Meelzakken van Belgische schilders in San Francisco

Na twee blogs met krantenberichten en veel tekst over kunstenaars in Auderghem en Luik laat ik in dit blog het werk zien van vijf kunstenaars, van wie het werk op zak in 1987 tentoongesteld is geweest in San Francisco, Californië.

Het ‘San Francisco Craft and Folk Art Museum’

Carole Austin publiceerde in A Report, Fall 1986, The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Collectie en foto: auteur

‘From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I’, is de titel waaronder het San Francisco Craft and Folk Museum een tentoonstelling van versierde meelzakken in WO I organiseerde van 7 januari tot 1 maart 1987. Gastconservator Carole Austin schreef een uitgebreid essay, dat gepubliceerd werd in ‘A Report, Fall 1986’, een uitgave van het museum.[1] In de tentoonstelling zijn beschilderde meelzakken uit de collectie van Capt. and Mrs. Albert Moulckers [2] getoond, naast vele geborduurde en met kant versierde meelzakken uit de collectie van de Hoover Institution van Stanford University.
In haar essay vermeldde Austin dat Julienne Moulckers haar vertelde dat St. Edward’s University in Austin, Texas, nu de meeste meelzakken met schilderijen van haar vader’s kunstkring in bezit heeft. Wat Austin verzuimde te vermelden, was dat de zes beschilderde meelzakken in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ nog altijd in het bezit waren van het echtpaar Moulckers.
Over deze zes kunstwerken gaat dit blog.
Carole Austin had een uitgebreide documentatie van de tentoonstelling in haar archief. Deze heeft zij mij geschonken, daarom bezit ik foto’s van de schilderingen.

Louis Crombin (Elsene 21.04.1872 – Bosvoorde …04.1946)

Louis Crombin, ‘Témoignage de Reconnaissance’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Russell-Miller Milling Co., Minneapolis, Minn. Formaat 19×27 inches.
Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Een huiselijk tafereel van moeder die de baby wiegt, grootmoeder handwerkt of schilt de aardappelen, het kind aan tafel leest. Moeder heeft een zak ‘Belgian Relief Flour’ in ontvangst genomen. Door de deuropening kijken we naar buiten en zien de leverancier van de zak meel weglopen naar zijn paard en wagen. Twee Amerikaanse vlaggetjes sieren de keuken.

‘Belgian Relief Flour’ Russell-Miller Milling Co. Collectie: HHPLM

Het doek waarop Crombin geschilderd heeft, is een halve meelzak.
Restanten van de bedrukking zijn in de bovenzijde van de schildering te zien. Kennelijk is het een meelzak geweest van de Miller’s Belgian Relief Movement met de standaard bedrukking ‘Belgian Relief Flour’ en de naam van de maalderij. In dit geval zou het kunnen gaan om de Russell-Miller Milling Co. uit Minneapolis, Minn. De typografie komt overeen met een soortgelijke zak in de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library-Museum.
Crombin schilderde met korte streken de verf op het doek, want schilderen op een katoenen zak viel niet mee, de verf smeerde slecht uit. Hij speelt met het licht dat binnen valt door de deur en het raam. Het geeft de schildering een impressionistische sfeer. Het lijkt alsof een grauwe zwart-wit foto uit 1915 van het behoeftige Belgische gezinsleven, dankbaar tot leven wordt gewekt in de kleurenrijkdom van de verf.

J. Ploy (?)

J. Ploy (?), Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’, Everett-Aughenbauch & Co, Waseca, Minn. Formaat 30×16 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.
Detail: J. Ploy, Belgisch landschap rond Bosvoorde met art-deco omlijsting, 1915.

De schilder gebruikte de kant van de meelzak, die bedrukt was en benutte de lege bovenzijde. Daar schilderde hij een landschap en omlijstte het in een ovaal dat gedecoreerd is met art-deco motief. De blauwzwemen in het linkerdeel van de schildering roepen een mystieke sfeer op, in combinatie met het roze licht dat de horizon kleurt. Alsof we kijken naar een zonsopgang, in verf gevangen door een schilder die daarmee uitdrukking geeft aan zijn hoop op betere tijden.

Amédée Lynen (St-Joost-ten-Node 30.06.1852 – Brussel 28.12.1938)

Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915. Versierde meelzak ‘Belgian Relief Flour’. Formaat 30×15 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Twee beschilderde meelzakken als een klein stripverhaal. De kunstenaar Amédée Lynen was schilder, illustrator en schrijver. Nog in 1914 maakte hij onder meer illustraties voor De Legende van Uilenspiegel van Charles De Coster. Van zijn hand zijn deze twee meelzakken.
Een bakker kneedt het deeg en rolt het op. Een versje zingt in zijn hoofd:
‘Pat a cake, pat a cake
Baker’s man, for the Belgian children
Master, as fast as I can’.
(‘Klop een cake, klop een cake
Bakkersknecht, voor de Belgische kinderen
Meester, zo snel als ik kan’).
De schaduw van de bakkersknecht vergroot hem tot enorme proportie, waarmee de kunstenaar het belang van zijn taak onderstreept.

Amédée Lynen, ‘Malines’, 1915. Versierde meelzak met originele bedrukking op achterzijde. Formaat 29×15 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

De gevel van het huis in Mechelen is historisch en klassiek. De typische gevel van het Mechelse huis doet verlangen naar thuis zijn in huiselijke kring en eigen omgeving.
Beide tekeningen zijn uitgevoerd in Oostindische inkt met pen, ingekleurd met aquarel. Lynen was een vooraanstaand aquarellist.

Jean-Francois Taelemans (Brussel 08.08.1851 – Sint-Gillis 31.03.1931)

Jean-Francois Taelemans, ‘Watermolen’, 1915. Versierde meelzak Portland Roller Mills, Portland, Oregon. Formaat 29×19 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Taelemans was werkzaam in Brussels. Misschien zal hij hebben deelgenomen aan de tentoonstelling in Auderghem. De watermolen is sfeervol getekend, kenners van de historie van het Zoniënwoud zullen wellicht de molen herkennen. In het waterrijke gebied waren vele watermolens in die tijd.
De schildering lijkt een tekening. Misschien is deze op het doek van de meelzak aangebracht via het procedé van de lichtdruk. Het stelde de kunstenaar in staat enkele dezelfde afdrukken te maken op diverse zakken.

Ernest Godfrinon (Elsene 10.09.1878 – Schaarbeek 1927)

Ernest Godfrinon, ‘Vrouwenportret’, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission. Afm. 27,5 x 16 inches. Collectie: in 1987 privé-collectie Mr. and Mrs. Moulckers; huidige collectie is onbekend. Foto: collectie auteur.

Godfrinon beschilderde de meelzak met het stemmige portret van een vrouw vol zorgen. Ze houdt drie vingers bij haar mond, alsof de kunstenaar ons haar honger wil laten voelen. Haar ogen lijken ter neergeslagen, de geplooide muts krult sierlijk om haar hoofd. Daaronder een bloemenboeket van weelderige margrieten, als symbolische dank aan de American Commission.
Godfrinon tekende rond 1905 een affiche voor de Antwerpse jeneverstokerij De Kempenaar waarop twee dames met dezelfde muts getooid als op dit portret.

Conclusie

Detail: Amédée Lynen, ‘Pat a cake, Baker’s man’, 1915.

Conservator Carole Austin bracht in de tentoonstelling ‘From Aid to Art’ in het San Francisco Craft and Folk Art Museum in 1987 versierde meelzakken van WO I bij elkaar die een diversiteit aan onderwerpen laat zien, welke de Belgische schilders inspireerden in het eerste oorlogsjaar 1915. De schilders hadden gemeen dat ze hun bezette land niet waren ontvlucht, zoals andere kunstenaars, maar in België zijn gebleven. Ze werden niet opgeroepen om te strijden aan het front. Ze maakten mee dat hun bewegingsvrijheid werd beperkt, hun voedsel schaars werd. Ze gaven hun medewerking aan de oproep om de meelzakken te beschilderen en decoreren ten behoeve van liefdadigheidstentoonstellingen. De opbrengst van het entreegeld tot de tentoonstellingen diende om kunstenaars in benarde omstandigheden financiële steun te geven.
De zes werken zijn enkele tientallen jaren na de oorlog meegenomen naar de Verenigde Staten door de heer en mevrouw Moulckers-Feuillien. Inmiddels is hun plaats van bewaring onbekend. Gelukkig hebben we dankzij Carole Austin’s goed bewaarde archief wel sfeervolle beelden.

*) Ook voor dit blog gaat mijn dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de namen van de vijf kunstenaars en hun gegevens gecontroleerd en werkt aan aanvullingen, zodat deze zo volledig mogelijk vermeld zullen zijn.

 

[1] Austin, Carole, From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I. San Francisco, A Report from the San Francisco Craft and Folk Art Museum. Fall 1986

[2] Twee blogs, die ik eerder heb geschreven over de Capt. and Mrs. Albert Moulckers Collection zijn: Beschilderde meelzakken in de ‘Moulckers Collection’ 1 en ‘The Captain and Mrs. Albert Moulckers Collection’ 2.

 

Luikse kunstenaars exposeren ‘sacs américains’ in de ‘Académie des Beaux-Arts’

De kunstenaars in Luik waren minstens zo voortvarend als hun collega’s in Auderghem en omgeving. Zij exposeerden zelfs drie weken éérder met fraaie schilderingen op de meelzakken.

Dit blog is het vervolg op mijn blog van 9 september 2020 over de transformatie tot beschilderde meelzakken. Mijn reden om de Luikse kunstenaars niet de primeur te geven, maar hen in een vervolg-blog te behandelen, ligt in een frustratie mijnerzijds: ik heb tot heden geen enkele beschilderde meelzak van een van de Luikse kunstenaars kunnen terugvinden. Niet op foto, niet in een collectie.
De krantenberichten zijn echter talrijk en informatief, vandaar uit komt dit blog tot stand. Ik heb geprobeerd de Franse teksten zo goed mogelijk te vertalen.

Tekening van Armand Rassenfosse, 1915. Collectie Musée de la Vie wallonne. Foto: collectie auteur

De Academie voor Schone Kunsten in Luik
De eerste tentoonstelling van beschilderde meelzakken in Luik vond plaats van 4 tot 11 juli 1915 in de Academie voor Schone Kunsten. De schilders wisten een enorm publiek te trekken, meer dan 5000 mensen stroomden de Academie binnen om het werk van de schilders te zien. Het was nieuw. De kunstenaars hadden moeten werken op katoenen doek, wat problemen gaf bij het aanbrengen van hun verf. De maatvoering en de dubbele laag stof van de zak stelden limieten. Bovendien waren de zakken voorzien van bedrukkingen met logo’s en teksten van de Amerikaanse en Canadese maalderijen.
Uit het commentaar op de schilderwerken blijkt dat meerdere kunstenaars uitstekende oplossingen hadden gevonden.

1 ‘Liège: Exposition’ (Le Messager de Bruxelles, 4 juli 1915)
‘Du 4 au 11 juillet prochain se tiendra dans les salons de l’Académie des Beaux-Arts une Exposition de sacs américains décorés par des artistes liégeois. A part quelques petits travaux de broderie effectués sur les sacs et affichés sans grande publicité, c’est la première fois que notre ville verra une Exposition de ce genre.
Un droit d’entrée sera perçu au profit des familles d’artistes éprouvées par la guerre; fr. 0,50 le premier jour, et 10 centimes les jours suivants. Si tous les Liégeois veulent faire une visite à cette Exposition, ils verront des œuvres dignes d’intérêt, aideront les auteurs des peintures à supporter les misères actuelles et paieront aussi en quelque sorte par leur démarche le grand tribut de reconnaissance que nous devons à l’Amérique.’

(‘Luik, Tentoonstelling – Van 4 tot 11 juli wordt in de salons van de Academie voor Schone Kunsten een tentoonstelling gehouden van Amerikaanse meelzakken versierd door kunstenaars uit Luik. Het is de eerste keer dat in onze stad een dergelijke tentoonstelling te zien zal zijn. Eerder waren alleen wat meelzakken met borduurwerk te zien, dat zonder veel publiciteit werd getoond.
Er zal een toegangsprijs worden gevraagd ten behoeve van families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen: 0,50 franc op de openingsdag en 10 centimes op de volgende dagen.
Alle inwoners van Luik die bezoek willen brengen aan deze tentoonstelling zullen interessante werken zien; zullen de kunstenaars van de schilderijen helpen de huidige ellende te doorstaan; ​​en zullen in zekere zin ook bijdragen aan het eerbetoon vol dankbaarheid dat Amerika toekomt.’)

‘La Fontaine des trois grâces’ draagt het perroen van Luik. Het perroen is een een hardstenen zuil met daarop een rijksappel in de vorm van een kruis. Symbool van vrijheid, autonomie en gerechtigheid. Collectie Bibliothèque Ulysse Capitaine

2 ‘Exposition des sacs d’Amérique’ (Le Messager de Bruxelles, 7 juli 1915)
‘C’est le dimanche 4 juillet qu’eut lieu l’ouverture de l’exposition des sacs américains. La foule est nombreuse, les visiteurs abondent. Le droit d’entrée – 50 centimes le jour d’ouverture et 10 centimes le restant de la semaine – est destiné à soulager les artistes liégeois et leurs familles dans la necessité. Soixante-sept sacs sont exposés dans la petite salle carrée qui fait suite à la salle des Plâtres. On y voit de tout, de l’aquarelle, de la peinture à l’huile, du pastel, des croquis de genre et jusque des eaux-forte. Toutes ces petites merveilles sont l’œuvre d’artistes liégeois de bonne volonté et seront revendues au pays des dollars au profit d’institutions que la guerre a créées. Signalons en passant les compositions originales d’ Emile Bertrand, ‘L’Andalouse’, de Marneffe, la ‘Tête de Mineur’, de Baues, les croquis de genre de François Maréchal et plusieurs eaux-fortes et sanguines de Rassenfosse. Pour louer comme elles le méritent toutes ces œuvres, il nous faudrait les citer toutes. Ce qu’il y a d’intéressant à constater, c’est que soit d’ailleurs leur genre, ont necessité l’emploi de procédés spéciaux, la toile à sacs qu’il s’agissait de décorer étendant la couleur, l’huile fut remplacée par l’essence ou le pétrole. M. Emile Berchmans nous parait mériter une mention spéciale pour l’habilité avec laquelle il sut garder et employer à son œuvre les cachets et mentions préexistants sur les sacs qu’il eut à décorer. Tous les Liégeois se doivent à eux-mêmes d’aller visiter cette intéressante exposition. Il est question que cette exhibition ne soit pas la dernière, et que la ville organise elle-même une seconde manifestation artistique de ce genre, dont les produits seronts vendus sur place au profit des œuvres qu’elle patronne. Mais ce n’est jusqu’ici qu’un projet.’

Evariste Carpentier, oud-directeur van de Académie des Beaux-Arts in Luik beschilderde een meelzak van ‘Preston Milling Co.’, Idaho. Van de schildering werd een ansichtkaart gemaakt, verkocht ten bate van het ‘Œuvre de la Soupe’. Kerstmis 1915. Waar de meelzak is gebleven is onbekend. Foto: internet

(‘Tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’- ‘De opening van de Amerikaanse zakkenexpositie heeft plaatsgevonden op zondag 4 juli; de menigte is talrijk, bezoekers zijn er in overvloed. Het inschrijfgeld – 50 cent op de openingsdag en 10 cent de rest van de week – is bedoeld om Luikse kunstenaars en hun behoeftige families te ondersteunen. Zevenenzestig zakken zijn te zien in de kleine vierkante zaal die volgt op de Zaal met gipsen beelden. Er is van alles te zien, van aquarellen tot olieverf, pastelkrijt, genreschetsen en zelfs etsen. Al deze geweldige kunstwerkjes zijn de geste van Luikse kunstenaars en bedoeld om in het land van de dollars verkocht te worden ten bate van de liefdadigheidsinstellingen die vanwege de oorlog zijn opgericht. Werken die ons zijn opgevallen zijn de originele composities van Emile Bertrand; ‘De Andalusische’ van Marneffe; de ‘Kop van een mijnwerker’ van Baues; schetsen van François Maréchal en verschillende etsen en krijttekeningen van Rassenfosse. We zouden alle werken moeten noemen om ze allemaal volledig tot hun recht te laten komen. Wat interessant is om op te merken, is dat afhankelijk van de gebruikte techniek een speciaal proces nodig was om de kleuren op het doek van de katoenen meelzak te krijgen en uit te smeren. Soms is de olie vervangen door benzine of petroleum. De heer Emile Berchmans verdient speciale vermelding vanwege de bekwaamheid waarmee hij in zijn werk de reeds bestaande bedrukkingen op de meelzakken heeft gebruikt. Alle Luikenaars zijn het aan zichzelf verplicht om deze interessante tentoonstelling te bezoeken. Er is sprake van, dat deze tentoonstelling niet de laatste zal zijn en dat de stad zelf een tweede artistiek evenement van deze aard zal organiseren. De objecten zullen dan ter plekke worden verkocht en de opbrengst zal het eigen liefdadigheidswerk ten goede komen. Maar dit is tot nu toe alleen een plan.’)

‘Rivierlandschap’, op de achtergrond het wapen van Luik en Amerikaanse vlag: pastelkrijt, ongesigneerd, ws toe te schrijven aan een schilder van het Zoniënwoud. Versierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
Versierde meelzak ‘The St.Lawrence Flour Mills Co., Montréal, Canada. Achterzijde ‘Rivierlandschap’, pastelkrijt, ongesigneerd. ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University

3 ‘Echo Artistiques’ (L’Echo de Liège, 13 juli 1915)
‘L’exposition des sacs américains s’est terminée dimanche dernier, après avoir recueilli un très gros succès. On a été unanime à reconnaître le talent ingénieux de nos artistes à décorer une matière qui ne semblait guère se prêter aux jeux de la brosse et du crayon.
Mesdames du Monceau et Pirenne-Kepenne; MM. Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff et Würth ont exécuté une série d’œuvres pleines d’originalité qui vont être expédiées aux Etats-Unis et que les Américains se disputeront sans doute, pour le plus grand bien des Belges nécessiteux.
Les entrées ont dépassée le chiffre de 5.000 et les recettes permettront de soulager plusieurs familles d’artistes éprouvées par la guerre.’

(‘De tentoonstelling van Amerikaansche zakken die afgelopen zondag eindigde, is zeer succesvol geweest. Unaniem was er erkenning voor het ingenieuze talent van onze kunstenaars bij het decoreren van een materiaal dat zich nauwelijks leek te lenen voor het spel van penseel en potlood.
De dames Du Monceau en Pirenne-Kepenne; de heren Baues, Berchmans, Burnet, Caron, Comhaire, Collette, Houbiers, Jaspar, Duchâteau, Dupagne, Henrion, Maréchal, Marneffe, Meyers, Rassenfosse, Sacré, Salme, Wolff en Würth hebben een serie zeer originele werken uitgevoerd, die naar de Verenigde Staten zullen worden verscheept. De Amerikanen zullen er ongetwijfeld ruzie over maken, wie de mooiste mag kopen, dit alles voor het goede doel: de hulp aan behoeftige Belgen. Meer dan 5.000 Luikse bezoekers kochten een entreebewijs en de opbrengst zal gelegenheid bieden hulp te verstrekken aan families van kunstenaars die door de oorlog zijn getroffen.’)

Affiche van de bloemententoonstelling, ten behoeve van oorlogsgetroffenen. Collectie: Musée de la Vie wallonne. Foto: collectie auteur

4 ‘Assaut d’originalité’ (Le Quotidien, 18 juli 1915)
‘L’exposition des sacs américains a obtenu à Liège le plus franc succès. Plus de cinq mille visiteurs sont venus admirer les œuvres d’inspiration si variée de nos artistes wallons. D’aucuns, comme MM. Berchmans, Baues, Wolff, Mataive ont dit à nos bienfaiteurs leurs reconnaissance en des pages symboliques. La plus belle est sans conteste la magistrale conception de M. Em. Berchmans ou l’Amérique personnifiée en une figure de bonté reçoit les remerciements des villes belges. L’œuvre de M. Baues, ‘Panem Nostrum’, locale et touchante, est parmi les plus réussies. D’autres artistes, et c’est le plus grand nombre, ont exalté les types ou les décors de chez nous. De MM. A. Rassenfosse et F. Maréchal, des ‘Hiercheuses’ fort réussies; de M. Mataive, un ‘Fumeur’ plein de fine bonhomie; de MM. Wolff et Burnet, de gracieux profils de ‘Petites Liégeoises’; de M. Baues, une noble ‘Tête de mineur’. Parmi les paysagistes, M. Würth envoie une riante évocation de ‘L’Ourthe à Esneux’; M. A. Martin, de délicates notes liégeoises, on tune large panorama vespéral, ‘Cité ardente’, peinture traduite du pastel; M. O. Duchâteau, des évocations à l’eau-forte de nos vieilles rues.
Cet assaut d’originalité dans l’expression de la reconnaissance honore les artistes wallons et ne manquera pas de toucher ceux pour qui leur talent s’est ingénieusement déployé.’

Straatbeeld van Luik op oude ansichtkaart. Foto: internet

(‘De tentoonstelling van ‘Amerikaansche zakken’ in Luik was een daverend succes. Meer dan vijfduizend bezoekers kwamen het bevlogen en gevariëerde werk van onze Waalse kunstenaars bewonderen. Sommigen, zoals de heren Berchmans, Baues, Wolff, Mataive, drukten hun dank aan onze weldoeners uit in symbolische beelden. Het mooiste werk is ongetwijfeld het meesterlijke ontwerp van de heer Em. Berchmans waarin Amerika, gepersonifieerd door een allegorisch figuur van goedheid, de dank ontvangt van Belgische steden. Het werk van meneer Baues, ‘Panem Nostrum’ (‘Ons Brood’), plaatselijk en ontroerend, is een van de meest succesvolle. De meeste andere kunstenaars hebben lokale landschappen en personages verheerlijkt. Van A. Rassenfosse en F. Maréchal zijn er zeer geslaagde ‘Mijnwerksters’; van de heer Mataive een ‘Roker’ met fijne gelaatstrekken; van de heren Wolff en Burnet sierlijke portretten van ‘Kleine Luiksen’; van de heer Baues een edele ‘Kop van een mijnwerker’. Van de landschapsschilders stuurde meneer Würth een stralende verbeelding van de ‘Ourthe bij Esneux’; A. Martin stuurde enkele tere beelden van Luik, waaronder een vergezicht bij avond, ‘Cité ardente’, schildering uitgedrukt in pastel; enkele etsen van O. Duchâteau verbeelden oude straten in onze stad.
De explosieve verbeeldingkracht in de uiting van hun dankbaarheid siert de Waalse kunstenaars en zal beslist de mensen ontroeren voor wie zij hun talent op vakkundige wijze hebben ingezet.’)

Rectificatie (L’Echo de Liège, 19 juli 1915)
De volgende dag stond er een rectificatie in de krant: een paar namen van kunstenaars en titels van hun werk op de ‘sacs américains’ behoefde correctie.

Toegevoegd moesten worden:
– Désiré Poissinger: Chemin de table, Hiercheuse, Pays de Liege, Fillette (Tafelloper, Mijnwerkster, Luiks landschap)
– Alfred Martin: Intérieur d’église, Cité Ardente (Kerkinterieur, ‘Vurige Stad’)
– Modeste Lhomme: Paysage, Imitation de Gobelin (Landschap, Reproductie van een gobelin)

Werk van Désiré Poissinger: ontwerp affiche op papier, november 1915. Zwart-wit foto: collectie auteur

De Europese editie van de New York Herald nam eind juli het bericht op, dat beschilderde meelzakken uit Luik naar de VS gezonden waren.

5 ‘Belgian Artists Thank U.S.’ (The New York Herald, European Ed., 28 juli 1915)
‘A touching tribute of gratitude has been sent by the inhabitants of Liege to their American benefactors. The American Relief Committee packed foodstuffs for the city in canvas sacks, which were preserved by the recipients. The idea occurred to artists of Liege to ornament these sacks with decorative work and paintings and then to send them back to the United States. Among the artists taking part were MM. Pirenne, Duchâteau, Rossenfosse, Marneffe and Neutier.’

(‘Belgische artiesten bedanken VS – Een ontroerend eerbetoon van dankbaarheid is door de inwoners van Luik naar hun Amerikaanse weldoeners gestuurd. De American Relief Committee verpakte voedingsmiddelen voor de stad in katoenen zakken, die door de ontvangers zijn bewaard. Kunstenaars in Luik kwamen op het idee om deze zakken te versieren met decoratief werk en schilderingen en ze vervolgens terug te sturen naar de Verenigde Staten. Deelnemende kunstenaars waren onder meer de heren Pirenne, Duchâteau, Rossenfosse, Marneffe en Neutier.’)

Beeldmerk van de Luikse ‘Secours Discret’. Collectie Musée de la Vie Wallonne. Foto: collectie auteur

6 Kunstenaars
Uit voorgaande krantenberichten is een indrukwekkende lijst van Luikse kunstenaars samen te stellen*). Zij allen hebben met groot enthousiasme  ‘Amerikaansche zakken’ beschilderd. Maar ik moet vaststellen dat deze kennelijk zijn verdwenen. Ik heb in ruim twee jaar onderzoek nooit een foto of fysiek exemplaar in enige collectie aangetroffen. De kunstenaars zijn:

1  Baues, Ludovic ( Maastricht 22.07.1864 – Luik  27.04.1937)
2  Berchmans, Emile (Luik 08.11.1867 – Brussel 05.11.1947)
3  Bertrand, Emile ?
4  Burnet, Simon Joseph (Luik 10.01.1884 – Bressoux.. .04.1945)
5a  Caron, Marcel, zoon
(Enghien-les-Bains (F) 13.05.1890 – Luik 06.08.1961)
5b  Caron, Alphonse, vader
(Luik 02.12.1866 – Vieuxville 25.07.1917)
6  Collette?
7  Comhaire ?
8  Dumonceau de Bergendal, Mathilde, Gravin
(Schaarbeek 23.02.1877 – Luik 26.12.1952)
9  Duchâteau, Olivier (Luik 14.03.1876 – Luik 16.12.1939)
10 Dupagne, Adrien (Luik 12.02.1889 – Luik 1980)
11 Henryon/Henrion, Armand
(Luik 30.05.1875 – Parijs? Begraven in Le Portal, Pas de Calais (F) 1958)
12 Houbiers, Luc(ien) (Luik 01.02.1876 – Luik 1943)
13 Jaspar, Marcel (Luik 07.05.1886 – Luik 14.12.1952)
14 Lhomme, Modeste (Luik 20.02.1883 – La Gleize 20/25?.11.1946)
15 Maréchal, François (Housse 07.01.1861 – Luik 08-07-1945)
16 Marneffe, Ernest ( Luik 15.04.1866 – Luik 14.09.1920)
17 Martin, Alfred (Luik 03.10.1888 – Luik 06.10.1950)
18 Mataive, Alphonse (Seraing 26.08.1856 – Luik 28.08.1946)
19 Meyers ?
20 Neutier (?), mogelijk is bedoeld Houbiers
21 Pirenne-Kepenne; Victoire (Luik 19.11.1883 – Spa 21.08.1932)
22 Poissinger, Désiré (Luik 14.05.1887 – Luik 1967)
23 Rassenfosse, Armand (de) (Luik 06.08.1862 – Luik 28.01.1934)
24 Sacré, Jacques (Luik 07.06.1870 – 20/21/22.09.1941)
25 Salme, Maurice (Luik 09.01.1880 – Chênee 25.11.1943)
26 Wolff, José (Luik 18.02.1885 – Luik 23.02.1964)
27 Wurth, Xavier (Luik 04.10.1869 – Luik 06.12.1933)

Conclusie
Ik vraag me verbaasd af wat er van de zending van hun kunstwerken is geworden. Waar zijn de 67 beschilderde meelzakken van de tentoonstelling in de ‘Académie des Beaux-Arts’ in Luik, gehouden van 4-11 juli 1915, gebleven?!?

 

*)Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en werkt aan aanvullingen, zodat deze zo volledig als mogelijk zal zijn samengesteld.

De schilders van het Zoniënwoud, Auderghem 1915

Dit derde blog in de reeks ‘Hergebruik van meelzakken in WO I’ bespreekt de transformatie tot beschilderde meelzakken door de schilders van het Zoniënwoud in Auderghem (Oudergem), bij Brussel, volgens Belgische primaire bronnen.
De kranten berichtten over tentoonstellingen van beschilderde meelzakken in 1915 en roemden de vernieuwing en de verrassende resultaten van de kunstenaars.

Tentoonstelling en distributie in Auderghem van kinderkleding en speelgoed, ontvangen van Amerikaanse en Canadese kinderen via de Commission for Relief in Belgium. Foto: L’actualité illustré, 20 februari 1915

In mijn eerdere twee blogs in de reeks ben ik ingegaan op hergebruik van meelzakken tot kleding (blog van 24 mei 2019) en transformatie van meelzakken met borduur-, naald- en kantwerk (blog van 26 mei 2019).

De schilders van het Zoniënwoud

‘A Auderghem’, oproep aan de schilders van het Zoniënwoud. Foto: La Belgique, 11 april 1915

Het eerste artikel berichtte over de oproep aan de ‘peintres de la Forêt de Soigne’ om vijftig schoongewassen meelzakken te beschilderen.

Burgemeester Herrmann-Debroux van Auderghem. Foto: website gemeente Oudergem

‘Auderghem – De heer Herrmann, burgemeester, *) had afgelopen donderdag voor de gemeenteraad de schilders van het Zoniënwoud bijeengeroepen, waarvan de tentoonstelling net is geopend in het Roodklooster. Velen hadden op deze uitnodiging gereageerd; de afwezigen hadden zich verontschuldigd en bij voorbaat ingestemd met de voorstellen van de geachte burgemeester. Het betrof het sturen van een bijzonder bewijs van dankbaarheid naar Amerika. Ongeveer vijftig meelzakken waren grondig gewassen! De heer Herrmann stelde voor dat onze kunstenaars op deze zakken hun favoriete plekken van het Zoniënbos zullen schilderen. De resulterende meesterwerken zullen cadeau gedaan worden aan onze weldoeners. Dit uitstekende voorstel werd onder enthousiast gejuich door de betrokkenen aanvaard.’
(La Belgique: journal publié pendant l’occupation sous la censure ennemie, 11 april 1915)

De beschilderde zakken waren enkele maanden later gereed voor een tentoonstelling in het gemeentehuis, gehouden van 25 juli tot 1 augustus. Een Vlaamse journalist deed uitgebreid verslag in het Antwerpse familieblad ‘Geïllustreerde Zondagsgazet’. Hij bezocht eerst de tentoonstelling van geborduurde zakken in de Anspachlaan in Brussel, waar hij de tip kreeg om het werk van schilders van naam te gaan zien in Auderghem.

De vitrine van de Red Star Line met het ‘Brusselsch stedehuis’ en het Vrijheidsbeeld van New-York. Detail ansichtkaart Marcovici Editeur, Brussel. Collectie KBR

‘De Amerikaansche zakken – We stonden over een paar dagen aan de vitrien der bureelen van de Red Star Line, waar het Komiteit der Nationale Voeding de zakken verkoopt waarin de Amerikaansche bloem ons met zooveel menschlievendheid gezonden wordt. We bewonderden de schoone figuren door behendige vrouwenhanden er kwistig op geborduurd, en vooral een zak uit Ontario afkomstig, waarop langs de eene zijne het Brusselsch stedehuis is afgebeeld, en langs den anderen kant het Vrijheidsbeeld van New-York; we bewonderden …ja, we bewonderden eigenlijk alles, toen we eensklaps eene dame nevens ons hoorden zeggen: “Het schijnt dat in Auderghem veel schoonere zakken te zien zijn, beschilderd door meesters van naam.”
Wij binnen. Wij vroegen wat daar van waar was, en de beminnelijke juffer die ons te woord stond – ze kende, och arme! geen Vlaamsch – bevestigde dat er inderdaad te Auderghem een tentoonstelling zal plaats grijpen van beschilderde Amerikaansche zakken. ….

Het gemeentehuis van Auderghem, eind 1918. Foto: internet

We geraakten, opgeruimd door de lieve wandeling, in het dorpje Auderghem.
Rein en netjes zijn de straten onderhouden; groote en breede banen, onlangs aangelegd, leidden naar Boschvoorde en Tervueren, terwijl achter het dorp, juist boven het oude, eigenaardige kerkje, het donkere, geheimzinnige Zoniënbosch zich eindeloos ver uitstrekt en als het ware een achtergrond vormt aan deze meesterlijk uitgevoerde, kleurenrijke natuurlijke schilderij.
… we trokken naar het Gemeentehuis, een klein, onaanzienlijk gebouwtje, waar in eene der zalen de tentoonstelling ingericht wordt van … Amerikaansche zakken. Prachtig zijn twee tafereelen, door M. P. Martel op het ruwe lijnwaad geborsteld; bijzonder zijne ‘Glimlachende vrouw’ is buitengewoon kleurrijk.

Jos Albert, ‘Vrouw, aardappelen schillend’, 1915. Versierde meelzak ‘Morden Roller Mills’, Manitoba, Canada. Collectie HHPLM no. 62.4.103

J. Albert schilderde een ‘Binnenhuis’ en eene ‘Vrouw, aardappelen schillend’, die beiden zeer talentvol op … zak gebracht werden; heelemaal ‘de circonstance’ zijn de werkjes van M. Cockx; ‘Nieuwpoort’ en ‘Een Vlaams dorpje’ dit laatste een ware droom van dichterlijkheid. Het Zoniënbosch zelf diende als onderwerp voor de drie tafereelen van den heer Jozef François, flink geborstelde landschappen.
Is dit alles? Och, kom, lezer, ge weet toch wel dat in dergelijke zaken M. R. Stevens, sekretaris der ‘Vrienden van het Woud’ nooit ten achtere wil blijven; een prachtig ‘Houtgewas’ zond hij van uit het diepste van ‘zijn’ Zoniënbosch. M. Van de Leene deed zijn best om twee zakken te beschilderen met eene ‘Vrouw met bloemen’ en een ‘Meisjes, kushandjes werpend’ aan de Amerikanen, natuurlijk!

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘Chicago’s Flour Gift’, B.S. Eckhart Milling Company. Collectie HHPLM no. 62.4.119

M. Brusselmans, M. Oleffe, M. Lagelai en anderen werkte met evenveel ijver mede; de ‘Booten op den IJzer’ van M. Drumé; M. Houyoux met zijn ‘Vernieling van Leuven’; M. Lagarde die een ‘IJzer te Nieuwpoort’ borstelde; M. Barth met een “Molen te Middelkerke’ zijn allen te loven voor hun degelijke en prachtige … zakken.
En toch spannen de heer Navez en G. Creten de kroon in deze tentoonstelling; zij hebben uitgedrukt, op deze zakken die, als bewijs van dankbaarheid naar Amerika zullen gezonden worden, wat heel het Amerikaansche volk moet weten, namelijk: de eeuwige dankbaarheid van gansch het Belgische volk!

Arthur Navez, ‘Blozende knaap met grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem: Many thanks for this delicious bread’. Versierde meelzak ‘Castle’, Maple Leaf Milling Co., Toronto. Foto: collectie auteur

Midden de kring letters met de firma die den zak opzond, heeft heer Navez een blozende knaap geschilderd, bijtend met witte tanden en lachende oogen in een grooten boterham, gemaakt met Amerikaansche bloem, natuurlijk; terwijl M. G. Creten op dergelijke wijze een Belgische knaap schilderde, met dankbaar glimlachende wezen. Ziedaar twee tafereelen die bijzonder in den smaak zullen vallen en zeer zeker bij de Amerikanen zelfvoldoening verwekken over de edele daad die zij jegens ons volk pleegden.
Niet genoeg kan men de inrichters en medewerkers dezer eigenaardige en prachtige tentoonstelling geluk wenschen. Allen wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt. (Geïllustreerde Zondagsgazet, 25 juli 1915)

Het Vlaamsche Nieuws berichtte vervolgens tweemaal over de tentoonstelling. Het eerste bericht: ‘In de groote zaal van het gemeentehuis wordt er, gedurende eenige weken, eene eigenaardige tentoonstelling van geschilderde en geborduurde meelzakken gehouden. Men betaalt 10 centiemen ingang en de opbrengst zal gestort worden in de kas van het Voedingskomiteit der gemeente. Deze tentoonstelling verdient waarlijk bijval, want echte prachtwerken zijn er te zien. ……
Deze kunstwerken zullen naar Amerika gezonden worden, om ze aldaar te verkoopen ten voordeele van het Voedingswerk van België.’ (Het Vlaamsche Nieuws, 8 augustus 1915)

Galerie Giroux, Koninklijke straat 26, Brussel
Uit het tweede artikel blijkt de tentoonstelling van de beschilderde meelzakken na Auderghem te zijn verhuisd naar de Galerie Georges Giroux, Koninklijke straat 26 in Brussel voor een expositie van 14 tot 30 augustus. De entreeprijs was er 25 centimes.
De opzet was helder: de beschilderde zakken waren kunstwerken, bestemd om te worden verstuurd naar Amerika. Daar zouden ze verkocht worden en met de opbrengst kon nieuwe hulp aan oorlogsgetroffenen gegeven. De entreegelden van de Belgische tentoonstellingen kwamen ten goede aan de hulpverlening voor de eigen kunstenaars.

Het Roodklooster in Auderghem op een oude ansichtkaart. Foto: internet
Tentoonstelling van de schilders van het Zoniënwoud in het Roodklooster, juni 1915. Foto: 1914 Illustré no. 39

‘Een bezoek aan het Rood Klooster te Auderghem, bij den ingang van het woud gelegen, bewees ons dat de schilders-bewonderaars dezer streek zoo talrijk waren als vroeger; in de twee herbergen der aloude abdij zijn standvastige tentoonstellingen gehouden hunner werken. Men bewondert er doeken van A. Bastien, Drumé, L. Clesse, Th. Clesse, R, Stevens, L. Houyoux, A. Renson, P. Dillens, P. Stobbaerts, L. Huygens, C. Jacquet, Martel, enz.
Maar onze schilders bewezen vooral dat zij liefdadig zijn, en dat zij tot voorbeeld aller burgers mogen aangewezen worden. Naar alle weldadigheidstentoonstellingen en tombolas der hoofdstad – en deze waren zeer talrijk – stuurden zij eenige hunner werken, terwijl zij in het gemeentehuis van Auderghem eene prachtige verzameling hielden, met hun geschilderde Amerikaansche meelzakken, ten voordeel van het Voedingskomiteit.

Jean Brusselmans, ‘Hommage reconnaissant des travailleurs belges, 1915. Versierde meelzak ‘American Commission’. Collectie HHPLM no. 62.4.231

Nu wordt weeral (van 14 tot 30 Oogst) zulke tentoonstelling gehouden in de Koninklijke straat 26. De opbrengst zal gestort worden in de Ondersteunings-kas der Beroeps-federatie van Schoone Kunsten. Deze vereeniging, die alle kunstkringen groepeert, heeft zich reeds van verleden jaar bezig gehouden met den benarden toestand, waarin vele kunstenaars zich bevinden; de Ondersteunings-kas werd gevuld door de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, door den burgemeester en bijzonderen, de kunstkringen, het Nationaal Voedingskomiteit en door de opbrengst van sommige tentoonstellingen en tombolas. …

‘De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen…’; foto: 1914 Illustrée no. 51, 1 september 1915

De kring ‘Studio’ gaat voort met eene reeks echte kunstwerken ten toon te stellen in de zaal der kleine Karmelietenstraat, n. 2. (Het Vlaamsche Nieuws, 17 augustus 1915)

Schilders
Hieronder volgen de deelnemende schilders, genoemd in de krantenartikelen, alfabetisch gerangschikt**):

1   Albert, Jos (Brussel 22.05.1886 – Ukkel 08.10.1981)
2   Barth, Albert
(Sint-Joost-ten-Node 03.03.1873 – Schaarbeek 04.05.1940)
3   Brusselmans, Jean (Brussel 13.06.1884 – Dilbeek 09.01.1953)
4   Cockx, Philibert (Elsene 29.04.1879 – Ukkel 02.09.1949)
5   Creten, Georges (Sint-Gillis 14.03. 1887 – Ukkel 08.04.1966)
6   Drumé, Auguste
(Brussel 25.06.1866 – Sint-Agatha-Berchem …02.1938)
7   François, Jozef
(Sint-Joost-ten-Node 06.11.1851 – Brussel 19.09.1940)
8   Houyoux, Léon (Brussel 24.11.1856 – Oudergem 10.10.1940)
9   Lagarde
10 ‘Lagelai’, ***) bedoeld is Logelain, Henri
(Elsene 11.02.1889 – Elsene 11.01.1968)
11  Martel, Paul-Jean (Laken 04.08.1879 – Philadelphia, VS, 26.09.1944)
12 Navez, Arthur (Antwerpen 17.03.1881 – Brussel/Elsene? 20.05.1931)
13 Oleffe, Auguste
(Sint-Joost-ten-Node 17.04.1867 – Oudergem 13.11.1931)
14 Stevens, René (Elsene 25.04.1858 – Elsene 03.10.1937)
15 Vandeleene, Jules (Elsene 09.05.1887 – Oudergem 26.05.1962)

Zijn er beschilderde meelzakken van hen bewaard gebleven?
Jazeker, ik heb exemplaren in collecties in de VS gevonden. Van Jos Albert is de meelzak ‘Vrouw, aardappelen schillend’ opgenomen in de collectie van de Herbert Hoover Presidential Library and Museum (HHPLM), West Branch, Iowa. Daar bevinden zich ook twee schilderingen van Jean Brusselmans. Van de meelzak van Arthur Navez bestaat een foto, waar de zak is, is niet bekend.

Philibert Cockx, ‘Oogstende boer in graanveld’, 1915. Versierde meelzak ‘Cascadia’, Portland Roller Mills. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Een meelzak beschilderd door Philibert Cockx bevindt zich in de ‘Moulckers Collection’ in de archieven van de Munday Library van St. Edward’s University, Austin, Texas. Ook een tweede werk van Jos Albert, ‘Venster’ bevindt zich in de Moulckers Collection.

Jos Albert, ‘Venster’, 1915. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University
‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’ St. Edward’s University

Van de andere schilders heb ik geen meelzakken of afbeeldingen tot heden kunnen ontdekken. Wel zijn er enkele landschappen zonder signering in de Moulckers Collection, die mogelijk het Zoniënwoud verbeelden en toe te schrijven zijn aan de genoemde kunstenaars.

‘Landschap’, ongesigneerd. Versierde meelzak. Collectie ‘Moulckers Collection’, St. Edward’s University

Na de Armistice: ‘uitverkoop’
Het initiatief om alle beschilderde zakken naar de VS te sturen, had problemen opgeleverd, bleek na de Wapenstilstand.

L’Indépendance Belge van 21 april 1919

‘Men zal zich herinneren, dat onze kunstenaars tijdens de bezetting Amerikaanse zakken hebben beschilderd, die graan en bloem hadden bevat. Dit als dankbetuiging aan de Verenigde Staten voor hun hulpverlening. De zakken beschilderd met allegorische voorstellingen en landschappen van onze regio zouden naar Amerika worden gestuurd. Maar de Duitse autoriteiten verzetten zich tegen de verzending. Daarom vroegen we ons af wat er met de zakken was gebeurd. Ze blijken zorgvuldig bewaard en begin mei zullen ze tentoongesteld worden in de ‘Cercle Artistique’.
Strikt genomen zal het geen kunsttentoonstelling zijn: het doek van de zakken was niet erg geschikt om te beschilderen en dit zijn dan ook geen meesterwerken van onze schilders. Maar het zal een cultureel evenement zijn.’ (L’Indépendance Belge, 21 april 1919)

Het evenement was bedoeld voor de (uit)verkoop van de beschilderde zakken, die voor eenheidsprijzen weggingen.
‘Cercle Artistique et Littéraire’: een originele tentoonstelling
Tot 8 mei, in de ‘Cercle Artistique et Littéraire’, een tentoonstelling van Amerikaanse zakken, versierd door de beste en meest fantasievolle van onze schilders. Deze zakken worden verkocht ten voordele van de ‘Caisse d’assistance des Artistes’ tegen een uniforme prijs van: 100 frank voor schilderijen met bieding van 10 franc: 20 frank voor gravures met bieding van 5 franc. De biedingen worden ingewacht bij de beheerder van de ‘Cercle’.
(La Libre Belgique, 3 mei 1919 / La Nation Belge, 5 mei 1919)

En zo kwam een verrassend einde aan het initiatief van de schilders van het Zoniënwoud, die in 1915 bijzonder succesvol waren en in een euforie van patriottisme en dankbaarheid aan de VS ‘wedijverden om iets eenigs tot stand te brengen, iets nieuws, en zij zijn er volkomen in gelukt.’

Meer over de beschilderde meelzakken lees je in mijn blogs: Meelzakken in Dendermonde; Beschilderde meelzakken in de Moulckers Collection en The Captain Albert and Mrs. Moulckers Collection 2.

 

‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’

Voor geïnteresseerden:
Museum Van Elsene/Musée d’Ixelles organiseerde in 2009 een tentoonstelling met werk van de schilders van het Zoniënwoud in de jaren 1850-1950. Bij de expositie verscheen een rijk geïllustreerde catalogus van de hand van Emmanuel Van de Putte ‘Les peintres de la forêt de Soignes/De schilders van het Zoniënwoud 1850-1950’.

 

 

*) Burgemeester Herrmann (Carl Henry Herrmann (St. Joost-ten-Node 05.12.1877Sint-Lambrechts-Woluwe 27.02.1965), noemde zich vanaf 1915 ‘Herrmann-Debroux’; Hij was burgemeester van 1912-1921. Tegenwoordig is hij vooral bekend als naamgever aan een viaduct en metrostation in Brussel.

**) Mijn grote dank gaat uit naar Hubert Bovens uit Wilsele, gespecialiseerd in opzoekingen van familiekundige aard, in het bijzonder van kunstenaars. Hij heeft de lijst met kunstenaarsgegevens gecontroleerd en aangevuld, zodat deze zo volledig als mogelijk is samengesteld.

***) Evelyn McMillan maakte ons attent op de beschilderde meelzak ‘Woman nursing her baby’ van Henri Logelain (dus niet ‘Lagelai’) in de collectie van de Hoover Institute Archives, Palo Alto, Ca.

Flour sacks. The art of charity

My article ” Flour sacks. The art of charity” has been published in the 2020 Yearbook of the In Flanders Fields Museum, Ypres!

English translation in the Yearbook 2020 In Flanders Fields Museum, Ypres

In the summer of 2019, I conducted research into the decorated WWI flour sacks in the museum’s collection*). The museum possesses 23 original flour sacks, eight of those have been included in Flanders’ List of Masterpieces as unique heritage items.

In my article, I report in word and image on my discoveries and give historical context to the Ypres collection of flour sacks. The following topics are discussed: the supply of food to Belgium; the US charities with a graph of contributions by state; Madame Lalla Vandervelde, her journey through America and successful appeal for aid to the Belgians; examples of the Belgian charities with an infographic showing dozens of sales exhibitions of flour sacks held between 1915-1925; girls’ education in vocational schools with unique photos of their lessons; German censorship on decorated flour sacks.

My conclusion is: decorated flour sacks are the symbol of the many charities run and supported by Belgian women and girls during the occupation, besides the symbol of food aid and gratitude.

The IFFM Yearbook 2020 is beautifully designed by Manu Veracx. The original Dutch article with 17 color and 7 black and white illustrations, is fully translated in English by Marc Hutsebaut; it covers 9 pages.

You can order the IFFM Yearbook 2020 here.

Collection flour sacks In Flanders Fields Museum. Artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Yearbook 2020

*) Marc Dejonckheere interviewed me for VIFF Magazine, magazine of The Friends of the In Flanders Fields Museum; “The emotions of the flour sack” was published in September 2019.

De weldaad van de meelzak

Mijn artikel ‘De weldaad van de meelzak’ is verschenen! Het is gepubliceerd in het Jaarboek 2020 van het In Flanders Fields Museum, Ieper.

In de zomer van 2019 deed ik onderzoek naar de versierde meelzakken van WO I in de collectie van het museum*). Het museum bezit 23 originele meelzakken, waarvan acht exemplaren op de Topstukkenlijst zijn geplaatst als beschermd Vlaams erfgoed.

In mijn artikel doe ik -in woord en beeld- verslag van mijn ontdekkingen en geef historische context aan de Ieperse collectie meelzakken. Aan de orde komen: de bevoorrading van België; de Amerikaanse liefdadigheid met een grafiek van de bijdragen per staat; Madame Lalla Vandervelde, haar reis door Amerika en succesvolle oproep tot hulp voor de Belgische bevolking; voorbeelden van de Belgische liefdadigheid met een infographic waarin tientallen verkooptentoonstellingen zijn genoemd gehouden tussen 1915-1925; het meisjesonderwijs op beroepsscholen met unieke foto’s van hun lessen; Duitse censuur op versierde meelzakken.

Ik kom tot de conclusie dat versierde meelzakken naast het symbool van voedselhulp en dankbaarheid ook het symbool zijn van de veelvoudige weldaden van Belgische vrouwen en meisjes tijdens de bezetting.

Het IFFM Jaarboek 2020 is prachtig vormgegeven door Manu Veracx. Mijn artikel beslaat 22 bladzijden en bevat 17 kleuren en 7 z/w illustraties; de Engelse vertaling is van de hand van Marc Hutsebaut, het beslaat 9 bladzijden.

U kunt het IFFM Jaarboek 2020 hier bestellen.

Collage van foto’s van de collectie meelzakken van het In Flanders Fields Museum; artistic photo collage: Annelien van Kempen, April 2020. IFFM Jaarboek 2020

*) Marc Dejonckheere interviewde mij voor het tijdschrift van de Vrienden van het In Flanders Fields Museum, VIFF. Het interview ‘De emotie van de meelzak’ verscheen in september 2019.

De collectie Errera in Museum Kunst & Geschiedenis

Isabella Errera, borstbeeld door Thomas Vinçotte, ong. 1920. kopie in gips. Collectie KMKG-MRAH. Foto: auteur

Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel (KMKG-MRAH) bezit een omvangrijke collectie versierde meelzakken van WO I, ook wel bekend als de ‘Collectie Errera’. In februari 2020 heb ik het voorrecht gehad onderzoek te doen in het museum. Eén dag heb ik geheel kunnen wijden aan het onderzoek van de meelzakken. Een dagdeel was ik in één van de bibliotheken en een extra dagdeel ben ik ontvangen in het archief om dossiers met originele documenten van de verkrijging van de versierde meelzakken te bestuderen.[1]

Isabella en Paul Errera. Foto: internet

 

 

 

Isabella Alice Goldschmidt Franchetti werd geboren op 4 april 1869 in Florence, Italië en is overleden op 23 juni 1929 in Brussel.
De Italiaanse trouwde met de Belg Paul Errera (Laeken, 23 juli 1860 – Brussel, 12 juli 1922) op 4 november 1890 en verhuisde naar Brussel. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Gabriëlle (Brussel, 2 juni 1892 – Princeton, VS, 25 augustus 1997) en Jacques (Ukkel, 25 september 1896 – Brussel, 30 maart 1977).[2] [3]

Foto van Jacques en Gabriëlle Errera met hun grootmoeder Marie Errera-Oppenheim (detail) in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Isabella Errera-Goldschmidt verzamelde textiel. Zij had een enorme expertise op het gebied van antieke stoffen, bouwde er een collectie van op en breidde deze uit met moderne stoffen. Ze reisde in Europa en naar het Midden-Oosten om haar verzameling te kunnen uitbreiden.

Catalogue d’Étoffes
In 1901 publiceerde Isabella Errera haar eerste catalogus over de verzameling oude stoffen, waarvan zij een aantal reeds geschonken had aan het Musée du Cinquantenaire de Bruxelles (nu KMKG-MRAH). In 1905 verscheen de catalogus over oude borduurwerken, in 1907 de tweede (museum)editie van de catalogus over de verzameling oude stoffen en in 1916 de publicatie over de antieke, Egyptische, stoffen. Haar schenkingen aan het museum gingen intussen door.

Het titelblad van de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

In 1927 verscheen de derde editie van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes’[4] van het museum. Voor het onderzoek naar versierde meelzakken in WO I een interessante catalogus, omdat twee items -mét foto’s- meelzakken tonen. Het gaat om de nummers 481 en 482 in het hoofdstuk ‘XVIIIe-XXe siecle’.

Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijving van objectnummer 481 (inv. nr. Tx 1028(?)):
Sac en grosse toile grise imprimée de rouge et de blue.
Les inscriptions sont: Hard Wheat Flour. De la part de leurs amis Vancouver, Canada. British Columbia Patent 98 LBS. Aux héroïques Belges.
Travail américain du XXe siècle.
Hauteur du dessin: 0m34; largeur: 0m34.
Preté par I. Errera.

Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Nr. 482 in de Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijving van objectnummer 482 (inv. nr. Tx 1027):
Sac en toile blanche, imprimé de rouge, de vert et de noir.
Les inscriptions sont: Mission Bells. Best patent Flour Port Costa Milling Co California. Packed: 49 LBS. Mission Bells.
Travail américain de XXe siècle.
Hauteur du tissue: 0m29; largeur: 0m30.
Preté par I. Errera.

De catalogus van 1927 beschreef 785 textiliën, waarvan 693 uit de verzameling van Isabella Errera afkomstig waren. Ze had er 243 in bruikleen gegeven, de overige geschonken.[5]

De omslag van de ‘Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition’ door Isabelle Errera, 1927. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

De beschrijvingen bij de meelzakken kwalificeren deze als bruikleen: een eerste en vroege blijk van collectievorming van de meelzakken door een gerenommeerde stoffenverzamelaar én gepubliceerd in de catalogus van een vooraanstaand kunst- en geschiedenismuseum:
Elle n’hésite pas à inscrire dans les collections des Musées les cotons imprimés des sacs de farine américains distribués par l’aide alimentaire pendant la Première Guerre mondiale!
(Ze aarzelt niet om in de collecties van het museum de bedrukte katoen op te nemen van Amerikaanse zakken meel, gedistribueerd vanuit voedselhulp tijdens de Eerste Wereldoorlog.) [6]

Drie dingen zijn intrigerend in de beschrijvingen:

  • De objecten 481 en 482 zijn wel als ‘zak’ maar niet als ‘meelzak van de periode van 1914-18’ beschreven;
  • De wijze en plaats van verkrijging staat niet vermeld. Er ontbreekt ‘Acheté chez…’ of ‘Acheté à …’ zodat de verkrijging door Isabella Errera blijkbaar geen ‘aankopen’ zijn geweest;
  • De Canadese zak heeft als kwalificatie ‘travail américain’, de catalogus maakte nog geen onderscheid tussen de landen Canada en VSA.
Foto Isabelle Errera in ‘Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation.’ door Milantia Errera-Bourla, 2000

Legaat Isabella Errera

Meelzak ‘De la part de leurs amis Vancouver, Canada’. Nr. 481 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1028(?). Foto: auteur

Isabella Errera is overleden op 60-jarige leeftijd en liet in haar testament haar bruiklenen na aan het museum. Dit blijkt uit de brief van notaris Ed. Van Halteren op 13 juli 1929 aan de Belgische ‘Ministre des Sciences et des Arts’ met als bijlage het testament waarin het volgende legaat was opgenomen: ‘Je lègue en pleine propriété à l’État belge tous les objets que j’ai prêtés au Musée du Cinquantenaire …, etc. (Ik legateer in volle eigendom aan de Belgische Staat alle voorwerpen die ik in bruikleen heb gegeven aan het Musée du Cinquantenaire …, enz.)

De Minister communiceerde het bericht van het legaat via een ‘dépêche’ van 26 juli aan het Musée Cinquantenaire en vroeg om inzicht in de reikwijdte van het legaat.
Het museum zag zich plots geconfronteerd met een probleem. Welke stukken waren in bruikleen gegeven door mevrouw Errera en kwamen hen nu door het legaat toe? Hoe kon zij onderscheid maken met de voorwerpen, die reeds in bezit waren door eerdere schenkingen?

Meelzak ‘Mission Bells, Porta Costa Milling Co., California’. Detail bedrukking. Nr. 482 in Catalogus 1927; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1026. Foto: auteur

Monsieur le Conservateur en Chef benoemde het dilemma in een brief aan de Minister op 6 augustus: ‘Quant aux étoffes, Mme Errera n’avait jamais pris soin de nous remettre une liste de ses dépôts et comme elle avait été chargée par le Gouvernement de la gestion du Départment des textiles, il nous aurait été difficile de constater l’introduction dans les séries de pièces nouvelles.’

(Wat de stoffen betreft had mevrouw Errera nooit de moeite genomen ons een lijst van haar bruiklenen te geven en aangezien zij door de Regering was belast met het beheer van de Afdeling Textiel, zou het moeilijk voor ons zijn geweest om tot vaststelling te komen van door haar nieuw ingebrachte stukken.)

Gelukkig had Isabella Errera met de catalogus van 1927 ervoor gezorgd dat er gemakkelijk helderheid kon komen. De Minister kreeg de lijst van het legaat toegestuurd. De brief van de Conservateur en Chef vervolgde: ‘Il a donc fallu nous borner à relever dans le Catalogue d’étoffes anciennes; 3e édition 1927, les numéros désignés comme prêtés par Mme Errera. Je vous prie d’en trouver la liste ci-jointe, complétée par la désignation des broderies.

Meelzak ‘Pride of Niagara, Thompson Milling Co, Lockport, N.Y.’ Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1384. Foto: auteur

Mme Crick, à qui j’ai demandé d’établir ce relevé m’écrit “la collection des étoffes léguées est particulièrement importante: elle constitue plus du quart de la collection totale des tissus du Musée et comporte des exemplaires de toutes les époques depuis le VIe jusqu’au XXe siècle; …”.’
(‘We moesten ons dus baseren op de Catalogue d’étoffes anciennes; 3e editie 1927, de nummers aangeduid als in bruikleen gegeven door mevrouw Errera. Bijgaand vindt U de opgestelde lijst, aangevuld met de lijst van borduurwerken. Mevrouw Crick, aan wie ik vroeg om deze opstelling te maken, schrijft mij “de collectie van de nagelaten stoffen is bijzonder belangrijk: deze vormt meer dan een kwart van de totale collectie stoffen van het museum en omvat exemplaren van alle tijden sinds de VIe tot de XXe eeuw;” ‘)

Meelzak ‘White Rose, The Hadley Milling Co. Olathe, Kansas’. Detail bedrukking en borduurwerk; verkregen van Isabella Errera, 1929. Collectie KMKG-MRAH, Tx 1341. Foto: auteur

De lijst van mevrouw Marthe Crick-Kuntziger (Luik, 2 april 1891 – Brussel, 30 mei 1963), kunsthistorica, sinds 1921 werkzaam bij het museum, bevatte de twee gecatalogiseerde meelzakken, want zij vermeldde onder
I. ÉTOFFES. Voir Is. Errera: Catalogue d’étoffes anciennes et modernes.; Bruxelles 1927. (3e-édition).
Nos ……481, 482, ……

Bovendien blijkt uit de lijst dat twee geborduurde meelzakken ook tot het legaat behoorden. Onder II volgde ‘la désignation des broderies’, waarin twee nummers met een ‘sac américain brodé’. De lijst vermeldde:
II. BRODERIES…
94 – Sac américain brodé. (guerre 1914-18.)
95 – Tablier formé d’un sac américain brodé (id.)
…..

Analyse van de indexnummers van de versierde meelzakken in de museumcollectie leidden me naar de twee geborduurde meelzakken welke tot het legaat hebben behoord:
* Nummer 94: De meelzak ‘Pride of Niagara’ van de maalderij Thompson Milling Co., Lockport, New York (inv. nr. Tx 1384);
*Nummer 95: Het schortje gemaakt uit de meelzak ‘White Rose Flour’ van de maalderij The Hadley Milling Co., Olathe, Kansas (inv. nr. Tx 1341).[7]

Omslag van het Bulletin Musées Royaux d’Art et d’Histoire, maart 1933. Bibliotheek KMKG-MRAH. Foto: auteur

Jacqueline Errera-Baumann
Het museum kwam vier jaar na het overlijden van Isabella Errera in het bezit van een aanzienlijk aantal meelzakken door de schenking van Mme Jacques Errera, de schoondochter van Isabella Errera.
Jacqueline Julie Errera-Baumann, geboren op 13 januari 1901 in Illkirch, Alsace, Frankrijk, overleden op 20 februari 1960 in Brussel. Zij trouwde met Jacques Errera rond 1920/22. Het echtpaar kreeg een dochter, Muriel (Parijs, 17 juni 1924 – Brussel, 21 juni 2008) en een zoon, Paul (Laeken, 9 mei 1928 – Woodbridge, VS, 14 april 2010).

Jacqueline was een beeldhouwster en schilderes, opgeleid in Parijs, zij was in de leer bij Emile-Antoine Bourdelle.
Jacqueline deed de schenking van een serie meelzakken in februari 1933.
De Conservateur en Chef van het museum schrijft op 18 februari 1933 aan Madame Errera, 14 Rue Royale, Bruxelles:
“J’ai l’honneur de vous accuser réception du lot de sacs américains que vous m’avez fait remettre. Je vous remercie de cette nouvelle marque de l’interêt que vous portez à nos collections et qui vient enrichir de maniere intéressante nos séries documentaires de l’histoire de la période de guerre 1914-1918.”
(‘Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van de partij ‘Amerikaanse zakken’ die u mij hebt aangeboden. Ik dank u hartelijk voor deze nieuwe blijk van interesse in onze collecties die op interessante wijze de geschiedenis van de oorlogsperiode 1914-1918 aanvult en documenteert.’)

Verzoek aan Mlle Calberg te rapporteren over de schenking van Jacqueline Errera-Baumann, 22 februari 1933. Archief KMKG-MRAH. Foto: auteur

Op 22 februari 1933 vroeg Jean Capart, Le Conservateur en Chef, via een intern memo aan Mademoiselle Calberg om rapport uit te brengen over het aanbod van de schenking van Madame Errera.

Op 1 maart rapporteerde Mlle Calberg: ‘Madame Errera offre en don à nos Musées un lot de 56 sacs américains en toile imprimée de la periode de guerre 1914-18. Le genre est déjà représenté dans nos collections par quelques spécimens faisant partie du legs Isabelle Errera. La série serait donc heureusement complèté par le lot important qui nous est présenté. J’estime qu’il y a donc lieu d’en accepter le don.’

(Madame Errera biedt aan onze musea een schenking aan van een partij van 56 Amerikaanse meelzakken van bedrukte stof uit de oorlogsperiode 1914-18. Het genre wordt in onze collecties al vertegenwoordigd door enkele exemplaren die deel uitmaken van het legaat Isabelle Errera. Deze exemplaren zullen dus hopelijk aangevuld worden met de belangrijke partij die ons nu wordt aangeboden. Ik ben van mening dat er voldoende reden is om de schenking aan te nemen.)

Rijstzak ‘Riso Brillato. La Bandiera Italiana. Carolina’. Collectie KMKG-MRAH. Foto: auteur

Het museum publiceerde in haar Bulletin van maart 1933 onder ‘Nouveaux Dons’ (nieuwe schenkingen) het bericht ‘Nos collections de broderies modernes se sont accrue d’un lot de sacs américains (1914-1918) offert par Mme Jacques Errera’.

En zo kwamen de 56 meelzakken van WO I, geschonken door Jacqueline Errera-Baumann, terecht in de sectie (moderne) borduurwerken van het museum.

Ik geef een overzicht van deze 56 meelzakken.
Allereerst: een zak bleek een rijstzak met rood, wit, groene bedrukking, dus zal ik die niet meerekenen in de aantallen van de collectie.

De twee bewerkte meelzakken “Russel’s Best’ en ‘Vigor’ zijn op gelijksoortige wijze geborduurd, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2604 en Tx 2605. Foto: auteur.

Daarmee komt de serie meelzakken die door Jacqueline Errera-Baumann geschonken zijn op 55:
– Onbewerkt: 52;
– Bewerkt: 3.

Meelzak ‘Perfect, Gem State Roller Mill & Ele. Co. Ucon, Idaho’ met tekening van Godefroid Devreese, 1915; verkregen van Jacqueline Errera-Baumann, 1933. Collectie KMKG-MRAH, Tx 2626. Foto: auteur.

Bewerking:
– Één zak ‘beschilderd’, dat wil zeggen met een tekening in rood contékrijt of potlood door G. Devreese;
– Twee zakken op gelijksoortige wijze geborduurd en afgewerkt met franje aan boven- en onderzijde als kleine tafellopers.

Herkomst van de meelzakken: Canada: 2 en Verenigde Staten 53.

 

 

Samenvatting
De museumcollectie is verkregen door:
1) Legaat Isabella Errera-Goldschmidt in 1929: 4 stuks
2) Schenking Jacqueline Errera-Baumann in 1933: 55 stuks

Totaal 59 meelzakken, waarvan 54 onbewerkt en 5 bewerkt (vier geborduurd, één met tekening). De herkomst van de meelzakken is drie uit Canada, 56 uit de VS.

De interessante vragen die volgen zijn: hoe en wanneer hebben Isabella en Jacqueline Errera hun respectievelijke collecties meelzakken destijds verkregen? Welke verzamelcriteria zullen zijn gehanteerd? Genoeg reden voor verder onderzoek en nieuwe blogs.

Onderzoek van de collectie meelzakken in Museum Kunst & Geschiedenis, Brussel, februari 2020. Foto: auteur

[1] Mijn hartelijke dank aan de medewerkers van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. De dames De Meûter, Cooremans, De Ruette en Hanssens hebben mij gastvrijheid geboden voor mijn onderzoek. In de aanloop naar mijn bezoek verschaften zij steeds opnieuw informatie. Dankzij hun voorbereidingen heb ik mij ter plaatse volledig aan de studie van de meelzakken, documenten en boeken kunnen wijden. Ik ben hen bijzonder erkentelijk!

[2] Mijn hartelijke dank aan Eric de Crayencour, Ondervoorzitter van de Geschied- en Heemkundige Kring van Ukkel en omgeving voor het bijeenbrengen en toezenden van de uitgebreide informatie en data over de familie Errera, hun verblijf in Ukkel en de nalatenschap van Isabella Errera; juli 2020

[3] Errera-Bourla, Milantia, Les Errera. Une histoire juive. Parcours d’une assimilation. Brussel, Editions Racine, 2000

[4] Errera, Isabelle, Catalogue d’Étoffes Anciennes et Modernes, Troisième Edition. Bruxelles, Vromant & Co; Lamertin, Musées Royaux du Cinquantenaire, 1927

[5] Delmarcel, Guy, Isabella Errera (1869-1929) in Liber Memorialis 1835-1985. Brussel, Koninklijke Musea voor Kunst & Geschiedenis, 1985

[6] Coppens, Marguerite, Goldschmidt Isabelle (1869-1929), épouse Errera. In: Dictionnaire des femmes belges XIXe-XXe siècles, Gubin, Eliane, e.a., dir., Bruxelles, éditions Racine, 2006

[7] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 97-126; Bijlage 1 Lijst van de Amerikaanse Meelzakken in de KMKG

De trouwdag van Maria Gauquie en Hector Impe en de kanten bloemzak van Tielt

Dit blog vertelt het verhaal van de kanten bloemzak van Tielt.

Maria Impe-Gauquie, links op de foto, Hector Impe, rechts op de foto, circa 1915. Foto (detail) uit boek: ‘Het Nationaal Hulp-en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Het kantwerk legt de relatie met het leven van het echtpaar H. Impe-Gauquie in Tielt, provincie West-Vlaanderen. Maria Gauquie en Hector Impe trouwden vandaag precies 130 jaar geleden.

Versierde meelzak ‘Stad Thielt’, collectie HIA. Foto: collectie auteur

De versierde bloemzak in Palo Alto, Californië
Deze met kanten versierde bloemzak bevindt zich in de collectie van de Hoover Institute Archives (HIA) in Palo Alto, Californië op het terrein van Stanford University. De meelzak is daar zorgvuldig opgeborgen.
Gelukkig zijn er prima foto’s van het kantwerk beschikbaar dankzij de tentoonstelling ‘From Aid to Art. Decorated Flour Sacks from World War I’, gehouden van 7 januari tot 1 maart 1987 in The San Francisco Craft and Folk Art Museum. Gastconservator Carole Austin legde een uitgebreid dossier aan, dat ik van haar kreeg toegestuurd. Enkele fraaie kleurendia’s zijn daardoor in mijn bezit.

A Report, Fall 1986, catalogus bij de tentoonstelling “From Aid to Art: Decorated Flour Sacks from World War I” door Carole Austin. San Francisco Craft and Folk Art Museum.

Carole stuurde me ook ‘A Report’, Fall 1986, de begeleidende krant in zwart-wit, die diende als catalogus bij de tentoonstelling. Centraal op de voorpagina staat de foto van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’: ‘Fine Belgian lace sewn over a flour sack’.

Het kanten object bestaat uit twee delen, een Belgisch met rode ondergrond (links) en een Amerikaans paneel met blauwe ondergrond (rechts).

Het linker, ‘Belgische’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op rode ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* De voorstelling op het Belgische deel is divers. Een dubbele hoorn van overvloed bijeengehouden door een blauw ‘lint’, is gevuld met rijk dragende graanhalmen en omringt een gekroond wapen met drie sleutels. Het schild hangt aan een lint dat zich strikt in de twee bovenhoeken en versierd is met bloemen. Het middenstuk is een medallion met Griekse rand waarbinnen een cherubijntje een vlinder toezwaait die met een brood komt aan fladderen. De tekst luidt: ‘Stad Thielt – België – Hulde aan America – 1914/1915’. Onder het medallion twee gekruiste lauwertakken waarin een gekroond wapen met staande leeuw en de tekst ‘Eendracht maakt macht’.

Het rechter ‘Amerikaanse’ deel van de versierde meelzak ‘Stad Thielt’ op blauwe ondergrond, coll. HIA. Foto: coll. auteur

* Het Amerikaanse deel toont het Vrijheidsbeeld, omringd met hangende takken, waaraan bloemen in de vorm van vijfpuntige sterren. Het beeld staat op een sokkel voorzien van een medallion met dertien sterren. De sokkel wordt gedragen door de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels, op de borst een rood-wit-blauw gestreept wapenschild en in de klauwen een lauwertak, resp. een bundel pijlen. In zijn bek houdt de adelaar een krullende banier vast met de tekst ‘E Pluribus Unum’.

* De afmeting van het geheel is h. 76 cm, br. 85 cm (30 x 33,5 inches).
De randen zijn omzoomd en voorzien van sierband, het Belgische deel in de kleuren rood, geel, zwart; het Amerikaanse deel in de kleuren rood, wit, blauw.

Onbewerkte meelzak ‘Zephyr’, coll. KMKG-MRAH. Tx 2632. Foto: auteur

Bloemzak ‘Zephyr’
“Is de drager van de kanten voorstelling een meelzak?” vroeg ik me af.
Het medallion op het linker, Belgische, deel legt inderdaad de relatie met de meelzakken van WO I.

De collectie van het Museum Kunst & Geschiedenis (KMKG-MRAH) in Brussel bevat een onbewerkte meelzak ‘Zephyr’ van de maalderij Bowersock Mills & Power Co., Lawrence, Kansas.
Professor Delmarcel beschrijft in 2013 de meelzak:
‘De Bowersock Mills Company in Lawrence, Kansas, koos voor een meer intellectuele logo. Hun merknaam ‘Zephyr’ wordt in beeld gebracht door een kleine gevleugelde genius die een brood toevertrouwt aan een vlinder, een wat ver gezochte allegorie van de antieke godheid Zephyrus als wind van de lente.’ [1]

Een allegorie op de Griekse god ‘Zephyrus’, de god van de Westenwind!

‘De Geboorte van Venus’, Sandro Botticelli, ca 1483, Galleria degli Uffizi, Florence. Foto: website Art Salon Holland

De Italiaanse Renaissance schiet in mijn herinnering: Sandro Botticelli schilderde ‘De Geboorte van Venus waarbij de godin Venus staande in haar schelp aan land wordt geblazen door de god Zephyr.

Onbewerkte meelzak Zephyr, detail. Coll. KMKG-MRAH. Foto: coll. auteur
Het medallion van de kanten meelzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

Het medallion met cherubijn, vlinder en brood omringd door zonnestralen binnen de Griekse rand komt exact overeen met de afbeelding van het kant. Waar de merknaam ‘Zephyr’ stond afgedrukt op de originele meelzak zijn de woorden ‘STAD THIELT’ in de plaats gekomen. Op de plaats van de naam van de maalderij werd de tekst ‘Hulde aan America’ aangebracht.

Belgisch kant
Mijn kennis over Belgisch kant is basaal, verwacht van mij daarom geen beschrijving van de kanttechnieken. Carole Austin prijst in haar catalogus van 1986 het kant op de meelzak als een van de mooiste versieringen: ‘Perhaps the finest piece in all of the collections is a double panel entirely covered with fine Belgian lace’.

Dit kant is na de creatie gefotografeerd voordat het op de meelzak bevestigd werd, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt
Foto gemaakt voordat de kanten bloemzak geschonken is aan de Amerikaanse weldoeners, circa 1915. Foto: coll. Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Dat de creatie tijdens de Groote Oorlog ook in Tielt, provincie West-Vlaanderen, indruk heeft gemaakt blijkt uit de archieven van de Heemkundige Kring de Roede van Tielt. Onderzoeker en auteur Paul Callens vond in de bibliotheek historische foto’s van beide panelen. De foto’s zijn vermoedelijk genomen voordat de kantwerken naar Amerika zijn verzonden. Het kant van het linkerpaneel heeft op de foto nog geen rand. De foto zal dus genomen zijn voordat het kant aan de meelzak is bevestigd.

Paul Callens zocht enkele passages in het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse[2] over kant en kantwerksters voor me op.
‘Kantwerksters: In het begin van Juni 1915 werd door eenige edelmoedige en bereidwillige Juffers onzer gemeente onder de leiding van de E. Heer Cortij, het werk der kantwerksters ingericht. Eene aanvraag tot aanvaarding aan het Nationaal Komiteit van Brussel gedaan werd goedgekeurd en het werk nam zijnen aanvang met 18 kantwerksters. Sinds is dit getal geklommen tot 51, waarvoor een totaal hulpgeld tot op 1 mei is ontvangen van fr. 3200.
Het daarop ingezonden kantwerk bedraagt fr. 2857,15. Onnoodig te zeggen dat deze nuttige inrichting het zijne heeft bijgebracht tot leniging van den nood onzer werkersbevolking en kleine burgerij.’

Borduur/kantwerk ‘De Stad Iseghem aan Amerika. Hulde van Dankbaarheid, 1914-1915’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
Kantwerk ‘Dankbare Hulde Beveren bij Roeselare’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens

Het Werk der kantwerksters
In de collectie van het Herbert Hoover Presidential Library – Museum (HHPLM) in West Branch, Iowa bevinden zich meerdere kant- en borduurwerken uit Tielt en omgeving.
Recente foto’s uit de collectie kreeg ik toegestuurd en zijn gemaakt door Mauro Callens, de zoon van Paul, die samen met zijn moeder en zijn vrouw, in oktober 2019 een bezoek bracht aan het museum. Zij werden ontvangen door conservator Marcus Eckhardt, die hen meer stukken in de collectie liet zien, dan een gewone bezoeker te zien zal krijgen.

De adelaar met schild en banier in de bek. Detail borduurwerk ‘Stad Iseghem’, coll. HHPLM. Foto: Mauro Callens
De adelaar met schild en banier in de bek. Detail kanten bloemzak ‘Stad Thielt’, coll. HIA. Foto: coll. auteur

En dat leverde voor het onderzoek van de kanten bloemzak van Tielt interessante informatie op.

Een fijn wit borduurwerk met kanten rand uit de stad Izegem bevat het beeld van de Amerikaanse adelaar met wijd gespreide vleugels en baniertekst ‘E Pluribus Unum’, zoals ook op het ‘Amerikaanse paneel’ is afgebeeld. Dit geeft er blijk van dat er binnen  de kringen van borduursters en kantwerksters uitwisseling zal zijn geweest van patronen.

Twee geschenken uit Tielt
Nog een passage uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’:
‘Onze kantwerksters hebben twee prachtige geschenken afgemaakt voor onze Amerikaansche weldoeners en een voor onze Spaansche weldoeners. Die geschenken wierden bekostigd door vrijwillige giften op de gemeente.’
Het lijkt erop dat de kantwerken op de meelzakken de twee geschenken voor de Amerikaanse weldoeners zijn geweest!

Signering ‘H Impe Gauquie Thielt’. Foto: Paul Callens, HK de Roede van Tielt

Maria en Hector Impe-Gauquie
Beide delen van het kantwerk zijn gesigneerd in de linkerbenedenhoek met dezelfde naam.
Als men de naam niet weet is het wel wat raden voor de naam.
H IMPE GAUQUIE THIELT’.
Paul Callens ontcijferde de kanten tekst. Tegelijkertijd vond hij een foto van de voedselbedeling in Tielt waarop de heer en mevrouw Hector Impe-Gauquie beiden staan afgebeeld! De foto is bij hen thuis gemaakt, Tramstraat 36 in Tielt. Hector Impe blijkt de voorzitter van het Voedselcomiteit.

Foto met bijschrift uit het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’, 2018

Genealogische gegevens die ik van het echtpaar heb gevonden, zijn:
– MARIA JOSEPHA GAUQUIE, geboren op 28 augustus 1867 in Izegem, West-Vlaanderen.
Haar ouders waren Charles Gauquie (geb. 1822) en Henrica Meersseman (geb. 1823).
– HECTOR JOSEPH MARIE IMPE, geboren op 11 november 1862 in Izegem. Zijn ouders waren Franciscus Impe (overl. 1864) en Theresia Coleta Hoornaert (overl. 1868).
Uit het bijschrift van de groepsfoto blijkt dat het in ieder geval twee dochters had: Martha en Marguerite.

Het echtpaar Maria Gauquie en Hector Impe trouwde op 15 juli 1890 in Izegem. Vandaag 130 jaar geleden.
Opmerkelijk in het bijschrift van de foto is de vermelding van de naam van Hector Impe als ‘Hector Impe-Gauquie’, terwijl zijn vrouw staat vermeld als ‘Mevr. Hector Impe’. Dat brengt me bij de duiding van de naam in het kantwerk. Het geeft twee mogelijkheden:
* Hector Impe-Gauquie heeft geld geschonken aan de gemeente waardoor kantwerksters de panelen hebben kunnen maken, waarna ze cadeau zijn gedaan aan de Amerikaanse weldoeners, of
* Maria Impe-Gauquie is de kantwerkster geweest.

Nieuwe vragen
– Kenners van kantwerk en de historie van Tielt zullen hopelijk meer licht kunnen schijnen op mijn vraag: is Maria Impe-Gauquie inderdaad de kantwerkster geweest van de prachtige kanten van de ‘Stad Thielt’?!
– De specialisatie ‘Oorlogskant/War Lace’ is het kennisveld van velen. Ik ben benieuwd of de kanten bloemzak van Tielt te beschouwen is als ‘oorlogskant’. Zo ja, dan zijn via deze speciale versierde meelzak draden getrokken tussen het werk van de kantwerksters en het werk aan de versierde meelzakken in WO I.

Dank
Mijn hartelijke dank gaat uit naar Carole Austin, Paul en Mauro Callens, André Bollaert, Marcus E. Eckhardt en Evelyn McMillan voor het verschaffen van informatie, toesturen van foto’s en teksten!

Voetnoten:
[1] Delmarcel, Guy, Pride of Niagara. Best Winter Wheat. Amerikaanse Meelzakken als textiele getuigen van Wereldoorlog I. Brussel, Jubelpark: Bulletin van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, deel 84, 2013, p. 99. Afbeelding Fig. 9, p. 115

[2] Paul Callens heeft samen met Luc Neyt het boek ‘Het Nationaal Hulp- en Voedselcomiteit in het Tieltse’ van Fons Das afgewerkt. Familiekunde Vlaanderen, Regio Tielt, 2018

Belgische collecties in cijfers

Twee jaar geleden startte ik het onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de versierde meelzakken in WO I.
In het Textile Research Centre (TRC) in Leiden, Nederland, ontdekte ik het bestaan van de zakken. TRC heeft één in België geborduurde, Canadese meelzak in de collectie, hen geschonken door de verzamelaar Pepin van Roojen. Waarschijnlijk kocht hij het borduurwerk eens op een antiekmarkt of vintagekledingwinkel in Colorado of Texas in de VS.

“Waar zou ik in België geborduurde meelzakken kunnen bekijken?”, was mijn vraag. “Zouden musea en openbare collecties de zakken bewaren en tentoonstellen?”
Met deze vraag stuurde ik e-mails rond op basis van gegevens van internet en ontving enkele positieve reacties. De informatie groeide en groeide. Uiteindelijk leidde het tot het samenstellen van een lijst met musea en cultuur-historische instanties met collecties versierde meelzakken, die ik publiceerde onder ‘Musea’.
Ook ontving ik gegevens van particuliere verzamelaars.

Bij het schrijven van het blog ‘Vlaamse Topstukken, cultureel erfgoed’ viel me op dat de samenstellers van de Topstukkenlijst in 2016 enkele versierde meelzakken toevoegden aan de lijst met de motivering: ‘Het gaat om één van de weinige materiële getuigen van de voedselhulp tijdens Wereldoorlog I daar er weinig dergelijke geborduurde bloemzakken in publieke collecties in ons land te vinden zijn.’ Het woord ‘weinig’ intrigeerde me.
Wat me vervolgens intrigeerde was het opnemen in de Vlaamse Topstukkenlijst van meelzakken, enerzijds in publiek bezit (in 2014), anderzijds in privébezit (in 2016).
Nieuwe vragen doemden op: ”Hoeveel zakken zijn er dan? Zou het relevant zijn om het onderscheid te maken in publieke en particuliere collecties?”
De stimulans tot verder onderzoek was geboren.

Dankzij de medewerking van velen die mij informatie verstrekten, heb ik gegevens over de huidige Belgische collecties versierde meelzakken in WO I kunnen samenbrengen. Inmiddels heb ik negen publieke collecties en twee privécollecties persoonlijk en ter plaatse kunnen bestuderen. Zo zijn ruim 170 meelzakken door mijn handen gegaan.
In dit blog presenteer ik de kerncijfers van mijn huidige onderzoeksresultaten.

Register van Meelzakken WO I
De verwerking van de gegevens van de meelzakken vroeg om een methodiek. Om tot optelling en vergelijking van meelzakken en collecties te komen was een spreadsheet nodig. De zakken waren in oorsprong transportverpakkingen, daarom heb ik de indeling van het spreadsheet logistiek bepaald: plaats van origine, vervoer per schip, plaats van ontvangst en leging, plaats van bewerking en plaats van huidige bewaring.

Zo heb ik een ‘Register van Meelzakken WO I’ gevuld met de gegevens van de meelzakken die mij tot nu toe bekend zijn.[1]
Het Register biedt de mogelijkheid om te filteren. De cijfers van de Belgische collecties kan ik eruit lichten: ik tel op dit moment 14 publieke en 13 privécollecties. Het aantal meelzakken in deze collecties is 235.

Belgische publieke en privécollecties
De veertien publieke en dertien privécollecties bevatten gezamenlijk 235 meelzakken, waarvan 65% (152 zakken) in de publieke en 35% (83 zakken) in de privécollecties.

Enkele particuliere verzamelaars staan ervoor open om hun bezit in bruikleen te geven voor tentoonstellingen, waardoor er de afgelopen jaren heel wat meelzakken voor het publiek te zien zijn geweest. De meelzakken in Bezoekerscentrum HIPPO.WAR in Waregem en het Erfgoedhuis Nazareth zijn in langdurige bruikleen gegeven uit de collectie van Frankie van Rossem.

Onbewerkte en bewerkte meelzakken
Het onderscheid tussen onbewerkte en bewerkte meelzakken voor verzamelingen meelzakken in WO I is een essentieel kenmerk. In mijn blog ‘Rosabel in het War Heritage Institute’ heb ik dit uitgewerkt.

Onbewerkte meelzakken zijn geleegde meelzakken, die bleven zoals ze waren, katoenen zakken met originele bedrukking van letters, logo’s, beeldmerken en stempels.
Bewerkte meelzakken zijn de geleegde meelzakken die in België zijn getransformeerd tot kussenhoes, wandversiering, loper, etui, tas, theemuts, schort, jurkje, jas, broek.

Van de 235 meelzakken in Belgische collecties zijn er 102 onbewerkt en 133 bewerkt.

De verdeling van onbewerkte en bewerkte meelzakken in de publieke, respectievelijk de particuliere collecties, levert aanmerkelijke verschillen op.
In absolute aantallen is de verdeling:

Onbewerkte meelzakken
De publieke collecties bevatten met 90% het overgrote deel van de onbewerkte meelzakken, 10% van de onbewerkte meelzakken is in privébezit.

Van de onbewerkte meelzakken in de publieke collecties bevindt zich 90% in musea in het Jubelpark in Brussel. KMKG/MRAH bewaart een collectie van voornamelijk onbewerkte meelzakken, misschien al tijdens de bezettingsjaren 1914-18 samengesteld door mevrouw Isabella Errera.
Het Koninklijk Legermuseum heeft enkele tientallen onbewerkte meelzakken in de collectie, waarvan sommige door de tand des tijds zijn aangetast, maar evengoed interessante informatie opleveren.

Bewerkte meelzakken
Van de bewerkte meelzakken is 45% in publiek bezit en 55% in privébezit.
Volgens mijn huidige gegevens bevatten de particuliere verzamelingen dus méér bewerkte meelzakken dan de museale collecties. Vanuit dit oogpunt is het betekenisvol dat de Vlaamse lijst van Topstukken meelzakken, zowel uit een publieke als een privécollectie, vermeldt.

Hardop denkend over deze cijfers lijkt een verklaring voor de hand te liggen. Een aantal particulieren heeft door overlevering van grootouders/familie een of enkele meelzakken verkregen en bewaart deze als familie-erfgoed. Andere verzamelaars zijn al jaren actief met het bezoeken van markten, kringloop- en brocante winkels, lokale en online veilingen en hebben op deze wijze een verzameling opgebouwd.
De overdracht van versierde meelzakken door particulieren aan publieke instellingen vindt druppelsgewijs plaats.

De bewerkingen
Schilderen en borduren waren de belangrijkste bewerkingen waarmee de meelzakken zijn versierd. Een aantal zakken heeft beide bewerkingen ondergaan, ze zijn eerst beschilderd, daarna geborduurd.
In absolute aantallen is de verdeling:

In publieke collecties is 20% van de meelzakken beschilderd en 90% geborduurd.
In privécollecties is 40% van de meelzakken beschilderd en 60% geborduurd.
De 21 beschilderde meelzakken in de verzameling van Gerard Hollaert vormen hiervan de hoofdmoot.

De herkomst van de meelzakken
De landen van origine van de meelzakken zijn de Verenigde Staten en Canada. De originele bedrukkingen op de meelzakken bieden de informatie.
Op een aantal bewerkte meelzakken ontbreekt de herkomstaanduiding, omdat de originele print bij de transformatie van meelzakken in België tot wandkleed, loper, tasje, etc. is weggeknipt. Ze zijn opgenomen in de categorie ‘Onbekend’.
De categorie met herkomst ‘België’ zijn zakken die in publieke collecties abusievelijk als ‘Amerikaanse meelzakken’ worden bestempeld, maar hun oorsprong niet als meelzak hebben. Zie het blog ‘Een geborduurde Paaszak in Gent’. De zakken zijn lokaal gemaakt tijdens WO I, als verpakking van hulpgoederen voor de Belgische krijgsgevangenen in Duitsland. In de categorie ‘België’ vallen ook enkele borduurwerken die door Belgische krijgsgevangenen zijn gemaakt.
In absolute aantallen is de verdeling:

80% van de meelzakken heeft als herkomst de VS, ruim 10% is afkomstig uit Canada en van 5% is de herkomst onbekend.

De top van de stapel is zichtbaar
De presentatie van kerncijfers toont aan dat het onderzoek geleid heeft tot antwoorden op mijn vragen. Met elkaar werkend zijn honderden meelzakken tevoorschijn gekomen in België. De duiding ‘weinig’ van de Topstukkenlijst heeft cijfermatige invulling gekregen. Mede dankzij de bescherming van versierde bloemzakken als Vlaams Topstuk is extra aandacht gevestigd op het unieke cultureel erfgoed.
Toch lijkt mij toe dat het karwei nog zeker niet is geklaard. In een aantal Belgische steden en provincies zijn geen collecties versierde meelzakken geregistreerd waar ik ze wel zou verwachten. Op plaatsen waar ze wel zijn geregistreerd duiken nieuwe vondsten in collecties op.

Ik trek als conclusie dat de top van de stapels meelzakken van WO I in Belgische collecties zichtbaar is gemaakt.

[1] Met deskundig advies en werk van een jong team van dataverwerkers is het Register Meelzakken WO I tot stand gekomen en in gebruik genomen. Mijn grote dank aan Georgina Kuipers, Jason Raats, Florianne van Kempen en Tamara Raats.

One million bags of flour from Canada

I spent this past May reading and browsing the archive of The British Newspaper Archive. In collaboration with The British Library, this platform provides access to the largest online collection of British and Irish historical newspapers. The archive also contains some Canadian newspapers.

“Million bags of flour from Canada”
You can imagine my surprise when I came across a collection of English and Irish articles in August 1914 with the headline: “MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA”.
A million bags of flour from Canada?!

The Scotsman, August 10th, 1914

The newspapers reported on the Canadian government’s donation to the people of the United Kingdom during the first weeks of the war.

“The Board of Trade announces that the following telegraph communicatons have passed between the Duke of Connaught, Governor-General of Canada, and the Secretary for the Colonies: “I am desired by my Government to inform you that the people of Canada, through their Government desire to offer one million bags of flour of ninety-eight pounds each as a gift to the people of the United Kingdom, to be placed at the disposal of His Majesty’s Government, and to be used for such purposes as they may deem expedient. This size is most convenient for transportation. The first shipment will be sent in about ten days, and the balance as soon as possible afterwards. – ARTHUR.”
Received 6.40 A.M., 7th August.
Reply sent:
-“
12.45 P.M. 7th August.
Your telegram, 6th August. His Majesty’s Government accept on behalf of the people of the United Kingdom with deep gratitude the splendid and welcome gift of flour from Canada, which will be of the greatest use in this country for the steadying of prices and the relief of distress. We can never forget the promptitude and generosity of this gift and the patriotism from which it springs. – HARCOURT[i]

The first bags of flour were readied in the Canadian mills on August 20th. On September 9th, 1914, 50,000 bags of flour had already arrived in Liverpool. Each bag was printed in color with large letters “FLOUR. CANADA’S GIFTʼ.

The first load of 50,000 bags of flour has arrived in Liverpool on an “Allan Liner” and is stored in a warehouse. The Daily Citizen, September 14th, 1914

The background of the impressive donation turned out to be considerations of financial nature. “In the work of financing the exports of grain and flour from Canada, the arrangement completed by the Bank of England, under which the Canadian Minister of Finance has become the depository of important gold reserves which otherwise would have been shipped across to England, is of high importance, as the large sums paid into the Treasury at the Canadian capital can be paid out to exporters of produce from the Dominion. The effect of this will be to relieve the financial tension considerably.” [ii] 

Another message explained, in my words, the dual purpose of controlling bread prices and the ability to come to the aid of the poor.
What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.”[iii]

Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with “Canada’s Gift of Flour” on October 5th, 1914. Still from film clip “Riversdale”, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

The bags of flour were mainly stored in the ports of London and Liverpool.

Steamer Riversdale arrived in Cardiff loaded with a portion of the Canadian gift of flour to Great Britian. Dublin Daily Express, October 6th, 1914

But the ports of Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin and Belfast also had flour from the Canadian donation in storage. The Port Authorities had undertaken to warehouse the gift of flour as long as necessary without charge. The Food supply management was entrusted to the Local Government Board, which was to establish a method for distributing flour to the population; it turned out to be an issue that had not yet been decided. The total value of the donation was estimated at half a million pounds sterling.

Film footage of the unloading of bags of flour in the British port of Cardiff has been preserved in the historical Reuters collection and is available online at “British Pathé”. The steamship Riversdale from Sunderland came from Montreal, Canada, and docked in Cardiff in October 1914. The title of the 30-seconds film clip is “Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour.”

Unloading of flour bags from steamer Riversdale in Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

“Canada’s magnificent gift to this country of 1,000,000 bags of flour will come in the main to London and Liverpool. Its care will be taken over by the Relief Committee of the Local Government Board and the Regulation of Food Prices Committee of the Board of Trade. At present no decision has been reached as to the exact method by which the gift is to be utilized. The approximate value of the flour at wholesale prices is £ 500,000. The Port of London Authority and the Mersey Docks and Harbour Board have undertaken to warehouse it as long as necessary without charge.”[iv]

Unloading of flour bags from steamer Riversdale, Cardiff. Still from film clip ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archive: Reuters, October 19th, 1914

Donations from the Canadian provinces
Canada provided more gifts. The Canadian provinces donated food and fuel. Alberta donated 500,000 bushels of oats, Quebec, the French-speaking province, 4,000,000 lbs of locally made cheese. Nova Scotia donated 100,000 tons of coal. British Columbia contributed with 25,000 cases of canned salmon and New Brunswick 100,000 bushels of potatoes. Ontario’s gift was £ 100,000 to be spent with them by the British government as needed.[v]

Manitoba’s Gift

Souvenir Flour Sack “Manitoba’s War Gift”. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada

The province of Manitoba donated flour to the Motherland: “MANITOBA’S GIFT. The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.“[vi]

“The Government of Manitoba has awarded the contracts for its gift of flour to all the principal mills at a cost of 2 dollars 90 cents and lower. The flour is the finest the province produces and will be rigidly inspected. It will be ready by October 20th. – Press Association War Special[vii]

 

“Bags are sold for 5 shillings each”
My surprise at the one million bags of flour from Canada increased as I read a letter from a housewife in Dundee, Scotland. Immediately after the first report of the donation of one million bags of flour to the United Kingdom, she had an idea for the use of the empty flour bags. She wrote a letter to the local newspaper on August 25th.

“Flour Bag Souvenirs”, suggestion of a Dundee Housewife, Scotland. The Courier, August 28th, 1914

“Every housewife knows what a great many useful things can be made out of flour bags, and one of the gift bags would be a lasting souvenir of this great war…” DUNDEE HOUSEWIFE
August 25, 1914”[viii]

The suggestion has to have been embraced with enthusiasm and broad support, because from mid-September on, the newspapers published a stream of calls to subscribe to the sale of flour bags. The proceeds went to charity.

The sacks are all marked ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Photo: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. London, John Heywood Ltd., 1915 

‘CANADA’S GIFT
Sacks to be Sold at 5/- Each.
Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’
Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.[ix]

Sales offer and suggestions how to use the emptied Canadian flour sacks. Evening Despatch, October 31st, 1914

Next an informative article appeared about the sale of the empty flour sacks. Its headline was “CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.“[x]
For interested parties, 10,000 empty flour sacks became available starting December 9th, 1914. The specification of the sacks was as follows: 98 lbs sacks, made of gray calico (sturdy fabric of unbleached cotton). Dimensions were 36 inches high and 18 inches wide, or cut open, 36 inches wide. One side of the sack read in colored large print letters “FLOUR. CANADA’S GIFT.”

Lovers of the flour bags made suggestions for use. The material could be embroidered and cushion covers could be made. In particular, it was mentioned that Red Cross hospitals could use it to make their cushion covers, and even mattress covers for cots. Some wanted to hang a flour sack at their political club, another club or in schools. The suggestion was to make a copy available to all museums. With the approaching Christmas season, the idea arose to designate the bags as “Christmas gift bags”. And a very ingenious housewife planned to cut up her flour sack to prepare her Christmas puddings.

In December, a Canadian newspaper concluded with the headline “Selling the Sacks. How Canada Achieved a Double Purpose.”: “Thus, Canada has benefited the Motherland two-fold by her generous contribution. Not only has she helped to feed England, but she has also, by this gift, helped to swell those two very deserving funds (the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund) now so prominently before the public.”[xi]

Marking

Chester Chronicle, December 26th,  1914

On December 26th, 1914, the shipment of empty flour bags to the buyers had started. The marking of each bag was: “N.R.F., B.R.F., 1914” as proof that the proceeds from the sale were destined for the National Relief Fund and the Belgian Relief Fund.[xii]

Sheffield
Within a month, two photos of a decorated Canadian flour sack appeared in Sheffield newspapers.

Decorated Canadian flour sack transformed into a cushion by a lady in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, January 23rd, 1915

The first picture showed a flour sack transformed into a cushion with a pen drawing of a dog, a bulldog, with a British flag in its mouth. The dog is sitting on a piece of paper, next to it is written “Scrap of Paper”. The canvas bears the stamp “NRF, BRF, 1914”. A lady from Sheffield made the pillow.[xiii]

Decorated Canadian flour sack transformed into a cushion by a lady in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, January 23rd, 1915

The second photo showed a pillow that read “FLOUR. CANADAʼS GIFT.” It was also decorated with a pen drawing, now with flowers.[xiv]
Both photos may have been of one and the same cushion, front and back, respectively. The same corded edge and the two tassels on the corners would suggest this to be the case.

Sheffield Independent, January 16, 1915

January 25th, 1915 an auction was held for the benefit of the Belgian Refugees Fund during the Bohemian Concert at the Royal Victoria Hotel. The decorated flour sack was to be sold there and the proceeds benefited the local Belgian refugees.

 

Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs
The British newspapers provided me with a third surprise.
I kept reading the Sheffield newspapers and saw an article about aid from Canada for the Belgian refugees in England.
Canada’s Gift for Belgians.
Sheffield’s share of the gift of flour, potatoes, and cheese which Canada has sent for the Belgian refugees who have settled in England, is being distributed to the various areas and bases at which the refugees are residing, and will from these different centres be divided among the individual recipients.”[xv]

Immediately afterwards, empty Canadian flour sacks were once again in the spotlight, in particular the specimens that had been donated filled with flour to the Belgian refugees.

Canadese Sack Souvenirs. Manchester Evening News, January 25th, 1915

“The sacks containing the flour sent by Canada as a gift to the Belgians are attracting considerable notice, and like those which contained the Dominion’s gift to England, are being sold as souvenirs. The colours used on the bags are those of Belgium – red, yellow and black -and the words printed thereon are “To the Belgian people, God bless them. Canada’s gift.” In years to come these will not be readily parted with.”[xvi]

Canadian flour sacks decorated in Great Britain
Hardly recovered from my surprise, I draw a remarkable conclusion from all these newspaper reports: Canadian flour sacks in the skilled hands of enthusiasts in Great Britain will have provided the example and inspiration for selling empty flour sacks and decorating the sacks in Belgium. Through the charity and work for Belgian refugees, ideas must have crossed the Channel well before any food aid reached occupied Belgium.

 

[i] The Scotsman, Augustus 10th, 1914, South Wales Gazette, August 14th, 1914

[ii] Newcastle Journal, September 9th, 1914

[iii] Yorkshire Post and Leeds Intelligencer, September 9th, 1914

[iv] Millom Gazette, September 11th, 1914

[v] The Cornish Telegraph, September 3th, 1914

[vi] Western Chronicle, September 11th, 1914

[vii] Sheffield Evening Telegraph, October 6th, 1914

[viii] The Courier, August 28th, 1914

[ix] Sheffield Evening Telegraph, September 24th, 1914

[x] Evening Despatch, October 31st, 1914

[xi] Whitby Gazette, December 18th, 1914

[xii] Chester Chronicle, December 26th, 1914

[xiii] Sheffield Daily Telegraph, January 23rd, 1915

[xiv] The Sheffield Daily Independent, January 23rd, 1915

[xv] Sheffield Daily Telegraph, January 11th, 1915

[xvi] Todmorden Advertiser and Hebden Bridge Newsletter, January 15th, 1915

Eén miljoen zakken meel uit Canada

De afgelopen meimaand heb ik me verpoosd met lezen en doorzoeken van het archief van The British Newspaper Archive. In samenwerking met The British Library biedt dit platform toegang tot de grootste onlinecollectie van Britse en Ierse historische kranten. Het archief bevat ook enkele Canadese kranten.

‘Million bags of flour from Canada’
Wie schetst mijn verbazing dat ik stuitte op een stroom Engelse en Ierse artikeltjes in augustus 1914 met de kop: ‘MILLION BAGS OF FLOUR FROM CANADA’.
Een miljoen zakken meel uit Canada?!

The Scotsman, 10 augustus 1914

De kranten berichtten over de schenking van de Canadese overheid aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk tijdens de eerste oorlogsweken.
‘De Handelsraad kondigt aan dat de volgende telegramuitwisselingen hebben plaatsgevonden tussen de Hertog van Connaught, de Gouverneur-Generaal van Canada, en de Minister van Koloniën: “Mijn Regering wenst u te informeren dat de mensen van Canada via hun Regering verlangen om een miljoen zakken meel van achtennegentig pond aan te bieden als een geschenk aan de bevolking van het Verenigd Koninkrijk, ter beschikking te stellen van de Regering van Zijne Majesteit en te gebruiken voor doeleinden die zij nuttig achten. Deze maat is het handigst voor transport. De eerste zending wordt binnen ongeveer tien dagen verzonden en het saldo daarna zo snel mogelijk. – ARTHUR. ‘Ontvangen 6.40 uur ’s ochtends, 7 augustus.
Antwoord verzonden: –“12.45 uur 7 augustus.
Uw telegram, 6 augustus. De Regering van Zijne Majesteit accepteert namens de bevolking van het Verenigd Koninkrijk met grote dankbaarheid het prachtige en welkome geschenk van meel uit Canada, dat in dit land van het grootste nut zal zijn voor het stabiel houden van de prijzen en het verlichten van nood. We kunnen nooit de promptheid en vrijgevigheid van dit geschenk en het patriottisme waaruit het voortkomt, vergeten. – HARCOURT’[i]

De eerste zakken meel kwamen beschikbaar in de Canadese maalderijen op 20 augustus. Op 9 september 1914 waren 50.000 zakken meel reeds in Liverpool aangekomen. Elke zak was in kleur bedrukt met grote letters ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’.

De eerste lading van 50.000 zakken meel is in Liverpool aangekomen met een ‘Allan Liner’ en wordt in een loods opgeslagen. The Daily Citizen, 14 september 1914

De achtergrond van de indrukwekkende schenking bleken overwegingen van financiële aard.
‘Bij de financiering van de export van graan en meel uit Canada is de door de ‘Bank of England’ vastgesteld regeling, waarbij de Canadese minister van Financiën de bewaarder is geworden van belangrijke goudreserves die anders naar Engeland zouden zijn verscheept, van groot belang. Daardoor kunnen de grote bedragen die door deze regeling in de Schatkist in de Canadese hoofdstad zijn gestort, nu worden uitbetaald aan exporteurs van producten uit de Dominion. Het effect hiervan zal zijn dat de financiële spanning aanzienlijk wordt verlicht.’ [ii] 

Een ander bericht motiveerde, in mijn woorden, het dubbele doel van de beheersing van de broodprijzen en de mogelijkheid om mensen in nood te hulp te kunnen komen. ‘What use is to be made of Canada’s Gift is under the consideration of the Government, but it is thought it will be used for the dual purpose of easing the market and relieving distress.[iii]
(‘Hoe Canada’s schenking zal worden gebruikt, zal een besluit zijn van de (Britse) Regering, maar men denkt dat het zal worden gebruikt voor het dubbele doel om rust te houden in de markt en de nood te verlichten.’)

Steamer Riversdale geladen met zakken meel van ‘Canada’s Gift of Flour’ kwam aan in Cardiff op 5 oktober 1914. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

De opslag van de zakken meel gebeurde in hoofdzaak in de havens van Londen en Liverpool.

De steamer Riversdale met een deel van de zakken meel geschonken door Canada aan Groot Brittannië, kwam aan in Cardiff. Dublin Daily Express, 6 oktober 1914

Maar ook de havenplaatsen Bristol, Cardiff, Glasgow, Dublin en Belfast hadden meel van de Canadese schenking in opslag. De loodsen waren kosteloos ter beschikking gesteld door de havenbedrijven. Het beheer van de voedselvoorraden werd ondergebracht bij de Local Government Board, dat een methode moest vaststellen voor de verdeling van het meel onder de bevolking; het bleek een vraagstuk waar nog geen beslissing over was genomen. De totale waarde van de schenking werd geschat op een half miljoen pond sterling.

Filmbeelden van het lossen van zakken meel in de Britse haven Cardiff zijn bewaard gebleven in de historische collectie van Reuters en staan online op ‘British Pathé’. Het stoomschip Riversdale uit Sunderland kwam uit Montreal, Canada, en meerde aan in Cardiff in oktober 1914. De titel van het 30 seconden filmfragment is ‘Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour’.

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

‘Het prachtige geschenk van Canada aan dit land van 1.000.000 zakken meel komt voornamelijk naar Londen en Liverpool. De zorg voor de goederen komt in handen van de Hulpverleningscommissie van de Local Government Board (Raad van het Lokaal Bestuur) en de CommissieRegulering van voedselprijzen’ van de Handelsraad. Op dit moment is er nog geen beslissing genomen over de exacte manier waarop de schenking zal worden gebruikt. De geschatte waarde van het meel tegen groothandelsprijzen is £ 500.000. Het Havenbedrijf van Londen en de Mersey Docks and Harbor Board (Havenbedrijf van Liverpool) hebben zich ertoe verbonden het zo lang als nodig kosteloos op te slaan.’[iv]

Steamer Riversdale in Cardiff. Still uit filmfragment ‘Riversdale’, Ireland’s share in Canada’s Gift of Flour. Archief: Reuters, 19 oktober 1914

Schenkingen uit de Canadese provincies
Canada leverde meer geschenken. De Canadese provincies schonken voedsel en brandstof. Alberta schonk 500.000 bushels haver, Quebec, de Franssprekende provincie, 4.000.000 lbs lokaal gemaakte kaas. Nova Scotia deed een schenking van 100.000 ton kolen. Brits Columbia droeg bij met 25.000 kisten zalm in blik en New Brunswick 100.000 bushels aardappelen. Het geschenk van Ontario was een bedrag van £100.000, te besteden bij hen door de Britse overheid naar behoefte.[v]

Manitoba’s Gift

Souvenir Meelzak ‘Manitoba’s War Gift’. Archives of Manitoba, Ethel Hart Collection, Winnipeg, Canada

De provincie Manitoba schonk bloem aan het Moederland: ‘MANITOBA’S GIFT. The War Press Bureau announce that the Colonial Office has accepted an offer of flour from Manitoba.’[vi]
(‘Het Persbureau van Oorlog kondigt aan dat het Koloniaal Bureau een schenking van meel uit Manitoba heeft aanvaard.’)

‘De regering van Manitoba heeft de contracten voor de schenking van meel aan alle grote maalderijen gegund voor een bedrag van 2 dollar 90 cent en lager. Het meel is het fijnste dat de provincie produceert en wordt streng geïnspecteerd. Het zal op 20 oktober gereed zijn. – Press Association War Special’[vii]

‘Zakken worden verkocht voor 5 shilling per stuk’
Mijn verbazing over één miljoen zakken meel uit Canada nam toe bij het lezen van de ingezonden brief van een huisvrouw in Dundee, Schotland. Zij had onmiddellijk na het eerste bericht over de schenking van één miljoen zakken meel aan Groot-Brittannië een idee voor de benutting van de lege meelzakken. Zij schreef op 25 augustus een brief aan de plaatselijke krant.

‘Meelzak souvenirs’, idee van een huisvrouw uit het Schotse Dundee. The Courier, 28 augustus 1914

‘Elke huisvrouw weet dat er met meelzakken heel veel nuttige dingen kunnen worden gemaakt, en een van de geschonken zakken zou een blijvend aandenken zijn aan deze grote oorlog…
HUISVROUW UIT DUNDEE
25 augustus 1914′[viii]

De suggestie moet met enthousiasme omarmd zijn en breed gedragen, want vanaf medio september publiceerden de kranten een stroom oproepen om in te schrijven op de verkoop van meelzakken. De opbrengst was voor het goede doel.

Alle zakken zijn bedrukt met ‘FLOUR. CANADA’S GIFT’. Foto: The Manchester Guardian History of the War Vol. III-1915. Londen, John Heywood Ltd., 1915

‘CANADA’S GIFT
Sacks to be Sold at 5/- Each.
Canada is making a splendid gift of flour to the Mother Country. It has been decided that the sacks, when empty, shall be sold as souvenirs at 5s. each. Two-thirds of this sum will be devoted to the Prince of Wales’ National Relief Fund (N.R.F.) and one-third to the Belgian Refugees Fund (B.R.F.). The sacks are all marked ‘Canada’s Gift.’
Applications for the sacks as souvenirs, accompanied by a remittance of 5s. should be sent to the National Relief Fund. Applications will be dealt with in strict rotation.[ix]

(‘CANADA’S CADEAU
Zakken worden verkocht voor 5 / – elk.
Canada doet een schitterende schenking van meel aan het Moederland. Er is besloten dat de zakken, als ze leeg zijn, als herinnering zullen worden verkocht voor 5 shilling per stuk. Twee derde van dit bedrag gaat naar het Prince of Wales ’National Relief Fund en een derde naar het Belgische Vluchtelingen Fonds. Alle zakken zijn bedrukt met ‘Canada’s Gift’.
Aanvragen voor de souvenir-zakken dienen vergezeld te zijn van een overschrijving van 5s. en gericht aan het National Relief Fund. De aanvragen zullen behandeld worden in volgorde van binnenkomst.’)

Verkoop en gebruiksideeën voor de geleegde Canadese meelzakken. Evening Despatch, 31 oktober 1914

Vervolgens verscheen een informatief artikel over de verkoop van de lege meelzakken onder de kop ‘CANADA’S GIFT SACKS. HOW TO BUY THEM AND HOW TO USE THEM.’[x]
Voor geïnteresseerden kwamen 10.000 lege meelzakken ter beschikking vanaf 9 december 1914. De specificatie van de zakken was als volgt: 98 lbs zakken, gemaakt van grijze calico (stevig weefsel van ongebleekt katoen). De afmetingen waren 36 inch hoog en 18 inch breed, of opengeknipt, 36 inch breed. Op een zijde van de zak stond in grote letters, in kleur geprint, FLOUR. CANADA’S GIFT.
Liefhebbers van de meelzakken deden suggesties voor gebruik. Het materiaal kon geborduurd worden en er konden kussenovertrekken van gemaakt worden. Met name noemde men dat Rode Kruis ziekenhuizen er hun kussenovertrekken van zouden kunnen maken, en zelfs matrashoezen voor kinderbedjes. Sommigen wilden een meelzak ophangen bij hun politieke club, een andere club of in scholen. De suggestie was om alle musea een exemplaar ter beschikking te stellen. Met de naderende kersttijd ontstond het idee de zakken te bestemmen tot ‘Christmas gift bags’. En een zeer ingenieuze huisvrouw was van plan haar meelzak in stukken te knippen om daar haar ‘Christmas puddings’ in te bereiden.

In december concludeerde een Canadese krant dat Canada met de schenking van zakken meel twee doelstellingen bereikte. Het Moederland, Groot-Brittannië, werd gevoed én het bood gelegenheid om de twee belangrijke fondsen die het verdienden, nadrukkelijk in de aandacht van het publiek aan te bevelen.[xi]

Markering

Chester Chronicle, 26 december 1914

Op 26 december 1914 was de verzending van de lege meelzakken naar de kopers begonnen. De markering van elke zak was: ‘N.R.F., B.R.F., 1914’ als bewijs dat de opbrengst van de verkoop bestemd was voor het National Relief Fund en het Belgian Relief Fund.[xii]

Sheffield
Binnen een maand verschenen twee foto’s van een versierde Canadese meelzak in kranten in Sheffield.

Versierde Canadese meelzak, getransformeerd tot kussen door een dame in Sheffield. Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

De eerste foto toonde een meelzak, die was getransformeerd tot kussen met de pentekening van een hond, een bull-dog, met een Britse vlag in zijn bek. De hond zit op een stuk papier, er staat naast geschreven ‘Scrap of Paper’. Het doek draagt het stempel ‘NRF, BRF, 1914’. Een dame uit Sheffield maakte het kussen.[xiii]

Versierde Canadese meelzak, getransformeerd tot kussen door een dame in Sheffield. The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

De tweede foto toonde een kussen met de tekst ‘FLOUR. CANADA’S GIFT.’ Deze was ook versierd met een pentekening, nu met bloemen.[xiv] Mogelijk waren beide foto’s van een en hetzelfde kussen waarvan respectievelijk voor- en achterzijde waren gefotografeerd. Dezelfde omranding met koord en de twee kwasten op de hoeken duiden hierop.

Sheffield Independent, 16 januari 1915

Op 25 januari 1915 werd een veiling gehouden ten bate van het Belgian Refugees Fund tijdens het Bohemian Concert in het Royal Victoria Hotel. De versierde meelzak zou daar verkocht worden en de opbrengst kwam ten goede aan de Belgische vluchtelingen.

Canada’s Gift to Belgium: More Sack Souvenirs
De Britse kranten gaven me voor de derde keer reden tot grote verbazing.
Ik bleef lezen in de Sheffield-kranten en zag een artikeltje over hulp van Canada voor de Belgische vluchtelingen in Engeland.

‘Canadese schenking voor de Belgen.
Het aandeel van Sheffield in de schenking van meel, aardappelen en kaas die Canada heeft gestuurd voor de Belgische vluchtelingen die zich in Engeland hebben gevestigd, wordt verdeeld over de verschillende gebieden en locaties waar de vluchtelingen verblijven, en zal vanuit deze verschillende centra worden verdeeld onder de individuele personen.’[xv]

Direct daarna stonden lege Canadese meelzakken wederom volop in de aandacht, nu de exemplaren die als volle zakken meel cadeau waren gedaan aan de Belgische vluchtelingen.

Canadese Souvenir Zakken. Manchester Evening News, 25 januari 1915

‘De zakken met meel die Canada als geschenk aan de Belgen heeft gestuurd, trekken veel aandacht, De zakken worden, net als die van de schenking van de Dominion aan Engeland, verkocht als souvenirs. De kleuren die op de zakken zijn gedrukt, zijn die van België – rood, geel en zwart – en de woorden van de bedrukking zijn ‘Voor het Belgische volk, God zegene hen. Canada’s geschenk’. In de komende jaren zal hier niet gemakkelijk afstand van worden gedaan.’[xvi]

Meelzakken uit Canada versierd in Groot-Brittannië
Nauwelijks bekomen van mijn verbazing trek ik een opmerkelijke conclusie uit al deze krantenberichten:
Canadese meelzakken in de vaardige handen van liefhebbers in Groot-Brittannië zullen het voorbeeld en de inspiratie hebben geleverd voor verkoop van lege meelzakken en het versieren van de zakken in België. Via de liefdadigheid en het werk voor Belgische vluchtelingen zullen de ideeën het Kanaal zijn over gewaaid nog voordat enige voedselhulp het bezette België had bereikt.

 

[i] The Scotsman, 10 augustus 1914, South Wales Gazette, 14 augustus 1914

[ii] Newcastle Journal, 9 september 1914

[iii] Yorkshire Post and Leeds Intelligencer, 9 september 1914

[iv] Millom Gazette, 11 september 1914

[v] The Cornish Telegraph, 3 september 1914

[vi] Western Chronicle, 11 september 1914

[vii] Sheffield Evening Telegraph, 6 oktober 1914

[viii] The Courier, 28 augustus 1914

[ix] Sheffield Evening Telegraph, 24 september 1914

[x] Evening Despatch, 31 oktober 1914

[xi] Whitby Gazette, 18 december 1914

[xii] Chester Chronicle, 26 december 1914

[xiii] Sheffield Daily Telegraph, 23 januari 1915

[xiv] The Sheffield Daily Independent, 23 januari 1915

[xv] Sheffield Daily Telegraph, 11 januari 1915)

[xvi] Todmorden Advertiser and Hebden Bridge Newsletter, 15 januari 1915