Humanitaire hulp voor België

Humanitaire hulp voor België kwam onmiddelijk op gang, na de Duitse inval in het land in augustus 1914. Omringende landen vingen Belgische vluchtelingen op.

Belgian Relief Bulletin, New York, 25 november 1914

Duizenden gemeenschappen in Canada, gevolgd door de VS, richtten een Belgian Relief Fund op, waarbij de Belgische consuls initiatieven tot het bijeenbrengen van geld en hulpgoederen mede coördineerden, teneinde de ‘war relief donations’ naar bezet België te versturen. Nationale en lokale kranten in de donorlanden vormden de motor achter de communicatie. De donaties werden accuraat bijgehouden, de kranten publiceerden lange lijsten met namen van de donors, bedragen en goederen, en riepen op tot méér donaties.

De Commission for Relief in Belgium (CRB) ontstond eind oktober 1914 temidden van deze spontane en gedreven hulpacties en groeide uit tot de centrale -particuliere- organisatie voor humanitaire hulp aan bezet België. Orde scheppen en acties coördineren vanuit het hoofdkantoor in Londen zag de CRB als eerste taak. Ze had de medewerking van Groot-Brittannië ontvangen tot doorlaten van de hulpgoederen en Duitsland had verklaard geen door de CRB geïmporteerde producten in België te zullen opeisen. In België bereidde het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) zich voor op de ontvangst van de goederen en de provinciale en lokale distributietaken. De tekorten waren inmiddels door het hele land voelbaar.

Collectie Keym, Stadsarchief Brussel, 1915

“Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”, propageerde de CRB in de VS vanuit het kantoor in New York. En het verzocht de leiders van de Amerikaanse staten per staat de hulp te verzamelen, zodat de goederen op een ‘State Ship’ de oversteek van de Atlantische Oceaan konden maken. Met alle publiciteit vandien.

In vier maanden tijd, november 1914-februari 1915, slaagden de diverse organisaties in en buiten België erin hun taken zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien.

Waar het geld vandaan kwam
Welke ontwikkeling kende de financiering van de humanitaire hulp?
Het NKHV en de CRB startten de inkoop van goederen met leningen van particulieren, zoals Ernest Solvay, van banken via Emile Francqui, buitenlandse tegoeden van de Belgische overheid; Herbert Hoover verkreeg een lening van de Britse regering.
Vandaar groeide de financiering door tot een complex systeem van leningen, schuldvereffeningen, garanties en subsidies tussen de geallieerde landen België, Frankrijk en Engeland.
Het was ondenkbaar dat de overheid van een neutraal land, zoals de VS, mee financierde aan de voedselhulp voor bezet België, een land in oorlog. Zelfs was er kritiek op de oproepen van de CRB aan de Amerikaanse Staten om mee te werken en het publiek in de VS om geld in te zamelen voor Belgian Relief.
Toen de VS in april 1917 de oorlog verklaarde aan Duitsland veranderde de situatie. Vanaf toen financierde de Amerikaanse overheid met subsidies de humanitaire hulp voor België.

De importen van de CRB waren totaal:

Totaal bedrag importen 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929

De overheidssubsidies van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk waren:

Totaal bedrag overheidssubsidies 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929

Internationale liefdadigheid
Door de inleiding van dit blog zou je de indruk kunnen hebben dat de hulp voor bezet België gefinancierd is door liefdadigheid. Dat is een misverstand. Meer dan 90% van de humanitaire hulp is gefinancierd door overheden. Er zijn wel altijd liefdadige accenten gelegd: de medewerkers van de CRB ontvingen geen salaris, de Amerikaanse spoorwegen vervoerden de zakken meel voor de ‘State Ships’ enige tijd gratis, de Rotterdamse haven stelde de CRB-schepen vrij van havengelden, het CRB-kantoor in Rotterdam mocht vrij gebruik maken van telefoon en telegraaf verbindingen, enz., enz.

Ik citeer Vernon Kellogg, CRB-medewerker en hoogleraar aan Stanford University, Palo Alto, Ca.:
A glimpse of the great commercial activities involved in de buying and sending of the food: Although much of it, especially in the beginning months of the work, was bought directly by the givers in their various States and regions, some of it in large quantities by committees, as in the case of the special relief ships, and some of it in small quantities by the individual givers, the greater part of the food sent to Belgium has been bought by the New York and London offices by the Commission, which have an elaborate purchasing and shipping machinery.”[1]

Het liefdadige accent van de donaties van het publiek aan de CRB is maximaal 10% geweest van de inkomsten die de CRB nodig heeft gehad om haar taken van 1914-1919 uit te voeren.
“The Commission has not, as too widely believed in America, obtained all of the $300,000,000 worth (amounting in quantity to 3 million tons) of food and clothing it has sent into Belgium and North France, by charitable donation from the United States, nor even from the United States plus the rest of the world. Nor has it delivered all this food directly to the 9 1-2 million unfortunate inhabitants of Belgium and Northern France by the immediate hands of its American volunteer members. The total private charity of the world for the relief of Belgium and North France, put into the hands of the Commission as money or direct donations of food and clothing, has amounted to but $30,000,000, of which ten millions have come from the United States, and there have never been more than forty American Commission workers at one time in Belgium and Northern France.”[2]

Versierde Meelzak ‘The Rockefeller Foundation’, geborduurd en naaldkant; collectie War Heritage Institute, Brussel

Dus: $10 miljoen aan donaties uit de VS met substantiële bijdragen van filantropische instellingen en particulieren als The Rockefeller Foundation (enkele miljoenen dollars), the ‘Miller’s Belgian Relief Movement’ (een half miljoen dollar).

Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour from Red Wing Milling Co., Red Wing, Minn.’; onderdeel van de Miller’s Belgian Relief Movement, geborduurd en teruggestuurd naar Red Wing Milling Co.; Collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (foto HHPLM)
Begeleidende brief bij de geborduurde meelzak van Northwestern Miller editor W. Edgar aan Red Wing Milling Co., 24 november 1916. Collectie HHPLM

De overige $20 miljoen aan donaties kwam voornamelijk uit de Gemenebest landen: Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland: “The great sum received by private gifts from British sources has been chiefly raised by the admirably organized and energetically directed campaign of the British National Committee for Belgian Relief” schrijft Vernon Kellogg.
De motor achter het Britse comité was de secretaries Sir William Goode: “This committee has conducted an impressive campaign of propaganda and solicitations of funds, collecting $12,500,000 with which to purchase foodstuffs and clothing for the Belgian destitute.”

“Propaganda” en “nuisance value”
Ik breng in herinnering de CRB-oproep aan het Amerikaanse publiek in najaar 1914, die ik vanwege mijn focus op de meelzakken beperkt heb geformuleerd tot “Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”. De oproep was echter veel breder: “zamel in en stuur ons voedingsmiddelen, kleding en geld voor België”, waarbij het ingezamelde geld lokaal diende te worden omgezet in hulpgoederen, om plaatselijke ondernemers en werkgelegenheid te ondersteunen.

“Cash Contributions Only”: Belgian Relief Bulletin, New York, 5 januari 1915

De CRB was een Amerikaans geleide inkoop- en logistieke organisatie en erop gebrand zo efficiënt mogelijk te werken.
Binnen enkele weken hinderden de kleine zendingen met hulpgoederen van het publiek de efficiëntie. Publieke donaties in natura kregen ‘nuisance value’. Vernon Kellogg: “As a matter of fact, the purchase and sending to us of food in small quantities gave us much trouble, and was necessarily a very uneconomical way of handling the matter.”

Branden Little: “The CRB understandably desired to systematize donations and eventually preferred cash gifts rather than randomly donated items, so that it could procure bulk cargoes of grains and other foods, thereby optimizing its shipping capacity and achieving economies of scales with its expenditures.”[3]

Waarom had de CRB dan toch in die beginmaanden ingezet op publieke hulp in natura?
Het antwoord heb ik gevonden in een telegram gedateerd 31 augustus 1915 van Herbert Hoover vanuit Londen, aan Lindon W. Bates, CRB-directeur in New York. Voor mij een relevatie, daarom druk ik het in vette letters af: De oproep aan het publiek, overgenomen door journalisten en breed uitgemeten in de kranten, was propaganda. De CRB had een drukmiddel nodig om de politiek en de strijdende partijen bereid te vinden hulpgoederen voor bezet België toe te laten.

Herbert Hoover op de foto met zakken ‘relief flour’ ten gunste van een van de vele door hem geleide humanitaire hulpacties; foto van inmiddels inactieve website ‘Hoover Legacy’

Hoover in zijn telegram: “It appears to me, from the considerable experience which we have now had in all phases of this work, that certain features have developed. We initially appealed foodstuffs for a starving nation, but we have since built up an economic machine by which this is no longer a legitimate undercurrent of appeal and we long since abandoned it everywhere…. The only legitimate, honest appeal which we have the right to make to the public now is for food, money, or clothing for the destitute in Belgium….

Collectie Keym, Stadsarchief Brussel

In the initial stages in order to bring vividly before the world the right of the Belgians to import foodstuffs, we engaged in a wide propaganda of newspaper publicity. This material had great news value and was freely used and in the main served to create a public opinion in support of the Commission’s objects. This phase is now firmly established, and the material no longer has news value and is no longer received by the press.”[4]

Branden Little zag het tegenstrijdige in het handelen van de CRB als het zoeken naar de balans om de Amerikaanse burgers achter zich te hebben staan: “Fully aware of the insufficiency of private donations to purchase food for millions dwelling in occupied lands, Hoover nevertheless thrived on the volume of small contributions, which he understood were an indication of America’s heart for Belgium.”

September 1915 reorganiseerde de CRB zijn Amerikaanse organisatie en beperkte zich in de oproepen aan het publiek: kleding en geld was nodig ten behoeve van de ‘destitute’ in België. De inzameling van voedingsmiddelen in natura was voorbij.

In een volgend blog zal ik de relatie leggen met de versierde meelzakken.

[1] Kellogg, Vernon, Fighting Starvation in Belgium. New York: Doubleday, Page & Company, Garden City, 1918 p. 111

[2] Williams, Jefferson and ‘Mayfair’, The Voluntary Aid of America. New York, London: 1918. Het citaat geef ik vanwege het relatieve beeld tussen subsidies en donaties; men baseerde zich op andere totaalcijfers van de CRB-hulp dan Gay en Fisher.

[3] Little, Branden, De humanitaire mobilisatie in de Amerikaanse steden voor de steun aan België, 1914-18. Brussel: Musée et Archives de la Ville de Bruxelles, Cahiers Bruxellois – Brussels Cahiers 2014/1N (XLVI), (p. 127-145)

[4] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 577, p. 268

Rotterdam

Het uitbreken van de oorlog en de Duitse bezetting van België maakten in Nederland grote indruk. De spanning van de oorlog in de omringende landen wierp zijn schaduw over het land; het handhaven van de neutraliteit vroeg een enorme inspanning. De jarenlange mobilisatie en paraatheid van het leger was een uitputtingsslag voor de Nederlandse militairen.

Koningin Wilhelmina bezoekt versterkingen van het Nederlandse leger. Afb. L’Evénement Illustré, 16 oktober 1915

Duizenden Belgische vluchtelingen kwamen de grens over en deden een beroep op hulpverlening van de Nederlandse bevolking. Een bericht in de

De Rockefeller Foundation deed ook omvangrijke schenkingen meel aan het bezette België. Daaruit resulteert deze Versierde Meelzak in de collectie van het War Heritage Institute, Brussel

Nieuwe Rotterdamsche Courant vertelt over het verstrekken van humanitaire hulp door een Rotterdams dames comité, met ondersteuning van de Amerikaanse Rockefeller Foundation, een filantropische instelling met duidelijke visie: ze zijn bereid te helpen op voorwaarde dat de wil tot werken bestaat. Dus hebben 80 Belgische vrouwen zich aan het naaien en breien gezet van hemden en onderbroeken:

‘Bij de groote vraag naar ondergoed hebben eenige dames te dezer stede op kleine schaal een proef genomen om Belgische vrouwen te laten naaien voor hun ongelukkige landgenooten. Dat die aanvankelijke proef een groot succes belooft te worden, is te danken aan de onverwachte en niet genoeg te waardeeren hulp van drie Amerikaansche heeren, gezonden door de ‘Rockefeller foundation for war relief’. De heeren Jenkinson, dr. Rose en mr. Bicknell hebben in opdracht door heel Europa te reizen, om te zien, waar hulp het noodigst is. In ons land gekomen, vonden zij ook hier grooten nood, vooral ook onder de Belgische vluchtelingen door de gedwongen ledigheid. Zij zijn bereid hen te helpen, wanneer van hun kant de wil tot werken bestaat, en zij willen in Rotterdam een proef nemen die, als zij slaagt, over het geheele land zal worden voortgezet. Mislukt deze proef, dan trekken zij hunnen belofte terug.
Een comité heeft zich gevormd, bestaande uit bovengenoemde dames en den heer Jenkinson; dit comité heeft in enkele dagen ruim 80 Belgische vrouwen in het Uranium-hotel aan het naaien en breien gezet. Met groote bereidwilligheid en dankbaarheid werken nu deze vrouwen voor hun landgenooten; per dag worden er 75 stuk mannenkleeren afgeleverd. 1/3 hiervan komt ten goede aan vluchtelingen te Rotterdam; 2/3 hoofdzakelijk aan de geïnterneerde Belgische militairen. Alle kosten van naaimachines, stof, enz. worden gedragen door de Amerikanen, die hierdoor indirect het land een grooten dienst bewijzen, en aanspraak mogen maken op groote dankbaarheid. De commissie hoopt van harte, dat onze stad den hoogen dunk, dien Amerika van Rotterdam heeft, niet zal doen verloren gaan en dat zij zich het in haar gestelde vertrouwen ten volle waardig zal toonen.’

SS Lynorta, afgemeerd in de Maashaven in Rotterdam, is de Atlantische Oceaan overgestoken met 5600 ton hulpgoederen, zowel schenkingen uit de staat Virginia als aankopen door de CRB. Januari 1915. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Zakken meel uit de staat Virginia worden overgeladen in een binnenschip. Afb. Literary Digest, 8 mei 1915

De stad Rotterdam heeft een unieke rol gespeeld bij het welslagen van de internationale hulpverlening aan de Belgische bevolking: het verleende gastvrijheid aan de Commission for Relief in Belgium (CRB).
De Rotterdamse haven was de plaats waar de CRB met oceaanstomers alle hulpgoederen aanvoerde en vervolgens overlaadde op binnenvaartschepen voor het vervoer naar België.

Het hoofdkantoor van de CRB was gevestigd in Londen en voor de coördinatie van het transport richtte de CRB een kantoor op in Rotterdam.

Doorslag van brief van 19 januari 1915 van CRB Rotterdam aan CRB Brussel met de mededeling dat alle telegrammen naar België en Londen voor rekening zullen zijn van de Nederlandse overheid. Rijksarchief in België

In ‘A History of the C.R.B.’ beschrijft Tracy B. Kittredge [2] de geschiedenis van de CRB in Rotterdam. De CRB-vertegenwoordiger, de Amerikaan Captain Lucey en enkele medewerkers, namen om te beginnen hun intrek in het kantoor van Furness & Co. Op 21 november 1914 verhuisde het kantoor naar een eigen locatie aan het Haringvliet 98.

Het CRB kantoor aan het Haringvliet 98, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
De heer J.M. Haak was manager van het kantoor, de heer Van der Sluis stond aan het hoofd van de ‘shipping department’ en was verantwoordelijk voor de organisatie van de binnenvaartschepen die naar België voeren en de overslag van de goederen in de Rotterdamse haven, om precies te zijn, de Maashaven. Een overslag die veelal in recordtempo werd uitgevoerd. De heer Van den Branden was de Belgische vertegenwoordiger van het NKHV/CNSA en hield zich vooral bezig met de financiële operaties. In december 1914 volgde de Amerikaan C.A. Young Captain Lucey op als directeur van CRB Rotterdam.

De medewerkers van de CRB in Rotterdam in 1915/1916. Acht dames, waarvan zeven met hoed, staan op de tweede rij. Onderste rij, derde van rechts is de heer Joseph Jean De Pooter (Antwerpen, 8/3/1875-16/12/1940)**, naast hem, links op de foto, zit Lewis Richards. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Het kantoor was goed georganiseerd en efficiënt en werkte tegen lage kosten; het groeide in de loop van de jaren uit tot een organisatie van tientallen medewerkers. Fouten werden er niet gemaakt, het stond in schrille tegenstelling tot het CRB kantoor in Brussel, dat nog wel eens wist te blunderen bij de uitvoering van zaken, aldus Tracy Kittredge in zijn geschiedschrijving.

Het Rotterdams Jaarboekje van 1915-1919 bevat een dagelijkse kroniek van belangrijke gebeurtenissen in de stad en geeft inzicht in de gang van zaken in Rotterdam tijdens WOI.
Lees hier over de aankomst van voedingsmiddelen voor de Belgen, genoteerd in het Rotterdams Jaarboekje:

Overslag van hulpgoederen voor bezet België in de Maashaven, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
November 1914:
24 Heden is uit Londen alhier aangekomen het stoomschip J. Blockx, met een lading voedingsmiddelen voor de Belgen

December 1914:
3 Het stoomschip Thelma komt uit New York hier aan met 1740 ton voedingsmiddelen voor de Belgen.
8 In den afgelopen nacht is het stoomschip Denewell uit Kurrachee (Karachi, Pakistan) alhier aangekomen met 6000 ton voedingsmiddelen voor de Belgen.
18 Het stoomschip Orn komt uit Philadelphia hier aan met ongeveer 1900 ton voedingsmiddelen voor de Belgen
20 De stoomschepen Memento uit Londen en Dorie uit Halifax komen hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
27 Stoomschip Agamemnon uit New-York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
28 Het stoomschip Neches uit New York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
29 Hedenmiddag is het stoomschip Maskinonge uit New York alhier aangekomen met levensmiddelen voor de Belgen
30 Het stoomschip Batiscan uit Philadelphia komt hier aan met ongeveer 6700 ton tarwe voor de Belgen.
31 Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnen gekomen, bestemd voor Rotterdam 7547 schepen tegen 10527 in 1913, aldus een vermindering van 2980 schepen, metende 3.595.744 ton.

Januari 1915:
2. Het stoomschip Lincluden uit Londen komt hier aan met levensmiddelen voor de Belgen.
8. Het stoomschip Calcutta is uit Halifax hier aangekomen met tarwe en andere levensmiddelen voor de Belgen
11. Hier aangekomen met tarwe voor de Belgen zijn de stoomschepen: Kentigern uit New-York, Rio Lages uit New-Orleans en Ferrona uit Philadelphia.

December 1915
31. Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnengekomen, bestemd voor Rotterdam, 3760 schepen, metende 4.224.805 netto registerton, d.w.z. Vg van de inklaring vóór den oorlog. Het aantal der ingekomen schepen van de binnenvaart bedroeg 161.604 met een inhoud van 24.836.418 ton.

Binnenvaartschepen wachten op hun vracht voor bezet België in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Kittredge geeft cijfers over het eerste jaar 1914-1915 van goederen die in de Rotterdamse haven voor de CRB zijn aangevoerd:
– Op 15 november 1914 was de aankomst van het eerste schip met hulpgoederen: het SS ‘Tremorvah’ met 5000 ton voedingsmiddelen, een schenking van de Canadese provincie Nova Scotia.
– Van half november 1914 tot half november 1915 kwamen 186 volledige scheepsladingen en 308 gedeeltelijke scheepsladingen aan.
– Totaal ontving CRB Rotterdam in het eerste operationele jaar 988.852 ton aan goederen.

Overslag van tarwe met de ‘Stadsgraanzuiger II’, een drijvende graanelevator in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Als ik de cijfers van de CRB afzet tegen de cijfers van december 1915 in het Jaarboekje Rotterdam, maak ik op dat de Rotterdamse haven enkele tientallen procenten van haar bedrijvigheid dankte aan de doorvoer van goederen naar België.

De unieke rol van de stad Rotterdam is voor mij persoonlijk betekenisvol voor mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WOI.
Ik heb 10 jaar in Rotterdam gewoond, niet ver van de haven. Vanuit de Erasmus Universiteit waar ik studeerde, hadden we uitzicht op de Maas en zagen schepen voorbijtrekken.
Er blijkt weinig kennis te bestaan over de geschiedenis van de CRB en de versierde meelzakken in WOI. Het doet me daarom goed nu een stuk vergeten historie van de stad en de haven te kunnen optekenen.

Zakken meel bestemd voor bezet België in het ruim van een binnenvaartschip. De logo’s op de meelzakken zullen later dienen als borduurpatronen voor Belgische handwerksters. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Mijn onderzoek toont aan dat de Rotterdamse haven de enige plaats in de wereld is waar alle meelzakken van WOI moéten zijn geweest!
Rotterdam was het transport centrum:
– De aanvoer van de zakken meel gebeurde vanuit diverse Noord-Amerikaanse plaatsen: havens, zowel aan de oost- als de westkust;
– De doorvoer van de meelzakken met binnenvaartschepen ging naar diverse Belgische plaatsen: havens, zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Luik.
Dus: Iedere meelzak in WOI is tussen 1914-1919 via Rotterdam gereisd!

Rotterdam aan de Maas, 2019

Echter, de unieke plaats die Rotterdam als haven inneemt in de hulpverlening aan bezet België, vertaalt zich niet in het Rotterdamse bezit van enige versierde meelzak.

Glazen buidel aan de blaaspijp. Foto: Selma Hamstra
Glasblazen in Rotterdam. Foto: Selma Hamstra

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig heb ik inspiratie gekregen voor dit zakkenblog over Rotterdam dankzij de opstart van Glasblazerij Keilestraat in het havengebied Nieuw Mathenesse tussen de Keilehaven en de Lekhaven.

Glazen buidel: Zak vol herinnering. Foto: Selma Hamstra

Al jaren hoopte ik ooit in Rotterdam te kunnen glasblazen.
Vorige week was het zover: met dank aan Selma Hamstra voor de aangename, warme gastvrijheid aan collega Yvon Trossèl en mij. Zij bood me de gelegenheid een zak vol herinnering nieuw leven in te blazen!

 

**) Joseph Jean de Pooter is de grootvader langs moeders kant van Paul Bekkers, die reageerde nav deze blog. De Poorter woonde Nieuwe Binnenweg 274b. Hij bewaarde een lijst met alle handtekeningen van CRB-medewerkers, dd 16/9/1918

Voetnoten:

[1] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922

[2] Kittredge, Tracy B., A History of the C.R.B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited, Printers, 1918

Versierde Meelzakken in het Koninklijk Legermuseum, Brussel 1

Inleiding
Onderzoek doen in Brussel stond al maanden op mijn verlanglijstje. Van 19-22 december 2018 was ik in de Belgische hoofdstad. In vier dagen tijd deed ik onderzoek in twee archieven, een documentatiecentrum en bezocht drie musea. Hoogtepunt vormde mijn bezoek aan het War Heritage Institute en diens Documentatiecentrum. Tot mijn grote verrassing kreeg ik er tientallen Meelzakken te zien!

Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Het Museum is een van de locaties van het War Heritage Institute (WHI) en bevindt zich in het Jubelpark in het hart van Brussel.

In het Koninklijk Legermuseum, Brussel

Het bewaart talloze unieke voorwerpen: harnassen, uniformen, kanonnen, maar ook kunstwerken, muziekinstrumenten en er is een reusachtige hal met vliegtuigen. Tien eeuwen geschiedenis zijn bijeen gebracht, van de middeleeuwen tot en met de twee wereldoorlogen.[1]

Het Documentatiecentrum beheert meerdere collecties: archieven, bibliotheek, kaarten en plannen, tekeningen, grafische kunst en foto’s.

Waarom zijn er Meelzakken in de collectie?
Er was geen enkele bemoeienis van het Belgische leger met de voedselhulp aan de Belgische bevolking. Sterker nog, de Duitse bezetter verbood ten enenmale dat er hulp verstrekt zou worden aan militairen of het leger, en zagen daar streng op toe.
Waarom maken Meelzakken dan toch deel uit van de collectie van WHI?
Omdat de humanitaire hulp onderdeel uitmaakt van de geschiedenis van de bezetting. Bovendien zijn er mensen die overtuigd zijn dat de dringende en voortdurende roep om humanitaire hulpverlening voor België de bevolking en regering van de Verenigde Staten rijp gemaakt heeft voor diens uiteindelijke militaire toetreden tot de oorlog in april 1917.

Mijn blijdschap: drie Meelzakken in één vitrine!

De collectie Meelzakken
Het WHI heeft een omvangrijke collectie Meelzakken met een interessante verscheidenheid.
Allereerst bekeek ik in het Legermuseum de vitrines van de zaal gewijd aan de Eerste Wereldoorlog en spotte opgetogen drie Meelzakken: één bewerkt en twee onbewerkt. Daarna bezocht ik de speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’. Het geeft een indringend beeld van het einde van de oorlog en de wederopbouw van België. Er zijn twee Meelzakken geëxposeerd, één bewerkt en één onbewerkt.

Op vrijdagmorgen 21 december nodigde mevrouw Ilse Bogaerts mij uit voor onderzoek in het depot. Mevrouw Bogaerts is in het Legermuseum diensthoofd Collecties en Restauratie-ateliers: Uniformen & Uitrusting, Vlaggen, Kunst, Iconografie, Faleristiek, Muziek.

De computeruitdraai van de inventarislijst was in eerste instantie verrassend: een aantal van 107 items kwam tevoorschijn. Mevrouw Bogaerts zette echter met kennis van zaken resoluut grote strepen door 65 items en verklaarde dat deze items misschien wel op de lijst stonden, maar in werkelijkheid niet in het depot of het museum waren, omdat deze geen vindplaats hadden.
Aan de hand van de inventarislijst kwamen op die vrijdag in het depot 19 Meelzakken uit de dozen, 7 bewerkt, geborduurd en verfraaid met kant en franje, en 12 onbewerkt.

Volgens de inventarislijst zijn er nóg 16 Meelzakken in depot, waarvan 3 bewerkt en 13 onbewerkt, die studie hebben we bewaard voor mijn volgende bezoek. De collectie Meelzakken van WOI in het WHI komt daarmee op een totaal van 40:  12 bewerkt en 28 onbewerkt.

Informatie in de exposities
De informatie over de Meelzakken in de exposities is vrij summier, de beschrijving bij de tentoongestelde Meelzakken luidt:
‘Amerikaanse zakken bloem/Sacs de farine américain/Bags of American flour’.
Verdere context die gegeven wordt is:
‘Sacs de farine, distribués par la “Commission for Relief in Belgium” en Belgique occupée 1914-18’.

Na-oorlogse affiches met aankondiging van de verkoop van Meelzakken

 

 

 

 

 

 

 

Er hangen twee na-oorlogse affiches met de toelichting:
‘Affiche Amerikaansche zakken. Oorlogsgedenkenis verkocht ten voordeele van de oorlogsweezen./Affiche Sacs américains, souvenirs de la guerre, vendus au profit des orphelins de la guerre./Poster American bags, war souvenirs, sold in support of the war orphans.’

Programma omslag getekend door de kunstenaar Amédée Lynen, 1923

In een volgende vitrine is er meer over te lezen:
De Belgische oorlogswezen zijn vanaf 1914 ondersteunt met aparte programma’s. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) startte in 1915 het Nationaal Werk voor Oorlogswezen (NWOW). Na de oorlog kwam er een wet die het NWOW opdracht gaf voogdijschap en plaatsingen te organiseren, hulp te verschaffen in materiële en morele zin en toe te zien op de gezondheid en de opvoeding van de kinderen. Om geld in te zamelen voor de oorlogswezen zijn verkooptentoonstellingen gehouden, waarbij (Versierde) Meelzakken een trekker waren voor het publiek en de opbrengst van de verkoop ten goede kwam aan dit goede doel.

In dit blog zoom ik in op drie bewerkte Meelzakken in de collectie van WHI.

 1) ‘Amerika redde ons van hongersnood’ (in depot)

De oceaamstomer in kleurrijk borduurwerk

Een spectaculair borduurwerk is de oceaanstomer op de Meelzak uit Sylvan, Kansas, met het merk ‘Pride of Sylvan’. De zak is binnenstebuiten gekeerd, het borduurwerk is op een aparte doek geborduurd en daarna aan de zak vastgenaaid. Het oranje-gele schip is nauwkeurig weergegeven.

 

Foto van het schip de ‘Southpoint’ , het transporteerde hulpgoederen over de Atlantische Oceaan. (Afb. Report ‘The Millers’ Belgian Relief Movement’, 1915)

Het patroon is waarschijnlijk nagetekend van een foto, vier grijze roeiboten varen langszij, de goudgele zon gaat onder, de Amerikaanse vlag wappert in de mast. Voor de borduurster zal het makkelijker zijn geweest om op een eigen borduurdoek, waarvan zij de kwaliteit kende en het borduurpatroon goed zichtbaar was, aan haar borduurwerk te werken.
Het geheel lijkt op een kussenovertrek, waarbij rondom gekleurd koord als verfraaiing diende, het koord ontbreekt, er resten slechts kleine rode en zwarte lussen.

De tekst geborduurd naast de oceaanstomer

De tekst ‘Amerika redde ons van hongersnood’ en ‘1914-1918’ is professioneel geborduurd, zoals een vaandel of banier geborduurd zou zijn.
De tekst geeft aanleiding tot een paar veronderstellingen:
– Het borduurwerk zal gemaakt zijn in Vlaanderen, misschien in Antwerpen, waar kennis van oceaanschepen bij de haven hoorde;
– Dit zal ná de oorlog zijn geborduurd, want het werkwoord ‘redde’ staat in de verleden tijd en bovendien kan de markering 1914-1918 als looptijd van de oorlog pas achteraf zijn gemaakt.

2) The Rockefeller Foundation (in depot)
De hulpactie voor bezet België van de Rockefeller Foundation, gevestigd in de staat New York, kende zijn weerga niet. Als eerste hulporganisatie stuurde zij schepen met voedsel- en kledinghulp. In de maanden november en december 1914 zijn vijf oceaanstomers vertrokken uit de VS, ze brachten bijna 23.000 ton hulpgoederen voor een waarde van ruim anderhalf miljoen dollar naar Rotterdam.

Bedankbrief van het Comité National de Secours et d’Alimentation aan de Rockefeller Foundation

In het ‘Rijksarchief in België’ te Brussel heb ik een doorslag gevonden van de bedankbrief die het Comité National de Secours et d’Alimentation op 12 december 1914 heeft geschreven, in reactie op de ontvangst van de hulpgoederen, schenking van de Rockefeller Foundation, aan boord van het schip de ‘Massapequa’.

Interessant om een Versierde Meelzak te aanschouwen die met een van deze eerste zendingen in België zal zijn aangekomen.
De bedrukte tekst op de Meelzak van de Rockefeller Foundation luidt:

“American Consul
The Rockefeller Foundation
Belgium Relief
War Relief Donation
Flour
49 Lbs. Net”

Hoewel grauw van kleur is de versiering een sterk staaltje van textielvaardigheid. Het doek is in negen stukken verdeeld, die met fraai kant aan elkaar zijn gezet. Het middenstuk draagt de tekst, in blauw gedrukte letters, daaromheen acht stroken, voorzien van geborduurde vlaggen en de jaartallen 1914 en 1915.

Amerikaanse vlag met restlijnen van het borduurpatroon

Bijzonderheid is de resttekening van het patroon van het borduurwerk van de vlaggen. De borduurster heeft in afwijking van het getekende patroon, de vlag in een andere richting geborduurd. Zo zien we, zowel aan voor -als achterzijde, blauwe restlijnen op het doek.

 

Vlaamse vlaggen met restlijntjes van borduurpatroon (voorzijde en achterzijde)

 

 

 

 

 

 


3) WADENA, Canada (in tentoonstelling)

Ook Canada verleende op grote schaal hulp aan België. Canada maakte onderdeel uit van het Britse Rijk, zodat de oorlogsverklaring aan Duitsland door Engeland in 1914 ook Canada in oorlog bracht met de Duitsers. Toch is de Canadese hulpverlening geen onderwerp van discussie geweest. Na de eerste maanden van de oorlog zijn de hulpacties van lieverlee ingekaderd binnen de organisatie van de door Amerikanen geleide Commission for Relief in Belgium. De Belgische bevolking maakte het onderscheid niet tussen Canada en de Verenigde Staten, de mensen vereerden ‘de Amerikanen’ als hun redders in nood.

De speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’ toont een Canadese Meelzak uit de plaats Wadena in de provincie Saskatchewan.

In vele kleuren geborduurde tekst

De Franse tekst luidt:
‘Au Peuple Belge l’Offrande des Citoyens et des Cultivateurs
de la Ville de Wadena Saskatchewan Canada’
(Vertaling: ‘Aan het Belgische volk het geschenk van burgers en graantelers van de stad Wadena Saskatchewan Canada’).

De naam van de meelfabriek en een logo of merknaam van het meel ontbreken op de zak. De bedrukking is een boodschap van burgers en graantelers.

Wadena, toen een gehucht, is tegenwoordig een plaats in de provincie Saskatchewan met 1300 inwoners, even groot -of klein- om een referentie te geven, als het dorp Stad aan ‘t Haringvliet op Goeree-Overflakkee, mijn geboorte-eiland.

Wadena vormde zich in de prairie, een agrarisch gebied, in de begin jaren 1900 en dankt zijn bestaan aan de ligging op een kruising van twee wegen en de aanleg van een spoorlijn. Het woord ‘stad’ is voor deze plaats, zeker in 1914, een eufemisme, maar ook ‘Stad aan ‘t Haringvliet’ voert al jaren trots deze naam…

De geschiedenis van Wadena verhaalt niet over het bestaan van een meelfabriek en de voertaal in dit gebied zal Engels zijn geweest, dus lijkt het aannemelijk dat de bevolking van Wadena in het najaar van 1914 geld heeft ingezameld, verstuurd naar het centrale hulpcomité van de provincie of naar het centrale comité in Montréal en dat door deze de Meelzak is bedrukt met de pakkende, Franse tekst. Eenmaal in België en geleegd zal de Meelzak vele uren borduurwerk hebben opgeleverd voor wellicht Waalse borduursters, nadat de werkvoorbereider met kennis van (Canadese!) zaken een nauwkeurige lay-out van het patroon en de kleurkeuze van de garens had gemaakt.

Het Canadese Rode Vaandel

Om iets te noemen: De vlag van Canada was officieel de Britse, maar om zich als Canada te onderscheiden was in gebruik het ‘Canadese Rode Vaandel’. Het was een vaandel met in de linkerbovenhoek de Britse vlag op een rode ondergrond, waarin het Canadese wapen stond afgebeeld.

Letters ‘WADENA’ , geborduurd in rood met Britse vlag

Het borduurwerk volgt de opmaak van het Rode Vaandel mét de Britse vlag in de linkerbovenhoek in ieder van de zes letters ‘Wadena’.

De Meelzak, op de keper beschouwd:

‘Au Peuple Belge’ Geborduurd in de kleuren van de Belgische vlag, zwart, geel, rood
‘L’Offrande’ ‘Kleuren van de Amerikaanse vlag’: van boven blauw, daaronder gemengd rood wit
‘Des Citoyens et’ Van boven naar beneden blauw wit rood
‘Des Cultivateurs’ Lichtgroen wit rood, met het groen als hommage aan de graantelers
‘De la Ville’  in rood blauw wit
De letters ‘WADENA’ Geborduurd conform het Canadese Rode Vaandel
‘Saskatchewan’ Van boven naar beneden wit blauw rood
Het streepje Rood-groen
‘Canada’ In de kleur wit met rode dot midden in ieder van de zes letters (een voorbode van de kleuren van de huidige Canadese vlag).

De ‘Wadena meelzak’ is geen toevalstreffer, er is nog een voorbeeld van in een andere (Belgische) collectie, die getoond is tijdens een tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum in Ieper.[2] 

We zien hier dat de tekst gedrukt is in blauwe letters.

‘Wadena’ Meelzak met originele bedrukking, getoond in Ieper, 2013.

Ook deze Meelzak is versierd, namelijk beschilderd en geborduurd.
De zak is opengewerkt en heeft aan de binnenzijde een versiering, een zicht op Brussel getekend in een rond frame. De tekening is gesigneerd met ‘Bruxelles 1916’.

 

Beschilderde Meelzak met geborduurde tekst, getoond in Ieper, 2013.

Grappig genoeg hebben de Vlaamse kunstenaar en borduurster op deze Frans-Canadese Meelzak een versiering aangebracht in Engelse tekst met verwijzing naar Amerika:
‘America’s ships come over the sea, Ye Flemish bells ring out with glee’.(Vertaling: Amerika’s schepen komen over de zee, Yoho Vlaamse bellen rinkelen met blijdschap‘)

Tot zover mijn indrukken uit Brussel. Later verder!

 

[1]De officiële opdracht luidt:
“Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis is een federale wetenschappelijke instelling (FWI) van tweede categorie en een staatsdienst met afzonderlijk beheer (SAB). Het bevordert de kennis van de militaire geschiedenis en de geschiedenis van de conflicten, in vredestijd én in oorlogstijd, aan de hand van het unieke en rijke militaire patrimonium dat het met zijn verschillende sites beheert.
Dat erfgoed is roerend, onroerend en immaterieel. Met het oog op een langdurige conservatie worden de verzamelingen op professionele en wetenschappelijke wijze beheerd, gevrijwaard, bestudeerd, geïnterpreteerd en uitgebreid.”

[2]‘Remembering Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium’, In Flanders Fields Museum, Ieper, 16 maart – 20 mei 2013.