In de Facebookgroep ‘Lizerne Trench Art’ (LTA) is een levendige thema-avond ‘WWI-meelzakken’ ontstaan naar aanleiding van het blog ‘Het Ouvroir van Antwerpen (1)’.
De Facebookgroep LTA met zetel in West-Vlaanderen, België, is een studiegroep, vriendenforum, bedoeld om informatie/onderzoek uit te wisselen voor alle vormen van loopgraafkunst, gegraveerde hulzen, beschilderde militaire uitrusting, borduurwerkjes, krijgsgevangenenkunst, houtsnijwerk, enz. van WO I tot nu.
Het was op vrijdagavond 30 oktober 2020, ik vroeg de leden in de groep of zij misschien bloemzakken kenden met de tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Daarop ontving ik onmiddellijk positieve reactie van Ingo Luypaert.
Ingo Luypaert blijkt een prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ te bezitten.
De meelzak is ingelegd in een houten thee/dienblad onder glas.
Het borduurwerk toont het wapen van België met de staande leeuw, daarboven een gouden kroon.
Het gekroonde wapen van België, arabesken en tekst ‘Ouvroir d’Anvers’. Coll. en foto: Ingo LuypaertDetail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart. Coll. en foto: Ingo Luypaert
De heraldiek is omringd door ‘arabesken’: ritmisch patronen, repeterende bewegingslijnen, uitgevoerd in het borduurwerk als sierlijk geplooid lint in de kleuren rood, geel, zwart met daaronder de tekst ‘Ouvroir d’Anvers 1914-1917’. De zijden garens doen het borduurwerk glanzen.
<<Tentoonstelling van bloemzakken>>
Mogelijk is het dienblad begin 1916 tentoongesteld geweest en aangekocht ten behoeve van bijdragen aan het goede doel. Twee kranten die buiten België verschenen, berichtten enkele maanden later over een tentoonstelling in Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij, het gebouw waar het Ouvroir gevestigd was.
‘ANTWERPEN <<Tentoonstelling van “bloemzakken”>>.
De stem uit België, 31 maart 1916
In Antwerpen en in Brussel werden voor enkele dagen tentoonstellingen ingericht voor “bloemzakken”. Deze oorspronkelijke tentoonstellingen zijn het gevolg van het voornemen door de Belgische vrouwen voor eenigen tijd opgevat om eenige der zakken, waarin de bloem door het Amerikaansch steunbereik tot bevoorrading bezorgd, in bezet België aankomt, met borduurwerk te versieren. Onder de best gelukte en meest bewonderde versieringen werden opgemerkt: de Belgische en Amerikaansche vaandels met sierlijke arabesken omringd; …
Te Antwerpen in de zalen van de Harmonie Maatschappij kwamen de Duitschers kijken, die het natuurlijk niet prettig vinden dat aldus de uithongering van België onder Duitsch bewind en het beschermend optreden van een onzijdig land wordt openbaar gemaakt. Zij oefenen “censuur” uit op de zakken en verscheidenen exemplaren die hun te vaderlandslievend voorkwamen werden weggenomen …’ (De stem uit België, 31 maart 1916; De Belgische standaard, 8 april 1916)
Detail geborduurde arabesk in de kleuren rood, geel, zwart; 1917. Coll. en foto: Ingo Luypaert
Dank aan de Lizerne Trench Art-Facebook-groep, in het bijzonder aan Ingo Luypaert. Via zijn prachtige geborduurde meelzak ‘American Commission’ kwam het werk van de meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen tijdens de bezetting van ’14-’18, wederom tot leven.
Ik zie uit naar de ontdekking van méér versierde meelzakken met tekst ‘Ouvroir d’Anvers’!
AANVULLING 6 december 2022
Antwerpsch Komiteit van Hulp: Bewerking van Amerikaansche zakken 1915 In juli 1915 deed het Beschermings Komiteit onder leiding van de dames Laure de Montigny-de Wael, Anna Osterrieth-Lippens en Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een beroep op Damen en Juffrouwen, die vanwege de oorlog niet op vakantie konden, mee te helpen aan een liefdadig werk: ‘het benuttigen van den Amerikaansche Bloemzak, alzoo meteen gedenkenis en kunstvoorwerp wordend’, waarbij ‘de bijzonderste Antwerpsche Kunstenaars en namelijk de HH. Bestuurder en de bijzonderste Leeraars van ons Koninklijk Academie van Schoone Kunsten, ons met de meest bereidwilligheid hunne medewerking in de leiding der werking beloofden‘. In het Hooger Gesticht voor Juffrouwen, Lange Gasthuisstraat 29, konden ‘Damen‘, die geoefend dienden te zijn in het kunstvak, zoals ‘de tegenwoordige en oud-leerlingen van onze Academie, van onze Hoofdscholen voor Juffrouwen, van de Beroepsscholen, enz.’ haar ontwerpen voorleggen aan de HH. Professors-Kunstenaars: ‘De Amerikaansche zakken en zoo noodig het ander gerief zullen door het Werk geleverd worden na goedkeuring van het ontwerp.’
Het Beschermings Komiteit, 22 juli 1915. Felixarchief Antwerpen: Inv.nr. 729#262. Foto’s: F. Benders
De werken waren bestemd voor een verkooptentoonstelling – zo mogelijk in Amerika. De opbrengst ging naar het Nationaal Komiteit voor Hulp aan de WEZEN VAN DEN OORLOG.
Anna Osterrieth
Signering: A. Osterrieth, Anvers
Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957) was gehuwd met Robert Osterrieth. Haar schoonmoeder stond bekend als ‘de koningin van het maecenaat’: Léonie OSTERRIETH-MOLS. Anna borduurde een bloemzakje, bewaard in de Hoover Institution Library Archives op Stanford University.
Bloemzakje ‘American Commission’, geborduurd, afgewerkt met kant, borduurster A. Osterrieth. Coll. HILA 62008, box 11, item 2. Foto: auteur
Anna Osterrieth vroeg in augustus 1915 hulp aan CRB gedelegeerde Edward Hunt om gebruikte Amerikaanse kleding te blijven leveren aan het Ouvroir van Antwerpen .
Brief van Anna Osterrieth-Lippens aan Edward Hunt 17 augustus 1915. Coll. HILA 22003 box 324
Vervolg
Een derde blog over de meelzak ‘Haan op eikentak in ochtendgloren’ ontworpen door de Belgische kunstenaar Piet Van Engelen en geborduurd in het Ouvroir d’Anvers publiceerde ik op 17 februari 2021.
Aanbevolen literatuur: * Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ (Flour sacks. The art of charity) is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper. Je vindt het artikel in Nederlands op p. 4-25; in Engels: p. 123-131.
* Marc de Jonckheere heeft me geïnterviewd voor VIFF Magazine, het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum; ‘De emotie van de meelzak’ is gepubliceerd in September 2019. Je leest het hier.
Het ‘Ouvroir’ van Antwerpen gaf duizenden meisjes en vrouwen werk tijdens de bezetting van België. Er werd kleding gemaakt en vermaakt, schoenen gerepareerd én het was een plek waar werd geborduurd aan meelzakken.
Ouvroir van Antwerpen, iconische overzichtsfoto vanaf de galerij, 1915. Winterlokaal Koninklijke Maatschappij Harmonie, Arenbergstraat. Foto: ‘War Bread’
De betekenis van een ‘ouvroir’ is: ‘Lieu réservé aux ouvrages de couture, de broderie…, dans une communauté’; vertaald: ‘Plaats voor naaien, borduren…, in een gemeenschap’. In historische context zou ik het willen noemen een ‘gemeenschappelijk naaiatelier’.
De geschiedenis van het Ouvroir van Antwerpen is me bekend uit drie primaire bronnen: een Belgische en twee Amerikaanse.
– ‘Heures de Détresse’ van Edmond Picard, de Belgische primaire bron toont enkele foto’s van het Ouvroir.[2]
– ‘War Bread’ van Edward Eyre Hunt geeft de herinnering aan het Ouvroir van deze Amerikaanse gedelegeerde van de Commission for Relief in Belgium (CRB) in de provincie Antwerpen. Hij was een jonge journalist en schrijver; hij werkte in Antwerpen van december 1914 tot oktober 1915.[3]
– ‘Women of Belgium’ van Charlotte Kellogg, née Hoffman (Grand Island, Nebraska, 1874 – Californië 08.05.1960). Ook zij was gedelegeerde van de CRB – uniek als de enige vrouw – en verbleef tussen juli en november 1916 in België. Als schrijfster en activiste zette zij zich in voor de goede zaak van de Belgische vrouwen.[4]
Edward Hunt, War Bread Drie vrouwen hebben najaar 1914 het initiatief genomen tot de oprichting van een kleding-atelier voor hulpverlening aan bewoners van de stad Antwerpen.
Laure de Montigny-de Wael (Antwerpen 29.11.1869 – Elsene, Brussel 09.07.1926)
Anna Osterrieth-Lippens (Gent 01.11.1877 – Brussel 14.09.1957)
Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem (Gent 17.12.1857 – Antwerpen 21.04.1938)
Zij gaven leiding aan een comité van dames dat, naar ik aanneem, ervaring had in de organisatie van liefdadigheid en werkhuizen. Ook voor de oorlog waren er talloze particuliere initiatieven die werkgelegenheid en leertrajecten boden aan jonge vrouwen en hulp gaven aan behoeftige mensen. Het comité zou alle manufacturen hebben opgekocht, die ze in de stad kon vinden en het theater Folies Bergères in gebruik hebben genomen om honderden jonge vrouwen werk te verstrekken door kleding te maken en te herstellen.
Rockefeller Foundation
The Rockefeller Foundation en de CRB werkten gezamenlijk aan de de hulpacties. Belgian Relief Bulletin, 5 december 1914. Coll. Stadsarchief Brussel. Foto: auteur
De Amerikaanse Rockefeller Foundation zamelde kleding in in de VS en verstuurde deze via de haven van Rotterdam naar België. Ook Canada voorzag in kledingtransporten.
Citaat uit ‘War Bread’: ‘Vóór 1 januari 1915 droeg de Rockefeller Foundation bijna een miljoen dollar bij aan het werk van de Belgische hulpverlening en richtte een eigen voorziening op in Rotterdam, de Rockefeller Foundation War Relief Commission genaamd, om de CRB te ondersteunen. Zij hadden de leiding over het sorteren en verzenden van kleding die vanuit Amerika naar België werd gestuurd. De CRB had nooit genoeg kleding om de Belgen te leveren. Pas toen via de Rockefeller Foundation War Relief Commission de overvloedige donaties kleding uit Amerika begonnen te komen, verbeterde de situatie.’
Het Ouvroir stond onder bescherming van de CRB en ontving een maandelijkse subsidie van de stad Antwerpen van 50.000 francs tot het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) de financiering overnam.
Exposition Internationale d’Art Culinaire & d’Alimentation in 1899, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen. Foto: internet
Het Ouvroir verhuisde naar een groter pand: het Winterlokaal in de Arenbergstraat van de Koninklijke Maatschappij Harmonie (Société Royale d’Harmonie).[5]
Het Zomerlokaal, De Feestzaal, Société Royale d’Harmonie, Antwerpen, 1906, postkaart. Foto: internet
Het Ouvroir in het Winterlokaal, Koninklijke Maatschappij Harmonie
Edward Eyre Hunt, foto: ‘WWI Crusaders’, Jeffrey Miller
Hunt geeft dit beeld van de organisatie van het Ouvroir: ‘Het podium van de Antwerpse Harmonie stond vol met dozen met goederen. De galerijen en parterre waren volgezet met rijen naaimachines en werktafels, en de garderobe werd omgetoverd tot een stoom- en zwavelontsmettingsbad, waar alle materialen, nieuw en oud, uit elkaar werden gehaald en grondig werden gereinigd. Negenhonderd meisjes en jonge vrouwen werkten onder toezicht in de warme, goed verlichte hal, terwijl ongeveer drieduizend oudere vrouwen naaiwerk kregen om thuis te doen. Een groep schoenmakers in de gang maakte en repareerde schoenen. Al deze arbeiders werden betaald. Vanuit de centrale werkplaats werden gereed goed en materialen door de hele provincie gedistribueerd; de materialen waren bestemd voor naai-ateliers in de dorpen en steden.’
Ouvroir van Antwerpen, parterre, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’Charlotte Kellogg, née Hoffman. Foto: internet
Charlotte Kellogg: Women of Belgium Charlotte Kellogg ging op bezoek in het atelier. ‘We keken naar een zee van goudblonde en bruine hoofden die over hun naaitafels bogen. Nobele vrouwen hadden hen uit de wrakstukken van de oorlog gered -binnen de bescherming van deze Muziekzaal werkten ze voor hun leven… 1200 meisjes maakten het naai- en borduurmateriaal klaar voor 3.300 anderen die thuis werkten. Met andere woorden, dit was een van de zegenrijke ouvroirs of werkplaatsen van België.
Hier is de hele houding ten opzichte van het kledingwerk niet die van de bescherming die het geeft, maar van de werkgelegenheid die het biedt. Zonder dit werk, zonder de dagelijkse toewijding van de fantastische vrouwen die deze ontzagwekkende organisatie hebben opgebouwd….
Natuurlijk is er altijd grote behoefte aan de gereedgekomen kledingstukken. Die worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de andere comités die voor de behoeftigen zorgen. Tussen februari 1915 en mei 1916 werden alleen al via deze Ouvroir kleding en materialen ter waarde van meer dan 2.000.000 franken uitgedeeld.’
Feestelijke foto van volle meelzakken afkomstig van maalderijen uit de VS en Canada. Foto: ‘Heures de Détresse’
Transformatie van meelzakken Kellogg vermeldde niet of er in het Ouvroir meelzakken tot kleding werden getransformeerd, vermoedelijk dus niet. Geborduurd werd er wel!
Het borduren van de meelzakken in het Ouvroir trok de aandacht van Kellogg:
‘In één afdeling doen de meisjes niets anders dan onze Amerikaanse meelzakken borduren. Kunstenaars tekenen ontwerpen om de dankbaarheid van België aan de Verenigde Staten uit te drukken. Het ontwerp op de schildersezel waar we langsliepen, stelde de leeuw en de haan van België voor, die de kroon van de koning bewaakten, terwijl de zon – de grote Amerikaanse adelaar- opkomt in het oosten. Zakken die niet als cadeau naar Amerika worden verzonden, worden in België als aandenken verkocht.’*)
De beloning voor de werksters waren opleidingen in naaien en patroonontwerp; lessen in geschiedenis, aardrijkskunde, literatuur, schrijven en speciale aandacht voor hygiëne, plus een betaling van 3 franken per week. Kellogg jubelde: ‘Dit is prachtig, het bevordert zelfrespect, moed en vooruitgang. Het comité heeft het geld voor het loon altijd veilig kunnen stellen.’
Ouvroir van Antwerpen, galerij, 1915. Foto: ‘Heures de Détresse’
Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem Vorige week ontving ik bericht van een van de achterkleinzonen van Gravin Irène van de Werve de Vorsselaer-Kervyn d’Oud Mooreghem, een comité-lid van het Ouvroir. Ik was met de heer van de Werve de Vorsselaer eerder in contact gekomen in mijn onderzoek naar de meisjesnaam van ‘Comtesse van de Werve de Vorsselaer’ en haar betrokkenheid bij charitatieve comité’s. Zijn overgrootmoeder bleek tijdens de oorlog zeer actief te zijn geweest in liefdadigheidswerken.
Gravin Léon van de Werve de Vorsselaer, née Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Foto: coll. van de Werve de Vorsselaer
‘De Gravin van de Werve de Vorsselaer in kwestie was geboren Irène Kervyn d’Oud Mooreghem. Ze trouwde met graaf Léon van de Werve de Vorsselaer (1851-1920) op 23 april 1877 te Mariakerke. Ze kregen twee zoons.
Ze was lid van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, van de Association des Mères Chrétiennes en van l’Hospitalité de Notre-Dame de Lourdes. Ze was ook Ridder in de Orde van Leopold II met zilveren ster en was onderscheiden met de Herinneringsmedaille aan de Oorlog 1914-1918 (Frankrijk) en de Overwinningsmedaille. Deze onderscheidingen had ze te danken aan haar grenzeloze toewijding aan de oorlogsgewonden die ze had getroost, hun pijn verzacht en die ze verzorgde in de zalen van de Antwerpse Zoo, die voor de gelegenheid waren omgevormd tot een geïmproviseerd militair hospitaal.’[6]
Het bericht dat ik nu ontving van de heer van de Werve de Vorsselaer bevatte een verrassing. Hij had met zijn vrouw gesproken over ons contact en zij herinnerde zich dat zijn moeder haar enkele versierde meelzakken had gegeven. Tot zijn grote verbazing waren drie geborduurde meelzakken tevoorschijn gekomen, waarvan hij het bestaan niet kende.
Daarom stuurde hij mij foto’s van de borduurwerken.
Geborduurde meelzak ‘Ouvroir d’Anvers’
‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Detail meelzak in witborduurtechnieken. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Beschouwing van de foto’s gaf mij reden tot vreugde: op één ervan stond wit op wit geborduurd: ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. De originele bedrukking van de meelzak ontbreekt, maar het is in afmeting het doek van een halve meelzak. Onbetwist een handwerk uit het Ouvroir van Antwerpen!
‘Meelzak’, tafelkleedje in witborduurtechniek, Engels borduren, ‘Ouvroir d’Anvers. Années de Guerre 1914-1916’. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Het is een klein tafelkleed met bloemmotieven rondom versierd met schulpranden, uitgevoerd in witborduurtechnieken, de stijl lijkt Engels borduren.
Met één meelzak die met zekerheid in het Ouvroir is bewerkt, neem ik aan dat ook de andere twee borduurwerken er tot stand zijn gekomen. Het zijn meelzakken geweest, getransformeerd tot kussenovertrekken.
Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia
Meelzak ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’, geborduurd. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Een meelzak heeft als origine de ‘Quaker City Flour Mills Co., Philadelphia’ in de staat Pennsylvania. De letters van de originele bedrukking zijn geborduurd in de kleuren rood, geel, zwart en rood, wit, blauw. Enkele kleine vlaggen zijn als patriottische versiering toegevoegd, evenals de jaartallen 1914-1915-1916-1917. Het resultaat is een kleurrijk kussenovertrek.
American Commission
Meelzak ‘American Commission’, detail witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen. Coll. en foto: van de Werve de VorsselaerOriginele bedrukking meelzak ‘American Commission’. Coll. Hollaert. Foto: auteur
Een meelzak heeft als origine de ‘American Commission’. De originele bedrukking was blauw, maar die kleur is weg. Ook dit is uitgevoerd in de witborduurtechnieken; het lijkt Italiaans borduren. De contouren van de letters zijn met wit geborduurd. Verder is de meelzak kunstig bewerkt met bladeren en bloemen.
Tot slot De heer van de Werve de Vorsselaer gaf in zijn toelichting bij de foto’s van de meelzakken aan dat hij noch het bestaan, noch de achtergrond van hun collectie versierde meelzakken kende. Hij bedankte mij met: “Grâce à vous, mes enfants et petits-enfants sauront leur provenance.” (“Dankzij u zullen mijn kinderen en kleinkinderen hun oorsprong kennen.”)
Meelzak ‘American Commission’, witborduurtechniek, Italiaans borduren. Ouvroir van Antwerpen; kussenovertrek. Coll. en foto: van de Werve de Vorsselaer
Op mijn beurt wil ik de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer bedanken. Mijn onderzoeksvragen: wie hebben de meelzakken geborduurd, waar deden ze dat, wat was hun motivatie, hebben betekenisvolle antwoorden gekregen. Dankzij de collectie van drie geborduurde meelzakken kwam het werk van overgrootmoeder van de Werve de Vorsselaer en van duizenden meisjes en vrouwen in het Ouvroir van Antwerpen weer tot leven.
Voetnoten:
[1] Mijn dank gaat uit naar
– de heer en mevrouw van de Werve de Vorsselaer voor hun informatie en de foto’s van de versierde meelzakken;
– Hubert Bovens in Wilsele voor het verstrekken van biografische gegevens;
– Majo van der Woude van Tree of Needlework in Utrecht voor haar advies over de diverse borduurtechnieken;
– Jacob Ulens, freelance historicus, fotograaf en auteur. Hij deed onderzoek naar de lokalen van Koninklijke Maatschappij Harmonie. Hij schreef mij: “De foto’s van het Ouvroir zijn met zekerheid gemaakt in het Winterlokaal gelegen in de Arenbergstraat. Het was één van de grootste, misschien de grootste danszaal in Antwerpen. Het Winterlokaal is ook duidelijk herkenbaar op deze 3D-reconstructie. ” (e-mail 06.12.2022)
[2] Picard, Edmond, Heures de Détresse. L’Oeuvre du Comité National de Secours et d’Alimentation et de la Commission for Relief in Belgium. Belgique 1914 – 1915. Bruxelles: CNSA, L’ Imprimerie J -E Goossens SA, 1915
[3] Hunt, Edward E., War bread. A Personal Narrative of the War and Relief in Belgium. New York: Henry Holt & Company 1916
[4] Kellogg, Charlotte, ‘Women of Belgium. Turning Tragedy in Triumph’. New York and London: Funk & Wagnalls Company, 4th edition, 1917
Zomerlokaal, Feestzaal der Koninklijke Maatschappij Harmonie, Antwerpen, postkaart. Foto: internet
[5] De Koninklijke Harmonie had twee locaties: het Winterlokaal, dans/concertzaal in het stadscentrum aan de Arenbergstraat/Rue d’Arenberg en het Zomerlokaal aan de Mechelsesteenweg/Chaussée de Mailnes in het Harmonie Park, grenzend aan het huidige Koning Albertpark.
Het Ouvroir was gevestigd in het Winterlokaal en maakte korte tijd ook gebruik van het Zomerlokaal.
(zie ook: Hunt, War Bread, Appendix XXIX, The Clothing Workshop, p. 357).
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer. Foto: De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo
[6] De zalen van de ZOO waren in 1914 ter beschikking gesteld van het Rode Kruis.
Graaf Léon van de Werve de Vorsselaer was sinds 1902 als beheerder bij het bestuur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA) betrokken. In 1919 werd hij voorzitter van het bestuur, maar overleed onverwachts in 1920. Beide echtelieden bleken dus, zoals vele vooraanstaande en adellijke families, een nauwe band te hebben met de Zoo, de befaamde dierentuin van Antwerpen. Baetens, Roland, De Roep van het Paradijs. 150 jaar Antwerpse Zoo. Tielt: Lannoo, 1993
Mijn zakkenreis naar de Vlaams-Brabantse gemeente Overijse is over de digitale snelweg gegaan. De reis verliep via de Amerikaanse stad Urbana in Ohio, VS. Later maakte ik een werkelijke zakkenreis naar Iowa en Californië.
Ik zet de schijnwerper in dit blog op acht objecten, in 1915 beschilderd en geborduurd, voorzien van kant en open naaiwerk in Overijse.
Let op: de oude schrijfwijze van Overijse is ‘Overijssche’.
Twee klassenfoto’s
Twee klassenfoto’s in het decor van landkaarten, vlaggen en geleegde Amerikaanse bloemzakken onder het opschrift ‘1915, De dankbare kinderen van Overijssche (België) aan hunne weldoeners van Amerika‘. De kinderen houden bordjes in hun handen waarop de namen van de ontvangen voedingsmiddelen: spek, rijst, appelen, suiker, bloem, erwten, bonen, enz. Op de tweede foto zijn het Engelse teksten: bacon, rice, dried apples, sugar, flour, peas, beans, enz.
Ook de leden van het Overijse Hulp- en Voedingskomiteit zijn gefotografeerd in hetzelfde decor als de twee klassenfoto’s zijn genomen, zie hieronder. De fotograaf was de Overijse postmeester Louis Rigaux. Hij zal waarschijnlijk ook de klassenfoto’s hebben genomen.
‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’ met Vlaamse teksten. Archief HHPLM: BAEF: CRB London Office News Cuttings, 1915 May-August (Box 24, p. 95, 12 juni 1915)‘Dankbare schoolkinderen in Overijssche’ met Engelse teksten. Practisch alle namen van deze kinderen zijn achterhaald door de historische kring. [3] Foto: ansichtkaart, herdenking aan de Groote Oorlog 1914-2014. De Beierij vzw.Diplomaat Brand Whitlock en zijn vrouw Ella Brainerd-Whitlock. Foto: Library of Congress.
Urbana, Ohio
Het Champaign County Historical Society Museum (CCHSM) in Urbana bewaart een collectie objecten verkregen van het echtpaar Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) en Ella Brainerd-Whitlock (Springfield, Ill. 25.09.1876 – Brewster, NY 11.07.1942). De diplomaat Brand Whitlock was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I; hij was onder meer beschermheer van de Commission for Relief in Belgium (CRB) en het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Het echtpaar ontving vele geschenken, waaronder versierde meelzakken, als dank voor hun werk in België.
Whitlock-collectie Alle textielobjecten in de Whitlock-collectie van CCHSM zijn online beschreven, maar foto’s ontbreken meestal. Verschillende omschrijvingen deden mij vermoeden dat de objecten versierde meelzakken zouden kunnen zijn, waarvan twee specifiek uit de gemeente Overijse. Desgevraagd was Cheryl Ogden, directeur van het museum, direct bereid foto’s te maken. Megan, de stagiaire van het museum, stuurde me foto’s toe van twee kussenhoezen.[1]
Geborduurde kussenhoes ‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM
“Nr. 3999:
32″ x 18” pillow top banner The banner has the red, yellow, black banner of the Belgian flag. On the lower right hand there is tied an American Flag. The top is composed of a center design where one knight speaks to another on horseback. The knight has on a blue cape. Under them is a blue and yellow shield with a lion on it. There is a wheat design on the cloth. It says in red on it “A Son Excellence/ Brand Whitlock/ 1914/ Souvenir de Reconnaissance/ 1915 La commune d’ Overyssyche.” There are also stamps from its original use on it.”
Geborduurde kussenhoes ‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002 in de collectie van CCHSM. Foto: CCHSM
“Nr. 4002:
18″ x 30” embroidered pillowcase. There is a card sewn into the front. It has a red, black, and yellow ribbon threaded through it. The Pillowcase is embroidered with a yellow basket that has red, yellow, balck flowers. The flowers curve down and around the side of the case. Inside the curve are American and Belgian flags. They are tied together by a yellow ribbon. The words Ausc generusc/ etats-unis/ souvenir de reconnaissance/ 1914 (-) 1915/ La commune d’ Fueryssche (?)/ Belgique (?).
Stempel Comiteit Overijse. Coll. en foto CCHSM
The case manufacturer’s stamp is on the bottom.”
Zijn het gebruikte, Amerikaanse bloemzakken?
Door presentatie, afmetingen, dubbele stof en stempels van het Overijse voedingskomiteit lijkt het erop dat de lappen stof van gebruikte, Amerikaanse bloemzakken afkomstig zijn. Maar ik zet er vraagtekens bij. Op de kussenhoezen is geen bedrukking van origine met verwijzing naar Amerikaanse maalderijen of Belgian Relief hulporganisaties te zien. Zouden er gaatjes in het doek zitten, ten bewijze van oude stiksels? Het zou kunnen dat is gewerkt op nieuwe, Belgische lappen stof om een optimaal borduurresultaat te verkrijgen. Zie ook hieronder in de paragraaf ‘Les Réligeuses du Sacré-Coeur de Marie’.
‘La Commune d’Overijssche’ was blijkens de tekst de opdrachtgever van beide borduurwerken; het droeg een werk op aan de heer Brand Whitlock, de ander aan de goedgeefse Verenigde Staten.
‘A son Excellence M. Brand Whitlock’, nr. 3999
Geborduurde meelzak ‘A son Excellence M. Brand Whitlock. La Commune d’Overijssche’, 1915. Coll. en foto CCHSM nr. 3999Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM
Geborduurde tekst: A son Excellence Mr. Brand Whitlock. Souvenir de reconnaissance 1914-1915. La commune d’ Overijssche. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant). De borduurster gebruikte rood garen voor de tekst.
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM
Slingers gouden graanhalmen, witte margrieten, blauwe korenhalmen en groene klimopbladeren vormen een krans om het wapen van Overijse.
Detail met het wapen van Overijse. Coll. en foto CCHSM
Het officiële wapen van Overijse dateert van 1818: ‘In lazuur een Sint-Maarten te paard, zijn mantel delend met een arme, staande op een grond, alles van goud; in de punt een schildje van lazuur met een dwarsbalk, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies en in de schildvoet van een leeuw, alles van goud.’ In het borduurwerk is de mantel van Sint-Maarten blauw, de rest goud.
Stempel gemeente Overijse. Coll. en foto CCHSM
Sint Maarten te paard komt nog eens terug in het officiële stempel, in zwarte inkt, van de gemeente ‘Overijssche’ op de zak. De randen zijn afgewerkt met band in de kleuren rood, geel, zwart; de bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.
‘Aux généreux Etats-Unis’, nr. 4002
Geborduurde meelzak ‘Aux généreux Etats-Unis. La Commune d’Overijssche’, 1915. Borduurster Marie Brankaer. Coll. en foto CCHSM nr. 4002Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM
Geborduurde tekst: Aux généreux Etats-Unis 1914-1915. La commune d’Overijssche, Belgique. Stempel: Comité local de Secours et d’Alimentation Overijssche (Brabant).
Naamkaartje van borduurster Marie Brankaer, 1915. Coll. en foto CCHSM
Kaartje met tekst: Mlle. Marie Brankaer, Malaise-sous-Overijssche, Brabant. Toegevoegd kaartje van CCHSM: ‘Pillow Case Embroidered. Souvenir de Reconnaissance. Mrs. Brand Whitlock.’
Detail borduurwerk. Coll. en foto CCHSM
Marie Brankaer (ºMaleizen (Overijse) 22.01.1898 – +1960) was de dochter van beenhouwer Jan Baptiste Brankaer (ºMaleizen 06.01.1863 – +Maleizen 23.11.1949) en Maria Lamal (ºMaleizen 31.08.1860 – +Maleizen 12.04.1941). Zij woonden Steenweg Terhulpen 35. Later is Marie Brankaer getrouwd met Edouard Vankeerbergen (ºWaver 17.12.1896 – +1953).
Marie was 17 jaar toen zij de bloemzak borduurde. Zij borduurde met goudgele en rode garens slingers bloempjes, een mand met bloempjes; het patriottisch element is de Belgische en Amerikaanse vlag, de stokken kruisen elkaar en zijn verbonden met een kloeke, goudgele strik. De bovenrand is afgewerkt met open naaiwerk.
Overijse, Vlaams-Brabant
Welke bekendheid hebben de twee borduurwerken in de Whitlock-collectie in het Belgische Overijse, vroeg ik me af. Ik wendde me tot de Heemkundige Kring De Beierij van IJse. Zij kenden deze meelzakken niet. Piet Van San, bestuurder van De Beierij van IJse, bezorgde me echter een interessant artikel en zeer fraaie foto’s.
Het tijdschrift Zoniën besteedde in 2014 aandacht aan de noden van bezet België. Djamila Timmermans schreef het artikel: ‘Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I’.[2] De fotograaf Louis Rigaux (1887-1954) maakte in 1915 een serie foto’s van het plaatselijke Hulp- en Voedselkomiteit en de werkzaamheden. In het archief van Jean en Isabelle Rigaux zijn de foto’s bewaard, ze staan als illustraties bij het Zoniën-artikel.
Tweeluik in Overijse
Het lokale Hulp- en Voedingskomiteit ‘Overijssche’, 1915. Portret met tweeluik van versierde meelzakken. Foto: Louis Rigaux, coll. J&I Rigaux
De foto op de omslag van Zoniën 2014-2 toont het lokale komiteit met handwerk, gemaakt van een tweeluik van versierde bloemzakken. De zakken zijn afkomstig van
– enerzijds (rechts) de maalderij Thompson Milling Co. in Lockport, New York, met de merknaam ‘Pride of Niagara‘,
– anderzijds (links) de ‘War Relief Donation’ – Chicago’s Flour Gift – Chicago Evening Post, B. A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois. De krant voerde actie voor inzameling van voedsel voor België van half november tot begin december 1914.
‘Voorbeeld van de zakken bloem die de krant stuurt, bestemd voor hongerige vrouwen en kinderen in de getroffen natie.’ Rechts de zak van B.A. Eckhart Milling Co. Chicago Evening Post, 2 december 1914. Harold Washington Library, Chicago.Brief Chicago Evening Post aan het Belgian Relief Committee in New York City: “wij sturen 3620 barrels (= 14.480 zakken) bloem voor de hongerigen in België”. 11 december 1914. HILA CRB Records box 275
Het is moeilijk te zien op onderstaande foto, maar het lijkt alsof de bedrukte voorzijde van beide zakken is losgeknipt en aan elkaar gezet.
Het borduurwerk van slingers graanhalmen, margrieten, korenbloemen en klimopblad heeft affiniteit met het borduurwerk op de CCHSM-meelzak nr. 3999.
Comiteit Overijssche, 1915. Tweeluik bloemzakken ‘Chicago’s Flour Gift’, B.A. Eckhart Milling Co., Chicago, Illinois en ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, New York. Detail foto: Louis Rigaux, coll. J&I RigauxTweeluik versierde bloemzakken Chicago’s Flour Gift/Pride of Niagara, Thompson Milling Co. Particuliere collectie. Foto: Zoniën 2021-02
Piet Van San [3] plaatste een foto in Zoniën van een tweeluik versierde bloemzakken. Vergelijking van de bovenstaande twee foto’s uit 1915, resp. 2021 toont aan dat dit hetzelfde object is!
Verrassende conclusie: het tweeluik bloemzakken afgebeeld op Rigaux’s foto is bewaard gebleven. Het bevindt zich in het familie archief Raussens-De Broyer.
Foto’s van Louis Rigaux [4]
Het afwegen van de bloem voor verdere distributie. Gemeenteschool Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis RigauxVoedselbedeling door het Comiteit. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis RigauxWachtrij voor het Gemeentemagazijn of ‘Amerikaansche winkel’, Justus Lipsiusplein, Overijse. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis RigauxLeden van het Overijse Hulp- en Voedingscomiteit gefotografeerd in hetzelfde decor als de twee klassenfoto’s zijn genomen, met landkaarten, vlaggen en geleegde Amerikaanse bloemzakken. Coll. J&I Rigaux, foto: Louis Rigaux
Toevoeging 14 november 2022:
Resultaten van mijn Zakkenreis naar Amerika In mei/juni 2022 was ik op werkelijke zakkenreis in Amerika. De Herbert Hoover Presidential Library-Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa, blijkt vier in ‘Overijssche’ en ‘Malaise-La Hulpe’ versierde kussenhoezen/zakken in de collectie te hebben. De Hoover Institution Library Archives (HILA) op Stanford University, Californië, heeft ook zo een versierde bloemzak in de collectie.
Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche [5]
Institut du Sacré-Coeur, Overijse, omstreeks 1900. Foto uit ‘Pronklappen uit Belgische en Nederlandse meisjesscholen’, p.123Detail bloemzak (verso) van ‘Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche (Bruxelles). Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteur
Dochters van begoede families volgden onderwijs in het Pensionnat du Sacré-Coeur in Overijse [6]. Leerlingen hebben in 1915 bloemzakken beschilderd en geborduurd, waarvan de ‘Belgian Relief Flour from Pelican River Mill Co., Elizabeth, Minnesota’ in de Herbert Hoover Presidential Library-Museum wordt bewaard (inv. nr. HHPLM 62.4.380).
Belgian Relief Flour from Pelican River Mill Co., Elizabeth, Minnesota; beschilderd, geborduurd, open naaiwerk (recto). Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche. Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteurGetekend met rood krijt ‘Reconnaissance aux Etats-Unis si généreux. Pensionnat du Sacré-Coeur, Overijssche (Bruxelles) Belgique.’ Achterzijde bloemzak. Coll. HHPLM 62.4.380. Foto: auteurDetail kloskant. Coll. HILA
De bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, N.Y. heeft dezelfde Amerikaanse herkomst als het rechterdeel van het tweeluik, bewaard in Overijse. ‘Vive l’Amérique’ is geborduurd in rood, wit, blauw met sterretjes onder een imposante kroon. Klaprozen, margrieten en korenbloemen symboliseren de geallieerde landen. Het heeft een omranding van kloskant en koord in rood, geel, zwart, in de Belgische kleuren ook band in een strik rechtsboven geplaatst. Deze bloemzak wordt bewaard in de Hoover Institution Library Archives.
Bloemzak ‘Pride of Niagara’, Thompson Milling Co. Lockport, N.Y. / ‘Vive l’Amérique’, beschilderd, geborduurd, kloskant. In rood krijt op achterzijde: ‘1914-1915 Pensionnat du Sacré-Coeur Overijssche (Bruxelles) Province de Brabant Belgique’. Coll. HILA HHSC 62008 Box 20 item 7. Foto’s: auteur
Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe
‘Noble Amérique, Merci! 1914-15’; beschilderd, geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteurDetail Belgische provincies met hun vlaggen. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteur
De zusters van de congregatie ‘les Soeurs du Sacré-Coeur de Marie’ hebben hun dankbaarheid voor de voedselhulp tot uiting gebracht in drie fraaie handwerken, wellicht bedoeld als kussenhoes. Zij schilderden en borduurden symbolen als de hoorn des overvloeds, een anker, de negen Belgische provincies, een Belgische wimpel, een zwaluw, vlinders, gecombineerd met veldboeketten en graanhalmen, met lovende teksten aan Amerika: ‘Der Belgen Dank, Liefderijk Amerika’, ‘Noble Amérique, Merci! 1914-15’, ‘Nos neuf provinces remercient la noble et généreuse Amérique! 1914-1915’. Twee bovenranden zijn afgewerkt met open naaiwerk.
‘Nos neuf provinces remercient la noble et généreuse Amérique! 1914-1915’; geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.377. Foto: auteurHet naamkaartje van ‘Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe’. Coll. HHPLM. Foto: auteur
Kanttekening bij deze drie handwerken van de zusters is, dat -hoewel deze een zak-vorm hebben (dubbele stof, afmetingen 75×45 cm, drie zijden gesloten, een zijde open) -, de stof waarop is geschilderd en geborduurd geen karakteristieken draagt van een Amerikaanse bloemzak. Er is geen bedrukking van een Amerikaanse maalderij, er zijn geen gaatjes van een gestikte en opengetornde zak, noch staat het stempel van het Overijse komiteit erop.
Mijn konklusie is dat de zusters de voorkeur hebben gegeven om eigen materialen te gebruiken, omdat hun handwerken, waarschijnlijk bedoeld als kussenhoes, daardoor beter tot hun recht zouden komen.
‘Der Belgen dank. Liefderijk Amerika! 1914-1915, Overijssche-Maleizen’, beschilderd, geborduurd. Les Réligieuses du Sacré-Coeur de Marie, Malaise-La Hulpe. Coll. HHPLM 62.4.385. Foto: auteur
Via mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WO I maakte ik over de digitale snelweg en in werkelijkheid avontuurlijke zakkenreizen van Urbana (Ohio), West Branch (Iowa) en Palo Alto (Ca.) naar Overijse en ontmoette inspirerende mensen. Ik beschreef in dit blog acht objecten, in 1915 beschilderd en geborduurd in Overijse, nu bewaard in drie Amerikaanse, publieke collecties en een in een Belgische, particuliere collectie. Vijf van de handwerken zijn mogelijk niet gemaakt van gebruikte Amerikaanse bloemzakken, drie items zijn dat zeker wel.
Mijn grote dank gaat uit naar:
– Cheryl Ogden en Megan van het Champaign County Historical Society Museum, Urbana, Ohio; – Piet Van San van de Heemkundige Kring De Beierij van IJse.
Graf van Marie Brankaer en Edouard Vankeerbergen.
– Hubert Bovens en Filip Brankaer voor de opzoeking van biografische gegevens van borduurster Marie Brankaer.
Hubert Bovens bracht een bezoek aan het kerkhof in Maleizen (Overijse) voor onderzoek naar haar overlijdensdatum. Hij vond haar graf en ook de naam van de man waarmee zij huwde. Bijgaand de foto die hij maakte.
[1] Champaign County Historical Society bezit in de Brand Whitlock-collectie meerdere bloemzakken van WO I. Hoeveel het er zijn is in onderzoek. Megan heeft overzichtfoto’s en detailfoto’s gemaakt. Zie ook het blog: Van hulp tot borduurwerk in Ohio, VS
[2] Timmermans, Djamila, Honger, voedsel en hulp in Overijse, WO I. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2014-2, p. 47-75.
Djamila Timmermans schreef in hetzelfde nummer het artikel ‘Milddadigheid’ van de stad Portland, Oregon, naar aanleiding van de onthulling van een gedenksteen in Overijse in 1930: ‘den gedenksteen, geplaatst aan de Gemeenteschool van ’t Center, uit dankbaarheid aan de milddadigheid van de stad Portland (Oregon) Amerika, tijdens den oorlog 1914-1918’.
[3] Van San, Piet, ‘Tijdloze schoonheid, versierde linnen zakken uit Overijse 1914-1918’ in: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2021-02, p. 47-50.
[4] In het boek van Diane De Keyzer ‘Nieuwe meesters, magere tijden. Eten en drinken tijdens de Eerste Wereldoorlog‘ staan 14 foto’s afgedrukt, gemaakt door Louis Rigaux. Zij citeert op p. 244 uit de verslagen van de vergaderingen van het komiteit van Overijssche, geschreven door de secretaris, notaris Goedhuys: ‘Comité d’alimentation – Procès-verbaux des séances 11.01.1915 – 10.01.1916.’
Handwerkrol (detail) van M. Jonckheere, 1928, Institut du Sacré-Coeur, Overijse. Foto uit ‘Pronklappen uit Belgische en Nederlandse meisjesscholen’, p.125
[5] Stevan-Bathoorn, Hennie, Stevan, Sjoerd, Pronklappen uit Nederlandse en Belgische meisjesscholen. Geschiedenis van de Souvenir de ma jeunesse 1875 – 1935. Museum voor Naaldkunst, Winschoten, 2009, p. 123-125: ‘Institut du Sacré-Coeur, Overijssche’.
[6] Timmermans, Djamila, Het pensionaat ‘des Soeurs du Sacré Coeur de Marie’ in Maleizen en de naburige Heilig Hart school. Overijse: Zoniën, kwartaalblad Heemkundige Kring De Beierij van IJse vzw, 2021-03, p. 93-110.
Vooraanstaand Belgisch kunstenaar Godefroid Devreese (Kortrijk 19.08.1861 – Elsene 31.08.1941), beeldhouwer en medailleur, heeft zijn bijdrage geleverd aan het decoreren van de meelzakken. Van hem is een tekening op de meelzak ‘Perfect’ van de maalderij Gem State Roller Mill & Ele. Co. in Ucon, Idaho (Tx. 2626), bewaard gebleven in de collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH).
Een kind met krullende haardos, blote armen en benen, gekleed in een schortje, zit op de grond en lepelt eten uit een steelpan; de onderbenen klemmen de pan vast, de linkerhand grijpt de steel van de pan, de rechterhand is hooggeheven en zet een lepel eten -is het pap, is het soep- aan de mond.
De tekst ‘AU BÉNÉFICE D’ALIMENTATION’ (‘ten voordele van de voeding’) staat in een boog om het kind heen, beginnend en eindigend in een tarwehalm. Een krans van zonnestralen benadrukt de letters. Boven de blote voeten van het kind staan de jaartallen 1914 en 1915. Rechtsonder tekende de kunstenaar met ‘G. Devreese’.
Het kind is in profiel naar links getekend. De tekening is gemaakt met rood krijt, als ware het een schets.
G. Devreese, ‘A mes Amis’, zelfportret, 1921. Plaquette, brons. Collectie MSK Gent. Foto: website MSK
Godefroid Devreese
Godefroid Devreese was een productieve, succesvolle kunstenaar; het atelier Devreese had enkele gekwalificeerde medewerkers in dienst. Ook in de oorlogsjaren ’14-‘18 kreeg hij talloze opdrachten voor het maken van plaketten en medailles.
Alle personen en instanties die een rol speelden in de hulp- en voedselvoorziening aan België zijn door Devreese geportretteerd op plakette of medaille: Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding, Commission for Relief in Belgium, Brand Whitlock, Markies de Villalobar, Maurits van Vollenhoven, Ernest Solvay, Emile Francqui, Herbert Hoover, enz. De voorkeur van de kunstenaar was om de bezoekers aan zijn atelier, die voor hem poseerden, steeds in profiel naar links vast te leggen. In die richting was de lichtinval geschikter. De foto’s van de modellen werden in die richting genomen.
Godefroid Devreese werkt in zijn atelier. Kenmerkende foto met het profiel naar links tbv de lichtinval. Foto uit artikel Jacqueline Van Driessche, In Monte Artium, 10, 2017.
Er bestaat een foto van de kunstenaar aan het werk in zijn atelier. Devreese zit in diezelfde houding met zijn profiel naar links te beeldhouwen; je kan je iets voorstellen bij de lichtinval. De foto is gepubliceerd in een bijzonder lezenswaardig artikel van Jacqueline Van Driessche over de nalatenschap van de medaillecollectie van Devreese.[1]
Detail Godefroid Devreese ‘Au Bénéfice d’Alimentation’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteurMimine Schellecat, dochtertje van de kleermaakster van mw. Devreese, 1906, brons. Medaille door G. Devreese en P. Fisch aangeboden aan Société de la Medaille. Coll. MSK Gent. Foto: website MSK
Mogelijk is het kind dat model heeft gestaan voor de tekening op de meelzak ook op deze wijze vereeuwigd.
De tekening is monochroom en het onderwerp is geschetst alsof het bestemd is voor een plaquette of medaille. Zou Devreese het ontwerp van de tekening van het kind later inderdaad als zodanig hebben gebruikt? Ik heb zijn honderden penningen er niet op onderzocht.
Wel zag ik in de collectie van MSK Gent de medaille ‘Mimine’, die Devreese eerder, in 1906, ontwierp. Het hoofdje van het kind vertoont enige gelijkenis met het kind in de roodkrijttekening.
Aanvulling 9 oktober 2020: Inmiddels is de penning met identieke afbeelding gevonden! Zie hieronder.
Ontwerpen van Godefroid Devreese Devreese was door zijn werk goed ingevoerd in de hoogste kringen. Ik zal hierna ingaan op de contacten die hij had en het werk dat hij uitvoerde van de Amerikaan Brand Whitlock en de Nederlander Maurits Van Vollenhoven, gezichtsbepalende diplomaten in bezet Brussel, en Isabella en Paul Errera, bewoners van Ukkel.
Brand Whitlock, Amerikaans gevolmachtigd minister in België, zie ook mijn vorige blog, beschreef dat hij onder meer met Devreese ging lunchen: ‘M. Cardon is a gentleman of taste and culture and a charming companion. We used to go now and then to the little restaurant “Le Vieux-Sabot” on the quai near his house, he and Devreese, the sculptor and I, and later Alfred Madoux, the editor of L’Etoile Belge, who found his distraction in painting.’ [2]
Maurits Van Vollenhoven
Maurits van Vollenhoven. Penning ontwerp Godefroid Devreese, 1917. In ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Dr ‘Maurits’ Willem Raedinck van Vollenhoven (Haarlem 25.11.1882 – Madrid 29.03.1944), Heer van Kleverskerke[3], was gezantschapsraad in Brussel toen de Groote Oorlog begon. Hij was een jonge Nederlandse diplomaat, 31 jaar, die samen met een secretaris in de periode ’14-’18 het Nederlandse gezantschap vertegenwoordigde vanaf het moment in 1914 dat de Nederlandse gezant de Belgische koning en zijn regering naar Le Havre in Frankrijk volgde.
Door op dat moment op die plaats te zijn heeft de loopbaan van Van Vollenhoven een wending genomen in importantie, waarvan in de Nederlandse geschiedschrijving soms iets is terug te vinden. [3a]
De titels van Dr Maurits van Vollenhoven. ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteurMaurits van Vollenhoven, geschilderd portret (door Jacques Madyol, 1917?). Van foto in ‘Rency, La Belgique et la Guerre’. Foto: auteur
Van Vollenhoven groeide samen met de diplomaten Brand Whitlock (VS) en Markies de Villalobar (Spanje) uit tot ‘Ministres-Protecteur’ voor de Belgische bevolking. Zij waren beschermheren van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit. Zie ook: Kunstenaars @hooverlibrarymuseum
Godefroid Devreese: Maurits van Vollenhoven, 1920, borstbeeld in wit marmer voor de Belgische Senaat. Coll. en foto: Belgische Senaat.
Uit dien hoofde viel hen de eer te beurt door Devreese te worden vereeuwigd op medailles. Na de Armistice verleende de Belgische Senaat aan de drie diplomaten het voorrecht vereeuwigd te worden in een levensgroot borstbeeld. ‘Op 11 februari 1919 bestelden Kamer en Senaat bij beeldhouwer Godefroid Devreese borstbeelden van de Markies de Villalobar en van minister-resident Maurits van Vollenhoven. Deze beeldhouwer werd door hen gekozen. De buste van Brand Whitlock werd op zijn vraag door Egide Rombaux gehouwen’. De drie beelden hebben een vaste plaats gekregen binnen het gebouw van de Senaat.[4]
De herinnering aan Maurits van Vollenhoven wordt behalve in België, ook in de Nederlandse provincie Zeeland in het dorp Kleverskerke en in Museum Arnemuiden, in hoge ere gehouden.
Isabella en Paul Errera in Ukkel
Paul Errera, burgemeester van Ukkel van 1912-1921. Plaquette ontwerp Godefroid Devreese, brons. Foto: Ucclensia: ‘Uccle ’14-’18’
Zowel Isabella als Paul Errera hebben Devreese opdrachten verstrekt.[5]
Hij portretteerde Paul Errera als burgemeester van Ukkel voor een plaquette. Isabella Errera gaf opdracht een medaille te slaan om de medewerkers te eren, die meewerkten aan de verstrekking van ‘la soupe populaire’ in Ukkel. De medailles zijn in brons gegoten, waarna verzilverd of verguld, de afmeting is 70×75 mm.
G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet
Aan een zijde van de medaille zien we een edelmoedige, rechtopstaande en goed gekapte vrouw in een enkellange japon, de contour van haar rechterbeen is zichtbaar onder de rok, haar rechtervoet is gehuld in een modische schoen met hak. Zij reikt een dampend bord soep aan, aan een man die wat ineengedoken op een bank achter een tafel zit. Hij richt zijn hoofd op, zijn ellenbogen liggen op tafel, hij strekt zijn rechterhand uit naar de soep. Het raam achter de vrouw staat wijd open met zicht op een boom en een huis, het raam achter de man is gesloten, in de vensterbank staan twee planten in pot. Het onderschrift luidt: ‘Servir les Pauvres ennoblit.’ (‘Het dienen van de Armen veredelt’). Linksonder staat in kleine letters de handtekening G. Devreese.
G. Devreese ‘Servir les Pauvres ennoblit’, 1917. Keerzijde ‘Uccle’. Medaille, 70×75 mm, verguld brons, in opdracht van Isabella Errera geslagen. Coll. Penningenkabinet KBR. Foto: internet
Aan de andere kant van de medaille zien we een man samen met twee honden een kar trekken waarop ketels soep staan. Ze lopen in een veld op weg naar een dorp. Kenners herkennen de boerderij ‘Hof ten Hecke’ en de kerktoren van Ukkel.[6] Achter hen een boom in blad. Het onderschrift luidt links ‘Uccle’ (Ukkel), rechts opnieuw de handtekening in kleine letters G. Devreese. 1917.
Detail foto Isabella Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000
Op een foto van Isabella Errera, waar zij in haar werkkamer aan haar bureau zit te schrijven, is achter haar een wand vol schilderijen te zien.[7] Opvallend detail is het ‘schilderij’ direct achter haar. Ongetwijfeld een werk van Godefroid Devreese: het is een grote gipsen plaquette, ingelijst, van de man die samen met zijn twee honden de kar met ketels soep trekt. De foto bevestigt de verbondenheid van Isabella Errera met het werk van Godefroid Devreese.
Textiele getuige van de Grote Oorlog Professor Delmarcel haalde in zijn artikel voor het Bulletin van KMKG-MRAH deze Amerikaanse bloemzak als volgt aan: Op één zak te Brussel, afkomstig van de Gem State Roller Mills in Ucon, Idaho, met merk “Perfect”, is de achterkant verlucht met een monochrome tekening van een zittend kind dat zijn pap eet, met opschrift “Au bénéfice de l’alimentation, 1914-1915” en getekend G. Devreese (Tx. 2626; fig. 15). Op de zak staat ook de stempel van het “Comité de Secours et d’Alimentation”, afdeling Brabant. Het gaat hier duidelijk om het werk van een kunstenaar, wellicht Godefroid Devreese (1864-1941), vooral bekend als beeldhouwer, die ook medailles maakte met de beeltenis van Herbert Hoover en van Brand Whitlock, de toenmalige ambassadeur van de VS in Brussel. [7a]
‘Au bénéfice d’alimentation’ op de meelzak ‘Perfect’ De origine van de Amerikaanse, katoenen meelzak is een klein dorp Ucon, in de staat Idaho. Ik vraag me af waarom Devreese specifiek deze bloemzak heeft uitgekozen.
Is het vanwege het merk ‘Perfect’?!
Het beeldmerk met bloemen in penningvorm?
De kleuren blauw en geel van de originele bedrukking, waartegen zijn roodkrijttekening (‘dessin à la sanguine’) mooi zou afsteken?
Een combinatie van dit alles lijkt me waarschijnlijk.
Andere kunstenaars die meelzakken versierden hebben zichtbaar geworsteld met de dubbele stof van de katoenen zakken, de originele bedrukking waar ze omheen werkten en de oorspronkelijk verticale/staande richting van de meelzakken. Zo niet Devreese.
Hij heeft pragmatisch de zij- en bodemnaden van de meelzak laten lostornen en de zak een halve slag gedraaid. Daardoor had hij een enkelvoudig doek in horizontale richting waarop hij een liggende afbeelding kon maken op het niet bedrukte deel van de zak. Hij koos ervoor te werken op de kant waarop ook de originele bedrukking zichtbaar was.
Detail meelzak ‘Perfect’, stempels ‘CNSA Brabant’ en ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles’. Coll. KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur
1 Het stempel ‘A.B.C.’; dit is in de VS vóór verzending op de zak meel gestempeld. Het was een ‘shipping instruction’ van de Commission for Relief in Belgium.
2 Twee stempels van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant’; deze stempels heeft het provinciale komiteit van Brabant gezet als certificaat van echtheid, na leging van de zak en voordat deze werd overgedragen voor hergebruik in België.
3 Het stempel ‘Commission for Relief in Belgium, Bruxelles & ………(?)’; dit is een ongebruikelijk stempel. Ik had het niet eerder op een versierde meelzak gezien. Maar de KMKG-collectie meelzakken van Isabella Errera-Goldschmidt bevat een tweede exemplaar met dit stempel, de geborduurde meelzak ‘Vigor Flour’ (Tx 2605).
Het zou kunnen betekenen dat versierde meelzakken vanuit het Belgische liefdadigheidswerk op het CRB-kantoor in Brussel zijn afgeleverd, daar dit stempel kregen en gereed gemaakt voor verzending naar Amerika. Het is echter bekend dat het kantoor van de CRB overladen is geweest met versierde meelzakken en andere geschenken en moeite had om de blijk van Belgische liefdadigheid naar Amerika te verschepen. Bovendien zijn uit deze voorraad objecten ook bedankjes uitgereikt aan medewerkers en relaties van de CRB. Mogelijk is Isabella Errera op enigerlei wijze betrokken geweest in dit proces en was bekend waarmee men haar een groot plezier zou doen.
Meer aannemelijk vind ik mijn volgende hypothese. Omdat zij verzamelaar van stoffen was, had Isabella Errera waarschijnlijk reeds een collectie originele meelzakken in bezit met de bedoeling deze te bewaren als textiel erfgoed, te catalogiseren en te zijner tijd te tonen binnen haar stoffenverzamelingen. Daarom verwacht ik dat Isabella bewust de gelegenheid zal hebben gecreëerd haar keuze te maken uit de versierde meelzakken, bijvoorbeeld in samenspraak met Mrs. Ella Brand Whitlock, echtgenote van de Amerikaanse diplomaat.
Met kennis van kwaliteit zal zij resoluut de meelzak ‘Perfect’/‘Au bénéfice d’alimentation’ hebben uitgekozen om toe te voegen aan haar collectie. Haar fingerspitzengefühl vertelde haar dat de combinatie van het oorspronkelijke, Amerikaanse beeldmerk met de tekening van de internationaal erkende kunstenaar Godefroid Devreese in Brussel voor België bewaard zou moeten blijven. Zie ook het blog ‘America Feeding Belgian Children’. Allegorie van Joseph Dierickx.
Devreese memoreerde aan het einde van zijn leven over het doel waar hij in zijn werk naar streefde: “Je les ai toujours tous fait avec la même conscience et toujours avec la préoccupation: qu’en dira-t-on plus tard?” (Ik heb ze altijd allemaal vanuit hetzelfde besef gemaakt en altijd met het uitgangspunt: wat zal men er later over zeggen?”)[8]
Zijn reflectie sluit aan bij de verzamelgedachte van Isabella Errera.
Ik zeg erover: tezamen lieten zij een iconische meelzak van WO I na.
AANVULLING 11 SEPTEMBER 2023: KANTPATROON GEVONDEN!
G. Devreese, Kantpatroon ‘coussin de Venise’, Amies de la Dentelles, 1915. Coll. KMKG, foto: auteur
Ria Cooreman heeft in het KMKG-depot tussen de collectie kantpatronen van het museum het kantpatroon gevonden met dezelfde afbeelding als op de bloemzak! Devreese maakte een ontwerp voor een ‘coussin Venise’, nr. 682, waarop het stempel ‘Amies de la Dentelle’.
G. Devreese, Kantpatroon ‘coussin de Venise’, Amies de la Dentelles, 1915. Coll. KMKG, foto: auteur
De tekst in de boog rondom het pap-etende meisje is ‘Pour l’Alimentation Bruxelles-1914-1915-?’. Het patroon is uitgevoerd!
Evelyn McMillan en ik zagen de tekeningen en het werkblad, geheel doorprikt met gaatjes, bij ons bezoek aan het museum in Brussel.
G. Devreese, detail werkblad kantpatroon, 1915. Coll. KMKG, foto: auteur
Zou het kussen nog bestaan? In wiens bezit zou het kunnen zijn?
AANVULLING 9 OKTOBER 2020: PENNING GEVONDEN!
Voor en achterzijde van penning nr. 371 door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée, 1923. Foto: screenshot boek
Evelyn McMillan heeft de penning van Devreese gevonden met dezelfde afbeelding als op de meelzak! Een foto van de penning is afgedrukt in het boek van Charles Lefébure, La Frappe en Belgique Occupée. [9]
Het is een hanger met draagoog, driehoekig van vorm, 36 mm hoog, 23 mm breed en 2,6 mm dik. Aan de ene zijde is de afbeelding van het kind en de naam G. Devreese.
G. Devreese, ‘Meisje brengt lepel naar haar mond’, penning (recto), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan
De achterzijde draagt een afbeelding van een boeket graanhalmen met strik, waaromheen de tekst: Exposition d’Art et de Travaux Manuel, 1914-Bruxelles-1915.
G. Devreese, ‘Exposition d’Art et de Travaux Manuels. 1914-Bruxelles-1915’, penning (verso), brons, 23×36 mm, met draagoog. Coll. en foto E. McMillan
Omschrijving van de penning van Devreese door Charles Lefébure in ‘La Frappe en Belgique Occupée’. Foto: screenshot boek
Volgens Lefébure kwam de hanger tot stand in april 1915 om cadeau te doen aan de medewerkers van de ‘Fêtes’ (feesten), bekroonde exposanten en aan donateurs van de tentoonstelling.
Kennelijk een dankbaar sieraad voor vrouwen, die de hanger met het meisje aan een kettinkje konden dragen.
Het Penningenkabinet KBR bezit een exemplaar van de penning in brons geslagen, afkomstig uit de nalatenschap van Devreese, verkregen in 2013. Plaatskenmerk 3E278/1. De beschrijving van de voorzijde luidt: Een meisje zit op de grond, een kom tussen haar knieën, en brengt een lepel naar haar mond.
– Dank aan Dr. Ingrid De Meûter en Ria Cooreman van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel die mij de gelegenheid hebben geboden de collectie meelzakken van WO I te onderzoeken. Ria Cooreman vond later het kantpatroon met werkblad in het KMKG-depot.
– Dank aan Ucclensia, de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving, in het bijzonder de heer Eric de Crayencour, voor de vele en uitvoerige informatie, die zij mij hebben verstrekt over Ukkel in de jaren ’14-’18 en de toenmalige bewoners, Paul en Isabella Errera-Goldschmidt.
– Bijzondere dank aan Evelyn McMillan voor het geslaagde speurwerk in het werk van Godefroid Devreese naar de penning, gelijk aan de afbeelding op de meelzak. De penning is inmiddels in haar collectie, ze stuurde me de in dit blog afgebeelde foto’s.
Voor een volledig overzicht van het werk van Godefroid Devreese:
Poels, André, Vandamme, Luc, Van Driessche, Jacqueline,Godefroid Devreese 1861-1941. Alken: Limburgse Commissie voor Numismatiek vzw, 2018
[2] Brand Whitlock, Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I. London: William Heinemann, 1919, p. 336
[3a] Kruisinga, Samuël, Neutral Protectors. The Comité Hispano-Néerlandais and the Fight for Belgium, 1917–1918. The International History Review 2024, vol. 46, no. 4, p. 408-425, 2024.
[4] Website Belgische Senaat, Geschiedenis en Erfgoed, Sporen uit het verleden ‘Diplomaten lenigen hongersnood in bezet België’, 19/04/2017
[5]14-18. Uccle et La Grande Guerre. Cercle d’Histoire, d’Archéologie et de Folklore d’Uccle et Environs a.s.b.l., 2018
[6] Mededeling M. Eric de Crayencour, Vice-président du Cercle d’Histoire d’Uccle.
[7] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000
[8] Jacqueline Van Driessche, Le Fonds Godefroid Devreese (1861-1941) conservé au Cabinet des médailles: quelques œuvres inédites’ in: In Monte Artium, 10, 2017, p. 181
[9] Lefébure, Charles, La Frappe en Belgique Occupée. Contribution à la Documentation du Temps de Guerre. Bruxelles et Paris, Librairie Nationale d’Art et d’Histoire. G. van Oest & Cie, Editeurs, 1923, p. 33, PL. XII
De collectie van het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel bevat twee opmerkelijke kunstwerken die laten zien dat de Belgische kunstenaars Arthur Douhaerdt en Henri Thomas ieder op geheel eigen wijze hun bijdrage hebben geleverd aan het decoreren van meelzakken.
De Koninklijke Bibliotheek van België in Brussel
Het Prentenkabinet Het Prentenkabinet bewaart ongeveer één miljoen prenten en tekeningen, het is de grootste verzameling van België, de collectie is van wereldniveau.
De leeszaal van het Prentenkabinet. Foto: auteur
Prenten zijn gedrukte beelden, tot stand gekomen in allerlei vormen en technieken, zoals gravures, etsen, houtsneden, lithografieën, enz. De afbeeldingen kunnen afgedrukt zijn op papier of perkament of textiel.
De beelden afgedrukt op het textiel van de meelzakken leidden mij naar de leeszaal van het Prentenkabinet voor raadpleging van de twee collectiestukken.
Kunstenaar: Arthur Douhaerdt Het kunstwerk van Gustave ‘Arthur’ François Douhaerdt (Sint-Gillis 05.07.1871 – Brussel 18.07. 1954), lithograaf/kunstschilder, is een landschap: ‘Knotwilgen aan beek.’ Linksonder noteerde de kunstenaar: ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Rechtsonder zette hij zijn handtekening.
Arthur Douhaerdt, ‘Knotwilgen aan beek’, 1915, lithografie. ‘Souvenir des sacs de farine des Etats-Unis 1914-1915’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Lithografie Het bijzondere aan het kunstwerk is de bedrukking op papier: een lithografie van 43,5 cm hoog en 35 cm breed. Bij bestudering van de prent in het Prentenkabinet begreep ik dan ook helemaal niet waarom dit een ‘souvenir’ van Amerikaanse meelzakken zou zijn.
Handgeschreven aantekeningen van Arthur Douhaerdt op de achterzijde van de lithografie ‘Knotwilgen aan beek’, 10 juli 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Maar toen ik het blad omdraaide, bleek het voorzien van hand-geschreven aantekeningen van de kunstenaar met interessante informatie over zijn werkwijze: Douhaerdt heeft zijn landschapstekening met behulp van de techniek van lithografie overgebracht op de meelzakken in een oplage van vier stuks. ‘Lithographie originale tirée à 4 épreuves sur les sacs de farine américaine durant la guerre europeènne 1914-1915. Le 10 Juillet 1915. Arth. Douhaerdt, Uccle – Brabant, Belgique’ (Originele lithografie, in oplage van 4 gedrukt op zakken van Amerikaanse bloem tijdens de Europese oorlog 1914-1915. 10 juli 1915, Arth. Douhaerdt, Ukkel, Brabant, België)
Ook de namen van de meelzakken schreef Douhaerdt op: ‘Belgian relief Flour From Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. U.S.A. From Pillsbury Flour Mills Co., Minneapolis, Minn. U.S.A. From Montana Flour Mills Co., Lewistown, Mont. U.S.A. From Campbell Milling Co., Campbell, Nebraska, U.S.A.’
Als herinnering voor zichzelf liet hij de prent afdrukken op papier en maakte op voor- en achterzijde aantekeningen van de techniek en gelegenheid waarvoor hij de prent had gemaakt.
Kort na de oorlog droeg hij de prent over aan de KBR. De inbreng staat genoteerd op 7 april 1919: ‘Paysage imprimé sur sac américain, lithographie’, door: ‘M. A. Douhaerdt, 44 Avenue des Sept Bonniers, Uccle’, tesamen met enkele andere kunstwerken. Douhaerdt woonde en werkte in Ukkel van 1908 tot 1919.
Of er een meelzak met het landschap van Douhaerdt bewaard is gebleven, is helaas niet bekend, we kennen daarom alleen de lithografie op papier in het Prentenkabinet. Douhaerdt had een uitmuntend vakmanschap in de lithografie; hij werkte twintig jaar als directeur voor de ‘Cercle d’Etudes lithographiques’ en de ‘Ecole de lithographie’, onderdeel van de Institut des Arts et des Métiers in Brussel. *)
Origine meelzakken uit de VS
Pillsbury Flour Mills Co. in Minneapolis begin jaren 1900. Foto: internet
De origine van de zakken kennen we dankzij de opsomming achterop de prent. ‘Belgian relief Flour’ kwam naar België met de hulpactie van de krant de Northwestern Miller uit Minneapolis. ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ bracht eind februari 1915 in totaal 275.000 zakken meel met het schip de ‘South Point’ vanuit Philadelphia naar de Belgische bevolking via de haven van Rotterdam. In het Report[1] over de hulpactie stonden de namen genoemd van alle maalderijen en het aantal barrels meel die ze bijgedragen hebben aan de actie.
Montana Flour Mills, Lewistown, Mont., begin jaren 1900. Foto: internet
De vier maalderijen die Douhaerdt opsomde, vinden we in het ‘Report’ van de Miller’s Belgian Relief Movement als volgt:
Minneapolis – Russell-Miller Milling Co. 500 barrel (45 ton meel); Russel Miller Milling Co. proceeds of contributions 744 barrel (65 ton meel)[2]
Minneapolis – Pillsbury Flour Mills Co. 1500 barrels (130 ton meel); Pillsbury Flour Mills proceeds of contributions 844 barrel (75 ton meel)
Lewistown – Montana Flour Mills Co. and citizens of Montana 280 barrel (25 ton meel)
Blooming Prairie, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 48 barrel (4 ton meel)
Owatonna, Minn. – L.G. Campbell Milling Co. and citizens 65 barrel (6 ton meel).[3]
Kunstenaar: Henri Thomas Het kunstwerk van Joseph ‘Henri’ Thomas (Sint-Jans-Molenbeek 22.06.1878 – Brussel 22.11.1972) is een ‘gravure au vernis mou’ van een ‘Jeune femme au manchon’ (een gravure in zachte vernis van een jonge vrouw met mof).
Henri Thomas, Jonge vrouw met mof, ca. 1915, gravure in zacht vernis. Versierde meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
In de leeszaal van het Prentenkabinet stond een groot ‘schilderij’ voor me klaar ter bestudering. De afmeting van het werk inclusief de eikenhouten lijst is 89,5 cm hoog en 55 cm breed. De prent (72,5 bij 42 cm) zit achter glas en is daarom moeilijk te fotograferen.
Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Het portret in grijstinten toont een jonge vrouw, warm gekleed voor de winter, ze staart met grote ogen wat zorgelijk voor zich uit. Haar donkere haar is kortgeknipt, een pony valt op haar voorhoofd vanonder een lichte, donzige muts. Ze steekt haar gehandschoende linkerhand half in de mof van forse afmeting.
De meelzak ‘White Fawn’ zit ondersteboven in de lijst ten opzichte van de gravure. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
De achterzijde van de ingelijste gravure toont de meelzak ‘White Fawn’ (‘wit reekalf’) van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford. De origineel bedrukte zijde van de meelzak zit ten opzichte van de gravure ondersteboven in de omlijsting.
Meelzak ‘White Fawn’, Duncombe Bros, Waterford Mills, Waterford, Ontario. Achterzijde ‘Jonge vrouw met mof’ van Henri Thomas, ca. 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Zou Henri Thomas de gravure daadwerkelijk op de meelzak hebben aangebracht of op eigen stof gedrukt? Staande bij het kunstwerk hebben we het ons afgevraagd.
Close-up van het weefsel van de gravure ‘Jonge vrouw met mof’, Henri Thomas. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
De zware eikenhouten lijst met de grote glasplaat, enigzins aangetast door de tand des tijds, was moeilijk te hanteren en nodigde niet uit tot determinatie op dat moment. Door de loep bekeken leek het weefsel van het doek van de gravure mij voller en regelmatiger van structuur, ook minder verkleurd dan het doek van de White Fawn meelzak.
Close-up van het weefsel van de katoenen meelzak ‘White Fawn’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Voor het definitieve antwoord is mijn hoop erop gericht dat de omlijsting van dit verrassende, iconografische werk in het Prentenkabinet eens voor onderhoud en/of restauratie in aanmerking zal komen, waardoor de gravure en de meelzak uit de lijst tevoorschijn zullen komen.
Het Prentenkabinet verwierf de ingelijste gravure van Thomas in 1975 van Mlle. P. van Laethem van Peggy’s Gallery in Brussel. Of het kunstwerk met meelzak is tentoongesteld op een van de Brusselse exposities van de ‘sacs américains’ in 1915/16 is onbekend.
Origine meelzak uit Canada Van de meelzak ‘White Fawn’ van Duncombe Bros., Waterford Mills, Waterford ligt de origine bij een maalderij in Ontario, Canada. De meelzak kwam naar België vanuit de Canadese hulpacties in 1914/15.
De Patriotic League in Waterford zamelde 400 zakken meel van 98 lbs (17 ton meel), gedroogde appels, havermout, kleding en bonen in als hulpgoederen voor de Belgische bevolking. De zending werd verscheept met het stoomschip Treneglos, dat op 26 januari 1915 vanuit Halifax vertrok naar Rotterdam met een lading Canadese hulpgoederen.[4]
Amerikaans diplomaat Brand Whitlock was kunstliefhebber; portret op versierde meelzak. Coll. Champaign County Historical Society. Foto: ohiomemory.org
De diplomaat Brand Whitlock (Urbana, Ohio, VS 04.03.1869 – Cannes, Frankrijk 24.05.1934) was Amerikaans gevolmachtigd minister in België met zetel in Brussel tijdens WO I. Hij staat geportretteerd op een geborduurde meelzak ‘American Commission’, 1914-1915, die bewaard wordt door de Champaign County Historical Society (Urbana en Toledo, Ohio). De tekst op de zak luidt: ‘A.S.E.M. (A Son Excellence Monsieur) Brand Whitlock/M.P. (Ministre Protecteur) des Etats-Unis/ American Commission/E Pluribus Unum/ La Belgique Reconaissante/1914 1915′. De versierde meelzak was een geschenk aan hem als dank voor zijn werk in België; hij was onder meer beschermheer van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NKHV/CNSA).
Brand Whitlock interesseerde zich voor kunst en bezocht veel kunstenaars in hun atelier. In een van de vele boeken die hij schreef, ‘Belgium under the German Occupation: a personal narrative – Volume I’ noemde hij een aantal kunstenaars bij naam, waaronder ook Henri Thomas en kwalificeerde zijn werk als ‘schilderijen van studentes en vrouwen van lichte zeden, de onderwerpen van Félicien Rops met de penseelstreek van Alfred Stevens’: ‘There was Henri Thomas, with his pictures of ‘grisettes’ and ‘cocottes’, painting those terrible subjects of Félicien Rops with the brush of Alfred Stevens’.
In Piron, een standaardwerk over de Belgische kunstenaars uit de 19e en 20ste eeuw, staat de volgende recensie over het werk van Thomas: ‘Zijn œuvre komt over als een ode aan de vrouw. Voorkeur voor o.a. portretten, vrouwenfiguren, anekdotische tafereeltjes met vrouwen, naakten, bloemen. Plaatste zijn figuren meestal in weelderige burgersalons. Zijn naakten komen meestal sensueel, soms uitdagend, als ‘femme fatale’ over, maar soms schroomvallig en beschaafd.’
“La résistance” in het Hoover Institution In het licht van dit kommentaar heeft Henri Thomas in de oorlogsjaren een opmerkelijke prent of tekening aan Brand Whitlock geschonken. Het kunstwerk bevindt zich nu in de archieven van het Hoover Institution, Stanford University, Palo Alto, Californië.
Henri Thomas “La résistance”, (ca. 1915-1919), h. 130 cm, br. 92 cm. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillan
“La résistance” toont het beeld van een krachtige vrouw, op de rug gezien. Zij pakt met blote handen en voeten een adelaar met gespreide armen bij beide vleugels. De adelaar is tegen deze aanval niet bestand, zet een klauw in de arm van de vrouw, maar kan haar wilskracht niet weerstaan.
Het handgeschreven onderschrift is: ‘à son exellence Monsieur le ministre Brand Whitlock. Hommages de sympathie et de reconnaissance. Henri Thomas’.
Evelyn McMillan, bibliothecaris en onderzoekster op Stanford University, maakte me attent op het kunstwerk. Zij stuurde me enige tijd geleden spontaan deze foto van “La résistance” met toelichting en de vraag of ik de naam van de kunstenaar herkende: ‘Here is the image of a work of art that belonged to Brand Whitlock, US diplomat to Belgium during the war (1914-1917) and then again after the war (1919-1920). In his book entitled, “Belgium Under The German Occupation” he writes about artists he knew and admired (see page 337 of volume I, in particular.) He would encourage his compatriots and visitors to buy Belgian art, especially the work of artists working in Brussels, whose studios he enjoyed visiting.
Brand Whitlock’s papers are in the archives at the Hoover Institution here at Stanford University. I do much of my research in their archives. The title of the piece is “La résistance.” While it is signed the family name is hard to make out, perhaps you can help read the signature. It is a large work, maybe about 92 cm x 130 cm. Once seen, it would never be forgotten, the imagery is so strong.’
Detail Henri Thomas “La résistance”, handgeschreven opdracht van de kunstenaar aan Brand Whitlock. Coll. Brand Whitlock papers, Map case, Hoover Institution Library & Archives. Foto: E. McMillanHandtekening van Henri Thomas op de gravure ‘Jonge vrouw met mof’. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Door de kennis van de meelzak herkende ik de handtekening van Henri Thomas onmiddellijk.
Het œuvre van Thomas ken ik verder niet. De twee werken die hij maakte in de bezettingstijd van WO I zijn imposant in contrast en metaforen van hun tijd.
Detail Henri Thomas, Jonge vrouw met mof. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
De jonge vrouw op de meelzak beeldde Thomas af als een ‘grisette’, modisch gehuld in winterkostuum met een grote mof om zich te beschermen tegen alles wat er in de buitenwereld op haar afkomt. In “La résistance” beeldde hij de vrouw af als een mythische godin die zich verdedigt en voor haar ruimte vecht. Naakt, slechts gehuld in een wapperend kleed, verzet ze zich en met al haar kracht gaat zij onverschrokken de roofvogel te lijf die het waagt haar gevangen te willen nemen.
Detail Arthur Douhaerdt, Knotwilgen aan beek, 1915. Coll. Prentenkabinet KBR. Foto: auteur
Zo hebben de versierde meelzakken in het Prentenkabinet me enerzijds, via Douhaerdt en Thomas, ingewijd in het gebruik van lithografie, respectievelijk gravure, voor het decoreren van de zakken.
Anderzijds hebben ze me inzicht gegeven in het werk van een doorgaans sensueel schilderend kunstenaar als Henri Thomas die door de oorlog en bezetting zijn innerlijk vol verzet tot imposante expressie bracht.
– Dank aan Evelyn McMillan. Zij maakte me niet alleen attent op het schilderij “La résistance” van Henri Thomas, maar ook op de boeken van Brand Whitlock, waarin hij de Belgische schilders beschrijft. Ook verwees zij naar de geborduurde meelzak van Brand Whitlock in de collectie in Ohio.
– Dank aan Hubert Bovens, Wilsele, voor de informatie over
* de biografische gegevens van de kunstenaars;
* de licentiaatsverhandeling van Vincent Gabriëls over Arthur Douhaerdt.
*) Gabriëls, Vincent, Arthur Douhaerdt (1871 – 1954) en de lithografie in België. Leuven, Katholieke Universiteit Leuven, licentiaatsverhandeling, 1990
[1] Edgar, William C., ‘The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV’. Minneapolis, Minn. USA, 1915, p. 69, 70.
[2] Een barrel is een gewichtsmaat gelijk aan 196 Lbs. Lbs staat voor ‘pound’ en 1 pound is gelijk aan 0,45 kg. De meelzakken met ‘Belgian Relief Flour’ hadden een voorgeschreven maat van 49 lbs (22 kg).
[3] Campbell Milling Co. in Nebraska heeft voor de leverantie van meel kennelijk samengewerkt met partners in Blooming Prairie en Owatonna, Minnesota. Een meelzak van Campbell Milling Co. is gebruikt voor de lithografie van Douhaerdt.
[4] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915, p. 115.
Na twee blogs met krantenberichten en veel tekst over kunstenaars in Auderghem en Luik laat ik in dit blog het werk zien van vijf kunstenaars, van wie het werk op zak in 1987 tentoongesteld is geweest in San Francisco, Californië.
Het ‘San Francisco Craft and Folk Art Museum’
Carole Austin publiceerde in A Report, Fall 1986, The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Collectie en foto: auteur
‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, is de titel waaronder het San Francisco Craft and Folk Museum een tentoonstelling van versierde meelzakken in WO I organiseerde van 7 januari tot 1 maart 1987. Gastconservator Carole Austin schreef een uitgebreid essay, dat gepubliceerd werd in ‘A Report, Fall 1986’, een uitgave van het museum.[1] In de tentoonstelling zijn beschilderde meelzakken uit de collectie van Capt. and Mrs. Albert Moulckers [2] getoond, naast vele geborduurde en met kant versierde meelzakken uit de collectie van de Hoover Institution van Stanford University.
In haar essay vermeldde Austin dat Julienne Moulckers haar vertelde dat St. Edward’s University in Austin, Texas, nu de meeste meelzakken met schilderijen van haar vader’s kunstkring in bezit heeft. Wat Austin verzuimde te vermelden, was dat de zes beschilderde meelzakken in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ nog altijd in het bezit waren van het echtpaar Moulckers.
Over deze zes kunstwerken gaat dit blog.
Carole Austin had een uitgebreide documentatie van de tentoonstelling in haar archief. Deze heeft zij mij geschonken, daarom bezit ik foto’s van de schilderingen.
Louis Crombin (Elsene 21-04-1872 – Watermaal-Bosvoorde 10-04-1946)
Louis Crombin, ‘Témoignage de Reconnaissance’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. Formaat 19×27 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.
Een huiselijk tafereel van moeder die de baby wiegt, grootmoeder handwerkt of schilt de aardappelen, het kind aan tafel leest. Moeder heeft een zak ‘Belgian Relief Flour’ in ontvangst genomen. Door de deuropening kijken we naar buiten en zien de leverancier van de zak meel weglopen naar zijn paard en wagen. Twee Amerikaanse vlaggetjes sieren de keuken.
Het doek waarop Crombin geschilderd heeft, is een halve meelzak.
Restanten van de bedrukking zijn in de bovenzijde van de schildering te zien. Kennelijk is het een meelzak geweest van de Miller’s Belgian Relief Movement met de standaard bedrukking ‘Belgian Relief Flour’ en de naam van de maalderij. In dit geval zou het kunnen gaan om de Russell-Miller Milling Co. uit Minneapolis, Minn. De typografie komt overeen met een soortgelijke zak in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum.
Crombin schilderde met korte streken de verf op het doek, want schilderen op een katoenen zak viel niet mee, de verf smeerde slecht uit. Hij speelt met het licht dat binnen valt door de deur en het raam. Het geeft de schildering een impressionistische sfeer. Het lijkt alsof een grauwe zwart-wit foto uit 1915 van het behoeftige Belgische gezinsleven, dankbaar tot leven wordt gewekt in de kleurenrijkdom van de verf.
Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Everett-Aughenbauch & Co, Waseca, Minn., 30×16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.Detail: Ignace Pley, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915.
De schilder gebruikte de kant van de meelzak, die bedrukt was en benutte de lege bovenzijde. Daar schilderde hij een landschap en omlijstte het in een ovaal dat gedecoreerd is met art-deco motief. De blauwzwemen in het linkerdeel van de schildering roepen een mystieke sfeer op, in combinatie met het roze licht dat de horizon kleurt. Alsof we kijken naar een zonsopgang, in verf gevangen door een schilder die daarmee uitdrukking geeft aan zijn hoop op betere tijden.
Amédée Lynen (St-Joost-ten-Node 30.06.1852 – Brussel 28.12.1938) Twee beschilderde meelzakken als een klein stripverhaal. De kunstenaar Amédée Lynen was schilder, illustrator en schrijver. Nog in 1914 maakte hij onder meer illustraties voor De Legende van Uilenspiegel van Charles De Coster. Lynen was een vooraanstaand aquarellist. Zijn tekeningen op de zakken zijn uitgevoerd in Oostindische inkt met pen, ingekleurd met aquarel.
Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, 30×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.
Een bakker kneedt het deeg en rolt het op, een versje zingt in zijn hoofd: ‘Pat a cake, pat a cake Baker’s man, for the Belgian children Master, as fast as I can’. (‘Klop een cake, klop een cake Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen Meester, zo snel als ik kan’). De schaduw van de bakkersknecht vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenaar het belang van zijn taak onderstreept.
Amédée Lynen, ‘Malines’ (Mechelen), 1915. Versierde meelzak met originele bedrukking op achterzijde, 29×15 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie onbekend. Foto: coll. auteur.De gevel op de meelzak van Amédée Lynen is Huis De Kat, Grote Markt 13, Mechelen. Foto: Coll. Stadsarchief Mechelen
Een huis in ‘Malines’, Mechelen. De gevel is historisch en klassiek. De typische gevel van het Mechelse huis doet verlangen naar thuis zijn in huiselijke kring en eigen omgeving. Wim Tiri, vorser naar alles wat Mechels is, herkende de gevel: het staat er nog steeds. Hij schreef me: “Dat een Mechelse gevel wordt afgebeeld op een meelzak in San-Francisco is toch wel bijzonder. De gevel die hier weergegeven wordt, is van ‘De Kat’ op de Grote Markt in 1661 gebouwd in opdracht van apotheker Augustijn van Orsagen. De apothekerswoning is verbouwd naar café/herberg. Voor Mechelen is deze zak ook bijzonder interessant aangezien er weinig of geen afbeeldingen zijn van voor de transformatie naar café.”
Taelemans was werkzaam in Brussels. Hij zal hebben deelgenomen aan de tentoonstelling in Auderghem. De watermolen is sfeervol getekend, kenners van de historie van het Zoniënwoud zullen wellicht de molen herkennen. In het waterrijke gebied waren vele watermolens in die tijd.
Taelemans tekende de molen uit de hand met zwart potlood/krijt.
Ernest Godfrinon (ºElsene 10.09.1878 †Schaarbeek 11.03.1927)
Ernest Godfrinon, ‘Vrouwenportret’, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission, 27,5 x 16 inches. Coll.: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: coll. auteur.
Godfrinon beschilderde de meelzak met het stemmige portret van een vrouw vol zorgen. Ze houdt drie vingers bij haar mond, alsof de kunstenaar ons haar honger wil laten voelen. Haar ogen lijken ter neergeslagen, de geplooide muts krult sierlijk om haar hoofd. Daaronder een bloemenboeket van weelderige margrieten, als symbolische dank aan de American Commission.
Godfrinon tekende rond 1905 een affiche voor de Antwerpse jeneverstokerij De Kempenaar waarop twee dames met dezelfde muts getooid als op dit portret.
Conclusie
Detail: Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915.
Conservator Carole Austin bracht in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ in het San Francisco Craft and Folk Art Museum in 1987 versierde meelzakken van WO I bij elkaar die een diversiteit aan onderwerpen laat zien, welke de Belgische schilders inspireerden in het eerste oorlogsjaar 1915. De schilders hadden gemeen dat ze hun bezette land niet waren ontvlucht, zoals andere kunstenaars, maar in België zijn gebleven. Ze werden niet opgeroepen om te strijden aan het front. Ze maakten mee dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, hun voedsel schaars werd. Ze gaven hun medewerking aan de oproep om de meelzakken te beschilderen en decoreren ten behoeve van liefdadigheidstentoonstellingen. De opbrengst van het entreegeld tot de tentoonstellingen diende om kunstenaars in benarde omstandigheden financiële steun te geven.
De zes werken zijn enkele tientallen jaren na de oorlog meegenomen naar de Verenigde Staten door de heer en mevrouw Moulckers-Feuillien. Inmiddels is hun plaats van bewaring onbekend. Gelukkig hebben we dankzij Carole Austin’s goed bewaarde archief wel sfeervolle beelden.
Mijn dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de biografische gegevens van de vijf kunstenaars opgespoord. De lang onbekende signering ‘J. Ploy’ wist hij op verrassende wijze te verhelderen tot de schilder Ignace Pley.
Dank aan Wim Tiri voor toezenden van de informatie over ‘Huis De Kat’ op de meelzak van Amédée Lynen. Wim Tiri beheert de Facebookpagina “Sporen van Mechelen in de wereld”.
De kunstenaars in Luik waren minstens zo voortvarend als hun collega’s in Auderghem en omgeving. Zij exposeerden zelfs drie weken éérder met fraaie schilderingen op de meelzakken.
Dit blog is het vervolg op mijn blog van 9 september 2020 over de transformatie tot beschilderde meelzakken. Mijn reden om de Luikse kunstenaars niet de primeur te geven, maar hen in een vervolg-blog te behandelen, lag in een frustratie mijnerzijds: ik had tot het moment van schrijven van dit blog geen enkele beschilderde meelzak van een van de Luikse kunstenaars kunnen terugvinden. Niet op foto, niet in een collectie. [1]
De krantenberichten bleken echter talrijk en informatief, vandaar uit is dit blog tot stand gekomen. Ik heb geprobeerd de Franse teksten zo goed mogelijk te vertalen.
De Academie voor Schone Kunsten in Luik De eerste tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Luik vond plaats van 4 tot 11 juli 1915 in de Academie voor Schone Kunsten. De schilders wisten een enorm publiek te trekken, meer dan 5000 mensen stroomden de Academie binnen om het werk van de schilders te zien. Het was nieuw. De kunstenaars hadden moeten werken op katoenen doek, wat problemen gaf bij het aanbrengen van hun verf. De maatvoering en de dubbele laag stof van de zak stelden limieten. Bovendien waren de zakken voorzien van bedrukkingen met logo’s en teksten van de Amerikaanse en Canadese maalderijen.
Uit het commentaar op de schilderwerken blijkt dat meerdere kunstenaars uitstekende oplossingen hadden gevonden.
1 ‘Liège: Exposition’ (Le Messager de Bruxelles, 4 juli 1915) ‘Du 4 au 11 juillet prochain se tiendra dans les salons de l’Académie des Beaux-Arts une Exposition de sacs américains décorés par des artistes liégeois. A part quelques petits travaux de broderie effectués sur les sacs et affichés sans grande publicité, c’est la première fois que notre ville verra une Exposition de ce genre. Un droit d’entrée sera perçu au profit des familles d’artistes éprouvées par la guerre; fr. 0,50 le premier jour, et 10 centimes les jours suivants. Si tous les Liégeois veulent faire une visite à cette Exposition, ils verront des œuvres dignes d’intérêt, aideront les auteurs des peintures à supporter les misères actuelles et paieront aussi en quelque sorte par leur démarche le grand tribut de reconnaissance que nous devons à l’Amérique.’
Affiche van de tentoonstelling van Amerikaanse meelzakken beschilderd door Luikse kunstenaars in de Academie voor Schone Kunsten van 4-11 juli 1915. Coll.: Musée de la Vie wallonne
(‘Luik, Tentoonstelling – Van 4 tot 11 juli wordt in de salons van de Academie voor Schone Kunsten een tentoonstelling gehouden van Amerikaanse meelzakken beschilderd door kunstenaars uit Luik. Het is de eerste keer dat in onze stad een dergelijke tentoonstelling te zien zal zijn. Eerder waren alleen wat meelzakken met borduurwerk te zien, dat zonder veel publiciteit werd getoond.
Er zal een toegangsprijs worden gevraagd ten behoeve van families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen: 0,50 franc op de openingsdag en 10 centimes op de volgende dagen. Alle inwoners van Luik die bezoek willen brengen aan deze tentoonstelling zullen interessante werken zien; zullen de kunstenaars van de schilderijen helpen de huidige ellende te doorstaan; en zullen in zekere zin ook bijdragen aan het eerbetoon vol dankbaarheid dat Amerika toekomt.’)
‘La Fontaine des trois grâces’ draagt het perroen van Luik. Het perroen is een een hardstenen zuil met daarop een rijksappel in de vorm van een kruis. Symbool van vrijheid, autonomie en gerechtigheid. Collectie Bibliothèque Ulysse Capitaine
2 ‘Exposition des sacs d’Amérique’ (Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915) ‘C’est le dimanche 4 juillet qu’eut lieu l’ouverture de l’exposition des sacs américains. La foule est nombreuse, les visiteurs abondent. Le droit d’entrée – 50 centimes le jour d’ouverture et 10 centimes le restant de la semaine – est destiné à soulager les artistes liégeois et leurs familles dans la necessité. Soixante-sept sacs sont exposés dans la petite salle carrée qui fait suite à la salle des Plâtres. On y voit de tout, de l’aquarelle, de la peinture à l’huile, du pastel, des croquis de genre et jusque des eaux-forte. Toutes ces petites merveilles sont l’œuvre d’artistes liégeois de bonne volonté et seront revendues au pays des dollars au profit d’institutions que la guerre a créées. Signalons en passant les compositions originales d’ Emile Berchmans, ‘L’Andalouse’, de Marneffe, la ‘Tête de Mineur’, de Baues, les croquis de genre de François Maréchal et plusieurs eaux-fortes et sanguines de Rassenfosse.
François Maréchal ‘Hiercheuses’, Liège, 22 Juin 1915. Schets op meelzak. Moulckers Collection St. Edward’s University, Austin, Texas.
Pour louer comme elles le méritent toutes ces œuvres, il nous faudrait les citer toutes. Ce qu’il y a d’intéressant à constater, c’est que soit d’ailleurs leur genre, ont necessité l’emploi de procédés spéciaux, la toile à sacs qu’il s’agissait de décorer étendant la couleur, l’huile fut remplacée par l’essence ou le pétrole. M. Emile Berchmans nous parait mériter une mention spéciale pour l’habilité avec laquelle il sut garder et employer à son œuvre les cachets et mentions préexistants sur les sacs qu’il eut à décorer. Tous les Liégeois se doivent à eux-mêmes d’aller visiter cette intéressante exposition. Il est question que cette exhibition ne soit pas la dernière, et que la ville organise elle-même une seconde manifestation artistique de ce genre, dont les produits seronts vendus sur place au profit des œuvres qu’elle patronne. Mais ce n’est jusqu’ici qu’un projet.’
Evariste Carpentier, oud-directeur van de Académie des Beaux-Arts in Luik beschilderde een meelzak van ‘Preston Milling Co.’, Idaho. Van de schildering werd een ansichtkaart gemaakt, verkocht ten bate van het ‘Œuvre de la Soupe’. Kerstmis 1915. Waar de meelzak is gebleven is onbekend. Foto: internet
(‘Tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’- ‘De opening van de Amerikaanse zakkenexpositie heeft plaatsgevonden op zondag 4 juli; de menigte is talrijk, bezoekers zijn er in overvloed. Het inschrijfgeld – 50 cent op de openingsdag en 10 cent de rest van de week – is bedoeld om Luikse kunstenaars en hun behoeftige families te ondersteunen. Zevenenzestig zakken zijn te zien in de kleine vierkante zaal die volgt op de Zaal met gipsen beelden. Er is van alles te zien, van aquarellen tot olieverf, pastelkrijt, genreschetsen en zelfs etsen. Al deze geweldige kunstwerkjes zijn de geste van Luikse kunstenaars en bedoeld om in het land van de dollars verkocht te worden ten bate van de liefdadigheidsinstellingen die vanwege de oorlog zijn opgericht. Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Berchmans; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. We zouden alle werken moeten noemen om ze allemaal volledig tot hun recht te laten komen. Wat interessant is om op te merken, is dat afhankelijk van de gebruikte techniek een speciaal proces nodig was om de kleuren op het doek van de katoenen meelzak te krijgen en uit te smeren. Soms is de olie vervangen door benzine of petroleum. De heer Emile Berchmans verdient speciale vermelding vanwege de bekwaamheid waarmee hij in zijn werk de reeds bestaande bedrukkingen op de meelzakken heeft gebruikt. Alle Luikenaars zijn het aan zichzelf verplicht om deze interessante tentoonstelling te bezoeken. Er is sprake van, dat deze tentoonstelling niet de laatste zal zijn en dat de stad zelf een tweede artistiek evenement van deze aard zal organiseren. De objecten zullen dan ter plekke worden verkocht en de opbrengst zal het eigen liefdadigheidswerk ten goede komen. Maar dit is tot nu toe alleen een plan.’)
‘Rivierlandschap’, op de achtergrond het wapen van Luik en Amerikaanse vlag: pastelkrijt, ongesigneerd. Versierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s UniversityVersierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. Achterzijde ‘Rivierlandschap’, pastelkrijt, ongesigneerd. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
3 ‘Echo Artistiques’ (L’Echo de Liège, 13 juli 1915) ‘L’exposition des sacs américains s’est terminée dimanche dernier, après avoir recueilli un très gros succès. On a été unanime à reconnaître le talent ingénieux de nos artistes à décorer une matière qui ne semblait guère se prêter aux jeux de la brosse et du crayon. Mesdames du Monceau et Pirenne-Kepenne; MM. Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff et Würth ont exécuté une série d’œuvres pleines d’originalité qui vont être expédiées aux Etats-Unis et que les Américains se disputeront sans doute, pour le plus grand bien des Belges nécessiteux. Les entrées ont dépassée le chiffre de 5.000 et les recettes permettront de soulager plusieurs familles d’artistes éprouvées par la guerre.’
(‘De tentoonstelling van Amerikaansche zakken die afgelopen zondag eindigde, is zeer succesvol geweest. Unaniem was er erkenning voor het ingenieuze talent van onze kunstenaars bij het decoreren van een materiaal dat zich nauwelijks leek te lenen voor het spel van penseel en potlood. De dames Du Monceau en Pirenne-Kepenne; de heren Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff en Würth hebben een serie zeer originele werken uitgevoerd, die naar de Verenigde Staten zullen worden verscheept. De Amerikanen zullen er ongetwijfeld ruzie over maken, wie de mooiste mag kopen, dit alles voor het goede doel: de hulp aan behoeftige Belgen. Meer dan 5.000 Luikse bezoekers kochten een entreebewijs en de opbrengst zal gelegenheid bieden hulp te verstrekken aan families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen.’)
Affiche van de bloemententoonstelling, ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Collectie: Musée de la Vie wallonne. Foto: collectie auteur
4 ‘Assaut d’originalité’ (Le Quotidien, 18 juli 1915) ‘L’exposition des sacs américains a obtenu à Liège le plus franc succès. Plus de cinq mille visiteurs sont venus admirer les œuvres d’inspiration si variée de nos artistes wallons. D’aucuns, comme MM. Berchmans, Baues, Wolff, Mataive ont dit à nos bienfaiteurs leurs reconnaissance en des pages symboliques. La plus belle est sans conteste la magistrale conception de M. Em. Berchmans ou l’Amérique personnifiée en une figure de bonté reçoit les remerciements des villes belges. L’œuvre de M. Baues, ‘Panem Nostrum’, locale et touchante, est parmi les plus réussies. D’autres artistes, et c’est le plus grand nombre, ont exalté les types ou les décors de chez nous. De MM. A. Rassenfosse et F. Maréchal, des ‘Hiercheuses’ fort réussies; de M. Mataive, un ‘Fumeur’ plein de fine bonhomie; de MM. Wolff et Burnet, de gracieux profils de ‘Petites Liégeoises’; de M. Baues, une noble ‘Tête de mineur’. Parmi les paysagistes, M. Würth envoie une riante évocation de ‘L’Ourthe à Esneux’; M. A. Martin, de délicates notes liégeoises, on tune large panorama vespéral, ‘Cité ardente’, peinture traduite du pastel; M. O. Duchâteau, des évocations à l’eau-forte de nos vieilles rues. Cet assaut d’originalité dans l’expression de la reconnaissance honore les artistes wallons et ne manquera pas de toucher ceux pour qui leur talent s’est ingénieusement déployé.’
Straatbeeld van Luik op oude ansichtkaart. Foto: internet
(‘De tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’ in Luik was een daverend succes. Meer dan vijfduizend bezoekers kwamen het bevlogen en gevariëerde werk van onze Waalse kunstenaars bewonderen. Sommigen, zoals de heren Berchmans, Baues, Wolff, Mataive, drukten hun dank aan onze weldoeners uit in symbolische beelden. Het mooiste werk is ongetwijfeld het meesterlijke ontwerp van de heer Em. Berchmans waarin Amerika, gepersonifieerd door een allegorisch figuur van goedheid, de dank ontvangt van Belgische steden. Het werk van meneer Baues, ‘Panem Nostrum’ (‘Ons Brood’), plaatselijk en ontroerend, is een van de meest succesvolle. De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’; van de heer Mataive een ‘Roker’ met fijne gelaatstrekken; van de heren Wolff en Burnet sierlijke portretten van ‘Kleine Luiksen’; van de heer Baues een edele ‘Kop van een mijnwerker’. Van de landschapsschilders stuurde meneer Würth een stralende verbeelding van de ‘Ourthe bij Esneux’; A. Martin stuurde enkele tere beelden van Luik, waaronder een vergezicht bij avond, ‘Cité ardente’, schildering uitgedrukt in pastel; enkele etsen van O. Duchâteau verbeelden oude straten in onze stad.
De explosieve verbeeldingkracht in de uiting van hun dankbaarheid siert de Waalse kunstenaars en zal beslist de mensen ontroeren voor wie zij hun talent op vakkundige wijze hebben ingezet.’)
Rectificatie (L’Echo de Liège, 19 juli 1915)
De volgende dag stond er een rectificatie in de krant: een paar namen van kunstenaars en titels van hun werk op de ‘sacs américains’ behoefde correctie.
Toegevoegd moesten worden: – Désiré Poissinger: Chemin de table, Hiercheuse, Pays de Liege, Fillette (Tafelloper, Mijnwerkster, Luiks landschap)
– Alfred Martin: Intérieur d’église, Cité Ardente (Kerkinterieur, ‘Vurige Stad’) – Modeste Lhomme: Paysage, Imitation de Gobelin (Landschap, Reproductie van een gobelin)
Werk van Désiré Poissinger: ontwerp affiche op papier, november 1915. Zwart-wit foto: collectie auteur
De Europese editie van de New York Herald nam eind juli het bericht op, dat beschilderde meelzakken uit Luik naar de VS gezonden waren.
5 ‘Belgian Artists Thank U.S.’ (The New York Herald, European Ed., 28 juli 1915) ‘A touching tribute of gratitude has been sent by the inhabitants of Liege to their American benefactors. The American Relief Committee packed foodstuffs for the city in canvas sacks, which were preserved by the recipients. The idea occurred to artists of Liege to ornament these sacks with decorative work and paintings and then to send them back to the United States. Among the artists taking part were MM. Pirenne, Duchâteau, Rassenfosse, Marneffe and Neutier.’
(‘Belgische artiesten bedanken VS – Een ontroerend eerbetoon van dankbaarheid is door de inwoners van Luik naar hun Amerikaanse weldoeners gestuurd. De American Relief Committee verpakte voedingsmiddelen voor de stad in katoenen zakken, die door de ontvangers zijn bewaard. Kunstenaars in Luik kwamen op het idee om deze zakken te versieren met decoratief werk en schilderingen en ze vervolgens terug te sturen naar de Verenigde Staten. Deelnemende kunstenaars waren onder meer de heren Pirenne, Duchâteau, Rassenfosse, Marneffe en Neutier.’)
Beeldmerk van de Luikse ‘Secours Discret’, getekend door ‘AD’: Auguste Donnay (1862-1921). Collectie Musée de la Vie Wallonne. Foto: collectie auteur
6 Kunstenaars Uit voorgaande krantenberichten is een indrukwekkende lijst van Luikse kunstenaars samen te stellen*). Zij allen hebben met groot enthousiasme ‘Amerikaansche zakken’ beschilderd. De kunstenaars zijn:
Conclusie Ik vraag me verbaasd af wat er van de zending van hun kunstwerken is geworden. Waar zijn de 67 beschilderde meelzakken van de tentoonstelling in de ‘Académie des Beaux-Arts’ in Luik, gehouden van 4-11 juli 1915, gebleven?!?
Inmiddels weet ik dat een aantal is terecht gekomen in Belgische particuliere collecties en ook in de Moulckers Collection van de St. Edwards University, Austin, Texas.
*) Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en werkt aan aanvullingen, zodat deze zo volledig als mogelijk zal zijn samengesteld.
**) Dank aan Michaël Closquet, Généalogie – Recherches d’héritiers, te Rocourt, hij bezorgde Hubert Bovens biografische gegevens van meerdere Luikse kunstenaars.
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster). Prent op meelzak van westkust VS, recto. Coll. Frederick H. Chatfield Papers; foto: HIA staff
[2] Aanvulling 26 mei 2021: Zakkennieuws uit Luik:
Armand Rassenfosse, Hiercheuse (mijnwerkster), ‘Imprimé sur toile de sac américain’. Lithografie, 1915. Collectie en foto: Musée de la Vie wallonne
Nadine de Rassenfosse en Aurélie Lemaire, medewerksters van Musée de la Vie wallonne in Luik, hebben naar aanleiding van de informatie uit de Hoover Institution Archives en mijn blog Rassenfosse’s hiercheuse op meelzak in de Hoover Institution, nader onderzoek uitgevoerd naar de meelzakken in hun collectie. Tot ieders verrassing is onder meer de bovengetoonde lithografie van Armand Rassenfosse op meelzak tevoorschijn gekomen! Bovendien zijn de 36 meelzakken in deze bijzondere collectie van Musée de la Vie wallonne nu volledig gedocumenteerd en online raadpleegbaar! ‘Focus: Avoir plus d’un tour dans son sac’.
Dit derde blog in de reeks ‘Hergebruik van meelzakken in WO I’ bespreekt de transformatie tot beschilderde meelzakken door zowel de schilders van het Zoniënwoud in Auderghem (Oudergem), als de Beroepsvereeniging voor Schoone Kunsten – Cercle Artistique – in Brussel, volgens Belgische primaire bronnen.
De kranten berichtten over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken in 1915 en roemden de vernieuwing en de verrassende resultaten van de kunstenaars. Het Algemeen Rijksarchief te Brussel bewaart correspondentie van het Comité de Vente des Sacs d’Amérique (Komiteit voor Verkoop van Zakken uit Amerika) met de organisatoren van de exposities.
Tentoonstelling en distributie in Oudergem van kinderkleding en speelgoed, ontvangen als ‘kerstgeschenken’ van Amerikaanse en Canadese kinderen via de Commission for Relief in Belgium. Foto: L’actualité illustré, 20 februari 1915
In mijn eerdere twee blogs in de reeks ben ik ingegaan op hergebruik van meelzakken tot kleding (blog van 24 mei 2019) en transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk (blog van 26 mei 2019).
De schilders van het Zoniënwoud – Oudergem
‘A Auderghem’, oproep aan de schilders van het Zoniënwoud. Foto: La Belgique, 11 april 1915
Het eerste artikel berichtte over de oproep van het ‘Comité de Secours et d’Alimentation d’Auderghem, département Secours,’ aan de ‘peintres de la Forêt de Soigne’ om vijftig schoongewassen meelzakken te beschilderen.
Burgemeester Herrmann-Debroux van Auderghem. Foto: website gemeente Oudergem
‘Oudergem – De heer Herrmann, burgemeester, *) had afgelopen donderdag voor de gemeenteraad de schilders van het Zoniënwoud bijeengeroepen, waarvan de tentoonstelling net is geopend in het Roodklooster. Velen hadden op deze uitnodiging gereageerd; de afwezigen hadden zich verontschuldigd en bij voorbaat ingestemd met de voorstellen van de geachte burgemeester. Het betrof het sturen van een bijzonder bewijs van dankbaarheid naar Amerika. Ongeveer vijftig meelzakken waren grondig gewassen! De heer Herrmann stelde voor dat onze kunstenaars op deze zakken hun favoriete plekken van het Zoniënwoud zullen schilderen. De resulterende meesterwerken zullen cadeau gedaan worden aan onze weldoeners. Dit uitstekende voorstel werd onder enthousiast gejuich door de betrokkenen aanvaard.’ (La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie, 11 april 1915)
De beschilderde zakken waren enkele maanden later gereed voor een tentoonstelling in het gemeentehuis, gehouden van 25 juli tot 1 augustus. Een Vlaamse journalist deed uitgebreid verslag in het Antwerpse familieblad ‘Geïllustreerde Zondagsgazet’. Hij bezocht eerst de tentoonstelling van geborduurde zakken in de Anspachlaan in Brussel, waar hij de tip kreeg om het werk van schilders van naam te gaan zien in Oudergem.
De vitrine van de Red Star Line met het ‘Brusselsch stedehuis’ en het Vrijheidsbeeld van New-York. Detail ansichtkaart Marcovici Editeur, Brussel. Collectie KBR
‘De Amerikaansche zakken – We stonden over een paar dagen aan de vitrien der bureelen van de Red Star Line, waar het Komiteit der Nationale Voeding de zakken verkoopt waarin de Amerikaansche bloem ons met zooveel menschlievendheid gezonden wordt. We bewonderden de schoone figuren door behendige vrouwenhanden er kwistig op geborduurd, en vooral een zak uit Ontario afkomstig, waarop langs de eene zijne het Brusselsch stedehuis is afgebeeld, en langs den anderen kant het Vrijheidsbeeld van New-York; we bewonderden …ja, we bewonderden eigenlijk alles, toen we eensklaps eene dame nevens ons hoorden zeggen: “Het schijnt dat in Auderghem veel schoonere zakken te zien zijn, beschilderd door meesters van naam.” Wij binnen. Wij vroegen wat daar van waar was, en de beminnelijke juffer die ons te woord stond – ze kende, och arme! geen Vlaamsch – bevestigde dat er inderdaad te Auderghem een tentoonstelling zal plaats grijpen van beschilderde Amerikaansche zakken. ….
Het gemeentehuis van Auderghem, eind 1918. Foto: internet
We geraakten, opgeruimd door de lieve wandeling, in het dorpje Auderghem. Rein en netjes zijn de straten onderhouden; groote en breede banen, onlangs aangelegd, leidden naar Boschvoorde en Tervueren, terwijl achter het dorp, juist boven het oude, eigenaardige kerkje, het donkere, geheimzinnige Zoniënbosch zich eindeloos ver uitstrekt en als het ware een achtergrond vormt aan deze meesterlijk uitgevoerde, kleurenrijke natuurlijke schilderij. … we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk.
J. Albert schilderde een ‘Binnenhuis’ en eene ‘Vrouw, aardappelen schillend’, die beiden zeer talentvol op … zak gebracht werden; heelemaal ‘de circonstance’ zijn de werkjes van M. Cockx; ‘Nieuwpoort’ en ‘Een Vlaams dorpje’ dit laatste een ware droom van dichterlijkheid. Het Zoniënbosch zelf diende als onderwerp voor de drie tafereelen van den heer Jozef François, flink geborstelde landschappen. Is dit alles? Och, kom, lezer, ge weet toch wel dat in dergelijke zaken M. R. Stevens, sekretaris der ‘Vrienden van het Woud’ nooit ten achtere wil blijven; een prachtig ‘Houtgewas’ zond hij van uit het diepste van ‘zijn’ Zoniënbosch. M. Van de Leene deed zijn best om twee zakken te beschilderen met eene ‘Vrouw met bloemen’ en een ‘Meisjes, kushandjes werpend’ aan de Amerikanen, natuurlijk!
M. Brusselmans, M. Oleffe, M. Lagelai (moet zijn: Logelain, AvK) en anderen werkte met evenveel ijver mede; de ‘Booten op den IJzer’ van M. Drumé; M. Houyoux met zijn ‘Vernieling van Leuven’; M. Lagarde die een ‘IJzer te Nieuwpoort’ borstelde; M. Barth met een “Molen te Middelkerke’ zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken. En toch spannen de heer Navez en G. Creten de kroon in deze tentoonstelling; zij hebben uitgedrukt, op deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk!
Arthur Navez, ‘Blozende knaap met grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem: Many thanks for this delicious bread’. Versierde meelzak ‘Castle’, Maple Leaf Milling Co., Toronto. Foto: collectie auteur
Midden de kring letters met de firma die den zak opzond, heeft heer Navez een blozende knaap geschilderd, bijtend met witte tanden en lachende oogen in een grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem, natuurlijk; terwijl M. G. Creten op dergelijke wijze een Belgische knaap schilderde, met dankbaar glimlachende wezen. Ziedaar twee tafereelen die bijzonder in den smaak zullen vallen en zeer zeker bij de Amerikanen zelfvoldoening verwekken over de edele daad die zij jegens ons volk pleegden. Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)
De catalogus van 49 kunstwerken geschilderd op ‘Amerikaansche bloemzakken’ door 25 kunstenaars, werkzaam in Oudergem en het Zoniënwoud, getoond op de tentoonstelling van 25 juli – 1 augustus 1915 in Oudergem. Deze beschilderde bloemzakken zijn in september 1915 overgedragen aan de Commission for Relief in Belgium in Brussel om te verzenden naar de Verenigde Staten met de bedoeling dat ze daar verkocht zouden worden voor ‘Belgian Relief’. Algemeen Rijksarchief, foto: auteur
Het Vlaamsche Nieuws berichtte vervolgens tweemaal over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken. Het eerste bericht: ‘In de groote zaal van het gemeentehuis wordt er, gedurende eenige weken, eene eigenaardige tentoonstelling van geschilderde en geborduurde meelzakken gehouden. Men betaalt 10 centiemen ingang en de opbrengst zal gestort worden in de kas van het Voedingskomiteit der gemeente. Deze tentoonstelling verdient waarlijk bijval, want echte prachtwerken zijn er te zien. …… Deze kunstwerken zullen naar Amerika gezonden worden, om ze aldaar te verkoopen ten voordeele van het Voedingswerk van België.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 8 augustus 1915)
Bezoek aan de expositie van Pierre Humbert Jr., CRB-gedelegeerde in de Agglomeratie Brussel, samen met zijn vrouw. Le Quotidien 13 aug. 1915
Galerie Giroux, Koninklijke straat 26, Brussel – Cercle Artistique In het tweede artikel komen twee tentoonstellingen aan de orde: die in Oudergem en die van de Cercle Artistique van de Beroepsvereeniging voor Schoone Kunsten in Galerie Georges Giroux, Koninklijke straat 26 in Brussel van 14 tot 30 augustus aan de orde. De entreeprijs op de openingsdag in Brussel was 1 franc, de volgende dagen 25 centimes. Ook andere kranten maakten dit bekend.
Expositie meelzakken met ‘schetsen en studies’ van Belgische kunstenaars in Galerie Georges Giroux. Le Quotidien, 15 aug 1915
De beschilderde zakken waren kunstwerken, de bedoeling was om deze te versturen naar Amerika. Daar zouden ze verkocht worden en met de opbrengst kon steun aan Belgische oorlogswezen worden gegeven. De entreegelden van de Belgische tentoonstellingen kwamen ten goede aan de ondersteuningskas voor de eigen kunstenaars.
Het Vlaamsche Nieuws:
Het Roodklooster in Oudergem op een oude ansichtkaart. Foto: internetTentoonstelling van de schilders van het Zoniënwoud in het Roodklooster, juni 1915. Foto: 1914 Illustré no. 39
‘Een bezoek aan het Rood Klooster te Auderghem, bij den ingang van het woud gelegen, bewees ons dat de schilders-bewonderaars dezer streek zoo talrijk waren als vroeger; in de twee herbergen der aloude abdij zijn standvastige tentoonstellingen gehouden hunner werken. Men bewondert er doeken van A. Bastien, Drumé, L. Clesse, Th. Clesse, R, Stevens, L. Houyoux, A. Renson, P. Dillens, P. Stobbaerts, L. Huygens, C. Jacquet, Martel, enz. Maar onze schilders bewezen vooral dat zij liefdadig zijn, en dat zij tot voorbeeld aller burgers mogen aangewezen worden. Naar alle weldadigheidstentoonstellingen en tombolas der hoofdstad – en deze waren zeer talrijk – stuurden zij eenige hunner werken, terwijl zij in het gemeentehuis van Auderghem eene prachtige verzameling hielden, met hun geschilderde Amerikaansche meelzakken, ten voordeel van het Voedingskomiteit.
Nu wordt weeral (van 14 tot 30 Oogst) zulke tentoonstelling gehouden in de Koninklijke straat 26. De opbrengst zal gestort worden in de Ondersteunings-kas der Beroeps-federatie van Schoone Kunsten. Deze vereeniging, die alle kunstkringen groepeert, heeft zich reeds van verleden jaar bezig gehouden met den benarden toestand, waarin vele kunstenaars zich bevinden; de Ondersteunings-kas werd gevuld door de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, door den burgemeester en bijzonderen, de kunstkringen, het Nationaal Voedingskomiteit en door de opbrengst van sommige tentoonstellingen en tombolas. …
‘De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen…’; foto: 1914 Illustrée no. 51, 1 september 1915
De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen in de zaal der kleine Karmelietenstraat, n. 2. (Het Vlaamsche Nieuws, 17 augustus 1915)
Schilders Hieronder volgen de deelnemende schilders, genoemd in de krantenartikelen, alfabetisch gerangschikt**):
Advertentie ‘Couleurs Rembrandt’ van Talens & Zoon roept op tot bezoek aan de tentoonstelling in Oudergem. Echo de la Presse, 1 aug. 1915
Zijn er beschilderde meelzakken van hen bewaard gebleven?
Jazeker, ik heb exemplaren in collecties, zowel in België als in de VS, gevonden. Van Jos Albert is de meelzak ‘Vrouw, aardappelen schillend’ opgenomen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM), West Branch, Iowa. Daar bevinden zich ook twee schilderingen van Jean Brusselmans ‘Laboureur’ en ‘Fleurs’. Van de meelzak ‘Délicieux’ van Arthur Navez bestaat een foto, waar de zak is, is niet bekend.
Philibert Cockx, ‘Oogstende boer in graanveld’, 1915. Versierde meelzak ‘Cascadia’, Portland Roller Mills. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University
Een meelzak beschilderd door Philibert Cockx bevindt zich in de ‘Moulckers Collection’ in de archieven van de Munday Library van St. Edward’s University, Austin, Texas. Ook een tweede werk van Jos Albert, ‘Venster’ bevindt zich in de Moulckers Collection.
Jos Albert, ‘Venster’, 1915. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University
Van de andere schilders heb ik geen bloemzakken of afbeeldingen tot heden kunnen ontdekken. Wel zijn er enkele landschappen zonder signering in de Moulckers Collection, die mogelijk het Zoniënwoud verbeelden en toe te schrijven zijn aan de genoemde kunstenaars.
‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
Na de Armistice: ‘uitverkoop’ Het initiatief van de ‘Fédération Professionnelle des Beaux-Arts’ om beschilderde zakken na de tentoonstelling(en) in 1915 naar de VS te sturen, had problemen opgeleverd, bleek na de Wapenstilstand.
L’Indépendance Belge van 21 april 1919
‘Men zal zich herinneren, dat onze kunstenaars tijdens de bezetting Amerikaanse zakken hebben beschilderd, die graan en bloem hadden bevat. Dit als dankbetuiging aan de Verenigde Staten voor hun hulpverlening. De zakken beschilderd met allegorische voorstellingen en landschappen van onze regio zouden naar Amerika worden gestuurd. Maar de Duitse autoriteiten verzetten zich tegen de verzending. Daarom vroegen we ons af wat er met de zakken was gebeurd. Ze blijken zorgvuldig bewaard en begin mei zullen ze tentoongesteld worden in de ‘Cercle Artistique’. Strikt genomen zal het geen kunsttentoonstelling zijn: het doek van de zakken was niet erg geschikt om te beschilderen en dit zijn dan ook geen meesterwerken van onze schilders. Maar het zal een cultureel evenement zijn.’ (L’Indépendance Belge, 21 april 1919)
Het evenement was bedoeld voor de (uit)verkoop van de beschilderde zakken, die voor eenheidsprijzen weggingen. ‘Cercle Artistique et Littéraire’: een originele tentoonstelling Tot 8 mei, in de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, een tentoonstelling van Amerikaanse zakken, versierd door de beste en meest fantasievolle van onze schilders. Deze zakken worden verkocht ten voordele van de ‘Caisse d’assistance des Artistes’ tegen een uniforme prijs van: 100 frank voor schilderijen met bieding van 10 franc: 20 frank voor gravures met bieding van 5 franc. De biedingen worden ingewacht bij de beheerder van de ‘Cercle’.
(La Libre Belgique, 3 mei 1919 / La Nation Belge, 5 mei 1919)
En zo kwam een verrassend einde aan de initiatieven van de schilders van het Zoniënwoud en de Cercle Artistique. In 1915 waren zij bijzonder succesvol. In een euforie van vaderlandsliefde en erkenning van de hulp van de Noord-Amerikaanse bevolking ‘wedijverden zij om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’
Inhoudsopgave blogs Belgische kunstenaars en beschilderde meelzakken
De inhoudsopgave van de blogs gepubliceerd op deze website over de Belgische kunstenaars en hun beschilderde meelzakken in 1915, 1916, vindt u op Show beschilderde bloemzakken voor Kunstvrienden in MuZee.
‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’
Voor geïnteresseerden: Museum Van Elsene/Musée d’Ixelles organiseerde in 2009 een tentoonstelling met werk van de schilders van het Zoniënwoud in de jaren 1850-1950. Bij de expositie verscheen een rijk geïllustreerde catalogus van de hand van Emmanuel Van de Putte ‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’.
*) Burgemeester Herrmann (Carl Henry Herrmann (St. Joost-ten-Node 05.12.1877 – Sint-Lambrechts-Woluwe 27.02.1965), noemde zich vanaf 1915 ‘Herrmann-Debroux’; Hij was burgemeester van 1912-1921. Tegenwoordig is hij vooral bekend als naamgever aan een viaduct en metrostation in Brussel.
**) Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en aangevuld, zodat deze zo volledig als mogelijk is samengesteld.
Dank aan Kristof Reulens voor de vondst van het werk van Léon Houyoux: ‘Winter hulp’, Auderghem 1915 in de collectie van de gemeente Oudergem.
In mijn artikel doe ik -in woord en beeld- verslag van mijn ontdekkingen en geef historische context aan de Ieperse collectie meelzakken. Aan de orde komen: de bevoorrading van België; de Amerikaanse liefdadigheid met een grafiek van de bijdragen per staat; Madame Lalla Vandervelde, haar reis door Amerika en succesvolle oproep tot hulp voor de Belgische bevolking; voorbeelden van de Belgische liefdadigheid met een infographic waarin tientallen verkooptentoonstellingen zijn genoemd, gehouden tussen 1915-1925; het meisjesonderwijs op beroepsscholen met unieke foto’s van hun lessen; Duitse censuur op versierde meelzakken.
‘De weldaad van de meelzak’; In Flanders Fields Museum, details van kamerscherm; foto’s: auteur
Ik kom tot de conclusie dat versierde meelzakken van WO I symbool staan voor de veelvoudige weldaden, de liefdadige werken, van Belgische vrouwen en meisjes tijdens de Duitse bezetting, naast het symbool van internationale voedselhulp en Belgische dankbaarheid.
Het IFFM Jaarboek 2020 is prachtig vormgegeven door Manu Veracx. Mijn artikel beslaat 22 bladzijden en bevat 17 kleuren en 7 z/w illustraties; de Engelse vertaling is van de hand van Marc Hutsebaut, het beslaat 9 bladzijden. U kunt het IFFM Jaarboek 2020 bestellen in de webshop van het museum.
Collage van foto’s van de collectie versierde meelzakken in WO I, In Flanders Fields Museum; artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Jaarboek 2020
*) Marc Dejonckheere interviewde mij voor het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF. Het interview ‘De emotie van de meelzak’ verscheen in september 2019.
Bloemzak ‘Flour for Belgian Relief. With Kindest Christmas Greetings and Wishes for the Blessing of Peace from the people of Cheyenne County Kansas, USA. Onbewerkt, 1914. Foto en coll. IFFMDe schenker van de bloemzakken in het Documentatiecentrum van IFFM te Ieper. Foto: IFFM
‘De familie de Borchgrave uit Anzegem verzamelde en bewaarde de voorbije jaren (bewerkte) meelzakken uit de oorlogsperiode. Onlangs schonken zij die aan het museum. Drie ervan zijn prachtig geborduurd en twee hebben een Gentse connectie. Op een ervan staat een fijne kerstboodschap! ‘𝐖𝐢𝐭𝐡 𝐊𝐢𝐧𝐝𝐞𝐬𝐭 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐦𝐚𝐬 𝐆𝐫𝐞𝐞𝐭𝐢𝐧𝐠𝐬 𝐚𝐧𝐝 𝐖𝐢𝐬𝐡𝐞𝐬 𝐟𝐨𝐫 𝐭𝐡𝐞 𝐁𝐥𝐞𝐬𝐬𝐢𝐧𝐠 𝐨𝐟 𝐏𝐞𝐚𝐜𝐞.’’
De versierde meelzakken zijn een bijzondere aanvulling op de bestaande collectie van IFFM.
Bloemzak ‘BEST Alexander’s Flour’, The Alexander Milling Co., Winfield, Kansas, USA. Geborduurd, 1915/16. Coll. en foto: IFFM
Uit de foto’s blijkt dat de particuliere verzamelaar buitengewoon nauwkeurig is geweest in de bewaring van deze bewerkte en onbewerkte bloemzakken, origineel afkomstig uit de Amerikaanse staat Kansas.
En nu de bloemzakken zijn overgegaan in publieke collectie is het Belgisch erfgoed opnieuw in goede handen: ‘De weldaad van de meelzak’!
Bloemzak ‘Gold Drop’, F.M. Kaull & Sons, Glen Elder, Kansas, geborduurd, 1915/16. Coll. en foto: IFFMBloemzak ‘Excelsior’, Bison Mill & Elevator Company, Bison, Kansas, onbewerkt, 1914. Foto en Coll. IFFM
U kunt het artikel online lezen! *)
Het is het eerste wetenschappelijke artikel dat ik ken over de versierde meelzakken in WO I, gepubliceerd met vele illustratie en een vakkundig samengestelde lijst met overzicht van de collectie meelzakken in KMKG-MRAH.
In februari 2020 heb ik het voorrecht gehad onderzoek te doen in het museum. Eén dag heb ik geheel kunnen wijden aan het onderzoek van de meelzakken. Een dagdeel was ik in één van de bibliotheken en een extra dagdeel ben ik ontvangen in het archief om dossiers met originele documenten van de verkrijging van de versierde meelzakken te bestuderen.[1]
Isabella en Paul Errera. Foto: internet
Isabella Alice Goldschmidt Franchetti werd geboren op 4 april 1869 in Florence, Italië en is overleden op 23 juni 1929 in Brussel.
De Italiaanse trouwde met de Belg Paul Errera (Laeken, 23 juli 1860 – Brussel, 12 juli 1922) op 4 november 1890 en verhuisde naar Brussel. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Gabriëlle (Brussel, 2 juni 1892 – Princeton, VS, 25 augustus 1997) en Jacques (Ukkel, 25 september 1896 – Brussel, 30 maart 1977).[2][3]
Foto van Jacques en Gabriëlle Errera met hun grootmoeder Marie Errera-Oppenheim (detail) in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000
Isabella Errera-Goldschmidt verzamelde textiel. Zij had een enorme expertise op het gebied van antieke stoffen, bouwde er een collectie van op en breidde deze uit met moderne stoffen. Ze reisde in Europa en naar het Midden-Oosten om haar verzameling te kunnen uitbreiden.
Catalogue d’Étoffes
In 1901 publiceerde Isabella Errera haar eerste catalogus over de verzameling oude stoffen, waarvan zij een aantal reeds geschonken had aan het Musée du Cinquantenaire de Bruxelles (nu KMKG-MRAH). In 1905 verscheen de catalogus over oude borduurwerken, in 1907 de tweede (museum)editie van de catalogus over de verzameling oude stoffen en in 1916 de publicatie over de antieke, Egyptische, stoffen. Haar schenkingen aan het museum gingen intussen door.
Het titelblad van de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
In 1927 verscheen de derde editie van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes’[4] van het museum. Voor het onderzoek naar versierde meelzakken in WO I een interessante catalogus, omdat twee items -mét foto’s- meelzakken tonen. Het gaat om de nummers 481 en 482 in het hoofdstuk ‘XVIIIe-XXe siecle’.
Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijving van objectnummer 481 (inv. nr. Tx 1028(?)): Sac en grosse toile grise imprimée de rouge et de blue. Les inscriptions sont: Hard Wheat Flour. De la part de leurs amis Vancouver, Canada. British Columbia Patent 98 LBS. Aux héroïques Belges. Travail américain du XXe siècle. Hauteur du dessin: 0m34; largeur: 0m34.
Preté par I. Errera.
Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Nr. 482 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijving van objectnummer 482 (inv. nr. Tx 1027): Sac en toile blanche, imprimé de rouge, de vert et de noir. Les inscriptions sont: Mission Bells. Best patent Flour Port Costa Milling Co California. Packed: 49 LBS. Mission Bells. Travail américain de XXe siècle. Hauteur du tissue: 0m29; largeur: 0m30. Preté par I. Errera.
De catalogus van 1927 beschreef 785 textiliën, waarvan 693 uit de verzameling van Isabella Errera afkomstig waren. Ze had er 243 in bruikleen gegeven, de overige geschonken.[5]
De omslag van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition’ door Isabelle Errera, 1927. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
De beschrijvingen bij de meelzakken kwalificeren deze als bruikleen: een eerste en vroege blijk van collectievorming van de meelzakken door een gerenommeerde stoffenverzamelaar én gepubliceerd in de catalogus van een vooraanstaand kunst- en geschiedenismuseum:
‘Elle n’hésite pas à inscrire dans les collections des Musées les cotons imprimés des sacs de farine américains distribués par l’aide alimentaire pendant la Première Guerre mondiale! (Ze aarzelt niet om in de collecties van het museum de bedrukte katoen op te nemen van Amerikaanse zakken meel, gedistribueerd vanuit voedselhulp tijdens de Eerste Wereldoorlog.)[6]
Drie dingen zijn intrigerend in de beschrijvingen:
De objecten 481 en 482 zijn wel als ‘zak’ maar niet als ‘meelzak van de periode van 1914-18’ beschreven;
De wijze en plaats van verkrijging staat niet vermeld. Er ontbreekt ‘Acheté chez…’ of ‘Acheté à …’ zodat de verkrijging door Isabella Errera blijkbaar geen ‘aankopen’ zijn geweest;
De Canadese zak heeft als kwalificatie ‘travail américain’, de catalogus maakte nog geen onderscheid tussen de landen Canada en VSA.
Foto Isabelle Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000
Legaat Isabella Errera
Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1028(?). Foto: auteur
Isabella Errera is overleden op 60-jarige leeftijd en liet in haar testament haar bruiklenen na aan het museum. Dit blijkt uit de brief van notaris Ed. Van Halteren op 13 juli 1929 aan de Belgische ‘Ministre des Sciences et des Arts’ met als bijlage het testament waarin het volgende legaat was opgenomen: ‘Je lègue en pleine propriété à l’État belge tous les objets que j’ai prêtés au Musée du Cinquantenaire …, etc. (Ik legateer in volle eigendom aan de Belgische Staat alle voorwerpen die ik in bruikleen heb gegeven aan het Musée du Cinquantenaire …, enz.)
De Minister communiceerde het bericht van het legaat via een ‘dépêche’ van 26 juli aan het Musée Cinquantenaire en vroeg om inzicht in de reikwijdte van het legaat.
Het museum zag zich plots geconfronteerd met een probleem. Welke stukken waren in bruikleen gegeven door mevrouw Errera en kwamen hen nu door het legaat toe? Hoe kon zij onderscheid maken met de voorwerpen, die reeds in bezit waren door eerdere schenkingen?
Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Detail bedrukking. Nr. 482 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1026. Foto: auteur
Monsieur le Conservateur en Chef benoemde het dilemma in een brief aan de Minister op 6 augustus: ‘Quant aux étoffes, Mme Errera n’avait jamais pris soin de nous remettre une liste de ses dépôts et comme elle avait été chargée par le Gouvernement de la gestion du Départment des textiles, il nous aurait été difficile de constater l’introduction dans les séries de pièces nouvelles.’
(Wat de stoffen betreft had mevrouw Errera nooit de moeite genomen ons een lijst van haar bruiklenen te geven en aangezien zij door de Regering was belast met het beheer van de Afdeling Textiel, zou het moeilijk voor ons zijn geweest om tot vaststelling te komen van door haar nieuw ingebrachte stukken.)
Gelukkig had Isabella Errera met de catalogus van 1927 ervoor gezorgd dat er gemakkelijk helderheid kon komen. De Minister kreeg de lijst van het legaat toegestuurd. De brief van de Conservateur en Chef vervolgde: ‘Il a donc fallu nous borner à relever dans le Catalogue d’étoffes anciennes; 3e édition 1927, les numéros désignés comme prêtés par Mme Errera. Je vous prie d’en trouver la liste ci-jointe, complétée par la désignation des broderies.
Meelzak ‘Pride of Niagara, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y.’ Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1384. Foto: auteur
Mme Crick, à qui j’ai demandé d’établir ce relevé m’écrit “la collection des étoffes léguées est particulièrement importante: elle constitue plus du quart de la collection totale des tissus du Musée et comporte des exemplaires de toutes les époques depuis le VIe jusqu’au XXe siècle; …”.’ (‘We moesten ons dus baseren op de Catalogue d’étoffes anciennes; 3e editie 1927, de nummers aangeduid als in bruikleen gegeven door mevrouw Errera. Bijgaand vindt U de opgestelde lijst, aangevuld met de lijst van borduurwerken. Mevrouw Crick, aan wie ik vroeg om deze opstelling te maken, schrijft mij “de collectie van de nagelaten stoffen is bijzonder belangrijk: deze vormt meer dan een kwart van de totale collectie stoffen van het museum en omvat exemplaren van alle tijden sinds de VIe tot de XXe eeuw;” ‘)
Meelzak ‘White Rose, The Hadley Milling Co. Olathe, Kansas’. Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1341. Foto: auteur
De lijst van mevrouw Marthe Crick-Kuntziger (Luik, 2 april 1891 – Brussel, 30 mei 1963), kunsthistorica, sinds 1921 werkzaam bij het museum, bevatte de twee gecatalogiseerde meelzakken, want zij vermeldde onder I. ÉTOFFES. Voir Is. Errera: Catalogue d’étoffes anciennes et modernes.; Bruxelles 1927. (3e-édition). Nos ……481, 482, ……
Bovendien blijkt uit de lijst dat twee geborduurde meelzakken ook tot het legaat behoorden. Onder II volgde ‘la désignation des broderies’, waarin twee nummers met een ‘sac américain brodé’. De lijst vermeldde:
II. BRODERIES… 94 – Sac américain brodé. (guerre 1914-18.) 95 – Tablier formé d’un sac américain brodé (id.) …..
Analyse van de indexnummers van de versierde meelzakken in de museumcollectie leidden me naar de twee geborduurde meelzakken welke tot het legaat hebben behoord:
* Nummer 94: De meelzak ‘Pride of Niagara’ van de maalderij Thompson Milling Co., Lockport, New York (inv. nr. Tx 1384);
*Nummer 95: Het schortje gemaakt uit de meelzak ‘White Rose Flour’ van de maalderij The Hadley Milling Co., Olathe, Kansas (inv. nr. Tx 1341).[7]
Omslag van het Bulletin Musées Royaux d’Art et d’Histoire, maart 1933. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur
Jacqueline Errera-Baumann Het museum kwam vier jaar na het overlijden van Isabella Errera in het bezit van een aanzienlijk aantal meelzakken door de schenking van Mme Jacques Errera, de schoondochter van Isabella Errera.
Jacqueline Julie Errera-Baumann, geboren op 13 januari 1901 in Illkirch, Alsace, Frankrijk, overleden op 20 februari 1960 in Brussel. Zij trouwde met Jacques Errera rond 1920/22. Het echtpaar kreeg een dochter, Muriel (Parijs, 17 juni 1924 – Brussel, 21 juni 2008) en een zoon, Paul (Laeken, 9 mei 1928 – Woodbridge, VS, 14 april 2010).
Jacqueline was een beeldhouwster en schilderes, opgeleid in Parijs, zij was in de leer bij Emile-Antoine Bourdelle.
Jacqueline deed de schenking van een serie meelzakken in februari 1933.
De Conservateur en Chef van het museum schrijft op 18 februari 1933 aan Madame Errera, 14 Rue Royale, Bruxelles: “J’ai l’honneur de vous accuser réception du lot de sacs américains que vous m’avez fait remettre. Je vous remercie de cette nouvelle marque de l’interêt que vous portez à nos collections et qui vient enrichir de maniere intéressante nos séries documentaires de l’histoire de la période de guerre 1914-1918.” (‘Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van de partij ‘Amerikaanse zakken’ die u mij hebt aangeboden. Ik dank u hartelijk voor deze nieuwe blijk van interesse in onze collecties die op interessante wijze de geschiedenis van de oorlogsperiode 1914-1918 aanvult en documenteert.’)
Verzoek aan Mlle Calberg te rapporteren over de schenking van Jacqueline Errera-Baumann, 22 februari 1933. Archief KMKG-MRAH. Foto: auteur
Op 22 februari 1933 vroeg Jean Capart, Le Conservateur en Chef, via een intern memo aan Mademoiselle Calberg om rapport uit te brengen over het aanbod van de schenking van Madame Errera.
Op 1 maart rapporteerde Mlle Calberg: ‘Madame Errera offre en don à nos Musées un lot de 56 sacs américains en toile imprimée de la periode de guerre 1914-18. Le genre est déjà représenté dans nos collections par quelques spécimens faisant partie du legs Isabelle Errera. La série serait donc heureusement complèté par le lot important qui nous est présenté. J’estime qu’il y a donc lieu d’en accepter le don.’
(Madame Errera biedt aan onze musea een schenking aan van een partij van 56 Amerikaanse meelzakken van bedrukte stof uit de oorlogsperiode 1914-18. Het genre wordt in onze collecties al vertegenwoordigd door enkele exemplaren die deel uitmaken van het legaat Isabelle Errera. Deze exemplaren zullen dus hopelijk aangevuld worden met de belangrijke partij die ons nu wordt aangeboden. Ik ben van mening dat er voldoende reden is om de schenking aan te nemen.)
Het museum publiceerde in haar Bulletin van maart 1933 onder ‘Nouveaux Dons’ (nieuwe schenkingen) het bericht ‘Nos collections de broderies modernes se sont accrue d’un lot de sacs américains (1914-1918) offert par Mme Jacques Errera’.
En zo kwamen de 56 meelzakken van WO I, geschonken door Jacqueline Errera-Baumann, terecht in de sectie (moderne) borduurwerken van het museum.
Ik geef een overzicht van deze 56 meelzakken.
Allereerst: een zak bleek een rijstzak met rood, wit, groene bedrukking, dus zal ik die niet meerekenen in de aantallen van de collectie.
De twee bewerkte meelzakken “Russel’s Best’ en ‘Vigor’ zijn op gelijksoortige wijze geborduurd, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2604 en Tx 2605. Foto: auteur.
Daarmee komt de serie meelzakken die door Jacqueline Errera-Baumann geschonken zijn op 55:
– Onbewerkt: 52;
– Bewerkt: 3.
Meelzak ‘Perfect, Gem State Roller Mill & Ele. Co. Ucon, Idaho’ met tekening van Godefroid Devreese, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur.
Herkomst van de meelzakken: Canada: 2 en Verenigde Staten 53.
Samenvatting De museumcollectie is verkregen door:
1) Legaat Isabella Errera-Goldschmidt in 1929: 4 stuks
2) Schenking Jacqueline Errera-Baumann in 1933: 55 stuks
Totaal 59 meelzakken, waarvan 54 onbewerkt en 5 bewerkt (vier geborduurd, één met tekening). De herkomst van de meelzakken is drie uit Canada, 56 uit de VS.
De interessante vragen die volgen zijn: hoe en wanneer hebben Isabella en Jacqueline Errera hun respectievelijke collecties meelzakken destijds verkregen? Welke verzamelcriteria zullen zijn gehanteerd? Genoeg reden voor verder onderzoek en nieuwe blogs.
Onderzoek van de collectie meelzakken in Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, februari 2020. Foto: auteur
*) Toelichting op de online publicatie van het artikel van Professor Delmarcel:
Lezingen op zondagochtend. Intellectueel uit de veren. 30 november 2014, KMKG-MRAH
Professor Delmarcel schreef mij in februari 2023: “Het artikel is een van de zeldzame artikels die ik ooit geschreven heb buiten mijn eigenlijk vakgebied, het Vlaamse wandtapijt.
Voedingskomiteit Tessenderloo, Limburg. Foto publicatie Ina Ruckebusch, Patakon, juni 2014. Collectie Amerikaanse ambassade, Brussel
De aanzet voor mij was de herdenking van WO I in 2014, en bijzonder het boek van mevrouw Sophie De Schaepdrijver over België in de Groote Oorlog…. en de verhalen hierover van mijn grootmoeder en van mijn vader (°1910) zaliger. Mijn grootmoeder is geboren in Tessenderloo, uit haar archief komt de bijgaande foto.
Aan mijn correspondentie met die lokale bloemmolens, of de plaats er van, heb ik heel leuke herinneringen… meestal is de directeur van de lokale bibliotheek ook de historica/cus van dienst, en de meest info kwam uit de lokale kranten…… een bron die ik in de studie van oude wandtapijten nooit tegenkwam.
Ik had eertijds te veel werk om ook het artikel meer te verspreiden. Mocht u dat willen doen, dan is het welkom, als u het foto-copyright van het museum vermeldt.” Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126
[1] Mijn hartelijke dank aan de medewerkers van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. De dames De Meûter, Cooremans, De Ruette en Hanssens hebben mij gastvrijheid geboden voor mijn onderzoek. In de aanloop naar mijn bezoek verschaften zij steeds opnieuw informatie. Dankzij hun voorbereidingen heb ik mij ter plaatse volledig aan de studie van de meelzakken, documenten en boeken kunnen wijden. Ik ben hen bijzonder erkentelijk!
[2] Mijn hartelijke dank aan Eric de Crayencour, Ondervoorzitter van de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving voor het bijeenbrengen en toezenden van de uitgebreide informatie en data over de familie Errera, hun verblijf in Ukkel en de nalatenschap van Isabella Errera; juli 2020