Verwondering over een Koene Held

Het nagelaten dagboek en de brieven van een jonge, Belgische militair, gestorven tijdens het slotoffensief van de geallieerden in september 1918, hebben de arts Patrick Loodts vele jaren gemotiveerd om antwoorden te vinden op zijn vraag: “Waarom en hoe accepteerde onze westerse maatschappij in de Eerste Wereldoorlog deze volstrekte holocaust en offerde het zijn complete, jonge en mannelijke generatie op?” Loodts heeft na diepgaand onderzoek, schrijven en publiceren op zijn website ‘Médecins de la Grande Guerre’ de antwoorden op zijn vraag niet kunnen geven en besefte dat het onmogelijk is om als mens de denkwijze van de samenleving meer dan een eeuw her, volledig te begrijpen.

Des te meer weet Loodts één ding onbetwistbaar zeker en benoemt het tot eeuwige waarheid: “WO I was volstrekte waanzin, die jonge Europeanen een ‘Dantesque’-universum oplegde, hen een kosmos instuurde waar de hel was losgebarsten“.

Afscheid van vrouw en kind, foto in Het 14-18 Boek, collectie In Flanders Fields Museum, Ieper

Eind juli, begin augustus 1914 zijn Belgische soldaten gemobiliseerd omdat er oorlog dreigt. Op dat ogenblik is nagenoeg iedereen er van overtuigd dat de oorlog niet lang zal duren. Deze foto van een man, die afscheid neemt van vrouw en kind, toont de standaarduitrusting van de Belgische soldaat.
Ik citeer Daniël Vanacker in ‘Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog’, p. 7: “Lange donkerblauwe kapotjas met een dubbele rij knopen, een grijsblauwe broek, leren beenkappen en op zijn buik een leren tas voor zijn patronen en andere benodigdheden. Op zijn hoofd staat een ronde donkerblauwe kwartiermuts met onderaan een rode band. Vooraan ontbreken de kokarde met Belgische kleuren en het nummer van het regiment. In de linkerhand houdt de man zijn pijp en een mausergeweer 7,65 mm (zonder bajonet).”

Tentoonstelling van HeverStam in 2018

Heemkundige Verzamelkring St. Amands HeverStam herdacht met de tentoonstelling ‘Het gezicht van de Groote Oorlog’ in 2018 het einde van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden.

Ze toonden een versierde meelzak waarop in beeld en tekst de verschrikking van de oorlog tot je komt, maar op een wonderlijke wijze van kleur, fragiliteit, schoonheid en idealisme.

 

Versierde meelzak ‘Koene Held van Oppuurs’
“Koene Held Sterf Getroost! Amerika Zorgt voor Gade en Kroost.” staat geborduurd in vlammend rode letters
Stervende soldaat in het groene gras
Blonde engel met zilvergrijze vleugels

Een soldaat, gekleed in donkerblauwe jas, grijsblauwe broek en leren laarzen ligt stervend in het groene gras. Zijn leren tas ondersteunt zijn hoofd, zijn donkerblauwe kwartiermuts met rode rand en letter B ligt naast hem in het gras, in de rechterhand houdt de man zijn geweer. Een blonde vrouwenengel met zilvergrijze vleugels, gekleed in ruim geplooide roze japon, knielt op de nevelen van een blauwgrijze wolk en buigt zich over de soldaat. In de rechterhand houdt zij het Belgische vaandel, in de linkerhand reikt zij een groene lauwerkrans met rode bessen.

Geborduurd klimopblad

Klimopranken omslingeren de geborduurde lijst, waarin de vlaggen van vier geallieerde landen in de hoeken:  het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland; de Derde Franse Republiek; het Koninkrijk Italië; het Keizerrijk Rusland.
Midden bovenin, tussen de jaartallen 1914-1916 een schild/vlag van de Verenigde Staten van Amerika, neutraal tot april 1917 en brenger van de voedselhulp naar bezet België.

Kanten rand met bloemetjes en blaadjes

Een brede rand fijn, transparant, kant vol bloemetjes en blaadjes, omlijst het doek.

Dit is een bijlage met de volledige inventarisatie van deze meelzak.
De versierde meelzak heeft geen zichtbare herkomst bedrukking, geen stempel van een komiteit, geen beschadigingen of gaatjes in het doek: de benodigde kenmerken om het te kunnen vatten onder de typologie van ‘Amerikaanse meelzak’. Toch, door afmeting en de bewerkingen met borduur-, kant- en naaiwerk doet het zich voor als Versierde Meelzak in WO I.

Eendachtig de woorden van Patrick Loodts probeer ik de denkwijze van de borduurster van de meelzak honderd jaar geleden voor te stellen. De tekst is Vlaams, de beeltenis religieus romantisch. Het patroon van het borduurwerk zal zelf ontworpen zijn, bekwaamheid en kennis van zaken spreekt uit de detaillering van de afbeelding. Kennelijk had dit borduurwerk de bedoeling in België te blijven, niet als ‘dank je’ wel’ naar Amerika te worden gezonden.

Het is een Belgisch oorlogssouvenir met troostrijk woord en beeld voor mannen die dreigden hun leven op het slagveld te verliezen en zich erom bekommerden of hun vrouwen en kinderen wel verzorgd achter zouden blijven. Het antwoord was ja, Amerika zorgt voor vrouw en kinderen. Op een manier komt het mij naïef over, als getrouwde vrouw met een man, vechtend in de loopgraven, zou ik dit niet borduren, evenmin als meisje op school met een vader op het slagveld. De enige voorstelling, die ik mij kan maken, is dat dit doek geborduurd is door nonnen in een klooster. Zij waren vaardige borduursters en brengers van zorg en troostende, stichtelijke woorden.

De bewaarders van de versierde meelzak zijn Jeanne en Jozef De keersmaecker-Verbruggen in Oppuurs. Zij vonden het terug in het huis van Jeanne’s vader, Frans Verbruggen. Twee van zijn zussen, Irena en Antoinette Verbruggen, traden in het klooster; ze waren als meisjes op school geweest bij de nonnekes Annonciaden in Oppuurs. Dat was tijdens de Groote Oorlog en zij borduurden zelf ook op meelzakken. Het verhaal van de families De Keersmaecker en Verbruggen is in het boek ‘Geschiedenis van Oppuurs 1311-2003’ uitvoerig opgetekend door Jozef De keersmaecker. Dat is stof voor een volgend blog (zie ‘Dank van Oppuers‘, 30 december 2019).

Voor nu verwonder ik me over het borduur- en kantwerk van de koene held, de verschrikkingen van de oorlog in relatie tot de hulp uit Amerika zag ik niet eerder op een versierde meelzak uitgedrukt.

Over boeken en bibliotheken

De ontstaansgeschiedenis en de waarde van de ‘Versierde Meelzakken in WOI’ is in boeken, tijdschriften en online vaak beschreven. Ik heb inmiddels vele primaire en secundaire bronnen geraadpleegd, zie mijn bibliografie.

Primaire bronnen zijn geschreven door personen, die zelf in de jaren van WOI en direct erna betrokken zijn geweest bij de Versierde Meelzakken. Secundaire bronnen zijn geschreven door personen die er niet direct bij betrokken zijn geweest, baseren zich op primaire bronnen en zijn in latere jaren gemaakt.

Secundaire bron uit 2006: Het 14-18 Boek van Daniël Vanacker. ‘Het bezette land’, p. 316-330 biedt foto’s en geschiedenis over hulp, voeding, bewerking van meelzakken en patriottisme, bibliotheek AvK

Auteur Daniël Vanacker van Het 14-18 Boek (2006), noemde me twee Belgische primaire bronnen uit 1916 en 1919 met referentie naar versierde meelzakken.
Waar zou ik die boeken kunnen lezen?
Zijn suggestie was de Koninklijke Bibliotheek/Bibliotheque Royale van België (KBR) in Brussel.
Omdat ik in Voorburg bij Den Haag woon, was mijn praktische gedachte: de Koninklijke Bibliotheek van Nederland (KB) in Den Haag.

Eerste actie was dan ook online zoeken op de website WorldCat.org, die tip kreeg ik lang geleden van mijn dochter, promovenda aan de Universiteit Leiden, wetenschappers zoeken zo wereldwijd en vinden hun boeken, artikelen en tijdschriften in de dichtst bij zijnde bibliotheek. Een aanrader voor iedereen die publicaties zoekt.

Mijn actie had resultaat. De serie Belgische boeken waren in de KB in depot en uitleenbaar. Ik vroeg de boeken online aan en de volgende dag fietste ik langs de KB en haalde de boeken op. Boeken van 100 jaar oud zijn meestal alleen in de bibliotheek te raadplegen, gelukkig mochten deze mee naar huis. Saillant detail was dat een deel van de boeken nog niet eerder uitgeleend was door de KB en daarom niet online in de catalogus vindbaar was.

Jean Massart, ‘België’s verzet tegen de Duitsche overheersing: bijdrage tot het lijdensboek van België’, 1916, bibliotheek KB

Jean Massart publiceerde in 1916 ‘Comment les Belges résistent à la domination allemande. Contribution au Livre des douleurs de la Belgique’.
Massart, een vooraanstaand Belgisch wetenschapper, doet verslag van hoe hij in zijn land het eerste jaar van de Duitse bezetting heeft beleefd, hij beschrijft vernielingen, opeisingen, tekorten, censuur, beperking van bewegingsvrijheid, gevangennemingen, etc. In augustus 1915 wist hij aan gevangenneming door de Duitsers te ontkomen en vluchtte met zijn gezin naar Frankrijk, waar hij zijn boek uitgaf.

Bijlagen in het boek zijn foto’s. Eén foto toont de etalage van een bakkerij ‘Boulangerie-Patisserie Verviétoise’ met zes geleegde meelzakken geshowed op een rij achter twee Amerikaanse vlaggen en boven de uitstalling van 40 broden. Het onderschrift luidt:

Massart: “Etalage van een bakkerij versierd met zakken waarin de Amerikanen ons bloem sturen. Veel van deze zakken worden teruggestuurd naar de Verenigde Staten, nadat de Belgische dames spreuken hebben geborduurd en bedankt.”

Massart verklaart de uitstalling in de bakkerij als een uiting van Belgisch patriottisme, gericht tegen de Duitse bezetting.

Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in familieopzoekingen heeft geprobeerd de locatie van de Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise te achterhalen, het straatnummer is zichtbaar op de foto, het eindigt op ‘43’. Maar in welke stad of dorp is dit? Daniël Vanacker benadrukt dat de stad Brussel of Luik zal zijn, gelet op de verwijzing van Massart naar p. 204, de paragraaf ‘La gratitude des Belges envers les Etats-Unis’:
“La Belgique sait que c’est aux Etats-Unis qu’elle doit d’être ravitaillée. Sans la charité américaine notre patrie sombrait dans la détresse ou l’avaient plongée les exactions allemandes. Nul ici ne l’oubliera jamais et c’est au nom de la nation entière que le Roi Albert a remercié l’Amérique.
C’est à titre d’hommage, et aussi de reconnaissance, que le 22 février 1915, jour anniversaire de l’Indépendence américaine, les Belges portaient à la boutonnière la médaile avec le drapeau étoilé…
; à Liège, les officiers ont même arraché les insignes américains à des femmes et à des jeunes filles.”
(“België weet dat het aan de Verenigde Staten te danken is dat ze gevoed wordt. Zonder de Amerikaanse liefdadigheid zou ons vaderland op de rand van de afgrond staan ten gevolge van de Duitse wreedheden. Niemand hier zal het ooit vergeten en het is in naam van de hele natie dat koning Albert Amerika heeft bedankt. Het is als eerbetoon en teken van dankbaarheid dat op 22 februari 1915, de verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid, de Belgen in hun knoopsgat een versiersel met de stars-and-stripes droegen…; in Luik trokken Duitse officieren zelfs de Amerikaanse versierselen van de kleding van vrouwen en meisjes af.”)

Hubert Bovens ontdekte op internet een hedendaagse bakkerij Boulangerie-Pâtisserie Verviétoise in Sougné-Remouchamps, provincie Luik en pleegde een telefoontje. Jammer, er lijkt geen verband te zijn met de fotobijlage in het boek van Massart. We zouden er zo graag een broodje gaan eten.

Louis Gille, e.a. ‘Vijftig maanden Duitse bezetting’, deel I, 1914-1915,  1919, bibliotheek KB.

‘Cinquante Mois d’Occupation Allemande’ is geschreven door de journalisten Louis Gille, Alphonse Ooms en Paul Delandsheere tijdens de Eerste Wereldoorlog en afgerond in november 1918. In vier delen geven de auteurs vanuit hun woonplaats Brussel hun ooggetuige-verslag van de 50 maanden Duitse bezetting. Het verslag leest als een dagboek en is ingedeeld op jaar, maand en dag. Zaterdag 17 juli 1915 bevat het bericht over de ‘sacs américains’, ze zijn bijzonder geliefd onder de verzamelaars van oorlogssouvenirs:

Zaterdag 17 juli 1915
De Amerikaanse zakken die het tarwemeel hebben bevat voor het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit (NHVK) zijn bijzonder geliefd onder verzamelaars van oorlogssouvenirs. De zakken zijn voorzien van opdrukken en hoe karakteristieker de bedrukking, hoe hoger de verkoopprijs. Een zak van 30 francs is bedrukt met blauwe en rode letters, de tekst luidt in het Engels:

Van de stad Springfield (Ohio)
Als getuigenis van genegenheid
Onze vrienden de Belgen
Aan deze heroïsche natie
God zegene het!

Profiel van een indiaan op een beschilderde en geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’, Sperry Flour Company, Stockton, Californië. Particuliere collectie, België.

De zakken dragen behalve teksten, ook afbeeldingen in kleur; bijvoorbeeld het profiel van een Indiaan uit het Wilde Westen met verentooi.*) Het Nationaal Komiteit laat een groot aantal van deze zakken borduren, waarop vervolgens in zijden garens kleine Amerikaanse en Belgische vlaggen worden toegevoegd.
De borduursters maken schorten, lampenkappen, centerpieces, rugleuningen van fauteuils, gordijntjes. Meerdere zakken die aldus zijn getransformeerd en verfraaid, keren terug naar de Verenigde Staten als uiting van dankbaarheid van onze natie voor de hulp die we hebben ontvangen” (eigen vertaling).

 

Het verbaast me steeds met welk gemak ik de meeste publicaties ter beschikking krijg. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is goed voorzien van Belgische titels, zowel Nederlands- als Franstalige.

Rijksmuseum, Amsterdam

Heeft de KB het niet in huis, dan zijn er andere bibliotheken in Nederland om gebruik van te maken.

Charlotte Kellogg, ‘Bobbins of Belgium’, 1920, bibliotheek Rijksmuseum

Zo kwam ik in Amsterdam terecht in enerzijds de prachtige, oude bibliotheek van het Rijksmuseum en anderzijds de moderne bibliotheek van het

Lalla Vandervelde, Monarchs and Millionaires, 1925, bibliotheek IISG

Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De bibliotheek van de Vrije Universiteit staat er nog op mijn wensenlijst.

Thérèse de Dillmont, ‘Encyklopaedie der weiblichen Handarbeiten’, 1890, bibliotheek TextielMuseum
Margaretha Verweij, Borduurpatronen 1908-1912, bibliotheek TextielMuseum

In Tilburg bezocht ik de bibliotheek van het TextielMuseum en had een zeer interessant gesprek met bibliothecaris Jantiene van Elk. Het TextielMuseum heeft geen kleding of handwerk van versierde meelzakken van WO I in de collectie, noch zijn er boeken of publicaties over het onderwerp aanwezig.

Ida van Emsteder-Winkler, ‘De technieken van Kunstnaaldwerk’, 1910, bibliotheek TextielMuseum
Roszika Parker, ‘The Subversive Stitch. Embroidery and the making of the feminine’, 1984, bibliotheek TextielMuseum

Toch was mijn bezoek aan de bibliotheek buitengewoon waardevol, omdat Jantiene me textielboeken aanreikte met borduurpatronen en -technieken uit begin 1900. Ook gaf ze mij input via hedendaagse boeken over textiel en vrouwen/emancipatie en ’subversief’ werken met textiel.

De adviezen van deze bibliothecaris vormen een afspiegeling van de prettige manier waarop de bibliotheken me wegwijs maken in hun boekenbezit.

 

 

 

 

*)Zie ook mijn blog ‘Meelzakken in Dendermonde’ van 11 november 2019

Meelzakken in Dendermonde

Stadhuis Dendermonde in de voormalige Lakenhalle met het Belfort

Een week geleden vermaakte ik me online met een speurtocht naar ‘Indianenzakken’, dat zijn meelzakken van ‘Sperry Mills American Indian’ van de Sperry Flour Company in Stockton, Californië. Tot mijn verrassing ontdekte ik zo een beschilderde zak in Dendermonde via een artikel van de heemkundige kring Haaltert.*) Ze brachten me in contact met de verzamelaar en halsoverkop reisde ik af naar België voor nader onderzoek naar deze unieke collectievondst. Een verslag van mijn zakkenreis.

Gérard Hollaert temidden van zijn verzameling versierde meelzakken.

“Op de veiling in Brussel, los verkocht, een bundel textiel, het leek een baal vodden”, zo deed Gérard Hollaert de aankoop van zijn collectie meelzakken bij Galerie Moderne. “Ik heb wel 13 van die bloemzakjes”, vervolgde hij, “in twee keer gekocht op de veiling, tientallen jaren terug.” De bundel meelzakken die tevoorschijn kwam was indrukwekkend, dat waren er méér dan dertien stelde ik vast. Bij inventarisatie telden we totaal 24 meelzakken!

Detail van de geborduurde meelzak ‘Sperry Mills American Indian’
Het sierband met franje is met de hand aangezet

Zijn eerste meelzak was een geschenkje van de buren, ze wilden er van af, een geborduurde lap, ooit een kussentje geweest, nu half vergaan en na wat uitpellen kwam er een geborduurd meelzakje tevoorschijn. De vader van Gérard Hollaert wist hem er het fijne van te vertellen: de voedselhulp in de Groote Oorlog, een indrukwekkend verhaal. Zijn interesse was voor altijd gewekt en leidde hem naar de textiel aankopen in Brussel.
“Wat vond uw vrouw ervan, had zij interesse in de meelzakken?”, vroeg ik me hardop af. “Ze liet me maar begaan”, zeg hij, “Agnes Eeman (1932-1990) geboren in een boerenfamilie met acht kinderen, vier meisjes en vier jongens uit Denterhoutem, Haar oudste zus heette Paula, mijn schoonvader had de bijnaam Pasjaal.”

De serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ van Sperry Mills Co, Stockton, Californië
Het naaimachine stiksel loopt naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel van de meelzak

Een serie van vijf beschilderde meelzakken ‘Sperry Mills American Indian’ komt tevoorschijn uit de stapel meelzakken.  De gezichten van de indianen hebben ieder een eigen uitdrukking, hun verentooi is kleurrijk in de verf gezet.

Drie zakken hebben geborduurde letters, ze zijn open getornd voor het borduurwerk, daarna opnieuw dichtgenaaid, de stiknaad van de naaimachine is te zien naast de gaatjes van het oorspronkelijke stiksel.  Zouden studenten op school de zakken hebben beschilderd en daarna geborduurd?

Een serie van 9 zakken American Commission
Idyllisch landschap ‘L’Yser entre Nieuport et Dixmude’ met signatuur S. Chotteau 1916

Een tweede serie van  negen beschilderde zakken draagt de bedrukking ‘American Commission’. Elk exemplaar is voorzien van een landschap (7x), graanschoven (3x) en/of de Vlaamse leeuw (5x).
De patriottische bedoeling krijgt nadruk door de aanduiding van de plek: L’Yser, Nieuport, Dixmude, Dinant Rocher Bayard (in het Frans).

De Vlaamse leeuw verbreekt zijn ketenen

De Vlaamse leeuw ontdoet zich van de ketenen met de vlammende tekst: ‘Zij zullen hem niet temmen, zoolang een Vlaming leeft…’ (in het Nederlands).
Ook twee meelzakken uit Kansas en Kentucky zijn beschilderd met de Vlaamse leeuw. De schildering op een meelzak uit Oregon is een landschap met de IJzer.

Koning Albert I in twee portretten

 

De herkomst van de derde serie blijkt Ohio: Chicago’s Flour Gift van de Star & Crescent Milling Company, verstuurd naar bezet België dankzij de hulpactie van de krant Chicago Evening Post. Het leverde twee kleurrijke portretten op van Koning Albert I.

De vierde serie zijn meelzakken met herkomst uit Canada: ‘Flour. Canada’s Gift.’ Het schilderwerk zijn een allegorische voorstelling van een vrouw met kroon en vaandel en twee Belgische militairen, waarvan een met vaandel.

 

‘Flour. Canada’s Gift.’, drie beschilderde meelzakken
Detail van allegorische schildering op Canadese meelzak

Dan hebben we 24 meelzakken getypeerd en in beeld gebracht. Gérard Hollaert en ik bespreken de plaats waar de zakken met meel in België zijn aangekomen en geleegd.

Stempel ‘CNSA pour le Brabant’

Overduidelijk bewijs voor de beschilderde zakken is aanwezig: dit was in de provincie Brabant, op voor- en achterzijde is gestempeld door het provinciale Comité de Secours et d’Alimentation pour le Brabant.

Gérard Hollaert duidt de schilderingen van koning Albert I met Belgisch vaandel en de Vlaamse leeuw die de ketenen verbreekt.

Wie de schilders zijn geweest, hoeveel en of ze in onderwijs of werkverband de meelzakken hebben beschilderd, blijft voor ons de vraag.

Gérard Hollaert is actief lid van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, hij fungeerde ook als bestuurslid. Hij bewaart een uitgebreide verzameling seriematig beschilderde meelzakken van WO I. Het werk van de Belgische kunstenaars is doordrenkt van vaderlandsliefde in de bezettingstijd 14-18.

Ik ben hem zeer erkentelijk voor de gastvrijheid bij hem thuis en de gedachtenwisseling over zijn collecties.

 

*) Pots, Luc, Beschilderde meelzakken: stille artistieke getuigen van de Amerikaanse voedselhulp tijdens ‘den Grooten Oorlog’. Haaltert: Mededelingen Heemkundige Kring Haaltert en deelgemeenten, 35e jaargang 2015-nr. 4, p. 7-9

De emotie van de meelzak

In juni 2019 ben ik op zakkenreis geweest in de Westhoek in België. Ik deed onderzoek in Ieper, Veurne, Waregem en Nazareth en verbleef in Zonnebeke.
Marc Dejonckheere interviewde mij voor VIFF Magazine van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum. Het tijdschrift plofte gisteren bij me op de mat!

Nederlandse Annelien van Kempen voert onderzoek naar versierde meelzakken uit WO I

“De voorbije zomer deed kunstenares en onderzoekster Annelien van Kempen uit het Nederlandse Voorburg met steun van het Koen Kochfonds research naar de versierde meelzakken van Herbert Hoovers Commission for Relief in Belgium in de collectie van het In Flanders Fields Museum in Ieper. De zakken vol meel uit de VS en Canada waren bedoeld als voedselhulp aan het bezette België in WO I.
Doorgaans ken je geen ruggengraat of gevoelens toe aan een bloemzak.
De Belgische naaisters, borduursters, kantwerksters en schilders die de zakken kunstig bewerkten, getuigden echter van enthousiasme, creativiteit en vindingrijkheid, evenzeer als patriottisme en diepe dankbaarheid ten aanzien van de gulle schenkers.
Het IFFM herbergt alvast enkele topstukken, die de passie van Annelien van Kempen voor haar onderzoeksobject verder aanwakkerden.”

VIFF Magazine nr. 70, juli-sept. 2019.
De vragen en foto’s zijn van Marc Dejonckheere.

U leest het interview hier.

 

Article in Patakon

Embroidered flour sacks in WW I: Nice souvenirs, serve well as gifts; the profits are worth talking about.
The relic of a heroic people.

My first article about the WW I decorated flour sacks has been published in print!
23 pages with text, photos and a selective bibliography can be found in the September 2019 issue of Patakon, the bakery heritage magazine of the Furnes Bakery Museum.

Summary

The article in Patakon is putting the Furnes Bakery Museum WWI flour sacks in their historical context. Through historical newspaper reports and photographs I broaden and deepen the Belgian perspective on the remembrance culture of the decorated “American” flour sacks.

I present 15 newspaper reports and 8 images from illustrated magazines, published between 1914 and 1918, with flour sacks related quotes.

Ferdine de Wachter is showing proudly her embroidered and decorated flour sack, 1915. Photo courtesy of Rumesta History Circle.

Another 7 images illustrate the relief efforts of women in occupied Belgium, including Madame Vandervelde whose campaign for food aid in the USA resulted in flour sacks, printed with the name of her own Madame Vandervelde Fund.

Embroiderer Ferdine De Wachter, at the age of 18, is proudly standing next to her embroidered flour sack.

My research of the Furnes Bakery Museum flour sack collection led to the discovery of several remarkable details. The detection of similar flour sacks in other collections led to new conclusions through comparative research with the three Furnes decorated flour sacks. In addition, I delved into historical information about the origin of the flour sacks.

These flour sacks are souvenirs that the Furnes Bakery Museum is right to store with care and display with pride.
The article was created in collaboration with Ina Ruckebusch, scientific staff member/collection manager.

The article originally appeared in the Dutch language.
You can read its English translation here.

Artikel in Patakon

‘Geborduurde meelzakken in WO I: Aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk; het overschot is het spreken waard.
 De relikwie van een heldenvolk’.

Mijn eerste gedrukte artikel over de versierde meelzakken in WO I is verschenen!
23 bladzijden met tekst, foto’s en een selectieve bibliografie staan in het 2019-septembernummer van Patakon, het tijdschrift voor bakerfgoed van het Bakkerijmuseum in Veurne.

Samenvatting

Het artikel plaatst de vier meelzakken van WO I in het Bakkerijmuseum Veurne in hun geschiedkundige context.
Via historische krantenberichten en foto’s verbreed en verdiep ik het Belgisch perspectief op de herinneringscultuur van de versierde ‘Amerikaanse’ meelzakken.

Ferdine de Wachter toont haar versierde meelzak, 1915. (afb. Geschiedkundige Kring Rumesta).

Citaten uit 15 krantenberichten en 8 foto’s uit geïllustreerde tijdschriften, verschenen tussen 1914 en 1918, zijn gerelateerd aan de meelzakken.

7 andere foto’s illustreren de inzet van vrouwen, onder meer Madame Vandervelde wiens campagne voor voedselhulp in de VS resulteerde in meelzakken, bedrukt met de naam van haar eigen Madame Vandervelde Fund.

Borduurster Ferdine De Wachter staat als 18-jarige fier naast de door haar versierde meelzak.

Mijn research van de meelzakken in het Bakkerijmuseum leidde tot de ontdekking van opmerkelijke details.  De vondst van gelijkaardige meelzakken in andere collecties leverde via vergelijkend onderzoek met de drie versierde meelzakken in Veurne nieuwe conclusies op. Daarnaast diepte ik historische informatie op over de herkomst van de meelzakken.

Het Bakkerijmuseum Veurne houdt vier meelzakken van WO I met zorg in bewaring.  In samenwerking met Ina Ruckebusch, wetenschappelijk medewerker/collectiebeheerder, is het artikel tot stand gekomen.

Je leest het artikel hier.

Detail van meelzak ‘Valleyfield’: Belgische en Franse vlag in verbleekte kleuren op de buitenkant.
Hetzelfde detail aan de binnenkant in frisse kleuren. Beide afb. Annelien van Kempen.

 

 

Reusing Flour Bags as Clothing

Decorated flour sack from flour factory in Buffalo, NY, with embroidery and needlework “Merci aux Américains” by “École Morichar de Saint-Gilles”, 1915; Fig. “From Aid to Art”, San Francisco Folk Art Museum, 1987, Hoover Institution Library & Archives Collection, Stanford University, USA.

One of the goals of my research is to unravel the mythical history of the origins of the decorated Flour Bags in WWI. Decorated Flour Bags in WWI can be both embroidered, decorated with needlework and with lace, as well as painted on by artists. Flour Bags have been transformed into clothing.

Who had the idea of reusing these bags and where and when did that start? Was it a Belgian initiative or did it happen due to American suggestion?

Belgian newspapers and magazines
To find answers to my questions, I systematically went through a number of Belgian newspapers and illustrated magazines from the end of 1914, beginning of 1915; these have been digitized and are online.

I had already found some American publications before and combined them with the information from Belgium.

Color photo in “1914 ILLUSTRÉ, no. 22, February 1915”: Flour arrives in Brussels

I have split my analysis and findings into four parts:

  1. Reuse of Flour Bags into clothing.
  2. Transformation of Flour Bags with embroidery, needlework and lace into decorated Flour Bags, Belgian primary sources.
  3. Transformation of Flour Bags into painted decorated Flour Bags, Belgian primary sources.
  4. Transformation of Flour Bags into decorated Flour Bags, American primary sources.

Reusing Flour Bags as clothing
In this blog I will discuss the origin of the reuse of Flour Bags as clothing. Two primary sources, one Belgian from early 1915 and one American from late 1914, bear witness to this.

1) January 1915: Madame Vandervelde

Madame Vandervelde; Fig. gw.geneanet.org

The earliest Belgian source with information that I have found so far is an article about Madame Vandervelde. Her maiden name was Charlotte ‘Lalla’ Speyer, British by birth but from German parents, she was married in 1901 to her second husband, the Belgian Minister of State, Emile Vandervelde. The couple divorced immediately after WWI. [1]

Article in “Le XXe siècle: journal d’union et d’action catholique” of January 16, 1915

Since October 1914, Madame Vandervelde had been in the United States to ask for help for the Belgian population in need. In Buffalo, New York, she gave a lecture and received 10,000 bags of flour as a gift. The bags were made of fine cotton and intended for reuse.

La propagande pro-belge aux États-Unis.
‘Madame Vandervelde, la femme du Ministre d’Etat, est aux
États-Unis depuis plus de trois mois. Elle y a donné et y donne sur la Belgique et les horreurs, dont elle a été victime, une série de conférences qui ont le plus grand succès et dans lesquelles on acclame la Belgique et les Belges. …..
A Buffalo, des industriels lui ont offert un bâteau chargé de 10.000 sacs de farine, – sacs confectionnés en fine toile et en étoffe, afin qu’ils puissent servir par la suite et être transformés en vêtements et en linges pour les habitants. …

Translation: “In Buffalo, manufacturers have donated to her a ship with 10,000 bags of flour – bags made of fine canvas and cloth, so that these can afterwards be used and transformed into clothing and towels for the inhabitants…. “

Madame Vandervelde had apparently set up her own relief fund, the ‘Madame Vandervelde Fund’, to house all the donations she received in the United States. I have deduced this from:

Unprocessed flour sack Madame Vandervelde Fund.  Image: Imprimerie Société Anonyme Belge de Phototypie (Collection IFFM)

a) the unprocessed Flour Bag on a photo of a Flour Bags-collage, provided to me by the In Flanders Fields Museum (IFFM), Ypres, with the text: “War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund – Belgian Relief Fund, Buffalo, N.Y. U.S.A. 49 Lbs.”[2]

Decorated flour sack “Madame Vandervelde Fund”, collection IFFM, Ypres

 

 

b) the decorated Flour Bag, which I see online at the ‘Ieperse Collecties’ (Ypres Collections). Object number IFF 003008 is an “Embroidered and painted Flour Bag attached on a stretcher with the text “War Relief Donation – Flour 1914-1915 – from Madame Vandervelde Fund “. At the top the portrait of Emile Vandervelde, Minister of State of Belgium.”

 

2) November 1914: Mr. William C. Edgar

The earliest American source on the reuse of Flour Bags as clothing comes from Mr. William C. Edgar, editor-in-chief of the American newspaper “The Northwestern Miller” in Minneapolis, Minnesota. On November 4, 1914, he started the aid campaign “The Miller’s Relief Movement”. [3] The newspaper, a trade magazine for grain millers, made a request to subscribers and advertisers, in particular the flour mills, to donate flour for Belgium’s aid. The quality of the flour was specified in detail and the packaging had to meet the following conditions: cotton bags, sturdy for transport, dimensions suitable for handling by one person and last but not least “suitable for reuse“:

Instructions were issued at the same time for packing the flour. These stipulated that a strong forty-nine pound cotton sack be used. This was for three reasons: the size of the package would be convenient for individual handling in the ultimate distribution; the use of cotton would, to a certain extent, help the then depressed cotton market, and finally and most important, after the flour was eaten, the empty cotton sack could be used by the housewife for an undergarment, the package thus providing both food and clothing. ‘(Final Report: The Miller’s Belgian Relief Movement 1914-1915, p. 9). [4]

Tradition

Undergarment made from Flour Bag. Fig.: Herbert Hoover Presidential Library & Museum, Iowa, USA

The motive for reuse was widely used among the American female population. Reuse of cotton bags had already been established for decades and earlier. Cotton was a product of the country, bags were usable pieces of cotton. It provided the sparing housewife with simple items of clothing for free or for a low price. After good washing, the seamstresses cut the pattern of the clothes out of the bags and mainly made undergarments for their own family. After the First World War, the reuse of cotton bags developed further in the US from the 1920s.

Lou Hoover poses in a cotton evening gown to encourage women to wear cotton clothing, in particular evening gowns (around 1930); Fig. firstladies.org

During the depression in the 1930s, the Americans protected their distressed cotton industry, reusing cotton bags was a sign of frugality and also a patriotic duty. Product development and marketing efforts by bag suppliers resulted in washable prints, washable labels and finally colorful, fashionable and hip prints on the bags. In the 40s and 50s it was particularly fashionable to wear garments made from bags. A true “Feedsack” cult prevailed among rural women to sew clothes from used cotton bags that had served as packages of chicken feed, flour, sugar and rice for the entire family. [5]

Photo in ‘L’ événement Illustré: L’Ouvroir des Dames Namuroises’, April 1915, no. 9
Jacket made from Flour Bag. Fig.: Herbert Hoover Presidential Library & Museum, Iowa, USA

The reuse of flour bags into clothing would have been taken up by Belgian women’s organizations under the protection of the Comité National de Secours et d’Alimentation, as soon as the relief work had properly started in January 1915.

It was typical of Belgian women that they not only made undergarments from the flour bags, but also cute, happy dresses for their children. In Heverlee, 80 children, mostly girls from around 4 to 6 years old, were photographed, dressed in Flour Sacks with the “American Commission” logo.

Image in Europeana Collections

Mr. Robert Bruyninckx shared this black and white photo of 14 × 9 cm in the Europeana Collections under the title: “Group photo with children dressed in clothes made from bags of the American Commission for Relief in Belgium.”

Description: “Group photo with Jeanne Caterine Charleer (° 17 Aug 1910 in Heverlee), top row, 7th from the right. Children dressed in clothes made from bags of the American Commission for Relief, with the American flag in the background. The photo is a family piece. Jeanne Caterine Charleer was the mother of Robert Bruyninckx.”[6]

Girl in Flour Bag dress from California. Fig.: Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, V.S.

A girl in New York was photographed in a “Belgian” dress with the “Sperry Flour” logo from California.

Conclusion

Although I have only found two primary sources to date, I nevertheless come to a provisional conclusion about the origin of the reuse of Flour Bags as clothing: this practice was taken up in Belgium at the suggestion of American relief workers. The Belgian women found the Flour Bags so special, they made, apart from undergarments, also nice dresses for their children.

 

[1] Gubin, Eliane, Dictionnaire des femmes belges: XIXe et XXe siècle, p. 510-512; gw.geneanet.org: “Charlotte Hélène Frédérique Marie Speyer”

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (‘American flour sacks as textile witnesses of World War I’. Brussels, Cinquantenaire: Bulletin of the Royal Museums of Art and History), deel 84, 2013, p. 97-126

[3] See also my blog: “A Celebrity Flemish Flour Bag in The Land of Nevele” of October 25, 2018

[4] The Millers ’Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its Director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV

[5] Three sources to continue reading about ‘Feed Sacks’:
Linzee Kull McCray, Feed Sacks, The Colourful History of a Frugal Fabric, 2016/2019;
– Gillian Vogelsang-Eastwood, 
For a few sacks more, online exhibition Textile Research Centre, Leiden, 2018
– Marian Ann J. Montgomery, 
Cotton and Thrift. Feed Sacks and the Fabric of American Households, 2019

[6] The group photo with the children in Heverlee in clothing from bags with the logo ‘American Commission’ is printed in the article by Ina Ruckebusch: ‘Belgische voedselschaarste en Amerikaanse voedselhulp tijdens WOI’ in: Patakon, tijdschrift voor bakerfgoed, (Belgian food scarcity and American food aid during WWI’ in: Patakon, Magazine about bakery heritage) 5 nr. 1 (2014) , p. 29.

 

Transformatie van Meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk

Mijn doelstelling van onderzoek is onder meer de mythische geschiedenis van het ontstaan van de Versierde Meelzakken in WOI te ontwarren.
Versierde Meelzakken in WOI zijn zowel geborduurd, bewerkt met naaldwerk en versierd met kant, als beschilderd door kunstenaars. Er zijn Meelzakken getransformeerd tot kleding.
Wie hebben het idee gehad om de zakken her te gebruiken en waar en wanneer is dat begonnen? Was het een Belgisch initiatief of gebeurde het op Amerikaanse suggestie?
Voor het vinden van antwoorden op mijn vragen heb ik systematisch een aantal Belgische kranten en geïllustreerde tijdschriften van eind 1914, begin 1915 doorgespit, Deze pers is gedigitaliseerd en staat online. Enkele Amerikaanse publicaties had ik al eerder gevonden en combineer ik met de informatie uit België. Mijn eerste blog in de reeks van 24 mei 2019 handelt over hergebruik van meelzakken tot kleding.

Versierde Meelzak, geborduurd door Germaine Joly, Ecole Moyenne, Saint-Gilles, Bruxelles. Afb. ‘From Aid tot Art’, San Francisco Folk Art Museum, 1987, collectie Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, V.S.

Dit tweede blog bespreekt de:

Transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk tot Versierde Meelzakken. Belgische bronnen 1915

Hieronder volgen zeven Belgische primaire bronnen uit 1915 over het ontstaan van deze Versierde Meelzakken.

1) Maart 1915: De Kempenaar, Turnhout


Tot heden heb ik in de krant ‘De Kempenaar’ de vroegste bron gevonden met een beschrijving van het versieren van de meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk. In bloemrijke woorden gaven de Versierde Meelzakken gelegenheid tot een patriottische ‘cri-de-coeur’ van een journalist in Turnhout, provincie Antwerpen onder de kop: ‘De Duitschers in De Kempen’:
Terwijl ons uit het miljardenland allerlei benodigdheden toekomen om de in druk en nood verkeerende belgische bevolking te helpen, heeft ons vrouwelijk element met zoveel fijnen tact als edelmoedig gevoel een middel gezocht en gevonden om de Amerikanen een blijk te geven van innige dankbaarheid.
En zie op de zakjes waarin ons het Amerikaansch meel wordt toegezonden en waarvan sommige den naam dragen van den wereldberoemden milliardair Rockefeller hebben zij hun kunst uitgespreid in prachtig naald- en borduurwerk, waarop zij de landkaarten van België, van de provincie Antwerpen, bloemen en figuren hebben uitgewerkt en geborduurd, soms met fijne echte Turnhoutse kanten afgezet en welke straks in de nieuwe wereld een uitroep van verbazing en bewondering zullen uitlokken, ja misschein aan den prijs van honderden of duizenden dollars zullen worden verkocht. ’t Is immers een aandenken van dat kleine maar dappere volk, van die heldhaftige Belgen, die zoo eer- en roemvol hunnen vaderlandse plicht hebben vervuld?… ’t Is het werk van de moeders, van de zusters dier bewonderenswaardige soldaten, die nu met eigen kunst en eigen handenarbeid de beschermers van ons volk en onzer natie een klein maar veelbeteekenend aandenken willen zenden dat ginds in de groote familiën als de reliquie van een heldenvolk, dat strijdt voor zijn recht, zijne vrijheid en onafhankelijkheid, zal ontvangen en bewaard worden??… (De Kempenaar, 21 maart 1915)

2) Maart 1915: ‘La farine d’Amérique’

Foto van winkeletalage in L’Actualité Illustrée, 27 maart 1915

Het tweede bericht is een foto in L’Actualité Illustrée van 27 maart 1915. De foto met onderschrift ‘La farine d’Amérique’ (‘Het meel van Amerika’) toont de etalage van een winkel, waarin Meelzakken zijn uitgestald. Wat zie ik op deze foto?
– de etalage van een broodbakkerij die reclame maakt voor zijn ‘hygiène et propreté’ en ‘pétrissage mécanique’ (‘hygiene en zindelijkheid’ en ‘mechanisch kneden’)
– de presentatie van een serie lege Meelzakken en vele Amerikaanse vlaggetjes, met centraal bovenin waarschijnlijk een ingelijste, misschien wel een geborduurde Meelzak.
Dit alles als bewijs van enthousiasme voor de ontvangst van het meel, de kwaliteit van het daarmee gebakken brood door deze bakker, de dankbaarheid aan ‘Amerika’ en een gebaar van Belgisch patriottisme inclusief indirect verwijt aan de Duitse bezetter.

3) April 1915: Dagboek ‘J. v. d. K’

Schilderijtje/fotolijstje geborduurd door schoolmeisje uit Anderlecht, Brussel, 1915. Afb. Herbert Hoover Presidential Library and Museum, Iowa, V.S.

Het dagboek van ‘J.v.d.K.’ is een interessante bron over het borduren op school. In haar dagboek noteerde het meisje:
“Le 26 avril -1915…Mère brode a ma place des sacs d’Am
Le 28 avril – 1915…A l’école nous brodons les sac de farine am… Rien de nouveau sous le soleil (chanson de ma jeunesse)…'(Lucien Karhausen, Le Cahier Perdu…p 103, 104)

Vertaling:
“26 april 1915…Moeder borduurt in mijn plaats ‘Am’ zakken
28 april 1915…Op school borduren we de ‘Am’ meelzakken… Niets nieuws onder de zon (lied uit mijn jeugd)…’

Op (naai)scholen waren de meisjes aan het borduren gezet. Enige verveling zal hen niet vreemd zijn geweest…Omdat het borduren in onderwijsvorm plaats vond, ontvingen de meisjes geen vergoeding voor hun werk.

De Belgische Standaard, 7 mei 1915

4) Mei 1915: Een brief in De Belgische Standaard
‘OPWIJCK. Uit een paar brieven. ………….
Wij zijn nog altijd goed voorzien van eetwaren: Amerika zorgt voor alles. Leve Amerika! We krijgen meel en dons alle weken en als men daarbij wat boeremeel gebruikt, eet men allersmakelijkst brood; … Wij nu om onze dankbaarheid aan onze weldoeners te betoonen, borduren ledige meelzakjes met driekleurige teekeningen en als opschrift: «Het dankbaar Opwijck aan de Vereenigde Staten», en andere. Ik maak een milieu de table en zoo brengt ieder iets bij. Zoo werkt men in alle dorpen en ’t schijnt dat ons werk dollars verkocht wordt aan de milliardairen die gedenkenissen willen van het diep geteisterde België. De opbrengst is voor ons. ………...’ (De Belgische Standaard, 7 mei 1915).

5) Mei 1915: ‘Verkoop van Amerikaansche Zakken’

Het Vlaamsche Nieuws, zaterdag 29 mei 1915

Er verschenen berichten in de krant over de verkoop van lege Meelzakken.
‘Verkoop van Amerikaansche Zakken. – De zakken waarin de bloem van Amerika ons toekomt, werden sedert eenigen tijd verkocht ten voordeele van het Voedingskomiteit. De verkoop heeft plaats op de Anspachlaan (Brussel), in de bureelen waar vroeger de Red Star Line gevestigd was. De eerste verkoopdagen gaven een uitslag waar geen mensch zich verwachtte. De zakken werden dan overgeleverd aan jonge meisjes die er allerlei heel schoone zaken uit vervaardigen, allerlei herinneringen aan den oorlog of uitingen van dankbaarheid jegens het edelmoedige Amerika dat ons die zakken zond, gevuld met de bloem die ons van den hongersnood bevrijdde.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 29 mei 1915)

KBR: Ansichtkaart online

Een ansichtkaart, onderdeel van de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (KBR) toont een foto van de etalage van het genoemde pand aan de Anspachlaan. De foto was te zien op de tentoonstelling ‘Food & War.

De etalage van de Red Star Line in de Anspachlaan, Brussel. Afb. Expositie War & Food, Evere, 2016

Een culinaire geschiedenis van de Groote Oorlog.’ in Brussels Museum van de Molen en de Voeding te Evere van oktober 2015-augustus 2016. Wanneer de foto is gemaakt is onvermeld, mijn inschatting zou zijn voorjaar/zomer 1915. De etalage is gevuld met Versierde Meelzakken: ‘Sacs de farine Américains brodés et transformés vendus au Profit des Orphelins de la Guerre. Marcovici éditeur, Bruxelles, 27, Av. Stéphanie’. Op de foto is middenbovenin, rechts naast de meelzak ‘Washington Flour’ het hoofd te zien van een verkoopster in de winkel.

6) Augustus 1915: Huldeboek Gent


Het Huldeboek van de stad Gent bedankt in 1915 het plaatselijke comité van dames met de volgende tekst: “Secours Discret, Section D: Aide et protection aux brodeuses (Œuvres des Sacs Américains). Cette section dont s’occupent spécialement:
Mesdames Baronne de Crombrugge, J. Feyerick, E. de Hemptinne, Vande Putte.
A pris l’initiative de transformer en coussins brodés et autres ouvrages artistiques, les sacs à farine (aux marques de fabriques originales) reçus de l’Amérique.
Son siège est situé Marché aux Oiseaux, dans les magasins de M. Robert, mis gracieusement à la disposition de la section.
La vente se fait au profit du Comité Provincial de Secours et l’entreprise assure un salaire à un certain nombre d’ouvrières.’[1]

Vertaling:
‘Discrete Hulp, sectie D: Hulp en werkgelegenheid voor borduursters (Werken van de Amerikaanse Zakken). Deze sectie, waar de volgende dames zich speciaal mee bezig houden: de dames Baronne de Crombrugge, J. Feyerick, E. de Hemptinne, Vande Putte heeft het initiatief genomen om geborduurde kussens en andere artistieke werkstukken te maken van de uit Amerika ontvangen meelzakken (met oorspronkelijke merknamen van de meelfabrieken). Het komiteit is gevestigd ‘Marché aux Oiseaux’ in de winkel/magazijnen van meneer Robert, die kosteloos ter beschikking zijn gesteld. De verkoop komt ten goede aan het Provinciale Hulpkomiteit en de onderneming verschaft loon aan een aantal arbeidsters.’

Versierde Meelzak, geborduurd in Gent, 1915. Collectie en afb. Frankie van Rossem

 

7) November 1915: ‘Aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk’


Het komiteit in Gent duidde het werken aan de meelzakken dus aan als werkgelegenheid scheppen voor werkloze borduursters en verkopen voor het goede doel zoals wezen en andere oorlogsslachtoffers. Voorwerpen maken om te dienen als Sinterklaasgeschenken bleek belangrijk! Cadeau’s maken voor de Amerikaanse hulpverleners was niet het doel… In november 1915 lezen we deze mededeling in meerdere kranten:

 

‘Amerikaansche zakken .- Het komiteit der Amerikaansche zakjes, heeft besloten in het vooruitzicht der St. Niklaasgeschenken, over te gaan tot den verkoop van eene gansche nieuwe reeks, prachtig geborduurde zakjes alsook van eene menigte voorwerpen vervaardigd bij middel van zakken, voortkomende van de Vereenigde Staten. Elk dezer voorwerpen draagt een Amerikaansch fabriekmerk, op kunstige wijze geborduurd! ’t Zijn aardige herinneringen, zeer dienstig als geschenk; wat meer is de aankoop van elk dezer voorwerpen is een goed werk aangezien de opbrengst van den verkoop dient om in het onderhoud te voorzien van talrijke werksters en om de inkomsten van het «Werk der Oorlogswezen» te vermeerderen. … De verkoop zal op 30 November aanvangen.’ (De Gentenaar. De landwacht, De kleine patriot, 17 november 1915) [2]

Conclusie

Foto collage van de aanvoer van meel tot uitdelen van het brood. Afb. uit expositie ‘Remembering Herbert Hoover and the Commission for Relief in Belgium’, In Flanders Fields Museum, Ieper, 2013

Belgische vrouwen hebben met hun handelsgeest doortastend het initiatief genomen om lege meelzakken te transformeren tot ‘Versierde Meelzakken’. In de geest van de Amerikaanse hulpverleners zijn de meelzakken inderdaad herbruikt, maar op een verrassend inventieve wijze. De utilitaire en zuinige benadering van de Amerikanen -herbruik de meelzakken voor het maken van ondergoed en handdoeken- is doorbroken door de Belgische vrijgevigheid en de wens om schoonheid te scheppen, artikelen te maken die de mensen graag zouden ontvangen als cadeaus en souvenirs.

Foto in het tijdschrift ‘Le Temps Présent’, 31 maart 1915

Zelfs leeg en onbewerkt waren de meelzakken met logo’s van de meelfabrieken en teksten van de hulpbrengers al zo mooi, dat ze een aantrekkelijk souvenir vormden. Samen met fraaie kussens, theemutsen, hangers, tafellopers, tasjes versierd met kleurrijk borduurwerk, sierlijk naald- en kantwerk, vulden de Meelzakken royaal de Belgische winkeletalages, verkooptentoonstellingen en tombola’s.
De opbrengst was bestemd voor het goede doel. De twee achterliggende drijfveren voor de Belgische bevolking waren
– het scheppen van werkgelegenheid en
– door verkoop geld inzamelen voor hulp aan oorlogsslachtoffers.

Cadeau doen van de Versierde Meelzakken als souvenirs, herinneringen aan de oorlog, en uit dankbaarheid voor de voedselhulp was het verkoopargument, het droeg bij aan het verkrijgen van financiële steun van welgestelden in België en de ‘milliardairs’ in Amerika.

 

[1] Ville de Gand, Œuvres de Philanthropie…1915,  blz. 73, 74
[2] Vier kranten: De Gentenaar. De landwacht. De kleine patriot; Het Volk. Christen Werkmansblad; Vooruit. Socialistisch Dagblad; Journal de Gand, alle gepubliceerd op 17 november 1915

Hergebruik van Meelzakken tot kleding

Versierde Meelzak van meelfabriek in Buffalo, NY,  met borduur- en naaldwerk ‘Merci aux Américains’ door ‘École Morichar de Saint-Gilles’, 1915; Afb. ‘From Aid tot Art’, San Francisco Folk Art Museum, 1987, collectie Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, V.S.

Mijn doelstelling van onderzoek is onder meer de mythische geschiedenis van het ontstaan van de Versierde Meelzakken in WOI te ontwarren.
Versierde Meelzakken in WOI zijn zowel geborduurd, bewerkt met naaldwerk en versierd met kant, als beschilderd door kunstenaars. Er zijn Meelzakken getransformeerd tot kleding.
Wie hebben het idee gehad om de zakken her te gebruiken en waar en wanneer is dat begonnen? Was het een Belgisch initiatief of gebeurde het op Amerikaanse suggestie?

 

Belgische kranten en tijdschriften
Voor het vinden van antwoorden op mijn vragen heb ik systematisch een aantal Belgische kranten en geïllustreerde tijdschriften van eind 1914, begin 1915 doorgespit, Deze pers is gedigitaliseerd en staat online.
Enkele Amerikaanse publicaties had ik al eerder gevonden en combineer ik met de informatie uit België.

Kleurenfoto in ‘1914 ILLUSTRE, no 22, februari 1915’: Meel komt aan in Brussel

Ik heb mijn analyse en bevindingen uitgesplitst in vier delen:

  1. Hergebruik van meelzakken tot kleding, zie dit blog 24 mei 2019.
  2. Transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk tot Versierde Meelzakken, Belgische primaire bronnen, zie blog 26 mei 2019.
  3. Transformatie van meelzakken tot beschilderde Versierde Meelzakken, Belgische primaire bronnen.
  4. Transformatie van meelzakken tot Versierde Meelzakken, Amerikaanse primaire bronnen.

Hergebruik van Meelzakken tot kleding
In dit blog zal ik ingaan op het ontstaan van het hergebruik van Meelzakken tot kleding. Twee primaire bronnen, een Belgische uit begin 1915 en een Amerikaanse uit eind 1914, getuigen ervan.

Madame Vandervelde; Afb. gw.geneanet.org

1) Januari 1915: Madame Vandervelde
De vroegste Belgische bron met informatie die ik tot heden heb gevonden is een artikeltje over Madame Vandervelde. Haar meisjesnaam was Charlotte ‘Lalla’ Speyer, van geboorte Britse uit Duitse ouders, ze was in 1901 getrouwd met haar tweede echtgenoot, de Belgische Minister van Staat, Emile Vandervelde. Het paar scheidde direct na WOI. [1]

Artikel in ‘Le XXe siecle: journal d’union et d’action catholique’ van 16 januari 1915

Sinds oktober 1914 verbleef Madame Vandervelde in de Verenigde Staten om hulp te vragen voor de Belgische bevolking in nood. In Buffalo, New York, hield ze een lezing en kreeg zakken meel als geschenk. De zakken waren van fijne katoen en bedoeld voor hergebruik.

La propagande pro-belge aux Etats-Unis.
‘Madame Vandervelde, la femme du Ministre d’Etat, est aux Etas-Unis depuis plus de trois mois. Elle y a donné et y donne sur la Belgique et les horreurs, dont elle a été victime, une série de conférences qui ont le plus grand succès et dans lesquelles on acclame la Belgique et les Belges. …..
A Buffalo, des industriels lui ont offert un bâteau chargé de 10.000 sacs de farine, – sacs confectionnés en fine toile et en étoffe, afin qu’ils puissent servir par la suite et être transformés en vêtements et en linges pour les habitants. … ‘.

Vertaling:
‘In Buffalo hebben industriëlen haar een schip geladen met 10.000 zakken meel geschonken – zakken gemaakt van fijn doek en van fijne stof, zodat deze vervolgens gebruikt kunnen worden en getransformeerd tot kleding en handdoeken voor de mensen.’

Madame Vandervelde had kennelijk een fonds opgericht om de donaties die zij in de Verenigde Staten ontving, in onder te brengen. Ik maak dit op uit:

Onbewerkte Meelzak Madame Vandervelde Fund. Foto: Imprimerie Société Anonyme Belge de Phototypie (Collectie. IFFM)

a) de onbewerkte Meelzak op een foto van een collage meelzakken, aan mij verstrekt door het In Flanders Fields Museum (IFFM), Ieper, met de tekst: ‘War Relief Donation Flour from Madame Vandervelde Fund – Belgian Relief Fund, Buffalo, N.Y. U.S.A. 49 Lbs.’ Het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel heeft een dergelijke meelzak in de collectie. [2]

Versierde Meelzak ‘Madame Vandervelde Fund’, collectie IFFM

 

 

b) de Versierde Meelzak, die ik online zie staan bij de Ieperse collecties. Objectnummer IFF 003008 is een ‘Geborduurde en beschilderde meelzak opgespannen op een spieraam met o.a. de tekst “War Relief Donation – Flour 1914-1915 – from Madame Vandervelde Fund”. Bovenaan het portret van Emiel Vandervelde, minister van staat van België.’

 

2) November 1914: Mr. William C. Edgar
De vroegste Amerikaanse bron over hergebruik van meelzakken tot kleding komt van Mr. William C. Edgar, hoofdredacteur van de Amerikaanse krant de ‘The Northwestern Miller’ in Minneapolis, Minnesota. Hij startte op 4 november 1914 de hulpactie ‘The Miller’s Relief Movement’. [3] De krant, een vakblad voor molenaars en maalderijen van graan, deed het verzoek aan abonnees en adverteerders om bloem te schenken voor België. De kwaliteit van het meel was in detail gespecificeerd en ook de verpakking moest aan voorwaarden voldoen: katoenen zakken, stevig voor transport, afmeting geschikt voor handling door één persoon én last but not least ‘geschikt voor hergebruik’:

‘Instructions were issued at the same time for packing the flour. These stipulated that a strong forty-nine pound cotton sack be used. This was for three reasons: the size of the package would be convenient for individual handling in the ultimate distribution; the use of cotton would, to a certain extent, help the then depressed cotton market, and finally and most important, after the flour was eaten, the empty cotton sack could be used by the housewife for an undergarment, the package thus providing both food and clothing.’ (Final Report The Miller’s Belgian Relief Movement 1914-1915, blz. 9). [4]

Vertaling:
‘Tegelijkertijd werden instructies gegeven voor het verpakken van het meel. ….
… en als laatste en belangrijkste, nadat het meel was gegeten, kon de lege katoenen zak door de huisvrouw worden gebruikt om onderkleding van te maken, zodat de gevulde zak zowel voedsel als kleding verschafte.’

Traditie

Onderkleding van Meelzak. Afb. Herbert Hoover Presidential Library & Museum, Iowa, VS.

Het motief van hergebruik leefde breed onder de Amerikaanse vrouwelijke bevolking. Hergebruik van katoenen zakken was al tientallen jaren en ook eerder, ingeburgerd. Katoen was een product van het land, zakken waren bruikbare lappen katoen. Het leverde de spaarzame huisvrouw eenvoudige kledingstukken en dat gratis of voor een lage prijs. Na goed wassen knipten de naaisters het patroon van de kleding uit de zakken en confectioneerden voornamelijk onderkleding voor het eigen gezin. Na de Eerste Wereldoorlog, vanaf de jaren ’20 ontwikkelde het hergebruik van katoenen zakken zich verder in de VS.

Lou Hoover poseert in avondjurk van katoen om vrouwen te stimuleren katoenen kleding, in het bijzonder avondjaponnen, te dragen (rond 1930); Afb. firstladies.org

Tijdens de depressie in de jaren 1930 beschermden de Amerikanen hun noodlijdende katoenindustrie, hergebruik van katoenen zakken was een teken van zuinigheid en ook een patriottische plicht. Door productontwikkeling en inzet van marketing door de zakkenleveranciers, ontstonden uitwasbare bedrukkingen, afwasbare etiketten en tenslotte kleurrijke, modische en hippe prints op de zakken. In de jaren ’40 en ’50 was het bijzonder modieus om kledingstukken te dragen, gemaakt van zakken. Er heerste een ware ‘Feedsack’-cultus onder plattelandsvrouwen om voor de hele familie kleding te naaien van gebruikte katoenen zakken die hadden gediend als verpakkingen van kippenvoer, bloem, suiker en rijst. [5]

Foto in ‘L’événement Illustré: L’Ouvroir des Dames Namuroises’, april 1915, no. 9
Jasje van Meelzak. Afb. Herbert Hoover Presidential Library & Museum, Iowa, VS

Het hergebruik van de meelzakken tot kleding zal ter hand zijn genomen door Belgische vrouwenorganisaties onder bescherming van het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit, zodra de hulpverlening goed op gang was gekomen in januari 1915.

Het was tekenend voor de Belgische vrouwen dat ze niet alleen onderkleding hebben gemaakt van de meelzakken, maar ook schattige, blije jurkjes voor hun kinderen. In Heverlee gingen 80 kinderen, meest meisjes van ongeveer 4 tot 6 jaar oud, op de foto, gekleed in jurkjes van meelzakken met het logo ‘American Commission’.

Foto in Europeana Collections

De heer Robert Bruyninckx deelde deze zwart-wit foto van 14×9 cm in de Europeana Collections onder de titel: ‘Groepsfoto met kinderen in zakken van de American Commission for Relief in Belgium.’

Beschrijving: ‘Groepsfoto met Jeanne Caterine Charleer (°17 aug 1910 in Heverlee), bovenste rij, 7de van rechts. Kinderen in kledij van zakken van de ‘American Commission for Relief’, Amerikaanse vlag op de achtergrond. De foto is een familiestuk. Jeanne Caterine Charleer was de moeder van Robert Bruyninckx.’ [6]

Meisje in jurkje van Meelzak, afkomstig uit Californië. Afb.: collectie Hoover Institution Library & Archives, Stanford University, V.S.

Een meisje in New York ging op de foto in een ‘Belgisch’ jurkje met logo ‘Sperry Flour’ uit Californië.

 

 

 

 

Conclusie
Hoewel slechts twee primaire bronnen tot heden gevonden, kom ik toch tot een voorlopige conclusie over het ontstaan van het hergebruik van de Meelzakken tot kleding: dit is in België ter hand genomen op suggestie van de Amerikaanse hulpverleners. De Belgische vrouwen vonden de Meelzakken zó bijzonder, ze maakten er, behalve onderkleding, ook vlotte jurkjes van voor hun kinderen.

[1] Gubin, Eliane, Dictionnaire des femmes belges: XIXe et XXe siècle, p. 510-512; gw.geneanet.org: ‘Charlotte Hélène Frédérique Marie Speyer’

[2] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126

[3] Zie ook mijn blog: ‘Een Bekende Vlaamse Meelzak in Het Land van Nevele’ van 25 oktober 2018

[4] The Millers’ Belgian Relief Movement 1914-15 conducted by The Northwestern Miller. Final Report of its director William C. Edgar, Editor of the Northwestern Miller, MCMXV

[5] Drie bronnen om verder te lezen over ‘Feed Sacks’:
Linzee Kull McCray, Feed Sacks, The Colourful History of a Frugal Fabric, 2016;
– Gillian Vogelsang-Eastwood, For a few sacks more, online exhibition Textile Research Centre, Leiden, 2018
– Marian Ann J. Montgomery, Cotton and Thrift. Feed Sacks and the Fabric of American Households, 2019

[6] De groepsfoto met de kinderen in Heverlee in kleding van zakken met logo  ‘American Commission’ is afgedrukt in het artikel van  Ina Ruckebusch: ‘Belgische voedselschaarste en Amerikaanse voedselhulp tijdens WOI’ in: Patakon, tijdschrift voor bakerfgoed, 5 nr. 1 (2014), blz. 29.

 

 

Een geborduurde Paaszak in Gent: hulp aan de krijgsgevangenen

Sinds september 2018 liep ik rond met een groot vraagteken over ‘Zakken in WOI’, die ik zag in het Huis van Alijn in Gent. Ellen Rijckx, medewerker collectie/Studio Alijn, had me uitgenodigd vier ‘Meelzakken’ in hun collectie te komen bestuderen en documenteren.

‘Nieuwjaarszak 1916’ Huis van Alijn, Gent

De eerste zak die ik bekeek had aan een zijde een bedrukking met de tekst:

‘Nieuwjaar aan de Krijgsgevangenen * 1916 * Nouvel-An aux Prisonniers de Guerre.

Gent 6bis Bagattenstraat. Gent. Steendr. F.&F. Buyck. Gebroeders.’

De afbeelding was een tekening van de drie torens van Gent: de toren van de Sint-Niklaaskerk, de toren van Het Belfort van Gent, de toren van de Sint-Baafskathedraal, waarbij de initialen van de kunstenaar ‘JC’. Het Huis van Alijn heeft deze zak geschonken gekregen van de dochter van een man, geboren in 1888, die tijdens de Groote Oorlog krijgsgevangene is geweest in Duitsland.

De Gentse torens: St-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, gefotografeerd vanaf de Sint Michielsbrug, foto: auteur
‘Paaszak 1916’ Huis van Alijn, Gent

De drie overige zakken waren aan een zijde bedrukt met de tekst:

‘Hulp aan Krijgsgevangenen * Secours aux Prisonniers de Guerre – Paschen 1916 Pâques’ Bagattenstraat, 6bis _ Gand, rue des Baguettes, 6bis. Gent. Steendr. F.&F. Buyck. Gebroeders’, en de tekening: de drie Gentse torens, St.-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, en enkele tientallen vliegende klokken, voorzien van krachtig wiekende vleugels. Signering van de tekening: Jos Cornelis. Eén van de drie zakken is voorzien van borduurwerk.

Geborduurde ‘Paaszak 1916’, Huis van Alijn, Gent

De afmetingen van de vier zakken varieert enigszins, hoogte en breedte van de drie ‘Paaszakken’ zijn (hxb):
* inventarisnr. 90.004: 58,5 bij 36 cm,
* inventarisnr. VG 81-201: 55 bij 38 cm,
* inventarisnr. VG88-011: 56 bij 37 cm.
De ‘Nieuwjaar’zak, inventarisnr. VG 89-088, is 56 cm hoog, 38 cm breed.

De drie ‘Paaszakken’ herkende ik direct, omdat behalve het Huis van Alijn, ook:
– MoMu in Antwerpen (‘Zak oorlogstekstiel’, ‘openfashion.momu.be’: id OBJ 12539 T3487, h 55, br 37 cm);
– In Flanders Fields Museum in Ieper (‘Meelzak’, ‘collectie.ieper.be’: objectnr IFF 002546, h 59, br 36 cm),
een zak met exact deze bedrukking in de collectie hebben én ze zijn opgenomen in particuliere verzamelingen (onder meer collectie Frankie van Rossem) .

Maar waar ik naar keek, ik wist het niet. Het was me een raadsel waarom die torens en die vliegende klokken waren afgebeeld.

Bovendien vroeg ik me af: “Er is een geborduurde zak bij, maar zijn dit wel ‘Amerikaanse Meelzakken’?”

PASEN

Tot mijn grote blijdschap heb ik deze week op Witte Donderdag het raadsel van de gevleugelde klokken opgelost. Ik ben dankzij de zakken een paasverhaal gewaargeworden, dat ik als protestants opgegroeid meisje niet kende: het verhaal van de paasklokken.

Ik ontdekte dit artikeltje in de Belgische krant ‘Le Progrès Libéral’ van donderdag 26 maart 1915 met een bericht van Alphonse Delhaize & Cie, Bruxelles-Noord. Op 4 en 5 april zou het Pasen zijn, vandaar deze ‘advertorial’:

‘Le Progres Libéral’, 26 maart 1915

‘Paasverhaal. – Toen ik heel klein was, vertelde mijn moeder me en liet me geloven dat op Witte Donderdag de klokken de toren van onze kerk verlieten om de avond voor Eerste Paasdag terug te keren. Ze brachten dan mee, de vrede voor de wereld en snoepjes voor lieve kinderen. Ook dit jaar zullen de klokken terugkomen, ze brengen misschien nog geen vrede mee, maar op z’n minst hopen we, de voortekenen van een nabije en blijvende vrede. En ook zullen ze afleveren bij het filiaal van de firma

ADOLPHE DELHAIZE EN CIE

139-141, rue Neuve, Brussel-Noord

een enorme selectie van chocolade klokken en paaseieren, figuurtjes voor 1-april grappen, fondants en snoep van de hoogste kwaliteit. Ondanks de moeilijkheden van de huidige tijd, zal de verkoop zijn tegen de gebruikelijke, lage prijzen zonder enige verhoging. Eieren en paasfiguren voor 0,02, 0,05, 0,10 franc, etc. Speciale aanbiedingen van zoetwaren, vleeswaren, kazen, wijnen, likeuren, fruit, kruidenierswaren, enz., enz. Gegarandeerde kwaliteit en voordelige prijzen. – Permanente uitstalling. Absoluut Gratis Toegang. Koffie-corners. Bestellingen en bezorging aan huis is mogelijk.

Gevleugelde paasklokken

Wikipedia geeft een aanvulling op het verhaal van de gevleugelde paasklokken: In protestantse regio’s (Nederland, Duitsland, Angelsaksische landen, …) brengt de paashaas de paaseieren. Volgens de katholieke traditie (in België, Frankrijk en delen van Nederlands Limburg) brengen de paasklokken op Pasen chocolade- en suikereieren die ze tijdens het Paastriduüm zijn gaan halen in Rome. De klokken vertrekken na het Gloria van de H. Mis op Witte Donderdag naar Rome om er de eieren te halen en komen pas terug in de paasnacht. De klokken hebben de vorm van kerkklokken met vleugeltjes en vliegen door de lucht.

Verstopt paasei

De eieren worden gedropt in de tuin of op het balkon tussen de planten.

Paaseieren zoeken…

Een enthousiaste speurtocht op paasmorgen hoort dan uiteraard bij deze traditie.

 

 

JOS CORNELIS

Signering Jos Cornelis

De kunstenaar Jos Cornelis, ontwerper van de tekeningen op de zakken, had drie jaar eerder een poster ontworpen voor de Wereldtentoonstelling in 1913 in Gent. De achtergrond van deze poster toont ook de drie torens van Gent, St.-Niklaas, Belfort en St.-Baafs, hier in kleur: in goudgeel ochtendgloren.

Het raadsel van de torens en de vliegende klokken was voor mij opgelost. Maar toen de vraag naar de herkomst van de zakken in het Huis van Alijn.

HULP AAN KRIJGSGEVANGENEN

Het Huis van Alijn vermeldt in hun toelichting bij de vier zakken ‘Meelzak als oorlogssouvenir. Meelzak in wit katoen, dat als geschenk werd gegeven aan de krijgsgevangenen in Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog’.

Op het spoor gezet van de Belgische krijgsgevangenen ontrafelen twee andere bronnen in combinatie de herkomst van de zakken.

Het ‘Huldeboek 1915’ van de stad Gent noemt de werkzaamheden van ‘L’ œuvre de secours aux prisonniers de Guerre’. Het comité staat onder leiding van mevrouw Alexandre De Hemptinne en heeft als doel geld en schenkingen in natura bijeen te brengen om de krijgsgevangenen in Duitsland te hulp te komen. Het verzorgt zendingen van kleding en levensmiddelen. Een groep toegewijde dames, meisjes, en enkele heren komen iedere ochtend bijeen in de bijgebouwen van het huis van mw. De Hemptinne om pakketten samen te stellen en te versturen. In 1915 waren er meer dan 11.000 pakketten kleding en 12.000 pakketten levensmiddelen verzonden naar Duitsland voor gevangenen afkomstig uit Gent en de provincies Oost en West Vlaanderen. (Ville de Gand, Œuvres de Philanthropie et de Dévouement créées pendant 1re Année de la Guerre, 3 août 1914 – août 1915, blz 47)

Voor de Nieuwjaarszending 1916 en de Paaspakketten in 1916 heeft het comité kennelijk speciale zakken laten naaien en bedrukken met een opbeurende groet in tekening en tekst voor de krijgsgevangenen. Eén van de ontvangers van een gevulde Paaszak is de Gentse literatuurhistoricus Paul Fredericq geweest. Hij was in maart 1916 gevangengezet in het burgerkamp te Gütersloh, Duitsland. Er is een zwart-wit foto van Fredericq in zijn kamer in gevangenschap.

‘Met de groeten van Paul Fredericq’, Het 14-18 Boek, Daniël Vanacker, foto: Bibliotheek Universiteit Gent

‘Op 6 mei 1916 kreeg hij een fotograaf*) op bezoek. Deze maakte dit kiekje in zijn kamer terwijl Fredericq aan het lezen was. Rechts van hem hangt een zak met een tekening van de paasklokken en de drie Gentse torens. In die zak had het Gentse comité voor hulp aan de krijgsgevangenen hem een hele ham bezorgd.’ (Het 14-18 Boek. De kleine Belgen in de Grote Oorlog, Daniël Vanacker, blz. 333, foto Bibliotheek Universiteit Gent)

En zo is de herkomst van de zakken in het Huis van Alijn – én die van MoMu en IFF- bekend. Het zijn geen ‘Amerikaanse meelzakken’, maar zakken, gemaakt in Gent, waarin door de Gentenaren hulpgoederen aan hun stadsgenoten in krijgsgevangenschap in Duitsland zijn gezonden.

BORDUREN

Binnenzijde geborduurde ‘Paaszak 1916’, Huis van Alijn, Gent

Handvaardigheid, schilderen en musiceren tijdens krijgsgevangenschap was een bekend tijdverdrijf. Borduurwerk werd ook gemaakt, vooropgesteld dat er materialen voor aanwezig waren. Het Huis van Alijn bezit één ‘Paaszak’, geborduurd met zwart garen. De contouren van de torens en de gevleugelde klokken lijken sterker aangezet door het borduurwerk dat in vrij grove stiksteken is uitgevoerd. De achterzijde van de zak is gedeeltelijk weggeknipt. Op het resterende doek zitten verfresten, roestvlekken en de zak is vuil, alsof het heeft dienstgedaan bij een schilderklus.

Gelukkig is de geborduurde Paaszak tijdig gered van een ondergang als poetslap en in deskundige bewaring bij het Huis van Alijn!

 

 

*) De fotograaf heeft die dag meer foto’s gemaakt in Gütersloh. In het artikel ‘Nevelse jeugdherinneringen van Paul Fredericq’ van J. van de Casteele staat op blz. 65 een groepsfoto van de Belgische gevangenen, bekenden van Fredericq die al eerder om politieke redenen waren opgepakt. Fredericq schrijft zijn jeugdherinneringen in Duitse gevangenschap, zijn grootmoeder Marie Comparé, ‘Grandmaman de Nevele’, speelt erin een hoofdrol. (Berichtenblad heemkundige kring Het Land van Nevele, juni 1979, blz. 63-92)