirely covered with fine Belgian lace’.

Dit kant is na de creatie gefotografeerd voordat het op de bloemzak bevestigd werd, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Foto gemaakt voordat de kanten bloemzak geschonken is aan de Amerikaanse weldoeners, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Dat de creatie tijdens de Groote Oorlog ook in Tielt, provincie West-Vlaanderen, indruk heeft gemaakt blijkt uit de archieven van de Heemkundige Kring de Roede van Tielt. Onderzoeker en auteur Paul Callens vond in de bibliotheek historische foto’s van beide panelen. De foto’s zijn vermoedelijk genomen voordat de kantwerken naar Amerika zijn verzonden. Het kant van het linkerpaneel heeft op de foto nog geen rand. De foto zal dus genomen zijn voordat het kant aan de meelzak is bevestigd.

Paul Callens zocht enkele passages in het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse[2] over kant en kantwerksters voor me op.
‘Kantwerksters: In het begin van Juni 1915 werd door eenige edelmoedige en bereidwillige Juffers onzer gemeente onder de leiding van de E. Heer Cortij, het werk der kantwerksters ingericht. Eene aanvraag tot aanvaarding aan het Nationaal Komiteit van Brussel gedaan werd goedgekeurd en het werk nam zijnen aanvang met 18 kantwerksters. Sinds is dit getal geklommen tot 51, waarvoor een totaal hulpgeld tot op 1 mei is ontvangen van fr. 3200.
Het daarop ingezonden kantwerk bedraagt fr. 2857,15. Onnoodig te zeggen dat deze nuttige inrichting het zijne heeft bijgebracht tot leniging van den nood onzer werkersbevolking en kleine burgerij.’

Borduur/kantwerk ‘De Stad Iseghem aan Amerika. Hulde van Dankbaarheid, 1914-1915’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
Kantwerk ‘Dankbare Hulde Beveren bij Roeselare’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens

Het Werk der kantwerksters
In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library – Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa bevinden zich meerdere kant- en borduurwerken uit Tielt en omgeving.
Recente foto’s uit de collectie kreeg ik toegestuurd en zijn gemaakt door Mauro Callens, de zoon van Paul, die samen met zijn moeder en zijn vrouw, in oktober 2019 een bezoek bracht aan het museum. Zij werden ontvangen door conservator Marcus Eckhardt, die hen meer stukken in de collectie liet zien, dan een gewone bezoeker te zien zal krijgen.

De adelaar met schild en banier in de bek. Detail borduurwerk ‘Stad Iseghem’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
De adelaar met schild en banier in de bek. Detail kanten bloemzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

En dat leverde voor het onderzoek van de kanten bloemzak van Tielt interessante informatie op.

Een fijn wit borduurwerk met kanten rand uit de stad Izegem bevat het beeld van de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels en baniertekst ‘E Pluribus Unum’, zoals ook op het ‘Amerikaanse paneel’ is afgebeeld. Dit geeft er blijk van dat er binnen  de kringen van borduursters en kantwerksters uitwisseling zal zijn geweest van patronen.

Twee geschenken uit Tielt
Nog een passage uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’:
‘Onze kantwerksters hebben twee prachtige geschenken afgemaakt voor onze Amerikaansche weldoeners en een voor onze Spaansche weldoeners. Die geschenken wierden bekostigd door vrijwillige giften op de gemeente.’
Het lijkt erop dat de kantwerken op de bloemzak(ken) de twee geschenken voor de Amerikaanse weldoeners zijn geweest!

Signering ‘H Impe Gauquie Thielt’. Foto: Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Maria en Hector Impe-Gauquie
Beide delen van het kantwerk zijn gesigneerd in de linkerbenedenhoek met dezelfde naam.
Als men de naam niet weet is het wel wat raden voor de naam.
H IMPE GAUQUIE THIELT’.
Paul Callens ontcijferde de kanten tekst. Tegelijkertijd vond hij een foto van de voedselbedeling in Tielt waarop de heer en mevrouw Hector Impe-Gauquie beiden staan afgebeeld! De foto is bij hen thuis gemaakt, Tramstraat 36 in Tielt. Hector Impe blijkt de voorzitter van het Voedselcomiteit.

Foto met bijschrift uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Genealogische gegevens die ik van het echtpaar heb gevonden, zijn:
– MARIA JOSEPHA GAUQUIE, geboren op 28 augustus 1867 in Izegem, West-Vlaanderen.
Haar ouders waren Charles Gauquie (geb. 1822) en Henrica Meersseman (geb. 1823).
– HECTOR JOSEPH MARIE IMPE, geboren op 11 november 1862 in Izegem. Zijn ouders waren Franciscus Impe (overl. 1864) en Theresia Coleta Hoornaert (overl. 1868).
Het echtpaar Maria Gauquie en Hector Impe trouwde op 15 juli 1890 in Izegem. Vandaag 130 jaar geleden.
In het bijschrift van de foto is de vermelding van de naam van Hector Impe als ‘Hector Impe-Gauquie’, terwijl zijn vrouw staat vermeld als ‘Mevr. Hector Impe’. Dat brengt me bij de duiding van de naam ‘H. Impe-Gauquie’ in het kantwerk. De familie Impe-Gauquie zal geld geschonken hebben aan de gemeente waardoor kantwerksters de panelen hebben kunnen maken, waarna ze cadeau zijn gedaan aan de Amerikaanse weldoeners.

Oorlogskant/War Lace

‘Hommage à l’Amérique – La Belgique Reconnaissante, 1914 1915’, oorlogskant, ‘War Lace’, detail met het Amerikaanse schild, omringd door bloemen en vlinders. Collectie Lace Museum, Sunnyvale, Ca. Foto: auteur

De specialisatie ‘Oorlogskant/War Lace’ is het kennisveld van velen:
– Zie Wendy Wiertz: War Lace – By the Poor, for the Rich. Lace in Context‘ (‘Oorlogskant -door de armen, voor de rijken. Kant in context’)
– Evelyn McMillan, Palo Alto, Ca., betrokken bij het Lace Museum, Sunnyvale, Ca. heeft drie informatieve artikelen geschreven over ‘War Lace’ [3]. Haar presentatie ‘A Successful Humanitarian Story Hidden in Belgian War Lace of 1914/1918‘  (Een succesvol humanitair verhaal verborgen in Belgisch oorlogskant van 1914/1918) voor de Hoover Presidential Foundation is online te bekijken.

Oorlogskant, ‘War Lace’, ‘L’union fait la force’, wapenschild België, 1914, detail. Coll. Kantcentrum Brugge. Foto: auteur

– Kantcentrum Brugge, tijdelijke tentoonstelling ‘Oorlogskant – Dentelles de Guerre – War Lace’.

Deskundigen bevestigden mij dat de kanten bloemzak van Tielt te beschouwen is als ‘oorlogskant – War Lace’. Zo zijn via deze speciale versierde meelzak draden getrokken tussen het werk van de kantwerksters en het werk aan de versierde meelzakken in WO I.
Lees ook: ‘Textile Remembrance’ van Geert, blogger van ‘Living Fabrics’.

Dank
Mijn hartelijke dank gaat uit naar Carole Austin, Paul en Mauro Callens, André Bollaert, Marcus E. Eckhardt en Evelyn McMillan voor het verschaffen van informatie, toesturen van foto’s en teksten! Ook dank aan Kantcentrum Brugge.

*) In oktober 2020 verscheen mijn artikel ‘De kanten bloemzak van Thielt’ in het tijdschrift Onze Voorouders, tijdschrift voor familiegeschiedenis. Tielt: Familiekunde Vlaanderen regio Tielt vzw.

Uit: JULIEN VERBRUGGE, Kant in het Tieltse. De Roede van Tielt, maart 1983. Het foto-bijschrift verdient correctie. De bloemzak bevindt zich in de VS in Palo Alto, Californië. Of er een tweede exemplaar in een privéverzameling is, is mij niet bekend.

Voetnoten:
[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 99. Afbeelding Fig. 9, p. 115

[2] Paul Callens heeft samen met Luc Neyt het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’ van Fons Das afgewerkt. Familiekunde Vlaanderen, Regio Tielt, 2018

[3] McMillan, Evelyn,
– Gratitude in lace: World War I, famine relief, and Belgian lacemakers. PieceWork Magazine: May/June 2017, 10-15
– Subversive lace. PieceWork Magazine: May/June 2018, 8-15
– War, lace, and survival in Belgium during World War I. PieceWork Magazine: Spring 2020, 46-51

Literatuur:
– Cooreman, Ria, McMillan, Evelyn, Belgische Oorlogskant 1914-1918. De collectie van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Brussel: Snoeck/KMKG, 2024

– Lewyllie, Ingrid, Moors, Ghislaine, Cooreman, Ria, De Geraardsbergse Chantillykant Collectie. Geraardsbergen: Lokaal bestuur Geraardsbergen, 2024

– Wiertz, Wendy, War Lace. Vrouwen, voedselhulp en vaderlandsliefde in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Antwerpen: Kanselarij Phoebus Foundation vzw, 2022

Belgische collecties in cijfers 2020

Twee jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.
In het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontdekte ik het bestaan van de zakken. TRC heeft één in België geborduurde, Canadese meelzak in de collectie, hen geschonken door de verzamelaar Pepin van Roojen. Waarschijnlijk kocht hij het borduurwerk eens op een antiekmarkt of vintagekledingwinkel in Colorado of Texas in de VS.

“Waar zou ik in België geborduurde meelzakken kunnen bekijken?”, was mijn vraag. “Zouden musea en openbare collecties de zakken bewaren en tentoonstellen?”
Met deze vraag stuurde ik e-mails rond op basis van gegevens van internet en ontving enkele positieve reacties. De informatie groeide en groeide. Uiteindelijk leidde het tot het samenstellen van een lijst met musea en cultuur-historische instanties met collecties versierde meelzakken, die ik publiceerde onder ‘Musea’.
Ook ontving ik gegevens van particuliere verzamelaars.

Bij het schrijven van het blog ‘Vlaamse Topstukken, cultureel erfgoed’ viel me op dat de samenstellers van de Topstukkenlijst in 2016 enkele versierde meelzakken toevoegden aan de lijst met de motivering: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’ Het woord ‘weinig’ intrigeerde me.
Wat me vervolgens intrigeerde was het opnemen in de Vlaamse Topstukkenlijst van meelzakken, enerzijds in publiek bezit (in 2014), anderzijds in privébezit (in 2016).
Nieuwe vragen doemden op: ”Hoeveel zakken zijn er dan? Zou het relevant zijn om het onderscheid te maken in publieke en particuliere collecties?”
De stimulans tot verder onderzoek was geboren.

Dankzij de medewerking van velen die mij informatie verstrekten, heb ik gegevens over de huidige Belgische collecties versierde meelzakken in WO I kunnen samenbrengen. Inmiddels heb ik negen publieke collecties en twee privécollecties persoonlijk en ter plaatse kunnen bestuderen. Zo zijn ruim 170 meelzakken door mijn handen gegaan.
In dit blog presenteer ik de kerncijfers van mijn huidige onderzoeksresultaten.

Register van Meelzakken WO I
De verwerking van de gegevens van de meelzakken vroeg om een methodiek. Om tot optelling en vergelijking van meelzakken en collecties te komen was een spreadsheet nodig. De zakken waren in oorsprong transportverpakkingen, daarom heb ik de indeling van het spreadsheet logistiek bepaald: plaats van origine, vervoer per schip, plaats van ontvangst en leging, plaats van bewerking en plaats van huidige bewaring.

Zo heb ik een ‘Register van Meelzakken WO I’ gevuld met de gegevens van de meelzakken die mij tot nu toe bekend zijn.[1]
Het Register biedt de mogelijkheid om te filteren. De cijfers van de Belgische collecties kan ik eruit lichten: ik tel op dit moment 14 publieke en 13 privécollecties. Het aantal meelzakken in deze collecties is 235.

Belgische publieke en privécollecties 2020
De veertien publieke en dertien privécollecties bevatten gezamenlijk 235 meelzakken, waarvan 65% (152 zakken) in de publieke en 35% (83 zakken) in de privécollecties.

Enkele particuliere verzamelaars staan ervoor open om hun bezit in bruikleen te geven voor tentoonstellingen, waardoor er de afgelopen jaren heel wat meelzakken voor het publiek te zien zijn geweest. De meelzakken in Bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem en het Erfgoedhuis Nazareth zijn in langdurige bruikleen gegeven uit de collectie van Frankie van Rossem.

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Het onderscheid tussen onbewerkte en bewerkte meelzakken voor verzamelingen meelzakken in WO I is een essentieel kenmerk. In mijn blog ‘Rosabel in het War Heritage Institute’ heb ik dit uitgewerkt.

Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren, katoenen zakken met originele bedrukking van letters, logo’s, beeldmerken en stempels.
Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

Van de 235 meelzakken in Belgische collecties zijn er 102 onbewerkt en 133 bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 90% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 10% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Van de onbewerkte meelzakken in de publieke collecties bevindt zich 90% in musea in het Jubelpark in Brussel. KMKG/MRAH bewaart een collectie van voornamelijk onbewerkte meelzakken, misschien al tijdens de bezettingsjaren 1914-18 samengesteld door mevrouw Isabella Errera.
Het Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie, waarvan sommige door de tand des tijds zijn aangetast, maar evengoed interessante informatie opleveren.

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 45% in publiek bezit en 55% in privébezit.
Volgens mijn huidige gegevens bevatten de particuliere verzamelingen dus méér bewerkte meelzakken dan de museale collecties. Vanuit dit oogpunt is het betekenisvol dat de Vlaamse lijst van Topstukken meelzakken, zowel uit een publieke als een privécollectie, vermeldt.

Hardop denkend over deze cijfers lijkt een verklaring voor de hand te liggen. Een aantal particulieren heeft door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaart deze als familie-erfgoed. Andere verzamelaars zijn al jaren actief met het bezoeken van markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze een verzameling opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan publieke instellingen vindt druppelsgewijs plaats.

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.
In absolute aantallen is de verdeling:

In publieke collecties is 20% van de meelzakken beschilderd en 90% geborduurd.
In privécollecties is 40% van de meelzakken beschilderd en 60% geborduurd.
De 21 beschilderde meelzakken in de verzameling van Gerard Hollaert vormen hiervan de hoofdmoot.

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. is weggeknipt. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die in publieke collecties abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. Zie het blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent’. De zakken zijn lokaal gemaakt tijdens WO I, als verpakking van hulpgoederen voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.
In absolute aantallen is de verdeling:

80% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, ruim 10% is afkomstig uit Canada en van 5% is de herkomst onbekend.

De top van de stapel is zichtbaar
De presentatie van kerncijfers toont aan dat het onderzoek geleid heeft tot antwoorden op mijn vragen. Met elkaar werkend zijn honderden meelzakken tevoorschijn gekomen in België. De duiding ‘weinig’ van de Topstukkenlijst heeft cijfermatige invulling gekregen. Mede dankzij de bescherming van versierde bloemzakken als Vlaams Topstuk is extra aandacht gevestigd op het unieke cultureel erfgoed.
Toch lijkt mij toe dat het karwei nog zeker niet is geklaard. In een aantal Belgische steden en provincies zijn geen collecties versierde meelzakken geregistreerd waar ik ze wel zou verwachten. Op plaatsen waar ze wel zijn geregistreerd duiken nieuwe vondsten in collecties op.

Ik trek als conclusie dat de top van de stapels meelzakken van WO I in Belgische collecties zichtbaar is gemaakt.

Aanvulling januari 2022:
Voor een update van de cijfers, zie het blog ‘Belgische collecties in cijfers 2022′.

 

[1] Met deskundig advies en werk van een jong team van dataverwerkers is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen. Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats.

Eén miljoen zakken meel uit Canada voor Groot-Brittannië

De afgelopen meimaand heb ik me verpoosd met lezen en doorzoeken van het archief van The British Newspaper Archive. In samenwerking met The British Library biedt dit platform toegang tot de grootste onlinecollectie van Britse en Ierse historische kranten. Het archief bevat ook enkele Canadese kranten.

The Times-Transcript (Moncton, Moncton Parish, New Brunswick, Canada), maandag 10 augustus 1914

‘Million bags of flour from Canada’
Wie schetst mijn verbazing dat ik stuitte op een stroom Britse en Ierse artikeltjes in augustus 1914 met de kop: ‘MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA’.
Een miljoen zakken meel uit Canada?!

The Scotsman, 10 augustus 1914

De kranten berichtten over de schenking van de Canadese overheid aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk tijdens de eerste oorlogsweken.
‘De Handelsraad kondigt aan dat de volgende telegramuitwisselingen hebben plaatsgevonden tussen de Hertog van Connaught, de Gouverneur-Generaal van Canada, en de Minister van Koloniën: “Mijn Regering wenst u te informeren dat de mensen van Canada via hun Regering verlangen om een miljoen zakken meel van achtennegentig pond aan te bieden als een geschenk aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk, ter beschikking te stellen van de Regering van Zijne Majesteit en te gebruiken voor doeleinden die zij nuttig achten. Deze maat is het handigst voor transport. De eerste zending wordt binnen ongeveer tien dagen verzonden en het saldo daarna zo snel mogelijk. – ARTHUR. ‘Ontvangen 6.40 uur ’s ochtends, 7 augustus.
Antwoord verzonden: –“12.45 uur 7 augustus.
Uw telegram, 6 augustus. De Regering van Zijne Majesteit accepteert namens de bevolking van het Verenigd Koninkrijk met grote dankbaarheid het prachtige en welkome geschenk van meel uit Canada, dat in dit land van het grootste nut zal zijn voor het stabiel houden van de prijzen en het verlichten van nood. We kunnen nooit de promptheid en vrijgevigheid van dit geschenk en het patriottisme waaruit het voortkomt, vergeten. – HARCOURT’[i]

De eerste zakken meel kwamen beschikbaar in de Canadese maalderijen op 20 augustus. Op 9 september 1914 waren 50.000 zakken meel reeds in Liverpool aangekomen. Elke zak was in kleur bedrukt met grote letters ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’.

De eerste lading van 50.000 zakken meel is in Liverpool aangekomen met een ‘Allan Liner’ en wordt in een loods opgeslagen. The Daily Citizen, 14 september 1914

De achtergrond van de indrukwekkende schenking bleken overwegingen van financiële aard.
‘Bij de financiering van de export van graan en meel uit Canada is de door de ‘Bank of England’ vastgesteld regeling, waarbij de Canadese minister van Financiën de bewaarder is geworden van belangrijke goudreserves die anders naar Engeland zouden zijn verscheept, van groot belang. Daardoor kunnen de grote bedragen die door deze regeling in de Schatkist in de Canadese hoofdstad zijn gestort, nu worden uitbetaald aan exporteurs van producten uit de Dominion. Het effect hiervan zal zijn dat de financiële spanning aanzienlijk wordt verlicht.’ [ii] 

Een ander bericht motiveerde, in mijn woorden, het dubbele doel van de beheersing van de broodprijzen en de mogelijkheid om mensen in nood te hulp te kunnen komen. ‘What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.[iii]
(‘Hoe Canada’s schenking zal worden gebruikt, zal een besluit zijn van de (Britse) Regering, maar men denkt dat het zal worden gebruikt voor het dubbele doel om rust te houden in de markt en de nood te verlichten.’)

Steamer Riversdale geladen met zakken meel van ‘Canada’s Gift of Flour’ kwam aan in Cardiff op 5 oktober 1914. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

De opslag van de zakken meel gebeurde in hoofdzaak in de havens van Londen en Liverpool.

De steamer Riversdale met een deel van de zakken meel geschonken door Canada aan Groot Brittannië, kwam aan in Cardiff. Dublin Daily Express, 6 oktober 1914

Maar ook de havenplaatsen Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin en Belfast hadden zakken meel uit Canada in opslag. De loodsen waren kosteloos ter beschikking gesteld door de havenbedrijven. Het beheer van de voedselvoorraden werd ondergebracht bij de Local Government Board, dat een methode moest vaststellen voor de verdeling van het meel onder de bevolking; het bleek een vraagstuk waar nog geen beslissing over was genomen. De totale waarde van de schenking werd geschat op een half miljoen pond sterling.

Filmbeelden van het lossen van de Canadese zakken meel in de Britse haven Cardiff zijn bewaard gebleven in de historische collectie van Reuters en staan online op ‘British Pathé’. Het stoomschip Riversdale uit Sunderland kwam uit Montreal, Canada, en meerde aan in Cardiff in oktober 1914. De titel van het 30 seconden filmfragment is ‘Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour’.

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

‘Het prachtige geschenk van Canada aan dit land van 1.000.000 zakken meel komt voornamelijk naar Londen en Liverpool. De zorg voor de goederen komt in handen van de Hulpverleningscommissie van de Local Government Board (Raad van het Lokaal Bestuur) en de CommissieRegulering van voedselprijzen’ van de Handelsraad. Op dit moment is er nog geen beslissing genomen over de exacte manier waarop de schenking zal worden gebruikt. De geschatte waarde van het meel tegen groothandelsprijzen is £ 500.000. Het Havenbedrijf van Londen en de Mersey Docks and Harbor Board (Havenbedrijf van Liverpool) hebben zich ertoe verbonden het zo lang als nodig kosteloos op te slaan.’[iv]

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

Schenkingen uit de Canadese provincies
Canada leverde meer geschenken. De Canadese provincies schonken voedsel en brandstof. Alberta schonk 500.000 bushels haver, Quebec, de Franssprekende provincie, 4.000.000 lbs lokaal gemaakte kaas. Nova Scotia deed een schenking van 100.000 ton kolen.

Brits Columbia droeg bij met 25.000 kisten zalm in blik en New Brunswick 100.000 bushels aardappelen. Het geschenk van Ontario was een bedrag van £100.000, te besteden bij hen door de Britse overheid naar behoefte.[v]


‘Manitoba’s War Gift 50000 Bags No. 1 Flour’
Ook de provincie Manitoba schonk bloem aan Groot-Brittannië: ‘MANITOBA’S GIFT. The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.’[vi]
(‘Het Persbureau van Oorlog kondigt aan dat het Koloniaal Bureau een schenking van meel uit Manitoba heeft aanvaard.’)

Bloemzak ‘Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 1914. Coll. Canadian War Museum, Ottawa, Ontario
Souvenir Meelzak ‘Manitoba’s War Gift’. Coll. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada

De regering van Manitoba heeft de contracten voor de schenking van meel aan alle grote maalderijen gegund voor een bedrag van 2 dollar 90 cent en lager. Het meel is het fijnste dat de provincie produceert en wordt streng geïnspecteerd. Het zal op 20 oktober gereed zijn. – Press Association War Special’[vii]
Lege zakken met de bedrukking ‘1914 Manitoba’s War Gift to Imperial Government’, 50,000 Bags No 1 Flour made from Manitoba Hard Wheat, 98 Lbs. Canada‘ zijn bewaard gebleven in het Canadian War Museum, Ottawa en in de Archives of Manitoba in Winnipeg.

Bijzonderheid in Manitoba
In bijzondere vondst in Winnipeg, in het Manitoba Museum, laat zien dat één van de zakken is geborduurd met wit, rood en blauw garen. De borduurster heeft de bedrukking op de zak, de letters en het wapen van Manitoba, volledig overgeborduurd.
De meelzakken met deze bedrukking zijn nooit in België geraakt. Ik sluit uit dat het borduurwerk in België is gedaan, ook vanwege het ontbreken van Belgische symbolen.

Meelzak ‘1914 Manitoba’s War Gift’, Canada, geborduurd. Coll. en foto: Museum of Manitoba.

Mogelijk is dit een van de 1500 zakken die in Groot-Brittannië zijn verkocht najaar 1914 en die als voorbeeld hebben gediend voor het hergebruik van en borduren op lege meelzakken in bezet België.


‘Zakken worden verkocht voor 5 shilling per stuk’
Mijn verbazing over één miljoen zakken meel uit Canada nam toe bij het lezen van de ingezonden brief van een huisvrouw in Dundee, Schotland. Zij had onmiddellijk na het eerste bericht over de schenking van één miljoen zakken meel aan Groot-Brittannië een idee voor de benutting van de lege meelzakken. Zij schreef op 25 augustus een brief aan de plaatselijke krant.

‘Meelzak souvenirs’, idee van een huisvrouw uit het Schotse Dundee. The Courier, 28 augustus 1914

‘Elke huisvrouw weet dat er met meelzakken heel veel nuttige dingen kunnen worden gemaakt, en een van de geschonken zakken zou een blijvend aandenken zijn aan deze grote oorlog…
HUISVROUW UIT DUNDEE
25 augustus 1914′[viii]

De suggestie moet met enthousiasme omarmd zijn en breed gedragen, want vanaf medio september publiceerden de kranten een stroom oproepen om in te schrijven op de verkoop van meelzakken. De opbrengst was voor het goede doel.

Alle zakken zijn bedrukt met ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Foto: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. Londen, John Heywood Ltd., 1915

‘CANADA’S GIFT
Sacks to be Sold at 5/- Each.
Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’
Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.[ix]

(‘CANADA’S CADEAU
Zakken worden verkocht voor 5 / – elk.
Canada doet een schitterende schenking van meel aan het Moederland. Er is besloten dat de zakken, als ze leeg zijn, als herinnering zullen worden verkocht voor 5 shilling per stuk. Twee derde van dit bedrag gaat naar het Prince of Wales ’National Relief Fund en een derde naar het Belgische Vluchtelingen Fonds. Alle zakken zijn bedrukt met ‘Canada’s Gift’.
Aanvragen voor de souvenir-zakken dienen vergezeld te zijn van een overschrijving van 5s. en gericht aan het National Relief Fund. De aanvragen zullen behandeld worden in volgorde van binnenkomst.’)

Verkoop en gebruiksideeën voor de geleegde Canadese meelzakken. Evening Despatch, 31 oktober 1914

Vervolgens verscheen een informatief artikel over de verkoop van de lege meelzakken onder de kop ‘CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.’[x]
Voor geïnteresseerden kwamen 10.000 lege meelzakken ter beschikking vanaf 9 december 1914. De specificatie van de zakken was als volgt: 98 lbs zakken, gemaakt van grijze calico (stevig weefsel van ongebleekt katoen). De afmetingen waren 36 inch hoog en 18 inch breed, of opengeknipt, 36 inch breed. Op een zijde van de zak stond in grote letters, in kleur geprint, FLOUR. CANADA’S GIFT.
Liefhebbers van de meelzakken deden suggesties voor gebruik. Het materiaal kon geborduurd worden en er konden kussenovertrekken van gemaakt worden. Met name noemde men dat Rode Kruis ziekenhuizen er hun kussenovertrekken van zouden kunnen maken, en zelfs matrashoezen voor kinderbedjes. Sommigen wilden een meelzak ophangen bij hun politieke club, een andere club of in scholen. De suggestie was om alle musea een exemplaar ter beschikking te stellen. Met de naderende kersttijd ontstond het idee de zakken te bestemmen tot ‘Christmas gift bags’. En een zeer ingenieuze huisvrouw was van plan haar meelzak in stukken te knippen om daar haar ‘Christmas puddings’ in te bereiden.

In december concludeerde een Canadese krant dat Canada met de schenking van zakken meel twee doelstellingen bereikte. Het Moederland, Groot-Brittannië, werd gevoed én het bood gelegenheid om de twee belangrijke fondsen die het verdienden, nadrukkelijk in de aandacht van het publiek aan te bevelen.[xi]

Markering
Uiteindelijk zijn er in Engeland maar 1500 zakken van de ter beschikking gestelde 10.000 zakken, voor het goede doel verkocht. (La métropole d’Anvers paraissant provisoirement à Londres, 21 januari 1915)

Chester Chronicle, 26 december 1914

Op 26 december 1914 was de verzending van de lege meelzakken naar de kopers begonnen. De markering van elke zak was: ‘N.R.F., B.R.F., 1914’ als bewijs dat de opbrengst van de verkoop bestemd was voor het National Relief Fund en het Belgian Relief Fund.[xii]

Sheffield
Binnen een maand verschenen twee foto’s van een versierde Canadese meelzak in kranten in Sheffield. Het doek draagt het stempel ‘NRF, BRF, 1914’. Een dame uit Sheffield maakte het kussen.[xiii]

Versierde Canadese meelzak, Bulldog op ‘Scrap of Paper’, kussen gemaakt door een dame in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

De eerste foto toonde een meelzak, die was getransformeerd tot kussen met de pentekening van een hond, een bull-dog – symbool voor Groot-Britannië – met een Britse vlag in zijn bek. De hond zit op een stuk papier, er staat naast geschreven ‘Scrap of Paper’.

‘Scrap of Paper’

Britse affiche met oproep in dienst te gaan vanuit de erebelofte van het Britse rijk om België te beschermen. Coll. Canadian War Museum

De tekening verwijst naar het Verdrag van Londen van 1839, de definitieve internationale erkenning van de Belgische onafhankelijkheid en vaststelling van de grenzen tussen België en Nederland. De mogendheden Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Rusland ondertekenden het verdrag, waarin de neutraliteit en veiligheid van België werd gegarandeerd.
Toen de Duitsers op 4 augustus 1914 België binnenvielen en daarmee zijn neutraliteit schonden, hielden de Britten vast aan hun garantie en verklaarden het Duitse Keizerrijk de oorlog. De Britse ambassadeur had de Duitse kanselier meegedeeld dat het VK Duitsland de oorlog zou verklaren bij een schending van de neutraliteit van België. De kanselier riep in reactie dat hij niet kon geloven dat Engeland de oorlog zou verklaren vanwege ‘un chiffon de papier’ (‘a scrap of paper‘, een vod papier).**)
Inderdaad, andere argumenten waren doorslaggevend: zo wilden de Britten niet dat de Duitse marine de Belgische zeehavens in bezit zou krijgen.

 

Versierde Canadese meelzak, getransformeerd tot kussen door een dame in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

De tweede foto toonde een kussen met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Deze was ook versierd met een pentekening, nu met bloemen.[xiv] Mogelijk waren beide foto’s van een en hetzelfde kussen waarvan respectievelijk voor- en achterzijde waren gefotografeerd. Dezelfde omranding met koord en de twee kwasten op de hoeken duiden hierop.

Sheffield Independent, 16 januari 1915

Op 25 januari 1915 werd een veiling gehouden ten bate van het Belgian Refugees Fund tijdens het Bohemian Concert in het Royal Victoria Hotel. De versierde meelzak zou daar verkocht worden en de opbrengst kwam ten goede aan de Belgische vluchtelingen.

 

Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs
De Britse kranten gaven me voor de derde keer reden tot verbazing.
Ik bleef lezen in de Sheffield-kranten en zag een artikeltje over hulp van Canada voor de Belgische vluchtelingen in Engeland.

‘Canadese schenking voor de Belgen.
Het aandeel van Sheffield in de schenking van meel, aardappelen en kaas die Canada heeft gestuurd voor de Belgische vluchtelingen die zich in Engeland hebben gevestigd, wordt verdeeld over de verschillende gebieden en locaties waar de vluchtelingen verblijven, en zal vanuit deze verschillende centra worden verdeeld onder de individuele personen.’[xv]

Direct daarna kregen lege Canadese meelzakken wederom aandacht in krantenartikelen. De verwijzing is hier naar de zakken meel die donaties waren voor de bevolking van bezet België. Net als in Engeland, worden de zakken daar verkocht als souvenirs.

Canadese Souvenir Zakken. Manchester Evening News, 25 januari 1915

‘De zakken met meel die Canada als geschenk aan de Belgen heeft gestuurd, trekken veel aandacht, De zakken worden, net als die van de schenking van de Dominion aan Engeland, verkocht als souvenirs. De kleuren die op de zakken worden gebruikt, zijn die van België – rood, geel en zwart – en de woorden van de bedrukking zijn ‘Voor het Belgische volk, God zegene hen. Canada’s geschenk’. In de komende jaren zal hier niet gemakkelijk afstand van worden gedaan.’[xvi]

Meelzakken uit Canada versierd in Groot-Brittannië
Nauwelijks bekomen van mijn verbazing trek ik een opmerkelijke conclusie uit al deze krantenberichten:
Canadese meelzakken in de vaardige handen van liefhebbers in Groot-Brittannië hebben model gestaan voor de verkoop van lege meelzakken en het versieren van de zakken in België. Via de liefdadigheid en het werk voor Belgische vluchtelingen in Engeland zijn de ideeën het Kanaal over gewaaid, in tijd bezien nog vóórdat enige voedselhulp het bezette België had bereikt.


Aanvulling 3 juni 2023
Alweer een verrassing op 3 juni 2022 tijdens mijn Amerikaanse Zakkenreis. In de C.R.B. archieven van de Hoover Institution Library and Archives vind ik het bewijs dat het C.R.B. hoofdkantoor in Londen 20.000 ton meel heeft gekocht van de Britten begin december 1914. Jazeker, dat was het Canadese meel dat door de Britten voorlopig toch niet gebruikt zou worden…
Je leest het in het blog Meelzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’.


Canadese Bloemzakken/Sacs Canadiens

Canadese bloemzakken, <<sacs canadiens>>, 1914-1916. Fotocollage Annelien van Kempen, 2025

Inhoudsopgave blogs Canadese meelzakken
Meer blogs over de Canadese meelzakken:
Canadese meelzakken en de gigantisch opgeblazen ‘Hulde aan Amerika’

Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Kenora, Canada

Canadese bloemzakken met Belgische dank aan het ‘Moederland’

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift


Dank aan:
– de Lizerne Trench Art Facebook-groep, in het bijzonder Jan Derynck, Ivan Ryckx en Maarten Bondam, voor hun informatie en meedenken over de symboliek van de tekening op de Sheffield-meelzak ‘Flour Canada’s Gift, Bulldog op ‘Scrap of Paper” (januari 2023)

– Joanna Dermenjian voor artikelen in Canadese kranten, ook vond zij bloemzakken in Canadese collecties. Joanna doet onderzoek naar de geschiedenis van Canadese quilts in de Tweede Wereldoorlog:  Canadian Quilt History, Canada’s Wartime Quilts – 1939-1945. Haar website: Suture and Selvedge

Brice Prince voor toezending van zijn artikel: Prince, Brice, Le Canada et la solidarité internationale à la Belgique (1914-1921). L’Œuvre de Secours pour les Victimes de la Guerre en Belgique. In: Revue Belge d’Histoire Contemporaine, LIV, 2024, 1-4.

– Roland Sawatzky, conservator geschiedenis van Museum of Manitoba, Winnipeg, voor toezending van de foto van de geborduurde ‘Manitoba’s War Gift’-bloemzak.


Voetnoten:
*) Christophe  Martens in HLN: ‘Het in Flanders Fields Museum kreeg dit jaar alweer een paar mooie schenkingen binnen, zoals een meelzak en een mooie obushuls, 31 januari 2020

**) zie ook Sophie de Schaepdrijver in De Groote Oorlog. Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, 1997, hoofdstuk V, (p. 143)

[i] The Scotsman, 10 augustus 1914, South Wales Gazette, 14 augustus 1914

[ii] Newcastle Journal, 9 september 1914

[iii] Yorkshire Post and Leeds Intelligencer, 9 september 1914

[iv] Millom Gazette, 11 september 1914

[v] The Cornish Telegraph, 3 september 1914

[vi] Western Chronicle, 11 september 1914

[vii] Sheffield Evening Telegraph, 6 oktober 1914

[viii] The Courier, 28 augustus 1914

[ix] Sheffield Evening Telegraph, 24 september 1914

[x] Evening Despatch, 31 oktober 1914.
Het artikel is gepubliceerd in diverse kranten. Op 7 januari 1915 is het verschenen in de Canadese krant The Standard,
St. Catharines, Ontario: ‘Canada’s Gift Sacks. How the People of Britain are Buying and Using Them.’ Overgenomen uit the Courier, van Inverness, Schotland (dank aan Joanna Dermenjian).

[xi] Whitby Gazette, 18 december 1914

[xii] Chester Chronicle, 26 december 1914

[xiii] Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

[xiv] The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

[xv] Sheffield Daily Telegraph, 11 januari 1915)

[xvi] Todmorden Advertiser and Hebden Bridge Newsletter, 15 januari 1915

Fröbelen met een Bergen’s tweeluik

In Bergen (Mons) heeft het Mons Memorial Museum (MMM) een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator, Corentin Rousman, zond me de foto van een bijzonder tweeluik van een versierde meelzak in het depot van het museum.

Tweeluik van versierde meelzak: ‘Portland, The Jobes Milling Co., St. Johns, Oregon’ (‘recto’) en ‘Coeur d’Alene, Shoshone County, Idaho’ (‘verso’) in het Mons Memorial Museum. Collectie MMM

De oorspronkelijke meelzak*) is op de naden losgetornd en opengevouwen, zodat het bewerkt kon worden tot een tweeluik:
Links:  ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co., St. Johns, Portland, Oregon’ (‘recto’)
Rechts: ‘Belgium Relief donated by Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County, Idaho, U.S.A.’. (‘verso’)

Het tweeluik was aan restauratie toe en volgens informatie van het museum (najaar 2019) zou het hersteld worden in het restauratie-atelier van TAMAT in Doornik (Tournai).

Zicht op St. Johns over de Willamette River. The Jobes Milling Co. is het lichte gebouw linksvoor aan de rivier. Foto: website Pdx.History.com

Het linkerpaneel van het Bergen’s tweeluik: ‘Portland’, The Jobes Milling Co.

Tweeluik, linker paneel. Versierde meelzak ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co.,/Coeur d’ Alene, Shoshoune County; geborduurd. Coll. MMM

Op de meelzak uit St. Johns, een plaats gelegen naast de havenstad Portland in de staat Oregon staat een krachtig beeldmerk van een stoomschip omringd met geknoopt scheepstouw. De bedrukking is nauwkeurig overgeborduurd. In het borduurwerk is het patriottisch element, de kleurencombinatie rood, geel, zwart.

Graanschepen van alle delen van de wereld in de haven van Portland, rond 1910. Foto: City of Portland Archives Image 002.2042 uit rapport George Kramer, p.15

Portland stond bekend als een belangrijke haven in het westen van de VS, waaruit graan werd vervoerd naar bestemmingen over de hele wereld. Het Panamakanaal, dat in augustus 1914 was geopend, bekortte de afstand naar Europa met 8000 zeemijlen. De historie van de betekenis van graan voor deze havenstad staat beschreven in het rapport ‘Grain, Flour and Ships. The Wheat Trade in Portland, Oregon’ van George Kramer, april 2019.

De maalderij ‘The Jobes Milling Co.’ in St.Johns, Portland, Ore. Foto: website Pdx.History.com

The Jobes Milling Co. was in 1904 door William Van Zant Jobes opgericht, hij overleed in 1907, waarna twee zoons het bedrijf voortzetten. In de periode 1914-1918 was Allan R. Jobes de eigenaar, hij zal hebben bijgedragen aan de voedselhulp voor België. In 1930 is het gebouw van de maalderij gesloopt.

Jersey Street in St. Johns, begin 1900. Foto: website Pdx.History.com

Het rechterpaneel van het Bergen’s tweeluik: Coeur d’Alene Mining District, Shoshone County

Tweeluik paneel rechts. Versierde meelzak ‘PORTLAND, The Jobes Milling Co.,/Coeur d’ Alene, Shoshoune County’; geborduurd. Coll. MMM

Shoshone County, gevestigd in de plaats Wallace, was het bestuursorgaan van het mijndistrict ‘Coeur d’ Alene’, in de staat Idaho. Het gebied kende begin 1880 een bescheiden start als gouddistrict. Het duurde echter niet lang of het enorme potentieel van zilvermijnen werd ontdekt en het district ontwikkelde zich snel tot ‘Silver Valley’.

Mijnwerkers van de zilvermijn in Kellogg, Shoshone County, Idaho. Foto: Idaho Mines, website miningartifacts.org

In 1914 zal een geldinzameling hebben plaatsgevonden voor Belgian Relief, met welk geld in Portland bij St. Job’s Milling Co. meel is gekocht, die het heeft verpakt in zakken met een extra bedrukking, waarna de lading naar België is verscheept.

Gekroonde Belgische leeuw in kruissteken geborduurd op de meelzak ‘Coeur d’Alene Mining District’. Collectie MMM

De gekroonde Belgische leeuw
Op de zijde ‘Coeur d’Alene’ is de print van de letters met sierborduurwerk benadrukt. De borduurster heeft twee eigen ontwerpen toegevoegd: het jaartal 1917 in kader met lint versierd én de patriottische toevoeging van de Belgische leeuw.

De Belgische leeuw draagt een goudgele kroon, het geheel is in kruissteek uitgevoerd. Dat is opmerkelijk en verwijst naar een jonge borduurster die op school het borduurwerk zal hebben gemaakt.

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Thanks Anderlecht Brussel’. Coll. HHPLM

Gelijksoortige gekroonde Belgische leeuwen in kruissteken komen namelijk voor op geborduurde meelzakken in andere collecties met verwijzing naar borduursters en scholen.

Marcus Eckhardt, conservator van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, maakte me hierop attent.
Drie fraaie voorbeelden van geborduurde meelzakken in hun collectie zijn:

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd: ‘Hommage et remerciements d’ Anderlecht 14-15′. Coll. HHPLM. Foto: A. Bollaert

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Thanks Anderlecht Brussel’;

‘American Commission’ met het borduurwerk ‘Hommage et remerciements d’Anderlecht’ met een wapenschild voorzien van de jaartallen 14-15, geflankeerd door twee Belgische leeuwen[1];

Versierde meelzak ‘American Commission’, geborduurd met Belgisch wapen. Signering S. Dufour. Coll. HHPLM

‘American Commission’ met het borduurwerk van het wapen van België, zwart met gele, gekroonde, Belgische leeuw, gesigneerd S. Dufour, Ecole moyenne de St. Gilles, Bruxelles.

 

 

Fröbelen
In een particuliere collectie in België bevindt zich het kartonnen borduurboek van ‘Maria Louis’, zij volgde onderwijs op de Ecole Normale de la Ville de Liège in de ‘Cours normal Fröbel 2e année pour le diplôme d’institutrice gardienne’.

Borduurwerk op karton in het album van Maria Louis, ‘Cours normal Fröbel’, tweede jaar, lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920

Een van de oefeningen in het boek was klaarblijkelijk een in kruissteken geborduurde, Belgische leeuw. Dank aan Frieda Sorber, oud-conservator van MoMu Antwerpen, die me de foto toestuurde. Zij zag dit leerzame borduurwerk op karton in een album, gemaakt in de lerarenopleiding voor kleuteronderwijs in Luik, 1920.

‘Cours normal Fröbel’ was een benaming die om nader onderzoek vroeg. Ik kende het begrip  ‘fröbelen’ of ‘froebelen’ tot op heden alleen als werkwoord in de betekenis van ‘vrijblijvend bezig zijn, zich met onnozelheden bezighouden‘. Mijn interesse en werken aan ‘zakken’ heb ik, zeker in de begintijd, beschouwd als passie in ‘fröbelen’, in deze wat besmuikte betekenis.

Friedrich Fröbel. Foto: website Friedrich-Froebel-Museum

Maar ziehier wat het Luikse borduurwerk in het boek van karton mij leert: Friedrich Fröbel (1782-1853) was een Duits pedagoog van de Romantiek, beroemd geworden als kleuterpedagoog, theoreticus achter het spelend leren. [2] Ouders en opvoedkundigen waren buitengewoon enthousiast over het vlechten, vouwen, boetseren, knippen, zingen en weven. In 1925 telde de stad Amsterdam bijvoorbeeld al vijftien Fröbelinrichtingen!

Spelend leren. Fröbelen met een Bergen’s tweeluik. Ook dit blog kwam wederom tot stand in de geest van Friedrich Fröbel!

 

*) Een identieke, onbewerkte meelzak bevindt zich in de collectie van Musée de la Vie wallonne, Luik

[1] De versierde meelzakken uit Anderlecht, Brussel, zijn afkomstig van de ‘Ecole Libre des Sœurs de Notre Dame Anderlecht’, een instituut dat nog altijd onderwijs verzorgt.

[2] Volgens Bakker, Noordman e.a., ‘Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Idee en praktijk 1500-2000’. Assen, Van Gorcum, 2010.
Zie ook ‘Fröbelen’, betekenis en definitie door Ewoud Sanders, taalhistoricus en journalist.
Het Friedrich-Fröbel-Museum is gevestigd in Bad Blankenburg, Duitsland.

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

Belgische borduursters in Bergen

Mijn zoektocht naar één specifiek beeld: vrouwen die daadwerkelijk meelzakken borduren is geslaagd! Dit is de foto: twee Belgische borduursters met borduurnaald en de meelzak waar ze aan werkten, in handen.

Versierde meelzakken in WOI: Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

De dames poseerden voor de fotograaf met op de achtergrond een serie origineel bedrukte, onbewerkte meelzakken, waarschijnlijk in 1915. De locatie was Bergen (Mons), de hoofdstad van de provincie Henegouwen (Hainaut). De vrouwen zetten zich in voor het liefdadigheidswerk van de krijgsgevangenen, de ‘Mallette du Prisonnier’.

Maandagmiddag 4 mei 2020 belandde de lang gezochte foto in mijn mailbox, spontaan toegestuurd door Rob Troubleyn. Wat een cadeau! Rob Troubleyn is deskundige van het Belgische Leger tijdens WOI bij het Kenniscentrum IFFM in Ieper. Rob is een van de sterkhouders van het dossier ‘100 jaar Eerste Wereldoorlog’ van VRT NWS, de nieuwsdienst van de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie. Tijdens mijn zakkenonderzoek in het Kenniscentrum, juni 2019, hadden we kennis gemaakt en contactgegevens uitgewisseld. Dat leverde dus deze grote verrassing op.

Dit boek bevat de foto op p. 109

De foto staat afgedrukt in het boek: ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 1914-1918’ van Mélanie Bost & Alain Colignon (CEGESOMA), verschenen in de serie ‘Ville en Guerre’ bij Renaissance du Livre in 2016.
De foto zelf bevindt zich in het archief van Musée de la Vie Wallonne in Luik en zat dus niet verstopt in een stoffig archief, of weggeborgen in een doos op zolder!

‘Mallette du Prisonnier’
In Bergen werd de hulp aan krijgsgevangen georganiseerd door het ‘Comité de la Mallette du Soldat Belge Prisonnier en Allemagne’, afgekort <mallette du prisonnier> (letterlijk vertaald de ’koffer van de gevangene’). Meerdere krantenberichten verwezen hiernaar in najaar 1915.

De sfeer van een kaatswedstrijd in Charleroi. Foto: Catawiki, kavel ansichtkaarten 1900-1940

Er werden onder meer sportwedstrijden georganiseerd, zoals voetbal, wielrennen, atletiek en kaatsen (‘jeu de balle’), waarvan de opbrengsten voor dit goede doel waren.[1]

Het verkopen van onbewerkte én versierde meelzakken zal ook deel hebben uitgemaakt van de geldinzameling blijkt uit de foto.

De foto met bijschrift op p. 109 in het boek ‘La Wallonie dans la Grande Guerre 14-18’

Het bijschrift bij de foto luidt: ‘Jeunes femmes au service de l’œuvre <La mallette du prisonnier> composant des caisses de vivres à destination des prisonniers de guerre, Mons, 1915. La <mallette du prisonnier> est une émanation de l’Agence belge de renseignement.’
(Jonge vrouwen in dienst van het werk <de koffer van de gevangene> stellen kratten met voedsel samen, bestemd voor krijgsgevangenen, Bergen, 1915. De ‘koffer van de gevangene’ maakt onderdeel uit van het Belgische ‘Agentschap voor Inlichtingen’).

Stempel ‘Secours aux Prisonniers’, Mons, op de bloemzak ‘IDEAL’, 1915. Coll. en foto: MMM

Het ‘Werk van de krijgsgevangenen’ was in geheel België lokaal georganiseerd. Het had als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgde zendingen van kleding en levensmiddelen. De organisatie bestond uit een groep toegewijde (jonge) dames en heren die bijeenkwamen om pakketten samen te stellen en te versturen. Duizenden pakketten kleding en levensmiddelen werden jaarlijks naar Duitsland verzonden. Elke plaats zorgde voor de gevangenen afkomstig uit de eigen gemeenschap. (Zie ook mijn blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan krijgsgevangenen’)

Borduurwerk

Belgische borduursters in Bergen. Foto: coll. Musée de la Vie wallonne

Het bijschrift van de foto laat in het midden wat er daadwerkelijk op de foto te zien is, namelijk vier jonge vrouwen, waarvan twee met meelzak-borduurwerk in de hand in een decor, behangen met lege, onbewerkte meelzakken. Op tafel staat een doos, ‘de koffer’, die de staande vrouw aan het vullen is. De zittende vrouw, rechts, heeft een boek in de hand, waarschijnlijk het opschrijfboek waar bestellingen in waren genoteerd. De weldoeners konden hun pakketten kopen of doneren bij de ‘Caisse de Vivres’ met een gewicht van twee kilo voor drie francs en vijf kilo voor zes francs, staat op het plakkaat van de ‘Mallette du Prisonnier’.
Vier kleine vlaggen, waarvan ik de Belgische en Amerikaanse herken, bevestigen de patriottische achtergrond van de activiteit.

Fotocollage van meelzakken identiek aan die op de foto van ‘Belgische borduursters in Bergen’

De bedrukkingen van de meelzakken zijn zeer herkenbaar. Versierde meelzakken met deze prints zijn te vinden in publieke en particuliere collecties, zowel in België als in de VS. [2]
De dame links op de stoel heeft als rugleuning een meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, een zeer populaire meelzak voor verzamelaars, toen in 1915 en nu in 2020. Van de tafel af hangt de meelzak ‘Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada, Hard Wheat Flour British Columbia Patent 98 LBS’. Op de wand links hangen onder elkaar de meelzakken ‘CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon’ en ‘American Consul The Rockefeller Foundation Belgium Relief War Relief Donation FLOUR 49 LBS net’. In het midden boven de tafel hangt de meelzak ‘Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana USA through The Louisville Herald’. Rechts daarvan ontwaar ik de meelzak ‘Contributed by the People of Indiana USA’, bijeengebracht door de krant Indianapolis Star voor het Belgian Relief Fund. Op de wand rechtsboven hangt een meelzak ‘Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië’. Daaronder bevindt zich de meelzak ‘Donated by Belgian Food Relief Committee, Chicago, U.S.A.‘ Als laatste zie ik achter de staande jonge vrouw een meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’ bijeengebracht door de ‘Chicago Evening Post’.

De meelzakken in de handen van de twee borduursters zijn voor mij op dit moment niet herkenbaar.

Tentoonstelling ‘Sacs américains brodés’: versierde meelzakken
In begin januari 1916 waren geborduurde meelzakken tentoongesteld in Bergen in een winkeletalage.

Le Quotidien, 8 januari 1916

‘In Bergen. De ‘tentoonstelling van de gevangene’. – Sinds enkele dagen kunnen we in de etalages van Mali in de Stoepstraat in Bergen, een glanzend decor bewonderen van fijn houtwerk en scharlaken stoffen, waarin kunstwerken zijn gepresenteerd, schilderijen, aquarellen, fotografie, pyrografie, tin, messing en reliëf leer, geborduurde meelzakken, diverse soorten kant, borduurwerk, enz. Dit alles bij elkaar is de ‘Tentoonstelling van de Bergense gevangene’; iedereen heeft aan de samenstelling meegewerkt. Mannen en vrouwen, kinderen en oude mensen, rijken en armen, allemaal blijken ze kunstenaars te zijn!’ [3]

Geborduurde meelzakken The Gwinn Milling Company Columbus Ohio, 1916 en Mohns-Frese Milling Co., San Francisco, Ca. Coll. Mons Memorial Museum; foto: D. Dendooven

Mons Memorial Museum
In Bergen heeft het Mons Memorial Museum een collectie van negen versierde WWI-meelzakken. De conservator van het museum, Corentin Rousman, stuurde me eerder een overzichtsfoto toe van de permanente tentoonstelling in het museum waarin enkele WOI-meelzakken zijn opgenomen.

Vaste opstelling in Mons Memorial Museum. Rechts op de wand enkele versierde meelzakken in WOI. Collectie Mons Memorial Museum

Nu ik nog eens goed naar deze foto kijk, ontwaar ik tot mijn vreugde twee meelzakken die hetzelfde zijn als op de foto van de bordurende vrouwen: ‘Sperry Mills’ en ‘Rockefeller Foundation’!
Toeval of niet, de versierde meelzakken in WOI blijven me fascineren!


AANVULLING 12 DECEMBER 2024

County of Grey, Ontario, Canada, in de Grote Oorlog
De jonge mannen van de Canadese county County of Grey in Ontario vertrokken naar het Europese front in het najaar van 1914.

De County of Grey stuurde hun jonge mannen naar het oorlogsfront in Europa. Owen Sound Sun (Owen Sound, Ontario, Canada), 10 november 1914

De inwoners van de County of Grey schonken in november, december 1914 bloem voor de Belgische bevolking.
The County of Grey is giving 2,000 bags of flour to the Belgian Relief. This follows a gift of 35 cars of oats and potatoes from the farmers of the county about a month ago.’ (The Toronto Star (Toronto, Ontario, Canada), 27 november 1914).

Bloemzak ‘IDEAL’, Georgian Bay Milling & Power Co, Meaford, Canada, geborduurd, 1915. Geschenk van de County of Grey. Coll. en foto: Mons Memorial Museum, Bergen, België

Door een geborduurde meelzak is ruim honderd jaar later een relatie gelegd tussen de inwoners van de County of Grey en de inwoners van Bergen. De Vrienden van het Mons Memorial Museum in de stad Bergen hebben een versierde bloemzak van de maalderij Georgean Bay Milling & Power in Meaford geschonken aan het museum. De zak kwam gevuld met meel naar bezet België eind 1914 en droeg de tekst: ‘Made in Canada, Gift of Flour to the Belgians from County of Grey, Ontario, Canada‘. Een Belgische jonge vrouw heeft de letters met rood garen omrand en sterretjes in alle letters geborduurd. Het logo van de maalderij werd ook over geborduurd.


 

Dank aan:
Rob Troubleyn voor het toesturen van de foto’s van de borduursters;
Dominiek Dendooven stuurde mij enkele foto’s van de meelzakken in de collectie van Mons Memorial Museum;
Corentin Rousman stuurde de foto van de aanvulling van de museum-collectie in 2024.

Voetnoten:
[1] Le Bruxellois: 13 augustus en 6 december 1915; La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie: 9 en 16 september, 14 en 20 oktober, 5 november, 5 december 1915, 25 januari 1916

[2] De fotocollage bevat acht meelzakken uit de volgende collecties:
CASCADIA Portland Roller Mills, Portland, Oregon: St. Edward’s University, Austin, Tx
– Chicago’s Flour Gift, Chicago Evening Post, Illinois: Coll. Frankie van Rossem
– Hanford Roller Mills, H. G. Lacey Company, Hanford, Californië: HHPLM
– American Consul The Rockefeller Foundation: KMKG
– Contributed by the People of Kentucky and Southern Indiana: HHPLM
– Sperry Mills American Indian, Californië: IFFM
– Aux Héroiques Belges de la part de leurs Amis Vancouver Canada: KMKG
– Contributed by the People of Indiana: WHI

[3] Le Quotidien, 8 januari 1916

Madame Vandervelde Fund 3: Naar huis op de Lusitania

De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 3 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 2)

Versierde meelzak ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund’, 1914-1915-1916. Het borduurwerk doet officieel aan en is in drie delen; links Amerikaans schild met arend; rechts het wapen van België; midden het klein wapen van Belgisch Congo. In de vier hoeken graanhalmen en korenbloemen. Omrand met machinaal kant. Borduurster was Mlle. Honorma Lambert, Lillois (Nijvel). Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum nr. 62.4.446. Foto: E. McMillan

De versierde meelzakken komen op verrassende wijze aan bod in de biografie ‘Monarchs and Millionaires’ van Lalla Vandervelde.[1]
Ze reflecteert op haar relatie met Amerikaanse mannen tijdens haar verblijf, wat leidt naar de zakken met meel die ze naar België stuurde en haar naam op deze zakken. Ze verkeerde daarover in angst, omdat de Duitsers niet accepteerden dat er namen van afzenders op de hulpgoederen zouden staan. Het kwam goed en later zag Lalla versierde meelzakken terug: ze waren haar gestuurd door schoolmeisjes, die de gestempelde letters van haar naam ‘Madame Vandervelde’ op de zakken hadden overgeborduurd.

In enkele alinea’s vatte Lalla het in haar boek samen: “Men did not try to make love to me. I suppose they realized that being in mourning, very much upset about what was going on in Europe, and very hard worked with speaking all over the country, any advances would have been discountenanced immediately. But some of them were distinctly sentimental. One, who was also very energetic and helpful, wrote me almost passionate letters about my work. He compared me to Joan of Arc and Diana of Ephesus: a curious mixture. Knowing that my chief interest in peace time had lain in questions pertaining to art, he used to send me long disquisitions on Berenson’s latest book, at the same time quoting prices, in the most business-like way, of commodities that I might buy and send to Europe.’

Marthe Robinet, Ecole Moyenne St.Gilles, Brussel, borduurde deze meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan

Over de keuze van katoenen meelzakken:It was this kind and generous friend who helped me to send off the first lot of bags filled with flour to Belgium, the country that needed bread most at the time. It was his idea to choose linen of which the bags were made in such fine quality that when washed and bleached it could be used for men’s shirts or for little frocks or overalls for children.’

Over het stempelen van de naam Madame Vandervelde op de meelzakken: ‘My name was stamped on each one of the sacks, and I remember my anguish when, shortly after they had been shipped, the news came that the Germans would not allow any object marked with a name to enter a country they were occupying. I spent a sleepless night wondering what would happen to the flour that was wanted so badly. Much to my relief, the German Embassy in Washington, to whom my kind friend had wired, answered that permission would be given for the sacks to be landed.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en open naaiwerk. Collectie Hoover Institution Archives. Image taken by HILA Staff. Foto: E. McMillan

Over de geborduurde meelzakken die ze later terug ziet: ‘Later I had the great joy to see some of them again. They were sent to me by school children who had embroidered the letters of my name on them surrounded by pretty designs of their own making.’

In tegenstelling tot de indruk die ontstaat uit deze alinea’s over de bijdragen aan voedselhulp, zou Madame Vandervelde zelf het geld dat ze inzamelde vooral hebben willen bestemmen voor de echte helden: de Belgische soldaten, die in de loopgraven vochten op het kleine stukje Belgische grond dat nog door hen werd bezet. Echter, dit was onmogelijk. Door de neutraliteit van Amerika was alleen inzameling van geld voor hulp aan de burgerbevolking van de oorlogslanden toegestaan. Toch slaagde ze erin, in privé-gesprekken, enkele donaties te verwerven voor de hulp aan militairen. Daarvan kocht en verzond zij de volgende goederen naar de soldaten: 10.284 paar sokken, 2.160 sets ondergoed en 400 dekens.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Ondanks het succes van haar missie ervoer Lalla haar verblijf van zes maanden in de VS als een grote belasting van haar zenuwen. Ze wist niet hoe het was om zo lang ongelukkig te zijn, geen moment kon ze de afschuwelijke oorlog vergeten, ze was moe en gedeprimeerd. ‘The mere fact of being so very far away from my own people, from my compatriots and friends, on another continent, in another world, where, however kindly received, the whole point of view, the whole outlook on life, was different, seemed more than I could bear sometimes. Almost every time I opened a European paper I saw news of the death of a friend, and I used to leave my letters from Europe unopened for days, so terrified was I of finding bad news.

Bad news from home, continual speaking in public, equally important private engagements, when I tried to enlist the sympathies of influential individuals for the cause of the Allies, long railway journeys by night, at the end of which there were always crowds of reporters anxious to interview me before I even had a bath or breakfast; such conditions were not destined to improve an already uncertain nervous system.”

Op Yale College in New Haven sprak ze als eerste vrouw tot de studenten: “they attended my meeting en masse”. Ook bezocht ze Harvard. Daarna ging ze naar Canada waar ze in Ottawa sprak in het bijzijn van de Hertog en Hertogin van Connaught en prinses Patricia. Bij het afscheid drukte de Hertog haar een cheque van 600 dollar in handen.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Terug in New York in december 1914 probeerde ze haar zin voor kunst aan bod te laten komen, ze woonde enkele concerten bij en ging naar musea en galeries om schilderijen te bekijken. Tijdens haar bezoeken aan miljonairs kreeg ze meestal de gelegenheid de privé kunstcollecties van deze mensen te zien.

Amerikaanse lof
Half maart 1915 was Lalla Vandervelde in Carnegie Hall, New York, waar ze de laatste toespraak tijdens haar missie hield.
Mr. Choate, een van de voornaamste advocaten van de VS, sprak haar lovend toe. De toespraak staat integraal afgedrukt in haar boek.

De geïllustreerde zondageditie van The New York Times plaatste op 11 april 1915 deze foto van Lalla Vandervelde na haar vertrek uit Amerika naar Europa. Foto: ‘Photo by Mathilde Weil, from Paul Thompson’

“TO MADAME LALLA VANDERVELDE:
On the eve of your departure for your home in Belgium it seems fitting that there should be some expression, inadequate though it must be, of the great regard in which you are held by hosts of men and women in this country.
During the five months since you came to us, shortly after the outbreak of the War, you have presented all over the United States the dire need of your unhappy countrymen. More than any other person you have made us realize the urgency of this need, its appaling extent and its heartrending appeal. You have been inspired by an eloquence born of your noble mission and you have won the response which could not fail to come.
There are forms of patriotic service which demand courage of a higher order even than that of the soldier in battle, a courage which has not the spur of excitement or impulse, a courage in the face of suspense, of heart-sickness far from home, family and friends, of utter weariness of body and spirit. Such courage, dear lady, since first you came to these shores to this present moment, has been yours.
We honor you as a brave souled woman; we thank you for making so clear our privilege of such human helpfulness as we can give, and we bid you farewell with feelings of deepest sympathy and the most earnest hope that brighter days will soon return to the country you love so truly and serve so devotedly.
New York, March 17, 1915”

De Lusitania van de Britse Cunard Line. Foto: internet

Lusitania
Op 3 april 1915 vertrok ze naar Europa op het schip de ‘Lusitania’van de Britse Cunard Line. Het schip maakte in Lalla’s woorden ‘her last journey to Europe before the ever memorable one, de een na laatste reis voordat het getorpedeerd zou worden door een Duitse duikboot en zou vergaan. Ook deze reis van het passagiersschip was vol spanning voor de passagiers, er dreigde gevaar tijdens de overtocht.
De New York Evening World kopte: ‘Lusitania sails to-day with 838 pale passengers – Fear of German Submarines Makes All on Board Nervous – Some Cancel Passage. – Fast Trip is Planned- Liner’s Speed Expected to Protect Greatest Number to Sail Since War Began.’ De veiligheidsmaatregelen waren streng, alle passagiers werden nauwkeurig onderzocht en hun bagage gecontroleerd.

Manhattan, New York, 1914. Foto: online Flickr album van Wolfgang Wiggers

Op het laatste moment kwam een bode nog een pakket met $ 500 voor Madame Vandervelde aan boord brengen. Drie oorlogs-correspondenten, waaronder meneer E. Alexander Powell van de ‘New York World’, waren eveneens aan boord.[2] 
Lalla vermeldde dit allemaal niet in haar biografie. Wel vertelde ze over een luxeprobleem. Haar hut op het schip lag boordevol kado’s van Amerikaanse vrienden en sympathisanten, ze deelde ze zoveel mogelijk met personeel en medepassagiers. Het fruit bewaarde ze voor haar familie in Engeland.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk en applicaties. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan
The Sun, 3 oktober 1914

Terug in Europa
Lalla had zich in New York voorbereid op de mogelijke achterdocht van mensen in Europa over haar werk. Ze had de financiën en administratie van het Madame Vandervelde Fund, punctueel bijgehouden door haar secretaresse Miss Conklin, laten verifiëren door een vooraanstaand accountantskantoor. Ze kreeg na terugkeer in Engeland een journalist op bezoek die haar vroeg welke steden ze had bezocht op haar missie. De Amerikaanse plaatsnamen waren hem zo onbekend, dat zij deze voor hem moest spellen. Daarna vroeg hij hoeveel geld ze had ingezameld. Haar antwoord “ongeveer $300.000, gelijk aan 60.000 Engelse ponden of anderhalf miljoen francs” leidde tot zijn reactie “That is quite impossible for a woman”. Waarop de accountantsverklaring tevoorschijn kwam en ze hem dringend verzocht in zijn artikel de gedetailleerde verantwoording van de gelden te publiceren.

Belgische kranten hebben in april berichten opgenomen over de resultaten van de missie van Mevrouw Vandervelde:
Met het gedacht den Belgischen vluchtelingen ter hulp te komen, heeft Mevrouw Vandervelde, vrouw van de staatsminister, zich naar Amerika begeven om daar eene reeks voordrachten over België en over den Duitschen inval in ons land te geven. Deze voordrachten brachten een anderhalf millioen frank op.[3]

De Legerbode, 2 september 1915

Vijf maanden later verscheen nogmaals een artikel in De Legerbode[4], waaruit de bestemming bleek van de gelden die waren opgehaald in Amerika:
‘De moedige reizigster doorliep de Vereenigde Staten van den 18 September 1914 tot 2 April 1915. Zij slaagde er in de flinke som van 1.437.135 fr. 75 in te zamelen, welke werd besteed als volgt:
Voor terugkeer naar ’t vaderland                                    388.479 fr. 45;
Voor aankoop van levensmiddelen voor België:     995.426 fr. 30;
Voor het bijzonder fonds:                                                      53.230 frank.’
Mevrouw Vandervelde heeft haar apostolaat in Engeland voortgezet, waar hare schitterende voordrachten de som van 30.000 frank opbrachten. Ziedaar eene krachtdadige vrouw, en eene dappere propagandiste der edele gedachten, die de algemeene dankbaarheid verdient.’

Tomeloze inzet van Lalla Vandervelde voor haar België in Groot-Brittannië

Madame Vandervelde zal optreden in het Coliseum, Londen. The Manchester Courier, 2 oktober 1915

Na terugkeer in Groot-Brittannië in april 1915 zette Lalla Vandervelde zich tomeloos in voor haar Belgische medeburgers, zowel voor de vluchtelingen in de UK als voor het Belgische leger. Haar echtgenoot verbleef ook in Engeland, zij aan zij vroegen zij aandacht voor de goede zaak van België.

Verder onderzoek
In de afgelopen drie blogs heb ik een poging gewaagd een deel van het levensverhaal van Lalla Vandervelde-Speyer te vertellen. Ze was een markante, ja, legendarische vrouw. Zeker als ik haar rol voor de versierde meelzakken in WO I in beschouwing neem.
Toch is er weinig over haar geschreven. Waar ze is genoemd zijn soms blatante onjuistheden gedebiteerd. Nadat ze gescheiden was van Emile Vandervelde en weer in Engeland woonde, is ze ogenschijnlijk uit de publiciteit verdwenen.  Op 95-jarige leeftijd is zij overleden in Putney.
Twintig jaar lang waren Lalla Speyer en Emile Vandervelde partners met grote wederzijdse invloed op elkaars werk en leven. Ze speelden een rol op het wereldtoneel in de turbulente tijd van 1900-1920.
Verder onderzoek naar het leven van Lalla Vandervelde-Speyer wil ik van harte aanbevelen.


Aanvulling 1 oktober 2022: Lalla Vandervelde staat op Wikipedia
De kennis over Lalla Vandervelde en haar levensverhaal waaiert online uit. Vanaf 23 september 2022 heeft zij haar eigen (Engelse) bladzijde op Wikipedia.
Zoals bij haar hoort staan er onjuistheden in de tekst. Verder werken aan haar geschiedenis en méér publicaties zijn dus geboden! Ik zie uit naar het vervolg.

Portret van Lalla Vandervelde door Roger Fry, 1917; foto: wikipedia

Aanvulling 8 maart 2023:

Martine Vermandere: ‘Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman.’

Martine Vermandere, Madame Vandervelde. A very exceptional woman. Gent, Amsab-ISG, 2023

Ter gelegenheid van Internationale vrouwendag heeft Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis in Gent, het boek Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman’ uitgebracht, geschreven door Martine Vermandere, historicus en coördinator publiekswerking bij Amsab-ISG. Het boek is verschenen in Nederlands en Frans.

Dit is het eerste boek, verschenen in België, dat Lalla Vandervelde uit de vergetelheid rukt! Vermandere beschrijft het interessante leven van Lalla en haar grote invloed op de politieke en persoonlijke ontwikkeling van haar tweede echtgenoot, de socialistische politicus Emile Vandervelde.

Film ‘Lalla Vandervelde’ naar het boek van Martine Vermandere, Amsab-ISG, 2023

Martine Vermandere schreef op basis van haar boek ook het scenario van een korte film over het leven van Lalla Vandervelde. Te zien online op de website van Amsab-ISG: ‘Lalla Vandervelde’

 


Dank aan Evelyn McMillan, Stanford University. Zij stuurde mij foto’s van versierde meelzakken in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library Museum en de Hoover Institution Archives.

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

 

[1] Vandervelde, Lalla, Monarchs and Millionaires. London: Thornton Butterworth Limited, 1925

[2] New York Evening World, 3 april 1915

[3] De Legerbode, 24 april 1915; zie ook De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot, 28 april 1915

[4] De Legerbode, 2 september 1915

Madame Vandervelde Fund 2: Opbrengst 1,5 miljoen francs

De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (Camberwell, Engeland, 4 april 1870 – Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 2 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs Madame Vandervelde Fund 1 en Madame Vandervelde Fund 3)

In haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’, verschenen in 1925, gaf Lalla Vandervelde in vier hoofdstukken, totaal 60 bladzijden, haar persoonlijke indrukken over haar verblijf van zes maanden in Amerika. Ik geef een bloemlezing van verhalen uit het boek.[1]

Het stempel van het ‘Madame Vandervelde Fund’ op de onbewerkte meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY. (zie ook foto’s hieronder) Collectie KMKG/MRAH Tx 2630

In Antwerpen
In Antwerpen, op de vlucht voor het oprukkende Duitse leger, verbleef Lalla met haar man in Hotel St. Antoine en maakte voor het eerst in haar leven een luchtaanval van Duitse Zeppelins mee. Het geluid van vallende en ontploffende bommen vond ze angstaanjagend.

De volgende avond stond ze in de hal van het hotel en kwam in gesprek met meneer E. Alexander Powell, correspondent van de Amerikaanse krant de ‘New York World’, die tegen haar zei: “Why don’t you go over to the States and enlist the sympathy of American women and children for the poor Belgians?” De suggestie opende haar ogen voor wat zíj kon doen en ze ging onmiddellijk tot actie over om het te realiseren. Zonder instemming van de Belgische regering, of op z’n minst die van de premier Baron de Broqueville wilde ze het avontuur niet aangaan, zodat ze hem opzocht en haar plan voorlegde. Zijn reactie was negatief: “he liked the idea, but did not approve of a woman going alone on such a hazardous expedition, and so on and so forth”. Ontgoocheld verliet ze hem, maar ontmoette de privé-secretaris van Koning Albert en vertelde hem over haar plan.

De brief van de hofdame aan Madame Vandervelde namens Koningin Elizabeth. Uit: ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG

Deze beloofde het met de Koning te bespreken en enkele uren later berichtte hij dat Koning Albert volledig instemde met het plan: “He knew what influence women have in America, and sent 4.000 francs towards my travelling expenses.”
Koningin Elizabeth gaf op haar beurt een hofdame opdracht Madame Vandervelde een brief te sturen, waarin ze het project goedkeurde, haar veel succes wenste en aangaf dat ze de brief kon meenemen om voor te lezen in Amerika.

De eerste Belgische missies naar Noord-Amerika [1a]

Het Belgisch gezantschap: de heren De Sadeleer, Vandervelde, Henri Carton de Wiart en Hymans. The Sun, 12 september 1914

Het Belgisch gezantschap (de ‘Atrocity Commission’) benoemd door Koning Albert, waaronder echtgenoot Emile Vandervelde, vertrok op 3 september met de White Star Liner ‘Celtic’ en arriveerde op 12 september in New York. Dit heb ik gelezen in Amerikaanse kranten. Lalla heeft in haar biografie met geen woord meer geschreven over het gezantschap, zelfs niet over haar man.

Liverpool haven in 1914

Omdat Lalla niet mocht meereizen op hetzelfde schip –‘no women ever had, or could, in any circumstances, accompany a diplomatic mission’- was het niet eenvoudig direct plaats te krijgen op een volgend schip. Met hulp van de Britse oud-ambassadeur in Japan, Sir Claude MacDonald, slaagde ze erin op 8 september 1914 vanuit Liverpool naar New York te vertrekken op de White Liner ‘Cretic’.

Port of Liverpool Building, omstreeks 1914

De oorlog woedde inmiddels ruim 4 weken en België was voor driekwart in handen van de Duitsers. De tien dagen op zee zou er voor de passagiers geen ontvangst van nieuwsberichten zijn. Voor Lalla voelde dat onverdragelijk en ze kreeg een radiotelegrafist zo ver om haar toe te zeggen dat hij haar in het geheim zou informeren, mocht er nieuws te melden zijn. Op 14 september kreeg ze een seintje en hoorde dat de Duitsers een halt was toegeroepen in hun opmars in Frankrijk.

Ze bereidde aan boord haar missie voor: de sympathie oproepen van de Amerikanen door hen als ooggetuige te vertellen over de verschrikkingen, die hadden plaatsgevonden in België. Ze hoopte er de publieke opinie mee te beïnvloeden en beroep te doen op de bekende gulheid van Amerikanen om het lot van de Belgische vluchtelingen te verlichten. Op dat moment wist ze niet dat binnen drie maanden de catastrofe veel groter zou zijn en dat de vraag was hoe alle Belgen te voeden, die in bezet gebied verbleven, dit aantal groeide tot 7,5 miljoen mensen…

Lalla Vandervelde, titelblad van haar biografie ‘Monarchs and Millionaires’. Coll. IISG

Ze sprak met twee medereizigers, de heer Augustus Gardner, lid van het Amerikaanse Congres en de heer McEnerney, een hooggeleerde jurist uit San Francisco en nam hun waardevolle adviezen aan hoe ze haar propaganda zou moeten inkleden. Ze besefte dat ze haar verhaal in eenvoudige bewoordingen en zonder emotie zou moeten vertellen. Alleen dan kon ze rekenen op steun van de mensen in de VS, waar ook veel pro-Duitse sentimenten leefden. De avond voor aankomst in New York gaf de kapitein haar gelegenheid haar verhaal te doen aan boord van het schip. Ze haalde een eerste bedrag van 360 dollar op.

In New York
Bij aankomst van de ‘Cretic’ in New York op een zonnige, warme dag kleedde ze zich zonder verder na te denken over haar rol, in een kleurrijke zomerse outfit. Door de reactie van een medereizigster realiseerde ze zich dat haar kledingkeuze haar boodschap zou moeten ondersteunen, dus liet ze in New York haar garderobe zwart verven.
Eenmaal van boord zwermden verslaggevers en fotografen om haar heen, maar ze gaf geen interviews of kommentaar. Eerst wilde ze spreken met het Belgian Relief Committee*) om te weten wat ze wel en niet kon zeggen. De Belgische consul-generaal, de heer Mali, haalde haar op in de haven en bracht haar naar haar logeeradres. De volgende dag kreeg ze beschikking over een secretaresse, Miss Conklin, die haar zes maanden heeft bijgestaan.

The Evening World, New York, 18 september 1914

Op 18 september verscheen in de Evening World, de avondeditie van de New York World, de krant van correspondent Alexander Powell, een artikel met foto, onder de kop ‘Mme. Vandervelde brings note from Queen Elizabeth. Wife of Belgian Minister of State Here to Appeal to Americans. Woman envoy here to appeal for aid for destitute Belgians.

Manhattan, New York, 1910

Op reis in Amerika
Lalla Vandervelde ging het avontuur aan en in haar boek heeft ze op humoristische wijze verslag gedaan van haar bezoeken aan miljonairs en hoogwaardigheidsbekleders. Haar gastvrouwen en gastheren zijn meestal anoniem gebleven, ze stak de draak met hun verveling, hun gemis aan kennis over cultuur, hun gemis aan kennis over internationale politiek, hun afhankelijkheid van personeel. In het algemeen was ze “full of pity for this poor millionaire”. Ook ontmoette ze een jonge supermiljonair die haar geen geld kon geven. “the money he devoted to charities was managed and distributed by a committee of specialists in economics, in social hygiene or in some other form of benevolence. This struck me as being a logical, if unpleasant, way of distributing riches.”

Nog een anecdote: “I spoke on that day to a room full of very expensive looking people. The women …, wore the most outrageous clothes. But they were interested, in their own way in the War, and had made it the fashion to knit very brightly-coloured silk scarves to send to the British and French boys at the front. It was maddening to have to speak about the horrors of the War to the clicking of knitting needles…” Vervolgens kwam er een mopshond de kamer binnen, omdat die niet langer zonder zijn baasje kon, maar die piepte, blafte en rende rond, zodat ze haar verhaal moest staken tot de hond verwijderd was, samen met zijn bazin. Conclusie: “I did not get anything like the money I expected from that rich audience.”

Mensen met kleine inkomens, chauffeurs en bedienden in restaurants, kledingverzorgsters, deden hun uiterste best en brachten bedragen bij elkaar, die ze met enkele vriendelijke, bemoedigende woorden overhandigden.

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan

Lalla was goed te spreken over de Amerikaanse vrouwelijke en mannelijke journalisten en had een prima werkrelatie met hen. Een New Yorkse dinner party met 6 vrouwelijke journalisten noemde ze een van de meeste interessante ervaringen tijdens haar Amerikaanse verblijf. “They were eager, tired looking women. Most of them had been married young and badly treated by their husbands, whom they had divorced. This meant poverty, and not infrequently one or two children to bring up. They were very naturally proud at having made a success of life and told me details of the terrible struggles they had gone through. Most of them hated men with an extraordinary active and vital hatred. Only one of them said she was still in love with her husband, but as he was exploiting her, she felt she ought to leave him. She spoke as if she were ashamed of her love and reluctance to be free.

I had never met so many women in the same circumstances. They were not soured or embittered, but proud and happy, especially when they spoke about their children, who were mostly grown up and prepared, through their mothers’ struggles for the battle of life”.

Met Lalla’s interesse in de rol van de vrouw gaf ze haar beeld op de Amerikaanse samenleving eind 1914, begin 1915: “There is no stigma attached to certain kinds of work, as there was in Europe before the War, and a woman’s scope is infinitely wider than at home.”

Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915

Berichten in Belgische kranten
Na drie maanden berichtten enkele Belgische kranten over Madame Vandervelde’s missie. ‘En Amérique – Le mouvement charitable en faveur de la Belgique qui souffre prend journellement de l’ampleur. C’est ainsi que Mme. Lalla Vandervelde, retour à New York d’un voyage de trois mois aux Etats Unis en a rapporté des dons en nature et en espèces pour une somme de 213.000 dollars. Elle continue son voyage fructueux’.[2]

Maalderij Thornton & Chester, Buffalo, NY

Een ander artikel bevatte het nieuws van een grote donatie van zakken meel uit Buffalo, met de opmerking dat de zakken bedoeld zijn voor hergebruik: ‘Madame Vandervelde, de vrouw van de Minister van Staat, is al meer dan drie maanden in de Verenigde Staten. Ze gaf en geeft daar over België en de gruwelen, waarvan het land slachtoffer is geworden, een reeks lezingen die overweldigend succes hebben en waarin België en de Belgen alle lof krijgen toegezwaaid. … Na deze bijeenkomsten stromen de donaties voor families van Belgische slachtoffers binnen. Madame Vandervelde heeft op dit moment al bijna 1.400.000 francs ingezameld!

Onbewerkte meelzak ‘Gold Dust van Thornton & Chester, Buffalo, NY. De achterzijde van de meelzak is bedrukt met ‘Madame Vandervelde Fund’. (zie foto hierboven) Coll. KMKG/MRAH Tx 2630

In Buffalo hebben industriëlen haar een schip geladen met 10.000 zakken meel geschonken – zakken gemaakt van fijn doek en van fijne stof, zodat deze vervolgens gebruikt kunnen worden en getransformeerd tot kleding en handdoeken voor de Belgen.
Afgelopen week was Madame Vandervelde in Boston waar haar lezingen door 5000 mensen zijn bijgewoond.’[3]

Madame Vandervelde Fund
Het fonds is mij bekend dankzij de versierde meelzakken van WO I in museumcollecties in België en de VS. Ik vroeg me daarom af: hoe groot was de organisatie, wie vormde het bestuur?

Versierde meelzak ‘Gold Dust’, Thornton & Chester, Buffalo, NY, geborduurd. De achterzijde van deze meelzak is misschien voorzien van het stempel van het Madame Vandervelde Fund. De meelzak is tentoongesteld in de vaste opstelling van het Koninklijk Legermuseum, Brussel. Coll. War Heritage Institute

Blijkens de biografie van Lalla Vandervelde stichtte zij het Madame Vandervelde Fund om de grote bedragen aan ingezamelde dollars in onder te brengen. De structuur van het fonds was echter zeer eenvoudig van opzet: het bestond uit de twee vrouws-organisatie van Madame zelf en haar secretaresse Miss Conklin! Lalla Vandervelde: “I have always been proud to think that we two women, without any committee to back us, organized my campaign, which produced in material things alone 300,000 dollars or, what was at that time, a million and a half francs.”

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, borduurwerk, kant. Gold Dust, Thornton&Chester, Buffalo, NY. Part. coll. in België; Uit: Ucclensia, Uccle ’14-’18, foto: L. Schrobiltgen

Wordt vervolgd.
Lees hier mijn blog Madame Vandervelde Fund 3

 

*) The Belgian Relief Committee: Jeffrey B. Miller noemde Madame Vandervelde in relatie tot het Belgian Relief Committee in zijn eerste boek ‘Behind the Lines‘, Millbrown Press, 2014, op p. 226 en 227:

‘The Belgian Relief Committee had been founded in the late summer by a “few modest Belgians and their sympathizers,” according to one magazine article. At its head was Rev. J. F. Stillemans, a Catholic priest of Belgian birth …
Stillemans got involved in trying to
help the Belgian refugees and became the president of the Belgian Relief Committee. The chairman of the executive committee, and the real power behind the group, was Robert W. de Forest, the vice president of the American Red Cross. During a vacation in Europe that was interrupted by the start of the war, he had seen the Belgian devastation. When he returned home he started the group outside the confines of the Red Cross.  The Belgian members of de Forest’s organization included the Belgian consul in New York, the Belgian minister to the United States, and a well-to-do patron, Madame Vandervelde. …
She had become a darling of New York City, and the country, when she announced she would not go home until she had collected $1 million to aid her country.’

 

‘Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.’

Mijn dank gaat uit naar Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I  van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen twee onbewerkte meelzakken van het Madame Vandervelde Fund, te bestuderen op 21 februari 2020.

[1] Vandervelde, Lalla, Monarchs and Millionaires. London: Thornton Butterworth Limited, 1925

[1a] Amara, M., La propaganda belge et l’image de la Belgique aux États-Unis pendant la Première Guerre mondiale. Revue belge d’histoire contemporaine, XXX 2000, 1-2, p. 173-226. (p. 184)

[2] L’écho belge- journal quotidien du matin paraissant à Amsterdam, 16 december 1914

[3] Le XXsiecle: journal d’union et d’action catholique, 16 januari 1915; eigen vertaling uit het Frans

Madame Vandervelde Fund 1: ‘Appeal to American Women’

De versierde meelzakken in WO I van het Madame Vandervelde Fund springen er voor mij uit. Het maakt me blij te weten dat er een vrouw is geweest die met overtuiging de bevolking van België te hulp is gekomen. Die vrouw is Lalla Vandervelde-Speyer (ºCamberwell, Engeland, 4 april 1870 – †Putney, Engeland, 8 november 1965). Zij is een van de zeer vele vrouwen die vastberaden werkten aan haar doel: zorg voor hulpbehoevende Belgische landgenoten. Ook haar versierde meelzakken vertellen het verhaal van liefdadigheid, dankbaarheid en voedselhulp.
Dit is deel 1 van een serie van drie blogs.
(Lees hier mijn blogs: Madame Vandervelde Fund 2 en Madame Vandervelde Fund 3)

Lalla Vandervelde-Speyer, portret in ‘The Spell of Belgium’ van Isabel Anderson. Foto: Mathilde Weil, Philadelphia

Charlotte Helen Frederica Maria Speyer was geboren Britse, stammend uit een welvarende, joodse familie. Haar ouders waren Duits van geboorte en vestigden zich na hun huwelijk in 1869 in Engeland, waar vader Edward Antoine Speyer zich al eerder in 1859 bij zijn oudere broer Carl had gevoegd in een zeer succesvol bedrijf dat fournituren importeerde.
Lalla kwam als 16-jarige tiener naar Brussel om haar opleiding te vervolgen.
Zij trouwde met de Belgische mijningenieur Hubert François Edouard Ferdinand (Ferdinand) Kufferath (ºSint-Joost-ten-Noode 28.07.1855 – †Schaarbeek, 14.07.1920) in Reigate, Surrey, UK, op 19 januari 1892 en zou in België blijven wonen. Op 3 januari 1901 werd de scheidingsakte van haar eerste huwelijk opgemaakt.
Ze hertrouwde op 15 februari 1901 in Fulham, Londen, met de Belgische, socialistische politicus Emile Vandervelde (ºElsene 25.01.1866 – †Brussel 27.12.1938).

Lalla en Emile Vandervelde in Brussel, 18 april 1902, ruim een jaar na hun huwelijk. Foto: fotoagentschap Zander & Labisch, coll. Deutsche Fotothek. *)

 

Lalla en Emile Vandervelde in Engeland, rond 1905-1910. Fotograaf: William Coles. Coll. Institut Emile Vandervelde

In Brussel 1914
Toen in augustus 1914 de oorlog uitbrak en Duitsland België bezette was Lalla Vandervelde genoopt, samen met haar echtgenoot die tot Minister van Staat werd benoemd, haar nieuwe vaderland te verlaten.

Lalla was 44 jaar en in de kracht van haar leven. Haar naam als ‘Madame Emile Vandervelde’ dook op in ‘L’Œuvre des femmes bruxelloises’ als een van de presidentes, naast de dames Henry Carton de Wiart en Paul Hymans, aan wie Koningin Elizabeth verzocht de zorg op zich te nemen van kinderen van militairen die met het leger ten strijde waren getrokken. De vice-presidentes waren de dames Brassine, Leroy, Prosper, Poullet, Paul Vandervelde en Philippson-Wiener. De Koningin was beschermvrouwe van de organisatie.[1]

Foto-collage onbewerkte meelzakken, Phototypie Belge. Collectie In Flanders Fields Museum

De werkervaring van Lalla voor de socialistische beweging, haar activiteiten voor de suffragette beweging en haar volstrekt autonome aard, leidden tot onmiddellijk slagvaardig handelen in de crisissituatie van de eerste oorlogsweken.
Ze publiceerde in de krant Le Soir dit advies aan vrouwen die zich nuttig wilden maken.[2]

‘Pour celles qui veulent aider
Une excellente letter de Mme Vandervelde:

De nombreuses femmes et jeunes filles m’écrivent depuis quelques jours pour me demander conseil sur la manière de se rendre utiles en ces jours angoissants.
Les ambulances sont pleines de femmes de bonne volonté, mais il en reste beaucoup qui ne demandent qu’a être utiles à leur pays. Je voudrais, comme il m’est impossible de répondre à chacune d’elles individuellement, leur donner le conseil de coudre des chemises d’hommes en quantité, des robes d’enfants, de tricoter des chausettes, etc.
Les blouses bleues de gardes civiques aussi, dont la confection est urgente, se trouvent découpées, toutes prêtes à être cousues, 3 Rue de Louvain, à l’un des bureaux du ministère. En y allant de ma part, on en donnera bien volontiers à toutes celles qui en feront la demande.
Que des groups d’amies se forment: que l’une d’elles prenne un livre et en fasse la lecture à ses amies. Pas de lecture émollientes. Nous sommes dans une phase de l’héroisme et les femmes, les mères et les futures mères ne doivent pas se laisser aller à leur émotion.Par le calme et le sang froid, elles peuvent rendre en ce moment de précieux services. Que lire? L’Histoire de France de Michelet; L’Histoire de Belgique, de Pirenne; La Légende des Siècles, Les Forces tumultueuses, d’Emile Verhaeren, etc. Je notes ces quelques titres en hâte, mais chacune trouvera dans ses souvenirs, de belles pages qui l’ont déja aidée à supporter les contre-coups de l’existence.

Lalla VANDERVELDE

P.S. – Je supplie les marchands de cigares et de cigarettes et les particuliers de bonne volonté de m’envoyer de quoi fumer pour nos soldats, troupiers et blessés. S’ils pouvaient se faire une idée de la joie de nos braves quand on leur apporte de quoi fumer, je suis sure que ma maison serait trop petite pour contenir tout ce qu’on m’enverrait.

Naar Amerika
Lalla Vandervelde was nog in Brussel toen ze dit advies voor de vrouwen schreef. Twee weken later moest ze vertrekken om uit handen te blijven van de oprukkende Duitse troepen en nam ze de wijk naar Antwerpen. Ter plekke ontstond het plan naar Amerika te reizen om hulp te gaan vragen aan de vrouwen daar.  De Amerikaanse reporter Edward Alexander Powell speelde een belangrijke rol in het besluit om naar Amerika te gaan, blijkt uit zijn naoorlogse boeken.

Powell, Edward Alexander, ‘Ooggetuigen uit de Grote Oorlog. Een Amerikaans reporter beleeft en beschrijft de strijd in Vlaanderen in 1914’. Bewerkt door Nicky & Anthony Langley. Davidsfonds Uitgeverij, 2013, p. 28

Oproep aan Amerikaanse vrouwen
Lalla stuurde op 1 september 1914 een telegram naar New York met oproep aan Amerikaanse vrouwen om het Belgische volk te hulp te komen. De New York Times plaatste de ‘Appeal’ in de editie van 2 september op p. 3 onder de kop:
SENDS AN APPEAL TO AMERICAN WOMEN
Mme. Vandervelde Coming Here to Tell of Belgian War Victims’ Sufferings.
HAS LETTER FROM QUEEN
Wife of Socialist Leader Will Sail for New York in a Few Days- Says the Need is Terrible.”

Het artikel luidde:
“LONDON, Sept. 1.-Mme Vandervelde, the brilliant wife of the famous Socialist leader who is now Minister of State in the Belgian Government of National Defense, sends the following appeal to the women of America through the columns of The New York Times:
Women and Friends in America: I am coming to ask your sympathy on behalf of my fellow-countrymen in Belgium. It is not a political mission. It is an appeal for help for devastated homes, the fatherless families of those whom this terrible war has left houseless, who, when the war is over, will be left without rooftrees, without money to rebuild them, and-and all too often-without sons or husbands to work for them.
I am the bearer of a letter from our well-loved Queen. I only ask you to give me an opportunity of reading it to you and telling you in person of our tragic conditions and of asking your help. I am leaving Antwerp only for this purpose, and as soon as I have accomplished it am returning to share the fate of my countrymen in our besieged city.
…….

The Belgian Women’s Dollar Fund, bladzijde 38 uit het boek ‘The Voluntary Aid of America’

That is why, women of America, I am coming to you, leaving for a few weeks the country for which my heart is bleeding. I want you, I count on you, to make life worth living again for these poor people, make them by degrees forget the sorrows they have passed through.
Belgium is ruined. You are enjoying all the blessings of peace. I implore you to help my country, to make it by your generosity once more a happy home for its sons and daughters.
LALLA VANDERVELDE
Mme Vandervelde purposes to sail for New York in a few days, by which time she hopes to hear that the American women to whom she appeals have taken steps to obtain for her a hearing when she arrives.”

In Londen
Lalla Vandervelde reisde op weg naar Amerika via Londen, tesamen met ‘La Mission Belge aux Etats-Unis’, het gezantschap van vier Ministers, die door Koning Albert was opgedragen het Belgische standpunt over de verwerpelijke en brute inval van de Duitsers te gaan toelichten bij de Amerikaanse president Wilson. Onder hen was haar man Emile Vandervelde.

L’Indépendance Belge, 5 september 1914

La Mission Belge aux Etats-Unis
La mission Belge auprès du président de la République des Etats-Unis est arrivée à Londres lundi soir, et avant son départ de cette ville, fixé au lendemain, a été reçue par le Roi d’Angleterre au palais de Buckingham.
….
Vandervelde est accompagné de Madame Vandervelde, qui donnera des conférences aux femmes, dans les villes des Etats-Unis.’[3]

Lalla en haar man gingen er van uit dat zij op hetzelfde schip als de officiële Belgische delegatie de reis naar de VS zou kunnen maken, maar dat was een misrekening. Ze kregen formeel te verstaan dat: ‘no women ever had, or could, in any circumstances, accompany a diplomatic mission’.[4]

La Métropole-journal quotidien, 5 september 1914

Dat ze niet de enige waren die anders hadden verwacht, blijkt uit de rectificatie, “vanwege transmissie en vertaling” in La Métropole van 5 september 1914:
‘Rectifiant nos commentaires, nous ajoutons qu’il est aussi inexact que Madame Vandervelde accompagne son mari au cours de sa mission aux Etats-Unis’.
De woorden ‘aussi inexact’ sloegen terug op een eerder krantenbericht dat Lalla Vandervelde met een brief van Koningin Elizabeth de reis zou gaan maken. Neen, het was geen brief van de ‘chef de la maison de S.M. la Reine’, maar ‘Il s’agit d’une lettre écrite par une dame du service de la Reine à la femme de notre nouveau ministre d’Etat, en réponse à l’offre de celle-ci de faire connaître en Angleterre, au cours d’une série de conférences, la situation de la Belgique.’

Het maakte me nieuwsgierig naar de inhoud van de brief van de hofhouding van Koningin Elizabeth, die Madame Vandervelde in de Eighty Club van het Cecil Hotel in Londen had voorgelezen. Merkwaardig genoeg liet die brief aan positiviteit en duidelijkheid niets te wensen over:
“Sa Majesté la Reine me prie de vous dire qu’elle approuve pleinement votre intention de porter à la connaissance de l’opinion publique en Angleterre et en Amérique, les misères infligées à notre paisible population, par l’invasion allemande. Cinq de nos provinces sont dévastés, des milliers de famille chassées de leur demeure et actuellement sans domicile, et c’est une œuvre qui mérite la reconnaissance du pays et de l’humanité, que de chercher à les secourir. Les meilleurs souhaits de la Reine vous accompagnent dans ces deux pays, qui auront à coeur de donner assistance à ceux en détresse”.

Was dit een manier waarop enkele heren aan de kant van de Belgische regering hun plaats wilden wijzen aan de vertegenwoordigers van de socialistische beweging bij de start van de missie naar Amerika? Was het het in bescherming nemen van vrouwen tegen hun wens tot autonomie? Hoe dan ook vergde het geduld en incasseringsvermogen om, zelfs onder oorlogsomstandigheden, in deze formele pas te moeten lopen…

Op reis

Versierde meelzak Madame Vandervelde Fund, geborduurd. Courtesy Herbert Hoover Presidential Library Museum. Foto: E. McMillan

Lalla Vandervelde liet zich op geen enkele wijze weerhouden. Ze reisde naar New York, waar ‘The Belgian Women’s Dollar Fund’ was opgericht op de dag dat haar ‘Appeal’ in de New York Times was verschenen. ‘It received its first subscriptions before noon of the same day’.[5]

Deze routekaart met data bewijst de vastberadenheid van een vrouw in oorlogstijd: Madame Lalla Vandervelde reisde zes maanden rond in de VS en Canada om geld in te zamelen en sympathie te wekken voor haar Belgische landgenoten. © 2021 Annelien van Kempen
Versierde meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’, geborduurd, lichtdruk procédé. Collectie In Flanders Fields Museum, inv.nr. IFF 003008.

Het eigen ‘Madame Vandervelde Fund’ zou tijdens haar indrukwekkende rondreis van zes maanden door de VS en Canada ontstaan. Ze werd met open armen en enthousiasme ontvangen. Zij reisde van Syracuse naar Chicago, daarna naar St.Paul en Minneapolis. Ze hield redevoeringen in de grote steden van Canada.[6] Vooral in Chicago, Philadelphia en Boston was ze zeer succesvol met de inzameling van geld. In Buffalo hielp een vriend om voedselhulp naar België te versturen: meel verpakt in katoenen zakken, die na wassen en bleken gebruikt zouden kunnen worden om kleding van te maken. De vriend zorgde er ook voor dat de naam ‘Madame Vandervelde Fund’ op de meelzakken werd gedrukt.

Meelzakken die heden ten dage getuigen van de vastberadenheid van een vrouw in oorlogstijd.

Wordt vervolgd.
Lees hier mijn blogs: Madame Vandervelde Fund 2 en Madame Vandervelde Fund 3

“Zakken zijn vol herinneringen. Iedere zak koestert een kostbaar en kwetsbaar verhaal.”

– Mijn grote dank aan Evelyn McMillan, Stanford University, voor de vele informatie en foto’s die ze mij ter beschikking heeft gesteld. Ze wees me op het boek The Spell of Belgium van Isabel Anderson en stuurde me het artikel uit de New York Times van 2 september 1914. Ook stuurde ze mij foto’s van versierde meelzakken in de collecties van de Herbert Hoover Presidential Library Museum en de Hoover Institution Archives.

Penning 75 jaar Vrije Universiteit Brussel voor Ferdinand Kufferath, 1909. Foto: Bram Desmet op website over Frans Kufferath

– Dank aan Hubert Bovens voor de opzoekingen van biografische gegevens van Lalla’s eerste echtgenoot Ferdinand Kufferath. Hij was directeur van Société anonyme des Carrières de Porphyre de Quenast (les Almanachs de Bruxelles).

Geboorte- en overlijdensakten van Kufferath, Hubert François Edouard Ferdinand (Ferdinand), (ºSint-Joost-ten-Noode 28.07.1855 – †Schaarbeek, 14.07.1920) gehuwd met Charlotte Hélène Frédérique Speyer in Reigate, Surrey, UK, op 19 januari 1892, gescheiden op 3 januari 1901. Kufferath hertrouwde met Rachel Hermine Marie Vens.
Lalla en Emile Vandervelde (rechts) met twee Duitse socialistische vrienden. Maison du Peuple, Brussel, vrijdag 18 april 1902. Fotoagentschap Zander & Labisch, coll. Deutsche Fotothek *)

*) Bronnen bij deze foto:
– Vermandere, Martine, Madame Lalla Vandervelde. A very exceptional woman. Gent, AMSAB IHS, 2023, p. 22,23: de foto blijkt gepubliceerd te zijn op de voorpagina van het Franse tijdschrift ‘La Vie Illustrée’, 25 april 1902, nr. 184 onder de kop ‘Le Grand Agitateur Belge – M. Vandervelde’. Het bijschrift vermeldt de locatie Maison du Peuple in Brussel en de namen van de Duitse socialistische afgevaardigden: Albert Sudekom (staand links) en Sigmund Haller von Hallerstein (zittend links). M. Pierre was de fotograaf.

– Belgische geschreven krantenartikelen van april 1902 tonen aan dat de foto zal zijn genomen in de avond van 18 april 1902. Emile Vandervelde hield een toespraak en groette daarin de twee Duitse socialistische vrienden in de zaal. Hij noemde hun namen niet, om hen te beschermen tegen mogelijke represailles van de Belgische overheid.
La soirée de vendredi. Le meeting de la Maison du Peuple.   ….
Vandervelde, au nom de la solidarité internationale, salue deux députés socialistes allemands présents. (longue acclamation). Je ne les nommerais pas, car je connais trop l’hospitalité du gouvernement belge pour n’être pas prudent. Mais je vous dis qu’ils souffrent de vos souffrances et je les prie d’aller dire notre merci fraternel à nos vaillants compagnons allemands. (Ovation). Avec de tels appuis et de telles forces, la grêve continuera.’
(Le Peuple, 19 april 1902, p.2.)

Noten:
[1] L’étoile belge, 6 augustus 1914

[2] Le Soir 16 augustus 1914; Le Peuple 15 augustus 1914

[3] L’Indépendance, 5 september 1914

[4] Vandervelde, Lalla, Monarchs and Millionaires. London: Thornton Butterworth Limited, 1925

[5] Williams, Jefferson and ‘Mayfair’, The Voluntary Aid of America. New York, London: 1918

[6] Anderson-Weld Perkins, Isabel, The Spell of Belgium. Boston: The Page Company, The Colonial Press, C.H. Simonds Co., 1915

In draf op een meelzak

Balspelen zijn er in de geschiedenis altijd geweest. Hoe leuk zou het zijn als er ballen zouden opduiken op versierde meelzakken van WO I: bedrukt op de originele meelzak in Noord-Amerika of geborduurd of beschilderd in België?
Ik zou er graag een blog over schrijven.
De gedachte kwam bij me op door het blog van Matthew Schaefer:  ‘Opening Day, Baseball and Tough Times’ over de betrokkenheid van Herbert Hoover bij de baseball sport. Het verscheen recent op de blogwebsite  van de Herbert Hoover Presidential Library in West-Branch, Iowa, VS. Matthew Schaefer is er archivaris en publiceert met regelmaat op ‘Hoover Heads’,  blogs met een grote variëteit aan onderwerpen rondom het leven en werken van de man die directeur was van de Commission for Relief in Belgium en later de 31ste President van de Verenigde Staten van Amerika werd, Herbert Hoover, en zijn vrouw Lou Henry Hoover.

Maar omdat ik tot heden geen bal op enige meelzak heb aangetroffen presenteer ik graag een andere sport op een meelzak en wel de paardensport.

‘Roller Mills IXL’, een van de acht panelen met versierde meelzakken in het kamerscherm. Coll. IFFM inv.nr. IFF 002733

 

Draver en pikeur op sulky, detail kamerscherm. Coll. IFFM
‘Roller Mills’ in stiksteken. Coll. IFFM

In draf op een meelzak
De eerste ‘paardensport-zak’ waar ik kennis mee maakte, bevond zich in de collectie van het In Flanders Fields Museum (IFFM) in Ieper. In de collectie is een kamerscherm, bestaande uit 8 panelen met versierde meelzakken. Eén paneel is de meelzak ‘Roller Mills IXL’ met de afbeelding van een fel dravend paard voor een sulky met grote wielen en daarop een geconcentreerd mennende pikeur.
Tijdens mijn meelzakkenonderzoek in IFFM in juni 2019 heb ik de draver en pikeur op het kamerscherm van nabij mogen bestuderen in het depot Depotyze aan de Zonnebeekseweg.

De pikeur op de sulky in groene uniformjas met dubbele rij gouden knopen. Coll. IFFM

De meelzak is eerst beschilderd en van kleuren voorzien. Dan is het borduurwerk aangebracht: de contouren van het paard langs de halslijn en enkele accenten op het groene uniform van de pikeur. Het jasje heeft een dubbele rij gouden knopen, de vouw van de broek en het hoofddeksel zijn geaccentueerd. De details van het gezicht zijn vermakelijk: zwarte steekjes maken de ogen en zetten een trotse snor!

Kepi van de Belgische ‘chasseurs à pied’ 1837, 1845 en 1850

Het hoofddeksel lijkt het meest op de kepi van een Belgische ‘chasseur à pied’ òf een karabanier. Zelfs een regimentsnummer is met enkele zwarte steekjes aangebracht. [1]

 

De X van ‘IXL’ in stiksteken met Franse knoopjes

De contouren van de letters ‘Roller Mills’ zijn in stiksteken geborduurd. De letters IXL zijn opgevuld met stiksteken en ‘Franse knoopjes’. Daaronder staat het woord ‘FANCY’, ook geborduurd, maar de letters zijn gehalveerd omdat de nagels van het paneel op die plaats in de stof zijn geslagen.

Een fraaie meelzak, jammer genoeg zonder herkomst aanduiding van de maalderij, die de zak met meel gevuld geschonken heeft aan België.
Welke maalderij heeft deze zak verstuurd, waar kwam het meel vandaan? Na uren tevergeefs online speurwerk en dagen nadenken over een manier om achter de naam van de maalderij te komen, kreeg ik een ingeving. De paardensport.

De onbewerkte meelzak IXL van Central Milling Co., Logan, Utah. Coll. KMKG Tx 2650

Paardenrennen
Ik herinnerde me het Bulletin van de Koninklijk Musea Kunst & Geschiedenis (KMKG) in Brussel. Daarin heeft professor Guy Delmarcel van KULeuven in 2013 een interessant artikel gepubliceerd over de collectie versierde meelzakken van het museum.[2] Hij beschreef een meelzak met een beeld van ‘paardenrennen’ met inventarisnummer Tx 2650. Bijlage 1 bij het artikel, de ‘Lijst van de Amerikaanse meelzakken in de KMKG’ vermeldde bij dit nummer de staat Utah, merknaam IXL, maalderij Central Milling Co. in de plaats Logan.
Ook zonder foto van de KMKG-meelzak te hebben gezien, dacht ik: “IXL in combinatie met paardenrennen: YES! dat zal best eens de goede combinatie kunnen zijn, ook voor de meelzak in het IFFM kamerscherm!”

In februari 2020 heb ik de collectie van het KMKG in Brussel een dag mogen bestuderen. En heb inderdaad de tweede paardensport-zak gevonden, mijn vermoeden was juist.

Draver en pikeur op sulky. Onbewerkte meelzak IXL, Central Milling Co. Coll. KMKG Tx 2650
Draver op volle snelheid. Coll. KMKG

Vergelijking
Het is intrigerend om aan de hand van mijn foto’s uit Brussel en Ieper de twee paardensport-zakken met elkaar te vergelijken: de Amerikaanse bedrukking van de onbewerkte meelzak naast de bewerkte meelzak met Belgische beschildering en borduurwerk.
Het paard draaft even fel, de pikeur is net zo geconcentreerd. Verschillen zijn er ook: de grote wielen van de sulky hebben ragfijne spaken, de pikeur draagt een jas met enkele rij knopen, de broek heeft geen vouw, op het hoofd staat een pet met klep. Ogen kijken recht vooruit en de snor staat iets minder genoegzaam op de bovenlip.
Al met al heeft de Belgische bewerking een kleurrijk schouwspel gemaakt van de draverij.

Logan, Utah
De geschiedenis van de maalderij Central Milling Co. in Logan, Utah heb ik geprobeerd te bestuderen vanuit de vraagstelling: waarom staat de drafsport afgebeeld op de meelzak van deze maalderij?

De oude maalderij van Central Mills in Logan. Rechts de Deseret Mills. Links de Logan Utah Temple. Foto: website Central Milling Co.

De stad Logan is na de hoofdstad Salt Lake City de grootste stad van Utah. Utah staat erom bekend dat de helft van de bevolking Mormonen zijn, aangesloten bij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der laatste Dagen. Een grote tempel bepaalt het stadsbeeld van Logan. In ‘A History of Cache County’[3] is een indruk gegeven van de komst van de ‘settlers’ in dit deel van de VS, het leven in Logan en de ‘County Cache’, begin 20ste eeuw.

Interieur Central Mill, circa 1907. Foto: ‘A History of Cache County’

Central Milling is opgericht in 1867 en een van de oudste ondernemingen in Utah die nog altijd in bedrijf is. Central Milling zal als coöperatie zijn ontstaan van boeren die gezamenlijk hun graan lieten malen. De samenleving van Mormoonse settlers pakten velerlei ondernemingen tesamen aan, wat leidde tot succesvolle bedrijven. Ook spoorlijnen werden aangelegd, waardoor transport van goederen naar andere staten werd versneld en de economische ontwikkeling van het agrarische gebied in Cache County in hoog tempo verliep. Central Milling werd een vooraanstaand producent van meel door gebruik te maken van het industriële ‘roller mill’ systeem om graan te malen. De maalderij was gevestigd aan de Logan River die waterkracht leverde om de machines aan te drijven. Tijdens WO I was het bedrijf eigendom van 50 aandeelhouders, de oprichters van de onderneming. In 1917 kocht Herbert R. Weston uit Idaho alle 50 aandeelhouders uit en de Weston familie runde het bedrijf vervolgens 80 jaar. De huidige maalderij is samengegaan met Gilt Edge Mills en richt zich op het voortbrengen van biologische meelproducten vanuit de filosofie van samenwerking tussen boeren, molenaars en bakkers.

Dorsmachine die werkt op paardenkracht. Foto: ‘A History of Cache County’

De drafsport
Baseball en paardenraces waren de voornaamste buitensporten voor de mensen die zich kwamen settelen in Utah.[4] Ze besteedden veel aandacht aan het fokken en trainen van racepaarden. Een goede renbaan van een halve mijl was in Logan aangelegd op de ‘Church Farm’ in 1881, het publiek kwam uit vele streken rondom Logan en vermaakte zich uitstekend tijdens de races en draverijen, vooral op zon- en feestdagen. De website MendonUtah.net noemt succesvolle hengsten, ruinen en merries en hun eigenaars uit die tijd bij naam. De link met de draver op de meelzakken van Central Milling Co. is hiermee duidelijk gelegd. De naam van het paard en de eigenaar zullen we echter moeten blijven gissen.

Lou Henry Hoover te paard, circa 1931. Foto: Herbert Hoover Presidential Library

Lou Henry Hoover
Desgevraagd berichtte Matthew Schaefer me dat Herbert Hoover geen paarden-fan was, hij reed af en toe, maar zijn vrouw Lou Henry Hoover reed des te meer paard. Zij was een uitstekende amazone.

Matthew voegde eraan toe dat hij recent aanwezig was geweest bij de opening van een tentoonstelling ‘The Pull of Horses’ in de bibliotheek van de Universiteit van Iowa in Iowa City.

Draver in Logan, Utah. Detail meelzak kamerscherm. Coll. IFFM

Hij noemde het verhelderend om herinnerd te worden aan de alomtegenwoordigheid van paarden 100 jaar geleden.
Die verheldering kwam tot mij door het paard in draf op de versierde meelzakken van WO I in de collecties van IFFM in Ieper en KMKG in Brussel.

 

 

 

 

Uitgelichte afbeelding:
Gedeelte van een digitale fotocollage van de collectie versierde meelzakken van WO I in het In Flanders Fields Museum Ieper. Foto-collage: Tamara Raats, 2020.

Mijn dank gaat uit naar:
– Els de Roo van het In Flanders Fields Museum, Ieper. Ze ontving me als eerste bezoekende onderzoeker in Depotyze voor research van het kamerscherm met acht panelen van versierde meelzakken, waaronder paneel ‘IXL’ ;
– Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Ze hebben me de gelegenheid geboden de collectie meelzakken van WO I  van het museum, de zgn. ‘Collectie Errera’ , waarin opgenomen de onbewerkte meelzak ‘IXL, Central Milling Co.’, te bestuderen.

[1] Met dank aan Rob Troubleyn voor de informatie over de kepi van de

Kepi van de Belgische karabaniers

Belgische ‘chasseurs à pied’ en de karabaniers.
Hij corrigeerde mijn eerdere interpretatie, de kepi van een Franse ‘chasseur forestier’ (jager-boswachter), model 1884, zie Dossiers/Files In Flanders Fields Museum, Van Traditie naar Bescherming. Franse militaire hoofddeksels uit de Eerste Wereldoorlog. Samenstelling Philippe Oosterlinck mmv Dominiek Dendooven

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[3] F. Ross Peterson, A History of Cache County. Salt Lake City: Utah State Historical Society, Cache County Council, 1997

[4] An Early History of Cache County… compiled by M.R. Hovey, Logan Chamber of Commerce, 1923. Op website MendonUtah.Net

De Bevoorrading van België

Mijn blog ‘Humanitaire hulp voor België’ van 11 maart 2020 eindigde met de conclusie dat de Amerikaanse inzameling van voedingsmiddelen voor de Belgische bevolking, zo enthousiast begonnen in najaar 1914, in de zomer van 1915 voorbij was.
De Commission for Relief in Belgium (CRB) groeide in de eerste helft van 1915 uit tot een naar omstandigheden geoliede inkoop- en logistieke organisatie die wereldwijd tarwe, bloem en andere voedingsmiddelen inkocht. Zie ook het blog: Invoer van meelzakken in cijfers. De statistieken van de Commission for Relief in Belgium, 1925

De CRB importeerde de produkten in België via Rotterdam. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) was er in geslaagd de distributie van voedingsmiddelen zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien. De nieuwe CRB-publiekscampagne in de VS richtte zich op geldinzameling en kleding. Het geld was nodig om de nood te ledigen van de ‘destitute’, de hulpbehoevenden.

Lossen van zakken meel in de haven van Brussel. L’Evénement Illustré, 1 april 1915

De Belgische bevolking met voldoende geld om eten te kopen, betaalden voor hun voeding, armlastigen zonder geld ontvingen onderstand, ze konden met een voedselkaart terecht bij de soep- en broodbedeling.
NKHV en CRB verkregen gelden voor zorg aan de armlastigen, doordat ze een kleine opslag rekenden op de prijs van de voedingsmiddelen die ze verkochten. Alle goederen gingen in België in de verkoop, ook die door liefdadigheidsorganisaties vanuit de VS en Canada waren ingezameld. De opbrengst van deze goederen kwam ten goede aan de armlastigen via het fonds ‘Hulp’ van de NKHV.
Het Vlaamsche Nieuws van 7 februari 1915 gaf toelichting op de organisatie van de Komiteit in de provincie Antwerpen in het artikel ‘De Bevoorrading van België’.

Welke relatie is te leggen met de versierde meelzakken?

In het boek ‘Figthing Starvation in Belgium’ van Vernon Kellogg staan drie foto’s die mij zeer aan het denken hebben gezet.

Foto 1 is een ‘relief ship’, een oceaanstomer uit Canada of de VS met hulpgoederen voor België.

Foto 2 geeft inkijk in het vrachtruim van een schip, gevuld met zakken bloem, ze zijn bedrukt met logo’s van meelfabrieken, het zijn handzame zakken met inhoud van 49 lbs, gelijk aan 22,5 kg. De zakken staren me aan als kleine hoeveelheden, stukwerk dat tijd kost, lading die om intensieve handling vraagt. Maar wel kleurrijke, exotische zakken bloem die geschonken zijn vanuit het hart door verre weldoeners en gulle gevers.

Foto 3 is het beeld van de Maashaven in Rotterdam, waar een oceaanstomer zijn lading graan lost. Dit is bulkvervoer, twee graanelevatoren zuigen het ruim van het schip leeg, met motoren op maximaal vermogen. In recordtempo vullen ze de binnenvaartschepen voor hun reis naar België.

The New York Times, 29 december 1914

Lijst van ‘State Ships’. Ze vervoerden de voedselhulp, bijeengebracht door donaties van het Amerikaanse volk [5]
Van lieverlee drong het tot me door dat de meelzakken waarnaar ik onderzoek doe, naar België zullen zijn vervoerd als onderdeel van Amerikaanse en Canadese liefdadigheid: ze waren donaties in natura, in najaar 1914 en begin 1915 ingezameld door de duizenden Belgian Relief comité’s met acties door vrouwen op scholen, in kerken, winkels, met verslaglegging in de kranten, getransporteerd door de ‘State ships’, de Miller’s Belgian Relief Movement, enkele schepen van de Rockefeller Foundation, de Canadese schepen die als eerste hulpgoederen brachten.
In de loop van 1915 was dit over, de CRB was goed op dreef, ze vroegen niet meer om voedsel, maar om kleding en geld, bovendien was de urgentie verdwenen en de Amerikaanse comité’s verlegden hun interesse.

 

De conclusies die ik trek zijn:

 

  1. De stroom meelzakken met kleurrijke bedrukkingen is medio 1915 opgedroogd;
  2. De meelzakken die ik bestudeer zijn de verpakkingen van donaties geweest, dus maakten deel uit van de 10% CRB-budget, dat door internationale liefdadigheid bijeen is gebracht;
  3. Het enthousiasme van de Belgische bevolking voor de meelzakken had als extra facet, dat zij bekend waren met de donaties. Toch betaalde iedere Belg -behalve de armlastigen- voor de hulp, waardoor de buitenlandse liefdadigheid een interessant binnenlands accent kreeg;
  4. Juist deze meelzakken zijn door Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars uitgekozen voor hun eigen liefdadigheidswerk middels transformatie tot kleding en door versieringen met borduur- en naaldwerk en beschilderingen.
Jeanne Castadot houdt haar toespraak tot  CRB-gedelegeerde Robert Arrowsmith; Herstal, 13 januari 1916; foto eigen collectie

Ik kan nu ook beter de uitspraak plaatsen van Jeanne Castadot, voorzitster van l’Œuvre des Prisonniers in Herstal, provincie Luik, ter gelegenheid van de verkooptentoonstelling van versierde meelzakken in januari 1916.

Zij hield een toespraak in aanwezigheid van Robert Arrowsmith, Amerikaans CRB-gedelegeerde in de provincie Luik. Ze richtte zich tot Arrowsmith en zijn collega’s toen ze zei: “We thank you, you who have been so kind and so generous to send us, so many bushels of flour.
We have had the pleasure to embroider and beautify the empty bags and to employ them a second time as a matter of charity.
Be welcome, American benefactors, who have prevented our unhappy little country from starving. We shall be eternally grateful to you.”[1]

‘Bénis soit l’Amerique!’ Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour’ from Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn.; door Marthe Boël verkocht aan een Amerikaanse militair na WOII; collectie HHPLM

Mme Pol Boël, Marthe de Kerchove de Denterghem, leidde als erevoorzitster het liefdadigheidswerk in La Louvière.[2]
Zij maakte een toelichting bij de meelzak ‘Bénis soit l’Amerique!’ over het decoreren van de meelzakken “a game of ingenuity. Those that bore inscriptions naturally were the most prized”. Ze vervolgde “American flour sacks have twice nourished our people, once thanks to the American flour and a second time in allowing artists and work girls to be kept alive by the salaries the work brought them.”[3]

 

 

 

Symbool van kleinschalige humanitaire hulp en liefdadigheid
Versierde Meelzakken staan bekend als symbool voor de internationale voedselsteun aan België tijdens WOI. Die voedselsteun was een toonbeeld van humanitaire hulp, door de Amerikanen efficiënt uitgevoerd als ‘economic machine’; in België onder aanvoering van Emile Francqui streng geleid door ondernemers, bestuurders en de heersende klasse, gestuurd door maatschappelijke normen en waarden.[4]

Versierde Meelzak ‘Zephyr’ van Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas; eigen collectie

De uitstraling van de versierde meelzakken levert een scherp contrast op.
Versierde Meelzakken zijn zowel voor Noord-Amerika als voor België het bewijs van lokale, kleinschalige, menselijke hulp en liefdadigheid, spontaan ontstaan in de crisissituatie van de Groote Oorlog. Daardoor werden ze een rage.
De meelzakken kwamen uit de harten van de Noord-Amerikanen, die klopten voor België.
De versieringen kwamen uit de harten van Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars, ze hielden moed, opgewarmd door de liefdadigheid van de internationale gemeenschap. Gedreven door de eigen cultuur verleenden ze via de versierde meelzakken kleinschalige, humanitaire hulp aan gezinnen van werklozen, aan krijgsgevangenen in Duitsland, aan weduwen en wezen van omgekomen soldaten.
Daarom zijn versierde meelzakken zakken vol herinneringen.

 

 

[1] Castadot, Jeanne, Discours prononcé par Madame Castadot, Présidente de l’œuvre des prisonniers de guerre, le 13 janvier 1916, à l’Hotel de ville de Herstal. Eigen collectie

[2] Le Quotidien, ‘L’Exposition des Arts et Travaux de la Femme, à la Louvière’, 4 september 1915

[3] Boël, Marthe, Story of the American Flour Sacks. Brief, ongedateerd, (circa 1945); behoord bij versierde meelzak ‘Bénis soit l’Amérique’ in collectie HHPLM, West-Branch, Iowa; informatie uit de Hoover Heads blog van HHPLM: ‘Subversive Flour Sacks of Thanks’ van Thomas Schwartz, 6 januari 2016

[4] Nath, Giselle, Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België. Antwerpen: Manteau, 2013

[5] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 548

Translate »