Dank van Puers/Flour Canada’s Gift

Versierde meelzak ‘Dank van Puers’/Flour Canada’s Gift. Foto website Europeana

De versierde meelzak  ‘Dank van Puers’ ken ik, net als de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’, via de website Europeana.
De plaatsen Puurs en Oppuurs maken deel uit van de gemeente Puurs-Sint-Amands en liggen enkele kilometers ten zuiden van de Schelde in de provincie Antwerpen. Brouwerij Moortgat is hier gevestigd, de brouwer van Duvel, Vedett en De Koninck.

 

 

Familie Vertongen

Briefje van moeder Vertongen. Foto website Europeana

De heer Vertongen heeft de versierde meelzak ‘Dank van Puers’ in bezit en doet bij Europeana verslag over zijn familie in WOI.  Zijn moeder koesterde de versierde meelzak en schreef er een briefje bij:
Gedenkenis aan de oorlog van 1914-1918.
De kinderen kregen in de school alle dagen een koek, gebakken van bloem die we kregen van de Canadezen. Veel kinderen kwamen naar school zonder eten”.

De schoolkoek/la couque scolaire, verstrekt door het Nationale Voedingskomiteit, zorgde er in Brussel voor dat álle schoolkinderen, in de ochtend, een koek te eten kregen.
Er werd geen onderscheid gemaakt tussen publieke en privéscholen, het onderwijsniveau, of meisjes- of jongensscholen.
Onderscheid was er wel in de voorwaarden: alleen op de gratis scholen was de koek ook gratis, alle andere leerlingen betaalden voor de koek. De prijs per koek steeg in de loop van de tijd van 5 naar 9 of 10 centimes, terwijl de koek in gewicht afnam van 100 naar 70 gram. Medisch advies was daarom een drank in de vorm van soep, koffie of chocolademelk erbij te serveren. Wetenswaardig daarbij is dat de scholen de koeken geleverd kregen op basis van presentielijsten en leerlingen de koek ter plekke moesten opeten, ze mochten deze niet bewaren. Van misbruik was gebleken: koeken waren doorverkocht en doken op als handelswaar in cafés en bars.

Louis Gille vermeldt op 15 maart 1918[1]:
La couque scolaire
‘Les enfants et jeunes gens des écoles, athénées, collèges, pensionnats, – sans distinction entre établissement officiels et établissements privés ou entre établissements pour filles et établissements pour garçons – jouissent depuis longtemps déjà du bienfait de la couque, – une affriolante couque de farine blanche composée d’une façon particulièrement nutritive, qui leur est remise dans la matinée, généralement à la récréation de 10 heures.

La couque scolaire. Louis Gille in ‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’.

Houssiau en Vreugde vonden aantekeningen over de schoolkoek in het Stadsarchief Brussel[2]:
‘Le corps médical recommande de la manger avec une boisson nutritive, comme le café ou le cacao. Elle diminue considérablement de poids, passant de 100 gr. à 70 gr., à cause des réquisitions de farine et de sucre par l’occupant.’

‘Le contrôle de la distribution de l’alimentation à l’école est de plus en plus réglementé pour éviter tout gaspillage, tout abus et toute dérive. Il s’agit de calculer de manière exacte le nombre de couques à commander par jour, à l’aide de la liste des présences’.

‘La couque scolaire’ (schoolkoek). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Georges Rency toont in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’ een foto met een tafereel op school van kinderen gereed om aan te vallen op de schoolkoek.[3] Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een promotionele foto is, want de koeken liggen fraai in stapeltjes geëtaleerd op schalen, de tafels zijn schoon gedekt en bovendien staan er bijna evenveel volwassenen op de foto als kinderen, vooral de aanwezigheid van mannen duidt op een officieel ‘persmoment’.

‘Repas aux déportés revenus de l’Allemagne’ (maaltijd van gedeporteerden, teruggekomen uit Duitsland). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Rency geeft nog meer inkijk op de promotie van de voedselverstrekking in een foto van de maaltijd van mannen, die zijn teruggekeerd van deportatie naar Duitsland. De tafelopstelling en de ornamenten op de muren laten zien dat deze is genomen op exact dezelfde plaats als de schoolkoek foto. Ook twee staande heren rechts herken ik op beide foto’s.

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.

De versierde meelzak ‘Dank van Puers’ heeft een afmeting van 75×50 cm.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo, met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’.

De meelzak heeft qua bewerking in alle opzichten verwantschap met de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’. Ik vermeldde dit reeds als bijzonderheid in mijn blog van 30 december 2019.

Beide meelzakken hebben de originele print aan de ene zijde en op de andere zijde het borduurwerk. Beide zijn afgezet met een brede rand kloskant.

Overeenkomende elementen van het borduurwerk zijn: de banier met tekst ‘DANK VAN…’ in hoofdletters, groene takjes met rode bessen in de vier hoeken, het wapenschild van de genoemde gemeente, de vlaggen van België en de VS, de krans in groene en rode twijgen, de naam België en het jaartal 1915.

Rood, geel, zwart, gestrikt sierlint, gefixeerd in drie knoopsgaten, detail meelzak ‘Puers’, foto Europeana.

De meelzak ‘Dank van Puers’ openbaart de functie van de drie knoopsgaten in de ‘Dank van Oppuers’: er is, als patriottisch teken, een rood, geel, zwart sierlint, van boven gestrikt en naar onder door de knoopsgaten getrokken, ter fixering van het lint.

De meelzak van Oppuers mist het sierlint, maar de knoopsgaten zitten er!

De overeenkomst van de borduurwerken is zo frappant, dat mijn vermoeden is, dat de zakken op dezelfde plaats geborduurd zijn. Ik heb hierover gesproken met Jeanne en Jozef De keersmaecker uit Oppuurs en zij vertelden dat kinderen uit Puurs naar school gingen in Oppuurs als deze school voor hen dichterbij huis was. Zo vermoedden wij dat een meisje uit Puurs en een meisje uit Oppuurs als leerlingen tegelijkertijd de borduurwerken hebben uitgevoerd op de school van de zusters Annonciaden uit Veltem.

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.

De originele bedrukking op de andere zijde van ‘Dank van Puers’ luidt: ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ De herkomst uit Canada maakt de meelzak ‘Dank van Puers’ onderscheidend van de meelzak ‘Dank van Oppuers’ met als herkomst de staat Wyoming in de VS.

Onbewerkte meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Andere zijde is bedrukt ‘Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Ontario, Canada. Collectie War Heritage Institute, Brussel

‘Flour Canada’s Gift’ is een algemene aanduiding voor een Canadese meelzak. Welke herkomst heeft deze meelzak?
Canada heeft op grote schaal voedselhulp verleend aan België. Canada maakte deel uit van het Britse Rijk en was daarom direct militair betrokken in de oorlog. Het hele land organiseerde hulpacties voor de eigen militairen, hun gezinnen en andere oorlogsgetroffenen, zoals de Belgische bevolking.

In september 1914 vormden de Canadezen een ‘Central Executive Committee of the Relief Work for the Victims of The War in Belgium’ met zetel in Montréal. De Gouverneur-Generaal van Canada was beschermheer van het comité. [4]
President van het comité was de heer Maurice Goor, Belgisch Consul-Generaal in Ottawa, vice-president was C.I. de Sola, Belgisch Consul in Montréal, ere-penningmeester was de heer Henri Prud’homme, bankier.

De Canadese oproep ‘kleding van ieder formaat’ in te zamelen, bleek bij aankomst in Bergen op Zoom een goede bedoeling, maar niet altijd hulpverlenend. ‘Rommel uit Canada’ stond op de foto in de Antwerpse krant ‘De Nieuwe Gazet’, december 1914. Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker.

De oproep aan de Canadese bevolking luidde: “The most suitable contribution in kind would be clothing of every description, new or old, for men, women and children, blankets of wool or cotton, shoes, flour, oatmeal, sugar, dried fruits, dried vegetables, etc.” (De meest geschikte bijdrage in natura is kleding van elk formaat, nieuw of oud, voor mannen, vrouwen en kinderen, dekens van wol of katoen, schoenen, meel, havermout, suiker, gedroogd fruit, gedroogde groenten, enz.)

En over ingezameld geld: “…contributions in money were to be employed for the purchase of goods in Canada…” (‘bijdragen in geld zijn bedoeld voor de aankoop van goederen in Canada.’)

Beschilderde meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Particuliere collectie België

De inzamelingen waren succesvol. De centrale overheid van het Dominion Canada doneerde $50.000; overheden van de provincies deden ook mee: Alberta schonk 5.000 zakken meel; Saskatchewan $5000; Winnipeg $24.400; British Columbia $5.000; Manitoba $5000, ook Nova Scotia en de vele Belgian Relief Committees volgden met aanzienlijke sommen geld of goederen. Verzending van de goederen naar België is gecoördineerd door de Commission for Relief in Belgium (CRB).
De Belgische bevolking associeerde alle hulpverstrekking van de CRB met Amerika, dus ook de Canadese hulp viel daar voor hen onder. Vandaar ook dat de borduursters in hun enthousiasme Amerikaanse vlaggen op Canadese meelzakken borduurden.

Onder de titel ‘Purchase of Goods with the Money received by the Central Executive Committee’ (Aankoop van goederen met het geld ontvangen door het Centraal Uitvoerend Comité) verklaart het Comité een aparte commissie te hebben benoemd onder voorzitterschap van de heer R. Dale, voormalig president van de Handelsraad in Montréal, die verantwoordelijk is voor alle aankopen die gemaakt worden met het ingezamelde geld.

De penningmeester, H. Prud’homme, legt in zijn verslag van 5 februari 1915 verantwoording af over de periode van september 1914 tot 5/2/1915:
Het ingezamelde geldbedrag dat het Centrale Uitvoerende Comité heeft ontvangen is bijna $500.000. Daarvan heeft het inkoopcomité $350.000 aan voedingsmiddelen gekocht: voor $300.000 aan ongemalen tarwe en $18.000 aan meel, verpakt in 7000 zakken.[5]

Meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met oceaanstomer en vredesduif. Particuliere collectie België

Waar deze zakken meel gekocht zijn en hoe ze bedrukt zijn, is mij niet bekend. Mijn hypothese is dat de 7000 meelzakken in opdracht van het Centrale Comité bedrukt zijn met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’

Volgens het rapport van Prud’homme is het merendeel, namelijk 6000 zakken met meel, verscheept naar Rotterdam met de oceaanstomer SS Dorie: vertrek Halifax op 28 november, aankomst Rotterdam 19 december 1914.
Het schip Tremorvah vervoerde eerder al 500 zakken meel naar Europa, vertrek Halifax op 29 oktober, aankomst Rotterdam op 16 november 1914.

Brief van Emile Francqui, voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, aan H. Prud’homme om te bedanken voor de Canadese hulpgoederen aan boord van de Tremorvah. Doorslag brief in het Rijksarchief België, Brussel.

De Canadese meelzakken zullen overgeslagen zijn in de Rotterdamse haven en vóór Kerstmis 1914 gedistribueerd zijn in België.

Detail meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met patriottisch veldboeket: klaprozen, margrieten, korenbloemen in rood, wit, blauw. Particuliere collectie België. Foto: In Flanders Fields Museum.

Toen het versieren van meelzakken in het voorjaar van 1915 in België op gang kwam, zijn er tientallen meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ uitgekozen om te bewerken.

Nu, honderd jaar later, zijn minimaal 9 versierde meelzakken met deze bedrukking in Belgische collecties te bewonderen, een is onbewerkt, twee zijn geborduurd en 6 zijn beschilderd. Drie meelzakken beschreef ik in het blog ‘Meelzakken in Dendermonde‘.

Detail geborduurde meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ Collectie en foto: vzw Kantcentrum Brugge.

Het vzw Kantcentrum Brugge is recent verblijdt met de schenking van een versierde meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Het Kantcentrum Brugge toont de meelzak  in de bijzondere gelegenheidstentoonstelling ‘War Lace, oorlogskant uit WOI’. Te zien tot 30 september 2020.

‘Dank u wel, Canada’, Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, van Daniël Vanacker

Er is een foto van de bedrukking op een zak, geborduurd en getransformeerd tot jurkje,  geshowd door een blij meisje met dikke boterham in de sneeuw. Ik ben de heer Daniël Vanacker, auteur van ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’ zeer erkentelijk: hij stuurde me deze foto en gaf informatie over de organisatie van de Canadese hulpverlening.

In de collectie-lijst van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa, VS, heb ik 18 (!) versierde meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ geteld.

Bijzonderheid: in Canada is tot heden geen enkele versierde meelzak in enige collectie opgedoken!

 

[1] Gille, Louis, Cinquante Mois d’Occupation Allemande IV 1918. Brussel: Librairie Albert Dewit, 1919: 15 maart 1918, p. 149-150

[2] Houssiau, Jean, Vreugde, Christian, Les écoliers bruxellois pendant la Première Guerre mondiale. Cahiers Bruxellois-Brusselse Cahiers 2014/IF (XLVI) p. 41-54

[3] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922

[4] Castell Hopkins, J., Canada at War 1914-1918. A Record of Heroism and Achievement. New York: Georges H. Doran Company, 1919, p. 252, 253

[5] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915

Meelzakken in Dendermonde

Stadhuis Dendermonde in de voormalige Lakenhalle met het Belfort

Een week geleden vermaakte ik me online met een speurtocht naar ‘Indianenzakken’, dat zijn meelzakken van ‘Sperry Mills American Indian’ van de Sperry Flour Company in Stockton, Californië. Tot mijn verrassing ontdekte ik zo een beschilderde zak in Dendermonde via een artikel van de heemkundige kring Haaltert.*) Ze brachten me in contact met de verzamelaar en halsoverkop reisde ik af naar België voor nader onderzoek naar deze unieke collectievondst. Een verslag van mijn zakkenreis.

Gérard Hollaert temidden van zijn verzameling versierde meelzakken.

“Op de veiling in Brussel, los verkocht, een bundel textiel, het leek een baal vodden”, zo deed Gérard Hollaert de aankoop van zijn collectie meelzakken bij Galerie Moderne. “Ik heb wel 13 van die bloemzakjes”, vervolgde hij, “in twee keer gekocht op de veiling, tientallen jaren terug.” De bundel meelzakken die tevoorschijn kwam was indrukwekkend, dat waren er méér dan dertien stelde ik vast. Bij inventarisatie telden we totaal 24 meelzakken!

Detail van de geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’
Het sierband met franje is met de hand aangezet

Zijn eerste meelzak was een geschenkje van de buren, ze wilden er van af, een geborduurde lap, ooit een kussentje geweest, nu half vergaan en na wat uitpellen kwam er een geborduurd meelzakje tevoorschijn. De vader van Gérard Hollaert wist hem er het fijne van te vertellen: de voedselhulp in de Groote Oorlog, een indrukwekkend verhaal. Zijn interesse was voor altijd gewekt en leidde hem naar de textiel aankopen in Brussel.
“Wat vond uw vrouw ervan, had zij interesse in de meelzakken?”, vroeg ik me hardop af. “Ze liet me maar begaan”, zeg hij, “Agnes Eeman (1932-1990) geboren in een boerenfamilie met acht kinderen, vier meisjes en vier jongens uit Denterhoutem, Haar oudste zus heette Paula, mijn schoonvader had de bijnaam Pasjaal.”

De serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ van Sperry Mills Co, Stockton, Californië
Het naaimachine stiksel loopt naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel van de meelzak

Een serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ komt tevoorschijn uit de stapel meelzakken.  De gezichten van de indianen hebben ieder een eigen uitdrukking, hun verentooi is kleurrijk in de verf gezet.

Drie zakken hebben geborduurde letters, ze zijn open getornd voor het borduurwerk, daarna opnieuw dichtgenaaid, de stiknaad van de naaimachine is te zien naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel.  Zouden studenten op school de zakken hebben beschilderd en daarna geborduurd?

Een serie van 9 zakken American Commission
Idyllisch landschap ‘L’Yser entre Nieuport et Dixmude’ met signatuur S. Chotteau 1916

Een tweede serie van  negen beschilderde zakken draagt de bedrukking ‘American Commission’. Elk exemplaar is voorzien van een landschap (7x), graanschoven (3x) en/of de Vlaamse leeuw (5x).
De patriottische bedoeling krijgt nadruk door de aanduiding van de plek: L’Yser, Nieuport, Dixmude, Dinant Rocher Bayard (in het Frans).

De Vlaamse leeuw verbreekt zijn ketenen

De Vlaamse leeuw ontdoet zich van de ketenen met de vlammende tekst: ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft…’ (in het Nederlands).
Ook twee meelzakken uit Kansas en Kentucky zijn beschilderd met de Vlaamse leeuw. De schildering op een meelzak uit Oregon is een landschap met de IJzer.

Koning Albert I in twee portretten

 

De herkomst van de derde serie blijkt Ohio: Chicago’s Flour Gift van de Star & Crescent Milling Company, verstuurd naar bezet België dankzij de hulpactie van de krant Chicago Evening Post. Het leverde twee kleurrijke portretten op van Koning Albert I.

De vierde serie zijn meelzakken met herkomst uit Canada: ‘Flour. Canada’s Gift.’ Het schilderwerk zijn een allegorische voorstelling van een vrouw met kroon en vaandel en twee Belgische militairen, waarvan een met vaandel.

 

‘Flour. Canada’s Gift.’, drie beschilderde meelzakken
Detail van allegorische schildering op Canadese meelzak

Dan hebben we 24 meelzakken getypeerd en in beeld gebracht. Gérard Hollaert en ik bespreken de plaats waar de zakken met meel in België zijn aangekomen en geleegd.

Stempel ‘CNSA pour le Brabant’

Overduidelijk bewijs voor de beschilderde zakken is aanwezig: dit was in de provincie Brabant, op voor- en achterzijde is gestempeld door het provinciale Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant.

Gérard Hollaert duidt de schilderingen van koning Albert I met Belgisch vaandel en de Vlaamse leeuw die de ketenen verbreekt.

Wie de schilders zijn geweest, hoeveel en of ze in onderwijs of werkverband de meelzakken hebben beschilderd, blijft voor ons de vraag.

Gérard Hollaert is actief lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, hij fungeerde ook als bestuurslid. Hij bewaart een uitgebreide verzameling seriematig beschilderde meelzakken van WO I. Het werk van de Belgische kunstenaars is doordrenkt van vaderlandsliefde in de bezettingstijd 14-18.

Ik ben hem zeer erkentelijk voor de gastvrijheid bij hem thuis en de gedachtenwisseling over zijn collecties.

 

*) Pots, Luc, Beschilderde meelzakken: stille artistieke getuigen van de Amerikaanse voedselhulp tijdens ‘den Grooten Oorlog’. Haaltert: Mededelingen Heemkundige Kring Haaltert en deelgemeenten, 35e jaargang 2015-nr. 4, p. 7-9

Versierde Meelzakken in het Koninklijk Legermuseum, Brussel 1

Inleiding
Onderzoek doen in Brussel stond al maanden op mijn verlanglijstje. Van 19-22 december 2018 was ik in de Belgische hoofdstad. In vier dagen tijd deed ik onderzoek in twee archieven, een documentatiecentrum en bezocht drie musea. Hoogtepunt vormde mijn bezoek aan het War Heritage Institute en diens Documentatiecentrum. Tot mijn grote verrassing kreeg ik er tientallen Meelzakken te zien!

Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis
Het Museum is een van de locaties van het War Heritage Institute (WHI) en bevindt zich in het Jubelpark in het hart van Brussel.

In het Koninklijk Legermuseum, Brussel

Het bewaart talloze unieke voorwerpen: harnassen, uniformen, kanonnen, maar ook kunstwerken, muziekinstrumenten en er is een reusachtige hal met vliegtuigen. Tien eeuwen geschiedenis zijn bijeen gebracht, van de middeleeuwen tot en met de twee wereldoorlogen.[1]

Het Documentatiecentrum beheert meerdere collecties: archieven, bibliotheek, kaarten en plannen, tekeningen, grafische kunst en foto’s.

Waarom zijn er Meelzakken in de collectie?
Er was geen enkele bemoeienis van het Belgische leger met de voedselhulp aan de Belgische bevolking. Sterker nog, de Duitse bezetter verbood ten enenmale dat er hulp verstrekt zou worden aan militairen of het leger, en zagen daar streng op toe.
Waarom maken Meelzakken dan toch deel uit van de collectie van WHI?
Omdat de humanitaire hulp onderdeel uitmaakt van de geschiedenis van de bezetting. Bovendien zijn er mensen die overtuigd zijn dat de dringende en voortdurende roep om humanitaire hulpverlening voor België de bevolking en regering van de Verenigde Staten rijp gemaakt heeft voor diens uiteindelijke militaire toetreden tot de oorlog in april 1917.

Mijn blijdschap: drie Meelzakken in één vitrine!

De collectie Meelzakken
Het WHI heeft een omvangrijke collectie Meelzakken met een interessante verscheidenheid.
Allereerst bekeek ik in het Legermuseum de vitrines van de zaal gewijd aan de Eerste Wereldoorlog en spotte opgetogen drie Meelzakken: één bewerkt en twee onbewerkt. Daarna bezocht ik de speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’. Het geeft een indringend beeld van het einde van de oorlog en de wederopbouw van België. Er zijn twee Meelzakken geëxposeerd, één bewerkt en één onbewerkt.

Op vrijdagmorgen 21 december nodigde mevrouw Ilse Bogaerts mij uit voor onderzoek in het depot. Mevrouw Bogaerts is in het Legermuseum diensthoofd Collecties en Restauratie-ateliers: Uniformen & Uitrusting, Vlaggen, Kunst, Iconografie, Faleristiek, Muziek.

De computeruitdraai van de inventarislijst was in eerste instantie verrassend: een aantal van 107 items kwam tevoorschijn. Mevrouw Bogaerts zette echter met kennis van zaken resoluut grote strepen door 65 items en verklaarde dat deze items misschien wel op de lijst stonden, maar in werkelijkheid niet in het depot of het museum waren, omdat deze geen vindplaats hadden.
Aan de hand van de inventarislijst kwamen op die vrijdag in het depot 19 Meelzakken uit de dozen, 7 bewerkt, geborduurd en verfraaid met kant en franje, en 12 onbewerkt.

Volgens de inventarislijst zijn er nóg 16 Meelzakken in depot, waarvan 3 bewerkt en 13 onbewerkt, die studie hebben we bewaard voor mijn volgende bezoek. De collectie Meelzakken van WOI in het WHI komt daarmee op een totaal van 40:  12 bewerkt en 28 onbewerkt.

Informatie in de exposities
De informatie over de Meelzakken in de exposities is vrij summier, de beschrijving bij de tentoongestelde Meelzakken luidt:
‘Amerikaanse zakken bloem/Sacs de farine américain/Bags of American flour’.
Verdere context die gegeven wordt is:
‘Sacs de farine, distribués par la “Commission for Relief in Belgium” en Belgique occupée 1914-18’.

Na-oorlogse affiches met aankondiging van de verkoop van Meelzakken

 

 

 

 

 

 

 

Er hangen twee na-oorlogse affiches met de toelichting:
‘Affiche Amerikaansche zakken. Oorlogsgedenkenis verkocht ten voordeele van de oorlogsweezen./Affiche Sacs américains, souvenirs de la guerre, vendus au profit des orphelins de la guerre./Poster American bags, war souvenirs, sold in support of the war orphans.’

Programma omslag getekend door de kunstenaar Amédée Lynen, 1923

In een volgende vitrine is er meer over te lezen:
De Belgische oorlogswezen zijn vanaf 1914 ondersteunt met aparte programma’s. Het Nationaal Komiteit voor Hulp en Voeding (NKHV) startte in 1915 het Nationaal Werk voor Oorlogswezen (NWOW). Na de oorlog kwam er een wet die het NWOW opdracht gaf voogdijschap en plaatsingen te organiseren, hulp te verschaffen in materiële en morele zin en toe te zien op de gezondheid en de opvoeding van de kinderen. Om geld in te zamelen voor de oorlogswezen zijn verkooptentoonstellingen gehouden, waarbij (Versierde) Meelzakken een trekker waren voor het publiek en de opbrengst van de verkoop ten goede kwam aan dit goede doel.

In dit blog zoom ik in op drie bewerkte Meelzakken in de collectie van WHI.

 1) ‘Amerika redde ons van hongersnood’ (in depot)

De oceaamstomer in kleurrijk borduurwerk

Een spectaculair borduurwerk is de oceaanstomer op de Meelzak uit Sylvan, Kansas, met het merk ‘Pride of Sylvan’. De zak is binnenstebuiten gekeerd, het borduurwerk is op een aparte doek geborduurd en daarna aan de zak vastgenaaid. Het oranje-gele schip is nauwkeurig weergegeven.

 

Foto van het schip de ‘Southpoint’ , het transporteerde hulpgoederen over de Atlantische Oceaan. (Afb. Report ‘The Millers’ Belgian Relief Movement’, 1915)

Het patroon is waarschijnlijk nagetekend van een foto, vier grijze roeiboten varen langszij, de goudgele zon gaat onder, de Amerikaanse vlag wappert in de mast. Voor de borduurster zal het makkelijker zijn geweest om op een eigen borduurdoek, waarvan zij de kwaliteit kende en het borduurpatroon goed zichtbaar was, aan haar borduurwerk te werken.
Het geheel lijkt op een kussenovertrek, waarbij rondom gekleurd koord als verfraaiing diende, het koord ontbreekt, er resten slechts kleine rode en zwarte lussen.

De tekst geborduurd naast de oceaanstomer

De tekst ‘Amerika redde ons van hongersnood’ en ‘1914-1918’ is professioneel geborduurd, zoals een vaandel of banier geborduurd zou zijn.
De tekst geeft aanleiding tot een paar veronderstellingen:
– Het borduurwerk zal gemaakt zijn in Vlaanderen, misschien in Antwerpen, waar kennis van oceaanschepen bij de haven hoorde;
– Dit zal ná de oorlog zijn geborduurd, want het werkwoord ‘redde’ staat in de verleden tijd en bovendien kan de markering 1914-1918 als looptijd van de oorlog pas achteraf zijn gemaakt.

2) The Rockefeller Foundation (in depot)
De hulpactie voor bezet België van de Rockefeller Foundation, gevestigd in de staat New York, kende zijn weerga niet. Als eerste hulporganisatie stuurde zij schepen met voedsel- en kledinghulp. In de maanden november en december 1914 zijn vijf oceaanstomers vertrokken uit de VS, ze brachten bijna 23.000 ton hulpgoederen voor een waarde van ruim anderhalf miljoen dollar naar Rotterdam.

Bedankbrief van het Comité National de Secours et d’Alimentation aan de Rockefeller Foundation

In het ‘Rijksarchief in België’ te Brussel heb ik een doorslag gevonden van de bedankbrief die het Comité National de Secours et d’Alimentation op 12 december 1914 heeft geschreven, in reactie op de ontvangst van de hulpgoederen, schenking van de Rockefeller Foundation, aan boord van het schip de ‘Massapequa’.

Interessant om een Versierde Meelzak te aanschouwen die met een van deze eerste zendingen in België zal zijn aangekomen.
De bedrukte tekst op de Meelzak van de Rockefeller Foundation luidt:

“American Consul
The Rockefeller Foundation
Belgium Relief
War Relief Donation
Flour
49 Lbs. Net”

Hoewel grauw van kleur is de versiering een sterk staaltje van textielvaardigheid. Het doek is in negen stukken verdeeld, die met fraai kant aan elkaar zijn gezet. Het middenstuk draagt de tekst, in blauw gedrukte letters, daaromheen acht stroken, voorzien van geborduurde vlaggen en de jaartallen 1914 en 1915.

Amerikaanse vlag met restlijnen van het borduurpatroon

Bijzonderheid is de resttekening van het patroon van het borduurwerk van de vlaggen. De borduurster heeft in afwijking van het getekende patroon, de vlag in een andere richting geborduurd. Zo zien we, zowel aan voor -als achterzijde, blauwe restlijnen op het doek.

 

Vlaamse vlaggen met restlijntjes van borduurpatroon (voorzijde en achterzijde)

 

 

 

 

 

 


3) WADENA, Canada (in tentoonstelling)

Ook Canada verleende op grote schaal hulp aan België. Canada maakte onderdeel uit van het Britse Rijk, zodat de oorlogsverklaring aan Duitsland door Engeland in 1914 ook Canada in oorlog bracht met de Duitsers. Toch is de Canadese hulpverlening geen onderwerp van discussie geweest. Na de eerste maanden van de oorlog zijn de hulpacties van lieverlee ingekaderd binnen de organisatie van de door Amerikanen geleide Commission for Relief in Belgium. De Belgische bevolking maakte het onderscheid niet tussen Canada en de Verenigde Staten, de mensen vereerden ‘de Amerikanen’ als hun redders in nood.

De speciale tentoonstelling ‘De Groote Oorlog Voorbij, België 1918-1928’ toont een Canadese Meelzak uit de plaats Wadena in de provincie Saskatchewan.

In vele kleuren geborduurde tekst

De Franse tekst luidt:
‘Au Peuple Belge l’Offrande des Citoyens et des Cultivateurs
de la Ville de Wadena Saskatchewan Canada’
(Vertaling: ‘Aan het Belgische volk het geschenk van burgers en graantelers van de stad Wadena Saskatchewan Canada’).

De naam van de meelfabriek en een logo of merknaam van het meel ontbreken op de zak. De bedrukking is een boodschap van burgers en graantelers.

Wadena, toen een gehucht, is tegenwoordig een plaats in de provincie Saskatchewan met 1300 inwoners, even groot -of klein- om een referentie te geven, als het dorp Stad aan ‘t Haringvliet op Goeree-Overflakkee, mijn geboorte-eiland.

Wadena vormde zich in de prairie, een agrarisch gebied, in de begin jaren 1900 en dankt zijn bestaan aan de ligging op een kruising van twee wegen en de aanleg van een spoorlijn. Het woord ‘stad’ is voor deze plaats, zeker in 1914, een eufemisme, maar ook ‘Stad aan ‘t Haringvliet’ voert al jaren trots deze naam…

De geschiedenis van Wadena verhaalt niet over het bestaan van een meelfabriek en de voertaal in dit gebied zal Engels zijn geweest, dus lijkt het aannemelijk dat de bevolking van Wadena in het najaar van 1914 geld heeft ingezameld, verstuurd naar het centrale hulpcomité van de provincie of naar het centrale comité in Montréal en dat door deze de Meelzak is bedrukt met de pakkende, Franse tekst. Eenmaal in België en geleegd zal de Meelzak vele uren borduurwerk hebben opgeleverd voor wellicht Waalse borduursters, nadat de werkvoorbereider met kennis van (Canadese!) zaken een nauwkeurige lay-out van het patroon en de kleurkeuze van de garens had gemaakt.

Het Canadese Rode Vaandel

Om iets te noemen: De vlag van Canada was officieel de Britse, maar om zich als Canada te onderscheiden was in gebruik het ‘Canadese Rode Vaandel’. Het was een vaandel met in de linkerbovenhoek de Britse vlag op een rode ondergrond, waarin het Canadese wapen stond afgebeeld.

Letters ‘WADENA’ , geborduurd in rood met Britse vlag

Het borduurwerk volgt de opmaak van het Rode Vaandel mét de Britse vlag in de linkerbovenhoek in ieder van de zes letters ‘Wadena’.

De Meelzak, op de keper beschouwd:

‘Au Peuple Belge’ Geborduurd in de kleuren van de Belgische vlag, zwart, geel, rood
‘L’Offrande’ ‘Kleuren van de Amerikaanse vlag’: van boven blauw, daaronder gemengd rood wit
‘Des Citoyens et’ Van boven naar beneden blauw wit rood
‘Des Cultivateurs’ Lichtgroen wit rood, met het groen als hommage aan de graantelers
‘De la Ville’  in rood blauw wit
De letters ‘WADENA’ Geborduurd conform het Canadese Rode Vaandel
‘Saskatchewan’ Van boven naar beneden wit blauw rood
Het streepje Rood-groen
‘Canada’ In de kleur wit met rode dot midden in ieder van de zes letters (een voorbode van de kleuren van de huidige Canadese vlag).

De ‘Wadena meelzak’ is geen toevalstreffer, er is nog een voorbeeld van in een andere (Belgische) collectie, die getoond is tijdens een tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum in Ieper.[2] 

We zien hier dat de tekst gedrukt is in blauwe letters.

‘Wadena’ Meelzak met originele bedrukking, getoond in Ieper, 2013.

Ook deze Meelzak is versierd, namelijk beschilderd en geborduurd.
De zak is opengewerkt en heeft aan de binnenzijde een versiering, een zicht op Brussel getekend in een rond frame. De tekening is gesigneerd met ‘Bruxelles 1916’.

 

Beschilderde Meelzak met geborduurde tekst, getoond in Ieper, 2013.

Grappig genoeg hebben de Vlaamse kunstenaar en borduurster op deze Frans-Canadese Meelzak een versiering aangebracht in Engelse tekst met verwijzing naar Amerika:
‘America’s ships come over the sea, Ye Flemish bells ring out with glee’.(Vertaling: Amerika’s schepen komen over de zee, Yoho Vlaamse bellen rinkelen met blijdschap‘)

Tot zover mijn indrukken uit Brussel. Later verder!

 

[1]De officiële opdracht luidt:
“Het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis is een federale wetenschappelijke instelling (FWI) van tweede categorie en een staatsdienst met afzonderlijk beheer (SAB). Het bevordert de kennis van de militaire geschiedenis en de geschiedenis van de conflicten, in vredestijd én in oorlogstijd, aan de hand van het unieke en rijke militaire patrimonium dat het met zijn verschillende sites beheert.
Dat erfgoed is roerend, onroerend en immaterieel. Met het oog op een langdurige conservatie worden de verzamelingen op professionele en wetenschappelijke wijze beheerd, gevrijwaard, bestudeerd, geïnterpreteerd en uitgebreid.”

[2]‘Remembering Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium’, In Flanders Fields Museum, Ieper, 16 maart – 20 mei 2013.

Een Canadese meelzak en borduurwerk van fiere Belgische vrouwen

‘Versierde Meelzak in WOI’, collectie Textile Research Centre, Leiden. (afb. auteur)

Dit is mijn eerste artikel over een versierde meelzak in WOI, geschreven in juni 2018.

De Meelzak maakt sinds 2017 deel uit van de collectie van het Textile Research Centre (TRC) in Leiden en was een schenking van Pepin van Rooijen van Pepin Press, Amsterdam.

Gillian Vogelsang-Eastwood, directeur van TRC, schreef naar aanleiding van de schenking over de ‘Belgian Embroidered Flour Bags’.

U kunt mijn artikel hier lezen.