Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco

Na twee blogs met krantenberichten en veel tekst over kunstenaars in Auderghem en Luik laat ik in dit blog het werk zien van vijf kunstenaars, van wie het werk op zak in 1987 tentoongesteld is geweest in San Francisco, Californië.

Het ‘San Francisco Craft and Folk Art Museum’

Carole Austin publiceerde in A Report, Fall 1986, The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Collectie en foto: auteur

‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, is de titel waaronder het San Francisco Craft and Folk Museum een tentoonstelling van versierde meelzakken in WO I organiseerde van 7 januari tot 1 maart 1987. Gastconservator Carole Austin schreef een uitgebreid essay, dat gepubliceerd werd in ‘A Report, Fall 1986’, een uitgave van het museum.[1] In de tentoonstelling zijn beschilderde meelzakken uit de collectie van Capt. and Mrs. Albert Moulckers [2] getoond, naast vele geborduurde en met kant versierde meelzakken uit de collectie van de Hoover Institution van Stanford University.
In haar essay vermeldde Austin dat Julienne Moulckers haar vertelde dat St. Edward’s University in Austin, Texas, nu de meeste meelzakken met schilderijen van haar vader’s kunstkring in bezit heeft. Wat Austin verzuimde te vermelden, was dat de zes beschilderde meelzakken in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ nog altijd in het bezit waren van het echtpaar Moulckers.
Over deze zes kunstwerken gaat dit blog.
Carole Austin had een uitgebreide documentatie van de tentoonstelling in haar archief. Deze heeft zij mij geschonken, daarom bezit ik foto’s van de schilderingen.

Louis Crombin (Elsene 21.04.1872 – Bosvoorde …04.1946)

Louis Crombin, ‘Témoignage de Reconnaissance’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. Formaat 19×27 inches.
Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Een huiselijk tafereel van moeder die de baby wiegt, grootmoeder handwerkt of schilt de aardappelen, het kind aan tafel leest. Moeder heeft een zak ‘Belgian Relief Flour’ in ontvangst genomen. Door de deuropening kijken we naar buiten en zien de leverancier van de zak meel weglopen naar zijn paard en wagen. Twee Amerikaanse vlaggetjes sieren de keuken.

‘Belgian Relief Flour’ Russell-Miller Milling Co. Collectie: HHPLM

Het doek waarop Crombin geschilderd heeft, is een halve meelzak.
Restanten van de bedrukking zijn in de bovenzijde van de schildering te zien. Kennelijk is het een meelzak geweest van de Miller’s Belgian Relief Movement met de standaard bedrukking ‘Belgian Relief Flour’ en de naam van de maalderij. In dit geval zou het kunnen gaan om de Russell-Miller Milling Co. uit Minneapolis, Minn. De typografie komt overeen met een soortgelijke zak in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum.
Crombin schilderde met korte streken de verf op het doek, want schilderen op een katoenen zak viel niet mee, de verf smeerde slecht uit. Hij speelt met het licht dat binnen valt door de deur en het raam. Het geeft de schildering een impressionistische sfeer. Het lijkt alsof een grauwe zwart-wit foto uit 1915 van het behoeftige Belgische gezinsleven, dankbaar tot leven wordt gewekt in de kleurenrijkdom van de verf.

J. Ploy (?)

J. Ploy (?), Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Everett-Aughenbauch & Co, Waseca, Minn. Formaat 30×16 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.
Detail: J. Ploy, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915.

De schilder gebruikte de kant van de meelzak, die bedrukt was en benutte de lege bovenzijde. Daar schilderde hij een landschap en omlijstte het in een ovaal dat gedecoreerd is met art-deco motief. De blauwzwemen in het linkerdeel van de schildering roepen een mystieke sfeer op, in combinatie met het roze licht dat de horizon kleurt. Alsof we kijken naar een zonsopgang, in verf gevangen door een schilder die daarmee uitdrukking geeft aan zijn hoop op betere tijden.

Amédée Lynen (St-Joost-ten-Node 30.06.1852 – Brussel 28.12.1938)

Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’. Formaat 30×15 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Twee beschilderde meelzakken als een klein stripverhaal. De kunstenaar Amédée Lynen was schilder, illustrator en schrijver. Nog in 1914 maakte hij onder meer illustraties voor De Legende van Uilenspiegel van Charles De Coster. Van zijn hand zijn deze twee meelzakken.
Een bakker kneedt het deeg en rolt het op. Een versje zingt in zijn hoofd:
‘Pat a cake, pat a cake
Baker’s man, for the Belgian children
Master, as fast as I can’.
(‘Klop een cake, klop een cake
Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen
Meester, zo snel als ik kan’).
De schaduw van de bakkersknecht vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenaar het belang van zijn taak onderstreept.

Amédée Lynen, ‘Malines’, 1915. Versierde meelzak met originele bedrukking op achterzijde. Formaat 29×15 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

De gevel van het huis in Mechelen is historisch en klassiek. De typische gevel van het Mechelse huis doet verlangen naar thuis zijn in huiselijke kring en eigen omgeving.
Beide tekeningen zijn uitgevoerd in Oostindische inkt met pen, ingekleurd met aquarel. Lynen was een vooraanstaand aquarellist.

Jean-Francois Taelemans (Brussel 08.08.1851 – Sint-Gillis 31.03.1931)

Jean-Francois Taelemans, ‘Watermolen’, 1915. Versierde meelzak Portland Roller Mills, Portland, Oregon. Formaat 29×19 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Taelemans was werkzaam in Brussels. Misschien zal hij hebben deelgenomen aan de tentoonstelling in Auderghem. De watermolen is sfeervol getekend, kenners van de historie van het Zoniënwoud zullen wellicht de molen herkennen. In het waterrijke gebied waren vele watermolens in die tijd.
De schildering lijkt een tekening. Misschien is deze op het doek van de meelzak aangebracht via het procedé van de lichtdruk. Het stelde de kunstenaar in staat enkele dezelfde afdrukken te maken op diverse zakken.

Ernest Godfrinon (Elsene 10.09.1878 – Schaarbeek 1927)

Ernest Godfrinon, ‘Vrouwenportret’, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission. Afm. 27,5 x 16 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Godfrinon beschilderde de meelzak met het stemmige portret van een vrouw vol zorgen. Ze houdt drie vingers bij haar mond, alsof de kunstenaar ons haar honger wil laten voelen. Haar ogen lijken ter neergeslagen, de geplooide muts krult sierlijk om haar hoofd. Daaronder een bloemenboeket van weelderige margrieten, als symbolische dank aan de American Commission.
Godfrinon tekende rond 1905 een affiche voor de Antwerpse jeneverstokerij De Kempenaar waarop twee dames met dezelfde muts getooid als op dit portret.

Conclusie

Detail: Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915.

Conservator Carole Austin bracht in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ in het San Francisco Craft and Folk Art Museum in 1987 versierde meelzakken van WO I bij elkaar die een diversiteit aan onderwerpen laat zien, welke de Belgische schilders inspireerden in het eerste oorlogsjaar 1915. De schilders hadden gemeen dat ze hun bezette land niet waren ontvlucht, zoals andere kunstenaars, maar in België zijn gebleven. Ze werden niet opgeroepen om te strijden aan het front. Ze maakten mee dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, hun voedsel schaars werd. Ze gaven hun medewerking aan de oproep om de meelzakken te beschilderen en decoreren ten behoeve van liefdadigheidstentoonstellingen. De opbrengst van het entreegeld tot de tentoonstellingen diende om kunstenaars in benarde omstandigheden financiële steun te geven.
De zes werken zijn enkele tientallen jaren na de oorlog meegenomen naar de Verenigde Staten door de heer en mevrouw Moulckers-Feuillien. Inmiddels is hun plaats van bewaring onbekend. Gelukkig hebben we dankzij Carole Austin’s goed bewaarde archief wel sfeervolle beelden.

*) Ook voor dit blog gaat mijn dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de namen van de vijf kunstenaars en hun gegevens gecontroleerd en werkt aan aanvullingen, zodat deze zo volledig mogelijk vermeld zullen zijn.

 

[1] Austin, Carole, From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I. San Francisco, A Report from the San Francisco Craft and Folk Art Museum. Fall 1986

[2] Twee blogs, die ik eerder heb geschreven over de Capt. and Mrs. Albert Moulckers Collection zijn: Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1 en ‘The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection’ 2.

 

De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915

Dit derde blog in de reeks ‘Hergebruik van meelzakken in WO I’ bespreekt de transformatie tot beschilderde meelzakken door de schilders van het Zoniënwoud in Auderghem (Oudergem), bij Brussel, volgens Belgische primaire bronnen.
De kranten berichtten over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken in 1915 en roemden de vernieuwing en de verrassende resultaten van de kunstenaars.

Tentoonstelling en distributie in Auderghem van kinderkleding en speelgoed, ontvangen van Amerikaanse en Canadese kinderen via de Commission for Relief in Belgium. Foto: L’actualité illustré, 20 februari 1915

In mijn eerdere twee blogs in de reeks ben ik ingegaan op hergebruik van meelzakken tot kleding (blog van 24 mei 2019) en transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk (blog van 26 mei 2019).

De schilders van het Zoniënwoud

‘A Auderghem’, oproep aan de schilders van het Zoniënwoud. Foto: La Belgique, 11 april 1915

Het eerste artikel berichtte over de oproep aan de ‘peintres de la Forêt de Soigne’ om vijftig schoongewassen meelzakken te beschilderen.

Burgemeester Herrmann-Debroux van Auderghem. Foto: website gemeente Oudergem

‘Auderghem – De heer Herrmann, burgemeester, *) had afgelopen donderdag voor de gemeenteraad de schilders van het Zoniënwoud bijeengeroepen, waarvan de tentoonstelling net is geopend in het Roodklooster. Velen hadden op deze uitnodiging gereageerd; de afwezigen hadden zich verontschuldigd en bij voorbaat ingestemd met de voorstellen van de geachte burgemeester. Het betrof het sturen van een bijzonder bewijs van dankbaarheid naar Amerika. Ongeveer vijftig meelzakken waren grondig gewassen! De heer Herrmann stelde voor dat onze kunstenaars op deze zakken hun favoriete plekken van het Zoniënbos zullen schilderen. De resulterende meesterwerken zullen cadeau gedaan worden aan onze weldoeners. Dit uitstekende voorstel werd onder enthousiast gejuich door de betrokkenen aanvaard.’
(La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie, 11 april 1915)

De beschilderde zakken waren enkele maanden later gereed voor een tentoonstelling in het gemeentehuis, gehouden van 25 juli tot 1 augustus. Een Vlaamse journalist deed uitgebreid verslag in het Antwerpse familieblad ‘Geïllustreerde Zondagsgazet’. Hij bezocht eerst de tentoonstelling van geborduurde zakken in de Anspachlaan in Brussel, waar hij de tip kreeg om het werk van schilders van naam te gaan zien in Auderghem.

De vitrine van de Red Star Line met het ‘Brusselsch stedehuis’ en het Vrijheidsbeeld van New-York. Detail ansichtkaart Marcovici Editeur, Brussel. Collectie KBR

‘De Amerikaansche zakken – We stonden over een paar dagen aan de vitrien der bureelen van de Red Star Line, waar het Komiteit der Nationale Voeding de zakken verkoopt waarin de Amerikaansche bloem ons met zooveel menschlievendheid gezonden wordt. We bewonderden de schoone figuren door behendige vrouwenhanden er kwistig op geborduurd, en vooral een zak uit Ontario afkomstig, waarop langs de eene zijne het Brusselsch stedehuis is afgebeeld, en langs den anderen kant het Vrijheidsbeeld van New-York; we bewonderden …ja, we bewonderden eigenlijk alles, toen we eensklaps eene dame nevens ons hoorden zeggen: “Het schijnt dat in Auderghem veel schoonere zakken te zien zijn, beschilderd door meesters van naam.”
Wij binnen. Wij vroegen wat daar van waar was, en de beminnelijke juffer die ons te woord stond – ze kende, och arme! geen Vlaamsch – bevestigde dat er inderdaad te Auderghem een tentoonstelling zal plaats grijpen van beschilderde Amerikaansche zakken. ….

Het gemeentehuis van Auderghem, eind 1918. Foto: internet

We geraakten, opgeruimd door de lieve wandeling, in het dorpje Auderghem.
Rein en netjes zijn de straten onderhouden; groote en breede banen, onlangs aangelegd, leidden naar Boschvoorde en Tervueren, terwijl achter het dorp, juist boven het oude, eigenaardige kerkje, het donkere, geheimzinnige Zoniënbosch zich eindeloos ver uitstrekt en als het ware een achtergrond vormt aan deze meesterlijk uitgevoerde, kleurenrijke natuurlijke schilderij.
… we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk.

Jos Albert, ‘Vrouw, aardappelen schillend’, 1915. Versierde meelzak ‘Morden Roller Mills’, Manitoba, Canada. Collectie HHPLM no. 62.4.103

J. Albert schilderde een ‘Binnenhuis’ en eene ‘Vrouw, aardappelen schillend’, die beiden zeer talentvol op … zak gebracht werden; heelemaal ‘de circonstance’ zijn de werkjes van M. Cockx; ‘Nieuwpoort’ en ‘Een Vlaams dorpje’ dit laatste een ware droom van dichterlijkheid. Het Zoniënbosch zelf diende als onderwerp voor de drie tafereelen van den heer Jozef François, flink geborstelde landschappen.
Is dit alles? Och, kom, lezer, ge weet toch wel dat in dergelijke zaken M. R. Stevens, sekretaris der ‘Vrienden van het Woud’ nooit ten achtere wil blijven; een prachtig ‘Houtgewas’ zond hij van uit het diepste van ‘zijn’ Zoniënbosch. M. Van de Leene deed zijn best om twee zakken te beschilderen met eene ‘Vrouw met bloemen’ en een ‘Meisjes, kushandjes werpend’ aan de Amerikanen, natuurlijk!

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’, B.S. Eckhart Milling Company. Collectie HHPLM no. 62.4.119

M. Brusselmans, M. Oleffe, M. Lagelai en anderen werkte met evenveel ijver mede; de ‘Booten op den IJzer’ van M. Drumé; M. Houyoux met zijn ‘Vernieling van Leuven’; M. Lagarde die een ‘IJzer te Nieuwpoort’ borstelde; M. Barth met een “Molen te Middelkerke’ zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken.
En toch spannen de heer Navez en G. Creten de kroon in deze tentoonstelling; zij hebben uitgedrukt, op deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk!

Arthur Navez, ‘Blozende knaap met grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem: Many thanks for this delicious bread’. Versierde meelzak ‘Castle’, Maple Leaf Milling Co., Toronto. Foto: collectie auteur

Midden de kring letters met de firma die den zak opzond, heeft heer Navez een blozende knaap geschilderd, bijtend met witte tanden en lachende oogen in een grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem, natuurlijk; terwijl M. G. Creten op dergelijke wijze een Belgische knaap schilderde, met dankbaar glimlachende wezen. Ziedaar twee tafereelen die bijzonder in den smaak zullen vallen en zeer zeker bij de Amerikanen zelfvoldoening verwekken over de edele daad die zij jegens ons volk pleegden.
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Het Vlaamsche Nieuws berichtte vervolgens tweemaal over de tentoonstelling. Het eerste bericht: ‘In de groote zaal van het gemeentehuis wordt er, gedurende eenige weken, eene eigenaardige tentoonstelling van geschilderde en geborduurde meelzakken gehouden. Men betaalt 10 centiemen ingang en de opbrengst zal gestort worden in de kas van het Voedingskomiteit der gemeente. Deze tentoonstelling verdient waarlijk bijval, want echte prachtwerken zijn er te zien. ……
Deze kunstwerken zullen naar Amerika gezonden worden, om ze aldaar te verkoopen ten voordeele van het Voedingswerk van België.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 8 augustus 1915)

Galerie Giroux, Koninklijke straat 26, Brussel
Uit het tweede artikel blijkt de tentoonstelling van de beschilderde meelzakken na Auderghem te zijn verhuisd naar de Galerie Georges Giroux, Koninklijke straat 26 in Brussel voor een expositie van 14 tot 30 augustus. De entreeprijs was er 25 centimes.
De opzet was helder: de beschilderde zakken waren kunstwerken, bestemd om te worden verstuurd naar Amerika. Daar zouden ze verkocht worden en met de opbrengst kon nieuwe hulp aan oorlogsgetroffenen gegeven. De entreegelden van de Belgische tentoonstellingen kwamen ten goede aan de hulpverlening voor de eigen kunstenaars.

Het Roodklooster in Auderghem op een oude ansichtkaart. Foto: internet
Tentoonstelling van de schilders van het Zoniënwoud in het Roodklooster, juni 1915. Foto: 1914 Illustré no. 39

‘Een bezoek aan het Rood Klooster te Auderghem, bij den ingang van het woud gelegen, bewees ons dat de schilders-bewonderaars dezer streek zoo talrijk waren als vroeger; in de twee herbergen der aloude abdij zijn standvastige tentoonstellingen gehouden hunner werken. Men bewondert er doeken van A. Bastien, Drumé, L. Clesse, Th. Clesse, R, Stevens, L. Houyoux, A. Renson, P. Dillens, P. Stobbaerts, L. Huygens, C. Jacquet, Martel, enz.
Maar onze schilders bewezen vooral dat zij liefdadig zijn, en dat zij tot voorbeeld aller burgers mogen aangewezen worden. Naar alle weldadigheidstentoonstellingen en tombolas der hoofdstad – en deze waren zeer talrijk – stuurden zij eenige hunner werken, terwijl zij in het gemeentehuis van Auderghem eene prachtige verzameling hielden, met hun geschilderde Amerikaansche meelzakken, ten voordeel van het Voedingskomiteit.

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission’. Collectie HHPLM no. 62.4.231

Nu wordt weeral (van 14 tot 30 Oogst) zulke tentoonstelling gehouden in de Koninklijke straat 26. De opbrengst zal gestort worden in de Ondersteunings-kas der Beroeps-federatie van Schoone Kunsten. Deze vereeniging, die alle kunstkringen groepeert, heeft zich reeds van verleden jaar bezig gehouden met den benarden toestand, waarin vele kunstenaars zich bevinden; de Ondersteunings-kas werd gevuld door de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, door den burgemeester en bijzonderen, de kunstkringen, het Nationaal Voedingskomiteit en door de opbrengst van sommige tentoonstellingen en tombolas. …

‘De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen…’; foto: 1914 Illustrée no. 51, 1 september 1915

De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen in de zaal der kleine Karmelietenstraat, n. 2. (Het Vlaamsche Nieuws, 17 augustus 1915)

Schilders
Hieronder volgen de deelnemende schilders, genoemd in de krantenartikelen, alfabetisch gerangschikt**):

1   Albert, Jos (Brussel 22.05.1886 – Ukkel 08.10.1981)
2   Barth, Albert
(Sint-Joost-ten-Node 03.03.1873 – Schaarbeek 04.05.1940)
3   Brusselmans, Jean (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953)
4   Cockx, Philibert (Elsene 29.04.1879 – Ukkel 02.09.1949)
5   Creten, Georges (Sint-Gillis 14.03. 1887 – Ukkel 08.04.1966)
6   Drumé, Auguste
(Brussel 25.06.1866 – Sint-Agatha-Berchem …02.1938)
7   François, Jozef
(Sint-Joost-ten-Node 06.11.1851 – Brussel 19.09.1940)
8   Houyoux, Léon (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940)
9   Lagarde
10 ‘Lagelai’, ***) bedoeld is Logelain, Henri
(Elsene 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968)
11  Martel, Paul-Jean (Laken 04.08.1879 – Philadelphia, VS, 26.09.1944)
12 Navez, Arthur (Antwerpen 17.03.1881 – Brussel/Elsene? 20.05.1931)
13 Oleffe, Auguste
(Sint-Joost-ten-Node 17.04.1867 – Oudergem 13.11.1931)
14 Stevens, René (Elsene 25.04.1858 – Elsene 03.10.1937)
15 Vandeleene, Jules (Elsene 09.05.1887 – Oudergem 26.05.1962)

Zijn er beschilderde meelzakken van hen bewaard gebleven?
Jazeker, ik heb exemplaren in collecties in de VS gevonden. Van Jos Albert is de meelzak ‘Vrouw, aardappelen schillend’ opgenomen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM), West Branch, Iowa. Daar bevinden zich ook twee schilderingen van Jean Brusselmans. Van de meelzak van Arthur Navez bestaat een foto, waar de zak is, is niet bekend.

Philibert Cockx, ‘Oogstende boer in graanveld’, 1915. Versierde meelzak ‘Cascadia’, Portland Roller Mills. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Een meelzak beschilderd door Philibert Cockx bevindt zich in de ‘Moulckers Collection’ in de archieven van de Munday Library van St. Edward’s University, Austin, Texas. Ook een tweede werk van Jos Albert, ‘Venster’ bevindt zich in de Moulckers Collection.

Jos Albert, ‘Venster’, 1915. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Van de andere schilders heb ik geen meelzakken of afbeeldingen tot heden kunnen ontdekken. Wel zijn er enkele landschappen zonder signering in de Moulckers Collection, die mogelijk het Zoniënwoud verbeelden en toe te schrijven zijn aan de genoemde kunstenaars.

‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University

Na de Armistice: ‘uitverkoop’
Het initiatief om alle beschilderde zakken naar de VS te sturen, had problemen opgeleverd, bleek na de Wapenstilstand.

L’Indépendance Belge van 21 april 1919

‘Men zal zich herinneren, dat onze kunstenaars tijdens de bezetting Amerikaanse zakken hebben beschilderd, die graan en bloem hadden bevat. Dit als dankbetuiging aan de Verenigde Staten voor hun hulpverlening. De zakken beschilderd met allegorische voorstellingen en landschappen van onze regio zouden naar Amerika worden gestuurd. Maar de Duitse autoriteiten verzetten zich tegen de verzending. Daarom vroegen we ons af wat er met de zakken was gebeurd. Ze blijken zorgvuldig bewaard en begin mei zullen ze tentoongesteld worden in de ‘Cercle Artistique’.
Strikt genomen zal het geen kunsttentoonstelling zijn: het doek van de zakken was niet erg geschikt om te beschilderen en dit zijn dan ook geen meesterwerken van onze schilders. Maar het zal een cultureel evenement zijn.’ (L’Indépendance Belge, 21 april 1919)

Het evenement was bedoeld voor de (uit)verkoop van de beschilderde zakken, die voor eenheidsprijzen weggingen.
‘Cercle Artistique et Littéraire’: een originele tentoonstelling
Tot 8 mei, in de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, een tentoonstelling van Amerikaanse zakken, versierd door de beste en meest fantasievolle van onze schilders. Deze zakken worden verkocht ten voordele van de ‘Caisse d’assistance des Artistes’ tegen een uniforme prijs van: 100 frank voor schilderijen met bieding van 10 franc: 20 frank voor gravures met bieding van 5 franc. De biedingen worden ingewacht bij de beheerder van de ‘Cercle’.
(La Libre Belgique, 3 mei 1919 / La Nation Belge, 5 mei 1919)

En zo kwam een verrassend einde aan het initiatief van de schilders van het Zoniënwoud, die in 1915 bijzonder succesvol waren en in een euforie van patriottisme en dankbaarheid aan de VS ‘wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’

Meer over de beschilderde meelzakken lees je in mijn blogs: Meelzakken in Dendermonde; Beschilderde meelzakken in de Moulckers Collection en The Captain Albert and Mrs. Moulckers Collection 2.

 

‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’

Voor geïnteresseerden:
Museum Van Elsene/Musée d’Ixelles organiseerde in 2009 een tentoonstelling met werk van de schilders van het Zoniënwoud in de jaren 1850-1950. Bij de expositie verscheen een rijk geïllustreerde catalogus van de hand van Emmanuel Van de Putte ‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’.

 

 

*) Burgemeester Herrmann (Carl Henry Herrmann (St. Joost-ten-Node 05.12.1877Sint-Lambrechts-Woluwe 27.02.1965), noemde zich vanaf 1915 ‘Herrmann-Debroux’; Hij was burgemeester van 1912-1921. Tegenwoordig is hij vooral bekend als naamgever aan een viaduct en metrostation in Brussel.

**) Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en aangevuld, zodat deze zo volledig als mogelijk is samengesteld.

***) Evelyn McMillan maakte ons attent op de beschilderde meelzak ‘Woman nursing her baby’ van Henri Logelain (dus niet ‘Lagelai’) in de collectie van de Hoover Institute Archives, Palo Alto, Ca.

The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection 2

In mijn blog van 30 november 2018 rapporteerde ik over The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection. Ik deed een oproep aan lezers van het blog om te helpen om de Belgische schilders van de Meelzakken te identificeren.

Sindsdien heb ik enkele reacties ontvangen die vragen om een tweede blog over de collectie schilderingen.

Kopie van het artikel in de Beaumont Journal

Vanuit de Verenigde Staten heb ik toegestuurd gekregen een krantenartikel uit de Beaumont Journal, Port Arthur, Texas, verschenen in de jaren ’60. De tekst luidt:

Area Woman has Collection of Art on Flour Sacks

By Dorothy Marcantel
Port Arthur (Sp)- A Port Arthur woman who is a native of Brussels, Belgium, has what is probably one of the most interesting-and certainly the most unusual-collection of paintings that could be found anywhere.

Mrs. Julienne Moulckers of 3105 Fifth St., wife of a longtime Gulf Oil Corp. ship’s master Capt. Albert Moulckers, has 58 paintings done by Belgium artists on flour sacks.
THE SACKS came from flour that was sent to Belgium by the United States during and immediately after World War I as a special aid “to see that the children of Belgium would have bread”.
Mrs. Moulckers says her maternal grandfather, Theodore Groeles (or Jeorges-she gave two spellings, one in Flemish and one in French) ran a bakery in Brussels, specializing in fine pastries, before the war.
During and immediately after the war, Grandfather Groeles was required to bake a given amount of bread for each child within his district with the American-aid flour. The children were issued the bread on ration basis.
The “flour sack paintings” are a result of Mrs. Moulckers’ own father’s resourcefulness. Her father, the late Edouard Seurlien, was manager of what Mrs. Moulckers describes as a private club and gallery for artists.
“DURING THE war it was almost impossible to get regular artist’s canvas-so father suggested the artists use the flour sacks,” Mrs. Moulckers says. The sacks were in abundant supply it seems, and the sacks were easily obtained from Grandfather Groels’ bakery.

The paintings in Mrs. Moulckers collection all were done between the years of 1914 and 1918 and most are inscribed. The paintings chiefly are of Belgium landscapes and street scenes, and some are portraits.
Some of the paintings are stretched on regular canvas frames, and some are both stretched and framed, but a number of them are kept carefully folded.
“My father gave the paintings to me before he died in 1958, and I have had only the ones I liked best framed,” the owner explained.

Foto bij het artikel in de Beaumont Journal

ALMOST ALL of the collection was exhibited and well received at a recent showing at the Gates Memorial Library Gallery at Port Arthur. In fact, the exhibit was scheduled for a one-week showing only, but was allowed to remain up from March 18 through April 13 because of the response from the viewers.
Mrs. Moulckers says she will consider exhibiting the paintings in other area galleries if there are requests for the exhibit. She also says she will consider selling some of the paintings, but at the present she and Capt. Moulckers are engaged in building a new home, and she is not readily available.

Capt. Moulckers also is a native of Brussels and worked for the Gulf Oil Corp. maritime division a long time before the couple moved to this country in 1952. He has worked for the company a total of 35 years. They both become naturalized citizens of this country.
CAPT. MOULCKERS, because of his profession, was able to return to his homeland more often than Mrs. Moulckers has since they came here. Lately, he is in command of ships going coastwise along this continent and does not sail abroad.
Mrs. Moulckers returned to Brussels in 1956 at the death of her mother and again in 1958, when her father died.
Capt. And Mrs. Moulckers have one son, Frank, who is an accountant and lives in Beaumont.

De informatie in het artikel zal de bron zijn geweest voor het artikel ‘From Aid to Art’ van Carol Austin in ‘A Report’, Fall 1986. *)

‘FEUILLIEN’ en ‘GROULUS’

Groot was mijn verrassing toen ik de werkelijke meisjesnaam van Julienne Moulckers op het spoor kwam.
Vanuit Wilsele, een deelgemeente van Leuven, provincie Vlaams-Brabant in België heb ik van de heer Hubert Bovens, gespecialiseerd in opzoekingen naar families, bijzonder interessante informatie ontvangen die de familiegeschiedenis van het echtpaar Moulckers ontrafelt.

‘Albert’ Marie Octave MOULCKERS is op 23 december 1907 te Antwerpen geboren. Zijn ouders heten Joseph “Jos” Hubert Charles MOULCKERS, gemeenteonderwijzer, geboren te Lanaye en Marie “Lucie” Charlotte SWEERTS, geboren te Antwerpen.
Albert Moulckers is in Texas op 13 januari 1989 overleden, hij was 81 jaar oud.

Julienne Moulckers is op 4 augustus 1910 geboren in Brussel. De meisjesnaam van Julienne is FEUILLIEN.
Haar ouders heten Edouard Jean FEUILLIEN ( Brussel 18/12/1885- Sint -Agatha-Berchem 3/6/1966), employé, (in 1909) en Alice Joséphine Virginie GROULUS (Sint-Gilles, Brabant, 11/1/1889- ?). Het paar huwt op 23 augustus 1909.
Haar grootouders langs vaderskant zijn Célestin François FEUILLIEN, gérant du Cercle Artistique (in 1909), en Marie Honorine BONDELE.

Julienne’s grootouders langs moederskant zijn François Théodore GROULUS, pâtissier, en Julie Joseph GATY, servante.
Julienne is overleden in Texas op 9 juni 1994, zij was 83 jaar.

Haar vader’s en meisjes naam is dus FEUILLIEN en niet ‘Seurlein’. de naam van haar grootvader van moeder’s kant is GROULUS en niet ‘Groeles’ of ‘Jeorges’.

Cercle Artistique et Littéraire

Edouard Feuillien links op de voorgrond in 1950 (Afb. Nicolas Gérome).

De werkelijke namen geven toegang tot een ruime bron van informatie over de ‘Cercle Artistique et Littéraire’ in Brussel, waar zowel vader als grootvader Feuillien kennelijk de scepter hebben gezwaaid.
Edouard Feuillien zal zijn vader zijn opgevolgd bij de Cercle Artistique et Littéraire. In zijn rouwbrief van 3 juni 1966 staat als titel: ‘Directeur-Gérant Honoraire du Cercle Royal Gaulois Artistique et Littéraire’. Blijkens de rouwbrief heeft hij voorname onderscheidingen ontvangen voor zijn werk:
– Chevalier de l’Ordre de Léopold-Officier de l’Ordre de Léopold
– Officier d’Académie et Ordre du Mérite Francais.

De Cercle Artistique et Littéraire was een Brusselse vereniging van beeldende kunstenaars, musici en schrijvers in 1847 officieel opgericht. In 1951 is de vereniging gefuseerd met de Cercle Royal Gaulois tot de huidige Cercle Royal Gaulois Artistique et Littéraire. Op Wikipedia is een opsomming te vinden van de namen van kunstenaars die tentoonstellingen hebben gehad in de Cercle Artistique et Littéraire. In de oorlogsjaren 1914-1918 liggen de exposities stil. In de jaren ervoor en erna behoren de kunstenaars van wie werk in de Moulckers Collection voorkomt, tot de exposanten. Onder meer Guillaume Van Strydonck (1913), Jehan Frisan (1920), Marguérite Verboeckhoven (1909), Georges Vanzevenberghen (1909), Gaston Haustraete (1911 en 1922), Ernest Godfrinon (1922), Jean-FrancoisTaelemans (1922).

Th. Groulus Gathy Patissier-Glacier

De bakkerij/patisserie van Grootvader Groulus op een oude ansichtkaart.

Dankzij een nazaat van de familie van Julienne Moulckers heb ik bijgaande foto ontvangen. De bakkerij-patisserie van Grootvader Groulus was gevestigd op de Boulevard du Hainaut in Brussel. Deze oude ansichtkaart toont een foto van de gevel en de etalage. Saillant detail is de tweede naam ‘Gathy’ als aanduiding van de familie van grootmoeder Julie, die in haar geboortebewijs ‘GATY’ als familienaam heeft. In de winkelnaam is een H toegevoegd: ‘GATHY’.

Het familie-archief bevat onder meer ook emigratie en reisdocumenten van Albert, die als 20-jarige en ongehuwd reeds van Bermuda naar de VS voer, Julienne, die met SABENA op 2 augustus 1956 met haar vader van Brussel naar New York vloog, en zoon Francis, geboren 11 mei 1932, die op 22 januari 1954 genaturaliseerd werd in de Verenigde Staten.

Conclusie

De ontvangen reacties hebben een aanzienlijke bijdrage geleverd in de verdere ontknoping van de achtergronden van de Beschilderde Meelzakken in de Moulckers Collection!

Waarom het artikel in de Beaumont Journal twee maal melding maakt van het overlijden van Julienne’s vader in 1958, terwijl de rouwbrief aantoont dat Edouard Feuillien op 3 juni 1966 is overleden, is voor mij een raadsel.
Hopelijk is te achterhalen op welke datum het artikel in de krant heeft gestaan.

 

*) Austin, Carole, ‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, A Report from the San Francisco Craft and Folk Art Museum, San Francisco, Californië, VS, Fall 1986

 

 

From Lewis Richards via Berthe Smedt to Antoine Springael

A glimpse into my day of research on Thursday, March 13, 2019.
I am looking for connections in Brussels of Lewis Richards, member of the Commission for Relief in Belgium (CRB).

Lewis Richards, CRB member from 1915-1919. Image: MSU Archives website

Richards came from Michigan, USA, I read on the website of the Michigan State University Archives, he was a musician, pianist, an American who studied at the conservatory in Brussels. He graduated cum laude and also found the love of his life.

In Brussels, he met Berthe Smedt, daughter of Charles Smedt, the restaurant owner of Grand Restaurant de la Monnaie in 13 Rue Leopold, just behind La Monnaie.

Berthe Smedt and Lewis Richards on their wedding day. Image: MSU Archives website

In 1908, Lewis (Lewis Loomis Richards, born in Saint Johns, Clinton County, Michigan, on April 11, 1881, died in Michigan in 1940) and Berthe (Berthée Emilie Smedt, born in Brussels on June 19, 1884) were married in Brussels.
It so happens that my grandparents Van Kempen were also married in 1908. A funny coincidence that makes history come alive for me.
The wedding photo of Berthe shows a “cloud” of a wedding dress. Imagine it would have been preserved, the photo displays such!

Berthe’s mother, Emilie Marie Jeanne Schamps, was born in Brussels on September 25, 1856. Charles Smedt (born in Brussels, December 24, 1852, died January 30, 1911, butcher by profession, then restaurant owner) ran a restaurant during the World Fair in Brussels from his Grand Restaurant de la Monnaie, a “succursale” called: “Chien Vert” (Green Dog).
The phenomenon of the 1910 World Exhibition amazes me because of its scale; it is worth a deeper dive. The exhibition area was 88 hectares in size, 26 countries had a pavillion there and it attracted 13 million visitors. No wonder that Restaurant du Chien Vert is located in a monumental building; even it only lasted for six months.
I imagine that Lewis Richards would have performed in atmospheric concerts in his father-in-law’s restaurant.

The Pavilion of restaurant “Chien Vert” (“Green Dog”) during the World Exhibition 1910 in Brussels

Photographs of the World Exhibition were printed on postcards and were collector’s items. Through the website “La Belgique des Quatre Vents” I get a good impression of the “Exposition Universelle de 1910 à Bruxelles et Tervueren“.

Poster for the “Procession of the Seasons”, design by Antoine Springael, 1910

My gaze is held by this poster. I recognize the lady in the middle … She is depicted on a flour sack!
I dive into my photo archive and find the painted flour sack by Antoine Springael in the “Moulckers Collection“.

Painted flour sack, Antoine Springael, 1915; Moulckers Collection, St. Edwards University, Tx, USA

What a find. Antoine Springael has drawn the poster for the “Cortège des Saisons” in July 1910 and later, in 1915, he depicted the same Goddess of Summer on the American Commission’s flour sack!
Quite funny to compare the warm colors of the inviting poster with the somewhat messy black-and-white photo on the postcard of the actual Cortège des Saisons.

“Procession of the Seasons” during the 1910 World Exhibition in Brussels
Excerpt from the Report of the Miller’s Belgian Relief Movement by M. Edgar, 1915

Back to Berthe Smedt and Lewis Richards.
In his work for the CRB (officially from January 1915) in Brussels, Lewis played a role in the sale of decorated flour sacks to Americans who came to Belgium accompanying the delivery of relief supplies.

Mr. Edgar from “The Miller’s Belgian Relief Movement” placed an order in March 1915, 105 years ago this month, for embroidered flour sacks. I wrote about it in my blog “A Celebrity Flemish Flour Bag in the Land of Nevele”.

Letter of thanks on behalf of the British Queen, 1917

In 1917 Richards worked for the CRB in London and sold two Belgian lace cushions to the British Queen.

In short, Lewis Richards was a man of standing, lived in Brussels in 1914-1915, ran with the wealthy circles in Brussels from the inside, spoke the language of both Belgians and Americans. He would have known what it was like, the history of the decorated flour sacks …

I find information about Richards’ work for the CRB in various sources:

1) Hugh Gibson, secretary of the United States Embassy in Brussels, writes in “A Journal from our Legation in Belgium“, 1917 (pp. 342-344):
“Christmas 1914.- Immediately after lunch we climbed into the big car and went out to Lewis Richards’ Christmas tree. He has a big house at the edge of town, with grounds which were fairy-like in the heavy white frost. He had undertaken to look after 600 children, and he did it to the Queen’s taste. They were brought in by mothers in bunches of one hundred, and marched around the house, collecting things as they went. In one room each youngster was given a complete outfit of warm clothes. In another, some sort of toy which he was allowed to choose. In another, a big bag of cakes and candies, and, finally, they were herded into the big dining-room, where they were filled with all sorts of Xmas food. There was a big tree in the hall, so that the children in their triumphal progress, merely walked around the tree. Stevens had painted all the figures and the background of an exquisite creche, with an electric light behind it, to make the stars shine. The children were speechless with happiness, and many of the mothers were crying as they came by.
Since the question of food for children became acute here, Richards has been supplying rations to the babies in this neighbourhood. The number has been steadily increasing, and for some time he has been feeding over two hundred youngsters a day. He has been very quiet about it, and hardly anyone has known what he was doing.
It is cheering to see a man who does so much to comfort others; not so much because he weighs the responsability of his position and fortune, but because he has great-hearted sympathy and instinctively reaches out to help those in distress. Otherwise the day was pretty black, but it did warm the cockles of my heart to find this simple American putting some real meaning into Christmas for these hundreds of wretched people. He also gave a deeper meaning for the rest of us.”

2) Tracy B. Kittredge has described Lewis Richards as one of the CRB’s most valuable employees. Quote of page 283 from “The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917“:
“…in January 1916… was succeeded as general secretary by Mr. Lewis Richards, who had organised the Commission’s work in Greater Brussels. It was Mr. Richards who had devised and put into operation the card catalogue of the population of Brussels which had made possible the checking of the bread distribution and the combing out of some 150,000 extra rations of flour which had been distributed to bakers who had fraudulently padded their lists. Mr. Richards, after performing this service in Greater Brussels, had gone to Northern France in April 1915 as chief representative for the most important French district, that of the north, with headquarters at Valenciennes. After a few months there he went to Holland, where he helped in the Rotterdam office until Hoover asked him to return to Brussels to become general secretary. He remained at this post until July 1916, when he went out to Rotterdam again, this time to become assistant director of the Commission’s office there. Almost a year later he was called to London as assistant director of the central office of the Commission, in which capacity he is still serving. Mr. Richards, because of his experience and personal qualities, proved throughout his whole service to be one of the most valuable of the Commission’s representatives.”

3) In July 1919, a laudation about Richards’ CRB work appeared in The San Francisco Call and Post.

If a personal archive of his were to exist, it would have to be found in the archives of Michigan State University in East Lansing.

A long time ago, in 1981, I was on holidays in Michigan to visit some college friends I had made in the “American Law” course during my law studies at Erasmus University Rotterdam. If only I could have known then that I would later wish to be in East Lansing in my search for decorated flour sacks.
That is why I am starting a new research day today, closer to home, in search of the history of the Smedt family, daughter Berthe and son-in-law Lewis Richards in Brussels!

Van Lewis Richards via Berthe Smedt naar Antoine Springael

Een inkijkje in mijn onderzoeksdag van donderdag 13 maart 2019.
Ik ben op zoek naar de connecties in Brussel van Lewis L. Richards, medewerker van de Commission for Relief in Belgium (CRB).
Lewis Richards, medewerker CRB van 1915-1919. Foto: MSU Archives website

Richards kwam uit Michigan, VS,  lees ik op de website van de Michigan State University Archives, hij was musicus, pianist, een Amerikaan die studeerde aan het conservatorium in Brussel. Hij studeerde cum laude af en vond er ook de liefde van zijn leven.

In Brussel ontmoette hij Berthe Smedt, dochter van Emilie Schamps en Charles Smedt, de restauranthouder van Grand Restaurant de la Monnaie in Rue Léopold 7-13, net achter de Munt.
Berthe Smedt en Lewis Richards op hun huwelijksdag. Foto: MSU Archives website
In 1908 zijn Lewis (Lewis Loomis Richards, geboren in Sint Johns, Clinton County, Michigan, op 11 april 1881, overleden in Michigan in 1940) en Berthe (Berthée Emilie Smedt, geboren in Brussel op  19 juni 1884 ) in Brussel getrouwd.
Trouwens, mijn grootouders Van Kempen zijn ook getrouwd in 1908. Een grappige overeenkomst die de geschiedenis voor mij levend maakt.
De bruidsfoto van Berthe toont een ‘wolk’ van een huwelijksjapon. Stel dat die bewaard is gebleven, wat een weelde spreekt er uit de foto!
De moeder van Berthe, Emilie Marie Jeanne Schamps, was geboren in Brussel op 25 september 1856. Charles Smedt (geboren in Brussel, 24 december 1852, overleden op 30 januari 1911, van beroep slager, daarna restauranthouder) runde vanuit Grand Restaurant de la Monnaie tijdens de Wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel ook daar een restaurant, een ‘succursale’ onder de naam ‘Chien Vert’.
Het fenomeen Wereldtentoonstelling 1910 verbaast me door de schaal en is enige verdieping waard. Het tentoonstellingsterrein was 88 hectare groot, 26 landen hadden er een paviljoen en het trok 13 miljoen bezoekers. Geen wonder dat Restaurant du Chien Vert gevestigd is in een monumentaal pand. Toch heeft dat maar voor zes maanden dienst gedaan.
Ik stel me zo voor dat Lewis Richards in het restaurant van zijn schoonvader zal zijn opgetreden in sfeervolle concerten.
Het Paviljoen van restaurant ‘Chien-Vert’ (‘Groene Hond) tijdens de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel
Foto’s van de Wereldtentoonstelling zijn op ansichtkaarten gezet en waren verzamelobject. Via de website ‘La Belgique des Quatre Vents’  krijg ik een goede sfeerimpressie van de ‘Exposition Universelle de 1910 a Bruxelles et Tervueren’.
Affiche voor de ‘Optocht der Seizoenen’, ontwerp van Antoine Springael, 1910

Bij deze affiche  blijft mijn blik hangen. Die dame in het midden herken ik…

Zij staat op een Meelzak!
Ik duik in mijn foto-archief en vind de beschilderde Meelzak van Antoine Springael in de ‘Moulckers Collection’.
Beschilderde Meelzak, Antoine Springael, 1915
Wat een vondst. Antoine Springael tekende het affiche voor de ‘Cortège des Saisons’ in juli 1910 en later, in 1915, zette hij deze Godin van de Zomer op de Meelzak van de American Commission!
Wel grappig om de warme kleuren van de uitnodigende affiche af te zetten tegen de wat rommelige  zwart-wit foto op de ansichtkaart van het daadwerkelijke Cortège des Saisons.
‘Optocht der Seizoenen’ tijdens de Wereldtentoonstelling 1910 in Brussel
Nu verder met Berthe Smedt en Lewis Richards.
Lewis speelde in zijn werk voor de CRB (officieel vanaf januari 1915) in Brussel een rol bij de verkoop van Versierde Meelzakken aan Amerikanen die hulpgoederen kwamen brengen.
Fragment uit het Report van de Miller’s Belgian Relief Movement door M. Edgar, 1915

Mr Edgar van ‘The Miller’s Belgian Relief Movement’ heeft in maart 1915, deze maand 104 jaar geleden, een bestelling gedaan van geborduurde Meelzakken. Ik schreef er over in mijn blog ‘Een Bekende Vlaamse Meelzak in het Land van Nevele’.

Bedankbrief namens de Britse vorstin, 1917

In 1917 werkte hij voor CRB in London en verkocht twee Belgische kanten kussens aan de Britse Koningin.

 

Kortom, Lewis Richards was een man van standing, leefde in 1914-1915 in Brussel, kende de gegoede kringen in Brussel van binnenuit, sprak de taal van zowel Belgen als Amerikanen. Hij heeft geweten hoe het zat, de ontstaansgeschiedenis van de Versierde Meelzakken…

Informatie over het werk van Richards voor de CRB vind ik in diverse bronnen:
1) Hugh Gibson, secretaris van de Amerikaanse ambassade in Brussel schrijft in ‘A Journal from our Legation in Belgium‘, 1917 (blz. 342-344):
“Christmas 1914.- Immediately after lunch we climbed into the big car and went out to Lewis Richards’ Christmas tree. He has a big house at the edge of town, with grounds which were fairy-like in the heavy white frost. He had undertaken to look after 600 children, and he did it to the Queen’s taste. They were brought in by mothers in bunches of one hundred, and marched around the house, collecting things as they went. In one room each youngster was given a complete outfit of warm clothes. In another, some sort of toy which he was allowed to choose. In another, a big bag of cakes and candies, and, finally, they were herded into the big dining-room, where they were filled with all sorts of Xmas food. There was a big tree in the hall, so that the children in their triumphal progress, merely walked around the tree. Stevens had painted all the figures and the background of an exquisite creche, with an electric light behind it, to make the stars shine. The children were speechless with happiness, and many of the mothers were crying as they came by.
Since the question of food for children became acute here, Richards has been supplying rations to the babies in this neighbourhood. The number has been steadily increasing, and for some time he has been feeding over two hundred youngsters a day. He has been very quiet about it, and hardly anyone has known what he was doing.
It is cheering to see a man who does so much to comfort others; not so much because he weighs the responsability of his position and fortune, but because he has great-hearted sympathy and instinctively reaches out to help those in distress. Otherwise the day was pretty black, but it did warm the cockles of my heart to find this simple American putting some real meaning into Christmas for these hundreds of wretched people. He also gave a deeper meaning for the rest of us.”
2) Tracy B. Kittredge beschrijft  Lewis Richards als een van de meest waardevolle medewerkers van de CRB.  Citaat van blz 283 uit ‘The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917‘:
“…in January 1916… was succeeded as general secretary by Mr. Lewis Richards, who had organised the Commission’s work in Greater Brussels. It was Mr. Richards who had devised and put into operation the card catalogue of the population of Brussels which had made possible the checking of the bread distribution and the combing out of some 150,000 extra rations of flour which had been distributed to bakers who had fraudulently padded their lists. Mr. Richards, after performing this service in Greater Brussels, had gone to Northern France in April 1915 as chief representative for the most important French district, that of the north, with headquarters at Valenciennes. After a few months there he went to Holland, where he helped in the Rotterdam office until Hoover asked him to return to Brussels to become general secretary. He remained at this post until July 1916, when he went out to Rotterdam again, this time to become assistant director of the Commission’s office there. Almost a year later he was called to London as assistant director of the central office of the Commission, in which capacity he is still serving. Mr. Richards, because of his experience and personal qualities, proved throughout his whole service to be one of the most valuable of the Commission’s representatives.”
3) In juli 1919 verschijnt er een lovend artikel over het CRB-werk van Richards in The San Francisco Call and Post.
Voorzover er een persoonlijk archief van Lewis Richards is,  is die te vinden in de archieven van Michigan State University in East Lansing, VS.
Lang geleden, in 1981, was ik daar op vakantie om studievrienden te bezoeken die ik had leren kennen bij het vak ‘Amerikaans Recht’ tijdens mijn rechtenstudie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Weinig kon ik toen bevroeden dat ik later zou wensen in East Lansing te zijn in mijn zoektocht naar Versierde Meelzakken.
Daarom begin ik vandaag een nieuwe onderzoeksdag, dichterbij, op zoek naar de geschiedenis van de familie Smedt, dochter Berthe en schoonzoon Lewis Richards in Brussel!

Beschilderde Meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1

Kunstenaars beschilderden meelzakken, ontvangen via de internationale voedselhulp. Een prachtige verzameling foto’s in een Flickr album getuigt hiervan. Deze foto’s zijn uit Amerikaanse bron: de St. Edward’s University in Austin, Texas, bewaart de ‘Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection’, een collectie van 32 beschilderde meelzakken. 

Meelzakken met schilderingen blijken een aparte categorie binnen de ‘Versierde Meelzakken in WOI’. Ze staan op naam, de makers zijn te identificeren via hun handtekeningen en het jaartal, ook de ongesigneerde schilderingen dragen onmiskenbaar het handschrift van de kunstenaar.

U kunt het artikel hier lezen.

Afbeelding: Versierde Meelzak in WOI’ in de Moulckers Collection met schildering van Gaston Haustraete, 1915 (afb. St. Edward’s University, Austin, Texas).