De Bevoorrading van België

Mijn blog ‘Humanitaire hulp voor België’ van 11 maart 2020 eindigde met de conclusie dat de Amerikaanse inzameling van voedingsmiddelen voor de Belgische bevolking, zo enthousiast begonnen in najaar 1914, in de zomer van 1915 voorbij was.
De Commission for Relief in Belgium (CRB) groeide in de eerste helft van 1915 uit tot een naar omstandigheden geoliede inkoop- en logistieke organisatie die wereldwijd tarwe, bloem en andere voedingsmiddelen inkocht. Ze importeerden de produkten in België via Rotterdam. Het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) was er in geslaagd de distributie van voedingsmiddelen zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien. De nieuwe CRB-publiekscampagne in de VS richtte zich op geldinzameling en kleding. Het geld was nodig om de nood te ledigen van de ‘destitute’, de hulpbehoevenden.

Lossen van zakken meel in de haven van Brussel. L’Evénement Illustré, 1 april 1915

De Belgische bevolking met voldoende geld om eten te kopen, betaalden voor hun voeding, armlastigen zonder geld ontvingen onderstand, ze konden met een voedselkaart terecht bij de soep- en broodbedeling.
NKHV en CRB verkregen gelden voor zorg aan de armlastigen, doordat ze een kleine opslag rekenden op de prijs van de voedingsmiddelen die ze verkochten. Alle goederen gingen in België in de verkoop, ook die door liefdadigheidsorganisaties vanuit de VS en Canada waren ingezameld. De opbrengst van deze goederen kwam ten goede aan de armlastigen via het fonds ‘Hulp’ van de NKHV.
Het Vlaamsche Nieuws van 7 februari 1915 gaf toelichting op de organisatie van de Komiteit in de provincie Antwerpen in het artikel ‘De Bevoorrading van België’.

Welke relatie is te leggen met de versierde meelzakken?

In het boek ‘Figthing Starvation in Belgium’ van Vernon Kellogg staan drie foto’s die mij zeer aan het denken hebben gezet.

Foto 1 is een ‘relief ship’, een oceaanstomer uit Canada of de VS met hulpgoederen voor België.

Foto 2 geeft inkijk in het vrachtruim van een schip, gevuld met zakken bloem, ze zijn bedrukt met logo’s van meelfabrieken, het zijn handzame zakken met inhoud van 49 lbs, gelijk aan 22,5 kg. De zakken staren me aan als kleine hoeveelheden, stukwerk dat tijd kost, lading die om intensieve handling vraagt. Maar wel kleurrijke, exotische zakken bloem die geschonken zijn vanuit het hart door verre weldoeners en gulle gevers.

Foto 3 is het beeld van de Maashaven in Rotterdam, waar een oceaanstomer zijn lading graan lost. Dit is bulkvervoer, twee graanelevatoren zuigen het ruim van het schip leeg, met motoren op maximaal vermogen. In recordtempo vullen ze de binnenvaartschepen voor hun reis naar België.

The New York Times, 29 december 1914

Lijst van ‘State Ships’. Ze vervoerden de voedselhulp, bijeengebracht door donaties van het Amerikaanse volk [5]
Van lieverlee drong het tot me door dat de meelzakken waarnaar ik onderzoek doe, naar België zullen zijn vervoerd als onderdeel van Amerikaanse en Canadese liefdadigheid: ze waren donaties in natura, in najaar 1914 en begin 1915 ingezameld door de duizenden Belgian Relief comité’s met acties door vrouwen op scholen, in kerken, winkels, met verslaglegging in de kranten, getransporteerd door de ‘State ships’, de Miller’s Belgian Relief Movement, enkele schepen van de Rockefeller Foundation, de Canadese schepen die als eerste hulpgoederen brachten.
In de loop van 1915 was dit over, de CRB was goed op dreef, ze vroegen niet meer om voedsel, maar om kleding en geld, bovendien was de urgentie verdwenen en de Amerikaanse comité’s verlegden hun interesse.

 

De conclusies die ik trek zijn:

 

  1. De stroom meelzakken met kleurrijke bedrukkingen is medio 1915 opgedroogd;
  2. De meelzakken die ik bestudeer zijn de verpakkingen van donaties geweest, dus maakten deel uit van de 10% CRB-budget, dat door internationale liefdadigheid bijeen is gebracht;
  3. Het enthousiasme van de Belgische bevolking voor de meelzakken had als extra facet, dat zij bekend waren met de donaties. Toch betaalde iedere Belg -behalve de armlastigen- voor de hulp, waardoor de buitenlandse liefdadigheid een interessant binnenlands accent kreeg;
  4. Juist deze meelzakken zijn door Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars uitgekozen voor hun eigen liefdadigheidswerk middels transformatie tot kleding en door versieringen met borduur- en naaldwerk en beschilderingen.
Jeanne Castadol houdt haar toespraak tot  CRB-gedelegeerde Robert Arrowsmith; Herstal, 13 januari 1916; foto HIA, Stanford University

Ik kan nu ook beter de uitspraak plaatsen van Jeanne Castadol, voorzitster van l’Œuvre des Prisonniers in Herstal, provincie Luik, ter gelegenheid van de verkooptentoonstelling van versierde meelzakken in januari 1916.

Zij hield een toespraak in aanwezigheid van Robert Arrowsmith, Amerikaans CRB-gedelegeerde in de provincie Luik. Ze richtte zich tot Arrowsmith en zijn collega’s toen ze zei: “We thank you, you who have been so kind and so generous to send us, so many bushels of flour.
We have had the pleasure to embroider and beautify the empty bags and to employ them a second time as a matter of charity.
Be welcome, American benefactors, who have prevented our unhappy little country from starving. We shall be eternally grateful to you.”[1]

‘Bénis soit l’Amerique!’ Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour’ from Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn.; door Marthe Boël verkocht aan een Amerikaanse militair na WOII; collectie HHPLM

Mme Pol Boël, Marthe de Kerchove de Denterghem, leidde als erevoorzitster het liefdadigheidswerk in La Louvière.[2]
Zij maakte een toelichting bij de meelzak ‘Bénis soit l’Amerique!’ over het decoreren van de meelzakken “a game of ingenuity. Those that bore inscriptions naturally were the most prized”. Ze vervolgde “American flour sacks have twice nourished our people, once thanks to the American flour and a second time in allowing artists and work girls to be kept alive by the salaries the work brought them.”[3]

 

 

Symbool van kleinschalige humanitaire hulp en liefdadigheid
Versierde Meelzakken staan bekend als symbool voor de internationale voedselsteun aan België tijdens WOI. Die voedselsteun was een toonbeeld van humanitaire hulp, door de Amerikanen efficiënt uitgevoerd als ‘economic machine’; in België onder aanvoering van Emile Francqui streng geleid door ondernemers, bestuurders en de heersende klasse, gestuurd door maatschappelijke normen en waarden.[4]

Versierde Meelzak ‘Zephyr’ van Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas; eigen collectie

De uitstraling van de versierde meelzakken levert een scherp contrast op.
Versierde Meelzakken zijn zowel voor Noord-Amerika als voor België het bewijs van lokale, kleinschalige, menselijke hulp en liefdadigheid, spontaan ontstaan in de crisissituatie van de Groote Oorlog. Daardoor werden ze een rage.
De meelzakken kwamen uit de harten van de Noord-Amerikanen, die klopten voor België.
De versieringen kwamen uit de harten van Belgische vrouwen, meisjes en kunstenaars, ze hielden moed, opgewarmd door de liefdadigheid van de internationale gemeenschap. Gedreven door de eigen cultuur verleenden ze via de versierde meelzakken kleinschalige, humanitaire hulp aan gezinnen van werklozen, aan krijgsgevangenen in Duitsland, aan weduwen en wezen van omgekomen soldaten.
Daarom zijn versierde meelzakken zakken vol herinneringen.

 

 

[1] Castadol, Jeanne, Discours prononcé par Madame Castadol, Présidente de l’œuvre des prisonniers de guerre, le 13 janvier 1916, à l’Hotel de ville de Herstal. Collectie Hoover Institute Archives, Stanford University, Palo Alto, Ca.

[2] Le Quotidien, ‘L’Exposition des Arts et Travaux de la Femme, à la Louvière’, 4 september 1915

[3] Boël, Marthe, Story of the American Flour Sacks. Brief, ongedateerd, (circa 1945); behoord bij versierde meelzak ‘Bénis soit l’Amérique’ in collectie HHPLM, West-Branch, Iowa; informatie uit de Hoover Heads blog van HHPLM: ‘Subversive Flour Sacks of Thanks’ van Thomas Schwartz, 6 januari 2016

[4] Nath, Giselle, Brood willen we hebben! Honger, sociale politiek en protest tijdens de Eerste Wereldoorlog in België. Antwerpen: Manteau, 2013

[5] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 548

Humanitaire hulp voor België

Humanitaire hulp voor België kwam onmiddelijk op gang, na de Duitse inval in het land in augustus 1914. Omringende landen vingen Belgische vluchtelingen op.

Belgian Relief Bulletin, New York, 25 november 1914

Duizenden gemeenschappen in Canada, gevolgd door de VS, richtten een Belgian Relief Fund op, waarbij de Belgische consuls initiatieven tot het bijeenbrengen van geld en hulpgoederen mede coördineerden, teneinde de ‘war relief donations’ naar bezet België te versturen. Nationale en lokale kranten in de donorlanden vormden de motor achter de communicatie. De donaties werden accuraat bijgehouden, de kranten publiceerden lange lijsten met namen van de donors, bedragen en goederen, en riepen op tot méér donaties.

De Commission for Relief in Belgium (CRB) ontstond eind oktober 1914 temidden van deze spontane en gedreven hulpacties en groeide uit tot de centrale -particuliere- organisatie voor humanitaire hulp aan bezet België. Orde scheppen en acties coördineren vanuit het hoofdkantoor in Londen zag de CRB als eerste taak. Ze had de medewerking van Groot-Brittannië ontvangen tot doorlaten van de hulpgoederen en Duitsland had verklaard geen door de CRB geïmporteerde producten in België te zullen opeisen. In België bereidde het Nationaal Komiteit Hulp- en Voeding (NKHV) zich voor op de ontvangst van de goederen en de provinciale en lokale distributietaken. De tekorten waren inmiddels door het hele land voelbaar.

Collectie Keym, Stadsarchief Brussel, 1915

“Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”, propageerde de CRB in de VS vanuit het kantoor in New York. En het verzocht de leiders van de Amerikaanse staten per staat de hulp te verzamelen, zodat de goederen op een ‘State Ship’ de oversteek van de Atlantische Oceaan konden maken. Met alle publiciteit vandien.

In vier maanden tijd, november 1914-februari 1915, slaagden de diverse organisaties in en buiten België erin hun taken zodanig op te pakken dat in het algemeen gesproken de Belgische bevolking in de minimale, primaire behoefte aan eten en kleding was voorzien.

Waar het geld vandaan kwam
Welke ontwikkeling kende de financiering van de humanitaire hulp?
Het NKHV en de CRB startten de inkoop van goederen met leningen van particulieren, zoals Ernest Solvay, van banken via Emile Francqui, buitenlandse tegoeden van de Belgische overheid; Herbert Hoover verkreeg een lening van de Britse regering.
Vandaar groeide de financiering door tot een complex systeem van leningen, schuldvereffeningen, garanties en subsidies tussen de geallieerde landen België, Frankrijk en Engeland.
Het was ondenkbaar dat de overheid van een neutraal land, zoals de VS, mee financierde aan de voedselhulp voor bezet België, een land in oorlog. Zelfs was er kritiek op de oproepen van de CRB aan de Amerikaanse Staten om mee te werken en het publiek in de VS om geld in te zamelen voor Belgian Relief.
Toen de VS in april 1917 de oorlog verklaarde aan Duitsland veranderde de situatie. Vanaf toen financierde de Amerikaanse overheid met subsidies de humanitaire hulp voor België.

De importen van de CRB waren totaal:

Totaal bedrag importen 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929

De overheidssubsidies van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk waren:

Totaal bedrag overheidssubsidies 1914-1919, zoals gepubliceerd door Gay, Fisher in Public Relations of the Commission for Relief in Belgium, 1929

Internationale liefdadigheid
Door de inleiding van dit blog zou je de indruk kunnen hebben dat de hulp voor bezet België gefinancierd is door liefdadigheid. Dat is een misverstand. Meer dan 90% van de humanitaire hulp is gefinancierd door overheden. Er zijn wel altijd liefdadige accenten gelegd: de medewerkers van de CRB ontvingen geen salaris, de Amerikaanse spoorwegen vervoerden de zakken meel voor de ‘State Ships’ enige tijd gratis, de Rotterdamse haven stelde de CRB-schepen vrij van havengelden, het CRB-kantoor in Rotterdam mocht vrij gebruik maken van telefoon en telegraaf verbindingen, enz., enz.

Ik citeer Vernon Kellogg, CRB-medewerker en hoogleraar aan Stanford University, Palo Alto, Ca.:
A glimpse of the great commercial activities involved in de buying and sending of the food: Although much of it, especially in the beginning months of the work, was bought directly by the givers in their various States and regions, some of it in large quantities by committees, as in the case of the special relief ships, and some of it in small quantities by the individual givers, the greater part of the food sent to Belgium has been bought by the New York and London offices by the Commission, which have an elaborate purchasing and shipping machinery.”[1]

Het liefdadige accent van de donaties van het publiek aan de CRB is maximaal 10% geweest van de inkomsten die de CRB nodig heeft gehad om haar taken van 1914-1919 uit te voeren.
“The Commission has not, as too widely believed in America, obtained all of the $300,000,000 worth (amounting in quantity to 3 million tons) of food and clothing it has sent into Belgium and North France, by charitable donation from the United States, nor even from the United States plus the rest of the world. Nor has it delivered all this food directly to the 9 1-2 million unfortunate inhabitants of Belgium and Northern France by the immediate hands of its American volunteer members. The total private charity of the world for the relief of Belgium and North France, put into the hands of the Commission as money or direct donations of food and clothing, has amounted to but $30,000,000, of which ten millions have come from the United States, and there have never been more than forty American Commission workers at one time in Belgium and Northern France.”[2]

Versierde Meelzak ‘The Rockefeller Foundation’, geborduurd en naaldkant; collectie War Heritage Institute, Brussel

Dus: $10 miljoen aan donaties uit de VS met substantiële bijdragen van filantropische instellingen en particulieren als The Rockefeller Foundation (enkele miljoenen dollars), the ‘Miller’s Belgian Relief Movement’ (een half miljoen dollar).

Versierde Meelzak ‘Belgian Relief Flour from Red Wing Milling Co., Red Wing, Minn.’; onderdeel van de Miller’s Belgian Relief Movement, geborduurd en teruggestuurd naar Red Wing Milling Co.; Collectie Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa (foto HHPLM)
Begeleidende brief bij de geborduurde meelzak van Northwestern Miller editor W. Edgar aan Red Wing Milling Co., 24 november 1916. Collectie HHPLM

De overige $20 miljoen aan donaties kwam voornamelijk uit de Gemenebest landen: Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland: “The great sum received by private gifts from British sources has been chiefly raised by the admirably organized and energetically directed campaign of the British National Committee for Belgian Relief” schrijft Vernon Kellogg.
De motor achter het Britse comité was de secretaries Sir William Goode: “This committee has conducted an impressive campaign of propaganda and solicitations of funds, collecting $12,500,000 with which to purchase foodstuffs and clothing for the Belgian destitute.”

“Propaganda” en “nuisance value”
Ik breng in herinnering de CRB-oproep aan het Amerikaanse publiek in najaar 1914, die ik vanwege mijn focus op de meelzakken beperkt heb geformuleerd tot “Stuur ons tarwemeel in handzame zakken volgens instructie bedrukt of gestempeld, wij nemen het transport naar België voor onze rekening”. De oproep was echter veel breder: “zamel in en stuur ons voedingsmiddelen, kleding en geld voor België”, waarbij het ingezamelde geld lokaal diende te worden omgezet in hulpgoederen, om plaatselijke ondernemers en werkgelegenheid te ondersteunen.

“Cash Contributions Only”: Belgian Relief Bulletin, New York, 5 januari 1915

De CRB was een Amerikaans geleide inkoop- en logistieke organisatie en erop gebrand zo efficiënt mogelijk te werken.
Binnen enkele weken hinderden de kleine zendingen met hulpgoederen van het publiek de efficiëntie. Publieke donaties in natura kregen ‘nuisance value’. Vernon Kellogg: “As a matter of fact, the purchase and sending to us of food in small quantities gave us much trouble, and was necessarily a very uneconomical way of handling the matter.”

Branden Little: “The CRB understandably desired to systematize donations and eventually preferred cash gifts rather than randomly donated items, so that it could procure bulk cargoes of grains and other foods, thereby optimizing its shipping capacity and achieving economies of scales with its expenditures.”[3]

Waarom had de CRB dan toch in die beginmaanden ingezet op publieke hulp in natura?
Het antwoord heb ik gevonden in een telegram gedateerd 31 augustus 1915 van Herbert Hoover vanuit Londen, aan Lindon W. Bates, CRB-directeur in New York. Voor mij een relevatie, daarom druk ik het in vette letters af: De oproep aan het publiek, overgenomen door journalisten en breed uitgemeten in de kranten, was propaganda. De CRB had een drukmiddel nodig om de politiek en de strijdende partijen bereid te vinden hulpgoederen voor bezet België toe te laten.

Herbert Hoover op de foto met zakken ‘relief flour’ ten gunste van een van de vele door hem geleide humanitaire hulpacties; foto van inmiddels inactieve website ‘Hoover Legacy’

Hoover in zijn telegram: “It appears to me, from the considerable experience which we have now had in all phases of this work, that certain features have developed. We initially appealed foodstuffs for a starving nation, but we have since built up an economic machine by which this is no longer a legitimate undercurrent of appeal and we long since abandoned it everywhere…. The only legitimate, honest appeal which we have the right to make to the public now is for food, money, or clothing for the destitute in Belgium….

Collectie Keym, Stadsarchief Brussel

In the initial stages in order to bring vividly before the world the right of the Belgians to import foodstuffs, we engaged in a wide propaganda of newspaper publicity. This material had great news value and was freely used and in the main served to create a public opinion in support of the Commission’s objects. This phase is now firmly established, and the material no longer has news value and is no longer received by the press.”[4]

Branden Little zag het tegenstrijdige in het handelen van de CRB als het zoeken naar de balans om de Amerikaanse burgers achter zich te hebben staan: “Fully aware of the insufficiency of private donations to purchase food for millions dwelling in occupied lands, Hoover nevertheless thrived on the volume of small contributions, which he understood were an indication of America’s heart for Belgium.”

September 1915 reorganiseerde de CRB zijn Amerikaanse organisatie en beperkte zich in de oproepen aan het publiek: kleding en geld was nodig ten behoeve van de ‘destitute’ in België. De inzameling van voedingsmiddelen in natura was voorbij.

In een volgend blog zal ik de relatie leggen met de versierde meelzakken.

[1] Kellogg, Vernon, Fighting Starvation in Belgium. New York: Doubleday, Page & Company, Garden City, 1918 p. 111

[2] Williams, Jefferson and ‘Mayfair’, The Voluntary Aid of America. New York, London: 1918. Het citaat geef ik vanwege het relatieve beeld tussen subsidies en donaties; men baseerde zich op andere totaalcijfers van de CRB-hulp dan Gay en Fisher.

[3] Little, Branden, De humanitaire mobilisatie in de Amerikaanse steden voor de steun aan België, 1914-18. Brussel: Musée et Archives de la Ville de Bruxelles, Cahiers Bruxellois – Brussels Cahiers 2014/1N (XLVI), (p. 127-145)

[4] Gay, George I., Fisher, H.H. Public Relations of The Commission for Relief in Belgium. Documents. Volume II. Stanford University Press, Stanford University, California, 1929. Doc. No. 577, p. 268

Rotterdam

Het uitbreken van de oorlog en de Duitse bezetting van België maakten in Nederland grote indruk. De spanning van de oorlog in de omringende landen wierp zijn schaduw over het land; het handhaven van de neutraliteit vroeg een enorme inspanning. De jarenlange mobilisatie en paraatheid van het leger was een uitputtingsslag voor de Nederlandse militairen.

Koningin Wilhelmina bezoekt versterkingen van het Nederlandse leger. Afb. L’Evénement Illustré, 16 oktober 1915

Duizenden Belgische vluchtelingen kwamen de grens over en deden een beroep op hulpverlening van de Nederlandse bevolking. Een bericht in de

De Rockefeller Foundation deed ook omvangrijke schenkingen meel aan het bezette België. Daaruit resulteert deze Versierde Meelzak in de collectie van het War Heritage Institute, Brussel

Nieuwe Rotterdamsche Courant vertelt over het verstrekken van humanitaire hulp door een Rotterdams dames comité, met ondersteuning van de Amerikaanse Rockefeller Foundation, een filantropische instelling met duidelijke visie: ze zijn bereid te helpen op voorwaarde dat de wil tot werken bestaat. Dus hebben 80 Belgische vrouwen zich aan het naaien en breien gezet van hemden en onderbroeken:

‘Bij de groote vraag naar ondergoed hebben eenige dames te dezer stede op kleine schaal een proef genomen om Belgische vrouwen te laten naaien voor hun ongelukkige landgenooten. Dat die aanvankelijke proef een groot succes belooft te worden, is te danken aan de onverwachte en niet genoeg te waardeeren hulp van drie Amerikaansche heeren, gezonden door de ‘Rockefeller foundation for war relief’. De heeren Jenkinson, dr. Rose en mr. Bicknell hebben in opdracht door heel Europa te reizen, om te zien, waar hulp het noodigst is. In ons land gekomen, vonden zij ook hier grooten nood, vooral ook onder de Belgische vluchtelingen door de gedwongen ledigheid. Zij zijn bereid hen te helpen, wanneer van hun kant de wil tot werken bestaat, en zij willen in Rotterdam een proef nemen die, als zij slaagt, over het geheele land zal worden voortgezet. Mislukt deze proef, dan trekken zij hunnen belofte terug.
Een comité heeft zich gevormd, bestaande uit bovengenoemde dames en den heer Jenkinson; dit comité heeft in enkele dagen ruim 80 Belgische vrouwen in het Uranium-hotel aan het naaien en breien gezet. Met groote bereidwilligheid en dankbaarheid werken nu deze vrouwen voor hun landgenooten; per dag worden er 75 stuk mannenkleeren afgeleverd. 1/3 hiervan komt ten goede aan vluchtelingen te Rotterdam; 2/3 hoofdzakelijk aan de geïnterneerde Belgische militairen. Alle kosten van naaimachines, stof, enz. worden gedragen door de Amerikanen, die hierdoor indirect het land een grooten dienst bewijzen, en aanspraak mogen maken op groote dankbaarheid. De commissie hoopt van harte, dat onze stad den hoogen dunk, dien Amerika van Rotterdam heeft, niet zal doen verloren gaan en dat zij zich het in haar gestelde vertrouwen ten volle waardig zal toonen.’

SS Lynorta, afgemeerd in de Maashaven in Rotterdam, is de Atlantische Oceaan overgestoken met 5600 ton hulpgoederen, zowel schenkingen uit de staat Virginia als aankopen door de CRB. Januari 1915. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Zakken meel uit de staat Virginia worden overgeladen in een binnenschip. Afb. Literary Digest, 8 mei 1915

De stad Rotterdam heeft een unieke rol gespeeld bij het welslagen van de internationale hulpverlening aan de Belgische bevolking: het verleende gastvrijheid aan de Commission for Relief in Belgium (CRB).
De Rotterdamse haven was de plaats waar de CRB met oceaanstomers alle hulpgoederen aanvoerde en vervolgens overlaadde op binnenvaartschepen voor het vervoer naar België.

Het hoofdkantoor van de CRB was gevestigd in Londen en voor de coördinatie van het transport richtte de CRB een kantoor op in Rotterdam.

Doorslag van brief van 19 januari 1915 van CRB Rotterdam aan CRB Brussel met de mededeling dat alle telegrammen naar België en Londen voor rekening zullen zijn van de Nederlandse overheid. Rijksarchief in België

In ‘A History of the C.R.B.’ beschrijft Tracy B. Kittredge [2] de geschiedenis van de CRB in Rotterdam. De CRB-vertegenwoordiger, de Amerikaan Captain Lucey en enkele medewerkers, namen om te beginnen hun intrek in het kantoor van Furness & Co. Op 21 november 1914 verhuisde het kantoor naar een eigen locatie aan het Haringvliet 98.

Het CRB kantoor aan het Haringvliet 98, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
De heer J.M. Haak was manager van het kantoor, de heer Van der Sluis stond aan het hoofd van de ‘shipping department’ en was verantwoordelijk voor de organisatie van de binnenvaartschepen die naar België voeren en de overslag van de goederen in de Rotterdamse haven, om precies te zijn, de Maashaven. Een overslag die veelal in recordtempo werd uitgevoerd. De heer Van den Branden was de Belgische vertegenwoordiger van het NKHV/CNSA en hield zich vooral bezig met de financiële operaties. In december 1914 volgde de Amerikaan C.A. Young Captain Lucey op als directeur van CRB Rotterdam.

De medewerkers van de CRB in Rotterdam in 1915/1916. Acht dames, waarvan zeven met hoed, staan op de tweede rij. Onderste rij, derde van rechts is de heer Joseph Jean De Pooter (Antwerpen, 8/3/1875-16/12/1940)**, naast hem, links op de foto, zit Lewis Richards. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Het kantoor was goed georganiseerd en efficiënt en werkte tegen lage kosten; het groeide in de loop van de jaren uit tot een organisatie van tientallen medewerkers. Fouten werden er niet gemaakt, het stond in schrille tegenstelling tot het CRB kantoor in Brussel, dat nog wel eens wist te blunderen bij de uitvoering van zaken, aldus Tracy Kittredge in zijn geschiedschrijving.

Het Rotterdams Jaarboekje van 1915-1919 bevat een dagelijkse kroniek van belangrijke gebeurtenissen in de stad en geeft inzicht in de gang van zaken in Rotterdam tijdens WOI.
Lees hier over de aankomst van voedingsmiddelen voor de Belgen, genoteerd in het Rotterdams Jaarboekje:

Overslag van hulpgoederen voor bezet België in de Maashaven, Rotterdam. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
November 1914:
24 Heden is uit Londen alhier aangekomen het stoomschip J. Blockx, met een lading voedingsmiddelen voor de Belgen

December 1914:
3 Het stoomschip Thelma komt uit New York hier aan met 1740 ton voedingsmiddelen voor de Belgen.
8 In den afgelopen nacht is het stoomschip Denewell uit Kurrachee (Karachi, Pakistan) alhier aangekomen met 6000 ton voedingsmiddelen voor de Belgen.
18 Het stoomschip Orn komt uit Philadelphia hier aan met ongeveer 1900 ton voedingsmiddelen voor de Belgen
20 De stoomschepen Memento uit Londen en Dorie uit Halifax komen hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
27 Stoomschip Agamemnon uit New-York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
28 Het stoomschip Neches uit New York komt hier aan met voedingsmiddelen voor de Belgen
29 Hedenmiddag is het stoomschip Maskinonge uit New York alhier aangekomen met levensmiddelen voor de Belgen
30 Het stoomschip Batiscan uit Philadelphia komt hier aan met ongeveer 6700 ton tarwe voor de Belgen.
31 Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnen gekomen, bestemd voor Rotterdam 7547 schepen tegen 10527 in 1913, aldus een vermindering van 2980 schepen, metende 3.595.744 ton.

Januari 1915:
2. Het stoomschip Lincluden uit Londen komt hier aan met levensmiddelen voor de Belgen.
8. Het stoomschip Calcutta is uit Halifax hier aangekomen met tarwe en andere levensmiddelen voor de Belgen
11. Hier aangekomen met tarwe voor de Belgen zijn de stoomschepen: Kentigern uit New-York, Rio Lages uit New-Orleans en Ferrona uit Philadelphia.

December 1915
31. Sedert 1 Januari zijn den Nieuwen Waterweg binnengekomen, bestemd voor Rotterdam, 3760 schepen, metende 4.224.805 netto registerton, d.w.z. Vg van de inklaring vóór den oorlog. Het aantal der ingekomen schepen van de binnenvaart bedroeg 161.604 met een inhoud van 24.836.418 ton.

Binnenvaartschepen wachten op hun vracht voor bezet België in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Kittredge geeft cijfers over het eerste jaar 1914-1915 van goederen die in de Rotterdamse haven voor de CRB zijn aangevoerd:
– Op 15 november 1914 was de aankomst van het eerste schip met hulpgoederen: het SS ‘Tremorvah’ met 5000 ton voedingsmiddelen, een schenking van de Canadese provincie Nova Scotia.
– Van half november 1914 tot half november 1915 kwamen 186 volledige scheepsladingen en 308 gedeeltelijke scheepsladingen aan.
– Totaal ontving CRB Rotterdam in het eerste operationele jaar 988.852 ton aan goederen.

Overslag van tarwe met de ‘Stadsgraanzuiger II’, een drijvende graanelevator in de Maashaven. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Als ik de cijfers van de CRB afzet tegen de cijfers van december 1915 in het Jaarboekje Rotterdam, maak ik op dat de Rotterdamse haven enkele tientallen procenten van haar bedrijvigheid dankte aan de doorvoer van goederen naar België.

De unieke rol van de stad Rotterdam is voor mij persoonlijk betekenisvol voor mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WOI.
Ik heb 10 jaar in Rotterdam gewoond, niet ver van de haven. Vanuit de Erasmus Universiteit waar ik studeerde, hadden we uitzicht op de Maas en zagen schepen voorbijtrekken.
Er blijkt weinig kennis te bestaan over de geschiedenis van de CRB en de versierde meelzakken in WOI. Het doet me daarom goed nu een stuk vergeten historie van de stad en de haven te kunnen optekenen.

Zakken meel bestemd voor bezet België in het ruim van een binnenvaartschip. De logo’s op de meelzakken zullen later dienen als borduurpatronen voor Belgische handwerksters. Afb. La Belgique et la Guerre [1]
Mijn onderzoek toont aan dat de Rotterdamse haven de enige plaats in de wereld is waar alle meelzakken van WOI moéten zijn geweest!
Rotterdam was het transport centrum:
– De aanvoer van de zakken meel gebeurde vanuit diverse Noord-Amerikaanse plaatsen: havens, zowel aan de oost- als de westkust;
– De doorvoer van de meelzakken met binnenvaartschepen ging naar diverse Belgische plaatsen: havens, zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Luik.
Dus: Iedere meelzak in WOI is tussen 1914-1919 via Rotterdam gereisd!

Rotterdam aan de Maas, 2019

Echter, de unieke plaats die Rotterdam als haven inneemt in de hulpverlening aan bezet België, vertaalt zich niet in het Rotterdamse bezit van enige versierde meelzak.

Glazen buidel aan de blaaspijp. Foto: Selma Hamstra
Glasblazen in Rotterdam. Foto: Selma Hamstra

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig heb ik inspiratie gekregen voor dit zakkenblog over Rotterdam dankzij de opstart van Glasblazerij Keilestraat in het havengebied Nieuw Mathenesse tussen de Keilehaven en de Lekhaven.

Glazen buidel: Zak vol herinnering. Foto: Selma Hamstra

Al jaren hoopte ik ooit in Rotterdam te kunnen glasblazen.
Vorige week was het zover: met dank aan Selma Hamstra voor de aangename, warme gastvrijheid aan collega Yvon Trossèl en mij. Zij bood me de gelegenheid een zak vol herinnering nieuw leven in te blazen!

 

**) Joseph Jean de Pooter is de grootvader langs moeders kant van Paul Bekkers, die reageerde nav deze blog. De Poorter woonde Nieuwe Binnenweg 274b. Hij bewaarde een lijst met alle handtekeningen van CRB-medewerkers, dd 16/9/1918

Voetnoten:

[1] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922

[2] Kittredge, Tracy B., A History of the C.R.B., The History of The Commission for Relief in Belgium 1914-1917. London: Crowther & Goodman Limited, Printers, 1918

Dank van Puers/Flour Canada’s Gift

Versierde meelzak ‘Dank van Puers’/Flour Canada’s Gift. Foto website Europeana

De versierde meelzak  ‘Dank van Puers’ ken ik, net als de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’, via de website Europeana.
De plaatsen Puurs en Oppuurs maken deel uit van de gemeente Puurs-Sint-Amands en liggen enkele kilometers ten zuiden van de Schelde in de provincie Antwerpen. Brouwerij Moortgat is hier gevestigd, de brouwer van Duvel, Vedett en De Koninck.

 

 

Familie Vertongen

Briefje van moeder Vertongen. Foto website Europeana

De heer Vertongen heeft de versierde meelzak ‘Dank van Puers’ in bezit en doet bij Europeana verslag over zijn familie in WOI.  Zijn moeder koesterde de versierde meelzak en schreef er een briefje bij:
Gedenkenis aan de oorlog van 1914-1918.
De kinderen kregen in de school alle dagen een koek, gebakken van bloem die we kregen van de Canadezen. Veel kinderen kwamen naar school zonder eten”.

De schoolkoek/la couque scolaire, verstrekt door het Nationale Voedingskomiteit, zorgde er in Brussel voor dat álle schoolkinderen, in de ochtend, een koek te eten kregen.
Er werd geen onderscheid gemaakt tussen publieke en privéscholen, het onderwijsniveau, of meisjes- of jongensscholen.
Onderscheid was er wel in de voorwaarden: alleen op de gratis scholen was de koek ook gratis, alle andere leerlingen betaalden voor de koek. De prijs per koek steeg in de loop van de tijd van 5 naar 9 of 10 centimes, terwijl de koek in gewicht afnam van 100 naar 70 gram. Medisch advies was daarom een drank in de vorm van soep, koffie of chocolademelk erbij te serveren. Wetenswaardig daarbij is dat de scholen de koeken geleverd kregen op basis van presentielijsten en leerlingen de koek ter plekke moesten opeten, ze mochten deze niet bewaren. Van misbruik was gebleken: koeken waren doorverkocht en doken op als handelswaar in cafés en bars.

Louis Gille vermeldt op 15 maart 1918[1]:
La couque scolaire
‘Les enfants et jeunes gens des écoles, athénées, collèges, pensionnats, – sans distinction entre établissement officiels et établissements privés ou entre établissements pour filles et établissements pour garçons – jouissent depuis longtemps déjà du bienfait de la couque, – une affriolante couque de farine blanche composée d’une façon particulièrement nutritive, qui leur est remise dans la matinée, généralement à la récréation de 10 heures.

La couque scolaire. Louis Gille in ‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’.

Houssiau en Vreugde vonden aantekeningen over de schoolkoek in het Stadsarchief Brussel[2]:
‘Le corps médical recommande de la manger avec une boisson nutritive, comme le café ou le cacao. Elle diminue considérablement de poids, passant de 100 gr. à 70 gr., à cause des réquisitions de farine et de sucre par l’occupant.’

‘Le contrôle de la distribution de l’alimentation à l’école est de plus en plus réglementé pour éviter tout gaspillage, tout abus et toute dérive. Il s’agit de calculer de manière exacte le nombre de couques à commander par jour, à l’aide de la liste des présences’.

‘La couque scolaire’ (schoolkoek). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Georges Rency toont in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’ een foto met een tafereel op school van kinderen gereed om aan te vallen op de schoolkoek.[3] Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het een promotionele foto is, want de koeken liggen fraai in stapeltjes geëtaleerd op schalen, de tafels zijn schoon gedekt en bovendien staan er bijna evenveel volwassenen op de foto als kinderen, vooral de aanwezigheid van mannen duidt op een officieel ‘persmoment’.

‘Repas aux déportés revenus de l’Allemagne’ (maaltijd van gedeporteerden, teruggekomen uit Duitsland). Foto in ‘La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale’, Georges Rency.

Rency geeft nog meer inkijk op de promotie van de voedselverstrekking in een foto van de maaltijd van mannen, die zijn teruggekeerd van deportatie naar Duitsland. De tafelopstelling en de ornamenten op de muren laten zien dat deze is genomen op exact dezelfde plaats als de schoolkoek foto. Ook twee staande heren rechts herken ik op beide foto’s.

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.

De versierde meelzak ‘Dank van Puers’ heeft een afmeting van 75×50 cm.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo, met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’.

De meelzak heeft qua bewerking in alle opzichten verwantschap met de versierde meelzak ‘Dank van Oppuers’. Ik vermeldde dit reeds als bijzonderheid in mijn blog van 30 december 2019.

Beide meelzakken hebben de originele print aan de ene zijde en op de andere zijde het borduurwerk. Beide zijn afgezet met een brede rand kloskant.

Overeenkomende elementen van het borduurwerk zijn: de banier met tekst ‘DANK VAN…’ in hoofdletters, groene takjes met rode bessen in de vier hoeken, het wapenschild van de genoemde gemeente, de vlaggen van België en de VS, de krans in groene en rode twijgen, de naam België en het jaartal 1915.

Rood, geel, zwart, gestrikt sierlint, gefixeerd in drie knoopsgaten, detail meelzak ‘Puers’, foto Europeana.

De meelzak ‘Dank van Puers’ openbaart de functie van de drie knoopsgaten in de ‘Dank van Oppuers’: er is, als patriottisch teken, een rood, geel, zwart sierlint, van boven gestrikt en naar onder door de knoopsgaten getrokken, ter fixering van het lint.

De meelzak van Oppuers mist het sierlint, maar de knoopsgaten zitten er!

De overeenkomst van de borduurwerken is zo frappant, dat mijn vermoeden is, dat de zakken op dezelfde plaats geborduurd zijn. Ik heb hierover gesproken met Jeanne en Jozef De keersmaecker uit Oppuurs en zij vertelden dat kinderen uit Puurs naar school gingen in Oppuurs als deze school voor hen dichterbij huis was. Zo vermoedden wij dat een meisje uit Puurs en een meisje uit Oppuurs als leerlingen tegelijkertijd de borduurwerken hebben uitgevoerd op de school van de zusters Annonciaden uit Veltem.

Meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’, met borduurwerk ‘Dank van Puers’. Foto website Europeana.

De originele bedrukking op de andere zijde van ‘Dank van Puers’ luidt: ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ De herkomst uit Canada maakt de meelzak ‘Dank van Puers’ onderscheidend van de meelzak ‘Dank van Oppuers’ met als herkomst de staat Wyoming in de VS.

Onbewerkte meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Andere zijde is bedrukt ‘Lake of the Woods Milling Company, Keewatin, Ontario, Canada. Collectie War Heritage Institute, Brussel

‘Flour Canada’s Gift’ is een algemene aanduiding voor een Canadese meelzak. Welke herkomst heeft deze meelzak?
Canada heeft op grote schaal voedselhulp verleend aan België. Canada maakte deel uit van het Britse Rijk en was daarom direct militair betrokken in de oorlog. Het hele land organiseerde hulpacties voor de eigen militairen, hun gezinnen en andere oorlogsgetroffenen, zoals de Belgische bevolking.

In september 1914 vormden de Canadezen een ‘Central Executive Committee of the Relief Work for the Victims of The War in Belgium’ met zetel in Montréal. De Gouverneur-Generaal van Canada was beschermheer van het comité. [4]
President van het comité was de heer Maurice Goor, Belgisch Consul-Generaal in Ottawa, vice-president was C.I. de Sola, Belgisch Consul in Montréal, ere-penningmeester was de heer Henri Prud’homme, bankier.

De Canadese oproep ‘kleding van ieder formaat’ in te zamelen, bleek bij aankomst in Bergen op Zoom een goede bedoeling, maar niet altijd hulpverlenend. ‘Rommel uit Canada’ stond op de foto in de Antwerpse krant ‘De Nieuwe Gazet’, december 1914. Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker.

De oproep aan de Canadese bevolking luidde: “The most suitable contribution in kind would be clothing of every description, new or old, for men, women and children, blankets of wool or cotton, shoes, flour, oatmeal, sugar, dried fruits, dried vegetables, etc.” (De meest geschikte bijdrage in natura is kleding van elk formaat, nieuw of oud, voor mannen, vrouwen en kinderen, dekens van wol of katoen, schoenen, meel, havermout, suiker, gedroogd fruit, gedroogde groenten, enz.)

En over ingezameld geld: “…contributions in money were to be employed for the purchase of goods in Canada…” (‘bijdragen in geld zijn bedoeld voor de aankoop van goederen in Canada.’)

Beschilderde meelzak ‘Flour Canada’s Gift’. Particuliere collectie België

De inzamelingen waren succesvol. De centrale overheid van het Dominion Canada doneerde $50.000; overheden van de provincies deden ook mee: Alberta schonk 5.000 zakken meel; Saskatchewan $5000; Winnipeg $24.400; British Columbia $5.000; Manitoba $5000, ook Nova Scotia en de vele Belgian Relief Committees volgden met aanzienlijke sommen geld of goederen. Verzending van de goederen naar België is gecoördineerd door de Commission for Relief in Belgium (CRB).
De Belgische bevolking associeerde alle hulpverstrekking van de CRB met Amerika, dus ook de Canadese hulp viel daar voor hen onder. Vandaar ook dat de borduursters in hun enthousiasme Amerikaanse vlaggen op Canadese meelzakken borduurden.

Onder de titel ‘Purchase of Goods with the Money received by the Central Executive Committee’ (Aankoop van goederen met het geld ontvangen door het Centraal Uitvoerend Comité) verklaart het Comité een aparte commissie te hebben benoemd onder voorzitterschap van de heer R. Dale, voormalig president van de Handelsraad in Montréal, die verantwoordelijk is voor alle aankopen die gemaakt worden met het ingezamelde geld.

De penningmeester, H. Prud’homme, legt in zijn verslag van 5 februari 1915 verantwoording af over de periode van september 1914 tot 5/2/1915:
Het ingezamelde geldbedrag dat het Centrale Uitvoerende Comité heeft ontvangen is bijna $500.000. Daarvan heeft het inkoopcomité $350.000 aan voedingsmiddelen gekocht: voor $300.000 aan ongemalen tarwe en $18.000 aan meel, verpakt in 7000 zakken.[5]

Meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met oceaanstomer en vredesduif. Particuliere collectie België

Waar deze zakken meel gekocht zijn en hoe ze bedrukt zijn, is mij niet bekend. Mijn hypothese is dat de 7000 meelzakken in opdracht van het Centrale Comité bedrukt zijn met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’

Volgens het rapport van Prud’homme is het merendeel, namelijk 6000 zakken met meel, verscheept naar Rotterdam met de oceaanstomer SS Dorie: vertrek Halifax op 28 november, aankomst Rotterdam 19 december 1914.
Het schip Tremorvah vervoerde eerder al 500 zakken meel naar Europa, vertrek Halifax op 29 oktober, aankomst Rotterdam op 16 november 1914.

Brief van Emile Francqui, voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, aan H. Prud’homme om te bedanken voor de Canadese hulpgoederen aan boord van de Tremorvah. Doorslag brief in het Rijksarchief België, Brussel.

De Canadese meelzakken zullen overgeslagen zijn in de Rotterdamse haven en vóór Kerstmis 1914 gedistribueerd zijn in België.

Detail meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ beschilderd met patriottisch veldboeket: klaprozen, margrieten, korenbloemen in rood, wit, blauw. Particuliere collectie België. Foto: In Flanders Fields Museum.

Toen het versieren van meelzakken in het voorjaar van 1915 in België op gang kwam, zijn er tientallen meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ uitgekozen om te bewerken.

Nu, honderd jaar later, zijn minimaal 9 versierde meelzakken met deze bedrukking in Belgische collecties te bewonderen, een is onbewerkt, twee zijn geborduurd en 6 zijn beschilderd. Drie meelzakken beschreef ik in het blog ‘Meelzakken in Dendermonde‘.

Detail geborduurde meelzak ‘Flour. Canada’s Gift.’ Collectie en foto: vzw Kantcentrum Brugge.

Het vzw Kantcentrum Brugge is recent verblijdt met de schenking van een versierde meelzak ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Het Kantcentrum Brugge toont de meelzak  in de bijzondere gelegenheidstentoonstelling ‘War Lace, oorlogskant uit WOI’. Te zien tot 30 september 2020.

‘Dank u wel, Canada’, Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, van Daniël Vanacker

Er is een foto van de bedrukking op een zak, geborduurd en getransformeerd tot jurkje,  geshowd door een blij meisje met dikke boterham in de sneeuw. Ik ben de heer Daniël Vanacker, auteur van ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’ zeer erkentelijk: hij stuurde me deze foto en gaf informatie over de organisatie van de Canadese hulpverlening.

In de collectie-lijst van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum, West-Branch, Iowa, VS, heb ik 18 (!) versierde meelzakken met de bedrukking ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ geteld.

Bijzonderheid: in Canada is tot heden geen enkele versierde meelzak in enige collectie opgedoken!

 

[1] Gille, Louis, Cinquante Mois d’Occupation Allemande IV 1918. Brussel: Librairie Albert Dewit, 1919: 15 maart 1918, p. 149-150

[2] Houssiau, Jean, Vreugde, Christian, Les écoliers bruxellois pendant la Première Guerre mondiale. Cahiers Bruxellois-Brusselse Cahiers 2014/IF (XLVI) p. 41-54

[3] Rency, Georges (Stassart, Albert), La Belgique et la Guerre. I. La Vie Matérielle de la Belgique durant la Guerre Mondiale. Bruxelles: Henri Bertels, Editeur, 1922

[4] Castell Hopkins, J., Canada at War 1914-1918. A Record of Heroism and Achievement. New York: Georges H. Doran Company, 1919, p. 252, 253

[5] Prud’homme, H., Relief Work for the Victims of the War in Belgium. Report on donations received and shipments made to Belgium since the Work was started up to February 5th, 1915. Montréal, February 5th, 1915

Dank van Oppuers

De website Europeana Collections 1914-1918 zette me op het spoor van deze unieke foto van twee jonge, Belgische borduursters, plus twee versierde meelzakken in een particuliere collectie [1].

In de bijdrage ‘Oscar De Keersmaecker uit Oppuurs’ vertelt zoon Jozef over de belevenissen van zijn vader als soldaat in WOI en het platbranden van de molen van zijn schoonvader in 1914. Het verhaal uit Oppuurs brengt een Belgische molen en een Amerikaanse maalderij bij elkaar.
Jozef De keersmaecker is Ere-Schepen van Oppuurs, ook is hij schrijver van geschiedkundige boeken, onder meer de ‘Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003’.

Zicht op Oppuurs, november 2019

Oppuurs, deelgemeente van Puurs-Sint-Amands ligt in de provincie Antwerpen. Ik reisde er in november naar toe, de heer en mevrouw De keersmaecker-Verbruggen waren zo vriendelijk mij thuis te ontvangen, zodat ik de versierde meelzakken kon bestuderen en deelgenoot werd van de bijbehorende familieverhalen.

Herinnering aan de molen van Oppuurs, geschilderd door M. Depaep, 1950. Collectie De keersmaecker-Verbruggen

De molen van Oppuurs was oorspronkelijk een houten graanwindmolen, die voor 1508 was opgericht. In 1887 erfde molenaar Petrus Edmond Verbruggen de molen van zijn overleden vrouw. Verbruggen hertrouwde met Maria Rosalia Van Der Linden, toen hij overleed in 1907 liet hij de molen na aan zijn vrouw en kinderen.

Foto van de molen van Oppuurs, begin 1900. Afb: Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

Intussen was de standaardmolen tijdens een storm in 1898 omgewaaid, maar was in 1901 herbouwd als een ‘beltmolen’ met een vrij hoog onderstuk, aangeaard met een talud. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog sloeg het noodlot opnieuw toe. Het Belgische leger stak de molen in brand: de molen zou het uitzicht op de oprukkende Duitse troepen vanuit het fort van Bornem belemmeren, en als de Duitsers toch oprukten zou de molen voor hen niet meer kunnen dienen als uitkijkpost.

De molen is ter plekke nooit herbouwd, het enige dat er tegenwoordig aan herinnert, is de molenput.[2]

De molenaarsfamilie Verbruggen ging met haar tijd mee, in 1917-1918 richtte zij bij het station van Oppuurs een nieuwe stoommaalderij op. Na jarenlang touwtrekken betaalde de Belgische staat uiteindelijk een schadevergoeding voor het vernielen van de molen.

Familiefoto Verbruggen, 1915. Afb: Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

In het gezin van Rosalie Verbruggen-Van Der Linden is heel veel gehandwerkt. De meisjes gingen in Oppuurs op school bij de zusters van Annonciaden uit Veltem, veruit de meeste mensen uit het dorp hebben een stuk van hun opvoeding te danken aan deze zusters.

‘L: Irène Verbruggen, R. Antoinette Verbruggen, zusters, tantes van Jeanneke Verbruggen. Afb. Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003

Antoinette en Irena Verbruggen maakten op doek van meelzakken een tweeluik met de afbeelding van de familie-molen in operationele en in verwoeste staat: ‘”Hulde en Dank Oppuers 1914” en “Amerika Hulp in Nood 1915” vermeldde het borduurwerk, twee stukken stof aaneengezet en omrand met een brede strook kantwerk en versierd met band en kwasten. Het zal een kleurrijk handwerk zijn geweest.
Op de foto lieten de meisjes trots hun werk zien. Achterop de foto staat geschreven: L: Irène Verbruggen, R. Antoinette Verbruggen, zusters, tantes van Jeanneke Verbruggen. Deze zakjes waren een aandenken als dank voor de Amerikaanse hulp. Het zijn bloemzakjes, en zijn in ’t bezit van de familie Verbruggen.

Helaas is niet bekend waar het handwerk op de foto is gebleven.

Bij de fotosessie is ook de complete familie Verbruggen-Van Der Linden geportretteerd, er waren toen nog 9 kinderen in leven. De twee jongens, Modest en Frans, staan links en rechts van hun moeder Rosalie, zij zullen het bedrijf voortzetten. Irena en Antoinette zullen later als nonnen in het klooster treden.

Versierde Meelzak ‘Koene Held’, 1914-1916

Toch zijn er twee goed bewaarde, versierde meelzakken, die na het overlijden van Frans Verbruggen bij hem thuis gevonden zijn, door zijn oudste dochter Jeanne en haar man Jozef De keersmaecker.

Al eerder schreef ik over een van deze versierde meelzakken in het blog ‘Verwondering over een Koene Held’.

Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland, Wyo met borduurwerk ‘Dank van Oppuers’, omzoomd door een brede kanten rand
Meelzak ‘Belgian Relief Flour, Wheatland Roller Mill Co., Wheatland, Wyoming, VS

“Dank van Oppuers” staat in hoofdletters op de meelzak, die afkomstig is van de maalderij Wheatland Roller Mill Co. in Wheatland, Wyoming, VS. De zak ‘Belgian Relief Flour’ kwam aan in België in maart 1915 door de hulpactie ‘The Miller’s Belgian Relief Movement 1914-15’ van de Northwestern Miller, het vakblad van Amerikaanse molenaars in Minneapolis [3].

Wheatland Roller Mill Co. begin 1900. Afb. internet
Muurschildering in het centrum van Wheatland, Wyoming, uitgevoerd door ‘Platte County Art Guild’ in 2017. Afb. internet

De bevolking van de staat Wyoming had in het najaar van 1914 geld ingezameld voor de behoeftige Belgische bevolking en daarmee meel aangekocht bij de Wheatland Roller Mill Co., zo staat vermeld in het verslag van de hulpactie.
De meelfabriek heeft bestaan van 1897 tot 1931 [4]. Wheatland herdenkt de geschiedenis van de maalderij tot de dag van vandaag met een muurschildering, die door het ‘Platte County Art Guild’ in 2017 in het centrum is aangebracht.

Het schip de South Point vervoerde een lading van 6200 ton hulpgoederen voor een waarde van $500.000 van Philadelphia naar Rotterdam. De South Point kwam veilig aan in de haven van Rotterdam op 27 februari 1915, daar zijn de zakken meel direct overgeladen in binnenvaartschepen en verscheept naar Belgische havens. Een aantal aken voer naar Antwerpen; vandaar zal het meel gedistribueerd zijn naar Oppuurs.

‘Soepkokers met stoker uit Oppuers voor hulp en voedselvoorziening voor schoolkinderen en vluchtelingen tijdens WOI.’ Afb. Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003
De meelzak ‘Dank van Oppuers’ is omrand met een brede, gekantkloste rand

Geleegde zakken zullen overgedragen zijn aan de kloosterschool van de zusters Annonciaden in Oppuurs, waar de meisjes-leerlingen de meelzakken hebben bewerkt als onderdeel van hun opleiding in naaldvakken.

Detail borduurwerk: het wapenschild van Oppuurs geflankeerd door twee leeuwen, daaronder een knoopsgat

 

 

 

 

 

Op de niet bedrukte kant van de meelzak zal allereerst een ontwerp zijn gemaakt en het patroon getekend, op sommige plaatsen zie je nog blauwe lijntjes op het doek staan. Het borduurwerk is secuur uitgevoerd, evenals de brede kanten rand, zie de bijlage met de volledige inventarisatie van de meelzak.
Opmerkelijk zijn:

Detail borduurwerk ‘Dank van Oppuers’
  • De drie knoopsgaten
  • Het jaartal ‘1915’ als het jaar van de versiering, in plaats van een tijdlijn 1914-1915
  • Europeana Collections 1914-1918 vermeldt de bijdrage van Henri Vertongen en plaatste een foto van een overeenkomstig versierde meelzak met ‘Dank van Puers’.
Jeanne en Jozef De keersmaecker-Verbruggen

Mijn dank gaat uit naar Jozef De keersmaecker en zijn vrouw Jeanne Verbruggen. Zij is de kleindochter van Rosalie Verbruggen-Van Der Linden en heeft haar grootmoeder gekend als een zelfstandige, doortastende vrouw. Jeanne’s tante nonnekes borduurden als schoolmeisjes de meelzakken met de molens. Wie weet hebben zij en de andere dochters Verbruggen ook de twee door broer Frans bewaarde meelzakken bewerkt.

 

Voetnoten:

[1] De versierde meelzakken ‘Dank van Oppuers’ en ‘Koene Held’ zijn voor het publiek te zien geweest bij Heemkundige Verzamelkring St-Amands HeverStam tijdens de tentoonstelling ‘Het gezicht van de Groote Oorlog’ in 2018.

[2] De geschiedenis van de molen van Oppuurs staat beschreven in de Molendatabase.EU onder de collectie ‘Verdwenen Belgische Molens’

[3] Zie ook mijn blog/artikel ‘Een Bekende Vlaamse Meelzak in Het Land van Nevele’ van 25 oktober 2018

[4] Meer over de geschiedenis van Wheatland Roller Mill Co. in het boek van Starley Talbott, Platte County. Images of America. Charleston SC: Arcadia Publishing, 2009

Kerstmis 1914-1917

1914

Op 25 en 26 december ontvangt St. Joost-ten-Noode de eerste zakken meel uit Amerika:  200 zakken meel, waarvan 176 zakken meel van 64 kg te verdelen onder de bakkers: ‘L’ ALIMENTATION’. – La commune de St-Josse-ten-Noode, a reçu les 25 et 26 courant, 200 sacs de farine; 176 sacs ont été réparti entre les boulangers de la commune et 24 sacs ont été remis à l’Œuvre de l’alimentation de la commune. Chaque sac était de 64 kilos. (Le Bruxellois, 30 december 1914)

De coverfoto van het Kerstnummer van Le Temps Présent toont een jong, hongerig meisje, een kleuter, happend in een dikke, belegde boterham. Het blijkt een iconische foto.

‘”Heureux Age”: Een kleine vluchtelinge uit Diksmuide laat haar eetlust niet bederven door de oorlog’.  Brussel, ‘Le Temps Présent’, 25 december 1914.

De journalist Edward Eyre Hunt (1885-1953) schreef in het boek ‘War Bread’  over zijn ervaringen in België toen hij werkte in de provincie Antwerpen voor de Commission for Relief in Belgium (CRB).

Het ‘kerstmeisje’, de titelplaat in het boek ‘War Bread’ van Edward E. Hunt, 1916

In zijn Amerikaanse boek gebruikt hij op de titelplaat dezelfde foto als de eerder gepubliceerde foto op de kerstcover van het Belgische tijdschrift: het ‘kerstmeisje’, genietend van een dikke boterham.

Hunt doet verslag van het versieren van meelzakken door dames in Antwerpen. Het bijschrift onder de foto van zes versierde meelzakken is: “FLOUR SACKS. Embroidered and painted by the Belgians as souvenirs for the Americans.” (Meelzakken. Geborduurd en geschilderd door de Belgen als souvenirs voor de Amerikanen). Door mijn onderzoek naar de versierde meelzakken in WOI kan ik hier aan toe voegen dat de Belgen de souvenirs niet alleen voor de Amerikanen, maar zeker ook voor zichzelf maakten.

 

Versierde meelzakken uit Antwerpen, cadeau gedaan aan Edward E. Hunt. Foto in War Bread, 1916

 

Het ‘kerstmeisje’ op de backcover van Jeffrey B. Miller, WWI Crusaders, 2018

Honderd jaar later is de foto van het ‘kerstmeisje’ opnieuw actueel. In 2018 verscheen het boek ‘WWI Crusaders’ van Jeffrey B. Miller. Het kerstmeisje siert zowel de zij- als achterkant van het boek. De auteur is een kleinzoon van de Antwerpse Erica Bunge (1892-1986), die trouwde met CRB-medewerker Milton M. Brown (1893-1979). Miller beschrijft  de liefdesgeschiedenis van zijn grootouders en het intensieve leven van de jonge mannen en vrouwen die werkten voor de CRB van augustus 1914 tot mei 1917.

1915

De coverfoto van L’ Evénément Illustré toont een schildering van de kunstenaar Gaston Haustraete.

Gaston Haustraete: ‘Noël 1915. Vision…’, L’ Evénément Illustré, 25 december 1915
Gaston Haustrate, Portret op meelzak, 1915, Moulckers Collection, St. Edwards University, Austin, Tx, VS

Met Haustraete (Everbeek, 1878 – Elsene, 1949) heb ik kennis gemaakt door zijn geschilderde meelzak van de Thompson Milling Co., opgenomen in de Moulckers Collection, St. Edwards University, Austin, Texas, VS. Het kinderportretje op de meelzak vertoont een opvallende gelijkenis met het portret van het kindje op de kerstcover. Op beide schilderingen houdt het kindje iets vast in zijn rechterknuistje, op de coverfoto lijkt het een soldaatje, symbool voor vader, vechtend aan het front? De rode bloemetjes op de meelzak staan symbool voor de hoop. Het verhaal van de meelzak staat beschreven in mijn blog over de Moulckers Collection van 30 november 2018.

 

 

Advertentie in La Belgique, 23 december 1915

December oproep in de krant: “Ga kijken naar de Amerikaansche Zakken. Werkstukken gemaakt door arbeidsters. Nieuwstraat 105 in Brussel”.

 

 

 

 

In Anderlecht, bij Brussel, opende in december 1915 in de veeartsenijschool een tentoonstelling van kunst en toegepaste kunst, waar via een verloting kunstwerken verkregen konden worden. De opbrengst was voor de goede werken van de plaatselijke hulp- en voedingskomiteit.

Tentoonstellingsaffiche gemeente Anderlecht. L’ Evénément Illustré, 1 januari 1916
Slabbetje van meelzak, ‘Bébé, Anderlecht 1914-1915. Collectie HHPLM

Ik vermoed dat er versierde meelzakken zullen zijn aangeboden tussen de kunstwerken. In Anderlecht was het instituut van de Sœurs de Notre Dame, een beroepsschool voor meisjes, gevestigd. Zij hebben zeer veel meelzakken tijdens de lessen klassikaal versierd. Het Herbert Hoover Presidential Library and Museum in West Branch, Iowa bezit tientallen  werkstukken van de leerlingen uit Anderlecht.

 

Evariste Carpentier, Meelzak Preston Milling Co., Noël 1915, ansichtkaart, Luik

Evariste Carpentier (Kuurne, 1845 – Luik, 1922) beschilderde een meelzak van Preston Milling Co., uit Preston, Idaho, VS. Als vooraanstaand schilder en voormalig directeur van de Academie van Schone Kunsten in Luik, maakte de kerstschildering indruk. Een foto werd vermenigvuldigd als ansichtkaart, die werd verkocht voor het goede doel, de soepbedeling in Luik. De ansichtkaarten zijn nog altijd gewilde verzamelobjecten.

De oud-leerlingen van de Academie in Luik organiseerden in de kerst- en nieuwjaarsperiode de 15e Salon van Kunst en Toegepaste Kunst waarvan de opbrengst onder meer bestemd was voor de ‘Solidarité Artistique’. Het fonds gaf op discrete wijze hulp aan de talrijke armlastige  kunstenaars, die getroffen waren door de oorlogs-omstandigheden. In het programmaboekje staan diverse borduurwerken vermeld van de dames Irma Terhell en Nina Kepenne-Delheid, maar ik kan er niet uit opmaken of het versierde meelzakken waren.

 

 

 

 

 

1916

Vrouwen en jonge kinderen rond de kerstboom vullen de schildering op de cover van het kerstnummer.

‘De Kerstboom’, L’Evénément Illustré, 23 december 1916

“C’est la fête intime de la famille, qui réunit tous les cœurs en une douce communion de pensées, de souvenirs et de joies. (Het is het intieme familie feest, dat alle harten tesamen brengt in een tedere gemeenschap van gedachten, herinneringen en vreugde).”

1917

In Londen, in de grote hal van het gebouw Criterion, verzamelde zich een elite-gezelschap voor het bijwonen van een thé-concert, georganiseerd door een omvangrijk dames-comité, ten behoeve van de ‘Noël des Petits pauvres d’ Anvers’ (Kerstmis van de Kleine armen van Antwerpen). Het concert begon met een oude dans van dansers in klassieke costuums, daarna zongen enkele solisten prachtige liederen. Het volgende intermezzo bevatte de verkoop bij opbod van een serie geborduurde meelzakken. De veiling bracht 40 Engelse ponden op.

La Métropole d’Anvers, 25 december 1917

Georges Desplas, die op het programma vermeld stond met de pompeuze titel ‘officiële spreker van het Belgische leger’, … kreeg veel applaus na het zingen van zijn legerliederen. Met een verbluffende energie trad hij, al improviserend, op als veilingmeester, die in België versierde, geborduurde meelzakken van WOI op de veiling zette. Hij haalde bijna veertig pond op, die overgemaakt zal worden aan het goede doel; het resultaat van zijn spraakwaterval …

De Belgische kranten vermelden eind 1916 en eind 1917 weinig berichten over versierde meelzakken. De bevolking had zwaar te lijden onder voedsel- , kleding- en brandstofschaarste en ijskoude winters.

 

 

 

 

 

 

Verwondering over een Koene Held

Het nagelaten dagboek en de brieven van een jonge, Belgische militair, gestorven tijdens het slotoffensief van de geallieerden in september 1918, hebben de arts Patrick Loodts vele jaren gemotiveerd om antwoorden te vinden op zijn vraag: “Waarom en hoe accepteerde onze westerse maatschappij in de Eerste Wereldoorlog deze volstrekte holocaust en offerde het zijn complete, jonge en mannelijke generatie op?” Loodts heeft na diepgaand onderzoek, schrijven en publiceren op zijn website ‘Médecins de la Grande Guerre’ de antwoorden op zijn vraag niet kunnen geven en besefte dat het onmogelijk is om als mens de denkwijze van de samenleving meer dan een eeuw her, volledig te begrijpen.

Des te meer weet Loodts één ding onbetwistbaar zeker en benoemt het tot eeuwige waarheid: “WO I was volstrekte waanzin, die jonge Europeanen een ‘Dantesque’-universum oplegde, hen een kosmos instuurde waar de hel was losgebarsten“.

Afscheid van vrouw en kind, foto in Het 14-18 Boek, collectie In Flanders Fields Museum, Ieper

Eind juli, begin augustus 1914 zijn Belgische soldaten gemobiliseerd omdat er oorlog dreigt. Op dat ogenblik is nagenoeg iedereen er van overtuigd dat de oorlog niet lang zal duren. Deze foto van een man, die afscheid neemt van vrouw en kind, toont de standaarduitrusting van de Belgische soldaat.
Ik citeer Daniël Vanacker in ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’, p. 7: “Lange donkerblauwe kapotjas met een dubbele rij knopen, een grijsblauwe broek, leren beenkappen en op zijn buik een leren tas voor zijn patronen en andere benodigdheden. Op zijn hoofd staat een ronde donkerblauwe kwartiermuts met onderaan een rode band. Vooraan ontbreken de kokarde met Belgische kleuren en het nummer van het regiment. In de linkerhand houdt de man zijn pijp en een mausergeweer 7,65 mm (zonder bajonet).”

Tentoonstelling van HeverStam in 2018

Heemkundige Verzamelkring St. Amands HeverStam herdacht met de tentoonstelling ‘Het gezicht van de Groote Oorlog’ in 2018 het einde van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden.

Ze toonden een versierde meelzak waarop in beeld en tekst de verschrikking van de oorlog tot je komt, maar op een wonderlijke wijze van kleur, fragiliteit, schoonheid en idealisme.

 

Versierde meelzak ‘Koene Held van Oppuurs’
“Koene Held Sterf Getroost! Amerika Zorgt voor Gade en Kroost.” staat geborduurd in vlammend rode letters
Stervende soldaat in het groene gras
Blonde engel met zilvergrijze vleugels

Een soldaat, gekleed in donkerblauwe jas, grijsblauwe broek en leren laarzen ligt stervend in het groene gras. Zijn leren tas ondersteunt zijn hoofd, zijn donkerblauwe kwartiermuts met rode rand en letter B ligt naast hem in het gras, in de rechterhand houdt de man zijn geweer. Een blonde vrouwenengel met zilvergrijze vleugels, gekleed in ruim geplooide roze japon, knielt op de nevelen van een blauwgrijze wolk en buigt zich over de soldaat. In de rechterhand houdt zij het Belgische vaandel, in de linkerhand reikt zij een groene lauwerkrans met rode bessen.

Geborduurd klimopblad

Klimopranken omslingeren de geborduurde lijst, waarin de vlaggen van vier geallieerde landen in de hoeken:  het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland; de Derde Franse Republiek; het Koninkrijk Italië; het Keizerrijk Rusland.
Midden bovenin, tussen de jaartallen 1914-1916 een schild/vlag van de Verenigde Staten van Amerika, neutraal tot april 1917 en brenger van de voedselhulp naar bezet België.

Kanten rand met bloemetjes en blaadjes

Een brede rand fijn, transparant, kant vol bloemetjes en blaadjes, omlijst het doek.

Dit is een bijlage met de volledige inventarisatie van deze meelzak.
De versierde meelzak heeft geen zichtbare herkomst bedrukking, geen stempel van een komiteit, geen beschadigingen of gaatjes in het doek: de benodigde kenmerken om het te kunnen vatten onder de typologie van ‘Amerikaanse meelzak’. Toch, door afmeting en de bewerkingen met borduur-, kant- en naaiwerk doet het zich voor als Versierde Meelzak in WO I.

Eendachtig de woorden van Patrick Loodts probeer ik de denkwijze van de borduurster van de meelzak honderd jaar geleden voor te stellen. De tekst is Vlaams, de beeltenis religieus romantisch. Het patroon van het borduurwerk zal zelf ontworpen zijn, bekwaamheid en kennis van zaken spreekt uit de detaillering van de afbeelding. Kennelijk had dit borduurwerk de bedoeling in België te blijven, niet als ‘dank je’ wel’ naar Amerika te worden gezonden.

Het is een Belgisch oorlogssouvenir met troostrijk woord en beeld voor mannen die dreigden hun leven op het slagveld te verliezen en zich erom bekommerden of hun vrouwen en kinderen wel verzorgd achter zouden blijven. Het antwoord was ja, Amerika zorgt voor vrouw en kinderen. Op een manier komt het mij naïef over, als getrouwde vrouw met een man, vechtend in de loopgraven, zou ik dit niet borduren, evenmin als meisje op school met een vader op het slagveld. De enige voorstelling, die ik mij kan maken, is dat dit doek geborduurd is door nonnen in een klooster. Zij waren vaardige borduursters en brengers van zorg en troostende, stichtelijke woorden.

De bewaarders van de versierde meelzak zijn Jeanne en Jozef De keersmaecker-Verbruggen in Oppuurs. Zij vonden het terug in het huis van Jeanne’s vader, Frans Verbruggen. Twee van zijn zussen, Irena en Antoinette Verbruggen, traden in het klooster; ze waren als meisjes op school geweest bij de nonnekes Annonciaden in Oppuurs. Dat was tijdens de Groote Oorlog en zij borduurden zelf ook op meelzakken. Het verhaal van de families De Keersmaecker en Verbruggen is in het boek ‘Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003’ uitvoerig opgetekend door Jozef De keersmaecker. Dat is stof voor een volgend blog (zie ‘Dank van Oppuers‘, 30 december 2019).

Voor nu verwonder ik me over het borduur- en kantwerk van de koene held, de verschrikkingen van de oorlog in relatie tot de hulp uit Amerika zag ik niet eerder op een versierde meelzak uitgedrukt.

Over boeken en bibliotheken

De ontstaansgeschiedenis en de waarde van de ‘Versierde Meelzakken in WOI’ is in boeken, tijdschriften en online vaak beschreven. Ik heb inmiddels vele primaire en secundaire bronnen geraadpleegd, zie mijn bibliografie.

Primaire bronnen zijn geschreven door personen, die zelf in de jaren van WOI en direct erna betrokken zijn geweest bij de Versierde Meelzakken. Secundaire bronnen zijn geschreven door personen die er niet direct bij betrokken zijn geweest, baseren zich op primaire bronnen en zijn in latere jaren gemaakt.

Secundaire bron uit 2006: Het 14-18 Boek van Daniël Vanacker. ‘Het bezette land’, p. 316-330 biedt foto’s en geschiedenis over hulp, voeding, bewerking van meelzakken en patriottisme, bibliotheek AvK

Auteur Daniël Vanacker van Het 14-18 Boek (2006), noemde me twee Belgische primaire bronnen uit 1916 en 1919 met referentie naar versierde meelzakken.
Waar zou ik die boeken kunnen lezen?
Zijn suggestie was de Koninklijke Bibliotheek/Bibliotheque Royale van België (KBR) in Brussel.
Omdat ik in Voorburg bij Den Haag woon, was mijn praktische gedachte: de Koninklijke Bibliotheek van Nederland (KB) in Den Haag.

Eerste actie was dan ook online zoeken op de website WorldCat.org, die tip kreeg ik lang geleden van mijn dochter, promovenda aan de Universiteit Leiden, wetenschappers zoeken zo wereldwijd en vinden hun boeken, artikelen en tijdschriften in de dichtst bij zijnde bibliotheek. Een aanrader voor iedereen die publicaties zoekt.

Mijn actie had resultaat. De serie Belgische boeken waren in de KB in depot en uitleenbaar. Ik vroeg de boeken online aan en de volgende dag fietste ik langs de KB en haalde de boeken op. Boeken van 100 jaar oud zijn meestal alleen in de bibliotheek te raadplegen, gelukkig mochten deze mee naar huis. Saillant detail was dat een deel van de boeken nog niet eerder uitgeleend was door de KB en daarom niet online in de catalogus vindbaar was.

Jean Massart, ‘België’s verzet tegen de Duitsche overheersing: bijdrage tot het lijdensboek van België’, 1916, bibliotheek KB

Jean Massart publiceerde in 1916 ‘Comment les Belges résistent à la domination allemande. Contribution au Livre des douleurs de la Belgique’.
Massart, een vooraanstaand Belgisch wetenschapper, doet verslag van hoe hij in zijn land het eerste jaar van de Duitse bezetting heeft beleefd, hij beschrijft vernielingen, opeisingen, tekorten, censuur, beperking van bewegingsvrijheid, gevangennemingen, etc. In augustus 1915 wist hij aan gevangenneming door de Duitsers te ontkomen en vluchtte met zijn gezin naar Frankrijk, waar hij zijn boek uitgaf.

Bijlagen in het boek zijn foto’s. Eén foto toont de etalage van een bakkerij ‘Boulangerie-Patisserie Verviétoise’ met zes geleegde meelzakken geshowed op een rij achter twee Amerikaanse vlaggen en boven de uitstalling van 40 broden. Het onderschrift luidt:

Massart: “Etalage van een bakkerij versierd met zakken waarin de Amerikanen ons bloem sturen. Veel van deze zakken worden teruggestuurd naar de Verenigde Staten, nadat de Belgische dames spreuken hebben geborduurd en bedankt.”

Massart verklaart de uitstalling in de bakkerij als een uiting van Belgisch patriottisme, gericht tegen de Duitse bezetting.

Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in familieopzoekingen heeft geprobeerd de locatie van de Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise te achterhalen, het straatnummer is zichtbaar op de foto, het eindigt op ‘43’. Maar in welke stad of dorp is dit? Daniël Vanacker benadrukt dat de stad Brussel of Luik zal zijn, gelet op de verwijzing van Massart naar p. 204, de paragraaf ‘La gratitude des Belges envers les Etats-Unis’:
“La Belgique sait que c’est aux Etats-Unis qu’elle doit d’être ravitaillée. Sans la charité américaine notre patrie sombrait dans la détresse ou l’avaient plongée les exactions allemandes. Nul ici ne l’oubliera jamais et c’est au nom de la nation entière que le Roi Albert a remercié l’Amérique.
C’est à titre d’hommage, et aussi de reconnaissance, que le 22 février 1915, jour anniversaire de l’Indépendence américaine, les Belges portaient à la boutonnière la médaile avec le drapeau étoilé…
; à Liège, les officiers ont même arraché les insignes américains à des femmes et à des jeunes filles.”
(“België weet dat het aan de Verenigde Staten te danken is dat ze gevoed wordt. Zonder de Amerikaanse liefdadigheid zou ons vaderland op de rand van de afgrond staan ten gevolge van de Duitse wreedheden. Niemand hier zal het ooit vergeten en het is in naam van de hele natie dat koning Albert Amerika heeft bedankt. Het is als eerbetoon en teken van dankbaarheid dat op 22 februari 1915, de verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid, de Belgen in hun knoopsgat een versiersel met de stars-and-stripes droegen…; in Luik trokken Duitse officieren zelfs de Amerikaanse versierselen van de kleding van vrouwen en meisjes af.”)

Hubert Bovens ontdekte op internet een hedendaagse bakkerij Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise in Sougné-Remouchamps, provincie Luik en pleegde een telefoontje. Jammer, er lijkt geen verband te zijn met de fotobijlage in het boek van Massart. We zouden er zo graag een broodje gaan eten.

Louis Gille, e.a. ‘Vijftig maanden Duitse bezetting’, deel I, 1914-1915,  1919, bibliotheek KB.

‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’ is geschreven door de journalisten Louis Gille, Alphonse Ooms en Paul Delandsheere tijdens de Eerste Wereldoorlog en afgerond in november 1918. In vier delen geven de auteurs vanuit hun woonplaats Brussel hun ooggetuige-verslag van de 50 maanden Duitse bezetting. Het verslag leest als een dagboek en is ingedeeld op jaar, maand en dag. Zaterdag 17 juli 1915 bevat het bericht over de ‘sacs américains’, ze zijn bijzonder geliefd onder de verzamelaars van oorlogssouvenirs:

Zaterdag 17 juli 1915
De Amerikaanse zakken die het tarwemeel hebben bevat voor het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NHVK) zijn bijzonder geliefd onder verzamelaars van oorlogssouvenirs. De zakken zijn voorzien van opdrukken en hoe karakteristieker de bedrukking, hoe hoger de verkoopprijs. Een zak van 30 francs is bedrukt met blauwe en rode letters, de tekst luidt in het Engels:

Van de stad Springfield (Ohio)
Als getuigenis van genegenheid
Onze vrienden de Belgen
Aan deze heroïsche natie
God zegene het!

Profiel van een indiaan op een beschilderde en geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, Sperry Flour Company, Stockton, Californië. Particuliere collectie, België.

De zakken dragen behalve teksten, ook afbeeldingen in kleur; bijvoorbeeld het profiel van een Indiaan uit het Wilde Westen met verentooi.*) Het Nationaal Komiteit laat een groot aantal van deze zakken borduren, waarop vervolgens in zijden garens kleine Amerikaanse en Belgische vlaggen worden toegevoegd.
De borduursters maken schorten, lampenkappen, centerpieces, rugleuningen van fauteuils, gordijntjes. Meerdere zakken die aldus zijn getransformeerd en verfraaid, keren terug naar de Verenigde Staten als uiting van dankbaarheid van onze natie voor de hulp die we hebben ontvangen” (eigen vertaling).

 

Het verbaast me steeds met welk gemak ik de meeste publicaties ter beschikking krijg. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is goed voorzien van Belgische titels, zowel Nederlands- als Franstalige.

Rijksmuseum, Amsterdam

Heeft de KB het niet in huis, dan zijn er andere bibliotheken in Nederland om gebruik van te maken.

Charlotte Kellogg, ‘Bobbins of Belgium’, 1920, bibliotheek Rijksmuseum

Zo kwam ik in Amsterdam terecht in enerzijds de prachtige, oude bibliotheek van het Rijksmuseum en anderzijds de moderne bibliotheek van het

Lalla Vandervelde, Monarchs and Millionaires, 1925, bibliotheek IISG

Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De bibliotheek van de Vrije Universiteit staat er nog op mijn wensenlijst.

Thérèse de Dillmont, ‘Encyklopaedie der weiblichen Handarbeiten’, 1890, bibliotheek TextielMuseum
Margaretha Verweij, Borduurpatronen 1908-1912, bibliotheek TextielMuseum

In Tilburg bezocht ik de bibliotheek van het TextielMuseum en had een zeer interessant gesprek met bibliothecaris Jantiene van Elk. Het TextielMuseum heeft geen kleding of handwerk van versierde meelzakken van WO I in de collectie, noch zijn er boeken of publicaties over het onderwerp aanwezig.

Ida van Emsteder-Winkler, ‘De technieken van Kunstnaaldwerk’, 1910, bibliotheek TextielMuseum
Roszika Parker, ‘The Subversive Stitch. Embroidery and the making of the feminine’, 1984, bibliotheek TextielMuseum

Toch was mijn bezoek aan de bibliotheek buitengewoon waardevol, omdat Jantiene me textielboeken aanreikte met borduurpatronen en -technieken uit begin 1900. Ook gaf ze mij input via hedendaagse boeken over textiel en vrouwen/emancipatie en ’subversief’ werken met textiel.

De adviezen van deze bibliothecaris vormen een afspiegeling van de prettige manier waarop de bibliotheken me wegwijs maken in hun boekenbezit.

 

 

 

 

*)Zie ook mijn blog ‘Meelzakken in Dendermonde’ van 11 november 2019

Meelzakken in Dendermonde

Stadhuis Dendermonde in de voormalige Lakenhalle met het Belfort

Een week geleden vermaakte ik me online met een speurtocht naar ‘Indianenzakken’, dat zijn meelzakken van ‘Sperry Mills American Indian’ van de Sperry Flour Company in Stockton, Californië. Tot mijn verrassing ontdekte ik zo een beschilderde zak in Dendermonde via een artikel van de heemkundige kring Haaltert.*) Ze brachten me in contact met de verzamelaar en halsoverkop reisde ik af naar België voor nader onderzoek naar deze unieke collectievondst. Een verslag van mijn zakkenreis.

Gérard Hollaert temidden van zijn verzameling versierde meelzakken.

“Op de veiling in Brussel, los verkocht, een bundel textiel, het leek een baal vodden”, zo deed Gérard Hollaert de aankoop van zijn collectie meelzakken bij Galerie Moderne. “Ik heb wel 13 van die bloemzakjes”, vervolgde hij, “in twee keer gekocht op de veiling, tientallen jaren terug.” De bundel meelzakken die tevoorschijn kwam was indrukwekkend, dat waren er méér dan dertien stelde ik vast. Bij inventarisatie telden we totaal 24 meelzakken!

Detail van de geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’
Het sierband met franje is met de hand aangezet

Zijn eerste meelzak was een geschenkje van de buren, ze wilden er van af, een geborduurde lap, ooit een kussentje geweest, nu half vergaan en na wat uitpellen kwam er een geborduurd meelzakje tevoorschijn. De vader van Gérard Hollaert wist hem er het fijne van te vertellen: de voedselhulp in de Groote Oorlog, een indrukwekkend verhaal. Zijn interesse was voor altijd gewekt en leidde hem naar de textiel aankopen in Brussel.
“Wat vond uw vrouw ervan, had zij interesse in de meelzakken?”, vroeg ik me hardop af. “Ze liet me maar begaan”, zeg hij, “Agnes Eeman (1932-1990) geboren in een boerenfamilie met acht kinderen, vier meisjes en vier jongens uit Denterhoutem, Haar oudste zus heette Paula, mijn schoonvader had de bijnaam Pasjaal.”

De serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ van Sperry Mills Co, Stockton, Californië
Het naaimachine stiksel loopt naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel van de meelzak

Een serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ komt tevoorschijn uit de stapel meelzakken.  De gezichten van de indianen hebben ieder een eigen uitdrukking, hun verentooi is kleurrijk in de verf gezet.

Drie zakken hebben geborduurde letters, ze zijn open getornd voor het borduurwerk, daarna opnieuw dichtgenaaid, de stiknaad van de naaimachine is te zien naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel.  Zouden studenten op school de zakken hebben beschilderd en daarna geborduurd?

Een serie van 9 zakken American Commission
Idyllisch landschap ‘L’Yser entre Nieuport et Dixmude’ met signatuur S. Chotteau 1916

Een tweede serie van  negen beschilderde zakken draagt de bedrukking ‘American Commission’. Elk exemplaar is voorzien van een landschap (7x), graanschoven (3x) en/of de Vlaamse leeuw (5x).
De patriottische bedoeling krijgt nadruk door de aanduiding van de plek: L’Yser, Nieuport, Dixmude, Dinant Rocher Bayard (in het Frans).

De Vlaamse leeuw verbreekt zijn ketenen

De Vlaamse leeuw ontdoet zich van de ketenen met de vlammende tekst: ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft…’ (in het Nederlands).
Ook twee meelzakken uit Kansas en Kentucky zijn beschilderd met de Vlaamse leeuw. De schildering op een meelzak uit Oregon is een landschap met de IJzer.

Koning Albert I in twee portretten

 

De herkomst van de derde serie blijkt Ohio: Chicago’s Flour Gift van de Star & Crescent Milling Company, verstuurd naar bezet België dankzij de hulpactie van de krant Chicago Evening Post. Het leverde twee kleurrijke portretten op van Koning Albert I.

De vierde serie zijn meelzakken met herkomst uit Canada: ‘Flour. Canada’s Gift.’ Het schilderwerk zijn een allegorische voorstelling van een vrouw met kroon en vaandel en twee Belgische militairen, waarvan een met vaandel.

 

‘Flour. Canada’s Gift.’, drie beschilderde meelzakken
Detail van allegorische schildering op Canadese meelzak

Dan hebben we 24 meelzakken getypeerd en in beeld gebracht. Gérard Hollaert en ik bespreken de plaats waar de zakken met meel in België zijn aangekomen en geleegd.

Stempel ‘CNSA pour le Brabant’

Overduidelijk bewijs voor de beschilderde zakken is aanwezig: dit was in de provincie Brabant, op voor- en achterzijde is gestempeld door het provinciale Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant.

Gérard Hollaert duidt de schilderingen van koning Albert I met Belgisch vaandel en de Vlaamse leeuw die de ketenen verbreekt.

Wie de schilders zijn geweest, hoeveel en of ze in onderwijs of werkverband de meelzakken hebben beschilderd, blijft voor ons de vraag.

Gérard Hollaert is actief lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, hij fungeerde ook als bestuurslid. Hij bewaart een uitgebreide verzameling seriematig beschilderde meelzakken van WO I. Het werk van de Belgische kunstenaars is doordrenkt van vaderlandsliefde in de bezettingstijd 14-18.

Ik ben hem zeer erkentelijk voor de gastvrijheid bij hem thuis en de gedachtenwisseling over zijn collecties.

 

*) Pots, Luc, Beschilderde meelzakken: stille artistieke getuigen van de Amerikaanse voedselhulp tijdens ‘den Grooten Oorlog’. Haaltert: Mededelingen Heemkundige Kring Haaltert en deelgemeenten, 35e jaargang 2015-nr. 4, p. 7-9

De emotie van de meelzak

In juni 2019 ben ik op zakkenreis geweest in de Westhoek in België. Ik deed onderzoek in Ieper, Veurne, Waregem en Nazareth en verbleef in Zonnebeke.
Marc Dejonckheere interviewde mij voor VIFF Magazine van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum. Het tijdschrift plofte gisteren bij me op de mat!

Nederlandse Annelien van Kempen voert onderzoek naar versierde meelzakken uit WO I

“De voorbije zomer deed kunstenares en onderzoekster Annelien van Kempen uit het Nederlandse Voorburg met steun van het Koen Kochfonds research naar de versierde meelzakken van Herbert Hoovers Commission for Relief in Belgium in de collectie van het In Flanders Fields Museum in Ieper. De zakken vol meel uit de VS en Canada waren bedoeld als voedselhulp aan het bezette België in WO I.
Doorgaans ken je geen ruggengraat of gevoelens toe aan een bloemzak.
De Belgische naaisters, borduursters, kantwerksters en schilders die de zakken kunstig bewerkten, getuigden echter van enthousiasme, creativiteit en vindingrijkheid, evenzeer als patriottisme en diepe dankbaarheid ten aanzien van de gulle schenkers.
Het IFFM herbergt alvast enkele topstukken, die de passie van Annelien van Kempen voor haar onderzoeksobject verder aanwakkerden.”

VIFF Magazine nr. 70, juli-sept. 2019.
De vragen en foto’s zijn van Marc Dejonckheere.

U leest het interview hier.